15. Het verhaal van Joy
De hoofdpersoon van het verhaal van vandaag heet Joy. Ze is een zuster uit de Filipijnen. Vroeger ging ze altijd vanuit haar emoties met mensen om. Als iemand aardig tegen haar was, was ze aardig tegen die persoon. Ze maakte geen onderscheid tussen mensen en had geen principes. Zo was het totdat ze iets meemaakte waardoor ze begreep dat de principes waarmee ze met anderen overweg kon en anderen bekeek beide niet correct waren. Door een bijzondere ervaring, een aantal bijzondere dingen, begreep ze dat we mensen en dingen volgens Gods woord moeten bekijken om principieel met anderen om te gaan. Joy had een medestudente die Emma heette. Ze waren goede vrienden. Als er moeilijkheden waren, zocht Joy altijd de hulp van Emma. Joy koesterde hun vriendschap.
In februari 2021 nodigde Emma Joy uit voor een bijeenkomst van De Kerk van Almachtige God. Door de woorden van Almachtige God te lezen en naar de communicatie in bijeenkomsten te luisteren, stelde Joy vast dat Almachtige God de tweede komst van de Heer Jezus is en blij aanvaardde ze Gods werk van de laatste dagen. Een paar maanden later werd Joy gekozen als begietingsdiaken van de kerk.
Maar op een dag viel het Joy ineens op dat Emma in de online bijeenkomst valsheden die God in twijfel trokken en de kerk aanvielen en vooroordelen verspreidde over de leiders en diakens. Uit haar woorden klonk ontevredenheid en sarcasme. Ook zei ze dat dit niet haar eigen gedachten waren, maar ideeën van anderen, en ze hoopte dat de leiders een vergadering konden beleggen om deze vragen te beantwoorden. Joy schrok erg van Emma’s onzin en valsheden. Tegelijkertijd maakte ze zich ook zorgen, omdat iedereen in de online bijeenkomst broeders en zusters waren die Gods werk van de laatste dagen net hadden aanvaard. Deze berichten naar de groep sturen, zou zeker onrust veroorzaken en sommigen met een wankele basis en geen onderscheidingsvermogen konden zelfs ten val komen. Joy wist niet waarom Emma dit deed. Als ze echt antwoorden wilde op haar vragen, had ze die vragen rechtstreeks naar de leiders kunnen sturen. Waarom deze dingen onder de nieuwkomers verspreiden? Joy was helemaal verbijsterd. Net als Joy as vreesde, brachten de opmerkingen van Emma verwarring en opschudding teweeg in de kerk en beïnvloedden ze sommige broeders en zusters. Ze raakten erdoor bevooroordeeld tegen de leiders en diakens en werden tegendraads. Een van de groepsleiders vroeg Joy: “Is het waar wat Emma zegt?” In het licht van die situatie raakte Joy nog meer bezorgd. Dus ging ze snel naar Emma om te vragen wat er aan de hand was en waarom die dingen had gezegd. “Ik heb de geruchten gezien die jij verspreidde en er is wat verwarring ontstaan in de kerk daardoor. Sommige mensen zijn zelfs bevooroordeeld tegen de leiders en medewerkers. Emma, waarom maak je deze opmerkingen? Waar zijn deze woorden vandaan gekomen?” “Het zijn geen dingen die ik heb gezegd. Ik wil gewoon dat de leiders een vergadering beleggen om deze vragen te beantwoorden.” “Dan had je deze vragen rechtstreeks naar de leiders moeten sturen en ze met jou moeten laten communiceren. Emma, ben jij echt niet met deze opmerkingen gekomen?” “Natuurlijk was ik dat niet! Ik heb geen opvattingen over Gods werk.” “Waarom zeg je dan niet wie deze vragen heeft gesteld? Emma, vertel me gewoon waar deze geruchten vandaan komen.” Joy kreeg geen antwoord toen ze Emma naar de opmerkingen vroeg. Wat Joy ook vroeg, Emma weigerde te antwoorden. Joy meldde dit bij een leider die ook wilde weten wie die vragen had opgeworpen, zodat het probleem bij de wortel kon worden aangepakt. Maar Emma’s hield haar mond potdicht en ze vertelde het niet. Later werd het onderzocht en geen enkele broeder of zuster had die vraag gesteld. Het was Emma zelf die opvattingen had over Gods werk. Ze verzamelde wat geruchten van internet en formuleerde ze opnieuw in vragen, maar ze weigerde het toe te geven. Toen de leider de waarheid had vernomen, organiseerde ze snel een bijeenkomst en communiceerde om iedere valsheid van Emma te pareren, zodat de broeders en zusters onderscheidingsvermogen konden krijgen over de dingen die Emma zei. Emma zelf had echter geen besef of berouw over haar eigen daden.
Na dit incident vroeg de leider aan Joy: “Wat ga je doen als Emma geen juist mens is? Ben je in staat om volgens de principes van de waarheid met haar om te gaan?” Geconfronteerd met deze vragen van de leider, wist Joy niet hoe ze moest antwoorden. Later lazen de leider en Joy samen een passage van Gods woord en Joys hart lichtte op. Ze wist hoe ze met Emma moest omgaan en ook had ze een voorlopige richting. “Volgens welk principe, zo wordt er in Gods woorden gevraagd, dienen mensen anderen te behandelen? Heb lief wat God liefheeft en haat wat God haat: dit is het principe waar men zich aan moet houden. God heeft die mensen lief, die de waarheid nastreven en Zijn wil kunnen volgen. Dat zijn ook de mensen die wij horen lief te hebben. Degenen die Gods wil niet kunnen volgen, die God haten en tegen God in opstand komen – die mensen worden door God veracht en die moeten wij ook verachten. Dit vraagt God van de mens. […] Gedurende het Tijdperk van Genade zei de Heer Jezus: ‘Wie is mijn moeder en wie zijn mijn broeders?’ (Matteüs 12:48), en ‘Want ieder die de wil van mijn Vader in de hemel doet, is mijn broer en zuster en moeder’ (Matteüs 12:50). Deze woorden bestonden al destijds in het Tijdperk van Genade, en nu zijn Gods woorden zelfs nog duidelijker: ‘Heb lief wat God liefheeft, en haat wat God haat.’ Deze woorden dringen door tot de kern, en toch zijn mensen vaak niet in staat hun ware betekenis te begrijpen” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Alleen door je eigen verkeerde zienswijzen te kennen, kun je werkelijk transformeren). Nadat ze naar Gods woorden had geluisterd, begreep Joy een weinig van Gods wil. God verlangt dat we volgens de principes met mensen omgaan, zoals in Gods woord staat: “Heb lief wat God liefheeft, en haat wat God haat.” In een zaak van principe, wie het ook betreft, moet die persoon worden behandeld op basis van Gods woorden: “Heb lief wat God liefheeft, en haat wat God haat.” Emma verspreidde opzettelijk onzinnige valsheden, waardoor mensen opvattingen kregen en misverstanden over God en in verwarring raakten over Gods werk. Hierdoor werd het kerkleven verstoord, wat in de aard slecht is. God haat boosdoeners, dus moeten de mensen aan Gods kant staan, boosdoeners verwerpen en hun kwade daden stoppen om de voortdurende verstoring van anderen in de bijeenkomst en het lezen van Gods woord te voorkomen. Toen ze dit eenmaal begreep, zei Joy tegen de leider: “Hoewel het zwaar is voor mij om te accepteren dat het slecht was wat Emma deed, is het uiteindelijk een feit. Ik laat me door haar niet verstoren of beperken. Ik zal met haar omgaan volgens de door God gegeven principes. Als de kerk haar isoleert, zal ik mijn gevoelens voor haar ook loslaten en ik zal daar God niet de schuld van geven.” De leider zei tegen Joy: “Om de broeders en zusters te beschermen tegen het bedrog van Emma heeft de kerk nu geregeld dat Emma in zelfisolatie gaat.” Hoewel Joy zich zorgen maakte over Emma’s situatie, besefte ze ook dat Emma had gehandeld als een dienaar van Satan, het leven van de kerk had verstoord en dat de regeling van de leider er was om de broeders en zusters te beschermen tegen bedrog en dwalingen, dus zei Joy niets. Maar binnen een paar dagen vond Emma Joy alweer … “Joy, ze hebben geregeld dat ik in zelfisolatie moet! De leider heeft me niet uit de groep gezet, maar ik mag niet met anderen samenkomen. Ik voel me buitengesloten.” “Jij verspreidt valsheden en geruchten in de bijeenkomende groep en je hebt iets verkeerd gedaan. Je moet over jezelf nadenken. Als je eenmaal echt berouw hebt, kun je naar de bijeenkomsten terugkomen.” “Ik maak me zorgen dat de leider me uit de groep zet. Maar ook al zet ze me uit de groep, dan vind ik dat niet erg. Dan gebruik ik een ander account om bij De Kerk van Almachtige God te komen in een andere regio. Ik ben hier toch niet welkom!” “Ga je bij de kerk onder een valse identiteit? Bedrieg je dan de broeders en zusters niet?” “Nou en?” Joy was verbaasd over Emma’s woorden. Emma was niet van plan berouw te tonen. Ze wilde zelf een nepaccount aanmaken om te infiltreren in de kerk om te verstoren en te saboteren. Was ze niet gewoon een dienaar van Satan? En Emma’s woorden lieten ook zien dat ze geen eerlijk persoon was. Ze was van plan haar broeders en zusters en de kerk te bedriegen. Op dat moment dacht Joy aan de verantwoordelijkheid van de begietingsdiaken: “Bij het ontdekken van een probleem, moet men het onmiddellijk aanpakken door de waarheid te zoeken; grote problemen moeten worden opgelost door te communiceren met de kerkleiders. Ware feiten mogen niet worden verborgen” (170 Principes van het beoefenen van de waarheid). Joy vond dat ze zich als begietingsdiaken aan de principes van de waarheid moest houden en haar broeders en zusters moest beschermen tegen opschudding en bedrog. Daarom vertelde ze de leider erover. “Zeg je nou dat Emma een nepaccount gaat aanmaken?” “Hier zijn screenshots van onze chat, ik laat ze je zien.” “Emma wordt uit de kerk verbannen omdat ze de kerk zo blijft verstoren! Maar ze is mijn vriendin en ze heeft mij het evangelie verkondigd. Als ik nu eens …” “Zuster, denk je dat we haar binnen de groep kunnen houden? Dan zal ze geen nepaccount aanvragen om andere kerken te verstoren.” “Als ze geen kwaad doet en geen opschudding veroorzaakt, mag ze blijven. Maar op dit moment begrijpt ze niets van haar slechte daden en de opschudding die ze teweeg heeft gebracht. Ze wil nog steeds liegen, bedriegen en stiekem in andere kerk binnendringen. Dat bewijst dat ze geen berouw heeft. Als ze echt het wezen van een boosdoener heeft, zal ze geen berouw tonen, niet veranderen en niet ophouden kwaad te doen.” De woorden van de leider herinnerde Joy ergens aan en toen besefte ze pas dat ze vanuit haar emoties handelde door Emma binnen de kerk te willen houden. Emma had geen zelfkennis. Ze kon kwaad doen en op enig moment de kerk verstoren. Als ze nog een keer voor Emma pleitte, zouden het principeloze woorden zijn.
Later deed de leider een onderzoek en kwam erachter dat Emma opvattingen had en de waarheid niet zocht om problemen op te lossen. Integendeel, ze greep opzettelijk dingen aan om God aan te vallen, haalde goed en kwaad door elkaar, verspreidde valsheden en bedroog haar broeders en zusters zodat zij opvattingen zouden krijgen over Gods werk. Om het positivisme van de groepsleiders te ondermijnen, zei ze ook vaak bij bijeenkomsten dat zij hun plichten niet aankonden, waardoor ze negatief werden, wat de resultaten van hun plichten beïnvloedde. Emma’s daden hadden de kerk ernstig verstoord en ze had geen berouw, dus was ze inderdaad een boosdoener. Uiteindelijk werd Emma uit de kerk verbannen in overeenkomst met de principes van mensen opruimen en beschermde Joy Emma niet meer. Maar door wat er daarna gebeurde, zakte Joy weg in pijn.
“Waarom stuur je screenshots van onze chats naar andere mensen! Ik praat nooit meer met je. Joy, ik had nooit verwacht dat je dit zou doen. Je hebt mijn vertrouwen in je geschaad. Jij hebt alles vreselijk gemaakt!” Joy huilde een paar keer. Ze dacht dat haar vriendschap met Emma ten einde liep. Ze begon terug te denken aan de momenten die ze met Emma had doorgebracht. Emma had haar op ideeën gebracht toen ze moeilijkheden had en ze hadden hun gedachten vaak samen gedeeld … Maar nu wist Joy niet hoe ze Emma onder ogen moest komen. Wat ze ook deed, ze kon haar hart niet tot rust brengen. Ze kon zich niet eens lang genoeg concentreren om bijeenkomsten te organiseren. In gedachten bleef ze zichzelf de schuld geven: heb ik echt alles vreselijk gemaakt? Is er geen betere manier om haar ervan te weerhouden een nepaccount aan te maken en de kerk te verstoren? Joy begon zich af te vragen of haar beslissing wel de juiste was geweest. Ze was verdrietig. Ze wilde zelfs haar account deactiveren, haar broeders en zusters vermijden en aan alles ontsnappen, maar in haar hart wist ze dat ze haar plichten niet kon laten varen, dat ze problemen niet uit de weg moest gaan en proactief op zoek moest naar oplossingen. Dus vertelde ze de leider over haar gesteldheid. De leider stuurde Joy een passage van Gods woord. “Je moet met een positieve inslag binnengaan; wees actief en niet passief. Je moet in alle situaties door niets of niemand aan het wankelen kunnen worden gebracht, en je moet niet beïnvloed kunnen worden door de woorden van anderen. Je moet een stabiele gezindheid hebben; wat de mensen ook zeggen, je moet onmiddellijk datgene in de praktijk brengen waarvan je weet dat het de waarheid is. Je moet mijn woorden altijd binnenin je laten werken, ongeacht wie er tegenover je zou kunnen staan; je moet in staat zijn om stevig te staan in je getuigenis van mij en rekening te houden met mijn lasten. Je moet het niet blindelings eens zijn met anderen zonder je eigen ideeën te hebben; in plaats daarvan moet je de moed hebben om op te staan en bezwaar te maken tegen die dingen die niet overeenstemmen met de waarheid. Als je duidelijk weet dat iets verkeerd is, maar niet de moed hebt om dat te ontmaskeren, dan ben je niet iemand die de waarheid in praktijk brengt. Je wilt iets zeggen, maar durft dat niet zonder omhaal te doen. Dus draai je eromheen en verandert vervolgens van onderwerp; Satan zit in je en houdt je tegen. Hij zorgt ervoor dat je spreekt zonder dat het iets uithaalt en dat je niet kunt volhouden tot het einde. Nog altijd draag je angst in je hart, en komt dat niet doordat je hart nog altijd vol zit met de ideeën van Satan?” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Uitspraken van Christus aan het begin, hfst. 12). “Gods woorden zijn heel duidelijk. Als je iets ontdekt dat het werk van Gods huis schaadt en je broeders en zusters kwaad doet, of als er verstoring is van Satan, moet je opstaan en de moed hebben het aan het licht te brengen, het te stoppen en het werk van de kerk te verdedigen. Alleen zo iemand brengt de waarheid in praktijk. Als we weten dat er iets niet klopt, maar nog door onze emoties worden tegengehouden, bang zijn om relaties met anderen te verbreken en ons niet aan de principes van de waarheid kunnen houden, dan staan we Satans kant en dat gaat tegen de wil van God in. Je kwam erachter dat je vriendin valsheden verspreidde, je ontmaskerde haar en hield haar tegen, waarmee je je broeders en zusters tegen kwaad beschermde. Je hebt de juiste keuze gemaakt en je hoeft jezelf niets te verwijten of verdrietig te zijn.” “Mijn gestalte is nog steeds te gering en ik heb geen onderscheidingsvermogen. Ik heb in overeenstemming met het principe gehandeld, maar toen Emma klaagde en me beschuldigde, was ik overstuur en bang dat ik het verkeerd had. Nu weet ik dat mijn keuze en mijn praktijk juist waren. Wat betreft het werk van de kerk en de levens van mijn broeders en zusters, moet ik principes hebben en stevig in mijn schoenen staan. Ik moet goed en kwaad leren onderscheiden en me niet door mijn emoties tegen laten houden.”
Toen ze Gods wil begreep, kalmeerde Joy en concentreerde zich op haar plicht. Maar daar bleef het niet bij. Plotseling stuurde Emma nog een bericht naar Joy: “Ik ben uit de groep gezet. Ben je nou blij? Allemaal dankzij jou.” Die woorden bevatten ironie en sarcasme. Een tijd lang wist Joy niet hoe ze Emma moest antwoorden. Ze wist op dat moment dat hun vriendschap voorbij was en ze was heel verdrietig. Joy dacht: Onze verhouding was zo goed en zij was het die het evangelie aan mij verkondigde. Maar nu heb ik haar probleem aan de leider kenbaar gemaakt. Heb ik haar niet verraden? Wat moet ze van mij denken? Wat moet ik doen? Moet ik mijn excuses aanbieden? Ik heb haar vertrouwen geschonden. Heb ik onze vriendschap niet gekoesterd? Heb ik echt het juiste gedaan? Joy was in verwarring en leed pijn, en toen las ze een passage van Gods woorden. “Gedrag dat mij niet volledig kan gehoorzamen, is verraad. Gedrag dat mij niet trouw kan zijn, is verraad. Mij bedriegen en mij met leugens misleiden is verraad. Veel noties koesteren en deze overal verspreiden is verraad. Mijn getuigenissen en belangen niet kunnen hooghouden is verraad. Onechte glimlachen tonen terwijl je in je hart ver van me bent, is verraad. Dit zijn allemaal daden van verraad waartoe jullie altijd in staat zijn geweest, en ze zijn gangbaar onder jullie. Misschien denkt niemand van jullie dat dit een probleem is, maar dat zie ik anders. Als iemand mij verraadt, kan ik dat niet beschouwen als iets onbeduidends en ik kan het al helemaal niet negeren” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Een heel ernstig probleem: verraad (1)). Nadat ze Gods woord had gelezen, was Joy verlicht. Ze dacht: Ja, ik denk er altijd over na of ik mijn vriendin verraden heb. Waarom denk ik niet na of mijn meningen en gedrag in overeenstemming zijn met de waarheid of God verraden? Ik moet me niet alleen over de gevoelens van mijn vriendin druk maken en Gods houding negeren. Gods woorden zijn heel duidelijk. “Mijn getuigenissen en belangen niet kunnen hooghouden is verraad.” Joy dacht: Emma heeft opvattingen over Gods werk verspreid, de broeders en zusters bedrogen en het kerkleven verstoord. Ook wilde ze een nepaccount aanmaken om anderen te bedriegen. Dat zijn allemaal daden van Satan en ze breken het werk van de kerk af. Als ik Emma’s kant had gekozen en de waarheid niet in praktijk had gebracht, dan was dat pas aan Satans kant staan en God verraden! Joy dacht ook aan Gods woorden: “Wees, wat er ook gebeurt, trouw aan mij, ga dapper verder; ik ben jouw rots van kracht, vertrouw dus op mij!” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Uitspraken van Christus aan het begin, hfst. 10). Joy voelde dat ze eerlijk tot God moest bidden en God moest vertrouwen. Ze geloofde dat God haar zou leiden om te weten wat goed en kwaad is, om onderscheid te maken tussen mensen en om te voorkomen dat ze haar principes en haar positie in deze zaak kwijtraakt.
Later vroeg Joy zich af: toen ik erachter kwam dat Emma iets verkeerd deed, heb ik het bij de leider gemeld. Dit is duidelijk om het werk van de kerk veilig te stellen. Waarom heb ik altijd medelijden met Emma? Gods woord leverde een antwoord op haar vraag. Gods woorden zeggen: “Als je geen normale relatie met God hebt, dan maakt het niet uit wat je doet om je relaties met andere mensen te onderhouden, hoe hard je werkt en hoeveel moeite je besteedt: het zal allemaal een menselijke filosofie voor wereldse interacties zijn. Je zult je positie onder de mensen handhaven en hun lof verkrijgen vanuit menselijke zienswijzen en menselijke filosofieën, in plaats van normale interpersoonlijke relaties aan te gaan volgens het woord van God. Als je je niet richt op je relaties met andere mensen, maar in plaats daarvan een normale relatie met God onderhoudt, en bereid bent je hart aan God te geven en te leren je aan Hem te onderwerpen, dan zullen je relaties met alle mensen natuurlijkerwijze eveneens normaal worden. […] Normale interpersoonlijke relaties worden aangegaan op het fundament van het naar God keren van je hart; niet door menselijke inspanning. Als God afwezig is in iemands hart, zullen diens relaties met andere mensen louter vleselijke relaties zijn. Deze zijn niet normaal; het is toegeven aan wellust, en God haat ze en walgt ervan” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het is heel belangrijk om een normale relatie met God aan te gaan). “Wees bij alles wat je doet en alles wat je zegt in staat om je hart op de goede plaats te hebben en gerechtvaardigd te zijn in je handelingen, en laat je bij wat je doet niet leiden door je gevoelens of je eigen wil. Dit zijn principes waar zij die in God geloven naar moeten handelen” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Hoe is je relatie met God?). Uit Gods woord begreep Joy dat ze teveel gaf om haar relaties met anderen en te zeer probeerde die in stand te houden. Ze verwaarloosde haar normale relatie met God en leefde in vleselijke emoties. Het is een feit dat je je relaties met anderen puur in stand houdt om je eigen belangen, je reputatie en je status te beschermen. Het komt door de behoeften van het vlees. Ook is het bezoedeld met emoties en persoonlijke bedoelingen en komt het niet overeen met de principes van de waarheid. Joy besefte ook dat ze wankelmoedig was geweest in deze zaak over Emma en geen positie had ingenomen, omdat ze zich door haar emoties tegen had laten houden, wat haar ervan weerhield het juiste te doen. Ze had alleen aan haar vriendschap, haar image en haar plaats in het hart van mensen gedacht, met als gevolg dat ze in emotie gevangen zat. Dus kon ze niet met mensen omgaan volgens de principes van de waarheid en kon ze geen rekening houden met het werk van de kerk. Ze wilde zelfs haar plicht opgeven, bij de broeders en zusters vandaan blijven en God verraden. Toen zag Joy pas dat emoties egoïstisch waren. Satan gebruikt emoties om mensen te beheersen, waardoor ze de waarheid en God verraden. Ook besefte Joy dat, toen Emma het evangelie aan haar verkondigde en haar bij de bijeenkomst uitnodigde, dat eigenlijk de soevereine schikking van God was. God had Emma gebruikt om Joy vóór Hem te brengen en ze zou God dankbaar moeten zijn in plaats van Emma. Toen ze dat eenmaal begreep voelde ze zich opgelucht en veel minder gekweld.
Later in een bijeenkomst keken diverse zusters en Joy naar een video waarin Gods woord werd voorgelezen, die haar Emma’s aard duidelijk liet zien. Gods woorden zeggen: “Degenen onder de broeders en zusters die altijd lucht geven aan hun negativiteit zijn hielenlikkers van Satan en hinderen de kerk. Ooit moeten zulke mensen worden verdreven en verstoten. Als mensen in hun geloof in God geen hart van verering voor God hebben, geen hart van gehoorzaamheid jegens God hebben, dan zullen ze niet alleen helemaal geen werk voor Hem kunnen doen, maar zullen ze daarentegen degenen worden die Zijn werk hinderen en die zich tegen Hem verzetten. In God geloven zonder Hem te gehoorzamen of te vereren, en in plaats daarvan weerstand tegen Hem bieden, is voor een gelovige de grootste schande. Als gelovigen in hun spreken en gedrag net zo nonchalant en ongeremd zijn als ongelovigen, dan zijn ze zelfs nog slechter dan ongelovigen; ze zijn archetypische demonen. Zij die binnen de kerk hun giftige, kwaadaardige praat spuien, die geruchten verspreiden, onenigheid zaaien en kliekjes vormen onder de broeders en zusters – zij hadden uit de kerk moeten worden gezet. Maar omdat het nu een ander tijdperk van Gods werk is, zijn deze mensen ingeperkt, want zij dienen beslist te worden verstoten. Iedereen die door Satan is verdorven, heeft een verdorven gezindheid. Sommigen hebben niets anders dan een verdorven gezindheid, terwijl anderen anders zijn: ze hebben niet alleen een verdorven satanische gezindheid, maar hun natuur is ook uiterst kwaadaardig. Niet alleen onthullen hun woorden en daden hun verdorven, satanische gezindheid; deze mensen zijn bovendien de authentieke duivel Satan. Hun gedrag onderbreekt en hindert Gods werk, het verstoort het intreden van de broeders en zusters in het leven en het schaadt het normale leven van de kerk. Vroeg of laat moeten deze wolven in schaapskleren verwijderd worden; er moet een onverbiddelijke houding, een houding van afwijzing worden aangenomen tegenover deze hielenlikkers van Satan. Alleen zo staat men aan de kant van God, en wie daar niet in slaagt, wentelt zich met Satan in het slijk” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Een waarschuwing aan hen die de waarheid niet beoefenen). Deze passage is een waarschuwing van God. Ik begrijp dat mensen die de waarheid niet in praktijk brengen, geruchten verspreiden en tweedracht zaaien, mensen zijn die tegen God opstaan en zich tegen God verzetten. Dergelijke mensen zijn niet Gods uitverkorenen, het zijn boosdoeners en dienaren van Satan. Alles wat ze doen is God vijandig en volgens de regels van de kerk dienen zulke mensen uit de kerk te worden verbannen. God zij dank! Nu is mijn hart helder en heb ik onderscheidingsvermogen. Op basis van wat Emma heeft gedaan weet ik zeker dat ze een boosdoener is. Joy herinnerde zich dat er in ‘De principes van omgaan met anderen naar hun wezen’ staat: “Zolang het is bevestigd dat iemand in wezen een slecht persoon is, een kwade geest, een antichrist of een ongelovige, dient die persoon opgeruimd en verbannen te worden, zoals door de kerk uitgevoerd; bedrieglijke mensen die herhaaldelijk onjuiste standpunten laten zien, die regelmatig opvattingen over God koesteren en defensief zijn ten opzichte van Hem worden tot de ongelovigen gerekend. Ze dienen te worden opgeruimd of verbannen” (170 Principes van het beoefenen van de waarheid). Volgens de principes dienen boosdoeners uit de kerk te worden verdreven om te voorkomen dat ze verstoringen veroorzaken in de kerk, zodat anderen niet gestoord worden wanneer ze bijeenkomen of hun plichten vervullen. Joy begreep ook dat God boosdoeners de kerk laat verstoren zodat Gods uitverkorenen de waarheid kunnen begrijpen, onderscheid leren maken tussen mensen en met mensen omgaan volgens Gods woord. Tegelijkertijd kunnen we hierdoor onze ware gestalte leren kennen en de waarheid leren beoefenen en het werk van de kerk veilig stellen. Toen ze dit besefte, was Joy God dankbaar. Zonder Gods bescherming en de begeleiding van Gods woorden zou ze zich nog steeds door emoties laten tegenhouden, ten gunste van een boosdoener spreken en door Emma worden bedrogen. Dat is best gevaarlijk! Toen Joy dit eenmaal herkende, maakte ze zich hier niet meer druk over en voelde ze een enorme opluchting.
Emma benaderde Joy daarna nog diverse keren, maar Joy werd niet meer door haar beïnvloed of verstoord. Na deze ervaring was Joy God ten diepste dankbaar. Het was God die haar had geholpen enige waarheid te begrijpen, onderscheidingsvermogen te verkrijgen en die haar had bevrijd van de beperkingen van emoties. Ze zag dat de waarheid maar al te belangrijk was voor mensen. Pas als we mensen en zaken op basis van de waarheid bekijken, kunnen we principes hebben en niet door Satan worden bedrogen en gebruikt. God zij dank!