10. Ik was getuige van Gods verschijning
Ik was vroeger lid van een Koreaanse presbyteriaanse kerk. Mijn hele familie werd gelovig toen mijn dochter ziek werd. Daarna ging het elke dag beter met haar. Ik was de Heer Jezus ongelooflijk dankbaar voor Zijn genade. Ik zwoer dat ik de Heer voortaan trouw zou volgen en hard zou werken om iemand te zijn zoals Hij vereist en die Hem vreugde brengt. Ik sloeg nooit een kerkdienst over, hoe druk het ook was op mijn werk. Ik gaf altijd aalmoezen en offergaven en nam actief deel aan kerkactiviteiten. Ik besteedde de meeste tijd aan het lezen van de Bijbel en deelnemen aan kerkactiviteiten, en ik ging maar zelden naar etentjes en samenkomsten georganiseerd door mijn familieleden, vrienden en collega’s en zo. Daardoor raakten ze gefrustreerd. Toen ik stopte met alcohol drinken en roken nadat ik een gelovige was geworden, en niet meer met ze wilde feesten, plaagden sommige vrienden me vaak en zeiden dingen als: “Je gaat zo graag naar de kerk, dus vertel eens, wat heb je eraan om elke dag naar de kerk te gaan? Wat heeft dat geloof van jou voor zin?” Toen ik zo bestookt werd met vragen, wist ik eerlijk gezegd niet wat ik moest zeggen. Maar met hun vragen bereikten ze wel dat ik me begon af te vragen: waar dient mijn geloof nu echt voor? Dient het om God te vragen mijn dochter te genezen of mijn gezin gezond te houden? Betekent geloven alleen de Bijbel lezen en elke dag naar de kerk gaan? Ik wist het echt niet. Ik legde deze vragen voor aan de geestelijken van mijn kerk. Ze antwoordden allemaal ongeveer hetzelfde: Ons geloof dient voor de genade van de redding van de Heer, en als Hij terugkeert, zal Hij ons voor het eeuwige leven opnemen in de hemel. Zo’n antwoord leek mijn verwarring weg te nemen, maar wierp weer andere vraag op: Hoe kom ik dan in de hemel? Ze zeiden: “In Romeinen 10:10 staat: ‘Als uw hart gelooft, zult u rechtvaardig worden verklaard; als uw mond belijdt, zult u worden gered.’ Dat betekent dat onze zonden zijn vergeven door de Heer, dus we worden gered door geloof, en de Heer zal ons meenemen naar het koninkrijk als Hij terugkeert. Je hoeft niet bang te zijn dat je niet in de hemel komt, zolang je maar geloof hebt.” Ik dacht aan het Bijbelvers: “Zonder heiligheid zal niemand de Heer zien” (Hebreeën 12:14). God is heilig en vereist van ons dat we heilig worden, maar ik leefde in zonde en kon Zijn woorden niet in praktijk brengen. Was ik het koninkrijk wel waardig? De Heer Jezus zei: “Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf” (Matteüs 22:37-39). Maar in het dagelijkse leven was die vereiste om lief te hebben iets wat ik niet kon, hoe hard ik het ook probeerde. Ik hield veel meer van mijn gezin dan van de Heer, en ik kon anderen niet echt liefhebben zoals mezelf. Als mijn vrienden en familieleden me uitlachten, nam ik het ze kwalijk, in plaats van tolerant en geduldig te zijn. Ook dacht ik aan Hebreeën 10:26 waarin staat: “Wanneer we willens en wetens blijven zondigen nadat we de waarheid hebben leren kennen, is er geen enkel offer voor de zonden meer mogelijk.” Ik wist wat de Heer vereiste, maar kon het niet uitvoeren. Ik bleef in zonde leven dus zag ik niet in hoe het voor mij anders zou aflopen dan voor ongelovigen. Daarom dacht ik dat in het niet zo simpel kon zijn als de geestelijken zeiden om in het koninkrijk te komen, maar ik wist nog niet hoe ik in het koninkrijk kon binnengaan en het eeuwige leven verwerven. Ik wist nog steeds de weg niet. Ik bleef de geestelijken en mijn vrienden in de kerk vragen stellen, maar geen van hen had een helder antwoord. Ze vroegen me alleen waarom ik zulke rare vragen stelde, en zeiden dat mensen al eeuwen hun geloof zo hadden gepraktiseerd. Ik was nog steeds net zo in verwarring als altijd, dus ik besloot de vier evangeliën nog een keer te lezen, want er moest toch een antwoord zijn in de woorden van de Heer Jezus.
Op een dag in 2008 las ik deze verzen: “Ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die leeft en in mij gelooft zal nooit sterven” (Johannes 11:25-26). Deze verzen verwonderden me toen ik ze las. Waarom zei de Heer dat we moeten leven en in Hem geloven? Als gelovigen leefden we toch en geloofden we toch in Hem? Zou de Heer ons om een of andere reden als dood zien? Dit wierp een heleboel vragen voor me op. Een tijdje dacht ik er elk vrij moment over na, maar ik kon niet achter de ware betekenis komen. Ik ging opnieuw naar de geestelijken en andere kerkleden met mijn vragen. Ze hadden niet alleen geen antwoord, maar lachten me ook nog uit. Maar ik bleef het gevoel houden dat er een diepere betekenis was in wat de Heer zei.
Toen las ik op een dag dit in het evangelie van Matteüs: “Een ander, een van zijn leerlingen, zei: ‘Heer, sta me toe eerst terug te gaan om mijn vader te begraven.’ Maar Jezus zei tegen hem: ‘Volg mij en laat de doden hun doden begraven’” (Matteüs 8:21-22). Toen ik deze zin las: “laat de doden hun doden begraven,” was ik een beetje in de war. Waarom zou de Heer mensen die op dat moment leefden dood noemen? Zag de Heer ons als levend of als dood? Ik bedacht dat de Bijbel zegt dat de dood het loon van de zonde is. Ik leefde in zonde en was dat soms wat de Heer bedoelde met ‘de doden’? En zo ja, hoe kon ik dan tot leven komen en in het koninkrijk komen? Mijn hart was vol vragen waar ik geen touw aan kon vastknopen. Maar diep van binnen begreep ik één ding goed: omdat de Heer deze dingen zei, moest het antwoord ergens in de Bijbel staan. Dus verloor ik de moed niet, maar bleef naar het antwoord zoeken.
Dank zij de leiding van de Heer, las ik een paar maanden later iets anders Wat Hij zei: “Ik verzeker u: er komt een tijd, en het is nu al zover, dat de doden de stem van Gods Zoon zullen horen en dat wie hem horen, zullen leven” (Johannes 5:25). Het werd me onmiddellijk duidelijk dat de doden weer tot leven komen als ze Gods stem horen. Ik was er zeker van dat dit het antwoord was dat ik had gezocht. Maar ik was nog steeds een beetje verward, want ik dacht dat ik de stem van de Heer al lang geleden had gehoord, maar ik was nog steeds niet vrij van de boeien van de zonde. Was ik wel levend? Naar wie verwees “dat wie hem horen, zullen leven” werkelijk? Hoe komen mensen tot leven? Zou de Heer als Hij terugkeert meer te zeggen hebben dat we moesten horen? En zo ja, hoe konden we dan Gods stem horen? Waar konden we hem horen? Ik kwam er maar niet uit, dus ik bad tot de Heer: “O, Heer. Laat me zo gauw mogelijk uw stem horen. Ik wil niet dood zijn. Help me om te leven.”
Als ik daarna naar kerkdiensten ging, begon ik op te letten of de dominees ooit iets zeiden over de terugkeer van de Heer of de stem van de Heer in hun preken. Ik was echt teleurgesteld dat ze alleen zeiden dat we moesten waken voor ketterij en moesten afwachten, maar de terugkeer van de Heer helemaal niet noemden. Ik vroeg ook enkele belangrijke mensen van het kerkbestuur over deze dingen, maar ze zeiden dat het voortkwam uit gebrek aan geloof dat ik steeds die vragen stelde, dat ik net was als Thomas. Ze begonnen me te mijden. De andere kerkleden met wie ik altijd goed kon opschieten begonnen afstand te nemen en sommigen sloten me uit. Ten slotte verliet ik de kerk waarvan ik 18 jaar lid was geweest. Ik keek de hele dag naar programma’s op de belangrijkste Christelijke netwerken, en hoopte Gods stem te horen door de preken van beroemde dominees. Ik deed dat bijna zes maanden, en keek vrijwel elke dag tien uur of langer naar deze programma’s, maar ik vond nog steeds niet de antwoorden die ik zocht. De voorgangers zeiden enkel maar dat de Heer heel gauw zou terugkeren en dat we moesten afwachten. Maar ik zat vol vragen. De dominees zeiden allemaal dat de Heer elk moment kon terugkeren, maar wanneer? En waarom hadden we Hem nog niet verwelkomd? Ik bad in die tijd voortdurend tot de Heer en zei: “Heer, ik heb al die tijd op u gewacht en hoopte zo om u in mijn leven te verwelkomen, om uw stem te horen. O, Heer, wanneer komt u? Laat me alstublieft uw stem horen.”
Op een dag in maart 2013 kwam bij de ingang van ons gebouw een oudere man van in de 70 naar met toe en vroeg of ik me wilde abonneren op een Chosun Ilbo-krant. Ik was echt laatdunkend en dacht: wie leest er nog de krant, nu iedereen mobiele telefoons en computers heeft? En dus weigerde ik nogal kortaf. Maar dagenlang bleef hij me elke keer dat hij me zag, vragen om me te abonneren. En ik weigerde steeds. Maar tot mijn verbazing kwam ik dezelfde man een maand later tegen bij de lift. Het leek alsof hij op me had gewacht. Toen hij me zag, glimlachte hij en zei hallo en vroeg me toen me te abonneren. Ik vroeg me af waarom deze man zo lang probeerde me een krant te verkopen. Ik probeerde aardig te zijn en nam ten slotte een abonnement, maar om meerdere redenen had ik een poosje geen tijd om hem te lezen. Maar op een ochtend begin mei toen de krant was gekomen, pakte ik hem en las zoals altijd vluchtig de koppen. Er was er één die echt mijn aandacht trok. Er stond: “De Heer Jezus is teruggekeerd – Almachtige God heeft woorden uitgedrukt in het Tijdperk van het Koninkrijk.” Ik stond versteld – wat? De Heer is teruggekeerd? Almachtige God? Het Tijdperk van het Koninkrijk? Kon dat echt waar zijn? Op dat moment had ik een hele wirwar van emoties – ik was echt opgewonden. Ik vond eindelijk nieuws over de terugkeer van de Heer. Maar toen vroeg ik me af of het nepnieuws kon zijn. Ik keek onderaan de bladzijde en zag een telefoonnummer en adres van De Kerk van Almachtige God en de titels van enkele boeken van de Kerk. Ik voelde dat het belangrijk was om dit zorgvuldig te onderzoeken, want de terugkeer van de Heer is echt iets belangrijks. Ik belde direct het nummer dat ik in de krant had zien staan. Ik hoorde de stem van een zuster die opnam en ik vroeg haar enthousiast: “Mag ik vragen of wat in de krant staat echt waar is? Is de Heer teruggekeerd? Zijn die woorden echt de woorden van God?” Ze zei: “Het is waar.”
De zusters Kathy en Zena van De Kerk van Almachtige God spraken met me af en ze communiceerden met me over de drie fasen van Gods werk. Kathy zei: “Sinds Adam en Eva werden verdorven door Satan, heeft de mens in zonde geleefd, onder Satans machten, bespeeld en gekweld door Satan. God heeft drie fasen van werk gedaan om de mensheid volledig te redden uit Satans greep, namelijk het Tijdperk van de Wet, het Tijdperk van Genade en het Tijdperk van het Koninkrijk. Dat zijn drie verschillende fasen, maar ze worden verricht door dezelfde God. Elke fase van Gods werk berust op wat de verdorven mensheid nodig heeft en elk ervan bouwt voort op de vorige om meer diepgaand en verheven werk te verrichten.” Toen las ze een passage voor uit de woorden van Almachtige God: “Het zesduizendjarige managementplan is verdeeld in drie werkfases. Geen enkele fase kan op zichzelf het werk van de drie tijdperken vertegenwoordigen; ze vertegenwoordigt maar één deel van het geheel. De naam Jehova kan Gods hele gezindheid niet vertegenwoordigen. Het feit dat Hij Zijn werk in het Tijdperk van de Wet heeft uitgevoerd, is geen bewijs dat God alleen maar onder de wet God kan zijn. Jehova heeft wetten voor de mens ingesteld en hem de geboden gegeven met de vraag om de tempel en de altaren te bouwen. Het werk dat Hij deed, vertegenwoordigt alleen het Tijdperk van de Wet. Dit werk dat Hij deed, is geen bewijs dat God alleen maar een God is die aan de mens vraagt om zich aan de wet te houden, of dat Hij de God in de tempel is, of dat Hij de God vóór het altaar is. Het zou onwaar zijn om dit te zeggen. Het werk dat onder de wet wordt gedaan, kan slechts één tijdperk vertegenwoordigen. Daarom, als God alleen het werk heeft verricht in het Tijdperk van de Wet, zou de mens God beperken tot de volgende definitie, die zegt: ‘God is de God in de tempel en om God te dienen moeten we priesterlijke gewaden dragen en de tempel binnengaan.’ Indien het werk in het Tijdperk van Genade nooit was uitgevoerd en het Tijdperk van de Wet was verdergegaan tot op de huidige dag, dan zou de mens niet weten dat God ook genadig en liefdevol is. Indien het werk in het Tijdperk van de Wet niet was gedaan en alleen maar het werk in het Tijdperk van Genade, dan zou de mens alleen maar weten dat God de mens kan verlossen en hem zijn zonden kan vergeven. De mens zou alleen maar weten dat Hij heilig is en onschuldig, en dat Hij omwille van de mens in staat is om zichzelf op te offeren en te laten kruisigen. De mens zou alleen deze dingen weten maar niets anders begrijpen. Daarom vertegenwoordigt elk tijdperk een deel van Gods gezindheid. Pas wanneer alle drie de fases tot één geheel zijn samengevoegd – de aspecten van Gods gezindheid vertegenwoordigd in het Tijdperk van de Wet, de aspecten in het Tijdperk van Genade en de aspecten in de huidige fase – kunnen ze de totaliteit van Gods gezindheid openbaren. Pas wanneer de mens alle drie de fases heeft leren kennen, kan hij het volledig begrijpen. Geen van de drie fases kan worden weggelaten. Je zult de eigenlijke gezindheid van God pas in zijn geheel zien na het leren kennen van deze drie werkfases. Het feit dat God Zijn werk in het Tijdperk van de Wet heeft voltooid, bewijst niet dat Hij alleen de God onder de wet is en het feit dat Hij Zijn werk van de verlossing heeft voltooid, wil niet zeggen dat God de mensheid altijd zal verlossen. Dit zijn allemaal conclusies die door de mens worden getrokken. Met het einde van het tijdperk van Genade kun je niet zeggen dat God alleen aan het kruis hoort en dat alleen het kruis de redding van God vertegenwoordigt. Door dit te doen, zou je God beperken. In de huidige fase doet God voornamelijk het werk van het woord, maar je kunt daarmee niet zeggen dat God de mens nooit genadig is geweest en dat Hij alleen maar tuchtiging en oordeel heeft gebracht. Het werk in de laatste dagen legt het werk van Jehova en Jezus bloot, en alle mysteries die niet door de mens begrepen zijn om zodoende de bestemming en de uitkomst van de mensheid te openbaren, en het gehele reddingswerk voor de mensheid te beëindigen. Deze werkfase in de laatste dagen brengt alles tot een einde. Alle mysteries die niet door de mens zijn begrepen, moeten worden ontrafeld, zodat de mens deze kan doorgronden en in zijn hart een volledig en duidelijk begrip verkrijgt. Pas dan kan het menselijke ras naar zijn soort worden geclassificeerd. Pas nadat het zesduizendjarige managementplan is voltooid, zal de mens de gezindheid van God in haar totaliteit begrijpen, want Zijn management zal dan tot een einde gekomen zijn” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het mysterie van de incarnatie (4)). Toen deelde Kathy nog veel meer communicatie met me en ik leerde dat Gods 6000-jarige managementplan is verdeeld in drie tijdperken, drie fasen: het Tijdperk van de Wet, het Tijdperk van Genade en het Tijdperk van het Koninkrijk. In het Tijdperk van de Wet vaardigde Jehova de wet hoofdzakelijk uit om mensen te leiden op aarde te leven en hen te laten weten wat zonde is. In het Tijdperk van Genade volbracht de Heer Jezus het werk van de verlossing. Hij werd gekruisigd voor de mensheid, waarmee Hij ons onze zonden vergaf. Zolang wij in de Heer geloofden, onze zonden beleden en berouw toonden, zouden onze zonden vergeven worden en zouden we onder de wet niet langer veroordeeld en gestraft worden voor zondigen. In het Tijdperk van het Koninkrijk brengt Almachtige God waarheden tot uiting, verricht Hij het oordeelswerk, reinigt Hij de verdorven gezindheid van de mensen en redt Hij de mensen van Satans overheersing, van zonde, zodat we ons aan God kunnen onderwerpen en Hem aanbidden, niet langer in zonde leven en door God in het koninkrijk van de hemel worden opgenomen. De drie werkstadia vinden plaats in verschillende tijdperken, de namen van God veranderen, Hij verschijnt aan de mensheid op verschillende manieren, Zijn werk omvat verschillende dingen, en Hij brengt het op verschillende plaatsen naar buiten, maar het wordt volledig verricht door één God. Het is één God die verschillend werk doet in verschillende tijdperken. Toen ik dat begreep, was dat echt verhelderend voor me.
Toen communiceerde Zena over tegen me hoe Almachtige God mensen reinigt en verandert door Zijn werk van het oordeel. Ze deelde deze passage uit Gods woorden: “Christus van de laatste dagen gebruikt een verscheidenheid aan waarheden om de mens te onderwijzen, om de substantie van de mens te ontmaskeren, en om de woorden en daden van de mens te ontleden. Deze woorden omvatten verscheidene waarheden, zoals de plicht van de mens, hoe de mens zich aan God moet onderwerpen, hoe de mens trouw moet zijn aan God, hoe de mens een normale menselijkheid moet naleven, de wijsheid van God en de gezindheid van God. Deze woorden zijn allemaal gericht op de substantie van de mens en zijn verdorven gezindheden. In het bijzonder die woorden die blootleggen hoe de mens God verwerpt, zijn des te meer gericht op hoe de mens een belichaming van Satan is en een vijandelijke macht tegen God. Bij het verrichten van Zijn oordeelswerk, legt God de aard van de mens niet volledig in een paar woorden uit; in de loop van een lang tijdsbestek ontmaskert en snoeit Hij. Al deze verschillende methoden van ontmaskering en snoeien kunnen niet vervangen worden door gewone woorden; veeleer wordt de waarheid, die de mens in het geheel niet bezit, gebruikt om dit werk van ontmaskering en snoeien uit te voeren. Alleen dit soort methoden kan oordeel worden genoemd; alleen door middel van dit soort oordeel kan de mens onderworpen worden en grondig ten aanzien van God overtuigd worden, en daarenboven ware kennis van God vergaren. Wat het oordeelswerk teweegbrengt is het begrip van de mens van het ware gezicht van God en de waarheid over zijn eigen opstandigheid. Het oordeelswerk heeft de mens in staat gesteld veel begrip te verwerven over de bedoelingen van God, over het doel van Gods werk, en over de mysteriën die onbegrijpelijk voor hem zijn. Het heeft de mens ook in staat gesteld om zijn verdorven essentie en de wortel van zijn verdorvenheid te begrijpen en te kennen, alsmede om zijn lelijke gezicht te ontdekken. Deze resultaten worden allemaal verkregen door het oordeelswerk, want de essentie van dit werk is eigenlijk het werk van het openleggen van Gods waarheid, weg en leven voor al degenen die geloof in Hem hebben. Dit werk is het oordeelswerk gedaan door God” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Christus doet het werk van het oordeel met de waarheid). Toen zei Zena tegen mij: “Almachtige God gebruikt de waarheid om mensen te oordelen en te reinigen. Hij heeft miljoenen woorden uitgedrukt om de mysteries van de Bijbel te openbaren en getuigenis af te leggen van Gods werk, en zij onthullen de oorsprong van de zondigheid van de mens en de waarheid van onze verdorvenheid. Sommige gaan over hoe we bevrijd kunnen worden van zonde om verandering van gezindheid te verkrijgen, en sommige gaan over het bepalen van de uitkomst van mensen, enz. Het is allemaal de waarheid en het komt allemaal van God. Almachtige God heeft alle waarheden tot uitdrukking gebracht waar mensen over moeten beschikken om gereinigd en volledig gered te worden en toont tegelijkertijd ook Gods rechtvaardige gezindheid, en Zijn almacht en wijsheid. Iedereen die de woorden van Almachtige God leest, kan het gezag en de kracht daarvan voelen. God ziet alles en alleen God kent de verdorven mensheid van binnen en van buiten. God onthult al de gedachten, gezichtspunten, ideeën en de verdorven gezindheid van mensen en neemt de zondigheid en het verzet van de mens tegen God met wortel en tak weg. Door het oordeel, de openbaringen en de louteringen van Gods woorden verwerven we wat inzicht in de waarheid van onze satanische verdorvenheid. Dan zien we in hoe arrogant en onbetrouwbaar we zijn, dat alles wat we zeggen en doen onze verdorven gezindheid onthult. We vechten om roem en status, houden ons bezig met gekonkel, liegen en bedriegen, komen in jaloerse twisten terecht en onderwerpen ons op geen enkele manier aan God. We leven in de verste verten geen menselijke gelijkenis uit. Dan zijn we vol oprechte spijt en haten we onszelf, kunnen we ons bekeren, Zijn oordeel en kastijding aanvaarden en Zijn woorden uitvoeren. We worden geleidelijk aan bevrijd van de banden van de zonde en hebben enige veranderingen in onze verdorven gezindheid. Zonder Gods woorden die ons ontmaskeren en oordelen, maar alleen vertrouwend op gebed en belijdenis, zouden we nooit de oorsprong van onze zonde oplossen. Door ervaring zien we ook dat zonder Gods oordeel en kastijding onze verdorven gezindheid nooit gereinigd en veranderd kan worden. Daarom is het aanvaarden van Gods oordeelswerk van de laatste dagen de enige weg naar het koninkrijk.” Vervolgens vertelden de twee zusters mij over hun persoonlijke getuigenis van het ervaren van het oordeel en de tuchtiging van Gods woorden. Het was allemaal zo praktisch. Ik zag in dat het werk van Almachtige God precies was wat ik geestelijk nodig had, dat Gods werk van de laatste dagen mensen echt kan veranderen en reinigen en dat het aanvaarden van Gods oordeel van de laatste dagen de enige manier is om in het koninkrijk te komen.
De dagen daarop vertelden de zusters me ook waarom de religieuze wereld nu zo troosteloos is en de preken van dominees zo droog zijn. Ze deelden met mij ook het echte verhaal achter de Bijbel en de mysteries en betekenis van Gods incarnaties. Ik voelde dat Almachtige Gods woorden zoveel omvatten en mijn ogen openden voor zoveel mysteries van de waarheid. Toen ik het had onderzocht, werd ik er zeker van dat de woorden van Almachtige God de stem van God zijn, dat Hij de teruggekeerde Heer Jezus is en accepteerde ik blijmoedig de redding van Almachtige God van de laatste dagen.
De zusters gaven me later een paar boeken van Gods woorden. Ik sloeg er een open toen ik thuiskwam, De door het Lam geopende Boekrol. Het eerste wat ik zag waren enkele van Gods woorden in het Voorwoord: “Hoewel veel mensen in God geloven, begrijpen weinigen wat geloof in God betekent, en hoe ze precies zouden moeten handelen om in overeenstemming te zijn met Gods bedoelingen. Dit komt doordat, hoewel mensen het woord ‘God’ en termen als ‘het werk van God’ kennen, ze God niet kennen, laat staan dat ze Zijn werk kennen. Het is dan ook geen wonder dat allen die God niet kennen op een verwarde manier in Hem geloven. Mensen nemen geloof in God niet serieus, en dit komt volledig doordat in God geloven te onbekend, te vreemd voor hen is. Zodoende voldoen ze bij lange na niet aan Gods vereisten. Met andere woorden: als mensen God niet kennen en Zijn werk niet kennen, kunnen ze niet geschikt zijn om door God te worden gebruikt, laat staan dat ze aan Zijn bedoelingen kunnen voldoen. ‘Geloof in God’ betekent geloven dat er een God is; dit is het eenvoudigste concept van geloof in God. Om dit verder te verdiepen: het geloof dat er een God is, is niet hetzelfde als echt in God geloven; in plaats daarvan is het een soort eenvoudig geloof met sterke religieuze ondertonen. Waar geloof in God betekent het volgende: op basis van het geloof dat God soeverein is over alle dingen, ervaart men Zijn woorden en Zijn werk, en zo werpt men zijn verdorven gezindheden af, voldoet men aan Gods bedoelingen en leert men God kennen. Alleen een reis van dit soort kan ‘geloof in God’ worden genoemd” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God). De woorden van Almachtige God zijn gedetailleerd en praktisch, en laten de ware betekenis van geloof in God zien. Ik besefte dat geloof vereist dat we Gods woorden en werk ervaren, zodat we verdorvenheid kunnen afwerpen, de waarheid verwerven en God kennen. Alleen dat is echt geloof. Vroeger dacht ik dat geloof betekende elke dag bidden en vaak naar de kerk gaan. Helaas kwam ik er nooit achter of ik op de juiste weg van het geloof was of niet, dus ik strompelde tot dat moment maar voort. Toen ik Almachtige Gods woorden las, zag ik in dat de weg die ik voorheen in mijn geloof had genomen verkeerd was. Toen zag ik in de inhoudsopgave de titel ‘Ben je iemand die tot leven is gekomen?’ Dat wekte mijn interesse en ik sloeg het meteen op. Deze woorden van God stonden er: “God heeft de mens geschapen, maar vervolgens werd de mens verdorven door Satan, zodanig dat mensen ‘dode mensen’ werden. Nadat je bent veranderd, zul je dus niet langer zijn zoals deze ‘dode mensen’. Het zijn de woorden van God die de geesten van de mensen doen opvlammen en herboren laten worden, en wanneer de geesten van de mensen herboren worden, zullen ze tot leven zijn gekomen. Wanneer ik praat van ‘dode mensen’, heb ik het over lijken die geen geest hebben, over mensen in wie de geest is gestorven. Wanneer de levensvonk aangestoken wordt in de geesten van mensen, komen mensen tot leven. De heiligen van wie eerder sprake was, verwijzen naar mensen die tot leven zijn gekomen, zij die onder Satans invloed waren maar Satan hebben verslagen” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God). “‘De doden’ zijn zij die zich tegen God verzetten en tegen God in opstand komen; hun ziel is verdoofd en zij begrijpen Gods woorden niet; het zijn zij die de waarheid niet in praktijk brengen en niet in het minst loyaal zijn aan God, en het zijn zij die onder het domein van Satan leven en gebruikt worden door Satan. De doden manifesteren zich door zich te verzetten tegen de waarheid, door tegen God in te gaan en door laag, verachtelijk, kwaadaardig, bruut, misleidend en verraderlijk te zijn. Zelfs als zulke mensen de woorden van God eten en drinken, zijn zij niet in staat de woorden van God na te leven; hoewel ze in leven zijn, zijn ze niets meer dan wandelende, ademende lijken. De doden kunnen God op geen enkele manier tevredenstellen en zijn al helemaal niet in staat Hem te gehoorzamen. Het enige wat zij kunnen doen is Hem misleiden, belasteren en verraden, en alles wat ze voortbrengen met hun levensstijl onthult de natuur van Satan. Als mensen levende wezens willen worden en getuigenis willen geven van God en door God willen worden goedgekeurd, dan zullen zij Gods redding moeten aanvaarden; ze zullen zich met graagte moeten onderwerpen aan Zijn oordeel en tuchtiging en verheugd het snoeien door God en behandeling door Hem moeten aanvaarden. Alleen dan kunnen zij alle waarheden die door God geëist worden in praktijk brengen en alleen dan zullen zij Gods redding ontvangen en daadwerkelijk levende wezens worden. De levenden worden gered door God, zij zijn geoordeeld en getuchtigd door God, zij zijn bereid om zichzelf aan God te wijden en hun leven voor God op te geven, en zij willen graag hun hele leven aan God opdragen. Alleen wanneer de levenden getuigenis geven van God kan Satan te schande worden gemaakt; alleen de levenden kunnen het evangelische werk van God verspreiden, alleen de levenden zullen mensen naar Gods hart zijn en alleen de levenden zijn echte mensen” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God). Toen ik dit had gelezen wist ik in mijn hart dat dit het antwoord was dat ik al die jaren had gezocht. Eindelijk wist ik wat het betekende om ‘dood’ te zijn of te ‘leven’. Toen God Adam en Eva schiep, konden ze naar God luisteren en Hem manifesteren en verheerlijken. Ze waren levende mensen met een geest. Toen verleidde Satan ze om God te verraden en ze begonnen in zonde te leven onder Satans macht. En zo raakte de mensheid steeds meer verdorven door allerlei giftige ideeën van Satan die ons binnen sijpelden. We zijn dieper in de zonde gezonken, verloochenen God, zijn Hem ongehoorzaam, weerstaan Hem en leven satanische gezindheden na. We zijn totaal niet zoals God ons in het begin heeft gemaakt. God beschouwt iedereen die in zonde en onder Satans macht leeft als dood, en de doden behoren tot Satan, ze weerstaan God. Ze zijn Zijn koninkrijk niet waardig. De levenden zijn zij die zijn gered door God. Hun verdorvenheid is gereinigd door Gods oordeel en tuchtiging. Ze werpen de zonde en Satans machten af en rebelleren en verzetten ze zich niet langer tegen God. Hoe God ook spreekt en werkt, ze kunnen luisteren en gehoorzamen. De levenden kunnen getuigenis geven van God en Hem verheerlijken, en zij zijn de enigen die Gods goedkeuring kunnen krijgen en Zijn koninkrijk kunnen binnengaan. Om levend te worden moeten we de waarheden die Almachtige God uitdrukt aanvaarden en Zijn oordeel ervaren zodat we uiteindelijk van zonde bevrijd worden, gereinigd worden en ons geweten en onze rede terugkrijgen, de Schepper gehoorzamen en Gods woorden in praktijk brengen, en God vereren en van Hem getuigenis geven. Dat is iemand die echt weer tot leven is gekomen, die het koninkrijk kan binnengaan en het eeuwige leven kan krijgen. Toen begreep ik echt wat de Heer bedoelde met “Ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die leeft en in mij gelooft zal nooit sterven” (Johannes 11:25-26). Mijn hart was opgelucht toen ik dat allemaal begreep.
Toen las ik nog een artikel: ‘Alleen Christus van de laatste dagen kan de weg van het eeuwige leven aan de mens geven.’ Het was echt onthutsend voor me. God zegt: “Christus van de laatste dagen brengt het leven en brengt de blijvende en eeuwige weg van de waarheid. Deze waarheid is het pad waardoor de mens het leven verkrijgt, en het is het enige pad waardoor de mens God zal kennen en door God zal worden goedgekeurd. Als je niet de weg van het leven zoekt die door Christus van de laatste dagen wordt voorzien, dan zul je nooit de goedkeuring van Jezus verkrijgen en zul je nooit gekwalificeerd worden om de poort van het koninkrijk van de hemel binnen te gaan, want je bent zowel een marionet als een gevangene van de geschiedenis. Degenen die worden beheerst door regels, door woorden en door de ketenen van de geschiedenis zullen nooit in staat zijn om het leven te verkrijgen en zullen nooit de eeuwige weg van het leven verkrijgen. Dat komt omdat alles wat ze verkrijgen troebel water is waar men zich al duizenden jaren lang aan heeft vastgeklampt, in plaats van het levenswater dat vanuit de troon stroomt. Degenen die niet van het levenswater zijn voorzien, zullen voor altijd lijken blijven, speelballen van Satan en zonen van de hel. Hoe kunnen zij dan God aanschouwen? Je wilt je alleen maar vasthouden aan het verleden, stilstaan en de dingen houden zoals ze zijn, en je wilt de huidige situatie niet veranderen en de geschiedenis niet afdanken; zul je God dan niet altijd vijandig gezind zijn? De stappen van Gods werk zijn overweldigend en machtig, zoals rollende golven en bulderende donderslagen – toch zit je passief op vernietiging te wachten, klamp je je vast aan het oude en wacht je tot de dingen in je schoot worden geworpen. Hoe kun je op deze manier worden beschouwd als iemand die de voetsporen van het Lam volgt? Hoe kan dit aantonen dat de God waaraan jij vasthoudt de God is die altijd nieuw is en nooit oud? En hoe kunnen de woorden van je vergeelde boeken je meenemen naar een nieuw tijdperk? Hoe kunnen ze je leiden in je zoektocht naar de stappen van Gods werk? En hoe kunnen ze je meenemen naar de hemel? Wat je in handen hebt, zijn louter woorden die slechts tijdelijke troost kunnen brengen, geen waarheden die in staat zijn om leven aan je te geven. De woorden van geschriften die je leest, kunnen slechts je tong verrijken; het zijn geen woorden van wijsheid die je kunnen helpen het menselijk leven te kennen, laat staan dat ze de weg zijn die je naar vervolmaking kan leiden. Geeft dit verschil jou geen aanleiding tot reflectie? Geeft het je geen inzicht in de mysteriën die erin verborgen liggen? Ben je in staat om jezelf in je eentje naar de hemel te brengen om God te ontmoeten? Kun je jezelf meenemen naar de hemel om te genieten van het familiegeluk met God, zonder de komst van God? Ben je nu nog steeds aan het dromen? Ik spoor je dan ook aan om te stoppen met dromen en te kijken naar wie er nu werkt, en te kijken naar wie nu bezig is met het werk van het redden van de mens in de laatste dagen. Als je dat niet doet, zul je nooit de waarheid verkrijgen en zul je nooit het leven verkrijgen” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God). Dit was zo gezaghebbend en krachtig, en die woorden konden alleen maar van God komen. Ik herinnerde me dat de Heer Jezus zei: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij” (Johannes 14:6). Wie anders dan God zou kunnen heersen over de poort van het koninkrijk? Als we het koninkrijk van de hemel willen betreden en het eeuwige leven willen verwerven, moeten we de weg van het eeuwige leven aanvaarden die Christus van de laatste dagen heeft gebracht. Dat betekent het accepteren van de waarheden die door de teruggekeerde Heer Jezus zijn uitgedrukt, en alleen zo kunnen we onze hoop verwezenlijken om het koninkrijk binnen te gaan en het eeuwige leven te verwerven. Ik prees me zo gelukkig dat ik de weg naar het koninkrijk had kunnen vinden. Ik was zo blij. Ik las de woorden van Almachtige God alsof ze voedsel voor een uitgehongerde man waren en ze maakten zo’n diepe indruk op me. Hoe meer ik las, hoe meer ik wist dat ze de waarheid waren, dat ze niet van een dominee of theoloog afkomstig konden zijn. De woorden van Almachtige God voedden mijn dorstige ziel en ik dacht terug aan die oude krantenverkoper. Hij bleef me vragen om een abonnement te nemen, en daarom had ik Gods stem gehoord. Toen besefte ik dat Gods wonderbaarlijke daden het mogelijk hadden gemaakt. Ik ben God echt dankbaar. Ik voel me zo ongelooflijk gezegend dat ik tijdens mijn leven Gods stem heb gehoord en getuige was van Zijn verschijning. Dat is Gods geweldige goedheid en genade en nog meer Zijn redding voor mij. Dank aan Almachtige God.