18. De gevolgen van streven naar gemak

Door Chloe, Spanje

Ik maakte video’s in de kerk. Tijdens het werk aan mijn moeilijkere projecten ondervond ik dat de productie veel inspanning vroeg. De effecten in ieder beeld moesten herhaaldelijk worden uitgeprobeerd en aangepast en het mislukte vaak. Bij de redelijk eenvoudige projecten was er veel minder moeite nodig en lukte het veel vaker. Ik dacht: voor mijn projecten gelden hoge technische eisen. Ik moet tijd besteden aan erover nadenken, aan materiaal vinden om te analyseren en te bestuderen, en de productiecyclus duurt lang. Eenvoudigere projecten kosten niet zoveel werk. Ik hoef alleen wat eenvoudige methodes en vaardigheden onder de knie te krijgen en de productiecyclus is korter, waardoor de projecten sneller kunnen worden voltooid. Het lijkt erop dat de productie van de eenvoudigere projecten me heel wat moeite zal besparen. Daarom inventariseerde ik tijdens mijn plichten welke projecten ingewikkeld waren en welke eenvoudig en besloot dan pas welke ik zou nemen. Op een keer koos ik een eenvoudig project en liet de ingewikkelde projecten liggen voor mijn broeders en zusters. Toen ik zag hoe snel mijn broeders en zusters het daarmee eens waren, voelde ik me een beetje schuldig: deinsde ik niet gewoon terug voor moeilijkheden en eigenlijk onwillig om de koe bij de horens te vatten? Maar toen dacht ik: moeilijke projecten nemen teveel van mijn tijd en energie in beslag en vergen teveel mentale inspanning. Dat is enorm vermoeiend, dus het is beter dat ik eenvoudige projecten kies. Later, na het voltooien van een project, vond ik dat ruimte was voor verbetering, maar ik wilde niet te hard werken om iets te veranderen. Het viel me op dat mijn broeders en zusters geen problemen zagen toen ze het controleerden. Dus veranderde ik niets en gaf het project door. Soms, als ik problemen had bij het produceren van video’s, dacht ik er maar eventjes over na en vroeg dan mijn broeders en zusters. Ik vond dat dit niet alleen het probleem snel oploste, ik werd er bovendien niet moe van. Het was dus een eenvoudige manier om mijn taken af te maken. Maar als ik dit deed, voelde ik me een beetje schuldig, want sommige vragen waren eigenlijk heel eenvoudig en ik had ze met een beetje moeite kunnen beantwoorden. Door het aan mijn broeders en zusters te vragen, vertraagde ik hun plichten, terwijl ik niet nadacht over mezelf. Dit soort bedrog werd daarom de norm voor hoe ik mijn plichten vervulde.

Naast video’s maken, moest ik ook mijn broeders en zusters helpen studeren en ieders professionele vaardigheden verbeteren, dus moest ik meer werken dan anders. Niet alleen moest ik professionele vaardigheden leren, ik moest ook materiaal vinden en lessen voorbereiden naar de behoefte en tekortkomingen van mijn broeders en zusters. Dat voelde allemaal als een zware en vermoeiende taak. Dus begon ik na te denken over hoe ik tijd kon besparen en minder moe kon worden en ik besloot de handleidingen naar mijn broeders en zusters te sturen zodat ze deze zelf konden bestuderen. Zo hoefde ik geen moeite te besteden aan het voorbereiden van de lessen. Ik meende dat er geen betere methode bestond. Na een tijdje zeiden mijn broeders en zusters dat de handleidingen hun problemen niet oplosten. Toen had ik een beetje spijt en had dus geen andere keus dan wat materiaal te zoeken om het iedereen op een eenvoudige manier te leren en ik dacht dat ik daarmee de studie voor iedereen voldoende had geregeld. Niet lang daarna zei onze teamleider dat er problemen waren met een video die we recent hadden gemaakt, waardoor er vertraging was opgelopen in ons werk. Toen ik dat hoorde, dacht ik niet na over mezelf en probeerde mezelf niet te begrijpen; ik vond dat deze plicht niet alleen lijden en een prijs vergde, het vergde ook verantwoordelijkheid als er iets misging, en het was veel werk voor weinig resultaat, dus ik wilde deze plicht nog minder.

Op een dag kwam mijn leider naar me toe, ontmaskerde me door mijn gemodder en sluwheid in mijn plichten aan de kaak te stellen en zei dat als het niet veranderde, ik ontslagen zou worden. Toen ik mijn leider dat hoorde zeggen, voelde ik geen berouw, ook al gaf ik toe dat ik maar wat aanmodderde met mijn plichten. Als ik aan de toekomstige moeilijkheden en problemen dacht waar ik mee te maken zou krijgen, wilde ik deze plicht niet meer uitvoeren. Ik wilde een eenvoudigere plicht. De volgende dag ging ik naar mijn leider en zei: “Ik kan deze plicht niet aan. Ik zou graag een andere plicht willen.” Toen ze dit hoorde, behandelde ze me en zei: “Kun je deze plicht echt niet aan? Heb je het eigenlijk geprobeerd? Je vermijdt zwaar werk altijd, je moddert maar wat aan en probeert sluw te zijn en je hebt een slechte menselijkheid. Vanwege dat gedrag ben je hier inderdaad niet geschikt voor.” Toen ik mijn leider dat hoorde zeggen, had ik het gevoel dat mijn hart plotseling uitgehold was. Ik zag de andere broeders en zusters druk bezig met hun plichten, maar ik was ontslagen en mezelf kwijt. Ik kan niet onder woorden brengen hoe verdrietig ik was. Ik had nooit gedacht dat ik mijn plicht echt kwijt kon raken. Maar toen dacht ik: “God heeft soevereiniteit over alle dingen. Mijn ontslag is de komst van Gods rechtvaardige gezindheid. Ik moet gehoorzamen, over mezelf nadenken en mezelf kennen.” In de daaropvolgende dagen speelde de scène van mijn leider die me ontsloeg steeds weer als een film door mijn hoofd. Als ik eraan dacht wat de leider zei, voelde ik me ellendig, vooral dat ik een slechte menselijkheid had. Ik wist niet hoe ik moest nadenken over mezelf of mezelf moest kennen, dus bad ik tot God in mijn pijn en vroeg Hem me te begeleiden naar zelfbegrip.

Later zag ik enkele van Gods woorden: “Het is een element van verdorven gezindheden om dingen zo lichtzinnig en onverantwoordelijk aan te pakken: het is gewoon ploertigheid waar mensen vaak op terugvallen. In alle zaken zeggen ze ‘zo is het wel aardig’ en ‘goed genoeg’; het is een houding van ‘misschien’, ‘wie weet’ en ‘vier van de vijf’. Ze doen dingen slechts plichtmatig, zijn tevreden met het minimum en vinden het voldoende om zich met bluf te redden; ze zien het nut er niet van in om zaken serieus te nemen of naar precisie te streven, en ze zien nog minder nut in het zoeken naar de principes van de waarheid. Is dit geen element van verdorven gezindheden? Is dit een manifestatie van normale menselijkheid? Dat is het niet. Arrogantie is de juiste benaming en het ongedisciplineerd noemen is ook volkomen toepasselijk – maar om het perfect aan te duiden is er maar één woord voor: ‘ploertig’. De meeste mensen hebben die ploertigheid in zich, alleen in verschillende mate. In alle aangelegenheden willen ze de dingen plichtmatig en slordig doen en er is een zweem van bedrog in alles wat ze doen. Ze bedriegen anderen waar mogelijk en lopen er de kantjes vanaf waar ze maar kunnen en besparen tijd wanneer ze maar kunnen. Ze denken bij zichzelf: ‘Zolang ik ontmaskering kan voorkomen en geen problemen veroorzaak, en ik niet ter verantwoording word geroepen, kan ik me hierdoorheen bluffen. Ik hoef geen goed werk af te leveren, dat is teveel moeite!’ Zulke mensen leren nooit iets te beheersen en ze zijn niet bereid zich in te spannen of te lijden en een prijs te betalen voor hun studies. Ze willen aan de oppervlakte van een onderwerp blijven en dan zeggen dat ze er expert in zijn, in de overtuiging dat ze het hebben geleerd, en vervolgens op basis daarvan aanmodderen. Is dit niet een houding die mensen ten aanzien van andere mensen, gebeurtenissen en dingen hebben? Is het een goede houding? Nee, dat is het niet. Eenvoudig gezegd is het ‘aanmodderen’. Die ploertigheid zit in de hele verdorven mensheid. Mensen met ploertigheid in hun menselijkheid gaan bij alles wat ze doen uit van een standpunt en houding van ‘doormodderen’. Kunnen dergelijke mensen hun plicht goed vervullen? Nee. Zijn ze in staat dingen volgens principe te doen? Dat is nog onwaarschijnlijker(Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt acht: Ze willen dat anderen zich alleen aan hen onderwerpen, niet aan de waarheid of aan God (deel 2)). “Hoe kan men het verschil zien tussen edele en laaghartige mensen? Kijk gewoon naar hun houding en handelingen ten opzichte van hun plichten, en kijk hoe ze dingen behandelen en zich gedragen wanneer er problemen ontstaan. Mensen met integriteit en waardigheid zijn nauwgezet, gewetensvol en ijverig in hun handelingen, en ze zijn bereid een prijs te betalen. Mensen zonder integriteit en waardigheid zijn onzorgvuldig en slordig in hun handelingen, zijn altijd een of ander trucje aan het uithalen en willen altijd maar aanmodderen. Welke techniek ze ook bestuderen, ze leren die niet ijverig, ze zijn niet in staat die te leren, en hoeveel tijd ze ook aan het bestuderen ervan besteden, ze blijven volkomen onwetend. Dit zijn mensen met een laag karakter(Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt acht: Ze willen dat anderen zich alleen aan hen onderwerpen, niet aan de waarheid of aan God (deel 2)). Gods woorden doorboorden mijn hart, vooral de volgende: “Ze bedriegen anderen waar mogelijk en lopen er de kantjes vanaf waar ze maar kunnen” “zonder integriteit en waardigheid” “laag karakter” Ieder woord bracht mijn menselijkheid en mijn houding aan het lichte tegenover mijn plichten. Ik besefte dat dit precies was hoe ik mijn plichten vervulde. Ik modderde maar wat aan in alles wat ik deed en deed dat slechts op een aanvaardbaar niveau. Ik zocht altijd naar manieren om lijden uit de weg te gaan en dingen gemakkelijker te doen en bedacht nooit hoe ik mijn plichten goed zou kunnen uitvoeren. Voor lichamelijk gemak en om lijden te voorkomen koos ik altijd de eenvoudigere en gemakkelijkere projecten. Als ik klaar was, zelfs als ik problemen en verbeterpunten zag, was ik onbereid om veranderingen aan te brengen. Ik modderde alleen maar wat aan. Wanneer ons team professionele vaardigheden moest aanleren, vond ik het te vermoeiend om de studie van mijn broeders en zusters te organiseren. Voor mijn lichamelijk gemak probeerde ik dus listen en sluwheden uit om mijn broeders en zusters de handleidingen zelf te laten bekijken. Dit betekende dat hun vaardigheden nooit verbeterden, hun plichten minder effectief waren en de voortgang van het werk vertraging opliep. Overal in mijn plichten gebruikte ik list en bedrog, ik spendeerde geen gedachte aan het werk van de kerk. Ik had helemaal geen menselijkheid! Ik was echt zelfzuchtig, verachtelijk en ik had een laag karakter! Toen ik over die dingen nadacht, kreeg ik een diep gevoel van spijt en schuld. Daarna las ik in Gods woord: “Oppervlakkig gezien lijken sommige mensen geen serieuze problemen te hebben in de periode dat ze hun plicht vervullen. Ze doen niet openlijk kwaad, ze veroorzaken geen verstoringen of hinder en ze bewandelen niet de weg van de antichristen. Bij het vervullen van hun plicht maken ze geen grote fouten en er doen zich geen principiële problemen voor. Toch worden ze zonder het te beseffen binnen enkele korte jaren ontmaskerd omdat ze de waarheid totaal niet aanvaarden en tot de niet-gelovigen behoren. Waarom is dat zo? Anderen kunnen een probleem niet zien, maar God kijkt diep in het hart van deze mensen en Hij ziet het probleem. Ze zijn altijd plichtmatig en zonder berouw geweest bij het vervullen van hun plicht. Na verloop van tijd worden ze van nature ontmaskerd. Wat betekent het om zonder berouw te blijven? Het betekent dat ze hun plicht wel volledig hebben vervuld, maar er steeds de verkeerde houding tegen hadden, een houding van achteloosheid en plichtmatigheid, een terloopse houding, en ze zijn nooit gewetensvol, laat staan toegewijd. Misschien spannen ze zich een beetje in, maar ze houden gewoon de schijn op. Ze zetten zich niet helemaal in en er komt geen eind aan hun overtredingen. Vanuit Gods gezichtspunt hebben ze nooit berouw getoond. Ze zijn altijd plichtmatig geweest en er is nooit iets in ze veranderd, dat wil zeggen dat ze nooit afstand doen van het kwaad in hun handen en Hem berouw tonen. God ziet in hen geen berouwvolle houding en Hij ziet geen ommekeer in hun houding. Halsstarrig blijven ze hun plicht en Gods opdracht zien vanuit zo’n houding en zo’n methode. Er is in het geheel geen verandering in deze koppige, onbuigzame gezindheid, en bovendien hebben ze nooit gevoeld dat ze God iets schuldig zijn, hebben ze nooit gevoeld dat hun achteloosheid en plichtmatigheid een overtreding, een slechte daad zijn. In hun hart is er geen schuld, geen schuldgevoel, geen zelfverwijt, laat staan zelfbeschuldiging. En als er veel tijd verstrijkt, ziet God dat deze persoon onverbeterlijk is. Wat God ook zegt, hoeveel preken ze ook horen en hoeveel van de waarheid ze ook begrijpen, hun hart blijft onberoerd en hun houding wordt niet veranderd of omgekeerd. God ziet dat en zegt: ‘Er is geen hoop voor deze personen. Niets wat ik zeg beroert hun hart en niets wat Ik zeg doet ze omkeren. Er is geen manier om ze te veranderen. Deze personen zijn niet in staat om hun plicht te vervullen en ze zijn niet in staat om dienst te doen in mijn huis.’ Waarom zegt God dit? Omdat ze voortdurend achteloos en plichtmatig zijn als ze hun plicht vervullen en werk doen. Hoezeer ze ook worden gesnoeid en behandeld, en hoeveel toegeeflijkheid en geduld hun ook wordt gegund, het heeft geen effect en kan ze niet echt berouw laten tonen of laten veranderen. Het kan ze hun plicht niet goed laten doen, het kan ze niet de weg van het streven naar de waarheid doen inslaan. Dus deze persoon is onverbeterlijk. Als God vaststelt dat iemand onverbeterlijk is, zal Hij deze persoon dan nog stevig vasthouden? Dat doet Hij niet. God zal hem laten gaan(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, deel drie). “Hoe je tegen Gods opdrachten aankijkt, is bijzonder belangrijk en is een heel serieuze zaak! Als je niet kunt voltooien wat God mensen heeft toevertrouwd, dan ben je niet geschikt om in Zijn aanwezigheid te leven en moet je worden gestraft. Het is door de Hemel voorgeschreven en door de aarde bevestigd dat mensen elke opdracht moeten voltooien die God hun toevertrouwt. Dat is de grootste verantwoordelijkheid van mensen en is even belangrijk als hun eigen leven. Als je Gods opdrachten niet serieus neemt, dan verraad je Hem op de meest ernstige wijze. In dat opzicht ben je nog beklagenswaardiger dan Judas en dien je te worden vervloekt(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Hoe de aard van de mens te leren kennen). Ik las Gods woord steeds opnieuw. Ondanks dat het leek alsof ik mijn plichten uitvoerde, besefte ik dat ik in mijn hart God verraadde. Ik schudde zware plichten van me af, ik hield alleen rekening met mijn lichamelijke belangen, was onbereid om te lijden en een prijs te betalen en ik modderde altijd maar wat aan met listen en sluwheid. Zelfs toen ik mijn werk beter kon doen, deed ik dat niet, omdat ik vond dat het in ieder geval gedaan werd, ook al was het niet heel goed, het was goed genoeg. Het probleem dat ik aanmodderde, nam ik nooit serieus en nooit dacht ik over mezelf na. Mijn leider ontmaskerde en waarschuwde me, maar ik voelde niet het minste berouw en hield nog steeds rekening met mijn lichamelijke belangen. Als ik er aan dacht hoe mijn plicht zwaar werk en een prijs vergde, dan wilde ik de plicht niet meer. Waarom was ik zo gevoelloos en koppig? God gaf me kans na kans om berouw te tonen en te veranderen, wat Gods genade voor me was, maar ik dacht alleen aan mijn lichamelijke belangen, zocht niet naar de waarheid en dacht niet na over mezelf en bleef koppig tegen God ingaan. Ik was zo opstandig! Een plicht is een opdracht en verantwoordelijkheid die God aan heeft gegeven en mensen moeten hun uiterste best doen om die te vervullen. Maar ik had zware plichten afgeschud, ik had doorgemodderd om God te bedriegen en waagde het zelfs om een lichtere plicht te vragen. Was dit geen verraad en verzet tegen God? Gods rechtvaardige gezindheid verdraagt geen belediging, en God verafschuwde alles wat ik had gedaan. Mijn ontslag liet Gods gerechtigheid zien. Toen ik dit besefte, werd ik een beetje bang. Ook voelde ik wroeging omdat ik God hartverscheurende dingen had aangedaan. Ik kon zo niet langer doormodderen. Ik moest berouw tonen en veranderen.

Daarna verkondigde ik het evangelie met mijn broeders en zusters. Omdat ik de principes niet onder de knie had en niet zo goed met mensen kon praten, viel deze plicht me zwaar en ik wilde weer niet hard werken of een prijs betalen. Maar ik dacht aan mijn eerdere nalatige houding ten opzichte van mijn plicht en besefte dat het Gods grote genade voor mij was dat ik nu in staat was het evangelie te verkondigen. Ik moest niet net als vroeger vluchten voor problemen. Toen ik dat besefte, voelde ik veel actiever dat ik vooruitgang boekte. Ik dacht over mezelf. Waarom wilde ik terugdeinzen en ontsnappen wanneer mijn plicht lastig was. Ik las Gods woorden: “Vandaag geloof je de woorden die ik zeg niet en besteed je er geen aandacht aan; wanneer de dag komt dat dit werk zich verspreidt en je het geheel ziet, zul je er spijt van hebben en op dat moment zul je verbluft zijn. Er zijn zegeningen, maar je weet niet hoe ervan te genieten en er is de waarheid, maar je volgt het niet na. Breng je geen minachting over jezelf? Vandaag, hoewel de volgende stap van Gods werk nog moet beginnen, is er niets uitzonderlijks aan de eisen die aan je worden gesteld en aan wat je wordt gevraagd om na te leven. Er is zoveel werk en er zijn zoveel waarheden; zijn ze het niet waard om door jou gekend te worden? Zijn Gods tuchtiging en oordeel niet in staat om je geest te doen ontwaken? Zijn Gods tuchtiging en oordeel niet in staat om jezelf te doen haten? Ben je tevreden om onder de invloed van Satan te leven, met vrede en vreugde en een beetje vleselijke troost? Ben jij niet de minste van alle mensen? Niemand is dwazer dan degenen die de zaligheid hebben aanschouwd, maar niet streven om het te verkrijgen; dit zijn mensen die zich vergapen aan het vlees en genieten van Satan. Je hoopt dat je geloof in God geen uitdagingen of beproevingen met zich meebrengt, of de minste ontbering. Je streeft altijd die dingen na die waardeloos zijn en je hecht geen waarde aan het leven, in plaats daarvan plaats je je eigen extravagante gedachten voor de waarheid. Je bent zo waardeloos! Je leeft als een varken, wat voor verschil is er tussen jou en varkens en honden? Zijn zij die niet de waarheid nastreven en in plaats daarvan van het vlees houden, niet allemaal dieren? Zijn die doden zonder geesten niet allemaal wandelende lijken? […] Ik schenk echt menselijk leven aan jou, maar je streeft het niet na. Ben je anders dan een varken of een hond? Varkens streven niet naar het leven van de mens, ze streven er niet naar om gereinigd te worden en ze begrijpen niet wat het leven is. Elke dag slapen ze gewoon na gegeten te hebben. Ik heb je de ware weg getoond, maar je hebt het niet bereikt; je staat met lege handen. Ben je bereid om door te gaan in dit leven, het leven van een varken? Wat is de betekenis van zulke mensen die in leven zijn? Je leven is verachtelijk en onedel, je leeft te midden van vuiligheid en losbandigheid en je streeft geen enkel doel na; is jouw leven niet het meest onedele van allemaal? Heb je het lef om naar God te kijken? Als je op deze manier blijft ervaren, zul je dan niet niets verwerven? De ware weg is aan je getoond, maar of je het uiteindelijk wel of niet kunt bereiken hangt af van je eigen persoonlijke streven(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, De ervaringen van Petrus: zijn kennis van tuchtiging en oordeel). Elke vraag van God doorboorde mijn hart, alsof God me opriep om persoonlijk verantwoording af te leggen. Ik had het gevoel dat ik God zoveel verschuldigd was. De vleesgeworden God drukte zoveel waarheid uit om ons te begieten en te voeden zodat we de waarheid kunnen verkrijgen, onze verdorven gezindheden af kunnen werpen en een kans hebben om gered te worden. Dat is Gods grootste zegen voor de mensheid. De ware wijzen koesteren de kans die Gods werk biedt en wenden hun tijd aan om de waarheid na te streven, de plichten van een schepsel te vervullen en een verandering in hun levensgezindheid na te streven tijdens het vervullen van hun plichten, en zullen uiteindelijk de waarheid begrijpen en door God worden gered. Maar de blinden en onwetenden streven naar lichamelijk genot, ze doen net voldoende en werken niet hard om de waarheid na te streven. Ze doen wat ze moeten doen en doen weinig moeite voor hun plichten en hoe lang ze ook geloven, ze begrijpen de waarheid nooit, bereiken geen verandering in hun levensgezindheid en worden uiteindelijk door God verstoten. Ik dacht na over mijn gedrag. Was ik niet juist zo’n onwetende? Satanische filosofieën als ‘Leef op de automatische piloot’ en ‘Luiheid heeft haar zegeningen’ waren de principes waar ik naar leefde. Ik nam iedere dag genoegen met de status quo, werkte om net genoeg te doen en zocht lichamelijk gemak. Ik geloofde al jaren in God zonder naar de waarheid te streven en zonder te bedenken of ik verandering in mijn gezindheid had bereikt en of mijn plichten overeenkwamen met Gods wil. Mijn lichamelijk genot was belangrijker voor me dan het verkrijgen van de waarheid, dus ik ontliep stelselmatig de zware plichten, modderde maar wat aan en nam mijn toevlucht tot list en bedrog. Ik weigerde een prijs te betalen bij alles wat ik deed. Niet alleen leverden mijn plichten hierdoor geen resultaat op, het vertraagde en beïnvloedde ook het werk van de kerk. En zelfs dan nog voelde ik geen wroeging of schuld. Ik was echt verdoofd. Pas toen besefte ik: was ik mijn leven niet aan het vergooien door te leven volgens deze valse wetten van Satan, alleen vleselijk gemak te zoeken, zonder moeite te doen om vooruitgang te streven, waardoor ik steeds verder verdorven raakte, mijn geweten steeds verder werd verdoofd, zonder enig doel in mijn leven? Waarin verschilde ik van een beest? Ik kon alleen mezelf de schuld geven dat ik mijn plicht kwijt was geraakt. Ik was te lui, ik ging te lichtzinnig om met mijn eigen karakter en was niemands vertrouwen waard. Hierdoor walgden mijn broeders en zusters van me en verachtte God me. Vroeger dacht ik dat plichten met hoge eisen en veel taken gelijk stonden aan lijden. Maar dit was in werkelijkheid helemaal niet lijden voor mijn plichten. Mijn aard was duidelijk te lui en te zelfzuchtig en ik was teveel met mijn vlees bezig. Hoewel ik moeite moest doen en een prijs moest betalen wanneer ik in mijn plichten moeilijkheden tegenkwam, waren dit allemaal dingen die ik kon verdragen, omdat God nooit varkens leert zingen. God gebruikte deze moeilijkheden om mijn verdorven gezindheid en tekortkomingen aan het licht te brengen, zodat ik mezelf kon leren kennen, de waarheid kon zoeken om mijn problemen op te lossen en mijn levensgezindheid kon veranderen. Tegelijkertijd hoopte God dat ik kon leren om naar Hem op te kijken en op Hem te vertrouwen bij deze moeilijkheden en een oprecht geloof kon hebben. Vroeger was ik onwetend en blind, en begreep ik Gods wil niet. Ik ben veel kansen om de waarheid te verkrijgen en door God te worden vervolmaakt misgelopen en ik heb deze schitterende tijd voor niets aan me voorbij laten gaan. Hoewel ik lichamelijk gemak kende en niet leed noch een hoge prijs betaalde, bezat ik geen enkele werkelijkheid van de waarheid en werden mijn verdorven gezindheden niet opgelost, vergaarde ik geen goede daden in mijn plichten, vertraagde ik het werk van de kerk en verafschuwde God mij. Als ik op zo’n verwarde manier door bleef leven, zou ik Gods redding uiteindelijk volledig kwijtraken. Toen ik dit alles beseft, voelde ik diep berouw, ik verachtte mezelf en wilde niet meer als een beest leven.

Op een dag las ik tijdens een godsdienstoefening nog twee passages van Gods woord. “Het tegenwoordige streven dient volledig om de basis te leggen voor toekomstig werk, zodat je door God kunt worden gebruikt en van Hem kunt getuigen. Als je dit tot het doel van je streven maakt, zul je de aanwezigheid van de Heilige Geest kunnen verkrijgen. Hoe hoger je het doel van je streven stelt, hoe meer je vervolmaakt kunt worden. Hoe meer je de waarheid nastreeft, hoe meer de Heilige Geest werkt. Hoe meer energie je steekt in je streven, hoe meer je zult winnen. De Heilige Geest vervolmaakt mensen op basis van hun innerlijke gesteldheid. Sommige mensen zeggen dat ze niet bereid zijn door God te worden gebruikt of vervolmaakt, dat ze alleen maar willen dat hun vlees veilig blijft en geen tegenspoed te verduren krijgt. Sommige mensen zijn niet bereid het koninkrijk binnen te gaan, maar zijn niettemin bereid af te dalen in de put van de afgrond. In dat geval zal God ook je wens inwilligen. Wat je ook nastreeft, God zal het laten gebeuren. Dus wat streef je op dit moment na? Is het om vervolmaakt te worden? Zijn je handelingen en gedragingen van het moment erop gericht door God te worden vervolmaakt en door Hem te worden gewonnen? Op die manier moet je jezelf constant meten in je dagelijkse leven. Als je je hele hart in het nastreven van één enkel doel legt, zal God je beslist vervolmaken. Dat is het pad van de Heilige Geest. Het pad waarop de Heilige Geest mensen begeleidt, wordt bereikt door middel van hun streven. Hoe meer je ernaar dorst om door God te worden vervolmaakt en gewonnen, hoe meer de Heilige Geest in je zal werken. Hoe meer je tekortschiet in het zoeken, en hoe negatiever je bent en hoe meer je achteruitgaat, hoe meer je de Heilige Geest kansen om te werken ontneemt; in de loop van de tijd zal de Heilige Geest je in de steek laten. Wil je door God worden vervolmaakt? Wil je door God worden gewonnen? Wil je door God worden gebruikt? Jullie moeten ernaar streven alles te doen om door God te worden vervolmaakt, gewonnen en gebruikt, zodat het universum en alle dingen kunnen zien dat Gods handelingen in jullie tot uitdrukking komen. Jullie zijn de meester onder alle dingen, en te midden van alles wat er is, zullen jullie God laten genieten van getuigenis en glorie via jullie – dit is bewijs dat jullie de meest gezegende van alle generaties zijn!(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Mensen wier gezindheid is veranderd, zijn zij die zijn binnengegaan in de werkelijkheid van Gods woorden). “Je moet lijden voor de waarheid, je moet jezelf ten behoeve van de waarheid opofferen, je moet vernedering voor de waarheid verdragen en je moet meer lijden ondergaan om meer van de waarheid te verkrijgen. Dit is wat je zou moeten doen. Je mag de waarheid niet wegwerpen omwille van het genot van harmonie in het gezin en je moet een leven vol waardigheid en integriteit niet verliezen om tijdelijk plezier te hebben. Je moet alles najagen wat mooi en goed is en een levensweg nastreven die zinvoller is. Als je zo’n alledaags en werelds leven leidt en geen enkel doel hebt om na te streven, komt dat dan niet neer op het verspillen van je leven? Wat kun je winnen in zo’n leven? Je moet alle genot van het vlees opgeven omwille van één waarheid en niet alle waarheden weggooien omwille van een beetje plezier. Mensen als deze hebben geen integriteit of waardigheid; hun bestaan heeft geen betekenis!(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, De ervaringen van Petrus: zijn kennis van tuchtiging en oordeel). Uit Gods woord begreep ik dat om de waarheid in onze plichten te verkrijgen, we het vlees moeten verzaken en de waarheid in praktijk brengen en eindelijk zullen we onze verdorven gezindheden kunnen afwerpen en door God worden vervolmaakt. Dit is de meest betekenisvolle en waardevolle manier van leven. De waarheid achterlaten voor tijdelijk lichamelijk gemak, betekent leven zonder integriteit, zonder waardigheid. Het is ook het verliezen van het werk van de Heilige Geest en uiteindelijk door God verlaten en verstoten worden en onze kans op redding verliezen. Ook leerde ik dat, om het probleem van hunkeren naar lichamelijk gemak op te lossen, we een hart nodig hebben en de waarheid moeten nastreven, vaak over onszelf moeten nadenken als er iets gebeurt, onze inspanningen op onze plichten moeten richten, en dat, als we moeilijkheden tegenkomen, we in staat moeten zijn het vlees af te wijzen, onszelf te verloochenen en het werk van de kerk te beschermen. Zo moet de begeleiding en het werk van de Heilige Geest ontvangen worden. Toen ik deze dingen eenmaal besefte, lichtte mijn hart op en zwoer ik dat ik het vlees zou verloochenen en al mijn inspanningen op mijn plichten zou richten. Daarna dacht ik er gewetensvol over na hoe ik het evangelie goed kon verkondigen. Als de principes me niet duidelijk waren, zocht ik met mijn broeders en zusters en maakte ik tijd vrij om met alle anderen te studeren. Toen er later meer mensen kwamen die de ware weg onderzochten, moest ik meer doen. Toch voelde dat niet meer zo lastig. In plaats daarvan vond ik het mijn verantwoordelijkheid, dat dingen die ik moest doen. Hoewel ik het ieder dag heel druk had, voelde ik me verrijkt.

Onverwacht kwam mijn leider op een dag bij me en vroeg me weer video’s te gaan maken. Toen ik dat nieuws hoorde, was ik heel opgewonden. Behalve God dankbaar te zijn, wist ik niet wat ik moest zeggen. Ik herinnerde me hoe ik om het vlees had gegeven en achteloos was omgegaan met mijn plichten in het verleden en ik voelde bijzonder veel dank verschuldigd aan God. Ik kon mijn eerdere fouten niet goedmaken, ik kon alleen maar plichtsbewust zijn en daarna een prijs betalen in mijn plichten en Gods liefde beantwoorden in mijn plichten. Toen ik later moeilijkheden tegenkwam in mijn plichten, bad ik bewust tot God en dacht ik na hoe ik ze kon oplossen. Een van mijn projecten lukte een keer niet zo goed en de teamleider en supervisor wisten niet hoe ze het moesten oplossen. Ook ik zat in de moeilijkheid vast en wist niet hoe ik moest met oplossen moest beginnen. Ik dacht: als ik blijf proberen het op te lossen, mijn tijd eraan besteed en eraan werk weet ik niet of ik het goed kan krijgen, dus misschien moet iemand anders dit maar doen. Ik besefte dat deze gedachten niets anders waren dan dat ik weer probeerde de moeilijkheid uit de weg te gaan, dus bad ik snel tot God. Ik herinnerde me Gods woorden: “Als er een plicht voor je ligt en die wordt je toevertrouwd, denk dan niet aan hoe je moeilijkheden kunt vermijden. Als iets moeilijk is, moet je het niet opzijzetten en negeren. Je moet het tegemoet treden. Je moet je te allen tijde herinneren dat God met de mensen is, dat ze wanneer ze op een moeilijkheid stuiten, ze alleen hoeven te bidden en een antwoord te zoeken bij God, en dat met God niets moeilijk is. Je moet dit geloof hebben(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, deel drie). Gods woord gaf me een praktisch pad. Welke problemen of moeilijkheden we ook tegenkomen, we moeten op God vertrouwen op de weg naar de oplossing. We moeten de moeilijkheden niet uit de weg gaan of onze plichten ontlopen vanwege het lichamelijk lijden. Die weg is verraad van God en ontrouw aan onze plicht. Toen ik dit eenmaal besefte, beloofde ik mezelf dat ik deze keer op God zou vertrouwen en het werk zou doen om het op te lossen. Dus kalmeerde ik en probeerde het op te lossen en tot mijn verbazing was het probleem in geen tijd opgelost. Toen iedereen het had gezien, vonden ze het goed en er waren geen suggesties. Nadat ik zo had gepraktiseerd, was mijn hart vredig en op zijn gemak. Ik had het gevoel dat alleen door een prijs te betalen in je plichten kun je menselijke waardigheid hebben. God zij dank!

Vorige: 17. Een speciale jeugdervaring

Volgende: 23. Hoe ik heb geleerd om van God te getuigen

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

52. Vaarwel, allemansvriend!

Door Li Fei, SpanjeVoordat ik in God geloofde, dacht ik altijd dat allemansvrienden geweldig waren. Ze hadden een zachtaardige gezindheid,...

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek