15. De keuze van een salesmanager
Ik ben geboren in een klein stadje in Zuid-China. Mijn vader was een bekende arts in de regio en we waren redelijk welgesteld Van jongs af aan genoot ik van een betere levensstandaard dan mijn leeftijdsgenoten, wat me een gevoel van superioriteit gaf. Zolang ik me kan herinneren, leerde mijn vader me vaak: ‘Je moet de grootste ontberingen doorstaan om iemand van betekenis te worden.’ Ik luisterde naar het verhaal van mijn vader, hoe hij zich vanuit het platteland in de stad had opgewerkt, zag hoe er altijd mensen bij ons thuis kwamen om bij mijn vader in de gunst te komen, en zag hoe mensen mijn vader bewonderden en hartelijk verwelkomden waar hij ook ging. In mijn jeugdige onwetendheid begon ik geleidelijk de waarde te begrijpen van jezelf onderscheiden, en ik nam me voor om iemand met status te worden die door anderen bewonderd en gerespecteerd wordt. Maar toen ik 12 was, kwam mijn vader in de gevangenis terecht vanwege vermeende illegale zakelijke transacties, en ons eens zo drukbezochte huis werd plotseling stil en verlaten. Mijn moeder, mijn zus en ik waren op elkaar aangewezen. De mensen die ooit zo vriendelijk tegen ons waren geweest, waren nergens meer te bekennen. Vooral nadat ik de ontberingen zag die mijn moeder doorstond toen ze overal geld moest lenen, voelde ik me zo hopeloos. Ik besloot om ijverig te studeren en mezelf te onderscheiden, zodat ik een benijdenswaardig en bewonderd leven kon leiden waarin ik boven anderen stond, om zo onze waardigheid terug te krijgen. Mijn harde werk werd beloond en ik werd eindelijk toegelaten tot de universiteit. Maar ik durfde nog steeds niet rustiger aan te doen. De woorden van mijn vader, ‘Je moet de grootste ontberingen doorstaan om iemand van betekenis te worden,’ bleven me motiveren. Ik geloofde dat als ik hard bleef werken, ik op een dag succesvol zou zijn en zowel roem als winst zou verwerven.
Nadat ik in 2006 was afgestudeerd aan de universiteit, ging ik alleen naar Shanghai en begon ik te werken op de verkoopafdeling bij een bedrijf. Om meer orders binnen te halen, reisde ik regelmatig naar andere steden om klanten te bezoeken. Door reisziekte raakte ik uitgeput door het reizen naar verschillende steden, en nadat ik uit de bus was gestapt, moest ik eerst al mijn energie verzamelen om klanten te bezoeken. Naast de lichamelijke uitputting, raakte ik nog meer uitgeput door de constante zakelijke etentjes en de omgang met collega’s en klanten. Om de orders van klanten binnen te halen, kocht ik boeken over psychologische manipulatie en de harde wetten van de zakenwereld. Dankzij deze boeken heb ik veel verborgen regels van de branche en manieren van zakendoen geleerd. Later op het werk concurreerde ik intern met collega’s, zowel openlijk als achter de schermen, om hen te overtreffen. Extern vleide ik niet alleen klanten, maar gaf ik hun ook steekpenningen en deed ik mee aan onderhandse zaakjes. In het begin voelde ik me ongemakkelijk bij deze praktijken. Als ze aan het licht zouden komen, zou dat niet alleen de reputatie van het bedrijf schaden, maar kon ik ook in de gevangenis belanden. Daarom stond ik elke dag onder hoogspanning. Als de druk te groot werd, werd ik vaak midden in de nacht wakker van nachtmerries. Ik leefde elke dag in constante angst en onrust. Soms, diep in de nacht, als alles stil was, dacht ik: “De druk in de verkoop is te groot; misschien moet ik van carrière veranderen.” Maar dan dacht ik bij mezelf: ‘Je moet de grootste ontberingen doorstaan om iemand van betekenis te worden.’ En ik moedigde mezelf aan: “Als ik wil slagen, moet ik deze pijnen doorstaan; hoe kan ik anders ooit succes en faam verwerven in deze metropool vol getalenteerde mensen?” Dus zette ik door. Twee jaar later was ik van een groentje op de werkvloer opgeklommen tot de beste verkoper van mijn team. Ik werd niet alleen gewaardeerd door mijn leidinggevenden en benijd door mijn collega’s, maar ik ging ook steeds meer verdienen, en ik leefde eindelijk het leven van een kantoormedewerker zoals ik dat altijd had gewild. Mijn moeder zei blij tegen me: “Mijn liefste, onze moeilijke tijden zijn eindelijk voorbij. Nu je jezelf hebt bewezen, hoeven we niet meer bang te zijn om gepest te worden. Ik heb het gevoel dat ik weer met opgeheven hoofd kan lopen. Je moet hard blijven werken!” Ik zei in stilte tegen mezelf: “Ik moet niet alleen een huis en een auto kopen in Shanghai, maar ik moet ook een leider in de sector worden, zodat ik voor lange tijd een respectabel leven kan leiden.”
In 2008, niet lang nadat ik getrouwd was, predikten mijn schoonouders mij het evangelie van de Almachtige God in de laatste dagen. Na het lezen van Gods woorden was ik diep geraakt door de drie fasen van Gods werk om de menselijkheid te redden. Vooral nadat ik zag dat de woorden die de Almachtige God uitdrukt de waarheid zijn en dat ze vele mysteries hebben onthuld die menselijkheid niet kende, voelde ik me diep aangetrokken tot de woorden van de Almachtige God, en samen met mijn man aanvaardden we het evangelie. Nadat we God hadden gevonden, kwamen we samen, lazen we Gods woorden en zongen we lofzangen om God te prijzen. Broeders en zusters deelden ook hun ervaringsinzicht met ons. Ik zag hoe ieder van hen zo puur en eenvoudig was, compleet anders dan de mensen met wie ik op het werk omging. Er was geen sprake van vleierij of achterbaksheid onder hen, en ze spraken vanuit hun hart. Ik vond het fijn om met hen om te gaan, samen te komen en over Gods woorden te communiceren.
In juni 2008 sloten mijn man en ik een lening af om een huis te kopen. Mijn collega’s, klasgenoten en familieleden keken ons allemaal met afgunst aan. Vooral toen onze buren ontdekten dat wij, als buitenstaanders, na slechts twee jaar al een huis hadden gekocht, bewonderden en prezen ze ons nog meer. Ik voelde me vanbinnen zo voldaan en dacht dat ik dichter bij het superieure leven kwam waar ik altijd van had gedroomd. Later kreeg ik promotie, mijn titel op mijn visitekaartje veranderde in salesmanager en mijn kantoor verhuisde van een klein hoekje naar een prominentere, eigen ruimte. Collega’s knikten en begroetten me met respect, en klanten spraken me ook aan als manager Ye. Ik liep met een rechte rug; ik voelde me plotseling anders dan alle anderen en genoot echt van dit gevoel van macht en aanzien. In die tijd bracht ik, afgezien van de bijeenkomsten die ik bijwoonde, bijna al mijn tijd door met werken. Ik was er constant op gefocust om snel geld te verdienen om de lening af te betalen, zodat ik een groter huis kon kopen zodat mijn moeder bij ons kon komen wonen. Zodat ze samen met ons van dit superieure leven kon genieten. Naarmate het bedrijf groter werd, werden de regels en voorschriften strenger en ingewikkelder. Als salesmanager moest ik meedoen aan en uitvoering geven aan de diverse evaluatieactiviteiten van het bedrijf. Hierdoor kwam ik in een dilemma terecht: als ik mijn werk bij het bedrijf goed zou doen, zou dat mijn kerkleven hinderen, maar als ik een kerkleven zou leiden, zou mijn werk eronder lijden. En als ik mijn werk niet goed zou doen, zou ik het superieure leven dat ik nu had, zeker kwijtraken. In het begin kon ik nog naar de bijeenkomsten blijven gaan, maar op een dag hoorde ik van collega’s dat mijn ondergeschikten achter mijn rug om zeiden dat ik elke dag stipt op tijd wegging en niet de uitstraling van een leider had. Ze zeiden ook dat ik vast wel wat trucjes had gebruikt om bij de superieuren in de gunst te komen om zo deze functie te krijgen. Toen ik dat hoorde, voelde ik me erg overstuur en ongemakkelijk. Ik dacht: “De concurrentie op de markt is nu zo hevig. Als ik niet harder werk om deze functie te behouden, kan iemand me zomaar vervangen. Dan zouden de prestigieuze, gerespecteerde en benijdenswaardige baan en het leven waarvoor ik zo hard heb gevochten, allemaal verloren gaan. Dat mag niet gebeuren. Ik moet iets concreets bereiken.” Daarna begon ik mijn ochtenddevotionals in te korten, en soms had ik er zelfs helemaal geen tijd voor en haastte ik me gewoon naar mijn werk. Na werktijd, als er geen bijeenkomst was, probeerde ik op kantoor te blijven om over te werken. Daarnaast probeerde ik elke zakelijke lunch of diner met superieuren en klanten bij te wonen, waarbij ik een glimlach forceerde. Eerlijk gezegd wist ik dat wat ik deed niet in overeenstemming was met Gods bedoeling, en ik walgde van mezelf omdat ik anderen zo vleide. Maar toen ik bedacht dat dit de enige manier was om mijn functie te behouden, kon ik niet anders doen dan ermee doorgaan.
In die periode kwam ik bijna altijd op het laatste moment aan bij de bijeenkomsten, en soms kon ik er zelfs helemaal niet bij zijn vanwege meerdaagse zakenreizen. Elke keer als de broeders en zusters naar mijn gesteldheid vroegen, kreeg ik een schuldgevoel, maar ik kon er niets aan doen. Het langdurige onregelmatige werkritme en mentale druk eisten hun tol op mijn gezondheid. Het begon met haaruitval, maar later kwam ik steeds meer aan en ik kreeg paarse vlekken op mijn onderbenen. Na een onderzoek in het ziekenhuis werd de diagnose gesteld: een hoog cholesterolgehalte en allergische purpura. De arts zei dat mijn ziekte nauw verband hield met mijn beroep; de immense werkdruk en het onregelmatige werkritme hadden mijn immuunsysteem verstoord. Vooral de frequente zakelijke etentjes en ongezonde voeding hadden tot een stofwisselingsstoornis geleid. Ze zeiden dat als ik zo door zou gaan met deze levensstijl en in deze mentale toestand zou blijven, de aandoening alleen maar zou verergeren, wat kon leiden tot hart- en vaatziekten en zelfs levensbedreigend kon zijn. Ik maakte me zorgen om mijn gezondheid, maar voelde me hulpeloos. Ik dacht: “In de huidige maatschappij moet je een prijs betalen om jezelf te onderscheiden; je wint iets, maar je verliest ook iets. Als ik op een dag geen druk meer heb en geen zakelijke bijeenkomsten meer hoef bij te wonen, dan ben ik zeker niet meer iemand die boven anderen staat. Ik ben nog jong, mijn lichaam kan het wel aan. Ik moet hier eerst maar doorheen zien te komen.”
Op een dag in april 2009 vroeg een kerkleider me: “Ben je bereid de plicht op je te nemen om nieuwkomers te begieten?” Ik bedacht dat het vervullen van je plicht de verantwoordelijkheid is van elk schepsel, en dat je daardoor meer waarheden kunt begrijpen, dus stemde ik blij toe. Maar toen ik hoorde dat er bijna elke avond een bijeenkomst zou zijn, aarzelde ik. “Het bedrijf evalueert voortdurend het aantal klantbezoeken, en ik ben ook verantwoordelijk voor de verkoopresultaten van de afdeling. Als ik elke dag bijeenkomsten heb, hoe moet ik dan mijn werk doen? Als ik het team niet goed leid en de verkoopdoelstellingen niet haal, dan kan ik zeker niet aanblijven als salesmanager. Zullen de managersfunctie en het stabiele, comfortabele leven waar ik zo hard voor heb gewerkt dan niet zomaar verdwijnen? Wordt het dan in de toekomst niet nog moeilijker om vooruit te komen?” Toen ik hieraan dacht, zei ik tegen mijn zuster: “Ik moet hier nog even over nadenken.” De daaropvolgende dagen bleef ik erover piekeren. Ik kon ’s nachts niet goed slapen en voelde me verscheurd en onrustig.
Tijdens een bijeenkomst deelde ik mijn verdriet met de broeders en zusters, en we lazen Gods woorden: “De mens, geboren in zo’n smerig land, is ernstig aangetast door de maatschappij. Hij is beïnvloed door een feodale ethiek en is geschoold in ‘instituten voor hoger onderwijs’. Het achterlijke denken, de verdorven moraliteit, de minderwaardige kijk op het leven, de verachtelijke levensfilosofie, het uiterst waardeloze bestaan, en de verdorven levensstijl en gewoonten – al die dingen zijn diep het mensenhart binnengedrongen, en hebben zijn geweten ernstig ondermijnd en aangevallen. De mens raakt daardoor steeds verder van God verwijderd en keert zich steeds meer tegen Hem. De gezindheid van de mens wordt met de dag kwaadaardiger, en niemand zal uit zichzelf iets opgeven voor God, niemand zal uit zichzelf God gehoorzamen en niemand zal bovendien uit zichzelf de verschijning van God zoeken. In plaats daarvan doet de mens onder het domein van Satan juist niets anders dan het najagen van plezier, en geeft hij zich over aan de verdorvenheid van het vlees in het land van drek. Ook al horen ze de waarheid, mensen die in duisternis leven denken er niet aan om die in praktijk te brengen, noch zijn ze geneigd om God te zoeken, ook al hebben ze Zijn verschijning gezien. Hoe kan een mensheid die zo verdorven is enige kans op redding hebben? Hoe kan een mensheid die zo decadent is in het licht leven?” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Een onveranderde gezindheid houden betekent vijandschap jegens God). “Tientallen, duizenden, tienduizenden jaren, en tot nu toe, hebben mensen hun tijd op deze manier verkwist, terwijl niemand het prachtigste van alle menselijke levens creëert en men er in deze duistere wereld alleen maar op uit is elkaar af te slachten, te wedijveren om roem en gewin en tegen elkaar te intrigeren. Wie heeft ooit Gods bedoelingen gezocht? Heeft iemand ooit acht geslagen op het werk van God? Alle door de invloed van de duisternis bezette delen van mensen zijn al lang geleden de menselijke aard geworden. Het is dan ook erg moeilijk om het werk van God uit te voeren en mensen hebben nog minder de neiging om acht te slaan op wat God ze tegenwoordig heeft toevertrouwd” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Werk en intrede (3)). Na het lezen van Gods woorden raakte ik diep in gedachten. Terugkijkend was ik van kindsbeen af beïnvloed door ideeën als ‘Stijg boven de rest uit en breng eer aan je voorouders,’ ‘De mens worstelt zich omhoog; water stroomt omlaag,’ en ‘Je moet de grootste ontberingen doorstaan om iemand van betekenis te worden.’ Ik had me voorgenomen om uit te blinken, naam te maken voor mezelf en, eenmaal volwassen, een superieur leven te leiden. Om dit te bereiken, studeerde ik tijdens mijn studententijd tot diep in de nacht. Nadat ik was gaan werken, heb ik mijn principes soms laten varen om voet aan de grond te krijgen, en nam ik mijn toevlucht tot duistere zaakjes met klanten om orders binnen te halen. Ik was constant bezorgd dat mijn acties aan het licht zouden komen en ik in ongenade zou vallen, en de immense druk eiste zijn tol van mijn lichaam en geest. Toen ik het hoge salaris en de titel verkreeg waar ik altijd van had gedroomd, en ik de bewondering en afgunst van de mensen om me heen verdiende, bleef ik, om mijn positie te verstevigen, de strijd aangaan met mijn collega’s, klanten en superieuren vleien, en me elke dag onderdompelen in diverse werkverplichtingen. De lange periodes van een onregelmatige routine en een ongezonde levensstijl zorgden ervoor dat mijn lichaam waarschuwingssignalen afgaf. Maar omwille van roem en gewin durfde ik niet te stoppen. Hoewel ik wist dat de bewondering en vleierij van anderen vol valsheid waren, en hoewel ik wist dat God mijn bedrieglijke acties en leugens niet waardeerde, kon ik mijn streven naar roem en gewin niet loslaten. Zelfs als het betekende dat ik mijn gezondheid opofferde, bijeenkomsten miste en de groei in mijn leven in de weg stond, gaf ik er de voorkeur aan om mijn werk zorgvuldig voort te blijven zetten, waardoor ik elke dag in pijn en kwelling leefde. Toen vroeg ik mezelf af: “Wat heb je aan een hoge functie of meer rijkdom?” Ik dacht aan beroemdheden, rijke mensen en kennissen van mij, die, na het verkrijgen van roem, gewin en status, op zoek gingen naar opwinding vanwege een innerlijke leegte. Sommigen overtraden willens en wetens de wet en kwamen in de gevangenis terecht, sommigen schonden morele wetten, wat leidde tot gebroken gezinnen en geruïneerde reputaties, en sommigen kozen zelfs voor zelfmoord omdat ze geen uitweg meer zagen. Mijn vader was hier een levend voorbeeld van. Hij genoot ooit grenzeloze roem, en werd alom geprezen en bewonderd, maar zijn hebzucht bracht hem ertoe kwade trends te volgen. Uiteindelijk schond hij de wet in zijn zakelijke transacties en kwam hij in de gevangenis terecht. Ik zag dat roem, gewin en status de middelen zijn die Satan gebruikt om mensen te verderven. Op dat moment besefte ik dat hoewel ik leek te geloven in God, ik eigenlijk nog steeds onder Satans macht stond. Satan gebruikte roem en gewin om me te lokken en te kwellen, waardoor ik leefde zonder integriteit en waardigheid, en zelfs zonder het meest basale geweten. Ik besefte dat het najagen van roem, gewin en status me er alleen maar toe zou leiden om de weg kwijt te raken, in verdorvenheid te vervallen, en uiteindelijk God te verlaten en te verraden, en mijn kans op redding te verliezen.
Later las ik meer van Gods woorden: “Die mannen en vrouwen die onder andere mensen persoonlijke roem en rijkdom genieten en persoonlijke status nastreven; die onboetvaardige mensen die in de zonde gevangenzitten – is het voor hen allen niet zo dat zij niet meer gered kunnen worden?” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Praktijk (7)). “Jullie bevinden je in dezelfde omstandigheden als ik, en toch zijn jullie bedekt met vuil; er is in jullie nog niet het kleinste beetje oorspronkelijke gelijkenis met de mensen die in het begin geschapen zijn. Omdat jullie de gelijkenissen van die onreine geesten dagelijks imiteren, door te doen wat zij doen en te zeggen wat zij zeggen, is bovendien elk deel van jullie – zelfs jullie tongen en lippen – doorweekt van hun vuile water, zozeer dat jullie volledig bedekt zijn met zulke vlekken en geen enkel deel van jullie gebruikt kan worden voor mijn werk. Het is zo hartverscheurend! Jullie leven in zo’n wereld van paarden en vee, maar het stoort jullie niet eens; jullie zijn vol vreugde en leven vrijelijk en zonder zorgen. Jullie zwemmen rond in dat vuile water, maar jullie hebben niet eens door dat jullie in zo’n parket beland zijn. Elke dag verkeren jullie met onreine geesten en gaan jullie om met ‘uitwerpselen’. Jullie levens zijn uiterst vulgair, maar toch besef je niet eens dat je totaal niet bestaat in de mensenwereld en dat je geen controle over jezelf hebt. Weet je niet dat je leven lang geleden vertrapt is door die onreine geesten, of dat je karakter lang geleden bezoedeld is door vuil water? Denk je dat je in een aards paradijs woont en dat je je te midden van het geluk bevindt? Weet je niet dat je een leven naast onreine geesten hebt geleefd, en dat je hebt samengeleefd met alles wat ze voor je hebben voorbereid? Hoe zou je manier van leven enige betekenis kunnen hebben? Hoe zou je leven enige waarde kunnen hebben?” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Jullie zijn allemaal zo laag van karakter!). Na het lezen van Gods woorden besefte ik dat degenen die alle middelen gebruiken om roem, gewin en status na te jagen, in Gods ogen boosaardig en smerig zijn, en dat ze onverbeterlijk zijn. Ik dacht aan de beroemdheden, politici en belangrijke zakenmensen in de wereld. De meesten van hen bezitten superieure sociale vaardigheden en zijn gladde alen in hun doen en laten. Hoewel ze er glamoureus en benijdenswaardig uitzien, zijn hun daden verdorven, ontaard, verraderlijk en boosaardig, en zij zijn het soort mensen dat God blootlegt als onreine geesten. Ik bedacht hoe ik in de loop der jaren diverse sociale tactieken op de werkvloer had geleerd om roem, gewin en status te verkrijgen – of het nu ging om duistere zaakjes en het omkopen van klanten, of om vleierij en het in de gunst komen bij leiders en klanten – dit waren allemaal bedrieglijke middelen, trucs om mensen te misleiden en te manipuleren. Had ik niet geleerd om onrechtvaardige dingen te doen, net als die onreine geesten? Wat was het verschil tussen mijn acties en die van hen? Toen ik dit besefte, werd ik vervuld van angst en verschrikking. God is een God die het kwaad verafschuwt, en Zijn koninkrijk staat geen onreinheid toe. Als ik geen berouw zou tonen en gevangen zou blijven in de maalstroom van roem, gewin en status, dan zou ik, hoe hoog mijn functie of hoe groot mijn materiële genoegens ook mochten zijn, nog steeds door God vervloekt worden, en zou ik uiteindelijk mijn kans op redding volledig verliezen.
Later las ik Gods woorden: “Mijn genade uit zich naar degenen die mij liefhebben en zichzelf verloochenen. De straf waarmee de goddelozen bezocht worden is ondertussen juist het bewijs van mijn rechtvaardige gezindheid, en meer nog, getuige van mijn toorn. Wanneer rampspoed aanbreekt, zullen allen die zich tegen mij verzetten huilen als ze slachtoffer worden van hongersnood en epidemieën. Zij die allerlei vormen van kwaad hebben bedreven, maar mij vele jaren hebben gevolgd, zullen niet ontsnappen aan het boeten voor hun zonden. Ook zij zullen worden ondergedompeld in rampspoed, zoals maar zelden is gezien in miljoenen jaren, en zij zullen in een constante staat van paniek en angst leven. En mijn volgelingen die mij trouw zijn gebleven, zullen juichen en mijn macht bejubelen. Zij zullen een onuitsprekelijke voldoening ervaren en leven te midden van een vreugde zoals die ik de mensheid nog nooit eerder heb toebedeeld. Want ik koester de goede daden van de mens en verafschuw zijn kwade daden. Sinds ik de mensheid ben gaan leiden, hoopte ik van harte een groep mensen te winnen die eensgezind waren met mij. Degenen die niet eensgezind met mij zijn, vergeet ik ondertussen nooit; ik veracht hen altijd in mijn hart en wacht op de gelegenheid dat ik vergelding over hen kan laten komen, hetgeen ik met genoegen zal aanschouwen. Vandaag is mijn dag eindelijk gekomen en ik hoef niet langer te wachten!” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Bereid voldoende goede daden voor voor je bestemming). Gods woorden lieten me begrijpen dat degenen die uiteindelijk Gods zegeningen kunnen verkrijgen, degenen zijn die de waarheid verkrijgen en met God eensgezind zijn. De kans die God mij vandaag gaf om mijn plicht te doen, was voor mij een kans om de waarheid te leren kennen, God te leren kennen en uiteindelijk Gods redding te verkrijgen. Als ik me alleen zou richten op het najagen van roem en gewin, en me niet zou richten op het nastreven van de waarheid en het vervullen van mijn plichten om goede daden voor te bereiden, dan zou ik mijn kans op redding mislopen. Op dat punt begreep ik eindelijk Gods bedoeling en besefte ik dat deze kans om mijn plicht te vervullen Gods redding voor mij was, die me hielp te ontsnappen uit het moeras van roem, gewin en status. Ik dankte God voor Zijn verlichting, en mijn hart werd veel lichter. Dus bad ik tot God: ‘O God, dank U voor de verlichting van Uw woorden. Ik zal niet langer denken aan de moeilijkheden op het werk, noch aan de winst of het verlies van status. Ik ben bereid me te onderwerpen aan Uw regelingen en mijn plicht te vervullen.’ Later aanvaardde ik de plicht van het begieten van nieuwkomers. Overdag werkte ik bij het bedrijf en na het werk kwam ik samen met broeders en zusters om over Gods woorden te communiceren. Ik nam vrijwel nooit meer deel aan de sociale evenementen van het bedrijf. Hoewel mijn plicht wat zwaar en vermoeiend was, was mijn hart zich gerust en vreugdevol. Wat ik niet had verwacht, was dat niet aleen de prestaties van mijn team maandenlang aan de doelstellingen voldeden, maar dat de klanten die ik alleen via telefonisch contact onderhield, ook meerdere opdrachten tekenden, Mijn leidinggevende preees me zelf bij naam rijdens een bedrijfsvergadering. Ik was erg opgewonden en blij, en ik zag Gods hand die al deze dingen orkestreerde en er soevereiniteit over had.
Op 14 november 2009 werd ik verkozen tot kerkleider. Ik wist dat dit een geweldige kans was om de waarheidswerkelijkheden te begrijpen en binnen te gaan, en dat ik God niet mocht teleurstellen. De plicht van een leider was erg druk, en om die goed te kunnen vervullen, kon ik niet tegelijkertijd werken. Ik wist dus dat het tijd was om ontslag te nemen. Net toen ik de moed had verzameld om ontslag te nemen, kondigde het bedrijf aan dat ze voor ons, de senior medewerkers, een lokale verblijfsvergunning konden regelen. In mijn geval zou ik zelfs direct een lokale huishoudelijke registratie kunnen aanvragen. Toen ik dit voordeel zag, werd ik enigszins van mijn stuk gebracht. Ik dacht: ‘Een lokale huishoudelijke registratie hebben is iets waar veel buitenstaanders van dromen! Ik zou niet alleen genieten van een beter leven en sociale zekerheid, maar mijn sociale status zou ook verbeteren en ik zou het respect van meer mensen winnen. Dit is een zeldzame kans die je niet zomaar krijgt! Als ik ontslag neem, krijg ik nooit meer zo’n goede kans. Misschien moet ik wachten tot mijn registratie is verwerkt en dan pas ontslag nemen?’ Maar toen dacht ik aan Gods dringende bedoeling om mensen te redden en besefte ik dat als ik zou doorgaan met plannen maken voor roem, gewin en status, ik God zou teleurstellen. Thuisgekomen bad ik tot God en vroeg Hem me te leiden om Zijn bedoeling te begrijpen en de juiste keuze te maken. Ik las Gods woorden: “Als leden van het menselijk ras en toegewijde christenen, is het de verantwoordelijkheid en plicht van ons allemaal om onze geest en lichaam op te offeren voor de volbrenging van Gods opdracht, want ons hele wezen kwam van God, en het bestaat dankzij de soevereiniteit van God. Als onze geesten en lichamen niet voor Gods opdracht zijn en niet voor de rechtvaardige zaak van de mensheid, dan zullen onze zielen het gevoel hebben dat ze degenen die als martelaren gestorven zijn voor Gods opdracht onwaardig zijn, en te meer God, die ons alles gegeven heeft, onwaardig zijn” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Bijlage 2: God heeft soevereiniteit over het lot van de gehele mensheid). “Als je je hart, lichaam en al je oprechte liefde aan God kunt wijden, ze voor Hem kunt neerleggen, Hem volledig gehoorzaam kunt zijn en volledig rekening kunt houden met Zijn wil – niet om het vlees, niet om familie en niet om je eigen, persoonlijke verlangens, maar om de belangen van Gods huishouden, waarbij je Gods woord neemt als het uitgangspunt en fundament voor alles – dan zullen, door zo te handelen, je bedoelingen en zienswijzen zich allemaal op de juiste plek bevinden, en zul je een persoon ten overstaan van God zijn die Zijn lof ontvangt” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Degenen die God waarlijk beminnen zijn diegenen die zich absoluut kunnen onderwerpen aan het praktische van God). “En wat Ik dus van jullie vraag is nog steeds dat je je gehele wezen opoffert aan al mijn werk en, meer nog, dat je al het werk dat Ik in jou heb verricht duidelijk onderscheidt en nauwkeurig ziet, en dat je al je energie inzet zodat Mijn werk grotere resultaten kan behalen. Dit is wat je moet begrijpen. Zie af van wedijveren met elkaar, van het zoeken van een noodplan en van het zoeken van comfort voor je vlees, zodat je Mijn werk niet vertraagt en jouw geweldige toekomst niet belemmert. Als je zoiets doet, kun je alleen maar vernietiging over jezelf afroepen, in plaats van jezelf bescherming te bieden. Zou dit niet dwaas van je zijn?” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het werk van het verspreiden van het evangelie is ook het werk van de redding van de mens). Na het lezen van Gods woorden was het alsof ik Gods roep hoorde. God hoopt dat wij al onze energie kunnen wijden aan het nastreven van de waarheid en het vervullen van onze plichten, en Hij verwacht van ons dat we proberen een zinvol leven na te leven. Als ik mijn baan zou opzeggen, zouden mijn materiële omstandigheden misschien niet zo goed zijn als voorheen en mijn sociale status misschien niet zo hoog. Maar ik zou in Gods huis kunnen leven, elke dag genietend van de begieting en voeding van Zijn woorden, en ik zou met broeders en zusters kunnen samenwerken terwijl we onze plichten vervullen en met hen de waarheid nastreven. Door mijn plichten zou ik de waarheid kunnen begrijpen, Satans verdorven gezindheid kunnen afwerpen en Gods redding ontvangen. Dit is de juiste weg in het leven, en het meest zinvolle leven. Op dat moment voelde het alsof God op mijn keuze wachtte, op mijn antwoord. Mijn hart werd diep geraakt door Gods woorden, en ik voelde de vastberadenheid om alles gewillig op te geven om God tevreden te stellen. Ik bad tot God: ‘O God, ik zie dat ik geen waarheid heb en dat U geen plaats in mijn hart heeft. Om een lokale huishoudelijke registratie te krijgen, viel ik bijna weer in de val van roem, gewin en status. Dank U dat Uw woorden me hebben bewaard, waardoor ik begreep dat de plicht die U mij toevertrouwt Uw liefde voor mij is, en dat ik besefte dat het nastreven van de waarheid en het vervullen van mijn plicht het meest zinvol is. Ik wil U een bevredigend antwoord geven.’ En dus heb ik mijn ontslag ingediend bij het bedrijf. De bedrijfsleiding bleef proberen me over te halen om te blijven, maar ik bleef bij mijn standpunt. Dankzij Gods bewaring was ik in staat de verzoeking te overwinnen.
Op het moment dat ik het bedrijf verliet, keek ik naar de blauwe lucht en de weelderige bomen, en ik voelde een onbeschrijfelijke vreugde. Ik voelde me als een vogeltje dat zijn kooi uitvliegt en weer vrij opstijgt in de lucht, en ik dacht aan een passage van Gods woorden waar ik van hou. “Wanneer mensen de juiste doelen in het leven hebben, in staat zijn de waarheid na te streven en zich naar de waarheid gedragen, wanneer ze zich absoluut aan God onderwerpen en naar Zijn woorden leven, wanneer ze zich tot in het diepst van hun hart vredig en geïllumineerd voelen, wanneer hun hart vrij is van duisternis en wanneer ze volkomen vrij en onbelemmerd in Gods bijzijn kunnen leven, pas dan leiden ze een waar menselijk leven en pas dan zijn ze iemand geworden die over de waarheid en menselijkheid beschikt. Bovendien zijn alle waarheden die je hebt begrepen en gewonnen van Gods woorden gekomen en van God Zelf. Pas wanneer je de goedkeuring verkrijgt van de Hoogverheven God – de Heer van de schepping, en Hij zegt dat je een bevoegd geschapen wezen bent dat een menselijke gelijkenis naleeft, zal je leven het meest betekenisvol zijn” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Hoe de aard van de mens te leren kennen). Alleen door in God te geloven en Hem te aanbidden, de waarheid na te streven, te ontsnappen aan Satans duistere invloed en te leven volgens Gods woorden, kunnen we het meest waardevolle leven leiden. Alleen dan kunnen onze harten ware vrede en rust vinden. Het waren Gods woorden die me ertoe brachten de juiste keuze te maken. Dank Almachtige God!