De app van De Kerk van Almachtige God

Luister naar Gods stem en verwelkom de wederkomst van Heer Jezus!

We nodigen alle zoekers van de waarheid uit om contact met ons op te nemen.

Oordeel begint met het huis van God

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Paginabreedte

0 zoekresulta(a)t(en)

Geen resultaten gevonden

De vijfde uitspraak

Wanneer mijn Geest spreekt, geeft Hij uiting aan mijn gehele gezindheid. Is dat duidelijk voor jullie? Onduidelijkheid op dit punt zou gelijk staan aan mij direct tegenwerken. Hebben jullie het belang hiervan werkelijk ingezien? Weten jullie echt hoeveel werk, hoeveel energie ik in jullie steek? Durven jullie echt bloot te leggen wat jullie voor mijn aangezicht hebben gedaan? En jullie wagen het om jezelf in mijn gezicht mijn volk te noemen — jullie hebben geen schaamte, geen greintje verstand! Zulke mensen worden vroeg of laat uit mijn huis verdreven. Doe je bij mij niet voor als de oude soldaat, menend dat je mijn getuigenis hoog hebt gehouden! Is dit iets waar de mensheid toe in staat is? Als er niets van je intenties en je doelen overbleef, zou je al lang een ander pad zijn ingeslagen. Denk je dat ik niet weet hoeveel het hart van de mens kan verdragen? Voortaan moet je de realiteit van de praktijk ingaan. Alleen maar je kaken op en neer bewegen, zoals je gewend was, brengt je nergens meer. In het verleden wisten de meesten van jullie van mij te profiteren. Het feit dat je nu standvastig kunt zijn, is geheel te danken aan de strengheid van mijn woorden. Denk je dat mijn woorden zomaar doelloos worden gesproken? Onmogelijk! Ik kijk van boven op alles neer en oefen van boven af heerschappij over alles uit. Op die manier heb ik ook mijn heil over de aarde uitgezonden. Er is nooit een moment dat ik de mensheid vanuit mijn schuilplaats niet gadesla. Ik merk alles op wat mensen zeggen en doen. De mensheid is voor mij een open boek. Ik zie en ken iedereen. Ik verblijf in mijn schuilplaats en het hemelrijk is het bed waarop ik mij uitstrek. Satans machten kunnen mij niet bereiken, want ik ben vol majesteit, rechtvaardigheid en oordeel. Er schuilt een onnoembaar mysterie in mijn woorden. Wanneer ik spreek, lijken jullie op vogels die net in het water zijn gegooid, volkomen in de war. Of jullie lijken op baby’s die net zijn geschrokken, volkomen onwetend, omdat jullie geest in staat van ontsteltenis verkeert. Waarom zeg ik dat ik in mijn schuilplaats verblijf? Ken je de diepere betekenis van wat ik zeg? Wie van de hele mensheid is in staat om mij te kennen? Wie is in staat om mij te kennen zoals hij zijn eigen vader en moeder kent? Vanuit mijn verblijfplaats observeer ik nauwgezet. Alle mensen op aarde zijn druk in de weer, ‘reizen de hele wereld rond’ en haasten zich hierheen en daarheen, allemaal omwille van hun bestemming, hun toekomst. Maar niemand heeft ook maar een zuchtje energie over om mijn koninkrijk op te bouwen. Ik heb het mensenras geschapen en ik heb de mensen vele malen uit moeilijkheden gered, maar ze zijn allemaal ondankbaar. Niemand van hen kan alle voorbeelden van mijn verlossing opsommen. Hoeveel jaren, hoeveel eeuwen zijn er verstreken sinds de schepping van de wereld tot nu toe, en hoeveel wonderen heb ik verricht, hoe vaak heb ik mijn wijsheid getoond? Maar de mens heeft geen enkele intentie om op mijn zaken acht te slaan. Hij lijkt meer op een krankzinnige die lijdt aan dementie en apathie, of, erger nog, soms op een wild dier dat door het woud zwalkt. Ik heb de mens vele malen ter dood veroordeeld, maar niemand kan het plan van mijn management veranderen. De mens is dus nog steeds in mijn handen, bezig met de oude dingen waar hij aan vasthoudt. Ik heb jullie dankzij de stappen van mijn werk opnieuw gered, jullie die in de verdorven, decadente, vuile en verachtelijke grote familie geboren zijn.

Het werk dat ik heb gepland, blijft onophoudelijk voorwaarts gaan. Het Tijdperk van het Koninkrijk is aangebroken en ik heb jullie als mijn volk in mijn koninkrijk gebracht. Nu stel ik andere eisen aan jullie, dat wil zeggen: ik ga de constitutie afkondigen op basis waarvan ik dit tijdperk ga besturen.

Jullie zijn mijn volk, dus jullie moeten in staat zijn om mijn naam te verheerlijken, oftewel te getuigen te midden van beproevingen. Als iemand probeert mij te misleiden en de waarheid voor mij te verhullen, of achter mijn rug om onbetamelijk handelt, zal hij of zij zonder uitzondering weggejaagd worden, uit mijn huis worden gezet en met een snelle berechting te maken krijgen. Zij die mij in het verleden ontrouw en ongehoorzaam zijn geweest, en zich nu openlijk tegen mij keren, zullen eveneens uit mijn huis worden weggejaagd. Mijn volk moet steeds zorgdragen voor mijn last en mijn woorden leren kennen. Alleen zulke mensen zal ik verlichten. Zij zullen zeker onder mijn leiding en verlichting leven en geen tuchtiging ondergaan. Er zijn er die mijn last veronachtzamen en zich op de planning van hun eigen toekomst richten. Zij zijn niet bezig om mijn hart te behagen maar willen alleen een graantje meepikken. Ik weiger absoluut om die bedelaars te gebruiken, want vanaf het moment van hun geboorte weten ze totaal niet hoe ze voor mijn last moeten zorgdragen. Zulke mensen zijn niet goed bij hun hoofd, ze lijden aan ‘ondervoeding’ van de hersenen en moeten naar huis om ‘aan te sterken’. Aan dergelijke mensen heb ik niets. Iedereen onder mijn volk wordt geacht mij te kennen, tot aan het einde toe, zoals ook niemand bijvoorbeeld geen moment vergeet te eten, zich te kleden en te slapen. Uiteindelijk wordt mij kennen dan een vertrouwde vaardigheid zoals eten, iets wat je moeiteloos, met bedreven hand doet. En de woorden die ik spreek? Die moeten allemaal met de grootste zekerheid worden aangenomen en volledig worden geassimileerd. Van oppervlakkige halve maatregelen kan er geen sprake zijn. Iedereen die geen acht slaat op mijn woorden weerstaat mij in mijn ogen. Iedereen die mijn woorden niet eet of ze niet wil leren kennen, schenkt geen aandacht aan mij en zal meteen buiten de deur van mijn huis worden gezet. Want, ik heb het al eerder gezegd, ik wil niet heel veel mensen, maar een select groepje. Als er uit honderd mensen maar één in staat is om mij door mijn woorden te leren kennen, zou ik bereid zijn om alle anderen weg te doen zodat ik deze ene gericht kan verlichten. Zo zie je dat het niet per se zo is dat alleen grotere aantallen mij kunnen manifesteren, naar mijn voorbeeld kunnen leven. Ik wil de tarwe (ook al zijn de korrels niet helemaal volgroeid) en niet het onkruid (ook al zijn de korrels volgroeid genoeg om bewondering te oogsten). Wat betreft degenen die niet willen zoeken maar zich lui gedragen: zij behoren uit zichzelf weg te gaan. Ik wil ze niet meer zien, opdat ze mijn naam niet te schande maken. Wat betreft mijn eisen aan mijn volk, stop ik nu bij deze voorschriften. Ik zal wachten om verdere sancties in te stellen, afhankelijk van hoe de omstandigheden veranderen.

In voorbije dagen zag de grote meerderheid van de mensen mij als de God Zelf van wijsheid. Ze zagen mij als de God die het hart van de mens doorgrondde, maar dat was allemaal oppervlakkig geklets. Had de mens mij werkelijk gekend, dan zou hij niet tot overhaaste conclusies zijn overgegaan, maar zou hij mij nader door mijn woorden hebben willen leren kennen. Alleen wanneer hij een fase had bereikt waarin hij mijn daden werkelijk zag, zou hij waardig zijn geweest om te zeggen dat ik Wijs ben, dat ik Wonderbaar ben. Jullie kennis over mij is te oppervlakkig. Hoeveel mensen hebben mij hoeveel jaar door de eeuwen heen gediend, mijn daden gezien en mij in sommige opzichten werkelijk leren kennen. Zij hadden dan ook altijd een onderworpen hart jegens mij en durfden mij geenszins te weerstaan. Mijn voetafdrukken zijn immers ontzettend moeilijk te achterhalen. Als mijn leiding onder die mensen ontbrak, zouden ze niet ondoordacht durven handelen. Dus hadden ze na vele jaren ervaring uiteindelijk enige algemene kennis over mij — ze zeiden dat ik Wijs, Wonderbaar en Raadsman ben, dat mijn woorden als een tweesnijdend zwaard zijn, dat mijn daden groot, verbazingwekkend en wonderlijk zijn, dat ik met majesteit bekleed ben, dat mijn wijsheid hoger dan het hemelgewelf reikt en ze noemden nog meer inzichten. Maar tegenwoordig kennen jullie mij alleen maar volgens het fundament dat zij hebben gelegd. De grote meerderheid van jullie praat dus gewoonweg als papegaaien de woorden na die zij hebben gesproken. Ik hou rekening met de oppervlakkigheid waarmee jullie mij kennen en met jullie schamele ‘opvoeding’, alleen daarom heb ik jullie zoveel tuchtiging bespaard. Maar hoe dan ook, de grote meerderheid van jullie kent zichzelf nog steeds niet of denkt dat jullie al handelen volgens mijn wil en daarom aan mijn oordeel zijn ontkomen. Of jullie menen dat ik de daden van de mens na mijn vleeswording helemaal uit het oog heb verloren en dat jullie daarom ook aan mijn tuchtiging zijn ontsnapt. Of jullie denken dat de God in wie jullie geloven niet bestaat in de uitgestrekte ruimte van het universum, zodat jullie het leren kennen van God beschouwen als een klusje dat in jullie vrije tijd gedaan kan worden en niet iets om in jullie hart naar te streven. Jullie gebruiken geloof in God als bedrieglijke schijn om de tijd te verhullen die jullie anders zouden verkwisten aan leegloperij. Als ik geen medelijden had met jullie gebrek aan kwalificaties, verstandelijke vermogens en inzichten, zouden jullie allemaal omkomen door mijn tuchtiging en van de aarde worden weggevaagd. Maar ik zal tolerant blijven jegens de mensheid tot mijn werk op aarde is volbracht. Dat moeten jullie allemaal weten. Haal het goede en slechte niet langer door elkaar.

25 februari 1992

Vorige:De vierde uitspraak

Volgende:De zesde uitspraak

Mogelijk vindt u dit ook interessant