Punt zeven: Ze zijn boosaardig, verraderlijk en bedrieglijk (deel 3)
Bijlage: Geschenken
Voordat Ik tot het hoofdonderwerp van deze communicatie inga, laat Me een verhaal vertellen. Wat voor verhaal moet vertellen? Als het geen invloed heeft op mensen, of als het degenen die in God geloven niet opbouwt of ten goede komt wat betreft het leven binnengaan en het kennen van God, dan heeft het geen zin om het te vertellen. Als Ik een verhaal ga vertellen dan moet dat verhaal op zichzelf enigszins leerzaam zijn – het moet waarde en betekenis hebben. Dus luister vandaag naar dit verhaal en ontdek of het leerzaam en nuttig voor jullie kan zijn. Sommige verhalen zijn waar, terwijl andere verzinsels zijn die zijn ontleend aan echte gebeurtenissen; ze zijn niet waar, maar ze komen vaak voor in het leven, dus ze staan niet los van de realiteit. Of ze nu verzonnen zijn of echt gebeurd, ze zijn allemaal nauw verbonden met het leven van mensen. Dus waarom zou Ik jullie zulke verhalen vertellen? (Zodat we de waarheid kunnen begrijpen). Dat klopt: zodat jullie de waarheid daaruit kunnen begrijpen – een aantal waarheden die mensen in het echte leven moeilijk kunnen begrijpen. Laten we verhalen gebruiken om voor mensen de kennis van de waarheid en van God dichter bij de werkelijkheid te brengen en het voor hen gemakkelijker te maken om de waarheid en God te begrijpen.
Als Ik gedurende langere tijd veel contact met mensen heb, zijn vreemde en grappige gebeurtenissen onvermijdelijk. Dit voorval vond plaats in de lente van dit jaar. Toen de winter ten einde liep en de lente in aantocht was, werd het weer steeds milder en begonnen allerlei planten te ontkiemen, die dag na dag groeiden door het zonlicht en de regen. Sommige van die planten waren wild, andere werden gekweekt. Er waren planten voor dierlijke consumptie, planten voor menselijke consumptie en planten voor zowel dierlijke als menselijke consumptie. Het was een lentetafereel: een groen en levendig landschap. En hier is waar het verhaal begint. Op een dag was Ik verrast toen Ik een bijzonder geschenk kreeg. Wat voor geschenk? Een zak wilde groenten. Degene die het Me gaf, zei: “Dit is herderstasje – het is eetbaar en goed voor je gezondheid. U kunt het in roereieren gebruiken.” Oké. Ik vergeleek het vervolgens met het herderstasje dat Ik eerder had gekocht, en Ik zag vrijwel meteen dat er een probleem was. Kunnen jullie raden wat dat was? Ik was op een ‘mysterie’ gestuit. Welk mysterie? Herderstasje ziet er in het buitenland anders uit dan herderstasje in China. Klopt hier iets niet? (Jazeker.) Als het hetzelfde was geweest, dan zou het er ook hetzelfde uit moeten zien. Wat zou dan het eerste zijn dat in je opkomt als je ontdekt dat het er anders uitziet? Is dit nou herderstasje of niet? Ik wist het niet zeker. Zou Ik die persoon niet moeten vragen wat er aan de hand was? Dus ging Ik later naar hem toe en vroeg: “Weet je zeker dat dit herderstasje is?” Hij dacht er even over na en antwoordde: “Oh, ik weet niet zeker of het herderstasje is of niet.” Als hij er niet zeker van was, hoe kon hij het dan aan Mij geven? Waarom zou hij het Me durven geven? Gelukkig heb Ik het niet zomaar opgegeten. Twee dagen later wist Ik zeker dat het echt geen herderstasje was. Wat zei die persoon? Hij zei: “Hoe kwam U erachter dat het geen herderstasje was? Ik weet het niet zeker, maar vergeet het maar: eet het niet op.” Kun je zoiets nog eten? (Nee.) Je kunt het niet eten. Als Ik zeg: “Je weet het niet zeker, maar Ik waag het erop en eet het op, omdat je zo aardig bent”, werkt dat dan? (Nee, het werkt niet.) Wat is de aard van dit gedrag? Zou het dwaas zijn? (Inderdaad.) Ja, dit is dwaasheid. Gelukkig heb Ik het niet gegeten en Me er ook niet verder in verdiept, dus de zaak was afgedaan.
Na verloop van tijd begonnen er allerlei soorten wilde planten in de velden te groeien: hoge en lage, bloeiende en niet-bloeiende, en planten in alle kleuren en variaties. Het werden er steeds meer, ze groeiden dichter opeen en kregen steeds mooiere vormen. Op een dag kreeg Ik weer een geschenktasje, maar dit was geen zak met herderstasje. Er zat Chinese bijvoet in, van dezelfde man. Hij was zo vriendelijk geweest om nog een zakje te sturen, met de instructies erbij: “Probeer dit eens. Het is Chinese bijvoet: het is goed tegen verkoudheid, en U kunt het ook met roerei eten.” Ik keek ernaar: was dit niet zomeralsem? Chinese bijvoet komt in veel delen van China voor en de bladeren hebben een bijzondere geur, maar dat was niet wat de man had gestuurd – hoe kon dat nou voor Chinese bijvoet doorgaan? De bladeren lijken wel een beetje hetzelfde, maar was het wel bijvoet? Ik vroeg het aan de man die het Me gaf, maar hij zei dat hij het niet wist – door dit te zeggen, schoof hij de verantwoordelijkheid volledig van zich af. Hij vroeg zelfs: “Waarom hebt U er nog niets van gegeten? Hoewel ik niet zeker weet wat het is, moet U er wel iets van eten. Ik heb er wel iets van gegeten en het is echt lekker.” Hij wist het niet zeker, maar toch drong hij er bij Mij op aan het te eten. Wat denken jullie allemaal dat Ik had moeten doen? Had Ik Mezelf moeten dwingen het op te eten? (Nee.) Het had zeker niet gegeten mogen worden, want degene die het had gestuurd, wist niet eens wat het was. Als Ik het erop had gewaagd en het had opgegeten om iets nieuws te proberen, was er misschien niets gebeurd, omdat de persoon die het had opgegeten, had gezegd dat het geen kwaad kon. Maar hoe zit het met een handelwijze als denken dat het prima is en het onwetend opeten? Is dat niet gewoon blindelings handelen? Wat voor iemand doet zoiets blindelings? Alleen iemand die ruw en roekeloos is, zou dit doen – iemand die denkt: “Het maakt toch niets uit; min of meer is goed genoeg.” Vinden jullie dat Ik dit moet doen? (Nee.) Waarom niet? Er zijn zoveel dingen om te eten; waarom zou je het risico nemen een onbekende plant te eten? In tijden van hongersnood, wanneer er echt geen voedsel meer is, kun je allerlei wilde groenten opgraven en proberen deze te eten, en kun je ook risico’s nemen. In zulke situaties zou je een onbekende plant kunnen eten. Maar is dit nu zo’n situatie? (Nee.) Er zijn zoveel dingen die je kunt eten, dus waarom zou je op zoek gaan naar wilde groenten? Is het nodig om een risico te nemen voor een klein voordeel dat onzichtbaar, ontastbaar en denkbeeldig is? (Nee, dat is het niet.) Dus Ik besloot om het niet te eten. Ik heb het gelukkig niet gegeten; Ik ben er ook niet verder op ingegaan en die kwestie was ook afgehandeld
Enige tijd later gaf de man Me nog een geschenk; dit was de derde keer. Het geschenk was deze keer heel bijzonder: het was niet in de grond gekweekt en het was ook geen vrucht van een boom. Wat was het? Twee vogeleieren, netjes verpakt in een papieren zak, met daarop de woorden: “Vogeleieren voor God”. Grappig, hè? Toen Ik de papieren zak opende, zag Ik dat de schalen van de twee eieren prachtig gekleurd waren. Ik had nog nooit eerder zulke eieren gezien, dus Ik kon ook niet zeggen wat voor vogel ze had gelegd. Ik besloot de informatie op te zoeken op internet, maar Ik kon geen enkele aanwijzing vinden, omdat er veel eieren met hetzelfde patroon en dezelfde kleur waren. Er was dus geen enkele manier om ze te identificeren op basis van grootte en kleur. Denkt iemand van jullie dat het zin had gehad als Ik aan die man had gevraagd wat voor soort vogeleieren het waren? (Nee.) Waarom niet? (Hij weet het ook niet.) Jullie raden het al: hij weet het ook niet. Dus heb Ik het hem niet gevraagd. Als Ik het hem had gevraagd, zou Ik hem hebben gekwetst en zou hij hebben gedacht: “ik bedoel het zo goed en ik ben zo zorgzaam, maar toch twijfelt U aan mij. Waarom moet U ze op internet opzoeken? Ik heb ze toch aan U gegeven om op te eten, eet ze dan gewoon op!” Vinden jullie dat Ik de eieren had moeten opeten of niet? (Dat had U niet moeten doen.) Als hij ze aan jullie had gegeven, zouden jullie ze dan hebben opgegeten? (Nee.) Ik ook niet. Deze eieren zijn bedoeld om uit te broeden en voor de voortplanting van vogels. Zou het niet wreed zijn om ze op te eten? (Zeker weten.) Dat kon Ik niet doen, dus liet Ik de kwestie van de vogeleieren rusten, maar dergelijke dingen bleven gebeuren.
Op een dag zag Ik zomeralsem – die leek op Chinese bijvoet – die ergens op een balustrade lag te drogen, dus vroeg Ik een zuster waar het voor was. “Is dit niet dezelfde soort Chinese bijvoet die die man U de vorige keer heeft gegeven?” antwoordde ze. “Chinese bijvoet kan vocht en kou verdrijven. Bent U niet gevoelig voor kou? De man zei dat hij het, zodra het droog was, voor U zou bewaren zodat U het konden gebruiken in een voetbad met warm water, om de kou te verdrijven.” Wat denken jullie dat Mijn reactie was, toen Ik dat hoorde? Eén woord. (Sprakeloos.) Inderdaad, ik was sprakeloos. Had Ik in zulke omstandigheden niet moeten nadenken over hoe zorgzaam deze persoon was, en hoe hij echt zijn best had gedaan? Hoe kon Ik dan sprakeloos zijn? Het was alleen zo dat deze persoon al een paar keer onoplettend was geweest in deze kwesties en toen van aanpak is veranderd, alsof hij wilde zeggen, “Ik gaf U groenten en eieren te eten, maar U at die niet op. Daarom heb ik wat Chinese bijvoet voor U gedroogd voor een warm voetbad, zodat mijn inspanningen niet voor niets zouden zijn.” Bij het zien van dit schouwspel was Ik echt sprakeloos. Later vertelde Ik iemand anders dat veel drogisterijen nu Chinese bijvoet verkopen. Je kunt er zoveel kopen als je wilt. Het is verkrijgbaar in verschillende verpakkingen, wordt in verschillende landen geproduceerd en wordt hygiënisch verwerkt. Het is veel beter dan wat de man Me gestuurd heeft. Is het dan niet verspilde moeite om het langs de kant van de weg te plukken en het dan op de balustrade in de zon te laten drogen? Als hij het laat drogen en het aan Me geeft, denken jullie dan dat Ik het wil? (Dat denken jullie niet.) Ik wil het niet. Na verloop van tijd lag er geen bijvoet meer op de balustrade, omdat hij Mijn woorden had gehoord en het niet meer stuurde. Later, toen er meer wilde groenten in het veld waren, werden ze waarschijnlijk niet meer als zeldzaam beschouwd, dus stuurde niemand Me meer wilde groenten. En Ik vermoed dat de vogeleieren onderhand waren uitgekomen en niet meer verzameld konden worden, dus tot nu toe heb Ik geen vogeleieren of wilde groenten meer ontvangen. En dat was Mijn verhaal.
In totaal waren er vier voorvallen in het verhaal, die allemaal gingen over dingen die naar Me werden gestuurd: twee gingen over het sturen van onbekende wilde groenten, één ging over het sturen van onbekende vogeleieren, en nog een ging over het in de zon gedroogde ‘traditionele Chinese geneesmiddel’. Het klinkt misschien een beetje belachelijk om over deze dingen te praten, maar welke indrukken krijgen jullie van deze voorvallen, als jullie die al krijgen? Is er iets dat jullie eruit zouden moeten begrijpen of meenemen? Zijn er lessen die jullie zouden moeten leren? Waar dachten jullie aan tijdens het luisteren? Waren de dingen die Ik vertelde gericht aan een specifieke persoon? Natuurlijk niet. Maar als ze niet op een specifieke persoon gericht waren, waarom praat Ik er dan over? Is het zinvol? Of is het gewoon loze praat? (Nee, dat is het niet.) Aangezien jullie het geen loze praat vinden, weten jullie dan waarom Ik erover praat? Waarom deed deze man zulke dingen? Wat was de aard van zijn gedrag? Wat was zijn motief? Wat zijn de problemen hier? Moeten ze in context worden geplaatst? Jullie zullen de waarheid kunnen begrijpen als jullie door mensen heen kijken en de aard van de voorvallen zelf in context plaatsen. Denken jullie dat de man die deze dingen deed goede of slechte bedoelingen had? (Goede bedoelingen.) Allereerst is één ding zeker: hij had goede bedoelingen. Wat was er mis met zijn goede bedoelingen? Betekent het dat je zorgzaam bent als je dingen met goede bedoelingen doet? (Niet per se.) Als goede bedoelingen iemands motief zijn om iets te doen, is de onzuiverheid van een corrupte gezindheid dan noodzakelijkerwijs afwezig? Nee. Dan vraag Ik jullie allemaal: als je respectvol en gehoorzaam bent jegens je ouders, waarom zou je hun dan niet deze dingen sturen om te eten? Of als je jouw bazen en leiders aardig vindt en om ze geeft, waarom zou je hun dan niet dit soort dingen geven om te eten? Waarom zou je dat niet wagen? Omdat je bang bent dat er iets mis zal gaan. Je bent bang om je ouders, leiders en bazen kwaad te doen, dus ben je dan niet bang om God kwaad te doen? Wat zijn je bedoelingen? Wat houdt je vriendelijkheid in? Probeer je God te misleiden? Probeer je met Hem te spelen? Zou je het wagen zoiets te doen met God als een spiritueel wezen? Zou je een Godvrezend hart hebben als je zag dat Gods vlees dat van de normale mensheid is, en in plaats van Hem te vrezen, je zulke dingen waagde te doen? Als je geen Godvrezend hart had, zou het dan werkelijk zorgzaam van je zijn om zulke dingen te doen? Dat is niet geven om God: dat is God misleiden en met Hem spelen. En dat is buitengewoon gewaagd van je! Als je echt een verantwoordelijk persoon bent, waarom eet en proef je iets dan niet eerst zelf, zodat je zeker weet dat er niets mis is, voordat je het naar God brengt? Als je het rechtstreeks naar God brengt, zonder het zelf te eten en te proeven, is dat dan geen spelen met God? Heb je niet het gevoel dat je hiermee Gods gezindheid beledigt? Is dit iets dat God kan vergeten? Ook al vergeet jij het, God zal het niet vergeten. Wat gaat er door je heen als je zoiets doet? Je hebt het niet geproefd en je hebt geen wetenschappelijk bewijs, maar toch durf je het aan God te geven. Is dit verantwoordelijk gedrag? Als je God kwaad zou doen, welke verantwoordelijkheid zou je dan dragen? Zelfs als de wet niet met je zou afrekenen, zou God je voor eeuwig straffen. Je zou deze rommel niet eens goed genoeg vinden om aan de ongelovige leiders en ambtenaren te geven, en je zou het onwaardig vinden. Wat voor intenties zou je dan hebben om het aan God te geven? Ben Ik zo weinig waard? Als je jouw baas een zak wilde groenten zou geven, wat zou hij er dan van denken? Is dat alles wat ik waard ben? Mensen geven me geld en merkartikelen, en jij geeft me een handvol onkruid? Zou je het dan toch door kunnen zetten? Zeker niet. Maar als je dat wel deed, waar zou je je dan zorgen over maken? Het eerste waar je over na moet denken is: “wat vindt de baas leuk? Heeft hij dit nodig? Als hij het niet nodig heeft en ik het hem toch geef, zal hij het mij dan moeilijk maken? Zal hij me op mijn werk pesten en kwellen? Als het serieus wordt, zal hij dan een voorwendsel zoeken en proberen me te betrappen om me te ontslaan?” Denk jij hier wel eens over na? (Ik wel.) Als je jouw baas tevreden wilt stellen, wat is dan het eerste dat je hem moet geven? (Iets wat hij leuk vindt). Hem alleen iets geven wat hij leuk vindt, is niet genoeg. Als hij nu een beker nodig heeft, bijvoorbeeld, kun je dan 10 of 20 RMB uitgeven om er een te kopen? (Nee.) Je moet hem iets van goud, iets van zilver geven, iets dat er representatief uitziet. Waarom zou je hem iets geven dat je zelf niet eens wilt kopen? (Om hem tevreden te stellen.) Wat is het doel om hem tevreden te stellen? Ten eerste kan hij je op zijn minst onder zijn hoede nemen, en met de macht die hij heeft, kan hij je verdedigen en ervoor zorgen dat je baan en salaris stabiel en zeker zijn. Hij zal het je in ieder geval niet moeilijk maken. Je zult hem dus nooit een bosje onbekende wilde groenten geven. Toch? (Inderdaad.) Dat kun je zelfs niet bij jouw baas doen, dus waarom zou de man die Me het onkruid gaf dat wel bij Mij doen? Heeft hij aan de gevolgen gedacht? Absoluut niet. En waarom niet? Sommigen zouden zeggen: “Omdat U ons niet gaat kwellen.” Is het zo eenvoudig? Omdat Ik het hem toch niet moeilijk ga maken, is dat het? Hoe durfde hij zulke dingen te geven? (Hij dacht dat zijn bedoelingen goed waren.) Dit klopt. Hij bedekte al zijn lelijkheid en boosaardigheid met goede bedoelingen, wat neerkomt op: ik heb goede bedoelingen jegens U, maar anderen niet! Kijk eens naar al die wilde groenten. Wie heeft ze voor U opgegraven? Was ik dat niet? Wat is dit voor houding? Wat is dit voor mentaliteit? Zijn deze goede bedoelingen in overeenstemming met menselijkheid. Als ze niet eens in overeenstemming zijn met menselijkheid, kunnen ze dan wel in overeenstemming zijn met de waarheid? (Nee, dat kunnen ze niet.) Ze kunnen niet verder van de waarheid verwijderd zijn! Wat zijn deze goede bedoelingen? Zijn het werkelijk goede bedoelingen? (Dat zijn ze niet.) Wat voor houding brengen ze dan mee? Wat voor onzuiverheden en essenties bevatten ze? Zelfs jullie, jonge mensen die nog weinig van de wereld hebben gezien, begrijpen dat je je baas niet zomaar geschenken kunt geven. Je moet nadenken over de gevolgen. Dus als een bijzonder ervaren man van in de veertig of vijftig Me zulke dingen geeft, wat is dan volgens jullie de aard daarvan? Is het de moeite waard om dit hier te bespreken? (Ja.) Dus, alles bij elkaar genomen, wat is de aard hiervan? De man gaf Me achteloos wat wilde groenten en vroeg Me deze te eten, zonder dat hij zelf wist wat deze waren. Toen Ik zei dat ze er niet uitzagen als dat soort wilde groenten, verspilde hij geen tijd en zei Me dat Ik ze niet moest eten. En dat is nog niet alles. Hij stuurde Me een andere soort wilde groenten om te eten. Ik at ze niet, en hij zei: “Eet er een paar, ze zijn heerlijk. Ik heb ze geprobeerd.” Wat is dat voor houding? (Het is respectloos en onverantwoordelijk.) Dat klopt. Herkennen jullie allemaal deze houding? (Wij wel.) Is het goed bedoeld? Er is hier helemaal niets goed bedoeld! Hij pakte zomaar iets, zonder dat het hem iets kostte, stopte het in een plastic zak en gaf het aan Me en vroeg Me het te eten. Zelfs als je wilde groenten zou plukken om aan de schapen en konijnen te voeren, zou je je nog steeds moeten afvragen: kunnen de dieren vergiftigd worden als ze dit eten? Is dat niet iets wat je zou moeten overwegen? Als je niet bereid bent het risico te nemen bij het voeren van het vee, hoe kun je dan zomaar een bosje wilde groenten pakken en aan Mij geven om te eten? Wat voor soort gezindheid is dat? Wat is de aard van het probleem? Begrijpen jullie het? Als zo iemand Me op deze manier behandelt, hoe denk je dan dat hij zijn ondergeschikten of iemand die hij als een gewoon persoon beschouwt, zou behandelen? Hij is gewoon een beetje aan het spelen. Wat is dat voor een gezindheid? Het is boosaardig en venijnig. Kan hij als een goed mens worden beschouwd? (Nee, dat kan hij niet.) Hij wordt niet als een goed mens beschouwd. Het lichaam en het leven van mensen niet serieus nemen, ermee gokken en naderhand niets voelen, en eigenlijk helemaal geen gewetenswroeging hebben, maar in staat zijn steeds hetzelfde te doen: dat is inderdaad vreemd.
Aan het begin van het verhaal heb Ik een paar woorden gezegd waar jullie misschien niet zoveel aandacht aan hebben besteed. Ik heb gezegd dat sommige van die wilde groenten bestemd waren voor menselijke consumptie, sommige voor dierlijke consumptie, en weer andere voor zowel menselijke als dierlijke consumptie. Dit is een ‘bekend gezegde’ en er is een bron voor. Weet je waar het vandaan komt? Het is een toespeling op een verhaal. Het komt van de man die deze paar geschenken in dat verhaal gaf. Deze man was verantwoordelijk voor het planten, en hij liet drie soorten maïs planten. Welke drie soorten? Het soort dat mensen eten, het soort dat dieren eten en het soort dat zowel mensen als dieren eten: die drie. Deze drie soorten maïs zijn behoorlijk interessant. Hebben jullie er weleens van gehoord? Nee, en het was ook de eerste keer dat Ik ervan hoorde – ze zijn immers zeldzaam. Uiteindelijk raakten de drie soorten maïs met elkaar vermengd, omdat de mensen die de maïs plantten zo onverantwoordelijk waren: de maïssoorten voor dierlijke consumptie werden aan mensen te eten gegeven, terwijl de maïssoorten voor menselijke consumptie aan dieren werden gevoerd. Nadat ze de maïs hadden gegeten, klaagden ze allemaal dat de maïs niet lekker was, dat het niet naar graan smaakte en een beetje naar gras smaakte. Wat hadden de mensen die de maïs plantten gedaan? Vanwege hun onverantwoordelijkheid bij het vervullen van hun plicht, haalden ze wat voor menselijke consumptie en wat voor dierlijke consumptie was bestemd door elkaar, totdat niemand het verschil meer kon zien. Ze moesten meer zaden kopen en alles opnieuw planten. Hoe denken jullie dat dit werk werd uitgevoerd? Handelen dergelijke mensen dan helemaal niet volgens principes? (Dat doen ze niet). Zoeken ze de waarheid in hun handelen? (Dat doen ze niet.) Wat denken zulke mensen, met zo’n houding in hun handelen, zo respectloos en onverantwoordelijk tegenover iedereen, over het geloven in God? Hoe staan ze tegenover de waarheid? Hoeveel gewicht heeft de waarheid in hun hart? Hoe belangrijk is Gods identiteit? Weten ze dat? (Dat weten ze niet.) Zouden ze dergelijke belangrijke zaken niet moeten weten? Waarom weten ze het dan niet? Het heeft te maken met hun gezindheid. Wat is dat voor gezindheid? (Het is boosaardigheid.) Het is boosaardigheid, en het is afkeer van de waarheid. Ze zijn zich niet bewust van de aard van wat ze doen, en ze proberen nooit na te denken of te zoeken, noch onderzoeken ze zichzelf na het doen van dingen. In plaats daarvan doen ze wat ze willen, denkend dat ze, zolang ze goede en juiste bedoelingen hebben, niemand nodig hebben om toezicht op hen te houden of hen te bekritiseren; ze denken dat ze aan hun verantwoordelijkheden en verplichtingen hebben voldaan. Is dat ook zo? Sommige mensen zeggen, “We begrijpen het verhaal dat u ons hebt verteld, maar we begrijpen nog steeds niet waar we ons het meest zorgen over maken, en dat is: wat is uw houding ten opzichte van dit soort dingen die gebeuren? Wat is uw houding ten opzichte van de persoon die zulke dingen doet? Is het woede, verwerping en afschuw? Of vindt u zo iemand wel aardig?” (Het is afschuw.) Zou dit soort dingen niet verafschuwd moeten worden? (Inderdaad.) Wat zouden jullie ervan vinden als je zoiets zou overkomen? Stel je voor dat een aardig persoon je steeds weer een aantal onbekende dingen geeft en er alles aan doet om je te overtuigen: “Eet ze op, ze zijn goed voor je lichaam; eet ze op, ze helpen je om gezond te blijven; eet ze op, ze verbeteren je uiterlijk en je vitaliteit. Er zijn ergere dingen dan naar mij te luisteren!” Wat zou je denken als na controle zou blijken dat die spullen waardeloos zijn? (Als Ik jou was, zou Ik waarschijnlijk niet meer met zo iemand willen omgaan; Ik zou me aan hem ergeren en sprakeloos zijn – dat soort gevoelens.) Je zou zulke mensen moeten verafschuwen en van hen moeten walgen. Wat anders? Moet je boos, verdrietig of gekwetst zijn? (Het heeft geen zin.) Dat heeft toch geen zin? Zijn er niet mensen die zeggen: “Deze persoon heeft dit waarschijnlijk gedaan omdat hij de waarheid niet begrijpt”? De meeste mensen begrijpen de waarheid niet, maar hoeveel van hen zijn in staat zulke dingen te doen? Verschillen mensen niet van persoon tot persoon? (Jawel.) Mensen zijn verschillend. Het is net als wanneer mensen met elkaar omgaan: bij de uitwisseling van materiële goederen streven sommige mensen naar eerlijkheid en redelijkheid. Zelfs als deze mensen de ander een beetje van hen laten profiteren, maakt het hen niets uit – zo houden ze hun relatie in stand; ze bezitten menselijkheid en vinden dat het geen grote beproeving is om een beetje benadeeld te worden. Andere mensen missen menselijkheid en willen altijd misbruik maken van anderen: hun omgang met anderen is uitsluitend gericht op het behalen van voordeel en winst ten koste van anderen. Als je ze iets kunt bieden, zullen ze je behagen en een relatie met je onderhouden, maar als dat niet het geval is, zullen ze je wegtrappen. Ze tonen geen oprechtheid jegens jou; zulke mensen hebben geen menselijkheid.
Wat vinden jullie van het soort mensen dat geschenken geeft, zoals in het verhaal van vandaag? Waarom geven zulke mensen geschenken? Is het toeval? Als het één keer in de zoveel jaar gebeurt, zou het toeval kunnen zijn, maar kan het nog steeds als toeval worden beschouwd als hetzelfde vier keer in één seizoen gebeurt? (Nee.) Dit gedrag was niet toevallig, en evenmin kan een dergelijke gezindheid een tijdelijke onthulling en uitdrukking van verdorvenheid worden genoemd. Wat was dan de aard van zijn gedrag? Zoals we eerder al zeiden, was zijn gedrag respectloos, onverantwoordelijk, roekeloos, onbezonnen en impulsief, en getuigde het van een onbeschaafde gezindheid. Waarom deed hij het dan? Waarom gaf hij die dingen niet aan iemand anders, maar alleen aan Mij? Mijn andere identiteit en status maakten Mij gekwalificeerd om deze geschenken te ontvangen. Wordt daarmee de bedoeling van de man die de geschenken gaf en de aard van wat hij deed duidelijk? Wat was zijn doel? (Om in de gunst te komen.) Dat klopt. Met welk woord kun je zijn vleierij het beste beschrijven? Het is een goedkope truc: vleierij en opportunisme. Het is een slimme manier om bij je in de gunst te komen, je in het gat te lokken dat hij heeft gegraven zonder dat je het beseft, en je een goed gevoel over hem te geven, terwijl hij in werkelijkheid helemaal niet oprecht is. Hij wil zijn eigen doelen bereiken zonder daarvoor een prijs te betalen. Hij deed dit zonder zorgvuldig na te denken over de gevolgen en gaf je gewoon iets dat hij gratis had gekregen, waardoor je het gevoel kreeg dat hij om je gaf en werd je in een staat van geluk gesust. Wat betekent dit nu eigenlijk? Het betekent dat hij je, zonder ook maar een cent uit te geven, het gevoel heeft gegeven dat je enorm van hem hebt geprofiteerd, terwijl je duidelijk voor de gek wordt gehouden. Is dat niet wat het betekent? Hij denkt bij zichzelf: ik geef geen cent uit en ik doe geen moeite; ik heb geen oprechtheid voor u. Ik geef u gewoon iets om u aan mij te herinneren, zodat u me aardig, zorgzaam en loyaal zult vinden en denkt dat ik liefde voor u in mijn hart heb. Je ten onrechte laten geloven dat hij zo is, is een goedkope truc en bovendien opportunisme. De goedkoopste zogenaamde vriendelijkheid gebruiken voor het grootste voordeel en het grootste profijt, zonder daarvoor enige prijs te betalen of oprecht te zijn, is een goedkope truc. Zou iemand van jullie dit doen? Iedereen doet het – het is alleen zo dat jullie niet hetzelfde hebben gedaan als hij, maar jullie zouden het doen als jullie de kans kregen. Dat is het eerste wat Ik heb geconcludeerd bij het omgaan met dit soort mensen, namelijk dat ze erg goed zijn in goedkope trucs. Het is niet God waarin zij geloven; ze volgen iemand waarvan ze denken dat diegene hun voordeel zal opleveren, zal zegenen en die het waard is om te volgen. Dit ene incident legde het geloof van dit soort mensen en de waarheid over hoe ze werkelijk zijn volledig bloot. Het begrip van liefde, loyaliteit en onderwerping aan God van zulke mensen is te simplistisch, en ze willen met goedkope trucs Gods goedkeuring en zegeningen verkrijgen. Zijn ze oprecht tegenover God? Zijn ze op enigerlei wijze Godvrezend? (Dat zijn ze niet.) Dan zijn andere dingen nog minder aan de orde. Dat is de eerste conclusie die Ik heb getrokken. Heb Ik volgens jullie gelijk? (Ja, u hebt gelijk) Geef Ik hem ten onrechte een stempel? Maak Ik van een mug een olifant? Absoluut niet. Afgaande op zijn essentie is het veel ernstiger dan dat. Op zijn minst bedriegt hij en speelt hij met God.
Het tweede wat Ik heb geconcludeerd, is wat er bij zulke mensen te zien is. Het menselijk hart is afschuwelijk! Vertel Me, wat is deze gruwel? Waarom zeg Ik dat het menselijk hart afschuwelijk is? (Deze persoon vleit God om zijn bedoeling en verlangen om zegeningen te verkrijgen te bevredigen, en vervolgens is hij onverantwoordelijk en denkt hij niet na over wat er met Gods lichaam zal gebeuren nadat Hij deze dingen heeft gegeten, of wat de gevolgen zullen zijn. Hij zal altijd rekening houden met de gevolgen van wat hij zijn eigen gezin te eten geeft, maar wanneer hij iets aan God geeft, denkt hij helemaal niet aan de gevolgen. Hij doet dit uitsluitend om zijn eigen doeleinden te bereiken door zichzelf op een eerlijke of oneerlijke manier bij God in de gunst te brengen. Het is te zien dat hij bijzonder egoïstisch en verachtelijk is, dat hij geen plaats voor God in zijn hart heeft en dat hij God niet als God behandelt.) Betekent dat niet impliciet dat je Me niet als een mens behandelt? Kan het zo gezegd worden? (Dat kan.) Wat een afschuwelijke bedoelingen? (Ja, hij zou God niet bedriegen, zelfs als hij God als zijn eigen familielid zou behandelen.) Dat is echt afschuwelijk! Als iemand je vriend was, zou hij je dan zo behandelen? Nee, dat zou hij niet doen. Hij zou je vertellen wat gezond is om te eten, en als er bijwerkingen zouden zijn als je iets eet, zou hij je krachtig ontmoedigen om het te eten; dat is iets wat zelfs vrienden kunnen doen. Maar kan deze persoon dat doen? Nee. Omdat hij Mij zoiets heeft aangedaan, zou hij het jullie zeker ook aandoen. Wat voor andere gruwelen schuilen er nog meer in hem? (Hij is zeer berekenend. Hij verbergt het met een oppervlakkige hartelijkheid, maar vanbinnen smeedt hij plannen en probeert hij het grootste voordeel te halen uit het goedkoopste dat hij kan vinden, en dat voelt afschuwelijk.) Het is goed om het zo te zien. Waar je eerder naar verwees, is zijn egoïstische kant, terwijl dit verwijst naar zijn intriges. Als Ik afga op wat jullie allemaal hebben gezegd, waar komen dan die dingen vandaan die diep in een persoon zitten, die dingen die voortkomen uit zijn menselijkheid, de dingen die hij wel of niet kan aanraken, en die anderen wel of niet kunnen zien of interpreteren? Worden ze door de ouders aangeleerd? Worden ze op school onderwezen? Of worden ze door de maatschappij gevoed? Hoe ontstaan ze? Eén ding is zeker: ze zijn iets dat aangeboren is. Waarom zeg Ik dat? Waar zijn aangeboren dingen mee verbonden? Ze zijn verbonden met iemands aard-essentie. Was het voor hem dus een langdurige voorbedachte rade, of een plotselinge ingeving om zo te denken? Werd hij geïnspireerd door iets wat hij iemand anders zag doen, of moest hij het onder bepaalde omstandigheden doen? Of heb Ik hem opgedragen dat te doen? Niets van dit alles. Hoewel deze kleine dingen op het eerste gezicht misschien normaal lijken, is de aard die aan elk van deze dingen ten grondslag ligt buitengewoon. Was de persoon die deze dingen deed zich bewust van de gevolgen ervan? Nee, dat was hij niet. Waarom niet? Stel dat je een goedkoop artikel koopt bij een marktkraampje om aan je baas te geven. Moet je, voordat je het geeft, niet eerst de zaken overwegen en jezelf afvragen: kan de baas dit artikel bij een marktkraampje vinden? Kan hij er online achter komen hoeveel het kost? Kan iemand hem vertellen hoeveel het kost? Wat zal hij van me denken als hij het eenmaal gezien heeft? Zijn dit niet dingen die je zou moeten overwegen? Je zou het eerst overwegen en het daarna kopen. Als je na die overweging vindt dat het schenken van dit artikel ongunstige gevolgen zou hebben, zou je het dan alsnog weggeven? Dat zou je zeker niet doen. Als je denkt dat het goedkoop zou zijn om dit artikel aan je baas te geven en dat je baas er blij mee zou zijn, dan zou je het zeker weggeven. Maar deze man in het verhaal heeft geen van deze dingen overwogen, dus wat dacht hij wel niet? Hij dacht alleen maar dat dit de enige manier was om zijn bedoelingen te bereiken. Door het te analyseren, komt de aard van deze kwestie nu naar voren. Wat kan er worden afgeleid uit de aard van deze kwestie? Het tweede resultaat dat door contact met hen in mensen te zien is, is dat hun hart afschuwelijk is. Kan er een conclusie worden getrokken over de verdorven gezindheid die zulke mensen onthullen, of die nu opzettelijk of onvrijwillig is? Wat maakt het menselijk hart zo afschuwelijk? Is het omdat het te ongevoelig is? Een ongevoelig persoon is iemand die geen inzicht heeft. Zou het juist zijn om ze ongevoelig te noemen? (Nee.) Is het dan te wijten aan onwetendheid? (Dat is het niet.) Waaraan moet de oorzaak dan uiteindelijk worden toegeschreven? Het zou moeten worden toegeschreven aan de boosaardige gezindheid van mensen. Ik moet jullie vertellen waarin de gruwel van mensen schuilt: in het feit dat er demonen in hun hart wonen. Wat vinden jullie daarvan? Waarom zeg Ik dat er demonen in de harten van mensen wonen? Wat is jullie begrip hiervan? Vinden jullie dit geen afschuwelijke uitspraak? Zijn jullie niet bang als jullie dit horen? Jullie dachten vroeger niet dat er demonen in jullie hart woonden; je dacht gewoon dat je een verdorven gezindheid had, maar je wist niet dat er demonen in je woonden. Nu weet je het. Is dit geen ernstig probleem? Denken jullie dat Ik gelijk heb? (Ja, u hebt gelijk.) Raakt dit niet de kern van het probleem? (Dat doet het.) Denk na over waarom Ik zei dat er demonen in de harten van mensen wonen. Denk er eens over na: zou iemand met geweten en verstand God op deze manier misleiden? Is dit onderwerping aan God? Dit is God met open ogen weerstaan en Hem helemaal niet als God behandelen. Nu God op aarde is gekomen om de mensheid te redden, wat is dan de relatie tussen mens en God? Is het er een van meerdere en ondergeschikte? Vriendschap? Familie? Wat voor soort relatie is het eigenlijk? Hoe ga je om met deze relatie en hoe benader je deze? Welke mentaliteit moet je hebben als je met God omgaat en met Hem overweg kunt? Wat moet je in je hart bewaren om met God overweg te kunnen? (Vrees.) Vrees lijkt voor iedereen onrealistisch. (Angst.) Angst kan niet worden bereikt. Als je Me behandelt als een gewoon persoon – gewoon als een kennis, die elkaar niet al te goed begrijpen en nog niet genoeg om vrienden te zijn – hoe kan de relatie tussen ons dan harmonieus en vriendschappelijk zijn? Iemand met geweten zou moeten weten hoe hij zulke dingen op de juiste manier moet doen. (Er moet respect zijn.) Dit is wel het minste dat je zou moeten hebben. Stel dat twee mensen elkaar ontmoeten: ze kennen elkaar nog niet en weten elkaars namen niet. Als een van hen ziet dat de ander argeloos is en met hem wil spelen, is dat dan geen pesten? Als er niet eens een minimum aan respect is, is er dan nog wel sprake van menselijkheid? Om met elkaar overweg te kunnen, ongeacht welke meningsverschillen of conflicten er ontstaan, moeten mensen elkaar op zijn minst respecteren. Respect is het elementaire gezonde verstand van zichzelf gedragen, en er is een minimum aan respect tussen alle mensen. Dus bestaat dit respect ook wanneer mensen met God omgaan? Als je zelfs dit punt niet kunt bereiken, wat is dan in jouw ogen de werkelijke relatie tussen God en jou? Er is dan helemaal geen relatie, zelfs niet die van een buitenstaander. Daarom kon de persoon die de geschenken gaf God op deze manier behandelen. Niet alleen had hij geen respect voor God, hij wilde Hem ook misleiden. In zijn hart had hij niet het gevoel dat God gerespecteerd moest worden, of dat er zorgvuldig en nauwgezet rekening moest worden gehouden met Zijn gezondheid en met de gevolgen van het eten van de geschenken – hij hield gewoon geen rekening met deze dingen. Voor hem was het voldoende om trucs te gebruiken om God te misleiden zodat Hij hem gunstig gezind zou zijn; het belangrijkste voor hem was dat hij God kon misleiden. Dat was zijn hart. Is het niet verschrikkelijk dat een mens zo’n hart heeft? Het is afschuwelijk!
Sommige mensen geloven in God en lijken Hem op het eerste gezicht te volgen. Hebben ze echter diep in hun hart ooit nagedacht over het pad dat ze hebben gekozen en wat hun dat gekost heeft? Hebben ze zichzelf onder de loep genomen en gekeken of ze de plichten hebben vervuld die hen door God zijn toevertrouwd? Welke houding hebben mensen precies bij hun omgang met God? Te oordelen naar de verschillende aspecten die mensen tentoonspreiden en onthullen, en zelfs hun meest geheime gekonkel, om nog maar niet te spreken van alle gezindheden die worden onthuld in de dingen die ze doen in hun omgang met God, is de vraag: wat hebben mensen voor God gedaan? Behalve dat ze goed nadenken over dingen waar ze zelf baat bij hebben, en de prijs daarvoor betalen, wat is de houding van mensen tegenover God en wat bieden ze Hem? Niets anders dan gekonkel, egoïsme, behoedzaamheid en een minachtende houding. Minachting is een houding. Welk soort gedrag komt voort uit deze houding, uitgedrukt in een werkwoord? ‘Iets of iemand belachelijk maken’. Heb je weleens van deze uitdrukking gehoord? (Wij wel.) ‘Iets of iemand belachelijk maken’ is een enigszins formele uitdrukking. Hoe noemen we dat in de omgangstaal? We zeggen ‘pesten’, ‘iemand een streek leveren’, ‘iemand in de maling nemen’. Je ziet er voor hen bescheiden uit, je lijkt argeloos; in hun ogen ben je niets en ze durven je openlijk belachelijk te maken – wat is dat voor gezindheid? Leeft er bij iemand met een dergelijke gezindheid een engel in het hart of een demon? (Een demon.) Het is een demon. Als ze God zo kunnen behandelen, wat voor soort mensen zijn het dan eigenlijk? Kunnen ze Gods woorden in praktijk brengen? Kunnen ze zich onderwerpen aan Gods woorden? Bijvoorbeeld Iemand zoals de man die Mij geschenken stuurde, bijvoorbeeld – hij zoekt de waarheid niet, en hij begrijpt Gods bedoelingen niet. Hij heeft geen flauw idee wat God van de mens eist, wat God wil zien of wat God van de mens wil. Hij lijkt op iemand die zich bij de omgang met zijn baas richt op hoe hij zijn baas het beste kan vleien en bedriegen, en hem zo behandelt dat hij zijn eigen doelen kan bereiken. Hoe leeft zo iemand in wezen? Hij leeft door hielen te likken, en op een verachtelijke manier zijn kostje bijeen te scharrelen met kruiperigheid bij zijn leidinggevenden. Waarom was hij zo ‘hartelijk’ en ‘vriendelijk’ tegen Mij? Hij kon het niet helpen, toch? Had hij kunnen voorspellen wat Ik hiervan zou vinden? (Nee.) Dat klopt; hij begreep het niet. Het ontbreekt hem volledig aan een normale menselijke geest. Hij wist niet en gaf er ook niet om hoe Ik zijn gedrag en gezindheid zou kunnen waarnemen, definiëren of evalueren. Waar geeft hij dan wel om? Hij gaat hem erom om Mij te vleien voor zijn eigen doeleinden een goede indruk bij Mij achter te laten. Dat is zijn bedoeling bij wat hij doet. Wat is dat voor soort menselijkheid? Is dit iets dat een mens met een zuiver geweten en verstand zou doen? Je hebt al zoveel jaar geleefd, je zou dus moeten begrijpen: ten eerste heb Ik jouw vleierij niet nodig. Ten tweede hoef je Mij niets te schenken. Ten derde, en dit is het belangrijkste, moet je begrijpen dat wat je ook doet, ongeacht je bedoelingen en doeleinden, en ongeacht de aard van de dingen die je doet, Ik dit alles definieer en over dit alles tot een conclusie kom. Het is geen kwestie van iets doen en dan is het klaar; in tegendeel, Ik moet duidelijk zien wat je bedoelingen en drijfveren zijn. Ik kijk alleen maar naar je gezindheid. Sommige mensen zeggen misschien, “U bent zo streng voor mensen!” Ben Ik dat? Dat denk Ik helemaal niet. Sommige mensen proberen de situatie uit te buiten, juist omdat Ik helemaal niet streng ben. Is dat niet hoe het is? Zodra sommige mensen met Mij in contact komen, vragen ze zich af: ik zie een gewoon mens in jou. Ik hoef me niet veel van je aan te trekken. Je bent eigenlijk net als ik: je eet drie keer per dag, net als ik, en ik zie niet in dat je enig gezag of macht hebt. Je hebt niets te zeggen, ongeacht hoe ik je behandel. Wat kan je me nu helemaal aandoen? Wat is dat voor manier van denken? Waar komt dat vandaan? Het komt voort uit iemands gezindheid. Waarom hebben mensen een dergelijke gezindheid? Dat komt omdat er demonen in hun hart leven. Als er demonen in hun hart leven, maakt het niet uit hoe groot ze denken dat God is, hoe nobel ze de status van God vinden, hoezeer ze geloven dat God de waarheid uitdrukt om mensen te redden, hoezeer ze verbaal hun dankbaarheid uiten en hoe ernstig ze hun bereidheid aangeven om te lijden en de prijs te betalen, op het moment dat ze hun plicht moeten vervullen, zijn de demonen de baas in hun hart en zijn het de demonen die aan het werk gaan. Wat voor persoon durft volgens jullie zelfs God te bedriegen en belachelijk te maken? (Een demon.) Het is een demon, dat is wel duidelijk.
In welke dialoog tussen Satan en God konden we tijdens onze eerdere communicatie zien wat de gezindheid van Satan is? God zei, “Satan, waar kom je vandaan?” Wat antwoordde Satan? (“Ik heb de aarde doorkruist en heb overal rondgetrokken.” (Job 2:1-7).) Wat is dat voor manier van praten? (Een demonische manier.) Het is een demonische manier van praten! Als Satan God als God zou behandelen, zou hij zeggen: “God stelt me de vraag, ik zeg dus op een nette manier waar ik vandaan kom.” Is dat geen verstandige manier van praten? (Dat is het.) Dat is een zin die overeenkomt met normaal menselijk denken. Een volzin, grammaticaal correct en onmiddellijk te begrijpen. Is dat wat Satan zei? (Nee.) Wat heeft hij gezegd? “Ik heb de aarde doorkruist en heb overal rondgetrokken.” Begrijpen jullie deze zin? (Nee.) Tot nu aan toe is er niemand die begrijpt wat dit betekent. Waar kwam Satan dus vandaan? Waar heeft hij de aarde doorkruist? Waar heeft hij rondgetrokken? Is er overtuigend antwoord op deze vragen? Tot op de dag van vandaag heeft geen van de mensen die de Bijbel interpreteren, kunnen uitvinden waar Satan werkelijk vandaan kwam of hoelang hij erover deed om bij God aan te komen en met Hem te spreken; er is niets over bekend. Hoe kon Satan Gods vragen dus op een dergelijke toon en in zulke taal beantwoorden? Stelde God de vraag in alle ernst? (Ja, dat deed Hij.) Gaf hij antwoord op dezelfde manier? (Nee, dat deed hij niet.) Welke houding nam hij aan bij zijn antwoord aan God? Een spottende houding. Net zoals je iemand zou vragen, “Waar kom je vandaan?” en hij zegt, “Raad maar.” “Ik kan het niet raden.” Hij weet dat je het niet kan raden, maar hij dwingt je er toch toe. Hij neemt je in de maling. Dit is de houding waarover we het hebben als we zeggen dat je iemand voor de gek houdt of belachelijk maakt. Hij is niet oprecht, hij wil niet dat je het antwoord weet; hij wil met je sollen en je voor de gek houden. Dat is precies de gezindheid van Satan. Ik heb al gezegd dat bij sommige mensen demonen in hun hart leven; is dit niet hoe ze God behandelen? Als je op het uiterlijk vertoon afgaat, zie je ze rondrennen, dingen doen, af en toe wat ongemak lijden en een kleine prijs betalen, en dan lijken ze niet op dergelijke mensen; het lijkt alsof ze God in hun hart hebben. Maar op basis van hun houding in de manier waarop ze God en de waarheid behandelen, zie je dat er in werkelijkheid een demon in hun hart leeft, niets meer en niets minder. Ze kunnen Gods vragen niet eens direct beantwoorden – dit soort mensen blijft maar in kringetjes ronddraaien net als slangen, totdat je het antwoord niet meer kunt vinden en er geen touw meer aan vast te knopen is. Wat voor mensen zijn dit precies? Kunnen ze oprecht zijn in hun behandeling van God? Kunnen dit soort mensen met de minachtende en geringschattende houding waarmee ze God behandelen, Gods woorden wel als de waarheid in praktijk brengen? (Nee.) Waarom niet? Omdat er demonen in hun hart leven. Is dat niet zo? (Ja. Ze behandelen God helemaal niet als God.) Dat is de boosaardigheid van deze mensen. Hun boosaardigheid bestaat eruit dat ze denken dat de integriteit, nederigheid, normaliteit en het praktische van God niet datgene zijn waardoor God liefdevol is – maar wat zijn deze kenmerken dan wel? Ze denken dat dit de tekortkomingen van God zijn; dat dit gebieden zijn waardoor mensen verleid worden noties op te vatten; dat dit de grootste onvolkomenheden zijn in de God waarin zij geloven; dat het gebreken, problemen en fouten zijn. Hoe moeten dergelijke mensen worden beschouwd? Dit is de manier waarop ze God behandelen, dit is hun houding; het is schandelijk jegens God. En zij zelf dan? Profiteren ze ervan? Het is ook voor henzelf een belediging. Waarom zeg Ik dat? Als iemand jou als gewoon iemand terloops iets te eten geeft, en je neemt het aan en eet het als een dwaas op, zonder je te bekommeren om de feiten rondom de zaak en zonder zelfs maar te vragen wat het te betekenen heeft, zou dat niet aangeven dat er iets ontbreekt aan je menselijkheid? Is iemand bij wie iets aan de menselijkheid ontbreekt, wel een normaal mens? Nee. Als de vleesgeworden Christus zelfs niet deze normale soort menselijkheid bezat, zou Hij het geloof van mensen dan nog waardig zijn? Nee. Wat zijn de tekenen van de menselijkheid van de vleesgeworden God? Zijn rationaliteit, gedachten en geweten zijn het meest normaal. Heeft hij het vermogen om te oordelen? (Ja.) Als Ik dat niet had, als Ik niet meer was dan een warhoofd zonder gezond verstand of inzicht, zonder denkvermogen als Mij dingen overkomen, kon Ik dan nog als normaal mens worden beschouwd? Dat zou een onvolkomen menselijkheid zijn, niet een normale menselijkheid. Zou zo iemand Christus genoemd kunnen worden? Toen God vlees werd, zou Hij dan dergelijk vlees hebben gekozen? (Nee.) Zeker niet. Als Ik dat achteloos deed, zou een dergelijke God, Degene die bekend staat als vleesgeworden God, het volgen waardig zijn? Nee, en dan zouden jullie op de verkeerde weg zitten. Dit is één aspect, vanuit Mijn perspectief. Aan de andere kant, vanuit jullie perspectief, als je Hem als God beschouwt, als Degene die je volgt, en je Hem als volgeling zo behandelt, waar plaats je jezelf dan? Is dat niet schandelijk voor jouzelf? (Dat is het.) Als de God in wie je gelooft je respect in jouw ogen zo onwaardig is, en je toch in Hem gelooft, wat ben je dan? Ben je dan warrig? Ben je dan een verwarde volgeling? Maak je jezelf dan niet te schande? (Jawel.) Maar als je denkt dat Hij al deze aspecten van een normale menselijkheid bezit, dat hij de vleesgeworden God is, en je dat toch doet, maak je God dan niet te schande? Beide perspectieven zijn verdedigbaar. Je ziet het probleem, of je het nu vanuit Gods perspectief bekijkt of dat van de mens, en dit probleem is ernstig! Is dat niet zo? (Dat is het.) Vanuit menselijk perspectief, als je hem als God beschouwt en Hem dan een dergelijke manier behandelt, maak je God openlijk te schande. Als je denkt dat Hij niet God is, maar een mens, maar je Hem toch volgt, zou dat dan geen tegenstrijdigheid zijn? Maak je jezelf dan niet te schande? Denk eens na over deze twee aspecten; heb Ik gelijk? Zit het niet zo in elkaar? Waarom kunnen mensen hier niet over nadenken? Waarom gedragen ze zich nog steeds op die maner? Is het enkel omdat ze de waarheid niet begrijpen? Laten we ons er niet teveel in verdiepen; enkel vanuit het perspectief van kaliber gezien, zijn het hersenloze idioten. Waarom zeg Ik dat ze hersenloos zijn? Over wat voor hersenen heb Ik het? Ik heb het over nadenken. Iets doen zonder na te denken, zonder het besef om de voors en tegens tegen elkaar af te wegen, zonder het besef na te denken over de aard van waar je mee bezig bent en je af te vragen of je het wel of niet moet doen. Dat is hersenloos. Wat voor iets heeft geen hersenen? Dieren zijn hersenloos, maar mensen zouden dit soort dingen wel overwegen. Mensen doen misschien in een opwelling iets doms, maar als ze dat telkens weer opnieuw doen, kunnen ze als hersenloos worden gekarakteriseerd. Een hersenloos iemand is iemand met een gebrekkig verstand, of om het informeel te zeggen, er zit een steekje bij hem los. Maar ze zijn uitgesproken egoïstisch en aan hun sluwe streken ontbreekt niets en daarom zeg Ik dat er demonen in de harten van mensen leven.
Denken jullie allemaal dat er van een mug een olifant wordt gemaakt als over het onderwerp geschenken geven wordt gecommuniceerd? Als Ik er niet over had gecommuniceerd en het slechts terloops ter sprake had gebracht, zou het dan dit effect op jullie hebben gehad, nadat je ernaar had geluisterd? (Dat zou het niet hebben gehad.) Op zijn hoogst zouden jullie, nadat jullie geluisterd hadden, het volgende gedacht hebben: “Hoe kon deze man zoiets doen? Ik doe dat soort dingen niet; er bestaan ook werkelijk allerlei soorten mensen!” Dat is wat jullie op zijn hoogst gedacht zouden hebben. Jullie hadden er misschien wat over gepraat en dat was het dan – maar zouden jullie er dan zo’n diep begrip van hebben? (Nee.) Dan hadden jullie er niet zo’n diep begrip van gehad. Dus welke voordelen brengen Mijn woorden jullie? Welke waarheid hebben jullie verkregen? Ten eerste moet Ik jullie hieraan herinneren: wat is de beste relatie die gevestigd moet worden tussen de mens en God? Wanneer iemand God benadert, hoe moet hij dan met God omgaan wanneer hij nauw contact heeft met God? Is het niet noodzakelijk om hier principes voor te vinden? (Ja.) Bovendien, als mensen al zoveel jaar in God hebben geloofd, welke gebeurtenissen hebben zich dan in het dagelijkse leven van mensen voorgedaan die van dezelfde aard zijn als wat de man in het verhaal deed? Zijn deze vragen niet de moeite waard om over na te denken? Kan iemand hier een les uit te trekken en zeggen: “God tolereert zelfs geen kleine fouten, dus dit is vreselijk ernstig. Het is beter als we Hem niet benaderen, geen nauw contact met Hem hebben of niet met Hem omgaan – met Hem valt niet te spotten! Als je het verpest, blaast Hij het buiten alle proporties en kom je zwaar in de moeilijkheden. Ik ga Hem zeker niets geven!”? Is het acceptabel om zo te denken? (Nee.) In werkelijkheid hoeven jullie je geen zorgen te maken: we krijgen niet veel kansen voor nauw contact, en we krijgen zelfs nog minder momenten waarin we met elkaar omgaan, dus dit is niet iets waar jullie je zorgen over hoeven te maken. Als Ik ooit met jullie omga, maken jullie je dan geen zorgen: Ik zal jullie een geheim verklappen. Ongeacht of jullie met Mij omgaan of privé bidden en zoeken, wat is het belangrijkste geheim? Wat jullie ook doen, probeer Mij niet te slim af te zijn; als jullie een strijdlustige kant hebben, blijf dan bij Mij uit de buurt. Er zijn mensen die sluw spreken, in een oogwenk verschillende plannen bekokstoven, en van wie elke zin die ze uitspreken is doorspekt met onzuiverheden; als ze doorpraten, weten jullie niet welke woorden waar zijn en welke niet. Zulke mensen mogen Mij nooit benaderen. Wanneer jullie in contact komen met God en interactie hebben met Hem, wat is dan het belangrijkste dat jullie moeten doen wat is het belangrijkste principe waar jullie je aan moeten houden? Een eerlijk hart hebben in je omgang met God. Leer bovendien eerbied. Eerbied is niet beleefdheid; het is niet kruiperig zijn of in de gunst proberen te komen, noch is het vleien of hielen likken. Dus wat is het dan precies? (God als God behandelen.) God als God behandelen is een van de belangrijkste principes. En de details? (Leer naar God te luisteren.) Dat is één aspect van beoefening. Sommige mensen komen met Mij in contact en ze beginnen Mij te onderbreken, dus laat Ik ze uitpraten voor Ik verderga. En hoe behandelen ze Mij wanneer Ik spreek? Ze luisteren met gesloten ogen. Wat impliceert dit? Het is alsof er gezegd wordt: “Wat jij zegt is onzin. Wat weet je er nu eigenlijk van?” Dat is hun houding. Ik weet misschien niet alles, maar Ik heb principes, en Ik vertel jullie wat Ik heb geleerd, gezien en wat Ik kan begrijpen, evenals de principes die Ik ken, en jullie kunnen daar veel van opsteken. Maar als jullie altijd met een schuin oog naar Mij kijken en denken dat Ik niets weet, en jullie niet goed naar Mij luisteren, dan hebben jullie daar niets aan – dan moeten jullie de dingen maar zelf uitvinden. Is dat niet hoe het is? Jullie moeten dus leren om naar Gods woorden te luisteren. Wanneer jullie luisteren, beperk Ik jullie dan bij het geven van jullie mening? Dat doe Ik niet. Als Ik klaar ben met spreken, vraag Ik jullie allemaal of je nog vragen hebt, en als iemand een vraag heeft, beantwoord Ik die meteen en vertel Ik jullie de principes die bij die vragen een rol spelen. Soms vertel Ik jullie niet alleen de principes, maar vertel Ik jullie rechtstreeks wat jullie moeten doen, met details over elk aspect. Hoewel er sommige gebieden zijn die Ik niet begrijp, heb Ik mijn eigen principes en Mijn eigen meningen over dergelijke zaken en Mijn manieren om ermee om te gaan, dus onderwijs Ik jullie op basis van wat volgens Mij degelijke meningen en principes zijn. Hoe komt het dat Ik jullie kan onderwijzen? Dat is omdat jullie deze dingen niet eens begrijpen. Wanneer deze vragen eenmaal zijn beantwoord, vraag Ik nogmaals of er nog vragen zijn en als die er zijn, zal Ik ze direct weer beantwoorden. Ik wil niet dat jullie alleen maar naar Mij luisteren; Ik geef jullie de kans om te praten, maar wat jullie zeggen moet wel redelijk zijn – geen onzin en geen tijdverspilling. Soms val Ik mensen uit ongeduld in de rede. Onder welke omstandigheden? Wanneer ze langdradig zijn en tien zinnen gebruiken voor iets dat in vijf zinnen gezegd kan worden. Zodra Ik ze hoor, begrijp Ik ze in feite al; Ik weet al wat er gaat komen, dus hoeven ze niets meer te zeggen. Wees beknopt en bondig; verspil de tijd van anderen niet. Als je uitgesproken bent, geef Ik jullie een antwoord en vertel Ik jullie wat jullie doen moeten en aan de hand van welke principes jullie dat doen moeten. Daarmee zou de kous af moeten zijn, nietwaar? Sommige mensen begrijpen dit echter niet, en zeggen: “Nee, u moet mij respecteren, respect is wederzijds. U bent uitgesproken, maar ik ben nog niet klaar met het uiteenzetten van mijn standpunt. Dit is mijn standpunt – ik moet weer helemaal opnieuw beginnen.” Ze willen altijd hun mening geven, in de overtuiging dat Ik me daar niet van bewust ben, terwijl Ik al weet wat hun mening is voordat ze beginnen te praten – is het dus nog nodig dat ze verder praten? Nee, dat is niet nodig. Sommige mensen hebben zo’n laag IQ dat het ze tien zinnen kost om iets te zeggen waarvoor slechts twee zinnen nodig zijn, en tenzij Ik ze afkap, blijven ze maar doorpraten. Iedereen heeft het al begrepen, zou Ik het dan nog steeds niet begrijpen? Toch willen ze zichzelf uitdrukken, dus is niet alleen hun IQ laag, ze hebben ook een zwak verstand! Zijn jullie ooit zulke mensen tegengekomen? (Ja.) Ze denken dat ze slim zijn, hoewel ze een zwak verstand en een laag IQ hebben. Is dat niet weerzinwekkend? Het is misselijkmakend en weerzinwekkend. Als mensen in contact komen met God, moeten ze Hem ten eerste met een eerlijk hart behandelen. Ten tweede moeten ze eerbied ontwikkelen, en het derde en belangrijkste is dat ze moeten leren de waarheid te zoeken. Is dat niet het belangrijkste? (Dat is het.) Wat voor zin heeft het om in God te geloven als je de waarheid niet zoekt? Wat is de waarde van geloof in Hem? Wat heeft het voor zin? Dit punt is iets waar de meeste mensen misschien tekortschieten, dus waarom hebben we het erover? Het is voorbereiding op de toekomst: jullie moeten leren op deze manier te praktiseren wanneer jullie in de toekomst dit soort dingen overkomt.
In de kerk kwam Ik in contact met veel mensen, van wie Ik sommigen een paar dingen opdroeg om te doen. Een paar dagen later gaven ze Me feedback, en lieten Me zien dat ze alles wat Ik had opgedragen hadden genoteerd, en dat ze nu bezig waren met de uitvoering van elk afzonderlijk punt. Toen ze Me ontmoetten, deden ze verslag aan Mij over de voortgang van de uitvoering, welke kwesties onderzoek vereisten, en welke nog op resultaten wachtten, en brachten Me volledig op de hoogte. Ze legden de details heel duidelijk uit, en hoewel ze soms een beetje triviaal waren, toonde hun houding dat ze zich serieus en verantwoordelijk opstelden in hun behandeling van Gods woorden, en dat ze wisten wat hun verantwoordelijkheden, plichten en verplichtingen waren. Sommige mensen waren anders: Ik droeg hun twee taken op, en ze schreven die op in hun notitieboekjes, maar een week later, toen ze nog niets hadden uitgevoerd, herinnerden ze het zich pas toen Ik hen erover ondervroeg – en toen schreven ze alles weer op in hun notitieboekjes. Na nog een week, toen Ik hen vroeg waarom de zaak nog steeds niet was afgerond, verzonnen ze smoesjes, en noemden deze moeilijkheid en die moeilijkheid, alvorens alles weer ijverig in hun notitieboekjes op te schrijven. Waar schreven ze alles op? (In hun notitieboekjes.) Maar ze prentten zich niets in hun geheugen. Is dit niet iets toevertrouwen aan de verkeerde persoon? Deze mensen zijn niet menselijk. Alles wat Ik hun toevertrouwde ging het ene oor in en het andere uit – ze namen het totaal niet serieus. Alle taken die betrekking hebben op een bepaald beroep of op algemene zaken – samen met enkele zaken die verband houden met kerkwerk – die Ik mensen opdraag, vallen binnen het bereik van hun capaciteiten; geen enkele taak is bedoeld om het hun moeilijk te maken. Vaak wanneer Ik leiders en werkers taken toevertrouwde, deden de meesten van hen echter geen verslag aan Mij na het aanvaarden van de opdracht, en hoorde Ik niets meer over de voortgang van het werk. Of het was geregeld, hoe het werd gedaan, welke fouten er optraden, de huidige resultaten – ze deden nooit verslag over deze zaken en deden geen onderzoek. Ze legden hun opdrachten gewoon opzij, en Ik kreeg zelfs niets te horen over de uitkomst. Sommige mensen hadden een nog ernstiger probleem, namelijk dat ze, behalve dat ze niet hadden uitgevoerd wat Ik hun had opgedragen, Mij ook kwamen vleien en bedriegen, en Me vertelden waar ze gisteren naartoe waren geweest en wat ze hadden gedaan, wat ze de dag daarvoor hadden gedaan, en wat ze nu aan het doen waren. Kijk eens hoe goed ze waren in doen alsof en in spitsvondigheid – ze deden geen van de dingen die Ik hun specifiek had opgedragen, maar hielden zich in plaats daarvan bezig met nutteloze taken terwijl het cruciale werk een complete chaos was. Wat voor gedrag was dit? Ze verwaarloosden hun eigenlijke taken volledig, en ze barstten van de leugens en bedrog!
Er was een man die verantwoordelijk was voor het planten. Ik vroeg hem: “Er zijn dit jaar wat groenten die er goed uitzien. Heb je zaden bewaard?” “Ja,” antwoordde hij. Ik zei: “Ik hoorde dat ze enige tijd geleden alle groenten hebben geoogst en geen zaden hebben bewaard.” Hij zei: “Ze zijn nog niet klaar met de oogst. Er is nog wat over!” Ik vroeg toen: “Waar zijn de overgebleven groenten? Laat Mij eens kijken.” Hij zei: “O? Wel … laat me eerst even gaan kijken.” Had hij nu eigenlijk zaden bewaard, of niet? Hij had geen zaden bewaard. Van deze paar woorden die hij sprak, was zijn eerste uitspraak “Ja” een leugen? (Ja.) En zijn tweede uitspraak, “Ze zijn nog niet klaar met de oogst. Er is nog wat over!” – was dat geen leugen? Hij wist niet of ze zaden hadden bewaard, en zei: “Laat me eerst even gaan kijken.” Dus de derde uitspraak was nog een leugen. De leugens werden van uitspraak tot uitspraak ernstiger; hij stapelde de ene leugen op de andere, en raakte steeds dieper verstrikt – een mond vol leugens! Zouden jullie allemaal bereid zijn om te gaan met iemand wiens mond vol leugens is? (Nee.) Hoe voel je je als je met mensen die vol leugens zijn praat en werkt? Word je boos? Hij had het lef om iedereen te bedriegen; hij had het mis als hij dacht dat Ik dat niet wist! Is de zaak de leugen waard? Wat had hij te winnen door zo oneerlijk te zijn? Als je deze houding zag in hoe hij handelt, als hij je zo behandelde, hoe zou je je dan voelen? Als in principe 99 procent van wat iemand zegt een leugen is, ongeacht of hij roddelt of over werk of serieuze zaken praat, of over de waarheid communiceert, dan is er voor deze persoon geen hoop. Hij kan iedereen bedriegen; wat is hij dan? Hoe lang gelooft hij al in God? Sommige ongelovigen zeggen steeds: “Voor zover ik weet,” of, “Eerlijk gezegd,” en met die premisse zeggen ze iets waarheidsgetrouws. Die man geloofde al zoveel jaar in God, en hij luisterde naar zoveel preken, maar hij kon zelfs geen woord van waarheid spreken; alles wat hij zei was een leugen. Wat voor schepsel is hij dan? Is het niet misselijkmakend en weerzinwekkend? Zijn er veel mensen zoals hij? Zijn jullie zo? Wanneer jullie met Mij omgaan, onder welke omstandigheden zouden jullie dan tegen Mij liegen? Als je een ramp hebt veroorzaakt, en je weet dat de gevolgen ernstig zijn en dat je kunt worden verdreven, dan lieg je, zodra anderen het ter sprake brengen, om het te verdoezelen. Iedereen kan over zoiets liegen. Waarover kunnen mensen nog meer liegen? Liegen om hun imago op te poetsen en door anderen in hoog aanzien te worden gehouden. Dan zijn er degenen die weten dat ze onbekwaam zijn in hun werk, maar ze vertellen het de Boven niet expliciet, uit angst dat ze zullen worden ontheven als ze dat doen. Wanneer ze hun werk aan de Boven rapporteren, doen ze alsof ze manieren zoeken om het probleem op te lossen, en geven anderen een verkeerde indruk. Alles wat ze zeggen is een leugen, en ze zijn fundamenteel niet in staat om werk te doen. Ze zijn bang dat de Boven de discrepanties zal opmerken en hen zal ontheffen, als ze niet een paar vragen stellen, dus wekken ze snel een valse indruk. Dit is de mentaliteit van valse leiders en antichristen.
Overdenk de drie principes van omgang met God waarover Ik zojuist heb gecommuniceerd. Welke kunnen jullie niet doen, en welke kunnen jullie gemakkelijk uitvoeren? In feite is het niet gemakkelijk om er ook maar één echt uit te voeren, omdat er demonen in de harten van mensen leven. Je zult ze niet kunnen uitvoeren voordat je de demon uit je hart hebt verdreven. Je moet de demon in je hart bestrijden, en als je hem elke keer kunt overwinnen, dan kun je ze uitvoeren. Als je elke keer faalt en erdoor wordt gevangengenomen, dan zul je ze niet kunnen volbrengen; je zult geen van de principes kunnen uitvoeren. Als jullie alle drie kunnen volbrengen, niet alleen wanneer jullie met Mij omgaan of samenwerken, maar ook in jullie normale omgang met de broeders en zusters, en deze principes volgen, zal daar dan niet iedereen baat bij hebben? (Ja.) Laten we, nu het verhaal voorbij is, verdergaan met het hoofdonderwerp.
Een ontleding van hoe antichristen boosaardig, verraderlijk en bedrieglijk zijn
De vorige keer hebben we gecommuniceerd over de zevende uiting van antichristen: ze zijn boosaardig, verraderlijk en bedrieglijk. Over dit punt is twee keer gecommuniceerd. De eerste bespreking ging over de boosaardige aard van antichristen – waarop lag bij die bespreking de nadruk? (Vijandig staan tegenover de waarheid en die verafschuwen.) Antichristen staan vijandig tegenover de waarheid en verafschuwen die; ze haten alle positieve dingen die in overeenstemming zijn met de waarheid en met God, wat de eerste en voornaamste uiting is van de boosaardigheid van antichristen. De eerste bespreking ging over wat antichristen verafschuwen. Gewone mensen verafschuwen negatieve dingen en boosaardige machten; ze verafschuwen dingen die vuil, duister en boosaardig zijn. In tegenstelling hiermee is het sterkste bewijs voor de eerste uiting van de boosaardige aard van een antichrist dat hij geen afkeer heeft van negatieve zaken, maar juist een afkeer koestert van alle positieve zaken die verband houden met de waarheid en met God. Dit is het eerste sterke bewijsstuk betreffende hun boosaardigheid. Onze tweede bespreking ging over het tweede sterke bewijsstuk betreffende de uitingen van de boosaardigheid van een antichrist. Als hij positieve dingen verafschuwt, waar houdt hij dan wel van? (Van negatieve dingen.) Waar houden mensen met een normale menselijkheid van? Ze houden van gerechtigheid, goedheid en schoonheid, en van liefde, geduld en verdraagzaamheid in relatie met menselijkheid, evenals van gezond verstand en kennis die positief en nuttig zijn voor mensen. Ze houden van alle positieve dingen die van God komen, inclusief de wetten en regels die Hij voor alle dingen heeft vastgesteld, Zijn wetten en bestuurlijke decreten, en alle waarheden en levenswijzen die Hij heeft uitgedrukt, evenals andere dingen die met God verband houden. De boosaardige aard van een antichrist staat hier haaks op; hij houdt niet van deze dingen – waar houdt hij wel van? (Van leugens en bedrog.) Juist, hij houdt van leugens en bedrog, van samenzweringen en listen, van verschillende methodes voor wereldlijke betrekkingen, van mensen vleien, hielenlikken, evenals strijd, status en gezag. Hij houdt van al deze negatieve dingen die ingaan tegen de waarheid en positieve dingen, wat precies de boosaardige aard van antichristen aantoont. Zijn deze bewijsstukken niet overtuigend? (Jawel.) Hoewel deze bewijsstukken allemaal overtuigend zijn, zijn het er slechts twee delen van en het kan nog niet als compleet worden beschouwd. Vandaag zullen we doorgaan en het derde deel van hoe antichristen boosaardig, verraderlijk en bedrieglijk zijn bespreken. Dit derde deel verschilt duidelijk van het eerste en tweede deel, maar houdt er wel verband mee. Wat is het verband? Alle drie de delen bespreken deze essentie: de boosaardige aard van de antichrist. Wat is het verschil? In dit deel verschilt wat hun boosaardige aard liefheeft en nodig heeft, en wat ze verafschuwen, van wat in de vorige twee delen is besproken – de inhoud is dus anders. Dit verschil wil niet zeggen dat antichristen ook van bepaalde positieve dingen houden of dat ze ook sommige negatieve dingen verafschuwen. Het bestaat veeleer uit een ander deel, dat niet alleen gaat over waar ze van houden of wat ze nodig hebben, maar dat verheven is tot wat deze boosaardige macht van antichristen hoogacht – met andere woorden, wat ze aanbidden of bewonderen. Sommige mensen zeggen misschien: “Termen als ‘hoogachten’, ‘aanbidden’ en ‘bewonderen’ zouden moeten worden gebruikt om naar positieve dingen te verwijzen, hoe kunnen ze dus op antichristen worden toegepast? Zijn deze termen wel gepast?” Deze termen zijn noch lovend noch denigrerend – ze zijn neutraal. Daarom schendt het gebruik ervan hier geen principes en is het toegestaan.
III. Een ontleding van de dingen die antichristen aanbidden en bewonderen
Wat aanbidden en bewonderen antichristen? Allereerst is het zeker dat ze de waarheid, God of iets moois of goeds dat met God te maken heeft, niet aanbidden. Wat aanbidden ze dan precies? Kunnen jullie iets bedenken? Laat Mij jullie een hint geven. Die mensen in de religie die in de Heer geloven, hoe zijn zij tot het christendom vervallen? Waarom worden ze nu gekenmerkt als een religie, als een denominatie, en niet als de kerk van God, het huis van God of het object van Gods werk? Ze hebben religieuze leringen; ze compileren het werk dat God ooit deed en de woorden die Hij ooit sprak tot een boek, tot lesmateriaal, en vervolgens openen ze scholen en werven en trainen ze diverse theologen. Wat bestuderen deze theologen? Is het de waarheid? (Nee.) Wat bestuderen ze dan? (Theologische kennis.) Ze bestuderen theologische kennis en theorieën, die niets te maken hebben met het werk van God of de waarheid die door Hem is gesproken. Ze vervangen de woorden van God en het werk van de Heilige Geest door theologische kennis, en zo vervallen ze tot het christendom of het katholicisme. Wat wordt in de religie hooggeacht? Als je naar een kerk gaat en iemand vraagt hoe lang je al in God gelooft, en je zegt dat je net bent begonnen met geloven, zullen ze geen aandacht aan je schenken. Maar als je binnenkomt met een Bijbel en zegt: ‘Ik ben net afgestudeerd aan dat-en-dat theologisch seminarie’, zullen ze je uitnodigen om op een ereplaats te gaan zitten. Als je een gewone gelovige bent, zullen ze zich niet met je bemoeien, tenzij je een prominente maatschappelijke status hebt. Dit is het christendom, en zo is de religieuze wereld. Degenen in kerken die preken en status, positie en prestige hebben, zijn een groep mensen die in theologische seminaries zijn opgeleid om theologische kennis en theorieën te verwerven. Zij vormen in wezen het belangrijkste lichaam dat het christendom overeind houdt. Het christendom leidt zulke mensen op om het podium op te gaan en te preken, te evangeliseren en overal werk te doen. Ze geloven dat met talenten zoals deze theologiestudenten, prekende dominees en theologen, het bestaan van het christendom tot op de dag van vandaag verzekerd is, en deze mensen vormen de waarde en het kapitaal van het christendom en waarborgen het voortbestaan ervan. Als de dominee van een kerk is afgestudeerd aan een theologisch seminarie, de Bijbel goed bespreekt, wat geestelijke boeken heeft gelezen en over enige kennis en welsprekendheid beschikt, dan zullen steeds meer mensen die kerk bezoeken en zal die veel beroemder worden dan andere kerken. Wat achten deze mensen in het christendom hoog? Kennis, theologische kennis. Waar komt deze kennis vandaan? Is die niet van oudsher doorgegeven? Er zijn al sinds de oudheid geschriften, die van generatie op generatie zijn doorgegeven, en zo leest en bestudeert iedereen ze tot op de dag van vandaag. Mensen verdelen de Bijbel in verschillende delen, stellen verschillende versies samen en moedigen studie en leren aan, maar hun studie van de Bijbel is niet bedoeld om de waarheid te begrijpen en zo God te kennen, noch om Gods bedoelingen te begrijpen en zo God te vrezen en het kwaad te mijden. Het is veeleer bedoeld om de kennis en mysteries van de Bijbel te bestuderen, om uit te zoeken welke gebeurtenissen in welke tijden welke profetie van Openbaring hebben vervuld, en wanneer de grote catastrofes en het duizendjarig rijk zullen komen – dat bestuderen ze. Heeft hun studie betrekking op de waarheid? (Nee.) Waarom bestuderen ze dingen die niets met de waarheid te maken hebben? Dat komt doordat hoe meer ze studeren, hoe mee ze het gevoel hebben dat ze het begrijpen, en met hoe meer woorden en doctrines ze zijn toegerust, hoe hoger hun kwalificaties worden. Hoe hoger hun kwalificaties, hoe groter ze hun bekwaamheden achten, en hoe meer ze geloven dat ze uiteindelijk gezegend zullen worden in hun geloof, dat ze na de dood naar de hemel zullen gaan, of dat de levenden in de lucht zullen worden opgenomen om de Heer te ontmoeten. Dit zijn hun religieuze noties, die helemaal niet in overeenstemming zijn met Gods woorden.
De dominees en ouderlingen van de religieuze wereld zijn allemaal mensen die Bijbelse kennis en theologie bestuderen; het zijn huichelachtige farizeeën die God weerstaan. Waarin verschillen ze dan van antichristen die in de kerk verborgen zijn? Laten we het vervolgens hebben over het verband tussen die twee. Zijn degenen in het christendom en het katholicisme die de Bijbel, theologie en zelfs de geschiedenis van Gods werk bestuderen werkelijk gelovigen? Verschillen ze van de gelovigen en volgelingen van God over wie Hij spreekt? Zijn het in Gods ogen gelovigen? Nee, ze bestuderen theologie, ze bestuderen God, maar ze volgen God niet en getuigen niet van Hem. Hun studie van God is hetzelfde als die van degenen die geschiedenis, filosofie, rechten, biologie of astronomie bestuderen. Ze houden toevallig niet van wetenschap of andere vakgebieden – ze willen specifiek theologie studeren. Wat is het resultaat van hun onderzoek naar fragmenten van Gods werk waarmee ze God bestuderen? Kunnen ze Gods bestaan ontdekken? Nee, dat kunnen ze nooit. Kunnen ze Gods bedoelingen begrijpen? (Nee.) Waarom? Omdat ze leven in woorden, in kennis, in filosofie, in de menselijke geest en in menselijke gedachten; ze zullen God nooit zien of door de Heilige Geest verlicht worden. Hoe typeert God hen? Als niet-gelovigen, als ongelovigen. Deze niet-gelovigen en ongelovigen mengen zich onder de zogenaamde christelijke gemeenschap en gedragen zich als gelovigen in God, als christenen. Kennen ze echter in werkelijkheid oprechte aanbidding voor God? Kennen ze oprechte onderwerping? (Nee.) Waarom is dat? Eén ding is zeker: een aanzienlijk aantal van hen gelooft in hun hart niet in Gods bestaan; ze geloven niet dat God de wereld heeft geschapen en soeverein is over alle dingen, en ze geloven nog minder dat God vlees kan worden. Wat betekent dit ongeloof? Het betekent twijfelen en ontkennen. Ze nemen zelfs een houding aan waarbij ze hopen dat de profetieën die door God zijn gesproken niet zullen worden vervuld of uitkomen, vooral die met betrekking tot de catastrofes. Dit is hun houding ten opzichte van het geloof in God, en het is de essentie en het ware gezicht van hun zogenaamde geloof. Deze mensen bestuderen God omdat ze bijzonder geïnteresseerd zijn in het onderwerp en de kennis van theologie, en in de historische feiten van Gods werk. Het is niet meer dan een groep intellectuelen die theologie besturen. Deze intellectuelen geloven niet in het bestaan van God. Hoe reageren ze dus wanneer God komt om te werken, wanneer Gods woorden worden vervuld? Wat is hun eerste reactie wanneer ze horen dat God vlees is geworden en een nieuw werk is begonnen? “Onmogelijk!” Wie Gods nieuwe naam en Gods nieuwe werk ook predikt, ze veroordelen die persoon, en ze willen hem zelfs doden of elimineren. Wat voor soort uiting is dit? Is dit niet de uiting van een typische antichrist? Welk verschil is er tussen hen en de farizeeën, hogepriesters en schriftgeleerden van weleer? Ze staan vijandig tegenover Gods werk, tegenover Gods oordeel in de laatste dagen, tegenover het vlees worden van God, en ze staan nog vijandiger tegenover de vervulling van Gods profetieën. Ze geloven: ‘als je niet vlees wordt, als je in de vorm van een geestelijk lichaam bent, dan ben je god; als je geïncarneerd bent en een mens wordt, dan ben je geen god, en erkennen we je niet.’ Wat impliceert dit? Het betekent dat zolang zij er zijn, ze niet zullen toestaan dat God vlees wordt. Is dit niet een typische antichrist? Dit is een ware antichrist. Houdt de religieuze wereld zich bezig met dit soort argumenten? De stem van dit argument is luid en zeer sterk en zegt: ‘Dat god vlees wordt, is verkeerd en onmogelijk! Als hij geïncarneerd is, dan moet hij wel vals zijn!’ Er zijn ook mensen die zeggen: ‘Ze geloven duidelijk in een mens; ze zijn gewoon misleid!’ Als ze dit nu kunnen zeggen, dan zouden ze, als ze aanwezig waren geweest in de tijd dat de Heer Jezus verscheen en werkte, tweeduizend jaar geleden, niet in de Heer Jezus hebben geloofd. Nu geloven ze in de Heer Jezus, maar in feite geloven ze alleen in de naam van de Heer Jezus, in de twee woorden ‘Heer Jezus’, en ze geloven in een vage god in de hemel. Daarom zijn ze geen gelovigen in God, ze zijn niet-gelovigen. Ze geloven niet in het bestaan van God, in de incarnatie van God, in het scheppingswerk van God, en nog minder in het werk van Gods verlossing voor de hele mensheid door zijn kruisiging. De theologie die ze bestuderen is een soort religieuze theorie of these, niets meer dan ogenschijnlijk plausibele drogredenen die mensen misleiden. Welk onvermijdelijk verband hebben deze zogenaamde theologische intellectuelen in het christendom met de antichristen in onze kerk? Wat is het verband tussen de diverse gedragingen van hen en de aard-essentie van de antichristen die we bespreken? Waarom zouden we over hen praten? Laten we het voorlopig niet hebben over de mensen in het christendom; laten we in plaats daarvan kijken hoe degenen die als antichristen worden gekenmerkt de waarheid behandelen, en laten we vanuit hun houding ten opzichte van de waarheid opmaken wat ze werkelijk hoogachten. Ten eerste: als ze eenmaal bepaalde waarheden hebben begrepen, hoe begrijpen ze deze dan? Hoe behandelen ze deze waarheden? Wat is hun houding ten opzichte van deze waarheden? Aanvaarden ze deze woorden als hun beoefeningspad, of gebruiken ze deze als een soort theorie om aan anderen te prediken? (Ze behandelen ze als een soort theorie om te prediken.) Ze behandelen ze als een soort theorie die ze kunnen leren, analyseren en bestuderen, en na de theorie te hebben bestudeerd, leren ze die uit hun hoofd. Ze onthouden deze theorie, kunnen haar bespreken en vloeiend uitspreken, en lopen er vervolgens overal mee te koop. Hoelang ze ook blijven praten, er is één ding dat je niet zult waarnemen: hoeveel doctrine ze ook spreken, hoe goed ze ook kunnen spreken, tegen hoeveel mensen ze ook spreken, hoe vloeiend, hoeveel inhoud, of hoezeer het in overeenstemming is met de waarheid, je zult bij hen geen resultaten zien – je zult niet zien dat ze het beoefenen. Wat geeft dit aan? Ze aanvaarden de waarheid niet. Waarvoor hebben ze de waarheid aangezien? Voor een instrument om mee te pronken. God vertelt mensen bijvoorbeeld om eerlijk te zijn en legt uit welke uitingen een eerlijk mens heeft, hoe een eerlijk mens moet spreken, handelen en zijn plicht moet vervullen. Wat is hun reactie wanneer ze dit horen? Welke impact hebben deze woorden op hen? Ten eerste aanvaarden ze deze woorden nooit. Wat is hun houding? ‘Ik snap het: eerlijke mensen liegen niet, eerlijke mensen vertellen anderen de waarheid en kunnen hun hart openen, eerlijke mensen vervullen hun plichten trouw, niet plichtmatig.’ Ze bewaren deze woorden als een theorie in hun hart. Kan dit soort theorie, zodra die wortel schiet in hun hart, hen veranderen? (Nee.) Waarom onthouden ze deze dan nog steeds? Ze houden van de juistheid van deze woorden en gebruiken deze juiste theorieën om zichzelf in een goed daglicht te stellen, waardoor ze meer aanzien bij anderen verwerven. Wat is het dat mensen hoogachten? Het is hun vermogen om uitvoerig en over de juiste woorden te spreken – dat is wat deze mensen willen. Hebben ze deze woorden serieus genomen toen ze deze hoorden? (Nee, dat hebben ze niet.) Waarom niet? Hoe kun je dat zien? (Ze beoefenen ze niet.) Waarom beoefenen ze deze woorden niet? In hun hart denken ze: ‘Dus dit zijn gods woorden? Simpel, ik onthoud ze al na ze één keer te hebben gehoord. Ik kan al nadat ik het één keer heb gehoord reciteren hoe een eerlijk mens moet handelen; jullie moeten allemaal nog aantekeningen maken en erover nadenken, maar ik niet!’ Ze beschouwen Gods woorden als een soort theorie of kennis; ze denken er in hun hart niet over na hoe ze een eerlijk mens kunnen zijn, ze vergelijken zichzelf hier niet mee, ze onderzoeken hun daden niet om te zien hoe ze tekortschieten in het zijn van een eerlijk mens of welke daden ze verrichten die ingaan tegen de principes van een eerlijk mens, en ze denken nooit: ‘Dit zijn Gods woorden, dus ze zijn de waarheid. Mensen moeten eerlijk zijn, dus hoe moet men handelen om een eerlijk mens te zijn? Hoe kan ik handelen op een manier die God behaagt? Wat heb ik gedaan dat oneerlijk is? Welke gedragingen zijn niet die van een eerlijk mens?’ Denken ze zo? (Nee, dat doen ze niet.) Wat denken ze dan? Ze denken: ‘Is dit dus een eerlijk mens? Is dit de waarheid? Is dit niet gewoon een theorie, een slogan? Je hoeft alleen maar op een hoge morele toon te spreken, het is niet nodig om het in praktijk te brengen.’ Waarom brengen ze het niet in praktijk? Ze hebben het gevoel: ‘Als ik anderen vertel wat er in mijn hart omgaat, zou ik mezelf dan niet blootgeven? Als ik mezelf blootgeef en anderen mij doorzien, zullen ze me dan nog steeds hoogachten? Als ik spreek, zullen anderen dan nog luisteren? De betekenis van gods woorden is dat een eerlijk mens niet kan liegen; maar zou er nog wel privacy overblijven in de harten van mensen als er niet werd gelogen? Zou je dan anderen niet dwars door je heen laten kijken? Zou zo leven niet dwaas zijn?’ Dit is hun gezichtspunt. Het betekent dat wanneer ze een theorie aanvaarden die ze als juist beschouwen, ze ideeën in hun hart ontwikkelen. Wat zijn deze ideeën? Waarom zeg ik dat ze boosaardig zijn? Ze analyseren eerst de effecten die deze woorden op hen kunnen hebben, de voor- en nadelen die ze voor hen opleveren. Wanneer ze de woorden analyseren en ontdekken dat die niet in hun voordeel zijn, denken ze: ‘Ik kan niet zo praktiseren, ik zal dit niet doen, ik ben niet zo dwaas, ik zal niet zo dwaas en simpel zijn als jullie! Op welk moment dan ook, ik moet altijd vasthouden aan mijn eigen ideeën en mijn eigen opvattingen behouden. Jij hebt misschien duizend plannen, maar ik heb één regel; ik kan het plan in mijn hart niet openbaren – een eerlijk mens zijn is voor dwazen!’ In één opzicht ontkennen ze dat Gods woorden de waarheid zijn; in een ander opzicht onthouden ze enkele relatief essentiële zinnen om zichzelf in een gunstig daglicht te stellen, waardoor mensen hen meer als een oprechte gelovige in God gaan zien, meer als een geestelijk mens. Dit is wat ze in hun hart berekenen.
Antichristen luisteren ook vaak naar preken, evenals naar de communicatie van anderen over de waarheid, maar ze lijken geen enkele reactie op de waarheid te hebben. Hoeveel preken ze ook horen, het is alsof ze helemaal niet hebben geluisterd, en ze blijven roekeloos wandaden plegen volgens hun eigen grillen, net als voorheen. Dit bewijst dat ze niet geïnteresseerd zijn in de waarheid en die niet liefhebben. Waar houden ze wel van? Ze houden van correcte, nieuwe en wat verfijndere theoretische kennis die hen perfecter, eervoller en waardiger doet uitkomen, en ervoor kan zorgen dat mensen hen meer aanbidden. Is dit niet boosaardig? (Ja.) Wat is er boosaardig aan? Ongeacht over welk aspect van de waarheid een antichrist communiceert, hij kan altijd een reeks ogenschijnlijk plausibele theorieën of correcte woorden tevoorschijn toveren om mensen te misleiden en hen hem te laten volgen, wat net zo boosaardig is als Satan. De boosaardigheid van een antichrist komt tot uiting in zijn boosaardige listen, voorbedachte rade en een complete reeks plannen, waarbij hij onder het mom van het lezen van Gods woorden een theoretische basis wil vinden voor het uitvoeren van zijn boosaardigheid; dit is de boosaardigheid van de antichrist. Ze citeren Gods woorden uit hun context, uitsluitend om mensen te misleiden en met zichzelf te pronken. Wanneer ze naar communicatie en preken luisteren en een nieuwe uitdrukking horen die ze kunnen gebruiken, noteren ze die onmiddellijk. Dwaze mensen zien zulk gedrag en denken: ‘Wat hongeren en dorsten ze naar gerechtigheid, ze maken elke keer dat ze naar een preek luisteren aantekeningen. Wat moeten ze veel geestelijk begrip hebben, ze noteren elk cruciaal punt!’ Maken ze om dezelfde reden aantekeningen als andere mensen? Nee, dat doen ze niet. Sommige mensen maken aantekeningen omdat ze denken: ‘Dit is een goede uitspraak. Ik begrijp het niet, ik moet het dus noteren en later in de praktijk toepassen, zodat ik een pad en principes in mijn beoefening kan volgen.’ Denkt de antichrist op deze manier? Wat is zijn motivatie? Hij denkt: ‘Ik heb vandaag een punt van waarheid genoteerd dat niemand van jullie heeft gehoord, en ik zal het aan niemand vertellen of er met anderen over communiceren – ik heb het, en op een dag zal ik er met jullie allemaal over spreken en ermee opscheppen om jullie te laten weten dat ik de waarheid werkelijk begrijp. Dan zal iedereen zijn goedkeuring tonen.’ Je zou kunnen denken dat antichristen de waarheid liefhebben en ernaar dorsten omdat ze op deze manier aantekeningen maken en hun aantekeningen heel nauwkeurig zijn, maar wat gebeurt er nadat ze klaar zijn met aantekeningen maken? Ze sluiten hun notitieboekje, en dat is het. Wanneer ze op een dag prediker worden en niet weten waarover ze moeten preken, bladeren ze snel door hun notitieboekje, ordenen de inhoud van hun preek, lezen die, leren die uit hun hoofd en schrijven die uit hun geheugen op totdat ze het allemaal goed begrijpen. Pas dan voelen ze zich ‘zeker van zichzelf’ en denken ze dat ze eindelijk ‘de waarheid’ bezitten en overal waar ze komen loze praatjes kunnen verkopen. Eén kenmerk van wat deze mensen spreken, is dat het allemaal holle doctrines, argumenten en regels zijn. Wanneer je specifieke moeilijkheden hebt of problemen ontdekt en oplossingen bij hen zoekt, geven ze je nog steeds alleen maar een hoop doctrines, waarbij ze helder en logisch spreken. Als je hen vraagt hoe je het in praktijk moet brengen, staan ze met hun mond vol tanden. Als ze het niet onder woorden kunnen brengen, is er een ernstig probleem, en bewijst het dat ze de waarheid niet begrijpen. Mensen die de waarheid niet begrijpen en die de waarheid niet liefhebben, behandelen die vaak als niet meer dan een soort uitdrukking of theorie. En wat gebeurt er uiteindelijk? Na vele jaren in God te hebben geloofd, kunnen ze, wanneer hun iets overkomt, het niet doorzien, kunnen ze zich niet onderwerpen en weten ze niet hoe ze de waarheid moeten zoeken. Wanneer iemand met hen communiceert, hebben ze een ‘beroemde uitdrukking’ waarmee ze reageren: “Je hoeft mij niets te vertellen, ik begrijp alles. Toen ik al predikte, had jij nog niet eens leren lopen!” Dit is hun ‘beroemde uitdrukking’. Ze zeggen alles te begrijpen. Waarom lopen ze dan elke keer vast wanneer er problemen ontstaan? Waarom kun je als iemand die het begrijpt geen actie ondernemen? Waarom hindert en verwart deze zaak je? Begrijp je de waarheid nu wel of niet? Als je die begrijpt, waarom kun je die dan niet aanvaarden? Als je die begrijpt, waarom kun je je dan niet onderwerpen? Wat is het eerste dat mensen moeten doen zodra ze de waarheid begrijpen? Ze moeten zich onderwerpen; er is niets anders. Sommige mensen zeggen: “Ik begrijp alles – communiceer niet met mij, ik heb geen hulp van anderen nodig.” Het is prima als ze geen mensen nodig hebben om hen te helpen, maar wat jammer is, is dat wanneer ze zwak zijn, die doctrines die ze begrijpen van geen enkel nut zijn. Ze willen hun plichten niet eens doen, en er komt ook een boosaardige begeerte in hen op om hun geloof op te geven. Na zoveel jaren theologische theorieën te hebben gepredikt, stoppen ze zomaar met geloven en lopen ze zomaar weg – hebben ze enige gestalte? (Nee, die hebben ze niet.) Zonder gestalte is er geen leven. Als je leven hebt, waarom kun je zo’n kleine zaak dan niet overwinnen? Je bent toch behoorlijk welbespraakt? Overtuig jezelf dan. Als je jezelf niet eens kunt overtuigen, wat is het dan precies dat je begrijpt? Is het de waarheid? De waarheid kan werkelijke moeilijkheden voor mensen oplossen, en kan ook de verdorven gezindheden van mensen oplossen. Waarom kunnen die ‘waarheden’ die jij begrijpt zelfs je eigen moeilijkheden niet oplossen? Wat is het precies dat je begrijpt? Het zijn slechts doctrines.
Wat betreft de zevende uiting van antichristen – dat ze boosaardig, verraderlijk en bedrieglijk zijn – heb ik zojuist gesproken over het derde deel van deze uiting: ze achten kennis en geleerdheid hoog. Antichristen achten kennis en geleerdheid hoog – wat hieraan kan hun boosaardige gezindheid illustreren? Waarom wordt er gezegd dat het hoogachten van kennis en geleerdheid betekent dat ze een boosaardige essentie hebben? We moeten het hier zeker over de feiten hebben, want als we alleen maar lege woorden of theorieën zouden bespreken, zouden mensen hierover een eenzijdig en minder grondig begrip kunnen vormen. Laten we eerst beginnen met iets dat verder terug ligt in de geschiedenis. Leg terwijl ik spreek Mijn woorden naast de handelingen en gedragingen van antichristen, en naast de uitingen en essentie van antichristen. Laten we het eerst hebben over de farizeeën van tweeduizend jaar geleden. In die tijd waren de farizeeën huichelachtige mensen. Toen God vlees werd, verscheen en voor de eerste keer werkte, aanvaardden de farizeeën niet alleen geen greintje van de waarheid, ze veroordeelden en weerstonden de Heer Jezus zelfs fel, en werden aldus door God vervloekt. Dit bevestigt dat farizeeën klassieke vertegenwoordigers van antichristen zijn. ‘Antichristen’ is een andere naam geworden voor de farizeeën, en in essentie zijn de farizeeën hetzelfde type mensen als antichristen. Daarom is het als we de boosaardige aard van antichristen willen ontleden sneller om te beginnen met de farizeeën. Wat deden de farizeeën dan dat mensen liet zien dat ze de boosaardige aard van een antichrist bezaten? Zojuist benoemde Ik dat antichristen kennis en geleerdheid hoogachten; met welke mensen zijn kennis en geleerdheid nauw verbonden? Wie zijn de personificaties hiervan? Verwijzen ze naar master- en doctoraatsstudenten? Nee, daarmee zouden we te ver afdwalen – ze verwijzen naar de farizeeën. De reden waarom de farizeeën huichelachtig zijn, de reden dat ze boosaardig zijn, is dat ze afkerig zijn van de waarheid maar kennis liefhebben. Ze bestuderen dus alleen de Schrift en jagen schriftuurlijke kennis na, maar aanvaarden nooit de waarheid of Gods woorden. Ze bidden niet tot God wanneer ze Zijn woorden lezen, noch zoeken ze de waarheid of communiceren ze erover. In plaats daarvan bestuderen ze Gods woorden, bestuderen ze wat God heeft gezegd en gedaan, en veranderen ze Gods woorden zo in een theorie, een doctrine om aan anderen te onderwijzen. Dit wordt wetenschappelijke studie genoemd. Waarom houden ze zich bezig met wetenschappelijke studie? Wat bestuderen ze? In hun ogen zijn dit niet Gods woorden of Gods uitdrukking, en nog minder de waarheid. Het is veeleer een soort geleerdheid, men zou zelfs kunnen zeggen dat het theologische kennis is. In hun ogen is het verspreiden van deze kennis, deze geleerdheid, het verspreiden van Gods weg, het verspreiden van het evangelie – dit is wat zij prediken noemen, maar wat ze prediken is alleen maar theologische kennis.
Hoe worden de boosaardige kanten van de farizeeën geopenbaard? Laten we onze bespreking ten eerste beginnen met hoe de farizeeën de geïncarneerde God behandelden, dan zullen jullie het misschien wat meer begrijpen. Als we het over de geïncarneerde God hebben, moeten we het eerst hebben over in wat voor soort familie en achtergrond de geïncarneerde God tweeduizend jaar geleden werd geboren. Allereerst werd de Heer Jezus helemaal niet in een rijke familie geboren – Zijn afkomst was niet zo voornaam. Zijn pleegvader, Jozef, was timmerman en Zijn moeder, Maria, was een gewone gelovige. De identiteit en maatschappelijke status van Zijn ouders vertegenwoordigen de familieachtergrond waarin de Heer Jezus werd geboren, en het is duidelijk dat Hij in een gewoon gezin werd geboren. Wat betekent ‘gewoon’? Het verwijst naar de gewone massa, naar een gemiddeld huishouden op de onderste trede van de maatschappij, dat niets te maken heeft met adellijke families, niet in het minst verbonden is met een prominente status, en zeker niet aristocratisch is. Geboren in een gewoon gezin, met gewone ouders, zonder enige illustere maatschappelijke status of voorname familieachtergrond, is het duidelijk dat de achtergrond van de Heer Jezus en de familie waarin Hij geboren werd zo gewoon waren als maar kan. Vermeldt de Bijbel dat de Heer Jezus enig speciaal onderwijs heeft genoten? Heeft Hij onderwijs genoten aan een seminarie? Werd Hij opgeleid door een hogepriester? Heeft Hij veel boeken gelezen zoals Paulus? Had Hij nauw contact of omgang met de maatschappelijke elite of de hogepriesters van het jodendom? Nee, dat had Hij niet. Als we kijken naar de maatschappelijke status van de familie waarin de Heer Jezus werd geboren, is het duidelijk dat Hij niet in contact zou zijn gekomen met de bovenlaag van joodse schriftgeleerden en farizeeën; Hij leefde in feite alleen maar onder gewone Joden. Hij ging naar de synagoge, en de mensen die Hij ontmoette waren allemaal gewone mensen. Wat toont dit aan? Terwijl de Heer Jezus opgroeide, voordat Hij formeel Zijn werk opnam, bleef de achtergrond waarin Hij werd grootgebracht onveranderd. Na Zijn twaalfde begon Zijn huishouden niet te floreren en werd Hij niet rijk, laat staan dat Hij de kans kreeg om in contact te komen met mensen uit de hogere klassen van de maatschappij of de religieuze wereld, en Hij kreeg tijdens Zijn jeugd ook niet de gelegenheid om hoger onderwijs te volgen. Welke boodschap geeft dit aan latere generaties? Deze gewone en normale persoon, die de geïncarneerde God was, werd noch de kans noch de omstandigheden geboden om hoger onderwijs te volgen. Hij was net als gewone mensen, Hij leefde in een gewone sociale omgeving, in een gewoon gezin, en er was niets speciaals aan Hem. Juist daarom durfden die schriftgeleerden en farizeeën, nadat ze over de preken en daden van de Heer Jezus hadden gehoord, op te staan en Hem openlijk te oordelen, te lasteren en te veroordelen. Welke basis hadden ze voor hun veroordeling? Ongetwijfeld was die gebaseerd op de wetten en regels van het Oude Testament. Ten eerste leerde de Heer Jezus Zijn discipelen dat ze de sabbat niet hoefden te houden – Hij bleef op de sabbat werken. Bovendien hield Hij zich niet aan de wetten en regels en ging Hij niet naar de tempel. Toen Hij zondaars tegenkwam, vroegen sommige mensen Hem hoe ze hen moesten aanpakken. Hij pakte zondaars echter niet volgens de wet aan, maar toonde hen in plaats daarvan genade. Geen van deze aspecten van de daden van de Heer Jezus was in overeenstemming met de religieuze noties van de farizeeën. Omdat ze de waarheid niet liefhadden en dus de Heer Jezus haatten, grepen ze het voorwendsel aan dat de Heer Jezus de wet overtrad om Hem fel te veroordelen, en bepaalden ze dat Hij ter dood moest worden gebracht. Als de Heer Jezus in een prominente en voorname familie was geboren, als Hij hoogopgeleid was geweest, en als Hij op goede voet had gestaan met deze schriftgeleerden en farizeeën, dan zouden de dingen destijds niet zo met Hem zijn afgelopen – ze hadden anders kunnen lopen. Juist vanwege Zijn gewone en alledaagse aard, en de achtergrond van Zijn geboorte werd Hij door de farizeeën veroordeeld. Op welke basis veroordeelden ze de Heer Jezus? Het waren die regels en wetten waaraan ze vasthielden, waarvan ze geloofden dat die tot in alle eeuwigheid nooit zouden veranderen. Farizeeën beschouwden de theologische theorieën die ze zich eigen hadden gemaakt als kennis en als een middel om mensen te beoordelen en te veroordelen, en gebruikten die zelfs tegen de Heer Jezus. Zo werd de Heer Jezus veroordeeld. De manier waarop ze een persoon beoordeelden of behandelden, hing nooit af van de essentie van de persoon, noch van de vraag of wat de persoon predikte de waarheid was, en nog minder van de bron van de woorden die de persoon sprak – de manier waarop farizeeën een persoon beoordeelden of veroordeelden, hing alleen af van de regels, woorden en doctrine die ze zich eigen hadden gemaakt uit het Oude Testament van de Bijbel. Hoewel de farizeeën in hun hart wisten dat wat de Heer Jezus zei en deed geen zonde of overtreding van de wet was, veroordeelden ze Hem toch, omdat de waarheden die Hij uitdrukte en de tekenen en wonderen die Hij verrichtte ervoor zorgden dat veel mensen Hem volgden en prezen. De farizeeën werden steeds hatelijker jegens Hem en wilden Hem zelfs uit de weg ruimen. Ze erkenden niet dat de Heer Jezus de Messias was die zou komen, noch erkenden ze dat Zijn woorden de waarheid bevatten, laat staan dat Zijn werk in overeenstemming was met de waarheid. Ze oordeelden dat de Heer Jezus aanmatigende woorden sprak en demonen uitdreef door Beëlzebul, de vorst van de demonen. Dat ze de Heer Jezus deze zonden in de schoenen konden schuiven, toont aan hoeveel haat ze voor Hem hadden. Daarom deden zij er alles aan om te ontkennen dat de Heer Jezus door God was gezonden, dat Hij de Zoon van God was en dat Hij de Messias was. Wat ze bedoelden was: ‘Zou god de dingen op deze manier doen? Als god geïncarneerd zou zijn, dan zou hij in een familie van formidabele status zijn geboren. En hij zou het onderricht van de schriftgeleerden en farizeeën moeten ontvangen. Hij zou de schrift systematisch moeten bestuderen, schriftuurlijke kennis eigen moeten maken en over alle kennis van de schrift moeten beschikken voordat hij de naam ‘geïncarneerde god’ zou mogen dragen.’ Maar de Heer Jezus was niet met deze kennis toegerust, dus veroordeelden ze Hem en zeiden: “Ten eerste ben jij niet op deze wijze gekwalificeerd, dus kun jij god niet zijn; ten tweede kun jij zonder deze schriftuurlijke kennis het werk van god niet doen, laat staan dat jij god kunt zijn; ten derde zou je niet buiten de tempel moeten werken – jij werkt nu niet in de tempel, maar bent altijd onder de zondaars. Het werk dat jij doet valt dus buiten het bestek van de schrift, waardoor het nog onwaarschijnlijker is dat jij god bent.” Waar kwam de basis van hun veroordeling vandaan? Uit de Schrift, uit de geest van de mens en uit de theologische opleiding die ze hadden genoten. Omdat de farizeeën opgeblazen waren met noties, verbeeldingen en kennis, geloofden ze dat deze kennis juist was, de waarheid vormde en een geldige basis was, en dat God hier op geen enkel moment tegenin kon gaan. Zochten ze de waarheid? Dat deden ze niet. Wat zochten ze? Een bovennatuurlijke god die verscheen in de vorm van een geestelijk lichaam. Daarom bepaalden ze de parameters voor Gods werk, ontkenden ze Zijn werk en oordeelden ze of God goed of fout was volgens de noties, verbeeldingen en kennis van de mens. En wat was hier het eindresultaat van? Niet alleen veroordeelden ze Gods werk, ze nagelden de geïncarneerde God aan het kruis. Dit is wat er voortkwam uit het feit dat ze hun noties, verbeeldingen en kennis gebruikten om God te beoordelen, en dit is wat er boosaardig aan hen is.
Wanneer we kijken naar de hoogachting van de farizeeën voor kennis en geleerdheid, waarin ligt dan hun boosaardigheid? Hoe komt die tot uiting? Hoe kunnen we de boosaardige aard van zulke mensen uitdiepen en ontleden? De eerbied van de farizeeën voor kennis en geleerdheid is bekend, en het is niet nodig om daar in detail op in te gaan. Wat is dan precies de boosaardige aard die hier wordt onthuld? Hoe kunnen we de boosaardige aard van zulke mensen ontleden en doorzien? Laat iemand wat zeggen. (Ze gebruiken theoretische kennis om zich tegen de essentie van God te verzetten; dit is een van hun uitingen van boosaardigheid.) Verzet is een handeling. Waarom verzetten ze zich dus? Verzet getuigt van een enigszins venijnige gezindheid, maar je hebt het punt van de boosaardigheid nog niet aangeroerd. Waarom verzetten ze zich? Was het een kwestie van of ze Hem wel of niet mochten? Ze mochten zo’n soort God niet en geloofden: ‘god hoort in de hemel te zijn, de derde hemel welteverstaan, bewonderd door allen, onbereikbaar voor mensen, ondoorgrondelijk voor hen, god is degene naar wie de hele mensheid, alle schepselen en zelfs alle levende dingen in het heelal zouden moeten opkijken – dat is god! Nu is god gekomen, maar jij bent geboren in het huis van een timmerman, je ouders zijn maar gewone mensen en je bent zelfs in een stal geboren. De achtergrond van je geboorte is niet zomaar gewoontjes, het is een stap lager dan gewoon en lager dan alledaags – hoe zouden mensen dit kunnen aanvaarden? Als god echt zou komen, zou hij niet op deze manier kunnen komen!’ Is dit niet hoe mensen God beperken? Iedereen beperkt God op deze manier. Eigenlijk voelden ze diep vanbinnen ook vaag aan dat de Heer Jezus geen gewoon mens was, dat wat de Heer Jezus zei juist was, en dat de diverse zonden waarvan mensen Hem beschuldigden in feite niet overeenkwamen met de feiten. De Heer Jezus kon zieken genezen en demonen uitdrijven, en ze konden geen enkele fout vinden noch iets aangrijpen in de woorden en preken die Hij sprak en hield. Maar toch konden ze het nog steeds niet aanvaarden en twijfelden nog steeds in hun hart: ‘Is god echt zo? God is zo groot in de hemel, hij zou dus als hij vlees wordt en naar de aarde komt nog groter moeten zijn, hij zou door alle mensen bewonderd moeten worden, in adellijke families moeten verkeren, welsprekend moeten zijn en nooit ook maar één menselijk gebrek of zwakte moeten onthullen. Bovendien zou hij eerst zijn kennis, geleerdheid en vaardigheden moeten gebruiken om de geestelijkheid in de tempel te onderwerpen. Hij zou eerst deze mensen voor zich moeten winnen; dat zou gods bedoeling zijn.’ Ze accepteerden niet wat de Heer Jezus deed en ze wilden dit feit ook niet aanvaarden of erkennen. Dat ze dit feit niet wilden erkennen is geen groot probleem; diep vanbinnen bezaten ze iets dat nog dodelijker was: ‘Als zo iemand god was, dan zou de hele geestelijkheid god kunnen zijn’. Ze waren allemaal meer zoals god dan God Zelf, en ze waren allemaal beter gekwalificeerd om christus te zijn dan de Heer Jezus was. Is dit niet problematisch? (Ja.) Terwijl ze de Heer Jezus veroordeelden, verzetten ze zich ook tegen elk aspect van de achtergrond die verband hield met het vlees dat God ditmaal voor Zijn incarnatie had gekozen, en minachtten ze die. We hebben nog niet besproken waar de boosaardigheid van de farizeeën ligt – laten we onze communicatie voortzetten.
God wordt vlees als een gewoon mens, wat betekent dat God Zichzelf vanuit een verheven beeld, identiteit en positie boven alle dingen vernedert om een volkomen gewoon mens te worden. Wanneer Hij een gewoon mens wordt, kiest Hij er niet voor om in een voorname, rijke familie geboren te worden; de achtergrond van Zijn geboorte is heel alledaags, zelfs armoedig. Als we deze zaak bekijken vanuit het perspectief van een gewoon mens, iemand met geweten, verstand en menselijkheid, is alles wat God doet de verering en liefde van mensen waardig. Hoe moeten mensen ermee omgaan? (Met verering.) Een gewoon en normaal mens die God volgt, zou Gods beminnelijkheid moeten prijzen om het feit dat God Zichzelf vanuit een verheven status vernedert tot een buitengewoon gewoon mens – Gods nederigheid en verborgenheid zijn heel beminnelijk! Dit is iets wat noch corrupte mensen, noch duivels en Satan kunnen bereiken. Is dit iets positiefs of negatiefs? (Iets positiefs.) Wat illustreert dit positieve ding, dit verschijnsel en dit feit precies? Gods nederigheid en verborgenheid, Gods beminnelijkheid en dierbaarheid. Een ander feit is dat God mensen liefheeft; Gods liefde is oprecht, ze is niet vals. Gods liefde is geen loze praat, geen slogan, noch een illusie, maar reëel en feitelijk. God Zelf wordt vlees en verdraagt het verkeerd begrepen te worden door de mensheid, Hij verdraagt hun spot, laster en godslastering. Hij vernedert Zichzelf en wordt een gewoon mens, niet verheven van uiterlijk, zonder speciale talenten en zeker zonder diepgaande kennis of geleerdheid – met welk doel? Het is om de mensen die Hij heeft uitverkoren en van plan is te redden te benaderen met deze identiteit en een menselijk uiterlijk dat voor hen het meest toegankelijk is. Vormt dit alles wat God doet niet de prijs die Hij heeft betaald? (Ja.) Kan iemand anders dit doen? Niemand kan dit. Een voorbeeld: er zijn vrouwen die heel veel om schoonheid geven, ze dragen altijd make-up en gaan niet zonder make-up de deur uit. Als je zo’n vrouw zou vragen om zonder make-up de deur uit te gaan of zonder make-up op het podium te verschijnen, zou ze dat dan kunnen? Ze zou het niet kunnen. Ze is in dit geval niet eens vernederd; voor haar is het al onmogelijk om alleen maar de deur uit te gaan zonder make-up, ze kan zelfs dat beetje ijdelheid, dat beetje vleselijk voordeel niet loslaten. Hoe zit het dan met God? Wanneer God Zichzelf vernedert om als een uiterst gewoon mens onder de laagsten van de samenleving geboren te worden, wat geeft Hij dan op? Hij geeft Zijn waardigheid op. Waarom kan God Zijn waardigheid opgeven? (Omdat Hij mensen liefheeft en wil redden.) Het is omdat Hij mensen liefheeft en wil redden; dit onthult Gods gezindheid. Hoe brengt dit dan het verlies van waardigheid met zich mee? Hoe moet deze zaak worden bekeken? Sommige mensen zeggen: “Welke waardigheid verliest God? Heeft U niet nog steeds de identiteit van God, zelfs nadat U vlees bent geworden? Zijn er niet nog steeds mensen die U volgen en naar Uw prediking luisteren? Doet U niet nog steeds Gods eigen werk – welke waardigheid verliest U?” Dit ‘verlies van waardigheid’ omvat verschillende aspecten. Enerzijds doet God dit alles omwille van de mensen, maar kunnen mensen het begrijpen? Zelfs de mensen die Hem volgen, kunnen het niet begrijpen. Wat ligt er besloten in dit gebrek aan begrip? Er is onbegrip, verkeerde interpretatie en er zijn vreemde of minachtende blikken van bepaalde mensen. God is in het spirituele rijk, te midden van alle dingen, en de hele mensheid ligt aan de voeten van God, maar nu God vlees is geworden, komt dat erop neer dat Hij als gelijke in dezelfde omgeving leeft als de mensen. Hij wordt geconfronteerd met de spot, laster, het onbegrip en sarcasme van de mensheid, evenals met hun noties, vijandschap en oordeel – dit zijn de dingen waarmee Hij wordt geconfronteerd. Denken jullie dat Hij enige waardigheid bezit wanneer Hij met deze dingen wordt geconfronteerd? Volgens Gods identiteit zou Hij deze dingen niet moeten ondergaan, mensen zouden God niet zo moeten behandelen en Hij zou deze dingen niet moeten accepteren; dit zijn geen dingen die God zou moeten accepteren. Wanneer God echter vlees wordt, moet Hij ze aanvaarden, Hij moet dit alles verdragen, en niets wordt Hem bespaard. De verdorven mensheid kan veel mooi klinkende dingen tegen God in de hemel zeggen, maar ze hebben geen achting voor de geïncarneerde God. Ze denken: ‘God die vlees wordt? Je bent zo gewoon en normaal, je hebt niets uitzonderlijks; het lijkt erop dat je me niets aandoen!’ Ze durven alles te zeggen! Als het om hun eigen gewin of hun reputatie gaat, durven ze elk oordeel of elke veroordeling uit te spreken. Daarom moet God wanneer Hij vlees wordt, hoewel Hij deze status heeft en deze identiteit geniet wanneer Hij met mensen omgaat en samenleeft met de verdorven mensheid, tegelijkertijd werkelijk elke soort vernedering verdragen die Zijn identiteit Hem brengt. Hij verliest al Zijn waardigheid – dit is het eerste wat God moet verdragen wanneer Hij wordt geconfronteerd met alle verwarring, onbegrip, twijfel, verzoeking, opstandigheid, oordeel, dubbelhartigheid, enzovoort, die de verdorven mensheid tegenover Hem vertoond. Hij moet dit alles verdragen – dat is Zijn verlies van waardigheid. Wat nog meer? Er is in essentie geen verschil tussen de incarnatie en de Geest – is dit juist? (Ja.) Er is in essentie geen verschil, maar er is één aspect: het vlees kan nooit de Geest vervangen. Dat wil zeggen, het vlees beperkt Hem in Zijn vele vormen van functioneren. De Geest kan bijvoorbeeld door de ruimte reizen, wordt niet beïnvloed door tijd, klimaat of verschillende omgevingen en is alomtegenwoordig, terwijl het vlees aan deze beperkingen onderhevig is. Welk verlies is er toegebracht aan Gods waardigheid? Wat is de moeilijkheid in deze zaak? God Zelf heeft dit vermogen, maar omdat Hij beperkt wordt door het vlees, moet Hij Zich tijdens de periode van Zijn werk nauwgezet, stilletjes en gehoorzaam aan het werk van het vlees houden totdat het werk voltooid is. In de tijd dat God in het vlees werkt, is wat mensen van God kunnen zien, en wat ze van Hem kunnen begrijpen binnen hun noties, dit vlees dat hun ogen kunnen zien. Zijn dus Gods grootheid, almacht, wijsheid en zelfs gezag binnen hun verbeeldingen en noties niet aan bepaalde beperkingen onderhevig? (Ja.) Die dingen zijn in grote mate aan bepaalde beperkingen onderhevig. Wat veroorzaakt deze beperkingen? (Dat Hij vlees is geworden.) Deze beperkingen worden veroorzaakt doordat Hij vlees is geworden. Men kan zeggen dat het feit dat Hij vlees is geworden voor God Zelf een soort probleem veroorzaakt. Natuurlijk is het een beetje onnauwkeurig hier het woord ‘probleem’ te gebruiken, maar het is gepast om het zo te zeggen – het kan alleen zo worden gezegd. Heeft dit probleem een bepaalde invloed op het begrip dat mensen van God hebben en op de ware omgang en interactie van mensen met God in relatie met het liefhebben van en het zich onderwerpen aan God? (Ja.) Het heeft inderdaad een bepaald effect. Wanneer iemand Gods vlees heeft gezien, wanneer hij omgang heeft gehad met Gods vlees, wanneer hij Gods vlees heeft horen spreken, is het mogelijk dat tijdens zijn leven Gods beeld, Gods wijsheid, Gods essentie en Gods gezindheid voor hem altijd zo zullen blijven als waarop hij deze in dit vlees herkent, ziet en begrijpt. Dit is onrechtvaardig jegens God. Is dit niet het geval? (Ja, dat is het.) Het is onrechtvaardig jegens God. Waarom doet God dit dan toch? Omdat alleen doordat God vlees wordt de beste resultaten kunnen worden bereikt wat betreft Gods zuivering en redding van de mensheid – God kiest deze weg. God wordt vlees en leeft oog in oog met mensen, waardoor mensen Zijn woorden kunnen horen, elke beweging van Hem kunnen zien, en Zijn gezindheid, zelfs Zijn persoonlijkheid, en Zijn vreugde en verdriet kunnen zien. Ook al kunnen deze gezindheid, deze vreugde en dit verdriet noties doen ontstaan wanneer mensen er getuige van zijn, wat het begrip van mensen van Gods essentie beïnvloedt en het begrip van mensen beperkt, wordt God toch liever door mensen verkeerd begrepen en kiest Hij toch deze methode waarmee de beste resultaten wat betreft het redden van mensen worden bereikt. Daarom heeft Hij, gezien vanuit het oogpunt van het menselijk begrip van Gods oorspronkelijke gelaat, en Gods ware identiteit, status en essentie, Zijn waardigheid opgeofferd. Zou dit niet gezegd kunnen worden? Dat is vanuit dit oogpunt. Overdenk het zorgvuldig: is er in de verschillende aspecten van wat God heeft betaald en gedaan, volgens het begrip van mensen, iets dat gelijkwaardig is aan die theorieën en slogans van de farizeeën en antichristen? Die zijn er niet. Hoe begrepen de farizeeën bijvoorbeeld toen ze zeiden: “god is achtenswaardig”, deze achtenswaardigheid? Hoe zou Gods achtenswaardigheid in hun ogen tot uiting moeten komen? Het betekent gewoon dat Hij verheven is. Is het geen doctrine dat ‘god achtenswaardig is, god zo achtenswaardig is’? (Ja.) Wat is volgens hen de achtenswaardigheid van God? Dat God, wanneer Hij naar de wereld zou komen, een prominente positie zou hebben en zou beschikken over uitmuntende kennis en talent, uitmuntende bekwaamheid, uitmuntende welsprekendheid en een uitmuntend en voortreffelijk uiterlijk. Wat is die achtenswaardigheid waarin ze geloofden? Het is dat wat mensen kunnen zien. Is dit niet een soort achtenswaardigheid waar Satan aan doet? (Ja.) God doet daar niet aan! Kijk eens wat voor soort mensen God heeft uitgekozen voor dit uitverkoren volk van God, en kijk eens uit wat voor soort mensen de uitmuntende elites van Satans wereld bestaan. Door ze op deze manier met elkaar te vergelijken, zul je begrijpen wat voor soort mens God redt en wat voor soort mens niet gered kan worden. Degenen die bijzonder arrogant, zelfgenoegzaam, begaafd en getalenteerd zijn, zullen het minst geneigd zijn om de waarheid te aanvaarden. Ze spreken met veel kennis, ze zijn uiterst welsprekend, en dit leidt ertoe dat mensen hen aanbidden en naar hen opkijken. Hun essentiële zwakheid is echter dat ze de waarheid niet aanvaarden, dat ze afkerig van de waarheid zijn en die haten, wat bepaalt dat ze het pad van de ondergang zullen inslaan. Aan de andere kant heeft niemand van Gods uitverkoren volk speciale gaven of talenten. Zij kunnen echter de waarheid aanvaarden, zich aan God onderwerpen, hun roem, gewin en status opgeven om God te volgen, en zijn bereid hun plicht te doen. Dit zijn de soorten mensen die door God worden gered. Wie aanbidden de ongelovigen? Ze aanbidden allemaal intellectuelen van hoog niveau en mensen met een prominente familiestatus. Wat betreft gaven, specialiteiten en familiestatus, daar hebben wij niets van – wij zijn allemaal hetzelfde. Wat vinden jullie hiervan? God doet zulke dingen niet – is het zo simpel? Waarom heeft God het niet zo geregeld? God heeft hiermee Zijn bedoeling. Het is maar al te gemakkelijk voor God om te regelen in welke familie iemand wordt geboren en welke kennis hij kan leren. Kan God op deze manier handelen? (Ja.) Dat kan Hij inderdaad! Waarom heeft God er dan niet voor gezorgd dat wij in rijke, prominente families werden geboren? Dit is de beminnelijkheid van God, dit is de onthulling van de essentie van God, en alleen degenen die de waarheid begrijpen, kunnen deze zaak doorzien. Wanneer God vlees is geworden, maakt het Hem dan nog wat uit hoe groot de noties van mensen zijn, hoe groot de moeilijkheden zijn die God in Zijn werk tegenkomt, hoe groot de obstakels zijn waarmee Hij wordt geconfronteerd, hoe groot de spot en laster zijn die Hem ten deel vallen, en hoeveel van Zijn waardigheid verloren gaat nadat Hij op deze manier vlees is geworden? Het kan Hem niets schelen. Waar geeft Hij dan wel om? Als jullie dit punt kunnen begrijpen, dan weten jullie werkelijk dat God beminnelijk is. Waar geeft God om? Wat is Gods nauwgezette bedoeling wanner Hij deze prijs betaalt en zo’n grote inspanning levert? Waarvoor deed Hij het precies? (Opdat deze groep die God heeft uitgekozen God beter zou kunnen begrijpen, via Gods geïncarneerde vlees beter contact met Hem zou kunnen hebben, en vervolgens een waar begrip van God zou kunnen hebben.) Een begrip van God hebben – is dit dan nog steeds heel nuttig voor God? Heeft God zoveel betaald voor dit ene doel? Ja of nee? Heeft God alleen maar 6000 jaar lang nauwgezet gewerkt om mensen God te laten begrijpen? Zeg Mij wie het gelukkigst was toen, nadat God mensen had geschapen, de mensheid zich van God verwijderde en Satan volgde, en ieder mens zijn leven als een levende demon begon te leiden? (Satan.) Wie zijn het slachtoffer? (De mensen.) Wie is dan het meest bedroefd? (God.) Zijn jullie het meest bedroefd? (Nee.) In werkelijkheid kan niemand deze dingen doorzien. Niemand weet deze dingen zelf: ze aanvaarden wat ze ook maar worden in het leven. Wanneer je hun vraagt de waarheid te beoefenen, denken ze niet dat dit enig goed kan doen. Ze leven hardnekkig volgens hun noties en verbeeldingen, en zijn altijd tegen God in opstand gekomen. Degene die het meest verdrietig en diepbedroefd is, is eigenlijk God. God heeft de mensheid geschapen; denken jullie dat God geeft om de onmiddellijke staat van het menselijk bestaan, of hun leven goed is of niet? (Hij geeft erom.) God is het meest bezorgd. Misschien voelen de betrokken mensen het niet en begrijpen ze het zelf eigenlijk niet. De mensheid die in deze wereld leeft was honderd jaar geleden al zo en is dat nog steeds: generatie na generatie neemt het aantal mensen toe en generatie na generatie leeft men op deze manier, waarbij sommigen het goed hebben en anderen arm zijn – het leven is vol ups en downs. Generatie na generatie komen er mensen bij, ze dragen andere kleding, eten hetzelfde voedsel, maar de sociale structuur en de systemen veranderen beetje bij beetje; mensen komen onbewust in het heden aan – zijn ze zich ervan bewust? Ze zijn zich er niet van bewust. Wie is zich er dan het meest van bewust? (God.) Het is God die het meest om deze zaak geeft. Een van de dingen die God niet vergeet, is hoe de mensen die Hij heeft geschapen leven, wat de huidige staat van het leven van mensen is, of ze goed leven, wat mensen eten en dragen, hoe hun toekomst eruit zal zien en waar mensen elke dag in hun hart aan denken. Als alles waar mensen elke dag aan denken kwaad is, ze er alleen maar over denken hoe ze de natuurwetten kunnen veranderen en er tegen in kunnen gaan, hoe ze tegen de Hemel kunnen vechten en hoe ze de slechte trend van de wereld kunnen volgen, kijkt God hier dan naar en voelt Hij Zich er goed bij? (Nee, dat doet Hij niet.) Dus God voelt Zich er niet goed bij en daar blijft het bij? Moet Hij er niet iets aan doen? (Ja, dat moet Hij.) Hij moet een manier vinden om deze mensen goed te laten leven, om hen de principes hoe ze zich moeten gedragen te laten begrijpen, hen te laten weten dat ze God moeten aanbidden, dat ze zich moeten onderwerpen aan alle natuurwetten, Gods orkestratie en regeling, zodat mensen met een menselijke gelijkenis kunnen leven, en God opgelucht zal zijn. Zelfs als God deze mensen verlaat, kunnen ze nog steeds op een normale manier in zo’n omgeving leven, zonder iets van Satan te lijden te hebben – dit is Gods bedoeling. Wanneer Satan ziet dat mensen zich aan God kunnen onderwerpen en een menselijke gelijkenis kunnen uitleven, is hij volledig te schande gemaakt en faalt hij. Hij laat dus deze mensen volledig los en schenkt nooit meer aandacht aan hen. Om wie geeft Satan dus? Hij geeft alleen om degenen die in God geloven maar de waarheid niet nastreven, degenen die Gods woorden niet lezen en niet tot God bidden, degenen die hun plicht halfslachtig doen, en degenen die altijd iemand willen vinden om mee te trouwen, een gezin te stichten en een carrière op te bouwen. Hij wil deze mensen verleiden, hen misleiden zodat ze zich van God verwijderen, hun plicht niet doen en God verraden, totdat ze door Hem worden geëlimineerd – dan is hij door en door gelukkig. Hoe minder jij de waarheid nastreeft, hoe gelukkiger hij wordt; hoe meer jij roem, gewin en status nastreeft, en hoe plichtmatiger je bent in het vervullen van je plicht, hoe gelukkiger hij wordt. Als je afstand neemt van God en Hem verraadt, wordt hij nog gelukkiger – is dit niet de mentaliteit van Satan? Is de mentaliteit van antichristen niet net zo? Degenen van Satans soort hebben allemaal deze mentaliteit. Ze willen iedereen verleiden van wie ze zien dat hij niet oprecht in God gelooft, iedereen die aandacht besteedt aan het vergaren van kennis en het nastreven van roem, gewin en status, en iedereen die zijn eigenlijke taak niet naar behoren vervult bij het doen van zijn plicht. Wanneer ze zulke mensen ontmoeten, spreken ze een gemeenschappelijke taal, hebben ze elkaar veel te vertellen en spreken ze vrijuit, zonder scrupules. Hoe voelt God Zich wanneer Hij ziet dat deze mensen de waarheid niet nastreven? Hij is ongerust! Waarom heeft God dus heel deze prijs betaald? Omwille van Zijn bezorgdheid, zorg en ongerustheid voor de mensheid. God draagt deze bezorgdheid, zorg en ongerustheid over mensen in Zijn hart, en omdat God een dergelijke houding ten opzichte van mensen heeft, wordt Zijn werk vervolgens stap voor stap voortgebracht. Of God nu in de ogen van de mensen nederig en verborgen is, of dat Hij oprecht van de mensen houdt, of dat Hij trouw is, of dat Hij groot is, God gelooft dat al deze kosten het waard zijn en beloond kunnen worden. Wat betekent deze beloning? Het betekent dat de dingen waarover Hij Zich in Zijn hart zorgen maakt niet meer zullen gebeuren, en dat de mensen over wie Hij in Zijn hart bezorgd is, kunnen leven volgens Zijn bedoelingen, volgens de manier die Hij hen heeft geleerd en de richting waarnaar Hij hen heeft geleid. Deze mensen zullen dan niet langer door Satan verdorven worden – ze zullen niet langer in leed leven, waardoor Gods zorgen zullen verdwijnen en God gerustgesteld zal zijn. Is alles wat God heeft gedaan – ongeacht wat Zijn voornaamste motivatie is, ongeacht hoe groot of klein Zijn plan is – dus niet iets positiefs? (Ja, dat is het.) Dit zijn allemaal positieve dingen. Ongeacht of de manier waarop God werkt de mensen niet opvalt, ongeacht of het de moeite van het vermelden waard is of niet, ongeacht hoe mensen oordelen over de manier waarop God werkt om mensen te oordelen en te redden; als we kijken naar alle dingen die God heeft gedaan en de enorme prijs die Hij betaalt, is God dan niet lofwaardig? (Ja, dat is Hij.) Is God dus groot of klein? (Hij is groot.) Zo groot! Niemand onder de mensheid kan zo’n prijs betalen. Sommige mensen zeggen: “Moederliefde is de grootste liefde onder de mensheid.” Is moederliefde werkelijk zo groot als dit? Over het algemeen maken moeders zich over kinderen niet meer zo druk zodra ze onafhankelijk hun eigen leven leiden, zolang ze zich kunnen redden. In feite kunnen ze zich niet eens meer met hun kinderen bemoeien, zelfs al zouden ze dat willen. Dus hoe behandelt God deze mensheid? Hoeveel duizenden jaren heeft Hij de mensheid al verdragen? God heeft ze zesduizend jaar verdragen en heeft de mensheid zelfs nu nog niet opgegeven. Alleen al voor dat kleine beetje zorgen en ongerustheid heeft God zo’n hoge prijs betaald. Hoe ziet zo’n enorme prijs eruit in de ogen van de farizeeën en die antichristen? Het wordt door hen veroordeeld, door hen beoordeeld en zelfs door hen gelasterd. Zijn die antichristen vanuit dit oogpunt niet boosaardig van aard? (Ja, dat zijn ze.) God heeft zulke lofwaardige dingen gedaan, en Gods essentie en wat Hij heeft en is, zijn de lof van mensen zo waardig. Niet alleen prijzen ze Hem niet, maar ze gebruiken zelfs allerlei excuses en theorieën om Hem te veroordelen en te beoordelen, en weigeren zelfs te erkennen dat Hij Christus is. Zijn deze mensen niet hatelijk? (Ja, dat zijn ze.) Zijn ze niet boosaardig? Afgaande op hun boosaardige gedrag, aanbidden ze dan geen kennis en geleerdheid? Aanbidden ze geen macht en status? (Ja, dat doen ze.) Hoe positiever iets is en hoe meer het waard is door mensen te worden geprezen, herinnerd en verspreid, hoe meer het door antichristen veroordeeld zal worden. Dit is één openbaring van de boosaardige aard van antichristen. Er moet gezegd worden dat de mate van boosaardigheid van antichristen die van gewone mensen met verdorven gezindheden ver te boven gaat.
Laten we doorgaan met een bespreking over Paulus. In wat voor gezin werd Paulus geboren? Hij werd geboren in een intellectueel gezin, een geleerd gezin. Hij werd in zo’n gezin geboren en de achtergrond van zijn geboorte werd als goed beschouwd. Hij was hoogopgeleid. Volgens de huidige maatstaven zou hij het type zijn geweest dat theologie studeerde of naar de universiteit ging. Was zijn kennis en geleerdheid dan hoger dan die van de meeste mensen? (Ja.) Zou het, afgaande op Paulus’ kennis en geleerdheid, voor hem gemakkelijk zijn geweest om te erkennen dat de Heer Jezus Christus was? (Ja, dat zou het zijn geweest.) Heel gemakkelijk. Maar waarom erkende hij de Heer Jezus niet als Christus? (Hij aanbad kennis en vond dat de Heer Jezus niet zoveel wist als hij, dus erkende hij Hem niet.) Het is te simpel om het zo te stellen. Als de Heer Jezus niet zoveel wist als hij, zou hij Hem niet kunnen erkennen. Als Hij werkelijk kennis bezat, zou hij Hem misschien kunnen erkennen. Dit is een beetje een halve gevolgtrekking. Nu zeggen we alleen dat antichristen kennis aanbidden; dat wil zeggen, wanneer ze naar mensen luisteren, met mensen omgaan en zaken aanpakken, hanteren ze een zienswijze die anderen duidelijk maakt dat ze kennis en geleerdheid aanbidden. Als je woorden bijvoorbeeld heel logisch, van hoog niveau, slim, ondoorgrondelijk en abstract zijn, is dit precies wat hem bevalt. Abstract en in overeenstemming met logica, filosofie en zelfs met een zekere geleerdheid – dit is precies wat hij wil. De Heer Jezus is de incarnatie van God, en alles wat Hij spreekt zijn Gods woorden en waarheden. Wanneer mensen met kennis en geleerdheid naar deze woorden en waarheden kijken, hoe beoordelen ze die dan? “De woorden die je spreekt zijn te vulgair en oppervlakkig. Het zijn allemaal onbeduidende dingen over het geloof in god. Ze zijn noch diepgaand noch ondoorgrondelijk. Er zijn geen mysteries. Toch zeg je dat ze de waarheid zijn. Wat is er zo hoogstaand aan de waarheid? Ik kan deze dingen ook zeggen!” Geloven antichristen dit niet? (Ja.) Ze wegen het zo af en denken: ‘Laat ik eens kijken of de dingen waarover jij praat uiteindelijk hoger of lager zijn dan mijn kennis.’ Zodra ze deze dingen horen, vechten ze deze aan en zeggen: “Je klinkt als een leerling van de basisschool. Ik ben een student, jij bent dus niet zo goed als ik!” Vervolgens vinden ze een fout in Gods woorden en zeggen: “Het lijkt erop dat je de grammatica niet begrijpt, en soms zijn de woorden die je tijdens het spreken gebruikt niet gepast. Je lijkt niet op god.” Ze kijken naar Zijn uiterlijk om te zien of Hij al dan niet God is; ze luisteren niet naar de inhoud van Zijn woorden, ze luisteren niet of wat wordt uitgedrukt de waarheid is, of dat de woorden van God komen. Is dit geen gebrek aan geestelijk begrip? (Ja, dat is het.) Daarom hebben antichristen ook een ander kenmerk: ze hebben een gebrek aan geestelijk begrip. Omdat ze waarde hechten aan kennis en geleerdheid, begrijpen ze de waarheid niet. Ze zullen de waarheid nooit kunnen begrijpen. Deze mensen zijn voorbestemd om het type te zijn dat een gebrek aan geestelijk begrip heeft. Ze gebruiken hun kennis om elke zin die God spreekt te wegen. Kunnen ze de waarheid begrijpen? Kunnen ze weten dat dit de waarheid is? Kunnen ze uiteindelijk tot een conclusie komen en zeggen dat al deze woorden die door God zijn gesproken de waarheid zijn? Kunnen ze dit erkennen? Ze kunnen dit niet erkennen. Hoe zien ze dus de geïncarneerde God? Ze denken: ‘Hoe ik het ook bekijk, hij is een mens. Hoe ik het ook bekijk, het lukt me niet de kwaliteit van god te zien. Hoe goed ik ook luister, ik kan niet zeggen welke van zijn woorden in overeenstemming zijn met de waarheid en welke ervan de waarheid zijn.’ Daarom denken ze diep in hun hart: ‘Als jij iets nieuws en fris hebt, en ik wat theorie kan opdoen en wat kapitaal uit je kan slaan, dan zal ik je voorlopig volgen en zien wat het resultaat is.’ Maar kunnen ze de Heer Jezus vanuit het diepst van hun hart aanvaarden? (Nee, dat kunnen ze niet.) Ze zullen Hem absoluut niet aanvaarden. Waarom aanvaarden ze Hem niet? Wat is hiervan de oorzaak? Het komt omdat ze te veel van kennis houden. Hun voorliefde en de kennis waarmee ze zijn toegerust en die ze hebben geleerd, verblinden hun ogen en hun geest, waardoor ze niet kunnen zien wat God allemaal heeft gedaan. Zelfs als wat God zegt duidelijk de waarheid is, zelfs als het werk dat door God is gedaan duidelijk Gods identiteit en essentie uitdrukt, kunnen ze het niet zien. Waarom kunnen ze het niet zien? Omdat hun kennis en geleerdheid ertoe leiden dat ze vol noties, verbeeldingen en oordelen over God zitten. Uiteindelijk kunnen ze niet begrijpen wat God zegt, hoe ze ook naar preken luisteren of in contact komen met God, laat staan dat ze aanvaarden dat wat deze persoon heeft gezegd mensen kan veranderen of dat het de waarheid, de weg en het leven is. Dit is iets wat ze nooit kunnen aanvaarden. Ze kunnen het nooit aanvaarden, waardoor ze voorbestemd zijn om niet gered te worden, net als Paulus. Beleed Paulus dat de Heer Jezus Christus was? Hij gaf het zelfs aan het einde niet toe. Sommige mensen zeggen: “Riep hij de Heer niet aan toen hij op de weg naar Damascus werd neergeslagen? Hij had het moeten belijden. Hoe kan er gezegd worden dat hij het niet beleed?” Eén feit bewijst dat Paulus de Heer Jezus Christus nooit als zijn Redder heeft erkend. Dat is dat hij, zelfs nadat hij was neergeslagen, nog steeds probeerde Christus te zijn. Is Christus iemand die mensen zomaar kunnen worden? Christus is God die in een mens is geïncarneerd. Hij is God en niemand kan Hem worden alleen maar omdat hij dat wil. Wie wil er geen Christus zijn? Maar is dat iets wat mensen kunnen doen? Dit is geen kwestie van mensen die het willen doen. Paulus wilde zelfs Christus zijn. Zou Paulus, gezien zijn streven, erkennen dat de Heer Jezus Christus en de Heer is? (Nee, dat kon hij niet.) Waar plaatste hij dan de identiteit en status van de Heer Jezus? Als de Zoon van God. Wat is de Zoon van God? Het betekent: jij bent niet god, jij bent een zoon van god, jij bent kleiner dan god, jij bent hetzelfde als wij; wij zijn de zonen van god, en jij bent ook een zoon van god, maar god heeft jou een andere opdracht gegeven en jij hebt ander werk gedaan. Als god mij deze taak zou geven, zou ik die ook kunnen doen en op me kunnen nemen. Betekent dit niet dat Paulus het feit niet erkende dat de Heer Jezus Christus God is? (Ja, dat doet het.) Hij geloofde dat de god van zijn geloof in de hemel was, dat deze Christus niet god was, en dat gods identiteit en status niets met deze Christus te maken hadden. Hoe ontwikkelden zijn begrip en houding ten opzichte van de Heer Jezus zich? Ze werden afgeleid uit zijn kennis en verbeeldingen. Hoe leidde hij ze af? In welke zin zag hij ze? De Heer Jezus zei: “Mijn Vader is zus of zo,” en “Ik doe dit of dat door Mijn Vader in de hemel.” Hij hoorde dit en dacht: ‘Jij verwijst ook naar god als god? Jij verwijst ook naar god in de hemel als vader? Ben je in dat geval een zoon van god?’ Is dit geen verbeelding van het menselijk brein? Dit is een conclusie die getrokken wordt door mensen met kennis: als jij de god in de hemel vader noemt, en wij noemen hem ook vader, dan zijn wij broers. Jij bent de eerstgeboren zoon, wij zijn de zonen die daarna kwamen, en de god in de hemel is onze gemeenschappelijke god. Jij bent dus niet god en we staan allemaal op gelijke voet. Daarom is het niet de heer Jezus christus die uiteindelijk beslist wie beloond wordt, wie gestraft wordt en wat hun uitkomst is – het is god in de hemel. Tot deze conclusies en absurde zienswijzen kwam Paulus allemaal doordat hij zijn verstand gebruikte om nadat hij theologie en kennis had bestudeerd, te oordelen en te analyseren. Dit was het resultaat.
Paulus beschouwde kennis als een reddingsboei, als zijn kapitaal; sterker nog, hij zag het als het doel van zijn streven. Als Paulus geen kennis had aanbeden, maar de kennis die hij eerder had geleerd had kunnen loslaten, de Heer Jezus als de Heer had beschouwd, als Degene die gevolgd kan worden en die de waarheid kan uitdrukken, en de woorden van de Heer Jezus als de waarheid had beschouwd die moet worden gehoorzaamd en beoefend – dan zou het resultaat anders zijn geweest. Dat Petrus de Heer drie keer kon verloochenen, kwam enerzijds doordat hij bang was, en anderzijds doordat hij zag dat de Heer Jezus een gewoon mens was die gearresteerd was en leed. Hij had zwakheid in zijn hart – dat was geen fatale tekortkoming. Evenmin was het een fatale tekortkoming dat hij Hem voor een moment kon verloochenen. Dit is niet het bewijs dat uiteindelijk iemands uitkomst kan bepalen. Wat bepaalt uiteindelijk iemands uitkomst? Het gaat erom of ze Gods woorden als Gods woorden behandelen, of ze Gods woorden als de waarheid kunnen aanvaarden, gehoorzamen en beoefenen. Paulus en Petrus zijn twee totaal verschillende voorbeelden. Petrus was één keer zwak, hij verloochende de Heer één keer en twijfelde één keer aan de Heer, maar het uiteindelijke resultaat was dat Petrus werd vervolmaakt. Paulus werkte voor de Heer en leed vele jaren. Het spreekt voor zich dat hij een kroon had moeten kunnen ontvangen. Waarom werd hij dan uiteindelijk door God gestraft? Waarom waren zijn uitkomst en die van Petrus verschillend? Dit hangt af van iemands aard-essentie en het pad dat iemand nastreeft. Wat was de aard-essentie van Paulus? Op zijn minst is er een aspect van boosaardigheid. Hij streefde verwoed naar kennis en status, hij streefde naar beloningen en een kroon, en hij rende rond, werkte en betaalde de prijs voor die kroon, zonder de waarheid ook maar enigszins na te streven. Bovendien getuigde hij in de loop van zijn werk nooit van de woorden van de Heer Jezus, noch getuigde hij dat de Heer Jezus Christus, God, of de vleesgeworden God is, dat de Heer Jezus God vertegenwoordigt, en dat alle woorden die Hij spreekt de woorden zijn die door God worden gesproken. Paulus kon deze dingen niet bevatten. Wat was dus het pad dat Paulus volgde? Hij streefde koppig naar kennis en theologie, weerstond de waarheid, weigerde de waarheid te aanvaarden en gebruikte zijn gaven en kennis om werk te doen om zijn status te managen, te handhaven en te stabiliseren. Wat was zijn uiteindelijke uitkomst? Misschien kun je van buitenaf niet zien welke straf hij voor zijn dood ontving, of dat hij een abnormale uiting vertoonde, maar zijn uiteindelijke uitkomst was anders dan die van Petrus. Waarvan hing dit ‘verschil’ af? Aan de ene kant van iemands aard-essentie, en aan de andere kant van het pad dat iemand neemt. Hoe verschilde Paulus’ weerstand van die van normale mensen wat betreft zijn houding en zienswijze ten opzichte van de Heer Jezus? En wat is het verschil tussen Paulus die de Heer verloochende en verwierp, en Petrus die Gods naam verloochende en de Heer drie keer uit zwakheid en angst weigerde te erkennen? Paulus gebruikte kennis, geleerdheid en zijn gaven om zijn werk te doen. Hij beoefende de waarheid helemaal niet, noch volgde hij Gods weg. Kon je zijn zwakheid zien in de periode dat hij rondrende en werkte, of in zijn brieven? Dat kon je niet, of wel? Keer op keer leerde hij mensen wat ze moesten doen en moedigde hij mensen aan om het verkrijgen van beloningen, kronen en een goede bestemming na te streven. Hij had geen ervaringskennis of ervaring in het beoefenen van de waarheid. Petrus daarentegen was erg ingetogen in zijn handelen. Hij had geen diepzinnige theorieën of brieven die al te beroemd waren. Hij bezat enig werkelijk begrip en enige beoefening van de waarheid. Hoewel hij zwakheid en verdorvenheid in zijn leven ervoer, was de relatie die hij na vele beproevingen met God had opgebouwd de relatie tussen mens en God, wat totaal anders was dan bij Paulus. Hoewel Paulus werkte, had niets van wat hij deed ook maar iets met God te maken. Hij getuigde niet van Gods woorden, Zijn werk, Zijn liefde of Zijn redding van de mensheid, laat staan van Gods bedoelingen met mensen of Zijn eisen. Hij vertelde mensen zelfs vaak dat de Heer Jezus de Zoon van God was, wat er uiteindelijk toe leidde dat mensen God als een Drie-eenheid gingen zien. De term ‘Drie-eenheid’ is afkomstig van Paulus. Als er niet zoiets bestaat als ‘Vader en Zoon’, kan er dan een ‘Drie-eenheid’ bestaan? Dat kan niet. Menselijke verbeeldingen zijn gewoon te ‘rijk’. Als je Gods incarnatie niet kunt begrijpen, vel dan geen blind oordeel en trek geen overhaaste conclusies. Luister gewoon naar de woorden van de Heer Jezus en behandel Hem als God, als God die in het vlees verschijnt en een mens wordt. Het is objectiever om het op deze manier te behandelen.
Toen er voor het eerst van werd getuigd dat God in deze fase van Zijn werk in vrouwelijke gedaante was geïncarneerd, konden veel mensen dit niet aanvaarden en liepen ze hierop vast. Ze vonden dat ‘de woorden die worden gesproken allemaal waarheden zijn, het werk dat wordt gedaan dat van oordeel door woorden is – deze dingen lijken op Gods werk, en ik kan toegeven dat deze persoon de geïncarneerde God is – het is alleen zo dat dit geslacht niet gemakkelijk te aanvaarden is.’ Maar omdat deze woorden allemaal de waarheid zijn, aanvaarden ze Hem met tegenzin toch, en denken in hun hart: ‘Ik zal eerst meelopen en zien of Hij werkelijk God is’. Veel mensen volgden God op deze manier. God schiep de mens als man en vrouw, en de incarnatie van God is geen uitzondering: het is of mannelijk of vrouwelijk. Op een dag vroeg iemand Mij plotseling: “Hoe kan het worden begrepen dat de incarnatie deze keer vrouwelijk is?” Ik antwoordde: “Nou, hoe zie je het zelf? God handelt niet in overeenstemming met de noties van mensen: als je er zeker van bent dat dit door God wordt gedaan, dan moet je niet onderzoeken wat God doet, en als je het niet begrijpt, dan moet je wachten. Als je zoekt en dit zoeken nog steeds geen resultaten oplevert, moet je gewoon kijken of je je kunt onderwerpen. Als je je kunt onderwerpen, dan ben je rationeel, maar als je hierdoor vastloopt en alles wat God heeft gedaan ontkent, dan ben je niet rationeel, dan ben je geen ware gelovige in God. God doet tien dingen die je als juist beschouwt en die in overeenstemming zijn met jouw noties, maar als één ding niet in overeenstemming is met jouw noties, verwerp je alle tien dingen – wat voor ellendeling doet dit? Is dit geen duivel?” Toen Ik zo communiceerde, zeiden ze: “Ja, dan moet ik het nu aanvaarden.” Nadat Ik Mijn communicatie had afgerond, begrepen en aanvaardden ze het onmiddellijk – is hun kaliber niet behoorlijk goed? Laten we zeggen van wel. Vervolgens zeiden ze: “God schiep man en vrouw, en de eerste keer dat god vlees werd, was hij een man, een zoon van god. Deze keer werd hij vlees als een vrouw – is dat dan geen dochter van god? Vertel me of ik het correct begrijp. Wanneer mensen kinderen krijgen, willen ze zowel een zoon als een dochter – wil god ook beide hebben?” Hoe had Ik hen moeten antwoorden en deze kwestie moeten uitleggen? Moet deze kwestie niet serieus worden genomen? Moet die niet worden gecorrigeerd? Is er een probleem met wat ze zeiden? Er is een probleem. Ze zeiden: “God heeft een zoon, de heer Jezus, en deze keer is de incarnatie vrouwelijk, dus in dat geval is het zijn dochter. Dus, god heeft een zoon en een dochter, hij heeft ze allebei, dus is de heilige geest niet nodig. Er is de heilige vader, de heilige zoon en de heilige dochter, deze Drie-eenheid – hoe passend en waardig is dat! Zonder een dochter zou het niet compleet zijn.” Hoe voel je je wanneer je dit hoort? Je weet niet of je moet lachen of huilen. Zeg Mij, is dit geen grap? (Ja, dat is het.) Is er enig verschil tussen hun begrip van de incarnatie en dat van Paulus? (Nee.) Er is geen verschil. Als mensen altijd vertrouwen op hun slimheid, verbeeldingen en noties om gevolgtrekkingen en deducties te maken over zaken die te maken hebben met het begrijpen van God, en vooral wanneer zaken Gods identiteit en essentie naderen, en ze die toepassen met bepaalde zienswijzen, zal dit problematisch zijn, en zullen ze fouten maken en tegen problemen aanlopen. Wat is dan de meest gepaste manier om met deze kwestie om te gaan? Sommige zaken zijn diepzinniger en abstracter, ze zijn niet gemakkelijk te begrijpen voor mensen, en het is niet gemakkelijk om de essentie en de hoofdoorzaak van dit probleem te doorzien. Als deze dingen niet de waarheid betreffen, of geen invloed hebben op je nastreven van de waarheid, wat moet je dan doen? Laat ze allereerst los. Wat heeft het voor zin om ze te onderzoeken? Het is niet aan jou om ze te onderzoeken. Het enige wat je hoeft te doen, is je richten op de ingang in het leven en in staat zijn je plicht goed te vervullen. Op een dag zul je deze zaken vanzelf begrijpen. Sommige mensen zeggen dat ze ze niet kunnen loslaten en ze willen onderzoeken, wat problematisch is. Je moet ze niet onderzoeken. Mensen mogen zaken die Gods identiteit, Gods essentie en Gods status betreffen niet benaderen met een onderzoekende houding. Als je ze blijft onderzoeken, zal dat ernstige gevolgen hebben. In ernstige gevallen zul je God lasteren. Hoe moeten mensen omgaan met zaken die Gods identiteit en essentie betreffen? Houd het simpel, en zelfs als je hierover nog niet helemaal duidelijkheid hebt, is één ding zeker: Hij kan God vertegenwoordigen, Hij is de verschijning van God, wat Hij uitdrukt is de waarheid, wat mensen moeten aanvaarden is de waarheid, en het is genoeg om de waarheid te verkrijgen.
Als we kijken naar de aard-essentie van antichristen, wat is het dan dat ze het meest aanbidden? Verheven, lege, abstracte zogenaamde theologische theorieën. Voor hen zijn deze theorieën uiterst waardevol. Ze hechten heel veel waarde aan deze dingen en houden er heel veel van, en ze bedenken allerlei manieren om deze dingen te verwerven, om zich te onderscheiden van de massa. Ze prenten deze dingen in hun hart en zien ze als kapitaal, als springplank om hun eigen levensdoelen te verwezenlijken, niet wetende dat deze dingen in wezen niet de waarheid zijn. Ze rusten zichzelf echter graag toe met deze theologische theorieën, die hun vooropgezette ideeën worden, en ze houden die voor de waarheid. Ze gebruiken deze theologische kennis om Gods woorden en de waarheden die God uitdrukt te bestuderen. Wanneer ze zien dat Gods woorden en de waarheden die God uitdrukt niet in overeenstemming zijn met de theologische theorieën die ze voorstaan, kunnen ze het niet laten om over Gods woorden te oordelen en ze te veroordelen. Ze voelen geen vrees in hun hart, in de overtuiging dat ze daarvoor een Bijbelse basis hebben. Sommigen van hen veroordelen zelfs Gods woorden en zeggen: “Gods woorden zijn te langdradig. Sommige zijn niet logisch, sommige zijn grammaticaal niet correct, en het is zelfs zo dat een deel van de woordenschat die hij gebruikt, niet helemaal klopt.” Ze leven alleen maar in hun eigen gedachtewereld, en gebruiken de kennis en geleerdheid die ze bezitten om Gods woorden te analyseren en te bestuderen. Velen van hen gebruiken zelfs hun verbeeldingen en oordeel om in Gods woorden te vinden hoe God bepaalde mensen definieert of welke bestemmingen Hij voor bepaalde mensen bepaalt, en analyseren en veroordelen die dingen vervolgens op grond van wat de Bijbel zegt, en beginnen zo Gods woorden te ontkennen. Terwijl ze Gods woorden analyseren en veroordelen, gebeurt er iets verschrikkelijks. Weten jullie wat dat is? Wanneer mensen God analyseren en bestuderen, en wanneer er een mentaliteit van veroordeling in mensen ontstaat, verwerpt de Heilige Geest deze mensen en werkt niet in hen. Is dit niet iets verschrikkelijks? En jullie weten wat het betekent wanneer de Heilige Geest niet werkt. Wanneer de Heilige Geest niet werkt, blijft Hij uit de buurt van deze mensen, wat erop neerkomt dat ze worden verlaten. Met andere woorden, God zal hen niet redden. We kunnen de reden analyseren. Waar komen deze theologische theorieën vandaan waarmee ze zich hun halve leven hebben gesterkt? Wie vertegenwoordigen ze? Ze hebben hier in hun hart geen duidelijkheid over. In werkelijkheid komen deze dingen helemaal niet van God, noch zijn ze zuiver menselijk begrip. Het zijn de foutieve interpretaties van mensen, en als zodanig kan men zeggen dat ze van Satan zijn en volledig Satan vertegenwoordigen. Wat omvat deze theologische kennis nog meer? Afgezien van foutieve interpretaties van de Bijbel, omvat het de logica en redenering van mensen, de noties en verbeeldingen van mensen, evenals de ervaringen, ethiek, moraal en filosofische ideeën van mensen. Wanneer ze deze dingen gebruiken om te beoordelen wat God zegt en Zijn werk te beoordelen, staan ze wat de betreft de manier waarop ze God behandelen duidelijk aan de kant van Satan. Daarom verbergt God Zijn aangezicht voor hen en verlaat de Heilige Geest hen. Hebben jullie dit ooit ervaren? In het verleden spraken sommige mensen over hun ervaringen in dit opzicht en zeiden: “Toen ik net in God begon te geloven, was ik erop gebrand God te bestuderen; ik bestudeerde wat Hij zegt, Zijn woordgebruik, hoe Hij mensen behandelt, voor wie Hij goed is en wat voor soort persoon Hij mag of haat. Door al dit studeren werd mijn hart duister, kon ik God niet voelen in mijn gebeden, was de gesteldheid van vrijheid en bevrijding in mijn hart verdwenen en voelde ik geen vrede of vreugde meer. Het was alsof er een steen op mijn hart drukte.” Hebben jullie ooit zo’n ervaring gehad? (Ja.) Degenen die God voortdurend bestuderen, verkrijgen geen verlichting of illuminatie van de Heilige Geest. Zelfs het lezen van Gods woorden brengt geen enkel licht. Antichristen zijn bedreven in het bestuderen van God, maar aanvaarden de waarheid helemaal niet. In de kerk hebben ze geen normale interpersoonlijke relaties en plaatsen ze zichzelf altijd boven anderen om hun de les te lezen. Ze scheppen vaak op over hun kennis en kijken neer op gewone broeders en zusters. Als een antichrist met je omgaat en erachter komt dat je niet hoogopgeleid bent, zal hij zich niet met je bezighouden. Zelfs als je voldoet aan de criteria om kerkleider of teamleider te zijn, zal hij je niet gebruiken. Wat voor soort mensen gebruiken ze wel? Ze zoeken mensen met maatschappelijke status, macht, kennis en gaven die welbespraakt zijn – op zulke mensen richten ze hun blik en ze zijn erop uit hen te gebruiken. Als het aan hen is om mensen te kiezen en te gebruiken, selecteren ze alleen individuen die welbespraakt, hoogopgeleid en deskundig zijn en status in de maatschappij hebben. Zelfs als zulke mensen de waarheid niet nastreven of geen enkel werk kunnen doen, hebben ze toch een voorliefde voor hen. Wat geeft dit aan? Ze behoren tot dezelfde categorie. Soort zoekt immers soort. Sommige antichristen begrijpen bepaalde woorden en doctrines en bedenken vervolgens allerlei manieren om te oefenen in het houden van preken. In welke mate oefenen ze? In die mate dat ze welbespraakt en uitvoerig kunnen spreken, het podium kunnen betreden zonder aantekeningen te gebruiken en uren achtereen kunnen spreken. Ze denken dat dit het verrichten van werk is, dat dit hun meest glorieuze moment is, de tijd waarin ze zichzelf het best kunnen etaleren. Ze grijpen zulke kansen aan en laten ze nooit meer los. Hoe beschouwen antichristen echter onderwerpen waarover God vaak communiceert, dingen die verband houden met de normale menselijkheid, met het geweten en het verstand van mensen, en met de dingen die het meest te maken hebben met de menselijkheid in het werkelijke leven van normale mensen? Deze dingen lijken voor mensen misschien kleine en onbeduidende details, maar ze houden in werkelijkheid nauw verband met het binnengaan in de waarheidswerkelijkheid. Hoe beschouwen antichristen deze dingen? Ze verachten ze vanuit hun hart, ze nemen deze woorden niet serieus en veroordelen deze zaken in hun hart, omdat ze vinden dat ze zinloos zijn. Hoe je ook communiceert over de waarheidswerkelijkheid, zoals dat je een eerlijk, trouw, nuchter en plichtsgetrouw mens moet zijn, hoe je hier ook over communiceert, hun zienswijze blijft onveranderd. Ze willen iemand zijn die welbespraakt is, die overloopt van talent en speciale vermogens heeft, of zelfs iemand met bovennatuurlijke vermogens, zoals in tongen spreken, buitengewoon snel kunnen lezen, een fotografisch geheugen hebben, enzovoort. Als zij deze vermogens ook zouden bezitten, zou hun hart vervuld zijn van vreugde. In het diepst van hun hart streven ze deze dingen na en achten ze die hoog. Bijvoorbeeld, Ik zeg net iets, en even later ben Ik het vergeten. Als ik het aan de anderen vraag, kan ook geen van hen het zich herinneren. Zie je, onze geheugens lijken allemaal behoorlijk op elkaar, nietwaar? (Ja.) Maar wanneer antichristen dit zien, zeggen ze: “Jouw geheugen is ook niet goed! Kijk naar die-en-die geestelijke persoon; die kan snellezen en heeft een fotografisch geheugen. Je bent christus – hoeveel regels kun je in één oogopslag lezen?” Ik zeg: “Ik heb dat bovennatuurlijke vermogen niet. Soms herinner Ik Me een zin niet nadat Ik hem heb gelezen, en moet Ik hem opnieuw lezen.” Ze zeggen: “Wordt god niet verondersteld almachtig te zijn?” Dit is hoe ze noties beginnen te vormen. Hoe zien ze de geïncarneerde God diep in hun hart? “De geïncarneerde god is gewoon een volkomen gewoon en volledig normaal mens. Zijn geheugen is niet goed, zijn gestel is niet zo geweldig; hij lijkt in geen enkel opzicht op god.” Daarom denken ze, wanneer ze iemand horen preken over het liefhebben van God: ‘Als die-en-die geestelijke persoon of die-en-die beroemde persoon god was, dan zou ik hem kunnen aanvaarden en liefhebben. Maar als deze huidige christus god is, kan ik hem niet liefhebben omdat hij helemaal niet op god lijkt.’ In hun hart moet iemand om god te zijn op god lijken; hij moet spreken, handelen en eruitzien als god, zodat mensen, wanneer ze hem zien, helemaal geen noties hebben – dit is wat ze denken. Waarom? Ze denken: ‘Ten eerste bezit je geen bovennatuurlijke vermogens. Ten tweede heb je geen speciale talenten. Ten derde heb je niet de gaven van die mensen in de wereld die grote dingen bereiken. Je bent op geen enkele manier uitzonderlijk, dus waarom zou ik luisteren naar wat je zegt? Waarom zou ik je respecteren? Waarom zou ik me aan je onderwerpen? Ik kan me niet onderwerpen.’ Wat voor probleem is dit? Wat voor soort gezindheid is dit? Zelfs als ze de waarheid niet begrijpen, zouden ze toch het geweten en verstand van een normaal mens moeten hebben. Mensen hebben noties, en God veroordeelt hen daar niet om, maar wanneer mensen noties koesteren en God vervolgens moedwillig weerstaan en veroordelen, beledigt dat gemakkelijk Gods gezindheid. Dat antichristen God vrijelijk kunnen veroordelen en weerstaan, wordt veroorzaakt door hun boosaardige aard. Nadat ze kennis hebben verworven, hebben ze rijkere, uitgebreidere en veelomvattender verbeeldingen over God en Zijn verhevenheid, essentie, gezag en almacht. Vervolgens proberen ze deze verbeeldingen te verzoenen met de God die ze kunnen zien en met wie ze kunnen omgaan. Kunnen ze die verzoenen? Ze kunnen die nooit verzoenen. Hoe meer ze God bestuderen, hoe meer ze God in hun hart ontkennen, en hoe meer ze God kunnen veroordelen en weerstaan; dit is onvermijdelijk.
Pleit God, afgaande op wat jullie uit de Bijbel en al Zijn huidige uitspraken hebben opgemaakt, voor gaven, geleerdheid en kennis? (Nee.) Integendeel, God ontleedt menselijke kennis en geleerdheid. Hoe definieert God gaven? Hoe definieert Hij bovennatuurlijke vermogens en speciale talenten? Jullie moeten begrijpen dat gaven, bovennatuurlijke vermogens en speciale talenten het leven helemaal niet vertegenwoordigen. Wat betekent het dat ze het leven niet vertegenwoordigen? Het betekent dat deze dingen niet het resultaat zijn van het verwerven van de waarheid door mensen. Waar komen deze dingen eigenlijk vandaan? Komen ze van God? Nee, God geeft geen kennis of geleerdheid aan mensen, en Hij geeft zeker niet meer gaven aan mensen zodat ze de waarheid kunnen nastreven. God handelt niet op deze manier. Jullie begrijpen het nu Ik het zo heb uitgelegd, nietwaar? Waar manifesteert zich de boosaardigheid van antichristen dus? Hoe zien zij gaven, geleerdheid en kennis? Ze achten en volgen deze dingen en begeren ze zelfs, vooral gaven en bovennatuurlijke vermogens. Als je tegen een antichrist zegt: “Als je bovennatuurlijke vermogens hebt, zul je boze geesten aantrekken”, dan zal hij zeggen: “Ik ben niet bang!” Jij zult antwoorden: “Dan zal er in de toekomst geen hoop op redding voor je zijn, je zult worden neergeworpen in het achttiende niveau van de hel, in de poel van vuur en zwavel”. Hij zal dan nog steeds zeggen: “Ik ben niet bang!” Als je hem in tien verschillende tongen zou kunnen laten spreken en hem zou kunnen laten pronken zodat anderen tegen hem opkijken, zou hij daarmee instemmen en ertoe bereid zijn. God spreekt zo gewoon en werkt zo praktisch binnen de normale menselijkheid, en zij aanvaarden de methode, vorm en inhoud van dit werk niet – ze minachten het. Hoe moeten mensen deze zaken onderscheiden? Sommige mensen kunnen bijvoorbeeld in verschillende tongen spreken. Kun je dit feit aanvaarden? Vind je het normaal of vreemd? (Vreemd.) Daarom is dit binnen het rationele bereik van de normale menselijkheid onaanvaardbaar. Iemand die alles onthoudt, zoals kleuren, vormen, gezichten en namen, en honderden pagina’s van een boek kan lezen en zich alles kan herinneren en het van begin tot eind kan navertellen – zou je na een ontmoeting met zo iemand niet het gevoel hebben dat je iets afwijkends bent tegengekomen? (Ja.) Maar antichristen houden van deze dingen. Zeg Mij, wanneer je in contact komt met degenen in de religieuze wereld, de zogenaamde evangelisten, predikers en dominees, gezamenlijk bekend als de farizeeën, heb je dan het gevoel dat deze mensen zijn wat je hart nodig heeft, of is het de praktische God die je hart nodig heeft? (Contact met God is wat ons hart nodig heeft.) De normale en praktische God staat dichter bij je innerlijke behoeften, nietwaar? Vertel me dus eens hoe jullie je voelen wanneer jullie met farizeeën omgaan, wat de voor- en nadelen zijn en of het voordelen oplevert. (Als ik met farizeeën omga, voelt het nep en afstandelijk. De dingen waarover ze praten zijn te hol en vals; je wordt er misselijk van als je er te veel naar luistert, en ik wil niet meer met hen omgaan.) Zijn de zienswijzen die door farizeeën worden geuit juist of absurd? (Absurd.) De aard van hun zienswijzen is absurd. Zijn de dingen die ze zeggen grotendeels praktisch of hol? (Hol.) Hebben de meeste mensen er een hekel te luisteren naar de absurde en holle dingen, de fantasierijke dingen en de dingen gebaseerd op noties die ze zeggen, of genieten ze ervan? (De meeste mensen hebben er een hekel aan om naar deze dingen te luisteren.) De meeste mensen houden er niet van en zijn niet bereid ernaar te luisteren. Wat voel je in je hart wanneer je hun zienswijzen en woorden hoort en hun gezindheid en hun valse en hypocriete gedrag observeert? Ben je bereid meer te horen? Ben je bereid hen nader te komen, diepgaande gesprekken met hen te voeren en hen beter te leren kennen? (Nee.) Je bent niet bereid met hen om te gaan. Het belangrijkste probleem is dat hun woorden te hol zijn, vol theorieën en slogans; na een eeuwigheid te hebben geluisterd, tast je nog steeds in het duister over wat ze zeggen. Bovendien is hun gezindheid vals en dubbelhartig; ze doen alsof ze nederig, geduldig en liefdevol zijn, alsof ze de houding hebben van een doorgewinterde gelovige, iemand die bijzonder ‘devoot’ is. Wanneer je uiteindelijk hun ware gezicht ziet, voel je walging. Jullie hebben niet veel diepgaande interactie met Mij gehad; wat vinden jullie van de preken die Ik heb gegeven? Is er een verschil tussen die preken en waar de farizeeën over praten? (Ja.) Wat is het verschil? (Gods preken zijn praktisch.) Dat is het basispunt. Bovendien heeft wat Ik bespreek betrekking op jullie praktijk, ervaringen en verschillende aspecten van zaken die jullie tegenkomen tijdens het vervullen van jullie plichten en in het werkelijke leven. Het is niet onpraktisch en vaag. Is elke waarheid die Ik bespreek en elk standpunt dat Ik inneem over zaken praktisch of hol? (Praktisch.) Waarom zeggen jullie dat het praktisch is? Omdat het niet afdwaalt van het werkelijke leven, het niet gaat over het uitkramen van holle theorieën die boven het werkelijke leven staan. Het houdt allemaal verband met het onderscheidingsvermogen, het begrip en de praktijk van mensen in het werkelijke leven, en de gesteldheden die in hen ontstaan wanneer ze verschillende problemen tegenkomen tijdens het vervullen van hun plichten. Kortom, het omvat onderwerpen die verband houden met hoe mensen hun geloof in God beoefenen, hun leven van geloof in God en hun verschillende gesteldheden tijdens het vervullen van hun plichten. We halen de Bijbel niet tevoorschijn om hol over Genesis of Jesaja uit te weiden, noch spreken we inhoudsloos over Openbaring. Ik heb de grootste hekel aan het lezen van Openbaring en wil er niet over spreken. Wat heeft het voor zin om erover te spreken? Als Ik je vertelde welke plaag zich heeft voltrokken, wat zou dat dan met jou te maken hebben? Dat is Gods werk. Zelfs als Gods werk is vervuld, hoe zou dat jou dan beïnvloeden? Zul je niet nog steeds jezelf zijn? Als Ik je vertelde welke plaag zich heeft voltrokken, zou je dan in staat zijn je verdorven gezindheid af te werpen? Zou het zo wonderbaarlijk zijn? Nee. Daarom zullen mensen, wanneer ze tot het einde volgen, ieder naar hun soort worden ingedeeld. Degenen die de waarheid kunnen aanvaarden, graag Gods woorden lezen en de waarheid kunnen beoefenen, zullen standvastig staan. Degenen die niet bereid zijn Gods woorden te lezen of naar preken te luisteren, die hardnekkig weigeren de waarheid te aanvaarden en niet bereid zijn hun plichten te vervullen, zullen uiteindelijk worden onthuld en geëlimineerd. Hoewel ze bijeenkomsten bijwonen en naar preken luisteren, beoefenen ze nooit de waarheid, blijven ze onveranderd en hebben ze er een afkeer van naar preken te luisteren – ze zijn niet bereid ernaar te luisteren. Dus zelfs wanneer ze hun plichten vervullen, is het op een plichtmatige manier, zonder ooit te veranderen. Deze mensen zijn gewoon niet-gelovigen. Als mensen die oprecht in God geloven vaak met niet-gelovigen omgaan en met hen samenleven met niet-gelovigen, hoe zouden ze zich dan voelen? Niet alleen zouden ze er geen baat bij hebben of erdoor worden opgebouwd, maar ze zouden ook vanuit hun hart een steeds grotere afkeer van hen voelen. Stel dat je in contact komt met farizeeën en hen hoort spreken, en je merkt dat ze helder en logisch spreken, dat ze alle verschillende regels en voorschriften op een begrijpelijke manier uitleggen, en dat hun woorden diepzinnige theorieën lijken te bevatten, maar dat bij nadere analyse niets ervan de waarheidswerkelijkheid blijkt te bevatten en dat het allemaal neerkomt op holle theorie. Ze bespreken bijvoorbeeld de theorie van de Drie-eenheid, theologie, theorieën over God, hoe God in de hemel is met de engelen, de situatie aangaande de incarnatie van God en de Heer Jezus. Hoe zou je je voelen wanneer je naar al dit gepraat hebt geluisterd? Het resultaat zou vergelijkbaar zijn met het luisteren naar mythologische verhalen. Waarom genieten antichristen er dan van om naar deze zaken te luisteren en ze te bespreken, en waarom zijn ze bereid om met zulke individuen om te gaan? Is dit niet hun boosaardigheid? (Ja.) Wat kan er uit hun boosaardigheid worden opgemaakt? Diep vanbinnen hebben ze een bepaalde behoefte die hen ertoe brengt deze kennis en geleerdheid te aanbidden, en deze dingen die de farizeeën bezitten te aanbidden. Wat is dan hun behoefte? (Om door anderen hooggeacht te worden.) Ze hebben niet alleen de behoefte dat anderen hen hoogachten, maar in het diepst van hun hart willen ze altijd supermensen zijn, superieure individuen of deskundige beroemdheden – ze willen geen gewone mensen zijn. Wat impliceert hun verlangen om supermensen te zijn? In de volksmond betekent het dat ze het contact met de werkelijkheid kwijt zijn. De meeste mensen zouden bijvoorbeeld hooguit wensen: ‘Kon ik maar hoog in de lucht vliegen in een vliegtuig.’ Ze zouden zo’n wens kunnen hebben, nietwaar? Maar wat is de wens van de antichristen? ‘Op een dag wil ik vleugels krijgen en naar een verre plek vliegen!’ Ze hebben zulke aspiraties – heb jij die? (Nee.) Waarom niet? Omdat het niet realistisch is. Zelfs als je twee grote vleugels aangemeten kreeg, zou je dan kunnen vliegen? Zo’n soort wezen ben je toch niet, of wel? (Nee.) Mensen zoals antichristen vertrouwen altijd op hun verbeeldingen en jagen voortdurend hun begeerten na. Kunnen ze gered worden? (Nee.) Dit zijn niet het type mensen dat God redt. God redt degenen die de waarheid liefhebben, zich op de werkelijkheid richten en de waarheid op een nuchtere manier nastreven. Degenen die voortdurend verlangen om supermensen of superieure individuen te zijn, zijn niet goed bij hun hoofd, het zijn geen normale mensen, en God zal hen niet redden.
Wanneer antichristen in contact komen met de geïncarneerde God, hebben ze de neiging om eigenaardige vragen te stellen. Dat ze zulke vragen kunnen stellen, geeft aan wat hun diepgewortelde zijn en wat ze in hun hart aanbidden. In het begin, bij het getuigen van de geïncarneerde God, vroegen sommige mensen altijd: “Leest god thuis de Bijbel? Ik vraag het niet voor mezelf, eigenlijk ben ik niet nieuwsgierig naar deze zaak; ik vraag het gewoon namens de broeders en zusters. Velen van hen hebben deze gedachte ook. Ze overwegen in hun hart: als god de Bijbel inderdaad vaak leest, dan is het heel normaal dat hij over de Bijbel kan spreken en de waarheid kan uitdrukken. Maar als god de Bijbel niet leest en hem toch kan uitleggen, zou dat een wonder zijn, dan zou hij werkelijk god zijn!” Natuurlijk verwoordden ze het niet precies zo; ze vroegen rechtstreeks: “Leest god thuis de Bijbel?” Wat denken jullie? Moet Ik hem lezen of niet? Lezen jullie hem? Als jullie nooit in Jezus hebben geloofd, is het heel normaal dat jullie hem niet lezen. Lezen mensen die geloofd hebben hem? (Ja, dat doen ze.) Degenen die geloofd hebben, doen dat zeker. Ik begon met geloof in Jezus, hoe is dan mogelijk dat Ik de Bijbel niet zou lezen? En als Ik hem niet zou lezen? (Dat is ook normaal.) De Bijbel lezen is normaal, hem niet lezen is natuurlijk ook normaal. Wat bepaalt het of men hem leest of niet? Als Ik niet in deze positie was, zou het dan iemand kunnen schelen of Ik de Bijbel heb gelezen of niet? (Nee.) Niemand zou informeren naar wat Ik heb gelezen. Omdat Ik in deze speciale positie ben, bestuderen sommige mensen deze zaak. Ze zijn er altijd nieuwsgierig naar en vragen: “Heeft hij de Bijbel gelezen toen hij jong was?” Wat willen ze precies weten? Er zijn twee mogelijke verklaringen, afhankelijk van of Ik hem heb gelezen of niet. Als Ik hem heb gelezen, vinden ze dat het geen grote prestatie is om de Bijbel te kunnen uitleggen. Maar als Ik de Bijbel niet heb gelezen en hem toch kan uitleggen, is dat enigszins goddelijk. Dit is het resultaat dat ze wensen. Ze willen dit tot op de bodem uitzoeken; ze denken: ‘Als jij de Bijbel niet hebt gelezen en hem toch op zo’n jonge leeftijd kunt bespreken, dan is dat het onderzoeken waard. Dit is god!’ Dat is hun zienswijze, en op deze manier bestuderen ze God. Denk nu eens aan die farizeeën die goed thuis waren in de Schrift. Begrepen ze de woorden van de Schrift werkelijk? Hebben ze de waarheid uit de Schrift ontdekt? (Nee.) Heeft iemand die Mij vroeg of Ik de Bijbel heb gelezen hierover nagedacht? Als ze het hadden overwogen, zouden ze deze zaak niet voortdurend onderzoeken, ze zouden zoiets dwaas niet doen. Mensen die de waarheid niet bevatten of geen geestelijk begrip hebben, en Gods essentie en identiteit niet kunnen doorgronden, nemen uiteindelijk hun toevlucht tot zo’n methode om het probleem op te lossen. Kan deze methode de kwestie oplossen? Nee, dat kan ze niet. Het geeft alleen maar antwoord op een kleine kwestie waar je nieuwsgierig naar bent. Eigenlijk lees Ik ook de Bijbel. Wie onder de gelovigen leest de Bijbel nou niet? Ik lees hem globaal. Op zijn minst lees Ik de vier evangeliën van het Nieuwe Testament, blader Ik door Openbaring en Genesis, en kijk Ik naar Jesaja. Wat denken jullie dat Ik het liefst lees? (Het boek Job.) Precies. Het verhaal in Job is compleet en specifiek, de woorden zijn gemakkelijk te begrijpen, en bovendien is dit verhaal waardevol en kan het nuttig en stichtend zijn voor mensen van vandaag. De feiten hebben nu aangetoond dat het verhaal van Job inderdaad een enorme impact heeft gehad op latere generaties. Ze hebben veel waarheden begrepen door Job – door zijn houding ten opzichte van God en door Gods houding en definitie van hem, hebben ze Gods bedoeling begrepen en wat voor soort pad ze moeten bewandelen wanneer ze in God gaan geloven. Ik gebruik het boek Job als context om iets te communiceren over de weg van het vrezen van God en het mijden van kwaad, en over de weg van het zich aan God onderwerpen – dit verhaal is werkelijk waardevol. Het is iets dat men in zijn vrije tijd zou moeten lezen. Sommige mensen kunnen, wanneer ze zien dat God vlees wordt en ze getuige zijn van het praktische en het normale van God, misschien niet volledig achterhalen of Hij werkelijk God is of wat er in de toekomst zal gebeuren. Nadat ze echter enkele waarheden hebben begrepen, laten ze deze vragen los. Ze bekommeren zich niet langer om deze zaken, onderzoeken ze niet langer en concentreren zich op het goed vervullen van hun plichten, het naar behoren bewandelen van het pad dat ze moeten bewandelen, en het goed uitvoeren van het werk dat ze behoren te doen. Maar sommige mensen zullen dit nooit loslaten; ze staan erop het te bestuderen. Wat denken jullie, moet Ik Mij met deze zaak bezighouden? Moet Ik er aandacht aan schenken? Het is niet nodig om er aandacht aan te schenken. Degenen die de waarheid aanvaarden, stoppen vanzelf met het onderzoeken van deze zaak, terwijl degenen die de waarheid niet aanvaarden ermee doorgaan. Wat geeft dit onderzoek aan? Onderzoek is een vorm van verzet. In Gods woorden staat een gezegde. Wat is het resultaat van verzet? (De dood.) Verzet leidt tot de dood!
Sommige antichristen zijn, hoewel ze deze fase van het werk hebben aanvaard, vaak bezorgd over de vraag of de woorden die gesproken worden en het werk dat gedaan wordt door de geïncarneerde God enig bovennatuurlijk element bevatten, of er elementen zijn buiten het bereik van de normale menselijkheid, en of er elementen zijn die eruit gehaald kunnen worden om Zijn identiteit als God te bewijzen. Ze onderzoeken deze zaken vaak en bestuderen onvermoeibaar hoe Ik spreek, Mijn manier van doen en blik terwijl Ik spreek, en de principes van Mijn handelingen. Wat gebruiken ze voor dit onderzoek? Ze beoordelen en bestuderen het aan de hand van het beeld of de norm van vooraanstaande en grote mensen die ze zich eigen hebben gemaakt. Sommigen vragen zelfs: “Aangezien jij de geïncarneerde god bent, moeten jouw identiteit en essentie zeker verschillen van die van gewone mensen. Dus, waar ben jij goed in? Welke speciale kwaliteiten heb jij die voldoende zijn om ons jou te laten volgen en gehoorzamen, en om ons jou te laten aanvaarden als onze god?” Op deze vraag had Ik echt geen antwoord. Eerlijk gezegd ben Ik nergens goed in. Ik heb geen ogen die in alle richtingen kunnen kijken of oren die van alle kanten kunnen horen. Als het gaat om het lezen van teksten, kan Ik geen tien regels in één oogopslag lezen, en een tijdje na het lezen vergeet Ik wat Ik heb gelezen. Ik weet een beetje van muziek, maar Ik kan geen bladmuziek lezen. Als iemand anders een lied een paar keer zingt, kan Ik het meezingen, maar telt dat als er goed in zijn? Heb Ik speciale talenten, kan ik bijvoorbeeld vloeiend Engels of een bepaalde andere taal spreken? Ik kan geen van deze dingen. Waar ben Ik dan wel goed in? Ik weet een beetje van muziek, beeldende kunst, dans, literatuur, film en design. Ik heb een oppervlakkig begrip van deze gebieden. Wanneer experts met Mij theorieën bespreken, is het allemaal vakjargon voor Mij, maar Ik kan het begrijpen als Ik het zie. Bij architectuur bijvoorbeeld begrijp ik de professionele en technische gegevens niet. Maar als het gaat om kleurtinten en de harmonie van stijlen, weet Ik er wel wat van en heb Ik er enig inzicht in. Maar het is moeilijk te zeggen of Ik het kan studeren en een expert op dit gebied kan worden, of er talent voor heb, want Ik heb het niet bestudeerd. Als ik kijk naar de dingen waar mensen momenteel toegang toe hebben – muziek, literatuur, dans en film, dingen binnen de reikwijdte van het professionele werk van onze kerk – dan kan een beetje studeren Mij een oppervlakkig begrip geven. Sommigen zeggen misschien: “Nu ken ik je achtergrond; je begrijpt het slechts oppervlakkig.” Ik lieg niet, ik begrijp het inderdaad slechts oppervlakkig. Er is echter één ding dat jullie misschien niet vatten, en dat zou wel eens Mijn specialiteit kunnen zijn. Welke specialiteit is dat? Ik begrijp wat het beroep met betrekking tot een bepaald gebied inhoudt, hoe een bepaalde kunstvorm wordt uitgedrukt, en wat de reikwijdte en principes zijn die erbij betrokken zijn. Zodra ik deze beheers, weet Ik hoe Ik deze nuttige dingen kan toepassen op het werk van de kerk, ze dienstbaar kan maken aan het evangeliewerk en effectiviteit kan bereiken in het verspreiden van Gods evangelie van de laatste dagen. Is dit een expertise? (Ja.) Als men de juiste methoden kan toepassen en vervolgens de relevante waarheid kan overbrengen, zodat mensen die kunnen zien en aanvaarden, is dat het meest effectief met betrekking tot wat de mensheid tegenwoordig het meest mist. Als je een methode hanteert die mensen kunnen aanvaarden en die de waarheid duidelijk kan presenteren en Gods werk kan uitleggen, alles op een manier die het normale menselijke denken kan aanvaarden en waartoe het in staat is te reiken, is dit enorm goed voor mensen. Als we de oppervlakkige kennis die we bezitten gebruiken en al deze nuttige dingen toepassen, dan is het voldoen om over dit soort expertise te beschikken. Ik blink uit in één ding, hebben jullie het al door? (God blinkt uit in het communiceren van de waarheid.) Telt het communiceren van de waarheid als een vaardigheid? Is dat geen expertise? Waar ben Ik dus goed in? Ik blink uit in het ontdekken van de verdorven essentie in jullie allemaal. Als Ik hier niet goed in was, zeg Mij dan, hoe zou Ik dan kunnen werken wanneer er problemen met jullie ontstaan en Ik niet zou weten welke verdorven gezindheid of aard-essentie jullie openbaren? Het zou onmogelijk zijn. Is het veilig om te zeggen dat het ontdekken van jullie verdorven essentie is waar Ik het best in ben? (Ja.) Het zou moeten zijn waar Ik het best in ben. Ik ben het best in het identificeren van de verdorven gezindheid van individuen en hun aard-essentie. Ik blink uit in het onderscheiden van het pad dat iemand bewandelt en zijn houding ten opzichte van God op basis van zijn aard-essentie. Vervolgens communiceer Ik door middel van zijn uitingen, gedragingen en essentie de waarheid aan hem, pak Ik specifieke kwesties aan en help Ik hem zijn problemen op te lossen en eruit te komen. In werkelijkheid is dit geen vaardigheid; het is Mijn bediening, het is werk dat binnen de reikwijdte van Mijn verantwoordelijkheid valt. Zijn jullie hier bedreven in? (Nee, dat zijn we niet.) Waar zijn jullie dan wel bedreven in? (In het onthullen van verdorvenheid.) Het is niet nauwkeurig om te zeggen dat jullie bedreven zijn in het onthullen van verdorvenheid. Jullie zijn er bedreven in om onbewogen te blijven als jullie de waarheid horen, die lichtvaardig te behandelen, en plichtmatig te handelen wanneer jullie je plicht uitvoeren en het niet serieus te nemen. Is dat niet zo? (Ja.) Ik vertel jullie deze dingen openhartig; kunnen farizeeën en antichristen zo tegen jullie spreken? (Nee, dat kunnen ze niet.) Ze spreken absoluut niet zo. Waarom niet? Ze beschouwen het als beschamend, een gebrek aan menselijkheid, een kwestie van privacy en iemands achtergrond. Ze zeggen bij zichzelf: “Hoe zou ik anderen over mijn achtergrond kunnen vertellen? Als dat zou gebeuren, zou ik dan niet mijn volledige reputatie, waardigheid en status verliezen? Hoe zou ik mij dan kunnen gedragen?” Volgens hen kunnen ze net zo goed stoppen met leven! Beïnvloedt het jullie geloof in God nu Ik Mijn situatie zo openhartig met jullie heb gedeeld? (Nee, dat doet het niet.) Ook al zouden jullie er wat ideeën over hebben, Ik ben niet bang. Waarom ben Ik niet bang? Ideeën hebben is normaal; het is tijdelijk. Mensen kunnen van tijd tot tijd visuele en auditieve illusies ervaren. Er is altijd de mogelijkheid van een tijdelijk, verwrongen begrip of een kortstondig misverstand. Betekent dat dat mensen hierdoor hun koffers zullen pakken of negatief en zwak zullen worden? Maar als je werkelijk iemand bent die de waarheid nastreeft, kun je God dan ontkennen of God verlaten vanwege kortstondige noties? Nee, je kunt niet weggaan. Mensen die werkelijk de waarheid nastreven, kunnen deze zaken correct benaderen en begrijpen, ze kunnen deze feiten onbewust op een normale manier aanvaarden, en ze geleidelijk omzetten in ware kennis van God, objectieve en nauwkeurige kennis – dit is een werkelijk begrip van de waarheid. Op een dag zegt iemand misschien: “De geïncarneerde god is zo zielig; hij kan niets anders dan de waarheid spreken.” Wat voor toon is dit? Dit is de toon van een antichrist. Zijn jullie het met hen eens? (Ik ben het er niet mee eens.) Waarom ben je het er niet mee eens? (Wat ze zeggen is niet feitelijk juist.) Wat ze zeggen is wel feitelijk juist. De geïncarneerde God weet, behalve dat Hij in staat is de waarheid uit te drukken in Zijn spreken, niets anders te doen; Hij heeft niet één specifieke vaardigheid. Is dit zielig? Denken jullie dat? (Nee.) Wat denken jullie dan? Sommige mensen zeggen: “Het is juist omdat God gewoon en normaal is en praktisch werk doet, dat wij als verdorven mensheid de kans hebben om redding te verkrijgen. Anders zouden we allemaal in de hel belanden. We krijgen nu een enorm voordeel, laten we er dus heimelijk van genieten!” Hebben jullie dit gevoel? (Ja.) Maar sommige mensen zijn anders. Ze voelen: ‘God praat alleen maar; er is niets bovennatuurlijks aan hem. Wat levert het mij op? Ik heb mijn eigen noties en ideeën over god, en hoewel ik achter zijn rug over god oordeelde, heeft hij mij niet gedisciplineerd. Ik heb niet geleden en ben niet gestraft.’ Hun brutaliteit groeit gestadig en ze durven alles te zeggen. Sommige mensen zeggen: “Je behoort de geïncarneerde god op de volgende manier te kennen: wanneer hij spreekt, werkt en de waarheid uitdrukt, is het de geest van god die vanbinnen werkt, en het vlees is slechts een omhulsel, een instrument. De ware essentie is de geest van god; het is de geest van god die spreekt.” Als de geest van god er niet was, zou het vlees die woorden dan kunnen spreken? Deze woorden lijken als je ernaar luistert juist, maar welke betekenis hebben ze? (Godslastering.) Juist, ze zijn godslastering – wat een venijnige gezindheid! Wat proberen ze te zeggen? Je bent zo’n onopvallend persoon. Je hebt geen nobel uiterlijk, je ziet er niet zo indrukwekkend uit. Je spreekt niet welsprekend en je toespraken zijn niet theoretisch verfijnd – je moet erover nadenken voordat je iets zegt. Hoe zou jij de geïncarneerde god kunnen zijn? Waarom ben jij zo gezegend en gelukkig? Waarom ben ik niet de geïncarneerde god? Uiteindelijk zeggen ze: “Het is allemaal de geest van god die werkt en spreekt; het lichaam is slechts een middel waardoor de geest tot uitdrukking komt, het is een instrument.” Door dit te zeggen krijgen ze het gevoel dat ze quitte staan. Het is jaloezie, die leidt tot haat. De implicatie is: ‘Hoe komt het dat jij de geïncarneerde god bent? Waarom ben jij zo gelukkig? Hoe heb jij dit voordeel verkregen? Waarom heb ik het niet gekregen? Ik denk niet dat jij beter bent dan ik. Je bent niet welbespraakt genoeg, je bent niet hoogopgeleid, je ziet er niet zo goed uit als ik, en je bent niet zo lang als ik. In welk opzicht ben jij beter dan ik? Hoe komt het dat jij de geïncarneerde god bent? Waarom ik niet? Als jij de geïncarneerde god bent, dan zijn heel veel mensen dat ook. Ik moet hier ook voor vechten. Iedereen zegt dat jij god bent; daar kan ik niets aan doen, maar ik zal toch op deze manier over je oordelen. Als ik zo spreek, wordt mijn haat minder!’ Is dit niet venijnig? (Ja.) Ze durven alles te zeggen om een hogere positie te verwerven – is dit niet de dood zoeken? Als jij niet wilt aanvaarden dat Hij God is, wie dwingt je dan? Heb Ik je gedwongen? Ik heb je niet gedwongen, toch? Ten eerste heb Ik je niet gesmeekt om het te aanvaarden. Ten tweede heb Ik geen extreme middelen gebruikt om je te dwingen het te aanvaarden. Ten derde heeft de Geest van God niet ingegrepen en je vertelt dat je het moet aanvaarden, en dat je anders gestraft zou worden. Heeft God dit gedaan? Nee. Je hebt het recht om vrij te kiezen; je kunt ervoor kiezen het niet te aanvaarden. Waarom aanvaard je het uiteindelijk toch als je het niet wilt aanvaarden? Ben je niet gewoon uit op zegeningen? Ze verlangen naar zegeningen maar kunnen niet aanvaarden dat Hij God is of Hem gehoorzamen, of ze voelen zich nog steeds onwillig. Wat doen ze dus? Ze spreken zulke kwaadwillige woorden. Hebben jullie dit soort woorden eerder gehoord? Ik heb ze onder sommige mensen meer dan een of twee keer gehoord. Sommige mensen denken: ‘We zijn samen met jou in god gaan geloven. In die tijd was je jong en schreef je vaak gods woorden op. Later begon je te prediken. Je bent maar een gewoon mens; we kennen je achtergrond. Wat voor achtergrond heb Ik? Ik ben maar een gewoon mens; dat is de waarheid over Mij. Is het niet omdat Ik gewoon en normaal ben en vandaag de dag zoveel mensen Mij kunnen volgen, dat jij onwillig bent? Als je onwillig bent, geloof dan niet. Dit is Gods werk; Ik kan me niet aan Mijn verantwoordelijkheid onttrekken, Ik heb geen excuus, en Ik heb niets kwetsends of schadelijks gedaan. Waarom bekijk je Mij dan op deze manier? Als je onwillig bent, geloof dan niet. Geloof wie je maar wilt geloven; volg Mij niet. Ik heb je niet gedwongen. Waarom volg je Mij? Sommigen kwamen zelfs naar Mijn huis om onderzoek te doen. Wat onderzochten ze? Ze vroegen Mij: “Ga je terug naar huis? Hoe is momenteel je economische situatie thuis? Wat doen je familieleden? Waar zijn ze? Hoe is hun leven?” Sommige mensen onderzochten zelfs nauwkeurig een extra dekbed of deken in Mijn huis. Deze mensen zijn helemaal niet bereid om in God te geloven! Waarom zijn ze niet bereid? Omdat ze denken: god zou niet zo moeten zijn. God zou niet zo klein moeten zijn, zo normaal en praktisch, en zo alledaags en gewoon. Hij is te alledaags, zo alledaags dat we hem niet als god kunnen erkennen. Kunnen jouw ogen die geestelijk begrip missen God herkennen? Zelfs als God uit de hemel neerdaalde om je dit te vertellen, zou je Hem nog steeds niet kunnen herkennen. Ben je het waard om de ware gedaante van God te zien? Zelfs als God je duidelijk vertelt dat Hij God is, zou je het niet aanvaarden. Zou je Hem kunnen herkennen? Wat voor soort mensen zijn dit? Wat is hun aard? (Boosaardigheid.) Deze mensen ‘verruimen Mijn horizon’ werkelijk.
Sinds Ik het werk van God op Mij heb genomen, en sinds Ik Mijn werk met deze identiteit en positie uitvoer, ben Ik in contact gekomen met bepaalde individuen. Geconfronteerd met deze verscheidenheid aan ‘getalenteerde mensen’, heb Ik waargenomen dat twee woorden onlosmakelijk verbonden zijn met de verdorven gezindheid van mensen: ‘kwaadaardig’ en ‘boosaardig’ – beide omvatten het. Waarom bestuderen ze Mij elke dag? Waarom zijn ze niet bereid Mijn identiteit te erkennen? Is het niet omdat Ik een heel gewoon en normaal mens ben? Als Ik de gedaante van een geestelijk lichaam zou hebben, zouden ze het dan durven? Ze zouden Mij niet op deze manier durven bestuderen. Als Ik een bepaalde sociale status had, gekoppeld aan speciale vermogens, het beeld en uiterlijk van een groot mens, en een enigszins boosaardige, dominante en meedogenloze gezindheid, zouden deze mensen dan naar Mijn huis durven komen om Mij te onderzoeken en te bestuderen? Ze zouden het absoluut niet durven; ze zouden Mij mijden, ze zouden zich verbergen als ze Mij zagen aankomen, en ze zouden Mij zeker niet durven bestuderen, of wel? Waarom kunnen ze Mij dan wel op deze manier bestuderen? Ze zien Mij als een makkelijk doelwit. Wat houdt het in om een makkelijk doelwit te zijn? Het betekent dat Ik te gewoon ben. Wat impliceert ‘gewoon’? ‘Je bent maar een mens; hoe zou je god kunnen zijn? Je mist volledig de kennis, geleerdheid, gaven, talenten en vermogens die god zou moeten hebben. In welk opzicht lijk je op god? Je lijkt niet op hem! Daarom is het moeilijk voor mij om te aanvaarden dat je god bent, om je te volgen, naar je woorden te luisteren en me aan je te onderwerpen. Ik moet een grondig onderzoek instellen: ik moet je in de gaten houden, op je letten, en je niets ongepasts laten doen.’ Wat proberen ze te doen? Als Ik sociale status en een zekere mate van roem had, bijvoorbeeld als Ik een eersteklas zanger was, en op een dag getuigde dat Ik God, Christus ben, zouden dan niet op zijn minst sommige mensen overtuigd raken? Het aantal mensen dat Mij bestudeert zou relatief kleiner zijn. Het is juist het feit dat Ik gewoon, normaal, praktisch en al te alledaags ben, dat veel mensen onthult. Wat onthult het in hen? Het onthult hun boosaardigheid. Hoe ver gaat deze boosaardigheid? Het gaat zover dat wanneer Ik langs hen loop, ze Mij lange tijd zullen bestuderen, zoekend naar de gelijkenis van God op Mijn rug, en controlerend of Mijn spreken met wonderen gepaard gaat. Ze speculeren vaak in hun hart: ‘Waar komen deze woorden vandaan? Zijn ze aangeleerd? Het lijkt niet waarschijnlijk: hij lijkt niet de tijd te hebben om te studeren. Hij is de laatste jaren zo veranderd; het lijkt niet iets aangeleerds. Waar komen deze woorden dan vandaan? Het is moeilijk te doorgronden; ik moet voorzichtig zijn, en ze blijven bestuderen.’ Degenen die voortdurend bestuderen, gaan niet met Mij om, hebben geen interactie met Mij en praten niet van aangezicht tot aangezicht met Mij; ze zijn altijd achter Mijn rug aan het nadenken, willen altijd fouten in Mijn woorden vinden en een stok vinden om Mij mee te slaan. Ze kunnen een zin die niet overeenkomt met hun noties dagenlang bestuderen, en een enigszins strenge opmerking kan een notie in hen ontwikkelen. Waar komen deze dingen vandaan? Ze komen voort uit de geest en kennis van mensen. Wat voor soort mensen zijn het die God kunnen bestuderen, die voortdurend hun gedachten kunnen gebruiken om over God te speculeren? Kunnen ze worden gekenmerkt als mensen met een boosaardige gezindheid? Absoluut! Aangezien je de tijd en de energie hebt, zou het geweldig zijn als je over de waarheid zou kunnen nadenken! Welke waarheid zou je niet wat tijd kosten om over te communiceren en na te denken? Er zijn zoveel waarheden dat je ze misschien niet allemaal in dit leven kunt overpeinzen. Er zijn te veel waarheden die een mens moet begrijpen. Ze voelen zich hierover in het geheel niet belast, maar die uiterlijke en oppervlakkige zaken vergeten ze nooit en zijn ze altijd aan het bestuderen. Zodra Ik spreek, knipperen ze met hun ogen, staren naar Mijn blik, onderzoeken nauwkeurig Mijn handelingen en uitdrukkingen en speculerend in hun hart: ‘lijkt hij in dit opzicht op god? Zijn manier van spreken lijkt niet op god en zijn uiterlijk komt ook niet helemaal overeen. Hoe kan ik hem doorgronden? Hoe kan ik zien wat hij in het diepst van zijn hart over mij denkt? Wat denkt hij over deze zaak en die zaak? Hoe definieert hij mij?’ Ze koesteren altijd deze gedachten. Is dit niet boosaardig? (Ja.) Dit is niet meer te redden – het is te boosaardig!
Een oprecht mens heeft lief en streeft na wat in overeenstemming is met menselijkheid, geweten, normaal menselijk denken en het werkelijke leven, wat normaal en praktisch is, zonder verdraaiing of eigenaardigheid, niet abstract, niet hol en niet bovennatuurlijk. Een normaal mens zou deze dingen moeten kunnen koesteren, er correct mee om moeten kunnen gaan, ze als vanzelfsprekend moeten aanvaarden en ze als positieve dingen moeten behandelen. Daarentegen kleineren, negeren en veronachtzamen sommige individuen deze waarheden die nauw verband houden met diverse aspecten van het werkelijke leven, zoals eten, kleden, onderdak, vervoer, gedrag en persoonlijke houding, wanneer ze ermee worden geconfronteerd. Wat is hier het probleem? Het is een probleem met hun voorkeuren en aard-essentie. Hoe positiever iets is, hoe meer het iets is wat God liefheeft, iets wat Hij wil en iets wat Hij doet, en hoe meer het overeenkomt met wat Hij in Zijn bedoelingen hoopt dat mensen bereiken en aanvaarden, des te meer deze mensen het in twijfel trekken, bestuderen, tegenwerken en veroordelen – is dit niet boosaardig? Het is buitengewoon boosaardig! Antichristen zijn heel populair onder ongelovigen. Als Ik onder ongelovigen was, wie zou dan eerder door ongelovigen worden aanvaard: antichristen of de geïncarneerde God? (Antichristen.) Waarom? Geven ongelovigen de voorkeur aan oprechte mensen of aan boosaardige mensen? (Aan boosaardige mensen.) Geven ze de voorkeur aan degenen die vleien en kruipen, of aan degenen die eerlijk zijn? (Aan degenen die vleien en kruipen.) Precies, ze geven de voorkeur aan zulke individuen. Als je niet weet hoe je tactieken moet inzetten om de diverse interpersoonlijke relaties in een groep te managen, en je niet weet hoe je diverse mensen door middel van strategieën moet manipuleren of beheersen, kan die groep jou dan een plek geven? Als je te oprecht bent, altijd de waarheid spreekt, de essentie van veel kwesties kunt doorzien en vervolgens de waarheden uitspreekt die je hebt doorzien en begrepen, kan iemand dat dan aanvaarden? Nee, niemand in deze wereld kan dat aanvaarden. Verwacht in deze wereld niet dat je de waarheid kunt spreken – wanneer je dat wel doet kom je in de problemen en leidt dit tot rampspoed. Verwacht niet dat je een eerlijk mens kunt zijn; daar zit geen toekomst in. Hoe zit het met antichristen? Ze blinken uit in het vertellen van leugens, vermommen en presenteren zichzelf behendig, etaleren zichzelf als groots, waardig en deugdzaam, en zorgen ervoor dat mensen hen aanbidden. Ze blinken uit in deze dingen, en waar ze van genieten is vergelijkbaar – ze genieten van het bespreken van lege kennis en geleerdheid en van het vergelijken van gaven en strategieën. In een bedrijf of een groep mensen is het bijvoorbeeld niet het voornaamste om de meeste kennis en geleerdheid te bezitten, en het is ook niet de belangrijkste factor bij het bepalen van iemands positie in dat bedrijf. Wat zijn de belangrijkste factoren? (Strategieën en talent.) Precies, het zijn strategieën en talent. Zonder die twee heb je niets aan een uitgebreide kennis. Stel bijvoorbeeld dat je bent teruggekeerd uit het buitenland en volledig onwetend bent van de spelregels binnen deze groep mensen thuis. Als je de regels, voorschriften en gedragsprincipes van buitenlandse bedrijven toepast, loop je tegen een muur op. Is dat niet zo? (Ja.) Zo is het. Je moet strategieën toepassen en je moet kwaadaardig en boosaardig zijn om op te klimmen naar een hogere positie. Het is net als bij bepaalde vrouwen: hoewel ze een echtgenoot hebben die voor hen zorgt, zijn ze niet tevreden. Om op te vallen en roem, gewin en status te verkrijgen, nemen ze hun toevlucht tot alle mogelijke middelen. Ze houden zich zelfs bezig met vleierij en, indien nodig, verlenen ze escortdiensten, dit alles zonder een spoor van schaamte achteraf of schuldgevoel, en zonder het gevoel bij hun echtgenoten of families in het krijt te staan. Zou jij dat kunnen doen? Het klinkt walgelijk voor je, en je kunt het niet doen. Hoe kun je onder hen dan opklimmen naar een hogere positie? Dat kun je niet. Dat alles wordt bereikt door je ziel te verkopen en diverse boosaardige methoden te gebruiken. Houd je van die manier van doen? (Nee.) Je zegt nu dat je er niet van houdt, maar wanneer je op een dag tot het uiterste wordt gedreven, zul je ervan gaan houden. Als mensen je de hele dag pesten en kwellen, het je moeilijk maken, fouten bij je zoeken en je eruit willen schoppen, moet je misschien je lichaam verkopen om je baan te behouden. Je zult alle boosaardige trucs moeten leren die zij gebruiken, en uiteindelijk zul je net als zij worden. Op dit moment verklaar je stellig: “Ik houd niet van die tactieken. Ik wil niet zo’n soort persoon zijn. Ik ben niet zo boosaardig. Ik wil mijn lichaam niet verkopen. Ik houd niet van geld; genoeg te eten en te dragen te hebben is voldoende.” Wat voor soort persoon ben jij? Je bent niets. Je bent wat Satan van je heeft gemaakt door je te verderven. Denk je dat je meester over jezelf kunt zijn? Mensen veranderen met de omgeving mee, ze hebben een verdorven gezindheid, en je kunt roem, gewin, status, geld en allerlei verleidingen simpelweg niet weerstaan. Als je je in die omgeving zou bevinden, zou je jezelf net zomin kunnen beheersen. De situatie voor ongelovigen is tegenwoordig als een vleesmolen. Zodra een persoon erin wordt vermalen, is het onmogelijk om te overleven. Nu kun je, door je plicht te doen in het huis van God, met Gods bescherming, en zonder dat iemand je intimideert, vredig leven in de tegenwoordigheid van God. Je bent enorm gezegend, geniet er dus stilletjes van! Als je je plicht niet naar behoren doet en een beetje gesnoeid wordt, moet je je niet verongelijkt voelen. Je hebt grote zegeningen verkregen; weet je dat niet? (Jawel.) Zeg Mij, hoe is het voor ongelovigen om in de ‘vleesmolen’ te zitten? Ze zijn dood beter af. Het beetje lijden dat je in het huis van God doorstaat, is wat mensen zouden moeten doorstaan; het is helemaal niet zo pijnlijk. Mensen zijn echter niet tevreden, en ze zijn niet bereid berouw te tonen, hoe ze ook worden gesnoeid. Maar wanneer ze naar huis worden gestuurd, zijn ze niet bereid terug te keren naar de ongelovigen omdat ze vinden dat die te kwaadaardig en slecht zijn. Wanneer mensen werkelijk met de dood worden geconfronteerd, willen ze niet sterven; iedereen koestert het leven en volgt het principe van beter een slecht leven dan een goede dood. Zodra ze hun graf zien, barsten ze in tranen uit. Mensen weten nu dat het niet gemakkelijk is om te overleven tussen de ongelovigen. Als je met waardigheid wilt leven en de kost wilt verdienen op basis van je capaciteiten, is dat onmogelijk. Het is niet voldoende om alleen maar capaciteiten te hebben; je moet ook boosaardig, kwaadaardig en kwaadwillig genoeg zijn om succesvol te zijn. Wat bezit jij? Sommige mensen zeggen: “Ik bezit nu een beetje boosaardigheid, maar niet genoeg kwaadaardigheid.” Dat is gemakkelijk. Plaats jezelf in de ‘vleesmolen’, en in minder dan een maand zul je kwaadaardig worden. Als je een goed mens bent, zullen ze je willen vermoorden; jij spaart hen, maar zij zullen jou niet sparen, dus moet je terugvechten om te overleven. Zodra je kwaadaardig wordt, is er geen weg terug, en word je ook een duivel. Boosaardigheid wordt op deze manier gevormd. De wereld van ongelovigen is zo duister en boosaardig. Hoe kunnen mensen zich losmaken van de satanische invloed van duisternis en boosaardigheid? Ze moeten de waarheid begrijpen om redding te verkrijgen. Nu je in God gelooft, wil je gered en bevrijd worden van Satans invloed, maar dat is geen eenvoudige zaak. Je moet leren je aan God te onderwerpen, een Godvrezend hart hebben, veel dingen doorzien, en bovendien moeten je gedragsprincipes in één opzicht wijs zijn en in een ander opzicht God niet beledigen. Streef ook niet altijd naar roem en gewin, of zoek niet voortdurend naar het genieten van de voordelen van status. Gewoon genoeg te eten hebben en niet verhongeren is voldoende. Je moet tot God bidden en vragen om de genade om op deze manier begiftigd te worden, om bescherming te krijgen. Als je altijd extravagante verlangens koestert, is dat niet redelijk, en zal God geen acht slaan op je gebeden.
Wat de boosaardige aard van antichristen betreft, communiceren we vandaag voornamelijk over de derde uiting, namelijk wat antichristen aanbidden. Wat aanbidden antichristen? (Kennis en geleerdheid.) Kennis en geleerdheid, en nog iets: gaven. Wat houden kennis en geleerdheid in? Ze omvatten wat er in de boeken die in de wereld worden bestudeerd staat, de ervaring die is opgedaan door werkzaam te zijn in kennisgerelateerde sectoren, evenals de diverse beperkingen, regels en voorschriften die in de samenleving worden verkondigd met betrekking tot moraliteit, menselijkheid, gedrag, enzovoort. Daarnaast omvatten ze kennis uit diverse wetenschapsgebieden. Sommige mensen geloven bijvoorbeeld niet in de reïncarnatie die in Gods woorden wordt genoemd. Maar als wetenschappelijk onderzoek op een dag ontdekt dat mensen een ziel hebben omdat er na de dood iets het lichaam verlaat en het gewicht van de persoon met een bepaalde hoeveelheid afneemt, wat mogelijk het gewicht van de ziel zou kunnen zijn, dan geloven ze het misschien wel. Hoe God ook spreekt, ze geloven het niet, maar zodra wetenschappers iets meten op basis van gewicht, geloven ze het wel. Ze vertrouwen alleen de wetenschap. Sommige mensen geloven alleen in de staat, de overheid en interpretaties van gerelateerde informatie, theorieën en beroemde figuren. Ze vertrouwen alleen deze dingen. Ze nemen Gods woorden, onderwijzing, begeleiding of uitspraken niet serieus. Maar zodra ze een beroemdheid horen spreken, aanvaarden ze die onmiddellijk en aanbidden ze die zelfs en verspreiden ze diens woorden. God zei bijvoorbeeld dat het manna dat Hij elke dag voor het volk liet vallen niet bewaard kon worden en de volgende dag niet meer gegeten mocht worden omdat het dan niet vers meer zou zijn, maar ze geloofden Gods woorden niet. Ze dachten: ‘Wat als god geen manna stuurt en we honger lijden?” Dus vonden ze een manier om het te verzamelen en te bewaren. God stuurde de tweede dag manna, en ze bleven het verzamelen. God stuurde de derde dag manna, en ze bleven het verzamelen. God sprak elke dag dezelfde woorden, en ze handelden consequent op een manier die inging tegen wat God hun opdroeg. Ze geloofden nooit in Gods woorden en luisterden er nooit naar. Op een dag deed een wetenschapper onderzoek en zei: “Als manna niet op dezelfde dag wordt gegeten en tot de volgende dag wordt bewaard, bevat het, zelfs als het er aan de buitenkant vers uitziet, bacteriën die bij consumptie maagklachten kunnen veroorzaken.” Vanaf die dag stopten ze met verzamelen. Voor hen weegt één uitspraak van een wetenschapper zwaarder dan tien uitspraken van God. Is dit niet boosaardig? (Ja, dat is het.) Ze erkenden met hun mond dat Gods woorden de waarheid zijn, en ze erkenden God, volgden God en wensten zegeningen van God te ontvangen. Tegelijkertijd genoten ze van de genade en zegeningen die door God werden geschonken en koesterden Gods zorg en bescherming, maar afgezien daarvan luisterden ze naar geen enkele zin van wat God zei, wat Hij hun instrueerde, gebood of opdroeg te doen. Als een kundig en geleerd persoon met gezag en positie iets zei of een dwaling uitte, aanvaardden ze het onmiddellijk, ongeacht of het goed of fout was. Wat is hier aan de hand? Dit is boosaardig, te boosaardig! Ik vertelde sommige mensen bijvoorbeeld om geen zoete aardappelen samen met eieren te eten, omdat dit voedselvergiftiging kan veroorzaken. Waar is Mijn uitspraak op gebaseerd? Ik verzin deze dingen niet; er zijn gevallen geweest van mensen die voedselvergiftiging opliepen door beide tegelijk te eten. Wat zou de reactie van een normaal mens zijn wanneer hij dit hoort? Die zou denken: ‘In de toekomst zal ik geen eieren eten als ik zoete aardappelen eet, althans niet in de komende twee tot drie uur.’ Die zou het serieus nemen en zijn eetgewoonten veranderen. Sommige mensen zouden het echter niet geloven. Ze zouden zeggen: “Voedselvergiftiging door het samen eten van eieren en zoete aardappelen? Dat is onmogelijk. Ik eet ze gewoon samen, en dan zullen we wel zien of ik voedselvergiftiging krijg of niet!” Wat voor soort persoon is dit? (Boosaardig.) Ik vind deze persoon een beetje laaghartig! Ik zeg dit ene ding, en zij staan erop ze samen te eten; is dit niet laaghartig? Ze verzetten zich specifiek tegen datgene wat juist, correct en positief is, betwisten en bestrijden het – dit is boosaardig. De verdorven mensheid acht boosaardigheid en macht hoog. Welke dwaling duivels en Satans ook naar voren brengen, mensen zijn in staat ze zonder meer te aanvaarden, terwijl God vele waarheden uitdrukt, maar mensen niet bereid zijn ze te aanvaarden en zelfs vele noties vormen. Hier is nog een voorbeeld. In veel plattelandsgebieden in de Verenigde Staten zijn er oerbossen waar vaak wilde dieren rondzwerven. Het is raadzaam om gezelschap te hebben als je naar buiten gaat, en het is het beste om niet ’s nachts naar buiten te gaan, tenzij het noodzakelijk is. Als je naar buiten moet, moet je voorzorgsmaatregelen nemen, met iemand meegaan of een wapen dragen om jezelf te kunnen verdedigen – beter het zekere voor het onzekere nemen. Sommige mensen zeggen: “Er zal niets gebeuren; God zal me beschermen.” Is dit niet God op de proef stellen? Mensen zouden deze voorzorgsmaatregelen moeten nemen. Je hebt een hoofd, een hart en een geest, waarom moet je dan op Gods bescherming aandringen? Stel God niet op de proef. Doe wat je moet doen. De kans bestaat dat als je toevallig een woest wild dier tegenkomt dat je zelfs met een groep van vier of vijf mensen niet aankan, je het toch overleeft – dat is Gods bescherming. Sommige mensen hebben inderdaad wolven gezien en wolven en beren horen huilen, wat het bestaan van deze wilde dieren bevestigt. Als Ik dus zeg dat je niet ’s nachts naar buiten moet gaan omdat je gemakkelijk wilde dieren kunt tegenkomen, verzin Ik dan maar wat? (Nee.) Ik probeer mensen niet bang te maken. Sommige mensen zeggen wanneer ze dit horen: “Ik moet voorzichtiger zijn. Ik zal iemand zoeken om me te vergezellen als ik naar buiten ga, of een wapen ter verdediging van mezelf dragen, voor het geval ik wilde dieren tegenkom.” Sommige mensen nemen het, na dit te hebben gehoord, serieus, geloven en aanvaarden het, en gaan vervolgens over tot het in praktijk brengen van wat Ik heb gezegd. Dit is eenvoudige aanvaarding; makkelijker kan niet. Er is echter een bepaald type persoon dat weigert te luisteren. Ze zeggen: “Waarom heb ik nog nooit een wild dier gezien? Waar zijn ze? Laat er maar eentje tevoorschijn komen; ik zal de confrontatie aangaan en zien wie er woester is. Wat is er zo angstaanjagend aan wilde dieren? Jullie zijn allemaal gewoon laf en kleingelovig. Kijk naar mijn geloof; ik ben niet bang voor beren!” Ze gaan opzettelijk alleen naar buiten, ze slenteren gewoon zonder reden zomaar wat rond. Na de maaltijd moeten ze buiten een wandeling maken en staan ze erop alleen te gaan. Wanneer anderen voorstellen een metgezel te zoeken om met hen mee te gaan, antwoorden ze: “Geen sprake van, waarom heb ik een metgezel nodig? Met een metgezel zou ik er waardeloos uitzien! Ik ga alleen!” Ze moeten het uitproberen. Wat voor soort persoon is dit? Laten we het er niet eens over hebben of ze wilde dieren tegenkomen of niet; is hun houding ten opzichte van zulke zaken niet problematisch? (Ja, dat is het.) Wat is het probleem? (De gezindheid van zo iemand is boosaardig.) Je probeert met hen over serieuze zaken te praten, en ze behandelen het als een grap. Heeft het nog zin om met zulke mensen te praten? Mensen zoals deze zijn erger dan beesten; je hoeft je geen moeite voor hen te doen.
Zojuist hebben we het gehad over het feit dat mensen met de boosaardige gezindheid van antichristen bijzonder gevoelig zijn voor kennis, geleerdheid, gaven en bepaalde speciale talenten; ze bewonderen en achten degenen met speciale talenten bijzonder hoog; en ze zijn vol ontzag voor wat zulke mensen zeggen en gehoorzamen het. Wat is hun houding ten opzichte van de algemene kennis, inzichten en oprechte geleerdheid die heilzaam zijn voor mensen en die degenen met een normale menselijkheid moeten bezitten, of de praktische en positieve dingen die binnen het normale menselijke denken begrijpelijk zijn? Ze minachten die en schenken er geen aandacht aan. Wat doen ze telkens wanneer er tijdens bijeenkomsten over deze woorden en waarheden wordt gecommuniceerd? Ze krabben zich op hun hoofd, sommigen houden hun ogen halfdicht, lijken verdoofd en traag van begrip, en sommigen lijken in gedachten verzonken. Hoe meer het huis van God serieuze zaken bespreekt, hoe minder geïnteresseerd ze raken. Hoe meer er over de waarheid wordt gecommuniceerd, hoe meer ze indutten en zich slaperig voelen. Het is duidelijk dat deze mensen totaal geen interesse hebben in de waarheid. Zijn dit geen niet-gelovigen die reddeloos verloren zijn? Toen ze nog in de religie waren, genoten sommige mensen er alleen van om anderen in tongen te horen spreken of getuige te zijn van vreemde dingen, en het zien van ongelooflijke dingen beurde hen onmiddellijk op. Sommige mensen zeggen graag als ze Mij zien: “Ik ben afgestudeerd, heb een bachelordiploma en heb filosofie als hoofdvak gedaan. Wat heb jij gestudeerd?” Ik zeg: “Ik heb geen bepaald vak gestudeerd; ik kan gewoon een paar karakters begrijpen en boeken lezen.” Ze zeggen: “Nou, dan stel jij niet veel voor.” Ik antwoord: “Het heeft geen zin dit te vergelijken, maar laten we even communiceren – heb je momenteel moeilijkheden?” Hoe reageren ze? “Hmpf, waarom zou ik moeilijkheden hebben? Ik heb geen moeilijkheden. Ik vervul mijn plichten heel goed!” Wanneer er met hen over de waarheid wordt gecommuniceerd, verliezen ze hun interesse, gapen ze en tranen hun ogen, alsof ze door een geest bezeten zijn. Als ik hun verdorven gezindheid blijf blootleggen, pakken ze gewoon hun beker en vertrekken, omdat ze niet meer willen luisteren. Hoe meer Ik probeer op gelijke voet met hen om te gaan en te praten, hoe meer ze op Mij neerkijken. Is dit geen gebrek aan waardering voor goede wil? Er was iemand die kon autorijden. Ik vroeg: “Hoeveel jaar rijd je al?’ Hij zei: “Ik heb een auto gekocht nadat ik twee jaar had gewerkt na mijn afstuderen.” Ik zei: “Dus je rijdt al heel wat jaren. Ik kan nog steeds niet autorijden.” Ga je niet op gelijke voet met iemand omgaan als je dit zegt? Is het niet het gesprek van mensen met een normale menselijkheid? (Ja, dat is het.) Toen hij dit hoorde, zei hij: “Hè? Kun je nog steeds niet autorijden? Wat kun je dan wel?” Ik zei: “Ik kan niet veel. Ik kan alleen maar in een auto meerijden.” Ik vroeg hem: “Welke plicht vervul je momenteel?” Hij zei: “Ik werk in financiën en boekhouding. Mijn hoofd zit vol cijfers. Op de universiteit blonk ik uit in wiskunde en was ik het sterkst in de exacte wetenschappen. Ik had de potentie om naar de Tsinghua-universiteit of de Universiteit van Peking te gaan.” Ik zei: “Ik ben verschrikkelijk slecht in wiskunde. Ik krijg hoofdpijn van cijfers. Ik bestudeer liever woorden, verrijk liever mijn woordenschat, dat soort dingen.” Hij zei: “Het heeft geen nut dat te leren. Mensen die alfa-studies doen, hebben over het algemeen geen toekomst.” Kijk naar wat hij zei. Bezit het enig normaal menselijk verstand? (Nee.) Toen Ik op zo’n kalme en vriendelijke manier met hem sprak en omging, kon hij de zaak niet correct behandelen. In plaats daarvan keek hij op Mij neer en kleineerde hij Mij. Het zou misschien anders zijn geweest als hij iemand met status of kennis tegen zou zijn komen. Na enige tijd samen te hebben doorgebracht, zou hij gaan voelen: ik ben vertrouwd geraakt met god, heb een praatje met hem gemaakt en ben met hem omgegaan. Hij zou denken dat hij nu wat kapitaal had. Bijgevolg zou zijn toon veranderen. Een keer vroeg Ik hem: “Ik hoorde dat iemand zijn plichten niet meer wilde vervullen en naar huis wilde. Is die persoon naar huis gegaan?” Hij antwoordde: “Oh, die persoon? Die was helemaal niet van plan om naar huis te gaan!” Wat voor toon is dit? Is die veranderd? Toen Ik hem voor het eerst ontmoette, voelde hij dat hij geen grip op Mij kon krijgen: hij was respectvol en gedroeg zich netjes, en hield zich op de achtergrond. Nu hij meer vertrouwd met me is, krijgt hij praatjes. Wat voor toon is dit? Zijn toon heeft iets uitdagends, nonchalants en minachtends en zijn houding is kleinerend en neerbuigend wanneer hij met Mij praat. Wat voor gezindheid is dit? Het is boosaardigheid. Is dit iemand met een normale menselijkheid? (Nee.) Een gewoon, normaal mens kan normaal met je communiceren en praten – dat is de normaalste zaak van de wereld. Als ze je pesten, onderdrukken of kleineren, hoe voelt dat dan? Getuigt het van enige normale menselijkheid in hen als ze je zo behandelen? Zeg Mij, als zo iemand een wereldberoemd figuur tegenkomt, iemand met status en een reputatie, of zijn baas of meerdere, durft hij die dan op deze manier te benaderen? Dat zouden ze niet durven. Ze zouden zich gretig ter aarde werpen en naar zichzelf moeten verwijzen als ondergeschikte, ondergeschikte, dienaar, nederig man, gewone man of plebejer als ze met deze mensen praten. Onder de ongelovigen verpletteren hoge functionarissen de mensen onder hen, en wie zou er, aangezien jij een niemand bent, op een kalme en vriendelijke manier met jou praten? Zelfs als ze af en toe met je praten als ze in een goed humeur zijn, hebben ze geen enkel respect voor je; ze behandelen je als iets dat minder is dan een mens en schoppen je zonder reden in het rond. Wanneer Ik op een kalme en vriendelijke manier met die persoon spreek en praat, krijg Ik niet alleen geen positieve reactie, maar word Ik ook geconfronteerd met minachting, kleinering, hoon en spot. Komt het doordat er iets mis is met Mijn manier van omgaan met die persoon of is het een probleem met zijn gezindheid? (Het komt doordat de gezindheid van die persoon te arrogant is.) Juist, Ik dacht ook in die richting. Ik behandel iedereen op dezelfde manier, dus waarom reageren sommigen correct, terwijl anderen dat niet doen? Mensen kunnen over het algemeen in twee categorieën worden verdeeld: degenen met menselijkheid die weten hoe ze anderen moeten respecteren, hun relatie met God begrijpen en weten wie ze zijn, en degenen die boosaardig en arrogant zijn en een gebrek aan zelfkennis hebben. Zeg Mij, hoe noem je iets dat een menselijke huid draagt maar niet eens weet wie het is? Dat is een beest zonder verstand. Een andere keer vroeg Ik hem: “Hoe is de zaak afgelopen die Ik jou een paar dagen geleden heb opgedragen? Heb je die dingen afgehandeld?” Hij antwoordde: “Waar heb je het over?” Ik zei: “Die paar dingen, hebben jullie die geregeld? Zijn ze afgehandeld?” Ik herinnerde hem er twee keer aan, en uiteindelijk herinnerde hij het zich: “Oh, heb je het over die dingen? Die zijn al lang geleden afgehandeld.” Wat voor toon wordt er overgebracht door het eerste woord, “Oh”? Opnieuw is het een toon van minachting, zijn duivelse aard die weer naar boven komt. Zijn aard bleef onveranderd; dat is gewoon het soort ellendeling dat hij is. Ik bleef hem vragen hoe hij het had afgehandeld, en hij antwoordde: “Sommige mensen hebben ernaar gekeken en het zo afgehandeld”, zonder nadere details te geven. Als Ik om meer details zou hebben gevraagd, zelfs als Ik erover zou hebben doorgevraagd, zou Ik ze niet hebben gekregen. Ik heb hem opgedragen een taak af te handelen; heb Ik dan niet het recht om geïnformeerd te worden? (Ja.) Wat was dus zijn verantwoordelijkheid? Had hij, nadat hij de taak van Mij had aanvaard, niet moeten rapporteren hoe hij die had afgehandeld? (Ja.) Maar hij rapporteerde het niet, en het lukt Me de hele tijd niet om updates te krijgen. Ik kon alleen iemand sturen om te informeren hoe deze zaak was afgehandeld, maar nog steeds kwam er geen reactie. In Mijn hart dacht Ik: ‘Oké, ik zal je onthouden. Je bent niet betrouwbaar. Ik kan je niets toevertrouwen. Je hebt een te groot gebrek aan geloofwaardigheid!’ Wat voor duivel is dit? Wat is de gezindheid van zo iemand? Boosaardigheid. Wanneer je hem als een gelijke behandelt, dingen beleefd met hem bespreekt en probeert vriendelijk te zijn, hoe ziet hij dat dan? Hij ziet het als jouw incompetentie en zwakte, alsof er met jou te sollen valt. Is dit geen boosaardigheid? (Ja, dat is het.) Het is pure boosaardigheid. Hoewel dit soort boosaardige mensen niet wijdverbreid is, bestaan ze in elke kerk. Hun hart is verhard, arrogant, afkerig van de waarheid, en hun gezindheid is venijnig. Het zijn precies deze gezindheden en gedragingen die bevestigen dat mensen zoals deze boosaardig zijn. Niet alleen hebben ze een hekel aan positieve aspecten van de normale menselijkheid, zoals vriendelijkheid, verdraagzaamheid, geduld en liefde, ze koesteren zelfs discriminatie en minachting in hun hart. Wat ligt er diep in het hart van zulke mensen? Boosaardigheid. Ze zijn uiterst boosaardig! Dit is een andere uiting van de boosaardigheid van antichristen.
Vandaag is de inhoud van onze communicatie over de boosaardige uitingen van antichristen enigszins anders dan de vorige twee communicaties, die elk één aspect benadrukten. Zeg Mij, als antichristen diep in het hart veel waarde hechten aan kennis, geleerdheid, gaven en speciale talenten en een diepe achting voor deze dingen voelen, hebben ze dan een waar geloof in God? (Nee, dat hebben ze niet.) Sommigen zullen misschien zeggen dat ze na verloop van tijd kunnen veranderen. Zullen ze veranderen? Nee, dat zullen ze niet, dat kunnen ze niet. Het ligt in hun aard om Gods nederigheid en verborgenheid, Zijn oprechte liefde, Zijn trouw en Zijn genade en zorg voor de mensheid te minachten. Wat nog meer? Ze minachten het normale en het praktische van God die onder de mensen leeft en verachten bovendien alle waarheden die geen relevantie hebben voor kennis, geleerdheid, wetenschap en gaven. Kunnen zulke mensen gered worden? (Nee, dat kunnen ze niet.) Waarom kunnen ze niet gered worden? Omdat dit geen tijdelijke onthulling is van een of andere verdorven gezindheid; het is een onthulling van hun aard-essentie. Hoe anderen hen ook adviseren of hoeveel waarheid er ook met hen wordt gecommuniceerd, niets hiervan kan hen veranderen. Dit is geen tijdelijke hobby, maar een diepgewortelde behoefte aan deze dingen in hen. Juist omdat ze kennis, geleerdheid, gaven en speciale talenten nodig hebben, stelt dit hen in staat deze dingen hoog te achten. Wat betekent hoogachten? Het betekent bereid zijn deze dingen te volgen en te verkrijgen, koste wat het kost, dat is wat hoogachten inhoudt. Om deze dingen te verkrijgen, zijn ze bereid lijden te verdragen en elke prijs te betalen, omdat dit de dingen zijn die ze hoogachten. Sommigen zeggen zelfs: “Wat god ook van me vraagt, ik vind het prima. Ik kan god tevredenstellen, zolang hij maar niet van me eist dat ik de waarheid nastreef.” Hier hopen ze op. Deze mensen zullen Gods woorden nooit als de waarheid aanvaarden; zelfs als ze daar rustig zitten te luisteren naar preken en Gods woorden lezen, is het niet de waarheid die ze hieruit verkrijgen. Dit komt doordat ze Gods woorden altijd afmeten aan menselijke noties en verbeeldingen, en Gods woorden bestuderen met behulp van theologische kennis, waardoor het voor hen onmogelijk is de waarheid te verkrijgen. Ze hopen kennis, geleerdheid en een soort informatie of mysterie uit Gods woorden te verkrijgen – een soort geleerdheid waar ze naar verlangen en die ze zoeken, die onbekend is bij de massa. Wanneer ze deze geleerdheid die onbekend is bij de mensen hebben verkregen, lopen ze ermee te pronken, in de ijdele hoop zichzelf met deze geleerdheid en kennis te wapenen en uit te rusten, zodat ze een respectabeler en bevredigender leven kunnen leiden, meer prestige en meer status onder de mensen kunnen hebben, en mensen meer in hen kunnen laten geloven en meer door hen aanbeden te worden. Daarom scheppen ze onvermoeibaar op over bepaalde belangrijke dingen die ze hebben gedaan, dingen die ze als glorieus beschouwen en dingen die ze indrukwekkend vinden, waarover ze kunnen pochen en die ze kunnen gebruiken om te pralen met hun eigen bekwaamheid en uniciteit. Waar ze ook gaan, ze verkondigen dezelfde reeks theorieën. Deze mensen kunnen, hoe ze Gods woorden ook lezen of bijeenkomsten bijwonen en preken horen, de waarheid niet begrijpen. Zelfs als ze een beetje van de waarheid vatten, zullen ze die absoluut niet beoefenen. Dit is de essentie van zulke mensen, en het is iets dat door niemand kan worden veranderd. Dit komt doordat ze inherent begiftigd zijn met iets dat anderen niet bezitten, en dat waar ze van houden gerelateerd is aan hun boosaardige essentie – dit is hun fatale gebrek. Ze zijn voorbestemd om de waarheid niet te aanvaarden, voorbestemd om het pad van Paulus te volgen, en voorbestemd om zich tot het einde toe tegen de waarheid en God te verzetten. Waarom is dat? Omdat ze de waarheid niet liefhebben; ze zullen die nooit aanvaarden.
Hebben jullie de boosaardigheid van antichristen ervaren? Hebben jullie zulke mensen in je omgeving? Hebben jullie contact gehad met zulke mensen? Waarom hebben we in verschillende bijeenkomsten tijd besteed aan het bespreken van dit onderwerp? Wanneer mensen praten over het kennen van zichzelf, hoor ik ze vaak arrogante, zelfgenoegzame en bedrieglijke gezindheden noemen. Het komt echter zelden voor dat mensen over boosaardigheid praten. Nu we over een boosaardige gezindheid communiceren, hoor ik mensen vaak zeggen dat iemands gezindheid boosaardig is. Het lijkt erop dat jullie enig begrip hebben gekregen. In het verleden brachten mensen, wanneer ze praatten over het kennen van zichzelf, altijd arrogantie ter sprake. Als we er nu naar kijken, welke gezindheid is dan ernstiger, arrogantie of boosaardigheid? (Boosaardigheid.) Juist. In het verleden erkenden mensen de ernst van het probleem van boosaardigheid niet. In feite zijn de gezindheid en essentie van boosaardigheid ernstiger dan arrogantie. Laat Mij je vertellen: als iemands gezindheid en aard-essentie fel boosaardig zijn, dan moet je contact met hen vermijden – houd afstand. Zulke mensen zullen niet het juiste pad bewandelen. Welke voordelen kun je behalen door om te gaan met boosaardige mensen en met hen contact te onderhouden. Als er geen voordelen zijn, maar je beschikt over de ‘antistoffen’ om hun boosaardigheid te weerstaan, dan mag je met hen omgaan. Heb je deze zekerheid? (Nee.) Waarom zou je omgang met zulke mensen moeten vermijden als je deze zekerheid niet hebt? Omdat er achter boosaardigheid twee andere dingen schuilgaan: verraderlijkheid en bedrieglijkheid. De meeste mensen die een begrip van de waarheid en ervaring en inzicht missen, worden gemakkelijk misleid. Je kunt alleen maar door hen worden onderworpen, en uiteindelijk word je hun gevangene. Je kunt op twee manieren hun gevangene worden: ofwel je kunt hen niet verslaan, en je voelt je in je hart niet overtuigd, maar je moet je uit noodzaak met de mond aan hen onderwerpen; ofwel er is een andere manier waarop ze je volledig onderwerpen. Dit komt doordat er in de boosaardige aard van antichristen iets zit dat mensen onbekend is: ze kunnen diverse middelen, toespraken, methoden, strategieën, manieren en dwalingen gebruiken om je over te halen naar hen te luisteren, om je te laten geloven dat ze gelijk hebben, correct en positief zijn, en zelfs als ze kwaad doen, de waarheidsprincipes schenden en verdorven gezindheden openbaren, zullen ze uiteindelijk de dingen omdraaien en mensen laten denken dat ze gelijk hebben. Ze hebben dit vermogen. Wat is dit vermogen? Het is het vermogen om in hoge mate misleidend te zijn. Dit is hun boosaardigheid, dat ze in hoge mate misleidend zijn. In hun hart worden de dingen waar ze van houden, niet van houden, waar ze afkerig van zijn en die ze hoogachten en aanbidden, gevormd door bepaalde verwrongen zienswijzen. Deze zienswijzen bevatten een reeks theorieën die allemaal aannemelijke dwalingen zijn die voor gewone mensen moeilijk te weerleggen zijn, omdat zij de waarheid totaal niet aanvaarden en zelfs geavanceerde argumenten voor hun eigen fouten kunnen aandragen. Zonder de waarheidswerkelijkheid kun je hen niet overtuigen met het communiceren van de waarheid. Het uiteindelijke resultaat is dat ze hun holle theorieën gebruiken om je te weerleggen, waardoor je sprakeloos achterblijft en geleidelijk aan hen toegeeft. De boosaardigheid van zulke mensen ligt in het feit dat ze in hoge mate misleidend zijn. Het is duidelijk dat ze niets voorstellen en een puinhoop maken van elke plicht die ze doen; toch slagen ze er uiteindelijk nog altijd in sommige mensen te misleiden zodat ze hen aanbidden en aan hun voeten ‘knielen’, en mensen gehoorzaam aan hen maken. Dit soort persoon kan fout in goed veranderen en zwart in wit. Ze kunnen waarheid en onwaarheid omdraaien, het onrecht dat ze hebben gedaan aan anderen toeschrijven en de eer opstrijken voor de goede daden van anderen alsof het hun eigen daden waren. Na verloop van tijd raak je in de war en weet je niet wie ze werkelijk zijn. Afgaande op hun woorden, daden en uiterlijk zou je kunnen denken: ‘Deze persoon is buitengewoon; wij kunnen ons niet met hen meten!’ Word je zo niet misleid? De dag dat je wordt misleid, is de dag dat je in gevaar komt. Is dit soort persoon dat anderen misleidt niet gewoon veel te boosaardig? Wie naar hun woorden luistert, kan worden misleid en gehinderd, en het een tijdlang moeilijk vinden daar van te herstellen. Sommige broeders en zusters kunnen hen onderscheiden en zien dat ze misleiders zijn, zij kunnen hen ontmaskeren en verwerpen. Maar anderen die worden misleid, verdedigen hen misschien zelfs en zeggen: “Nee, gods huis behandelt hem oneerlijk; ik moet het voor hem opnemen.” Wat is hier het probleem? Het is duidelijk dat ze worden misleid, toch verdedigen en rechtvaardigen ze degene die hen heeft misleid. Zijn dit geen mensen die in God geloven maar een mens volgen? Ze beweren in God te geloven, waarom aanbidden ze dan deze persoon zo en nemen het juist voor hem op? Als ze zo’n duidelijke zaak niet kunnen zien, zijn ze dan niet tot op zekere hoogte misleid? De antichrist heeft mensen zo ver misleid dat ze niet meer op mensen lijken of de intentie hebben om God te volgen; in plaats daarvan aanbidden en volgen ze de antichrist. Verraden deze mensen God niet? Als je in God gelooft, maar Hij jou niet heeft gewonnen, en de antichrist jouw hart heeft gewonnen, en je hem van ganser harte volgt, bewijst dat dat hij je heeft weggevoerd uit het huis van God. Zodra je je onttrekt aan Gods zorg en bescherming en het huis van God verlaat, kan de antichrist je naar believen manipuleren en met je sollen. Als hij genoeg met je heeft gespeeld, wil hij je niet meer en gaat hij verder met het misleiden van anderen. Als je naar zijn woorden blijft luisteren en waarde voor hem hebt die hij uit kan buiten, laat hij je misschien nog een tijdje meelopen. Als hij echter geen waarde meer in je ziet die hij uit kan buiten, als hij geen enkel respect meer voor je heeft, dan zal hij je afdanken. Kun je dan nog terugkeren naar het geloof in God? (Nee.) Waarom kun je niet meer geloven? Omdat jouw aanvankelijke geloof weg is; het is vervlogen. Dit is hoe antichristen mensen misleiden en schaden. Ze gebruiken kennis en geleerdheid die mensen aanbidden, in combinatie met hun gaven, om mensen te misleiden en te beheersen, net zoals Satan Adam en Eva misleidde. Wat de aard-essentie van antichristen ook is, waar ze ook van houden, wat ze ook verafschuwen en wat ze ook hoogachten in hun aard-essentie, één ding is zeker: waar ze van houden wat ze gebruiken om mensen te misleiden, gaat in tegen de waarheid, heeft niets met de waarheid te maken en is vijandig tegenover God – zoveel is zeker. Onthoud dit: antichristen kunnen nooit verenigbaar zijn met God.
Zeg Mij, welke soort mensen vertoont de tekenen en kenmerken van de boosaardigheid van antichristen? (Mensen met gaven.) Wie nog meer? (Degenen die graag pronken.) Degenen die graag pronken – dat is niet boosaardig genoeg. Hoewel ze misschien graag pronken, hebben ze niet het verlangen om anderen te beheersen, zover zijn ze niet gegaan – dit is een verdorven gezindheid. Denk er eens goed over na: welke mensen vertonen tekenen en kenmerken waardoor je al in een vroeg stadium aan de hand van hun verschillende gedragingen en signalen kunt ontdekken dat deze ellendelingen antichristen zijn? (Arrogante mensen die van status houden.) Arrogantie en liefde voor status zijn enigszins relevant, maar dit gaat niet ver genoeg. Ik wil het even over iets hebben, luister en zie of dit punt cruciaal is of niet. Sommige mensen brengen voortdurend zienswijzen naar voren die verschillen van de waarheid en positieve dingen. Van buitenaf lijkt het misschien alsof ze altijd de aandacht willen trekken en zich van de rest willen onderscheiden, maar dit is niet noodzakelijkerwijs het geval. Het kan zijn dat hun zienswijzen aanleiding geven tot zulk uiterlijk gedrag. In feite is er een ernstig probleem als ze er werkelijk zulke zienswijzen op nahouden. Wanneer bijvoorbeeld iedereen samen communiceert en zegt: ‘We moeten deze zaak van God aanvaarden. Als we het niet begrijpen, moeten we ons eerst onderwerpen’, en iedereen is het daarmee eens, is deze zienswijze dan juist? (Ja, dat is het.) Wijkt dit beoefeningsprincipe af van de koers? (Nee.) Wat voor soort woorden spreken mensen dan die laten zien dat ze de tekenen en kenmerken van de boosaardige gezindheid van een antichrist hebben? ‘Onderwerping is één ding, maar je moet toch grip krijgen op wat er aan de hand is, nietwaar? Je moet alles toch serieus behandelen? Je kunt je niet in verwarring onderwerpen; god vraagt ons niet om ons zomaar te onderwerpen’ Is dit niet een soort argument? (Ja.) Sommige mensen zeggen: ‘Als er iets is wat we niet begrijpen, kunnen we geduldig wachten en communiceren met iemand die het wel begrijpt. Op dit moment begrijpt niemand van ons het, en we kunnen niemand vinden die hierover met ons kan communiceren. Laten we ons dus eerst onderwerpen.’ Wat is de zienswijze van antichristen? ’Jullie stelletje zwakkelingen, die zich aan alles onderwerpen en in alles naar god luisteren. Luister naar mij! Waarom heeft niemand mij genoemd? Laat me jullie een diepzinnige mening voorleggen!’ Ze willen hun verheven zienswijzen delen. Ze zijn ertegen dat mensen de waarheid beoefenen, ertegen dat ze zich aan de waarheidsprincipes houden. Ze willen altijd uit de hoogte doen, ruzie zoeken, hun toevlucht nemen tot gemene trucs, verheven zienswijzen delen en ervoor zorgen dat mensen anders naar hen kijken. Is dit niet een teken van de boosaardige gezindheid van antichristen? Is dit niet hun kenmerk? Waarom is het verkeerd dat iedereen zich onderwerpt? Zelfs als ze zich dwaas onderwerpen – is dit dan verkeerd? Zou God het veroordelen? (Nee.) God zou het niet veroordelen. Welk recht hebben ze om roet in het eten te gooien en de boel op te stoken? Voelen ze boosheid in hun hart wanneer ze zien dat mensen zich aan God onderwerpen? Wanneer ze zien dat mensen zich aan God onderwerpen, voelen ze wrok in hun hart en zijn ze ontevreden dat ze geen voordelen krijgen, dat mensen hen niet gehoorzamen, niet naar hen luisteren en hun advies niet vragen. Dan worden ze ongelukkig – ze verzetten zich in hun hart en denken: ‘Aan wie onderwerp jij je? Onderwerp je je aan de waarheid? Je aan de waarheid onderwerpen is prima, maar we moeten het wel bestuderen. Wat is de waarheid dan? Onderwerp je je op de juiste manier? Moet je niet op z’n minst alle details begrijpen?’ Is dit niet hun argument? Wat proberen ze te doen? Ze willen onrust stoken om mensen te misleiden. Sommige mensen die verdoofd, traag van begrip en dwaas zijn, worden hierdoor misleid, terwijl degenen met onderscheidingsvermogen hen weerleggen en zeggen: ‘Wat ben je aan het doen? Ben je jaloers en afgunstig dat ik me aan God onderwerp? Je bent ongelukkig wanneer ik me aan God onderwerp, maar tevreden wanneer ik jou gehoorzaam? Is het alleen juist als iedereen jou gehoorzaamt, naar jou luistert en doet wat jij zegt? Strookt wat jij zegt met de waarheid?’ Als ze dit zien, denken ze: ‘Sommige mensen hebben onderscheidingsvermogen – ik wacht voorlopig even af.’ Kortom, wanneer iedereen in overeenstemming met de waarheidsprincipes praktiseert, kunnen ze niet wachten om zich uit de voeten te maken. Hoe meer iedereen God gehoorzaamt, zich onderwerpt aan de regelingen van Gods huis, praktiseert in overeenstemming met Gods woorden, zaken afhandelt volgens de werkregelingen en principes, des te ongemakkelijker en onrustiger ze worden en hoe meer ze van streek raken. Dit is een teken van de boosaardige essentie van antichristen. Zolang iedereen naar Gods woorden luistert, de waarheid beoefent en zaken volgens de principes afhandelt, voelen zij zich ongemakkelijk en rusteloos. Is dit geen probleem? (Ja.) Als niemand Gods woorden leest, of als ze die lezen en er niet over communiceren, als ze alleen maar naar de antichristen luisteren, dan zijn die verheugd. Welke kwestie illustreert dit? Ze communiceren nooit over Gods woorden. Zolang iedereen rustig over Gods woorden communiceert en de antichristen zien dat niemand aandacht aan hen schenkt, dat men niet naar hen luistert, dat ze niet zullen worden aanbeden, dat hun status wordt bedreigd en ze gevaar lopen – dan gooien ze roet in het eten om onrust te stoken, en stellen ze een ketterij of dwaling voor om jou te misleiden en te hinderen, waardoor je niet meer zeker weet of wat je net hebt besproken juist of onjuist is. Net wanneer iedereen door communicatie eindelijk iets heeft begrepen, spreken ze een paar duivelse woorden om onrust te stoken. Is dit niet de boosaardige gezindheid van antichristen? Met welke uiting komt deze boosaardige gezindheid overeen? (Vijandigheid tegenover de waarheid.) Precies. Hoe meer iedereen de waarheid begrijpt, des te meer ze van streek raken. Is dit geen vijandigheid tegenover de waarheid? Klopt dit niet? (Jawel, dat klopt.) Zijn jullie zulke mensen tegengekomen? Terwijl iedereen ergens over communiceert, blijven zij lange tijd stil. Uiteindelijk, wanneer er enige duidelijkheid in de communicatie is, komen ze tevoorschijn, en nadat ze tevoorschijn zijn gekomen, stellen ze een uitdagende vraag om het deze mensen moeilijk te maken. Hun bedoeling is te zeggen: ‘Laat me het jullie tonen, ik zal jullie eens laten zien wat ik kan! Jullie communiceren over de waarheid, jullie luisteren niet naar mij, jullie negeren mij, jullie geven niet om mij en jullie schenken geen aandacht aan mij. Ik zal dus een moeilijke vraag stellen waarover jullie kunnen communiceren en jullie helemaal in de war brengen!’ Is dit geen duivel? (Ja.) Dit is een duivel, een authentieke antichrist.
Sommige mensen voelen zich, telkens wanneer ze horen dat iemand negatief of zwak is, bijzonder gelukkig. Vooral wanneer ze zien dat iemand het kerkleven verstoort, iemand slechte dingen doet om het werk van de kerk in chaos te storten, of getuige zijn van iemand die blindelings onrust stookt – dan voelen ze zich bijzonder verheugd en zouden ze het liefst vuurwerk afsteken en feestvieren. Wat is er met zulke mensen aan de hand? Waarom zijn ze zo blij met het ongeluk van anderen? Waarom kunnen ze op dit cruciale moment niet aan Gods kant staan en de belangen van het huis van God verdedigen? Zijn zulke mensen geen niet-gelovigen? Zijn het geen dienaren van Satan? Jullie zouden allemaal moeten nadenken over de vraag of jullie dergelijk gedrag vertonen, en ook moeten nagaan of er zulke mensen in jullie omgeving zijn en hoe je zulke individuen kunt onderscheiden, vooral wanneer je kwaadaardige mensen slechte daden ziet doen – wat is jullie houding? Ben je slechts een toeschouwer die van het spektakel geniet, of zou jij ook dit pad kunnen inslaan? Ben jij zo iemand? Sommige mensen zullen niet op deze manier aan zelfreflectie doen. Ze zien niet graag het goede in mensen; ze hebben liever dat iedereen slechter is dan zij – dan voelen ze vreugde. Wanneer ze bijvoorbeeld zien dat iemand die zich voor God inzet wordt gesnoeid, of wanneer iemand die oprecht in God gelooft een overtreding begaat, verheugen ze zich heimelijk en denken: ‘Hm, jouw dag is ook gekomen. Je hebt je voor god ingezet – en wat heeft het je opgeleverd? Jou is onrecht aangedaan, nietwaar? Je hebt verlies geleden, nietwaar? Wat heeft het voor zin om je in te zetten? Je spreekt altijd de waarheid, en nu word je gesnoeid, nietwaar? Je verdient het!’ Waarom zijn ze zo verheugd? Vinden ze geen vreugde in het ongeluk van anderen? Hebben zulke mensen het hart niet op de verkeerde plaats? Wanneer ze zien dat iemand hinder veroorzaakt in het werk van Gods huis, zijn ze gelukkig. Wanneer ze zien dat het werk van Gods huis schade lijdt, zijn ze gelukkig. Wat maakt hen gelukkig? Ze denken: ‘Eindelijk heeft iemand die, net als ik, de waarheid niet liefheeft, schade berokkend aan de belangen van gods huis, en ze voelen geen enkel zelfverwijt.’ Dat maakt hen gelukkig. Is dit niet boosaardig? (Ja.) Het is buitengewoon boosaardig! Zijn er zulke mensen onder jullie? Er zijn mensen die je meestal niet hoort, maar zodra ze zien dat iemand een fout maakt, beginnen ze plotseling te zingen, wiegen ze met hun lichaam, zien ze er buitengewoon tevreden uit en denken ze: ‘Vandaag heb ik eindelijk goed nieuws gekregen. Ik ben zo blij, ik eet vandaag een paar kommen rijst extra!’ Wat voor soort gezindheid is dit? Boosaardigheid. Ze zullen geen traan laten of zich geen seconde verdrietig voelen omdat de belangen van Gods huis schade hebben geleden. Ze voelen geen zelfverwijt, geen verdriet of pijn. In plaats daarvan voelen ze zich gelukkig en tevreden omdat iemands fout heeft geleid tot schade aan de belangen van Gods huis en schande heeft gebracht over Gods naam. Is dit geen boosaardigheid? Is dit er geen teken van dat ze de boosaardige aard van antichristen bezitten? Dit is ook een teken.
Er wordt gezegd dat sommigen in de evangelieteams welbespraakte sprekers zijn. Ze hebben jarenlang naar preken geluisterd en een reeks doctrines samengesteld, ze uiten waar ze ook gaan hoogdravende woorden en staan nooit met hun mond vol tanden wanneer ze prediken, waarmee ze volledig hun eigen gaven en welbespraaktheid demonstreren. Sommige mensen zien zulke individuen als heel bekwaam en besluiten hen te volgen. Wat zeggen ze uiteindelijk? “We luisteren naar de communicatie van die persoon, we hoeven dus niet naar preken van de Boven te luisteren; we hoeven ook niet naar gods woorden te luisteren. De communicatie van die persoon vervangt ze.” Lopen deze mensen geen gevaar? (Jawel.) Deze mensen lopen groot gevaar. Ze houden van de handelingen en gedragingen van antichristen en van hun brutaliteit, barbaarsheid en boosaardigheid. Ze houden van wat antichristen liefhebben en hebben een afkeer van waar antichristen een afkeer van hebben. Ze houden van de kennis, geleerdheid, doctrines en diverse theologische theorieën, ketterijen en dwalingen die antichristen prediken. Ze aanbidden deze dingen. In welke mate aanbidden ze die? Ze spreken zelfs ’s nachts in hun dromen deze woorden uit. Is dit ernstig? Wanneer hun aanbidding dit niveau bereikt, kunnen deze mensen God dan nog volgen? Sommigen zeggen misschien: “Dat is verkeerd. Ze zijn nog steeds in de kerk, ze geloven nog steeds in God.” Ze hebben de kans nog niet gehad. Zodra ze de persoon of het object vinden dat ze willen aanbidden, kunnen ze God op elk moment verlaten. Is dit geen teken van het bezitten van de boosaardige essentie van antichristen? (Ja.) Kunnen jullie zulke mensen onderscheiden wanneer jullie ze zien? (Ja.) In het verleden waren jullie je misschien niet bewust van de ernst van zulke zaken. Wanneer jullie opnieuw zulke mensen tegenkomen, zouden jullie je dan nog steeds dingen over hen afvragen? Zouden jullie deze vragen negeren? (Nee.) Hebben jullie dus enig onderscheidingsvermogen gekregen met betrekking tot zulke mensen? (Ja.) Dit zijn enkele van de tekenen en informatie die ze onthullen. Dat wil zeggen, zodra deze mensen status hebben of de gelegenheid krijgen, of er is iemand die hen misleidt, kunnen ze God altijd en overal verraden. Kunnen mensen hun openbaringen en hun boosaardige essentie zien? Zijn er sporen die mensen kunnen zien? (Ja, die zijn er.) Die zouden er moeten zijn. Als ik deze niet had genoemd, zouden jullie misschien denken: ‘Wie vertoont deze kenmerken? Wie onthult deze tekenen? Niemand toch? Ik heb niemand gezien.’ Hebben jullie door Mijn bespreking van deze tekenen niet ontdekt dat zulke mensen bestaan? Sommigen van hen zijn volgelingen, en sommigen zijn leiders en werkers. Dit is het derde teken van het bezitten van de boosaardige essentie van antichristen.
Mensen die de boosaardige essentie van antichristen bezitten, hebben nog een ander onderscheidend teken, iets wat ze allemaal gemeen hebben. Deze mensen komen, onder het mom van het liefhebben van de waarheid en het verlangen naar de ware weg, preken bijwonen en verschillende kennis en inhoud met betrekking tot de waarheid leren. Vervolgens rusten ze zich toe met theologische theorieën en kennis om deze te gebruiken voor verbale gevechten met leiders en werkers. Ze zetten die in om bepaalde individuen te veroordelen, anderen te misleiden en te overtuigen, en zelfs om zogenaamde voorziening, hulp en begieting te geven aan bepaalde mensen. Eén punt maakt echter duidelijk dat ze geen liefhebbers van de waarheid zijn. Wat is dat punt? Dat ze, hoe deze mensen zich ook toerusten en prediken, alleen maar praten en dingen zeggen, zich louter bewapenen, maar zaken nooit volgens de waarheidsprincipes afhandelen. Wat betekent ‘nooit’? Het betekent dat ze geen enkel waarachtig woord kunnen spreken, nooit eerlijk zijn geweest en nooit de prijs hebben betaald de voordelen van status los te moeten laten. Wat de gelegenheid ook is, ze spannen ze zich bij hun spreken en handelen altijd maximaal in voor hun eigen roem, gewin en status. Hoezeer ze aan de buitenkant ook de prijs lijken te betalen en de waarheid lijken lief te hebben, hun boosaardige essentie blijft onveranderd. Wat is hier het probleem? Enerzijds zoeken deze mensen bij hun handelingen nooit de waarheidsprincipes. Anderzijds brengen ze de waarheidsprincipes en het beoefeningspad niet in praktijk, zelfs als ze deze kennen. Dit is een teken dat ze de boosaardige essentie van antichristen bezitten. Wat is hun kenmerk, ongeacht of ze status hebben of niet, en of ze hun plicht van de prediking van het evangelie vervullen of leiders en werkers zijn? Ze kunnen alleen de juiste doctrines verwoorden, maar ze doen nooit de juiste dingen. Dat is hun kenmerk. Ze spreken duidelijker over doctrines dan wie dan ook, maar doen dingen slechter dan wie dan ook – is dit niet boosaardig? Dit is het vierde teken van het bezitten van de boosaardige essentie van antichristen. Ga het zelf na en beoordeel of er veel mensen in je omgeving zijn met de boosaardige essentie van antichristen. Nu ik deze tekens heb opgesomd, kunnen jullie evalueren of er al dan niet veel van zulke mensen in jullie omgeving zijn. Welk percentage vormen ze? Zijn er meer leiders of gewone gelovigen? Dachten sommigen van jullie voorheen niet dat alleen leiders de gelegenheid hadden om antichristen te worden? (Zo was het voorheen.) Is deze zienswijze nu veranderd? Antichristen worden geen antichristen omdat ze status hebben; ze waren al zo’n ellendeling toen ze nog geen status hadden. Het toeval wil alleen dat ze in een leiderschapspositie terechtkomen en hun ware kenmerken als antichristen snel worden blootgelegd, net als een schimmel die bij de juiste temperatuur en grond snel fermenteert en zijn ware gezicht laat zien. Als er geen geschikte omgeving is, duurt het misschien wat langer voordat hun aard-essentie wordt onthuld, maar deze tragere onthulling betekent niet dat ze die aard missen. Met zo’n aard zullen mensen onvermijdelijk handelen en dingen onthullen, en deze onthulde gedragingen zijn tekenen en kenmerken van de boosaardige essentie van antichristen. Zodra ze deze tekenen en kenmerken bezitten, kunnen ze worden gekenmerd als antichristen.
Zeg Mij, vereist het beoefenen van de waarheid en het afhandelen van zaken volgens de waarheidsprincipes allerlei excuses en rechtvaardigingen? (Nee.) Zolang iemand een oprecht hart heeft, kan hij de waarheid in praktijk brengen. Komen mensen die de waarheid niet beoefenen met allerlei excuses? Kunnen ze bijvoorbeeld wanneer ze iets verkeerds doen, tegen de principes ingaan en iemand hen corrigeert, luisteren? Ze luisteren niet. Is het probleem alleen maar het feit dat ze niet luisteren? Op welke manier zijn ze boosaardig? (Ze vinden een excuus om je te overtuigen, waardoor je denkt dat ze gelijk hebben.) Ze zullen een interpretatie vinden die overeenkomt met jouw noties en verbeeldingen. Vervolgens gebruiken ze een reeks geestelijke theorieën, die jij kunt erkennen en aanvaarden en die zogenaamd met de waarheid overeenkomen, om je te overtuigen, je mee te krijgen en je oprecht te laten geloven dat ze gelijk hebben, alles om hun doel te bereiken: mensen misleiden en beheersen. Is dit geen boosaardigheid? (Ja.) Dit is inderdaad boosaardigheid. Het is duidelijk dat ze iets verkeerds hebben gedaan. Ze zijn bij hun handelingen tegen de principes en de waarheid ingegaan en hebben de waarheid niet beoefend, en toch komen ze met een reeks theoretische rechtvaardigingen. Dit is werkelijk boosaardig. Het is als een wolf die een schaap eet; het lag oorspronkelijk in de aard van de wolf om schapen te eten, en God heeft dit soort dier zo geschapen dat het schapen eet – schapen vormen zijn voedsel. Maar na het gegeten te hebben, verzint de wolf nog steeds allerlei excuses. Wat gaat er dan door je heen? Je denkt: ‘Je hebt mijn schaap opgegeten, en nu wil je dat ik denk dat je het wel moest opeten, dat het redelijk en gepast was dat je het opat, en dat ik je zelfs zou moeten bedanken.’ Voel je je niet boos? (Ja.) Welke gedachten heb je terwijl je boos bent? Je denkt: ‘Deze kerel is te boosaardig! Als je het schaap wilt opeten, ga je gang, dat ligt gewoon in je aard; mijn schaap opeten is één ding, maar je komt ook nog eens met een heleboel redenen en excuses, en vraagt me ook nog om er dankbaar voor te zijn. Is dit niet goed en kwaad door elkaar halen? Dit is boosaardigheid. Welke excuses bedenkt een wolf wanneer hij een schaap wil eten? De wolf zegt: “Lammetje, vandaag moet ik je opeten omdat ik wraak op je moet nemen omdat je me vorig jaar hebt beledigd.” Het lammetje, dat zich onrecht aangedaan voelt, zegt: “Vorig jaar was ik nog niet eens geboren.” Wanneer de wolf beseft dat hij zich heeft vergist en de leeftijd van het lammetje verkeerd heeft ingeschat, zegt hij: “Nou, dat tellen we dan niet mee, maar ik zal je nog altijd op moeten eten, want de vorige keer toen ik water uit deze rivier dronk, heb jij het water vertroebeld. Ik moet dus wraak op je nemen.” Het lammetje zegt: “Ik ben stroomafwaarts van de rivier, en jij bent stroomopwaarts. Hoe zou ik het water stroomopwaarts kunnen vertroebelen? Als je me wilt opeten, eet me dan gewoon op. Kom niet met allerlei excuses aan.” Dat is de aard van de wolf. Is het geen boosaardigheid? (Ja.) Is de boosaardigheid van de wolf hetzelfde als die van de grote rode draak? (Ja.) Deze beschrijving past het best bij de grote rode draak. De grote rode draak wil mensen arresteren die in God geloven; hij wil deze mensen misdaden ten laste leggen. Dus creëert hij eerst bepaalde façades, fabriceert hij bepaalde geruchten en zendt die vervolgens de wereld in om de hele wereld in opstand te laten komen en jou te laten veroordelen. Hij legt degenen die in God geloven meerdere aanklachten ten laste, zoals ‘verstoring van de openbare orde’, ‘lekken van staatsgeheimen’ en ‘ondermijning van de staatsmacht’. Hij verspreidt ook geruchten dat je diverse strafbare feiten hebt gepleegd en legt je deze aanklachten ten laste. Kun je gewoon weigeren ze te bekennen? Maakt het wat uit of je ze toegeeft of niet? Nee. Zodra hij vastbesloten is je te arresteren, zoekt hij, net als een wolf die vastbesloten is een schaap te eten, naar allerlei excuses. De grote rode draak creëert bepaalde façades en beweert dat wij iets slechts hebben gedaan, terwijl het in feite andere mensen waren die het hebben gedaan. Hij schuift de schuld af en luist de kerk erin. Helpt het om te proberen hem te overtuigen? (Nee.) Waarom kun je hem niet overtuigen? Kun je duidelijk je argumenten uiteenzetten? Denk je dat hij je niet zal arresteren als je je argumenten uiteenzet en de situatie uitlegt? Je schat hem te hoog in. Nog voordat je bent uitgesproken, zal hij je bij je haren grijpen, je hoofd tegen de muur slaan en je dan vragen: “Weet je wel wie ik ben? Ik ben een duivel!” Daarna volgt een zware afranseling in combinatie met dagen en nachten van afwisselend verhoor en marteling. Dan zul je je wel gedragen. Op dit punt zul je beseffen: ‘Er is hier geen ruimte voor argumenten; dit is een valstrik! De grote rode draak redeneert niet met je – denk je dat hij die façades onbedoeld, bij toeval creëert? Er zit een samenzwering achter, en hij heeft de volgende zet al gepland. Dit is slechts een opmaat naar zijn acties. Sommige mensen denken misschien nog steeds: ‘Ze begrijpen zaken met betrekking tot het geloof in God niet; als ik het hun uitleg, komt alles goed.’ Kun je het duidelijk uitleggen? Hij heeft je erin geluisd voor iets wat je niet hebt gedaan – kun je de dingen dan nog steeds duidelijk uitleggen? Wist hij niet dat jij het niet had gedaan toen hij je erin luisde? Weet hij niet wie het wel heeft gedaan? Hij weet het heel goed! Waarom schuift hij de schuld dan op jou? Jij bent degene die hij gevangenneemt. Denk je dat hij niet weet dat je onrechtvaardig wordt behandeld wanneer hij de schuld op jou schuift? Hij wil je onrechtvaardig behandelen en je arresteren en vervolgen. Dat is boosaardigheid.
Iedereen met de boosaardige essentie van antichristen heeft in zijn essentie een afkeer van de waarheid en haat die. In zijn hart aanvaardt hij de waarheid in het geheel niet en is hij niet van plan die te beoefenen. Als je denkt dat het hem aan begrip van de waarheid ontbreekt en probeert met hem over de waarheid te communiceren, wat zal er dan gebeuren? Dan stuit je op een muur – je hebt de verkeerde persoon gevonden. Hij is niet iemand die de waarheid aanvaardt, en je moet niet met hem communiceren; in plaats daarvan moet je hem de les lezen en streng voor hem zijn, en zeggen: “Hoe lang doe je je plicht al? Hoe kon je je plicht als een onbeduidende zaak behandelen? Is het je eigen werk? Wie daag je uit? Je bent niet tegen mij; je bent tegen God en de waarheid!” Moet je hem niet de les lezen? Heeft het zin om met hem over de waarheid te communiceren? Nee. Waarom heeft het geen zin? Hij is een wolf, geen zoekgeraakt of afgedwaald schaap. Kan een wolf de waarheid beoefenen? Nee. Wat is de aard van een wolf? (Boosaardigheid.) Zodra hij een schaap ziet, begint hij te kwijlen, zijn ogen vullen zich met beelden van heerlijk voedsel, en het schaap is voorbestemd om zijn voedsel te zijn. Dat is zijn aard; dat is boosaardigheid. Als je tegen hem zegt: “De schapen zijn zo zielig en zachtaardig; eet ze alsjeblieft niet op. Kies een ander woest dier om te eten, oké?” Kan hij dat begrijpen? Dat kan hij niet. Dat is zijn aard. Sommige mensen beoefenen de waarheid niet en vinden diverse excuses – dat is hun aard. Wat is deze aard? Het is boosaardigheid. Ongeacht hoe laag of opstandig hun acties zijn of hoe overduidelijk ze tegen de principes ingaan, ze willen nog steeds hun gezicht redden; zelfs als ze tegen de waarheid ingaan, willen ze dat op een grootse, waardige manier doen. Is dit geen boosaardigheid? Is het schenden van de waarheid iets positiefs of negatiefs? (Negatief.) Hoe kan iets negatiefs op een grootse, waardige en eervolle manier worden gedaan? Is het niet een beetje ongemakkelijk om te proberen deze twee aspecten te combineren? Dit is boosaardigheid: dit is het gedrag en de uiting van degenen die de boosaardige essentie van antichristen bezitten. Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar zo werken ze nu eenmaal, dat is hun gezindheid en wat ze onthullen. Ze koesteren haat tegen de waarheid en aanvaarden die nooit – dit zijn antichristen; dit is de boosaardige aard-essentie van antichristen. Uit hoeveel punten bestaat de boosaardige essentie van antichristen? (Vier punten.) Er zijn er in totaal vier. Zijn deze vier tekenen niet voldoende voor jullie om onderscheid te maken? Boosaardigheid bevat inherent verraderlijke en bedrieglijke elementen, en wanneer verraderlijke en bedrieglijke elementen hun uiterste bereiken, worden ze getypeerd als een boosaardige gezindheid. Antichristen belichamen dit soort boosaardige gezindheid.
3 september 2019