12. Bevrijd uit de ketens van afgunst

Door Joylene, Filipijns

In januari 2018 aanvaardde ik Almachtige Gods werk van de laatste dagen. Al gauw kreeg ik een plicht in de kerk toegewezen als leadzanger van lofzangen voor muziekvideo’s. In het begin werd ik door veel broeders en zusters opgemerkt. Ze zeiden dat ik mooi zong, en overal waar ik heenging herkenden ze mij. Daar werd ik blij van. Een paar maanden later werk ik verkozen tot kerkleider. Er waren veel nieuwkomers om te begieten en er was veel evangeliewerk om op te pakken. Om de problemen van de nieuwkomers beter te kunnen behandelen, bekeek ik vaak evangeliefilms om mezelf uit te rusten met de waarheid over het kennen van Gods werk. Telkens wanneer de nieuwkomers bepaalde noties hadden of met problemen te maken kregen die ze niet begrepen, kon ik actief met hen communiceren en hun kwesties oplossen. Mijn broeders en zusters prezen me vaak om mijn goede kaliber en begrip. Ik was erg blij dat ik hun goedkeuring wegdroeg. Maar bij het evangeliewerk was ik nooit erg effectief. In die tijd werd zuster Lin naar onze kerk overgeplaatst om het evangelie te prediken. Ze wijdde zich al gauw volop aan haar werk, kon communiceren en kon het initiatief nemen om elk probleem op te lossen dat anderen hadden bij hun plichten. Ook communiceerde ze actief op samenkomsten. Ik had blij moeten zijn om te constateren dat zuster Lin haar plicht zo verantwoordelijk deed, maar ik mocht haar niet, zonder te weten waarom. Telkens wanneer ze met de broeders en zusters communiceerde, wilde ik haar niet eens zien. Bovenal maakte het me ongemakkelijk om hen te horen zeggen: “Zuster Lin is zo goed, ze zou evangeliediaken kunnen zijn.” Ik dacht: voordat zuster Lin naar onze kerk kwam, prezen veel van de broeders en zusters mij om mijn goede kaliber, begrip en begieting van nieuwkomers. Ze keken allemaal naar me op, maar nu vinden ze allemaal haar het beste en kijken ze naar háár op. Wie zal er nu naar míj opkijken? Vanaf dat moment werd ik jaloers op zuster Lin, en ik maakte me zorgen dat ze mijn plek zou kunnen innemen in de harten van onze broeders en zusters.

Hierna zag ik dat zuster Lin vaak contact zocht om te informeren naar de gesteldheid van nieuwkomers en dat veel nieuwkomers haar op hun beurt opzochten om problemen op te lossen. Op een keer was een zuster die ik had begoten moeilijkheden tegengekomen bij het evangeliewerk; ze vroeg om mijn mening. Nadat ik met haar had gecommuniceerd, zocht ze zuster Lin op. Het bedroefde me te horen dat ze naar zuster Lin was gegaan. Ik dacht: misschien neemt ze mijn suggesties niet serieus, denkt ze dat zuster Lin beter is dan ik en kijkt ze niet meer naar me op. Omdat ik zo slecht ben met evangeliewerk, moet ik hard werken om mijn tekortkomingen te compenseren. Dan zal ik niet slechter zijn dan zuster Lin; als de broeders en zusters dan problemen hebben, komen ze naar mijn in plaats van naar haar. In de dagen die volgden begon ik stilletjes met zuster Lin te wedijveren. Ik zag dat zuster Lin elke dag laat at omdat ze druk was met haar plicht; soms werkte ze de hele nacht. Daarom probeerde ook ik laat op te blijven voor mijn plicht, om de broeders en zusters te laten zien dat ook ik verantwoordelijk was en niet slechter dan zij. Later hield de kerk een verkiezing om een evangeliediaken aan te stellen. Als men elk aspect afwoog, was zuster Lin het best voor deze plicht, maar ik wilde haar niet kiezen. Ik dacht dat ze bekwamer was dan ik en dat als zij evangeliediaken werd, ieders aandacht zich langzaamaan op haar zou richten. Maar aangezien kerkleiders al het werk niet alleen kunnen doen en diakenen nodig hebben om een deel van het werk op zich te nemen, dacht ik: moet ik haar kiezen? Als ik haar kies, zullen de broeders en zusters beslist in groten getale op haar afgaan en word ik verstoten. Maar ik moest toegeven dat zuster Lin een erg hoog kaliber had en het werk van een evangeliediaken aankon. Ik dacht er lange tijd over na en koos haar uiteindelijk met tegenzin.

Op een keer zocht de kerk een zuster die goed Filipijns en Engels kon om een rol in een muziekvideo te spelen. Zuster Lin had een goed niveau Filipijns en Engels en uiteindelijk kozen de broeders en zusters haar. Ik was erg gefrustreerd en dacht: ook mijn Filipijns en Engels zijn goed, dus waarom hebben de broeders en zusters haar gekozen in plaats van mij? Ik was erg jaloers op haar en voelde ook enige haat voor haar in mijn hart. Net in die tijd onderzochten onze leiders hoe zuster Lin haar plicht vervulde, omdat ze een enigszins arrogante gezindheid had geopenbaard. Ze vroegen mij om een evaluatie over haar te schrijven. Ik was erg blij en wilde meer schrijven over haar tekortkomingen, zodat onze leiders haar naar andere plichten zouden overplaatsen en ik niet langer plichten met haar zou moeten vervullen. Hoewel ik dit uiteindelijk niet deed, wilde ik nog steeds dat ze zou vertrekken. Wanneer ik eraan dacht dat de broeders en zusters haar allemaal opzochten om antwoorden te krijgen en niet langer naar mij opkeken, voelde ik me gekrenkt en ellendig. Zelfs tijdens onze plichten samen wilde ik niet naar haar kijken. Ik was vervuld van jaloezie, en verdorven gezindheden kregen in die tijd mijn hart stevig in hun greep.

Hierna voelde ik bij mijn plichten het werk en de begeleiding van de Heilige Geest niet langer. Wanneer ik problemen tegenkwam, begreep ik de kern er niet van en wist ik niet hoe ik ze moest oplossen. Ook was ik ondoeltreffend bij mijn plichten. Ik besefte totaal niet dat mijn negatieve gesteldheid al van invloed was op mijn plichten. Dat veranderde toen ik op een samenkomst deze woorden van God zag: “Een kerkleider zijn betekent niet alleen dat je leert de waarheid te gebruiken om problemen op te lossen, maar ook dat je leert om talentvolle mensen te ontdekken en te cultiveren, die je beslist niet moet benijden of verdrukken. Als je op die manier praktiseert, is dat heilzaam voor het kerkwerk. Als je een paar mensen die de waarheid nastreven kunt cultiveren om met je samen te werken en elk aspect van het werk goed te doen, en ze uiteindelijk allemaal een ervaringsgetuigenis hebben, ben je een leider of werker die aan de norm voldoet. Als je alles volgens de principes kunt doen, ben je toegewijd. Er zijn mensen die altijd bang zijn dat anderen beter en hoger zijn dan zijzelf, dat anderen gewaardeerd zullen worden en zij veronachtzaamd. Om deze reden vallen ze anderen aan en sluiten ze hen buiten. Is dit niet een geval van jaloezie jegens mensen met talent? Is dat niet egoïstisch en verachtelijk? Wat voor gezindheid is dit? Het is een venijnige gezindheid. Mensen die alleen maar aan hun eigenbelang denken, alleen aan hun eigen verlangens voldoen en daarbij geen rekening houden met anderen of met de belangen van Gods huis, hebben een slechte gezindheid en God mag hen niet. Als je echt in staat bent Gods bedoelingen in acht te nemen, kun je anderen eerlijk bejegenen. Als je een goed iemand aanbeveelt en die toestaat te oefenen en een plicht te vervullen, waardoor er een getalenteerde persoon aan Gods huis wordt toegevoegd, zal je werk dan niet eenvoudiger zijn? Ben je dan niet toegewijd aan je plicht? Dit is een goede daad tegenover God; het is het minimum aan geweten en verstand waarover iemand die een leider is, hoort te beschikken(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Vrijheid en bevrijding kunnen alleen worden verkregen door je verdorven gezindheden af te werpen). Na het lezen van Gods woord besefte ik dat ik mijn plicht vervulde omwille van reputatie en status, om mensen naar me te laten opkijken en me te laten vereren. Toen zuster Lin naar de kerk kwam en ik zag dat ze over de waarheid kon communiceren en problemen kon oplossen, en dat anderen haar in plaats van mij opzochten voor communicatie, werd ik jaloers en bang dat ze mijn plek zou innemen. Daarom concurreerde ik waar ik maar kon met haar. In mijn pogingen om haar voorbij te streven deed ik veel moeite om mijn tekortkomingen te compenseren. Toen de kerk een evangeliedecaan moest kiezen, zag ik duidelijk dat zuster Lin dit werk op zich kon nemen, maar ik was bang dat ze mijn status zou stelen. Daarom wilde ik haar niet kiezen, en haatte en verachtte ik haar in mijn hart. Ik was blij toen ik haar blijk zag geven van verdorvenheid, en ik had kwade bedoelingen toen de tijd aanbrak om haar evaluatie te schrijven. Ik wilde alles opschrijven over haar tekortkomingen en haar laten wegsturen, zodat ik niet meer hoefde te vrezen dat de broeders en zusters naar haar zouden opkijken. Door de openbaringen in Gods woord besefte ik dat ik jaloers was op haar kunnen, en dat ik het niet kon verdragen dat ze beter was dan ik. Waar ik blijk van gaf was een kwaadaardige gezindheid. Uiterlijk vervulde ik actief mijn plicht, maar in mijn hart hield ik geen enkele rekening met het werk van de kerk. Zuster Lin was goed in het evangeliewerk, en ik had met haar moeten samenwerken om het evangeliewerk effectiever te maken. Maar ik dacht er alleen aan hoe ik beter dan zij kon zijn, hoe ik voor haar vertrek kon zorgen en hoe ik mijn eigen status moest beschermen. God inspecteert ons hart en onze houding jegens onze plichten. Ik deed mijn plicht zonder God te vrezen, en het enige wat me kon schelen was het nastreven van naam, gewin en status. God verafschuwt en walgt van dit gedrag.

Later las ik een andere passage uit Gods woord: “Overal waarbij er reputatie of status in het spel is of waarbij ze bekendheid kunnen krijgen – wanneer mensen bijvoorbeeld horen dat het huis van God verschillende soorten getalenteerde personen wil cultiveren – begint bij iedereen het verlangen te kriebelen en wil ieder van jullie naam maken en voor het voetlicht treden. Jullie willen allemaal wedijveren om reputatie en status. Jullie schamen je dat jullie je zo gedragen, maar kunnen jullie je er niet bij neerleggen het niet te doen. Jullie voelen jaloezie en haat, en klagen wanneer jullie zien dat mensen worden uitgekozen en voor het voetlicht komen, en vinden het oneerlijk en denken: waarom mag ik niet opvallen? Waarom komt anderen altijd de roem toe? Waarom is het nooit mijn beurt? Jullie voelen wrok in jullie hart, en hoewel jullie die proberen te onderdrukken, lukt dat niet. Jullie bidden tot God en dan wordt jullie gesteldheid even beter. Maar wanneer jullie weer op zo’n situatie stuiten, kunnen jullie die nog altijd niet overwinnen. Is dat niet een uiting van een kleine gestalte? Wanneer jullie in dergelijke gesteldheden gevangen zitten, zijn jullie dan niet in de val van Satan getrapt? Dit is hoe een satanische verdorven aard mensen ketent(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Vrijheid en bevrijding kunnen alleen worden verkregen door je verdorven gezindheden af te werpen). Gods woord onthulde mijn gesteldheid. Ik was jaloers op mijn zuster vanwege een intens verlangen naar naam en status, en omdat ik mezelf wilde onderscheiden van de massa en een plek in de harten van mensen wilde hebben. Ik herinnerde me dat ik, om op school te worden geprezen en bewonderd, wedijverde met mijn klasgenoten. Als er maar een kans was om mezelf te onderscheiden, kon het me niet schelen als ik hen kwetste. Toen ik eenmaal in God geloofde, gaf ik me in de kerk opnieuw over aan zulk streven. Toen ik zag dat zuster Lin beter was dan ik, wilde ik haar erg graag overtreffen, want ik wilde door meer mensen geprezen worden en hoopte ambitieus om te worden bewonderd en vereerd. Dit toonde aan hoe arrogant ik was. Ik joeg altijd reputatie en status na, dus kon ik het werk van de Heilige Geest niet verkrijgen in mijn plichten en verviel ik in duisternis. Dit waren de ketenen van Satans verdorven aard die mij bonden en kwaad deden. Later zag ik een andere passage uit Gods woord die me iets liet begrijpen van de essentie en gevolgen van het nastreven van naam, gewin en status. God zegt: “Sommige mensen geloven in God, maar streven de waarheid niet na. Ze leven altijd naar het vlees, klampen zich altijd vast aan de genoegens van het vlees, bevredigen altijd hun eigen zelfzuchtige verlangens. Hoeveel jaar zulke mensen ook in God geloven, de werkelijkheid van de waarheid zullen ze nooit binnengaan. Dit is het teken van het te schande hebben gemaakt van God. Je zegt: ‘Ik heb niets gedaan waarmee ik me tegen God heb verzet; hoe heb ik God dan te schande gemaakt?’ Al je ideeën en gedachten zijn kwaadaardig. Met de bedoelingen, oogmerken en beweegredenen achter je handelingen, en met de gevolgen van wat je doet, stel je Satan op elke mogelijke manier tevreden, ben je het mikpunt van zijn spot en laat je toe dat hij belastend materiaal over je in handen krijgt. Je hebt niets van het getuigenis afgelegd dat een christen hoort af te leggen. Je bent iemand die aan Satan toebehoort. Je onteert Gods naam in alle dingen en bezit geen waar getuigenis. Zal God de dingen die je hebt gedaan onthouden? Welke conclusie zal God uiteindelijk trekken over je handelingen en de plicht die je hebt vervuld? Moet dat niet ergens toe leiden, een vorm van verklaring? In de Bijbel zegt de Heer Jezus: ‘Velen zullen op die dag tot mij zeggen: “Heer, Heer, hebben we niet in uw naam geprofeteerd? En in uw naam duivelen uitgeworpen? En in uw naam vele wonderlijke werken gedaan?” En dan zal ik hun verklaren: “Ik heb u nooit gekend. Ga weg van mij, u die zonde begaat”’ (Matteüs 7:22-23). Waarom zei de Heer Jezus dit? Waarom zijn zovelen die in de naam van de Heer predikten, demonen uitdreven en vele wonderen verrichtten, boosdoeners geworden? Dat kwam omdat ze de waarheid die Heer Jezus verkondigde, niet aanvaardden, zich niet hielden aan de geboden van de Heer Jezus en geen liefde voor de waarheid in hun hart hadden. Ze wilden alleen hun werk, hun lijden en hun offers voor de Heer inruilen voor de zegeningen van het hemelse koninkrijk. Dit is handeldrijven met God. Het is God gebruiken en misleiden, en daarom verafschuwde, haatte en veroordeelde de Heer Jezus hen als boosdoeners. Tegenwoordig aanvaarden de mensen het oordeel en de tuchtiging van Gods woorden, maar sommigen streven nog steeds reputatie en status na, willen altijd opvallen, willen altijd leiders en werkers zijn en reputatie en status verwerven. Hoewel ze allemaal zeggen dat ze in God geloven en God volgen, en dat ze alles voor Hem opgeven en zich volledig inzetten voor God, vervullen ze hun plichten alleen maar om roem en status te verwerven en jagen ze altijd hun eigen plannen en belangen na. Ze zijn niet gehoorzaam of trouw aan God, handelen eigenzinnig zonder ook maar even over zichzelf na te denken. Op die manier zijn ze boosdoeners geworden. God haat zulke boosdoeners en redt hen niet(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Vrijheid en bevrijding kunnen alleen worden verkregen door je verdorven gezindheden af te werpen). Na het lezen van Gods woorden voelde ik me beschaamd. Mijn ideeën, gedachten, voornemens en drijfveren waren er helemaal niet op gericht God tevreden te stellen; ze waren volledig bedoeld om ervoor te zorgen dat anderen me bewonderden. Toen ik zag dat mijn broeders en zusters meer aandacht aan zuster Lin schonken dan aan mij, was ik jaloers, wedijverde ik met haar, wilde ik haar voorbijstreven en hoopte ik zelfs dat ze naar een andere kerk zou worden overgeplaatst. Als kerkleider was ik niet gericht op het cultiveren van mensen of op het goed verrichten van kerkwerk; in plaats daarvan veronachtzaamde ik mijn plicht, was ik jaloers op talent en dong ik naar naam en gewin. Ik was hetzelfde als de boosdoeners die veroordeeld werden door de Heer Jezus. De moeite die zij deden was erop gericht hun reputatie en status hoog te houden en anderen naar haar te laten opkijken. Zo was ik ook. De moeite die ik deed was er ook op gericht lof te oogsten van mijn broeders en zusters, en reputatie en status te winnen. Terwijl ik druk praalde, waren mijn bedoelingen in mijn plicht niet langer juist. Daardoor kon ik onmogelijk het werk van de Heilige Geest winnen. Er was geen licht in mijn communicatie en ik kon geen problemen oplossen voor de broeders en zusters. Nu begreep ik dat het nastreven van naam, gewin en status werkelijk iets slechts is; iets wat God veracht. De Heer Jezus zei: “Velen zullen op die dag tot mij zeggen: ‘Heer, Heer, hebben we niet in uw naam geprofeteerd? En in uw naam duivelen uitgeworpen? En in uw naam vele wonderlijke werken gedaan?’ En dan zal Ik hun verklaren: ‘Ik heb u nooit gekend. Ga weg van Mij, u die zonde begaat’(Matteüs 7:22-23). God haat hen die uiterlijk lijken te reizen en lijden omwille van God, maar die in feite alleen werken om hun eigen bedoelingen en drijfveren te bevredigen. Wat zij doen is om er zelf profijt van te hebben. Het is totaal niet om van God te getuigen en God tevreden te stellen. Dit is waarom ze zo veel werk hebben gedaan en God het niettemin niet aanvaardt. Ik zag dat ik hetzelfde deed. Uiterlijk deed ik mijn plichten, maar ik zocht de waarheid niet en probeerde niet na te denken en mezelf te kennen; ik probeerde niet te leren van de sterke kanten van mijn partners. In plaats daarvan koos ik het verkeerde pad van het nastreven van reputatie en status, waardoor ik niet verschilde van die boosdoeners. Ik dacht eraan dat Paulus zich zo inzette en zoveel leed louter opdat anderen naar hem opkeken en hem vereerden. Hij verheerlijkte zichzelf vaak en dweepte met hoeveel hij had geleden en had rondgerend. Hij zei dat hij “niet minder was dan de grootste discipelen” en zei zelfs dat hij bij leven Christus was. Zijn werk en wat hij zei waren nooit een getuigenis van God; ze getuigden van hemzelf. Hierdoor kijken mensen tweeduizend jaar later nog steeds naar hem op en vereren ze hem nog steeds; zozeer dat ze met zijn woorden omgaan als waren het de woorden van God. Uiteindelijk strafte God hem wegens het beledigen van Zijn gezindheid. Als ik naam, gewin en status bleef najagen, en ernaar bleef streven dat anderen naar me opkeken bij mijn plichten, zou ik onbewust zoals Paulus worden, het verkeerde pad bewandelen, een boosaardig iemand worden en door God worden verworpen en geëlimineerd. Toen ik dit eenmaal besefte, bad ik tot God: “Almachtige God, ik wil niet dat mijn verdorven gezindheid mijn plicht verstoort. Ik wil mijn verdorven gezindheid oplossen en goed met mijn zuster werken om mijn plicht te vervullen. Wijs me alstublieft de weg, zodat ik dit probleem kan oplossen.”

Op een keer las ik een passage uit Gods woord: “Doe dingen niet altijd voor jezelf en denk niet voortdurend aan je eigen belangen; denk niet aan de belangen van de mens, houd niet je eigen trots, reputatie of status voor ogen. Je moet allereerst rekening houden met de belangen van Gods huis en die tot je eerste prioriteit maken. Je moet rekening houden met Gods wil en allereerst nagaan of je wel of niet onzuiver bent geweest bij het vervullen van je plicht, of je trouw bent geweest, of je je verantwoordelijkheden hebt vervuld, of je jezelf geheel hebt gegeven, en of je wel of niet met heel je hart aandacht hebt geschonken aan je plicht en het werk van de kerk. Die dingen moet je overwegen. Denk er vaak aan en zoek er duidelijkheid over, dan zal het je makkelijker vallen om je plicht goed te vervullen. Als je van laag kaliber bent, als je ervaring oppervlakkig is, of als je niet bedreven bent in je professionele werk, dan is het mogelijk dat er in je werk fouten of tekortkomingen voorkomen en de resultaten niet zo heel goed zijn – maar dan zul je je uiterste best gedaan hebben. Bij alles wat je doet, bevredig je niet je eigen zelfzuchtige verlangens of voorkeuren. In plaats daarvan houd je voortdurend het werk van de kerk en de belangen van Gods huis in gedachten. Hoewel je bij het vervullen van je plicht misschien geen goede resultaten behaalt, zal je hart verbeterd zijn. Als je bovendien de waarheid kunt zoeken om de problemen in je plicht op te lossen, zal je plicht goed genoeg zijn en zul je de werkelijkheid van de waarheid kunnen binnengaan. Dit is het afleggen van getuigenis(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Vrijheid en bevrijding kunnen alleen worden verkregen door je verdorven gezindheden af te werpen). Door Gods woord vond ik een beoefeningspad. We moeten onze plichten niet in het zicht van anderen vervullen om door hen te worden geprezen en bewonderd. Nee, we moeten onze reputatie en status opzijzetten, bedenken wat de belangen van de kerk zijn en onze plichten op de eerste plek zetten. Dit komt overeen met Gods wil. Zuster Lin deed het evangeliewerk goed en was verantwoordelijk bij haar plichten. Ik had niet jaloers op haar moeten zijn. Ik zou van haar sterke kanten moeten leren om mijn tekortkomingen te compenseren, en met haar moeten samenwerken om onze plicht naar behoren te vervullen.

Op een keer wilde ik het evangelie aan mijn neef verkondigen, maar hij had veel religieuze noties. Ik was bang dat mijn communicatie niet duidelijk zou zijn en dat ik zijn probleem niet zou kunnen oplossen. Daarom wilde ik een zuster zoeken om met mij samen te werken. Ik bedacht hoe goed zuster Lin was in het prediken van het evangelie en dat het van pas zou komen om haar op te zoeken, maar ik twijfelde. Ik dacht: als ik haar aanneem als partner, bewijst dat dan niet dat ik minder goed ben dan zij is? Dat ik niet van Gods werk kan getuigen en geen religieuze noties kan oplossen? Als mijn broeders en zusters erachter kwamen, zouden ze dan op me neerkijken? Als zuster Lin de noties van mijn neef zou oplossen, zouden mijn broeders en zusters beslist nog meer naar haar opkijken. Bij die gedachte besefte ik dat ik opnieuw met haar aan het wedijveren was om naam en gewin, dus bad ik in stilte tot God. Later schoot me een passage uit Gods woord te binnen: “Je moet leren deze dingen op te geven en los te laten, leren anderen aan te bevelen, en anderen te laten opvallen wanneer er goede kansen zijn. Wedijver of strijd niet om kansen om op te vallen en te schitteren, telkens als je ze tegenkomt. Je moet in staat zijn je persoonlijke belangen op te geven, maar je mag de vervulling van je plicht ook niet vertragen. Wees iemand die op de achtergrond werkt, niet met zichzelf pronkt, en ook trouw zijn plicht vervult. Hoe meer je je trots en status opgeeft, en hoe meer je je belangen opgeeft, des te meer vrede zul je voelen, des te meer licht zal er in je hart zijn, en des te beter zal je gesteldheid worden. Hoe meer je wedijvert en strijdt, des te duisterder zal je gesteldheid worden. Als je Mij niet gelooft, probeer het maar eens en zie!(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Vrijheid en bevrijding kunnen alleen worden verkregen door je verdorven gezindheden af te werpen). Gods woord verlichtte me. Ik moest mijn trots en status opzijzetten en het initiatief nemen om met haar samen te werken. Op deze manier praktiseren zou mijn plichten ten goede komen. Als ik jaloers op haar bleef en met haar bleef wedijveren om naam en gewin, zou mijn gesteldheid alleen maar negatiever en duisterder worden, want het nastreven van naam en status is het pad van Satan. Daarom bad ik tot God: “Almachtige God, ik heb een verdorven gezindheid. Ik ben jaloers op mijn zuster en wedijver met haar om naam en gewin, maar ik ben bereid het vlees te verzaken, mijzelf opzij te zetten en samen te werken met de zuster, zodat ik de waarheid kan beoefenen en u kan gehoorzamen.” Na het bidden voelde ik me rustiger. Ik ging naar zuster Lin en legde de situatie uit. Ze was het er onmiddellijk mee eens en besprak met me hoe we moesten samenwerken en voor mijn neef moesten getuigen van Gods werk in de laatste dagen. Ik dacht eraan dat ik jaloers was geweest op zuster Lin door toedoen van reputatie en status, en dat ik had gedaan alsof ik het goed met haar kon vinden, terwijl zij mijn werkelijke gedachten nooit had geweten. Daarom besloot ik mezelf open te stellen tegenover zuster Lin. Na het eten vertelde ik haar eerlijk hoe het zat. Ik communiceerde over alle verdorvenheid die ik openbaarde en over wat ik in die tijd door zelfbeschouwing had beseft. Toen ze dit had gehoord, zei ze: “Er is niets aan de hand. Ook ik ben in dit opzicht erg verdorven. Het is heel goed om je hier eerlijk over te uiten.” Het was een grote opluchting om mezelf eerlijk te hebben geuit. Nu kan ik mijn plichten harmonieus vervullen met zuster Lin, en ik heb een diep gevoel van veiligheid en bevrijding. Almachtige God zij gedankt!

Vorige: 11. Gedachten over het streven naar reputatie en gewin

Volgende: 13. Ik weet hoe ik een verdorven gezindheid aan kan pakken

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

2. De weg naar zuivering

Door Christopher, FilipijnenMijn naam is Christopher, en ik ben voorganger in een huiskerk op de Filipijnen. Ik ben in 1987 gedoopt en...

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek