11. Gedachten over het streven naar reputatie en gewin
In mei 2021 werd ik verkozen tot teamleader en was ik verantwoordelijk voor het begietingswerk. Ik was erg blij toen ik het nieuws hoorde, omdat ik door het begieten van mijn broeders en zusters een grote mate aan verlichting en diepere ervaringen zou kunnen opdoen. Als ik de problemen kon oplossen waarmee zij te maken hadden bij het binnengaan van het leven, zouden mijn broeders en zusters beslist zeggen dat ik goed was, dat ik iemand was die de waarheid begrijpt en dat ik een pilaar van de kerk zou kunnen worden. Daarom wierp ik me op mijn plichten. Ik ging vaak naar samenkomsten om met mijn broeders en zusters te communiceren. Wanneer ze moeilijkheden hadden, nam ik het initiatief om in Gods woord te zoeken en hen te helpen die moeilijkheden op te lossen. Na een tijdje kwamen mijn broeders en zusters naar mij toe voor communicatie als ze vragen hadden; ik was heel gelukkig.
Toen mettertijd meer mensen Gods werk in de laatste dagen aanvaardden, nam het aantal mensen in de kerk langzamerhand toe. Op een dag vernam ik dat er een kerkleider zou komen om nieuwkomers te begieten en mijn werk na te gaan. Als de broeders en zusters problemen hadden die opgelost moesten worden, konden ze dat ook aan hem vragen. Ik was absoluut niet blij dat te horen, want deze leider had mij eerder begoten, had een goed kaliber, begreep meer dan ik, communiceerde vrij duidelijk over Gods word en kon de problemen van onze broeders en zusters makkelijk oplossen. Ik dacht: nu komt hij en wordt mijn partner; zullen de broeders en zusters dan naar mij komen met al hun vragen, zoals voorheen? Zullen ze mij opzijduwen en het mijn leider vragen? Wie zal er in de toekomst nog naar me opkijken? Mijn status in de harten van broeders en zusters zal verdwijnen. Toen ik dit overdacht wilde ik helemaal niet de partner van de leider zijn. Tegelijkertijd had ik een crisisgevoel. Ik hield mezelf voor: dit mag ik niet laten gebeuren. Ik moet mijn status in de harten van de broeders en zusters handhaven. Vanaf dat moment snelde ik naar de broeders en zusters om met hen te communiceren en hun problemen op te lossen wanneer ik hoorde dat hun gesteldheid slecht was of dat ze moeilijkheden hadden. Dat deed ik uit angst dat mijn leider hen als eerste zou bereiken. Ook contacteerde ik de broeders en zusters afzonderlijk om te vragen of ze hulp nodig hadden. Ik zei dat ze naar mij konden komen en dat ik kon helpen als ze vragen hadden of als er dingen onduidelijk waren. Op die manier, dacht ik, zouden de broeders en zusters niet met hun problemen naar de leider gaan. Maar de dingen liepen niet zo soepeltjes als ik gepland had. Veel van de problemen waarover ze me vroegen begreep ik niet duidelijk en wist ik niet op te lossen, maar ik wilde het de leider niet vragen. Ik dacht: als ik het de leider vraag, zal hij dan niet denken dat ik de waarheid niet begrijp en geen problemen kan oplossen? Bovendien: als ik het aan de leider overlaat om de problemen van de broeders en zusters op te lossen, zullen ze dan niet denken dat ik onbekwaam ben en hen niet kan helpen? Ik wilde hun niet tonen dat ik hen niet kon helpen. Ik wilde dat iedereen zou weten dat ik geschikt was voor dit werk, zodat ze met vragen naar mij konden blijven komen. Maar het viel me lastig om mijn broeders en zusters in mijn eentje te helpen. Er waren dingen die ik niet had meegemaakt en waarover ik niet met hen wist te communiceren om een oplossing te vinden. Soms kostte het me meerdere dagen om relevante delen van Gods woord te vinden om hun problemen op te lossen, en wanneer andere broeders en zusters naar me toe kwamen met vragen had ik geen tijd om hen te zien. Zo ging er een maand voorbij, en omdat ik sommige van mijn broeders en zusters niet op tijd kon helpen, bleven hun problemen onopgelost en behielden zij een slechte gesteldheid. Ik begreep duidelijk dat, als ik de leider had verteld van deze problemen die ik niet begreep, wij samen de waarheid hadden kunnen zoeken om hen te helpen. Dan waren ieders problemen zo gauw mogelijk opgelost, maar dat had ik niet gedaan. Ik voelde me een beetje schuldig en wist dat ik, als ik dit bleef doen, de intrede van mijn broeders en zusters in het leven beslist ernstig zou belemmeren.
Op een dag zag ik een passage uit Gods woord; pas op dat moment verkreeg ik enig begrip in mijn houding tegenover mijn plichten. Almachtige God zegt: “Plichten zijn opdrachten die God aan mensen toevertrouwt; het zijn missies die mensen behoren te voltooien. Een plicht is echter absoluut niet jouw persoonlijke onderneming, noch is het een opstapje voor jou om de massa voorbij te streven. Sommige mensen gebruiken hun plichten als kansen om zich met hun eigen management bezig te houden om klieken te vormen; sommigen gebruiken ze om hun verlangens te bevredigen; sommigen om de leegte te vullen die ze vanbinnen voelen; en sommigen om tegemoet te komen aan hun mentaliteit dat alles op zijn pootjes terechtkomt en intussen denken dat zij, zolang ze maar hun plicht vervullen, een aandeel zullen hebben in Gods huis en in de geweldige bestemming die God voor de mens regelt. Zo’n houding tegenover plicht is niet juist; die roept weerzin op bij God en moet dringend worden weggenomen” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Hoe vervult men zijn plicht op een manier die aan de norm voldoet?). Bij het lezen van Gods woord begreep ik dat onze plichten een opdracht zijn die we van God krijgen, geen persoonlijke kwestie. We moeten niet met onze plichten omgaan als een middel om te pronken en bewonderd te worden. Evenmin moeten we het vervullen van plichten gebruiken als gelegenheid om reputatie en status na te streven en bewondering te oogsten. In plaats daarvan moeten we met onze plichten omgaan als een verplichting en ze vervullen zoals God dat vereist. Maar wat was mijn houding jegens mijn plicht? Ik vervulde mijn plicht om roem en gewin na te streven en mijn verlangens te vervullen. Ik wilde bewonderd en vereerd worden door mijn broeders en zusters. Ik droeg geen lasten voor hun leven en wilde hen niet echt helpen. Ik wilde dat ze een goede indruk van mij zouden hebben, zodat ze, wanneer ze het over mij hadden, zouden zeggen dat ik erg aardig en vriendelijk was. Ik gebruikte mijn plicht om roem, gewin en status na te streven zodat ik een plek in de harten van mensen had, ze met problemen naar mij zouden komen en ze God opzij zouden zetten. Ik hield er een persoonlijke onderneming op na. Op dat moment besefte ik dat mijn houding jegens plichten verkeerd was. Zelfs al kon ik broeders en zusters helpen, mijn bedoeling was niet om mijn plicht goed te doen, wat God nooit tevreden zou stellen.
Later zag ik een passage waarin God antichristen ontmaskerde; deze passage beschreef mijn gesteldheid goed. Almachtige God zegt: “Ongeacht de context, ongeacht welke plicht ze vervullen, antichristen zullen proberen de indruk te wekken dat ze niet zwak zijn, dat ze altijd sterk zijn, vol geloof en nooit negatief, zodat mensen nooit hun ware gestalte zien, of hun ware houding ten opzichte van God. Geloven ze in feite werkelijk in de grond van hun hart dat er niets is wat ze niet kunnen? Geloven ze oprecht dat ze geen zwakheid, negativiteit of onthullingen van verdorvenheid hebben? Absoluut niet. Ze kunnen goed toneelspelen, zijn bedreven in dingen verbergen. Ze laten anderen graag hun sterke en schitterende kant zien, ze willen niet dat anderen hun kant zien die zwak en waar is. Hun doel is duidelijk: het is eenvoudigweg hun ijdelheid en trots behouden, de plek beschermen die ze in het hart van mensen hebben. Ze denken dat als ze anderen openheid geven over hun negativiteit en zwakheid, en over hun kant die opstandig en verdorven is, dit hun status en reputatie ernstig zal schaden en niet de moeite waard is. Daarom zouden ze nog liever sterven dan toegeven dat ze soms zwak, opstandig en negatief zijn. Zelfs als op een dag iedereen hun kant ziet die zwak en opstandig is, en ziet dat ze verdorven zijn en in het geheel niet veranderd, zullen ze nog altijd toneel blijven spelen. Ze denken dat als ze toegeven dat ze verdorven gezindheden hebben, een gewoon iemand zijn, een onbeduidend iemand, ze hun plek in het hart van mensen zullen kwijtraken, ieders verering en bewondering zullen kwijtraken en zodoende volledig gefaald zullen hebben. Dus zullen ze zich niet argeloos openstellen voor mensen, wat er ook gebeurt. Wat er ook gebeurt, hun macht en status zullen ze aan niemand afstaan. Integendeel, ze zullen proberen zo hard mogelijk te concurreren en zullen nooit opgeven” (Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt negen (deel 10)). Na het lezen van deze passage uit Gods woord begreep ik dat antichristen van status houden. Om hun goede reputatie in de harten van mensen te behouden, vertellen ze nooit over hun moeilijkheden uit angst dat iedereen hun tekortkomingen zal zien. Zelfs wanneer ze bij hun plicht tegen moeilijkheden oplopen doen ze alsof, zodat ze als oppermachtig worden gezien en als iemand die de waarheid begrijpt. Zo was mijn gesteldheid. Ik had duidelijk veel problemen die ik niet kon oplossen, maar vroeg niemand om hulp en vermomde mezelf altijd omdat ik een goed imago wilde hebben in de harten van mensen, zodat mijn broeders en zusters zouden denken dat ik geen tekortkomingen of gebreken had en dat ik hen kon helpen al hun problemen op te lossen. Om in hun harten mijn positie en imago te behouden vermomde ik mezelf. Ik koos ervoor om veel tijd te besteden aan zoeken in het woord van God, in plaats van te zoeken bij de leider. Als gevolg belemmerde ik de intrede van mijn broeders en zusters in het leven. Ik zag in dat mijn verdorven gezindheid ernstig was en dat ik een hypocriet was. Ik bedacht dat in het vroege judaïsme de farizeeërs uiterlijk nederig en tolerant waren. Ze baden vaak op kruispunten of legden de Schrift uit. In de harten van de mensen hadden ze een goed imago, maar in werkelijkheid, vanbinnen, waren ze hypocriet, arrogant en kwaadaardig. Ze gehoorzaamden of vreesden God niet; bij niets van wat ze deden gehoorzaamden ze het woord van God. In plaats daarvan misleidden ze mensen met goed gedrag en schiepen ze illusies, zodat anderen hen zouden bewonderen en vereren. Ik zag in dat ik net zo hypocriet was als de farizeeërs en dat ik het pad van de antichrist volgde, het pad van weerstand tegen God.
Later las ik een passage uit Gods woord. “De essentie van het gedrag van antichristen is om onophoudelijk verschillende manieren en methoden te gebruiken om hun doel – status en mensen voor zich winnen en ze hen te laten volgen en vereren – te bereiken. Het is mogelijk dat ze in het diepst van hun hart niet opzettelijk met God wedijveren om de mensheid, maar één ding is zeker: zelfs als ze niet met God om mensen willen wedijveren, dan verlangen ze nog steeds naar status en macht te midden van hen. Zelfs als ze op een dag beseffen dat ze met God wedijveren om status en zichzelf een beetje beteugelen, dan nog wenden ze verscheidene methoden aan om status en prestige na te streven; het is hen in hun hart duidelijk dat ze een rechtmatige status kunnen veiligstellen door de goedkeuring en bewondering van anderen te verkrijgen. Kortom, hoewel alles wat antichristen doen een vervulling van hun plicht lijkt te vormen, is de consequentie dat ze mensen bedriegen, dat ze mensen hen laten vereren en volgen. In dat geval is hun plicht op deze manier vervullen het verheffen en getuigen van zichzelf. Hun ambitie mensen te beheersen – en status en macht in de kerk te verwerven – zal nooit veranderen. Dit is door-en-door een antichrist. Wat God ook zegt of doet en wat Hij ook van mensen vraagt, antichristen doen niet wat ze behoren te doen noch vervullen ze hun plicht op een wijze die past bij Zijn woorden en eisen, noch geven ze hun streven naar macht en status op als gevolg van het begrijpen van Zijn uitingen en een klein beetje van de betekenis van de waarheid. Hun ambitie en verlangens blijven bestaan; nog altijd nemen die hun hart in, beheersen hen volledig, en bepalen hun gedrag, hun gedachten en het pad dat zij bewandelen. Dit is de ware antichrist. Wat zien we het meest in een antichrist? Sommige mensen zeggen: ‘Antichristen wedijveren met God om mensen te winnen, ze erkennen God niet.’ Het is niet dat ze God niet erkennen, ze erkennen en geloven oprecht in Hem, en ze zijn bereid Hem te volgen en de waarheid na te streven, maar één ding zal nooit veranderen: hun ambitie en verlangen naar macht en status zal nooit veranderen, noch zullen ze hun streven naar macht en status opgeven vanwege een mislukking of tegenslag hun omgevingen of omdat God hun terzijde heeft geschoven of verlaten. Dit is de aard van antichristen” (Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt vijf: Ze misleiden, lokken, bedreigen en beheersen mensen). God zegt dat antichristen roem en status nastreven, zodat mensen hen volgen en ze hun ambitie om mensen te bedwingen en te bezitten kunnen waarmaken. Ze wedijveren met God om mensen te bezitten. Dit was het pad van weerstand tegen God dat ik bewandelde. Ik geloofde in God en wilde Hem liefhebben, en ik wist ook dat God soevereiniteit heeft over alle dingen en boven alles staat. Hij is de Schepper en we moeten Hem vereren. Maar bij het vervullen van mijn plichten wilde ik altijd zorgen dat mensen me bewonderden en vereerden, zodat ik een plek zou verwerven in de harten van de mensen. Ik bewandelde het pad van de antichrist! Ik dacht aan de dominees en ouderlingen in de religieuze wereld. Ook al prediken ze het evangelie, leggen ze de Bijbel uit, bidden ze voor mensen, geven ze zegeningen en doen ze klaarblijkelijk enkele goede daden, hun doel bij dit alles is het behouden van hun status en ervoor zorgen dat gelovigen naar hen opkijken en hen volgen, zodat die met vragen bij hen komen voor sturing. Zelfs wanneer ze over de terugkeer van de Heer horen en de ware weg willen zoeken en onderzoeken vragen ze hun om toestemming. Laat men zich zo niet als God behandelen door mensen? Deze dominees en leiders hebben mensen stevig in hun greep, zijn openlijk vijandig jegens God en worden antichristen die in God geloven en zich niettemin tegelijkertijd tegen Hem verzetten. Zo was ik ook. Ik wilde dat mijn broeders en zusters me bewonderden en met al hun problemen naar mij kwamen in plaats van naar de leider te gaan. In feite was ik nog maar korte tijd gelovig en had ik weinig ervaring. Ik miste inzicht in de gesteldheden en problemen van mijn broeders en zusters. Ik kon hen helemaal niet goed helpen, maar zocht toch de waarheid niet en was niet bereid samen te werken met de leider. Ik wilde alleen maar het middelpunt van de broeders en zusters zijn. Ik was echt arrogant en onredelijk! Eerder had ik het idee gehad dat het alleen voor hooggeplaatste leiders waarschijnlijk was dat ze het pad van de antichristen bewandelden en antichristen werden, en dat ik als teamleider zonder hoge status dat pad niet zou bewandelen. Maar nu besefte ik dat die zienswijze verkeerd was. Zonder het oordeel en de openbaring van Gods woord had ik nooit geweten dat ik het pad van de antichrist bewandelde, had ik volgens een verdorven gezindheid geleefd, had ik meer kwaad gedaan en had God me verworpen en geëlimineerd. Ik dankte God dat Hij me had verlicht en geholpen dit te beseffen. Ik zwoer dat ik berouw zou tonen, niet langer roem, gewin en status zou nastreven en mijn plicht zou vervullen in overeenstemming met Gods vereisten.
Later las ik een andere passage uit Gods woorden. God zegt: “Wanneer God vereist dat mensen hun plicht vervullen, vraagt Hij hen niet om een bepaald aantal taken te voltooien of grote ondernemingen te volbrengen, noch om baanbrekende prestaties te leveren. Wat God wil, is dat mensen in staat zijn om op een nuchtere manier alles te doen wat ze kunnen, en naar Zijn woorden te leven. Je hoeft van God niet groots of nobel te zijn, je hoeft van Hem geen enkel wonder tot stand te brengen en Hij wil geen enkele aangename verrassing in je zien. Hij heeft zulke dingen niet nodig. Het enige wat God nodig heeft, is dat je op een nuchtere manier volgens Zijn woorden praktiseert. Nadat je Gods woorden hebt begrepen, moet je ernaar handelen en ze uitvoeren, of nadat je Gods woorden hebt gehoord, moet je ze goed onthouden, en wanneer de tijd komt om te praktiseren, doe dat dan volgens Gods woorden. Laat ze je leven worden, je werkelijkheden, en wat je uitleeft. Op die manier zal God tevreden worden gesteld. Je streeft altijd grootsheid, verhevenheid en status na; je streeft er altijd naar superieur aan anderen te zijn. Wat heeft God voor gevoel wanneer Hij dat ziet? Hij veracht dat en zal afstand van je nemen. Hoe meer je grootheid en edelheid najaagt, en ernaar streeft superieur aan anderen te zijn, boven de massa uit te stijgen, uitzonderlijk te zijn en uitmuntend te zijn, des te meer afkeer voelt God jegens je. Als je niet over jezelf nadenkt en geen berouw toont, zal God je verafschuwen en je verwerpen. Je moet absoluut niet iemand zijn van wie God een afkeer heeft; je moet een persoon zijn die God liefheeft. Hoe kun je dan een persoon worden die God liefheeft? Aanvaard de waarheid gehoorzaam, neem je juiste plaats als schepsel in, handel op basis van Gods woorden met beide benen op de grond, vervul je plicht goed, wees een eerlijk mens en leef een menselijke gelijkenis na. Dit is genoeg, en dit zal God tevredenstellen. Mensen moeten absoluut geen ambities of ijdele dromen koesteren; ze moeten geen roem, gewin en status najagen, en er niet naar streven boven de massa uit te stijgen. Ze moeten al helemaal niet nastreven een supermens of groot iemand te zijn, superieur aan anderen te zijn, en zich door anderen te laten verafgoden. Dit is waar verdorven mensen naar verlangen, en het is de weg van Satan; God redt zulke mensen niet. […] Het is niet echt moeilijk om een plicht te vervullen, of om dat toegewijd te doen en op een aanvaardbaar niveau. Je hoeft je leven niet op te offeren of iets bijzonders of moeilijks te doen, je moet alleen maar Gods woorden en aanwijzingen eerlijk en volhardend volgen, zonder je eigen ideeën toe te voegen of je eigen plan uit te voeren; je moet het pad van het nastreven van de waarheid bewandelen. Als mensen dit kunnen doen, hebben ze in de aard van de zaak een menselijke gelijkenis. Wanneer ze God werkelijk gehoorzaam zijn en eerlijke mensen zijn geworden, zullen ze de gelijkenis hebben met een echt menselijk wezen” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Om een plicht goed te vervullen is harmonieuze samenwerking nodig). Door Gods woorden begreep ik Zijn wil. God heeft in deze tijd veel woorden uitgedrukt om mensen te redden in de hoop dat we naar Zijn woorden luisteren, onze plek innemen als schepselen, onze plichten trouw vervullen in overeenstemming met Zijn vereisten, onze verdorven gezindheden kwijtraken en gered worden. Bij onze plichten moeten we ons niet met persoonlijke ondernemingen bezighouden om onze reputatie en status hoog te houden. In plaats daarvan moeten we afstand doen van bijbedoelingen, de waarheid toegewijd nastreven en onze plichten als schepselen vervullen om God tevreden te stellen. Dankzij de sturing van Gods woord vond ik een beoefeningspad.
Een aantal dagen later vertelde een zuster me over haar moeilijkheden en zei dat ze hulp nodig had. Ik had geen ervaring op dit gebied en wist niet hoe het op te lossen. Ik besefte dat ik me niet kon gedragen zoals eerder; ik kon niet weigeren met mijn leider samen te werken om mijn bekwaamheid te bewijzen. Daarom vroeg ik mijn leider naar dit probleem. Ik zei: “Ik kan dit probleem niet oplossen. Kun jij me helpen?” De leider vond geschikte delen van Gods woord en stuurde die naar mij. Samen deden we aan communicatie en losten de moeilijkheid van de zuster op. Telkens wanneer ik hierna problemen had die ik niet begreep, ging ik bij mijn leider te rade en werkte met hem samen. Ik deed de dingen niet meer zoals voorheen. Mijn houding is veranderd. Ik wil niet overwegen of de broeders en zusters naar me zullen opkijken. In plaats daarvan denk ik erover hoe ik hun problemen beter kan oplossen. Op deze manier beoefenen lucht me erg op. God zij gedankt!