22. Een verhaal over preken tegen een dominee
Op een avond in april van dit jaar vertelde een leider me opeens dat een oudere dominee die al meer dan vijftig jaar geloofde Gods werk van de laatste dagen wilde onderzoeken. Het was dominee Cao uit Caojia Village. Ik moest naar hem toe gaan en getuigenis geven. De leider zei dat dominee Cao in veel landen had gepreekt, dat hij God zelfs niet had verzaakt toen hij door de CCP werd gevangengezet voor zijn geloof en dat hij oprecht gelooft in de Heer. Toen ik dat allemaal hoorde, dacht ik aan veel dominees en ouderlingen die ik had ontmoet terwijl ik het evangelie verspreidde. De meerderheid hield vast aan de woorden van de Bijbel en religieuze noties. Het was moeilijk voor ze om Gods stem te herkennen of de waarheid te aanvaarden. En ze hechtten zoveel waarde aan hun status en inkomen. Sommigen hoorden de woorden van Almachtige God en erkenden dat ze de waarheid waren, maar aanvaardden toch Almachtige God niet. Zou deze oude dominee echt de waarheid kunnen aanvaarden? Of zou hij koppig vasthouden aan zijn religieuze noties, net als de anderen? Ik was ook best zenuwachtig. Ik had enkele jaren een andere plicht gehad en had al een tijd het evangelie niet verspreid. Nu moest ik opeens deze oude dominee tegemoet treden, die vol Bijbelkennis en religieuze noties was. Als ik niet duidelijk communiceerde over de waarheid en zijn religieuze noties niet wegnam, zou ik dan niet hebben gefaald in mijn plicht? Toen dacht ik aan Gods woorden: “Het geloof van mensen is vereist wanneer iets met het blote oog niet kan worden gezien, en je geloof is vereist wanneer je je eigen noties niet kunt loslaten. Wanneer je geen duidelijkheid hebt over Gods werk, is het nodig dat je geloof hebt en dat je een duidelijk standpunt inneemt en standvastig staat in je getuigenis” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Degenen die vervolmaakt zullen worden, moeten loutering ondergaan). “De Heilige Geest werkt volgens dit principe: Door medewerking van mensen, doordat ze actief bidden, zoeken en dichter bij God komen, kunnen resultaten geboekt worden en kunnen ze door de Heilige Geest worden verlicht en geïllumineerd. Het is niet zo dat de Heilige Geest eenzijdig handelt of dat de mens eenzijdig handelt. Beide zijn onmisbaar en hoe meer mensen meewerken en hoe meer zij streven naar het bereiken van de normen van Gods eisen, des te groter is het werk van de Heilige Geest” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Hoe je de werkelijkheid kunt kennen). Het is waar. Deze mogelijke bekeerling ontmoeten was door God geregeld. Hoewel het me eerder niet gelukt was om het evangelie te delen met dominees en ouderlingen, kon ik niet zeggen dat ze allemaal niet in staat waren Gods werk van de laatste dagen te aanvaarden. Ik moest op God vertrouwen en echt een prijs betalen door samen te werken. Gods schapen horen Zijn stem. Zolang hij verlangde naar de waarheid en bereid was de ware weg te onderzoeken, moest ik tegen hem getuigen van Gods werk van de laatste dagen. Als er maar een sprankje hoop was, mocht ik niet opgeven. Het was mijn verantwoordelijkheid om te vertrouwen op God en te communiceren met liefde en geduld. Dan zou ik geen schulden of spijt hebben. Deze gedachten gaven me ten slotte moed.
Toen ik dominee Cao zag, vroeg ik hem hoe hij dacht over de terugkeer van de Heer. Hij zei plechtig: “Meer dan twintig jaar geleden, predikten enkele mensen meerdere keren het evangelie tegen me. Ze getuigden dat Almachtige God de teruggekeerde Heer Jezus is die de waarheid uitdrukt en het oordeelswerk in de laatste dagen doet. Ze zeiden dat in de Bijbel Gods eerdere woorden en werk zijn vastgelegd en dat de Heer Jezus nu was teruggekeerd en nieuwe woorden had uitgedrukt, en dat ik alleen door de nieuwe woorden van Almachtige God te lezen en ze echt te aanvaarden de waarheid kon begrijpen en kon worden gered door God. Toen ik dat hoorde, kon ik het niet accepteren. Paulus zei heel duidelijk: ‘De gehele schrift is geïnspireerd door God’ (2 Timoteüs 3:16). Dat betekende dat de Bijbel het woord van God, de christelijke canon is die niet kan worden ontkend. Hemel en aarde zullen vergaan, Gods woorden zullen blijven. Dus gelovigen moeten te allen tijde de Bijbel lezen en zich eraan houden. Ik was ervan overtuigd dat ze het mis hadden en wilde hun communicatie niet meer horen.” Ik zei tegen hem: “Dominee Cao, ik begrijp waarom u dat denkt. De meeste mensen in de religieuze wereld besluiten dat alle woorden in de Bijbel Gods woorden zijn op grond van wat Paulus zei. Maar stemt deze uitspraak echt overeen met de feiten?” Dominee Cao antwoordde: “Natuurlijk.” Ik zei: “De vraag of de Bijbel helemaal het woord van God is, is lang geleden nauwkeurig beantwoord door de woorden van Almachtige God. Wilt u die woorden nu misschien lezen?” Hij keek ernstig en aarzelde voor hij knikte: “We zijn hier nu toch, dus waarom niet.” En dus deelden we de woorden van Almachtige God met hem.
Almachtige God zegt: “Tegenwoordig denken mensen dat de Bijbel God is, en dat God de Bijbel is. En zo denken ze ook dat alle woorden van de Bijbel de enige woorden zijn die God heeft gesproken, en dat ze allemaal door God zijn geuit. Gelovigen in God denken zelfs dat, ook al zijn de zesenzestig boeken van het Oude en het Nieuwe Testament door mensen geschreven, ze allemaal door Gods inspiratie zijn gegeven en een verslag vormen van de uitspraken van de Heilige Geest. Dit is het onjuiste begrip van de kant van de mens, en het komt niet helemaal overeen met de feiten. Behalve de profetische boeken is het grootste deel van het Oude Testament in feite geschiedkundige verslaglegging. Sommige brieven uit het Nieuwe Testament komen voort uit ervaringen van mensen, en sommige uit de verlichting door de Heilige Geest. De brieven van Paulus bijvoorbeeld, vloeiden voort uit het werk van een mens, ze waren allemaal het resultaat van de verlichting door de Heilige Geest, en ze waren voor de kerken geschreven, en waren aansporende en bemoedigende woorden voor de broeders en zusters van de kerken. Het waren geen woorden die door de Heilige Geest waren gesproken – Paulus kon niet namens de Heilige Geest spreken. Ook was hij geen profeet, laat staan dat hij de visioenen zag die Johannes aanschouwd had. Zijn brieven waren voor de kerken van Efeze, Filadelfia en Galatië en andere kerken. En zo waren de brieven van Paulus in het Nieuwe Testament brieven die Paulus schreef voor de kerken en geen inspiraties van de Heilige Geest, en evenmin zijn het de directe uitspraken van de Heilige Geest. Het zijn slechts aansporende, troostende, bemoedigende woorden die hij tijdens zijn werk voor de kerken schreef. En dus vormen ze ook een verslag van een groot deel van het werk van Paulus in die tijd. Ze waren geschreven voor allen die broeders en zusters in de Heer zijn, zodat de broeders en zusters van de kerken in die tijd zijn advies zouden opvolgen en vast zouden houden aan de weg van berouw van de Heer Jezus” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Over de Bijbel (3)). “Niet alles wat in de Bijbel staat is een verslag van de woorden die God persoonlijk heeft gesproken. De Bijbel documenteert gewoon de vorige twee fasen van het werk van God, waarvan één deel een verslag is van de voorspelling van de profeten en het andere deel de ervaringen en kennis bevat die de mensen die door God zijn gebruikt door de eeuwen heen hebben opgeschreven. Menselijke ervaringen zijn door menselijke meningen en kennis besmet, en dat is iets wat onvermijdelijk is. Veel Bijbelboeken bevatten menselijke opvattingen, menselijke vooroordelen en absurd begrip van mensen. Natuurlijk is het merendeel van de woorden het resultaat van de verlichting en illuminatie van de Heilige Geest en die woorden leiden tot juist begrip. Toch kan nog steeds niet worden gezegd dat het helemaal juiste uitdrukkingen van de waarheid zijn. Hun kijk op bepaalde dingen is niets meer dan kennis die berust op persoonlijke ervaring, of de verlichting van de Heilige Geest. De voorspelling van de profeten was door God persoonlijk opgedragen: de profetieën van mensen als Jesaja, Daniël, Ezra, Jeremia en Ezechiël ontstonden rechtstreeks in opdracht van de Heilige Geest; deze mensen waren zieners, ze hadden de Geest van profetie ontvangen, en ze waren allen profeten uit het Oude Testament. Tijdens het Tijdperk van de Wet spraken deze mensen, die de inspiratie van Jehova hadden ontvangen, veel profetieën die rechtstreeks in opdracht van Jehova waren” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Over de Bijbel (3)).
Terwijl we Gods woorden lazen, luisterde dominee Cao aandachtig en knikte van tijd tot tijd. Daarna communiceerde ik: “De woorden van Almachtige God zijn heel duidelijk: de Bijbel documenteert gewoon de vorige twee fasen van Gods werk. Behalve de woorden van Jehova God en de Heer Jezus en Gods woorden die zijn doorgegeven door de profeten bestaat de rest uit historische verslagen en menselijke ervaringen. De Bijbel bevat niet alleen de woorden van God, maar ook die van de mens en Satan. We moeten die van elkaar onderscheiden en niet verwarren. Het is zoals het Oude Testament verslag doet van de profetieën van profeten als Jesaja, Elia of Ezechiël. Voor hun woorden staat er altijd iets als: ‘Dit zegt Jehova’, of ‘Jehova sprak tot’, waaruit blijkt dat ze Gods woorden direct overbrachten. De epistels zijn echter menselijke ervaringen, menselijke verslagen. Brieven aan de gemeenten, zoals die van Paulus, waren zijn eigen ervaringen en inzicht. Als broeders en zusters in die tijd de brieven van Paulus ontvingen, zeiden ze: ‘Er is een brief van Paulus gekomen.’ Ze zeiden nooit: ‘Gods woorden zijn aangekomen,’ nietwaar? Dus de epistels kunnen niet de woorden van God worden genoemd. Als je beweert dat de woorden van de mens en Satan in de Bijbel de woorden van God zijn, is dat dan geen godslastering? Dat betekent dat dit geloof dat ‘de Bijbel helemaal geïnspireerd is door God en helemaal Gods woord is’ fundamenteel onjuist is.”
Toen ik klaar was, stond hij versteld. Hij zei opgewonden: “Ik weet nog dat mijn theologiedocent zei dat alles in de Bijbel helemaal is geïnspireerd door God en Gods woord is. Dat hebben we al die jaren gezegd. Kan Paulus zich daarin hebben vergist?” Toen ik hem dat hoorde vragen, sloeg mijn hart over. Hij had de hele tijd zitten knikken en ik dacht dat hij het begreep, maar hij had het helemaal niet begrepen. Was dominee Cao net als die andere religieuze leiders die Gods woorden niet konden begrijpen? Maar toen dacht ik: “deze oude dominee heeft zich tientallen jaren aan religieuze noties vastgeklampt. Kan hij ze zo makkelijk opzijzetten? Ik moet geduldig communiceren.” Ik zei: “Laten we ons nu niet druk maken of Paulus gelijk had of niet, maar naar de feiten kijken. Dominee Cao, u moet weten hoe de Bijbel is geschreven. Hoeveel jaar na de Heer schreef Paulus 2 Timoteüs?” Zonder aarzeling zei hij dat het meer dan zestig jaar later was. “En hoeveel jaar na de Heer werd het Nieuwe Testament samengesteld?” Hij zei dat dat meer dan driehonderd jaar later was. Ik zei: “Laten we eens nadenken. Bestond het Nieuwe Testament al toen Paulus 2 Timoteüs schreef?” Verbaasd zei hij: “Nee.” Ik vervolgde: “Zo niet, omvatten de woorden van Paulus ‘de gehele schrift is geïnspireerd door God’ dan het Nieuwe Testament?” Hij sperde zijn ogen open en zei: “Ik begrijp het. De woorden van Paulus kunnen niet het Nieuwe Testament hebben omvat. Dank de Heer. Waarom heb ik daar niet eerder aan gedacht? In al die jaren van geloof hebben we altijd geloofd dat ‘de hele schrift is gegeven door inspiratie van God en Zijn woorden’, en we hebben hier overal over gepreekt. We hebben nooit getwijfeld aan de waarheid van deze bewering. Door deze communicatie begrijp ik nu dat de Bijbel niet helemaal Gods woord is en ik mijn tientallen jaren oude notie moet rechtzetten. Dank God.” Toen ik zag dat dominee Cao’s notie was weggenomen, kon ik met meer vertrouwen het evangelie voor hem prediken.
En dus communiceerde ik met hem: “God is vlees geworden om zijn oordeelswerk in de laatste dagen te doen, miljoenen woorden van waarheid uit te drukken en niet alleen de mysteries van de Bijbel te ontsluieren, maar ook alle mysteries van Zijn zesduizendjarige managementplan, zoals de mysteries van de drie fasen van Zijn werk, van Zijn namen en van Zijn incarnatie. Almachtige God heeft ook de waarheid van de verdorvenheid van de mens door Satan onthuld, en de satanische natuur van de mens van verzet tegen God en verschillende satanische gezindheden, en heeft ons de weg gewezen om te ontsnappen aan de zonde en door Hem gered te worden. Deze door Almachtige God uitgedrukte waarheden zijn de woorden van de Heilige Geest in de kerken, de weg van het eeuwige leven dat in de laatste dagen door God aan de mens wordt gegeven, en de enige manier om te worden gered en Gods koninkrijk binnen te gaan.” Hij aanvaardde het, maar had nog steeds noties over het vlees worden als vrouw van God in de laatste dagen. Hij zei tegen me: “Zuster, ik kan nu het oordeels- en reinigingswerk van Almachtige God aanvaarden, maar hoe kun je getuigen dat de Heer Jezus vlees is geworden als vrouw? De vorige keer dat Hij kwam, kwam Hij als man en de Bijbel spreekt vaak over Hem als de ‘Zoon’. Dus Hij moet mannelijk zijn als Hij terugkeert. Hoe zou Hij vrouwelijk kunnen zijn? Ik kan het me niet voorstellen. Kun je hier wat met me over communiceren?” Ik zei: “Omdat de Heer Jezus als man kwam, dachten alle gelovigen duizenden jaren dat Hij vast en zeker zou terugkeren als man en niet als vrouw. En toch is Almachtige God als vrouw vlees geworden in de laatste dagen. Veel mensen kunnen dit moeilijk accepteren. Maar we moeten begrijpen dat hoe meer noties mensen hebben, hoe meer waarheid er te vinden is. Als in de Bijbel de terugkeer van de Heer Jezus wordt geprofeteerd, staat er altijd ‘de Mensenzoon’, ‘de komst van de Mensenzoon’, ‘de Mensenzoon is gekomen’ en ‘zo zal de Mensenzoon verschijnen’. Wat betekent deze ‘Mensenzoon’? Als dit wordt gezegd, betekent het iemand die geboren is uit een mens en normale menselijkheid heeft, ongeacht of die persoon mannelijk of vrouwelijk is. Dus waarom benadrukte de Heer Jezus herhaaldelijk de frase ‘Mensenzoon’? Hij vertelde ons dat God in de laatste dagen geïncarneerd als de Mensenzoon terugkeert om te manifesteren en te werken. Maar de Heer heeft nooit gezegd of de Mensenzoon in de laatste dagen mannelijk of vrouwelijk zou zijn. Dus hoe kunnen mensen dat beslissen? We kennen allemaal Genesis hoofdstuk 1 vers 27: ‘God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen.’ Hier zien we dat God in het begin man en vrouw schiep naar Zijn evenbeeld. Als we vaststellen dat God mannelijk is, hoe verklaren we dan dat God ook de vrouw schiep naar Zijn evenbeeld? Dus we kunnen God niet begrenzen op basis van onze eigen noties of verbeelding.” Toen las ik dominee Cao enkele passages van de woorden van Almachtige God voor.
Almachtige God zegt: “Ieder stadium van het werk dat God doet heeft een eigen praktische betekenis. Destijds, toen Jezus kwam, kwam Hij in mannelijke gedaante, en wanneer God dit keer komt, is Zijn gedaante vrouwelijk. Hier kun je uit concluderen dat Gods schepping van zowel mannen als vrouwen in Zijn werk kan worden gebruikt en dat Hij geen onderscheid maakt tussen de geslachten. Als Zijn Geest komt, kan Hij ieder vlees aannemen dat Hij wenst en dat vlees kan Hem vertegenwoordigen; of het nu mannelijk of vrouwelijk is, het kan God vertegenwoordigen zo lang het maar Zijn geïncarneerde vlees is. Als Jezus bij Zijn komst als vrouw verschenen was, met andere woorden, als er van de Heilige Geest een meisje was ontvangen in plaats van een jongetje, dan zou dat stadium van het werk toch voltooid zijn. Als dat het geval was geweest, dan zou het huidige stadium van het werk in plaats daarvan door een man moeten worden voltooid, maar het werk zou toch voltooid worden. Het werk dat in elk stadium wordt gedaan, heeft zijn betekenis; geen van de stadia van het werk wordt herhaald noch is het tegenstrijdig aan het andere” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, De twee incarnaties voltooien de betekenis van de incarnatie). “Qua geslacht is de ene een man en de andere een vrouw, waarmee de betekenis van Gods incarnatie wordt afgerond en de opvattingen van de mens over God worden verdreven: God kan zowel man als vrouw worden, en de vleesgeworden God is in essentie geslachtloos. Hij heeft zowel de man als de vrouw gemaakt, en voor Hem is geen indeling naar geslacht” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, De essentie van het door God bewoonde vlees). “Als God alleen als een man in het vlees was gekomen, zouden mensen Hem als mannelijk definiëren, als de God van mannen, en nooit geloven dat Hij de God van vrouwen was. Mannen zouden dan geloven dat God van hetzelfde geslacht is als mannen, dat God de mannen aanvoert – en vrouwen dan? Dit is oneerlijk; is dit soms geen voorkeursbehandeling? Als dit zo was, was iedereen die door God gered is een man zoals Hij, en zou niet één vrouw gered worden. Toen God de mensheid schiep, schiep Hij Adam en schiep Hij Eva. Hij schiep niet alleen Adam, maar maakte zowel de man als de vrouw naar Zijn beeld. God is niet alleen de God van mannen – Hij is ook de God van vrouwen” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, De visie van Gods werk (3)).
Ik vervolgde mijn communicatie: “We weten allemaal dat God in het begin man en vrouw schiep naar Zijn evenbeeld. Dus natuurlijk kan God vlees worden als man, maar ook als vrouw. Als God twee keer geïncarneerd werd als man, zouden mensen Hem kunnen begrenzen en geloven dat Hij alleen vlees kan worden al man en niet als vrouw, en dat Hij alleen de God van mannen en niet van vrouwen is. Wordt Hij dan niet erg verkeerd begrepen? Dat zou eeuwige discriminatie van vrouwen betekenen en zou echt oneerlijk zijn tegenover vrouwen. God is rechtvaardig. Dus Hij werd eerst geïncarneerd als man en in de laatste dagen als vrouw. Dat is heel belangrijk. Het laat perfect zien hoe rechtvaardig Gods gezindheid is en dat Hij mannen en vrouwen gelijk behandelt. Hiermee is de betekenis van Zijn schepping van man en vrouw voltooid. In feite doet het er niet toe of God als man of vrouw incarneert. Zolang iemand de waarheid kan uitdrukken en de mensheid kan redden, kan die persoon God vertegenwoordigen en de geïncarneerde God zelf zijn. In de laatste dagen is Almachtige God gekomen. Hij drukt alle waarheden uit die de mens zuiveren en redden, doet Zijn oordeelswerk in de laatste dagen, luidt het Tijdperk van het Koninkrijk in en beëindigt het Koninkrijk van Genade. Dit bewijst onomstotelijk dat Almachtige God de geïncarneerde God en de teruggekeerde Heer Jezus is.”
Op dat moment zei dominee Cao heel serieus: “Zuster, alles wat je hebt gezegd is redelijk en ik kan het niet weerleggen. Maar er is nog iets wat ik niet helemaal begrijp. In Genesis 3:16, God zegt: ‘Je zult je man begeren, en hij zal over je heersen.’ En in 1 Korintiërs 11:3 staat: ‘De man het hoofd van de vrouw.’ Uit deze tekst blijkt dat de vrouw de bron van verderf is en is onderworpen aan de heerschappij van de man. Hoe kan de Heer dan terugkeren als vrouw?” Toen ik dominee Cao’s woorden hoorde, dacht ik: ik heb je zoveel woorden van God voorgelezen en zoveel met je gecommuniceerd, en toch begrens je God nog steeds als een man en kun je het feit van zijn incarnatie als vrouw niet accepteren. Kennelijk kun je je noties niet zo makkelijk opzijzetten. Maar toen dacht ik: zijn noties zijn te wijten aan afwijkingen in zijn begrip van de schrift. Als hij de waarheid begrijpt, zullen deze noties worden geëlimineerd. Ik zei tegen hem: “Dominee Cao, Almachtige God heeft hier heel duidelijk over gesproken. Laten we kijken naar wat Hij zegt.”
Almachtige God zegt: “Toen er in vroeger tijden werd gezegd dat de man het hoofd van de vrouw was, was dit bedoeld voor Adam en Eva, die door de slang was verleid, niet voor de man en de vrouw zoals zij in het begin door Jehova waren geschapen. Natuurlijk moet een vrouw haar man gehoorzamen en liefhebben, en moet een man leren hoe hij zijn gezin kan voeden en onderhouden. Dit zijn de wetten en decreten die Jehova heeft uitgevaardigd en waar de mensheid zich aan moet houden gedurende het leven op aarde. Jehova zei tegen de vrouw ‘Je zult je man begeren, en hij zal over je heersen.’ Zo sprak Hij enkel opdat de mensheid (dat wil zeggen zowel de man als de vrouw) een normaal leven konden leiden onder de heerschappij van Jehova, en om de levens van mensen structuur te geven zodat ze niet wanordelijk zouden worden. Daarom maakte Jehova passende regels voor hoe de man en de vrouw moeten handelen, hoewel dit slechts betrekking had op alle schepsels die op de aarde leven en geen verband had met Gods geïncarneerde vlees. Hoe kon God hetzelfde zijn als Zijn schepsels? Zijn woorden waren slechts gericht tot de mensheid van Zijn schepping, Hij vaardigde regels uit voor de man en voor de vrouw zodat de mensheid een normaal leven kon leiden. In het begin, toen Jehova de mensheid schiep, maakte Hij twee soorten mensen, mannelijk en vrouwelijk, en dus is er de scheiding tussen mannelijk en vrouwelijk in Zijn geïncarneerde vlezen. Hij besliste niet over Zijn werk op basis van de woorden die Hij tot Adam en Eva sprak. De beide keren dat Hij vlees is geworden, zijn geheel bepaald door Zijn gedachten op het moment dat Hij in het begin de mens schiep, dat wil zeggen, Hij heeft het werk van Zijn twee incarnaties voltooid op basis van de man en de vrouw voordat zij verdorven waren. […] Toen Jehova tweemaal vlees werd, had het geslacht van Zijn vlees te maken met de man en de vrouw die niet door de slang verleid waren; het was in overeenstemming met de man en de vrouw die niet door de slang verleid waren dat Hij tweemaal vlees werd. Denk nu niet dat de mannelijkheid van Jezus hetzelfde was als die van Adam, die door de slang was verleid. Die twee hebben totaal geen verband met elkaar, ze zijn mannen met elk een verschillende aard. Het kan toch niet zo zijn dat de mannelijkheid van Jezus bewijst dat Hij het hoofd is van alle vrouwen, maar niet van alle mannen? Is Hij niet de Koning van alle Joden (mannen én vrouwen)? Hij is God Zelf, niet slechts het hoofd van de vrouw, maar ook het hoofd van de man. Hij is de Heer van alle schepselen en het hoofd van alle schepselen. Hoe heb je kunnen bepalen dat de mannelijkheid van Jezus het symbool is van het hoofd van de vrouw? Zou dit geen godslastering zijn? Jezus is een man die niet verdorven is. Hij is God, Hij is Christus, Hij is de Heer. Hoe zou Hij een man kunnen zijn als Adam, die verdorven was? Jezus is het vlees dat de heiligste Geest van God heeft gedragen. Hoe kun je zeggen dat Hij een God is die de mannelijkheid van Adam had? Zou in dat geval niet al het werk van God verkeerd zijn geweest? Zou Jehova de mannelijkheid van de verdorven Adam, die verleid was door de slang, in Jezus hebben opgenomen? Is de incarnatie van vandaag niet een tweede geval van het werk van de geïncarneerde God, die anders van geslacht is dan Jezus maar op Hem lijkt in aard? Durf je nog steeds te zeggen dat de geïncarneerde God geen vrouw kan zijn, omdat de vrouw de eerste was die werd verleid door de slang? Durf je nog steeds te zeggen dat, omdat de vrouw de meest onreine is en de bron van de verdorvenheid van de mensheid, God onmogelijk als vrouw heeft kunnen incarneren? Durf je vol te houden dat ‘de vrouw de man altijd moet gehoorzamen en zich nooit als God kan manifesteren, of God rechtstreeks kan vertegenwoordigen’?” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, De twee incarnaties voltooien de betekenis van de incarnatie).
Ik vervolgde: “Uit de woorden van Almachtige God blijkt dat toen God tegen de vrouw zei: ‘Je zult je man begeren, en hij zal over je heersen,’ dit Zijn vereiste en beperking voor de verdorven mensheid was, zodat de verdorven mensheid op geordende wijze onder Jehova Gods heerschappij kon leven. Deze vereiste heeft helemaal niets te maken met de geïncarneerde God. Het is net als wanneer Jehova God in het Oude Testament de mens gebiedt om de sabbat te eerbiedigen. Dit was wat God vroeg van de mens. De mens zou dit niet kunnen vragen van de Heer Jezus. Zoals de Heer Jezus zei: ‘De sabbat is er voor de mens, en niet de mens voor de sabbat; en dus is de Mensenzoon ook heer en meester over de sabbat’ (Marcus 2:27-28). Staat er ook in de Bijbel: ‘Je zult je man begeren, en hij zal over je heersen’ (Genesis 3:16), ‘De man het hoofd van de vrouw’ (1 Korintiërs 11:3). Deze dingen hebben helemaal niets te maken met de geïncarneerde God. Of God nu incarneert als man of als vrouw, het is altijd het vlees dat wordt gedragen door Zijn Geest en het is altijd God zelf. Als de mens deze woorden gebruikt om God te begrenzen tot een man die geen vrouw kan worden, en de in de laatste dagen geïncarneerde God verloochent, plaatst hij de geïncarneerde God dan niet in hetzelfde vakje als de verdorven mens? Is dat dan geen godslastering?” Toen hij naar me had geluisterd stond de dominee versteld. Hij zei heel ernstig: “Zuster, omdat de Heer is gekomen in het vlees, moet Hij uit en mens zijn geboren en een geslacht hebben. Ik kan gewoon niet meteen accepteren dat Hij deze keer als vrouw is geïncarneerd. Ik moet bidden en de Heer vragen om me te verlichten.” Toen de dominee dat zei, was ik een beetje ongerust en verbaasd. Ik had zoveel gecommuniceerd. Waarom kon hij zijn noties nog steeds niet opzijzetten? Wat was er in vredesnaam aan de hand? Kon hij Gods woord niet begrijpen? Is hij niet een van Gods schapen? Moest ik wel met hem blijven praten? Welke les kon ik hieruit leren? In mijn hart bad ik tot God.
Daarna herinnerde ik me Gods woorden: “Bij het verspreiden van het evangelie moet je je verantwoordelijkheid nemen en moet je iedereen serieus behandelen aan wie je het verspreidt. God redt mensen in zo groot mogelijke mate, en je moet bedacht zijn op Gods wil, je moet niet achteloos iemand overslaan die op zoek is naar de ware weg en daarover nadenkt. […] Sommige mensen die de ware weg overwegen, zijn in staat te begrijpen en zijn van groot kaliber, maar arrogant en zelfingenomen en houden streng vast aan religieuze opvattingen. Dus er moet met liefde en geduld met hen worden gecommuniceerd over de waarheid om dit op te lossen. Je mag pas opgeven als ze de waarheid niet aanvaarden, hoe je ook met ze communiceert, want dan heb je alles gedaan wat je kunt en zou moeten doen” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Het evangelie verkondigen is de plicht die elke gelovige moet vervullen). Gods woorden brachten mijn onrustige hart tot rust. God vereist dat we liefdevol en geduldig zijn met mogelijke bekeerlingen. Of ze het evangelie uiteindelijk aanvaarden of niet, we zullen alles hebben gedaan wat we kunnen. Ik besefte dat ik nog niet alles had gedaan wat ik moest doen toen ik het evangelie deelde met dominee Cao. Ik had niet voldaan aan Gods vereisten. Toen ik zag hoe hij vasthield aan de Bijbel en nog niet van gedachten kon veranderen, dacht ik dat hij nooit de waarheid zou ontvangen. Hij had noties gehad over Gods vrouwelijke incarnatie en had mijn communicatie niet meteen begrepen, en daardoor had ik weer mijn geduld verloren. Ik was bevooroordeeld tegen dominee Cao en dacht dat dominees de stem van God niet makkelijk konden herkennen. Toen hij een notie had die niet overwonnen kon worden, had ik hem in een vakje gestopt en wilde ik hem zelfs opgeven. Ik dacht aan hoeveel moeite God had gedaan om de verdorven mensheid te redden en hoeveel woorden Hij heeft uitgedrukt om ons te voeden en ons te helpen de waarheid te begrijpen. Hij communiceert met ons en legt elke waarheid van binnen en van buiten uit. Hij spreekt in verhalen en metaforen en vanuit elke gezichtshoek om ons genoeg details en duidelijkheid te geven. Ik zag hoe groot Gods liefde voor de mensheid is en hoezeer Hij zich voor ons heeft uitgeput dat het niet in woorden kan worden uitgedrukt. Maar in mijn plicht om het evangelie te verspreiden vermeed ik het om me in te spannen en wilde ik dominee Cao opgeven. Waar was mijn liefdevolle hart? Hoe kon ik zo mijn plicht vervullen? Hoewel dominee Cao zich niet meteen liet overtuigen, mocht ik niet ongeduldig zijn. Ik moest hem behandelen met liefde en als hij het niet begreep, moest ik meer tijd besteden aan communicatie, bidden en vertrouwen op God, en Hem vragen de dominee te verlichten.
Toen ik hieraan dacht, ging ik door met communiceren met dominee Cao: “Als we in Almachtige God geloven, geloven we in de waarheid die Hij heeft uitgedrukt. Of Gods incarnatie nu mannelijk of vrouwelijk is, zolang Hij de waarheid uitdrukt en de mensheid kan zuiveren en redden, is Hij God zelf en moeten we in Hem geloven en Hem aanvaarden. Almachtige God heeft meer dan dertig jaar gewerkt en miljoenen woorden uitgedrukt. Hij heeft alle waarheden uitgedrukt die de mensheid zullen bevrijden van de zonde en Gods redding zullen brengen. Veel mensen die verlangden naar de komst van God, van alle religies en denominaties, hebben Gods stem herkend in de woorden van Almachtige God en hebben zich naar Hem gekeerd. Deze mensen zijn allemaal wijze maagden. Ze hebben het oordeel en de tuchtiging van Gods woorden ervaren, zagen de waarheid van hun eigen verdorvenheid, voelden spijt en verachtten zichzelf. Toen ze beseften dat Gods rechtvaardige gezindheid geen belediging duldt, leerden ze God te vrezen, echt berouw te tonen en veranderde hun verdorven gezindheid geleidelijk. Almachtige God heeft een groep overwinnaars gemaakt voor de rampspoed. Zij zijn de eerste vruchten die worden voorspeld in Openbaring. De woorden van Almachtige God en de getuigenissen van Gods uitverkorenen in triomf over Satan zijn lang geleden online gepost om tegen de hele mensheid te getuigen dat de Redder is teruggekeerd. Steeds meer mensen van alle naties onderzoeken nu de ware weg. Het werk van Almachtige God van de laatste dagen voltooit Gods zesduizendjarige managementplan om de mensheid te redden, en redt ons volledig van Satans heerschappij. Alles wat wordt bereikt door het werk van Almachtige God bewijst onomstotelijk dat Almachtige God de geïncarneerde God is, dat wil zeggen de teruggekeerde Heer Jezus. Dat betekent dat we niet op basis van geslacht alleen kunnen bepalen of Almachtige God de teruggekeerde Heer Jezus is. Kan Hij de waarheid uitdrukken en het werk van het redden van de mensheid doen? Daar draait het om.” Op dat moment zei dominee Cao plechtig: “Zuster, ik begrijp je communicatie. Als iemand de waarheid kan uitdrukken en het reddingswerk kan uitvoeren, dan is het God, of diegene nu mannelijk of vrouwelijk is. Nu is mijn hart verblijd.”
Daarna las dominee Cao nog veel meer van de woorden van Almachtige God, zijn noties werden weggenomen en hij aanvaardde Gods werk van de laatste dagen.
Door deze ervaring bij het verspreiden van het evangelie zag ik in dat al Gods werk wordt gedaan door God zelf. Of het nu dominees of ouderlingen zijn, ze zijn ongeacht hun Bijbelkennis, theologische kennis of religieuze noties allemaal machteloos tegenover de waarheid. Zolang ze Gods woorden kunnen begrijpen, enigszins ontvankelijk zijn en bereid zijn om de waarheid te zoeken, kunnen ze allemaal antwoorden vinden in Gods woorden en zullen ze ten slotte worden overwonnen. Toen ik het evangelie deelde met dominee Cao, dacht ik dat het moeilijk zou zijn voor dominees en ouderlingen om de waarheid te accepteren, daarom was ik bevooroordeeld tegen dominee Cao. Toen ik het evangelie met hem deelde en zag dat hij vasthield aan noties, stelde ik vast dat hij Gods stem niet begreep en gaf ik hem bijna op. Gelukkig wezen Gods woorden me de weg en was ik in staat mezelf te begrijpen en mijn plicht te voltooien.
Later las ik een passage in Gods woorden die duidelijk maakte hoe je moet omgaan met mogelijke bekeerlingen die noties hebben. “Als iemand die de ware weg overweegt, herhaaldelijk een vraag stelt, hoe moet je dan reageren? Je moet het niet erg vinden om tijd en moeite te steken in het antwoord en een manier vinden om duidelijk te communiceren over hun vraag, tot ze het begrijpen en het niet opnieuw vragen. Dan heb je je verantwoordelijkheid vervuld en zal je hart vrij zijn van schuld. Het belangrijkste is dat je in deze zaak vrij zult zijn van schuld jegens God, omdat deze plicht, deze verantwoordelijkheid, door God aan je werd toevertrouwd. Wanneer je alles wat je doet voor God doet, voor Gods aangezicht doet, wanneer alles wordt afgezet tegen Gods woord en gedaan is overeenkomstig de principes van de waarheid, dan komt je praktijk geheel overeen met de waarheid en met Gods vereisten. Zo zal alles wat je doet en zegt de mensen ten goede komen en zullen ze dit gemakkelijk goedkeuren en accepteren” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Het evangelie verkondigen is de plicht die elke gelovige moet vervullen). Door Gods woorden begreep ik dat als degenen die de ware weg onderzoeken, ongeacht hun problemen of religieuze noties, een goede menselijkheid hebben, verlangen naar de waarheid en Gods woorden begrijpen, wij niet bevooroordeeld mogen zijn of ze eigenmachtig in een vakje mogen plaatsen, laat staan ze opgeven. In plaats daarvan moeten we Gods woorden in praktijk brengen: “Je moet het niet erg vinden om tijd en moeite te steken in het antwoord en een manier vinden om duidelijk te communiceren over hun vraag” en de waarheid die we begrijpen zo goed mogelijk met ze communiceren tot we een schoon geweten hebben. Dat is ook mijn verantwoordelijkheid als geschapen wezen. Welke mogelijke bekeerlingen ik in de toekomst ook tegenkom, als ze een goede menselijkheid hebben en Gods woorden begrijpen, ben ik bereid mijn best te doen om de waarheid te communiceren en getuigenis te geven voor God, zodat zij die oprecht verlangen naar Gods verschijnen zo snel mogelijk naar Hem kunnen terugkeren en de terugkeer van de Heer verwelkomen. Dank God.