13. Ik weet hoe ik een verdorven gezindheid aan kan pakken

Door Ramses, Mexico

Ik groeide op in een katholieke familie en samen met hen geloofde ik al sinds ik klein was in de Heer. Toen ik opgroeide, begon ik te beseffen dat sommige gelovigen gewoon op zondag naar de kerk gingen, maar toch regelmatig e rookten, dronken en feestten net als ongelovigen. Ik vond dat ze de eisen van de Heer niet opvolgden, dat ze aan het zondigen was. Ook ik leefde vaak in zonde. Ik loog, was driftig en jaloers. Zelfs als ik mijn zonden biechtte bij de priester, ontkwam ik niet aan die cyclus van zondigen, biechten en weer zondigen. Ik voelde me totaal verloren. Dus besloot ik uit onze kerk te stappen en me bij een andere kerk aan te sluiten om het pad te vinden waarmee ik aan mijn zonde kon ontkomen.

Later ontmoette ik tijdens het werk broeder Raul, die al heel lang christen was. Hij zei dat hij naar veel verschillende kerken was geweest, maar niet meer ging omdat de preken van de voorgangers hem geen inzichten verschaften en ze altijd om offergaven vroegen. Hij zei dat ze alleen geïnteresseerde waren in geld en dat als de broeders en zusters hulp wilden met een of ander probleem ze gewoon zeiden: “Vraag het eerst maar aan de predikant en laat me weten als je er nog steeds niet uitkomt.” Ik was daardoor echt in de war. Waarom zou er zo’n dingen gebeuren in een kerk? Daarna ging ik naar vijf of zes andere christelijke kerken en zag dat ze precies zo waren als broeder Raul had beschreven. Ik herinnerde me dat er tijdens een mis enkele gelovigen aan het schaken waren en van een banket genoten. Ik zag dat de kerken het werk van de Heilige Geest niet hadden, het leek meer op een uitgaansgelegenheid voor godsdienstige mensen. Ik wilde niet meer naar de kerk. Maar ik herinnerde me dat in de Bijbel staat: Ik voelde me echt verloren. Waar moest ik bijeenkomsten bijwonen? Er zijn meer dan duizend christelijke denominaties, dus het zou extreem moeilijk zijn er één te vinden die echt Gods leiding had en het werk van de Heilige Geest. Ook broeder Raul wist niet waar hij naar toe moest. Dus besloten we uit onze parochie te stappen en onze vrije tijd aan Bijbelstudie te wijden. Samen lazen we veel in de Bijbel en deelden we ons begrip, we hielpen en steunden elkaar.

Zo gingen er een aantal jaren voorbij. Hoewel ik elke dag bad en de Heilige Schrift las, frustreerde het me echt dat als er iets gebeurde dat me niet aanstond of als mijn belangen in het gedrang kwamen, ik gewoon m’n woede niet kon beheersen wanneer ik met broeder Raul werkte. Als hij me vroeg iets te doen en ik hem niet helemaal begreep, snauwde hij me vrij hard af en werd ik echt kwaad. Ik dacht dat het duidelijk was dat hij niet goed communiceerde, maar tegen me schreeuwde en me als een idioot behandelde, en dat ik dat niet hoefde te pikken. Dus schreeuwde ik gewoon terug tegen hem. We raakten echt opgefokt en konden onze woede niet in toom houden. Uiteindelijk konden we niets anders dan de deur uitstormen. Ik wilde niet naar hem luisteren of hem iets uitleggen. Maar als we weer afgekoeld waren, praatten we erover, erkenden we onze fouten en boden elkaar onze excuses aan. Ik wist dat ik mezelf niet van de zonde had bevrijd, dat ik gewoon verder zou zondigen en rebelleren tegen God, dus bad ik en biechtte ik bij God. Ik wilde mezelf in toom houden. Maar hoezeer ik het ook probeerde, ik bleef het maar verknoeien, en bleef overdag zondigen en ’s avonds biechten. In deze meedogenloze cyclus was ik verzonken ik in ellende en schuldgevoelens en ik was zo teleurgesteld in mezelf. Ik vroeg me af waarom ik niet kon ophouden met zondigen. Broeder Raul en ik hadden er vaak over gepraat en we wisten dat we het gewoon niet konden laten, dat onze zelfgenoegzaamheid, arrogantie en zelfingenomenheid zonneklaar waren en dat we niet ontsnapt waren aan de ketenen van zonde.

Toen we op een keer samen de Bijbelverzen aan het bespreken waren, zagen we Gods woorden: “Jullie moeten dus heilig zijn, want Ik ben heilig(Leviticus 11:45). “Zonder heiligheid zal niemand de Heer zien(Hebreeën 12:14). Deze verzen zetten ons aan het denken. De Heer zei dat we heilig moesten zijn, maar toch we leefden in zonde. Hoe konden we heiligheid bereiken? We hadden geen pad. Ik vroeg mijn voorganger er naar. Hij zei: “Zolang we in het vlees leven, zullen we heiligheid nooit bereiken. De Heer Jezus heeft ons van onze zonden verlost. Onze zonden zijn al vergeven en de Heer ziet ons niet als van de zondenaars. Wanneer Hij afdaalt op een wolk, neemt Hij ons op in het hemelse koninkrijk.” Dat klonk mij wel als troost, maar ik begreep het nog steeds niet. De Heer is heilig en toch leven wij nu altijd in zonde. Zal Hij ons dan echt in Zijn koninkrijk opnemen als Hij wederkeert?

Op een dag in juli 2019 hielden broeder Raul en ik een van onze regelmatig Bijbelstudies. We zochten op internet op ‘de Bijbel’ en vonden een film van De Kerk van Almachtige God, genaamd ‘De laatste trein gehaald’. Na het zien van de film, was ik zeer verrast. Het was een geweldige film en de gecommuniceerde waarheden erin waren echt verhelderend. Vooral het deel waar een zuster zegt: “Heer Jezus heeft het verlossingswerk gedaan. Hij vergaf de mensen slechts hun zonden, maar Hij nam onze zondige aard niet weg. Daarom blijven we zondigen en ons verzetten tegen God. Als we kijken naar degenen die in de Heer geloven, van geestelijken tot gewone gelovigen, wie kan er dan beweren dat hij vrij van zonde is? Niet een enkel persoon. Zonder uitzondering zijn de mensen gebonden en beperkt door de zonde. We zijn vol arrogantie, we zijn zelfzuchtig, sluw en hebzuchtig. Wij blijven maar zondigen, ook wanneer we dat niet willen. Sommigen lijken misschien nederig en zachtaardig, maar hun hart is vol verdorvenheid. We zijn niet de mensen die Gods wil doen en we zijn niet gekwalificerd om het koninkrijk van de hemel te betreden. Daarom moet God verdergaan met het redden van de mensheid volgens Zijn plan, om een fase van het oordeelswerk te doen op het fundament van de vergeving van zonden om ons te zuiveren en volledig te redden, zodat we aan de zonde kunnen ontsnappen en zuiver kunnen worden, en dan het koninkrijk van God kunnen binnengaan en het eeuwige leven verkrijgen.” Alles wat ze zeiden was zo waar – een weergave van de werkelijkheid. Ik was opgetogen … omdat ik zoiets nog nooit had gehoord. Hoe konden zij zoveel nieuwe verlichting delen? Waar hadden ze dat vandaan? Ik zag dat ze een boek aan het lezen waren, dat ‘Het Woord verschijnt in het vlees’ heette. De inhoud was bijzonder krachtig en gezaghebbend en bevatte dingen die ik nooit eerder had gehoord. Ik wilde het echt verder onderzoeken. Na de film, namen we contact op met De Kerk van Almachtige God en begonnen we online bijeenkomsten bij te wonen en te communiceren over Gods woorden.

Op een dag las ik dit in de woorden van Almachtige God: “Voordat de mens werd verlost, waren al heel wat soorten vergif van Satan bij hem ingebracht en na duizenden jaren door Satan verdorven te zijn, heeft hij een aard in zich die zich tegen God verzet. Toen de mens werd verlost, was dat dus niets meer dan een zaak van verlossing. Oftewel, de mens werd tegen een hoge prijs teruggekocht, maar de giftige aard binnenin hem werd niet geëlimineerd. De mens die zo smerig is, moet een verandering ondergaan voordat hij waardig is om God te dienen. Door middel van dit werk van oordeel en tuchtiging zal de mens volledig de vuile en verdorven essentie van zichzelf leren kennen en hij zal volledig kunnen veranderen en gezuiverd kunnen worden. Alleen op deze manier kan de mens waardig worden om voor de troon van God terug te keren. Al het huidige werk wordt gedaan opdat de mens gereinigd en veranderd kan worden; opdat de mens zijn verdorvenheid kan afwerpen en gezuiverd kan worden door het oordeel en de tuchtiging door het woord, door loutering. Beter nog dan deze werkfase als een fase van redding te beschouwen, zou het treffender zijn om te zeggen dat deze het werk is van zuivering. Waarachtig, deze fase is een fase van overwinning, en ook de tweede fase in het reddingswerk(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het mysterie van de incarnatie (4)). “Christus van de laatste dagen gebruikt een verscheidenheid aan waarheden om de mens te onderwijzen, om de substantie van de mens te ontmaskeren, en om de woorden en daden van de mens te ontleden. Deze woorden omvatten verscheidene waarheden, zoals de plicht van de mens, hoe de mens zich aan God moet onderwerpen, hoe de mens trouw moet zijn aan God, hoe de mens een normale menselijkheid moet naleven, de wijsheid van God en de gezindheid van God. Deze woorden zijn allemaal gericht op de substantie van de mens en zijn verdorven gezindheden. In het bijzonder die woorden die blootleggen hoe de mens God verwerpt, zijn des te meer gericht op hoe de mens een belichaming van Satan is en een vijandelijke macht tegen God. Bij het verrichten van Zijn oordeelswerk, legt God de aard van de mens niet volledig in een paar woorden uit; in de loop van een lang tijdsbestek ontmaskert en snoeit Hij. Al deze verschillende methoden van ontmaskering en snoeien kunnen niet vervangen worden door gewone woorden; veeleer wordt de waarheid, die de mens in het geheel niet bezit, gebruikt om dit werk van ontmaskering en snoeien uit te voeren. Alleen dit soort methoden kan oordeel worden genoemd; alleen door middel van dit soort oordeel kan de mens onderworpen worden en grondig ten aanzien van God overtuigd worden, en daarenboven ware kennis van God vergaren. Wat het oordeelswerk teweegbrengt is het begrip van de mens van het ware gezicht van God en de waarheid over zijn eigen opstandigheid. Het oordeelswerk heeft de mens in staat gesteld veel begrip te verwerven over de bedoelingen van God, over het doel van Gods werk, en over de mysteriën die onbegrijpelijk voor hem zijn. Het heeft de mens ook in staat gesteld om zijn verdorven essentie en de wortel van zijn verdorvenheid te begrijpen en te kennen, alsmede om zijn lelijke gezicht te ontdekken. Deze resultaten worden allemaal verkregen door het oordeelswerk, want de essentie van dit werk is eigenlijk het werk van het openleggen van Gods waarheid, weg en leven voor al degenen die geloof in Hem hebben. Dit werk is het oordeelswerk gedaan door God(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Christus doet het werk van het oordeel met de waarheid). Toen ik Gods woorden had gelezen begreep ik dat de Heer Jezus het verlossingswerk had gedaan, wat alleen bestond uit ons verlossen, zodat we niet meer van de zonde waren, maar dat de zondige aard van de mensheid niet was verwijderd. Daarom blijven we zondigen, en verdorvenheid openbaren. Als ik erover nadacht, besefte ik dat het allemaal waar was. Iedere keer dat ik mijn kalmte verloor, had ik er later spijt van. Maar steeds als er iets gebeurde dat me niet aanstond, werd ik toch weer driftig. Ik besefte dat als ik mijn zondige aard niet aanpakte, ik nooit vrij van zonde zou zijn. Dan zou ik in gedachte, woord en daad tegen God zijn. Uit de woorden van Almachtige God zag ik ook dat in de laatste dagen God de waarheid heeft uitgesproken om de mensheid te ontmaskeren en zuiveren. Nieuwsgierig naar Gods werk las ik nog veel meer woorden van Almachtige God en zag ik dat Hij alles over de zondige aard van de mensheid openbaart. Hij toont allerlei mysteriën, zoals hoe de mens door Satan wordt verdorven, hoe we aan de zonde kunnen ontsnappen en gezuiverd kunnen worden, wie het hemelse koninkrijk kan binnengaan en wie gestraft zal worden en de uitkomst van verschillende soorten mensen. Gods woorden die over de mensheid oordelen en blootleggen, bevatten Zijn liefde en redding. Hoe hard Hij ook klinkt, het is allemaal opdat we de waarheid kunnen begrijpen zodat we duidelijk kunnen zien hoe Satan ons heeft verdorven, onszelf oprecht verachten, en dan berouw hebben en veranderen. Toen ik me hiervan bewust werd, werd ik vervuld van vreugde en ik verlangde naar meer woorden van Almachtige God. Ook genoot ik enorm van de bijeenkomsten en de over de communicatie van Gods woorden met de broeders en zusters en ik hoopte dat ik het oordeel en de kastijding van Gods woorden kon ervaren zodat ik mijn verdorven gezindheid kon oplossen.

Later werd ik gekozen als een kerkleider. Een zuster kwam naar me toe voor hulp met problemen die ze tegenkwam bij het vervullen van haar plicht, en ik gaf haar wat advies over wat ze moest doen Nadat zij en een andere zuster mijn advies hadden gehoord kwamen ze overeen om dienovereenkomstig te handelen. Op dit moment roepte een leider me belde een leider ons en de twee zusters vroegen me om mijn ideeën over het project ook met haar te delen. Nadat ik het had uitgelegd zei de leiders en gaf me gewoon een document om na te kijken, en zei toen hoe we het moesten doen. Ik vond dat ze niet echt had begrepen wat ik bedoelde. Ik had al met die twee zusters besproken wat ze moesten doen en zolang nagedacht over hoe de plicht moest worden uitgevoerd. Was al mijn harde werk echt voor niks geweest? Ongeduldig zei ik tegen de leider: “Heb je begrepen wat ik zei? We zijn het hier al over eens en hebben al iets afgesproken.” De leider zei tegen mij: “De oplossing die jij hebt voorgesteld is oké, maar het zal niet heel efficiënt zijn.” Toen vertelde ze een manier om die plicht sneller en makkelijker gedaan te krijgen. Ik vond haar oplossing inderdaad goed, maar was er niet zo blij mee. Ik vroeg me af wat de twee zusters van mij zouden denken als de aanpak waar ik zo lang over had nagedacht niet zou worden gebruikt. Zouden ze denken dat ik nutteloos was en niet eens beetje werk kon regelen? Ik zou voor schut staan. Hoe meer ik er over nadacht, hoe slechter ik me voelde. Later vroeg de leider me om de plicht te doen met die twee zusters. Ik verzette er me echt tegen en sprak niet erg vriendelijk tegen haar. Ik heb die plicht later toch voltooid … maar tijdens het proces had ik een verdorvenheid laten zien, waardoor ik me onrustig en schuldig voelde. Daarna dacht ik bij mezelf dat de leider de verantwoordelijkheid nam met enkele goede voorstellen om ons werk efficiënter te maken. Dit was goed voor het werk van de kerk. Maar ik kon het niet accepteren en werd er zelfs kwaad over. Ik vroeg me af waarom ik geen gepaste meningen kon accepteren en waarom ze me zelfs boos maakten. Ik moest de oorsprong ervan vinden, zodat ik zo snel mogelijk verlost kon worden van deze gesteldheid.

Die avond zocht ik op de website van de kerk naar passages in Gods woorden over woede en vond ik dit: “Zodra iemand status heeft, vindt hij het vaak moeilijk om zijn emoties te beheersen, en dus grijpt hij graag kansen aan om zijn ontevredenheid te uiten en zijn emoties de vrije loop te laten; hij wordt vaak zonder reden boos, om zo met zijn capaciteiten te pronken en anderen te laten weten dat zijn status en identiteit anders zijn dan die van anderen. Natuurlijk verliezen ook verdorven mensen zonder enige status vaak de controle over hun emoties. Hun woede wordt vaak veroorzaakt doordat hun eigen belangen worden geschaad. Om hun eigen status en waardigheid te beschermen, geven ze hun emoties vaak de vrije loop en onthullen ze hun arrogante aard. De mens ontsteekt in woede en geeft zijn emoties de vrije loop om het bestaan van de zonde te verdedigen, en deze handelingen zijn de manieren waarop de mens zijn ontevredenheid uit; ze zitten vol onzuiverheden, listen en intriges, de verdorvenheid en boosaardigheid van de mens, en bovenal zitten ze vol met de ambities en begeerten van de mens(Het Woord, Deel II, Over het kennen van God, God Zelf, de unieke II). Na het lezen van Gods woorden zag ik dat er een reden is waarom mensen driftig worden. Als onze belangen en reputatie in gevaar zijn, uiten we vaak onze onvrede, laten we onze drift zien en komen we normale, menselijke rede tekort. We laten satanische gezindheden zien, negativiteit. Toen ik over mezelf nadacht in het licht van Gods woorden, zag ik dat wanneer mijn ideeën werden verworpen, ik me daar heel erg tegen verzette. Ik wist duidelijk dat de aanpak van de leider beter was dan die van mij, dat het snel en eenvoudig zou gaan, maar toch was ik boos en bezorgd dat de anderen zouden denken dat ik echt nutteloos was. Daarom deed ik zo bits tegen de leider. Op dat moment zag ik dat ik echt arrogant was, en te gericht op mijn naam en status. Ik dacht mijn standpunt altijd geweldig was, dat ik altijd gelijk had en ik wilde niet naar anderen luisteren. Ik hield geen enkele rekening met wat beter zou zijn voor het werk van de kerk. Ik zag dat ik buitengewoon arrogant was en zelfs zoveel problemen had met het aanvaarden van degelijk advies. Toe ik dat beseft was ik vervuld met spijt. Ik bad tot God om berouw te tonen en vroeg Hem me te helpen mezelf beter te leren kennen en mijn arrogantie kwijt te raken.

Later las ik nog een andere passage van Gods woorden: “Er zijn vele soorten verdorven gezindheden die deel uitmaken van de gezindheid van Satan, maar de duidelijkste en meest in het oog springende gezindheid is een arrogante gezindheid. Arrogantie is de wortel van de verdorven gezindheden van de mens. Hoe arroganter mensen zijn, hoe onredelijker ze zijn, en hoe onredelijker ze zijn, hoe meer ze geneigd zijn om zich tegen God te verzetten. Hoe ernstig is dit probleem? Aangezien mensen arrogante gezindheden hebben, vinden ze niet alleen dat alle anderen minder zijn dan zij, maar – en dit is het allerergst – ze hebben geen achting voor God en totaal geen Godvrezend hart. Al geloven mensen in God en volgen ze Hem, behandelen ze Hem absoluut niet als God. Ze hebben altijd het gevoel dat ze de waarheid bezitten en vinden zichzelf geweldig. Dit is de essentie en de wortel van de arrogante gezindheid, en het komt van Satan. Daarom moet het probleem van de arrogantie worden opgelost. Het gevoel hebben dat je beter bent dan anderen is triviaal. De kwestie waar het om draait is dat die arrogante gezindheid iemand ervan weerhoudt zich te onderwerpen aan God, Zijn heerschappij en Zijn regelingen; zo iemand voelt altijd de neiging met God te wedijveren om de macht over anderen. Dit soort persoon vereert God niet in de verste verte, laat staan dat hij God liefheeft of zich aan Hem onderwerpt. Mensen die arrogant en zelfingenomen zijn, met name degenen die zo arrogant zijn dat ze hun verstand kwijt zijn, kunnen zich niet aan God onderwerpen in hun geloof in Hem en die verheerlijken zelfs zichzelf en getuigen zelfs voor zichzelf. Die mensen verzetten zich het meest tegen God en hebben absoluut geen vrees voor God. Als mensen zover willen komen dat ze God vereren, moeten ze eerst een oplossing voor hun arrogante gezindheid vinden. Hoe grondiger je je arrogante gezindheid verhelpt, hoe meer verering je zult voelen voor God, en pas dan kun je je aan Hem onderwerpen, de waarheid verwerven en Hem kennen. Alleen zij die de waarheid verwerven zijn werkelijk mens(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, deel drie). Ik dacht wat na over deze passage en besefte dat de reden waarom ik niet gepast om kon gaan met de suggesties van anderen was omdat ik een arrogante gezindheid had. Ik wilde dat andere mensen naar me luisterden, maar ik was niet bereid het advies van van anderen aan te nemen of te horen. Wanneer ik werkte met broeder Raul was ik zo. Ik was zo arrogant geweest dat ik niet bereid was zijn instructies op te volgen, laat staan dat ik kon verdragen dat hij me op zo een strenge toon toesprak. En in de omgang met mijn vrouw of anderen in het dagelijkse leven, dacht ik altijd dat ik de beste ideeën had, dat ik gelijk had, dat ze dus naar mij moesten luisteren en doen wat ik zei. Ik bleef in arrogantie leven en wilde de suggesties van anderen niet aannemen. Zelfs als ik wist dat mijn aanpak niet zo goed was, wilde ik nog steeds de dingen op mijn manier doen en anderen naar me laten luisteren. Ik had geen enkele redelijkheid. Door mijn arrogante aard kon ik niet rationeel naar dingen kijken. Ik vond dat ik altijd gelijk had. Maar vaak hadden andere mensen echt wel betere ideeën en beter overzicht dan ik. Omdat ik altijd dacht dat ik gelijk had, liet ik mijn vrouw dingen op mijn manier doen, maar dan eindigde het slecht. Deze keer gebeurde hetzelfde. De aanpak van die de leider voorstelde leider was eenvoudig, bespaarde tijd en kon betere resultaten opleveren, terwijl het idee dat ik aan de twee zusters communiceerde ingewikkeld en tijdrovend was. De feiten toonden aan dat ik geen reden had om zo arrogant te zijn. Ik moest nuchter en bescheiden zijn en mijn plaats kennen. Als ik zo arrogant bleef leven, zou ik als de aartsengel eindigen, zonder achting voor God, terwijl ik me tegen Hem verzet en Zijn gezindheid beledig. Hij zou me hiervoor straffen en vervloeken. Toen ik me dit realiseerde, bad ik snel tot God: “God, ik wil niet meer volgens mijn arrogante gezindheid leven. Ik wil een normale menselijkheid uitleven, naar de voorstellen van de broeders en zusters luisteren in mijn plicht, goed met hen samenwerken en mijn plicht doen om aan Uw wil te voldoen.”

Daarna las ik nog een paar passages van Gods woorden. “Een arrogante natuur maakt je koppig. Als je een arrogante natuur hebt, zul je je willekeurig en onbezonnen gedragen, zonder acht te slaan op wat iedereen zegt. Hoe los je dan je willekeur en onbezonnenheid op? Stel bijvoorbeeld dat je iets overkomt en je je eigen ideeën en plannen hebt; voordat je bepaalt wat je moet doen, moet je de waarheid zoeken en moet je op zijn minst met iedereen communiceren over wat je hierover denkt en wat je ideeën hierover zijn. Daarbij vraag je of iedereen je wil vertellen of je gedachten en plannen juist zijn en in overeenstemming met de waarheid en vraag je iedereen nog de laatste controles voor je uit te voeren. Dit is de beste methode om willekeur en onbezonnenheid op te lossen. Om te beginnen kun je licht werpen op jouw standpunt en de waarheid nastreven; dit is de eerste stap die je in praktijk brengt om eigenzinnigheden en onbezonnenheid op te lossen. De tweede stap volgt wanneer andere mensen een afwijkende mening ventileren – wat voor aanpak kun je dan inzetten om te voorkomen dat je eigenzinnig en onbezonnen wordt? Om te beginnen moet je een nederige houding hebben, datgene wat jij als juist beschouwt opzij zetten, en iedereen de kans geven om te communiceren. Ook als je gelooft dat jij gelijkt hebt, moet je er niet op blijven aandringen. Dat is een soort vooruitgang; daar spreekt een houding uit dat je de waarheid nastreeft, jezelf verloochent en Gods wil vervult. Als je eenmaal die houding hebt en tegelijkertijd niet vasthoudt aan je eigen mening, moet je bidden, streven naar de waarheid van God en zoeken naar een fundament in Gods woorden, en dan bepalen hoe te handelen op het fundament van Gods woorden. Dit is de meest gepaste en correcte beoefening(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, deel drie). “Voor de verdorven mensheid is het grootste probleem dat ze dezelfde oude fouten blijven maken. Om dit te voorkomen, moeten mensen zich er eerst van bewust zijn dat ze de waarheid nog moeten verkrijgen, dat er geen verandering is gekomen in hun levensgezindheid en dat ze, hoewel ze in God geloven, nog steeds onder de heerschappij van Satan leven en niet zijn gered; ze kunnen ieder moment God verraden en van God afdwalen. Als ze dit gevoel van crisis in hun hart hebben – als ze, zoals vaak wordt gezegd, voorbereid zijn op gevaar in tijden van vrede – zullen ze zich enigszins in toom kunnen houden, en wanneer hun iets overkomt, zullen ze tot God bidden en op Hem vertrouwen, en zullen ze kunnen vermijden om dezelfde oude fouten te maken. Je moet duidelijk inzien dat je gezindheid niet is veranderd, dat de aard van het verraden van God nog diep in je geworteld zit en niet is verdreven, dat je nog steeds het risico loopt om God te verraden, en dat je voortdurend met de mogelijkheid te maken krijgt om naar de verdoemenis te gaan en vernietigd te worden. Dat is echt, dus je moet voorzichtig zijn. Er zijn drie zeer belangrijke punten die je in gedachten moet houden. Ten eerste ken je goed nog steeds niet; ten tweede zijn er geen veranderingen in je gezindheid; en ten derde moet je het ware beeld van de mens nog uitleven. Die drie dingen komen overeen met de feiten, ze zijn echt, en ze moeten duidelijk voor je zijn. Je moet je bewust zijn van jezelf. Als je de wil hebt om dit probleem op te lossen, moet je je eigen motto kiezen, bijvoorbeeld: ‘Ik ben de mest op de grond’ of ‘Ik ben de duivel’ of ‘Ik verval vaak in mijn oude gewoonten’ of ‘Ik verkeer altijd in gevaar’. Ze kunnen allemaal dienen als je persoonlijk motto, en het zal helpen als je jezelf er steeds aan herinnert. Blijf het tegen jezelf herhalen, denk erover na, en je zult misschien minder fouten maken, of geen fouten meer maken. Het belangrijkste is niettemin dat je meer tijd besteedt aan het lezen van Gods woorden, het begrijpen van de waarheid, het kennen van je eigen aard, en het ontsnappen aan je verdorven gezindheid. Alleen dan zul je veilig zijn(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Alleen door de waarheid na te streven, kan iemand een verandering in gezindheid bereiken). Door Gods woorden heb ik begrepen dat ik moet leren samenwerken met anderen, moet zoeken en communiceren om mijn arrogantie op te lossen. Bij werkbesprekingen moet ik mijn gedachten delen met de broeders en zusters en nederig de meningen van anderen zoeken. Ook al zijn ze anders dan wat ik voorstel, ik moet opzij zetten wat ik denk dat juist is. Ik moet bidden en zoeken op basis van wat anderen hebben gezegd en me door God laten leiden en verlichten. Dat zal me tonen wat juist is en me mijn eigen tekortkomingen en gebreken laten zien. Ook al denk ik dat wat ik zeg juist is, ik mag me niet vastklampen aan mijn eigen ideeën. Ik moet de waarheid en de wil van God zoeken. Als ik dan zie dat iemand met iets komt dat beter en geschikter is, moet ik leren mezelf opzij te zetten en aan te nemen wat zij zeggen. Dat komt overeen met Gods wil en weerhoudt me ervan fouten te maken. Daarnaast schreef ik ook nog een motto voor mezelf over mijn arrogante aard: “Ik ben slechts mest en ik mag niet arrogant zijn. Ik breng mezelf in gevaar met mijn gebrek aan zelfbeheersing.” Hiermee kan ik de schande van mijn arrogante gesteldheid onthouden en het herinnert me aan het gevaar en de consequenties van arrogant leven. Daarna begon ik me te richten op het praktiseren van Gods woorden en het luisteren naar de ideeën van anderen. Als iemand een suggestie deed of met mij van mening verschilde, thuis of bij mijn plicht met de broeders en zusters in de kerk, negeerde ik eerst mijn ego. Ik zag dat de ideeën van andere mensen werkelijk meer omvatten dan die van mij. Ook leerde ik hun ideeën vanuit mijn hart aan te nemen en goede voorstellen uit te voeren. Nadat ik dat in praktijk had gebracht, ondervond ik dat ik minder vaak kwaad werd op de broeders en zusters en kon luisteren naar wat anderen te zeggen hadden. Ik voelde me ook zoveel meer ontspannen dan eerst. Ik was God echt vanuit de grond van mijn hart dankbaar!

Later las ik nog een andere passage van Gods woorden die ik ook mooi vond: “De gezindheden van mensen kunnen niet door mensen zelf worden veranderd; ze moeten het oordeel en de tuchtiging, en de beproevingen en loutering, van Gods woorden ondergaan, of door Zijn woorden worden gesnoeid en gedisciplineerd. Pas dan zijn ze in staat tot onderwerping en trouw aan God en kunnen ze ophouden plichtmatig te zijn richting Hem. Het is door de loutering van Gods woorden dat de gezindheden van mensen veranderen. Alleen door blootlegging, oordeel, discipline en snoei door Zijn woorden zullen ze niet langer overhaast durven handelen, maar zullen ze in plaats daarvan stabiel en beheerst worden. Het belangrijkste punt is dat ze in staat zullen zijn zich te onderwerpen aan Gods huidige woorden en aan Zijn werk. Zelfs als het niet overeenstemt met menselijke opvattingen, zullen ze deze opvattingen opzij kunnen zetten en zich bewust kunnen onderwerpen(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Mensen wier gezindheid is veranderd, zijn zij die zijn binnengegaan in de werkelijkheid van Gods woorden). De woorden van Almachtige God lieten me zien dat we niet op onze eigen kracht of doorzettingsvermogen kunnen vertrouwen om onszelf te beheersen of onze gesteldheden te veranderen. Met al die moeite om jezelf te beheersen kan je alleen wat gedragingen veranderen, maar die veranderingen zijn van korte duur. Als we een echte verandering van onze gezindheid willen bereiken, dan moeten we het oordeel en de tuchtiging van Gods woorden, behandeling en snoeien, kastijding en disciplinering aanvaarden, samen met beproevingen en loutering. Dat is de enige manier om onze satanische aard echt te kennen, en de gevaarlijke consequenties duidelijk te zien van leven volgens onze satanische gezindheid. Dan kunnen we onszelf echt haten en verloochenen en tot oprecht berouw en verandering komen.

En ik ben Almachtige God dankbaar voor de kans om Zijn oordeel en tuchtiging van de laatste dagen te ondergaan, zodat ik waarheden kan leren, mezelf kan leren kennen en mijn verdorvenheid kan aanpakken. Ik voel dat ik ongelooflijk veel geluk heb. Ik voel me niet meer zo verloren en in de war omdat Almachtige Gods woorden de oorsprong van onze zonde, en de manifestaties van onze verschillende verdorven gesteldheden en gedragingen heeft geopenbaard. Ook heeft Hij ons een pad gegeven om onze zonde af te werpen en veranderingen van gezindheid in ons leven te bewerkstelligen. De woorden van Almachtige God zijn rijk en overvloedig en schenken ons alles wat we nodig hebben. Ze geven ons antwoorden voor al onze vragen en moeilijkheden. Zolang we vanuit ons hart Gods woorden lezen en aanvaarden, kunnen we onze verdorvenheid en rebellie begrijpen en een pad vinden om onze verdorven gezindheid op te lossen. Dank zij Almachtige God!

Vorige: 12. Bevrijd uit de ketens van afgunst

Volgende: 15. Het verhaal van Joy

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

44. Ik ben thuisgekomen

Door Chu Keen Pong, MaleisiëIk geloofde al ruim tien jaar in de Heer en diende twee jaar in de kerk, toen ik mijn kerk achterliet om in het...

84. Onbreekbaar geloof

Door Meng Yong, ChinaOmdat ik van nature een eerlijk persoon ben, werd ik altijd door anderen gekoeioneerd. Dientengevolge heb ik de...

2. De weg naar zuivering

Door Christopher, FilipijnenMijn naam is Christopher, en ik ben voorganger in een huiskerk op de Filipijnen. Ik ben in 1987 gedoopt en...

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek