8. Een speciale ervaring bij het begieten van nieuwkomers
In augustus 2021 was ik nieuwkomers in de kerk aan het begieten. Een tijd lang heb ik drie nieuwkomers online begoten. Deze drie nieuwkomers wilden heel graag bijeenkomsten bijwonen, maar hun dorp had geen internet. Ze moesten dus ver de bergen in om een verbinding te krijgen, en toch woonden ze elke bijeenkomst bij. Terwijl ik met hen sprak, kwam ik erachter dat in twee naburige dorpen meer dan honderd mensen Gods evangelie van de laatste dagen nog niet hadden gehoord. Ik voelde een verantwoordelijkheid om voor deze mensen te getuigen over Gods werk in de laatste dagen en om hen voor God te brengen. Tijdens een bijeenkomst communiceerde ik met deze drie nieuwkomers over Gods bedoeling om de mensheid te redden, en las ik hen een passage voor uit Gods woorden: “Allerlei soorten rampen zullen één voor één plaatsvinden; alle landen en plaatsen zullen rampen ervaren: epidemieën, hongersnoden, overstromingen, droogte en aardbevingen zijn overal. Deze rampen gebeuren niet slechts op een of twee plekken, noch zullen ze in één of twee dagen voorbij zijn; in plaats daarvan zullen ze zich over een steeds groter gebied verspreiden en steeds zwaarder worden. Gedurende deze tijd zullen allerlei insectenplagen elkaar opvolgen en het verschijnsel van kannibalisme zal overal voorkomen. Dit is Mijn oordeel over de veelheid aan landen en volken” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Uitspraken van Christus aan het begin, hfst. 65). Na het lezen van Gods woorden, communiceerde ik: “Gods woorden worden geleidelijk aan vervuld en de rampen worden met de dag erger. Niet alleen andere landen hebben te maken met rampen, maar ook onze Wa State lijdt onder een ernstige pandemie. Steden en dorpen zijn nu in lockdown en veel mensen zitten in quarantaine. Sommigen, die tijdens de quarantaine geen voedsel of water hadden, zijn de dood ingesprongen, en sommigen, die na besmetting met de pest de kosten van quarantaine niet konden betalen, hebben zichzelf opgehangen. Sommigen die naar hun werk gingen, konden door de lockdown niet naar huis terugkeren. Hun familieleden stierven en ze konden hen niet eens een laatste keer zien. Elke dag raken talloze mensen besmet en het aantal doden is niet te overzien. Vandaag gaat het misschien goed met ons, maar niemand weet wat er morgen zal gebeuren. We hebben geluk dat we Gods werk hebben aanvaard en Zijn woorden hebben gehoord. We moeten snel Gods evangelie prediken aan onze families, buren en vrienden, zodat ook zij Gods stem kunnen horen, voor Hem kunnen komen, de waarheid kunnen verkrijgen en Zijn redding kunnen ontvangen. Als we het evangelie nu niet met hen delen en ze op een dag besmet raken en sterven, zullen we daar dan geen spijt van krijgen? Maar tegen die tijd zal het zinloos zijn, hoeveel we ook huilen. Zijn jullie bereid om het evangelie in jullie dorp te prediken?” Toen ze dit hoorden, stemden ze allemaal ermee in om het te doen. De volgende avond brachten ze verschillende potentiële ontvangers van het evangelie. Onder hen bevonden zich de zoon van het dorpshoofd en een accountant die relatief veel aanzien had in het dorp. De evangelieprediker communiceerde met hen over de waarheid over het onderscheid tussen de ware God en valse goden, en over hoe men alleen door in de ware God te geloven, beschermd kunt worden bij rampen, en over hoe zij die in valse goden geloven, alleen maar in rampen terechtkomen en uiteindelijk in de poel van vuur en zwavel zullen vallen. Sommigen van hen begrepen, nadat ze Gods woorden hadden gehoord, dat alleen Almachtige God de enige ware God is die de hele mensheid kan redden. Ze waren blij om Gods woorden te horen en waren tot tranen toe geroerd. Later brachten ze hun familieleden en vrienden met een relatief goede menselijkheid om Gods woorden te horen. In iets meer dan twintig dagen kwamen meer dan honderd mensen uit deze twee dorpen om Gods werk van de laatste dagen te onderzoeken, en ik was verantwoordelijk voor het begieten van meer dan zestig van hen. Ik had nooit gedacht dat zoveel mensen tegelijk Gods werk van de laatste dagen zouden aanvaarden.
Later kwamen er steeds meer mensen uit de twee dorpen om de ware weg te onderzoeken. Een districtsambtenaar uit een naburig dorp hoorde dat de dorpelingen naar onze preken luisterden, en hij mobiliseerde de dorpsmilitie om patrouilles en inspecties uit te voeren. Zestien nieuwkomers die net begonnen waren met het onderzoeken van de ware weg werden gearresteerd, en ze kregen ook een boete. De militie patrouilleerde dag en nacht, waardoor de dorpelingen niet meer naar de preken in het dorp durfden te luisteren, en sommigen kwamen zelfs niet meer naar de berg voor bijeenkomsten. Omdat het dorp geen internet had, was het erg moeilijk om contact met hen te krijgen, tenzij de nieuwkomers een manier vonden om verbinding te maken met het internet en contact met mij op te nemen Op dat moment had ik het gevoel dat het voorbij was. Laat staan het prediken van het evangelie aan anderen, zelfs de nieuwkomers die Gods werk pas in de afgelopen twee dagen hadden aanvaard, zouden misschien niet stand kunnen houden. Op dat moment ging een groepsleider de berg op om internetverbinding te krijgen en nam contact met mij op. Hij zei: “De situatie is op dit moment heel slecht, en de politie en milities patrouilleren elke dag overal. Kunnen we niet eens per maand samenkomen?” Ik dacht bij mezelf: ‘Dat werkt niet. De nieuwkomers hebben weinig gestalte. Ze begrijpen veel waarheden nog niet en hebben voortdurend begietingswerk en steun nodig. We moeten er hoe dan ook voor zorgen dat de nieuwkomers bijeenkomsten kunnen bijwonen.’ De groepsleider en ik keken naar de documentaire ‘Hij die de heerschappij over alles heeft’. Ik zei: “Toen Mozes de Israëlieten uit Egypte leidde, lag de Rode Zee voor hen, en achter hen zaten achtervolgende troepen. Er was geen weg vooruit, maar ze kalmeerden, baden tot God, vertrouwden op Hem en God opende een weg voor hen. Ze waren getuige van Gods gezag. God scheidde de Rode Zee en onthulde het droge land in het midden. De Israëlieten staken de Rode Zee over, terwijl de achtervolgende troepen in het water verdronken. Hieruit blijkt dat God hen zal begeleiden die Hij besloten heeft te redden.” Daarna las ik hem een passage voor uit de woorden van Almachtige God: “Elke stap van het werk dat God bij mensen verricht, lijkt vanbuiten interacties tussen mensen te zijn, alsof het voortkomt uit menselijke regelingen of menselijke verstoring. Maar achter elke stap van het werk en alles wat gebeurt is een weddenschap die Satan aangaat ten overstaan van God, en die vereist dat mensen standvastig staan in hun getuigenis voor God. Neem bijvoorbeeld de beproeving van Job: achter de schermen ging Satan een weddenschap met God aan, en wat Job overkwam betrof de daden van mensen en de verstoring van mensen. Achter elke stap van het werk dat God bij jullie verricht zit Satans weddenschap met God – hierachter zit een strijd” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Alleen houden van God is werkelijk geloven in God). Daarna communiceerde ik: “Op het eerste gezicht lijkt het alsof de ambtenaar ons geloof in God belemmert, maar daarachter zit Satans verstoring. Satan wil niet dat we Gods woorden horen, dus gebruikt hij de ambtenaar om ons te vervolgen en te arresteren, om ons te dwingen ons geloof op te geven. Net als toen Job werd beproefd en al zijn rijkdom verloor, leek het op het eerste gezicht het het werk van rovers, maar in werkelijkheid was dit Satan die Job verzocht en aanviel. Toen Job al deze beproevingen moest doorstaan, klaagde hij niet tegen God, maar prees hij de naam van Jehovah God. Hoezeer Satan Job ook verstoorde, hij zou God niet opgeven, en uiteindelijk werd Satan beschaamd en trok hij zich terug. Nu hebben we te maken met verstoring en vervolging door de ambtenaar; als we beperkt zouden worden tot het punt waarop we Gods woorden slechts eens per maand zouden horen, zou dat dan niet betekenen dat Satans plan geslaagd is? Maar als we in zo’n situatie volharden in samenkomen, zal Satan beschaamd worden.” Na het horen van mijn communicatie zei de groepsleider dat hij bereid was om terug te keren en deze nieuwkomers uit te nodigen voor bijeenkomsten. Dankzij de communicatie van de groepsleider zeiden de nieuwkomers de een na de ander: “Niets kan gebeuren tenzij God het toestaat.” “Of we gearresteerd worden of niet, ligt in Gods handen.” “Satan wil de verstoring door de overheid gebruiken om ons ons geloof te laten opgeven en ons naar de hel te slepen. Hoezeer ze ons ook vervolgen, we zullen God zeker volgen en ons geloof nooit opgeven.” Hoewel de situatie erg vijandig was, vonden sommige van de meer enthousiaste nieuwkomers nog steeds manieren om een internetsignaal te krijgen om bijeenkomsten bij te wonen. Maar omdat hun plaatsen voor het bijeenkomen bekend waren, konden ze zich niet langer verzamelen in groepen van zestig of zeventig zoals voorheen, en kon elke locatie voor een bijeenkomst hooguit zo’n twintig mensen aan. Net toen we voorbereidingen troffen om kleinere bijeenkomsten te organiseren, stuitten we op een ander probleem. Omdat de nieuwkomers slechts twee simkaarten hadden die toegang gaven tot het internet, zouden er, als ze zich opsplitsten voor bijeenkomsten, niet genoeg simkaarten voor iedereen zijn, waardoor sommige dorpelingen nog steeds niet in staat zouden zijn om Gods woorden te horen. En met twintig mensen die één telefoon gebruiken op een bijeenkomst, konden sommige mensen de communicatie niet duidelijk horen als de verbinding slecht was, waardoor de bijeenkomsten geen goede resultaten zouden opleveren. Ik raakte ontmoedigd omdat alles heel moeilijk leek. Op dat moment dacht ik: ‘Kon ik er zelf maar heen, dan kon ik hen persoonlijk begieten.’ Vervolgens deelde ik mijn gedachten met de supervisor en die stemde ermee in mij naar het gebied te laten gaan.
Die avond kwam ik aan bij het huis van het gastgezin ter plaatse. Precies op dat moment stuurden de groepsleiders van de nieuwkomers mij een bericht, dus ik vroeg hen om de broeders en zusters uit te nodigen voor een bijeenkomst de volgende dag om twaalf uur, en vroeg hen zoveel mogelijk mensen uit te nodigen en een verborgen plek te zoeken. De volgende dag kwamen we aan op de afgesproken plek, en ik was stomverbaasd. Tot mijn verbazing kwam de groep van meer dan zestig nieuwkomers opdagen, en een voor een kwamen ze mijn hand schudden en me omhelzen, waarbij iedereen zich enthousiast voorstelde. Ze waren als een zwerm blije vogels, en ik had nog nooit zoiets gezien. Na de bijeenkomst die dag nodigden ze nieuwkomers uit een ander dorp uit om het evangelie te komen horen. Op de derde dag nam de groepsleider ons mee over een lang bergpad, en we vonden een rustige, verborgen plek. Er kwamen ongeveer vijftig nieuwkomers. Maar terwijl we bijeen waren, zag een ongelovige die koeien hoedde ons. Ik dacht: ‘Zal hij me aangeven? Zal de ambtenaar of de politie me komen arresteren?’ Ik overwoog om te vluchten. Maar op dat moment herinnerde ik me een passage uit Gods woord die ik eerder had gelezen: “Antichristen doen hun uiterste best om hun veiligheid te beschermen. Ze denken: ik moet absoluut mijn veiligheid garanderen. Wie er ook wordt gepakt, ik mag het niet zijn. […] Als een plaats veilig is, zullen antichristen die plaats kiezen om te werken. Sterker, ze zullen zeer proactief en positief lijken en pronken met hun grote ‘verantwoordelijkheidsgevoel’ en ‘trouw’. Als het doen van wat werk betekent dat ze risico’s moeten nemen, en het waarschijnlijk is dat ze in gevaar komen, dat ze door de grote rode draak worden ontdekt, verzinnen ze excuses en weigeren ze het, en zoeken ze een kans om ervoor te vluchten. Zodra er gevaar is, of zodra het geringste gevaar dreigt, bedenken ze elke mogelijke manier om zich terug te trekken en hun plicht te verzaken, zonder zich om de broeders en zusters te bekommeren, en zijn ze er alleen op uit aan het gevaar te ontsnappen. Ze hebben zich misschien mentaal al voorbereid: zodra er gevaar dreigt, zullen ze al het werk dat ze doen onmiddellijk laten vallen, zonder zich zorgen te maken over hoe het met het werk van de kerk gaat, of over welke schade het de belangen van Gods huis kan berokkenen, of over de veiligheid van de broeders en zusters – wat voor hen telt, is vluchten. Ze hebben zelfs een ‘troef achter de hand’, een plan om zichzelf te beschermen: zodra het gevaar hen treft of ze worden gearresteerd, vertellen ze alles wat ze weten, pleiten ze zichzelf vrij en ontslaan ze zichzelf van alle verantwoordelijkheid om hun eigen veiligheid te waarborgen. Dit is het plan dat ze paraat hebben” (Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt negen (deel 2)). Antichristen kunnen hun plichten vervullen en normaal werken wanneer er geen gevaar dreigt. maar zodra er gevaar ontstaat, denken ze als eerste aan hun eigen veiligheid. Ze beschouwen hun eigen veiligheid als het allerbelangrijkste en houden geen rekening met de belangen van de kerk. Antichristen zijn uitzonderlijk egoïstisch en verachtelijk en hebben geen enkel geweten of verstand. Mijn eigen gedrag was net als dat van een antichrist. In het begin kon ik de berg op om samen te komen met de nieuwkomers, en ik leek wat werk te doen en wat tegenspoed te ondergaan, maar zodra mijn eigen veiligheid in het geding was, wilde ik mijn plicht opgeven en ontsnappen. Ik stelde mijn veiligheid boven alles, en ik dacht er nooit aan om eerst regelingen te treffen voor deze nieuwkomers. Zoveel nieuwkomers zouden, als ze gearresteerd werden, waarschijnlijk wegvallen omdat ze klein van gestalte waren, toch dacht ik alleen aan hoe ik mezelf in veiligheid kon brengen. Ik was werkelijk egoïstisch! Toen ik dit besefte, bracht ik de nieuwkomers snel in veiligheid. Sommigen verstopten zich in greppels, sommigen in het gras en sommigen in het bos. Nadat de herder was vertrokken, gingen we verder met de bijeenkomst, en regelden we dat enkele broeders de wacht hielden. Na de bijeenkomst spraken we een tijd af voor de volgende bijeenkomst.
Later accepteerden meer dan honderd mensen Gods werk van de de laatste dagen. In die tijd waren er bijna tweehonderd nieuwkomers uit de twee dorpen. Omdat er zoveel mensen kwamen om Gods woorden te horen, trok dit nog meer aandacht van de ambtenaar, en hij beval de ongelovigen in het dorp en zelfs basisschoolleerlingen om op de berg te patrouilleren. De ambtenaar zei ook dat als ze de bijeenkomstplaats zouden vinden, ze elk beloond zouden worden met honderd yuan. In die tijd waren er niet alleen patrouilles in het dorp, maar ook op de berg. De situatie bleef dus verslechteren, maar elke dag bleven nieuwkomers hun familie en vrienden meenemen om Gods woorden te horen, en zelfs de dorpshoofden en hun plaatsvervangers uit beide dorpen kwamen om Gods woorden te horen. Vanwege de vervolging door de ambtenaar, moesten we onze bijeenkomstplaats voortdurend veranderen. Soms kwamen we bijeen in een veld, soms op een zandvlakte, soms in het bos, en soms moesten we ver de bergen in trekken om bijeen te komen. Elke dag als ik de nieuwkomers ging begieten, kwam ik langs het huis van de ambtenaar. Ik kon dat op mijn route niet vermijden, en ik was vaak bang dat de ambtenaar en de politie me zouden zien en me dan plotseling zouden oppakken en arresteren, precies voor de deur van de ambtenaar. Wat zou ik doen als ik gearresteerd werd en mijn familie erachter kwam? Ze waren al tegen mijn geloof; zouden ze me niet nog meer vervolgen als ze wisten dat ik gearresteerd was? De gedachte dat dit zou gebeuren bleef elke dag door mijn hoofd spoken, en alleen al daaraan denken maakte me erg bang. Elke dag wanneer ik de nieuwkomers ging begieten, was ik erg gespannen. Als ik langs het huis van de ambtenaar liep, durfde ik zelfs nauwelijks adem te halen, en ik reed snel voorbij op mijn motor, zonder ook maar achterom te durven kijken. Wanneer ik bang was, riep ik in stilte tot God in mijn hart. Ik dacht aan een gezang met Gods woorden: ‘Wat God vervolmaakt, is het geloof’: “In deze fase van het werk wordt van ons het uiterste aan geloof en liefde gevergd. We kunnen struikelen door de geringste onoplettendheid, want deze fase van het werk is anders dan alle voorgaande: wat God vervolmaakt, is het geloof van de mensen, dat zowel onzichtbaar als ontastbaar is. Wat God doet, is woorden omzetten in geloof, liefde en leven. Mensen moeten een punt bereiken waarop ze honderden louteringen hebben verdragen en een geloof hebben dat groter is dan dat van Job, wat van hen vereist dat ze ongelooflijk lijden en allerlei martelingen verdragen zonder God ooit te verlaten. Wanneer ze gehoorzaam zijn tot de dood en een groot geloof in God hebben, is deze fase van Gods werk voltooid” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het pad … (8)). Toen ik deze lofzang zong, voelde ik me van binnen gesterkt. Ik begreep dat God deze situatie had toegestaan om mij Zijn woorden te laten ervaren en mijn geloof in Hem te versterken. Voordat ik naar dit dorp kwam, dacht ik dat ik een groot geloof in God had, maar de feiten waarmee ik werd geconfronteerd, onthulden mijn ware gestalte. Ik zag dat mijn geloof in God te klein was. God gebruikte deze omgeving van vervolging om mijn geloof te vervolmaken. Ik werd bereid om op God te vertrouwen en dit te ervaren. Later werd de vervolging door de ambtenaar heviger. Hij vertelde de dorpelingen dat iedereen die samenscholingen zag, dit moest melden, en dat ze een beloning zouden krijgen van 500 yuan voor het aangeven van één gelovige en 1000 yuan voor twee. Ik vond ze buitengewoon boosaardig. We hadden geen enkele misdaad begaan door in God te geloven, en toch deden ze er alles aan om ons te arresteren. Ik haatte hen werkelijk in mijn hart. Om niet door hen ontdekt te worden, verplaatsten we de bijeenkomst van 10.00 uur naar 6.00 uur ’s ochtends. Het was december en het was erg koud, maar de nieuwkomers kwamen nog steeds enthousiast naar de bijeenkomsten. Sommigen waren ouder dan zestig jaar en bleven volharden in samenkomen, sommigen kwamen met hun hele familie, en sommigen droegen baby’s van nog maar één maand oud naar de berg om bijeen te komen. Toen ik zag dat ze actief deelnamen aan de bijeenkomsten, raakte ik diep ontroerd en schaamde ik me ook en dacht dat mijn geloof niet zo sterk was als dat van hen. Ook haatte ik dit satanische regime, dat, om te voorkomen dat mensen Gods woorden horen, zelfs iedereen in de dorpen mobiliseerde om te patrouilleren en gelovigen aan te geven. Desondanks werd het evangeliewerk helemaal niet beïnvloed, en bleef het evangelie van Almachtige God van de laatste dagen zich in dit gebied verspreiden. Ook hebben de patrouilles ons niet één keer gevonden. We waren God echt dankbaar voor Zijn bescherming!
Op een dag kwam mijn ongelovige man plotseling terug uit het leger. Hij zou eigenlijk voor het nieuwe jaar terugkomen, maar deze keer kwam hij onverwacht eerder thuis. Hij zag dat ik niet thuis was en belde om te vragen waar ik was, en zei dat ik de volgende ochtend meteen naar huis moest komen. De volgende dag, toen hij zag dat ik niet was teruggekomen, stuurde hij me een bericht. Ik had op dat moment geen internet en heb hem niet geantwoord, waarop hij erg boos werd. Later bleef mijn man bellen, om me aan te sporen naar huis terug te keren. Hij dreigde zelfs van me te scheiden als ik niet snel terugkwam. Ik voelde me zwak. Mijn familie was al tegen mijn geloof in God, en mijn schoonmoeder had mijn man vaak aangespoord om van mij te scheiden. Als ik niet naar huis zou gaan, zou mijn man dan echt van me scheiden? Mijn hart was vervuld van pijn, en ik vroeg me af: ‘Zal ik gewoon een paar dagen naar huis gaan?’ Maar ik wist dat als ik eenmaal terugging, het moeilijk voor me zou zijn om weer weg te gaan. Wie zou deze nieuwkomers begieten? Mijn hart werd zeer gekweld, en ik kon niet voorkomen dat klachten mijn hart binnenstroomden: ‘Waarom heeft God mij dit laten overkomen? Mijn man blijft me dwingen om naar huis te gaan en zegt dat hij van me zal scheiden als ik dat niet doe. Maar als ik naar huis ga, hoe kan ik dan nog mijn plicht vervullen?’ In mijn hart bleef ik nadenken over wat Gods bedoeling was. Terwijl ik nadacht, dacht ik plotseling aan Gods woorden. “Het belangrijkste bij het meten of mensen al dan niet God gehoorzamen, is kijken of ze iets buitensporigs verlangen van God en of ze al dan niet heimelijke motieven hebben. Als mensen altijd maar eisen stellen aan God, is dat het bewijs dat ze Hem niet gehoorzaam zijn. Wat er ook met je gebeurt, als je het niet van God kunt ontvangen, de waarheid niet kunt zoeken, altijd vanuit je eigen subjectieve redenering spreekt en altijd het gevoel hebt dat jij alleen gelijk hebt en zelfs weet te twijfelen of God de waarheid en de rechtvaardigheid is, dan heb je een probleem. Deze mensen zijn hoogst arrogant en opstandig jegens God. Mensen die voortdurend eisen stellen aan God kunnen Hem nooit echt gehoorzamen. Als je eisen stelt aan God, is dat het bewijs dat je een deal afsluit met God, dat je je eigen gedachten uitkiest en volgens je eigen gedachten handelt. Hierin verraad je God en ben je zonder gehoorzaamheid. Het is onredelijk eisen te stellen aan God. Als je oprecht gelooft dat Hij God is, dan durf je geen eisen te stellen aan Hem, en ben je ook niet geschikt om eisen te stellen aan Hem, of ze nu redelijk zijn of niet. Als je oprecht geloof in God hebt en gelooft dat Hij God is, dan kun je niet anders dan Hem aanbidden en gehoorzamen” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Mensen eisen te veel van God). Ik realiseerde me dat ik precies zo was als God had blootgelegd. Wanneer God situaties arrangeerde die overeenkwamen met mijn wensen, was ik bereid me te onderwerpen, maar wanneer ze niet aan mijn wensen voldeden, was ik niet bereid me te onderwerpen en bleef ik onredelijke eisen aan God stellen. Ik dacht dat omdat ik mijn plicht vervulde en het evangelie predikte, God over me moest waken en me beschermen tegen de vervolging en verstoringen van mijn man, en hem niet vroegtijdig naar huis moest laten komen, omdat ik het evangelie niet meer zou kunnen prediken als hij naar huis zou komen. Ik wilde dat God aan mijn eisen voldeed, en toen Hij dat niet deed, klaagde ik dat Zijn regelingen ongepast waren en maakte ik opzettelijk ruzie met Hem. Ik was echt onredelijk! Vroeger, toen ik mijn huis kon verlaten om het evangelie te prediken, had ik het gevoel dat ik in gestalte was gegroeid en dat ik al in staat was om me aan God te onderwerpen. Nu zag ik eindelijk duidelijk mijn ware gestalte. Hoewel deze kwestie die me overkwam niet overeenkwam met mijn opvattingen, was het een goede gelegenheid om mezelf te leren kennen.
Ik dacht eraan hoe deze nieuwkomers verlangend uitkeken naar Gods woorden. Hoe koud het ook was, hoe ver de reis ook was of hoe vreselijk de situatie ook was, ze bleven toch volharden in het bijwonen van bijeenkomsten. Als ik terug naar huis zou gaan, wie zou hen dan begieten? Maar als ik niet terug zou gaan, zou ik misschien moeten scheiden. Net toen ik worstelde met mijn beslissing, herinnerde ik me een passage uit Gods woorden die de supervisor eerder had gedeeld: “Ben je je bewust van de last op je schouders, je opdracht en je verantwoordelijkheid? Waar is je besef van een historische missie? Hoe zul je op passende wijze dienen als een meester van het volgende tijdperk? Heb je sterk het gevoel dat je een meester bent? Hoe zou er een uitleg moeten worden gegeven van de meester van alle dingen? Is het werkelijk de meester van alle levende wezens en van alle fysieke dingen ter wereld? Welke plannen heb je voor de voortgang van de volgende fase van het werk? Hoeveel mensen wachten erop dat jij hen gaat hoeden? Is je taak zwaar? Zij zijn arm, erbarmelijk, blind, ten einde raad, ze jammeren in de duisternis; waar is de weg? Hoezeer verlangen ze ernaar dat het licht plotseling neerdaalt als een vallende ster en de machten van de duisternis verdrijft die de mens zo veel jaren hebben onderdrukt. Dag en nacht hopen ze er in spanning op en smachten ze ernaar – wie kan hier een volledig beeld van hebben? Zelfs op de dag waarop het licht voorbijflitst, blijven deze zwaar lijdende mensen gevangen in een donkere kerker zonder hoop op vrijlating; wanneer zullen zij niet langer wenen? Vreselijk is de tegenspoed van deze broze geesten die het nooit vergund is te rusten, en al lang zijn zij in deze gesteldheid gebonden door meedogenloze ketens en de bevroren geschiedenis. En wie heeft het geluid van hun geweeklaag gehoord? Wie heeft hen aanschouwd in hun ellendige gesteldheid? Is het ooit in je opgekomen hoe gegriefd en ongerust Gods hart is? Hoe kan Hij het verdragen om de onschuldige mensheid, die Hij met Zijn eigen handen geschapen heeft, zulke kwelling te zien ondergaan? Menselijke wezens zijn immers de slachtoffers die vergiftigd zijn. En, al heeft de mens tot de dag van vandaag overleefd, wie zou hebben geweten dat de mensheid al lang vergiftigd is door de boze? Ben je vergeten dat je een van de slachtoffers bent? Ben je niet bereid om, vanwege je liefde voor God, ernaar te streven al deze overlevenden te redden? Ben je niet bereid om al je kracht eraan te wijden om God terug te betalen, die de mensheid liefheeft als Zijn eigen vlees en bloed? Hoe precies zou jij begrijpen dat je door God gebruikt wordt om je buitengewone leven te leiden? Heb je werkelijk de vastberadenheid en het geloof om het betekenisvolle leven van een vrome, God dienende persoon te leiden?” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Hoe hoor je met je toekomstige missie om te gaan?). God is verschenen en is al vele jaren aan het werk, maar veel mensen weten dit nog niet en aanbidden afgoden omdat ze door Satan worden misleid. Wij, die het evangelie van God als eerste hebben ontvangen, hebben de verantwoordelijkheid om van Gods werken te getuigen zodat zij Gods stem kunnen horen en zo snel mogelijk voor God kunnen komen. Als ik terugdenk aan de samenkomsten met deze nieuwkomers, toen we Gods woorden aan hen voorlazen, hadden ze allemaal, ongeacht leeftijd of geslacht, een verlangende blik in hun ogen alsof ze net het licht hadden zien opkomen in een duistere wereld, alsof ze al heel lang op het licht hadden gewacht en eindelijk hoop hadden gevonden. Ondanks de vervolging coor de overheid en het risico op arrestatie en boetes, ondanks dat ze er lang voor moesten reizen en sommigen kinderen hadden die net een maand oud waren, wilden ze geen enkele samenkomst missen en wilden ze de hele dag samenkomen om naar Gods woorden te luisteren. Ze waren niet bang voor vervolging door de overheid, ze waren bang dat ze Gods woorden niet zouden kunnen horen en niet konden samenkomen. Sommige nieuwkomers zeiden: “Zuster, wees niet bang. We vechten een guerrillaoorlog tegen Satan. Als zij de berg beklimmen, dalen wij af. We zullen een manier vinden om samen te komen.” Dat raakte me diep. Als ik hen gewoon zo zou achterlaten, waardoor ze Gods woorden niet zouden kunnen horen, zou dat op mijn geweten drukken. Ik dacht aan hoe God zoveel waarheden had uitgedrukt om de mensheid te zuiveren en te redden, hoe ik van de begieting en voorziening van Gods woorden had genoten, veel mysteries van de waarheid had begrepen, en het pad had verkregen om mijn verdorven gezindheid af te werpen. God had me zoveel gegeven en Zijn liefde was zo groot! Ik bleef zeggen dat ik mijn plicht goed zou vervullen om Gods liefde terug te betalen en dat ik God niet zou teleurstellen of Zijn liefde voor mij zou beschamen, maar omdat ik bang was dat mijn man van me zou scheiden wilde ik mijn plicht verlaten en de nieuwkomers in de steek laten. Ik had er niet eens aan gedacht wat er zou gebeuren als ik wegging; de ambtenaar zou ze blijven vervolgen, met het dreigement dat ze een boete of gevangenisstraf zouden krijgen als ze gepakt werden. Zouden ze zwak en timide worden en niet naar de samenkomsten durven te komen? Als er niemand was om hen te begieten, zouden ze dan negatief worden en zich terugtrekken? Ze verlangden zo naar de waarheid dat ze om naar Gods woorden te luisteren voor dag en dauw op de plek van de samenkomst arriveerden en op me wachtten. Als ze Gods woorden niet konden horen, zouden ze dan gekweld worden en pijn lijden? Als ik zomaar vertrok, deed ik God en hen dan recht? Als ik uit angst voor een scheiding deze nieuwkomers in de steek liet, waardoor ze zouden verzwakken en wegvallen, dan zou ik God niet meer onder ogen kunnen komen. Hoe meer ik erover nadacht, hoe meer ik voelde dat ik in de schuld stond bij God.
Later schoot me een passage uit de woorden van de Almachtige God te binnen. “Wanneer God werkt – wanneer God voor een persoon zorgt en hem nauwkeurig onderzoekt, en wanneer Hij hem waardig bevindt en hem goedkeurt – volgt Satan op de voet, in een poging hem te misleiden en ernstig te schaden. Aangezien God deze persoon wil winnen, doet Satan alles wat in zijn macht ligt om in de weg te staan, waarbij hij verschillende verachtelijke methoden gebruikt om het werk van God te verstoren en te schaden, teneinde zijn weerzinwekkende doel te bereiken. Wat is dit doel? Hij wil niet dat God wie dan ook wint; hij wil degenen wegrukken die God van plan is te winnen, zodat hij hen in bezit kan nemen, hen kan beheersen en over hen kan heersen, zodat zij hem aanbidden en samen met hem kwaad doen om God te weerstaan. Is dit niet de duistere beweegreden van Satan? […] Met het oorlog voeren tegen God en het achtervolgen van God is het Satans bedoeling om al het werk dat God wil doen te vernietigen, om al degenen die God wil winnen te bezetten en te beheersen, om degenen die God wil winnen volledig te gronde te richten. Als ze niet te gronde gaan, komen ze in het bezit van Satan om door hem te worden gebruikt – dat is zijn doel” (Het Woord, Deel II, Over het kennen van God, God Zelf, de unieke IV). Terwijl ik nadacht over Gods woord, besefte ik dat waar God aan het werk is, Satans verstoring volgt. God wil degenen winnen die echt in Hem geloven, maar Satan gebruikt de overheid om hen te vervolgen, en doet er alles aan om hen ervan te weerhouden in God te geloven. Toen Satan zag dat zo’n vervolging dat doel niet zou bereiken, veranderde hij van strategie. Hij zette mijn man ertoe aan om met een scheiding te dreigen om me te dwingen het dorp te verlaten, omdat er dan niemand zou zijn om deze nieuwkomers te begieten. Satans doel was voorkomen dat ze Gods woorden zouden horen en om hen zich geleidelijk te laten terugtrekken. Het is werkelijke verachtelijk en schaamteloos! Als ik terug naar huis ging, zou ik dan in Satans val trappen? Omdat ik Satans sinistere bedoeling duidelijk doorzag, besloot ik om deze nieuwkomers goed te begieten. Vervolgens bad ik tot God: “O God, ik ga niet naar huis. Ik zal op U vertrouwen om de nieuwkomers in deze twee dorpen goed te begieten. Zelfs als mijn man van me scheidt, zal ik niet teruggaan.” Ik had me mentaal al voorbereid op een scheiding, maar ik ontving de volgende dag een bericht van mijn man dat ik niet had verwacht, waarin hij zei dat ik goed voor mezelf moest zorgen. Hij zei dat ik meer kleren moest dragen omdat het zo koud was en dat ik voorzichtig moest zijn met het prediken van het evangelie. Hij zei ook dat ik altijd terug naar huis kon komen en dat hij me 4.000 yuan zou sturen om winterkleding te kopen. Ik was God echt dankbaar!
Hoewel ik niet langer zo beperkt werd door mijn man, werd in de dagen daarop de vervolging door de ambtenaar overheid steeds zwaarder in plats van af te nemen. Later hoorde in een lied met de titel: ‘Ik volg Christus zelfs tot de dood, nooit zal ik omkeren’
Volg het Lam en zing een nieuw lied
Ik was oprecht ontroerd en geïnspireerd na het beluisteren van dit gezang. Hoewel ik gearresteerd en vervolgd kan worden omdat ik de nieuwkomers in deze twee dorpen begiet – zelfs tot op het punt van de dood, voordat ik de dag van Gods glorie zou zien, zou ik daar geen spijt van hebben. Wat een eer is het om Gods werk van de laatste dagen te mogen aanvaarden en Zijn evangelie van het koninkrijk te mogen verspreiden. Toen ik dit besefte, kreeg ik nog meer geloof om alles wat zou komen te ervaren.
De ambtenaar kwam erachter dat we elke ochtend om 6 uur bij elkaar kwamen, en dus maakte hij om 5 uur een vuur in zijn tuin, en wachtte op ons. Wanneer ik op mijn motor langs zijn huis reed, deed ik mijn lichten uit of zette de motor uit en duwde hem verder, uit angst door hem gezien te worden. We durfden geen zaklampen aan te doen wanneer we de berg opgingen, en soms, als het regende, kwamen we samen in de afgelegen huizen van broeders en zusters in het dorp. Om niet ontdekt te worden, droegen sommige broeders en zusters na afloop van de bijeenkomsten brandhout mee naar huis, terwijl anderen vee terugdreven, en sommigen plukten wilde groenten om mee naar huis te nemen. Hoewel de ambtenaar een vuur in zijn tuin maakte en op ons wachtte, zijn we geen enkele keer ontdekt. Ik wist dat dit allemaal in Gods handen lag en dat Hij de ogen van de ambtenaar had versluierd. Door zo’n situatie te ervaren, kreeg ik enig begrip van Gods almacht en soevereiniteit. Later aanvaardden alle mensen in deze twee dorpen, op de ambtenaar, zijn vrouw en enkele mensen met een slechte menselijkheid na, het werk van Almachtige God van de laatste dagen. Zelfs de broer, zus, schoonzus en schoonvader van de ambtenaar aanvaardden het. Uiteindelijk hebben we via hen het evangelie gepredikt aan mensen in een ander dorp, en in die tijd accepteerden ongeveer zeventig tot tachtig mensen Gods werk. Hoezeer de ambtenaar ons ook vervolgde, deze nieuwkomers bleven actief naar de samenkomsten komen, en het aantal nieuwkomers bleef toenemen. Dit was echt het resultaat van het werk van de Heilige Geest. Ik zag dat, welke methoden Satan ook gebruikt, hij de verspreiding van het evangelie niet kan verhinderen.
In die periode heb ik, hoewel ik enige lichamelijke tegenspoed heb ondervonden, en ook vervolging door de overheid en verstoring door mijn man heb ervaren – wat destijds erg pijnlijk was – veel gewonnen. God zij dank!