10. Doen alsof ik het begreep deed me de das om
Vroeger maakte ik ontwerpen voor de kerk. Toen ik allerlei ontwerpen en afbeeldingen maakte, werd ik er gaandeweg veel beter in en ik werd gekozen tot teamleidster. Ik dacht bij mezelf: het feit dat ik ben gekozen als teamleidster betekent dat ik bepaalde vaardigheden en talenten heb in mijn werk, dat ik beter ben dan de andere broeders en zusters en dat ik de leiding van dit werk op me kan nemen. Ik moet deze plicht koesteren, hard werken, de principes van de waarheid zoeken en mijn best doen. Ik mag geen fouten maken die het werk van de kerk belemmeren. Ik moet iedereen laten zien dat ik geschikt ben als teamleidster.
Op een dag zei de kerkleider tegen me: “De kerk heeft een achtergrond nodig voor een van onze gezangenvideo’s. Het zal moeilijker zijn dan onze vorige achtergronden. Omdat de anderen al bezig zijn met andere ontwerpen, en het onze vorderingen zou ophouden als we iemand anders lieten komen, willen we graag dat jij eraan werkt. Denk je dat je het kunt?” Toen mijn leider dat zei, dacht ik: ik heb nog nooit aan zo’n moeilijke achtergrond gewerkt. Ik weet niet of ik een goed resultaat kan garanderen. Maar toen dacht ik: de leiders en broeders en zusters zullen op dit project letten. Ik doe deze plicht nu al meer dan twee jaar, heb mijn deel van moeilijke problemen en taken wel gehad. en heb aardig wat vaardigheden geleerd. Dit is wel de eerste keer dat ik zo’n moeilijke achtergrond probeer en er zullen zeker wat onvoorziene problemen zijn, maar als ik zelfs een taak als deze niet aankan, wat zullen alle anderen dan van me denken? Als ik het niet aankan, denken ze dan dat ik geen bekwame medewerker ben en geen vorderingen heb gemaakt? De andere broeders en zusters werken nu aan hun eigen projecten, en als ze iemand anders moeten laten komen om hier met mij aan te werken zal iedereen denken dat ik geen grote verantwoordelijkheden aankan en dat ik onbetrouwbaar ben en ongeschikt voor het leiderschap. Dat mag niet gebeuren. Ik moet hoe dan ook dit project op me nemen. Ik zoek gewoon op wat ik niet weet, zodat ik het allemaal goed doe en iedereen laat zien dat ik uitdagende plichten aankan. Toen ik had besloten antwoordde ik zelfverzekerd: “Ik kan het wel. Geen probleem. Deze achtergrond is maar iets moeilijker en veeleisender dan de andere. Met wat extra inspanning kan ik je goede kwaliteit garanderen.” Toen hij zag dat ik zelfverzekerd leek, knikte de leider: “We hebben een strakke deadline voor deze achtergrond, en het ontwerp moet de betekenis en het gevoel achter het gezang weerspiegelen. Neem meteen contact met me op als je op problemen stuit bij het ontwerp.” Mijn supervisor zei ook: “Laat het ons weten als je het echt niet voor elkaar krijgt, dan wijzen we iemand aan om je te komen helpen.” Ik knikte instemmend en voelde me zowel blij als nerveus: Ik was blij dat ik aan zo’n belangrijk ontwerp werkte, dat me veel respect zou opleveren als ik het goed deed, maar ik maakte me zorgen of ik zo’n moeilijke taak wel aankon. Ik wist niet zeker of ik wel de kwaliteit kon leveren die ze wilden. Maar hoe dan ook, ik kon niet iedereen teleurstellen. Ik moest meteen research doen en al doende dingen uitproberen om deze zeldzame kans zo goed mogelijk te benutten. Ik zou deze taak voltooien, hoe moeilijk hij ook was.
Tijdens het ontwerpen leek het wel of de tijd voorbij vloog en allerlei problemen staken de kop op. Ik voelde dat de druk toenam. De leider en supervisor vroegen vaak naar mijn vorderingen en of ik problemen had. Omdat ik zo ongelooflijk nerveus was, zei ik gewoon dat alles ‘prima ging’, terwijl ik in werkelijkheid zat te beven: Het ontwerp had nog een paar grote doorbraken en verbeteringen nodig. Ik had echt geen idee hoe het eindproduct eruit zou zien. Als het niet goed werd, zou iedereen mijn werkelijke niveau zien. Dan zouden ze zeggen dat ik niet bekwaam was en probeerde op te scheppen. Omdat ik beloofd had dat ik het voor elkaar zou krijgen, dacht ik dat ik mezelf in de voet zou schieten als ik het niet nakwam. Ik moest mijn tanden op elkaar zetten en het al doende uitzoeken. Ik had nog geen concept bedacht, dus het brainstormen duurde wel even. Op een dag kwam de leider naar ons atelier en keek toe hoe ik werkte. Ik schakelde vlug over naar een makkelijker gedeelte en maakte snel een schets om de indruk te wekken dat ik alles onder controle had. Maar in werkelijkheid was ik zo nerveus dat mijn handen zweetten. Toen de leider wegging, ging ik verder met het moeilijkere stuk en begon te piekeren. Ik wilde niet toegeven dat er een probleem was uit angst dat de leider zou twijfelen aan mijn kunnen. Omdat ik al zo zelfverzekerd was geweest, vond ik dat het gênant zou zijn als ik bakzeil haalde. Ik moest op mijn tanden bijten en al doende alles uitzoeken, maar ik vorderde langzaam en voelde me emotioneel uitgeput. Ik bleef de laatste avond laat op om het ontwerp af te maken. Mijn leider en supervisor zeiden dat het er goed uitzag maar nog moest worden bijgeschaafd. Toch was ik niet blij dat ik mijn plicht had gedaan. Ik voelde me verloren en kon mezelf niet opbeuren.
Later las ik tijdens mijn godsdienstoefening een passage uit Gods woord: “Als je in je leven vaak een gevoel van beschuldiging hebt, als je hart geen rust vindt, als je geen vrede of vreugde hebt, en vaak wordt belaagd door zorgen en bezorgdheid over van alles en nog wat, wat toont dat dan aan? Alleen maar dat je de waarheid niet beoefent, niet standvastig bent in je getuigenis voor God. Als je leeft te midden van de gezindheid van Satan, ben je geneigd de waarheid vaak niet te beoefenen, de waarheid de rug toe te keren, egoïstisch en verachtelijk te zijn; je houdt alleen je imago, je goede naam en status en je belangen hoog. Altijd voor jezelf leven brengt je geweldige pijn. Je hebt zoveel egoïstische verlangens, verstrikkingen, boeien, twijfels en ergernissen dat je niet de minste vrede of vreugde hebt. Leven omwille van verdorven vlees is buitensporig lijden” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Intreden in het leven begint met het vervullen van je plicht). Toen ik aan Gods woord dacht, besefte ik dat ik nog steeds uitgeput en somber was nadat ik het ontwerp af had, omdat ik te veel verlangde naar status. Om mijn tekortkomingen in mijn plicht te verbergen deed ik me anders voor en hield ik de schijn op tegenover anderen. Later vond ik nog een passage in Gods woord die me hielp om mijn verdorven gezindheid beter te begrijpen. Almachtige God zegt: “Mensen zelf zijn geschapen wezens. Kunnen geschapen wezens almacht bereiken? Kunnen ze perfectie en onfeilbaarheid bereiken? Kunnen ze op alle fronten bekwaamheid bereiken, alles leren begrijpen, alles doorzien en tot alles in staat zijn? Dat kunnen ze niet. In mensen zitten echter verdorven gezindheden en een dodelijke zwakheid: zodra ze een vaardigheid of een beroep leren, hebben ze het gevoel dat ze bekwaam zijn, dat ze mensen met status en waarde zijn, dat ze een of andere professional zijn. Hoe gewoon ze ook zijn, ze willen zich allemaal als een of ander beroemd of uitzonderlijk individu vermommen, in de een of andere secundaire beroemdheid veranderen en de mensen laten geloven dat ze perfect en onberispelijk zijn, zonder ook maar een enkel gebrek; in de ogen van anderen willen ze beroemd en krachtig worden of één of ander geweldig figuur, en ze willen machtig en volledig bekwaam worden en alles kunnen. Ze hebben het gevoel dat ze met het inroepen van hulp van anderen onbekwaam, zwak en inferieur zouden lijken, en dat mensen op ze zouden neerkijken. Daarom willen ze altijd de schijn ophouden. Wanneer sommige mensen gevraagd wordt iets te doen, zeggen ze dat ze weten hoe ze het moeten doen, terwijl ze dat in werkelijkheid niet weten. Vervolgens zoeken ze het in het geheim op en proberen ze te leren hoe het moet, maar na enkele dagen studeren begrijpen ze nog steeds niet hoe het moet. Op de vraag hoe het hen vergaat, zeggen ze: ‘Binnenkort, binnenkort!’ Maar in hun hart denken ze: ik ben er nog niet, ik heb geen idee, ik weet niet wat ik moet doen! Ik moet niet uit de school klappen, ik moet een façade blijven opzetten, ik mag de mensen mijn tekortkomingen en onwetendheid niet laten zien, ik mag ze niet op me neer laten kijken! Wat voor probleem is dit? Dit is een levende hel van pogingen om ten koste van alles je gezicht te redden. Wat voor gezindheid is dit? De arrogantie van zulke mensen kent geen grenzen, ze hebben al hun verstand verloren! Ze willen niet zoals alle anderen zijn, ze willen geen gewone mensen zijn, normale mensen, maar supermensen, uitzonderlijke individuen of hotshots. Dit is zo’n groot probleem! Ten aanzien van de zwakten, tekortkomingen, onwetendheid, dwaasheid en gebrek aan begrip binnen normale menselijkheid zullen ze het allemaal inpakken, het andere mensen niet laten zien en zich blijven vermommen. […] Wat vinden jullie, lopen zulke mensen niet met hun hoofd in de wolken? Dromen ze niet? Ze weten niet wie ze zelf zijn en ze weten niet hoe ze een normale menselijkheid moeten naleven. Nog nooit hebben ze als een praktisch mens gehandeld. Als je voortdurend met je hoofd in de wolken loopt, maar wat aanmoddert, en niets met beide benen op de grond verricht, altijd volgens je eigen voorstelling leeft, dan komt dit neer op moeilijkheden. Dan is het levenspad dat je kiest niet het juiste” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, De vijf voorwaarden waaraan moet worden voldaan om het juiste pad van geloof in God in te slaan). Gods woord legde mijn huidige gesteldheid bloot. Ik dacht dat ik, omdat ik al een tijdje als ontwerper werkte, wat vaardigheden had geleerd, was gekozen als teamleidster en bekwaam en een uitzonderlijk talent was. Omdat ik zo over mezelf dacht, lette ik erg op wat anderen van me vonden en was ik bang dat ze mijn tekortkomingen opmerkten en zeiden dat ik het werk niet aankon. Vooral bij dit achtergrondbeeld had ik nog nooit zoiets moeilijks gedaan en ik wist niet zeker of het zou lukken. Maar om mijn aanzien en status te behouden en het vertrouwen van mijn supervisor en leider te winnen deed ik alsof ik alles onder controle had. Toen ik op problemen stuitte en geen vorderingen maakte, vroeg ik niet om hulp, maar ploeterde in mijn eentje voort. Als mijn leider informeerde naar mijn vooruitgang of problemen vertelde ik hem niet over mijn moeilijkheden, hoewel ik bijna verzoop, en besloot ik in plaats daarvan om te liegen en hem te bedriegen. Ik deed zelfs alsof ik heel bekwaam was om hem te laten denken dat ik het karwei kon klaren. Ik hield in elk opzicht de schijn op om mijn tekortkomingen te verbloemen. Ik deed altijd alsof ik een begaafde werker was, zodat anderen zouden denken dat ik alles kon en alles wist. Ik besefte dat ik ongelooflijk ijdel en arrogant was. Gods woord zegt: “Mensen zelf zijn geschapen wezens. Kunnen geschapen wezens almacht bereiken? Kunnen ze perfectie en onfeilbaarheid bereiken? Kunnen ze op alle fronten bekwaamheid bereiken, alles leren begrijpen, alles doorzien en tot alles in staat zijn? Dat kunnen ze niet.” Inderdaad. Hoe zou een verdorven mens volmaakt en een alleskunner kunnen zijn? Het is normaal dat je bepaalde dingen in je plicht niet begrijpt of kunt doen, maar die houding had ik niet ten aanzien van mijn tekortkomingen. In plaats daarvan wilde ik mezelf per se afschilderen als een begaafde werker. Ik wilde niet worden gezien als een doorsnee geschapen wezen. Ik probeerde volmaakt en onfeilbaar te zijn. Ik was zo arrogant dat ik alle rede verloor. Omdat ik altijd de schone schijn ophield in mijn plicht, bang dat anderen de echte ik zouden zien, en niet om hulp vroeg als ik iets niet begreep, vorderde het ontwerp langzaam, terwijl het snel voltooid had moeten zijn, en ik raakte emotioneel uitgeput. Ik besefte dat het dom van me was om naar foutloosheid te streven. Ik verborg altijd mijn tekortkomingen zonder ze het hoofd te durven bieden. Daardoor voelde ik me niet alleen moe en onoprecht in mijn plicht, maar hield ik ook het werk van de kerk op. Toen ik dat besefte, bad ik tot God: “Lieve God. Dank u voor uw verlichting en leiding die me hielpen inzien hoe treurig het was dat ik de schijn had opgehouden. Ik ben bereid om voortaan mijn verkeerde gezichtspunten te corrigeren, de juiste houding te hebben tegenover mijn tekortkomingen, te vragen als ik iets niet begrijp, niet langer dingen te verbergen en mijn plicht praktisch en eerlijk te doen.”
Later las ik meer van Gods woord: “Je moet de waarheid zoeken om elk probleem dat zich voordoet op te lossen, wat het ook is; je moet jezelf beslist niet vermommen of jezelf anders voordoen dan je bent. Je tekortkomingen, je gebreken, je zwaktes, je verdorven gezindheden – wees er volledig open over en communiceer over dat alles. Krop ze niet op. Leren hoe je je moet openstellen is de eerste stap naar het binnengaan van het leven, en het eerste obstakel, dat het lastigst te overwinnen is. Als je het eenmaal hebt overwonnen, is het binnengaan van de waarheid eenvoudig. Wat betekent het om deze stap te zetten? Het betekent dat je je hart aan het openen bent en alles toont wat je hebt, goed of slecht, positief of negatief; dat je jezelf blootlegt voor anderen en voor God, dat je voor God niets verbergt, niets verhult, niets verbloemt, dat je niet bedrieglijk en verraderlijk bent, en dat je eveneens open en eerlijk jegens andere mensen bent. Op die manier leef je in het licht en zal niet alleen God je inspecteren, maar zullen ook andere mensen kunnen zien dat je principieel en met een mate van openheid handelt. Je hoeft geen enkele methode te gebruiken om je reputatie, imago en status te beschermen; je hoeft je fouten niet te verhullen of verbloemen. Deze nutteloze inspanningen zijn niet nodig. Als je deze dingen kunt loslaten, zul je erg ontspannen zijn, zul je leven zonder ketens of pijn en zul je volledig in het licht leven” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, deel drie). Ik besefte dat ik de waarheid moest zoeken als ik mijn plicht goed wilde doen en wilde worden geprezen door God. Welke verdorven gezindheden ik ook vertoonde en welke problemen ik ook had in mijn plicht, ik moest openhartig tot God bidden om leiding te zoeken, afzien van mijn verlangen naar aanzien en status, met broeders en zusters communiceren, niet langer dingen verhullen en de schijn ophouden, iedereen mijn echte ik laten zien, alleen doen wat ik aankon, het toegeven als ik iets niet kon en de waarheid zoeken met anderen. Het zou minder uitputtend en belemmerend zijn om op die manier mijn plicht te doen, het zou aangenaam zijn. Toen ik dat besefte, communiceerde ik openhartig met mijn broeders en zusters over mijn gedachten tijdens het hele ontwerpproces en vertelde over de problemen waarop ik was gestuit om ze met hen te bespreken. De broeders en zusters leerden me enkele nieuwe technieken en brachten me op nieuwe ideeën. Daarna verliep het werk dat ik aan de achtergrond besteedde heel soepel. Later zeiden enkele broeders en zusters tegen me: “Je achtergrond ziet er veel beter uit dan de vorige. Kun je een keer met ons delen wat je hebt ervaren en geleerd?” Ik was zo blij toen ik dat hoorde en voelde dat ik mijn plicht praktisch had vervuld. Toen ik terugdacht aan mijn ervaring bij het ontwerpen aan de achtergrond besefte ik dat er niets mis mee is als je tekortkomingen hebt en dat het geen kwaad kan als anderen ervan weten. In staat zijn om openhartig te zijn, de waarheid te zoeken en verkeerde bedoelingen en verlangens opzij te zetten zijn het belangrijkst. Je kunt je rustig en op je gemak voelen als je zo werkt.
Geleidelijk aan kon ik kwaliteitsontwerpen leveren voor moeilijke projecten en leverde meer voltooide producten dan andere broeders en zusters. Ze vroegen me altijd om raad over ontwerpconcepten en andere technische vragen. Aanvankelijk vertelde ik ze gewoon wat ik wist, maar toen meer mensen me iets vroegen, dacht ik onbewust: kennelijk ziet iedereen nu mijn talenten in. Waarom zouden ze me anders om raad vragen? Ongemerkt begon ik echt te genieten van dit tevreden gevoel en was ik erg zelfvoldaan. Maar toen gebeurde er iets heel onverwachts. Op een van de achtergronden die ik ontwierp voor een gezang vond mijn leider een probleem dat in strijd was met de principes en wilde erover praten. Hij zei dat de afbeelding die dag nog bijgewerkt moest worden, anders zou het werk vertraging oplopen, en vroeg of ik het zelf kon of dat ik hulp van anderen nodig had. Ik dacht bij mezelf: ik heb het ontworpen, dus als ik het overdraag aan een ander, lijkt het dan niet of ik niet bekwaam genoeg ben? Denken de mensen dan niet dat ik een grote mond heb, maar niet over de brug kom als het erop aankomt? Dat mag niet gebeuren. Ik kan het nu niet opgeven. Als ik dit probleem zelf oplos, weet iedereen dat ik mijn werk aankan, betrouwbaar ben en het waard ben om te cultiveren. Toen ik dat besefte, zei ik tegen de leider dat ik het zelf zou oplossen in overeenstemming met de principes. Tijdens het bijwerken was er een deel van de afbeelding waar ik geen goed concept voor kon vinden. Omdat de tijd drong en ik niet verder kwam met dat concept raakte ik echt gestrest en wilde ik het zo gauw mogelijk afmaken. Maar hoe ik het ontwerp ook aanpaste, het lukte niet. Ik werkte aan het concept tot 5 uur ’s morgens, maar kon nog steeds niets bedenken. Pas toen vroeg ik me af waarom ik dat probleem had. Opeens besefte ik dat mijn ontwerp in strijd was met de principes omdat ik een aspect van de principes niet begreep. Doordat ik deze aanpassing moest doen, was het werk al vertraagd. Ik wist niet eens zeker of mijn correctie het zou oplossen. Ze zaten dringend te wachten op deze afbeelding, dus ik wist dat ik om hulp moest vragen. Maar om mijn status en aanzien te behouden en mijn tekortkomingen te verbergen probeerde ik in mijn eentje voort te ploeteren. Hield ik zo niet het werk van de kerk op? Toen ik dat besefte, voelde ik me ongelooflijk schuldig en ik bad vlug tot God om berouw te tonen. “O, God. Ik was verstrikt in mijn verdorven gezindheid. Als ik een probleem heb, doe ik alsof alles in orde is zodat de anderen me respecteren. Ik kan mijn tekortkomingen niet goed onder ogen zien. Wat een vermoeiende manier om mijn plicht te doen. Lieve God, wijs me de weg om mijn verdorvenheid te erkennen en mijn ijdelheid los te laten, zodat ik kan praktiseren overeenkomstig uw woord.” Toen ik had gebeden dacht ik aan de volgende woorden van God: “Jij bent altijd op zoek naar grootsheid, naar voortreffelijkheid en status; je bent altijd op zoek naar een hogere positie. Wat heeft God voor gevoel wanneer Hij dat ziet? Hij veracht dat en zal afstand van je nemen. Hoe meer je grootheid en edelheid najaagt, en ernaar streeft superieur aan anderen te zijn, boven de massa uit te stijgen, uitzonderlijk te zijn en uitmuntend te zijn, des te meer afkeer voelt God jegens je. Als je niet over jezelf nadenkt en berouw toont, dan zal God je verafschuwen en je verwerpen. Je moet absoluut niet iemand zijn van wie God een afkeer heeft; je moet een persoon zijn die God liefheeft. Hoe kun je dan een persoon worden die God liefheeft? Aanvaard de waarheid gehoorzaam, neem je juiste plaats als schepsel in, handel op basis van Gods woorden met beide benen op de grond, vervul je plicht goed, wees een eerlijk mens en leef een menselijke gelijkenis na. Dit is genoeg, en dit zal God tevredenstellen. Mensen moeten absoluut geen ambities of ijdele dromen koesteren; ze moeten geen roem, gewin en status najagen, of ernaar streven boven de massa uit te stijgen. Ze moeten al helemaal niet nastreven om een supermens of een groot figuur te zijn, om superieur aan anderen te zijn, en zich door anderen te laten verafgoden. Dit is waar verdorven mensen naar verlangen, en het is de weg van Satan; God redt zulke mensen niet. Als mensen voortdurend roem, gewin en status najagen en hardnekkig weigeren berouw te tonen, dan zijn ze niet meer te redden, en is er maar één uitkomst voor hen: eliminatie” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Om een plicht goed te vervullen is harmonieuze samenwerking nodig). Gods woord stelde exact mijn gesteldheid aan de orde: Ik joeg altijd aanzien, status en bewondering na. Als ik meer voltooide ontwerpen kon leveren dan de anderen en veeleisende projecten met een gegarandeerde kwaliteit voltooide, werd ik onwillekeurig arrogant. En als de anderen bovendien bij me bleven komen met vragen, kreeg ik een intens gevoel van voldoening en genoot ik van het gevoel bewonderd te worden. Toen een van mijn ontwerpen werd teruggestuurd vanwege een probleem en de leider voorstelde om een andere broeder of zuster te laten helpen om tijd te winnen, dacht ik niet aan het werk van de kerk, en was ik alleen bang dat mijn onbekwaamheid zou blijken als ik anderen liet helpen. Om mijn eigen aanzien en status te behouden en te voorkomen dat er op me werd neergekeken, nam ik de aanpassing zelf op me. Toen ik op problemen stuitte, vroeg ik niet om hulp, maar beet op mijn tanden en pijnigde mijn hersenen en hield ik alles op. Het leek alsof ik overuren maakte voor mijn plicht, maar in werkelijkheid probeerde ik mijn talenten te bewijzen door de afbeelding te herstellen om de indruk te wekken dat ik betrouwbaar was. Ik zag in dat ik te veel verlangde naar aanzien en status. God onderzoekt onze gedachten grondig. Ook al kon ik de anderen misleiden, dat lukte niet bij God, en hoe goed ik mijn tekortkomingen ook verborg, als mijn verdorven gezindheid onveranderd bleef en ik niet de waarheid verwierf, zou God me toch nog verachten en verstoten. Ik had het werk van de kerk opgehouden in mijn streven naar aanzien en status, en als ik geen berouw toonde aan God en niet nadacht over mezelf, zou ik alleen mezelf en anderen misleiden en mezelf kwaad doen. Toen ik dat besefte, vroeg ik vlug een zuster die goed was in ontwerpen om me te helpen. We bespraken hoe de afbeelding moest worden bijgewerkt en ik had daarna een veel duidelijker concept. Kort daarna had ik de aanpassing voltooid.
Later bleef ik me afvragen waarom ik altijd probeerde mijn tekortkomingen te verbergen. Toevallig vond ik een passage uit Gods woord die me enorm aansprak. Almachtige God zegt: “Is het beschamend om een paar dingen niet te kunnen? Wie kan wél alles? Daar is niets beschamends aan – vergeet niet dat je een gewoon mens bent. Mensen zijn ook maar mensen. Kun je iets niet, zeg dat dan gewoon. Waarom doen alsof? Doe je altijd alsof, dan zullen anderen dat stuitend vinden en vroeg of laat komt de dag dat je ontmaskerd wordt en geen waardigheid of eer meer over hebt. Dat is de gezindheid van antichristen. Ze doen zich altijd voor als allrounders die alles kunnen, die van alle markten thuis zijn en overal verstand van hebben. Dat is toch vragen om problemen, nietwaar? Wat zouden ze doen als ze eerlijk zouden zijn? Dan zouden ze zeggen: ‘Ik ben hier geen expert in, ik heb er maar een klein beetje ervaring mee, maar nu hebben we behoefte aan veel complexere vaardigheden dan voorheen. Ik heb je al verteld wat ik allemaal kan en ik snap de nieuwe problemen niet waarvoor we staan. Om onze plicht goed te vervullen, moeten we wat meer technische kennis opdoen. Zodra we daar grip op hebben, kunnen we onze plicht effectief vervullen. God heeft ons deze plicht toevertrouwd en het is onze verantwoordelijkheid die goed te vervullen. Met dat in gedachten moeten we wat meer technische kennis opdoen.’ Dat is de beoefening van de waarheid. Mensen met de gezindheid van antichristen doen dit niet. Als ze ook maar een greintje verstand hadden, zouden ze iets zeggen als: ‘Meer dan dit kan ik niet. Je moet me niet overschatten en ik zal me niet beter voordoen dan ik ben. Dat is toch makkelijker? Het is zo vervelend om zich altijd maar een houding aan te meten en te doen alsof. Weten we niet hoe iets moet, dan zoeken we dat samen uit. We moeten samenwerken om onze plicht goed te vervullen. Ieder van ons moet zich verantwoordelijk opstellen.’ Als mensen dit zien, denken ze: deze mensen zijn beter dan de rest van ons. Is er iets aan de hand, dan overdrijven ze hun vaardigheden niet, schuiven ze niets af op anderen en proberen ze zich niet aan hun verantwoordelijkheid te onttrekken. In plaats daarvan gaan ze aan de slag, met een serieuze en verantwoordelijke houding. Dit zijn goede mensen, met een verantwoordelijke, serieuze houding tegenover het werk en hun plicht. Ze zijn betrouwbaar. Gods huis heeft er goed aan gedaan om dit belangrijke project aan hen over te dragen. God kijkt werkelijk diep in het hart van de mens! Door hun plicht op die manier te vervullen, lukt het deze mensen om hun vaardigheden aan te scherpen en ieders goedkeuring te winnen. Waarom verdienen ze deze goedkeuring? Ten eerste door hun serieuze en verantwoordelijke houding ten opzichte van hun plicht. Ten tweede door hun vermogen om eerlijk te zijn, met een pragmatische insteek en de wil om te leren. En ten derde kan niet worden uitgesloten dat ze worden geleid en verlicht door de Heilige Geest. Dit soort mensen heeft Gods zegen en dit is iets wat mensen met een geweten en verstand kunnen bereiken. Ze mogen dan verdorven en gebrekkig zijn, en misschien is er veel waarvan ze niet weten hoe ze het moeten doen, maar ze volgen wel het juiste beoefeningspad. Ze doen niet alsof en bedriegen niet; ze staan serieus en verantwoordelijk tegenover hun plicht en hebben een vrome en verlangende houding jegens de waarheid. Antichristen zullen daartoe nooit in staat zijn, omdat ze nooit hetzelfde denkpatroon hebben als mensen die de waarheid liefhebben en nastreven. De reden? Zij hebben de aard van Satan. Ze leven vanuit een satanische gezindheid om hun doel, het vergaren van macht, te bereiken. Voortdurend proberen ze op allerlei manieren plannetjes en intriges uit te broeden om mensen op slinkse wijze te verleiden hen te aanbidden en te volgen. Om mensen een rad voor de ogen te draaien, bedenken ze allerlei manieren om zich te vermommen, te bedriegen, te liegen, mensen te misleiden. Ze willen mensen laten geloven dat ze altijd gelijk hebben, dat ze alles weten en alles kunnen, dat ze slimmer en wijzer zijn en meer begrijpen dan anderen, dat ze in alles beter zijn dan anderen, dat ze anderen in alles overtreffen en zelfs dat ze de beste persoon zijn in welke groep dan ook. Zulke behoeften hebben ze. En dat is de gezindheid van antichristen. Daarom leren ze te doen alsof, wat leidt tot allerlei praktijken en gedragingen” (Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt acht: Ze willen dat anderen zich alleen aan hen onderwerpen, niet aan de waarheid of aan God (deel 3)). Antichristen zijn van nature verraderlijk en boosaardig. Om hun status en aanzien te behouden deinzen ze nergens voor terug. Ze houden de schijn op, vertellen leugens en misleiden anderen. Ik dacht aan een antichrist die uit onze kerk was gezet. Om zich een plek te veroveren en bewondering te oogsten zocht hij geen hulp als hij op problemen stuitte en deed hij alsof hij meer wist dan het geval was en hield met plezier het werk van de kerk op om zijn status en imago te behouden. Hij noemde alleen zijn successen en niet zijn mislukkingen, verstoorde meerdere keren het werk van de kerk, maar toonde nooit berouw. Daarom werd hij uiteindelijk uit de kerk gezet. Ik vergeleek zijn gedrag me dat van mij: ik zocht in mijn plicht niet de waarheid en principes, aanvaardde Gods kritische blik en werk niet op een nuchtere manier en hield altijd de schijn op om naar de bewondering van anderen te streven. Er was duidelijk een probleem met mijn ontwerp, maar hoewel ik geen duidelijk concept had hoe ik het moest aanpassen, zocht en besprak ik niets met mijn broeders en zusters, maar besloot ik om het zelf op te lossen. Ik nam het werk van de kerk niet in acht en zolang er nog een beetje hoop was, wilde ik mijn tekortkomingen niet laten zien, alsof het ophouden van het werk van de kerk niet erg was. En mijn imago behouden was voor mij het belangrijkst. Ik deed alles om te verhullen wat mijn imago en status bedreigde, ook al was het ongelooflijk uitputtend en zwaar. Ik had het gevoel dat het was alsof ik mijn leven verloor als ik mijn zogenaamde ‘goede imago’ kwijtraakte. Mijn daden verraadden de gezindheid van een antichrist. Toen ik dat besefte, werd ik een beetje bang. Misschien had ik niet allerlei slechte dingen gedaan zoals een antichrist, maar ik streefde altijd naar aanzien, status en de bewondering van anderen, en gedroeg me zelfs verraderlijk en misleidde anderen. Als ik deze gezindheid niet oploste, zou ik uiteindelijk worden ontmaskerd en verstoten door God. En dus bad ik tot God en toonde berouw, bereid om mijn ijdelheid en status opzij te zetten om te praktiseren volgens Zijn woorden.
Als er later met mijn ontwerpen problemen waren die ik niet kon oplossen, nam ik snel contact met iemand op, communiceerde openhartig en zocht en luisterde ik naar hun suggesties. Soms liet ik ze ook samen met mij ontwerpen. Op een keer had ik een ander probleem met een ontwerp en maakte ik geen vorderingen, zelfs toen ik erover had nagedacht. Mijn leider vroeg naar mijn vorderingen en ik wilde liegen, maar ik besefte al snel dat ik weer probeerde mijn status en aanzien te behouden. Toen schoot Gods woord me te binnen: “Als je niets achterhoudt, als je geen masker draagt, niet doet alsof, je ware gezicht niet verhult, als je jezelf blootlegt voor de broeders en zusters, je diepste ideeën en gedachten niet verbergt, maar in plaats daarvan anderen je eerlijke houding laat zien, dan zal de waarheid zich geleidelijk in je wortelen, opbloeien en vruchten afwerpen, tot resultaten leiden, beetje bij beetje. Als je hart steeds eerlijker is, en steeds meer op God gericht, en als je de belangen van Gods huis kunt beschermen bij het vervullen van je plicht, en je geweten bezwaard is wanneer je het beschermen van die belangen verzaakt, dan is dat bewijs dat de waarheid in je heeft gewerkt en je leven is geworden” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, deel drie). Gods woorden waren erg motiverend. Ik wist dat ik geen valse schijn moest blijven ophouden. Ik moest eerlijk en kalm mijn tekortkomingen onder ogen zien. Wat anderen ook van me dachten, ik moest de waarheid zeggen en een oplossing zoeken met de anderen. Er was die dag een werkbijeenkomst, dus ik communiceerde openhartig over mijn problemen en verdorvenheid. Nadat ik had gesproken voelde ik me op mijn gemak. Toen ik alles besprak met de anderen hielpen ze me om een manier te vinden om het ontwerp te herstellen en kort daarna voltooide ik de aanpassing. Ik was zo blij. Ik voelde hoe geweldig het werkelijk is om openhartig en eerlijk te zijn. Het kwam allemaal door Gods redding dat ik dat kon beseffen en een transformatie kon ondergaan. Dank God.