58. De keuze van een ambtenaar
Vóór mijn geboorte werd mijn vader gearresteerd wegens het overtreden van de wet. Op het Chinese platteland in de jaren zeventig was zoiets echt schandelijk, dus keek iedereen neer op onze familie. Ik groeide op te midden van algemene hoon. Mijn moeder zei altijd tegen me: “Je moet hard werken om je te onderscheiden. Anderen mogen niet neerkijken op onze familie.” Die woorden werden me diep ingeprent. Ik zwoer dat ik me in de toekomst zou onderscheiden van de massa en ieders houding tegenover ons zou veranderen. Ik stortte me op mijn studie en na mijn afstuderen werd ik leraar. Dat bracht een gegarandeerd inkomen, maar het kwam totaal niet in de buurt van mijn doel om echt uit te blinken. Daarom vertrouwde ik op mijn connecties en stuurde giften naar districtleiders in de hoop naar een overheidsbaan te worden overgeplaatst.
Precies zoals ik had gehoopt, kreeg ik een baan als secretaris op het gemeentekantoor en in die hoedanigheid vergezelde ik leiders bij verschillende gelegenheden. Het zag er heel voornaam uit. Vooral wanneer ik terug was in mijn geboortedorp, behandelden de dorpsleider en alle anderen me allervriendelijkst en veel mensen vleiden me. Mijn familie had daar ook profijt van en mensen uit de hele streek waren erg jaloers. Blij vertelde mijn moeder me: “Sinds je een overheidsbaan hebt, vertelt je broer overal en aan iedereen wie zijn broer is en waar die werkt. Na al die jaren kunnen we eindelijk mensen in de ogen kijken en trots zijn!” Het ontroerde me dat ze dit zei. Onze familie had het zo veel jaren zwaar gehad. Was dit niet de dag waarop we hadden gewacht? Ik begon nog harder te werken. Tot laat in de nacht werkte ik over en zelfs in het weekend rustte ik niet. Ik had nog minder tijd om met mijn vrouw en kind door te brengen. In 2008 aanvaardde ik Almachtige Gods werk van de laatste dagen, maar nog altijd spendeerde ik het grootste deel van mijn tijd op mijn werk. Ik bezocht maar af en toe samenkomsten en Gods woorden las niet vaak. Met mijn loopbaan ging het prima: mijn leiders waardeerden me en ik genoot het respect van mijn collega’s. Iedereen zei dat zodra er een mogelijkheid tot promotie was, ik beslist zou worden gepromoveerd. Dat leek mij de kans om precies uit het leven te halen wat ik wilde, om echt uit te blinken. Daarom begon ik nog harder te werken en probeerde bij de leiders in de gunst te komen. Maar de zoon van een leider versloeg me en ik werd overgeplaatst naar een onbelangrijke afdeling.
Dat was een schok voor me. Ik dacht dat mijn collega’s ongetwijfeld over me zouden praten en op me zouden neerkijken. Ik wist mezelf maar niet op te beuren en wilde niemand zien. Net in die ellendige periode zei een broeder in de kerk tegen me: “Je hebt die promotie niet gekregen, maar bent overgeplaatst naar een onbelangrijke afdeling. Dat lijkt iets slechts, maar eigenlijk is het iets goeds! Als je was gepromoveerd zoals je wilde en een hogere post had gekregen, had je alleen maar meer gewild. Je zou met meer verzoekingen te maken hebben gekregen en dag in, dag uit met je reputatie en status hebben geworsteld. Waar zou je dan de tijd en zin vandaan hebben gehaald om de waarheid na te streven? Dit is een cruciale tijd voor Gods werk om de mensheid te redden en vervolmaken. Hoe kun je gered worden als je deze kostbare dagen verspilt? Gods goede wil is niet gericht op het verkrijgen van deze promotie. God verdraagt het niet dat Satan voortdurend met ons solt en ons kwetst, dat we leven in een strijd om reputatie en gewin, dat we vechten en konkelen en dat we zo onze kans op Gods redding verspelen.” Zijn woorden schudden me wakker; ik vond dat hij gelijk had. Voorheen was ik volledig geconcentreerd op de vraag hoe ik me zou kunnen onderscheiden. Daardoor kon ik nooit mijn hart stillen en echt Gods woorden lezen of de waarheid nastreven. Misschien was deze tegenslag een keerpunt op mijn pad van geloof.
Hierna las ik het volgende in Gods woorden: “Als normale mensen en als mensen die God trachten lief te hebben, is het binnengaan van het koninkrijk en deel gaan uitmaken van Gods volk jullie ware toekomst, en een leven van de grootste waarde en betekenis; niemand is gezegender dan jullie. Waarom zeg Ik dit? Omdat degenen die niet in God geloven, voor het vlees leven en voor Satan leven, maar jullie leven nu voor God en leven om de wil van God te volgen. Daarom zeg Ik dat jullie leven van uiterste betekenis is. Alleen deze groep mensen, die door God is uitverkozen, is in staat om een leven uit te leven dat van uiterste betekenis is. Niemand anders op aarde is in staat om een leven te leiden dat zo waardevol en betekenisvol is als dat van jullie” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Ken Gods nieuwste werk en volg Zijn voetstappen). Gods woorden zijn glashelder over wat een betekenisvol leven is. Ik dacht terug aan mijn jaren van strijd om reputatie en gewin – zelfs nu ik wat status en prestige bezit, voel ik me nog altijd erg leeg. In officiële kringen toonde ik altijd een masker. Omwille van status moest ik niet alleen leiders vleien, maar moest ik mijn collega’s aanpakken. Ik moest mezelf uitputten om te concurreren en te wedijveren, en was voortdurend bang dat anderen tegen me samenspanden. Van de ellende en stress in dat wereldje was ik me heel goed bewust. Ik vroeg mezelf af: wat is de betekenis, de waarde, van een leven lang hard werken om te vechten voor status en prestige? Leef ik mijn leven alleen maar om luisterrijk te lijken en ter meerdere eer en glorie van mijn familie? Zijn de afgelopen duizenden jaren niet talloze voorname, hooggeplaatste mensen met lege handen gestorven? God schiep de mens niet zodat we onze namen door de eeuwen heen zouden laten voortleven of om te strijden om reputatie en status, maar om de waarheid en God te leren kennen, de plicht van een schepsel te vervullen en een ware menselijke gelijkenis na te leven. Dat is het enige soort leven van betekenis en waarde en alleen dat zal Gods goedkeuring wegdragen. Toen ik dit besefte, bad ik tot God en was ik bereid om mijn streven naar reputatie en status op te geven en het juiste levenspad in te slaan.
Op de afdeling waarnaar ik was overgeplaatst was er het hele jaar geen enkele drukke periode. Ik maakte van die gelegenheid gebruik om meer van Gods woorden te lezen en mezelf toe te rusten met de waarheid. In de weekenden woonde ik samenkomsten bij en predikte ik het evangelie met broeders en zusters. Ik voelde me heel kalm en liet al het gebabbel met collega’s achterwege. Ik had mijn belangstelling verloren voor al dat moeilijke gedoe met relaties onderhouden en profiteren van informele kanalen. Ik voelde me veel vrijer en meer ontspannen. Maar ik werd opnieuw overgeplaatst, dit keer naar de afdeling voor overheidsopdrachten voor sloopwerkzaamheden, waar ik persoonlijk getuige was van alle kwaadaardige manieren waarop de Communistische Partij het gewone volk treitert en schade berokkent. Hierdoor zakte mijn enthousiasme nog meer voor het carrièrepad dat ik bewandelde.
De overheid dwong mensen voortdurend om te verhuizen met het argument dat er ruimte nodig was voor stedelijke bebouwing. Over het algemeen was de compensatie daarvoor heel laag. Mensen waren daar ongelukkig over en demonstreerden. Het was duidelijk dat de overheid in het geheim samenspande met ontwikkelaars, enorme winst maakte aan de deals en de gewone mensen uitbuitte. Maar de overheid verdraaide altijd de feiten en zei dat mensen gewoon weigerden te verhuizen en in de weg stonden van stedelijke bebouwing. Overdag stuurde ze ons eropuit om het volk ideologisch te overtuigen en ’s nachts stuurde ze mensen om het volk te intimideren en te dwingen verhuizingsovereenkomsten te sluiten. Geen van de inwoners leefde in vrede. Wie hardnekkig weigerde te verhuizen, werd vastgezet, geslagen en aangeklaagd wegens het belemmeren van stedelijke herontwikkeling. De leiders rustten dan niet tot die persoon zijn handtekening zette. Sommige mensen beriepen zich op hogere instanties, maar ze werden gearresteerd en geslagen. Er was zelfs iemand die lam werd geslagen en uiteindelijk stierf. Tijdens een interne vergadering zei een leider eens glimlachend en rechtstreeks tegen iedereen: “Nu die kerel dood is, is dat één beroepschrift minder om ons druk over te maken. Dat betekent minder strafpunten voor ons!” Alle anderen glimlachten ook. Toen ik zag hoe overheidsbeambten zonder enig respect voor mensenlevens gewone mensen intimideren en uitbuiten, wist ik dat het onmogelijk goed kon aflopen als ik in het systeem van de Communistische Partij zou blijven en met die mensen zou blijven omgaan. Ik begon te doen wat ik maar kon om hen te ontwijken, om me niet meer onder hen te begeven. Wanneer me werd gevraagd te onderhandelen met iemand die moest verhuizen en die persoon te slaan, deed ik er absoluut alles aan om eronderuit te komen of om erheen te gaan en de lieve vrede te bewaren. Wanneer ik van dichtbij iemand zag schreeuwen terwijl hij werd afgeranseld, was de hulpeloze blik in zijn ogen een grote aanslag op mijn geweten. Soms werd ik zelfs midden in de nacht wakker van een nachtmerrie. Elke dag in die omgeving leven was een soort kwelling. Ik voelde dat als ik dat soort gewetenloos werk deed, ik vroeg of laat gestraft zou worden. Ik wilde er zo gauw mogelijk weg. Hoewel de leiders mij indirect aanmoedigden om mijn carrière verder op te bouwen, bleef ik ongemotiveerd en probeerde ik niet meer bij hen in de gunst te komen om promotie te maken. Tot mijn grote verbazing werd ik juist op dat moment gepromoveerd tot directeur van het stadskantoor voor disciplinaire procedures.
Na deze overplaatsing ging ik vaak met belangrijke stadsbestuurders naar allerlei vergaderingen. Mijn collega’s en dorpsgenoten waren allemaal bijzonder vriendelijk tegen mij en deden hun best om mij te vriend te houden. Dat voelde best prettig. Voordat ik het wist, begon ik rusteloos te worden en wilde ik door de leiders worden gewaardeerd en erkend. Maar wanneer ik op zakenreis moest of uit naam van een leider naar een vergadering moest, stond dat in de weg van het bijwonen van samenkomsten en het doen van mijn plicht. Dat veroorzaakte tweestrijd, want ik wist dat een plicht een verantwoordelijkheid is waaraan je je niet mag onttrekken. Ik mocht mijn plicht niet verzaken wegens persoonlijke kwesties, maar als een leider regelde dat ik iets dergelijks op me nam, betekende dat dat ik erg werd gewaardeerd. Als ik omwille van mijn plicht met een excuus kwam om het niet te doen, zouden ze dan zeggen dat ik het op een kritiek moment liet afweten en zouden ze me dan geen belangrijke taken meer toewijzen? Het viel me erg moeilijk om op dat moment een besluit te nemen en daarom bracht ik het voor God in gebed. Ik vroeg Hem me te helpen Zijn wil te begrijpen en het beoefeningspad te vinden. Hierna las ik deze passage uit Zijn woorden: “Zo vindt er een strijd plaats achter alles wat er gebeurt: telkens wanneer mensen de waarheid in praktijk brengen, of de liefde voor God in praktijk brengen, is er een grote strijd, en hoewel met hun vlees alles in orde lijkt te zijn, is er in feite in de diepten van hun hart een strijd op leven en dood gaande. Pas na deze intense strijd, na een immense hoeveelheid beschouwing, kan de overwinning of de nederlaag worden verklaard. Je weet niet of je moet lachen of huilen. Omdat veel van de bedoelingen in mensen verkeerd zijn, of anders omdat veel van Gods werk niet in overeenstemming is met hun noties, wordt er achter de schermen een grote strijd gevoerd wanneer mensen de waarheid in praktijk brengen. Als ze deze waarheid in praktijk hebben gebracht, zullen mensen achter de schermen talloze tranen van droefenis hebben vergoten voordat ze uiteindelijk beslissen God tevreden te stellen. Het komt door deze strijd dat mensen lijden en loutering verdragen; dit is waar lijden. Wanneer de strijd jou vindt en je in staat bent om echt aan de kant van God te staan, zul je God kunnen tevredenstellen” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Alleen houden van God is werkelijk geloven in God). Terwijl ik dit overdacht, begreep ik dat dit een strijd was tussen het tevredenstellen van God en het tevredenstellen van Satan, om te zien wat ik zou kiezen. Ik besefte dat wanneer ik met dingen werd geconfronteerd, mijn eerste gedachte de houding van de leiders en mijn eigen carrière betrof – reputatie en status waren nog altijd te belangrijk voor mij. Ik dacht eraan dat God, om de mensheid te redden, zo’n enorm risico nam om vlees te worden in het land van de grote rode draak en de waarheid uit te drukken. God heeft alles zonder klachten of spijt voor ons gegeven, maar ik kon niet de geringste opoffering doen omwille van mijn plicht. Waar was mijn geweten? Dit besef beschaamde me enorm. Ik bad en wilde mijn persoonlijke belangen laten varen en mijn plicht vervullen. Hierna kwam ik wel vaker voor keuzes te staan tussen mijn plicht en mijn baan. Soms voelde ik me zwak en had ik het er moeilijk mee. Maar toen ik bereid was God tevreden te stellen, zag ik in dat Hij altijd een pad voor mij baande. Onder de neus van de leider deelde ik het evangelie en deed ik mijn plicht zonder ooit ontdekt te worden. Onder Gods leiding werd het steeds duidelijker dat het evangelie delen en van God getuigen mijn ware roeping is, en mijn gedrevenheid om mijn plicht te doen bleef toenemen. Al gauw vernam mijn hele familie dat ik een gelovige was en het evangelie verspreidde. Ze begonnen zich allemaal tegen mijn geloof te verzetten.
Mijn vrouw was lerares en haar salaris werd dus ook door de overheid betaald. Ze zei tegen me: “Je hebt al deze jaren meegedraaid in het systeem van de Partij, dus het is niet zo dat je niet weet hoe die tegenover religie staat. Ze arresteren gelovigen lukraak. Loop je door je geloof en ook door het evangelie te delen geen enorm risico? Als je hiermee doorgaat, is dat het einde van ons levensonderhoud, het einde van onze hele familie!” Ik deelde getuigenis over Gods verschijning en werk met haar en sprak over de betekenis van geloven. Ik zei: “De Verlosser is nu neergedaald en drukt waarheden uit om de mensheid te redden. Dit is een kans om gered te worden die maar eens in het leven voorbijkomt. De voordelen en status die we nu zien zijn allemaal tijdelijk. Als we gewoon maar de Communistische Partij volgen en onszelf altijd willen verrijken, kan ons dat dan van de rampen redden? Als we daarin vervallen, helpt het ons niet hoeveel geld we hebben! Kijk maar eens naar Matteüs, de apostel van de Heer Jezus: hij was tollenaar, een prima loopbaan. Maar toen hij zag dat de Verlosser, de Heer Jezus, was gekomen, volgde hij Hem halsoverkop. Trouwens, volgen we altijd de Partij in kwaad doen, dan staat ons onvermijdelijk vergelding te wachten, straf. Christus van de laatste dagen volgen is de enige manier om gered te worden.” Mijn vrouw wilde niets weten van God en wilde niet luisteren naar wat ik erover te zeggen had. Maar vervolgens merkte ze dat ik niet met collega’s uit eten en drinken ging en de thuissituatie niet verwaarloosde sinds ik mijn geloof had gewonnen. In plaats daarvan was mijn leven steeds geordender geworden en had ik tijd om met haar en ons kind door te brengen. Soms begon ik te praten over dingen die met het leven in het algemeen te maken hadden. Langzamerhand probeerde ze me niet meer in de weg te staan. Maar aan haar kant van de familie was iedereen tegen mijn geloof. Een van hen, die een overheidsbaan had, gaf me de raad: “Nu je nog jong bent, moet je nadenken over hoe je je kunt opwerken en geld kunt verdienen. Dan kunnen je ouders en je kind samen met jou van dat alles genieten. Dat is de enige praktische manier van handelen. Al die dingen die jij nastreeft voor je religie zijn allemaal vaag en onpraktisch!” Ik antwoordde: “Jij bent geen gelovige en dus begrijp je de betekenis en waarde van geloven en het nastreven van de waarheid niet. De waarheid is zo kostbaar en kan ons de weg wijzen op ons levenspad, onze verdorvenheid zuiveren en ons redden. Deze dingen kunnen niet in geld worden uitgedrukt. Jij bent ook ingevoerd in Partijzaken, dus zeg eens of jij in al die jaren waarin je status en materiële vreugde hebt verworven, echt gelukkig bent geweest? Heb je ware vrede in je hart?” Daar had hij niets op te zeggen. En toen mijn zwager me niet kon vermurwen, zei hij kwaad: “Als je ons advies niet opvolgt en de leiding achter je religieuze gedoe komt, zal het verliezen van je vaste inkomen de minste van je zorgen zijn. Je kunt gearresteerd worden en dan je leven en bezittingen verliezen, en je hele familie problemen krijgen!” Anderen probeerden me ook te dwingen mijn geloof op te geven.
Ik maakte het hun glashelder dat ik vastberaden was om God te blijven volgen, maar eenmaal thuis werd ik nerveus. Als mijn leiders erachter kwamen, zou ik niet alleen worden gedisciplineerd of mijn baan verliezen, ik zou gearresteerd kunnen worden en in de gevangenis kunnen belanden. Dan zou ik niets meer hebben en iedereen om me heen zou me beslist verwerpen en me op afstand houden. Ik zou faliekant van mijn voetstuk vallen. Zou ik dan niet met lege handen komen te staan? Bij die gedachte voelde ik weer een innerlijke strijd. Ik was zo gestrest dat ik niet kon slapen. Bij de gedachte dat ik vroeg of laat mijn comfortabele leventje en mijn benijdenswaardige functie kwijt zou raken, voelde ik me erg leeg vanbinnen, erg overstuur. In mijn pijn en ellende bad ik tot God en vroeg Hem me te helpen Zijn wil te begrijpen. Daarna las ik deze passage in Gods woorden: “De mens, geboren in zo’n smerig land, is ernstig aangetast door de maatschappij. Hij is beïnvloed door een feodale ethiek en is geschoold in ‘instituten voor hoger onderwijs’. Het achterlijke denken, de verdorven moraliteit, de minderwaardige kijk op het leven, de verachtelijke levensfilosofie, het uiterst waardeloze bestaan, en de verdorven levensstijl en gewoonten – al die dingen zijn diep het mensenhart binnengedrongen, en hebben zijn geweten ernstig ondermijnd en aangevallen. De mens raakt daardoor steeds verder van God verwijderd en keert zich steeds meer tegen Hem. De gezindheid van de mens wordt met de dag kwaadaardiger, en niemand zal uit zichzelf iets opgeven voor God, niemand zal uit zichzelf God gehoorzamen en niemand zal bovendien uit zichzelf de verschijning van God zoeken. In plaats daarvan doet de mens onder het domein van Satan juist niets anders dan het najagen van plezier, en geeft hij zich over aan de verdorvenheid van het vlees in het land van drek. Ook al horen ze de waarheid, mensen die in duisternis leven denken er niet aan om die in praktijk te brengen, noch zijn ze geneigd om God te zoeken, ook al hebben ze Zijn verschijning gezien. Hoe kan een mensheid die zo verdorven is enige kans op redding hebben? Hoe kan een mensheid die zo decadent is in het licht leven?” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Een onveranderde gezindheid houden betekent vijandschap jegens God). Gods woorden legden de bron van mijn pijn bloot. Waarom was ik zo ongelukkig nu er een keuze gemaakt moest worden? Het kwam doordat ik te zeer verdorven was door Satan. Sinds ik klein was, had ik geloofd in satanische filosofieën, zoals: “Onderscheid jezelf en breng eer aan je voorouders”. Zulke filosofieën had ik aangenomen als levensdoelen. Ik streefde erkenning en bewondering na en had het idee dat ambitie hebben hierop neerkwam. In mijn gedrevenheid om dit te bereiken was ik een ijverige student. Eenmaal op de arbeidsmarkt probeerde ik altijd de stemming aan te voelen, was ik een hielenlikker en gedroeg ik me onderdanig om in de gunst te komen van leiders en vervolgens gepromoveerd te worden. Ook al wist ik heel goed dat alles wat samen met de Communistische Partij werd gedaan een schandelijke wandaad was, toch hardde ik mezelf en ging erin mee, diende Satan en leefde ellendig, zonder vrede. Het waren de woorden van Almachtige God die me de waarde en betekenis van ons leven toonden en daardoor voelde ik me steeds vervulder. Maar geconfronteerd met de keuze tussen waarschijnlijk mijn baan en mijn toekomst te verliezen als ik bij mijn geloof bleef en door anderen te worden verworpen, zag ik dat die satanische filosofie, ‘Onderscheid jezelf en breng eer aan je voorouders’, me nog steeds stevig in de greep had. Die keuze maken was zo moeilijk, zo kwellend, alsof het niet nastreven van reputatie en gewin gelijk stond aan het veronachtzamen van mijn werkelijke verantwoordelijkheden of zelfs een monsterlijke schande was. Ik was niet bereid mijn reputatie en status te verliezen, alsof die dingen verliezen gelijk stond aan het leven zelf verliezen. Pas toen ik Gods woorden van openbaring las, zag ik hoe Satan dat gebruikt om mensen te binden, om ons kwaad te doen en ervoor te zorgen dat we afstand nemen van God en Hem verraden. Het deed me denken aan een lofzang van Gods woorden: “Het hele leven van mensen is in Gods handen en als het niet om hun vastberadenheid voor Gods aangezicht was, wie zou er dan voor niets willen leven in deze lege mensenwereld? Waarom moeite doen? Als ze zich in en uit de wereld haasten en niets voor God doen, zal hun hele leven dan niet verspild zijn? Zelfs als God je daden niet noemenswaardig vindt, zul je niet dankbaar glimlachen op het moment dat je sterft?” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Openbaringen van de mysteriën van ‘Gods woorden aan het hele universum’, hfst. 39). Deze lofzang inspireerde me enorm. We leven maar een paar decennia en daarom moeten we deze kans grijpen om Gods werk te ervaren en gered te worden, de plicht van een schepsel te doen en de waarheid en het leven te winnen; anders gaat deze kans om door God gered te worden verloren. Zou ons leven dan niet helemaal voor niets zijn geweest? Al zou de Communistische Partij me om mijn geloof arresteren, gevangenzetten en martelen en zelfs al zou ik sterven, dan wist ik dat ik niets te klagen zou hebben. God gaf me deze kans om te leven en dus moest ik dat leven aan God wijden. Toen ik dit eenmaal besefte, bad ik: “O, God! Ik wil bevrijd worden van de beperkingen, de ketens van de grote rode draak en mezelf volledig aan u geven. Begeleid me alstublieft, geef me geloof en help me dit volgende obstakel te overwinnen.”
Hierna gebeurde er iets wat mij aanspoorde om het systeem van de Communistische Partij zo snel mogelijk te verlaten. Een leider ontdekte dat een van de partijleden religieus was en zei, knarsetandend van woede, dat we hem naar het politiebureau moesten brengen en hard moesten aanpakken. Telkens als ik dacht aan de houding van de Communistische Partij tegenover religie, werd ik bang. Ik bedacht dat de Partij zo vijandig stond tegenover religieuze overtuigingen en christenen zozeer haatte dat ik vroeg of laat haar doelwit wel moest worden. Het was een gevaarlijke omgeving die ik zo gauw mogelijk moest verlaten. Bovendien had ik al die jaren de lof van de Communistische Partij bezongen en had ik haar gevolgd in zo veel kwaad. Bleef ik binnen dat systeem, dan zou ik er alleen maar meer in verstrikt raken en zou ik niet meer te redden zijn. Ik moest onmiddellijk weg bij die satanische organisatie en er radicaal mee breken.
Toen ik mijn vrouw vertelde wat ik dacht, werd ze meteen ongerust. Ze zei dat ze me in mijn geloof kon steunen, maar ze kon me niet toestaan ontslag te nemen. Ze liet zelfs mijn broers en zussen komen om me tegen te houden. Die werkten hoofdzakelijk bij staatsbedrijven en waren bezorgd dat hun eigen carrières in het geding konden komen als ik gearresteerd zou worden. Mijn oudste zus knielde zelfs voor me neer, huilde, trok aan mijn handen en zei: “Je hebt zo’n geweldige baan met een hoog salaris; zelfs mensen met een doctoraat of mastertitel vinden zo’n baan niet. Hoe kun je nou zo’n geweldige baan opzeggen om God te volgen?” Ze zei ook dat ze daar zou blijven knielen zolang ik erop stond mijn geloof te behouden. Ook mijn andere zus was erg kwaad. Ze vertelde hoe ze geleden had om mee te betalen aan mijn opleiding en pas op haar dertigste had kunnen trouwen. Nu hadden we het eindelijk goed na al dat werk en de hele familie had er profijt van. Als ik ontslag nam, zou ik haar na al haar jaren van inspanning teleurstellen. Mijn oudste zus klaagde ook dat als ik ontslag nam, ze geen speciaal doorbetaald ziekteverlof meer van haar school zou krijgen, en haar zoon hoopte dat ik hem aan een baan kon helpen. Ze zei dat ik niet alleen aan mezelf en mijn geloof moest denken, maar ook aan mijn familie. Op dat moment viel het me moeilijk om een keuze te maken. Sinds ik klein was hadden mijn broers en zussen en ik samen zo veel meegemaakt en altijd werd ik gedreven door de hoop dat ze een goed leven zouden kunnen hebben en het hoofd fier omhoog zouden kunnen houden. Ze zouden beslist blij zijn als ik aan hen toegaf, maar omdat ik tegenwoordig een gelovige was en God volgde, moest ik de plicht van een schepsel vervullen: Gods genade en liefde niet teleur te stellen. Als ik mijn familie beloofde mijn geloof op te geven, zou dat dan geen verraad aan God zijn? God verraden is een monsterlijke belediging; iets wat ik onder geen beding mocht doen. God heeft zo veel waarheden uitgedrukt om de mensheid te redden en heeft zo’n hoge prijs betaald. Als ik niet van plan was Hem terug te betalen en het zelfs op een akkoordje gooide met de duivel Satan en voor hem door de knieën ging, zou dat gewetenloos zijn. Ik voelde enige pijn en zwakte, maar wist dat ik die keuze moest maken. Ik zei tegen hen: “Hoeveel geld jullie ook hebben, hoe goed jullie baan ook is, verhelpt dat de pijn van de leegte? Kun je daarmee het leven zelf kopen? Leiden zo veel rijke, machtige mensen niet nog altijd pijnlijke levens? Geloof hebben en de waarheid nastreven is de enige manier om deze problemen op te lossen. De Verlosser is neergedaald en heeft waarheden uitgedrukt om de mensheid te redden. Dit is een kans die nooit meer voorbijkomt en die ongelooflijk kortstondig is. Voordat we het weten, zullen de grote rampen ons overkomen. Als we God nu niet volgen en Hem berouw tonen, zal het tegen de tijd dat de rampen komen te laat zijn voor spijt! Ik heb het evangelie al vrij vaak met jullie allemaal gedeeld, maar jullie waren bang om je aan te sluiten, bang om door de Communistische Partij gearresteerd te worden. Jullie staan erop de Partij te volgen, een pad dat rechtstreeks naar de hel voert. Doen jullie me geen kwaad door me onder druk te zetten om dat pad te blijven volgen? Beseffen jullie wel wat voor soort mensen zich in dat systeem bevindt? Het zijn allemaal anti-God-demonen die tot allerlei afschuwelijke dingen in staat zijn. Ze zijn gedoemd en zullen worden gestraft. Er zijn steeds meer rampen. Als jullie nog altijd niet in God geloven en Hem nog altijd geen berouw tonen, zullen jullie beslist rampen overkomen en worden jullie beslist gestraft. In de loop van mijn jaren van geloof heb ik enkele waarheden geleerd en ik heb duidelijk gezien dat geloof hebben het enige juiste pad in het leven is. Jullie zijn mijn familie. Hebben jullie niet het beste met me voor? Waarom staan jullie erop me op dit slechte pad met de Communistische Partij te duwen? Ik bemoei me niet met jullie persoonlijke keuzes, maar het is mijn keuze om te geloven en God te volgen. Al word ik gearresteerd en vervolgd, ik zal dit pad tot het einde volgen.” Mijn vrouw keek zuur en liep weg; de anderen zeiden verder geen woord meer tegen me. Later, in een poging me ervan te weerhouden naar samenkomsten te gaan en een plicht te vervullen, sloot mijn vrouw me in huis op. Ze liet mijn zwager de hele dag blijven om me te bewaken en me niet uit het oog te verliezen. Drie dagen achter lang kon ik helemaal nergens heen. Dat vertraagde plichtgerelateerde zaken en ik was erg zenuwachtig. Ik wist niet wat ik moest doen en bad daarom tot God. Ik vroeg Hem me de weg te wijzen, me een uitweg te bieden. Op de avond van de derde dag belde mijn vader op om te zeggen dat mijn moeder vermist was. Dat gaf me eindelijk een kans om naar buiten te gaan en haar met mijn zwager te zoeken. Onderweg waarschuwde hij me: “Je moet je geloof opgeven! Morgen is je broer hier en hij zegt dat hij je benen zal breken als je je bij je religie houdt, dat hij hoe dan ook een manier zal vinden om ervoor te zorgen dat je die opgeeft!” Dat was echt verontrustend om te horen. Ik wist dat als ik nu niet meteen bij hen vandaan ging, ik geen tweede kans zou krijgen. Maar toen ik daadwerkelijk op het punt stond te gaan, vond ik het erg moeilijk om die psychologische barrière te overwinnen. Keek ik naar mijn dierbaren en naar die vertrouwde woonwijk en dacht ik aan dat comfortabele leven en die benijdenswaardige baan, dan voelde ik zo veel steken in mijn hart, omdat ik wist dat ik dat alles in één klap zou verliezen. Toen moest ik denken aan een loflied van Gods woorden dat we tijdens samenkomsten vaak zongen: “Abraham offerde Isaak. Wat hebben jullie opgeofferd? Job offerde alles op. Wat hebben jullie opgeofferd? Zo veel mensen hebben hun leven gegeven, hun hoofd neergelegd, hun bloed vergoten om de ware weg te vinden. Hebben jullie die prijs betaald?” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het belang van het redden van de afstammelingen van Moab). Het voelde alsof God Zich recht tegenover me bevond en me deze vragen stelde. Toen Abraham honderd was, schonk God hem een zoon, maar hij was nog steeds in staat zijn zoon aan God te offeren. Zo veel apostelen hadden hun jeugd opgeofferd en hun bloed laten vloeien voor Gods evangeliewerk – maar wat had ik opgeofferd? Ik werd gekweld door reputatie en status; zulke waardeloze zaken. Wat was ik egoïstisch en verachtelijk. Hoe was ik de offers waardig die God had gemaakt om me al die jaren te voeden en te ondersteunen? Ook was de keuze die ik maakte vol betekenis. Het was om mijn geloof, om de plicht van een schepsel te doen en mijn missie te volbrengen. Koos ik niet voor mijn plicht, dan zou ik daar mijn hele leven spijt van hebben. Het maakte me vastberaden om er zo over te denken. Terwijl mijn zwager de trap opging, zag ik mijn kans schoon om me uit de voeten te maken. Sindsdien heb ik mijn plicht fulltime in de kerk vervuld.
Inmiddels heb ik gehoord dat verschillende leiders en collega’s van mijn afdeling smeergeld betaalden en ontvingen in hun streven naar status en rijkdom. Toen dat aan het licht kwam, werden ze gevangengezet. Ik was dolblij dat ik Gods bescherming had ontvangen. Vroeger, toen ik probeerde carrière te maken, had ik net als iedereen geschenken gestuurd en steekpenningen aangenomen. Als ik in zo’n omgeving was gebleven, zou me zijn overkomen wat hen was overkomen. Hoewel ik nu niet al die extraatjes geniet en niet bewonderd of benijd word, kan ik een plicht vervullen in de kerk, de waarheid nastreven en een eerlijk mens zijn. Ik voel me zo voldaan en gelukkig. Dit is werkelijk het meest betekenisvolle, waardevolle soort leven. Zoals het in een lofzang van Gods woorden staat: “Je bent een schepsel – uiteraard moet je God aanbidden en een zinvol leven nastreven. Aangezien je een menselijk wezen bent, moet je jezelf uitputten voor God en al het lijden verduren! Je moet het weinige lijden waaraan je tegenwoordig wordt onderworpen blijmoedig en kalm aanvaarden en je moet een zinvol leven leiden, zoals Job en Petrus. Jullie zijn mensen die het juiste pad nastreven, degenen die verbetering zoeken. Jullie zijn mensen die opstaan in de natie van de grote rode draak, degenen die God rechtvaardig noemt. Is dat niet het meest zinvolle leven?” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Praktijk (2)). Almachtige God is Degene die me heeft behoed, waardoor ik aan Satans verwoestingen kon ontsnappen en Gods redding kon verkrijgen.