23. Hoe ik heb geleerd om van God te getuigen
In juni vorig jaar werd ik benoemd tot begietingsdiaken en kreeg ik de leiding over het begieten van diegenen die Gods werk van de laatste dagen net hadden aanvaard. Ik dacht: ik moet mijn plicht goed doen en Gods liefde terugbetalen. In eerste instantie had ik veel moeilijkheden met het werk: sommige broeders en zusters hadden het druk met taken en woonden niet regelmatig bijeenkomsten bij; sommigen werden bedrogen door de laster van de CCP en religieuze kringen, en ze aarzelden om bijeenkomsten bij te wonen; sommigen waren negatief en zwak omdat ze werden gehinderd door hun families en hun plichten niet konden vervullen. Ik voelde veel druk als ik aan die dingen dacht. Er moest veel gebeuren om die broeders en zusters goed te begieten, zodat ze de waarheid konden begrijpen en wortel konden schieten op de ware weg! Gedurende die tijd bad ik tot God, vertrouwde ik op God en zocht ik waarheid om hun problemen en moeilijkheden op te lossen. Na een poosje woonden de meesten van hen normaal bijeenkomsten bij. Sommigen van hen leerden wat het betekent om plichten te vervullen en ze deden die zo goed mogelijk. Toen ik die resultaten zag, was ik opgetogen. Ik was heel trots op mezelf en dacht: ik ben vast goed in dit werk. Waarom zou ik anders zulke goede resultaten behalen? Daarna, als ik broeders en zusters hoorde praten over de problemen en moeilijkheden waarmee ze werden geconfronteerd in hun plichten, begon ik onbewust op te scheppen dat ik beter was en meer ervaring had dan zij.
Tijdens een bijeenkomst zeiden enkele zusters die net waren begonnen met het begieten van nieuwkomers dat sommige nieuwkomers de verwoede onderdrukking en arrestaties van de CCP zagen en zich negatief, zwak, bedeesd en bang voelden. Die zusters wisten niet hoe ze moesten communiceren om het op te lossen. Ik dacht: aangezien ik onlangs die problemen heb opgelost en enkele resultaten heb gehaald, is dit een goede kans om ze te vertellen hoe ik communiceerde over de waarheid om die dingen op te lossen en om ze te laten zien dat ik de waarheid begreep en een bekwame werker was. Daarom zei ik zelfverzekerd: “Ik heb onlangs een paar broeders en zusters begoten die dezelfde gesteldheid hadden. Ik was toen heel bezorgd, dus om ze goed te begieten, hield ik meerdere bijeenkomsten met hen en las ik Gods woord en communiceerde ik over de waarheid met het oog op hun gesteldheid. Ik moest meer dan 50 kilometer heen en terug fietsen. Nadat ik ze een poosje had begoten, wonnen ze enige kennis van Gods werk, almacht en wijsheid. Ze begrepen het belang van God die de grote rode draak gebruikt als contrast in Zijn werk en ze kregen vertrouwen in God. Ze voelden zich niet langer beperkt door de vervolging van de CCP en wilden zelfs het evangelie verspreiden om te getuigen van Gods werk…” Terwijl ik communiceerde, keken de zusters me aan alsof ze in vervoering waren. Het gaf me een gevoel van voldoening en ik voelde meer energie terwijl ik sprak. Toen ik klaar was met mijn communicatie, zei een zuster opgewonden: “Met al jouw ervaring kun je problemen duidelijk zien. Ik zou volledig in de war zijn.” Een andere zuster zei jaloers: “Die problemen oplossen is heel gemakkelijk voor je. Als je nog meer goede ervaringen hebt, communiceer er dan over met ons, zodat we van je kunnen leren.” Ik was opgetogen toen ik hun complimenten hoorde. Hoewel ik had gezegd dat de resultaten van mijn werk enkel en alleen door Gods leiding kwamen en niet door mijn eigen inspanningen, voelde ik in mijn hart dat ik had geleden en een prijs had betaald voor die resultaten. Tijdens een bijeenkomst voelde een zuster zich negatief omdat ze geen goede resultaten had behaald bij het begieten van de nieuwkomers en ze sprak over veel moeilijkheden. Ik dacht: als ik zeg dat ik dezelfde moeilijkheden en gebreken heb, zullen anderen dan minder van me denken? Ik ben verantwoordelijk voor haar werk, dus ik zal haar vertellen over mijn succesvolle ervaringen en haar laten zien hoe ik heb gecommuniceerd over de waarheid om problemen op te lossen toen ik werd geconfronteerd met deze verschillende moeilijkheden. Zo kan ik zowel haar problemen oplossen als ervoor zorgen dat anderen me meer waarderen. Zodra ik dat dacht, sprak ik niet over mijn zwaktes en gebreken, maar schepte ik tegenover hen op hoe effectief ik was in mijn plichten. Ik zei: “Gedurende die periode begoot en steunde ik vijf broeders en zusters. Ze woonden niet regelmatig bijeenkomsten bij; sommigen omdat ze veel religieuze noties hadden, sommigen omdat ze verlangden naar geld en sommigen omdat ze zwak en negatief waren vanwege problemen thuis. Ik bezocht hen een voor een, overwon enkele moeilijkheden, zocht naar Gods woorden en communiceerde met hen allemaal om die problemen op te lossen tot ze de waarheid begrepen, hun noties loslieten, regelmatig bijeenkomsten bijwoonden en bereid waren om plichten op zich te nemen. Er was één broeder, een getalenteerde professional, die zelden naar bijeenkomsten kwam omdat hij wereldse status en roem najaagde. Het was moeilijk om hem te steunen, maar ik vertrouwde op God, las Gods woord aan hem voor en communiceerde over Gods wil. Nadat die broeder naar me had geluisterd, begreep hij de waarde van het streven naar de waarheid voor gelovigen in God. Hij kon zien dat reputatie en status najagen leeg is en hij was bereid om naar de waarheid te streven en zijn plichten te vervullen.” Na mijn communicatie zag ik bewonderende blikken op de gezichten van mijn zusters en ze haastten zich om de passages van Gods woord in mijn communicatie op te schrijven. Eén zuster zei emotioneel: “Je gebruikte de waarheid om hun problemen op te lossen, zodat ze Gods wil konden begrijpen en bereid zijn om God te volgen en hun plichten te vervullen. Je kon dat niet doen als je de werkelijkheden van de waarheid niet bezat.” Een andere zuster zei vol bewondering: “Ik had die problemen niet kunnen oplossen. Jij hebt meer ervaring, dus je kunt die kwesties beter verhelpen dan wij.” Op dat moment voelde ik dat er iets niet klopte. Waren ze me niet aan het aanbidden? Een van de zusters voelde zich een beetje negatief na mijn communicatie, want ze vond dat haar kaliber laag was en dat ze de waarheid niet kon gebruiken om problemen van nieuwkomers op te lossen. Ik dacht: praat ik te veel over mijn succesvolle ervaring? Laat ik ze denken dat ik de problemen waarmee ik word geconfronteerd simpel en gemakkelijk kan oplossen, zodat ze een hoge dunk van me hebben? Wie bewondert en wie wordt bewonderd zal tegenslag ontvangen. Is een dergelijke communicatie wel gepast? Maar toen dacht ik: ik vertel ze over mijn eigen praktische ervaring, dus het is vast in orde. Op dat moment dacht ik niet langer na over mezelf en de zaak ging voorbij. Later ontmoette ik twee begietingszusters om naar hun werk te vragen. Zodra ik arriveerde, zei een van hen opgewonden: “Gelukkig ben je er. We hebben hier enkele broeders en zusters met problemen die we niet kunnen oplossen. Praat er met ons over.” De hoopvolle blik in haar ogen maakte me zowel opgewonden als bezorgd. Opgewonden omdat ze naar me opkeek, maar bezorgd omdat ik me afvroeg of ze me aanbad omdat ik altijd sprak over de behaalde resultaten in mijn werk. Mijn volgende gedachte was: ik praat altijd over mijn successen om hun een beoefeningspad te geven bij het doen van hun plichten, wat communiceren over de waarheid is om problemen op te lossen. Bovendien praat ik alleen over mijn echte ervaringen, dus ik overdrijf niet. Daarom ging ik gewoon door met communiceren over mijn succesvolle ervaring. Ze reageerden met bewondering en jaloezie, en ik was opgetogen.
Daarna, op elke bijeenkomst, sprak ik over mijn lijden en de prijs die ik had betaald in mijn plichten, hoe ik communiceerde over de waarheid om problemen op te lossen en al mijn succesvolle voorbeelden. Beetje bij beetje begonnen al mijn broeders en zusters me te aanbidden. Ze wachtten op me om al hun problemen op te lossen en ik genoot echt van het gevoel dat ze naar me opkeken en me aanbaden. Op weg naar huis na bijeenkomsten dacht ik aan de uitdrukkingen van bewondering en aanbidding van mijn broeders en zusters en voelde ik me verrukt. De bewondering van zovelen motiveerde me in mijn plichten. Maar net toen ik opging in de vreugde van die aanbidding, werd ik onverwacht gesnoeid en behandeld.
Op een dag zei de kerkleider tegen me: “Ik vroeg de broeders en zusters om je te evalueren in deze kerkverkiezing en iedereen zegt dat je graag opschept.” Toen ik dat hoorde, werd mijn gezicht meteen rood van schaamte. Ik dacht: waarom zeggen ze allemaal dat ik graag opschep? Wat denkt de leider wel niet van me? Hoe kan ik ooit weer iemand onder ogen komen? Ik kwam snel met een verklaring: “Ik geef toe dat ik nogal arrogant ben en dat ik soms onbewust opschep, maar ik doe het niet met opzet. Tijdens bijeenkomsten praat ik alleen over mijn eigen ervaring.” Mijn leider zag dat ik mezelf niet kende en zei: “Je praat over je eigen ervaring, maar waarom kijken de broeders en zusters naar je op en vertrouwen ze op jou in plaats van dat ze op God vertrouwen en de waarheid zoeken? Je zegt dat je niet opzettelijk opschept, maar waarom praat je niet over je eigen verdorvenheid, gebreken, negativiteit, zwakte of je echte gedachten? Je praat alleen over het goede, niet je eigen verdorvenheid of zwakte. Het creëert de indruk dat je de waarheid nastreeft en weet hoe je moet ervaren. Is dat niet gewoon jezelf verheerlijken en opscheppen?” Ik wist niet hoe ik op de woorden van mijn leider moest reageren. Tijdens bijeenkomsten had ik alleen over mijn eigen succesvolle ervaring gepraat en was ik nooit openhartig geweest over afwijkingen en mislukkingen in mijn plichten. Ik was echt aan het opscheppen. Toen ik dacht aan hoe ik had opgeschept tegenover zo veel broeders en zusters en hoe ze me nu allemaal doorzagen, schaamde ik me zo dat ik door de grond wilde zakken. Hoe meer ik nadacht, hoe ellendiger ik me voelde en ik bleef maar huilen. Ik knielde voor God en bad: “God, ik wil niet meer opscheppen. Leid me, zodat ik kan nadenken over mezelf en mezelf kan leren kennen.”
Later las ik een passage uit Gods woorden: “Zichzelf verheerlijken en getuigenis afleggen van henzelf, met zichzelf pronken, mensen zover proberen te krijgen dat ze hen hoog achten – de verdorven mensheid is tot deze dingen in staat. Dit is hoe mensen instinctief reageren wanneer ze beheerst worden door hun satanische aard, en dit komt voor bij de gehele verdorven mensheid. Hoe verheerlijken mensen zich gewoonlijk en leggen ze getuigenis af van henzelf? Hoe bereiken ze dit doel? Ze getuigen ervan hoeveel werk ze hebben verricht, hoe zeer ze hebben geleden, hoe zeer ze zich hebben ingezet en welke prijs ze hebben betaald. Ze gebruiken deze dingen als het kapitaal waarmee ze zichzelf verheerlijken, en die hun een hogere, stevigere, veiligere plaats in de gedachte van de mensen geeft, zodat meer mensen hen achten, bewonderen, respecteren en zelfs aanbidden, verafgoden en volgen. Om dit doel te bereiken, doen mensen veel dingen waarmee zij op het eerste gezicht van God getuigen, maar waarmee zij in wezen zichzelf verheffen en van zichzelf getuigen. Is het redelijk om op die manier te werk te gaan? Ze liggen buiten het bereik van redelijkheid. Deze mensen kennen geen schaamte: ze getuigen ongegeneerd van wat ze voor God hebben gedaan en hoeveel ze voor Hem hebben geleden. Ze pronken zelfs met hun gaven, talenten, ervaring, speciale vaardigheden, slimme trucjes om zich te gedragen, de middelen die ze gebruiken om met mensen te spelen, enzovoorts. Hun methode om zichzelf te verheerlijken en van zichzelf te getuigen, bestaat uit met zichzelf te pronken en anderen te kleineren. Ze huichelen ook en camoufleren zichzelf om hun zwakheden, tekortkomingen en onvolkomenheden voor mensen te verbergen, zodat die alleen hun begaafdheid zien. Ze durven het niet eens aan anderen te vertellen wanneer ze zich negatief voelen; het ontbreekt hen aan moed om zich bloot te geven en met hen te communiceren, en wanneer ze iets verkeerd doen, doen ze hun best om het te verbergen en te verbloemen. Ze noemen nooit de schade die ze hebben toegebracht aan het werk van de kerk tijdens het vervullen van hun plicht. Maar wanneer ze een geringe bijdrage hebben geleverd of een klein succesje hebben behaald, dan zijn ze er snel bij om ermee op te scheppen. Ze kunnen niet wachten om de hele wereld te laten weten hoe bekwaam ze zijn, hoe hoog hun kaliber is, hoe uitzonderlijk ze zijn en hoeveel beter ze zijn dan gewone mensen. Is dit niet een manier om zichzelf te verheerlijken en van zichzelf te getuigen? Is zichzelf verheerlijken en van zichzelf getuigen iets wat door iemand met geweten en rede wordt gedaan? Dat is niet zo. Dus welke gezindheid wordt er gewoonlijk onthuld, wanneer mensen dit doen? Arrogantie is een van de belangrijkste gezindheden die onthuld worden, gevolgd door bedrieglijkheid, wat behelst dat ze al het mogelijke doen om ervoor te zorgen dat anderen grote achting voor hen hebben. Hun verhalen zijn volledig waterdicht; hun woorden bevatten duidelijk motivaties en intriges, en toch willen ze het feit dat ze opscheppen verbergen. De uitkomst van wat ze zeggen is dat mensen het gevoel krijgen dat zij beter zijn dan anderen, dat er niemand is die aan hen kan tippen, dat alle anderen minder zijn dan zij. En wordt deze uitkomst niet bereikt via slinkse streken? Welke gezindheid schuilt er achter zulke streken? En zijn er elementen van kwaadaardigheid? Dit is een boosaardige soort gezindheid” (Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt vier: Ze verheerlijken zichzelf en getuigen over zichzelf). Wat Gods woord openbaarde, doorboorde mijn hart. Was ik zelf ook niet zo aan het opscheppen? Tijdens bijeenkomsten had ik alleen maar gepraat over mijn eigen lijden en de succesvolle resultaten van mijn plichten. Als mijn broeders en zusters problemen hadden die ze niet konden oplossen, communiceerde ik niet over de waarheid om hen te helpen Gods wil te begrijpen en te weten hoe ze in hun plichten moeten vertrouwen op God. In plaats daarvan getuigde ik van mijn eigen vermogen om te lijden en problemen op te lossen. Ik sprak altijd over de lange weg die ik had afgelegd en de prijs die ik had betaald om mensen te begieten. Ik sprak nooit over de zwaktes of gebreken die ik liet zien als ik moeilijkheden had. Ik sprak altijd over hoe ik lasten droeg, hoe ik rekening hield met Gods wil, hoe ik de waarheid zocht om de problemen van mijn broeders en zusters op te lossen of hoe velen bijeenkomsten bijwoonden en hun plichten vervulden dankzij mijn begieting en steun, zodat anderen zouden denken dat ik de waarheid begreep en goed problemen kon oplossen. Het was duidelijk Gods woord waardoor deze broeders en zusters de waarheid begrepen, geloofden en hun plichten wilden vervullen. Die resultaten waren behaald door Gods woord. Maar ik verheerlijkte God niet en getuigde niet van Gods woord en werk. Ik liet anderen denken dat ik de problemen van mijn broeders en zusters had opgelost. Mijn ervaring gaf anderen geen kennis van God; in plaats daarvan aanbaden ze mij. Ze vertrouwden niet op God en zochten niet de waarheid als ze problemen hadden. In plaats daarvan vroegen ze om mijn communicatie om dingen op te lossen. Ze beschouwden me als iemand die zelfs hun leven kon redden. Bracht ik ze niet voor mezelf? Zelfs toen vond ik niet dat ik mezelf verheerlijkte of opschepte. Ik dacht nog steeds dat ik gewoon mijn eigen feitelijke ervaring besprak. Ik zag dat ik verachtelijke intenties had als ik mijn ervaringen besprak. Ik probeerde een hoge positie in de harten van mensen te verdienen. Hoe meer ik erover nadacht, hoe meer ik mezelf verachtelijk en schaamteloos vond. Door Gods genade kon ik de leiding nemen over het begietingswerk en door Zijn wil kon ik communiceren over Zijn woord om problemen op te lossen, mensen voor God te leiden en hen te helpen de waarheid te begrijpen en God te leren kennen. Maar in mijn plichten schepte ik voortdurend op, zodat mensen me zouden aanbidden. Ik zag de effecten van het werk van de Heilige Geest als de effecten van mijn eigen inspanningen en profiteerde ervan om op te scheppen over mezelf. Ik stal Gods glorie en genoot van de bewondering en aanbidding van mijn broeders en zusters. Ik schaamde me helemaal niet. Ik had totaal geen geweten en rede! Mijn leider snoeide en behandelde me, zodat ik kon nadenken over het verkeerde pad dat ik had genomen en op tijd kon omkeren, wat Gods liefde en redding voor me was! Ik kon God niet langer uitdagen en trotseren. Ik moest snel berouw tonen.
Ik herinnerde me een passage uit Gods woord: “Het delen en communiceren van je ervaringen betekent het delen van je ervaring en kennis van Gods woorden. Het gaat erom stem te geven aan elke gedachte in je hart, wat er in je omgaat, en aan de verdorven gezindheid die in jou wordt geopenbaard. Het gaat erom anderen deze dingen te laten onderscheiden en vervolgens het probleem op te lossen door de waarheid te communiceren. Alleen wanneer ervaringen op deze manier worden gecommuniceerd, plukt iedereen daar de vruchten van. Alleen dit is het ware kerkelijk leven” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, De meest fundamentele beoefening om een eerlijk iemand te zijn). Terwijl ik nadacht over Gods woorden, begreep ik dat communiceren over ervaring niet mag gaan over persoonlijke intenties, ambities en verlangens. Ik moet mijn hart openen en van daaruit met mijn broeders en zusters praten. Of het nu positief of negatief is, ik moet altijd openhartig zijn over mijn ware gesteldheid. Zo kunnen ze het positieve opnemen en het negatieve uit mijn ervaring leren onderscheiden. Ze kunnen zien dat ik ook opstandig en verdorven ben, en negatief en zwak kan zijn, en ze zullen niet naar me opkijken of me bewonderen. Zo kan mijn ervaring hun lessen leren en hen helpen om foute paden te vermijden. De volgende dag, tijdens de bijeenkomst, vond ik de moed om mijn gesteldheid te bespreken. Ik ontleedde en vertelde hoe ik gedurende die periode had opgeschept, zodat anderen naar me zouden opkijken, en hoe ik over mezelf had nagedacht en mezelf had leren kennen. Ik voelde me heel veilig en vreugdevol tijdens die bijeenkomst.
Later hoorde ik dat een zuster heel depressief was. Toen we spraken, zei ze: “Tijdens bijeenkomsten hoor ik altijd jouw ervaring en hoe je anderen effectief helpt, maar ik mis de werkelijkheden van waarheid en mijn kaliber is te laag. Ik kan problemen niet oplossen. Het is te stresserend. Ik kan deze plicht niet aan.” Toen ik dat hoorde, schaamde ik me diep. Ik dacht: ik ben rechtstreeks schuldig aan haar negativiteit. Ik verheerlijkte God niet in mijn plichten, ik loste de praktische moeilijkheden van mijn broeders en zusters bij het binnengaan in het leven niet op en ik schepte altijd op, waardoor ze nu ten onrechte denkt dat ik de waarheid begreep en gestalte had. Ik mag mijn fout niet herhalen. Ik moet openhartig zijn en mezelf tegenover haar openbaren. Dus ik vertelde haar over mijn gesteldheid en hoe ik gedurende die periode had opgeschept. Ik liet haar weten dat ik ook tekortkomingen had, dat ik zwak was als ik werd geconfronteerd met moeilijkheden en ook dat ik de werkelijkheden van waarheid niet echt had, dat de resultaten van mijn plichten van het werk en de leiding van de Heilige Geest kwamen en dat ik alleen niets zou kunnen bereiken. Mijn zuster was ontroerd en zei: “Door jouw communicatie besef dat ik niet de waarheid nastreef. Er is geen ruimte voor God in mijn hart. Ik kijk op naar materiële geschenken, aanbid anderen en heb niet begrepen dat alle successen van het werk en de leiding van de Heilige Geest komen. Ik wil niet langer negatief en zwak zijn tegenover mijn problemen. Ik wil op God vertrouwen en mijn plichten vervullen.” Toen ik mijn zuster zo hoorde spreken, was ik heel tevreden.
Daarna begon ik over mezelf na te denken. Waarom nam ik nog steeds onbewust dit pad, ook al wist ik dat ik God weerstond door op te scheppen? Wat was hier aan de hand? Later las ik een passage uit Gods woord: “Sommige mensen is bijvoorbeeld met name Paulus een idool. Ze treden graag naar buiten om toespraken te houden en werk te doen, ze vinden het fijn om samenkomsten te houden en te preken, en ze houden ervan als mensen naar hen luisteren, hen verafgoden en om hen heen draaien. Ze hebben graag een plek in de harten van anderen en hebben graag dat anderen aandacht schenken aan het beeld dat zij van zichzelf geven. Laten we hun aard ontleden aan de hand van deze uitingen. Wat is hun aard? Als ze deze uitingen daadwerkelijk vertonen, is dat voldoende om aan te tonen dat ze arrogant en verwaand zijn, dat ze God helemaal niet vereren, en dat ze een hoge status nastreven en anderen willen beheersen, bezit van hen willen nemen en een positie in hun harten willen hebben. Dat is het klassieke beeld van Satan. De aspecten van hun aard die in het bijzonder opvallen, zijn dat ze arrogant en verwaand zijn, God niet aanbidden en anderen zover proberen te krijgen dat ze hen aanbidden. Zulke uitingen kunnen je een heel duidelijk beeld geven van hun aard” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Hoe de aard van de mens te leren kennen). Uit de openbaring van Gods woord begreep ik dat ik graag opschepte tegenover mijn broeders en zusters, zodat ze naar me zouden opkijken en me zouden aanbidden, omdat ik werd beheerst door mijn arrogante aard. Omdat mijn aard zo arrogant was, begon ik mezelf te bewonderen zodra mijn plichten enkele resultaten hadden voortgebracht. Om te laten zien dat ik buitengewoon en superieur was, schepte ik op tijdens bijeenkomsten en pronkte ik met de successen van mijn werk. Ik zei niets over mijn moeilijkheden, mijn zwaktes, mijn opstandigheid en mijn verdorvenheid. Als mijn broeders en zusters me loofden, voelde ik geen angst. In plaats daarvan was ik heel gelukkig en genoot ik schaamteloos van hun bewondering en aanbidding. Paulus genoot zeer van bijeenkomsten en prediken. Hij deed alsof de effecten van het werk van de Heilige Geest van hem waren en schepte altijd op over zichzelf om mensen te bedriegen. Hij bracht alle gelovigen voor zichzelf, zodat zelfs nu, 2000 jaar later, de hele religieuze wereld hem aanbidt en verheerlijkt, zijn woorden behandelt als Gods woord en kennis van de Heer Jezus mist. Paulus had een arrogante en zelfingenomen aard. Hij dacht niet aan God; hij volgde het pad van een antichrist die zich verzet tegen God. Hij nam in de harten van mensen Gods plek in, beledigde serieus Gods rechtvaardige gezindheid en werd gestraft en vervloekt door God. Leek mijn gezindheid niet op die van Paulus? Ik was ook arrogant en zelfgenoegzaam, ik verheerlijkte mezelf graag en schepte graag op, en ik omringde mezelf met mensen. Bijgevolg keek iedereen na maanden van deze “voorstelling” naar me op. Iedereen aanbad me en ze hadden geen ruimte voor God in hun hart. Bij problemen zochten ze mij op in plaats van God. Was dit niet God weerstaan en mijn broeders en zusters schaden? Volgde ik niet het pad van een antichrist? Pas toen zag ik dat ik gevaar liep en dat ik werd beheerst door mijn arrogante aard. Steeds weer had ik schaamteloos opgeschept over mezelf. Ik had mijn broeders en zusters misleid om mij te aanbidden en soms had ik zelfs verachtelijke intenties en gebruikte ik trucs om op te scheppen. Ik was heel verachtelijk! Die gedachten vervulden me met walging en haat voor mezelf en ik zweerde bij mezelf dat ik nooit meer zou opscheppen.
Daarna keek ik naar een video waarin Gods woord wordt voorgelezen. Almachtige God zegt: “God is de Schepper, en Zijn identiteit en status zijn allerhoogst. God bezit gezag, wijsheid en kracht, en Hij heeft Zijn eigen gezindheid en Zijn bezittingen en wezen. Weet iemand hoeveel jaar God al werkt te midden van de mensheid en de hele schepping? Het specifieke aantal jaren dat God al werkt en de hele mensheid managet, is onbekend; niemand kan een exact cijfer geven, en God rapporteert deze zaken niet aan de mensheid. Maar als Satan zoiets zou doen, zou hij het dan rapporteren? Zeker wel. Hij wil met zichzelf pronken om meer mensen te misleiden en meer mensen bewust te maken van zijn bijdragen. Waarom rapporteert God deze zaken niet? Er is een nederig en verborgen aspect aan Gods essentie. Wat is het tegenovergestelde van nederig en verborgen zijn? Het is arrogant zijn en jezelf op de voorgrond plaatsen. […] God eist dat mensen van Hem getuigen, maar heeft Hij van Zichzelf getuigd? (Nee.) Satan daarentegen is al bang als mensen van het kleinste dingetje dat hij doet niet afweten. De antichristen zijn niet anders: ze scheppen tegenover iedereen op over elk klein dingetje dat ze doen. Als je hen hoort, lijkt het alsof ze van God getuigen – maar als je goed luistert, zul je ontdekken dat ze niet van God getuigen, maar met zichzelf pronken en zichzelf ophemelen. De bedoeling en essentie achter wat ze zeggen is om met God te wedijveren om Zijn uitverkoren volk, en om status te verwerven. God is nederig en verborgen en Satan pronkt met zichzelf. Is er een verschil? Pronken versus nederigheid en verborgenheid: wat zijn positieve dingen? (Nederigheid en verborgenheid.) Zou Satan als nederig kunnen worden beschreven? (Nee.) Waarom? Afgaande op zijn boosaardige aard-essentie is hij een waardeloos stuk vuilnis; het zou abnormaal zijn als Satan niet met zichzelf zou pronken. Hoe zou Satan ‘nederig’ kunnen worden genoemd? ‘Nederigheid’ wordt gezegd van God. Gods identiteit, essentie en gezindheid zijn verheven en eervol; Hij pronkt nooit met Zichzelf. God is nederig en verborgen, mensen zien dus niet wat Hij heeft gedaan. Maar terwijl Hij in het verborgene werkt, wordt de mensheid onophoudelijk voorzien, gevoed en geleid – en dit wordt allemaal door God beschikt. Is het geen verborgenheid en nederigheid dat God deze dingen nooit bekendmaakt, ze nooit noemt? God is nederig juist omdat Hij in staat is deze dingen te doen, maar ze nooit noemt of bekendmaakt, en er niet met mensen over redetwist. Wat voor recht heb je om over nederigheid te spreken als je niet tot zulke dingen in staat bent? Je hebt geen van die dingen gedaan, maar toch sta je erop de eer ervoor op te strijken – dit heet schaamteloos zijn. God leidt de mensheid, voert zulk geweldig werk uit en bestuurt het hele heelal. Zijn gezag en kracht zijn zo enorm en toch heeft Hij nooit gezegd: ‘Mijn kracht is buitengewoon.’ Hij blijft verborgen te midden van alle dingen, bestuurt alles, voedt de mensheid en voorziet in haar behoeften, en stelt de hele mensheid in staat generatie na generatie voort te bestaan. Neem bijvoorbeeld de lucht en de zonneschijn, of alle materiële dingen die nodig zijn voor het menselijk bestaan op aarde – ze stromen allemaal onophoudelijk voort. Dat God in de behoeften van de mens voorziet, staat buiten kijf. Als Satan iets goeds zou doen, zou hij het dan stilhouden en een onbezongen held blijven? Nooit. Het is net zoals er enkele antichristen in de kerk zijn die voorheen gevaarlijk werk hebben verricht, die dingen hebben opgegeven en lijden hebben doorstaan, die misschien zelfs naar de gevangenis zijn gegaan; er zijn er ook die ooit hebben bijgedragen aan één aspect van het werk van het huis van God. Ze vergeten deze dingen nooit, ze zijn van mening dat ze daar levenslang erkenning voor verdienen, ze denken dat dit het kapitaal van hun leven is – wat laat zien hoe klein mensen zijn! Mensen zijn werkelijk klein, en Satan is schaamteloos” (Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt zeven: Ze zijn boosaardig, verraderlijk en bedrieglijk (deel 2)). Na het lezen van Gods woorden schaamde ik me. God is de Schepper. Hij heeft gezag en macht. Hij heeft de hoogste status. Toch werd God Zelf vlees om de verdorven mensheid te redden. Hij drukte stil de waarheid uit om mensen te voeden en te redden. Hij gebruikt nooit de status van God om op te scheppen en Hij zegt nooit hoeveel werk Hij heeft gedaan om de mensheid te redden of hoeveel vernedering en pijn Hij heeft geleden. In plaats daarvan blijft Hij altijd bescheiden en verborgen onder mensen, waar hij Zijn werk van het begieten en redden van de mensheid doet. Gods essentie is heel heilig, aardig en goed! Ik ben iemand die door en door verachtelijk is en die diep is verdorven door Satan. In Gods ogen ben ik onbelangrijk, maar toch was ik schaamteloos genoeg om mezelf te verheerlijken en op te scheppen, zodat anderen maar me zouden opkijken en me zouden aanbidden. Ik was echt zo arrogant dat ik mijn rede verloor. Ik was het niet waard om voor God te leven! Op dat moment schaamde ik me nog meer voor mijn arrogantie en gepronk en opschepperij. Ik viel neer voor God en bad: “God, door uw oordeel en openbaring heb ik gezien dat ik leef zonder menselijke gelijkenis. Ik wil zo niet meer leven. God, leid me. Leer me om de waarheid te beoefenen en van u te getuigen.”
Ik zag Gods woord: “Wanneer je van God getuigt, moet je vooral spreken over hoe God over mensen oordeelt en mensen tuchtigt, welke beproevingen Hij gebruikt om mensen te louteren en hun gezindheid te veranderen. Je moet ook spreken over hoeveel verdorvenheid in je ervaring is geopenbaard, hoeveel je hebt geleden, hoeveel dingen je hebt gedaan om je tegen God te verzetten, en hoe je uiteindelijk door God bent overwonnen. Praat over hoeveel echte kennis je hebt van Gods werk, en hoe je van God moet getuigen en Hem moet terugbetalen voor Zijn liefde. Je moet stevige taal gebruiken en op een eenvoudige manier spreken. Praat niet over lege theorieën. Spreek meer gewone taal; spreek vanuit je hart. Op die manier moet je dingen ervaren. Maak geen gebruik van diepzinnig klinkende, lege theorieën om met jezelf te pronken. Dat maakt een arrogante en onzinnige indruk. Je moet meer over werkelijke dingen spreken vanuit je werkelijke ervaring, en meer vanuit je hart spreken. Daar hebben anderen het meest profijt van, en het is voor hen het meest geschikt om te zien” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Alleen door de waarheid na te streven, kan iemand een verandering in gezindheid bereiken). Ik vond beoefeningspaden in Gods woorden. Ware communicatie is niet hetzelfde als enkel opscheppen over succesvolle ervaringen. Je moet getuigen van hoe God over ons oordeelt, ons reinigt en ons redt. Het is noodzakelijk om je eigen opstandigheid, verdorvenheid, verachtelijke intenties en de gevolgen van je daden te ontmaskeren en te praten over hoe je jezelf later kunt leren kennen door het oordeel en de tuchtiging in Gods woord te ervaren. Op die manier kun je het ware gezicht van je eigen verdorvenheid leren onderscheiden en kennis hebben van Gods werk, Gods gezindheid en Gods eisen van de mensheid. Zo kun je Gods redding voor mensen en Zijn liefde voor mensen zien. Alleen met een dergelijke communicatie kun je getuigen van God. Zodra ik die beoefeningspaden begreep, begon ik ze bewust uit te voeren. Tijdens een bijeenkomst sprak een broeder over het streven naar reputatie en status in zijn plichten. Hij vergeleek zichzelf met iedereen, voelde zich er ellendig over en wist niet hoe hij het moest oplossen. Terwijl ik hem zijn gesteldheid hoorde beschrijven, dacht ik: “als ik zijn probleem oplos, zal hij in de toekomst als hij over zijn ervaring praat zeggen dat hij zijn gesteld kon veranderen door mijn communicatie. De broeders en zusters zullen naar me opkijken en zeggen dat ik de waarheid begrijp en gestalte heb. Ik moet de woorden en ideeën samenstellen in mijn communicatie en hem alles vertellen over mijn ervaring.” Op dat moment voelde ik zelfverwijt toen ik opeens besefte dat ik opnieuw mijn satanische voorstelling zou geven. De gedachte die ik net had gehad, voelde walgelijk, alsof ik een dode vlieg had doorgeslikt. Dus ik bad in stilte tot God om te vragen om de kracht om mezelf te verzaken en deze keer God te verheerlijken en van Hem te getuigen. Later vertelde ik mijn broeder over mijn mislukte ervaring waarin ik werd vervangen omdat ik streefde naar en vocht voor reputatie en status. Ik sprak ook over hoe ik, door Gods woord te lezen, over mezelf kon nadenken, mezelf had leren kennen, berouw had getoond en enige verandering had bereikt. Na mijn communicatie erkende mijn broeder dat zijn aard te arrogant was en reputatie en status najagen het pad van een antichrist is. Hij wilde berouw tonen. Toen ik mijn broeder zo hoorde communiceren, bedankte ik God in mijn hart. Dit was het werk van Gods leiding.
Daarna, als ik tijdens bijeenkomsten communiceerde met broeders en zusters, hoewel ik nog steeds af en toe opschepte, was het niet zo duidelijk of serieus als eerder. Soms wilde ik opscheppen, maar als ik dat voelde, bad ik tot God en kon ik mezelf verzaken. Beetje bij beetje schepte ik minder op, kwam het minder vaak voor dat ik wilde pronken en werd ik wat redelijker in mijn woorden en daden. Ik ben zeer dankbaar voor Almachtige Gods redding!