De app van De Kerk van Almachtige God

Luister naar Gods stem en verwelkom de wederkomst van Heer Jezus!

We nodigen alle zoekers van de waarheid uit om contact met ons op te nemen.

Het Woord verschijnt in het vlees

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Paginabreedte

0 zoekresulta(a)t(en)

Geen resultaten gevonden

Wanneer de vallende bladeren terugkeren naar hun wortels zullen jullie spijt krijgen van al het kwaad dat jullie hebben gedaan

Jullie zijn allemaal zelf getuige geweest van het werk dat ik onder jullie heb gedaan, jullie hebben zelf de woorden gehoord die ik heb gesproken en jullie weten hoe ik tegenover jullie sta, dus jullie zouden moeten weten waarom ik dit werk in jullie aan het doen ben. Ik zal jullie de waarheid vertellen - jullie zijn niets dan gereedschap voor mijn overwinningswerk in de laatste dagen; jullie zijn hulpmiddelen bij de uitbreiding van mijn werk onder de heidense naties. Ik spreek door jullie ongerechtigheid, jullie onreinheid, jullie verzet en rebellie voor verdere verbreiding van het verspreidingswerk van mijn naam onder de heidense naties, dat wil zeggen: de verspreiding onder alle naties buiten Israël. Dit is opdat mijn naam, mijn daden en mijn stem over de heidense naties worden verspreid, zodat al deze naties die niet uit Israël zijn door mij worden overwonnen en mij zullen aanbidden, en worden tot mijn heilige landen naties buiten het land naties van Israël en Egypte. De uitbreiding van mijn werk is eigenlijk de uitbreiding van mijn overwinningswerk, de uitbreiding van mijn heilige land. Het is de uitbreiding van mijn vaste voet op aarde. Jullie moeten beseffen dat jullie slechts schepselen zijn onder de heidense naties die ik overwin. Oorspronkelijk hadden jullie helemaal geen status of enige gebruikswaarde, überhaupt geen nut. Puur en alleen omdat ik de maden uit de mesthoop heb opgegraven om te dienen als voorbeeld voor mijn overwinning van de wereld, als het enige "referentiemateriaal" voor mijn overwinning van de wereld. Dat is de enige reden dat jullie het geluk hebben om nu contact met mij te hebben en je bij mij te voegen. Jullie lage status is de enige reden dat ik jullie heb gekozen als voorbeeld, het toonbeeld van mijn overwinningswerk. Dit is de enige reden waarom ik onder jullie werk en spreek, en waarom ik in jullie midden woon en vertoef. Jullie moeten beseffen dat ik alleen te midden van jullie spreek vanwege mijn management en mijn enorme afschuw jegens jullie, maden in de mesthoop, zelfs tot het punt dat ik woedend ben. Mijn werk onder jullie is totaal anders dan dat van Jehova die in Israël werkte, en al helemaal niet zoals Jezus in Judea werkte. Ik spreek en werk met grote tolerantie, en ik overwin deze ontaarden met zowel woede als oordeel. Het is totaal anders dan Jehova die Zijn volk leidt in Israël. Zijn werk in Israël was het schenken van voedsel en het levende water, en Hij voorzag hen vol mededogen en liefde voor Zijn volk. Het werk van vandaag wordt verricht in een natie die niet is uitverkoren maar vervloekt. Er is geen overvloedig voedsel, noch is er de voeding van levend water voor de dorst. Sterker nog, er is niet eens voldoende aanvoer van materiële goederen; er is alleen voldoende oordeel, vervloeking en tuchtiging. Deze maden in de mesthoop zijn het absoluut niet waard om de heuvels vol vee en schapen, de grote rijkdom en de mooiste kinderen van het hele land die ik aan Israël gaf, te verkrijgen. Het hedendaagse Israël offert het vee en de schapen en de gouden en zilveren voorwerpen waarmee ik ze voed op het altaar en overtreft het tiende deel dat door Jehova bij wet vereist is, dus ik heb ze zelfs meer gegeven, meer dan honderd keer van wat Israël volgens de wet zou krijgen. Ik voed Israël met meer dan wat zowel Abraham als Isaac verkregen. Ik zal ervoor zorgen dat de familie Israël vruchtbaar is en zich vermenigvuldigt, en ik zal ervoor zorgen dat mijn volk Israël zich over de hele wereld verspreidt. Het is nog altijd het uitverkoren volk van Israël dat ik zegen en verzorg, dat wil zeggen, de mensen die alles aan mij opdragen, die alles van mij hebben verkregen. Omdat zij mij blijven gedenken, offeren zij hun pasgeboren kalveren en lammeren op mijn heilige altaar en brengen zij alles wat zij hebben ten offer voor mij, zelfs tot het punt dat zij hun pasgeboren eerste zonen aanbieden in afwachting van mijn wederkomst. En hoe zit het met jullie? Jullie wekken mijn woede op, jullie stellen eisen aan mij, jullie stelen de offers van degenen die dingen aan mij opdragen, en jullie hebben niet door dat jullie mij beledigen, daarom komt jullie geween en tuchtiging in duisternis toe. Jullie hebben mijn woede vele malen uitgelokt en ik heb mijn vurige branden laten neerdalen zodat velen aan een tragisch einde zijn gekomen, wier gelukkige thuishavens tot verlaten graven verwerden. Ik voel uitsluitend oneindige woede jegens deze maden en ik ben niet van plan hen te zegenen. Het is alleen omwille van mijn werk dat ik een uitzondering heb gemaakt en jullie heb verheven, en dat ik grote vernedering heb ondergaan om onder jullie te werken. Hoe zou ik ooit in hetzelfde huis kunnen wonen met de maden die krioelen in de mesthoop als het niet om de wil van mijn Vader ging? Ik ben vervuld van een enorme afkeer voor alles wat jullie doen en zeggen, en toch is het de kern van mijn boodschap geworden omdat ik een bepaald "belang" stel in jullie onreinheid en rebellie. Anders zou ik absoluut niet zo lang onder jullie blijven. Bedenk dus goed dat mijn houding tegenover jullie slechts is gestoeld op mededogen en medelijden, en niet op liefde, slechts tolerantie jegens jullie, omdat ik dit alleen doe voor mijn werk. En jullie hebben mijn daden alleen maar gezien omdat ik onreinheid en rebellie als "grondstof" heb gekozen. Anders zou ik mijn daden absoluut niet openbaren aan deze maden; ik doe mijn werk in jullie gewoon met tegenzin; het is in niets te vergelijken met de bereidheid en bereidwilligheid voor mijn werk in Israël. Ik spreek met tegenzin onder jullie en draag mijn woede met me mee. Hoe zou ik de voortdurende aanblik van dergelijke maden kunnen verdragen als het niet voor mijn hogere werk was? Als het niet omwille van mijn naam was, was ik allang naar de hoogste hoogten gestegen en had ik deze maden en de mesthoop volledig verbrand! Hoe zou ik mij openlijk kunnen laten weerstaan door deze kwade demonen die hoofdschuddend dansen voor mijn aangezicht, als het niet omwille van mijn glorie was? Hoe zou ik mij lichtvaardig kunnen laten mishandelen door deze made-achtige mensen, als het niet was voor een ongehinderde, soepele uitvoering van mijn werk? Als honderd mensen in een dorp in Israël opstonden om zich op deze wijze tegen mij te verzetten, zelfs al brachten ze mij offers, dan zou ik ze alsnog in een scheur in de aarde doen verdwijnen zodat de mensen in andere steden niet langer zouden rebelleren. Ik ben een verterend vuur en ik tolereer geen aanstoot. Omdat alle mensen door mij geschapen zijn, moeten mensen gehoorzamen en mogen ze niet rebelleren, wat ik ook zeg en doe. Mensen hebben het recht niet om zich te bemoeien met mijn werk en ze zijn al helemaal niet gekwalificeerd om te analyseren wat goed of fout is in mijn werk en mijn woorden. Ik ben de Heer der schepping, en de schepselen moeten alles bereiken wat ik vereist met een hart vol eerbied voor mij; ze mogen niet met mij discussiëren en ze mogen zich al helemaal niet tegen mij verzetten. Ik gebruik mijn autoriteit om te heersen over mijn volk en al wie deel uitmaken van mijn schepping moeten mijn gezag gehoorzamen. Hoewel jullie je nu brutaal en aanmatigend opstellen tegenover mij, ongehoorzaam zijn aan de woorden waarmee ik jullie onderwijs, en geen angst voelen, treed ik jullie opstandigheid alleen tegemoet met tolerantie. Ik zou mijn geduld niet verliezen en mijn werk niet ondermijnen omdat de onooglijke maden het vuil in de mesthoop omwoelden. Ik verdraag het voortbestaan van alles wat ik verafschuw en haat in het belang van mijn Vaders wil totdat mijn uitspraken compleet zijn, tot aan mijn allerlaatste moment. Maak je geen zorgen! Ik kan mij niet verlagen tot het niveau van een naamloze made en ik zal mijn vaardigheden niet met jouw niveau vergelijken. Ik walg van jullie, maar ik kan volharden. Jullie zijn ongehoorzaam aan mij, maar toch kunnen jullie de dag waarop ik jou tuchtig niet ontlopen, zoals door mijn Vader aan mij beloofd. Is een geschapen made te vergelijken met de Heer van de hele schepping? In het najaar zullen vallende bladeren terugkeren naar hun wortels, je zult terugkeren naar het huis van je vader en ik zal terugkeren aan mijn Vaders zijde. Ik zal de tedere genegenheid van mijn Vader vinden en jij zult door je vader vertrapt worden. Ik zal de glorie van mijn Vader ontvangen, en jij de schaamte van jouw vader. Ik zal de tuchtiging inzetten die ik lange tijd heb ingehouden, en je zult mijn tuchtiging voelen met je ranzige vlees dat al tienduizenden jaren verdorven is. Ik zal mijn werk van woorden in jou afsluiten met tolerantie, en jij zult de rol gaan vervullen van het ondergaan van rampspoed uit mijn woorden. Ik zal me enorm verheugen en werken in Israël; jij zult wenen en knarsetanden, en leven en sterven in de modder. Ik zal mijn oorspronkelijke gedaante weer aannemen en niet langer in de onreinheid blijven bij jou, terwijl jij je oorspronkelijke lelijkheid zult herwinnen en zult blijven rondscharrelen in de mesthoop. Wanneer mijn werk en woorden zijn volbracht, zal het voor mij een vreugdevolle dag zijn. Wanneer jouw verzet en rebellie ten einde komen, zal het voor jou een dag van geweeklaag zijn. Ik zal geen medelijden met je hebben en je zult mij niet meer zien. Ik zal niet meer met je praten en je zult mij niet meer tegenkomen. Ik zal je rebellie haten en jij zult mijn lieflijkheid missen. Ik zal jou treffen en jij zult mij missen. Ik zal blij toe zijn als ik je verlaat, en jij zult beseffen wat je mij schuldig bent. Ik zal je nooit meer zien, maar jij zult altijd op mij hopen. Ik zal jou haten omdat je op dit moment weerstand tegen mij biedt, en jij zult mij missen omdat Ik je op dit moment tuchtig. Ik zal niet aan jouw zijde willen leven maar jij zult er bitter naar verlangen en tot in eeuwigheid wenen, omdat je spijt zult hebben van alles wat je mij hebt aangedaan. Je zult je rebellie en je weerstand berouwen, en je zult zelfs door het stof gaan van spijt en voor mij neervallen en zweren mij niet langer ongehoorzaam te zijn. Maar diep in je hart houd je gewoon van mij en je zult nooit in staat zijn om mijn stem te horen, ik moet jou beschaamd maken over jezelf.

Ik zie nu je ongeremde vlees dat mij zou misleiden, en ik heb alleen een kleine waarschuwing voor je. Ik onderneem beslist geen actie door tuchtiging om jou te "bedienen". Jij moet jouw rol in mijn werk kennen en dan zal ik tevreden zijn. Daarbij kan het mij niets schelen als jullie weerstand bieden tegen mij of mijn geld uitgeven, of de voor mij, Jehova, bestemde offers opeten, of als jullie maden elkaar bijten, of er ruzie of schending heerst onder jullie hondachtige wezens. Jullie hoeven alleen maar te weten wat voor dingen jullie zijn, dan ben ik tevreden. Afgezien van deze dingen, mogen jullie best zwaarden of speren tegen elkaar opnemen of elkaar verbaal te lijf gaan. Ik heb geen zin om me met die zaken te bemoeien, en ik ben niet in het minst betrokken bij menselijke kwesties. Het is niet zo dat jullie onderlinge conflicten mij niets kunnen schelen, maar ik houd mij erbuiten omdat ik niet één van jullie ben. Ikzelf ben geen onderdeel van de schepping en ik ben niet van de wereld, daarom heb ik een hekel aan het drukke leven onder de mensen en de rommelige, ongepaste relaties die ze met elkaar hebben. Ik heb vooral een hekel aan van die luidruchtige mensenmassa's. Wel ken ik ten diepste de onzuiverheden in het hart van elk schepsel en al voordat ik jullie schiep, kende ik de onrechtvaardigheid die diep in het menselijk hart bestond, en wist ik al van het bedrog en de leugenachtigheid in het hart van de mens. Dus zelfs als mensen geen enkel spoor achterlaten wanneer ze onrechtvaardige dingen doen, weet ik toch dat de onrechtvaardigheid die in jullie hart wordt bewaard groter is dan de rijkdom van alle dingen die ik creëerde. Ieder van jullie is opgestegen naar de hoogste hoogten van de menigten; jullie zijn opgestegen om de voorouders van de menigten te zijn. Jullie zijn uiterst willekeurig en rennen als gaan als bezetenen tekeer tussen alle maden op zoek naar een vredige plek, terwijl jullie proberen de maden die kleiner zijn dan jullie te verslinden. In jullie hart zijn jullie kwaadaardig en duister en jullie overtreffen zelfs de geesten die naar de bodem van de zee zijn gezonken. Jullie bewonen de onderlaag van de mest, waarbij jullie de maden van boven tot onder in beroering brengen zodat ze geen rust krijgen, steeds even met elkaar vechten en dan weer kalmeren. Jullie kennen jullie eigen status niet, toch vechten jullie nog steeds met elkaar in de mest. Wat kan die strijd jullie opleveren? Hoe zouden jullie achter mijn rug met elkaar kunnen vechten als jullie hart echt vervuld was van eerbied voor mij? Hoe hoog je status ook is, ben je niet nog steeds een stinkende kleine worm in de mest? Kun je vleugels krijgen en een duif in de lucht worden? Jullie, stinkende kleine wormen die de offers stelen van mijn, Jehova's, altaar, kunnen jullie jullie verdorven, falende namen redden om het uitverkoren volk van Israël te worden? Jullie zijn schaamteloze ellendelingen! Die offers op het altaar werden aan mij opgedragen door mensen, en drukten de welwillende gevoelens uit van hen die mij vrezen. Ze zijn in mijn beheer en voor mijn gebruik, dus hoe haal jij het in je hoofd mij te beroven van de kleine tortelduifjes, gegeven door mensen? Ben je niet bang om een Judas te zijn? Ben je niet bang dat je land in een bloedig slagveld verandert? Jij schaamteloos geval! Denk je echt dat al die door mensen geofferde tortelduiven bedoeld zijn om die buik van jou, made, te vullen? Wat ik je heb gegeven, gaf ik je met plezier en van harte; wat ik je niet heb gegeven, staat tot mijn beschikking, en je kunt niet zomaar mijn offerandes stelen. Degene die het werk doet, ben ik, Jehova - de Heer van de schepping, en het komt door mij dat mensen offers brengen. Denk je soms dat het een beloning is voor al jouw rondrennen? Je bent werkelijk schaamteloos! Voor wie ren je rond? Is het soms niet voor jezelf? Waarom steel je mijn offers? Waarom steel je geld uit mijn geldbuidel? Ben je soms niet de zoon van Judas Iskariot? Mijn, Jehova's, offers moeten door de priesters worden genoten. Ben jij soms een priester? Je durft zelfvoldaan mijn offers op te eten en je spreidt ze zelfs uit op tafel; je bent niets waard! Jij waardeloze ellendeling! Mijn, Jehova’s, vuur zal jou verteren!

Vorige:Wat weet jij over het geloof ?

Volgende:Niemand van vlees en bloed kan ontsnappen aan de dag van toorn

Mogelijk vindt u dit ook interessant