60. Een valse leider rapporteren: een persoonlijke worsteling

Door Gan Xiao, China

In augustus vorig jaar plaatste een leider me na mijn ontslag over naar een andere kerk. Het viel me op dat broeder Liang een uur te laat was op mijn eerste bijeenkomst daar. Kerkleidster zuster Tan was er ook. Ik dacht: ik heb de broeders en zusters horen zeggen dat broeder Liang onzorgvuldig is en in zijn plicht doet wat hij wil en dat hij steeds zonder reden te laat komt op bijeenkomsten. Vandaag is hij echt te laat op de bijeenkomst, dus zuster Tan zou met hem moeten praten over dit probleem. Maar zij deed er heel luchthartig over en zei niets. Tijdens de bijeenkomst vertelde een andere broeder hoe hij belemmerd werd door geld en dat hij zijn gedachten niet bij zijn plicht kon houden. Hij leek behoorlijk terneergeslagen. Sommigen van ons vonden wat woorden van God om met hem te delen en hem te helpen, maar als kerkleidster deelde zuster Tan geen enkele communicatie. Ik zag dat ze geen verantwoordelijkheid nam in de bijeenkomst maar gewoon voor de vorm werkte zonder iemand met zijn problemen te helpen. Ik wilde met haar over dit probleem praten. Maar toen bedacht ik dat dit pas mijn eerste bijeenkomst hier was en ik misschien niet het hele plaatje zag en beter even kon afwachten voor ik me uitsprak. Ik was verrast toen ik erachter kwam dat ze in de volgende bijeenkomsten precies hetzelfde was. Soms rondde ze een bijeenkomst vrij snel af nadat we enige woorden van God hadden gelezen, zonder er veel over te praten en ze had geen aandacht voor het communiceren over Gods woorden. Ik dacht bij mezelf: het belangrijkste onderdeel van de plicht van een leider is de broeders en zusters begeleiden bij het lezen van Gods woorden en praten over de waarheid, zodat ze de waarheid kunnen begrijpen en de werkelijkheid van Gods woorden binnen kunnen gaan. Maar zuster Tan neemt niet het voortouw in de communicatie over Gods woorden en ze lost de problemen van de mensen niet op. Is dat geen nalatigheid in haar plicht? Is dat niet gewoon werken voor de vorm? Hoe gaat er op deze manier ooit iets gedaan worden? Als dit zo doorgaat wordt het binnengaan in het leven voor iedereen vertraagd. Ik wil iets zeggen, maar ik ben bang dat ze het niet zal accepteren, dat ze zal zeggen dat ik arrogant ben en dat ik na mijn ontslag over mezelf zou moeten nadenken in plaats van me te bemoeien andermans zaken. Bij deze gedachte besloot ik me terug te trekken en het maar te vergeten en me op mezelf te concentreren.

Een maand later werd ik op een andere plicht gezet en ingedeeld bij twee andere groepsbijeenkomsten. De broeders en zusters van deze bijeenkomsten concentreerden zich ook niet op de communicatie over Gods woorden of het spreken over hun eigen ervaringen en kennis. Soms kletsten ze maar wat. Ik had het gevoel dat het succes van het kerkleven direct verband hield met wie aan het hoofd van die kerk stond en dat het binnengaan in het leven in het gedrang kwam voor de broeders en zuster als dit zo doorging, dus bracht ik het bij zuster Tan ter sprake. Tot mijn verbazing vond ze dit onaanvaardbaar en hield zelfs vol dat het gebrek aan succes in het kerkleven het probleem was van de broeders en zusters. Ik dacht bij mezelf: ze denkt niet na over zichzelf en legt alle verantwoordelijkheid bij de broeders en zusters. Als kerkleidster aanvaardt ze de waarheid helemaal niet en luistert niet naar de suggesties van broeders en zusters en ze neemt geen enkele last op zich voor het kerkleven. Hoe kan ze anderen ertoe brengen de waarheid te begrijpen of de werkelijkheid van Gods woord binnen te gaan? Dit zal de broeders en zusters alleen maar schaden. Ik moet hier opnieuw met haar over praten. Maar net toen ik iets wilde zeggen, begon ik me zorgen te maken. Ik dacht: ze accepteerde zojuist mijn aanbevelingen niet en gedroeg zich uit de hoogte. Wat heeft het voor zin om mezelf te herhalen? Ze is kerkleidster, dus als ik haar weer aanspreek zou ze kunnen zeggen dat ik mijn boekje te buiten ging en ze zou een wrok tegen me kunnen krijgen. Ik zou gewoon mijn mond moeten houden. Ik voelde me er ongemakkelijk bij, maar besloot uiteindelijk niets te zeggen. Een paar dagen later vertelde zuster Tan me dat ze broeders en zusters had aangepakt tijdens een bijeenkomst en ze beschreef levendig hoe ze dat had gedaan. Ik was stomverbaasd en dacht: hoe kan je zo weinig zelfbewustzijn hebben? Het kerkleven is ongedisciplineerd omdat jij onverantwoordelijk en onzorgvuldig bent als kerkleidster. Hoe kun je anderen daarvoor berispen? Mensen alleen berispen zonder enige communicatie over de waarheid lost niets op. Ik wilde haar problemen echt weer ter sprake brengen, maar toen ik haar vastberadenheid zag, dacht ik niet dat ze het goed zou opvatten. Ik dacht: ik ben nog maar net ontslagen, dus met welk recht breng ik haar problemen ter sprake? Bovendien kruisen onze paden elkaar voortdurend en het zou dus wel eens lastig voor mij kunnen worden in de kerk als ze beledigd is. Als ze dan weigert me een plicht te geven, raak ik mijn kans op verlossing kwijt. Dan zeg ik maar niets en hou me gedeisd, leid het kerkleven en doe mijn eigen plicht.

Ik hoorde een paar broeders en zusters zeggen dat zuster Tan de leiding over het evangeliewerk had, maar een tijdje niet eens met hen samenkwam. Ook zeiden ze dat ze de problemen van nieuwkomers niet konden aanpakken en dat sommige nieuwkomers verstoord waren door religieuze voorgangers en ouderlingenen niet meer naar bijeenkomsten kwamen. Ik dacht: evangeliewerk is zo belangrijk, maar zuster Tan doet niets om de echte problemen aan te pakken. Dit is zo onverantwoordelijk! Zuster Tan doet helemaal geen praktisch werk en heeft er rechtstreeks de hand in dat nieuwkomers het opgeven, omdat ze niet begoten en gevoed worden! Ik vond dit echt een serieus probleem en ik moest er beslist rechtstreeks met haar over praten. Een paar dagen later zag ik zuster Tan en bracht de problemen die de broeders en zusters had benoemd ter sprake, maar ze bleef de schuld helemaal bij hen leggen. Ze leek helemaal geen verantwoordelijkheid te nemen. Ik wees er ook op dat ze onverantwoordelijk was en haar plicht verzaakte door als kerkleidster niets te doen aan de praktische problemen en dat het kerkleven erdoor werd vertraagd en de broeders en zusters geschaad. Ze trok gewoon een lang gezicht en weigerde iets te zeggen. Ik dacht: ze doet geen praktisch werk, neemt geen last op zich voor haar plicht en heeft de waarheid nooit aanvaard. Dit betekent dat ze ontmaskert is als valse leider en dat ik haar problemen moet melden bij de hogere leiding om haar zo snel mogelijk te laten verwijderen. Maar ik aarzelde en dacht: als ik het meld en ze komt erachter, zegt ze dan dat ik haar aan het pesten ben en opzettelijk onenigheid met haar zoek? Het zou niet zo erg zijn als ze ontslagen werd, maar zo niet, had ik haar dan niet gewoon beledigd? Dan zou het echt moeilijk voor me zijn om in deze kerk te blijven. Als ze me ontslaat en ik mijn plicht kwijtraak, ben ik dan mijn kans op verlossing kwijt? Nou goed, dan meld ik haar problemen niet en houd me gewoon aan mijn plicht. Maar toen ik dat dacht, voelde ik me echt schuldig. Ik zag dat de kerk een valse leidster had, maar hield dat voor mezelf. Was dit het werk van de kerk ondersteunen? Ik was echt in tweestrijd, dus kwam ik vóór God en bad: “O God, ik heb zuster Tans problemen gezien en ik wil haar graag rapporteren, maar ik heb wat zorgen. Help mij deze duistere krachten te overwinnen en het werk van de kerk te beschermen.”

Later las ik een passage van Gods woorden: “Wat is de houding die mensen zouden moeten hebben wat betreft de behandeling van een leider of een werker? Als de handelingen van een leider of werker correct zijn, en in lijn met de waarheid, kun je hen gehoorzamen. Als het fout is wat hij doen, en niet in lijn met de waarheid, dan moet je hem niet gehoorzamen en kun je hem ontmaskeren, bestrijden en een andere mening naar voren brengen. Als hij niet in staat is daadwerkelijk werk te verrichten, of slechte daden verricht die het werk van de kerk verstoren en als blijkt dat hij een valse leider, werker of een antichrist is, dan kun je hem herkennen, ontmaskeren en rapporteren. Sommigen van de uitverkorenen van God begrijpen echter de waarheid niet en zijn bijzonder laf. Ze zijn bang om onderdrukt en gekweld te worden door valse leiders en antichristen, dus durven ze zich niet aan hun principes te houden. Ze zeggen: ‘Als de leider me eruit gooit, is het met me gedaan. Als hij mij door iedereen laat ontmaskeren en verlaten, dan kan ik niet meer in God geloven. Als ik uit de kerk word verdreven, wil God mij niet en redt Hij mij niet. En is mijn geloof dan niet voor niets geweest?’ Is een dergelijke gedachte niet belachelijk? Hebben zulke mensen echt geloof in God? Zou een valse leider of antichrist God vertegenwoordigen wanneer je door hem verdreven wordt? Wanneer een valse leider of antichrist je kwelt en uit de kerk verdrijft, is dit het werk van Satan en heeft dit niets met God te maken. Wanneer mensen uit de kerk worden geruimd of eruit worden uitgezet, is dit alleen in overeenstemming met Gods bedoelingen wanneer er een gezamenlijk besluit is van de kerk en al Gods uitverkorenen, en wanneer de uitzetting of ruiming geheel in overeenstemming is met de werkregelingen van Gods huis en de waarheidsbeginselen van Gods woorden. Hoe kan verdrijving door een valse leider of antichrist betekenen dat je niet gered kunt worden? Dit is vervolging door Satan en de antichrist, en betekent niet dat jij niet door God gered zal worden. Of je wel of niet gered kan worden, hangt af van God. Geen enkel mens is gekwalificeerd om te beslissen of jij door God gered kunt worden. Dit moet je duidelijk zijn. En om jouw verdrijving door een valse leider of antichrist te behandelen als een verdrijving door God, is dat geen verkeerde interpretatie van God? Ja. En dit is niet alleen het verkeerd interpreteren van God, maar ook ongehoorzaam zijn aan God. Het is ook een soort godslastering jegens God. En is het verkeerd interpreteren van God op deze manier niet onwetend en dom? Als je door een valse leider of antichrist wordt verdreven, waarom ga je dan niet op zoek naar de waarheid? Waarom zoek je niet iemand op die de waarheid begrijpt om onderscheidingsvermogen te ontwikkelen? En waarom meld je dit niet aan de mensen hogerop? Dit bewijst dat je niet gelooft dat de waarheid in het huis van God regeert, en het laat zien dat je geen waar geloof in God hebt, dat je niet iemand bent die echt in God gelooft. Als je gelooft in de almacht van God, waarom vrees je dan de vergelding van een valse leider of antichrist? Kunnen zij jouw lot bepalen? Als je onderscheidingsvermogen hebt, en ontdekt dat hun handelingen in strijd zijn met de waarheid, waarom communiceer je dan niet met Gods uitverkorenen die de waarheid begrijpen? Je hebt toch een mond, dus waarom durf je je dan niet uit te spreken? Waarom ben je zo bang voor een valse leider of antichrist? Dit bewijst dat je een lafaard, een nietsnut en een lakei van Satan bent(Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt drie: Ze sluiten degenen die de waarheid nastreven uit en vallen hen aan). Mijn hart klaarde echt op toen ik dit las. Als we valse leidersin de kerk aantreffen, moeten we niet buigen en ons steeds door hen laten belemmeren. We moeten naar voren komen, ze ontmaskeren en aangeven bij de hogere leiders. Dat is Gods wil. Ik wist dat zuster Tan geen praktisch werk deed en een valse leidster was, maar ik durfde haar problemen niet aan te kaarten omdat ik er vanuit de verkeerde invalshoek naar keek. Ik dacht dat de leidster gezag had en dat zij besliste of ik een plicht kon doen, en als ik haar beledigde mijn plicht kwijt kon raken en niet gered zou worden. Ik zag dat ik met mijn jarenlange geloof nog steeds God niet begreep. In het huis van God zwaaien de waarheid en God Zelf de scepter. Het is aan God om te beslissen of ik een plicht heb en of ik gered kan worden, niet aan een enkele leider. Zelfs als een valse leidster het gezag had en ik echt onderdrukt werd, zou dat tijdelijk zijn. God ziet alles en de Heilige Geest onthult alles, dus worden valse leiders en antichristen vroeg of laat ontmaskerd en verstoten. Ik begreep Gods rechtvaardige gezindheid niet en was bang om anderen te beledigen, maar niet om God te beledigen. God had geen plaats in mijn hart. Wat voor soort gelovige was ik? Omdat ik geen leidster was, dacht ik dat ik niet in de positie was om zuster Tan te bekritiseren en maakte ik me zorgen dat anderen zouden zeggen dat ik me met mijn eigen zaken moest bemoeien. Hoe ik naar dingen keek, was gewoon belachelijk. Als lid van God huis maakt het niet uit of ik ontslagen word of welke plicht ik doe. Als ik een valse leider ontdek in de kerk, is het mijn verantwoordelijkheid, mijn verplichting deze aan te geven. Dat is het werk van de kerk beschermen en dat is een positieve zaak. Ook is het verantwoordelijkheid nemen voor het leven van de broeders en zusters, en dat is nooit over de grens gaan of bemoeizuchtig zijn en al helemaal niet arrogant zijn en op een voetstuk gaan staan. Dit is de plicht doen van een van Gods uitverkorenen. Door dit besef begon ik na te denken waarom ik zo bang was geweest een valse leidster te ontmaskeren. Wat was de ware oorzaak van het probleem?

In mijn zoektocht las ik deze woorden van God: “Het geweten en de rede moeten onderdeel uitmaken van de menselijkheid van een persoon. Beide zijn het fundamenteelste en belangrijkste. Wat voor iemand is de mens die geen geweten heeft en die het aan de rede van de normale menselijkheid ontbreekt? Over het algemeen zijn ze personen die menselijkheid missen, personen met een extreem gebrekkige menselijkheid. Gedetailleerder bekeken, welke kenmerken van verloren menselijkheid vertoont zo’n persoon? Probeer maar eens te analyseren welke eigenschappen zulke mensen hebben en welke specifieke kenmerken ze vertonen. (Ze zijn egoïstisch en gemeen.) Egoïstische en gemene mensen zijn nonchalant in hun daden en houden zich afzijdig van alles wat hen niet persoonlijk aangaat. Zij hebben geen oog voor de belangen van Gods huis en schenken geen aandacht aan Gods wil. Ze nemen de last niet op zich om hun plichten te vervullen of om voor God te getuigen en ze hebben geen verantwoordelijkheidsgevoel. […] Er zijn mensen die geen enkele verantwoordelijkheid nemen, ongeacht de plicht die ze aan het vervullen zijn. Ook melden ze de problemen die ze bespeuren ook niet onmiddellijk aan hun meerderen. Wanneer ze zien dat mensen bemoeizuchtig zijn en storen, kijken ze de andere kant op. Wanneer ze kwaadaardige mensen slechte dingen zien doen, proberen ze hen niet tegen te houden. Ze beschermen de belangen van Gods huis niet en denken niet na over wat hun plicht en verantwoordelijkheid is. Wanneer ze hun plicht vervullen, doen zulke mensen geen echt werk; het zijn hielenlikkers die het heel graag gerieflijk hebben; ze spreken en handelen alleen voor hun eigen ijdelheid, reputatie, status en belangen en zijn alleen bereid om hun tijd en inspanning te besteden aan dingen waar ze zelf voordeel van hebben. De handelingen en bedoelingen van zo iemand zijn voor iedereen duidelijk: ze komen tevoorschijn zodra zich er een gelegenheid aandient om hun gezicht te tonen of om een of andere zegening te ontvangen. Maar wanneer er geen gelegenheid is om hun gezicht te laten zien, of zodra er een tijd van lijden aanbreekt, verdwijnen ze uit het zicht als een schildpad die zijn kop intrekt. Heeft dit soort mens een geweten en gezond verstand? Nee. Voelt een mens zonder geweten en gezond verstand, die zich zo gedraagt, zelfverwijt? Zulke mensen voelen geen zelfverwijt; hun geweten dient geen enkel doel. Ze hebben nooit de verwijten van hun geweten gevoeld – kunnen ze de verwijten of de discipline van de Heilige Geest dan voelen? Nee, dat kunnen ze niet(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Door je hart aan God te geven, kun je de waarheid verkrijgen). Door Gods woorden begreep ik dat angst om een valse leider te ontmaskeren en aan te geven voortkwam uit satanische filosofieën als “Laat de dingen voor wat ze zijn als ze je niet persoonlijk raken,” “Verstandige mensen zijn goed in zelfbescherming en proberen alleen maar fouten te vermijden,” en “Ieder voor zich en God voor ons allen”. Deze satanische filosofieën waren deel van mijn motto’s geworden en beheersten mijn gedachten, dus probeerde ik voortdurend mijn eigen belangen te verdedigen zonder aan het werk van de kerk te denken. Ik was steeds verachtelijker, zelfzuchtiger en bedrieglijker geworden. Ik zag duidelijk dat zuster Tan geen praktisch werk deed en de waarheid niet wilde accepteren, dat ze een valse leidster was. Haar gedrag had al invloed gehad op het werk van de kerk en het binnengaan van het leven vertraagd voor de broeders en zusters, dus moest ik deze kwestie aan het licht brengen en haar rapporteren. Maar ik was bang dat ze me zou veroordelen en onderdrukken als ze beledigd was, dus durfde ik het niet. Ik wilde mijn reputatie, status en toekomstige bestemming beschermen, dus bleef ik totaal afzijdig toekijken hoe het werk van de kerk en het binnengaan in het leven van de broeders en zusters eronder leed, en kneep een oogje toe voor een valse leidster. Ik stond aan Satans kant, gaf een valse leidster die het werk van de kerk verstoorde haar zin. Ik leefde volgens Satans gif en was zijn slaaf geworden, zorgde alleen voor mezelf, totaal niet toegewijd aan God en zonder geweten en verstand. Ik leefde geen menselijke gelijkenis uit. Ik zag dat ik nog steeds onder Satans heerschappij stond en Satan toebehoorde. Ik moest de waarheid nastreven, Satan verloochenen en iemand zijn die God gehoorzaamt. Toen mij dit alles duidelijk werd, stond ik echt bij God in het krijt en haatte ik mijn zelfzucht en gewetenloosheid. Ik moest de valse leidster meteen rapporten en Gods hart geen pijn meer doen. Dus vertelde ik de hogere leidster alles over dat zuster Tan geen echt werk deed en de waarheid niet accepteerde. Maar er verstreken een aantal dagen en nog hoorde ik niet van de hogere leidster over hoe ze zuster Tan hadden aangepakt. Ik werd een beetje bang. Als deze valse leidster niet snel werd ontslagen, zou dit het werk van de kerk kunnen ophouden, dus dacht ik eraan opnieuw te schrijven om te zien wat er aan de hand was. Maar toen dacht ik: als ik het weer ter sprake brengen, denkt de hogere leidster misschien dat ik me overal mee wou bemoeien. Trouwens, ik had mijn mening al gegeven, dus misschien had ik mijn verantwoordelijkheid al genomen en moest ik me over de rest geen zorgen maken. Maar ik voelde me ongemakkelijk bij deze gedachte en kon die nacht niet slapen.

Ik las deze woorden van God op een ochtend: “Als er binnen een kerk niemand is die de waarheid wil beoefenen en niemand die standvastig kan staan in zijn getuigenis voor God, dan moet die kerk volledig geïsoleerd worden en moeten de banden ervan met andere kerken doorgesneden worden. Dit noemen we ‘het begraven van de dood’; dit is wat het inhoudt om Satan af te wijzen. Als er in een kerk meerdere plaatselijke pestkoppen zijn, en deze gevolgd worden door ‘vliegjes’ die totaal geen onderscheidingsvermogen hebben, en als de gemeenteleden, zelfs als ze de waarheid hebben gezien, nog altijd de greep en manipulatie van deze pestkoppen niet kunnen afwijzen, dan zullen al deze dwazen uiteindelijk worden verstoten. Deze vliegjes hebben misschien niets vreselijks gedaan, maar zij zijn nóg bedrieglijker, nóg gladder en ongrijpbaarder, en iedereen die zo is, zal worden verstoten. Er zal er niet één overblijven! Zij die aan Satan toebehoren, zullen aan Satan worden teruggegeven, terwijl zij die aan God toebehoren, beslist op zoek zullen gaan naar de waarheid; dit wordt bepaald door hun natuur. Laat al degenen die Satan volgen vergaan! Aan zulke mensen zal geen medelijden getoond worden. Laat degenen die de waarheid zoeken voorzien worden, en mogen zij zo veel genoegen scheppen in Gods woorden als hun hart begeert. God is rechtvaardig; Hij zou niemand voortrekken. Als je een duivel bent, dan ben je niet in staat de waarheid te beoefenen; als je iemand bent die de waarheid zoekt, dan is het zeker dat je niet gevangengenomen zult worden door Satan. Dit lijdt geen enkele twijfel(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Een waarschuwing aan hen die de waarheid niet beoefenen). Uit Gods woorden kon ik opmaken dat Zijn gezindheid heilig en rechtvaardig is en geen overtreding duldt. Hij haat het wanneer valse leiders en antichristen het werk van de kerk verstoren en het binnengaan in het leven van de broeders en zusters vertragen. God verafschuwt mensen die de waarheid niet in praktijk brengen en de belangen van de kerk niet behartigen als er valse leiders en antichristen verschijnen. Dat soort mensen begrijpt de waarheid maar brengt haar niet in praktijk en denkt in plaats daarvan alleen aan zijn eigen belang. Zo iemand is echt bedrieglijk en sluw en zal verstoten worden als hij geen berouw toont. Ik wist dat zuster Tan een valse leidster was en nu de leidster boven haar niet snel genoeg reageerde, moest ik het ter sprake blijven brengen en dit tot het einde volbrengen. Maar ik wilde alleen mezelf beschermen en alles negeren wat mij niet persoonlijk raakte. Ik liet haar ongeremd haar gang gaan en het werk van de kerk verstoren. Ik hield geen rekening met Gods wil en stond niet aan de kant van de waarheid, maar aan Satans kant. Zo nam ik deel aan de kwaadaardigheid van een valse leidster. Hoewel ik niets vreselijks leek te hebben gedaan, kon ik uiteindelijk alleen maar worden verstoten als ik de waarheid niet in praktijk bracht of het werk van de kerk beschermde tegen al deze problemen. Ik wist dat ik me deze keer niet druk moest maken om mijn eigen belangen en dat ik deze valse leidster niet langer het werk van de kerk kon laten schaden. De hogere leidster stelde het uit om zuster Tan aan te pakken, en ook al wist ik niet waarom, hiermee testte God mij dus om te zien of ik mijn eigen belangen opzij kon zetten en de principes van de waarheid hoog kon houden. Ik moest deze valse leidster blijven rapporteren om de belangen van de kerk te beschermen. Dus meldde ik de situatie nogmaals bij de leidster van het hoogste niveau en benadrukte de gevaren en consequenties als ze haar niet zou ontslaan. Ze reageerde en zei dat ze de laatste paar dagen een aantal spoedeisende zaken had moeten regelen en dat ze zuster Tan meteen zou ontslaan, volgens de principes. Het was een hele opluchting voor me om die reactie te zien en ik leerde dat de waarheid in praktijk brengen de enige manier is om vrede te kennen.

Zuster Tan werd al snel overgeplaatst en er werd een andere leider gekozen om het werk van de kerk over te nemen. Na een tijdje boekte het kerkleven veel goede resultaten en kwam al ons werk op stoom. Ik was heel gelukkig dat het zo gelopen was, maar tegelijkertijd voelde ik enige schuld en spijt. Ik had een valse leidster opgemerkt en had haar niet snel genoeg gerapporteerd. Ik had alleen aan mijn persoonlijke belangen gedacht en mijn satanische gezindheid laten zien, waarmee ik het werk van de kerk schade toebracht. Ik zag dat naar een satanische gezindheid leven en de waarheid niet in praktijk brengen eigenlijk kwaad doen is, en dat dit alles door God veroordeeld en veracht wordt. Ook zag ik hoe wijs het werk van God is en door deze valse leidster in de kerk te zien kon ik onderscheidingsvermogen ontwikkelen. Ik ondervond ook hoeveel kwaad een valse leider in de kerk kan berokkenen voor Gods uitverkorenen. En ik leerde over Gods rechtvaardige gezindheid en zag dat in Gods huis Christus en de waarheid de scepter zwaaien en geen enkel persoon de lakens uitdeelt. Al heeft iemand nog zo’n hoge functie, als hij de waarheid niet in praktijk brengt en doet wat God vraagt, zal hij nooit vaste voet in Gods huis krijgen. Uiteindelijk wordt hij verstoten. Alleen Gods woorden in praktijk brengen en dingen doen volgens het principe is in overeenstemming met Zijn wil.

Vorige: 58. De keuze van een ambtenaar

Volgende: 62. Ontwaakt uit mijn arrogantie

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek