52. Mijn bazige gedrag loslaten

Door Cheng Nuo, Frankrijk

Vorig jaar kreeg ik de opdracht om nieuwkomers te begieten. Eerst had ik twee kerken in mijn eentje geleid. Later wees de leider mij en zuster Lin om een of andere reden aan dezelfde kerk toe. Toen ik die regeling zag, was ik een beetje ontdaan. Ik had twee kerken in mijn eentje geleid. Nu leidde ik er slechts één en toch gaven ze me een partner. Was dat echt noodzakelijk? Dan zouden alle prestaties worden beschouwd als bereikt door twee mensen. Ik zou niet in de schijnwerpers staan en niemand zou naar me opkijken. Als ik al het werk helemaal alleen zou doen, zouden de broeders en zusters me zien als capabel. Ze zouden zeker vinden dat ik bekwaam was in dat werk, dat ik een onmisbare ruggengraat van die plicht was. Dat zou heel bewonderenswaardig zijn. Bovendien zou ik met een partner niet het laatste woord hebben, dus zou ik dan ook niet half zoveel macht hebben? Ik zou altijd naar de mening van mijn partner moeten vragen en onbekwaam lijken. Door die gedachten begon ik me hevig tegen die regeling te verzetten en ik vroeg me af of de leider een fout had gemaakt of op me neerkeek. Ik wist dat alle andere kerken twee leiders hadden, maar ik vond dat ik zeer capabel was, dus ik verdiende het niet om zoals de anderen te worden behandeld. Ik negeerde zuster Lin gewoon en verzweeg veel van wat ik deed voor haar.

Op een gegeven moment moesten twee groepen worden samengevoegd omdat ze te weinig leden hadden. Ik dacht dat ik zoiets simpels wel alleen kon doen. Zulke zaken had ik eerder in mijn eentje geregeld, dus ik hoefde het niet met zuster Lin te bespreken. Ik voegde de groepen gewoon samen. Toen zuster Lin ernaar vroeg, zei ik zelfverzekerd tegen haar dat ik het had geregeld. Op een ander moment wilde de leider dat we zouden bekijken welke nieuwkomers konden worden gevormd om het evangelie te delen, dus ik vormde meteen een groep goede kandidaten. Toen ze de principes voor het delen van het evangelie leerden, zag ik dat een van hen het druk leek te hebben met zijn werk. Zonder het met iemand te bespreken, haalde ik hem uit die groep en ik liet hem niet deelnemen aan het delen van het evangelie. Toen broeder Zhang, die verantwoordelijk was voor het evangeliewerk, dat ontdekte, behandelde hij me door te zeggen dat ik autoritair en willekeurig was en dat ik beslissingen nam zonder mijn partner erbij te betrekken. Ik zei toen tegen hem dat hij gelijk had, maar ik geloofde niet echt dat mijn verdorvenheid zo ernstig was.

Nadat zulke dingen veelvuldig waren gebeurd, zei zuster Lin op een dag tegen me: “Wij zijn partners. Zelfs als je dingen alleen kunt doen, moet je me op de hoogte houden, zodat ik ook weet hoe ons werk vordert. Zuster Zhang neemt altijd de moeite om dingen te bespreken met haar partner. Ze praten samen over alles.” Ik dacht: als ik iets met je deel, volg je toch gewoon mijn raad op, dus moeten we echt die formaliteit volgen? Zuster Zhang vraagt het altijd omdat ze niet weet hoe ze iets moet doen. Waarom zouden we moeilijk doen als ik het prima alleen af kan? Het is lastig om een partner te hebben met wie je alles moet bespreken. Dan is het of ik een ondergeschikte ben die verantwoording aflegt tegenover een meerdere en lijk ik onbekwaam. Later zei ze dit nog een paar keer tegen me, maar ik bleef de dingen doen zoals eerst. Soms vroeg ze me naar specifieke dingen in onze plichten, maar ik wees haar bits af en vond dat ze naar dingen vroeg die we net hadden besproken. In onze werkbesprekingen hoorde ik zuster Lin soms herhaaldelijk zuchten. Ik vroeg me af of ze zich door mij beperkt voelde. Een beetje berouw voelde ik wel, maar toch vond ik dat ik haar niets had misdaan en dus nam ik het niet serieus. Op een dag vroeg ze me of ik de kerk alleen kon leiden. Ik besefte toen niet waarom ze dat zei en vroeg me af of ze zou worden overgeplaatst. Dat leek me geweldig, want dan zou ik geen verantwoording meer hoeven af te leggen tegenover haar en zou ik de leiding hebben. Dus ik reageerde gewoonweg dat ik dat kon. Toen ze dat hoorde, zei zuster Lin niets. Later leerde ik dat ze zich door mij echt beperkt voelde, alsof ze niks kon doen, en zelfs ontslag wilde nemen. Toen gaf ik wel toe dat ik haar niet goed behandelde, maar over mezelf nadenken deed ik niet.

De leider gaf zuster Lin een ander project om zich mee bezig te houden, dus ik was verantwoordelijk voor meer werk van de kerk. Ik was stiekem blij omdat ik nu eindelijk mijn vaardigheden zou kunnen tonen en het voor het zeggen zou hebben. Maar zo ging het helemaal niet. Mijn plicht werd natuurlijk veel zwaarder en als de broeders en zusters problemen hadden in hun plichten, kon ik de essentie ervan niet zien, dus ik kon het niet bij de wortel aanpakken. Na een tijdje kwamen steeds minder nieuwkomers regelmatig bijeen, en de leider zei tegen me dat mijn werkprestaties vreselijk waren. Zuster Lin wees me ook meermaals op mijn problemen. Ze zei dat ik een eenling was die anderen niet raadpleegde en niet de waarheid zocht in dingen. Ik was toen heel koppig en wilde niet luisteren of over mezelf nadenken. Daarna verslechterde mijn gesteldheid en ik was altijd warrig. Op een dag zei de leider dat ze met me wilde praten. Ze regelde een bespreking met een andere zuster. Ik had gehoord dat de werkprestaties van die zuster niet goed waren en dacht dat dat betekende dat de leider vond dat ik op haar leek. Dat maakte me bang. Was mijn probleem echt zo ernstig? Zou ik worden ontslagen? Alles ging goed toen ik twee kerken had geleid. Waarom deed ik het niet goed nu ik er maar één had en werk deed waar ik bekend mee was, dat ik eerder had gedaan? Er moest iets mis zijn met me. Ik bad tot God en vroeg Hem om me te leiden om over mezelf na te denken en mijn probleem te begrijpen.

Op een dag las ik deze passage uit Gods woorden: “Wanneer twee mensen verantwoordelijk zijn voor iets, en een van hen heeft de essentie van een antichrist, wat komt er dan in deze persoon tot uiting? Wat het ook is, hij en hij alleen is degene die de bal aan het rollen brengt, die de vragen stelt, die de zaken uitzoekt en die met een oplossing komt. En meestal houdt hij zijn partner volledig in het ongewisse. Wat is zijn partner in zijn ogen? Niet zijn plaatsvervanger, maar gewoon decoratie. In de ogen van de antichrist bestaat zijn partner gewoon niet. Telkens wanneer er een probleem is, denkt de antichrist erover na, en zodra hij een handelwijze heeft bepaald, informeert hij alle anderen dat het zo moet worden gedaan, en niemand mag het in twijfel trekken. Wat is de essentie van zijn samenwerking met anderen? In wezen komt het erop neer dat hij het laatste woord heeft, hij problemen nooit met anderen bespreekt, de volledige verantwoordelijkheid voor het werk neemt en zijn partners tot decoratie degradeert. Hij handelt altijd alleen en werkt nooit met iemand samen. Hij bespreekt of communiceert nooit met iemand anders over zijn werk, hij neemt vaak alleen beslissingen en handelt kwesties alleen af, en bij veel dingen komen andere mensen er pas achter hoe dingen zijn afgerond of afgehandeld nadat de daad is verricht. Andere mensen zeggen tegen hem: ‘Alle problemen moeten met ons worden besproken. Wanneer heb je die persoon aangepakt? Hoe heb je hem aangepakt? Hoe wisten wij daar niets van?’ Hij geeft geen uitleg en schenkt er geen aandacht aan; voor hem hebben zijn partners totaal geen nut en zijn ze slechts decoratie. Wanneer er iets gebeurt, denkt hij erover na, neemt zijn eigen besluit en handelt zoals hij wil. Hoeveel mensen er ook om hem heen zijn, het is alsof deze mensen er niet zijn. Voor de antichrist kunnen ze net zo goed lucht zijn. Is, gezien dit alles, er ook maar iets wezenlijk aan zijn samenwerking met anderen? Helemaal niets, hij doet het slechts voor de vorm en speelt een rol. Anderen zeggen tegen hem: ‘Waarom communiceer je niet met alle anderen wanneer je een probleem tegenkomt?’ Hij antwoordt: ‘Wat weten zij nou? Ik ben de teamleider, het is aan mij om te beslissen.’ De anderen zeggen: ‘En waarom heb je niet met je partner gecommuniceerd?’ Hij antwoordt: ‘Ik heb het hem verteld, hij had geen mening.’ Hij gebruikt het feit dat andere mensen geen mening hebben of niet voor zichzelf kunnen denken als excuus om te verdoezelen dat hij zijn eigen gang gaat. En dit wordt niet gevolgd door de geringste zelfreflectie. Het zou voor dit soort persoon onmogelijk zijn om de waarheid te aanvaarden. Dit is een probleem met de aard van de antichrist(Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt acht: Ze willen dat anderen zich alleen aan hen onderwerpen, niet aan de waarheid of aan God (deel 1)). Deze passage greep me echt aan. Elk woord voelde alsof God me direct ontmaskerde. Ik zag eindelijk in dat het dictatoriaal en het pad van een antichrist was dat ik altijd het laatste woord wilde hebben in alles. Ik behandelde zuster Lin alsof ze niet bestond en raadpleegde haar niet omdat ik vond dat ik het alleen ook wel kon. Achteraf beschouwd had ik mijn plicht de hele tijd zo gedaan. Toen de twee groepen moesten worden samengevoegd, deed ik het zonder het te bespreken met zuster Lin. Ik gaf haar zelfs niet eens een seintje. Toen ik zag dat een nieuwkomer het druk had met zijn werk, besprak ik niet de beste aanpak met haar. In plaats daarvan zette ik hem gewoon uit de groep en nam ik hem zijn plicht af. Toen zuster Lin vroeg hoe het ging met sommige projecten en nieuwe gelovigen, reageerde ik niet geduldig, maar raakte ik geïrriteerd en weerbarstig. Het kwam op me over alsof ik verantwoording moest afleggen tegenover een meerdere, alsof ik onder haar stond, dus ik deed afwijzend tegen haar. Ik wilde altijd het laatste woord hebben. Ik wilde gezag hebben. Ik was autoritair en willekeurig in mijn plicht, wilde met niemand samenwerken en beperkte zuster Lin. Hoe was dat mijn plicht doen? Ik verstoorde het werk van de kerk en gedroeg me als een volgeling van Satan!

Later vond ik nog een passage uit Gods woorden: “Hoewel leiders en werkers partners hebben, en iedereen die een plicht vervult partners heeft, geloven antichristen dat ze een goed kaliber hebben en beter zijn dan gewone mensen. Gewone mensen zijn het dus niet waard hun partners te zijn, ze zijn allemaal minderwaardig aan hen. Daarom maken antichristen graag de dienst uit en bespreken ze dingen niet graag met anderen. Ze denken dat ze overkomen als een incompetente nietsnut als ze dit doen. Wat voor soort opvatting is dit? Wat voor soort gezindheid is dit? Is dit een arrogante gezindheid? Ze denken dat samenwerken en dingen bespreken met anderen, navraag bij hen doen en hen om advies te vragen, onwaardig en vernederend is, een belediging voor hun zelfrespect. Ze staan dus om hun zelfrespect te beschermen niet toe dat alles wat ze doen transparant is, noch vertellen ze anderen erover, laat staan dat ze het met hen bespreken. Ze denken dat discussiëren met anderen betekent dat ze incompetent overkomen; dat het betekent dat ze dom zijn en niet in staat zijn voor zichzelf te denken als ze altijd naar de mening van anderen vragen; dat samenwerken met anderen bij het uitvoeren van een taak of het oplossen van een probleem hen nutteloos doet lijken. Is dit niet hun arrogante en absurde mentaliteit? Is dit niet hun verdorven gezindheid? De arrogantie en zelfgenoegzaamheid in hen is te duidelijk; ze hebben alle normale menselijke verstand verloren en ze zijn niet helemaal goed bij hun hoofd. Ze denken altijd dat ze bekwaamheden hebben, dingen zelf kunnen afmaken en niet met anderen hoeven samen te werken. Aangezien ze zulke verdorven gezindheden hebben, zijn ze niet in staat tot een harmonieuze samenwerking te komen. Ze geloven dat samenwerken met anderen hun macht verwatert en versnippert, dat wanneer werk met anderen wordt gedeeld, hun eigen macht vermindert en ze niet alles zelf kunnen beslissen, wat betekent dat ze geen werkelijke macht hebben, wat voor hen een enorm verlies is. En dus zullen ze, als ze geloven dat ze het begrijpen en dat ze de juiste manier kennen om het aan te pakken, het met niemand anders bespreken en zullen ze alle beslissingen nemen, wat er ook met hen gebeurt. Ze maken liever fouten dan dat ze het andere mensen laten weten, ze hebben liever ongelijk dan dat ze de macht met iemand anders delen, en ze worden liever ontheven van hun functie dan dat ze andere mensen in hun werk laten ingrijpen. Dit is een antichrist. Ze zouden liever de belangen van Gods huis schaden, liever de belangen van Gods huis op het spel zetten, dan hun macht met iemand anders delen. Ze denken dat wanneer ze een bepaalde werkzaamheid verrichten, of een bepaalde zaak afhandelen, dit niet het vervullen van een plicht is, maar veeleer een kans om zichzelf te etaleren en zich van anderen te onderscheiden, een kans om macht uit te oefenen. Daarom, hoewel ze zeggen dat ze harmonieus met anderen zullen samenwerken en dat ze zaken samen met anderen zullen bespreken wanneer die zich voordoen, is de waarheid dat ze in het diepst van hun hart niet bereid zijn hun macht of status op te geven. Ze denken dat zolang ze enkele doctrines begrijpen en in staat zijn het zelf te doen, ze met niemand anders hoeven samen te werken; ze denken dat ze het alleen moeten uitvoeren en voltooien, en dat alleen dit hen competent maakt. Is deze opvatting juist? Ze weten niet dat als ze principes schenden, ze hun plichten niet vervullen, ze niet in staat zijn Gods opdracht uit te voeren, en ze slechts arbeiden. In plaats van de waarheidsprincipes te zoeken bij het vervullen van hun plicht, oefenen ze macht uit volgens hun eigen gedachten en bedoelingen, sloven ze zich uit en pronken ze met zichzelf. Wie hun partner ook is of wat ze ook doen, ze willen nooit dingen bespreken, ze willen altijd alleen handelen en ze willen altijd het laatste woord hebben. Ze spelen duidelijk met macht en gebruiken macht om dingen te doen. Antichristen houden allemaal van macht, en wanneer ze status hebben, willen ze meer macht. Wanneer ze macht bezitten, zijn antichristen geneigd hun status te gebruiken om op te scheppen en met zichzelf te pronken, om anderen tegen hen te laten opkijken en hun doel, zich boven de massa te verheffen, te bereiken. Zo fixeren de antichristen zich op macht en status, en zullen ze hun macht nooit, maar dan ook nooit opgeven(Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt acht: Ze willen dat anderen zich alleen aan hen onderwerpen, niet aan de waarheid of aan God (deel 1)). Toen ik dat las, bedacht ik me dat zo bazig was geweest en niet met anderen had willen samenwerken omdat ik bang was dat ik minder macht zou hebben, niet alleen de leiding zou hebben en niet door anderen zou worden bewonderd als meer mensen betrokken waren bij het werk van de kerk. Ik was eerder verantwoordelijk geweest voor het werk van de kerk en vond dat ik ervaren was, er geschikt voor was en capabel was. Ik sloeg daar munt uit en werd arrogant. Ik vond mezelf speciaal en beter dan anderen. Mijn partner zuster Lin wilde dat ik dingen met haar besprak voor ik iets deed, maar ik was bang dat ik dan onbekwaam zou lijken, dus ik deed dingen gewoon alleen. Af en toe vroeg ik me af of ik haar moest raadplegen, maar om te pronken en door anderen te worden bewonderd, verzon ik een reden. Ze had toch geen mening om met mij te delen, en als ik iets met haar zou bespreken, zou ze het toch met me eens zijn. Ik gebruikte dat als excuus om niet met zuster Lin samen te werken. De kerk had geregeld dat wij tweeën het werk van de kerk samen zouden doen. Ze had het recht om deel te nemen aan elk project en op de hoogte te zijn van de details en vorderingen, maar ik duwde haar opzij om dingen alleen te doen en ontnam haar het recht op informatie en inspraak, waardoor ze er maar een beetje bij bungelde. Ik deed al het werk zelf en liet haar niet bijdragen. Was ik geen antichrist geworden die haar eigen rijk vestigde? Ik dacht aan de dictatuur en de ultieme controle van de grote rode draak, waar mensen naar moeten luisteren zonder vragen te stellen. Ik wilde bij alles wat ik deed de leiding hebben. Ik was bazig en niet bereid om dingen met anderen te bespreken. Ik was dictatoriaal in de kerk en had de eindcontrole. Waarin verschilde ik van de grote rode draak? Hoe meer ik erover nadacht, hoe meer ik besefte hoe ernstig het was dat ik weigerde om met anderen samen te werken. Ik was bang. Christus en de waarheid hebben de macht in de kerk. Wat er ook gebeurt, we moeten de waarheid zoeken en dingen doen volgens principe. Maar ik wilde altijd het laatste woord hebben in de kerk die ik leidde. Wilde ik niet gewoon koning van de apenrots zijn? Ik stond er niet bij stil hoe ik de waarheid moest beoefenen en de belangen van de kerk moest beschermen. In plaats daarvan dacht ik alleen aan het bevredigen van mijn eigen persoonlijke verlangens. Ten slotte maakte ik van het werk van de kerk een grote puinhoop en vormde ik een stoorzender en een hindernis. Het was Gods genade dat ik die plicht kon vervullen. Het was Gods wil dat ik echt naar de waarheid zou streven, goed zou samenwerken met de broeders en zusters, en nieuwe gelovigen fatsoenlijk zou begieten, zodat ze snel vaste voet op de ware weg zouden krijgen. Maar ik zag het als een kans om te pronken, mijn macht uit te oefenen en door anderen te worden bewonderd. Ik was altijd dominant en pronkte met mijn vaardigheden. Dat hinderde niet alleen het werk van de kerk, maar schaadde ook de broeders en zusters, evenals mijn eigen leven.

Ik zag een videolezing van Gods woorden die mijn foute opvattingen deed omslaan. Almachtige God zegt: “Harmonieuze samenwerking omvat vele dingen. Een van deze vele dingen is in ieder geval anderen aan het woord laten en verschillende suggesties laten doen. Als je werkelijk redelijk bent, moet je, ongeacht welk werk je doet, eerst leren de waarheidsprincipes te zoeken, en je moet ook het initiatief nemen om de meningen van anderen te vragen. Zolang je elke suggestie serieus neemt en vervolgens problemen eensgezind oplost, zul je in wezen een harmonieuze samenwerking bereiken. Op deze manier zul je veel minder moeilijkheden ondervinden in je plicht. Ongeacht welke problemen zich voordoen, het zal gemakkelijk zijn om ze op te lossen en ermee om te gaan. Dit is het effect van harmonieuze samenwerking. Soms zijn er geschillen over onbeduidende zaken, maar zolang die het werk niet beïnvloeden, vormen ze geen probleem. Echter, bij belangrijke zaken en grote kwesties die het werk van de kerk betreffen, moet je tot een consensus komen en de waarheid zoeken om ze op te lossen. Als je als leider of werker altijd boven anderen denkt te staan en geniet van je plicht alsof het een overheidsfunctie is, je altijd tegoed doet aan de voordelen van je status, altijd je eigen plannen maakt, altijd je eigen roem, gewin en status overweegt en ervan geniet, altijd bezig bent met je eigen onderneming, en altijd probeert een hogere status te verkrijgen, meer mensen te managen en te beheersen, en de reikwijdte van je macht uit te breiden, dan levert dat problemen op. Het is zeer gevaarlijk om een belangrijke plicht te behandelen als een kans om van je positie te profiteren alsof je een overheidsfunctionaris bent. Als je altijd zo handelt, niet wenst samen te werken met anderen, je macht niet wilt verwateren en met iemand anders wilt delen, niet wilt dat iemand anders je in de schaduw stelt of de show steelt, als je alleen zelf van de macht wilt genieten, dan ben je een antichrist. Maar als je vaak de waarheid zoekt, deze beoefent om in opstand te komen tegen je vlees, je drijfveren en ideeën, en in staat bent het op je te nemen om met anderen samen te werken, je hart openstelt om met anderen te overleggen en te zoeken, aandachtig luistert naar de ideeën en suggesties van anderen, en advies aanneemt dat correct is en in overeenstemming is met de waarheid, ongeacht van wie het komt, dan handel je op een wijze en correcte manier, en ben je in staat te vermijden het verkeerde pad op te gaan, wat een bescherming voor je is. Je moet de leiderschapstitels loslaten, de smerige houding van status loslaten, jezelf als een gewoon mens behandelen, jezelf op gelijke voet met anderen stellen en een verantwoordelijke mentaliteit hebben als het om je plicht gaat. Dit is de juiste handelswijze. Als je je plicht altijd behandelt als een officiële titel en status, of als een soort lauwerkrans, en je je inbeeldt dat anderen er zijn om voor jouw positie te werken en die te dienen, dan levert dat problemen op, en zal God je verafschuwen en van je walgen. Als je gelooft dat je gelijk bent aan anderen, dat je alleen iets meer opdrachten en verantwoordelijkheid van God hebt gekregen, als je kunt leren jezelf op gelijke voet met anderen te plaatsen, en je zelfs kunt verlagen om te vragen wat andere mensen denken, en als je ernstig, nauwlettend en aandachtig kunt luisteren naar wat ze zeggen, dan zul je harmonieus met anderen samenwerken. Welk effect zal deze harmonieuze samenwerking bereiken? Het effect is enorm. Je zult dingen verkrijgen die je nooit eerder had, namelijk het licht van de waarheid en de werkelijkheden van het leven; je zult de verdiensten van anderen ontdekken en van hun sterke punten leren. Er is nog iets: je beschouwt andere mensen nu als dom, traag van begrip, dwaas, minderwaardig aan jou, maar wanneer je naar hun meningen luistert, of wanneer andere mensen zich voor je openstellen, zul je onbewust ontdekken dat niemand zo gewoon is als je denkt, dat iedereen verschillende gedachten en ideeën kan aandragen, en dat iedereen zijn eigen verdiensten heeft. Als je leert harmonieus samen te werken, kan het je niet alleen helpen van de sterke punten van anderen te leren, maar kan het ook je arrogantie en zelfgenoegzaamheid blootleggen en je ervan weerhouden te denken dat je slim bent. Wanneer je jezelf niet langer slimmer en beter vindt dan alle anderen, zul je ophouden in deze narcistische en zelfvoldane toestand te leven. En dat zal je beschermen, nietwaar? Dat is de les die je zou moeten leren en het voordeel dat je zou moeten behalen uit de samenwerking met anderen(Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt acht: Ze willen dat anderen zich alleen aan hen onderwerpen, niet aan de waarheid of aan God (deel 1)). Deze beelden deden me beseffen waarom ik niet wilde samenwerken met zuster Lin en waarom ik bang was om mijn macht te delen. Ik zag de plicht die God me had gegeven namelijk niet als mijn missie. In plaats daarvan beschouwde ik het werk als mijn officiële betrekking, alsof het mijn positie en kroon was. Ik weigerde om met anderen samen te werken, deed altijd uit de hoogte en wilde opvallen. Dat was het verkeerde pad. Wat die periode openbaarde, was dat ik een oppervlakkig begrip had van de waarheid en de aanpak van problemen. Ik bekeek ons werk ook niet op een holistische manier en deed nauwelijks praktisch werk. De broeders en zusters helpen met hun problemen bij het binnengaan van het leven was een worsteling, en er was meer dan genoeg werk dat ik niet alleen kon doen. Ik had iemand anders nodig om mee samen te werken, om dingen mee te bespreken en om feedback van te krijgen. Ik zou kunnen leren van zijn of haar sterke punten om mijn eigen zwakheden te verhelpen. Ik dacht aan de geïncarneerde God die zo veel waarheden uitdrukt om de mensheid te redden, maar Hij laat geen greintje arrogantie zien. Hij luistert naar suggesties van mensen op veel gebieden en pronkt nooit. Hij drukt altijd stil waarheden uit om de mensheid te begieten en te voeden. Gods essentie is heel sympathiek en beminnelijk. Maar ik was verdorven door Satan. Ik zat vol satanische gezindheden en begreep de waarheid niet. Er was veel wat ik niet kon begrijpen. Toch deed ik nog steeds uit de hoogte. Ik dacht dat ik speciaal was en dat ik veel werk alleen kon doen, zonder partner. Ik had helemaal geen respect voor anderen. Ik was ongelooflijk arrogant en irrationeel. Vaker dingen bespreken en communiceren in onze plicht is in feite redelijk en wijs, geen vertoon van onbekwaamheid. Zo verkrijgen we dingen van anderen die we niet kunnen zien of begrijpen, en vermijden we dat we door onze verwaandheid het verkeerde pad volgen. Dat is de enige manier om een plicht goed te doen en Gods bescherming te verkrijgen. Nu begreep ik Gods wil. Dingen bespreken, samenwerken en elkaars zwakheden verhelpen is de enige manier om een plicht goed te doen en God te behagen.

Later stuitte ik op nog een passage uit Gods woorden die me het pad gaven om te volgen. Gods woorden zeggen: “Wanneer jullie met anderen samenwerken bij het vervullen van jullie plichten, kunnen jullie dan openstaan voor afwijkende meningen? Zijn jullie in staat om anderen te laten spreken? (Een beetje wel. Vroeger luisterde ik vaak niet naar de suggesties van de broeders en zusters en stond ik erop de dingen op mijn manier te doen. Pas later, toen de feiten bewezen dat ik ongelijk had, zag ik dat de meeste van hun suggesties juist waren geweest, dat het de uitkomst was die iedereen besprak die eigenlijk geschikt was, dat mijn eigen opvattingen verkeerd waren en dat ik tekortschoot. Nadat ik dit ervaren had, besefte ik hoe belangrijk harmonieuze samenwerking is.) En wat kunnen we hieruit opmaken? Hebben jullie, na dit te hebben ervaren, er iets aan gehad en de waarheid begrepen? Denken jullie dat ook maar één iemand volmaakt is? Hoe krachtig, capabel of getalenteerd mensen ook zijn, ze zijn nog steeds niet volmaakt. Mensen moeten dat inzien; het is een feit. Dit is ook de houding die mensen dienen te hebben ten aanzien van hun eigen verdiensten, hun sterke punten of gebreken; die rationaliteit moeten mensen bezitten. Met zo’n rationaliteit ben je in staat op de juiste manier met je eigen sterke en zwakke kanten en met die van anderen om te gaan, en dat zal je in staat stellen harmonieus met hen samen te werken. Als je dit aspect van de waarheid hebt begrepen en dit aspect van de werkelijkheid van de waarheid kunt binnengaan, kun je harmonieus met je broeders en zusters omgaan, waarbij je van elkaars sterke kanten kunt profiteren ter compensatie van zwakheden die je zelf hebt. Op die manier zul je, ongeacht de taak die je uitvoert of wat je ook doet, er steeds beter in worden en Gods zegen ontvangen(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, deel drie). Het is waar. Hoe geweldig en capabel je ook bent, je bent niet perfect. Iedereen heeft sterke en zwakke punten, en moet fatsoenlijk worden benaderd. We moeten leren luisteren naar suggesties van anderen en elkaar steunen. Alleen door dat besef kunnen we goed met anderen samenwerken. Eerder had ik alleen aandacht gehad voor het begieten van nieuwe gelovigen, terwijl zuster Lin voor het evangeliewerk zorgde. Als ik de leiding had genomen over al dat werk, had ik het nooit aangekund of het goed kunnen doen. En mijn perspectief was in veel opzichten beperkt in mijn plicht. Ik was onbezonnen. Als onze leider me naar mijn werk vroeg, wees ze op veel fouten en dingen die niet helemaal goed waren gedaan. Ik besefte dat ik mijn plicht niet echt goed kon vervullen zonder partner. Dat had ik nooit eerder begrepen en ik kende mezelf niet. Ik was arrogant, wilde altijd de leiding hebben en kon niet samenwerken met anderen. Dat vertraagde het werk van de kerk. Toen ik dat besefte, voelde ik me enorm schuldig, dus ik bad stil tot God. Ik zei dat ik niet meer in verdorvenheid wilde leven en klaar was om goed samen te werken met zuster Lin in mijn plicht.

Toen we daarna samenwerkten, zag ik dat zuster Lin heel veel sterke punten had. Ze was attenter dan ik en zocht de principes van de waarheid als er problemen waren. Ze communiceerde in detail over de waarheid. Ik was nog niet zo lang leider en wist dus eigenlijk niet goed hoe het werk van de kerk moest worden geleid. Het ontbrak me aan inzicht in hoe ik het werk precies moest doen en hoe ik moest communiceren over de waarheid om problemen op te lossen. In dat opzicht kon ik me niet met haar meten. En ze was aardiger dan ik; als ze nieuwkomers hielp, bleef ze maar communiceren. Als ik dacht dat ze het al heel goed had gedaan, zei ze dat ze het beter moest doen. Ik dacht aan hoe ik niet met haar had samengewerkt, maar haar had behandeld als overtollig. Ze was soms negatief geweest, maar ze had haar gesteldheid snel veranderd en bleef haar plicht actief doen. Ook al had ik haar afgewezen, ze bleef maar vragen stellen. Ze was lief en geduldig, met oprechte verantwoordelijkheid voor haar plicht. Dat waren allemaal eigenschappen die ik niet had. Ik voelde me vreselijk toen ik dat besefte. Ik zag in hoezeer mijn verdorven gezindheid zuster Lin en het werk van de kerk had geschaad. Als ik vanaf het begin enthousiast met haar had samengewerkt en alles met haar had besproken, zou het heel anders zijn gelopen. Ik voelde veel berouw en bad tot God: “God, ik kan mijn verdorvenheid en gebreken zien en nu begrijp ik uw wil. Ik zal vanaf nu samenwerken met zuster Lin en een menselijke gelijkenis naleven.”

Als ik daarna met zuster Lin samenwerkte, vroeg ik haar bewust dingen zoals: “Vind je dit oké? Heb je andere suggesties?” Toen we op een dag ons werk bespraken, vroeg ze me hoe het begieten van nieuwkomers ging. Ik dacht bij mezelf: daar hebben we het enkele dagen geleden al over gehad. Waarom nu weer? Als er een probleem is, kan ik het wel oplossen. Ik wilde haar weer afpoeieren. Toen besefte ik dat mijn oude probleem weer de kop opstak, dat ik de leiding wilde hebben. Ik zei snel een gebed en vroeg God om me te leiden, zodat ik niet zou handelen vanuit een verdorven gezindheid. Na mijn gebed dacht ik aan al mijn mislukkingen, hoe ik dictatoriaal en bazig was en altijd dingen op mijn eigen manier wilde doen en wilde pronken. Het was volledig een uitdrukking van Satan. Ik moest mezelf verzaken, Gods woorden beoefenen en met haar samenwerken. Dus ik deelde oprecht alles wat ik wist over mijn werk met haar en toen ik klaar was, deelde zuster Lin haar eigen ideeën. Ik leerde enkele dingen van haar communicatie en vond dat het een geweldige manier was om een plicht te vervullen.

Als ik daarna op problemen stuitte in mijn plicht, zocht ik haar op om ze te bespreken. Samen zochten we dan de waarheid en communiceerden we over die kwesties. Na een tijdje verbeterden mijn gesteldheid en mijn prestaties in mijn plicht. Ik ben God heel dankbaar. En ik heb gezien dat ik Gods leiding alleen kan ontvangen door mezelf los te laten in mijn plicht, goed samen te werken met anderen en elkaars gebreken te compenseren.

Vorige: 51. Ik heb de terugkeer van de Heer verwelkomd!

Volgende: 54. Egoïsme is verachtelijk

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek