94. Leiders moeten talenten niet in de weg staan

Door Xia Xin, Spanje

In augustus 2020 werd ik verkozen tot leider. Ik was verantwoordelijk voor het videowerk van de kerk. Omdat het werk nieuw voor me was, was ik onbekend met veel van de principes en stuitte ik op moeilijkheden tijdens het werk. Daarom vroeg ik vaak teamleider zuster Zhang om advies en raad. Zuster Zhang was goed bekend met de principes en het werk. Ze hielp me enorm. Ik zag dat ze nauwgezet was, haar plichten serieus nam en een gevoel van verantwoordelijkheid had. Soms, als het me te veel werd, gaf ik een deel van mijn werk aan haar. We vormden een goed team.

Later kwam ik er geleidelijk aan achter dat broeders en zusters allemaal naar zuster Zhang gingen met hun problemen en zelfs direct beslissingen namen na haar te hebben gesproken. Die stand van zaken zat me niet lekker. Ik dacht bij mezelf: als dit zo doorgaat, kan ik mijn positie als leider verliezen. Dat mag niet gebeuren. In de toekomst doe ik al mijn werk zelf en vraag ik zuster Zhang niet om hulp. Anders zullen de anderen allemaal denken dat ze zo’n goede, getalenteerde werker is. Op een dag zag zuster Zhang dat een van de broeders weinig vooruitgang boekte bij het produceren van een video. Toen ze het onderzocht, ontdekte ze dat zijn vaardigheden onvoldoende waren en hij de principes in zijn plichten niet zocht, dus het werk moest vaak opnieuw worden gedaan. Ze vroeg een andere broeder met meer talent om hem te helpen. Ik hoorde dat pas later. Zuster Zhang had de juiste beslissing genomen, maar toch voelde ik me nog steeds niet op mijn gemak met de situatie. Ik vond het onbeleefd om zo’n grote beslissing zonder mij te nemen. Werd ik een leider die er alleen maar voor de sier was? Later vroeg ik haar waarom ze me niets had gezegd. Tot mijn verbazing zei ze: “Ik had het druk en vergat het je te vertellen.” Toen ik dat hoorde, verloor ik mijn zelfbeheersing en dacht ik bij mezelf: je krijgt steeds meer gezag en neemt beslissingen zonder mijn goedkeuring. Je hebt geen respect voor mij. Zo lijkt het alsof de kerk me niet nodig heeft. Als dit zo doorgaat, wat zullen de broeders en zusters dan van me denken? Natuurlijk zullen ze denken dat ik nutteloos ben. Hoe kan ik dan als leider dienen? Toen ik dat besefte, raakte ik nog meer in paniek. Later zei zuster Zhang tegen me dat ze enkele studiematerialen had samengesteld en van plan was om tijdens een bijeenkomst met iedereen enkele vaardigheden te oefenen. Ik voelde me niet op mijn gemak toen ik dat hoorde en dacht: Soms ben ik degene die je eraan herinnert om aan dit soort dingen te werken, maar als we klaar zijn met praten, ben jij degene die met de anderen communiceert en ze begeleidt. Niemand weet van het werk dat ik achter de schermen doe en iedereen denkt vast dat jij een grotere last draagt dan ik. Als dit zo doorgaat, hoe kan ik dan mijn positie als leider behouden? In feite wist ik dat het zuster Zhangs verantwoordelijkheid was om met de broeders en zusters te studeren en ik wist dat dat werk niet kon worden vertraagd, dus ik zou er niet zo moeilijk over moeten doen. Maar ik wilde gewoon niet dat zuster Zhang dat werk zou doen. Ik dacht: zuster Zhang raakt betrokken bij steeds meer projecten, waaronder een deel van het werk waar ik verantwoordelijk voor ben. De anderen gaan liever naar haar met problemen. Zal ik weldra door haar worden vervangen? Die gedachte maakt me heel ongelukkig. Daarom begon ik te wijzen op haar gebreken en problemen in haar werk. Ik wilde de anderen laten zien dat ze helemaal niet zo kundig was in haar werk en dat ik degene was die nog steeds meer talent had.

Op een dag, tijdens een discussie met een hogere leider over ons werk, zei ze terloops dat een van zuster Zhangs videoprojecten langzaam vooruitgang boekte. Dat was precies wat ik wilde horen en ik antwoordde meteen: “Dat klopt. Ze is verantwoordelijk voor veel projecten, maar ze kan ze niet allemaal aan. Sommige van haar projecten zijn bovendien niet heel effectief geweest. Het lijkt me beter om haar niet te veel werk te geven. Ze zou niet zo veel gezag moeten krijgen.” Nadat ik dat had gezegd, voelde ik me een beetje schuldig. Hoe kon ik zoiets zeggen? Plichten zijn een opdracht van God. Ik sprak alsof ik haar die plichten had toegewezen, alsof ik haar het gezag had gegeven om die taken te doen en ze nu weer afnam. Was ik niet degene die verkeerd zat? Ik kon niet geloven dat ik zoiets kon zeggen en verafschuwde mezelf. Bovendien hoorde een deel van dat werk echt bij de plichten van zuster Zhang, maar ik probeerde haar ervan te weerhouden en wees steeds op gebreken in haar werk. Ik wilde dat iedereen zou zien dat ze geen goede werker was en minderwaardig was aan mij. Hoe kon ik zo verachtelijk zijn?

Daarna ging ik op zoek naar relevante passages uit Gods woorden om mijn gesteldheid te verhelpen. Ik vond een passage waarin God antichristen ontmaskert die paste bij mijn gesteldheid. God zegt: “Een van de meest opvallende kenmerken van de essentie van een antichrist is dat ze de macht monopoliseren en hun eigen dictatuur voeren: ze luisteren naar niemand, ze respecteren niemand, en welke sterke punten mensen ook mogen hebben, of welke correcte opvattingen of wijze meningen ze ook mogen uiten, of welke geschikte methoden ze ook mogen aandragen, ze slaan er geen acht op; het is alsof niemand gekwalificeerd is om met hen samen te werken, of deel te nemen aan iets wat zij doen. Dit is het soort gezindheid dat antichristen hebben. Sommige mensen zeggen dat dit een slechte menselijkheid is – maar hoe zou het een gewone slechte menselijkheid kunnen zijn? Dit is een volledig satanische gezindheid, en een dergelijke gezindheid is uiterst boosaardig. Waarom zeg ik dat hun gezindheid uiterst boosaardig is? Antichristen onteigenen alles van het huis van God, ontvreemden de eigendommen van de kerk en behandelen die als hun persoonlijk bezit dat allemaal door hen moet worden beheerd, en ze staan niet toe dat iemand anders zich hiermee bemoeit. De enige dingen waar ze aan denken bij het doen van het werk van de kerk zijn hun eigen belangen, hun eigen status en hun eigen trots. Ze staan niet toe dat iemand hun belangen schaadt, laat staan dat ze toestaan dat iemand van kaliber of iemand die in staat is over zijn ervaringsgetuigenis te spreken hun reputatie en status bedreigt. […] Wanneer iemand zich onderscheidt met een beetje werk, of wanneer iemand in staat is over een waar ervaringsgetuigenis te spreken, en Gods uitverkoren volk er voordelen, opbouw en ondersteuning uit ontvangt, en het grote lof van iedereen oogst, groeit er afgunst en haat in de harten van de antichristen, en proberen ze die persoon uit te sluiten en te onderdrukken. Ze staan onder geen enkele omstandigheid toe dat zulke mensen enig werk ondernemen en voorkomen zo dat hun status wordt bedreigt. […] De antichristen denken bij zichzelf: hier leg ik me absoluut niet bij neer. Je wilt een rol spelen in mijn domein, met mij concurreren. Dat is onmogelijk; je hoeft er niet eens aan te denken. Je bent beter opgeleid dan ik, welbespraakter dan ik, populairder dan ik, en je streeft de waarheid ijveriger na dan ik. Als ik met je zou samenwerken en je mij de loef zou afsteken, wat zou ik dan moeten doen? Denken ze aan de belangen van het huis van God? Nee. Waar denken ze aan? Ze denken er alleen aan hoe ze hun eigen status kunnen behouden. Hoewel antichristen van zichzelf weten dat ze niet in staat zijn om echt werk te doen, cultiveren of promoveren ze geen mensen van goed kaliber die de waarheid nastreven; de enige mensen die ze promoveren zijn degenen die hen vleien, degenen die geneigd zijn anderen te aanbidden, die hen in hun hart goedkeuren en bewonderen, degenen die gladde praters zijn, die geen begrip van de waarheid hebben en niet in staat zijn tot onderscheid(Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt acht: Ze willen dat anderen zich alleen aan hen onderwerpen, niet aan de waarheid of aan God (deel 1)). In het verleden dacht ik altijd dat deze passage antichristen ontmaskerde en niet op mij van toepassing was, maar toen besefte ik dat ik een heel antichristelijke gezindheid had. Eerst vond ik zuster Zhang een verantwoordelijke en harde werker, en gaf ik haar graag een deel van mijn werk uit handen, maar toen ik besefte dat de anderen haar bewonderden en naar haar toe gingen met veel van hun vragen, en ze aan projecten begon zonder mij erbij te betrekken, was ik bang dat ze mijn plek zou innemen en vond ik haar een bedreiging voor mijn status. Daarom probeerde ik haar ervan te weerhouden om deel te nemen aan meer projecten, waaronder projecten die eigenlijk onderdeel uitmaakten van haar plichten. Ik was bang dat als ze goed presteerde, de broeders en zusters haar nog meer zouden bewonderen en mij minderwaardig zouden vinden. Ik misleidde zelfs de hogere leider om haar ervan te weerhouden om zuster Zhang meer werk te geven. Toen ik nadacht over dat gedrag, zag ik dat het mij ontbrak aan menselijkheid en duidelijk anderen buitensloot om mijn eigen status te behouden. Antichristen waarderen gezag boven alles en denken nooit aan het werk of de belangen van de kerk. Bij al hun werk geven ze alleen maar om hun eigen status en als iemand meer talent heeft dan zij en hun status bedreigt, doen ze al het mogelijke om ze te onderdrukken en buiten te sluiten, en ze ervan te weerhouden om een belangrijke rol te spelen in elke plicht waar ze verantwoordelijk voor zijn. Was mijn gedrag anders dan dat van een antichrist? Ik deed alsof het werk van de kerk mijn privébezit was. Als ik nadacht over wie ik welke plichten zou toewijzen en hoeveel werk ik ze zou toewijzen, maakte ik me altijd zorgen of ze een bedreiging zouden vormen voor mijn status en reputatie. Ik dacht helemaal niet aan de impact hiervan op het werk van de kerk. Ik onderdrukte en weerde zelfs mensen om mijn eigen status te behouden en openbaarde zo mijn antichristelijke gezindheid. Ik was echt afschuwelijk!

Ik vond deze passage: “Wanneer ze iemand zien die beter is dan zij, proberen ze hem ten val te brengen, verzinnen ze geruchten over hem of gebruiken ze verachtelijke middelen om hem te denigreren en zijn gezag te ondermijnen, en vertrappen ze hem zelfs, dit alles om hun eigen status in de gedachten van mensen te beschermen. Wat voor gezindheid is dit? Dit is niet slechts een arrogante en verwaande gezindheid – zulke mensen hebben een satanische aard-essentie; het is een venijnige gezindheid. Ze vallen mensen aan die beter zijn dan zij en die superieur aan hen zijn, en ze sluiten die mensen uit – ze zijn verraderlijk en boosaardig. En dat ze voor niets terugdeinzen om mensen ten val te brengen, toont aan dat er een aanzienlijke demonische aard in hen schuilt! Ze leven volgens satanische gezindheden en zodoende kleineren ze mensen, proberen ze hen erin te luizen en kwellen ze hen. Is dit geen kwaad doen? En hoewel ze zo leven, denken ze dat er niets mis met hen is, dat ze goede mensen zijn. Maar wanneer ze iemand zien die superieur aan hen is, zijn ze in staat hem te kwellen en te vertrappen. Wat is hier het probleem? Zijn mensen die zulke slechte daden begaan niet ongeremd en bandeloos? Zulke mensen denken alleen aan hun eigen belangen, ze houden alleen rekening met hun eigen gevoelens en ze willen alleen hun eigen wensen, ambities en doelstellingen verwezenlijken. Het maakt hun niet uit hoeveel schade ze aanrichten aan het werk van de kerk, en ze zouden nog liever de belangen van het huis van God opofferen om hun eigen status en reputatie in de ogen van anderen te beschermen. Zijn zulke mensen niet arrogant en zelfgenoegzaam, egoïstisch en laag? Zulke mensen zijn niet alleen arrogant en zelfgenoegzaam, ze zijn ook extreem egoïstisch en laag. Ze houden totaal geen rekening met Gods wil. Hebben zulke mensen ook maar enige vrees voor God? Ze hebben niet de minste vrees voor God. Dit is waarom ze zich brutaal gedragen en doen wat ze maar willen, zonder enig schuldgevoel, zonder enige angst, zonder enige vrees of zorg, en zonder over de gevolgen na te denken. Dit is iets dat ze vaak doen en dit is hoe ze zich altijd hebben gedragen. Wat is de natuur van zulk gedrag? Om het zacht uit te drukken: zulke mensen zijn veel te jaloers en hebben een te sterk verlangen naar persoonlijke roem en status. Ze zijn te bedrieglijk en verraderlijk. Om het harder uit te drukken: de essentie van het probleem is dat de harten van zulke mensen niet ook maar het kleinste beetje godvrezend zijn. Ze vrezen God niet, ze denken dat ze zelf het allerbelangrijkst zijn, en ze beschouwen ieder aspect van zichzelf als hoger dan God en hoger dan de waarheid. In hun hart is God niet noemenswaardig en onbelangrijk, en God heeft helemaal geen status in hun hart. Kunnen zij die in hun hart geen plaats hebben voor God en die God niet vereren, de waarheid in praktijk brengen? Absoluut niet. Ze zijn gewoonlijk druk met van alles en nog wat en steken daar enorm veel energie in, maar wat zijn ze eigenlijk aan het doen? Deze mensen beweren zelfs dat zij alles achter zich hebben gelaten om zich volledig in te zetten voor God en dat zij veel geleden hebben. Maar de beweegreden, het principe en het doel van al hun acties dienen eigenlijk alleen maar hun eigen status en prestige en om al hun eigen belangen te beschermen. Zouden jullie ook niet zeggen dat dit verschrikkelijke mensen zijn? Wat voor mensen geloven al vele jaren in God, maar hebben geen vrees voor God? Zijn ze niet arrogant? Zijn ze niet Satan? En welke dingen zijn het meest verstoken van vrees voor God? Behalve de beesten zijn dat de boosdoeners en de antichristen, Satan en het slag van de duivel. Ze aanvaarden de waarheid helemaal niet; ze zijn verstoken van de vrees voor God. Ze zijn tot elk kwaad in staat; ze zijn de vijanden van God en de vijanden van Zijn uitverkorenen(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, De vijf voorwaarden waaraan moet worden voldaan om het juiste pad van geloof in God in te slaan). Toen ik Gods woorden las, voelde het alsof Hij ter plekke over me oordeelde. Er waren duidelijk geen grote problemen met het werk waar zuster Zhang verantwoordelijk voor was, maar omdat ze mijn status bedreigde, vond ik een manier om haar te onderdrukken en nam ik de kans waar om haar te kleineren in het bijzijn van de hogere leider inde hoop haar te misleiden om zuster Zhang minder werk te geven, zodat ze mij niet zou vervangen. Ik onderdrukte en strafte anderen om mijn eigen status te versterken. Had ik enige vrees voor God in mijn hart? Ik leefde volgens satanische doctrines zoals “Ieder voor zich en God voor ons allen”, “Er kan slechts één alfamannetje zijn” en “In heel het universum regeer ik alleen oppermachtig.” Ik was heel egoïstisch en arrogant. Ik dacht aan de tirannieke en autocratische CCP, die iedereen onderdrukt en buitensluit die een bedreiging vormt voor haar positie. Was ik niet hetzelfde? Ik onderdrukte alle broeders en zusters die talent hadden en hun werk effectief deden. Ik probeerde mijn gezag in de kerk te vestigen en wilde dat de broeders en zusters me zouden bewonderen en in hun harten zouden sluiten. Ik volgde het pad van een antichrist! Ik dacht aan die antichristen die alle mogelijke middelen gebruikten om mensen te straffen en te misbruiken om hun status te behouden. Ze behandelden diegenen die hun status bedreigden als doornen in hun vlees. Ze beschuldigden ze ten onrechte, straften ze en gaven pas op wanneer ze waren verdreven. Na allerlei kwaad te hebben gedaan, werden die antichristen uiteindelijk uit Gods huis verdreven. Als ik zo doorging en geen berouw toonde, zou mij dan niet hetzelfde lot wachten? God heeft ons aan ons gecommuniceerd hoe we antichristen kunnen onderscheiden en hoe we kunnen voorkomen dat we het pad van een antichrist volgen. God heeft heel duidelijk over dit aspect van de waarheid gecommuniceerd, zodat we antichristen kunnen onderscheiden, nadenken over ons eigen antichristelijke gedrag en de waarheid, berouw en transformatie nastreven. Maar ik richtte me niet op het verhelpen van mijn eigen antichristelijke gezindheid in mijn werk en dacht niet na over hoe ik het beste mijn plichten kon vervullen en het werk van de kerk beschermen. In plaats daarvan wedijverde ik om status, behandelde ik mijn plicht als mijn eigen persoonlijke onderneming, als een middel om me te verzekeren van status en de bewondering van mijn broeders en zusters, en wilde ik al het gezag in mijn plicht. Ik werd meegesleept door mijn verlangens.

Op een dag, tijdens mijn geestelijke oefeningen, vond ik twee passages uit Gods woord die heel nuttig waren. Gods woorden zeggen: “Als je als leider of werker altijd boven anderen denkt te staan en geniet van je plicht alsof het een overheidsfunctie is, je altijd tegoed doet aan de voordelen van je status, altijd je eigen plannen maakt, altijd je eigen roem, gewin en status overweegt en ervan geniet, altijd bezig bent met je eigen onderneming, en altijd probeert een hogere status te verkrijgen, meer mensen te managen en te beheersen, en de reikwijdte van je macht uit te breiden, dan levert dat problemen op. Het is zeer gevaarlijk om een belangrijke plicht te behandelen als een kans om van je positie te profiteren alsof je een overheidsfunctionaris bent. Als je altijd zo handelt, niet wenst samen te werken met anderen, je macht niet wilt verwateren en met iemand anders wilt delen, niet wilt dat iemand anders je in de schaduw stelt of de show steelt, als je alleen zelf van de macht wilt genieten, dan ben je een antichrist. Maar als je vaak de waarheid zoekt, deze beoefent om in opstand te komen tegen je vlees, je drijfveren en ideeën, en in staat bent het op je te nemen om met anderen samen te werken, je hart openstelt om met anderen te overleggen en te zoeken, aandachtig luistert naar de ideeën en suggesties van anderen, en advies aanneemt dat correct is en in overeenstemming is met de waarheid, ongeacht van wie het komt, dan handel je op een wijze en correcte manier, en ben je in staat te vermijden het verkeerde pad op te gaan, wat een bescherming voor je is(Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt acht: Ze willen dat anderen zich alleen aan hen onderwerpen, niet aan de waarheid of aan God (deel 1)). “Je hebt altijd, wat je ook doet, of het nu belangrijk is of niet, iemand nodig om je te helpen, om je aanwijzingen en adviezen te geven, of aan bepaalde dingen samen te werken. Dit is de enige manier om ervoor te zorgen dat je de dingen correcter doet, minder fouten maakt en minder kans loopt af te dwalen – dat is iets goeds. Vooral het dienen van God is een serieuze zaak, en als je je verdorven gezindheid niet aanpakt, kan dat je in gevaar brengen! Mensen hebben satanische gezindheden en kunnen op elk moment en op elke plaats in opstand komen tegen God en zich tegen Hem verzetten. Mensen die leven naar satanische gezindheden kunnen God op elk moment ontkennen, zich tegen Hem verzetten en Hem verraden. De antichristen zijn erg dom; ze beseffen dit niet. Ze denken: ik heb al genoeg moeite gehad om de macht te grijpen, waarom zou ik die met iemand anders delen? Als ik die aan anderen geef, heb ik er zelf geen meer, toch? Hoe kan ik mijn talenten en bekwaamheden tonen zonder macht? Ze weten niet dat wat God de mensen heeft toevertrouwd geen macht of status is, maar een plicht. Antichristen aanvaarden alleen macht en status, ze schuiven hun plichten terzijde en verrichten geen werkelijk werk. In plaats daarvan jagen ze alleen roem, gewin en status na, en willen ze alleen de macht grijpen, Gods uitverkoren volk beheersen en zich tegoed doen aan de voordelen van status. Op deze manier handelen is zeer gevaarlijk – dit is je tegen God verzetten! Iedereen die alleen roem, gewin en status najaagt in plaats van zijn plicht naar behoren te vervullen, speelt met vuur en met zijn leven. Degenen die met vuur en hun leven spelen, kunnen zichzelf op elk moment ten gronde richten. Vandaag de dag dien je, als leider of werker, God, wat geen gewone zaak is. Je doet geen dingen voor enig mens, laat staan dat je werkt om je rekeningen te betalen en eten op tafel te zetten; in plaats daarvan vervul je je plicht in de kerk. In het bijzonder kwam deze plicht voort uit Gods opdracht. Wat houdt het vervullen ervan dan in? Dat je verantwoording zult moeten afleggen aan God voor je plicht, of je die nu goed doet of niet; uiteindelijk moet er verantwoording aan God worden afgelegd, er moet een uitkomst zijn. Dit komt doordat wat je hebt aanvaard Gods opdracht is, een heilige verantwoordelijkheid, en ongeacht hoe belangrijk of gering deze verantwoordelijkheid is, het is iets ernstigs. Hoe ernstig is het? Op kleine schaal gaat het erom of je in dit leven de waarheid kunt verkrijgen en hoe God je beziet. Op grotere schaal heeft het rechtstreeks te maken met je vooruitzichten en bestemming, met je uitkomst; als je kwaad bedrijft en je tegen God verzet, zul je worden veroordeeld en gestraft. Alles wat je doet wanneer je je plicht vervult, wordt door God opgetekend, en God heeft Zijn eigen principes en normen voor hoe het wordt beoordeeld; God bepaalt je uitkomst op basis van je volledige prestatie in je plicht(Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt acht: Ze willen dat anderen zich alleen aan hen onderwerpen, niet aan de waarheid of aan God (deel 1)). In het verleden vatte ik mijn positie als leider op als een statussymbool. Pas na het lezen van Gods woorden besefte ik dat mijn plicht een opdracht is die God me heeft verleend. Het is een verantwoordelijkheid die niets te maken heeft met status en gezag. Tijdens het doen van je plicht in de kerk is er geen onderscheid tussen een hoge of lage status. Iedereen vervult zijn verantwoordelijkheden in zijn eigen posities. Nadat ik een leider was geworden, had ik veel kansen gekregen om te praktiseren. Ik leerde geleidelijk aan hoe ik moest handelen overeenkomstig principes en begon enkele waarheden te begrijpen. God had ook getalenteerde broeders en zusters aangewezen die principes begrepen om met me te werken, zodat ik op mijn best kon presteren in mijn plichten en het werk van de kerk goed kon doen. Maar ik streefde de waarheid niet na en werkte niet harmonieus samen met anderen. In plaats daarvan koesterde ik status, en onderdrukte en weerde ik zelfs anderen om mijn status te behouden. Zo beroofde ik mijn broeders en zusters van de kans om te praktiseren. Ik had niet alleen mijn broeders en zusters kwaad gedaan, maar ook een negatieve invloed gehad op het werk van de kerk. Gezien mijn gedrag was ik helemaal niet geschikt als leider. Ik wilde deze verkeerde weg niet blijven volgen. Ik wilde gewoon eerlijk en praktisch mijn verantwoordelijkheden uitvoeren, mijn plichten vervullen. Daarna begon ik meer mijn best te doen om mijn plicht te vervullen en als ik anderen naar zuster Zhang zag gaan met vragen, voelde ik me niet meer zo slecht en maakte ik me geen zorgen meer dat ze naar haar zouden opkijken in plaats van naar mij. Ik wilde alleen zo goed mogelijk samenwerken met zuster Zhang om onze plichten te vervullen. Als ik merkte dat zuster Zhang problemen had in haar werk, communiceerde ik met haar en hielp ik haar weer op weg. Als bepaalde projecten langzaam vooruitgang boekten, besprak ik met haar hoe we efficiënter konden werken. Als ik geen inzicht had of niet wist hoe ik iets moest aanpakken, vroeg ik haar om raad. Na verloop van tijd begonnen we steeds beter samen te werken en voelde ik me heel verankerd en vrij.

Ik dacht ook aan deze passage uit Gods woorden: “Een kerkleider zijn betekent niet alleen dat je leert de waarheid te gebruiken om problemen op te lossen, maar ook dat je leert om talentvolle mensen te ontdekken en te cultiveren, die je beslist niet moet benijden of verdrukken. Als je op die manier praktiseert, is dat heilzaam voor het kerkwerk. Als je een paar mensen die de waarheid nastreven kunt cultiveren om met je samen te werken en elk aspect van het werk goed te doen, en ze uiteindelijk allemaal een ervaringsgetuigenis hebben, ben je een leider of werker die aan de norm voldoet. Als je alles volgens de principes kunt doen, ben je toegewijd. Er zijn mensen die altijd bang zijn dat anderen beter en hoger zijn dan zijzelf, dat anderen gewaardeerd zullen worden en zij veronachtzaamd. Om deze reden vallen ze anderen aan en sluiten ze hen buiten. Is dit niet een geval van jaloezie jegens mensen met talent? Is dat niet egoïstisch en verachtelijk? Wat voor gezindheid is dit? Het is een venijnige gezindheid. Mensen die alleen maar aan hun eigenbelang denken, alleen aan hun eigen verlangens voldoen en daarbij geen rekening houden met anderen of met de belangen van Gods huis, hebben een slechte gezindheid en God mag hen niet. Als je echt in staat bent Gods bedoelingen in acht te nemen, kun je anderen eerlijk bejegenen. Als je een goed iemand aanbeveelt en die toestaat te oefenen en een plicht te vervullen, waardoor er een getalenteerde persoon aan Gods huis wordt toegevoegd, zal je werk dan niet eenvoudiger zijn? Ben je dan niet toegewijd aan je plicht? Dit is een goede daad tegenover God; het is het minimum aan geweten en verstand waarover iemand die een leider is, hoort te beschikken(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Vrijheid en bevrijding kunnen alleen worden verkregen door je verdorven gezindheden af te werpen). Uit Gods woorden wist ik dat talenten ontwikkelen de verantwoordelijkheid van een leider is en nodig is voor het werk van de kerk is. Deze ervaring hielp me om te beseffen hoe zinvol dat werk echt is. Aan de ene kant is het nuttig voor het algehele werk van de kerk, waardoor meer mensen hun talenten kunnen inzetten bij het vervullen van hun plichten en het werk van de kerk zo nog meer vooruitgang boekt. Aan de andere kant kunnen de broeders en zusters zo ook meer praktiseren, wat hen helpt om het leven binnen te gaan. Dat zijn allemaal goede daden die zullen worden herdacht door God. Nu ik eraan terugdenk, had zuster Zhang me enorm geholpen. Ze hielp me om enkele principes te begrijpen en vooruitgang te boeken, en ons werk verliep veel soepeler. Ik zag hoe cruciaal het is om Gods eisen te volgen en te leren om met anderen samen te werken om plichten te vervullen. Alleen zo kunnen we het werk van de kerk en onze plichten goed doen.

Door deze ervaring leerde ik mijn satanische gezindheid en absurde standpunten begrijpen en kon ik mijn verlangen naar roem en status loslaten en mijn plicht vervullen. Dat was Gods redding voor mij. Dank aan God!

Vorige: 92. Hartverscheurende keuzes

Volgende: 95. Hoe moet je ermee omgaan als je gesnoeid en aangepakt wordt

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

52. Vaarwel, allemansvriend!

Door Li Fei, SpanjeVoordat ik in God geloofde, dacht ik altijd dat allemansvrienden geweldig waren. Ze hadden een zachtaardige gezindheid,...

85. Een tijd van brute marteling

Door Chen Hui, ChinaIk ben opgegroeid in een gewoon gezin in China. Mijn vader zat in het leger, en omdat ik van kindsbeen af door hem was...

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek