Bestemmingen en uitkomsten
Dagelijkse woorden van God Fragment 580
In een bliksemschicht wordt de werkelijke vorm van elk dier blootgelegd. Ook de mensheid, geïllumineerd door mijn licht, heeft de heiligheid die ze ooit bezat herwonnen. Oh, dat de verdorven wereld van het verleden eindelijk in het vuile water is geworpen en, zinkend naar de bodem, is opgelost in modder! Oh, gehele mensheid van mijn eigen schepping! Eindelijk zijn ze weer terug gekomen tot een leven in het licht, hebben ze vaste grond gevonden voor hun bestaan, en zijn ze opgehouden met de worsteling in de modder! Oh, de ontelbare dingen van de schepping die ik in mijn handen houd! Hoe kunnen ze nu door mijn woorden niet worden vernieuwd? Hoe kunnen ze nu in het licht nalaten hun rol te vervullen? De aarde is niet langer dodelijk rustig en stil, de hemel niet langer troosteloos en verdrietig. Hemel en aarde, niet langer gescheiden door een leegte, worden verenigd als één geheel en zullen nooit meer worden gescheiden. Op deze jubelende gebeurtenis, op dit moment van verheerlijking, heeft mijn rechtvaardigheid en heiligheid zich uitgebreid over het gehele universum en hemelt de mensheid ze onophoudelijk op. De hemelse steden lachen van vreugde en het koninkrijk van de aarde danst van vreugde. Wie verheugt zich op dit moment niet en wie huilt er niet tegelijkertijd? Aarde in haar oerstaat behoort tot de hemel, en de hemel is verenigd met de aarde. De mens is het koord dat hemel en aarde verenigt en dankzij zijn heiligheid, dankzij zijn vernieuwing, is de hemel niet langer verborgen voor de aarde en is de aarde niet langer stil ten opzichte van de hemel. De gezichten van de mensheid worden gehuld in een glimlach van voldoening en in hun harten ligt een zoetheid verborgen die geen grenzen kent. De mens maakt geen ruzie met andere mensen en er ontstaan ook geen vechtpartijen. Is er iemand die, in mijn licht, niet vreedzaam met anderen samenleeft? Is er iemand die, op mijn dag, mijn naam te schande maakt? Alle mensen richten hun eerbiedige blik op mij en roepen in het geheim mijn naam in hun hart aan. Ik heb elke handeling van de mensheid onderzocht: onder de mensen die gereinigd zijn, is er niemand die mij ongehoorzaam is, niemand die over mij oordeelt. De hele mensheid is overgoten met mijn gezindheid. Alle mensen leren mij kennen, komen nader tot mij en aanbidden mij. Ik blijf standvastig in de geest van de mens, word in de ogen van de mens verheerlijkt tot in de hoogste hoogten en stroom door het bloed in de aderen van de mens. De vreugdevolle verheerlijking in het hart van de mens vult alle plekken van het aangezicht van de aarde, de lucht is levendig en fris, de grond wordt niet langer bedekt door dichte mist en de zon schijnt met schittering.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods woorden aan het hele universum, hfst. 18
Dagelijkse woorden van God Fragment 581
Het koninkrijk breidt zich uit onder de mensheid, krijgt vorm onder de mensheid en verheft zich onder de mensheid; geen enkele macht kan mijn koninkrijk vernietigen. Mijn volk, in het huidige koninkrijk, wie van jullie is geen lid van het menselijk ras? Wie van jullie staat buiten de menselijke toestand? Wanneer mijn nieuwe uitgangspunt openbaar wordt gemaakt, hoe zullen mensen dan reageren? Jullie hebben met eigen ogen de gesteldheid van de menselijke wereld gezien; hebben jullie nog altijd de gedachten over het voorgoed leven in deze wereld niet verworpen? Ik wandel nu te midden van mijn volk, ik woon onder mijn volk. Degenen die nu ware liefde voor mij hebben – zulke mensen zijn gezegend. Gezegend zijn zij die zich aan me onderwerpen; ze zullen in mijn koninkrijk blijven. Gezegend zijn zij die me kennen; ze zullen macht uitoefenen in mijn koninkrijk. Gezegend zijn zij die mij nastreven; ze zullen ontsnappen aan de ketenen van Satan en zich in mijn zegeningen verheugen. Gezegend zijn zij die tegen zichzelf in opstand kunnen komen; zij zullen door mij bezet worden en de overvloed van mijn koninkrijk erven. Zij die druk in de weer zijn voor mij zal ik gedenken; zij die zich voor mij uitputten zal ik aanvaarden en zij die zich aan mij toewijden zal ik dingen gunnen die hen plezieren. Zij die mijn woorden genieten zal ik zegenen; zij zullen de pilaren zijn waar de nokbalk van mijn koninkrijk op steunt, ze zullen ongekende overvloed in mijn huis genieten en niemand kan bij hen in de schaduw staan. Hebben jullie ooit de zegeningen aanvaard die voor jullie werden voorbereid? Hebben jullie ooit de beloften nagestreefd die voor jullie gemaakt zijn? Onder leiding van mijn licht zullen jullie de wurggreep van de duistere machten doorbreken. Te midden van het donker zullen jullie de begeleiding van het licht niet verliezen. Jullie zullen de meesters over alle dingen zijn. Jullie zullen ten overstaan van Satan overwinnaars zijn. Als het land van de grote rode draak ten onder gaat, zullen jullie onder de veelheid aan mensen staan als bewijs van mijn overwinning. Jullie zullen standvastig en onwankelbaar zijn in het land van Sinim. Door jullie lijden zullen jullie mijn zegeningen erven, en jullie zullen mijn licht van heerlijkheid door het hele universum uitstralen.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods woorden aan het hele universum, hfst. 19
Dagelijkse woorden van God Fragment 582
Naarmate mijn woorden hun volledigheid bereiken, wordt het koninkrijk langzamerhand gevormd op aarde en wordt de mens geleidelijk teruggebracht naar de normaliteit en zo zal op aarde het koninkrijk van mijn hart ontstaan. In het koninkrijk krijgt heel het volk van God het leven van de normale mens terug. De ijzige winter is over en heeft plaats gemaakt voor een wereld van steden van lente, waar de lente het hele jaar duurt. Niet langer worden mensen blootgesteld aan de somberheid van de mensenwereld, en niet langer hoeven ze de koude rillingen van de mensenwereld te doorstaan. Mensen vechten niet met elkaar, landen trekken niet ten oorlog tegen elkaar, niet langer zijn er bloedbaden en het bloed dat uit bloedbaden vloeit; alle landen zijn vreugdevol en overal is er volop warmte tussen de mensen. Ik beweeg door de wereld heen, ik geniet vanaf van mijn troon en ik leef tussen de sterren. De engelen bieden mij nieuwe liederen en nieuwe dansen aan. Niet langer doet hun eigen broosheid tranen lopen over hun gezichten. Niet langer hoor ik, voor mij, het geluid van huilende engelen en niet langer klaagt er wie dan ook over ellende tegen mij. Vandaag leven jullie allen voor mij; morgen zullen jullie bestaan in mijn koninkrijk. Is dat niet de grootste zegening die ik de mens kan schenken? Door de prijs die jullie vandaag betalen zullen jullie de zegeningen van de toekomst erven en onder mijn glorie leven. Willen jullie je nog steeds niet tot de substantie van mijn Geest wenden? Willen jullie jezelf nog altijd vermoorden? Mensen zijn bereid de beloften te volgen die ze kunnen zien, zelfs al zijn die vergankelijk en toch is niemand bereid om de beloften van morgen te accepteren, zelfs al zullen die eeuwig duren. De dingen die zichtbaar zijn voor de mens zijn de dingen die ik teniet zal doen. En de dingen die ongrijpbaar zijn voor de mens zijn de dingen die ik zal uitvoeren. Dat is het verschil tussen God en de mens.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods woorden aan het hele universum, hfst. 20
Dagelijkse woorden van God Fragment 583
In mijn licht zien mensen opnieuw het licht. In mijn woord vinden mensen de dingen waarvan ze genieten. Ik ben uit het oosten gekomen, ik stam uit het oosten. Wanneer mijn heerlijkheid zich uitstraalt, worden alle naties verlicht, wordt alles in het licht gebracht; niet één enkel ding blijft in de duisternis. In het koninkrijk is het leven dat Gods mensen met God leven onmetelijk gelukkig. De wateren dansen van vreugde over de gezegende levens van de mensen; de bergen genieten, samen met de mensen, van mijn overvloed. Alle mensen doen hun best, werken hard, geven blijk van hun trouw in mijn koninkrijk. In het koninkrijk is er geen opstandigheid meer, is er geen verzet meer. De hemelen en de aarde zijn van elkaar afhankelijk, de mens en ik naderen elkaar dicht in diepe gevoelens, door de zoete gelukzaligheden van het leven, de één steunt op de ander … Op dit moment begin ik formeel mijn leven in de hemel. Er is geen verstoring meer door Satan, en er komt rust over de mensen. In het hele universum leven mijn uitverkorenen binnen mijn heerlijkheid, weergaloos gezegend, niet als mensen die onder de mensen leven, maar als mensen die met God leven. De gehele mensheid heeft Satans verdorvenheid ondergaan en heeft het bittere en het zoete van het leven tot de laatste restjes ingedronken. Hoe kan men zich nu, levend in mijn licht, niet verblijden? Hoe kan men dit prachtige moment lichtvaardig aan zich voorbij laten gaan? Jullie mensen! Zing het lied in jullie harten en dans vreugdevol voor me! Verhef jullie oprechte harten en offer ze aan me op! Sla op jullie trommels en speel blijmoedig voor me! Ik straal mijn vreugde uit door het hele universum! Aan de mensen openbaar ik mijn glorierijke gelaat! Met luide stem zal ik roepen! Ik zal het universum overstijgen! Alreeds heers ik onder de mensen! Ik word verheven door de mensen! Ik zweef in de blauwe hemelen hierboven en de mensen lopen met me op. Ik loop onder de mensen en mijn mensen omringen me! De harten van de mensen zijn vreugdevol, hun liederen doen het universum beven en breken de hoogste hemelen open! Niet langer is het universum gehuld in nevelen; niet langer is er modder of stroomt afvalwater samen. Heilige mensen van het universum! Onder mijn inspectie tonen jullie je ware aangezicht. Jullie zijn geen mannen die bedekt zijn met vuil, maar heiligen, puur als jade. Jullie heb ik allen lief, in jullie allen verheug ik me! Alle dingen komen weer tot leven! De heiligen zijn allen teruggekeerd om me te dienen in de hemel. Ze laten zich in mijn warme omhelzing sluiten, huilen niet langer en zijn niet langer angstig. Ze offeren zichzelf aan me op, komen terug naar mijn huis en zullen me in hun thuisland eindeloos liefhebben! Nooit veranderend in alle eeuwigheid! Waar is het verdriet! Waar zijn de tranen! Waar is het vlees! De aarde gaat voorbij, maar de hemelen zijn er voor eeuwig. Ik verschijn aan alle volkeren en alle volkeren loven me. Dit leven, deze schoonheid, van oertijden tot het einde der tijden, zal niet veranderen. Dit is het leven van het koninkrijk.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods woorden aan het hele universum, Verheug jullie, alle volken!
Dagelijkse woorden van God Fragment 584
Ik heb veel werk gedaan in jullie midden en heb natuurlijk ook een aantal uitspraken gedaan. Maar toch heb ik het gevoel dat mijn woorden en mijn werk niet volledig het doel van mijn werk in de laatste dagen hebben vervuld. Want in de laatste dagen is mijn werk niet in het belang van één persoon of bepaalde mensen, maar bedoeld om mijn inherente gezindheid te tonen. Om talloze redenen echter – misschien een gebrek aan tijd of een hectisch werkschema – hebben mensen uit mijn gezindheid geen enkele kennis over mij verkregen. Daarom begin ik aan mijn nieuwe plan, aan mijn laatste werk, en sla een nieuwe bladzijde van mijn werk open, zodat iedereen die mij ziet zich op de borst zal slaan en zonder ophouden zal wenen en jammeren vanwege mijn bestaan. Dit is omdat ik het einde van de mensheid naar de wereld breng en vanaf nu leg ik mijn gehele gezindheid bloot aan de mensheid, zodat allen die mij kennen en allen die mij niet kennen, hun ogen mogen uitkijken en zien dat ik inderdaad naar de mensenwereld ben gekomen, op aarde ben gekomen waar alle dingen zich vermenigvuldigen. Dit is mijn plan en is mijn enige ‘bekentenis’ sinds mijn schepping van de mensheid. Mogen jullie je onverdeelde aandacht schenken aan elke beweging die ik maak, want mijn stok komt de mensheid opnieuw zeer nabij, dicht bij allen die zich tegen mij verzetten.
Samen met de hemelen begin ik aan het werk dat ik moet doen. En zo baan ik mijn weg door de mensenmassa’s en beweeg ik mij tussen hemel en aarde, zonder dat iemand ooit mijn bewegingen waarneemt of mijn woorden opmerkt. Daarom blijft mijn plan gestaag vorderen. Het is slechts omdat al jullie zintuigen zodanig zijn afgestompt dat jullie geen flauw benul hebben van de stappen van mijn werk. Maar er zal zeker een dag komen waarop jullie beseffen wat mijn bedoelingen zijn. Vandaag leef ik samen met jullie en lijd ik samen met jullie, en ik heb allang begrepen welke houding de mensheid tegen mij inneemt. Ik wens hier niet verder over te praten, laat staan dat ik jullie wil beschamen door meer voorbeelden te geven van dit pijnlijke onderwerp. Ik hoop dat jullie alles wat jullie gedaan hebben in jullie hart bewaren, zodat we onze rekening mogen opmaken op de dag dat we elkaar zullen weerzien. Ik wil niemand van jullie vals beschuldigen, want ik heb altijd juist, eerlijk en eervol gehandeld. Natuurlijk hoop ik ook dat jullie openhartig kunnen zijn en niets doen wat tegen de hemel en de aarde of tegen jullie eigen geweten ingaat. Dit is het enige wat ik van jullie vraag. Veel mensen voelen zich rusteloos en onbehaaglijk, omdat ze afschuwelijke dingen hebben gedaan, en velen zijn beschaamd over zichzelf, omdat ze nooit één goede daad hebben verricht. Maar er zijn ook velen die zich verre van beschaamd voelen door hun zonden, van kwaad tot erger gaan en hun maskers geheel laten vallen, zodat hun afgrijselijke trekken zichtbaar worden – die nog volledig openbaar moesten worden – om mijn gezindheid te beproeven. Ik geef niet om noch schenk ik enige aandacht aan de daden van een enkele persoon. Ik doe eerder het werk wat ik moet doen, zij het informatie inwinnen, het land doorreizen of iets doen dat binnen mijn belangstellingssfeer ligt. Op belangrijke momenten ga ik verder met mijn werk onder de mensheid zoals oorspronkelijk de bedoeling was, geen seconde te laat of te vroeg en met zowel gemak als doeltreffendheid. Echter, bij elke stap van mijn werk worden sommige mensen terzijde geschoven, want ik veracht hun vleierij en huichelachtige kruiperigheid. Zij die mij weerzinwekkend zijn, zullen zeker verlaten worden, hetzij opzettelijk of onopzettelijk. Samengevat; ik zou graag willen dat allen die ik veracht ver bij me weg blijven. Onnodig te vermelden: ik zal de kwaden niet sparen die in mijn huis achterblijven. Omdat de dag van de straf van de mens nabij is, haast ik me niet om al die verachtelijke zielen te verdrijven uit mijn huis, want ik heb mijn eigen plan.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Bereid voldoende goede daden voor voor je bestemming
Dagelijkse woorden van God Fragment 585
Nu is de tijd waarin ik de uitkomst voor elke persoon bepaal, niet de fase waarin ik de mens begon te bewerken. In mijn register teken ik één voor één de woorden en daden op van iedere persoon, de weg waarlangs hij Mij volgt, zijn inherente classificatie en zijn uiteindelijke uitingen. Op deze manier zal, ongeacht wat voor soort persoon men is, niemand ontkomen aan mijn hand en allen zullen naar hun soort ingedeeld worden op basis van Mijn toewijzing. Ik bepaal de bestemming van iedere persoon, niet op basis van leeftijd, senioriteit, of de hoeveelheid lijden en nog minder aan de hand van hoe meelijwekkend hij is, maar gebaseerd op of hij de waarheid bezit. Er is geen andere keuze dan deze. Jullie moeten begrijpen dat allen die niet de wil van God volgen, zonder uitzondering gestraft zullen worden. Dit is iets wat niemand kan veranderen. Daarom zullen allen die gestraft worden, zo gestraft worden vanwege Gods rechtvaardigheid en als vergelding voor hun talrijke slechte daden. Ik heb geen enkele wijziging in mijn plan aangebracht sinds het begin ervan. Het is gewoon zo dat – voor zover het de mens betreft – degenen tot wie ik mijn woorden richt in aantal af lijken te nemen, evenals degenen die mijn ware goedkeuring hebben. Ik houd echter vol dat mijn plan nooit veranderd is. Integendeel, het zijn juist het geloof en de liefde van de mens die telkens veranderen, telkens afnemen, in die mate dat het voor iedereen mogelijk is om eerst nog voor mij te kruipen dan koud te worden ten aanzien van mij en mij zelfs te verstoten. Mijn houding ten aanzien van jullie zal noch heet noch koud zijn, totdat ik walging en weerzin voel en ten slotte straf zal uitdelen. Op de dag van jullie straf zal ik jullie echter nog steeds zien, maar jullie zullen mij niet meer kunnen zien. Aangezien het leven in jullie midden voor mij omslachtig en saai is geworden, heb ik – overbodig te zeggen – een andere omgeving gekozen om in te leven om beter de pijn van jullie kwaadaardige woorden te vermijden en uit de buurt te blijven van jullie ondraaglijk kwalijke gedrag, zodat jullie mij niet langer voor de gek kunnen houden of mij op een ongeïnteresseerde manier kunnen behandelen. Voordat ik jullie verlaat, moet ik jullie wel blijven vermanen om af te zien van het doen van wat niet in overeenstemming is met de waarheid. Jullie moeten juist doen wat aangenaam is voor iedereen, wat iedereen ten goede komt en wat je eigen bestemming ten goede komt. Anders zal degene die lijdt te midden van onheil niemand anders zijn dan jijzelf.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Bereid voldoende goede daden voor voor je bestemming
Dagelijkse woorden van God Fragment 586
Mijn genade uit zich naar degenen die mij liefhebben en zichzelf verloochenen. De straf waarmee de goddelozen bezocht worden is ondertussen juist het bewijs van mijn rechtvaardige gezindheid, en meer nog, getuige van mijn toorn. Wanneer rampspoed aanbreekt, zullen allen die zich tegen mij verzetten huilen als ze slachtoffer worden van hongersnood en epidemieën. Zij die allerlei vormen van kwaad hebben bedreven, maar mij vele jaren hebben gevolgd, zullen niet ontsnappen aan het boeten voor hun zonden. Ook zij zullen worden ondergedompeld in rampspoed, zoals maar zelden is gezien in miljoenen jaren, en zij zullen in een constante staat van paniek en angst leven. En mijn volgelingen die mij trouw zijn gebleven, zullen juichen en mijn macht bejubelen. Zij zullen een onuitsprekelijke voldoening ervaren en leven te midden van een vreugde zoals die ik de mensheid nog nooit eerder heb toebedeeld. Want ik koester de goede daden van de mens en verafschuw zijn kwade daden. Sinds ik de mensheid ben gaan leiden, hoopte ik van harte een groep mensen te winnen die eensgezind waren met mij. Degenen die niet eensgezind met mij zijn, vergeet ik ondertussen nooit; ik veracht hen altijd in mijn hart en wacht op de gelegenheid dat ik vergelding over hen kan laten komen, hetgeen ik met genoegen zal aanschouwen. Vandaag is mijn dag eindelijk gekomen en ik hoef niet langer te wachten!
Mijn definitieve werk is niet alleen om de mens te straffen, maar ook om de bestemming van de mens te regelen. Daarnaast is het opdat alle mensen mijn daden en handelingen zullen erkennen. Ik wil dat ieder mens inziet dat wat ik heb gedaan het juiste is en dat alles wat ik heb gedaan een uitdrukking is van mijn gezindheid. Het was niet door toedoen van de mens, en nog minder door de natuur, dat de mensheid is voortgebracht, maar door mij die elk levend wezen van de schepping voedt. Zonder mijn bestaan zal de mensheid alleen maar ten onder gaan en lijden onder de gesel van rampspoed. Geen mens zal ooit nog de prachtige zon, de mooie maan of de weelderig groene wereld aanschouwen. De mensheid zal alleen de kille nacht kennen en de onverbiddelijke vallei van de schaduw des doods. Ik ben de enige redding voor de mensheid. Ik ben de enige hoop voor de mens en, meer nog, het bestaan van de gehele mensheid hangt van mij af. Zonder mij zal de mensheid onmiddellijk tot complete stilstand gebracht worden. Zonder mij zal de mensheid door rampen getroffen worden en door allerlei geesten onder de voet worden gelopen, niettemin slaat niemand acht op mij. Ik heb een werk gedaan dat door niemand anders kan worden verricht, en ik hoop dat de mens mij met enkele goede daden kan terugbetalen. Hoewel slechts enkelen in staat waren mij terug te betalen, zal ik mijn reis in de mensenwereld toch beëindigen. Ik zal beginnen met de volgende stap van mijn werk dat zich ontvouwt, omdat al mijn haastige komen en gaan te midden van de mensen deze vele jaren vruchtbaar is geweest. Ik ben zeer tevreden. Het gaat mij niet om het aantal mensen maar eerder om hun goede daden. Hoe dan ook, ik hoop dat jullie voor jullie eigen bestemming een toereikend aantal goede daden voorbereiden. Dan zal ik tevreden zijn. Anders zal niemand van jullie kunnen ontkomen aan de rampspoed die over jullie zal komen. De rampspoed komt van mij en wordt natuurlijk door mij georkestreerd. Als ik jullie niet als goed kan beschouwen, dan zullen jullie het lijden aan rampspoed niet ontkomen. Te midden van de verdrukking werden jullie acties en daden niet geheel gepast bevonden, want jullie geloof en liefde waren hol en jullie betoonden jezelf alleen maar als verlegen of hard. Zo beschouwd, zal ik alleen maar een oordeel vellen in termen van goed of slecht. Mijn zorg blijft uitgaan naar de manier waarop elk van jullie handelt en zich uitdrukt, op basis waarvan ik jullie einde zal bepalen. Dit moet ik echter duidelijk maken: voor hen die mij in het geheel niet trouw zijn gebleven in tijden van verdrukking zal ik niet meer genadig zijn, want mijn genade reikt maar zover. Ik kan bovendien geen sympathie opbrengen voor degenen die mij eens hebben verraden, nog minder wil ik geassocieerd worden met mensen die de belangen van hun vrienden verraden. Dit is mijn gezindheid, wie de persoon ook maar mag zijn. Dit moet ik jullie zeggen: wie mijn hart breekt, zal geen tweede keer clementie van mij ontvangen en ieder die mij trouw is geweest, zal voor altijd in mijn hart blijven.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Bereid voldoende goede daden voor voor je bestemming
Dagelijkse woorden van God Fragment 587
In de uitgestrektheid van de wereld slibben oceanen dicht tot velden en stromen velden over tot ze oceanen worden, telkens weer. Behalve Hij die heerst over alles onder alle dingen, is niemand in staat dit menselijke ras te leiden en de weg te wijzen. Er is geen machtig iemand om te arbeiden of voorbereidingen te treffen voor dit menselijke ras, laat staan iemand die dit menselijke ras naar de bestemming van licht kan voeren en van aardse onrechtvaardigheden kan bevrijden. God betreurt de toekomst van de mensheid, Hij treurt over de val van de mensheid en het pijnigt Hem dat de mensheid stap voor stap marcheert richting verval en richting het punt waarop er geen weg terug is. Niemand heeft er ooit over nagedacht in welke richting zo’n mensheid die Gods hart heeft gebroken en Hem heeft afgezworen om de boosaardige te zoeken op weg kan zijn. Het is juist om deze reden dat niemand Gods toorn bespeurt, dat niemand een manier zoekt om God te bevallen of probeert dichter bij God te komen, en dat bovendien niemand probeert Gods verdriet en pijn te begrijpen. Zelfs na de stem van God te horen blijft de mens voortgaan op zijn eigen pad en volhardt hij in het afdwalen van God, het ontwijken van Gods genade en zorg en het mijden van Zijn waarheid; liever verkoopt hij zich aan Satan, de vijand van God. En wie heeft erover nagedacht – in het geval dat de mens volhardt in zijn koppigheid – hoe God zal handelen met betrekking tot deze mensheid die Hem heeft afgewezen zonder terug te kijken? Niemand weet dat de reden van Gods herhaalde herinneringen en vermaningen is dat Hij in Zijn handen een calamiteit als nooit tevoren heeft voorbereid, die ondraaglijk zal zijn voor het vlees en de ziel van de mens. Deze calamiteit is niet zomaar een bestraffing van het vlees, maar ook een bestraffing van de ziel. Dit moet je weten: wanneer Gods plan faalt, en wanneer Zijn herinneringen en vermaningen niet worden vergoed, wat voor woede zal Hij dan de vrije loop laten? Het zal zijn als niets wat ooit door enig schepsel is ervaren of gehoord. En zodoende zeg ik dat deze calamiteit zijn gelijke niet kent en nooit herhaald zal worden. Want Gods plan is om de mensheid slechts deze ene keer te scheppen en slechts deze ene keer te redden. Dit is de eerste keer, en het is ook de laatste. Daarom kan niemand de nauwgezette bedoelingen en de geestdriftige verwachting begrijpen waarmee God de mensheid deze keer redt.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, God is de bron van het leven van de mens
Dagelijkse woorden van God Fragment 588
De mens begrijpt een beetje van het werk van vandaag en het werk van de toekomst, maar hij begrijpt niet de bestemming die de mens zal binnengaan. Als schepsel, zou de mens de plicht van een schepsel moeten uitvoeren: de mens zou God moeten volgen in alles wat Hij doet en jullie zouden moeten verdergaan in wat ik jullie vertel. Je hebt geen manier om zaken voor jezelf te managen en je hebt er zelf geen vat op; alles moet overgelaten worden aan Gods genade en alles wordt vastgehouden in Zijn handen. Als het werk van God de mens van tevoren een einde zou bieden, een geweldige bestemming, en als God dit zou gebruiken om de mens te verleiden en ervoor zou zorgen dat de mens Hem zou volgen – als Hij een deal met de mens zou maken – dan zou dit geen overwinning zijn, evenmin zou het zijn om het leven van de mens te bewerken. Als God het einde van de mens zou gebruiken om hem te beheersen en zijn hart te winnen, dan zou Hij hierin niet de mens vervolmaken, evenmin zou Hij in staat zijn om de mens te winnen, maar Hij zou in plaats daarvan de bestemming gebruiken om over hem te heersen. De mens geeft nergens zo veel om als het toekomstige einde, de uiteindelijke bestemming, of er nou wel of niet iets goeds is om op te hopen. Als de mens een prachtige hoop zou worden gegeven tijdens het werk van overwinning en als hem, vóór de overwinning van de mens, een goede bestemming zou worden gegeven om na te jagen, dan zou de overwinning van de mens niet alleen zijn effect verliezen, maar het effect van het werk van overwinning zou ook beïnvloed worden. Dat wil zeggen dat het werk van overwinning zijn effect bereikt door het lot en de vooruitzichten van de mens weg te nemen en door de rebelse gezindheid van de mens te oordelen en tuchtigen. Het wordt niet bereikt door een deal met de mens te sluiten, dat wil zeggen door de mens zegeningen en genade te geven, maar eerder door de loyaliteit van de mens openbaar te maken door zijn ‘vrijheid’ weg te nemen en zijn vooruitzichten uit te roeien. Dit is het wezen van het werk van overwinning. Als de mens aan het eerste begin een prachtige hoop zou worden gegeven en het werk van tuchtiging en oordeel zou daarna worden gedaan, dan zou de mens deze tuchtiging en dit oordeel accepteren op basis van het vooruitzicht dat hij had. Dan zou uiteindelijk de onvoorwaardelijke gehoorzaamheid en aanbidding van de Schepper door al Zijn schepsels niet worden bereikt; er zou enkel blinde, onwetende gehoorzaamheid zijn, of de mens zou blindweg eisen stellen aan God en het zou onmogelijk zijn om het hart van de mens volledig te overwinnen. Als gevolg daarvan zou dergelijk werk van overwinning onmogelijk in staat zijn om de mens te winnen, of bovendien om te getuigen van God. Dergelijke schepsels zouden niet in staat zijn om hun plicht te vervullen en zouden enkel akkoordjes sluiten met God; dit zou geen overwinning zijn, maar genade en zegening. Het grootste probleem met de mens is dat hij nergens anders aan denkt dan zijn lot en vooruitzichten en dat hij die dingen verafgoodt. De mens jaagt God na vanwege zijn eigen lot en vooruitzichten; hij aanbidt God niet vanwege zijn liefde voor Hem. Om die reden moeten bij het overwinnen van de mens in de mens de zelfzuchtigheid, hebzucht en de dingen die zijn aanbidding van God het meeste in de weg zitten allemaal worden aangepakt en daarbij geëlimineerd worden. Door dat te doen zullen de effecten van de overwinning van de mens worden bereikt. Dit betekent dat het in de allereerste stadia van de overwinning van de mens nodig is om de wilde ambities en de meest fatale zwakheden van de mens te zuiveren, en om hierdoor de liefde van de mens voor God te openbaren en zijn kennis van het menselijk leven te veranderen, evenals zijn beeld van God en de betekenis van zijn bestaan. Op deze manier wordt de liefde van de mens voor God gezuiverd, dat wil zeggen dat het hart van de mens wordt overwonnen. Maar in Gods houding tegenover alle schepsels, overwint God niet enkel om het overwinnen zelf; veeleer overwint Hij om de mens te kunnen winnen, ter wille van Zijn eigen glorie en om de vroegere originele gelijkenis in de mens te herstellen. Als Hij enkel zou overwinnen om het overwinnen zelf, dan zou de significantie van het werk van overwinning verloren gaan. Dat wil zeggen dat als God, na de mens te hebben overwonnen, Zijn handen zou aftrekken van de mens en Hij geen acht zou slaan op leven of dood van de mens, dat dit dan geen beheer van de mensheid zou zijn en evenmin zou de overwinning van de mens omwille van zijn redding zijn. Enkel het winnen van de mens dat volgt op zijn overwinning en zijn uiteindelijke aankomst bij een geweldige bestemming, is het hart van al het werk van redding, en enkel dit kan het doel van redding voor de mens bereiken. In andere woorden, alleen de aankomst van de mens bij de geweldige bestemming en zijn intrede in de rust zijn de vooruitzichten die alle schepsels horen te bezitten, evenals het werk dat moet worden gedaan door de Schepper. Als de mens dit werk zou doen, dan zou het te beperkt zijn: het zou de mens tot een zeker punt kunnen brengen, maar het zou niet in staat zijn de mens bij de eeuwige bestemming te brengen. De mens is niet in staat om het lot van de mens te bepalen, laat staan dat hij in staat is om de vooruitzichten en toekomstige bestemming van de mens te garanderen. Het werk dat door God wordt gedaan is echter anders. Omdat Hij de mens schiep, leidt Hij hem; omdat Hij de mens redt, zal Hij hem volledig redden en zal Hij hem compleet winnen; omdat Hij de mens leidt, zal Hij hem naar de juiste bestemming brengen; en omdat Hij de mens schiep en beheert, moet Hij verantwoordelijkheid nemen voor het lot en de vooruitzichten van de mens. Dit is het werk dat door de Schepper wordt gedaan. Hoewel het werk van overwinning wordt bereikt door de mens te zuiveren van zijn vooruitzichten, moet de mens uiteindelijk op de juiste bestemming worden gebracht, die God voor hem heeft voorbereid. Het is immers omdat God de mens bewerkt, dat de mens een bestemming heeft en zijn lot zeker is. Hier is de juiste bestemming die wordt aangehaald niet de hoop en vooruitzichten van de mens die in het verleden zijn gezuiverd; de twee zijn verschillend. Die dingen waar de mens op hoopt en die hij najaagt zijn de verlangens die ontstaan uit zijn streven naar de buitengewone begeertes van het vlees, in plaats van de bestemming die aan de mens is toegeschreven. Wat God in de tussentijd voor de mens heeft voorbereid, zijn de zegeningen en beloften die aan de mens zijn toegeschreven, wanneer hij eenmaal puur gemaakt is, die God voor de mens heeft voorbereid, nadat Hij de wereld heeft geschapen en die niet worden bevlekt door de keuzes, opvattingen, verbeeldingen of het vlees van de mens. Deze bestemming is niet voorbereid voor een bepaald persoon, maar het is de plek van rust voor de gehele mensheid. Daarom is deze bestemming de meest geschikte bestemming voor de mensheid.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het normale leven van de mens herstellen en hem meenemen naar een geweldige bestemming
Dagelijkse woorden van God Fragment 589
De Schepper beoogt alle geschapen wezens te orkestreren. Je moet niets verwerpen of ongehoorzaam zijn van wat Hij doet, evenmin zou je opstandig tegenover Hem moeten zijn. Wanneer het werk dat Hij doet uiteindelijk Zijn doelen bereikt, zal Hij daarin glorie verkrijgen. Waarom wordt er vandaag de dag niet gezegd dat je de nakomelingen van Moab bent, of het nageslacht van de grote rode draak? Waarom wordt er niet gesproken over uitverkoren mensen, maar enkel over geschapen wezens? Het geschapen wezen – dit was de originele titel van de mens en het is zijn aangeboren identiteit. Namen verschillen enkel omdat de tijdperken en periodes van het werk verschillend zijn; in werkelijkheid is de mens een gewoon schepsel. Alle schepsels, of zij nu het meest verdorven of het meest heilig zijn, moeten de plicht uitvoeren van een geschapen wezen. Wanneer God het werk van overwinning uitvoert, heerst God niet over jou door je vooruitzichten, lot of bestemming te gebruiken. Het is niet nodig om op deze manier te werken. Het doel van het werk van overwinning is om de mens de plicht van een geschapen wezen te laten uitvoeren, om hem de Schepper te laten aanbidden; alleen als dit gebeurd is, kan hij de geweldige bestemming binnengaan. Het lot van de mens wordt door de handen van God beheerst. Je bent niet in staat om over jezelf te heersen: hoewel de mens op eigen houtje altijd druk voor zichzelf bezig is, blijft hij niet in staat om over zichzelf te heersen. Als jij je eigen vooruitzichten kon kennen, als jij je eigen lot zou kunnen beheersen, zou je dan nog een geschapen wezen zijn? Kortom, ongeacht hoe God werkt, al Zijn werk is omwille van de mens. Neem bijvoorbeeld de hemel en de aarde en alle dingen die God schiep om de mens te dienen: de maan, de zon en de sterren die Hij voor de mens schiep, de dieren en planten, lente, zomer, herfst en winter en ga zo maar door – alles is omwille van het bestaan van de mens gemaakt. Daarom is het, ongeacht hoe God de mens tuchtigt en oordeelt, allemaal omwille van de redding van de mens. Ook al neemt Hij de vleselijke hoop van de mens weg, dan nog is het omwille van het zuiveren van de mens, en de zuivering van de mens wordt verricht zodat hij voort kan bestaan. De bestemming van de mens ligt in de handen van de Schepper, dus hoe zou de mens ooit over zichzelf kunnen heersen?
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het normale leven van de mens herstellen en hem meenemen naar een geweldige bestemming
Dagelijkse woorden van God Fragment 590
Wanneer het werk van overwinning is voltooid, zal de mens in een prachtige wereld worden gebracht. Dit leven zal natuurlijk op aarde plaatsvinden, maar het zal totaal anders zijn dan het menselijke leven van vandaag de dag. Het is het leven dat de mensheid zal hebben nadat de gehele mensheid is overwonnen. Het zal een nieuw begin zijn voor de mens op aarde en het hebben van een dergelijk leven zal bewijzen dat de mensheid een nieuw en prachtig koninkrijk is binnengegaan. Het zal het begin zijn van het leven van de mens met God op aarde. Het uitgangspunt van een dergelijk prachtig leven moet zijn dat, nadat de mens is gezuiverd en overwonnen, hij zich onderwerpt aan de Schepper. Daarom is het werk van overwinning de laatste fase in Gods werk, voordat de mens de geweldige bestemming binnengaat. Een dergelijk leven is het toekomstige leven van de mens op aarde, het meest prachtige leven op aarde, het soort leven waar de mens naar verlangt, het soort dat de mens nooit heeft bereikt in de geschiedenis van de wereld. Het is de uiteindelijke uitkomst van het 6.000-jarig werk van beheer, het is waar de mensheid het meest naar verlangt en het is tevens Gods belofte aan de mens. Maar deze belofte kan niet direct geschieden: de mens zal de toekomstige bestemming binnengaan, enkel wanneer het werk van de laatste dagen is voltooid en hij volledig is overwonnen, dat wil zeggen wanneer Satan volkomen verslagen is. Nadat de mens is gelouterd, zal hij zonder een zondige aard zijn, omdat God Satan zal hebben verslagen, wat betekent dat er geen inbreuk zal zijn door vijandige machten en dat absoluut geen enkele vijandige macht het vlees van de mens kan aanvallen. Zo zal de mens vrij zijn en geheiligd – hij zal de eeuwigheid zijn binnengegaan. Alleen als de vijandige machten van de duisternis zijn gebonden zal de mens, waar hij ook gaat, vrij zijn, en zal hij dus zonder opstandigheid of verzet zijn. Satan hoeft alleen maar gebonden te worden gehouden en dan zal alles goed gaan met de mens; de huidige situatie bestaat, omdat Satan nog steeds overal op aarde problemen aanwakkert en dat het gehele werk van Gods management zijn einde nog moet bereiken. Wanneer Satan is verslagen, zal de mens compleet bevrijd zijn; wanneer de mens God wint en uit het domein van Satan wegkomt, zal hij de Zon der rechtvaardigheid aanschouwen. Het leven dat de normale mens is toegeschreven zal herwonnen worden; alles dat de normale mens hoort te bezitten – zoals het vermogen om goed en kwaad te onderscheiden, het begrijpen hoe je jezelf kan voeden en kleden en het vermogen om normaal te leven – dit alles zal worden herwonnen. Als Eva niet was verleid door de slang, zou de mens dit soort normale leven gehad hebben, nadat hij in het begin werd geschapen. Hij zou gegeten hebben, gekleed zijn en een normaal menselijk leven op aarde geleid hebben. Echter, nadat de mens bedorven raakte, werd dit leven een onbereikbare illusie en zelfs vandaag durft de mens zich zulke dingen niet in te beelden. In werkelijkheid is dit prachtige leven waar de mens naar verlangt een noodzaak. Als de mens een dergelijke bestemming niet zou hebben, dan zou zijn bedorven leven op aarde nooit ophouden te bestaan. Als er niet zo’n prachtig leven zou zijn, dan zou er geen afloop zijn van Satans lot of de tijden waarin Satan de macht over de aarde heeft. De mens moet een koninkrijk binnengaan dat voor de machten van de duisternis onbereikbaar is en als hij dat doet, zal dit bewijzen dat Satan is verslagen. Op deze manier, wanneer er geen verstoring meer is door Satan, zal God Zelf over de mensheid heersen en Hij zal het gehele leven van de mens besturen en erover heersen; alleen dan zal Satan werkelijk verslagen zijn. Het leven van de mens vandaag is voornamelijk een leven vol met vuiligheid; het is nog altijd een leven van lijden en kwelling. Dit zou geen overwinning op Satan genoemd kunnen worden; de mens moet nog altijd ontsnappen uit de zee van kwelling, hij moet nog altijd ontsnappen uit de moeilijkheden in zijn leven, of de invloed van Satan en hij heeft nog altijd maar minimale kennis van God. Alle moeilijkheden van de mens werden door Satan gecreëerd; het was Satan die lijden in het leven van de mens bracht en enkel nadat Satan gebonden wordt, zal de mens in staat zijn om volledig te ontsnappen uit de zee van kwelling. Doch, de binding van Satan wordt bereikt door de overwinning en het winnen van het hart van de mens, door de mens de buit te maken van het gevecht met Satan.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het normale leven van de mens herstellen en hem meenemen naar een geweldige bestemming
Dagelijkse woorden van God Fragment 591
Vandaag de dag zijn het najagen door de mens van het worden van een overwinnaar en het volmaakt worden gemaakt de dingen die hij nastreeft, voordat hij het normale menselijk leven op aarde heeft, en het zijn de doelen die hij zoekt voorafgaand aan de binding van Satan. In wezen is het najagen van de mens van het worden van een overwinnaar en het volmaakt worden gemaakt, of om op grote manieren gebruikt te worden, bedoeld om te ontsnappen aan Satans invloed: het najagen van de mens is om een overwinnaar te worden, maar de uiteindelijke uitkomst zal zijn ontsnapping uit de invloed van Satan zijn. Alleen door te ontsnappen uit de invloed van Satan kan de mens het normale mensenleven leiden op aarde, het leven van aanbidding van God. Vandaag de dag zijn het najagen van het worden van een overwinnaar en volmaakt te worden gemaakt de dingen die worden nagestreefd, vóór het hebben van het normale mensenleven op aarde. Ze worden voornamelijk nagejaagd omwille van de reiniging en het in praktijk brengen van de waarheid en om de Schepper te aanbidden. Als de mens het normale mensenleven op aarde bezit, een leven zonder moeilijkheden of kwelling, dan zal de mens zich niet bezighouden met het najagen van het worden van een overwinnaar. ‘Het worden van een overwinnaar’ en ‘volmaakt worden gemaakt’ zijn doelen die God aan de mens geeft om na te jagen. Door het najagen van deze doelen leidt Hij de mens ertoe om de waarheid in praktijk te brengen en een leven van betekenis uit te leven. Het doel is om de mens compleet te maken en hem te winnen en het najagen van het worden van een overwinnaar en volmaakt te worden gemaakt zijn enkel een instrument. Als de mens in de toekomst de geweldige bestemming binnengaat, zal het worden van een overwinnaar en volmaakt worden gemaakt niet meer worden genoemd; dan zal het enkel maar zo zijn dat elk geschapen wezen zijn plicht vervult. Vandaag de dag is de mens gemaakt om deze dingen na te jagen, simpelweg om het kader voor de mens te bepalen, zodat het najagen door de mens meer gericht en praktisch kan zijn. Anders zou de mens te midden van vage abstractheid leven en ernaar streven het eeuwige leven binnen te gaan. Zou in dit geval de mens niet nog meelijwekkender zijn? Om op deze manier te streven, zonder doelen of principes – is dat geen zelfmisleiding? Uiteindelijk zou dit streven natuurlijk geen vrucht dragen; uiteindelijk zou de mens nog altijd onder het domein van Satan leven en zou hij niet in staat zijn zichzelf van Satan te onttrekken. Waarom zou hij zichzelf onderwerpen aan zo’n doelloos streven? Wanneer de mens de eeuwige bestemming binnengaat, zal de mens de Schepper aanbidden en, omdat de mens redding heeft verkregen en de eeuwigheid binnen is gegaan, zal de mens geen doelen meer najagen, laat staan dat hij zich zorgen zou hoeven maken dat hij wordt belaagd door Satan. Tegen die tijd zal de mens zijn plaats kennen en zal hij zijn plicht uitvoeren en, zelfs als zij niet worden getuchtigd of geoordeeld, zal iedere persoon zijn plicht uitvoeren. In die tijd zal de mens een schepsel zijn van zowel identiteit als status. Het onderscheid tussen hoog en laag zal er niet meer zijn; elk persoon zal simpelweg een andere functie uitvoeren. Toch zal de mens nog steeds leven in een bestemming die geordend en geschikt is voor de mensheid; de mens zal zijn plicht uitvoeren omwille van de aanbidding van de Schepper, en het is deze mensheid die de mensheid van de eeuwigheid zal worden. In die tijd zal de mens een leven dat geïllumineerd wordt door God hebben verkregen, een leven onder de zorg en bescherming van God, een leven samen met God. De mensheid zal een normaal leven op aarde leiden en alle mensen zullen in het juiste spoor binnengaan. Het 6.000-jarig managementplan zal Satan volkomen verslagen hebben, wat betekent dat God het originele beeld van de mens, zoals het was geschapen, zal hebben hersteld en dat daarmee de originele intentie van God zal zijn vervuld. In het begin, voordat de mens door Satan werd verdorven, leidde de mensheid een normaal leven op aarde. Later, nadat de mens werd verdorven door Satan, verloor de mens dit normale leven en zo begon het werk van Gods beheer evenals de strijd met Satan om het normale leven van de mens te herstellen. Alleen wanneer het 6.000-jarige werk van Gods beheer ten einde komt, zal het leven van de gehele mensheid officieel beginnen op aarde. Alleen dan zal de mens een geweldig leven hebben en zal God Zijn doel bij het scheppen van de mens in het begin weer herstellen, evenals de originele gelijkenis van de mens. Daarom zal de mens, zodra de mens het normale leven van de mensheid op aarde heeft, niet streven naar het worden van een overwinnaar of om volmaakt te worden gemaakt, want de mens zal heilig zijn. De “overwinnaars” en het “vervolmaakt worden” waar de mensen over spreken zijn de doelen die aan de mens zijn gegeven om na te jagen tijdens de strijd tussen God en Satan en de enige reden voor hun bestaan is dat de mens verdorven is gemaakt. Door jou een doel te geven en je ertoe aan te zetten om dit doel na te jagen, zal Satan worden verslagen. Jou te vragen om een overwinnaar te worden, volmaakt te worden gemaakt of te worden gebruikt, is van je verlangen dat je getuigt om Satan te schande te maken. Uiteindelijk zal de mens het normale mensenleven leiden op aarde en zal de mens heilig zijn; wanneer dit gebeurt, zullen de mensen er dan nog steeds naar streven om overwinnaars te zijn? Zijn het niet allemaal geschapen wezens? Wanneer we het hebben over het zijn van een overwinnaar en volmaakt te worden gemaakt, zijn deze woorden gericht op Satan evenals op de vuiligheid van de mens. Staat dit woord ‘overwinnaar’ niet in verband met de overwinning over Satan en de vijandige machten? Wanneer je zegt dat je volmaakt bent gemaakt, wat is er binnen jou dan volmaakt gemaakt? Is het niet zo dat jij jezelf hebt afgestoten van de verdorven satanische gezindheden, zodat je opperste liefde voor God kunt bereiken? Zulke dingen worden gezegd in relatie tot de vuile dingen binnen de mens en in relatie tot Satan; er wordt niet over gesproken in relatie tot God.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het normale leven van de mens herstellen en hem meenemen naar een geweldige bestemming
Dagelijkse woorden van God Fragment 592
Wanneer de mens het ware leven van de mens op aarde bereikt en alle machten van Satan zijn gebonden, zal de mens gemakkelijk leven op aarde. Dingen zullen niet zo complex zijn als dat ze vandaag zijn: menselijke relaties, sociale relaties, complexe familierelaties – ze brengen zoveel moeilijkheden, zoveel pijn! Het leven van de mens hier is zo ellendig! Wanneer de mens eenmaal is overwonnen, zullen zijn hart en geest veranderen: hij zal een hart hebben dat God vereert en liefheeft. Wanneer ieder binnen het universum die God tracht lief te hebben is overwonnen, dat wil zeggen wanneer Satan eenmaal is verslagen en wanneer Satan – alle machten der duisternis – is gebonden, dan zal het leven van de mens op aarde onbezorgd zijn en zal hij in staat zijn om vrij op aarde te leven. Wanneer het leven van de mens zonder vleselijke relaties en de complexiteiten van het vlees was, dan zou het zoveel gemakkelijker zijn. De menselijke relaties van het vlees zijn te complex en het hebben van zulke dingen is bewijs dat hij zichzelf nog moet bevrijden van de invloeden van Satan. Als jij dezelfde relatie met elk van je broeders en zusters zou hebben, als jij dezelfde relatie met elk familielid van je zou hebben, dan zou je geen zorgen hebben en zou jij je over niemand zorgen hoeven maken. Niets zou beter kunnen zijn en op deze manier zou de mens worden verlost van de helft van zijn lijden. In het leiden van een normaal menselijk leven op aarde, zal een mens vergelijkbaar zijn met de engelen; hoewel hij nog steeds in het vlees zal zijn, zal hij veel lijken op een engel. Dit is de uiteindelijke belofte, de laatste belofte die de mens wordt geschonken. Vandaag ondergaat de mens tuchtiging en oordeel; denk je dat de ervaring van de mens van zulke dingen betekenisloos is? Zou het werk van tuchtiging en oordeel zonder reden worden gedaan? Het werd in het verleden wel gezegd dat het tuchtigen en oordelen van de mens hetzelfde is als hem in een bodemloze put te plaatsen, wat hetzelfde is als het wegnemen van zijn lot en vooruitzichten. Dit is omwille van één ding: de reiniging van de mens. De mens is niet opzettelijk in een bodemloze put geplaatst, waarna God Zijn handen van hem aftrekt. In plaats daarvan is het om af te rekenen met de rebellie in de mens, zodat uiteindelijk de dingen in de man mogen worden gereinigd, zodat hij God waarlijk mag kennen en als een heilig persoon kan zijn. Als dit is gedaan, dan zal het allemaal zijn volbracht. In werkelijkheid zal Satan, als met die dingen binnen de mens waarmee moet worden afgerekend ook is afgerekend en de mens een weerklinkend getuigenis zal hebben, ook worden verslagen en zelfs al zouden er een paar van die dingen zijn die van origine in de mens niet volledig zijn gereinigd, wanneer Satan eenmaal is verslagen, zal het niet langer problemen opleveren en in die tijd zal de mens volledig zijn gereinigd. De mens heeft zulk een leven nog nooit ervaren, maar wanneer Satan is verslagen, zal alles worden geregeld en zullen die onbelangrijke dingen in de mens allemaal worden opgelost, en zodra dat hoofdprobleem is opgelost, zullen alle andere problemen voorbij zijn. Tijdens deze vleeswording van God op aarde, wanneer Hij persoonlijk Zijn werk onder de mens doet, is al het werk dat Hij doet, verricht om Satan te verslaan en Hij zal Satan verslaan door de mens te overwinnen en jullie compleet te maken. Wanneer jullie een weerklinkend getuigenis zullen hebben, zal dit ook een teken zijn van Satans nederlaag. De mens moet eerst overwonnen en uiteindelijk volledig vervolmaakt worden om Satan te verslaan. In wezen is dit echter samen met de overwinning op Satan, ook de redding van de gehele mensheid uit deze loze zee van kwelling. Ongeacht of werk wordt uitgevoerd over het gehele universum of in China, het is allemaal met als doel Satan te verslaan en redding te brengen aan de gehele mensheid, zodat de mens de plaats van rust binnen kan gaan. De vleesgeworden God, dit normale vlees, heeft juist als doel om Satan te verslaan. Het werk van God in vlees wordt gebruikt om redding te brengen aan allen onder de hemel die God liefhebben, het is omwille van de overwinning van de gehele mensheid en vooral ook met als doel Satan te verslaan. De kern van al Gods managementwerk is onlosmakelijk verbonden met het verslaan van Satan om redding te brengen voor de gehele mensheid. Waarom wordt er in veel van dit werk steeds gesproken over dat jullie moeten getuigen? En naar wie is dit getuigenis gericht? Is het niet gericht tot Satan? Dit getuigenis is voor God en is bedoeld om te getuigen dat het werk van God zijn effect heeft gehad. Het getuigen is gerelateerd aan het werk van het verslaan van Satan; als er geen strijd met Satan was, zou de mens niet hoeven getuigen. Het is omdat Satan moet worden verslagen dat, tegelijkertijd met het redden van de mens, God vraagt dat de mens van Hem getuigt voor Satan, dat Hij gebruikt om de mens te redden en om met Satan te strijden. Als gevolg daarvan is de mens zowel het object van redding als een instrument in het verslaan van Satan en zo staat de mens in de kern van Gods gehele managementplan, terwijl Satan enkel het object van vernietiging is, de vijand. Misschien heb je het idee dat jij niets hebt gedaan, maar vanwege de veranderingen in jouw gezindheid, wordt er getuigd en dit getuigenis is gericht tot Satan en is niet op de mens gericht. De mens is niet geschikt om van zo’n getuigenis te genieten. Hoe zou hij het werk dat door God wordt gedaan kunnen begrijpen? Het object van Gods strijd is Satan; de mens is tegelijkertijd het object van redding. De mens heeft verdorven satanische gezindheden en is niet in staat dit werk te begrijpen. Dit is vanwege de verdorvenheid van Satan en is de mens niet eigen, maar geregisseerd door Satan. Vandaag is Gods hoofdwerk om Satan te verslaan, dat wil zeggen het volledig overwinnen van de mens, zodat de mens uiteindelijk kan getuigen aan God voor Satan. Op deze manier zullen alle dingen worden volbracht. In vele gevallen lijkt het voor je blote oog alsof er niets is gedaan, maar in werkelijkheid is het werk reeds volbracht. De mens wil dat al het werk van voltooiing zichtbaar is, maar juist zonder het aan jou zichtbaar te maken, heb ik mijn werk al voltooid, want Satan is onderworpen, wat betekent dat hij volkomen verslagen is, dat al Gods wijsheid, kracht en gezag Satan hebben overwonnen. Dit is precies het getuigenis dat moet worden gedragen en hoewel het geen duidelijke uitdrukking heeft in de mens, hoewel het niet zichtbaar is voor het blote oog, is Satan reeds verslagen. De totaliteit van dit werk is tegen Satan gericht en uitgevoerd vanwege de strijd met Satan. Daarom zijn er vele dingen die de mens niet ziet als zijnde succesvol, maar die in Gods ogen lang geleden al met succes waren afgesloten. Dit is één van de innerlijke waarheden van al Gods werk.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het normale leven van de mens herstellen en hem meenemen naar een geweldige bestemming
Dagelijkse woorden van God Fragment 593
Ieder die bereid is vervolmaakt te worden heeft de kans om vervolmaakt te worden, dus iedereen moet ontspannen: in de toekomst zal je allemaal de bestemming binnengaan. Als je echter niet bereid bent om volmaakt te worden gemaakt en je bent niet bereid de geweldige wereld binnen te gaan, dan is dat je eigen probleem. Ieder die bereid is vervolmaakt te worden en loyaal is aan God, ieder die gehoorzaamt en ieder die zijn functie getrouw uitvoert – al zulke mensen kunnen volmaakt worden gemaakt. Vandaag de dag zijn alle mensen die niet loyaal hun plicht uitvoeren, iedereen die niet loyaal is aan God, iedereen die zich niet aan God onderwerpt en specifiek diegenen die de verlichting en illuminatie van de Heilige Geest hebben ontvangen maar die niet in praktijk brengen – al zulke mensen kunnen niet volmaakt worden gemaakt. Iedereen die bereid is om loyaal te zijn aan God en Hem te gehoorzamen kan volmaakt worden gemaakt, zelfs al zijn ze een beetje dom; iedereen die bereid is te streven kan volmaakt worden gemaakt. Er is geen reden om je hier druk om te maken. Zolang je bereid bent in deze richting te streven, kan je volmaakt worden gemaakt. Ik wil niemand onder jullie verloren laten gaan of verstoten, maar als de mens niet streeft om het goede te doen, dan ruïneer je alleen jezelf; ik ben het niet die je verstoot, maar dat ben je zelf. Als jij zelf niet streeft om het goede te doen – als je lui bent, of niet jouw plicht uitvoert, of niet loyaal bent, of de waarheid niet najaagt en altijd doet wat je zelf wilt, als je je roekeloos gedraagt, vecht voor je eigen faam en fortuin, en gewetenloos bent in je omgang met het andere geslacht, dan zul je de last van je eigen zonden dragen; je bent niemands medelijden waard. Mijn bedoeling is dat jullie allemaal volmaakt worden gemaakt en tenminste worden overwonnen, zodat deze fase van werk succesvol kan worden voltooid. Gods wens is dat elke persoon volmaakt wordt gemaakt, om uiteindelijk door Hem gewonnen te worden, om volledig te worden gereinigd door Hem en mensen te worden die Hij liefheeft. Het maakt niet uit of ik jullie zeg dat je achterlijk bent of arm van kaliber – dit is allemaal waar. Als ik dat zeg bewijst het nog niet dat ik je verloren wil laten gaan, dat ik de hoop in jullie verloren heb, laat staan dat ik niet bereid ben jullie te redden. Vandaag ben ik gekomen om het werk van jullie redding te doen, dat wil zeggen dat het werk dat ik doe een voortzetting is van het werk van redding. Elke persoon heeft de kans om volmaakt te worden gemaakt: als jij bereid bent, als jij streeft, zal jij uiteindelijk in staat worden gesteld om dit resultaat te kunnen bereiken en niet één van jullie zal verlaten worden. Als je arm van kaliber bent, zal wat ik van je vraag in overeenstemming zijn met jouw arme kaliber; als je een hoog kaliber hebt, zal wat ik van je vraag in overeenstemming zijn met jouw hoge kaliber; als je onwetend en ongeletterd bent, zal wat ik van je vraag in overeenstemming zijn met jouw ongeletterdheid; als jij geletterd bent, zal wat ik van je vraag in overeenstemming zijn met het feit dat je geletterd bent; als jij oud bent, zal wat ik van je vraag in overeenstemming zijn met jouw leeftijd; als jij in staat bent om gastvrijheid te verlenen, zal wat ik van je vraag in overeenstemming zijn met deze bekwaamheid; als jij zegt dat je geen gastvrijheid kunt verlenen en enkel een bepaalde functie kan vervullen, of het nou het verspreiden van het evangelie is, of het verzorgen van de kerk, of het bijwonen van andere algemene zaken, zal mijn vervolmaking van jou in overeenstemming zijn met de functie die jij vervult. Loyaal zijn, gehoorzaam zijn tot het eind en proberen de hoogste liefde voor God te hebben – dit is wat je moet bereiken en er is geen betere praktijk dan deze drie dingen. Uiteindelijk moet de mens deze drie dingen bereiken en als hij die kan bereiken, dan zal hij vervolmaakt worden. Maar bovenal moet je oprecht streven, je moet actief doorduwen en ten aanzien daarvan niet passief zijn. Ik heb gezegd dat elk persoon de kans krijgt om volmaakt te worden gemaakt en dat elk persoon in staat is om volmaakt te worden gemaakt, en dat blijft van kracht, maar je doet niet je best om beter te worden in het najagen. Als je deze drie criteria niet bereikt, dan moet je uiteindelijk verstoten worden. Ik wil dat iedereen zijn achterstand inhaalt, ik wil dat iedereen het werk en de verlichting van de Heilige Geest heeft en in staat is om tot het einde te gehoorzamen, want dit is de plicht die ieder van jullie zou moeten vervullen. Wanneer jullie allemaal jullie plicht hebben uitgevoerd, zullen jullie allemaal vervolmaakt zijn en jullie zullen ook een weerklinkend getuigenis hebben. Ieder die een getuigenis heeft, is iemand die over Satan heeft gezegevierd en Gods beloften heeft verkregen en zij zullen degenen zijn die zullen blijven om in de geweldige bestemming te leven.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het normale leven van de mens herstellen en hem meenemen naar een geweldige bestemming
Dagelijkse woorden van God Fragment 594
In het begin was God in rust. Er waren toen geen mensen of iets anders op aarde en God had nog helemaal geen werk verricht. God begon pas aan Zijn managementwerk vanaf het moment dat de mensheid bestond en nadat de mensheid verdorven werd. Vanaf dit moment rustte Hij niet langer, maar in plaats daarvan begon Hij Zich bezig te houden met de mensheid. Het was vanwege de verdorvenheid van de mensheid dat God Zijn rust verloor en het kwam ook door de opstand van de. Als God Satan niet verslaat en de verdorven mensheid niet redt, zal Hij nooit meer in staat zijn om de rust in te gaan. Omdat de mens rust mist, mist God die ook en wanneer Hij opnieuw rust, zullen ook meer mensen dit doen. Het betekent een leven in rust zonder oorlog, zonder vuil, zonder enige aanhoudende ongerechtigheid. Dit wil zeggen dat het een leven is zonder Satans verstoringen (hier verwijst ‘Satan’ naar vijandige machten) en Satans verdorvenheid. Het is ook geen leven waarin een macht in tegenstand tegen God binnendringt. Het is een leven waarin alles eigen soort volgt en de Heer van de schepping aanbidt en waarin hemel en aarde volkomen rustig zijn. Dit is wat bedoeld wordt met de woorden ‘het vredige leven van mensen’. Wanneer God rust, zal er geen onrechtvaardigheid meer bestaan op de aarde en zal er geen verdere invasie van vijandige machten meer zijn. De mensheid zal een nieuw koninkrijk binnengaan en niet langer een mensheid zijn die verdorven is door Satan, maar eerder van een mensheid die gered is, nadat ze verdorven is door Satan. De rustdag van de mensheid zal ook Gods rustdag zijn. God verloor Zijn rust als gevolg van het onvermogen van de mensheid om de rust in te gaan niet was omdat Hij oorspronkelijk niet in staat was om te rusten. De rust ingaan betekent niet dat alles ophoudt met bewegen of ontwikkelen. Het betekent ook niet dat God ophoudt met werken of dat mensen ophouden met leven. Het teken van de rust ingaan is wanneer Satan vernietigd is; wanneer die slechte mensen die zich erbij hebben gevoegd in zijn kwaadwillendheid, gestraft en uitgeroeid zijn en wanneer alle machten die vijandig tegenover God staan ophouden te bestaan. Als God de rust ingaat, betekent dat dat Hij niet langer Zijn werk van redding van de mensheid zal verrichten. Als de mensheid de rust ingaat, betekent dat dat de gehele mensheid in Gods licht en onder Zijn zegeningen zal leven, zonder Satans verdorvenheid en geen onrechtvaardigheid meer. Onder Gods hoede zal de mensheid normaal op aarde leven. Wanneer God en de mensheid samen de rust ingaan, betekent dit dat de mensheid is gered en dat Satan is vernietigd, dat Gods werk in mensen volledig is volbracht. God zal niet langer blijven werken in mensen en zij zullen niet langer leven onder het domein van Satan. Dientengevolge zal God niet langer druk zijn en mensen zullen niet langer constant in beweging zijn; God en de mensheid zullen gelijktijdig de rust ingaan. God zal terugkeren naar Zijn oorspronkelijke plaats en elke persoon zal terugkeren naar zijn of haar respectievelijke plaats. Dit zijn de bestemmingen waar God en mensen zullen verblijven eenmaal Gods management volledig afgerond is. God heeft Gods bestemming en de mensheid heeft de bestemming van de mensheid. Terwijl Hij rust, zal God alle mensen tijdens hun leven op aarde blijven leiden. In het licht van God zullen ze de ene ware God in de hemel aanbidden. God zal niet langer onder de mensheid leven en de mensen zullen ook niet in staat zijn om met God in Zijn bestemming te leven. God en de mensen kunnen niet binnen hetzelfde rijk leven; veeleer hebben beiden hun eigen respectievelijke wijzen van leven. God is Degene die de hele mensheid leidt, en de hele mensheid is de kristallisatie van Gods managementwerk. Het zijn de mensen die worden geleid en ze zijn van dezelfde substantie als God. Rusten betekent terugkeren naar de eigen oorspronkelijke plaats. Daarom betekent dit, dat wanneer God de rust ingaat, Hij is teruggekeerd naar Zijn oorspronkelijke plaats. Hij zal niet langer op aarde leven of onder de mensheid zijn om te delen in hun vreugde en lijden. Wanneer mensen de rust ingaan, betekent dit dat ze ware scheppingen zijn geworden; ze zullen God vanaf de aarde aanbidden en normale menselijk levens leiden. Mensen zullen niet langer ongehoorzaam zijn aan God of zich tegen Hem verzetten. Zij zullen terugkeren naar het oorspronkelijke leven van Adam en Eva. Dit zullen de respectievelijke levens en bestemmingen van God en de mensheid zijn nadat zij de rust zijn ingegaan. Satans nederlaag is een onvermijdelijke tendens in de oorlog tussen het en God. Op dezelfde manier worden de intrede van God in rust, na de voltooiing van Zijn managementwerk en de volledige redding en intrede in de rust van de mensheid eveneens onvermijdelijke trends. De rustplaats van de mensheid is op aarde en Gods rustplaats is in de hemel. Terwijl mensen rusten, zullen ze God aanbidden en ook op aarde leven en terwijl God rust, zal Hij de rest van de mensheid leiden; Hij zal hen vanuit de hemel leiden, niet vanaf de aarde. God zal nog steeds de Geest zijn, terwijl de mensen nog steeds vlees zullen zijn. God en de mensen rusten beiden op een andere manier. Terwijl God rust, zal Hij komen en onder de mensen verschijnen; terwijl de mensen rusten, zullen ze door God worden geleid om de hemel te bezoeken en ook om te genieten van het leven daar. Nadat God en de mensheid de rust zijn ingegaan, zal Satan niet langer bestaan en net als Satan zullen die slechte mensen ook ophouden te bestaan. Voordat God en de mensheid rusten, zullen die slechte mensen die eens God op aarde vervolgden en ook de vijanden die ongehoorzaam aan Hem waren daar, al vernietigd zijn; ze zullen uitgeroeid zijn door de grote rampen van de laatste dagen. Eenmaal die slechte mensen volledig vernietigd zijn, zal de aarde nooit nog Satans pesterijen zien. Alleen dan zal mensheid volledige redding verkrijgen en het zal pas dan zijn dat Gods werk volledig eindigt. Dit zijn de randvoorwaarden voor God en de mensheid om de rust in te gaan.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, God en de mens zullen gezamenlijk de rust ingaan
Dagelijkse woorden van God Fragment 595
De nadering van het einde van alle dingen duidt de voltooiing van Gods werk aan en het einde van de ontwikkeling van de mensheid. Dit betekent dat de mensen, verdorven door Satan, de laatste fase van hun ontwikkeling hebben bereikt en dat de afstammelingen van Adam en Eva hun voortplanting zullen hebben voltooid. Het betekent ook dat het voor zo’n mensheid, verdorven door Satan, onmogelijk zal zijn om zich te blijven ontwikkelen. In den beginne waren Adam en Eva niet verdorven, maar de Adam en Eva die werden verdreven uit de hof van Eden waren door Satan verdorven. Wanneer God en de mensen samen de rust ingaan, zullen Adam en Eva – die werden verdreven uit de hof van Eden – en hun nakomelingen eindelijk tot een einde komen; de mensheid van de toekomst zal nog steeds bestaan uit de afstammelingen van Adam en Eva, maar dat zullen geen mensen zijn die onder Satans domein leven. Integendeel, het zullen mensen zijn die gered en gezuiverd zijn. Dit zal een mensheid zijn die geoordeeld en getuchtigd is, en een die heilig is. Deze mensen zullen niet zijn zoals het menselijk ras oorspronkelijk was. Het kan bijna gezegd worden dat ze een heel ander soort persoon zijn die van Adam en Eva in het begin. Deze mensen zullen gekozen zijn uit al degenen die verdorven zijn door Satan en het zullen de mensen zijn die uiteindelijk standvastig zijn geweest tijdens Gods oordeel en tuchtiging; zij zullen de laatst overgeblevenen zijn onder de verdorven mensheid. Alleen deze mensen zullen samen met God de definitieve rust in kunnen gaan. Degenen die in staat zijn standvastig te staan tijdens Gods werk van oordeel en tuchtiging gedurende de laatste dagen – dat wil zeggen, tijdens het afsluitende zuiveringswerk – zullen degenen zijn die de definitieve rust samen met God in zullen gaan; daarom zullen allen die de rust ingaan pas bevrijd zijn van de invloed van Satan en gewonnen zijn door God nadat ze Zijn afsluitende zuiveringswerk hebben ondergaan. Deze mensen, die uiteindelijk door God zullen zijn gewonnen, zullen de definitieve rust ingaan. Het doel van Gods werk van tuchtiging en oordeel is in wezen bedoeld om de mensheid te zuiveren, ten behoeve van hun definitieve rustdag; anders zouden geen leden van de mensheid naar soort ingedeeld kunnen worden, of de rust kunnen binnengaan. Dit werk is de enige weg van de mensheid om de rust in te gaan. Alleen Gods zuiveringswerk zal mensen van hun ongerechtigheid reinigen en alleen Zijn werk van tuchtiging en oordeel zal die opstandige elementen van de mensheid ontmaskeren en daardoor degenen onderscheiden die gered kunnen worden van hen die dat niet kunnen, en zij die zullen overblijven van degenen die dat niet zullen. Wanneer dit werk eindigt, zullen de mensen die mogen blijven bestaan allen worden gezuiverd en een hoger rijk van mensheid binnengaan, waarin zij zullen genieten van een meer wonderbaarlijk tweede menselijk leven op aarde; met andere woorden, zij zullen hun menselijke rustdag binnengaan en samenleven met God. Nadat zij die niet mogen blijven zijn getuchtigd en nadat er over hen is geoordeeld, zal hun ware aard volledig worden blootgelegd. Hierna zullen zij allen vernietigd worden en zal het hen, net als Satan, niet langer zijn toegestaan om op aarde te overleven. De mensheid van de toekomst zal niet langer mensen van deze soort bevatten; zulke mensen zijn niet geschikt om het land van de laatste rust binnen te gaan, noch om deel te nemen aan de rustdag die God en de mensheid zullen delen, want zij zijn de doelwitten van bestraffing en zijn kwaadaardige, onrechtvaardige mensen. Ooit waren ze verlost, en ook is er over hen geoordeeld en zijn ze getuchtigd; verder zwoegden ze ooit voor God. Maar wanneer de laatste dag komt, zullen ze nog altijd worden geëlimineerd en vernietigd vanwege hun kwaadaardigheid en als gevolg van hun opstandigheid en onvermogen om verlost te worden; in de wereld van de toekomst zullen zij nooit meer bestaan en onder het menselijke ras van de toekomst zullen zij niet meer leven. Of het nu geesten van doden zijn of mensen die nog in het vlees leven, alle kwaaddoeners en al diegenen die niet gered zijn, zullen vernietigd worden eenmaal de heiligen van de mensheid de rust ingaan. Wat betreft deze kwaadwillende geesten en mensen of de geesten van rechtvaardige mensen en diegenen die rechtvaardige dingen doen behoren, ongeacht het tijdperk waarin ze leven, al diegenen die kwaad doen zullen uiteindelijk worden vernietigd en alle rechtvaardigen zullen overleven. Of een persoon of een geest redding ontvangt, wordt niet volledig bepaald op basis van het werk van het laatste tijdperk. Het wordt eerder bepaald op basis van het feit of ze zich hebben verzet tegen of ongehoorzaam zijn geweest aan God of niet. Mensen in het vorige tijdperk die kwaad deden en geen redding konden bereiken, zouden ongetwijfeld doelwitten voor straf zijn. Mensen die in dit tijdperk kwaad doen en niet gered kunnen worden, zijn ook met zekerheid doelwitten voor straf. Mensen worden ingedeeld op basis van goed en kwaad, niet op basis van het tijdperk waarin ze leven. Eenmaal zo ingedeeld, worden mensen niet onmiddellijk gestraft of beloond; het zal eerder zo zijn dat God Zijn werk pas zal uitvoeren, waarin Hij het kwaad bestraft en het goede beloont, nadat Hij de uitvoering van Zijn werk van overwinning in de laatste dagen heeft beëindigd. Sinds Hij aan Zijn werk van het redden van de mensheid is begonnen, heeft Hij mensen eigenlijk steeds onderverdeeld in goede en kwade. Het is alleen zo, dat het belonen van de rechtvaardigen en het bestraffen van de goddelozen pas plaats zal vinden wanneer Zijn werk is afgerond; het is niet zo, dat Hij ze bij het voltooien van Zijn werk in categorieën onderverdeelt en dan meteen aan het karwei begint van het straffen van het kwaad en het belonen van het goede. Eigenlijk zal dat karwei pas klaar zijn wanneer Zijn werk volledig voltooid is. Het enige doel achter Gods uiteindelijke werk van het straffen van het kwaad en het belonen van het goed bestaat uit het grondige zuiveren van alle mensen, zodat Hij een puur geheiligde mensheid de eeuwige rust kan binnenleiden. Deze fase van Zijn werk is de meest cruciale; het is de eindfase van Zijn volledige managementwerk. Als God de kwaadwilligen niet zou vernietigen, maar hen zou behouden, dan zou de hele mensheid nog steeds niet in staat zijn om de rust in te gaan en God zou niet in staat zijn om de hele mensheid naar een beter koninkrijk te brengen. Dit soort werk zou dan niet helemaal voltooid zijn. Als Zijn werk klaar is, zal de hele mensheid volkomen heilig zijn. Alleen op deze manier kan God in rust leven, vreedzaam.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, God en de mens zullen gezamenlijk de rust ingaan
Dagelijkse woorden van God Fragment 596
Mensen zijn tegenwoordig nog steeds niet in staat afstand te doen van de vleselijke dingen; ze kunnen het vleselijke genot, de wereld, geld of hun verdorven gezindheden niet opgeven. De meeste mensen pakken hun bezigheden op een plichtmatige manier aan. Eigenlijk dragen deze mensen God helemaal niet in hun hart; sterker nog, zij vrezen God niet. Ze hebben God niet in hun hart en daarom kunnen ze niet alles zien wat God doet en zijn ze zelfs nog minder in staat om de woorden te geloven die Hij uitspreekt. Dit soort mensen is teveel van het vlees; ze zijn te zeer verdorven en missen wat voor waarheid dan ook. Bovendien geloven ze niet dat God vlees kan worden. Iedereen die niet gelooft dat God vlees geworden is – dat wil zeggen, iemand die de zichtbare God niet gelooft of in Zijn werken en daden maar in plaats daarvan de onzichtbare God in de hemel aanbidt, is een persoon die God niet in zijn of haar hart heeft. Dergelijke mensen zijn opstandig en bieden weerstand tegen God. Ze missen menselijkheid en rede, om nog maar te zwijgen over waarheid. Deze mensen geloven bovendien niet in de zichtbare en tastbare God. Toch beschouwen ze de onzichtbare en ontastbare God als de meest geloofwaardige en ook degene die hun het meest verblijdt. Wat zij zoeken is niet de echte waarheid, noch is het de ware essentie van het leven, laat staan de wil van God. In plaats daarvan zoeken ze opwinding. De dingen die hun eigen verlangens het beste vervullen zijn ongetwijfeld waar ze in geloven wat ze nastreven. Ze geloven alleen in God om hun eigen verlangens te bevredigen, niet om de waarheid te zoeken. Zijn deze mensen geen kwaaddoeners? Ze zijn extreem van zichzelf overtuigd en ze geloven helemaal niet dat God in de hemel zo een ‘goede mensen’ als henzelf zal vernietigen. In plaats daarvan geloven ze dat God hen zal toestaan om te blijven en hen bovendien rijkelijk zal belonen, want ze hebben veel dingen voor God gedaan en hebben aanzienlijk wat ‘loyaliteit’ aan Hem laten zien. Als ze ook de zichtbare God zouden volgen, zouden ze onmiddellijk met God in gevecht raken of in woede uitbarsten zodra aan hun verlangens zou worden voldaan. Ze tonen zichzelf als verachtelijke mensen die altijd op zoek zijn om hun eigen verlangens te bevredigen; het zijn geen integere mensen die de waarheid nastreven. Zulke mensen zijn de zogenaamd goddelozen die Christus volgen. Deze mensen die de waarheid niet zoeken, kunnen onmogelijk de waarheid geloven. Ze zijn nog minder in staat om de toekomstige uitkomst van de mensheid te zien, want zij geloven niks van het werk of de woorden van de zichtbare God en ze kunnen ook niet geloven in de toekomstige bestemming van de mensheid. Daarom, zelfs als ze de zichtbare God volgen, begaan ze nog steeds kwaad en zoeken ze helemaal niet naar de waarheid, noch brengen ze de waarheid in praktijk, hetgeen ik vereis. De mensen die niet geloven dat ze vernietigd zullen worden, zijn daarentegen juist degenen die vernietigd zullen worden. Ze geloven allemaal dat ze zo slim zijn en dat zij zelf de mensen zijn die de waarheid beoefenen. Ze beschouwen hun slechte gedrag als de waarheid en daarom koesteren ze het. Zulke slechte mensen zijn erg vol van zichzelf; ze beschouwen de waarheid als doctrine en hun slechte daden als waarheid, maar uiteindelijk kunnen ze alleen oogsten wat ze hebben gezaaid. Hoe meer mensen zelfverzekerd en arrogant zijn, hoe minder ze in staat zijn de waarheid te verkrijgen; hoe meer mensen in de God in de hemel geloven, hoe meer weerstand ze aan God bieden. Dit zijn de mensen die gestraft zullen worden.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, God en de mens zullen gezamenlijk de rust ingaan
Dagelijkse woorden van God Fragment 597
Voordat de mensheid rust binnengaat, zal elk soort persoon gestraft of beloond worden, afhankelijk van of ze de waarheid hebben gezocht, of ze God kennen, of ze zich kunnen onderwerpen aan de zichtbare God. Degenen die de zichtbare God diensten hebben verleend, maar Hem toch nog niet kennen of zich aan Hem onderwerpen, missen de waarheid. Zulke mensen zijn boosdoeners en boosdoeners zullen ongetwijfeld gestraft worden; zij zullen bovendien gestraft worden overeenkomstig hun slechte gedrag. God is er voor de mensen om in te geloven, en Hij is ook hun gehoorzaamheid waardig. Degenen die alleen in de vage en onzichtbare God geloven, zijn de mensen die niet in God geloven; bovendien zijn ze niet in staat om God te gehoorzamen. Als deze mensen nog steeds niet in de zichtbare God kunnen geloven tegen de tijd dat Zijn werk van overwinning klaar is en ook blijven volharden in ongehoorzaamheid en weerstand tegen de God die zichtbaar is in het vlees, zullen deze lui die in vage goden geloven ongetwijfeld het voorwerp worden van vernietiging. Het is net alsof een aantal van jullie – iedereen die met zijn tong de vleesgeworden God erkent, maar de waarheid van onderwerping aan de vleesgeworden God niet kan naleven, zal uiteindelijk worden verstoten en vernietigd. Bovendien zal iedereen die met zijn tong de zichtbare God belijdt en de waarheid eet en drink die door Hem tot uitdrukking wordt gebracht maar de vage en onzichtbare God volgt, beslist ten prooi vallen aan vernietiging. Geen van deze mensen kan overblijven tot de tijd van rust die zal komen nadat Gods werk is beëindigd; noch kan niemand van dat soort mensen in die tijd van rust verblijven. Duivelse mensen, dat zijn zij die de waarheid niet beoefenen; hun essentie is er een van weerstand en ongehoorzaamheid jegens God en ze hebben geen enkele intentie om zich aan Hem te onderwerpen. Zulke mensen zullen allemaal worden vernietigd. Of je de waarheid hebt of weerstand biedt aan God, is afhankelijk van je wezen, niet van je uiterlijk of wat je zelf af en toe zegt of doet. De essentie van elke persoon bepaalt of hij zal worden vernietigd. Het wordt bepaald aan de hand van de essentie die zichtbaar wordt door gedrag en het streven naar de waarheid. Onder mensen die hetzelfde zijn en dezelfde hoeveelheid werk doen, zijn degenen wiens menselijke wezen goed is en die de waarheid bezitten, de mensen die kunnen blijven, maar zij wiens menselijke wezen slecht is en die de zichtbare God ongehoorzaam zijn, zijn zij die het voorwerp van vernietiging zullen zijn. Alles van Gods werk of woorden met betrekking tot de bestemming van de mensheid zal op gepaste wijze de mensheid behandelen overeenkomstig de essentie van elk persoon. Er zal geen enkele fout worden gemaakt. Alleen als mensen werk verrichten, wordt de menselijke emotie of bedoeling ermee vermengd. Het werk dat God doet is volstrekt gepast. Hij zal absoluut geen ongegronde aanklachten maken tegen welk schepsel dan ook. Er zijn momenteel veel mensen die de toekomstige menselijke bestemming niet kunnen zien en die ook de woorden die ik spreek niet geloven; al degenen die niet geloven, samen met degenen die de waarheid niet beoefenen, zijn demonen!
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, God en de mens zullen gezamenlijk de rust ingaan
Dagelijkse woorden van God Fragment 598
Tegenwoordig zijn degenen die zoeken en degenen die niet zoeken twee totaal verschillende soorten mensen, wiens bestemmingen ook helemaal anders zijn. Degenen die kennis van de waarheid nastreven en de waarheid beoefenen, zijn de mensen waar God redding voor zal brengen. Degenen die de ware weg niet kennen, zijn demonen en vijanden; zij zijn de afstammelingen van de aartsengel en zullen het voorwerp van vernietiging worden. Zelfs de vrome gelovigen van een vage God – zijn zij ook geen demonen? Mensen die een goed geweten hebben, maar de ware weg niet aannemen zijn demonen; hun wezen is er een van weerstand tegen God. Degenen die de ware weg niet aannemen, zijn degenen die zich tegen God verzetten en zelfs als zulke mensen veel ontberingen doorstaan, zullen ze nog steeds worden vernietigd. Al degenen die niet bereid zijn de wereld achter zich te laten, die geen afscheid kunnen nemen van hun ouders en die het niet kunnen opbrengen zich te ontdoen van hun eigen geneugten van het vlees, zijn ongehoorzaam aan God en alleen zullen worden vernietigd. Iedereen die niet in de vleesgeworden God gelooft, is duivels; erger nog, ze zullen worden vernietigd. Zij die geloven, maar de waarheid niet beoefenen, zij die niet geloven dat God vlees is geworden en zij die helemaal niet in het bestaan van God geloven, zullen worden vernietigd. Zij die mogen blijven, zijn zij die het lijden van loutering hebben ondergaan en standvastig zijn gebleven; dit zijn mensen die echt beproevingen hebben doorstaan. Eenieder die God niet erkent, is een vijand; dat wil zeggen dat iedereen die niet erkent dat God vleesgeworden is, een antichrist is, of ze nu binnen deze stroming zitten of niet! Wie is Satan, wie zijn demonen en wie zijn Gods vijanden, zo niet tegenstanders die niet in God geloven? Zijn zij niet degenen die ongehoorzaam zijn aan God? Zijn zij niet degenen die beweren geloof te hebben, maar die waarheid toch niet hebben? Zijn zij niet degenen die louter het verkrijgen van zegeningen nastreven, terwijl ze geen getuigenis kunnen geven van God? Je hebt tegenwoordig nog steeds omgang met die demonen en schrijft hun geweten en liefde toe, maar schrijf je in zo’n geval dan geen goede bedoelingen toe aan Satan? Speel je dan niet met demonen onder één hoedje? Als mensen vandaag de dag nog steeds geen onderscheid kunnen maken tussen goed en kwaad en blindelings liefdevol en vol mededogen blijven zonder enige bedoeling de wil van God te zoeken of zonder dat ze op de een of andere manier Gods bedoelingen als hun eigen bedoelingen kunnen koesteren, dan zal hun einde des te ellendiger zijn. Iedereen die niet in de God in het vlees gelooft, is een vijand van God. Als je geweten en liefde aan een vijand kan toeschrijven, mis je dan niet een gevoel van rechtvaardigheid? Als je verenigbaar bent met diegenen van wie ik een afkeer heb en met wie ik het niet eens ben en als je nog steeds liefde of persoonlijke gevoelens aan hen toeschrijft, ben jij dan niet ongehoorzaam? Ben je je dan niet opzettelijk aan het verzetten tegen God? Beschikt zo iemand over de waarheid? Als mensen geweten aan vijanden toeschrijven, liefde aan demonen en mededogen aan Satan, zijn ze dan niet opzettelijk Gods werk aan het ontwrichten? Degenen die enkel in Jezus geloven en niet geloven in de vleesgeworden God gedurende de laatste dagen, evenals degenen die met hun tong beweren in de vleesgeworden God te geloven maar kwaad doen, zijn allemaal antichristen, en dan heb ik het niet eens over diegenen die zelfs niet in God geloven. Al deze mensen zullen voorwerp van vernietiging worden. De norm waarmee mensen over andere mensen oordelen, is gebaseerd op hun gedrag; diegenen wier gedrag goed is, zijn rechtvaardig, terwijl diegenen wier gedrag verfoeilijk is slecht zijn. De norm waarmee God over mensen oordeelt, is erop gebaseerd of hun wezen zich aan Hem onderwerpt of niet; iemand die zich aan God onderwerpt, is een rechtvaardig persoon, terwijl iemand die dat niet doet een vijand en een slecht persoon is, ongeacht of het gedrag van deze persoon goed of slecht is en ongeacht of zijn woorden juist of onjuist zijn. Sommige mensen willen goede daden gebruiken om een goede bestemming in de toekomst te verkrijgen en sommige mensen willen fijne woorden gebruiken om een goede bestemming te verwerven. Iedereen gelooft ten onrechte dat God de uitkomst van de mensen bepaalt na het zien van hun gedrag of woorden en daarom zullen veel mensen proberen hier voordeel uit te halen om God te misleiden om hen een tijdelijke gunst te verlenen. De mensen die in de toekomst zullen overleven in een toestand van rust, zullen allemaal de dag van de verdrukking hebben doorstaan en zullen ook getuigenis voor God hebben afgelegd; het zullen alle mensen zijn die hun plicht hebben vervuld en die zich bewust hebben onderworpen aan God. Degenen die slechts gebruik willen maken van de gelegenheid om te dienen, met de intentie om te voorkomen dat ze de waarheid in praktijk moeten brengen, zullen niet mogen blijven. God heeft passende normen voor het regelen van de bestemming van elke persoon. Hij neemt deze beslissingen niet gewoon op basis van iemands woorden en gedrag, noch neemt Hij ze op basis van iemands gedrag gedurende een enkele bepaalde periode. Hij zal absoluut niet toegeeflijk zijn wat betreft iemands slechte gedrag op basis van iemands vroegere dienst aan Hem, noch zal Hij iemand van de dood sparen vanwege een eenmalige besteding aan God. Niemand kan vergelding voor zijn kwaadaardigheid ontwijken en niemand kan zijn kwaadaardige gedrag verdoezelen en daardoor de kwellingen van vernietiging ontlopen. Als mensen werkelijk hun eigen plicht vervullen, betekent dit dat ze eeuwig trouw zijn aan God en geen beloningen zoeken, ongeacht of ze zegeningen ontvangen of tegenslagen lijden. Als mensen trouw zijn aan God als ze zegeningen zien, maar hun trouw verliezen als ze geen zegeningen zien en uiteindelijk toch niet in staat zijn om van God te getuigen of nog steeds niet hun plicht vervullen die aan hen werd opgelegd, zullen deze mensen nog steeds worden vernietigd, ook al hebben ze ooit trouw dienst verleend voorheen. Kortom, onrechtvaardige mensen kunnen niet overleven tot in eeuwigheid, noch kunnen ze de rust ingaan; alleen rechtvaardige mensen zijn de meesters van de rust. Eenmaal de mensheid op het juiste spoor is, zullen mensen een normaal menselijk leven leiden. Ze zullen allemaal hun eigen plichten doen en absoluut trouw zijn aan God. Ze zullen hun ongehoorzaamheid en hun verdorven gezindheden volledig afleggen en ze zullen leven voor God en vanwege God, zonder ongehoorzaamheid of opstandigheid. Ze zullen zich allemaal volledig aan God kunnen onderwerpen. Dit is het leven van God en de mensheid en het leven van het koninkrijk en het is het leven van rust.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, God en de mens zullen gezamenlijk de rust ingaan
Dagelijkse woorden van God Fragment 599
Degenen die hun volslagen ongelovige kinderen en verwanten meesleuren naar de kerk, zijn extreem zelfzuchtig en lopen alleen maar te koop met hun vriendelijkheid. Deze mensen richten zich alleen maar op liefhebbend zijn, zonder rekening te houden met de vraag of ze al dan niet geloven of zonder rekening te houden met de vraag of het Gods wil is. Sommigen sleuren hun echtgenotes of hun ouders voor God en ongeacht of de Heilige Geest het ermee eens is of niet of Zijn werk doet, blijven ze klakkeloos ‘getalenteerde mensen’ uitkiezen voor God. Welk voordeel kan er mogelijk behaald worden door deze vriendelijkheid te betonen aan deze ongelovigen? Zelfs als deze ongelovigen, die zonder de aanwezigheid van de Heilige Geest zijn, worstelen om God te volgen, kunnen ze nog steeds niet worden gered. Degenen die redding kunnen ontvangen, zijn namelijk niet zo gemakkelijk te winnen. Mensen die het werk en de beproevingen van de Heilige Geest niet hebben ondergaan en die niet door de vleesgeworden God zijn vervolmaakt zijn absoluut niet in staat om volledig gemaakt te worden. Daarom missen deze mensen de aanwezigheid van de Heilige Geest vanaf het moment dat ze God in naam beginnen te volgen. In het licht van hun omstandigheden en huidige toestand kunnen ze eenvoudigweg niet compleet gemaakt worden. Dus de Heilige Geest besluit om niet veel energie aan hen te besteden, noch voorziet Hij enige verlichting of leidt ze op generlei wijze; Hij staat hen slechts toe om te volgen en zal uiteindelijk hun bestemming openbaren – dit is genoeg. Het enthousiasme en de bedoelingen van de mensheid komen van Satan en kunnen op geen enkele manier kunnen deze dingen het werk van de Heilige Geest voltooien. Hoe mensen ook zijn, ze moeten het werk van de Heilige Geest ontvangen. Kunnen mensen elkaar compleet maken? Waarom houdt een man van zijn vrouw? En waarom houdt een vrouw van haar man? Waarom zijn kinderen plichtsgetrouw jegens hun ouders? En waarom zijn ouders verzot op hun kinderen? Welke bedoelingen koesteren mensen echt? Is het niet om hun eigen plannen en egoïstische verlangens te bevredigen? Is het echt ten behoeve van Gods managementplan? Handelen ze echt ten behoeve van Gods werk? Is het hun bedoeling om de plichten van een schepsel te vervullen? Degenen die vanaf het eerste moment waarop ze in God zijn gaan geloven de aanwezigheid van de Heilige Geest niet konden verkrijgen, kunnen nooit het werk van de Heilige Geest verwerven; deze mensen zullen beslist ten prooi vallen aan vernietiging. Het maakt niet uit hoeveel liefde iemand voor hen koestert, dit kan het werk van de Heilige Geest niet vervangen. Het enthousiasme en de liefde van de mensen vertegenwoordigen de menselijke bedoelingen, maar geven niet Gods bedoelingen weer, noch kunnen ze Gods werk vervangen. Zelfs als iemand de grootst mogelijke hoeveelheid liefde of mededogen uit naar de mensen die in naam in God geloven en doen alsof ze Hem volgen, maar niet weten wat het is om in God te geloven, zullen zij nog steeds niet Gods medelijden of het werk van de Heilige Geest ontvangen. Zelfs als mensen die God oprecht volgen van gebrekkig kaliber zijn en heel wat waarheden niet kunnen begrijpen, kunnen ze nog steeds af en toe het werk van de Heilige Geest verkrijgen; maar zij die van redelijk goed kaliber zijn maar toch niet oprecht geloven, kunnen gewoonweg de aanwezigheid van de Heilige Geest niet verkrijgen. Er is absoluut geen mogelijkheid tot redding van zulke mensen. Zelfs als ze Gods woorden lezen of bij gelegenheid luisteren naar preken, of zelfs Gods lof zingen, zullen ze uiteindelijk niet kunnen overleven tot aan de tijd van rust. Of mensen oprecht zoeken, wordt niet bepaald door hoe anderen hen beoordelen of hoe de mensen om hen heen naar ze kijken, maar door de vraag of de Heilige Geest in hen aan het werk is en of de Heilige Geest in hen aanwezig is. Veel meer wordt het bepaald door het feit of hun gezindheid verandert en of ze kennis van God hebben gekregen na het ondergaan van het werk van de Heilige Geest gedurende een bepaalde periode; als de Heilige Geest in een persoon aan het werk is, zal de gezindheid van deze persoon geleidelijk aan veranderen en zijn of haar standpunt ten aanzien van het geloven in God zal geleidelijk aan zuiverder worden. Het maakt niet uit hoe lang mensen God volgen, zolang ze zijn veranderd, betekent dit dat de Heilige Geest in hen aan het werk is. Als ze niet veranderd zijn, betekent dit dat de Heilige Geest niet in hen aan het werk is. Zelfs als deze mensen wel degelijk wat aan dienstverlening doen, worden ze daartoe gedreven door hun verlangen om zegeningen te verkrijgen. Het ervaren van een verandering in hun gezindheid kan niet worden vervangen door alleen maar incidentele dienstverlening. Uiteindelijk zullen ze nog steeds vernietigd worden, want in het koninkrijk is er geen behoefte aan dienstverleners, noch zal er behoefte zijn aan iemand wiens gezindheid niet is veranderd om de mensen die vervolmaakt en trouw aan God zijn van dienst te zijn. De woorden uit het verleden: “Wanneer iemand in de Heer gelooft, lacht het geluk de hele familie toe,” zijn passend voor het Tijdperk van Genade, maar staan los van de bestemming van de mensheid. Ze waren alleen passend voor een fase gedurende het Tijdperk van Genade. De beoogde bijklank van deze woorden was gericht op de vrede en materiële zegeningen waar mensen van genieten; ze betekenden niet dat de hele familie van iemand die in de Heer geloofde, gered zou worden, noch betekenden ze dat, als iemand zegeningen verkreeg, tevens de hele familie naar rust werd gebracht. Of iemand zegeningen ontvangt of tegenspoed ondergaat, wordt bepaald door iemands eigen wezen en wordt niet bepaald door het algemene wezen dat men met anderen gemeen kan hebben. Dat soort zegswijze of wetmatigheid heeft gewoon geen plaats in het koninkrijk. Als een persoon uiteindelijk in staat is om te overleven, komt dat omdat ze aan Gods voorwaarden hebben voldaan en als iemand uiteindelijk niet in staat is om tot de tijd van rust te blijven, is dat omdat ze ongehoorzaam zijn geweest aan God en niet voldoen aan Gods voorwaarden. Iedereen heeft een passende bestemming. Deze bestemmingen worden bepaald op basis van het wezen van ieder individu en hebben absoluut niets te maken met andere mensen. Het slechte gedrag van een kind kan niet worden overgedragen aan de ouders ervan en evenmin kan de rechtvaardigheid van een kind worden gedeeld met de ouders ervan. Het slechte gedrag van een ouder kan niet worden overgedragen aan hun kinderen, en evenmin kan de rechtvaardigheid van een ouder worden gedeeld met hun kinderen. Iedereen draagt zijn eigen zonden en iedereen geniet van zijn eigen zegeningen. Niemand kan een vervanging zijn voor een ander mens. Dit is rechtvaardigheid. Vanuit het perspectief van de mens is het zo dat, als ouders zegeningen krijgen, hun kinderen dat dan ook moeten kunnen en als kinderen kwaad doen, hun ouders moeten boeten voor die zonden. Dit is een menselijk perspectief en de menselijke manier van dingen doen. Het is niet Gods perspectief. De bestemming van de mens wordt bepaald op basis van het wezen dat voortkomt uit hun gedrag en zij wordt altijd op de juiste manier bepaald. Niemand kan de zonden van iemand anders dragen; sterker nog, niemand kan straf ontvangen in de plaats van iemand anders. Dit is onweerlegbaar. De liefdevolle zorg van een ouder voor zijn of haar kinderen geeft niet aan dat ze rechtvaardige daden in de plaats van hun kinderen kunnen verrichten en de plichtsgetrouwe affectie van een kind voor zijn of haar ouders betekent ook niet dat ze rechtvaardige daden in de plaats van hun ouders kunnen verrichten. Dit is de wat echt wordt met de woorden: “Dan zullen er twee op het land aan het werk zijn, van wie de een zal worden meegenomen en de ander achtergelaten. Van twee vrouwen die samen aan de molen draaien, zal de ene worden meegenomen en de andere achtergelaten.” Mensen kunnen hun kinderen die kwaad verrichten niet meenemen in rust op basis van hun diepe liefde, noch kunnen ze hun vrouw (of echtgenoot) meenemen in rust op basis van zijn eigen rechtvaardige gedrag. Dit is een bestuurlijke regel; er kunnen voor niemand uitzonderingen worden gemaakt. Uiteindelijk zijn rechtvaardige mensen rechtvaardige mensen en zijn boosdoeners boosdoeners. De rechtvaardige mensen zullen uiteindelijk kunnen overleven terwijl de boosdoeners worden vernietigd. De heiligen zijn heilig; ze zijn niet vuil. Zij die vuil zijn, zijn vuil en geen enkel deel van hen is heilig. De mensen die worden vernietigd zijn alle slechte mensen en alle rechtvaardige mensen zullen overleven, zelfs als de kinderen van een de slechte mensen rechtvaardige daden verrichten en zelfs als de ouders van de rechtvaardigen slechte daden plegen. Er is geen verband tussen een gelovige echtgenoot en een ongelovige echtgenote en er is geen verband tussen gelovige kinderen en ongelovige ouders. Dit zijn twee soorten mensen die volledig onverenigbaar zijn. Voorafgaand aan het ingaan van de rust, heeft men bloedverwanten, maar als men eenmaal de rust is ingegaan, heeft men niet langer noemenswaardige bloedverwanten. Zij die hun plicht vervullen zijn vijanden van diegenen die dat niet doen; zij die God liefhebben en zij die Hem haten, staan tegenover elkaar. Degenen die de rust zullen ingaan en degenen die vernietigd zijn, zijn twee onverenigbare soorten schepsels. Schepsels die hun plichten vervullen zullen in staat zijn om te overleven, terwijl schepsels die hun plicht niet vervullen zullen worden vernietigd; bovendien zal dit tot in de eeuwigheid duren. Heb je je echtgenoot lief om zodoende je plicht als geschapen wezen te vervullen? Heb je je echtgenote lief om zodoende je plicht als geschapen wezen te vervullen? Ben je plichtsgetrouw naar je ongelovige ouders om zodoende je plicht als geschapen wezen te vervullen? Is de menselijke kijk op geloven in God goed of niet? Waarom geloof je in God? Wat wil je bereiken? Hoe heb je God lief? Degenen die hun plichten als geschapen wezens niet kunnen vervullen en zich daarvoor niet volledig inzetten, zullen het voorwerp worden van vernietiging. Er zijn fysieke relaties tussen de mensen vandaag, alsook bloedbanden, maar in de toekomst zal dit allemaal worden verbroken. Gelovigen en ongelovigen zijn inherent niet verenigbaar, ze staan eerder tegenover elkaar. Degenen in rust geloven dat er een God is en onderwerpen zich aan God. Terwijl diegenen die ongehoorzaam zijn jegens God allemaal vernietigd zullen worden. Gezinnen zullen niet langer bestaan op aarde; hoe kunnen er ouders of kinderen of huwelijksrelaties zijn? De sterke onverenigbaarheid tussen geloof en ongeloof zal deze fysieke relaties hebben verbroken!
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, God en de mens zullen gezamenlijk de rust ingaan
Dagelijkse woorden van God Fragment 600
Er waren oorspronkelijk geen families onder de mensheid, er bestond alleen een man en een vrouw, twee verschillende soorten mensen. Er waren geen landen, om maar te zwijgen van gezinnen, maar door de verdorvenheid van de mensheid, verenigden allerlei soorten mensen zich in afzonderlijke groeperingen, die zich later ontwikkelden tot landen en etniciteiten. Deze landen en etniciteiten waren samengesteld uit kleine afzonderlijke gezinnen en zo werden alle verschillende soorten mensen onderverdeeld in verschillende rassen op basis van de verschillen in taal en grenzen. Feitelijk heeft de mensheid slechts één voorouder, ongeacht hoeveel rassen er in de wereld zijn. In het begin waren er maar twee soorten mensen en deze twee soorten waren mannen en vrouwen. Echter met het vorderen van Gods werk, de voortgang van de geschiedenis en geografische veranderingen, groeiden deze twee soorten mensen op allerlei niveaus uit tot nog meer soorten mensen. Aan de basis, ongeacht uit hoeveel rassen de mensheid zou bestaan, is de gehele mensheid nog steeds Gods schepping. Het maakt niet uit tot welke rassen de mensen behoren, ze zijn allemaal Zijn schepselen; ze zijn allemaal afstammelingen van Adam en Eva. Ook al werden ze niet gemaakt door de handen van God, ze zijn afstammelingen van Adam en Eva, die God persoonlijk heeft geschapen. Het maakt niet uit tot welke soort wezen mensen behoren, ze zijn allemaal Zijn schepselen; omdat ze toebehoren aan de mensheid, die door God geschapen is, is hun bestemming precies passend voor de mensheid en zijn ze verdeeld volgens de richtlijnen die de mensen ordenen. Dat wil zeggen, alle boosdoeners en rechtvaardige mensen zijn tenslotte schepselen. Schepselen die kwaad plegen, zullen uiteindelijk worden vernietigd en schepselen die goede daden verrichten, zullen overleven. Dit is de meest passende ordening voor deze twee soorten schepselen. Boosdoeners kunnen niet op grond van hun ongehoorzaamheid ontkennen dat hoewel zij een schepping zijn van God, dat zij door Satan zijn gepakt en daarom niet gered kunnen worden. Schepselen die zich rechtvaardig gedragen kunnen niet vertrouwen op het feit dat ze zullen overleven om te ontkennen dat ze door God zijn geschapen en toch redding hebben ontvangen nadat ze door Satan zijn verdorven. Boosdoeners zijn schepselen die ongehoorzaam zijn tegen God; het zijn schepselen die niet kunnen worden gered en al volledig zijn gevangen door Satan. Mensen die kwaad doen zijn ook mensen; het zijn mensen die extreem verdorven zijn en die niet gered kunnen worden. Omdat het evenzeer schepselen zijn, zijn mensen met rechtvaardig gedrag ook verdorven, maar het zijn mensen die bereid zijn zich los te maken van hun verdorven gezindheid en in staat zijn zich te onderwerpen aan God. Mensen met rechtvaardig gedrag zijn niet vol van rechtvaardigheid; nee, zij hebben redding ontvangen en ze hebben zich bevrijd van hun verdorven gezindheden. Ze zullen uiteindelijk standvastig zijn, hoewel dit wil niet zeggen dat ze nooit verdorven zijn door Satan. Nadat Gods werk eindigt, zullen er onder al Zijn schepselen degenen zijn die zullen worden vernietigd en zij die zullen overleven. Dit is een onvermijdelijke tendens in Zijn managementwerk. Niemand kan dit ontkennen. Boosdoeners mogen niet overleven; degenen die zich aan Hem onderwerpen en God tot het einde volgen, zullen zeker overleven. Aangezien dit het werk van het management van de mensheid is, zullen er mensen zijn die overblijven en mensen zijn die verstoten worden. Dit zijn verschillende uitkomsten voor verschillende soorten mensen en dit zijn de meest passende regelingen voor Gods schepselen. Gods uiteindelijke ordening voor de mensheid is een scheiding door gezinnen op te breken, etniciteiten te vernietigen en nationale grenzen op te breken in een regeling zonder families of nationale grenzen, want de mens is per slot van rekening afkomstig uit één voorouder en Gods schepping. Kort gezegd, alle kwaadwillende schepselen zullen worden vernietigd en schepselen die God gehoorzamen zullen overleven. Daardoor zullen er in de tijd van rust die gaat komen toekomst geen families, geen landen en al helemaal geen etniciteiten zijn; deze soort menselijkheid zal de heiligste soort mensheid zijn. Adam en Eva waren oorspronkelijk geschapen zodat de mensheid voor alles op aarde kon zorgen; mensen waren oorspronkelijk de meesters van alle dingen. Jehova’s bedoeling om mensen te scheppen, was om ze op de aarde te laten bestaan en ook voor alle dingen erop te zorgen, want de mensheid was oorspronkelijk niet verdorven en was ook niet in staat om kwaad te doen. Echter, nadat de mensen verdorven waren, waren ze niet langer de beheerder van alle dingen. Het doel van Gods redding is om deze functie van de mensheid te herstellen, om de oorspronkelijke rede van de mens en zijn oorspronkelijke gehoorzaamheid te herstellen. De mensheid in rust zal precies de beeltenis zijn van het resultaat dat God met Zijn werk van redding hoopt te bereiken. Hoewel het niet langer een leven zoals dat in de hof van Eden zal zijn, zal de essentie hetzelfde zijn. De mensheid zal niet langer enkel het vroegere, onverdorven zelf zijn, maar eerder een mensheid die verdorven was en later redding ontving. Deze mensen die redding ontvangen hebben, zullen uiteindelijk (dat wil zeggen, nadat Gods werk klaar is) de rust ingaan. Op dezelfde manier zullen de uitkomsten van degenen die gestraft moeten worden, ook op het eind volledig geopenbaard worden en ze zullen pas vernietigd worden nadat Gods werk is geëindigd. Met andere woorden nadat Zijn werk is voltooid zullen de boosdoeners en degenen die gered zijn, allemaal blootgesteld worden, want het werk van het bekendmaken van alle soorten mensen (ongeacht of zij boosdoeners zijn of de mensen die gered worden) zal tegelijkertijd op iedereen worden uitgevoerd. Boosdoeners zullen worden verstoten en degenen die kunnen blijven zullen gelijktijdig worden geopenbaard. De uitkomsten van alle soorten mensen zullen dus op hetzelfde moment worden geopenbaard. Hij zal niet een groep van mensen die gered zijn, toestaan om de rust in te gaan en dan de boosdoeners opzij zetten om ze beetje bij beetje te oordelen of te straffen, dit zou niet overeenstemmen met de feiten. Wanneer de boosdoeners zijn vernietigd en degenen die kunnen overleven de rust ingaan, zal Gods werk in het hele universum voltooid zijn. Er zal geen volgorde van prioriteit zijn onder hen die zegeningen ontvangen en zij die tegenspoed lijden; zij die zegeningen ontvangen, zullen voor altijd leven en zij die tegenspoed lijden zullen voor eeuwig vergaan. Deze twee stappen van het werk zullen gelijktijdig worden voltooid. Het komt juist door het bestaan van ongehoorzame mensen, dat de rechtvaardigheid van diegenen die zich onderwerpen wordt geopenbaard en juist omdat er mensen zijn die zegeningen hebben ontvangen, zal de rampspoed die deze boosdoeners lijden vanwege hun slechte gedrag geopenbaard worden. Als God boosdoeners niet aan het licht bracht, zouden de mensen die zich oprecht aan God onderwerpen de zon nooit zien; als God degenen die Hem gehoorzamen niet naar een passende bestemming bracht, zouden degenen die ongehoorzaam zijn aan God hun verdiende loon niet kunnen ontvangen. Dit is de procedure van Gods werk. Als Hij dit werk van straffen van het kwade en belonen van het goede niet zou uitvoeren, dan zouden Zijn schepselen nooit in staat zijn om hun respectievelijke bestemmingen binnen te gaan. Als de mensheid eenmaal de rust is ingegaan, zullen de boosdoeners vernietigd zijn en de hele mensheid zal op de juiste weg zijn en elk type mens zal samen met zijn eigen soort zijn, in overeenstemming met de rollen die ze moeten vervullen. Alleen dit zal de rustdag van de mensheid en het zal de onvermijdelijke tendens voor de ontwikkeling van de mens zijn en alleen wanneer de mensheid de rust ingaat, zal Gods grootse en ultieme prestatie haar voltooiing bereiken; dit zal de laatste deel van Zijn werk zijn. Dit werk zal een eind maken aan elk ontaarde leven van de mensheid en ook het leven van de verdorven mensheid. Mensen zullen vanaf nu een nieuw koninkrijk binnengaan. Hoewel alle mensen in het vlees zullen leven, zullen er significante verschillen zijn tussen de essentie van zijn leven en het leven van de verdorven mensheid. Het belang van zijn bestaan en dat van de verdorven mensheid verschillen ook. Hoewel dit niet het leven zal zijn van een nieuw type mens, kan worden gezegd dat het het leven is van een mensheid die redding heeft ontvangen en net als met een leven waarin menselijkheid en verstand herwonnen zijn. Het gaat hier om mensen die ooit ongehoorzaam waren aan God en die ooit door God werden overwonnen en vervolgens door Hem werden gered, en mensen die God eerst onteerden en later van Hem getuigden. Na het ondergaan en doorstaan van Zijn proef, als hun bestaan het meest betekenisvolle bestaan zijn dat er is; zij zijn mensen die van God getuigden tegenover Satan en het zijn mensen die geschikt zijn om te leven. Degenen die vernietigd worden, zijn mensen die niet kunnen getuigen van God en niet geschikt zijn om verder te leven. Hun vernietiging zal het resultaat zijn van hun slechte gedrag en dergelijke vernietiging is hun beste bestemming voor hen. In de toekomst, wanneer de mens het mooie koninkrijk binnengaat, zullen er geen relaties meer bestaan tussen man en vrouw, tussen vader en dochter of tussen moeder en zoon, zoals mensen die gewoon zijn. Vanaf dat moment zal elke mens zijn eigen soort volgen en zullen gezinnen al uit elkaar gehaald zijn. Volledig gefaald, zal Satan de mensheid nooit meer storen en de mensen zullen niet langer verdorven satanische gezindheden hebben. Die ongehoorzame mensen zullen al vernietigd zijn en alleen de mensen die zich onderwerpen zullen overleven. En daarom zullen maar heel weinig gezinnen in hun geheel overleven; hoe kunnen natuurlijke relaties nog blijven bestaan? Het vorige leven van het vlees van de mensheid zal volledig verbannen zijn; hoe kunnen natuurlijke relaties tussen mensen dan bestaan? Zonder verdorven satanische gezindheden zal het menselijke leven niet langer het oude leven van het verleden zijn, maar veeleer een nieuw leven. Ouders zullen kinderen verliezen en kinderen zullen ouders verliezen. Echtgenoten zullen echtgenotes verliezen en echtgenotes zullen echtgenoten verliezen. Fysieke relaties bestaan nu tussen mensen, maar ze zullen niet langer bestaan als iedereen de rust is ingegaan. Alleen dit soort mensheid zal rechtvaardigheid en heiligheid bezitten, alleen dit soort mensheid zal een mensheid zijn die God kan aanbidden.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, God en de mens zullen gezamenlijk de rust ingaan
Dagelijkse woorden van God Fragment 601
God schiep de mensheid, plaatste haar op aarde en Hij heeft haar sindsdien geleid. Daarna redde Hij ze en diende als zondoffer voor de mensheid. Aan het eind moet Hij alsnog de mensheid overwinnen, de mensen volledig redden en ze in hun oorspronkelijke gelijkenis herstellen. Dit is het werk waarmee Hij sinds het begin bezig is geweest – de mens terugbrengen naar zijn oorspronkelijke beeltenis en naar zijn oorspronkelijke gelijkenis. God zal Zijn koninkrijk vestigen en de oorspronkelijke gelijkenis van menselijke wezens herstellen, hetgeen betekent dat God Zijn gezag op aarde en onder de hele schepping zal herstellen. De mensheid verloor haar godvrezende hart en de functie die Gods schepselen zouden moeten hebben na verdorven te zijn door Satan en daardoor werd zij een ongehoorzame vijand van God. De mensheid leefde onder Satans domein en volgde Satans bevelen; dus God kreeg geen kans om werk te verrichten onder Zijn schepselen en al zeker niet om vrees van Zijn schepselen te verkrijgen. De mensen zijn door God geschapen en zouden God moeten aanbidden, maar ze keerden Hem juist de rug toe en aanbaden Satan. Satan werd de afgod in hun harten. Zo verloor God Zijn positie in hun harten, wat wil zeggen dat Hij de betekenis achter Zijn schepping van de mensheid heeft verloren. Om dus de betekenis achter Zijn schepping van de mensheid te herstellen, moet Hij hun oorspronkelijke gelijkenis herstellen en de mensheid van hun verdorven gezindheden verlossen. Om de mensen van Satan terug te winnen, moet Hij hen van de zonde redden. Alleen op deze manier kan God hun oorspronkelijke gelijkenis en functie geleidelijk aan herstellen, en uiteindelijk Zijn koninkrijk herstellen. De uiteindelijke vernietiging van die kinderen van ongehoorzaamheid zal ook worden uitgevoerd om mensen in staat te stellen God beter te aanbidden en beter op aarde te leven. Aangezien God de mensen schiep, zal Hij ervoor zorgen dat de mens Hem aanbidt; aangezien Hij de oorspronkelijke functie van de mens wil herstellen, zal Hij haar volledig herstellen, zonder enige vervalsing. Zijn gezag herstellen, betekent dat Hij ervoor zorgt dat de mens Hem aanbidt en Hem gehoorzaamt; het betekent dat Hij mensen doet leven vanwege Hem en dat Hij Zijn vijanden doet vergaan als een resultaat van Zijn gezag; het betekent dat God alles over Hem zal laten voortduren onder mensen, zonder enig verzet iemandmens. Het koninkrijk dat God wenst te vestigen is Zijn eigen koninkrijk. De mensheid die Hij wenst is er een die Hem aanbidt, een die Hem volledig zal gehoorzamen en Zijn glorie omvat. Als God de verdorven mensheid niet redt, dan zal de betekenis achter Zijn schepping van de mensheid verloren gaan; Hij zal geen gezag meer onder de mensen hebben en Zijn koninkrijk zal niet langer op aarde kunnen bestaan. Als God de vijanden die Hem ongehoorzaam zijn niet vernietigt, zal Hij niet in staat zijn om Zijn volledige glorie te verkrijgen, noch zal Hij Zijn koninkrijk op aarde kunnen vestigen. Dit zullen de tekenen van de voltooiing van Zijn werk en van Zijn grote prestatie zijn: degenen onder de mensheid die ongehoorzaam aan Hem zijn volledig vernietigen en degenen die compleet gemaakt zijn de rust in te laten gaan. Wanneer de mensen naar hun oorspronkelijke gelijkenis zijn hersteld, wanneer ze hun respectievelijke plichten kunnen vervullen, hun eigen plaats kunnen behouden en zich aan alle regelingen van God kunnen onderwerpen, zal God een groep mensen op aarde hebben verkregen die Hem aanbidt en zal Hij ook een koninkrijk op aarde hebben opgericht dat Hem aanbidt. Hij zal de eeuwige overwinning op aarde hebben en allen die tegen Hem zijn zullen voor eeuwig te gronde gaan. Dit zal Zijn oorspronkelijke bedoeling om de mensheid te scheppen herstellen; het zal Zijn oorspronkelijke bedoeling om alle dingen te scheppen herstellen, het zal ook Zijn gezag herstellen op de aarde, over alle dingen en over Zijn vijanden. Het zullen de tekenen van Zijn totale overwinning zijn. Voortaan zal de mensheid de rust ingaan en een leven beginnen dat de juiste weg is. God zal ook de eeuwige rust met de mensheid ingaan en een eeuwig leven aanvangen dat wordt gedeeld door zowel Hemzelf als mensen. De vuiligheid en ongehoorzaamheid op aarde zullen zijn verdwenen, en al het gehuil op aarde zal zijn opgelost en alles op deze wereld dat tegen God is, zal niet meer bestaan. Alleen God en die mensen die Hij redding heeft gebracht zullen overblijven; alleen Zijn schepping zal overblijven.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, God en de mens zullen gezamenlijk de rust ingaan
Dagelijkse woorden van God Fragment 602
De mens zal helemaal compleet worden gemaakt in het Tijdperk van het Koninkrijk. De mens wordt na het overwinningswerk onderworpen aan loutering en verdrukking. Mensen die tijdens deze verdrukking kunnen overwinnen en getuigen, zullen uiteindelijk compleet worden gemaakt; zij zijn de overwinnaars. De mens moet deze loutering tijdens deze verdrukking aanvaarden en deze loutering is de laatste instantie van Gods werk. Het is de laatste keer dat de mens gelouterd zal worden vóór de voleinding van al het werk van Gods management, en allen die God volgen, moeten deze laatste test aanvaarden, en zij moeten deze laatste loutering aanvaarden. Mensen die onder verdrukking gebukt gaan, zijn zonder het werk van de Heilige Geest en de leiding van God, maar mensen die werkelijk overwonnen zijn en die God werkelijk zoeken, zullen uiteindelijk standhouden; zij bezitten menselijkheid en hebben God waarlijk lief. Wat God ook doet, deze overwinnaars zullen de visies niet kwijtraken en zullen de waarheid in praktijk blijven brengen en hun getuigenis behouden. Zij zullen uiteindelijk tevoorschijn komen uit de grote verdrukking. Ook al kunnen mensen die vissen in woelige wateren vandaag nog klaplopen, niemand kan aan de laatste verdrukking ontkomen en niemand kan de laatste test ontlopen. Voor mensen die overwinnen, is een dergelijke verdrukking een geweldige loutering; maar voor mensen die vissen in woelige wateren, is dit het werk van complete verstoting. Hoezeer ze ook beproefd worden, de trouw van de mensen die God in hun hart hebben, blijft onveranderd; maar mensen die God niet in hun hart hebben, veranderen hun kijk op God en zeggen God zelfs vaarwel zodra het werk van God hun geen voordelen voor het vlees oplevert. Zulke mensen zullen aan het einde niet standhouden, ze zoeken alleen Gods zegeningen en hebben geen verlangen om zich voor God uit te putten en zich aan Hem toe te wijden. Dergelijke barbaarse mensen zullen allemaal verbannen worden wanneer Gods werk ten einde loopt en zij verdienen geen enkel medeleven. Mensen zonder menselijkheid zijn niet in staat om God werkelijk lief te hebben. Wanneer de omgeving veilig en zeker is, of wanneer er winst gemaakt kan worden, zijn ze volkomen gehoorzaam jegens God, maar als hun wensen in het gedrang komen of uiteindelijk afgewezen worden, komen ze meteen in opstand. Ze kunnen zelfs in slechts één nacht van een glimlachende, ‘zachtaardige’ persoon veranderen in een lelijke en woeste moordenaar die hun weldoener van gisteren plotseling als hun doodsvijand behandelt, zonder enige reden. Als deze demonen niet worden uitgeworpen, zullen deze demonen die, zonder met hun ogen te knipperen, zouden moorden, dan niet een verborgen gevaar worden? Het werk om de mens te redden, wordt niet volbracht nadat het overwinningswerk is voltooid. Hoewel het overwinningswerk is afgelopen, is het werk om de mens te zuiveren dat niet; dat werk is pas helemaal klaar zodra de mens helemaal gereinigd is, zodra de mensen die zich waarlijk aan God onderwerpen compleet zijn gemaakt en zodra die huichelaars die God niet in hun hart hebben, gezuiverd zijn. De mensen die God niet behagen in de laatste fase van Zijn werk zullen volkomen verstoten worden en zij die verstoten worden, zijn van de duivel. Aangezien ze God niet kunnen behagen, zijn ze opstandig jegens God en ook al volgen deze mensen God vandaag, bewijst dit niet dat ze tot de mensen behoren die uiteindelijk over zullen blijven. In de woorden ‘zij die God tot het einde toe volgen, zullen het heil ontvangen’, is de betekenis van ‘volgen’ standhouden te midden van verdrukking. Velen geloven vandaag dat God volgen gemakkelijk is, maar wanneer Gods werk ten einde loopt, zul je de ware betekenis van ‘volgen’ leren kennen. Je bent nu misschien nog wel in staat om God te volgen nadat je overwonnen bent, maar dat bewijst niet dat je tot de mensen behoort die vervolmaakt zullen worden. Mensen die de beproevingen niet kunnen verdragen, die te midden van beproeving niet kunnen overwinnen, zullen uiteindelijk niet stand kunnen houden en God dus niet tot het einde toe kunnen volgen. De mensen die God waarlijk volgen, zijn in staat om de test van hun werk te doorstaan, terwijl mensen die God niet waarlijk volgen, niet in staat zijn welke van Gods beproevingen dan ook te doorstaan. Vroeg of laat zullen ze verbannen worden, terwijl de overwinnaars in het koninkrijk zullen blijven. Of de mens God waarlijk zoekt of niet, wordt bepaald door de test van zijn werk, dat wil zeggen door Gods beproevingen, en heeft niets van doen met het besluit van de mens zelf. God wijst niemand in een opwelling af; alles wat Hij doet, kan de mens volledig overtuigen. Hij doet niets dat voor de mens onzichtbaar is, noch enig werk dat de mens niet kan overtuigen. Of het geloof van de mens oprecht is of niet, wordt bewezen door de feiten en kan niet door de mens beslist worden. Dat ‘tarwe geen onkruid kan worden en onkruid geen tarwe kan worden’, staat vast. Allen die God werkelijk liefhebben, zullen uiteindelijk in het koninkrijk blijven en God zal niemand verkeerd behandelen die Hem waarlijk liefheeft. De overwinnaars in het koninkrijk zullen op basis van hun verschillende functies en getuigenissen dienen als priester of als volgeling en allen die te midden van verdrukking zegevieren, zullen samen het lichaam van priesters worden in het koninkrijk. Het lichaam van priesters zal worden gevormd wanneer het werk van het evangelie in het hele universum voleindigd is. Wanneer die tijd komt, zal wat de mens behoort te doen de vervulling van zijn plicht in het koninkrijk van God zijn en samenleven met God in het koninkrijk. In het lichaam van priesters zullen er hogepriesters en priesters zijn en de overigen zullen de zonen en het volk van God zijn. Dit wordt allemaal bepaald door hun getuigenis van God tijdens hun verdrukking; het gaat niet om titels die willekeurig worden verleend. Zodra de status van de mens is vastgesteld, zal het werk van God ophouden, want ieder wordt naar zijn soort ingedeeld en keert terug naar zijn oorspronkelijke positie. Dit markeert de voleinding van Gods werk, het is het eindresultaat van het werk van God en de praktijk van de mens, en het is de kristallisatie van de visies van Gods werk en de medewerking van de mens. De mens zal uiteindelijk rust vinden in het koninkrijk van God en ook God zal terugkeren naar Zijn woonplaats om te rusten. Dit zal het eindresultaat zijn van 6.000 jaar samenwerking tussen God en de mens.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods werk en de praktijk van de mens
Dagelijkse woorden van God Fragment 603
Degenen onder de broeders en zusters die altijd lucht geven aan hun negativiteit zijn hielenlikkers van Satan en hinderen de kerk. Ooit moeten zulke mensen worden verdreven en verstoten. Als mensen in hun geloof in God geen hart van verering voor God hebben, geen hart van gehoorzaamheid jegens God hebben, dan zullen ze niet alleen helemaal geen werk voor Hem kunnen doen, maar zullen ze daarentegen degenen worden die Zijn werk hinderen en die zich tegen Hem verzetten. In God geloven zonder Hem te gehoorzamen of te vereren, en in plaats daarvan weerstand tegen Hem bieden, is voor een gelovige de grootste schande. Als gelovigen in hun spreken en gedrag net zo nonchalant en ongeremd zijn als ongelovigen, dan zijn ze zelfs nog slechter dan ongelovigen; ze zijn archetypische demonen. Zij die binnen de kerk hun giftige, kwaadaardige praat spuien, die geruchten verspreiden, onenigheid zaaien en kliekjes vormen onder de broeders en zusters – zij hadden uit de kerk moeten worden gezet. Maar omdat het nu een ander tijdperk van Gods werk is, zijn deze mensen ingeperkt, want zij dienen beslist te worden verstoten. Iedereen die door Satan is verdorven, heeft een verdorven gezindheid. Sommigen hebben niets anders dan een verdorven gezindheid, terwijl anderen anders zijn: ze hebben niet alleen een verdorven satanische gezindheid, maar hun natuur is ook uiterst kwaadaardig. Niet alleen onthullen hun woorden en daden hun verdorven, satanische gezindheid; deze mensen zijn bovendien de authentieke duivel Satan. Hun gedrag onderbreekt en hindert Gods werk, het verstoort het intreden van de broeders en zusters in het leven en het schaadt het normale leven van de kerk. Vroeg of laat moeten deze wolven in schaapskleren verwijderd worden; er moet een onverbiddelijke houding, een houding van afwijzing worden aangenomen tegenover deze hielenlikkers van Satan. Alleen zo staat men aan de kant van God, en wie daar niet in slaagt, wentelt zich met Satan in het slijk. Mensen die oprecht in God geloven, hebben Hem altijd in hun hart en dragen in zich altijd een godvererend hart, een godminnend hart. Zij die in God geloven, moeten dingen voorzichtig en behoedzaam doen, en alles wat ze doen moet overeenstemmen met Gods vereisten en moet Zijn hart tevreden kunnen stellen. Ze moeten niet eigengereid zijn en doen wat ze maar willen; dat past niet bij heilig fatsoen. Mensen moeten niet door het lint gaan en met de vlag van God in de rondte zwaaien terwijl ze overal dik doen en de boel oplichten; dit is de meest opstandige vorm van gedrag. Gezinnen hebben hun regels en naties hebben hun wetten – en is dat zelfs niet nog sterker het geval in het huis van God? Heeft dat niet nóg strengere standaards? Heeft dat niet nóg meer bestuurlijke decreten? Het staat mensen vrij om te doen wat ze willen, maar de bestuurlijke decreten van God kunnen niet naar wens veranderd worden. God is een God die geen belediging door mensen tolereert; Hij is een God die mensen ter dood brengt. Weten mensen dit echt nog niet?
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Een waarschuwing aan hen die de waarheid niet beoefenen
Dagelijkse woorden van God Fragment 604
Elke kerk heeft mensen die problemen voor de kerk veroorzaken of zich bemoeien met het werk van God. Zij zijn allemaal Satans die in vermomming het huis van God zijn binnengedrongen. Zulke mensen zijn goede acteurs: ze verschijnen voor mij met grote eerbied, gaan door het stof, leven als schurftige honden en stellen ‘alles’ wat ze hebben ten dienste van hun eigen doelen – maar tegenover de broeders en zusters laten ze hun lelijke kant zien. Als ze mensen zien die de waarheid in praktijk brengen, halen ze naar hen uit en duwen ze hen opzij; als ze mensen zien die indrukwekkender zijn dan zijzelf, vleien ze die en likken hun hielen. In de kerk zijn ze losgeslagen. Je kunt zeggen dat dergelijke ‘plaatselijke pestkoppen’, dergelijke ‘schoothondjes’, in de meeste kerken voorkomen. Ze treden op duivelse manier samen op, ze knipogen naar elkaar en geven elkaar geheime tekens, en geen van hen beoefent de waarheid. Wie van hen ook maar het meeste gif heeft, is de ‘hoofddemon’, en wie van hen ook maar het meeste prestige heeft, voert hen aan en steekt hun vaandel hoog in de lucht. Deze mensen gaan tekeer in de kerk, verspreiden hun negativiteit, geven lucht aan de dood, doen waar ze zin in hebben, zeggen wat ze maar willen, en niemand durft hen te stoppen. Ze zitten bomvol met Satans gezindheid. Zodra ze een verstoring veroorzaken, komt de lucht van dood de kerk binnen. Degenen binnen de kerk die de waarheid beoefenen, worden afgewezen en kunnen zich niet meer volledig inzetten, terwijl degenen die de kerk hinderen en dood zaaien daarbinnen tekeergaan – en bovendien volgen de meeste mensen hen. Zulke kerken worden geregeerd door Satan, zo simpel is het; de duivel is hun koning. Als de gemeenteleden niet in verzet komen en de hoofddemonen verwerpen, dan zullen ook zij vroeg of laat ten onder gaan. Van nu af aan moeten er maatregelen genomen worden tegen zulke kerken. Als degenen die in staat zijn een klein beetje van de waarheid te beoefenen daar niet naar streven, dan zal die kerk verwijderd worden. Als er binnen een kerk niemand is die de waarheid wil beoefenen en niemand die standvastig kan staan in zijn getuigenis voor God, dan moet die kerk volledig geïsoleerd worden en moeten de banden ervan met andere kerken doorgesneden worden. Dit noemen we ‘het begraven van de dood’; dit is wat het inhoudt om Satan af te wijzen. Als er in een kerk meerdere plaatselijke pestkoppen zijn, en deze gevolgd worden door ‘vliegjes’ die totaal geen onderscheidingsvermogen hebben, en als de gemeenteleden, zelfs als ze de waarheid hebben gezien, nog altijd de greep en manipulatie van deze pestkoppen niet kunnen afwijzen, dan zullen al deze dwazen uiteindelijk worden verstoten. Deze vliegjes hebben misschien niets vreselijks gedaan, maar zij zijn nóg bedrieglijker, nóg gladder en ongrijpbaarder, en iedereen die zo is, zal worden verstoten. Er zal er niet één overblijven! Zij die aan Satan toebehoren, zullen aan Satan worden teruggegeven, terwijl zij die aan God toebehoren, beslist op zoek zullen gaan naar de waarheid; dit wordt bepaald door hun natuur. Laat al degenen die Satan volgen vergaan! Aan zulke mensen zal geen medelijden getoond worden. Laat degenen die de waarheid zoeken voorzien worden, en mogen zij zo veel genoegen scheppen in Gods woorden als hun hart begeert. God is rechtvaardig; Hij zou niemand voortrekken. Als je een duivel bent, dan ben je niet in staat de waarheid te beoefenen; als je iemand bent die de waarheid zoekt, dan is het zeker dat je niet gevangengenomen zult worden door Satan. Dit lijdt geen enkele twijfel.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Een waarschuwing aan hen die de waarheid niet beoefenen
Dagelijkse woorden van God Fragment 605
Mensen die geen vooruitgang nastreven, willen altijd dat anderen even negatief en lui zijn als zijzelf. Wie de waarheid niet in praktijk brengt, is jaloers op wie dat wel doet en probeert altijd degenen te misleiden die warhoofdig zijn en geen onderscheidingsvermogen hebben. De dingen die deze mensen spuien, kunnen er de oorzaak van zijn dat je degenereert, omlaagglijdt, een abnormale gesteldheid ontwikkelt en van duisternis vervuld wordt. Ze veroorzaken dat je ver weg raakt van God, het vlees koestert en jezelf uitleeft. Mensen die de waarheid niet liefhebben en die zich altijd plichtmatig gedragen tegenover God hebben geen zelfbewustzijn, en de gezindheid van zulke mensen verleidt anderen tot zonde en tot verzet tegen God. Ze beoefenen de waarheid niet en staan ook anderen niet toe die te beoefenen. Ze koesteren de zonde en verachten zichzelf niet. Ze kennen zichzelf niet en weerhouden anderen ervan zichzelf te kennen; ze weerhouden anderen er ook van naar de waarheid te verlangen. Degenen die door hen misleid worden, kunnen het licht niet zien. Ze vervallen tot duisternis, kennen zichzelf niet, begrijpen de waarheid niet goed en raken steeds verder van God verwijderd. Ze beoefenen de waarheid niet, weerhouden anderen ervan de waarheid te beoefenen en halen al die dwazen vóór zich. In plaats van te zeggen dat ze in God geloven, zou het beter zijn te zeggen dat ze in hun voorouders geloven, of dat het de afgoden in hun hart zijn waar ze in geloven. Die mensen die beweren God te volgen zouden er het beste aan doen hun ogen te openen en eens goed te kijken, om precies te zien in wie ze geloven: is het werkelijk God in wie je gelooft, of is het Satan? Als je weet dat datgene waarin je gelooft, niet God is maar je eigen afgoden zijn, dan kun je beter niet beweren een gelovige te zijn. Als je werkelijk niet weet in wie je gelooft, ook dan kun je beter niet beweren een gelovige te zijn. Het zou godslasterlijk zijn om dat te zeggen! Niemand dwingt je om in God te geloven. Zeg niet dat jullie in mij geloven; ik heb genoeg gehad van zulke praat en wil die niet meer horen, want waar jullie in geloven, zijn de afgoden in jullie hart en de plaatselijke pestkoppen onder jullie. Zij die hun hoofd schudden wanneer ze de waarheid horen, die grijnzen wanneer ze over de dood horen praten, zijn allemaal Satansgebroed, en zij zijn degenen die verstoten zullen worden. Velen in de kerk hebben geen onderscheidingsvermogen. Wanneer er iets misleidends gebeurt, staan ze onverwacht aan de kant van Satan; ze vinden het zelfs onrechtvaardig dat ze hielenlikkers van Satan worden genoemd. Hoewel mensen misschien zeggen dat ze geen onderscheidingsvermogen hebben, staan ze altijd aan de kant zonder waarheid; ze staan nooit aan de kant van de waarheid als puntje bij paaltje komt, ze staan nooit op om voor de waarheid te pleiten. Ontbreekt het hun werkelijk aan onderscheidingsvermogen? Waarom kiezen ze onverwacht partij voor Satan? Waarom zeggen ze nooit een enkel billijk en redelijk woord om de waarheid te ondersteunen? Is deze situatie werkelijk ontstaan als gevolg van hun tijdelijke verwarring? Hoe minder onderscheidingsvermogen mensen hebben, hoe kleiner hun vermogen om aan de kant van de waarheid te staan. Wat blijkt hieruit? Blijkt hieruit niet dat mensen zonder onderscheidingsvermogen van het kwaad houden? Blijkt hieruit niet dat ze trouw Satansgebroed zijn? Waarom is het zo dat ze altijd aan de kant van Satan kunnen staan en zijn taal kunnen spreken? Al hun woorden en daden, hun gezichtsuitdrukkingen, volstaan allemaal als bewijs dat ze op geen enkele manier van de waarheid houden; veeleer zijn ze mensen die de waarheid verachten. Dat ze aan de kant van Satan kunnen staan, is voldoende bewijs dat Satan echt houdt van deze kleinere duiveltjes die hun hele leven vechten omwille van Satan. Zijn al deze feiten niet overduidelijk? Als je werkelijk iemand bent die van de waarheid houdt, waarom heb je dan geen achting voor degenen die de waarheid beoefenen en waarom volg je onmiddellijk, als ze ook maar even een blik op je werpen, degenen die de waarheid niet beoefenen? Wat is dit voor probleem? Het kan me niet schelen of je wel of geen onderscheidingsvermogen hebt. Het kan me niet schelen hoe groot de prijs is die je hebt betaald. Het kan me niet schelen hoe groot je machten zijn, en het kan me niet schelen of je een plaatselijke pestkop bent of een vlagdragende leider. Als je machten groot zijn, komt dat alleen maar door de hulp van Satans kracht. Als je in hoog aanzien staat, komt dat louter doordat er om je heen te veel mensen zijn die de waarheid niet beoefenen. Als je niet verdreven bent, is dat omdat het nu niet het moment is voor het werk van verstoten; in plaats daarvan is het tijd voor het elimineringswerk. Er is geen haast om je nu te verdrijven. Ik wacht simpelweg op de dag waarop ik je zal straffen, nadat je verstoten bent. Eenieder die de waarheid niet beoefent, zal worden verstoten!
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Een waarschuwing aan hen die de waarheid niet beoefenen
Dagelijkse woorden van God Fragment 606
Mensen die oprecht in God geloven, zijn degenen die bereid zijn Gods woord in praktijk te brengen en de waarheid te beoefenen. Mensen die werkelijk kunnen volharden in hun getuigenis van God zijn ook degenen die bereid zijn Zijn woord in praktijk te brengen en die oprecht aan de kant van de waarheid kunnen staan. Mensen die hun toevlucht nemen tot bedrog en onrecht hebben geen van allen de waarheid, en allemaal maken ze God te schande. Zij die geschillen in de kerk veroorzaken, zijn Satans hielenlikkers, ze zijn de belichaming van Satan. Zulke mensen zijn enorm kwaadaardig. Zij die geen onderscheidingsvermogen hebben en niet in staat zijn aan de kant van de waarheid te staan, koesteren stuk voor stuk kwade bedoelingen en bezoedelen de waarheid. Meer nog, ze zijn de archetypische vertegenwoordigers van Satan. Ze kunnen niet verlost worden en zullen vanzelfsprekend worden verstoten. Gods familie laat hen die de waarheid niet beoefenen niet blijven; ook laat ze hen die de kerk bewust ontmantelen niet blijven. Maar nu is het niet de tijd om het werk van verdrijving te doen; zulke mensen zullen uiteindelijk simpelweg ontmaskerd en verstoten worden. Voor deze mensen moet geen zinloos werk meer worden verricht; zij die aan Satan toebehoren, kunnen niet aan de kant van de waarheid staan, terwijl zij die de waarheid zoeken, dat wel kunnen. Mensen die de waarheid niet beoefenen, zijn het niet waard om de weg van de waarheid te horen en zijn het niet waard om van de waarheid te getuigen. De waarheid is gewoonweg niet voor hun oren; veeleer is deze gericht aan degenen die haar beoefenen. Voordat ieders einde wordt geopenbaard, zullen zij die de kerk hinderen en Gods werk onderbreken voorlopig eerst genegeerd worden; later zullen ze worden aangepakt. Wanneer het werk eenmaal voltooid is, zullen deze mensen allemaal onthuld worden, waarna ze verstoten zullen worden. Voorlopig, terwijl de waarheid wordt verschaft, zullen ze genegeerd worden. Wanneer de volledige waarheid aan de mens wordt geopenbaard, horen die mensen verstoten te worden; dat zal de tijd zijn waarop alle mensen zullen worden ingedeeld naar hun soort. De kleinere trucjes van hen die geen onderscheidingsvermogen hebben, zullen leiden tot hun vernietiging door de boosaardigen; ze zullen door hen worden weggelokt en zullen nooit terugkeren. En zo’n behandeling is wat ze verdienen, omdat ze niet van de waarheid houden, omdat ze niet aan de kant van de waarheid kunnen staan, omdat ze slechte mensen volgen en aan de kant van slechte mensen staan, en omdat ze met slechte mensen samenspannen en zich tegen God verzetten. Ze weten heel goed dat die slechte mensen slechtheid uitstralen, maar toch verharden ze hun hart en keren de waarheid de rug toe om hen te volgen. Deze mensen die de waarheid niet beoefenen, maar vernietigende en afschuwelijke dingen doen, bedrijven ze niet stuk voor stuk kwaad? Sommigen onder hen werpen zichzelf op als koning en anderen volgen hen, maar is hun natuur die God tart niet dezelfde? Welk excuus kunnen ze hebben om te beweren dat God hen niet redt? Welk excuus kunnen ze hebben om te beweren dat God niet rechtvaardig is? Worden ze niet door hun eigen kwaad vernietigd? Worden ze niet door hun eigen opstandigheden neergetrokken naar de hel? Mensen die de waarheid beoefenen, zullen uiteindelijk gered worden en vervolmaakt worden door de waarheid. Zij die de waarheid niet beoefenen, zullen uiteindelijk vernietiging over zich afroepen door de waarheid. Dit zijn de uitkomsten die hen die de waarheid beoefenen en hen die dat niet doen te wachten staan. Ik raad hen die niet van plan zijn de waarheid te beoefenen aan om de kerk zo snel mogelijk te verlaten, om zo niet nog meer zonden te begaan. Wanneer de tijd daar is, zal het te laat zijn voor spijt. Vooral degenen die kliekjes vormen en scheuringen teweegbrengen, en de plaatselijke pestkoppen binnen de kerk, moeten zelfs nog eerder vertrekken. Zulke mensen, die de natuur van boze wolven hebben, kunnen onmogelijk veranderen. Het zou het beste zijn als ze zo snel mogelijk de kerk verlieten, nooit meer het normale leven van de broeders en zusters hinderden en zo Gods straf vermeden. Diegenen onder jullie die met hen zijn meegegaan, kunnen maar beter deze kans benutten om over zichzelf na te denken. Zullen jullie samen met de slechten de kerk verlaten, of zullen jullie blijven en gehoorzaam volgen? Dit moeten jullie zorgvuldig overwegen. Ik geef jullie opnieuw gelegenheid om te kiezen, en ik wacht op jullie antwoord.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Een waarschuwing aan hen die de waarheid niet beoefenen
Dagelijkse woorden van God Fragment 607
Als iemand die in God gelooft moet je geen ander dan Hem trouw zijn in alle dingen en moet je in alle dingen in overeenstemming kunnen zijn met Zijn wil. Niettemin: hoewel iedereen deze boodschap begrijpt, zijn deze waarheden, die de duidelijkste en fundamenteelste van allemaal zijn, niet helemaal klaarblijkelijk in de mens vanwege zijn diverse moeilijkheden – bijvoorbeeld vanwege zijn onwetendheid, absurditeit en verdorvenheid. Daarom zou ik, voordat jullie einde vast komt te staan, jullie eerst een paar dingen moeten vertellen die voor jullie van het grootste belang zijn. Voordat ik verderga, moeten jullie eerst dit begrijpen: de woorden die ik spreek, zijn aan de mensheid gerichte waarheden; ze zijn niet alleen maar tot één specifiek iemand of soort persoon gericht. Daarom moeten jullie je concentreren op het begrijpen van mijn woorden vanuit het standpunt van de waarheid en moet jullie houding er een zijn van onversneden aandacht en oprechtheid. Negeer niet één woord dat ik spreek, niet één waarheid die ik spreek, en ga niet lichtvaardig om met alle woorden die ik spreek. In jullie leven zie ik dat jullie veel hebben gedaan wat er niet toe doet voor de waarheid, en daarom verzoek ik uitdrukkelijk dat jullie dienaren van de waarheid worden, niet door slechtheid en lelijkheid tot slaaf gemaakt worden, de waarheid niet vertrappen en geen enkele hoek van het huis van God bezoedelen. Dit is mijn vermaning van jullie. Nu zal ik spreken over het voorliggende onderwerp.
Ten eerste moeten jullie omwille van je lot naar Gods goedkeuring streven. Dat wil zeggen: aangezien jullie erkennen dat jullie lid zijn van het huis van God, moeten jullie God gemoedsrust verschaffen en in alles tevredenstellen. Met andere woorden: jullie moeten principieel en overeenkomstig de waarheid zijn in jullie handelingen. Als je dat niet kunt, zul je door God worden verafschuwd en verworpen en door elke mens worden afgewezen. Wanneer je eenmaal in zo’n hachelijke situatie terecht bent gekomen, kun je niet als deel van het huis van God worden gezien; dit is precies wat er wordt bedoeld met niet door God worden goedgekeurd.
Ten tweede moeten jullie weten dat God gesteld is op wie eerlijk is. In essentie is God trouw; daarom kan op Zijn woorden altijd worden vertrouwd. Bovendien zijn Zijn daden onberispelijk en onbetwistbaar; daarom is God gesteld op wie absoluut eerlijk jegens Hem zijn. Eerlijkheid betekent je hart aan God geven, in alles oprecht zijn tegenover God, in alles open naar Hem zijn, de feiten nooit verbergen, niet proberen de mensen boven of onder je te misleiden en geen dingen doen om alleen maar bij God in een goed blaadje te komen. Kortom, eerlijk zijn is zuiver zijn in je woorden en daden, en God noch mensen misleiden. Wat ik zeg is heel eenvoudig, maar voor jullie is het dubbel zo zwaar. Veel mensen zouden liever tot de hel worden veroordeeld dan eerlijk te spreken en te handelen. Het is geen wonder dat ik andere behandeling in petto heb voor wie oneerlijk is. Natuurlijk weet ik heel goed hoe moeilijk het voor jullie is om eerlijk te zijn. Omdat jullie allemaal zo slim zijn, er zo goed in zijn om mensen langs jullie eigen kleinzerige meetlat te leggen, maakt dit mijn werk veel eenvoudiger. En aangezien ieder van jullie zijn geheimen strikt voor zich houdt, zal ik jullie stuk voor stuk rampspoed laten overkomen zodat jullie door vuur ‘geschoold’ worden en vervolgens gebrand kunnen raken op jullie geloof in mijn woorden. Uiteindelijk zal ik aan jullie mond de woorden “God is een trouwe God” ontlokken, waarna jullie jezelf op de borst zullen slaan en zullen weeklagen: “Het hart van de mens is verraderlijk!” Hoe zal op dat moment jullie geestestoestand zijn? Ik vermoed dat jullie niet zo triomfantelijk zullen zijn als jullie nu zijn. Al helemaal zullen jullie niet zo ‘diep en ontoegankelijk’ zijn als jullie nu zijn. In de aanwezigheid van God zijn sommige mensen bijzonder netjes, ze doen hun uiterste best om zich ‘goed te gedragen’, en toch ontbloten ze hun tanden en slaan ze hun klauwen uit in de aanwezigheid van de Geest. Zouden jullie zulke mensen onder de eerlijken scharen? Als je een huichelaar bent, iemand die bedreven is in ‘contacten van mens tot mens’, dan zeg ik dat je beslist iemand bent die probeert een loopje met God te nemen. Als je woorden doorspekt zijn met excuses en waardeloze rechtvaardigingen, dan zeg ik dat je iemand bent die onwillig is om de waarheid in praktijk te brengen. Als je veel geheimen hebt die je niet graag deelt, als je er heel afkerig van bent om je geheimen, je moeilijkheden, bloot te leggen voor anderen om zo de weg van het licht te zoeken, dan zeg ik dat je iemand bent die niet makkelijk het heil zal verkrijgen en die niet eenvoudig tevoorschijn komt uit de duisternis. Als het zoeken van de weg van de waarheid je goed bevalt, ben je iemand die altijd in het licht leeft. Als je erg graag een dienstdoener bent in het huis van God, ijverig en gewetensvol werkend zonder dat het opgemerkt wordt, altijd gevend en nooit nemend, dan zeg ik dat je een trouwe heilige bent, want je zoekt geen beloning en bent eenvoudigweg een eerlijk iemand. Als je bereid bent openhartig te zijn, als je bereid bent alles in te zetten, als je je leven voor God kunt opofferen en standvastig kunt staan in je getuigenis, als je zo eerlijk bent dat je alleen weet hoe je God tevreden moet stellen, geen achting voor jezelf hebt en niet voor jezelf neemt, dan zeg ik dat zulke mensen degenen zijn die in het licht worden gekoesterd en voor eeuwig in het koninkrijk zullen leven. Je hoort te weten of er waar geloof en ware trouw in je zitten, of je een geschiedenis hebt van lijden voor God en of je jezelf volledig aan God hebt onderworpen. Als je dit ontbeert, blijven er ongehoorzaamheid, bedrog, hebzucht en klachten in je. Omdat je hart verre van eerlijk is, heb je nooit positieve erkenning van God gekregen en nooit in het licht geleefd. Wat uiteindelijk iemands lot is, hangt ervan af of men een eerlijk, bloedrood hart en een pure ziel heeft. Als je een erg oneerlijk iemand bent, iemand met een boosaardig hart, iemand met een onreine ziel, dan zul je beslist eindigen op de plek waar de mens wordt gestraft, zoals geschreven staat in het register van jouw lot. Als je beweert heel eerlijk te zijn en er niettemin nooit in slaagt om overeenkomstig de waarheid te handelen of een woord van waarheid te spreken, wacht je dan nog altijd tot God je beloont? Hoop je nog steeds dat God je beschouwt als Zijn oogappel? Zijn dergelijke gedachten niet absurd? Je bedriegt God in alle dingen; hoe zou het huis van God iemand als jij, wiens handen onrein zijn, een plek kunnen bieden?
Het derde wat ik jullie wil zeggen is dit: iedereen heeft, in de loop van zijn leven van geloof in God, dingen gedaan die zich tegen God verzetten en God bedriegen. Sommige wandaden hoeven niet te worden vastgelegd als een overtreding, maar sommige zijn onvergeeflijk, want er zijn veel daden die de bestuurlijke decreten schenden en Gods gezindheid beledigen. Velen die bezorgd zijn over hun eigen lot vragen zich misschien af wat deze daden zijn. Je moet weten dat jullie van nature arrogant en hooghartig zijn en dat jullie de feiten niet willen aanvaarden. Om deze reden zal ik het jullie beetje bij beetje vertellen nadat jullie over jezelf hebben nagedacht. Ik spoor jullie aan om beter begrip te krijgen van de bestuurlijke decreten en om Gods gezindheid beter te leren kennen. Anders zullen jullie het moeilijk vinden om jullie kaken op elkaar te houden, jullie tongen zullen al te vrijelijk met hoogdravende praatjes in beweging komen en dan zullen jullie Gods gezindheid onbewust beledigen, tot duisternis vervallen en het gezelschap van de Heilige Geest en het licht kwijtraken. Omdat jullie daden niet op principes gebaseerd zijn, omdat je datgene doet of zegt wat je niet moet doen, zul je een passende vergelding ontvangen. Ook al zijn je woorden en daden niet op principes gebaseerd, weet dat dit bij God in hoge mate wel het geval is. De reden van de vergelding is dat je God en niet een mens hebt beledigd. Als je in je leven veel overtredingen jegens Gods gezindheid begaat, word je zeker een kind van de hel. Het schijnt je als mens misschien toe dat je slechts een paar dingen hebt gedaan die niet helemaal met de waarheid stroken, en niet meer. Besef je echter wel dat je in Gods ogen al iemand bent voor wie er geen zondeoffer meer is? Omdat je meer dan eens de bestuurlijke decreten van God hebt overtreden en bovendien geen teken van berouw hebt laten zien, kun je alleen nog maar in de hel belanden, waar God de mens straft. Een klein aantal mensen dat God volgt heeft enkele malen tegen de principes in gehandeld. Maar ze zijn daarop aangepakt, hebben leiding ontvangen en zijn hun eigen verdorvenheid beetje bij beetje gaan inzien. Daarna zijn ze het juiste pad van de werkelijkheid gaan bewandelen en ze blijven tot op de dag van vandaag zeer goed gefundeerd. Zulke mensen zullen uiteindelijk standhouden. Niettemin zijn het de eerlijken die ik zoek; als je een eerlijk iemand bent en iemand die principieel handelt, kun je een vertrouweling van God zijn. Als je in je handelingen Gods gezindheid niet beledigt, Gods wil zoekt en een hart van eerbied jegens God hebt, dan is je geloof goed genoeg. Iedereen die God niet vereert en geen hart heeft dat beeft van angst loopt een grote kans om Gods bestuurlijke decreten te overtreden. Velen dienen God op basis van hun passie, maar hebben geen begrip van Gods administratieve decreten, laat staan enig benul van de implicaties van Zijn woorden. En zo doen ze, met hun goede bedoelingen, uiteindelijk vaak dingen die Gods management verstoren. In ernstige gevallen worden ze verworpen, wordt enige verdere kans om Hem te volgen hun ontnomen en worden ze in de hel geworpen, terwijl alle banden met Gods huis beëindigd worden. Deze mensen werken in het huis van God op basis van hun onkundige goede bedoelingen en wekken uiteindelijk de toorn van Gods gezindheid op. Mensen nemen hun manieren van het dienen van functionarissen en heren mee naar het huis van God en proberen die toe te passen; ze denken tevergeefs dat die hier moeiteloos kunnen worden aangewend. Nooit stellen ze zich voor dat God niet de gezindheid van een lam heeft maar de gezindheid van een leeuw. Daarom kunnen diegenen die voor het eerst met God omgaan niet met Hem communiceren, want Gods hart is niet als dat van de mens. Pas wanneer je vele waarheden begrijpt, kun je God doorlopend leren kennen. Deze kennis bestaat niet uit woorden en doctrines, maar kan worden gebruikt als een schat om een hechte vertrouwensrelatie met God aan te gaan, en als bewijs dat Hij Zich in jou verheugt. Als je de werkelijkheid van kennis ontbeert en niet met de waarheid bent uitgerust, kan je hartstochtelijke dienst alleen Gods walging en weerzin over je afroepen. Je zou nu wel moeten hebben begrepen dat geloof in God niet alleen maar een theologische studie is!
Ik vermaan jullie weliswaar met weinig woorden, toch gaan ze over wat jullie het meest ontberen. Jullie moeten weten dat ik nu spreek ten behoeve van mijn laatste werk onder de mensen, om het einde van de mens te bepalen. Ik wil niet veel meer werk doen dat zinloos is. Ik wil ook niet die mensen blijven leiden die zo hopeloos zijn als verrot hout, en nog minder hen die stiekem verkeerde intenties koesteren. Op een dag begrijpen jullie misschien wat de oprechte bedoelingen achter mijn woorden zijn en de bijdragen die ik voor de mensheid heb geleverd. Op een dag vatten jullie misschien de boodschap waardoor jullie over je eigen einde kunnen beslissen.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Drie vermaningen
Dagelijkse woorden van God Fragment 608
Ik heb jullie veel waarschuwingen gegeven en veel waarheden geschonken om jullie te overwinnen. Inmiddels voelen jullie je nu allemaal aanzienlijk meer verrijkt dan in het verleden, begrijpen jullie veel principes van hoe iemand behoort te zijn en bezitten veel van het gezonde verstand dat gelovige mensen behoren te hebben. Dat alles is wat jullie in al die jaren hebben geoogst. Ik ontken jullie prestaties niet, maar ik zeg er eerlijk bij dat ik ook de vele ongehoorzaamheden en opstandigheden niet ontken die jullie in al die jaren hebben begaan tegen mij. Er is namelijk niet één heilige onder jullie. Jullie zijn zonder uitzondering mensen die verdorven zijn door Satan; jullie zijn vijanden van Christus. Jullie overtredingen en ongehoorzaamheid tot op de dag van vandaag zijn te talrijk om op te noemen. Het kan dus nauwelijks vreemd worden gevonden dat ik jullie steeds lastig val. Op deze manier wens ik niet met jullie samen te leven. Maar omwille van jullie toekomst, omwille van jullie bestemming, zal ik jullie er hier en nu nog één keer over doorzagen. Ik hoop dat jullie mij dat gunnen. Ik hoop nog meer dat jullie iedere uitspraak van mij zullen kunnen geloven, en de verregaande implicaties van mijn woorden inzien. Twijfel niet aan wat ik zeg en pak mijn woorden vooral niet naar believen op om ze vervolgens terzijde te schuiven. Dat vind ik onverdraaglijk. Veroordeel mijn woorden niet en vat ze zeker niet lichtvaardig op. Zeg ook niet dat ik jullie altijd in verzoeking breng of, erger nog, dat wat ik jullie vertel niet klopt. Ook die dingen vind ik onverdraaglijk. Omdat jullie mij en de dingen die ik zeg met zoveel argwaan behandelen, mijn woorden nooit tot je nemen en mij negeren, zeg ik tegen elk van jullie in alle ernst: koppel wat ik zeg niet aan filosofie en koppel mijn woorden niet aan de leugens van oplichters. En je moet zeker niet met minachting op mijn woorden reageren. Misschien is niemand in de toekomst in staat om jullie te vertellen wat ik jullie vertel, of om zo liefdevol tot jullie te spreken, laat staan om jullie deze punten zo geduldig uit te leggen. Jullie zullen in de dagen die komen terugkijken op de goede oude tijd, of luid jammeren of kermen van de pijn. Of jullie beleven donkere nachten zonder greintje waarheid of leven, of jullie wachten zonder hoop of blijven hangen in zo’n bittere spijt dat jullie alle rede verliezen … Vrijwel niemand van jullie kan aan deze mogelijkheden ontsnappen. Niemand van jullie is immers in een positie waarin jullie God werkelijk aanbidden. Jullie gaan op in de wereld van losbandigheid en kwaad. In jullie geloof, jullie geest, ziel en lichaam vermengen jullie zoveel dingen die niets met leven en waarheid te maken hebben, en er zelfs haaks op staan. Ik hoop dus voor jullie dat jullie naar het pad van licht kunnen worden gebracht. Mijn enige hoop is dat jullie jezelf zullen kunnen liefhebben, voor jezelf kunnen zorgen, en dat jullie niet zo veel nadruk leggen op jullie bestemming terwijl jullie tegelijkertijd jullie gedrag en overtredingen met onverschilligheid bekijken.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Overtredingen voeren mensen naar de hel
Dagelijkse woorden van God Fragment 609
Al geruime tijd hopen mensen die in God geloven allemaal vurig op een prachtige bestemming. Allen die in God geloven, hopen dat het lot hun opeens gunstig gezind zal zijn. Ze hopen allemaal dat ze zomaar op een vredig plekje in de hemel terechtkomen. Maar ik zeg dat deze mensen met hun mooie gedachten nooit hebben geweten of ze in aanmerking komen voor een dergelijke hemelse goedgunstigheid of om in de hemel plaats te nemen. Op dit moment hebben jullie goed inzicht in jezelf. Toch hopen jullie nog steeds te ontsnappen aan de rampen van de laatste dagen en aan de hand van de Almachtige wanneer Hij de goddelozen straft. Het lijkt erop dat het hebben van zoete dromen en ernaar verlangen dat de dingen zijn zoals ze die zelf graag hebben, een gemeenschappelijk kenmerk is van alle mensen die Satan verdorven heeft en niet slechts een geniaal idee van een willekeurige enkeling. Toch wil ik een eind maken aan die extravagante wensen van jullie, en aan jullie gretigheid naar zegeningen. Jullie overtredingen zijn legio en jullie opstandigheid neemt hand over hand toe. Hoe vallen die dingen te rijmen met jullie prachtige blauwdrukken voor de toekomst? Wil je naar hartenlust fouten blijven maken, zonder dat iets je tegenhoudt? En wil je tegelijkertijd per se je dromen in vervulling zien gaan? Dan spoor ik je aan om te blijven sluimeren en nooit te ontwaken, want jouw droom is leeg en in de aanwezigheid van de rechtvaardige God zal Hij voor jou geen uitzondering maken. Als je gewoon wilt dat je dromen in vervulling gaan, droom dan nooit. Zie liever altijd de waarheid en de feiten onder ogen. Dit is de enige manier waarop je gered kunt worden. Wat zijn concreet de stappen van deze methode?
Neem ten eerste al je overtredingen onder de loep. Evalueer ook elk gedrag en alle gedachten die niet met de waarheid overeenstemmen.
Dit is iets wat jullie allemaal gemakkelijk kunnen doen. Volgens mij zijn alle intelligente mensen daartoe in staat. Mensen die nooit tot inzicht komen wat er met overtreding en waarheid wordt bedoeld, zijn echter de uitzondering, omdat zij op een fundamenteel niveau geen intelligente mensen zijn. Ik praat met mensen die door God goed zijn bevonden, die eerlijk zijn, die bestuurlijke decreten niet ernstig hebben geschonden en die hun eigen overtredingen eenvoudig kunnen ontwaren. Hoewel dit iets is wat eenvoudig kan worden bereikt, is het niet het enige wat ik van jullie vraag. Hoe dan ook, ik hoop dat jullie niet stiekem om dit vereiste zullen lachen en vooral dat jullie er niet op neerkijken of er lichtvaardig mee omgaan. Jullie moeten het serieus nemen en mogen het niet wegwuiven.
Ten tweede moeten jullie bij elke overtreding en ongehoorzaamheid zoeken naar een bijbehorende waarheid en dan deze waarheden gebruiken om die kwesties op te lossen. Zet je overtredingen en ongehoorzame gedachten en daden vervolgens aan de kant en breng de waarheid in praktijk.
Ten derde moeten jullie een eerlijk persoon zijn, niet iemand die altijd slim en voortdurend bedrieglijk is. (Ik vraag jullie hier nogmaals om een eerlijk mens te zijn.)
Als je deze drie dingen kunt bereiken, ben je een van de gelukkigen, iemand wiens dromen in vervulling gaan en wie geluk ten deel valt. Misschien zullen jullie deze drie onaantrekkelijke vereisten serieus behandelen, of misschien zullen jullie er onverantwoordelijk mee omgaan. Hoe dan ook, het is mijn doel jullie dromen te vervullen en jullie idealen in praktijk te brengen, niet om jullie uit te lachen of belachelijk te maken.
Mijn eisen lijken misschien simpel, maar wat ik jullie zeg is niet zo simpel als één en één is twee. Als jullie hier alleen maar vrijblijvend over kletsen, of doorratelen over holle, hoogdravende uitspraken, zullen jullie blauwdrukken en wensen altijd een lege pagina blijven. Ik zal geen medelijden hebben met wie vele jaren lijden en hard werken zonder ooit iets te bereiken. Integendeel, ik overlaad degenen die niet aan mijn eisen hebben voldaan met straf, niet met beloningen, en al helemaal niet met enig medeleven. Misschien denken jullie dat jullie in al die jaren als volgelingen sowieso hard hebben gewerkt en dat jullie, alleen al omdat jullie een dienstdoener zijn geweest, een kom rijst moeten krijgen in Gods huis. Ik zou zeggen dat de meesten van jullie zo denken. Jullie hebben er immers altijd naar gestreefd om ergens beter van te worden zonder er zelf minder van te worden. Ik zeg jullie nu dan ook in alle ernst: het maakt mij niet uit hoe verdienstelijk je harde werk is, hoe indrukwekkend je kwalificaties zijn, hoe nauwgezet je mij volgt, hoe beroemd je bent of hoeveel je houding is verbeterd – zolang je niet aan mijn vereisten hebt voldaan, zul je mijn lof nooit kunnen krijgen. Zet al die ideeën en berekeningen van jullie zo snel mogelijk uit jullie hoofd en neem mijn vereisten serieus. Anders zal ik iedereen in as veranderen om een einde te maken aan mijn werk en in het ergste geval mijn jaren werk en lijden op niets laten uitlopen. Ik kan mijn vijanden en de mensen aan wie kwaad kleeft en die Satans uiterlijk hebben immers niet in mijn koninkrijk brengen of meenemen naar het volgende tijdperk.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Overtredingen voeren mensen naar de hel
Dagelijkse woorden van God Fragment 610
Ik hoop allerlei dingen. Ik hoop dat jullie je op een goede en nette manier kunnen gedragen, trouw jullie plicht doen, waarheid en menselijkheid bezitten, mensen zijn die alles wat zij hebben op kunnen geven, zelfs jullie leven voor God kunnen geven, enzovoort. Al deze hoop komt voort uit jullie tekortkomingen, jullie verdorvenheid en ongehoorzaamheid. Als geen van de gesprekken die ik met jullie heb gehad voldoende is geweest om jullie aandacht te trekken, rest mij nu waarschijnlijk niets anders dan er het zwijgen toe te doen. Maar jullie begrijpen waar dat in zou uitmonden. Ik rust niet vaak, dus als ik niet spreek, zal ik iets doen wat de mensen kunnen zien. Ik kan iemands tong laten wegrotten of ervoor zorgen dat iemand zonder ledematen sterft, of mensen afwijkingen in hun zenuwstelsel laten krijgen en ervoor zorgen dat ze er op vele manieren afzichtelijk uitzien. En dan kan ik sommigen ook nog folteringen laten ondergaan die ik speciaal voor hen heb bereid. Dan ben ik blij, heel blij en zeer verheugd. Er is altijd gezegd dat ‘goed met goed wordt vergolden, en kwaad met kwaad’ dus waarom zou dit nu niet meer opgaan? Als je mij wil tegenwerken en mij op een of andere manier wil veroordelen, dan laat ik je mond wegrotten. Daar heb ik oneindig veel plezier in. Dat komt doordat datgene wat je hebt gedaan uiteindelijk niet de waarheid is, laat staan dat het iets te maken heeft met leven, terwijl alles wat ik doe de waarheid is. Al mijn daden zijn relevant voor de principes van mijn werk en de bestuurlijke decreten die ik heb uitgevaardigd. Daarom roep ik ieder van jullie op tot deugdzaamheid. Stop met al dat kwaad en sla acht op mijn vereisten wanneer je vrij hebt. Dan ben ik blij. Als jullie maar een duizendste van de energie die jullie in het vlees steken aan de waarheid bijdroegen (of schonken), dan zeg ik je dat je niet vaak overtredingen zou begaan en geen wegrottende mond zou hebben. Ligt dat niet voor de hand?
Hoe meer overtredingen je begaat, hoe minder kansen je hebt op een goede bestemming te behalen. Anderzijds, hoe minder overtredingen je begaat, hoe meer kans je maakt op Gods lof. Als je overtredingen oplopen tot het punt waarop ik je onmogelijk nog kan vergeven, dan heb je je kansen op vergeving compleet verspeeld. Als gevolg is je bestemming niet boven maar beneden. Geloof je me niet, wees dan maar vermetel en doe verkeerd. Wacht maar af wat dat je oplevert. Ben je iemand die de waarheid in alle ernst in praktijk brengt, dan is er zeker een kans dat je zult worden vergeven voor je overtredingen. Je zult ook steeds minder vaak ongehoorzaam zijn. Ben je niet bereid om de waarheid in praktijk te brengen, dan nemen je overtredingen jegens God geheid toe. Je zult steeds vaker ongehoorzaam zijn, tot je de limiet bereikt en dat zal het moment van je volledige vernietiging zijn. Op dat moment zal je mooie droom om zegeningen te ontvangen uiteenspatten. Beschouw je overtredingen niet slechts als fouten van iemand die onvolwassen of dwaas is. Gebruik niet het excuus dat je de waarheid niet in praktijk hebt gebracht omdat je slechte kaliber dat onmogelijk maakte. En beschouw je overtredingen vooral niet als daden van iemand die niet beter wist. Als je er goed in bent om jezelf te vergeven en genereus te behandelen, dan zeg ik dat je een lafaard bent die de waarheid nooit zal leren kennen. Je overtredingen zullen je constant blijven achtervolgen en je ervan weerhouden om aan de vereisten van de waarheid te voldoen. Zo blijf je voor altijd een trouwe metgezel van Satan. Mijn advies aan jou luidt nog steeds: laat niet al je aandacht naar je bestemming uitgaan, terwijl je je verborgen overtredingen niet opmerkt. Neem overtredingen serieus en zie er geen één door de vingers uit bezorgdheid om je bestemming.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Overtredingen voeren mensen naar de hel
Dagelijkse woorden van God Fragment 611
Vandaag vermaan ik jullie aldus met het oog op jullie eigen overleving, om mijn werk soepel voort te laten gaan, en opdat mijn inaugurele werk dat zich in het gehele universum voltrekt op een gepastere en volmaakte manier wordt uitgevoerd en mijn woorden, autoriteit, majesteit en oordeel worden geopenbaard aan de mensen van alle landen en naties. Het werk dat ik onder jullie doe is het begin van mijn werk dat zich uitstrekt over het gehele universum. Hoewel het nu al de laatste dagen zijn, dienen jullie te beseffen dat ‘de laatste dagen’ niet meer is dan een naam voor een tijdperk; net als het Tijdperk van de Wet en het Tijdperk van Genade, verwijst het naar een tijdperk en duidt het een compleet tijdperk aan, niet slechts de laatste paar jaren of maanden. Toch zijn de laatste dagen geheel verschillend van het Tijdperk van Genade en het Tijdperk van de Wet. Het werk van de laatste dagen worden niet uitgevoerd in Israël, maar onder de heidenen; het is de overwinning voor mijn troon van de mensen van alle naties en stammen buiten Israël, zodat mijn glorie vanuit het hele universum de kosmos en het firmament kan vullen. Op deze manier kan ik grotere glorie verwerven, zodat alle schepsels op aarde mijn glorie kunnen doorgeven aan elke natie, eeuwig, van generatie op generatie, en alle schepsels in de hemel en op de aarde de glorie die ik op aarde heb verworven kunnen zien. Het werk dat tijdens de laatste dagen wordt uitgevoerd is het werk van overwinning. Het is niet het leiden van de levens van alle mensen op aarde, maar het einde aan het onverwoestbare, millennia lange leven van lijden op aarde. Als gevolg daarvan kan het werk van de laatste dagen niet op het duizenden jaren durende werk in Israël lijken, noch lijken op de slechts enkele jaren werk in Judea, dat vervolgens tweeduizend jaar duurde tot de tweede incarnatie van God. De mensen van de laatste dagen maken alleen de terugkeer van de Verlosser in het vlees mee en ontvangen het persoonlijke werk en de woorden van God. Het zal geen tweeduizend jaar duren voor de laatste dagen aan hun einde komen; ze zijn kort, vergelijkbaar met de tijd dat Jezus Zijn werk uitvoerde in het Tijdperk van Genade in Judea. Dit is omdat de laatste dagen het einde van een geheel tijdperk vormen. Zij vormen de voltooiing en het einde van Gods zesduizendjarige managementplan en ze vormen de afsluiting van de lijdensweg van de mensheid. Ze nemen niet de hele mensheid mee naar een nieuw tijdperk of maken het de mensheid mogelijk te blijven leven; dat zou geen betekenis hebben voor mijn managementplan of voor het bestaan van de mens. Als de mensheid op deze wijze door zou gaan, zou ze vroeg of laat geheel door de duivel worden verslonden en zullen de zielen die mij toebehoren uiteindelijk worden verwoest door zijn handen. Mijn werk duurt niet meer dan zesduizend jaar en ik heb beloofd dat de controle van de boze over de mens niet langer zou duren dan zesduizend jaar. Dus nu zit de tijd er op. Ik ga niet langer door en stel het niet langer uit: Tijdens de laatste dagen zal ik Satan verslaan, al mijn glorie terugvorderen en al de zielen die op aarde aan mij toebehoren terugeisen, zodat deze bedroefde zielen zullen ontsnappen aan de zee van lijden en aldus zal mijn gehele werk op aarde worden voltooid. Vanaf deze dag zal ik nooit meer vlees worden op aarde en zal mijn allesbeheersende Geest nooit meer op aarde werken. Ik zal nog maar een ding op aarde doen: ik zal de mensheid herstellen, een mensheid die heilig is en die mijn trouwe stad op aarde vormt. Maar weet dat ik niet de gehele aarde zal vernietigen, noch zal ik de gehele mensheid vernietigen. Ik behoud dat overgebleven derde deel – het derde deel dat mij liefheeft en grondig door mij is overwonnen, en ik zal er voor zorgen dat dit derde deel vruchtbaar is en zich zal vermenigvuldigen op aarde, net zoals de Israëlieten dit deden onder de wet; ik zal hen voeden met overvloedige aantallen schapen en vee en alle rijkdommen van de aarde. Deze mensheid zal voor altijd bij mij blijven. Dit zal echter niet de betreurenswaardige, vuile mensheid van vandaag zijn, maar een mensheid die de verzameling vormt van allen die door mij zijn gewonnen. Zo’n mensheid zal niet door Satan worden beschadigd, verstoord of belegerd, en zal de enige mensheid zijn die op aarde bestaat nadat ik over Satan heb getriomfeerd. Het is de mensheid die vandaag door mij is overwonnen en mijn belofte heeft ontvangen. En dus is de mensheid die tijdens de laatste dagen is overwonnen ook de mensheid die zal worden gespaard en mijn eeuwige zegeningen zal ontvangen. Dit zal het enige bewijs zijn van mijn triomf over Satan, en de enige buit die ik overhoud aan mijn strijd met Satan. Deze oorlogsbuit wordt door mij van Satans domein gered en vormt de enige kristallisatie en vrucht van mijn zesduizendjarige managementplan. Ze komen uit elk land en denominatie, uit elke plek en elk land uit het universum. Ze zijn afkomstig uit verschillende rassen, spreken verschillende talen en hebben verschillende gewoonten en huidskleuren. Ze zijn verspreid over elk land en elke denominatie van de aardbol en zijn zelfs te vinden in elke uithoek van de wereld. Uiteindelijk zullen ze samenkomen om een complete mensheid te vormen, een verzameling van mensen die onbereikbaar is voor de machten van Satan. Degenen onder de mensheid die niet door mij zijn gered en overwonnen, zullen geluidloos naar de diepten van de zee zinken en zullen tot in eeuwigheid verbranden door mijn verterend vuur. Ik zal de oude, uitermate vuile mensheid vernietigen, net zoals ik de eerstgeboren zonen en de eerstgeborenen van het vee van Egypte heb vernietigd, waarbij alleen de Israëlieten die het vlees van een lam aten, het bloed van een lam dronken en hun deurposten met het bloed van een lam markeerden, gespaard bleven. Zijn de mensen die door mij zijn overwonnen en die tot mijn familie behoren niet ook de mensen die het vlees van het Lam eten dat ik ben, en het bloed van het Lam drinken dat ik ben, en degenen die door mij zijn verlost en mij vereren? Worden zulke mensen niet altijd vergezeld door mijn glorie? Zijn degenen die zonder het vlees van het Lam zijn dat ik ben, niet reeds geluidloos naar de diepten van de zee gezonken? Vandaag verzetten jullie je tegen mij en vandaag zijn mijn woorden net als de woorden die door Jehova tegen de zonen en kleinzonen van Israël zijn gesproken. Maar met de hardheid in de diepten van jullie harten stapelt mijn toorn zich op, wat ertoe leidt dat jullie vlees meer lijdt, jullie zonden strenger worden veroordeeld en jullie onrechtvaardigheid meer toorn oproept. Wie zou kunnen worden gespaard op mijn dag van toorn wanneer jullie mij vandaag zo behandelen? Wiens onrechtvaardigheid zou kunnen ontsnappen aan de ogen van mijn tuchtiging? Wiens zonden zouden aan de handen van mij, de Almachtige, kunnen ontglippen? Wiens opstandigheid zou kunnen ontsnappen aan het oordeel van mij, de Almachtige? Ik, Jehova, spreek aldus tot jullie, de afstammelingen van de heidense familie, en de woorden die ik tot jullie spreek overtreffen alle uitspraken van het Tijdperk van de Wet en het Tijdperk van Genade, maar toch zijn jullie harder dan die van al het volk van Egypte. Halen jullie je niet mijn toorn op de hals wanneer ik mijn werk in alle rust verricht? Hoe kunnen jullie ongedeerd ontsnappen aan de dag van mij, de Almachtige?
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Niemand die van het vlees is kan ontsnappen aan de dag van toorn
Dagelijkse woorden van God Fragment 612
Begrijp je nu wat oordeel is en wat waarheid is? Als je het begrepen hebt, dan vermaan ik je om je gehoorzaam te onderwerpen om geoordeeld te worden, anders zul je nooit de gelegenheid krijgen om door God geprezen te worden of door Hem Zijn koninkrijk binnengebracht te worden. Zij die enkel oordeel aanvaarden maar nooit gezuiverd kunnen worden, namelijk, zij die vluchten onder het werk van oordeel, zullen voor altijd worden verafschuwd en afgewezen door God. Hun zonden zijn talrijker en zwaarder dan die van de farizeeën, want ze hebben God verraden en zijn rebellen tegen God. Zulke mensen die zelfs niet waardig zijn om dienst te doen zullen zwaardere straffen ondergaan, straffen die bovendien eeuwig duren. God zal geen enkele verrader sparen die ooit trouw beleed met woorden maar Hem vervolgens verraadde. Mensen zoals deze zullen vergelding ontvangen door bestraffing van de geest, de ziel en het lichaam. Is dit niet precies een openbaring van de rechtvaardige gezindheid van God? Is dit niet het doel van God bij het oordelen van de mens en het ontmaskeren van hem? God brengt allen die allerlei slechte daden verrichten gedurende de tijd van oordeel naar een plaats besmet met boze geesten, en laat die boze geesten hun vleselijke lichamen naar believen vernietigen, en de lichamen van die mensen geven de stank van lijken af. Zo is hun passende vergelding. God schrijft in hun rapportage-boeken over iedere zonde van die ontrouwe valse gelovigen, valse apostelen en valse arbeiders; dan, als de tijd ervoor is aangebroken werpt Hij hen te midden van de onreine geesten, laat die onreine geesten naar believen hun gehele lichaam verontreinigen, zodat zij nooit meer vlees kunnen worden en nooit meer het licht kunnen zien. Die huichelaars die enige tijd dienst doen maar niet in staat zijn om tot het einde toe getrouw te blijven worden door God tot de goddelozen gerekend, zodat zij de trawanten worden van degenen die kwaad doen en deel gaan uitmaken van hun onordelijke gespuis; op het einde zal God hen vernietigen. God gooit hen terzijde die nooit trouw geweest zijn aan Christus of nooit iets van hun kracht hebben bijgedragen, en schenkt geen aandacht aan hen, en bij de verandering van tijdperk zal Hij hen allen vernietigen. Zij zullen niet langer op aarde bestaan, laat staan toegang verkrijgen tot het koninkrijk Gods. Zij die nooit oprecht geweest zijn tegen God maar door omstandigheden gedwongen worden oppervlakkig met Hem om te gaan worden gerekend tot hen die dienst doen voor Zijn volk. Slechts een klein aantal van zulke mensen zal overleven, terwijl het grootste gedeelte zal vergaan samen met hen die ondermaats dienst doen. Uiteindelijk zal God al degenen tot Zijn koninkrijk brengen die van dezelfde gedachten zijn als God, het volk en de zonen van God, en zij die voorbestemd zijn door God om priester te zijn. Zij zullen het distillaat van Gods werk zijn. Wat betreft hen die niet kunnen worden geschaard onder een van de categorieën die door God opgesteld zijn: zij zullen gerekend worden tot de ongelovigen, en jullie kunnen je zeker wel voorstellen hoe het met hen zal aflopen. Ik heb jullie al alles gezegd wat ik moet zeggen; de weg die jullie kiezen is volledig aan jullie. Wat jullie moeten begrijpen is het volgende: het werk van God wacht op geen enkele persoon die Hem niet kan bijhouden, en de rechtvaardige gezindheid van God toont geen enkele mens genade.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Christus doet het werk van het oordeel met de waarheid