Punt acht: Ze willen dat anderen zich alleen aan hen onderwerpen, niet aan de waarheid of aan God (deel 1)

Aanvullingen: Een ontleding van problemen die ontstaan bij het transcriberen van preken

Ik heb sommige mensen horen zeggen dat degenen die preken uitschrijven de verhalen aan het begin van de laatste paar preken hebben verwijderd, en alleen de formele inhoud van de preken hebben overgelaten. Is dat echt zo? Welke verhalen zijn er verwijderd uit de preken die daarna kwamen? (Het verhaal van Dabao en Xiaobao, het verhaal van Daming en Xiaoming, en een discussie over kapitaal: “Het zal wel!”) Deze drie verhalen zijn losgekoppeld van de in houd van de preek, maar waarom? Wat was de reden daarvoor? Blijkbaar dachten degenen die de preek uitschreven dat de voorafgaande verhalen niet pasten bij de inhoud van de preken die erop volgden, en daarom hebben ze ze gescheiden. Was dit gerechtvaardigd? Dat is simpelweg wat de schrijvers gedaan hebben. Ze waren te arrogant en zelfgenoegzaam; ze haalden de verhalen eruit en plaatsten ze in aparte hoofdstukken, zonder enige inhoud van de preek. Zouden jullie zeggen dat het resultaat hiervan goed of slecht was? Zouden jullie bovendien zeggen dat het verhaal dat vooraf wordt verteld per se moet passen bij en aansluiten op de preek die erop volgt? Is dat werkelijk noodzakelijk? (Nee.) Waarom hebben degenen die de preken uitschrijven de taak dan zo verkeerd begrepen? Hoe konden ze zoiets denken? Wat is hier het probleem? Ze dachten bij zichzelf: ‘De verhalen die Jij vertelt passen niet bij het onderwerp. Ik zal ze voor Je filteren, en bij het verspreiden zal ik ze niet samenvoegen. Preken zijn preken; die moeten onderling samenhangend zijn. De voorafgaande verhalen moeten de inhoud van de preken niet verstoren. Ik moet dit voor Jou filteren, want Jij begrijpt dit Zelf niet.’ Is dit een goede intentie? Waar komt die zogenaamd goede intentie vandaan? Komt die voort uit menselijke opvattingen? (Ja.) Moet Ik bij het preken alles zo allesomvattend overwegen? Moet elk verhaal dat Ik vertel aansluiten bij de inhoud die erop volgt? (Nee.) Dat hoeft niet; dit heet een regel, een opvatting. Welke fouten hebben de overschrijvers gemaakt? (Ze handelden volgens hun eigen opvattingen en verbeeldingen.) Wat nog meer? (Ze handelden roekeloos en willekeurig.) De aard van dit soort gedrag is dat het enigszins roekeloos en willekeurig is; ze hebben geen Godvrezend hart. Dat is redelijk om te zeggen, maar het raakt nog niet helemaal de essentie van de zaak. Met wat voor houding en vanuit welk standpunt bekeken zij alles wat God zei, toen ze de preken uitschreven? Of het nu om verhalen ging of om preken, met welke houding en vanuit welke invalshoek luisterden en keken zij naar deze woorden? (Vanuit het perspectief van kennis en geleerdheid.) Dat klopt. Wanneer je de verhalen en de inhoud van de preek bekijkt vanuit het perspectief van kennis, leidt dat tot dit probleem. Ze geloven dat wanneer Ik een preek geef, ongeacht welk deel Ik wens te bespreken, de inhoud een vaste volgorde moet hebben; elke zin logisch moet zijn, elke zin moet overeenkomen met ieders opvattingen, en elk onderdeel moet een strak doel hebben. Ze meten Mijn preken af aan deze opvatting. Laat dit geen gebrek aan geestelijk inzicht zien? (Ja.) Dit is inderdaad een gebrek aan geestelijk inzicht! Wat Ik zeg vanuit het perspectief van kennis benaderen met logica en redeneringen is een ernstige fout. Ik communiceer de waarheid, Ik schrijf geen toespraken; dat moet je duidelijk begrijpen. Hebben degenen van jullie die de preken destijds tijdens de samenkomst hebben gehoord en later naar de opgeschreven versies hebben geluisterd gemerkt dat sommige belangrijke punten of uitspraken die toen werden gedaan, zijn weggelaten? Is zoiets voorgekomen? Misschien hoorde je tijdens de samenkomst bijvoorbeeld een passage die heel ontroerend en opbouwend was, maar ontdekte je later bij het beluisteren van de opname dat die passage ontbrak; dat ze was verwijderd. Is dat bij jullie voorgekomen? Als jullie niet goed luisterden, hebben jullie het misschien niet opgemerkt, dus zorg ervoor dat jullie in de toekomst goed luisteren. Ik heb zelf eens naar een opname geluisterd, en waar Ik net begon met het bespreken van de verschillende uitingen van antichristen, opgesomd van één tot vijftien, hadden ze de gedetailleerde toelichtingen en verklaringen bij elk punt verwijderd en alleen nog maar de uitingen opgesomd: de eerste uiting, de tweede uiting, de derde uiting, enzovoort. Elk punt werd heel snel afgehandeld, veel sneller dan een leraar die lesgeeft. Voor de meeste mensen die die preek niet eerder hadden gehoord en er niet bekend mee waren, zou er helemaal geen ruimte zijn om erover na te denken terwijl ze luisterden. Wie aandachtig wilde luisteren, moest voortdurend pauzeren; eerst een zin beluisteren, snel notities maken, nadenken over wat die zin betekende, en dan de tweede zin afspelen. Anders lag het tempo te hoog en konden ze het niet bijhouden. Dit was een ernstige fout van degenen die de preekopnames hebben bewerkt. Een preek is een gesprek, een uitwisseling. Waar gaan preken over? Over verschillende waarheden en de verschillende gesteldheden van mensen; ze hebben allemaal met de waarheid te maken. Is deze inhoud die met de waarheid te maken heeft makkelijk voor mensen om direct te accepteren en te begrijpen, of vereist ze overdenking, bezinning en innerlijke verwerking voordat men er geleidelijk op kan reageren? (Ze vereist overdenking, bezinning en innerlijke verwerking.) Welk tempo zou degene die de preek geeft op basis hiervan moeten aanhouden? Zou het werken als hij zo snel praat als een machinegeweer? (Nee.) Als een leraar die lesgeeft? (Nee.) Als iemand die een toespraak houdt? (Nee.) Dat zou absoluut niet werken. Tijdens een preek moeten er vragen en antwoorden zijn, ruimte om na te denken, en tijd voor mensen om te reageren. Dat tempo is passend. Ze hebben de preken uitgeschreven zonder dit principe te begrijpen; laat dit een gebrek aan geestelijk inzicht zien? (Ja.) Ze missen inderdaad geestelijk inzicht. Ze dachten: ‘De dingen waar U over spreekt heb ik al gehoord. Na één keer luisteren herinner ik me de grote lijn en weet ik waar U het over hebt. Met mijn ervaring en de uitstekende vaardigheden die ik heb opgedaan door vaak preekopnames te bewerken, doe ik het zo en verhoog ik het tempo.’ Dat versnellen leek op zichzelf misschien geen groot probleem, maar wat doet het met de transcriptie van de preek? Het verandert haar in een essay. En zodra het een essay wordt, verdwijnt het gevoel dat je er zelf bij bent; kan het dan nog hetzelfde effect hebben? Er zal zeker een verschil zijn. Maakt dat verschil het beter of slechter? (Slechter.) Het is slechter. Mensen die geestelijk inzicht missen, handelen uit eigen initiatief en vinden zichzelf slim. Ze denken dat ze geleerd, bekwaam, begaafd en scherpzinnig zijn, maar uiteindelijk doen ze onredelijke dingen. Is dit niet hoe het is? (Ja.) Waarom stel Ik jullie tijdens Mijn preken soms vragen? Sommige mensen zeggen: “Misschien bent U bang dat we in slaap vallen.” Is dat het? Waarom praat Ik soms over andere zaken, wijk Ik af van het onderwerp en bespreek Ik lichte en vrolijke dingen? Dat is om jullie te laten ontspannen en om jullie ruimte te geven om na te denken. Het helpt jullie ook om een bepaald aspect van de waarheid breder te begrijpen, zodat jullie begrip niet beperkt blijft tot woorden, letterlijke betekenis, doctrines of grammaticale structuren. Het mag daartoe niet beperkt blijven. Daarom praat Ik soms over andere dingen; soms maak Ik grapjes om de sfeer te verlichten, maar in werkelijkheid doe Ik dit vooral om een bepaald resultaat te bereiken. Dat zouden jullie moeten begrijpen.

Weet je, een religieuze voorganger die een preek houdt staat op de preekstoel en spreekt enkel over saaie onderwerpen die geen enkel verband houden met het werkelijke leven van mensen, hun mentale toestand of hun bestaande problemen. Het zijn allemaal dode woorden en doctrines. Ze zeggen niets anders dan wat mooie woorden en roepen wat lege leuzen. De luisteraars vinden het saai en ze steken er niets van op. Uiteindelijk leidt het tot een situatie waarin de voorganger van bovenaf spreekt, en beneden niemand oplet; er is geen enkele interactie over en weer. Staat de voorganger zo niet voor de ganzen te preken? Voorgangers die op deze manier preken, doen dat gewoon om in hun levensonderhoud te voorzien, om te overleven; ze houden geen rekening met de behoeften van hun gemeente. Wat onze preken betreft, die gaan absoluut niet om het uitvoeren van een religieuze ceremonie of het voltooien van een soort opdracht. Bij ons is het doel het behalen van verschillende resultaten. Om resultaten te behalen, moeten alle aspecten in overweging worden genomen: de behoeften van alle soorten mensen, hun opvattingen, verbeeldingen en gesteldheden en standpunten moeten allemaal in overweging worden genomen. Ook moet rekening worden gehouden met de mate waarin mensen van elke sociale klasse de gebruikte taal kunnen aanvaarden. Sommige geschoolde mensen geven de voorkeur aan een formeel taalgebruik. Voor hen mag het iets meer literair zijn, met woorden die relatief grammaticaal en logisch zijn, omdat zij zulke taal begrijpen. Er zijn echter ook gewone mensen uit de lagere sociale klassen, die niet vertrouwd zijn met zulke formele taal; dus wat moet Ik doen? Ik moet het een beetje volks houden. Vroeger gebruikte Ik niet veel spreektaal, maar in de loop der jaren heb Ik er wel wat van geleerd. Tegenwoordig gebruik Ik wel eens tweeledige spreekwoorden of vertel Ik grapjes. Op deze manier zal iedereen die luistert, ongeacht hun sociale klasse, het gevoel hebben dat alles waarover Ik spreek gemakkelijk te begrijpen is en dat het hen nauwer aangaat. Als het allemaal volkstaal was, zou de inhoud van de preek niet diepzinnig genoeg klinken. Een combinatie met wat formele taal is dus echt noodzakelijk, het geheel uitgedrukt in de taal van het dagelijks leven; alleen dan zal het aan de minimumnorm voldoen. Het gebruik van een meer volkse taal, met te veel stopwoorden als “hoor”, “zeg maar”, “ik bedoel”, enzovoort, kan de mate waarin de waarheid wordt overgebracht ernstig beïnvloeden. Denken jullie echter dat het zou werken als het allemaal formele taal was, volledig ordelijk en formeel gesproken, stap voor stap de grammaticale logica en redenering volgend, zonder ook maar de geringste fout, zoals het voordragen van een essay of het voorlezen van een tekst, alsof het van begin tot eind allemaal was uitgeschreven, woord voor woord, zelfs tot aan de leestekens toe? Dat zou te lastig zijn, daar heb Ik de energie niet voor. Dit is één aspect. Bovendien toont iedereen, ongeacht of ze al dan niet geschoold zijn, verschillende aspecten van zijn menselijkheid, en deze uitingen van menselijkheid hebben betrekking op het werkelijke leven. Het werkelijke leven is op zijn beurt onlosmakelijk verbonden met de taal van het dagelijks leven; het is onlosmakelijk verbonden met je leefomgeving. In deze leefomgeving wordt dit soort alledaagse taal vermengd met wat volkstaal en een eenvoudige woordenschat met een ietwat literaire inslag. Dit is voldoende; het omvat in principe de volledige reikwijdte van de kwestie. In principe kan iedereen het bevatten, iedereen kan het begrijpen, ongeacht of ze oud of jong zijn, geschoold of niet. Ze zullen zich niet vervelen en ze zullen niet het gevoel hebben dat het hun pet te boven gaat. Dit is waar rekening mee moet worden gehouden bij communicaties en preken, door alle aspecten van de behoeften van mensen in overweging te nemen. Als je met een preek een resultaat wilt bereiken, dan moet je rekening houden met al deze aspecten: spreektempo, woordkeuze en uitdrukkingswijze. Bovendien, wanneer je iets verwoordt en een aspect van de waarheid communiceert, op welk punt is het dan volledig overgebracht? Op welk punt is het niet grondig genoeg? Welke aspecten moeten worden toegevoegd? Met al deze overwegingen moet rekening worden gehouden. Als je met deze aspecten geen rekening houdt, dan schiet je denkvermogen ernstig tekort. Waar anderen in twee dimensies denken, moet jij driedimensionaal kunnen denken. Je moet in staat zijn om allesomvattender en nauwkeuriger te zien dan anderen, om allerlei kwesties helder te bekijken, en de waarheidsprincipes die hierbij betrokken zijn, aan te voelen. Alle aspecten van verdorven gezindheden die mensen kunnen bedenken, uiten of onthullen, evenals de betrokken gesteldheden, worden op deze manier in principe gedekt en door iedereen begrepen. Moeten transcriptschrijvers ook over zulke kalibers en denkwijzen beschikken? Als dat niet het geval is, en ze in plaats daarvan altijd vertrouwen op hun verworven vermogen om het hoofdpunt van de preek, de centrale gedachte, de essentie van elke sectie samen te vatten, dan is het vergelijkbaar met de manier waarop Chinese studenten literaire teksten bestuderen. De docent laat de leerlingen eerst de hele tekst bekijken en vervolgens zorgvuldig doorlezen. In de eerste formele les spreekt de docent over de essentie van de eerste paragraaf, introduceert hij nieuwe woordenschat en bespreekt hij de betrokken grammatica. Nadat alle secties zijn bestudeerd, moet je ze nog steeds uit je hoofd leren, en uiteindelijk zinnen maken met de nieuwe woordenschat. Je moet ook begrijpen wat de centrale gedachte van de tekst is, en met welk doel de auteur de tekst heeft geschreven. Op deze manier krijg je een volledig begrip van wat de tekst probeerde over te brengen. Iedereen heeft deze dingen bestudeerd, iedereen kent ze, maar als je deze principes zou toepassen op het transcriberen van een preek, zou het te elementair zijn. Wat Ik zeg is dat je deze kunt gebruiken als je een essay schrijft; dat is gewoon basiskennis voor schrijven. Maar als je deze denkwijze, deze theorie, deze methodiek toepast op het transcriberen van een preek, zou je dan niet de fout in kunnen gaan? Zeker wel. Je snapt niet waarom Ik dit verhaal wil vertellen, en je probeert niet om de waarheid te begrijpen die je uit dit verhaal zou moeten halen; dit is een vergissing. Ben je bovendien in staat om de waarheid in zowel het verhaal als de inhoud van de preek te begrijpen? Als je die niet kunt begrijpen, dan ontbreekt het je aan spiritueel inzicht. Over welke kwalificaties beschikt iemand die volledig verstoken is van enig spiritueel inzicht om preken te transcriberen?

Waarom denken jullie dat Ik verhalen vertel? Degenen die preken uitschrijven weten niet waarom, dus voegen ze hun eigen standpunten toe. Ze denken dat als Ik verhalen wil vertellen, die moeten aansluiten bij de inhoud die daarna komt – ze weten niet waarom Ik verhalen vertel. Jullie weten jullie het ook niet, toch? Aangezien jullie het niet weten, zal Ik jullie de reden vertellen. Vanaf het begin tot nu toe heb Ik de verschillende uitingen van antichristen ongeveer tien keer besproken, en Ik heb nog maar de helft behandeld. Als Ik deze materie in één keer van begin tot eind zou bespreken, zou het onderwerp vrij saai zijn, nietwaar? Als Ik elke keer als we begonnen de zaken meteen zou aansnijden – door iedereen eerst te laten terugblikken op wat de vorige keer is besproken en dan te beginnen met spreken, terwijl jullie allemaal haastig aantekeningen maken, naarstig schrijven en moeite doen om jullie ogen open te houden – en als Ik, zodra Ik klaar was, iedereen vervolgens een samenvatting zou laten geven terwijl iedereen in zijn ogen wrijft, door de inhoud bladert en opnoemt waarover vandaag is gecommuniceerd, en als Ik dan, zodra het erop leek dat iedereen het zich zo ongeveer herinnerde, zou zeggen: “Dat was het voor vandaag, laten we afronden, de volgende keer praten we er verder over”, dan zou iedereen een beetje onthutst zijn: “Elke bijeenkomst gaat altijd over deze dingen, steeds hetzelfde patroon; de inhoud is te langdradig en droog.” Bovendien moet het communiceren van de waarheid veelzijdig zijn, waarbij mensen in alle aspecten van de waarheid gelijktijdig vooruitgang boeken. Het is net als bij de ingang in het leven van de mens: je moet groeien op het gebied van zelfkennis, verandering van gezindheid, kennis van God, bewustzijn van je eigen verschillende gesteldheden, en je menselijkheid, inzichten en alle andere aspecten – dit moet allemaal gelijktijdig vooruitgaan. Als Ik in deze tijd alleen maar het onderscheiden van de verschillende uitingen van antichristen bespreek, zouden mensen andere aspecten van de waarheid kunnen verwaarlozen en de hele dag denken: “Wie lijkt er op een antichrist? Ben ik een antichrist? Hoeveel zijn er om mij heen?” Dit zal hun intrede in andere aspecten van de waarheid beïnvloeden. Dus denk Ik na over hoe de inhoud van de preek nog een waarheid kan bevatten, zodat mensen een extra waarheid kunnen begrijpen; dat wil zeggen, dat mensen bij het bespreken van het onderwerp ‘Antichristen ontmaskeren’ terloops ook enkele andere aspecten kunnen begrijpen. Het resultaat van zo’n preek is beter, nietwaar? (Ja.) Bijvoorbeeld, wanneer je je basisvoedsel eet, eet je er soms een appel bij. Dit zorgt voor extra voedingsstoffen, nietwaar? (Ja.) Zeg Mij eens, is het nodig dat Ik verhalen vertel? (Ja.) Dat is nodig. Als het niet nodig was, waarom zou Ik ze dan vertellen? Door verhalen te gebruiken om wat lichte en vrolijke onderwerpen te bespreken, kunnen mensen iets verwerven en winnen wat betreft andere aspecten van de waarheid. Dit is iets goeds. Als Ik klaar ben met het bespreken van deze lichte onderwerpen, ga ik weer verder met hoofdonderwerp. Deze aanpak is gepast. Wat eet je vóór het hoofdgerecht? (Een voorgerecht.) Voorgerechten zijn meestal erg lekker en wekken de eetlust op, toch? Dus, wanneer Ik een verhaal vertel, kun je uit dat verhaal een aspect van de waarheid halen, waardoor je je kennis of begrip verdiept. Dat is allemaal goed. Degenen die geen geestelijk inzicht hebben, horen verhalen en horen natuurlijk alleen de oppervlakkige laag; ze zien niet de onderliggende waarheid die begrepen zou moeten worden. Het ontbreekt hun aan geestelijk inzicht – daar is niets aan te doen. Bijvoorbeeld bij het luisteren naar ‘Het verhaal van Dabao en Xiaobao’, onthouden sommige mensen alleen dat Dabao slecht was en Xiaobao dom. Ze onthouden de namen van Dabao en Xiaobao, maar onthouden niet in welke omstandigheden de man in het verhaal zijn verdorven gezindheid onthulde, wat voor gezindheid werd onthuld, wat deze gezindheid precies inhoudt, of welk verband deze heeft met de waarheid. In welke situaties zou jij zelf dit soort gezindheid onthullen? Zou jij zulke dingen zeggen? Als jij zegt: “Ik zou zulke woorden niet zeggen”, dan is dit zorgwekkend, want het bewijst dat je de waarheid niet hebt begrepen. Sommige mensen zeggen: “Ik zou zulke woorden misschien zeggen wanneer ik in bepaalde situaties terechtkom; het is een soort gezindheid die in een bepaalde gesteldheid naar boven komt.” Als je dit eenmaal weet, heb je niet tevergeefs naar dit verhaal geluisterd. Na het luisteren naar het verhaal zeggen sommige mensen: “Wat voor iemand is die Dabao? Hij pest en bedriegt zelfs een klein kind. Hij is verachtelijk! Ik zou kinderen nooit zo bedriegen.” Getuigt dit niet van een gebrek aan geestelijk inzicht? Ze praten alleen over de kwestie zelf, maar begrijpen niet de waarheid die in het verhaal wordt gecommuniceerd. Ze kunnen de situatie niet op zichzelf betrekken; dit toont een gebrek aan geestelijk inzicht, een ernstig gebrek aan geestelijk inzicht. Degenen die preken uitschrijven, stuiten op dit probleem. Zodra iets de waarheid betreft, onthullen sommige mensen de opvattingen van een niet-gelovige; zodra de waarheid erbij betrokken is, ontbreekt het sommige mensen aan geestelijk inzicht. Zodra de waarheid erbij betrokken is, zijn sommige mensen geneigd tot verdraaiingen, worden sommigen onverzettelijk, worden sommigen boosaardig en worden sommigen er afkerig van. Wat voor gezindheid hebben degenen die preken uitschrijven dan? Op zijn minst zijn ze arrogant en verwaand, handelen ze op eigen initiatief, begrijpen ze het niet en proberen ze niet om het te begrijpen. Ze vroegen er niet eens naar; ze hebben gewoon de verhalen losgekoppeld van de inhoud die erop volgde. Ze denken: “deze preken zijn aan mij gegeven om uit te schrijven, dus ik heb de bevoegdheid om deze beslissing te nemen. Met een zwaai van mijn bijl hak ik de verhalen er helemaal af. Zo ga ik om met de preken die U me hebt gegeven. Als het U niet bevalt, gebruik me dan niet.” Is dit niet arrogant en verwaand? Ze kunnen de waarheid niet bevatten, ze begrijpen de waarheid niet. Ze weten niet wat hun plicht is of wat ze wel en niet zouden moeten doen – ze weten niets van deze dingen. Mensen die geen geestelijk inzicht hebben, kunnen alleen onredelijke dingen doen, onmenselijke dingen die getuigen van een gebrek aan integriteit. Ook doen ze alleen dingen die de waarheidsprincipes schenden, terwijl ze zichzelf slim vinden en het hun aan onderwerping ontbreekt. Opnamen van Mijn preken werden aan hen gegeven om uit te schrijven, en wat voor meningen of gedachten ze ook hadden over hoe ze ermee om moesten gaan, ze vroegen Mij er niet naar. Is dit probleem niet erg ernstig? (Ja.) In welke mate ernstig? (Het heeft de aard van het verdraaien van de woorden van God.) Het heeft inderdaad een beetje die aard.

Ik vertel een verhaal, bespreek een specifiek aspect van de waarheid, en geef daarna preken over andere aspecten. Overweeg Ik of deze twee dingen met elkaar stroken? Ik moet dit in eerste instantie overwegen, maar waarom heb Ik er niet op gestaan dat deze twee aspecten met elkaar moeten stroken? Ben Ik Mij ervan bewust? (Ja.) Waarom is dit dan een probleem geworden voor de transcriptschrijvers van de preek? Ik weet dat het verhaal dat Ik vertel geen verband houdt met de preek die erop volgt. Zijn zij zich hiervan bewust? Dat zijn ze niet. Ze hebben deze zaak niet eens zorgvuldig overwogen. Ze denken: ‘U wordt gestuurd door de Heilige Geest; zolang het klinkt als de waarheid, is het prima. U vertelde die dag een verhaal en besprak daarna specifieke inhoud. Welk verband bestaat er tussen deze twee dingen? Waarom zo spreken? Welk voordeel kan eruit voortkomen nadat het spreken gedaan is? U weet dit allemaal niet. Dit gaat niet werken!’ Ten eerste, waar Ik over ga spreken, hoe Ik spreek en welke specifieke inhoud Ik behandel – zeg Mij eens, ben Ik in een heldere toestand terwijl Ik hierover beslis? (Ja.) Ik ben inderdaad in een heldere toestand, Ik ben absoluut niet in een verwarde toestand; Mijn geest heeft een heldere gedachtegang. Als het iemand aan spiritueel inzicht ontbreekt, hij niet weet hoe hij de waarheid moet zoeken, en dingen blindelings analyseert en blindelings categoriseert, en denkt dat het heel goed is, is hij dan geen schoolvoorbeeld van een farizeeër? Ze houden alleen van hoogdravende, lege theorieën en niet van pragmatische, praktische preken. Het resultaat is dat ze zelfs de meest eenvoudige waarheden niet begrijpen. Dit getuigt van een ernstig gebrek aan spiritueel inzicht! Zonder een Godvrezend hart zullen mensen arrogant en zelfgenoegzaam zijn en bijzonder overmoedig worden; ze zullen over elke zaak durven oordelen, en denken dat ze het allemaal begrijpen. Dit is precies wat de verdorven mensheid is; dit is hun gezindheid. Is stoutmoedig zijn en roekeloos handelen iets goeds of iets slechts? (Iets slechts.) Stoutmoedig of timide zijn doet er eigenlijk niet toe; waar het om gaat is of er enige vrees voor God in iemands hart is. Let erop, wanneer jullie later naar een opname van de preek luisteren, op of er belangrijke dingen uit de transcriptie zijn verwijderd. De dingen die deze ellendelingen die geen spiritueel inzicht hebben doen kunnen soms onbedoeld verstoringen en schade veroorzaken. Ze zeggen dat het niet opzettelijk is – als het niet opzettelijk is, betekent dat dan dat hun gezindheid geen verdorven gezindheid is? Het is nog steeds een verdorven gezindheid. Tot zover dit onderwerp voor nu.

Aanvulling:

De dromen van Xiaogang

Vandaag begin Ik opnieuw met het vertellen van een verhaal. Zijn jullie geïnteresseerd in het luisteren naar verhalen? Kunnen jullie er iets van opsteken? In verhalen gebeuren dingen, en die dingen bevatten waarheden. De mensen in de verhalen vertonen bepaalde gesteldheden, openbaringen, bedoelingen en verdorven gezindheden. In feite bestaan deze in iedereen, en ze zijn aan iedereen verbonden. Als je deze dingen in de verhalen begrijpt en kunt herkennen, bewijst dat dat je geestelijk inzicht hebt. Sommige mensen zeggen: “Je zegt dat ik geestelijk inzicht heb. Betekent dat dan dat ik een persoon ben die de waarheid liefheeft?” Niet noodzakelijk; het zijn twee verschillende dingen. Sommige mensen hebben geestelijk inzicht, maar houden niet van de waarheid. Ze begrijpen het gewoon, meer niet; ze gebruiken de waarheid niet als maatstaf voor zichzelf, en brengen de waarheid niet in praktijk. Andere mensen hebben geestelijk inzicht, en nadat ze naar verhalen hebben geluisterd, ontdekken ze dat ze dezelfde problemen hebben en overwegen ze hoe ze toegang tot de waarheid kunnen krijgen en hoe ze voortaan moeten veranderen. Deze mensen hebben het gewenste resultaat bereikt. Vandaag zal Ik dus een verhaal vertellen. Het onderwerp is licht en gemakkelijk te volgen; iedereen zal er graag naar luisteren. De afgelopen twee dagen heb Ik nagedacht over welk verhaal het merendeel van mensen in staat zal stellen iets te leren, en hen kan opbouwen nadat ze het gehoord hebben, en dat hen verder een aspect van de waarheid op het hart kan drukken en hen in staat zal stellen om het aan de werkelijkheid te kunnen relateren en er baat bij hebben door een aspect van de waarheid binnen te gaan of een bepaalde afwijking te corrigeren. Ik vergat het vorige verhaal een naam te geven, dus vandaag zullen we dat verhaal een naam geven. Hoe denken jullie dat het moet heten? (Speciale Geschenken). Laat het woord “speciaal” weg; laten we het “Geschenken” noemen. Het woord “speciaal” klinkt hier een beetje vreemd, en mensen zullen hun aandacht daarop richten. “Geschenken” heeft een subtielere betekenis. Dus, welk verhaal zal Ik vandaag vertellen? Het verhaal van vandaag heet “Xiaogang’s dromen”. “Xiao” betekent “klein,” zoals jullie allemaal weten, en wat betekent “Gang”? (“Post.”) Correct. Als jullie deze naam horen, zouden jullie de inhoud van het verhaal moeten kunnen kennen – je zou het moeten kunnen raden. Nu zal Ik beginnen met het vertellen van het verhaal.

Xiaogang is een enthousiaste, leergierige en ijverige jongeman, en hij is redelijk intelligent. Hij houdt van studeren, dus leert hij wat over enkele van de tegenwoordig populaire computervaardigheden, en in het huis van God wordt hem vanzelfsprekend een functie toegewezen in het videoteam. Wanneer hij voor het eerst bij het videoteam komt, is Xiaogang erg blij en trots. Omdat hij jong is en een bepaalde technologische kennis beheerst, gelooft hij dat videowerk zowel zijn specialiteit als zijn hobby is, en dat hij zijn expertise kan inzetten door dit als werk te doen en ook vooruitgang kan boeken op dit gebied door voortdurend te blijven studeren. Bovendien is het merendeel van de mensen die hij hier ontmoet ook jong. Hij houdt erg van de sfeer hier en geniet van zijn werk. Zo is Xiaogang elke dag druk bezig met zijn werk en studeert hij ijverig. Hij staat elke dag vroeg op om te beginnen met werken, en soms rust hij niet eerder dan laat in de avond. Xiaogang doet veel opofferingen voor zijn werk en ondervindt enkele moeilijkheden. Hij doet natuurlijk ook een aanzienlijke hoeveelheid relevante vakkennis op; hij heeft het gevoel dat elke dag zeer productief is besteed. Xiaogang communiceert regelmatig met zijn broeders en zusters en gaat met hen naar bijeenkomsten. Hij merkt dat hij sinds zijn komst hier meer vooruitgang heeft geboekt dan toen hij in zijn geboortestad in God geloofde, en dat hij volwassen is geworden en sommige taken op zich kan nemen. Hij voelt zich blij en tevreden. Toen hij aanvankelijk computervaardigheden studeerde, hoopte hij dat hij op een dag met computers zou kunnen werken, en nu is zijn wens eindelijk vervuld, dus hij waardeert deze kans ten zeerste. Er verstrijkt een periode, en Xiaogangs werk en zijn taak blijven onveranderd. Hij houdt vast aan zijn werk en aan deze verantwoordelijkheid en plicht, en hij lijkt meer volwassen dan voorheen. Hij heeft ook vooruitgang geboekt in het leven binnengaan; hij communiceert vaak, leest biddend Gods woorden met zijn broeders en zusters tijdens bijeenkomsten, en zijn interesse in het geloof in God wordt steeds sterker. Men kan ook zeggen dat Xiaogangs geloof beetje bij beetje groeit. Dus heeft hij een nieuwe droom: “Het zou geweldig zijn als ik een nuttiger persoon kan worden terwijl ik met computers werk!”

De tijd verstrijkt op deze manier, dag na dag, en Xiaogang blijft dezelfde taak uitvoeren. Op een gegeven moment kijkt hij toevallig een film, en die laat achteraf een diepe indruk op hem achter. Waarom? In de film is er een jongeman van ongeveer dezelfde leeftijd als Xiaogang, en hij bewondert de prestaties van deze jongeman, zijn acteerkunsten, zijn manier van spreken en zijn houding in de film, en hij wordt zelfs een beetje jaloers. Na het kijken van de film fantaseert hij af en toe: het zou geweldig zijn als ik die jongeman in de film was. Elke dag zit ik achter de computer allerlei video’s te maken en te uploaden, en hoe druk of moe ik ook ben, hoe hard ik ook werk, ik blijf maar een medewerker achter de schermen. Hoe kan iemand weten hoe hard we werken? Als ik op een dag net als die jongeman in de film op het grote scherm kon verschijnen, en meer mensen mij konden zien en kennen, zou dat fantastisch zijn! Xiaogang bekijkt deze film herhaaldelijk, en ook alle verschillende scènes waarin die jongeman verschijnt. Hoe vaker hij kijkt, hoe meer hij hem benijdt, en hoe meer zijn hart ernaar hunkert om acteur te worden. Xiaogangs nieuwe droom is geboren. Wat is zijn nieuwe droom? “Ik wil leren acteren en ernaar streven om een acteur van niveau te worden, op het grote scherm verschijnen, zo’n uitstraling hebben als die jongeman, en ervoor zorgen dat meer mensen jaloers op mij worden en mij willen zijn.” Vanaf dat moment begint Xiaogang te werken aan zijn droom. In zijn vrije tijd gaat hij online en bekijkt allerlei materiaal over acteren. Hij bekijkt ook alle soorten films en televisieshows, waarbij hij kijkt en tegelijkertijd leert, terwijl hij fantaseert over de mogelijkheid om acteur te worden. De dagen verstrijken nog steeds op deze manier: Xiaogang bestudeert het acteren terwijl hij zijn taak blijft vervullen. Uiteindelijk beheerst Xiaogang dankzij zijn doorzettingsvermogen en ijver bepaalde basisprincipes van het acteren. Hij heeft geleerd hoe hij moet imiteren, hoe hij moet spreken en optreden voor anderen, en hij heeft geen enkele plankenkoorts meer. Zijn herhaalde verzoeken leveren eindelijk een kans op: er is een film die een jongeman nodig heeft voor de hoofdrol. Bij de auditie merkt de regisseur dat zijn uiterlijk, zijn klasse en zijn basisacteervaardigheden voldoen aan de vereisten. Met wat extra training zou hij het moeten kunnen. Als Xiaogang dit nieuws hoort is hij dolblij en denkt hij bij zichzelf: ‘Eindelijk kan ik van achter de schermen naar het scherm zelf – opnieuw staat een droom van mij op het punt werkelijkheid te worden!’ Xiaogang wordt vervolgens overgeplaatst naar een filmproductieteam om zijn plicht te doen.

Nadat Xiaogang overgaat naar het filmproductieteam, brengt de nieuwe werkomgeving hem een gevoel van frisheid en vitaliteit. Hij heeft het gevoel dat elke dag bijzonder prettig verloopt en dat het niet langer zo saai, eentonig en beperkend is als voorheen, omdat hij daar woont en werkt, en veel van de dingen waarmee hij dagelijks in aanraking komt totaal anders zijn dan zijn computerwerk. Hij bevindt zich in een ander werkgebied, in een andere wereld. Zo stort Xiaogang zich volledig op het filmproductiewerk. Elke dag is hij bezig met acteren en het leren van zijn teksten; hij luistert naar de instructies van de regisseur en naar zijn broeders en zusters die het scenario analyseren. Voor Xiaogang is het moeilijkste deel het zich inleven in zijn rol, dus memoriseert hij zijn teksten steeds opnieuw en blijft hij nadenken over zijn eigen karakter: hoe hij moet spreken en handelen, hoe hij moet lopen en staan, zelfs hoe hij moet zitten, al deze dingen moet hij opnieuw leren. Na dit complexe en gevarieerde werk een periode te hebben gedaan, begint Xiaogang zich uiteindelijk te realiseren hoe moeilijk het is om acteur te zijn. Elke dag moet hij dezelfde teksten uit het hoofd leren. Soms kan hij ze perfect opzeggen, maar tijdens de daadwerkelijke opname maakt hij telkens fouten en moet hij de scène opnieuw doen. Hij wordt regelmatig door de regisseur terechtgewezen omdat een van zijn handelingen of zinnen niet aan de norm voldoen. Wanneer meerdere van zijn prestaties achter te wensen overlaten, zal hij worden gesnoeid en zalh ij gezichtsverlies lijden, lijden verdragen en zelfs vreemde blikken en plagerijen te verduren krijgen. Geconfronteerd met dit alles raakt Xiaogang enigszins ontmoedigd, ‘Als ik had geweten dat acteur te zijn op het grote scherm zo moeilijk was, zou ik hier nooit gekomen zijn. Maar nu zit ik in een lastige situatie. Ik ben hier al, dus het zou onredelijk zijn om op te geven voordat de opnames zijn afgerond, en ik zou dat op geen enkele manier kunnen rechtvaardigen. Dit was mijn droom, ik moet hem verwezenlijken, maar hoe lang is de weg nog? Kan ik dit volhouden?’ Xiaogang begint te haperen. In de dagen die volgen heeft hij grote moeite om zijn dagelijkse werk en leven vol te houden. Elke dag is ondraaglijker dan de vorige, maar toch moet hij het volhouden en zichzelf dwingen om door te gaan. Zoals men zich kan indenken, zal Xiaogang op allerlei vlakken problemen beginnen te krijgen. Hij begint het werk dat hem worden toegewezen met grote tegenzin uit te voeren. Wanneer de regisseur hem instructies geeft, luistert hij, maar dat is het dan ook. Daarna doet hij zijn best om te doen wat hij kan, maar als iets hem niet lukt, spreekt hij zichzelf niet serieus toe. In wat voor toestand verkeert Xiaogang op dit moment? Hij gaat de dagen met tegenzin door, uiterst negatief en passief, zonder de oprechte begeleiding en hulp van de regisseur en zijn broeders en zusters oprecht ter harte te nemen. Hij denkt: ‘Zo ben ik nu eenmaal, er is geen ruimte voor verbetering. Jullie verwachten van mij dat ik boven mijn kunnen moet presteren. Als we het kunnen filmen, doen we het; zo niet, laten we het dan vergeten. Ik ga terug naar het videoteam om mijn plichtte vervullen.’ Hij denkt terug aan hoe goed het was bij het videoteam, waar hij elke dag achter de computer zat. Het was zo comfortabel en gemakkelijk; hij was daar zo gelukkig! Zijn hele wezen en zijn hele wereld lagen binnen handbereik van een toetsenbord: door het activeren van één speciaal effect kon hij krijgen wat hij wilde. Die virtuele wereld is heel aantrekkelijk voor Xiaogang. Op dit moment mist Xiaogang zijn verleden en de tijd die hij doorbracht met het uitvoeren van zijn plicht in het videoteam nog meer. De dagen verstrijken op deze manier, totdat Xiaogang op een nacht niet kan slapen. Waarom kan hij niet slapen? Hij denkt bij zichzelf: ‘Ben ik eigenlijk wel geschikt om acteur te zijn? Als ik er niet geschikt voor ben, moet ik meteen teruggaan naar het videoteam. De plicht van het videoteam is ontspannen en gemakkelijk: ik ga achter de computer zitten en voor ik het weet is een halve dag voorbij, en ik hoef niet eens mijn eigen eten te koken. Het is geen inspannende taak; alles is mogelijk met één druk op de knop. Er is alleen het onvoorstelbare, niets is onmogelijk. Tegenwoordig moet ik als acteur elke dag mijn teksten leren en telkens weer opzeggen. Toch is mijn prestatie nog steeds niet goed genoeg, de regisseur leert me vaak de les, en mijn broeders en zusters bekritiseren me vaak. Deze plicht is veel te zwaar, het is veel beter om in het videoteam te werken!’ Hoe meer hij erover nadenkt, hoe meer hij het mist. Hij woelt en draait een halve nacht zonder te kunnen slapen en valt pas in de tweede helft van de nacht in slaap, wanneer hij simpelweg te moe is om wakker te blijven. Wanneer Xiaogang ’s ochtends vroeg zijn ogen opent, is zijn eerste gedachte: ‘Moet ik weggaan of niet? Moet ik terug naar het videoteam? Als ik hier blijf, weet ik niet eens of de film na afloop van de opnames wel aan de normen zal voldoen, en wie weet hoeveel ontberingen ik ondertussen nog moet doorstaan. Ik ben gewoon niet geschikt om acteur te zijn! Destijds wilde ik acteur worden uit een impuls, uit een bevlieging. Ik was gewoon verward! Kijk, ik maakte één verkeerde stap en nu is alles zo moeilijk te hanteren, en er is niemand met wie ik over deze pijn kan praten. Gezien mijn huidige situatie lijkt het niet eenvoudig voor mij om een goede acteur te worden, dus moet ik er zo snel mogelijk mee stoppen. Ik zal de regisseur meteen zeggen dat ik terugga, zodat ik de dingen niet voor hen vertraag.’ Dan raapt Xiaogang zijn moed bijeen om tegen de regisseur te zeggen: “Luister, ik ben niet geschikt om acteur te zijn, maar jullie moesten uitgerekend mij uitkiezen. Waarom laten jullie me niet gewoon teruggaan naar het videoteam?” De regisseur zegt: “Geen sprake van. We hebben de helft van deze film al opgenomen. Als we van acteur wisselen zal ons werk vertraging oplopen, nietwaar?” Xiaogang houdt voet bij stuk en zegt: “En dan? Vervang me met wie je maar wilt, dat heeft niets met mij te maken. Wat er ook gebeurt, je moet me laten gaan. Als je me niet laat gaan, steek ik geen enkele moeite meer in het acteren!” De regisseur ziet dat Xiaogang vastbesloten is om te gaan en dat ze de film niet zullen kunnen afmaken, dus laat hij hem gaan.

Xiaogang keert uiteindelijk terug van het filmproductieteam naar het videoteam. Hij komt keert terug naar zijn oude werkplek, die hij zo goed kent. Hij raakt zijn stoel en zijn computer aan, en alles voelt vertrouwd. Deze plek bevalt hem beter. Hij gaat zitten; de stoel is zacht en de computer staat klaar voor gebruik. ‘Video’s maken is beter, deze plicht is niet vermoeiend. Werken achter de schermen heeft zo zijn voordelen, niemand weet ervan als je een fout maakt, en niemand bekritiseert je, je corrigeert het gewoon meteen en daarmee is de kous af.’ Xiaogang heeft eindelijk de voordelen van het werken achter de schermen ontdekt. Hoe is zijn gemoed op dit moment? Hij voelt zich buitengewoon getroost en tevreden en denkt: ‘Ik heb de juiste keuze gemaakt. God heeft mij een kans gegeven en mij toegestaan terug te keren naar deze taak. Het ben vereerd dat ik dit voorrecht mag hebben.’ Hij is blij dat hij nu een keer de juiste beslissing heeft genomen. In de dagen die volgen, houdt Xiaogang zich aan het dagelijkse werkritme van het videoteam. Er gebeurt niets bijzonders; Xiaogang brengt zijn dagen op een gewone manier door.

Op een dag, terwijl hij aan een video werkt, ziet Xiaogang ineens een grappige en stijlvolle jongeman in een dansprogramma die erg goed presteert. Hij denkt: ‘Hij is ongeveer van mijn leeftijd; hoe komt het dat hij kan dansen en ik niet?’ Xiaogang komt vervolgens opnieuw in verleiding. Welk idee komt in hem op? (Dansen.) Xiaogang krijgt het idee om te leren dansen. Hij kijkt steeds weer naar deze videoclip en de uitvoering van de jongeman. Vervolgens informeert hij waar hij kan leren dansen, hoe hij dat moet leren, en wat de meest elementaire dansen zijn. Hij maakt ook vaak gebruik van de mogelijkheden op zijn werk door op zijn computer te zoeken naar lesmaterialen, video’s en studiematerialen over dans. Natuurlijk kijkt Xiaogang niet alleen tijdens zijn zoektocht, hij leert ook door te oefenen. Om te leren dansen staat Xiaogang elke dag heel vroeg op en gaat hij heel laat naar bed. Voortbordurend op zijn beperkte kennis van gymnastische dans, begint hij formeel volksdanslessen te volgen, en staat hij elke dag vroeg op om te rekoefeningen en achteroverbuigingen te doen. Tijdens zijn studie ondergaat Xiaogang veel lichamelijke pijn en besteedt hij er veel van zijn tijd aan, en uiteindelijk boekt hij een beetje vooruitgang. Xiaogang denkt dat zijn kans eindelijk is gekomen, dat hij op het podium kan dansen omdat hij gelooft dat zijn lichaam iets flexibeler is en hij een aantal dansbewegingen kan uitvoeren. Ook heeft hij, door nadoen en oefenen, het volgen van de maat van de muziek bijna onder de knie. Onder deze omstandigheden voelt Xiaogang dat het tijd is om bij de kerk te vragen om van plicht te veranderen. Opnieuw krijgt Xiaogang na herhaalde verzoeken uiteindelijk zijn zin en sluit hij zich aan bij een dansteam om danser te worden. Vanaf dat moment staat Xiaogang, net als de andere dansers, vroeg op voor ochtendtraining, oefent hij het dansprogramma, en woont hij regelmatig bijeenkomsten bij. Met deze mensen communiceert, analyseert en plant hij het dansprogramma. Hij doet dit werk elke dag, en wanneer de dag voorbij is, is hij zo moe dat zijn rug stijf is en zijn benen zeer doen. Elke dag verloopt zo, weer of geen weer. Toen hij begon, was Xiaogang heel nieuwsgierig naar dans, maar nu hij het leven van een danser en de verschillende kanten van het vak heeft leren kennen, denkt hij dat dit alles is wat dans te bieden heeft. Je moet een beweging steeds opnieuw doen, waarbij je soms een enkel verdraait, soms de onderrug bezeert en bovendien blessures riskeert. Terwijl hij danst, denkt hij: ‘Oh nee, werken als danser is ook moeilijk. Elke dag mat ik me zo af dat mijn hele lichaam naar zweet ruikt. Het is niet zo makkelijk. Het is moeilijker dan videowerk! Nee, ik moet doorzetten!’ Deze keer geeft hij niet zo snel op en hij zet door totdat hij eindelijk de generale repetitie van het dansprogramma bereikt, waarna hun dans ter beoordeling wordt opgestuurd. Hoe voelt Xiaogang zich op de dag van de beoordeling? Hij is zo opgewonden en vol verwachting voor de resultaten van zijn harde werk, dat hij zelfs geen lunch eet. Hij heeft er veel moeite in gestoken, nietwaar? Als de resultaten eindelijk bekend worden gemaakt, is hun dans niet door de eerste beoordelingsronde gekomen. Dit nieuws komt voor Xiaogang als een donderslag bij heldere hemel en zijn humeur zakt tot het dieptepunt. Hij valt neer in een stoel: ‘We hebben zo lang aan deze dans gewerkt en jij verwerpt hem met slechts één woord? Weet jij wel iets van dans? We dansen volgens principes, we hebben allemaal een prijs betaald, en jij verwerpt onze dans zomaar?’ Dan denkt hij: ‘De beslissing ligt bij hen, en als ze onze dans niet goedkeuren, moeten we hem opnieuw aanpassen. Er is niemand met wie we erover kunnen discussiëren. We kunnen niets anders doen, dus laten we opnieuw beginnen.’ Op de dag dat hun dans in de eerste ronde wordt afgewezen, eet Xiaogang zijn lunch niet, en slechts met tegenzin eet hij een beetje bij het avondeten. Denken jullie dat hij die avond kan slapen? (Hij kan niet slapen.) Hij kan weer niet slapen, zijn gedachten tollen, ‘Waarom lukt het me nergens? God heeft me niet gezegend. De dans waar we twee maanden aan hebben gewerkt is niet door de eerste beoordelingsronde gekomen. Ik weet niet wanneer hij de tweede beoordelingsronde haalt, en ik weet niet hoeveel tijd we moeten besteden om dat mogelijk te maken. Wanneer zal ik op het podium kunnen staan en officieel optreden? Er is geen hoop dat ik in de schijnwerpers zal staan!’ Zijn gedachten gaan op en neer, hij overdenkt en overdenkt, en denkt: ‘Videowerk is beter. Ik ga gewoon naar mijn werk, tik op het toetsenbord en bloemen, planten en bomen verschijnen. De vogels zingen wanneer ik ze laat zingen, de paarden rennen wanneer ik ze laat rennen. Wat ik maar wil, het is er. Maar bij dans moeten we beoordelingen doorstaan, en elke dag mat ik me zo af dat ik naar zweet ruik. Soms ben ik zo moe dat ik niet goed kan eten of slapen, en dan komt onze dans niet eens door de eerste beoordelingsronde. Deze plicht is ook zwaar. Zou het niet beter zijn als ik weer bij het videoteam ging werken?’ Hij denkt en denkt: ‘Maar dat is zo zielig, waarom twijfel ik weer? Zo moet ik niet denken, ga slapen!’ Hij valt in slaap, in een roes. De volgende dag staat hij op en is hij het bijna helemaal vergeten, dus gaat hij door met dansen en gaat hij verder met de generale repetitie. Wanneer de dag van de tweede beoordelingsronde komt, is Xiaogang weer nerveus. Hij vraagt: “Kan onze dans deze beoordeling doorstaan?” Iedereen zegt: “Wie weet? Als het niet lukt, bewijst dat dat ons dansen niet goed genoeg is, en dan werken we er verder aan. Als hij erdoor komt, dan zullen we hem officieel opvoeren en filmen. Laten we alles op zijn beloop laten en deze kwestie op de juiste manier aanpakken.” Xiaogang zegt: “Nee, jullie kunnen het correct aanpakken, maar ik heb daar geen tijd voor.” Uiteindelijk komen de resultaten van de tweede ronde, en hun dans heeft het opnieuw niet gehaald. Xiaogang zegt: “Hmpf, ik wist het! Het is niet makkelijk om succesvol te zijn in dit werk! We zijn jong, knap, en we kunnen dansen. Zijn dat geen sterke punten? Die beoordelaars zijn jaloers omdat zij niet kunnen dansen, daarom willen ze onze dans niet goedkeuren. Het lijkt erop dat hij nooit goedgekeurd zal worden, dansen is niet makkelijk. Ik ga terug.” Die nacht slaapt Xiaogang heel vredig, omdat hij heeft besloten om de volgende dag zijn spullen te pakken, te vertrekken en afscheid te nemen.

Hoe dan ook, Xiaogangs wens gaat eindelijk weer in vervulling en hij keert terug naar het videoteam, waar hij weer achter zijn computer zit. Hij overdenkt die vertrouwde gevoelens uit het verleden en denkt: ‘Ik ben in de wieg gelegd voor werk achter de schermen. Ik kan slechts een onbezongen held zijn; ik maak in dit leven geen kans om op het podium te staan of beroemd te worden. Ik zal me maar gewoon netjes gedragen en op het toetsenbord blijven tikken. Dit is mijn plicht, dus ik zal dit werk maar gewoon doen.’ Na al dit heen en weer gaan is hij tot rust gekomen. Zijn tweede droom is in duigen gevallen en niet in vervulling gegaan. Xiaogang is een ‘ijverig en leergierig’ persoon en een ‘enthousiast en ambitieus’ persoon – denken jullie dat het waarschijnlijk is dat hij zo bereid zal zijn om achter een computer te zitten en zulk eentonig werk te doen? Nee, hoogstwaarschijnlijk niet.

De laatste tijd is Xiaogang geobsedeerd door zingen. Hoe kan hij zo snel veranderen? Waarom is hij hierdoor geobsedeerd en waarom kan hij niet wegblijven van het podium? Er zit iets verborgen in zijn hart. Dit keer vraagt hij niet onbezonnen om zijn plicht te veranderen; hij zoekt gewoon elke dag naar materiaal en oefent zijn zangvaardigheden. Hij oefent vaak totdat hij hees is, soms totdat hij zelfs geen geluid meer kan uitbrengen. Toch is Xiaogang nog steeds niet ontmoedigd, want dit keer heeft hij zijn strategie veranderd. Hij zegt: “Dit keer kan ik niet van plicht veranderen zonder de feitelijke situatie te begrijpen. Ik moet echt voorzichtig zijn, anders zullen mensen de spot met me drijven. Wat zullen ze wel niet van me denken als ik steeds mijn plicht verander? Ze zullen op me neerkijken. Dit keer moet ik blijven oefenen totdat ik denk dat ik een grote zanger kan zijn, net zo goed als de zangers in de kerk; dan meld ik me aan voor het gezangteam.” Zo spant hij zich elke dag in om te oefenen, zowel in zijn vrije tijd als op het werk, en dat alles onvermoeibaar. Op een dag, wanneer Xiaogang aan het werk is, zegt zijn teamleider plotseling tegen hem: “Xiaogang, wat voor werk ben je aan het doen? Als je weer zo plichtmatig te werk gaat en je niet inspant voor je werk, mag je deze plicht niet meer vervullen.” Xiaogang zegt: “Ik heb niets gedaan.” Dan dromt iedereen samen en ze zeggen: “Xiaogang, wat is er gebeurd? Oh, je hebt zo’n grote fout gemaakt! De Boven heeft dit soort fouten al zo vaak gecorrigeerd; hoe kon je die nog steeds maken? Het komt doordat je elke dag oefent met zingen en je niet concentreert op videobewerking, waardoor je steeds fouten maakt en belangrijke zaken vertraagt. Als je nog eens zo’n fout maakt, zal de kerk je verdrijven. Ze zal je niet meer willen hebben en wij zullen je allemaal verwerpen!” Xiaogang blijft maar uitleggen: “Ik deed het niet expres, ik zal vanaf nu voorzichtig zijn; geef me nog één kans. Verdrijf me niet, ik smeek jullie, verdrijf me niet! God, red me!” Wanneer hij het uitroept, voelt hij een grote hand op zijn schouder slaan en hoort hij een stem zeggen: “Xiaogang, word wakker! Word wakker, Xiaogang!” Wat is er aan de hand? (Hij droomt.) Hij is aan het dromen. Zijn ogen zijn gesloten en hij is in een roes; zijn handen graaien en klauwen in de lucht. Iedereen vraagt zich af wat er is gebeurd en dan zien ze dat Xiaogang voorovergebogen over zijn toetsenbord ligt te slapen. Een broeder tikt hem aan en na een paar duwtjes wordt Xiaogang eindelijk wakker. Zodra hij wakker is, zegt hij: “O, wat ben ik geschrokken, ik stond op het punt te worden verdreven.” “Waarvoor?” Xiaogang denkt erover na en ziet in dat er niets is gebeurd. Het blijkt tenslotte een droom te zijn geweest; hij is wakker geschrokken uit een droom. Dat is het einde van het verhaal, dat was ‘De dromen van Xiaogang’.

Over welk probleem gaat dit verhaal? Het feit dat dromen en de werkelijkheid vaak met elkaar in conflict zijn. Vaak denken mensen dat hun dromen legitiem zijn, maar ze weten niet dat dromen en de werkelijkheid absoluut niet hetzelfde zijn. Dromen zijn slechts wensdenken, slechts een tijdelijke interesse van je. Meestal zijn het de voorkeuren, ambities en begeerten van mensen die de doelen van hun streven worden. De dromen van mensen komen totaal niet overeen met de werkelijkheid. Als mensen te veel dromen hebben, welke fouten zullen ze dan vaak maken? Dan zien ze het werk over het hoofd dat vlak voor hen ligt en dat ze op dat moment zouden moeten doen. Ze zullen de werkelijkheid negeren en de plichten die ze zouden moeten vervullen, het werk dat ze zouden moeten voltooien en de verplichtingen en verantwoordelijkheden waaraan ze op dat moment zouden moeten voldoen, terzijde schuiven. Ze zullen deze dingen niet serieus nemen en gewoon hun dromen blijven najagen, voortdurend in de weer zijn en hard werken om ze te verwezenlijken, en veel zinloze dingen doen. Op deze manier zullen ze niet alleen hun plichten niet naar behoren vervullen, maar kunnen ze ook het werk van de kerk vertragen en verstoren. Veel mensen begrijpen de waarheid niet of streven de waarheid niet na. Hoe behandelen ze het vervullen van een plicht? Ze behandelen het als een soort baan, een soort hobby of een investering van hun interesse. Ze behandelen het niet als een missie of een taak die door God is gegeven, of als een verantwoordelijkheid die ze zouden moeten vervullen. Laat staan dat ze ernaar streven om de waarheid of Gods bedoelingen te begrijpen bij het vervullen van hun plichten, zodat ze hun plichten goed kunnen vervullen en Gods opdracht kunnen voltooien. Daarom worden sommige mensen al onwillig zodra ze bij het vervullen van hun plichten op wat moeilijkheden stuiten en willen ontsnappen. Wanneer ze op wat moeilijkheden stuiten of tegenslagen ondervinden, deinzen ze terug en willen ze weer ontsnappen. Ze zoeken de waarheid niet; ze denken alleen maar aan ontsnappen. Als schildpadden verstoppen ze zich in hun schild wanneer er iets misgaat en wachten ze tot het probleem voorbij is voor ze weer tevoorschijn te komen. Er zijn veel van dit soort mensen. Er zijn vooral mensen die, wanneer hun wordt gevraagd de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor een bepaald werk, niet denken aan hoe ze hun trouw kunnen betonen, of hoe ze deze plicht goed kunnen vervullen en dit werk goed kunnen doen. In plaats daarvan denken ze na over hoe ze hun verantwoordelijkheid kunnen ontlopen, hoe ze kunnen voorkomen dat ze worden gesnoeid, hoe ze elke vorm van verantwoordelijkheid kunnen vermijden en hoe ze er ongeschonden vanaf kunnen komen wanneer er problemen of fouten optreden. Het eerste waar ze aan denken is hun eigen uitweg en hoe ze aan hun eigen voorkeuren en interesses kunnen voldoen, niet hoe ze hun plichten goed kunnen vervullen en hun trouw kunnen betonen. Kunnen zulke mensen de waarheid verkrijgen? Ze doen geen moeite voor de waarheid, en ze brengen de waarheid ook niet in praktijk als het gaat om het vervullen van hun plichten. Voor hen is het gras altijd groener bij de buren. Vandaag willen ze dit doen, morgen willen ze dat doen, en ze denken dat de plichten van alle anderen beter en gemakkelijker zijn dan die van henzelf. En toch doen ze geen moeite voor de waarheid. Ze denken niet na over welke problemen er in hun ideeën schuilen en zoeken de waarheid niet om die problemen op te lossen. Hun gedachten zijn altijd gericht op wanneer hun eigen dromen zullen worden verwezenlijkt, wie er in de schijnwerpers staat, wie er erkenning krijgt van de Boven, en wie er werk verricht zonder te worden gesnoeid en wordt gepromoveerd. Hun gedachten zijn voortdurend met deze dingen bezig. Kunnen mensen die altijd aan deze dingen denken hun plichten op een manier vervullen die aan de norm voldoet? Dat kunnen ze nooit volbrengen. Wat voor soort mensen vervullen hun plichten dan op deze manier? Zijn het mensen die de waarheid nastreven? Eén ding is in elk geval zeker: zulke mensen streven de waarheid niet na. Ze streven ernaar van enkele zegeningen te genieten, beroemd te worden en in de schijnwerpers te staan in Gods huis, net zoals ze dat vroeger in de maatschappij deden. Wat voor soort mensen zijn ze in essentie? Het zijn niet-gelovigen. Niet-gelovigen vervullen hun plichten in Gods huis net zoals ze in de buitenwereld werk zouden doen. Ze geven om wie er wordt gepromoveerd, wie er teamleider wordt, wie er kerkleider wordt, wie er door iedereen wordt geprezen om zijn werk en wie wordt opgehemeld en genoemd. Ze geven om deze dingen. Het is net als in een bedrijf: wie wordt gepromoveerd, wie krijgt opslag, wie ontvangt de lof van de leider en wie raakt bevriend met de leider – mensen geven om deze dingen. Als ze deze dingen ook nastreven in Gods huis en er de hele dag mee bezig zijn, zijn ze dan niet hetzelfde als de ongelovigen? In essentie zijn het ongelovigen; het zijn typische niet-gelovigen. Welke plicht ze ook vervullen, ze zullen alleen maar arbeiden en plichtmatig handelen. Welke preken ze ook horen, ze zullen de waarheid nog steeds niet aanvaarden, laat staan dat ze die in praktijk brengen. Ze hebben al vele jaren in God geloofd zonder enige verandering te ondergaan, en hoeveel jaar ze hun plichten ook vervullen, ze zullen niet in staat zijn hun trouw te betonen. Ze hebben geen waar geloof in God, ze hebben geen trouw, ze zijn niet-gelovigen.

Sommige mensen zijn bang verantwoordelijkheid te nemen bij het vervullen van hun plicht. Als de kerk hun een taak geeft, zullen ze eerst overwegen of de taak vereist dat ze verantwoordelijkheid dragen, en als dat zo is, zullen ze de taak niet aannemen. Hun voorwaarden voor het vervullen van een plicht zijn ten eerste dat het een ontspannen taak moet zijn; ten tweede dat het niet druk of vermoeiend is; en ten derde dat ze, wat ze ook doen, geen enkele verantwoordelijkheid dragen. Dit is het enige soort plicht dat ze op zich nemen. Wat voor iemand is dit? Is dit niet een gladde, bedrieglijke persoon? Ze willen nog niet de geringste verantwoordelijkheid op zich nemen. Ze zijn zelfs bang dat bladeren hun schedel breken wanneer ze van de bomen vallen. Welke plicht kan zo iemand vervullen? Welk nut zouden ze in Gods huis kunnen hebben? Het werk van Gods huis heeft te maken met de strijd tegen Satan, evenals met het verspreiden van het evangelie van het koninkrijk. Welke plicht brengt geen verantwoordelijkheden met zich mee? Zouden jullie zeggen dat leiderschap verantwoordelijkheid met zich meebrengt? Zijn hun verantwoordelijkheden niet des te groter, en moeten ze niet des te meer verantwoordelijkheid dragen? Of je nu het evangelie predikt, getuigt, video’s maakt, enzovoort – het maakt niet uit welk werk je doet – zolang het betrekking heeft op de waarheidsprincipes, brengt het verantwoordelijkheden met zich mee. Als je je plicht principeloos vervult, zal dit het werk van Gods huis beïnvloeden, en als je bang bent om verantwoordelijkheid te nemen, dan kun je geen enkele plicht vervullen. Is het soort persoon dat bang is om verantwoordelijkheid te nemen bij het vervullen van zijn plicht laf, of is er een probleem met zijn gezindheid? Je moet het onderscheid kunnen maken. In werkelijkheid is dit geen kwestie van lafheid. Hoe komt het dat ze zo brutaal zijn als het gaat om rijk worden, of wanneer ze iets doen voor hun eigen voordeel? Ze nemen elk risico voor deze dingen. Maar wanneer ze dingen doen voor de kerk, voor Gods huis, nemen ze helemaal geen risico’s. Zulke mensen zijn egoïstisch en verachtelijk, het meest geslepen van allemaal. Eenieder die geen verantwoordelijkheid neemt bij het vervullen van een plicht is niet in het minst oprecht tegenover God, om van trouw nog maar niet te spreken. Wat voor soort mens durft verantwoordelijkheid te nemen? Wat voor soort mens heeft de moed een zware last op zich te nemen? Iemand die de leiding neemt en er dapper voor gaat op het meest cruciale moment in het werk van Gods huis, iemand die dapper een zware last op zich neemt en niet bang is moeilijkheden en gevaar te verdragen, als hij het werk ziet dat het meest belangrijk en cruciaal is. Dat is iemand die God trouw is, een goede soldaat van Christus. Is het bij alle mensen die geen verantwoordelijkheid durven te nemen in hun plicht zo, dat dit is omdat ze de waarheid niet begrijpen? Nee, het is een probleem met hun menselijkheid. Ze hebben geen gevoel van rechtvaardigheid of verantwoordelijkheid, ze zijn egoïstische en verachtelijke mensen, ze zijn geen oprechte gelovigen in God en ze aanvaarden de waarheid niet in het minst. Om deze reden kunnen ze niet worden gered. Gelovigen in God moeten een hoge prijs betalen om de waarheid te winnen, en ze zullen met veel belemmeringen worden geconfronteerd bij het beoefenen ervan. Ze moeten dingen verzaken, hun vleselijke belangen opgeven en enig leed ondergaan. Alleen dan kunnen ze de waarheid in praktijk brengen. Kan dit soort persoon, die bang is om verantwoordelijkheid te nemen, de waarheid dan beoefenen? Ze kunnen zeker niet de waarheid beoefenen, laat staan deze winnen Ze zijn bang om de waarheid in de praktijk te brengen. Zij zijn bang om de waarheid in praktijk te brengen, om hun belangen te schaden; ze zijn bang om vernederd, gelasterd en veroordeeld te worden en ze durven de waarheid niet in praktijk te brengen. Daarom kunnen ze die niet verkrijgen. Hoeveel jaren ze ook in God geloven, ze kunnen Zijn redding niet bereiken. Zij die een plicht kunnen vervullen in Gods huis moeten mensen zijn die een gevoel van last hebben als het op het kerkwerk aankomt, die verantwoordelijkheid nemen, die de principes van de waarheid hoog kunnen houden, en die kunnen lijden en een prijs betalen. Als iemand op deze gebieden tekortschiet, zijn ze ongeschikt om een plicht te vervullen en voldoen ze niet aan de voorwaarden voor het vervullen van een plicht. Er zijn veel mensen die geen verantwoordelijkheid durven te nemen bij het vervullen van een plicht. Hun angst uit zich op drie manieren. De eerste is dat ze alleen plichten kiezen waarvoor geen verantwoordelijkheid nodig is. Als een kerkleider hen een plicht laat uitvoeren, vragen ze eerst of ze er verantwoordelijkheid voor moeten nemen. Als dat zo is, dan aanvaarden ze de taak niet. Als het niet nodig is dat ze verantwoordelijkheid nemen en er niet verantwoordelijk voor hoeven te zijn, aanvaarden ze de taak met tegenzin, maar kijken ze nog steeds of het werk niet vermoeiend of zorgelijk is. Zefs als ze het met tegenzin hebben aanvaard, zijn ze niet van plan het goed uit te voeren, in plaats daarvan willen ze plichtmatig zijn en houden ze ‘vrije tijd, geen arbeid, geen fysieke ontbering’ als principe aan. De tweede is dat als ze een moeilijkheid onder vinden of een probleem tegenkomen, ze in eerste instantie dit aan een leider melden, zodat de leider het kan aanpakken en oplossen, in de hoop dat zij het gemakkelijk blijven hebben. Het maakt ze niet uit hoe goed de leider met de kwestie omgaat, daar letten ze niet op, zolang ze zelf niet verantwoordelijk zijn, vinden ze het allemaal prima. Zij ze bij een dergelijke plichtsbetrachting trouw aan God? Dit heet de verantwoordelijkheid afschuiven, plichtsverzuim, en onbetrouwbaar zijn. Het zijn slechts woorden; ze doen niets tastbaars. Ze zeggen tegen zichzelf: “Als dit iets is dat ik moet uitzoeken, wat gebeurt er dan als ik een fout maak? Als ze onderzoeken wie de schuldige is, zullen ze mij dan niet hanteren? Ligt de verantwoordelijkheid dan niet in de eerste plaats bij mij?” Dat is waar ze zich zorgen over maken. Maar geloof jij dat God alle dingen nauwkeurig onderzoekt? Iedereen maakt fouten. Als iemand met goede bedoelingen onvoldoende ervaring heeft en een of andere kwestie niet eerder aan de hand heeft gehad, maar wel zijn best heeft gedaan, dan is dat zichtbaar voor God. Je moet geloven dat God heel goed kijkt naar alle dingen en naar het hart van de mens. Als iemand dit niet gelooft, is hij dan niet een niet-gelovige? Welke betekenis kan het vervullen van een plicht door zo’n persoon nu hebben? Het doet er eigenlijk niet toe of ze deze plicht vervullen of niet, toch? Ze zijn bang om verantwoordelijkheid te nemen en ze ontlopen hun verantwoordelijkheid. Wanneer er iets gebeurt, proberen ze niet onmiddellijk een manier te bedenken om het probleem aan te pakken; in plaats daarvan bellen ze eerst de leider om die in te lichten. Natuurlijk proberen sommige mensen het probleem zelf aan te pakken terwijl ze de leider inlichten, maar anderen doen dit niet. Het eerste wat zij doen is de leider bellen, en na dat telefoongesprek wachten ze gewoon passief op instructies. Wanneer de leider hun opdraagt een stap te zetten, zetten ze een stap; als de leider zegt dat ze iets moeten doen, doen ze het. Als de leider niets zegt of geen instructies geeft, doen ze niets en stellen ze het gewoon uit. Zonder dat iemand hen aanspoort of op hen toeziet, doen ze helemaal geen werk. Zeg Mij, vervult zo’n persoon een plicht? Zelfs in hun arbeiden hebben ze geen trouw! Er is nog een manier waarop iemands angst om verantwoordelijkheid te nemen bij het vervullen van een plicht tot uiting komt. Als ze hun plicht vervullen, doen sommige mensen slechts een beetje oppervlakkig, eenvoudig werk, werk dat geen verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Werk dat moeilijkheden en verantwoordelijkheid met zich meebrengt, gooien ze over de schutting en mocht er iets misgaan, dan schuiven ze de schuld af op anderen en doen ze alsof het niets met hun te maken heeft. Als de kerkleiders zien dat ze onverantwoordelijk zijn, bieden ze geduldig hulp aan, of snoeien hen zodat ze misschien in staat zijn verantwoordelijkheid te nemen. Maar dat willen ze nog steeds niet en ze denken: het is moeilijk deze plicht goed te doen, ik moet verantwoordelijkheid nemen als er iets misgaat en ik kan zelfs verwijderd en geëlimineerd worden, en dat is het einde voor mij.’ Wat is dat voor een houding? Als ze geen verantwoordelijkheidsgevoel hebben bij het vervullen van hun plicht, hoe kunnen ze hun plicht dan goed doen? Mensen die zich niet echt voor God inzetten kunnen geen enkele plicht goed doen, en zij die geen verantwoordelijkheid durven te nemen, stellen bij het doen van hun plicht alleen maar dingen uit. Zulke mensen zijn niet te betrouwbaar en er kan niets aan ze worden overgelaten, ze vervullen hun plicht alleen om hun maag te vullen. Zouden dergelijke ‘bedelaars’ verstoten moeten worden? Ja, dat zou moeten. Het huis van God wil zulke mensen nooit. Dit zijn de drie uitingen van mensen die bang zijn om verantwoordelijkheid op zich te nemen bij het vervullen van hun plicht. Mensen die bang zijn om verantwoordelijkheid te nemen in hun plicht, kunnen niet eens het niveau van een loyale arbeider bereiken en zijn het niet waard om een plicht te laten uitvoeren. Sommige mensen worden geëlimineerd vanwege een dergelijke houding ten opzichte van hun plicht. Zelfs nu weten ze de reden misschien nog niet en klagen ze nog steeds: ‘Ik heb mijn plicht met vurig enthousiasme vervuld, dus waarom hebben ze me er zo kil uitgezet?’ Zelfs nu begrijpen ze het niet. Degenen die de waarheid niet begrijpen, zullen hun hele leven lang niet kunnen begrijpen waarom ze zijn geëlimineerd. Ze rechtvaardigen zichzelf en blijven zichzelf verdedigen, waarbij ze denken: ‘Het is instinctief voor mensen om zichzelf te beschermen, en dat zouden ze ook moeten doen. Wie moet zichzelf niet een beetje beschermen? Wie moet er niet een beetje aan zichzelf te denken? Wie moet geen uitweg voor zichzelf open houden?’ Als je altijd jezelf beschermt wanneer je iets overkomt en altijd een achterdeurtje en een vluchtroute openlaat, breng je dan de waarheid in praktijk? Dat is niet de waarheid in praktijk brengen, het is onbetrouwbaar zijn. Jij vervult nu je plicht in Gods huis. Wat is het eerste principe van het vervullen van een plicht? Het is dat je die plicht eerst met heel je hart moet vervullen, zonder enige moeite te sparen, en zo de belangen van Gods huis moet beschermen. Dit is een waarheidsprincipe, een dat jij in praktijk zou moeten brengen. Zichzelf beschermen door een achterdeurtje en een uitweg voor zichzelf open te houden, is het beoefeningsprincipe dat door ongelovigen wordt gevolgd, en hun hoogste filosofie. In alles eerst aan zichzelf denken, de eigen belangen boven alles stellen en niet aan anderen denken, geloven dat de belangen van Gods huis en de belangen van anderen niets met zichzelf te maken hebben, eerst aan de eigen belangen denken en dan aan een uitweg denken – is dat niet wat een ongelovige is? Dit is precies wat een ongelovige is. Dit soort persoon is het niet waard een plicht te vervullen. Er zijn nog steeds mensen zoals Xiaogang uit het verhaal – hij is een typisch voorbeeld. Ze kunnen niets op een praktische, nuchtere manier doen. Bij alles wat ze doen, willen ze het zichzelf gemakkelijk maken. Ze willen zelfs niet het minste beetje ontbering of tegenslag lijden. Hun vlees moet het gemakkelijk hebben, ze moeten op vaste tijden kunnen eten en slapen, de wind mag niet op hen waaien en de zon mag hen niet branden. Bovendien nemen ze geen enkele verantwoordelijkheid voor hun werk. Wat ze doen, moet iets zijn dat ze leuk vinden, waar ze goed in zijn en iets dat ze diep van binnen echt willen doen. Als ze niet doen wat ze willen, tonen ze niet de minste gehoorzaamheid. Ze zijn voortdurend wispelturig en hinken op twee gedachten. Ze zijn nooit toegewijd aan wat ze doen – ze staan altijd met één been binnen en één been buiten. Wanneer ze lijden, willen ze zich terugtrekken. Ze kunnen het niet verdragen om te worden gesnoeid. Er kunnen geen hoge eisen aan hen worden gesteld. Ze kunnen geen ontberingen verdragen. Wat ze doen is volledig afhankelijk van hun eigen interesses en hun eigen plannen – er zit geen greintje gehoorzaamheid in hen. Als dit soort mensen de waarheid niet kunnen zoeken en niet over zichzelf kunnen nadenken, dan zijn deze praktijken en verdorven gezindheden moeilijk te veranderen. Het vervullen van een plicht als gelovige in God vereist op zijn minst een beetje oprechtheid. Denken jullie dat deze mensen oprecht zijn? Wanneer er echte inspanning nodig is, deinzen ze terug. Ze hebben geen greintje oprechtheid. Dit is erg lastig en moeilijk aan te pakken. Ze hebben een hoge dunk van zichzelf, en ze voelen zich zelfs verongelijkt wanneer ze worden ontheven of gesnoeid. Het is zo lastig als mensen de waarheid niet zoeken of de waarheidswerkelijkheid niet binnengaan. Genoeg over dit onderwerp – laten we tot de kern komen.

Een ontleding van hoe antichristen willen dat anderen zich alleen aan hen onderwerpen, niet aan de waarheid of aan God

De communicatie van vandaag gaat over punt acht van de diverse uitingen van antichristen: ze willen dat anderen zich alleen aan hen onderwerpen, niet aan de waarheid of aan God. Kunnen jullie dit punt begrijpen? Overweeg eerst welke uitingen van dit punt jullie kunnen koppelen aan wat jullie wel begrijpen. Ze willen dat anderen zich alleen aan hen onderwerpen, niet aan de waarheid of aan God – de letterlijke betekenis is gemakkelijk te begrijpen, maar daarbinnen bevinden zich vele gesteldheden, en diverse gezindheden die verschillende soorten mensen vertonen, of diverse gedragingen die die diverse gezindheden vertonen. Dit is een groot onderwerp; we zullen erover moeten communiceren aan de hand van enkele van de kleinere kenmerken ervan. Om dit punt volgens de letterlijke betekenis uit te leggen, zeggen mensen die woorden en doctrines prediken meestal: “Het betekent dat ze in alles gehoorzaamd moeten worden – ze laten mensen hen gehoorzamen, zelfs wanneer wat ze zeggen niet overeenstemt met de waarheid. Wanneer ze een paar woorden en doctrines prediken, laten ze anderen hen gehoorzamen; wanneer ze een zin zeggen, laten ze anderen die gehoorzamen. Ze zijn altijd geneigd anderen bevelen te geven, werk aan anderen te delegeren en anderen te dwingen hen te gehoorzamen.” Is dat niet hoe ze het meestal verwoorden wanneer ze een beetje over de letterlijke betekenis spreken? Wat nog meer? “Ze denken dat ze overal gelijk in hebben. Ze zorgen ervoor dat iedereen hen gehoorzaamt, en zorgen ervoor dat mensen zich onderwerpen aan wat ze zeggen, hoewel het niet overeenstemt met de waarheid. Ze zien zichzelf als de waarheid en als God, en door hen te gehoorzamen, onderwerpen mensen zich aan de waarheid en aan God. Dat is wat het betekent.” Als jullie over dit onderwerp zouden spreken, bedenk dan hoe jullie dat zouden moeten doen. Als jullie zouden beginnen met wat jullie persoonlijk hebben gezien of ervaren, vanuit welk element zouden jullie dan beginnen? Zodra we over de werkelijkheid spreken, hebben jullie niets te zeggen. Hebben jullie dan ook niets te zeggen in jullie gebruikelijke communicatie met de broeders en zusters? Hoe kunnen jullie je werk goed doen zonder te praten? Praat eerst eens wat over een paar concrete manieren en gedragingen van deze uiting. Welke daarvan hebben jullie eerder gezien of meegemaakt? Hebben jullie enig idee? (Wanneer ik mijn plicht vervul, krijg ik enkele ideeën die nogal sterk zijn, en ik wil daar heel graag naar handelen. Ik denk dat die gedachten van mij goed en juist zijn, en wanneer anderen daar twijfels over uiten, zeg ik dat de zaak niet mag worden vertraagd, dat die meteen moet worden geregeld. Dan drijf ik door wat ik van plan was. Anderen willen misschien zoeken, maar ik wil hun de tijd niet geven – ik wil dat ze de taak uitvoeren in overeenstemming met mijn ideeën.) Dat is een concrete uiting. Wie noemt er nog een? (Ik was eens met de broeders en zusters aan het communiceren over de kwestie van het promoveren en cultiveren van iemand. Ik had in feite al besloten die persoon te promoveren. Ik voelde dat ik het al voor de Boven had gebracht, en dat er niets mis was met het promoveren van deze persoon. Een paar van de broeders en zusters begrepen de zaak nog niet al te goed, maar toch communiceerde ik niet over waarom we die persoon moesten promoveren, wat de principes waren of wat de waarheid was, maar ik vertelde ze gewoon met klem op welke manieren die persoon goed was, dat het promoveren van hem in overeenstemming was met de principes. Ik dwong hen mij te gehoorzamen, te geloven dat wat ik deed juist was.) Jullie praten over een categorie problemen, een categorie gesteldheden, die over het geheel genomen overeenkomen met dit punt. Het lijkt erop dat jullie begrip van de waarheid niet verder reikt dan dat beetje letterlijke begrip. Ik zal er dus verder over moeten communiceren. Als jullie dit punt grotendeels zouden begrijpen, zouden we het overslaan en over het volgende communiceren. Het lijkt er echter op dat we dat nog niet kunnen, en erover moeten communiceren zoals gepland.

Punt acht van de diverse uitingen van antichristen is: ze willen dat anderen zich alleen aan hen onderwerpen, niet aan de waarheid of aan God. Hierin zitten verschillende uitingen van de essentie van een antichrist. Het is zeker niet één enkele zaak, één enkele zin, één enkele opvatting of één enkele manier van de zaken aanpakken; het is veeleer een gezindheid. Welke gezindheid is dat dan? Deze gezindheid uit zich op verschillende manieren. De eerste manier is dat zulke mensen niet in staat zijn met wie dan ook samen te werken. Is dat een manier van doen? (Nee, het is een gezindheid.) Dat klopt – het is de onthulling van een gezindheid, een waarvan de essentie arrogantie en zelfgenoegzaamheid is. Zulke mensen kunnen met niemand samenwerken. Dat is de eerste manier. De tweede manier waarop het zich uit, is dat ze de begeerte en ambitie hebben om mensen te beheersen en te overwinnen. Is dat een gezindheid? (Ja.) Is het een manier van doen? (Nee.) Is het anders dan wat jullie hebben gezegd? Jullie hebben gesproken over afzonderlijke gebeurtenissen, afzonderlijke manieren van doen – dat is geen essentie. Is deze uiting niet ernstiger dan de dingen die jullie zeiden? (Ja.) Het raakt de wortel. En de derde manier is anderen verbieden tussenbeide te komen, navraag te doen of toezicht op hen te houden bij enig werk dat ze op zich hebben genomen. Is dat een essentie? (Ja.) Bij elk van deze essenties komen vele gedragingen en manieren van doen kijken. Nogmaals, deze essentie komt overeen met punt acht, nietwaar? De vierde manier is dat ze doen alsof ze de belichaming van de waarheid zijn zodra ze een beetje ervaring en kennis hebben opgedaan en wat lessen hebben geleerd, wat betekent dat als ze een beetje waarheid kunnen communiceren, ze zichzelf beschouwen als iemand die in het bezit is van de waarheidswerkelijkheid, en anderen willen laten zien dat ze iemand zijn die de waarheid heeft – iemand die de waarheid beoefent, de waarheid liefheeft en de waarheidswerkelijkheid bezit. Ze doen alsof ze de belichaming van de waarheid zijn – is dit niet een zaak van ernstige aard? (Dat is het.) Komt deze uiting overeen met punt acht? (Ja.) Dat klopt. Punt acht uit zich in wezen op deze vier manieren. Noem ze op, te beginnen met de eerste. (De eerste is dat zulke mensen niet in staat zijn harmonieus met wie dan ook samen te werken.) ‘Harmonieus’ verwijst naar het in staat zijn samen te werken; zulke mensen zijn simpelweg niet in staat met wie dan ook samen te werken. Ze doen dingen alleen, het zijn solisten in hun doen en laten; ‘solo’ is het bepalende kenmerk van de eerste uiting. Nu de tweede. (Ze hebben de ambitie en begeerte om mensen te beheersen en te overwinnen.) Is dit een ernstige uiting? (Dat is het.) Welnu, wat is het bepalende kenmerk van de tweede uiting? Beschrijf het in één woord. (Boosaardig.) ‘Boosaardig’ is een bijvoeglijk naamwoord; het beschrijft hun gezindheid. Het woord zou ‘beheersen’ moeten zijn. ‘Beheersen’ is een handeling, een type handeling dat voortkomt uit een dergelijke gezindheid. En de derde uiting. (Ze verbieden anderen tussenbeide te komen, navraag te doen of toezicht op hen te houden bij enig werk dat ze op zich hebben genomen.) Is dat niet een gezindheid die veel voorkomt bij antichristen? (Dat is het.) Het is een kenmerkende gezindheid die eigen is aan antichristen. Is er een passend woord om deze uiting samen te vatten? Ja – ‘weerstaan’. Wie er ook komt, ze weerstaan hen; en vergeet het maar dat ze het toezicht en de navraag van de broeders en zusters en van gewone mensen aanvaarden – ze aanvaarden zelfs Gods nauwkeurig onderzoek niet. Is dat geen weerstand? (Dat is het.) En de vierde uiting. (Ze pretenderen de belichaming van de waarheid te zijn zodra ze een beetje ervaring en kennis hebben opgedaan en wat lessen hebben geleerd.) We vatten deze samen met een passend woord: ‘pretenderen’. Pretenderen is ernstiger dan veinzen. De fundamentele, kenmerkende gedragingen, manieren van doen en gezindheden die verband houden met punt acht zijn allemaal te vinden binnen deze vier uitingen. Het bepalende kenmerk van de eerste uiting is ‘solo’. Ze werken met niemand samen, maar willen alleen handelen. Ze gehoorzamen niemand behalve zichzelf en ze laten anderen alleen hen gehoorzamen, niemand anders. Het is op hun manier of helemaal niet. Het bepalende kenmerk van de tweede uiting is ‘beheersen’. Ze willen mensen beheersen, en ze zullen een verscheidenheid aan middelen gebruiken om jou, je gedachten, je manieren van doen, je hart en je opvattingen te beheersen. Ze communiceren de waarheid niet met jou. Ze zorgen er niet voor dat je de waarheidsprincipes begrijpt, en ze zorgen er niet voor dat je Gods bedoelingen begrijpt. Ze willen je beheersen voor hun eigen gebruik, zodat je voor hen spreekt, dingen voor hen doet en voor hen arbeidt, zodat je hen verheft en van hen getuigt. Ze willen je beheersen als hun slaaf, hun marionet. Het bepalende kenmerk van de derde uiting is ‘weerstaan’, wat betekent alles weerstaan. Ze weerstaan alles wat onderscheidingsvermogen ten opzichte van, of toezicht op hun werk en spreken kan vormen, of het kan bedreigen, volledig. Het bepalende kenmerk van de vierde uiting is ‘pretenderen’ – wat pretenderen ze te zijn? Ze pretenderen de belichaming van de waarheid te zijn, wat betekent dat ze van mensen eisen dat ze onthouden wat ze zeggen en wat ze doen, en het zelfs in hun notitieboekjes opschrijven. Ze zeggen: “Hoe kan het voldoende zijn om het alleen maar in je hoofd te onthouden? Jullie moeten het in jullie notitieboekje schrijven. Niemand van jullie begrijpt wat ik zeg – het is heel diepzinnige materie!” Waar zien ze hun woorden voor aan? De waarheid. Nu gaan we er een voor een over communiceren.

I. Een ontleding van het onvermogen van antichristen om met wie dan ook samen te werken

Het eerste punt is dat antichristen niet in staat zijn met wie dan ook samen te werken. Dit is de eerste uiting van het feit dat antichristen willen dat anderen zich alleen aan hen onderwerpen, niet aan de waarheid of aan God. Ze kunnen met niemand samenwerken – dat ‘niemand’ omvat iedereen. Of hun persoonlijkheden nu verenigbaar zijn met die van iemand anders of niet, en wat de omstandigheden ook zijn, ze kunnen gewoon niet samenwerken. Dit is geen kwestie van een gewone onthulling van verdorvenheid – het is een probleem in hun aard. Sommigen zeggen: “Er zijn bepaalde mensen wier persoonlijkheden onverenigbaar zijn met de mijne, en daarom kan ik niet met hen samenwerken.” Dat is geen simpele kwestie van persoonlijkheden, maar een van een verdorven gezindheid. Een verdorven gezindheid hebben is de gezindheid van een antichrist hebben, maar dat betekent niet dat men de essentie van een antichrist heeft. Als iemand de waarheid kan zoeken, en zich kan onderwerpen aan wat anderen zeggen, wie ze ook mogen zijn, zolang het overeenstemt met de waarheid, zal het voor die persoon dan niet gemakkelijk zijn om een harmonieuze samenwerking met anderen te bereiken? (Ja.) Het is gemakkelijk voor mensen die zich aan de waarheid kunnen onderwerpen om met anderen samen te werken; mensen die zich niet aan de waarheid kunnen onderwerpen, kunnen met niemand samenwerken. Sommige mensen zijn bijvoorbeeld heel arrogant en zelfgenoegzaam. Ze aanvaarden de waarheid totaal niet, en ze kunnen met niemand harmonieus samenwerken. Dit is een ernstig probleem – ze hebben de aard van een antichrist, en ze kunnen zich niet onderwerpen aan de waarheid of aan God. Mensen hebben een verdorven gezindheid: als ze de waarheid kunnen aanvaarden, zal het gemakkelijk voor hen zijn om gered te worden; maar als ze de aard van een antichrist hebben en de waarheid niet kunnen aanvaarden, zitten ze in de problemen – het zal niet makkelijk voor hen zijn gered te worden. Veel antichristen zijn voornamelijk ontmaskerd omdat ze niet in staat waren om met wie dan ook samen te werken en altijd dictatoriaal handelden. Is dat een onthulling van een verdorven gezindheid, of is het de aard-essentie van een antichrist? Niet in staat zijn met wie dan ook samen te werken – wat voor probleem is dat? Wat heeft het te maken met het feit dat ze willen dat anderen zich alleen aan hen onderwerpen, niet aan de waarheid of aan God? Als we duidelijk over dit punt zouden communiceren, zouden jullie kunnen zien dat degenen met de aard-essentie van een antichrist niet in staat zijn met wie dan ook samen te werken, dat hun wegen zich zullen scheiden van met wie ze ook maar samenwerken, en dat ze zelfs verbitterde rivalen zullen worden. Oppervlakkig gezien lijkt het misschien alsof sommige antichristen assistenten of partners hebben, maar feit is dat wanneer er iets gebeurt, antichristen nooit luisteren naar wat anderen te zeggen hebben, hoezeer ze ook gelijk kunnen hebben. Ze houden er niet eens rekening mee, laat staan dat ze erover discussiëren of communiceren. Ze schenken er helemaal geen aandacht aan, alsof anderen er net zo goed niet zouden kunnen zijn. Wanneer antichristen luisteren naar wat anderen te zeggen hebben, doen ze dat slechts voor de vorm of voeren ze een toneelstukje op dat anderen kunnen aanschouwen. Maar wanneer het uiteindelijk tijd is voor de definitieve beslissing, zijn het de antichristen die de dienst uitmaken; de woorden van wie dan ook zijn verspilde moeite, ze tellen helemaal niet mee. Wanneer bijvoorbeeld twee mensen verantwoordelijk zijn voor iets, en een van hen heeft de essentie van een antichrist, wat komt er dan in deze persoon tot uiting? Wat het ook is, hij en hij alleen is degene die de bal aan het rollen brengt, die de vragen stelt, die de zaken uitzoekt en die met een oplossing komt. En meestal houdt hij zijn partner volledig in het ongewisse. Wat is zijn partner in zijn ogen? Niet zijn plaatsvervanger, maar gewoon decoratie. In de ogen van de antichrist bestaat zijn partner gewoon niet. Telkens wanneer er een probleem is, denkt de antichrist erover na, en zodra hij een handelwijze heeft bepaald, informeert hij alle anderen dat het zo moet worden gedaan, en niemand mag het in twijfel trekken. Wat is de essentie van zijn samenwerking met anderen? In wezen komt het erop neer dat hij het laatste woord heeft, hij problemen nooit met anderen bespreekt, de volledige verantwoordelijkheid voor het werk neemt en zijn partners tot decoratie degradeert. Hij handelt altijd alleen en werkt nooit met iemand samen. Hij bespreekt of communiceert nooit met iemand anders over zijn werk, hij neemt vaak alleen beslissingen en handelt kwesties alleen af, en bij veel dingen komen andere mensen er pas achter hoe dingen zijn afgerond of afgehandeld nadat de daad is verricht. Andere mensen zeggen tegen hem: “Alle problemen moeten met ons worden besproken. Wanneer heb je die persoon aangepakt? Hoe heb je hem aangepakt? Hoe wisten wij daar niets van?” Hij geeft geen uitleg en schenkt er geen aandacht aan; voor hem hebben zijn partners totaal geen nut en zijn ze slechts decoratie. Wanneer er iets gebeurt, denkt hij erover na, neemt zijn eigen besluit en handelt zoals hij wil. Hoeveel mensen er ook om hem heen zijn, het is alsof deze mensen er niet zijn. Voor de antichrist kunnen ze net zo goed lucht zijn. Is, gezien dit alles, er ook maar iets wezenlijk aan zijn samenwerking met anderen? Helemaal niets, hij doet het slechts voor de vorm en speelt een rol. Anderen zeggen tegen hem: “Waarom communiceer je niet met alle anderen wanneer je een probleem tegenkomt?” Hij antwoordt: “Wat weten zij nou? Ik ben de teamleider, het is aan mij om te beslissen.” De anderen zeggen: “En waarom heb je niet met je partner gecommuniceerd?” Hij antwoordt: “Ik heb het hem verteld, hij had geen mening.” Hij gebruikt het feit dat andere mensen geen mening hebben of niet voor zichzelf kunnen denken als excuus om te verdoezelen dat hij zijn eigen gang gaat. En dit wordt niet gevolgd door de geringste zelfreflectie. Het zou voor dit soort persoon onmogelijk zijn om de waarheid te aanvaarden. Dit is een probleem met de aard van de antichrist.

Hoe moet de term ‘samenwerking’ worden uitgelegd en beoefend? (Dingen bespreken wanneer ze zich voordoen.) Ja, dat is één manier om het te beoefenen. Wat nog meer? (Elkaars zwakheden compenseren met elkaars sterke punten, toezicht op elkaar houden.) Dat klopt helemaal; zo beoefenen is harmonieus samenwerken. Is er meer? De mening van de ander vragen wanneer er dingen gebeuren – is dat geen samenwerking? (Ja.) Als de ene persoon zijn mening communiceert, en de andere de zijne, maar ze tenslotte gewoon de communicatie van de eerste persoon volgen, waarom zouden ze dan voor de vorm naar elkaars mening luisteren? Dat is geen samenwerking – het is in strijd met de principes, en het levert niet de resultaten op die samenwerking biedt. Als je maar door blijft praten, als een machinegeweer, en anderen die willen spreken de kans niet geeft, en niet naar anderen luistert, zelfs niet nadat je al je eigen ideeën naar voren hebt gebracht, is dat dan discussie? Is dat communicatie? Dat is slechts voor de vorm – het is geen samenwerking. Wat is samenwerking dan wel? Het is wanneer jij, nadat je je ideeën en beslissingen naar voren hebt gebracht, de meningen en opvattingen van de ander kunt vragen, en vervolgens jouw en zijn uitspraken en opvattingen met elkaar vergelijkt en tegen elkaar afweegt, waarbij een paar mensen samen hun onderscheidingsvermogen erop uitoefenen en de principes zoeken, en zo tot een gemeenschappelijk begrip komen en het juiste beoefeningspad bepalen. Dat is wat het betekent om te discussiëren en te communiceren – dat is wat ‘samenwerking’ betekent. Sommige mensen kunnen als leiders een bepaalde zaak niet doorzien, maar zullen die niet met anderen bespreken totdat ze geen andere opties meer hebben. Ze zeggen dan tegen de groep: “Ik kan deze zaak niet autocratisch afhandelen; ik moet harmonieus met iedereen samenwerken. Ik zal jullie allemaal je mening erover laten uiten en erover laten discussiëren om te bepalen wat voor ons de juiste keuze is.” Nadat iedereen heeft gesproken en zijn zegje heeft gedaan, vragen ze de leider wat hij ervan vindt. Hij zegt: “Ik sluit me aan bij wat iedereen wil – ik dacht hetzelfde. Het is wat ik vanaf het begin van plan was te doen, en met deze discussie is unanimiteit gegarandeerd.” Is dit een eerlijke opmerking? Er zit een bijsmaak aan. Hij kan de zaak helemaal niet doorzien, en wat hij zegt heeft de bedoeling om mensen te misleiden en te bedriegen – het is bedoeld om mensen hem te laten hoogachten. Dat hij naar ieders mening vraagt is slechts een formaliteit, bedoeld om iedereen te laten zeggen dat hij niet dictatoriaal of autocratisch is. Om dat label te vermijden, gebruikt hij deze methode om dingen te verdoezelen. Feit is dat terwijl iedereen praat, hij helemaal niet luistert en wat ze zeggen helemaal niet ter harte neemt. En wanneer hij iedereen laat spreken, is dat ook niet oprecht. Oppervlakkig gezien laat hij iedereen communiceren en een discussie voeren, maar in werkelijkheid laat hij iedereen alleen maar praten om een methode te vinden die overeenkomt met zijn eigen bedoelingen. En zodra hij de geschikte manier heeft bepaald om de zaak aan te pakken, zal hij mensen dwingen te aanvaarden wat hij van plan is te doen, of het nu correct is of niet, en laat hij iedereen denken dat zijn manier juist is, dat dat het is wat iedereen van plan is. Uiteindelijk voert hij het met geweld uit. Is dat wat je samenwerking zou noemen? Nee – hoe zou je het dan noemen? Hij gedraagt zich dictatoriaal. Of hij nu gelijk heeft of ongelijk, hij wil het enige en laatste woord hebben. Bovendien laat hij, wanneer er iets gebeurt en hij het niet kan doorzien, eerst alle anderen spreken. Zodra ze dat hebben gedaan, vat hij hun opvattingen samen en zoekt daarin naar een methode die hij prettig vindt en geschikt acht, en zorgt ervoor dat iedereen die aanvaardt. Hij doet alsof hij samenwerkt, maar het resultaat is dat hij nog altijd doet wat hij van plan is – hij is nog steeds degene met het enige en laatste woord. Hij vindt fouten en prikt gaten in wat iedereen zegt, geeft commentaar en zet de toon, en synthetiseert vervolgens dit alles tot één volledige, nauwkeurige verklaring, waarmee hij zijn beslissing neemt, en laat iedereen zien dat hij verhevener is dan anderen. Van buitenaf lijkt het alsof hij naar ieders boodschappen heeft geluisterd en hij iedereen heeft laat praten. Het feit is echter dat uiteindelijk hij alleen de beslissing neemt. De beslissing bestaat in feite uit ieders inzichten en opvattingen, die alleen door hem zijn samengevat en op een iets completere en nauwkeurigere manier verwoord. Sommige mensen kunnen dit niet doorzien en denken dus dat hij degene is die verheven is. Wat is het karakter van een dergelijke handeling van zijn kant? Is het niet een extreme sluwheid? Hij vat ieders boodschappen samen en verkondigt ze als de zijne, zodat mensen hem aanbidden en gehoorzamen; en uiteindelijk handelt iedereen zoals hij wil. Is dat harmonieuze samenwerking? Het is arrogantie en zelfgenoegzaamheid, dictatuur – hij strijkt zelf alle eer op. Zulke mensen zijn zo onoprecht, zo arrogant en zelfgenoegzaam in de samenwerking met anderen, en mensen zullen dat na verloop van tijd inzien. Sommigen zullen zeggen: “Jij zegt dat ik niet in staat ben met wie dan ook samen te werken – nou, ik heb wel een partner! Die werkt goed met mij samen: hij gaat waar ik ga, doet wat ik doe; hij gaat waar ik hem ook maar naartoe stuur, doet wat ik hem ook maar laat doen, op welke manier ik het hem het ook maar laat doen.” Is dat wat samenwerking betekent? Nee. Dat heet een loopjongen zijn. Een loopjongen doet wat jij hem opdraagt – is dat samenwerking? Het is duidelijk dat hij een lakei is, zonder ideeën of opvattingen, laat staan een eigen mening. En bovendien is zijn denken dat van een allemansvriend. Hij is niet nauwgezet in alles wat hij doet, maar doet het plichtmatig voor de vorm, en hij handhaaft de belangen van Gods huis niet. Welk doel zou een dergelijke samenwerking kunnen dienen? Met wie hij ook samenwerkt, hij doet gewoon wat diegene opdraagt, hij is altijd een lakei. Hij gehoorzaamt wat anderen zeggen en doet wat anderen hem laten doen. Dat is geen samenwerking. Wat is samenwerking dan wel? Je moet dingen met elkaar kunnen bespreken, en je opvattingen en meningen kunnen uiten; je moet elkaar aanvullen en toezicht op elkaar houden, elkaar om advies vragen, navraag bij elkaar doen en elkaar aansporen. Dat is wat het is om harmonieus samen te werken. Stel bijvoorbeeld dat je iets naar eigen wil hebt afgehandeld, en iemand zei: “Je hebt het verkeerd gedaan, volledig tegen de principes in. Waarom heb je het aangepakt zoals je wilde, zonder de waarheid te zoeken?” Hierop zeg je: “Dat klopt – ik ben blij dat je me hebt gewaarschuwd! Als je dat niet had gedaan, zou het op een ramp zijn uitgelopen!” Dat betekent elkaar aansporen. Wat betekent het dan om toezicht op elkaar te houden? Iedereen heeft een verdorven gezindheid en kan plichtmatig zijn plicht vervullen, waarbij je alleen je eigen status en trots beschermt, niet de belangen van Gods huis. Zulke gesteldheden zijn er in ieder mens. Als je verneemt dat iemand een probleem heeft, moet je het initiatief nemen om met hem te communiceren, hem eraan herinneren zijn plicht volgens de principes te vervullen, terwijl je het tegelijk als een waarschuwing voor jezelf laat gelden. Dat is wederzijds toezicht. Welke functie heeft wederzijds toezicht? Het is bedoeld om de belangen van Gods huis te beschermen, en ook om te voorkomen dat mensen de verkeerde weg inslaan. Samenwerking heeft nog een andere functie, naast elkaar aansporen en toezicht op elkaar houden: navraag bij elkaar doen. Wanneer je bijvoorbeeld een persoon wilt aanpakken, moet met je partner communiceren en navraag bij hem doen: “Ik ben dit soort dingen nog niet eerder tegengekomen. Ik weet niet hoe ik het moet aanpakken. Wat is een goede manier om het aan te pakken? Ik kom er gewoon niet uit!” Hij zegt: “Ik heb eerder zulke problemen aangepakt. De context was die keer een beetje anders dan in het geval van deze persoon; als we dit op dezelfde manier zouden aanpakken, lijkt het enigszins of we de regels volgen. Ik weet nu ook geen goede manier om dit aan te pakken.” Jij zegt: “Ik heb een idee dat ik aan je wil voorleggen. Deze persoon lijkt kwaadaardig als je naar zijn karakter kijkt, maar we kunnen het voorlopig niet zeker weten. Hij kan echter arbeiden, dus laat hem dat voorlopig doen. Als hij niet kan arbeiden, en dingen blijft hinderen en verstoren, zullen we hem aanpakken.” Hij luistert hiernaar en zegt: “Dat is een prima manier. Het is aan de voorzichtige kant en volledig in overeenstemming met de principes, en het is noch onderdrukkend, noch vormt het een uitlaatklep voor persoonlijke woede. Laten we het dan zo aanpakken.” Jullie twee hebben door discussie een consensus bereikt. Het werk dat op die manier wordt gedaan, verloopt soepel. Stel dat jullie twee niet samenwerken en dingen niet bespreken, en wanneer je partner niet weet hoe hij iets moet aanpakken, het op jou afschuift en daarbij denkt: pak het maar aan zoals je wilt. In elk geval is het dan jouw verantwoordelijkheid als er iets misgaat – ik zal die niet met je delen. Je kunt zien dat je partner handelt vanuit een onwil om verantwoordelijkheid te nemen, maar je wijst hem daar niet op en handelt overhaast naar eigen goeddunken en denkt: wil je de verantwoordelijkheid niet nemen? Wil je het mij laten aanpakken? Prima, dan pak ik het wel aan – ik zal hem verdrijven. Jullie twee zijn niet eensgezind; ieder heeft zijn eigen invalshoek – en als gevolg daarvan wordt de zaak lukraak afgehandeld, in strijd met de principes, en wordt een persoon die in staat is te arbeiden willekeurig verwijderd. Is dat harmonieuze samenwerking? Harmonieuze samenwerking is de enige manier om positieve resultaten te bereiken. Als de ene persoon geen verantwoordelijkheid wil nemen en de andere willekeurig wil handelen, is dat hetzelfde als dat ze niet samenwerken. Ze handelen beiden naar eigen goeddunken. Hoe zou een dergelijke plichtsvervulling aan de norm kunnen voldoen?

Wanneer er tijdens de samenwerking iets opkomt, moeten jullie navraag bij elkaar doen en dingen met elkaar bespreken. Kunnen antichristen op deze manier praktiseren? Antichristen zijn niet in staat met wie dan ook samen te werken; ze willen altijd een alleenheerschappij vestigen. Het kenmerk van deze uiting is ‘solo’. Waarom het woord ‘solo’ gebruiken om het te beschrijven? Omdat ze, voordat ze actie ondernemen, niet in gebed voor God komen, noch de waarheidsprincipes zoeken, laat staan dat ze iemand vinden om mee te communiceren en tegen hem zeggen: “Is dit een passende handelwijze? Wat bepalen de werkregelingen? Hoe moeten dit soort dingen worden aangepakt?” Ze bespreken nooit dingen en proberen nooit een consensus te bereiken met hun medewerkers en partners – ze overwegen dingen gewoon bij zichzelf en smeden in hun eentje plannen, ze maken hun eigen plannen en regelingen. Nadat ze de werkregelingen van Gods huis vluchtig hebben doorgelezen, denken ze dat ze die hebben begrepen. Vervolgens regelen ze blindelings het werk – en tegen de tijd dat anderen ervan weten, is het werk al geregeld. Het is voor niemand mogelijk om hun opvattingen of meningen van tevoren uit hun eigen mond te horen, aangezien ze de gedachten en opvattingen die ze koesteren nooit met iemand communiceren. Iemand vraagt misschien: “Hebben niet alle leiders en werkers partners?” Ze hebben misschien in naam iemand als partner, maar wanneer het tijd is om werk uit te voeren, hebben ze die niet meer – ze opereren solo. Hoewel leiders en werkers partners hebben, en iedereen die een plicht vervult partners heeft, geloven antichristen dat ze een goed kaliber hebben en beter zijn dan gewone mensen. Gewone mensen zijn het dus niet waard hun partners te zijn, ze zijn allemaal minderwaardig aan hen. Daarom maken antichristen graag de dienst uit en bespreken ze dingen niet graag met anderen. Ze denken dat ze overkomen als een incompetente nietsnut als ze dit doen. Wat voor soort opvatting is dit? Wat voor soort gezindheid is dit? Is dit een arrogante gezindheid? Ze denken dat samenwerken en dingen bespreken met anderen, navraag bij hen doen en hen om advies te vragen, onwaardig en vernederend is, een belediging voor hun zelfrespect. Ze staan dus om hun zelfrespect te beschermen niet toe dat alles wat ze doen transparant is, noch vertellen ze anderen erover, laat staan dat ze het met hen bespreken. Ze denken dat discussiëren met anderen betekent dat ze incompetent overkomen; dat het betekent dat ze dom zijn en niet in staat zijn voor zichzelf te denken als ze altijd naar de mening van anderen vragen; dat samenwerken met anderen bij het uitvoeren van een taak of het oplossen van een probleem hen nutteloos doet lijken. Is dit niet hun arrogante en absurde mentaliteit? Is dit niet hun verdorven gezindheid? De arrogantie en zelfgenoegzaamheid in hen is te duidelijk; ze hebben alle normale menselijke verstand verloren en ze zijn niet helemaal goed bij hun hoofd. Ze denken altijd dat ze bekwaamheden hebben, dingen zelf kunnen afmaken en niet met anderen hoeven samen te werken. Aangezien ze zulke verdorven gezindheden hebben, zijn ze niet in staat tot een harmonieuze samenwerking te komen. Ze geloven dat samenwerken met anderen hun macht verwatert en versnippert, dat wanneer werk met anderen wordt gedeeld, hun eigen macht vermindert en ze niet alles zelf kunnen beslissen, wat betekent dat ze geen werkelijke macht hebben, wat voor hen een enorm verlies is. En dus zullen ze, als ze geloven dat ze het begrijpen en dat ze de juiste manier kennen om het aan te pakken, het met niemand anders bespreken en zullen ze alle beslissingen nemen, wat er ook met hen gebeurt. Ze maken liever fouten dan dat ze het andere mensen laten weten, ze hebben liever ongelijk dan dat ze de macht met iemand anders delen, en ze worden liever ontheven van hun functie dan dat ze andere mensen in hun werk laten ingrijpen. Dit is een antichrist. Ze zouden liever de belangen van Gods huis schaden, liever de belangen van Gods huis op het spel zetten, dan hun macht met iemand anders delen. Ze denken dat wanneer ze een bepaalde werkzaamheid verrichten, of een bepaalde zaak afhandelen, dit niet het vervullen van een plicht is, maar veeleer een kans om zichzelf te etaleren en zich van anderen te onderscheiden, een kans om macht uit te oefenen. Daarom, hoewel ze zeggen dat ze harmonieus met anderen zullen samenwerken en dat ze zaken samen met anderen zullen bespreken wanneer die zich voordoen, is de waarheid dat ze in het diepst van hun hart niet bereid zijn hun macht of status op te geven. Ze denken dat zolang ze enkele doctrines begrijpen en in staat zijn het zelf te doen, ze met niemand anders hoeven samen te werken; ze denken dat ze het alleen moeten uitvoeren en voltooien, en dat alleen dit hen competent maakt. Is deze opvatting juist? Ze weten niet dat als ze principes schenden, ze hun plichten niet vervullen, ze niet in staat zijn Gods opdracht uit te voeren, en ze slechts arbeiden. In plaats van de waarheidsprincipes te zoeken bij het vervullen van hun plicht, oefenen ze macht uit volgens hun eigen gedachten en bedoelingen, sloven ze zich uit en pronken ze met zichzelf. Wie hun partner ook is of wat ze ook doen, ze willen nooit dingen bespreken, ze willen altijd alleen handelen en ze willen altijd het laatste woord hebben. Ze spelen duidelijk met macht en gebruiken macht om dingen te doen. Antichristen houden allemaal van macht, en wanneer ze status hebben, willen ze meer macht. Wanneer ze macht bezitten, zijn antichristen geneigd hun status te gebruiken om op te scheppen en met zichzelf te pronken, om anderen tegen hen te laten opkijken en hun doel, zich boven de massa te verheffen, te bereiken. Zo fixeren de antichristen zich op macht en status, en zullen ze hun macht nooit, maar dan ook nooit opgeven. Welke plicht ze ook doen, welk gebied van professionele knowhow het ook betreft, ze zullen doen alsof ze er verstand van hebben, zelfs wanneer het duidelijk is dat ze dat niet hebben. En als iemand hen ervan zou beschuldigen het niet te begrijpen en slechts te doen alsof, zullen ze zeggen: “Ook al zou ik nu pas beginnen dit te bestuderen, dan zou ik het nog beter begrijpen dan jij. Het is gewoon een kwestie van online wat bronnen opzoeken, nietwaar?” Zo arrogant en zelfgenoegzaam zijn antichristen. Ze beschouwen alles als een eenvoudige zaak, en ze zouden het aandurven om het volledig en alleen op zich te nemen. En als gevolg daarvan, wanneer de Boven het werk controleert en vraagt hoe de zaak vordert, zeggen ze dat het min of meer geregeld is. Feit is dat ze solo hebben geopereerd, dingen met niemand hebben besproken – ze hebben alles zelf beslist. Als je hun vraagt: “Volg je principes bij de manier waarop je handelt?”, zullen ze een hele reeks theorieën opdissen om te bewijzen dat wat ze doen juist is en in overeenstemming met de principes. In werkelijkheid is hun denken verwrongen en foutief. Ze hebben dingen helemaal niet met anderen besproken, maar hebben altijd het laatste woord gehad en de beslissingen zelf genomen. Beslissingen die door één persoon worden genomen, bevatten meestal afwijkingen. Wat voor gezindheid is dit dus dat ze zichzelf juist en accuraat achten? Het is een duidelijke gezindheid van arrogantie. Ze hebben een arrogante gezindheid, en daarom zijn ze dictatoriaal – daarom gaan ze onbelemmerd hun gang en doen ze slechte dingen. Het is autocratie – een monopolie. Dit is de gezindheid van antichristen. Ze zijn nooit bereid met wie dan ook samen te werken, maar vinden het overbodig, onnodig. Ze denken altijd dat ze beter zijn dan anderen, dat niemand anders zich met hen kan meten. Daarom hebben antichristen in hun hart geen wens of wil om met anderen samen te werken. Ze willen dat hun woord wet is; ze willen een monopolie. Pas dan voelen ze vreugde – pas dan kunnen ze hun superioriteit demonstreren, waardoor anderen onder de indruk raken en hen aanbidden.

Er is nog een ander aspect, namelijk dat antichristen altijd absolute macht willen hebben, het exclusieve en laatste woord. Dit aspect van hun gezindheid maakt het hen ook onmogelijk om met anderen samen te werken. Als je hen vraagt of ze bereid zijn om samen te werken, zeggen ze van wel, maar als het erop aankomt, kunnen ze het niet. Dit is hun gezindheid. Waarom kunnen ze het niet? Stel dat een antichrist assistent-teamleider zou zijn en iemand anders de teamleider, dan zou die persoon met de aard-essentie van een antichrist van assistent-teamleider teamleider worden en de teamleider zou dan zijn assistent zijn. Ze zouden de rollen omdraaien. Hoe zouden ze dit bereiken? Ze hebben vele technieken. Een element van hun technieken is dat ze de momenten aangrijpen waarop ze in het bijzijn van de broeders en zusters handelen – de momenten waarop vrijwel iedereen hen kan zien – om veel te spreken en te handelen en zichzelf te profileren, om te zorgen dat mensen hen hoogachten en erkennen dat ze veel beter zijn dan de teamleider, en dat ze de teamleider hebben overtroffen. Na verloop van tijd komen de broeders en zusters ertoe te zeggen dat de teamleider niet zo goed is als de assistent-teamleider. De antichrist is verheugd dit te horen; hij denkt: ‘Eindelijk geven ze toe dat ik beter ben dan de teamleider. Ik heb mijn doel bereikt.’ Welke verantwoordelijkheden en verplichtingen moet een assistent-teamleider onder normale omstandigheden vervullen? Ze moeten met de teamleider samenwerken bij het uitvoeren en implementeren van het door de kerk geregelde werk, en zaken bij de teamleider aankaarten, hem aansporen en op hem toezien – en samen met hem en in overleg met hem handelen. De teamleider moet de primaire leidende rol spelen; de assistent-teamleider moet hem bijstaan en met hem samenwerken om ervoor te zorgen dat elk werkproject goed wordt uitgevoerd. Ze moeten de boel niet alleen niet saboteren, alles moet in samenwerking met de teamleider gebeuren, zodat het werk dat gedaan moet worden goed wordt gedaan. Als de handelingen van de teamleider de principes schenden, moet de assistent-teamleider hem daarop aanspreken, hem helpen en de fout corrigeren. En bij alles wat de teamleider goed en wel doet en wat in overeenstemming is met de waarheidsprincipes, moet de assistent-teamleider hem ondersteunen en bijspringen, en zich hier volledig voor inzetten, en één van hart en ziel zijn met de teamleider om het werk goed te doen. Als er een probleem optreedt, of als er een wordt ontdekt, moeten ze met z’n tweeën de oplossing ervan bespreken. Soms moeten er twee dingen tegelijk worden gedaan; zodra ze het met z’n tweeën hebben besproken, moet ieder zijn eigen werk afzonderlijk goed afhandelen. Dat is samenwerking – harmonieuze samenwerking. Werken antichristen op deze manier met anderen samen? Absoluut niet. Als een antichrist als assistent-teamleider dient, is hij erop uit om van positie te wisselen met de teamleider, om van de teamleider de assistent te maken en van de assistent de teamleider, en zo de leiding te nemen. Ze bevelen de teamleider dit en dat te doen, en tonen iedereen dat ze veel beter zijn dan de teamleider, dat ze geschikt zijn om de teamleider te zijn. Op deze manier neemt hun prestige onder anderen toe, en worden ze vervolgens vanzelfsprekend tot teamleider gekozen. Ze zetten de teamleider opzettelijk voor gek en laten hem gezichtsverlies lijden, zodat anderen op hem neerkijken. Vervolgens bespotten en hekelen ze de teamleider met hun woorden, en ontmaskeren en kleineren ze hem. Beetje bij beetje wordt het verschil tussen de twee steeds groter, en de plaats die ze in de harten van de mensen innemen verschilt steeds meer. Antichristen worden uiteindelijk dus teamleiders – ze hebben de mensen voor zich gewonnen. Kunnen ze met een dergelijke gezindheid vervolgens harmonieus met anderen samenwerken? Nee. In welke omgeving ze zich ook bevinden, ze willen de spil zijn, een monopolie hebben, de macht in eigen handen houden. Wat je titel ook is, hoofd of assistent, een grote of een kleine, status en macht moeten, zoals zij het zien, vroeg of laat alleen hen ten deel vallen. Wie er ook een plicht met hen vervult, of een werkproject met hen doet, of zelfs een kwestie met hen bediscussieert, ze blijven eenlingen die op eigen houtje handelen. Ze werken met niemand samen. Niemand mag hetzelfde prestige of dezelfde titel hebben als zij, noch dezelfde bekwaamheid of reputatie. Zodra iemand hen overtreft en hun status bedreigt, zullen ze proberen de situatie te keren, met alle middelen die tot hun beschikking staan. Iedereen bespreekt bijvoorbeeld een zaak, en wanneer de discussie op het punt staat een resultaat op te leveren, zullen ze dit in een oogopslag begrijpen en weten wat er moet gebeuren. Ze zullen zeggen: “Is dit echt zo moeilijk om af te handelen? Moet hier nog zo over worden gediscussieerd? Niets van wat jullie zeggen, zal werken!” En ze zullen een nieuwe theorie of een hoogdravend idee aandragen waar niemand aan had gedacht, en uiteindelijk ieders opvattingen weerleggen. Zodra ze dat hebben gedaan, zal het de mensen doen denken: ‘Ze staan inderdaad op een hoog niveau; hoe komt het dat wij daar niet aan hebben gedacht? Wij zijn slechts onwetend gepeupel. Dat is niet goed – we hebben jou aan het roer nodig!’ Dat is het resultaat dat de antichrist wil; ze strooien altijd met hoogdravende ideeën, zodat ze als een unieke figuur naar voren kunnen komen en de achting van anderen kunnen winnen. En welke indruk krijgen de mensen uiteindelijk van hen? Dat hun ideeën boven die van gewone mensen uitstijgen, hoger verheven dan die van gewone mensen. Hoe hoog verheven? Als zij er niet zijn, kan de groep geen knoop doorhakken of iets afronden, er moet dus gewacht worden tot zij komen en iets zeggen. Zodra ze dat hebben gedaan, bewondert iedereen hen, en zelfs als wat ze zeggen foutief en absurd is, zegt iedereen nog steeds dat het verheven is. Misleiden ze de mensen hier niet mee? Waarom kunnen ze dus met niemand samenwerken? Ze denken: ‘Samenwerken met mensen is mezelf op hetzelfde niveau plaatsen als hen. Kunnen er twee kapiteins op een schip zijn? Er kan maar één koning in het land zijn, en dat koningschap gaat naar wie het kan behouden – en dat is iets wat een capabel persoon als ik kan doen. Jullie zijn allemaal niet zo helder van geest; jullie kaliber is armzalig en jullie zijn timide. Bovendien hebben jullie in de wereld geen mensen bedrogen of voor de gek gehouden – jullie zijn alleen maar door anderen voor de gek gehouden. Alleen ik ben gekwalificeerd om hier de leider te zijn!’ Bij hen worden slechte dingen dus goede dingen. Ze pronken met deze slechte eigenschappen van hen – is dat niet schaamteloos? Waarom zeggen ze deze dingen? En wat is het doel van hun gedrag? Het is om de leider te zijn, om de ereplaats in te nemen, ongeacht hoe groot de groep mensen is waarin ze zich bevinden. Is dat niet hun bedoeling? (Jawel.) Dus bedenken ze allerlei manieren om iedereen te kleineren, te vernederen en te bespotten, en komen dan met hun eigen hoogdravende ideeën om iedereen te overtuigen en iedereen te laten doen wat zij zeggen. Is dat samenwerking? Nee – wat is het dan? Dit komt overeen met punt acht waar we het over hebben: ze willen dat anderen zich alleen aan hen onderwerpen, niet aan de waarheid of aan God. Dit heeft betrekking op samenwerking. Kunnen antichristen – wat ze ook doen, in hun taal of in hun handelingen – hun plicht in samenwerking met anderen vervullen? (Nee.) Ze werken niet samen, maar eisen alleen dat anderen zich voegen naar hun uitspraken en handelingen. Kunnen ze dan advies van anderen aannemen? Zeker niet. Welk advies anderen hun ook mogen geven, ze staan er redelijk onverschillig tegenover. Ze vragen niet naar details of redenen, noch vragen ze hoe de dingen werkelijk moeten worden aangepakt, laat staan dat ze de waarheidsprincipes zoeken. Erger nog, ze vragen het Mij zelfs niet wanneer Ik voor hen sta – ze behandelen Mij als lucht. Ik vraag hun of ze een probleem hebben, en ze zeggen nee. Het is duidelijk dat ze niet weten wat ze moeten doen met iets wat zojuist is gebeurd, maar ze vragen het Mij niet, hoewel Ik daar voor hen sta. Kunnen ze dan wel met iemand anders samenwerken? Niemand is gekwalificeerd om hun partner te zijn, alleen maar hun slaaf en loopjongen. Is dat niet zo? Sommigen van hen hebben misschien partners, maar in feite zijn die partners van hen hun loopjongens, hun marionetten. Ze zeggen: “Ga hierheen”, en hun partner doet het; “Ga daarheen”, en hun partner doet het; hun partner weet wat ze willen dat ze weten, en wat betreft datgene wat ze niet willen dat ze weten, daar durven ze niet eens naar te vragen. Hun woord is wet. Iemand kan tegen hen zeggen: “Dit kan niet. Er zijn sommige dingen waar je niet alleen de leiding over kunt hebben. Je moet iemand vinden om mee samen te werken, iemand die op je toeziet. Bovendien was er in het verleden werk dat je niet zo goed hebt aangepakt. Je moet iemand van kaliber vinden, met het vermogen om het werk te doen, om met je samen te werken en je te helpen – je moet het werk van de kerk en de belangen van Gods huis veiligstellen!” Wat zullen ze daarop zeggen? “Als je mijn partner ontslaat, is er niemand anders die geschikt is om met mij samen te werken.” Wat zeggen ze hier? Is het dat ze geen partner zullen hebben, of dat ze dat soort loopjongen en slaaf niet kunnen vinden? Ze zijn bang dat ze niet zo’n slaaf of loopjongen zullen kunnen vinden, zo’n ‘partner’ die alleen maar hun bevelen opvolgt. Hoe zouden jullie zeggen dat deze uitdaging die ze opwerpen moet worden opgelost? Je kunt zeggen: “Oh, je kunt geen partner vinden? Dan hoef je niet aan dit project te werken – wie een partner heeft, kan het in jouw plaats doen.” Is het probleem zo niet opgelost? Als niemand geschikt is om met je samen te werken en niemand met je kan samenwerken, wat voor wezen ben je dan? Je bent een monster, een freak. Degenen die werkelijk verstand hebben, zijn op zijn minst in staat om met de gemiddelde persoon samen te werken, tenzij die persoon van te armzalig kaliber is. Dan werkt het niet. Het eerste wat mensen met verstand moeten doen is leren samenwerken met anderen bij het vervullen van hun plicht. Ze moeten met iedereen kunnen samenwerken, tenzij die persoon zwakzinnig is of een duivel, in welk geval er geen manier is om met hen samen te werken. Het is een heel belangrijke zaak om met de meeste mensen te kunnen samenwerken – het is een teken van normaal verstand.

Een van de meest opvallende kenmerken van de essentie van een antichrist is dat ze de macht monopoliseren en hun eigen dictatuur voeren: ze luisteren naar niemand, ze respecteren niemand, en welke sterke punten mensen ook mogen hebben, of welke correcte opvattingen of wijze meningen ze ook mogen uiten, of welke geschikte methoden ze ook mogen aandragen, ze slaan er geen acht op; het is alsof niemand gekwalificeerd is om met hen samen te werken, of deel te nemen aan iets wat zij doen. Dit is het soort gezindheid dat antichristen hebben. Sommige mensen zeggen dat dit een slechte menselijkheid is – maar hoe zou het een gewone slechte menselijkheid kunnen zijn? Dit is een volledig satanische gezindheid, en een dergelijke gezindheid is uiterst boosaardig. Waarom zeg ik dat hun gezindheid uiterst boosaardig is? Antichristen onteigenen alles van het huis van God, ontvreemden de eigendommen van de kerk en behandelen die als hun persoonlijk bezit dat allemaal door hen moet worden beheerd, en ze staan niet toe dat iemand anders zich hiermee bemoeit. De enige dingen waar ze aan denken bij het doen van het werk van de kerk zijn hun eigen belangen, hun eigen status en hun eigen trots. Ze staan niet toe dat iemand hun belangen schaadt, laat staan dat ze toestaan dat iemand van kaliber of iemand die in staat is over zijn ervaringsgetuigenis te spreken hun reputatie en status bedreigt. En dus proberen ze degenen die in staat zijn over ervaringsgetuigenis te spreken, en die de waarheid kunnen communiceren en Gods uitverkoren volk kunnen voorzien, als concurrenten te onderdrukken en uit te sluiten, en ze proberen wanhopig die mensen volledig van alle anderen te isoleren, hun namen grondig door het slijk te halen en hen ten val te brengen. Pas dan zullen de antichristen zich gerust voelen. Als deze mensen nooit negatief worden en in staat zijn hun plicht te blijven vervullen, over hun getuigenis te spreken en anderen te ondersteunen, dan zullen de antichristen hun laatste redmiddel aanwenden: ze zullen fouten bij hen zoeken en hen veroordelen, of hen in de val lokken en redenen verzinnen om hen te kwellen, totdat ze hen uit de kerk hebben verwijderd. Pas dan zullen de antichristen volledig tot rust komen. Dit is het meest verraderlijke en kwaadwillige aan de antichristen. Wat hun de meeste angst en bezorgdheid bezorgt, zijn de mensen die de waarheid nastreven en een waar ervaringsgetuigenis bezitten, want mensen met een dergelijk getuigenis zijn degenen die Gods uitverkoren volk het meest waardeert en ondersteunt, en niet degenen die leeg zwetsen over woorden en doctrines. Antichristen bezitten geen waar ervaringsgetuigenis, noch zijn ze in staat de waarheid te beoefenen; op zijn best zijn ze in staat een paar goede daden te doen om bij mensen in de gunst te komen. Maar hoeveel goede daden ze ook doen of hoeveel aardig klinkende dingen ze ook zeggen, deze vallen nog steeds in het niet bij de voordelen en baten die een goed ervaringsgetuigenis mensen kan brengen. Niets kan de effecten vervangen van de voorziening en begieting die aan Gods uitverkoren volk wordt gegeven door degenen die in staat zijn over hun ervaringsgetuigenis te spreken. En dus, wanneer antichristen iemand over zijn ervaringsgetuigenis zien spreken, krijgen ze een ijzige blik in hun ogen. Woede ontbrandt in hun hart, haat welt op, en ze staan te popelen om de spreker het zwijgen op te leggen en hem te beletten nog meer te zeggen. Als hij doorgaat met praten, zal de reputatie van de antichristen volledig worden geruïneerd, hun lelijke gezichten voor iedereen volledig worden ontmaskert, dus vinden de antichristen een voorwendsel om de persoon die getuigenis aflegt te hinderen en te onderdrukken. Antichristen staan alleen zichzelf toe mensen te misleiden met woorden en doctrines; ze staan Gods uitverkoren volk niet toe God te verheerlijken door over hun ervaringsgetuigenis te spreken, wat aangeeft wat voor soort mensen de antichristen het meest haten en vrezen. Wanneer iemand zich onderscheidt met een beetje werk, of wanneer iemand in staat is over een waar ervaringsgetuigenis te spreken, en Gods uitverkoren volk er voordelen, opbouw en ondersteuning uit ontvangt, en het grote lof van iedereen oogst, groeit er afgunst en haat in de harten van de antichristen, en proberen ze die persoon uit te sluiten en te onderdrukken. Ze staan onder geen enkele omstandigheid toe dat zulke mensen enig werk ondernemen en voorkomen zo dat hun status wordt bedreigt. Mensen met de waarheidswerkelijkheid dienen om de armoede, ellende, lelijkheid en boosaardigheid van antichristen te accentueren en te benadrukken wanneer ze in hun aanwezigheid zijn. Wanneer de antichristen dus een partner of medewerker kiezen, selecteren ze nooit mensen met de waarheidswerkelijkheid, ze selecteren nooit mensen die over hun ervaringsgetuigenis kunnen spreken, en ze selecteren nooit eerlijke mensen of mensen die in staat zijn de waarheid te beoefenen. Dit zijn de mensen die de antichristen het meest benijden en haten, en ze zijn hen een doorn in het oog. Hoeveel goeds of nuttigs deze mensen die de waarheid beoefenen ook doen voor het werk van Gods huis, de antichristen zullen hun uiterste best doen om deze daden te verdoezelen. Ze zullen zelfs de feiten verdraaien om de eer voor goede dingen op te eisen en de schuld voor slechte dingen op anderen af te schuiven, als een middel om zichzelf te verheffen en andere mensen te kleineren. Antichristen kennen een grote jaloezie en haat jegens degenen die de waarheid nastreven en in staat zijn over hun ervaringsgetuigenis te spreken. Ze zijn bang dat deze mensen hun eigen status zullen bedreigen, en dus doen ze er alles aan om hen aan te vallen en uit te sluiten. Ze verbieden de broeders en zusters contact met hen te hebben of dicht bij hen te komen, of deze mensen die in staat zijn over hun ervaringsgetuigenis te spreken te ondersteunen of te prijzen. Dit is wat de satanische aard van antichristen, die afkerig is van de waarheid en God haat, het meest onthult. Het bewijst dus ook dat de antichristen een kwade tegenstroom in de kerk zijn, dat zij diegenen zijn die verantwoordelijkheid zijn voor de verstoring van het kerkwerk en de belemmering van Gods wil. Bovendien verzinnen de antichristen vaak leugens en verdraaien ze feiten onder de broeders en zusters, en kleineren en veroordelen ze mensen die over hun ervaringsgetuigenis kunnen spreken. Ongeacht welk werk die mensen doen, antichristen vinden excuses om hen uit te sluiten en te onderdrukken, en oordelen over hen, waarbij ze zeggen dat ze arrogant en zelfgenoegzaam zijn, dat ze graag pronken en dat ze ambities koesteren. In feite hebben deze mensen enig ervaringsgetuigenis en bezitten ze iets van de waarheidswerkelijkheid. Ze hebben een relatief goede menselijkheid, hebben geweten en verstand, en zijn in staat de waarheid te aanvaarden. En hoewel ze misschien enkele tekortkomingen en gebreken hebben en af en toe een verdorven gezindheid onthullen, zijn ze in staat over zichzelf na te denken en berouw te tonen. Deze mensen zijn degenen die God zal redden, en die hoop hebben om door God vervolmaakt te worden. Kortom, deze mensen zijn geschikt om een plicht te vervullen. Ze voldoen aan de vereisten en principes voor het vervullen van een plicht. Maar de antichristen denken bij zichzelf: hier leg ik me absoluut niet bij neer. Je wilt een rol spelen in mijn domein, met mij concurreren. Dat is onmogelijk; je hoeft er niet eens aan te denken. Je bent beter opgeleid dan ik, welbespraakter dan ik, populairder dan ik, en je streeft de waarheid ijveriger na dan ik. Als ik met je zou samenwerken en je mij de loef zou afsteken, wat zou ik dan moeten doen? Denken ze aan de belangen van het huis van God? Nee. Waar denken ze aan? Ze denken er alleen aan hoe ze hun eigen status kunnen behouden. Hoewel antichristen van zichzelf weten dat ze niet in staat zijn om echt werk te doen, cultiveren of promoveren ze geen mensen van goed kaliber die de waarheid nastreven; de enige mensen die ze promoveren zijn degenen die hen vleien, degenen die geneigd zijn anderen te aanbidden, die hen in hun hart goedkeuren en bewonderen, degenen die gladde praters zijn, die geen begrip van de waarheid hebben en niet in staat zijn tot onderscheid. De antichristen promoveren deze mensen tot een plek aan hun zijde zodat ze hen kunnen dienen, voor hen kunnen rennen en elke dag om hen heen kunnen cirkelen. Dit geeft de antichristen macht in de kerk, en het betekent dat veel mensen toenadering tot hen zoeken en hen volgen, en dat niemand hen durft te beledigen. Al deze mensen die antichristen cultiveren, zijn mensen die de waarheid niet nastreven. De meesten van hen hebben geen geestelijk begrip en weten niets anders dan regels te volgen. Ze volgen graag trends en mensen met macht. Ze zijn van het soort dat moed put uit het hebben van een machtige meester – een bende verwarde mensen. Hoe luidt dat gezegde van de ongelovigen? Beter de schildknaap van een goed man dan de aanbeden voorvader van een slechte. Antichristen doen precies het tegenovergestelde – ze gedragen zich als de aanbeden voorvaderen van zulke mensen, en zetten zich in om hen te cultiveren als hun vaandeldragers en cheerleaders. Wanneer een antichrist aan de macht is in een kerk, zullen ze altijd verwarde mensen en degenen die blindelings maar wat aanrommelen als hun helpers rekruteren, terwijl ze de mensen van kaliber die de waarheid kunnen begrijpen en beoefenen, die werk op zich kunnen nemen – en vooral de leiders en werkers die in staat zijn tot werkelijk werk – uitsluiten en onderdrukken. Op deze manier worden er twee kampen gevormd in de kerk: in het ene kamp bevinden zich degenen wier menselijkheid relatief eerlijk is, die hun plicht oprecht vervullen en mensen zijn die de waarheid nastreven. Het andere kamp bestaat uit een bende mensen die verward zijn en blindelings maar wat aanrommelen, geleid door antichristen. Deze twee kampen zullen met elkaar blijven strijden totdat de antichristen worden onthuld en geëlimineerd. Antichristen vechten en handelen altijd tegen degenen die hun plicht oprecht vervullen en de waarheid nastreven. Verstoort dit het werk van de kerk niet ernstig? Hindert en verstoort dit Gods werk niet? Is deze macht van antichristen geen struikelblok en een obstakel dat voorkomt dat Gods wil in de kerk wordt uitgevoerd? Is het geen boosaardige macht die zich tegen God verzet? Waarom handelen antichristen op deze manier? Omdat het in hun gedachten duidelijk is dat als deze positieve figuren zouden opstaan en leiders en werkers zouden worden, ze de concurrenten van de antichristen zouden zijn; ze zouden de tegenmacht tegen de antichristen vormen, en zouden absoluut niet naar de woorden van de antichristen luisteren of hen gehoorzamen; ze zouden absoluut niet elk bevel van de antichristen opvolgen. Dat deze mensen bestaan vormt op zich al een bedreiging voor de status van de antichristen. Wanneer antichristen deze mensen zien, welt er haat op in hun hart; hun hart zal geen vrede en geruststelling kennen als ze deze mensen niet uitsluiten en verslaan en hun namen te schande maken. Daarom moeten ze snel aan het werk gaan om hun eigen macht te cultiveren en hun gelederen te versterken. Op deze manier kunnen ze een groter deel van Gods uitverkoren volk beheersen, en hoeven ze zich nooit meer zorgen te maken dat een handjevol waarheidszoekers hun status bedreigt. Antichristen vormen hun eigen macht in de kerk doordat ze degenen die naar hen luisteren, hen gehoorzamen en kruiperig jegens hen zijn, te nemen en hen te promoveren om de leiding te hebben over elk aspect van het werk. Is dit doen gunstig voor het werk van het huis van God? Nee. Het is niet alleen niet gunstig, het creëert ook hinder en verstoring van het werk van de kerk. Als deze boosaardige macht meer dan de helft van de mensen aan haar zijde heeft, bestaat de kans dat ze de kerk ten val brengt. Dit komt omdat het aantal waarheidszoekers in de kerk een minderheid vormt, terwijl arbeiders en niet-gelovigen die er alleen zijn om zich vol te eten aan broden minstens de helft uitmaken. Als antichristen in deze situatie hun krachten richten op het misleiden en het naar hun kant overhalen van die mensen, zullen ze vanzelfsprekend in het voordeel zijn wanneer de kerk leiders kiest. Daarom benadrukt het huis van God altijd dat tijdens verkiezingen over de waarheid moet worden gecommuniceerd totdat die duidelijk is. Als je niet in staat bent antichristen te ontmaskeren en te verslaan door over de waarheid te communiceren, zouden de antichristen mensen kunnen misleiden en tot leider worden gekozen, en zich zo de kerk toe-eigenen en deze beheersen. Zou dat niet gevaarlijk zijn? Als er een of twee antichristen in de kerk zouden verschijnen, is dat geen reden om bang te worden, maar als antichristen een macht zouden worden en een bepaald niveau van invloed zouden bereiken, is dat wel een reden tot angst. Daarom moeten antichristen worden uitgeroeid en uit de kerk worden verdreven voordat ze dat niveau van invloed bereiken. Deze taak heeft de hoogste prioriteit en is essentieel. Bovendien moeten de niet-gelovigen in de kerk, vooral degenen die geneigd zijn mensen te aanbidden en te volgen, die graag de heersende machten volgen, die graag medeplichtigen en handlangers van duivels zijn, die graag kliekjes vormen – zulke niet-gelovigen en duivels als zij moeten zo snel mogelijk worden verwijderd. Dat is de enige manier om te voorkomen dat dat gepeupel een macht vormt om de kerk te hinderen en te beheersen. Dit is iets wat Gods uitverkoren volk duidelijk moet zien, iets waar degenen die de waarheid begrijpen een last voor moeten dragen. Allen die een last dragen voor het werk van de kerk, allen die Gods bedoelingen in acht nemen, moeten deze dingen zien voor wat ze zijn. Ze moeten vooral het soort antichristen, en de kleine duivels die graag mensen vleien en aanbidden, zien voor wat ze zijn, en hen vervolgens beperkingen opleggen of hen uit de kerk verwijderen. Er is zo’n grote behoefte aan een dergelijke praktijk. Mensen als antichristen zetten zich er specifiek voor in om op goede voet te komen met zulke verwarde mensen, nutteloze nietsnutten en verachtelijke mensen die de waarheid niet aanvaarden of liefhebben. Ze winnen hen voor zich en ‘werken’ vrij harmonieus, intiem en enthousiast met hen ‘samen’. Wat voor soort schepselen zijn die mensen? Zijn het geen leden van de bendes van de antichristen? Als de Boven hun ‘aanbeden voorvader’ zou ontslaan, zullen deze plichtsgetrouwe nakomelingen het er niet bij laten zitten – ze zullen oordelen dat de Boven onrechtvaardig is, en ze zullen zich verenigen om de antichristen te verdedigen. Kan Gods huis hen laten zegevieren? Het enige wat het kan doen, is zijn net over hen allen uitwerpen en ze allemaal verwijderen. Ze zijn een bende antichristen, boosaardige demonen, en geen van hen mag de dans ontspringen. Mensen als antichristen handelen zelden alleen; meestal verzamelen ze een groep van minstens twee of drie mensen om in actie te komen. Er zijn echter enkele individuele gevallen van antichristen die als individu handelen. Dit komt omdat ze geen talenten hebben, of misschien hun kans niet hebben gekregen. Wat ze echter gemeen hebben met de anderen, is hun speciale liefde voor status. Neem niet aan dat ze niet van status houden omdat ze geen vaardigheden of opleiding hebben. Dat is verkeerd. Je hebt de essentie van een antichrist niet helder doorzien – zolang iemand een antichrist is, houdt hij van status. Aangezien antichristen niet in staat zijn met wie dan ook samen te werken, waarom cultiveren ze dan zo’n groep verwarde mensen, uitschot en ongedierte om hun laarzen te likken? Zijn ze van plan met deze mensen samen te werken? Als ze echt met hen zouden kunnen samenwerken, dan zou de uitspraak dat ‘antichristen niet in staat zijn met wie dan ook samen te werken’ geen steek houden. Ze zijn niet in staat met wie dan ook samen te werken – dat ‘wie dan ook’ verwijst voornamelijk naar positieve mensen, maar als je rekening houdt met de gezindheid van een antichrist, kunnen ze ook niet met hun medeplichtigen samenwerken. Wat is dan hun bedoeling met het cultiveren van deze mensen? Ze cultiveren een groep verwarde mensen die gemakkelijk te commanderen zijn, die gemakkelijk te manipuleren zijn, die geen eigen opvattingen hebben, die alles doen wat de antichristen zeggen – die samen de status van de antichristen zullen beschermen. Als een antichrist op zichzelf zou vertrouwen, zou hij helemaal alleen zijn, en zou het voor hem geen gemakkelijke zaak zijn om zijn status te beschermen. Daarom winnen ze een groep verwarde mensen voor zich om elke dag om hen heen te zwermen en dingen voor hen te doen. Ze misleiden zelfs Gods uitverkoren volk: ze praten over hoe deze mensen de waarheid nastreven en hoe ze lijden; ze zeggen dat ze het verdienen om gecultiveerd te worden; ze zeggen zelfs dat wanneer deze mensen een probleem hebben, ze bij hen navraag doen en het hun vragen – dat het allemaal gehoorzame, onderworpen mensen zijn. Vervullen ze hun plicht in samenwerking? De antichrist zoekt een groep mensen die voor hem zullen handelen, die zijn handlangers, zijn medeplichtigen zullen zijn, om zijn status te consolideren. Dat is geen samenwerking – dat is bezig zijn met je eigen zaakjes. Dat is de macht van antichristen.

Wat vinden jullie: is het moeilijk om met andere mensen samen te werken? In werkelijkheid is dat niet zo. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het makkelijk is. Maar waarom vinden mensen het dan toch moeilijk? Omdat ze verdorven gezindheden hebben. Voor degenen die menselijkheid, geweten en verstand bezitten, is samenwerken met anderen relatief gemakkelijk, en zij zullen dit waarschijnlijk ook als iets vreugdevols ervaren. Dit komt omdat het voor niemand gemakkelijk is om in zijn eentje dingen te bereiken. Bij welk gebied ze ook betrokken zijn en wat ze ook doen, het is altijd goed om iemand te hebben die je op bepaalde dingen wijst en hulp biedt. Op die manier is het veel gemakkelijker dan wanneer je alles zelf moet doen. Er bestaan ook grenzen aan waar het kaliber van mensen toe in staat is of wat ze zelf kunnen ervaren. Niemand kan overal goed in zijn. Het is onmogelijk voor één persoon om alles te weten, tot alles in staat te zijn, alles te volbrengen. Dat is onmogelijk, en iedereen zou zo’n verstand moeten bezitten. En daarom heb je altijd, wat je ook doet, of het nu belangrijk is of niet, iemand nodig om je te helpen, om je aanwijzingen en adviezen te geven, of aan bepaalde dingen samen te werken. Dit is de enige manier om ervoor te zorgen dat je de dingen correcter doet, minder fouten maakt en minder kans loopt af te dwalen – dat is iets goeds. Vooral het dienen van God is een serieuze zaak, en als je je verdorven gezindheid niet aanpakt, kan dat je in gevaar brengen! Mensen hebben satanische gezindheden en kunnen op elk moment en op elke plaats in opstand komen tegen God en zich tegen Hem verzetten. Mensen die leven naar satanische gezindheden kunnen God op elk moment ontkennen, zich tegen Hem verzetten en Hem verraden. De antichristen zijn erg dom; ze beseffen dit niet. Ze denken: ik heb al genoeg moeite gehad om de macht te grijpen, waarom zou ik die met iemand anders delen? Als ik die aan anderen geef, heb ik er zelf geen meer, toch? Hoe kan ik mijn talenten en bekwaamheden tonen zonder macht? Ze weten niet dat wat God de mensen heeft toevertrouwd geen macht of status is, maar een plicht. Antichristen aanvaarden alleen macht en status, ze schuiven hun plichten terzijde en verrichten geen werkelijk werk. In plaats daarvan jagen ze alleen roem, gewin en status na, en willen ze alleen de macht grijpen, Gods uitverkoren volk beheersen en zich tegoed doen aan de voordelen van status. Op deze manier handelen is zeer gevaarlijk – dit is je tegen God verzetten! Iedereen die alleen roem, gewin en status najaagt in plaats van zijn plicht naar behoren te vervullen, speelt met vuur en met zijn leven. Degenen die met vuur en hun leven spelen, kunnen zichzelf op elk moment ten gronde richten. Vandaag de dag dien je, als leider of werker, God, wat geen gewone zaak is. Je doet geen dingen voor enig mens, laat staan dat je werkt om je rekeningen te betalen en eten op tafel te zetten; in plaats daarvan vervul je je plicht in de kerk. In het bijzonder kwam deze plicht voort uit Gods opdracht. Wat houdt het vervullen ervan dan in? Dat je verantwoording zult moeten afleggen aan God voor je plicht, of je die nu goed doet of niet; uiteindelijk moet er verantwoording aan God worden afgelegd, er moet een uitkomst zijn. Dit komt doordat wat je hebt aanvaard Gods opdracht is, een heilige verantwoordelijkheid, en ongeacht hoe belangrijk of gering deze verantwoordelijkheid is, het is iets ernstigs. Hoe ernstig is het? Op kleine schaal gaat het erom of je in dit leven de waarheid kunt verkrijgen en hoe God je beziet. Op grotere schaal heeft het rechtstreeks te maken met je vooruitzichten en bestemming, met je uitkomst; als je kwaad bedrijft en je tegen God verzet, zul je worden veroordeeld en gestraft. Alles wat je doet wanneer je je plicht vervult, wordt door God opgetekend, en God heeft Zijn eigen principes en normen voor hoe het wordt beoordeeld; God bepaalt je uitkomst op basis van je volledige prestatie in je plicht. Is dit een ernstige zaak? Jazeker! Dus, als je een taak krijgt toegewezen, is het dan alleen je eigen zaak dat je die uitvoert? (Nee.) Dat werk is niet iets wat je alleen kunt voltooien, maar het vereist wel dat je er verantwoordelijkheid voor neemt. De verantwoordelijkheid is de jouwe; je moet die opdracht voltooien. Waar raakt dit aan? Het raakt aan samenwerking, aan hoe je moet samenwerken in de dienst, aan hoe je moet samenwerken om je plicht te vervullen, aan hoe je moet samenwerken om je opdracht te voltooien, aan hoe je moet samenwerken zodat je Gods wil volgt. Het raakt aan deze dingen.

Harmonieuze samenwerking omvat vele dingen. Een van deze vele dingen is in ieder geval anderen aan het woord laten en verschillende suggesties laten doen. Als je werkelijk redelijk bent, moet je, ongeacht welk werk je doet, eerst leren de waarheidsprincipes te zoeken, en je moet ook het initiatief nemen om de meningen van anderen te vragen. Zolang je elke suggestie serieus neemt en vervolgens problemen eensgezind oplost, zul je in wezen een harmonieuze samenwerking bereiken. Op deze manier zul je veel minder moeilijkheden ondervinden in je plicht. Ongeacht welke problemen zich voordoen, het zal gemakkelijk zijn om ze op te lossen en ermee om te gaan. Dit is het effect van harmonieuze samenwerking. Soms zijn er geschillen over onbeduidende zaken, maar zolang die het werk niet beïnvloeden, vormen ze geen probleem. Echter, bij belangrijke zaken en grote kwesties die het werk van de kerk betreffen, moet je tot een consensus komen en de waarheid zoeken om ze op te lossen. Als je als leider of werker altijd boven anderen denkt te staan en geniet van je plicht alsof het een overheidsfunctie is, je altijd tegoed doet aan de voordelen van je status, altijd je eigen plannen maakt, altijd je eigen roem, gewin en status overweegt en ervan geniet, altijd bezig bent met je eigen onderneming, en altijd probeert een hogere status te verkrijgen, meer mensen te managen en te beheersen, en de reikwijdte van je macht uit te breiden, dan levert dat problemen op. Het is zeer gevaarlijk om een belangrijke plicht te behandelen als een kans om van je positie te profiteren alsof je een overheidsfunctionaris bent. Als je altijd zo handelt, niet wenst samen te werken met anderen, je macht niet wilt verwateren en met iemand anders wilt delen, niet wilt dat iemand anders je in de schaduw stelt of de show steelt, als je alleen zelf van de macht wilt genieten, dan ben je een antichrist. Maar als je vaak de waarheid zoekt, deze beoefent om in opstand te komen tegen je vlees, je drijfveren en ideeën, en in staat bent het op je te nemen om met anderen samen te werken, je hart openstelt om met anderen te overleggen en te zoeken, aandachtig luistert naar de ideeën en suggesties van anderen, en advies aanneemt dat correct is en in overeenstemming is met de waarheid, ongeacht van wie het komt, dan handel je op een wijze en correcte manier, en ben je in staat te vermijden het verkeerde pad op te gaan, wat een bescherming voor je is. Je moet de titels van het leiderschap loslaten, de smerige sfeer van status loslaten, jezelf als een gewoon mens behandelen, op gelijke voet met anderen staan en een verantwoordelijke houding ten opzichte van je plicht hebben. Als je je plicht altijd behandelt als een officiële titel en status, of als een soort lauwerkrans, en je je inbeeldt dat anderen er zijn om voor jouw positie te werken en die te dienen, dan levert dat problemen op, en zal God je verafschuwen en van je walgen. Als je gelooft dat je gelijk bent aan anderen, dat je alleen iets meer opdrachten en verantwoordelijkheid van God hebt gekregen, als je kunt leren jezelf op gelijke voet met anderen te plaatsen, en je zelfs kunt verlagen om te vragen wat andere mensen denken, en als je ernstig, nauwlettend en aandachtig kunt luisteren naar wat ze zeggen, dan zul je harmonieus met anderen samenwerken. Welk effect zal deze harmonieuze samenwerking bereiken? Het effect is enorm. Je zult dingen verkrijgen die je nooit eerder had, namelijk het licht van de waarheid en de werkelijkheden van het leven; je zult de verdiensten van anderen ontdekken en van hun sterke punten leren. Er is nog iets: je beschouwt andere mensen nu als dom, traag van begrip, dwaas, minderwaardig aan jou, maar wanneer je naar hun meningen luistert, of wanneer andere mensen zich voor je openstellen, zul je onbewust ontdekken dat niemand zo gewoon is als je denkt, dat iedereen verschillende gedachten en ideeën kan aandragen, en dat iedereen zijn eigen verdiensten heeft. Als je leert harmonieus samen te werken, kan het je niet alleen helpen van de sterke punten van anderen te leren, maar kan het ook je arrogantie en zelfgenoegzaamheid blootleggen en je ervan weerhouden te denken dat je slim bent. Wanneer je jezelf niet langer slimmer en beter vindt dan alle anderen, zul je ophouden in deze narcistische en zelfvoldane toestand te leven. En dat zal je beschermen, nietwaar? Dat is de les die je zou moeten leren en het voordeel dat je zou moeten behalen uit de samenwerking met anderen.

In mijn omgang met mensen luister ik aandachtig naar wat de meesten zeggen. Ik maak er een punt van om allerlei soorten mensen te onderzoeken, naar hen te luisteren en de taal en stijl die ze daarbij gebruiken te bestuderen. Je ging er bijvoorbeeld vroeger van uit dat de meeste mensen alleen maar een beetje onderwijs hebben genoten, maar niet over vakkennis beschikken, en je dus niet met hen hoeft te overleggen. In feite is dat niet juist. Wanneer je met deze mensen in contact komt, of zelfs met enkele speciale mensen, kun je dingen begrijpen die diep in hun hart zijn en die je niet kunt zien of waarnemen – dingen als hun gedachten en opvattingen, waarvan sommige verwrongen zijn en andere juist. Natuurlijk kan die ‘juistheid’ behoorlijk ver van de waarheid afstaan; het kan er niets mee te maken hebben. Maar je zult meer aspecten van de menselijkheid leren kennen. Is dat geen goede zaak voor je? (Jawel.) Dat is wat inzicht is; het is een manier om je inzicht te vergroten. Sommigen zeggen misschien: “Wat heeft het voor zin ons inzicht te vergroten?” Het is nuttig voor je begrip van de verschillende soorten mensen, voor je onderscheidingsvermogen en je ontleding van verschillende soorten mensen, en nog meer voor je vermogen om verschillende soorten mensen te helpen. Dit is het pad waarop veel werk wordt verricht. Sommige mensen zijn valselijk spiritueel en geloven: nu ik in God geloof, luister ik niet naar uitzendingen of het nieuws en lees ik geen kranten. Ik heb geen contact met de buitenwereld. Alle mensen, van alle rangen en standen en beroepen, zijn duivels! Wel, je hebt het mis. Als je de waarheid hebt, ben je dan nog bang om met duivels om te gaan? Zelfs God heeft in het spirituele rijk soms te maken met Satan. Verandert Hij daardoor? Geen zier. Je bent bang om met duivels om te gaan, en in die angst schuilt een probleem. Wat eigenlijk te vrezen valt, is dat je de waarheid niet begrijpt, dat je een onjuist begrip en een onjuiste opvatting hebt van het geloof in God en van de waarheid, dat je veel noties en verbeeldingen hebt, en dat je te dogmatisch bent. Daarom, of je nu een leider of werker bent of een groepsleider, welke taak je ook hebt en welke rol je ook speelt, je moet leren met anderen samen te werken en met hen om te gaan. Verkondig geen hoogdravende ideeën en doe je niet altijd edel voor om mensen je te laten gehoorzamen. Als je altijd hoogdravende ideeën verkondigt en je nooit in staat bent de waarheid in praktijk te brengen of met anderen samen te werken, zet je jezelf voor schut. Wie zou je dan nog aandacht schenken? Hoe kwam de val van de farizeeën tot stand? Ze predikten altijd theologische theorieën en verkondigden hoogdravende ideeën. Terwijl ze dat deden, was God niet langer in hun hart – ze ontkenden Hem en maakten zelfs gebruik van de noties, wetten en regels van de mens om God te veroordelen en zich tegen Hem te verzetten, en Hem aan het kruis te nagelen. Ze hielden de hele dag hun Bijbels vast, lazen en bestudeerden ze, en konden de Schrift vloeiend reciteren. En wat was uiteindelijk het resultaat daarvan? Ze wisten niet waar God was, noch wat Zijn gezindheid was, en hoewel Hij vele waarheden had uitgedrukt, aanvaardden ze er geen enkele van, maar verzetten ze zich ertegen en veroordeelden ze. Was dat niet hun einde? Jullie weten duidelijk wat de resultaten daarvan waren. Hebben jullie zulke foutieve en absurde opvattingen in jullie geloof in God? Sluiten jullie je niet af? (Dat zijn we.) Zie je mij mezelf afsluiten? Ik lees soms het nieuws en kijk soms naar interviews met speciale gasten en andere dergelijke programma’s; soms klets ik wat met de broeders en zusters, en soms maak ik een praatje met iemand die aan het koken of schoonmaken is. Ik spreek een beetje met iedereen die ik tegenkom. Denk niet dat omdat je een taak op je hebt genomen, of omdat je een speciaal talent hebt, of zelfs omdat je een speciale missie op je hebt genomen, je specialer bent dan anderen. Dat is verkeerd. Zodra je denkt dat je specialer bent dan anderen, zal die verkeerde opvatting je ongemerkt in een kooi opsluiten – het zal je van buitenaf ommuren met ijzer en brons. Je zult dan het gevoel hebben dat je de allerhoogste bent, dat je dit en dat niet kunt doen, dat je niet met die-en-die persoon kunt spreken of communiceren, dat je niet eens kunt lachen. En wat gebeurt er uiteindelijk? Wie word je dan? (Een geïsoleerde eenling.) Je wordt een geïsoleerde eenling. Kijk hoe de keizers van weleer altijd dingen zeiden als “Ik, alleen, ben zus en zo”; “Ik, geïsoleerd, ben dit en dat”; “Ik, alleen, denk” – ze verklaarden zichzelf altijd als alleen. Als je jezelf altijd als alleen verklaart, hoe groots moet je jezelf dan wel niet vinden? Zo groots dat je werkelijk de zoon des hemels bent geworden? Is dat wat je bent? In essentie ben je een gewoon mens. Als je jezelf altijd groots en buitengewoon vindt, zit je in de problemen. Het zal misgaan. Als je met zo’n verkeerde opvatting met de wereld omgaat en je je zo gedraagt, dan zullen de manieren en middelen van je handelen veranderen – je principes zullen veranderen. Als je jezelf altijd als apart beschouwt, dat je hoger staat dan alle anderen, dat je dit of dat soort dingen niet zou moeten doen, dat het doen van zulke dingen beneden je status en positie is, is het dan niet misgegaan? (Jawel.) Je zult voelen: met een status als de mijne kan ik niet zomaar alles tegen anderen zeggen! Met een status als de mijne kan ik anderen niet vertellen dat ik opstandig ben! Met een positie als de mijne kan ik anderen niet zulke vernederende dingen vertellen als mijn zwakheden, gebreken, fouten en gebrek aan onderwijs – ik kan absoluut niet toestaan dat iemand daarvan weet! Dat zou vermoeiend zijn, nietwaar? (Jawel.) Als je zo vermoeiend leeft, zou je dan je plicht goed kunnen vervullen? (Nee.) Waar ontstaat het probleem? Het ontstaat in je opvattingen over je plicht en status. Hoe groot een ‘functionaris’ je ook bent, welke positie je ook bekleedt, over hoeveel mensen je ook de leiding hebt, in werkelijkheid is het niet meer dan een andere plicht. Je bent niet anders dan anderen. Je kunt dit niet zien voor wat het is, maar voelt altijd in je hart: het is geen andere plicht – het is werkelijk een verschil in status. Ik moet boven anderen staan; hoe zou ik met anderen kunnen samenwerken? Zij kunnen net zo goed met mij samenwerken – ik kan niet met hen samenwerken! Als je altijd zo denkt, altijd boven alle anderen wilt staan, altijd op de schouders van anderen wilt staan, boven hen en op hen neerkijkend, zal het niet gemakkelijk voor je zijn om met mensen samen te werken. Je zult altijd denken: wat weet die persoon nu? Als hij dingen wist, zouden de broeders en zusters hem wel als leider hebben gekozen. Dus, waarom hebben ze mij gekozen? Omdat ik beter ben dan hij. Ik zou dus geen dingen met hem moeten bespreken. Als ik dat deed, zou dat betekenen dat ik niet geweldig ben. Om te bewijzen dat ik geweldig ben, kan ik met niemand dingen bespreken. Er is niemand geschikt om het werk met mij te bespreken – helemaal niemand! Zo denken antichristen.

Op het vasteland van China onderdrukt de Communistische Partij het religieuze geloof. Het is een verschrikkelijke omgeving. Gelovigen in God lopen op elk moment het gevaar gearresteerd te worden, dus komen leiders en werkers niet zo vaak bijeen. Soms kunnen ze niet eens één keer per maand een bijeenkomst voor medewerkers houden; ze wachten tot de omstandigheden het toelaten om bijeen te komen, of tot ze een geschikte plek hebben gevonden. Hoe wordt het werk dan uitgevoerd? Wanneer er werkregelingen zijn, moet er iemand worden gevonden om ze te bezorgen. Eens vonden we een broeder in de buurt om werkregelingen te bezorgen bij een regionale leider. Deze broeder was een gewone gelovige, en toen hij de werkregelingen bezorgde, las de regionale leider ze en zei: “Hmpf. Dit had ik wel verwacht.” Waar pronkte hij mee voor die broeder? Hij deed heel aanmatigend, zodat iedereen die toekeek zou zeggen: “Wauw, dat was zo waardig. Wat een stijl!” En dat is nog niets – direct daarna zei hij: “Is dit de man die ze sturen om werkregelingen bij mij te bezorgen? Zijn rang is niet hoog genoeg!” Dit betekende: ik ben een regionale leider, een belangrijke leider. Hoe kan een gewone gelovige gestuurd worden om dingen bij mij te bezorgen? Worden hiermee geen bevoegdheden overschreden? De Boven kijkt echt op me neer. Ik ben een regionale leider, ze hadden dus op zijn minst een districtsleider moeten sturen om dit te bezorgen, en toch hebben ze een gewone gelovige gestuurd om het te doen – zijn rang is niet hoog genoeg! Wat een persoon is deze leider! Hoezeer hecht hij aan zijn status, dat hij zegt dat de bezorger niet hoog genoeg in rang is? Hij behandelt zijn titel als een voorwendsel om zijn gezag te doen gelden. Is hij geen duivels wezen? (Dat is hij.) Hij is inderdaad een duivels wezen. Zijn we in het werk van de kerk kieskeurig over wie er wordt gestuurd om dingen te bezorgen of mededelingen te doen? In een omgeving als het vasteland van China lopen broeders en zusters onderweg zulke grote risico’s als ze bezorgingen moeten doen, en toch kreeg deze broeder, toen hij met de werkregelingen aankwam, van de leider te horen dat hij niet hoog genoeg in rang was, wat impliceert dat er iemand van voldoende rang had moeten worden gevonden, iemand die qua status en positie gelijkwaardig was aan de leider, en dat het anders een vorm van neerkijken op de leider was – is dat niet de gezindheid van een antichrist? (Dat is het.) Het is de gezindheid van een antichrist. Deze duivelse persoon kan geen werkelijk werk verrichten en hij heeft geen vaardigheden, maar toch stelt hij zulke eisen – hij hecht nog steeds zo’n belang aan status. Wat is zijn slogan? “Zijn rang is niet hoog genoeg.” Wie er ook met hem spreekt, hij vraagt eerst: “Welk niveau leider ben je? De leider van een kleine groep? Wegwezen – je rang is niet hoog genoeg!” Als de broeder Boven een bijeenkomst houdt, zal hij altijd naar voren dringen en zeggen: “Deze broeder is de grootste onder de kerkleiders, en ik kom direct na hem. Waar hij ook zit, ik ga direct naast hem zitten, volgens rang.” Zo duidelijk is dit in zijn hoofd. Is dat niet schaamteloos? (Jawel.) Het is zo schaamteloos – hij heeft geen zelfbewustzijn! Hoe schaamteloos is hij? Genoeg om mensen te doen walgen. Ook al heeft hij de titel van leider, wat kan hij doen? Hoe goed doet hij het? Hij moet eerst wat resultaten laten zien voordat hij met zijn kwalificaties kan pronken – dat zou passend zijn; dat zou logisch zijn. Toch onderscheidt hij mensen naar rang zonder enige resultaten te hebben behaald, zonder enig werk te hebben verricht! En wat is zijn rang dan? Als regionale leider heeft hij niet veel werkelijk werk verricht – hij voldoet niet aan deze rang. Als ik mensen naar rang zou onderscheiden, is er dan iemand die bij mij in de buurt zou kunnen komen? Nee. Zien jullie mij onderscheid maken op basis van rang wanneer ik met mensen omga? Nee – ongeacht wie ik ontmoet, ik spreek een beetje met hen als ik kan, en als ik geen tijd heb, groet ik ze alleen maar en daar blijft het bij. Deze antichrist denkt echter niet zo. Hij beschouwt status, positie en maatschappelijke waarde als belangrijker dan wat dan ook, zelfs als kostbaarder dan zijn eigen leven. Maken jullie onderscheid op basis van rang wanneer jullie samen je plichten vervullen? Sommige mensen maken in alles wat ze doen onderscheid naar rang; om het minste of geringste zeggen ze dat andere mensen hun rang te buiten gaan in het werk dat ze doen en de mededelingen die ze doen. Welke rang is het die ze te buiten gaan? Vervul eerst je eigen plicht goed. Je kunt geen enkele plicht goed vervullen of enig werk doen, en toch maak je onderscheid op basis van rang – wie heeft je dat gevraagd? Het is nog geen tijd om onderscheid te maken op basis van rang. Je doet het te vroeg; je hebt geen zelfbewustzijn. Er zijn momenten dat we ergens naartoe gaan en daar mensen vinden om een probleem op te lossen. Zoeken we geschikte mensen op basis van rang? In principe niet. Als jij de leiding hebt over het werk, dan zoeken we jou op, en als je er niet bent, zoeken we iemand anders. We maken geen onderscheid op basis van rang, noch op basis van hoge of lage status. Als iemand het op zich neemt om zulke onderscheidingen te maken, heeft hij geen zelfbewustzijn en begrijpt hij de principes niet. Als je in Gods huis onderscheid maakt op basis van status, rang en titels, net zo gedetailleerd als ongelovigen dat doen, dan ontbreekt het je werkelijk aan verstand! Je begrijpt de waarheid niet; je schiet zo tekort. Je begrijpt niet waar het bij het geloof in God om draait.

We hebben het zojuist gehad over de praktijk van het samenwerken met anderen. Is dat iets gemakkelijks? Iedereen die de waarheid kan zoeken, die een beetje schaamtegevoel, menselijkheid, geweten en verstand heeft, kan met anderen samenwerken. Het zijn die mensen zonder menselijkheid, die altijd het monopolie op status willen hebben, die altijd aan hun eigen waardigheid, status, roem en gewin denken, die met niemand kunnen samenwerken. Natuurlijk is dit ook een van de voornaamste uitingen van antichristen: ze werken met niemand samen en kunnen ook met niemand een harmonieuze samenwerking bereiken. Dat principe beoefenen ze niet. Wat is de reden hiervoor? Ze zijn niet bereid de macht op te geven; ze zijn niet bereid anderen te laten weten dat er dingen zijn die ze niet kunnen doorzien, dat er dingen zijn waarover ze raad moeten vragen. Ze wekken bij mensen de illusie dat er niets is wat ze niet kunnen, niets wat ze niet weten, niets waarvan ze onwetend zijn, dat ze alle antwoorden hebben en dat alles voor hen uitvoerbaar, mogelijk en haalbaar is – dat ze anderen niet nodig hebben, noch hulp, aansporingen of advies van anderen. Dat is één reden. Wat is daarnaast de meest in het oog springende gezindheid van antichristen? Dat wil zeggen, wat is de gezindheid die je kunt doorzien wanneer je met hen in contact komt, door slechts een zin of twee van hen te horen? Arrogantie. Hoe arrogant zijn ze? Arrogant tot in het extreme – als een geestesziekte. Als ze bijvoorbeeld een slok water nemen en daarbij een mooi figuur slaan, zullen ze dat naar voren brengen als iets om over op te scheppen: kijk wat een mooi figuur ik sla als ik water drink. Ze zijn er bijzonder goed in om met zichzelf te pronken en op te scheppen; ze zijn bijzonder schaamteloos en onbeschaamd. Dat is het soort wezen dat antichristen zijn. In hun ogen is niemand aan hen gewaagd. Ze zijn er bijzonder goed in om op te scheppen en ze hebben een compleet gebrek aan zelfbewustzijn. Sommige antichristen zijn bijzonder lelijk, maar denken toch dat ze er goed uitzien, met een ovaal gezicht, amandelvormige ogen en gebogen wenkbrauwen. Ze missen zelfs dit greintje zelfbewustzijn. Tegen de tijd dat een gemiddeld persoon 30 of 40 is, zal hij zijn eigen uiterlijk en capaciteiten min of meer nauwkeurig hebben ingeschat. Antichristen hebben echter niet zo’n rationaliteit. Welk probleem speelt hier? Het is dat hun arrogante gezindheid de grenzen van de normale rationaliteit heeft overschreden. Hoe arrogant zijn ze? Zelfs als ze eruitzien als een pad, zullen ze zeggen dat ze op een zwaan lijken. Hierin schuilt een onvermogen om wat is te onderscheiden van wat niet is, en een omkering van de feiten. Een dergelijke mate van arrogantie is arrogantie tot op het punt van schaamteloosheid; het is onbedwingbaar. Gewone mensen vinden het moeilijk positief spreken over hun eigen uiterlijk te spreken en raken in verlegenheid. Nadat ze hebben gesproken, schamen ze zich de rest van de dag en blozen ze. Antichristen blozen niet. Ze prijzen zichzelf voor de goede dingen die ze hebben gedaan en de sterke punten die ze hebben, voor alle manieren waarop ze goed en beter zijn dan anderen – deze woorden vloeien gewoon uit hun mond, alsof het gewone woorden zijn. Ze blozen niet eens! Dit is arrogantie die geen maat, schaamte of rationaliteit meer kent. Daarom is in de ogen van antichristen ieder normaal mens – vooral ieder mens die de waarheid zoekt en het geweten en verstand van de normale menselijkheid en het normale denken bezit – een middelmatig persoon, een mens die geen noemenswaardig talent heeft, minderwaardig aan hen is, en hun sterke punten en verdiensten mist. Men kan gerust zeggen dat ze, omdat ze hoogmoedig zijn en geloven dat niemand aan hen gewaagd is – dat ze om deze reden bij niets wat ze doen met iemand willen samenwerken of overleggen. Ze luisteren misschien naar preken, lezen Gods woorden, zien de ontmaskering van Zijn woorden of worden soms gesnoeid, maar in geen geval zullen ze toegeven dat ze verdorvenheid hebben onthuld en hebben gezondigd, laat staan dat ze arrogant en zelfgenoegzaam zijn. Ze zijn niet in staat te begrijpen dat ze slechts een gewoon mens zijn, van gewoon kaliber. Zulke dingen kunnen ze niet begrijpen. Hoe je hen ook snoeit, ze zullen nog steeds denken dat ze van goed kaliber zijn, dat ze hoger staan dan gewone mensen. Is dit niet voorbij alle hoop? (Ja.) Het is voorbij alle hoop. Dat is een antichrist. Hoe ze ook worden gesnoeid, ze kunnen gewoon niet het hoofd buigen en toegeven dat ze niet deugen, dat ze onbekwaam zijn. In hun ogen zou het toegeven van hun problemen, fouten of verdorvenheid gelijk staan aan veroordeeld worden, aan vernietigd worden. Dat is hun denkwijze. Ze denken dat zodra anderen hun fouten zien, of zodra zij erkennen dat hun kaliber slecht is en dat ze geen geestelijk begrip hebben, ze de energie in hun geloof in God zullen verliezen en het zinloos zullen vinden, omdat hun status niet langer gegarandeerd is – ze hun status kwijt zijn. Ze denken: heeft het zin om zonder status te leven? Het zou beter zijn om te sterven! En als ze status hebben, zijn ze onstuitbaar in hun arrogantie, gaan ze onbelemmerd hun gang en doen ze slechte dingen; en als ze tegen een muur aanlopen en worden gesnoeid, willen ze hun werk opgeven en worden ze negatief en laks. Wil je dat ze handelen volgens de waarheidsprincipes? Denk er niet eens aan. Wat geloven ze? Wat dacht je ervan om mij een positie te geven en mij alleen te laten handelen? Wil je dat ik met anderen samenwerk? Dat is onmogelijk! Je hoeft geen partner voor me te zoeken – ik heb er geen nodig; niemand is geschikt om mijn partner te zijn. Of gebruik me gewoon niet – laat iemand anders het doen! Wat voor schepsel is dit? Er kan maar één iemand haantje de voorste zijn – dit is de mentaliteit van antichristen, en dit zijn hun uitingen. Is dit niet voorbij alle hoop? (Ja.)

Wat houdt in het eerste punt, dat stelt dat antichristen niet in staat zijn met wie dan ook samen te werken, dat ‘niet in staat zijn’ in? Dat ze met niemand samenwerken en dat ze geen samenwerking met anderen kunnen bereiken – zijn dat niet twee aspecten ervan? Deze twee betekenissen zijn erin vervat, zoals bepaald door de essentie van antichristen. Hoewel mensen misschien in tandem met ze werken, is de essentie daarvan geen ware samenwerking – ze zijn slechts loopjongens die rugdekking geven, boodschappen voor hen doen en zaken voor hen afhandelen. Het komt niet in de buurt van wat als samenwerking kan worden gekwalificeerd. Hoe wordt ‘samenwerking’ dan wel gedefinieerd? Feit is dat het uiteindelijke doel van samenwerking is om een begrip van de waarheidsprincipes te bereiken, ernaar te handelen, elk probleem op te lossen, de juiste beslissingen te nemen – beslissingen die in overeenstemming zijn met de principes, zonder afwijking, en fouten in het werk te verminderen, zodat je alleen maar je plicht vervult en niet doet wat je maar wilt en onbelemmerd je gang gaat. De eerste uiting van het feit dat antichristen willen dat anderen zich alleen aan hen onderwerpen, niet aan de waarheid of aan God, is dat ze niet in staat zijn met wie dan ook samen te werken. Sommigen zeggen misschien: “Niet in staat zijn met wie dan ook samen te werken is niet hetzelfde als willen dat anderen zich alleen aan hen onderwerpen.” Niet in staat zijn met wie dan ook samen te werken betekent dat ze naar niemands woorden luisteren of niemands suggesties vragen – ze zoeken zelfs niet naar Gods bedoelingen of de waarheidsprincipes. Ze handelen en gedragen zich gewoon naar hun eigen wil. Wat impliceert dit? Zij zijn degenen die in hun werk de scepter zwaaien, niet de waarheid, niet God. Het principe van hun werk is dus om anderen te laten gehoorzamen aan wat zij zeggen en hen te behandelen alsof zij de waarheid zijn, alsof zij God zijn. Is dat niet de aard ervan? Sommigen zeggen misschien: “Als ze niet in staat zijn met wie dan ook samen te werken, is dat misschien omdat ze de waarheid begrijpen en geen samenwerking nodig hebben.” Is dat wat er aan de hand is? Hoe meer iemand de waarheid begrijpt en beoefent, hoe meer bronnen hij raadpleegt en onderzoekt wanneer hij handelt. Hij bespreekt dingen en communiceert meer met mensen, in een poging de kans op fouten en de schade ervan te minimaliseren. Hoe meer iemand de waarheid begrijpt, hoe meer verstand hij heeft en hoe gewilliger en bekwamer hij is om met anderen samen te werken. Is dat niet zo? En hoe minder gewillig en bekwaam iemand is om met anderen samen te werken – wanneer iemand niet luistert naar iemand anders, geen rekening houdt met de suggesties van iemand anders, en geen rekening houdt met de belangen van Gods huis en niet bereid is om te na te gaan of zijn handelingen in overeenstemming zijn met de waarheidsprincipes wanneer hij dingen doet – hoe minder hij de waarheid nastreeft en hoe minder hij die begrijpt. Wat is het dat ze ten onrechte geloven? Ze denken: de broeders en zusters hebben mij gekozen om hun leider te zijn; god heeft mij deze kans gegeven om een leider te zijn. Dus alles wat ik doe is in overeenstemming met de waarheid – wat ik ook doe, het is juist. Is dit geen misvatting? Waarom zouden ze zo’n misvatting koesteren? Eén ding is zeker: zulke mensen hebben de waarheid niet lief. En nog iets: zulke mensen begrijpen de waarheid gewoonweg niet. Dit staat buiten kijf.

Antichristen zijn niet in staat met wie dan ook samen te werken. Dit is een ernstig probleem. Welke plicht een antichrist ook vervult, met wie hij ook samenwerkt, er zullen altijd conflicten en geschillen zijn. Sommigen zeggen misschien: “Als ze de leiding hebben over de schoonmaak en elke dag binnen opruimen, waarom zouden ze dan niet met anderen willen samen werken?” Het probleem zit hem in de gezindheid: met wie ze ook omgaan of een taak uitvoeren, ze zullen hen altijd minachten, altijd de wens hebben hen de les te lezen, hen te laten doen wat zij zeggen. Zouden jullie zeggen dat zo iemand met anderen kan samenwerken? Ze kunnen met niemand samenwerken; dit komt doordat hun verdorven gezindheid te ernstig is. Niet alleen kunnen ze niet met anderen samenwerken, ze staan ook altijd vanuit de hoogte anderen de les te lezen en beperkingen op te leggen – ze willen altijd op de schouders van mensen zitten en hun gehoorzaamheid afdwingen. Dit is niet louter een gezindheidsprobleem – het is ook een ernstig probleem met hun menselijkheid. Ze hebben geen geweten of verstand. Zo zijn kwaadaardige mensen. Ze kunnen met niemand samenwerken; ze kunnen met niemand opschieten. Wat zijn de dingen die mensen in hun menselijkheid gemeen hebben? Welke van die dingen zijn verenigbaar? Geweten en verstand, en hun houding van het liefhebben van de waarheid – deze zijn gemeenschappelijk. Als beide partijen een dergelijke normale menselijkheid bezitten, kunnen ze met elkaar opschieten; als ze die niet bezitten, kunnen ze dat niet; en als de een die bezit en de ander niet, kunnen ze dat ook niet. Goede mensen en slechte mensen kunnen niet met elkaar opschieten – welwillende mensen en kwaadaardige mensen kunnen niet met elkaar opschieten. Er zijn bepaalde voorwaarden waaraan moet worden voldaan voordat mensen normaal met elkaar kunnen omgaan: voordat ze met elkaar kunnen samenwerken, moeten ze op zijn minst een geweten en verstand hebben, en geduldig en tolerant zijn. Mensen moeten eensgezind zijn om in staat te zijn samen te werken bij het vervullen van een plicht; ze moeten elkaars sterke punten benutten en hun eigen zwakheden compenseren, geduldig en tolerant zijn, en een basisniveau voor hun gedrag hebben. Zo kun je in harmonie met elkaar omgaan. En hoewel er soms conflicten en geschillen kunnen voorkomen, kan de samenwerking worden voortgezet en zal er op zijn minst geen vijandschap ontstaan. Als één persoon niet over een dergelijk basisniveau beschikt, en niet gewetensvol of redelijk is, en dingen doet met winst als oogmerk, alleen op zoek naar winst, altijd wensend te profiteren ten koste van anderen, zal samenwerking onmogelijk zijn. Zo is het onder kwaadaardige mensen en onder duivelse koningen, die zonder ophouden met elkaar strijden. De verschillende boze geesten van het spirituele rijk kunnen niet met elkaar opschieten. Hoewel duivels soms bondgenootschappen kunnen vormen, draait het allemaal om wederzijdse uitbuiting om hun eigen doelen te bereiken. Hun bondgenootschappen zijn tijdelijk en vallen na korte tijd vanzelf uiteen. Het is hetzelfde onder mensen. Mensen zonder menselijkheid zijn rotte appels die de hele mand bederven; alleen degenen met een normale menselijkheid zijn gemakkelijk om mee samen te werken, geduldig en tolerant ten opzichte van anderen. Ze zijn in staat om naar de meningen van anderen te luisteren, in staat om hun status opzij te zetten in het werk dat ze doen, en in staat om het werk in overleg met anderen te doen. Ook zij hebben een verdorven gezindheid en willen altijd dat anderen naar hen luisteren – ook zij hebben die bedoeling. Maar omdat ze een geweten en verstand hebben, en de waarheid kunnen nastreven en zichzelf kennen, en voelen dat het ongepast is om zo te handelen en zich daarover schuldig voelen, en ze in staat zijn zichzelf te beteugelen, zullen de manieren en middelen waarmee ze dingen doen beetje bij beetje veranderen. En zo zullen ze in staat zijn om met anderen samen te werken. Ze onthullen een verdorven gezindheid, maar het zijn geen kwaadaardige mensen en ze hebben niet de essentie van antichristen. Ze zullen er geen grote problemen mee met anderen samen te werken. Als het kwaadaardige mensen of antichristen zouden zijn, zouden ze niet in staat zijn om met anderen samen te werken. Zo zijn alle kwaadaardige mensen en antichristen die door Gods huis worden verwijderd. Ze zijn niet in staat met wie dan ook samen te werken en worden als gevolg daarvan allemaal onthuld en geëlimineerd. Toch zijn er veel mensen met de gezindheid van antichristen, die de weg van antichristen bewandelen, die, na veel snoeien te hebben ondergaan, de waarheid kunnen aanvaarden, werkelijk berouw kunnen hebben en geduldig en tolerant kunnen zijn ten opzichte van anderen. Zulke mensen zijn in staat om geleidelijk tot een harmonieuze samenwerking met anderen te komen. Alleen antichristen zijn niet in staat met wie dan ook samen te werken. Hoeveel verdorven gezindheid ze ook onthullen, ze streven de waarheid niet na om deze verdorven gezindheid op te lossen, maar zullen volharden in hun eigen weg, gewetenloos en ongeremd. Het is niet alleen dat ze niet in harmonie met anderen kunnen samenwerken – als ze zien dat iemand hen heeft doorzien en ontevreden over hen is, zullen ze die persoon zelfs gaan kwellen en een uitsluitende, vijandige houding tegenover hem aannemen. Ze zullen vijandig tegenover hem blijven staan, zelfs als dat het werk van de kerk hindert. Dit wordt bepaald door de aard-essentie van antichristen.

Wat zijn de lessen die jullie moeten leren bij de training om in harmonie samen te werken? Leren samenwerken is een onderdeel van het in de praktijk brengen van het liefhebben van de waarheid, en ook een teken daarvan. Het is één fundamentele manier waarop iemands bezit van een geweten en rationaliteit zich manifesteert. Je kunt zeggen dat je een geweten, waardigheid en rationaliteit hebt, maar als je met niemand kunt samenwerken en niet kunt opschieten met je familie, met buitenstaanders of met vrienden, en je interacties mislukken en je eindeloze discussies hebt over gezamenlijke taken, waardoor jullie vijanden worden – als je dus nooit met iemand kunt opschieten, loop je gevaar. Als dergelijk gedrag een van de gedragingen is van heel je verdorven gezindheid, of één gedraging onder al die gedragingen die je hebt die niet in overeenstemming zijn met de waarheid, en het niet meer is dan een gedraging, een gedraging die je kent en met betrekking waartoe je voortdurend de waarheid zoekt en verandert, heb je nog een kans. Er is nog ruimte voor redding; het is geen groot probleem. Maar als je van nature zo iemand bent, van nature niet in staat om met wie dan ook op te schieten, en geen enkel gesprek erover helpt – als je het gewoon niet kunt bedwingen – dan is dat een ernstig probleem. Als je het niet als iets belangrijks beschouwt, ongeacht hoe de waarheid aan je wordt gecommuniceerd, maar vindt dat het probleem niet zo groot is, dat het je normale leven is, de manier waarop je verdorven gezindheid zich hoofdzakelijk manifesteert, dan is jouw de essentie die van een antichrist. En als dat je essentie is, is dat een andere zaak dan wanneer je de weg van antichristen bewandelt. Sommige mensen bewandelen de weg van antichristen, en sommigen zijn zelf antichristen. Is daar geen verschil? (Ja.) Degenen die de weg van antichristen bewandelen, vertonen deze gedragingen van antichristen in hun handelingen; ze zullen de gezindheid van een antichrist iets opvallender en duidelijker onthullen dan de gemiddelde persoon, maar ze zijn nog steeds in staat om werk te doen dat in overeenstemming is met de waarheid en menselijkheid en rationaliteit heeft. Als iemand helemaal geen positief werk kan doen en wat hij doet in plaats daarvan volledig deze gedragingen van antichristen zijn, deze onthullingen van de essentie van een antichrist – als al het werk dat hij doet en de plichten die hij vervult zulke onthullingen zijn, zonder iets dat in overeenstemming is met de waarheid – in dat geval is hij een antichrist.

Sommige leiders en werkers hebben in het verleden vaak de gezindheid van een antichrist onthuld: ze waren onbeheerst en arbitrair, en het was altijd op hun manier of helemaal niet. Maar ze begingen geen duidelijke slechte daden en hun menselijkheid was niet verschrikkelijk. Doordat ze gesnoeid worden, doordat broeders en zusters ze helpen, doordat hun toegewezen plicht wordt aangepast of doordat ze van hun functie worden ontheven, doordat ze een tijdje negatief zijn, worden ze zich er uiteindelijk van bewust dat wat ze voorheen onthulden een verdorven gezindheid was. Ze zijn bereid om berouw te tonen en denken: het belangrijkste is dat ik wat er ook gebeurd in het vervullen van mijn plicht volhard. Hoewel ik de weg van een antichrist bewandelde, werd ik niet als zodanig gekarakteriseerd. Dit is Gods genade. Ik moet dus hard werken in mijn geloof en mijn streven. Er is niets mis met de weg van het nastreven van de waarheid. Beetje bij beetje bekeren ze zich en tonen vervolgens berouw. Er zijn goede uitingen in hen, ze zijn in staat de waarheidsprincipes te zoeken bij het vervullen van hun plicht, en ze zoeken ook de waarheidsprincipes bij de omgang met anderen. In elk opzicht gaan ze een positieve richting in. Zijn ze dan niet veranderd? Ze zijn van het bewandelen van de weg van antichristen overgegaan op het bewandelen van de weg van het beoefenen en nastreven van de waarheid. Er is hoop en een kans voor hen om redding te verkrijgen. Kun je zulke mensen als antichristen karakteriseren omdat ze ooit enkele uitingen van een antichrist vertoonden of de weg van antichristen bewandelden? Nee. Antichristen sterven liever dan dat ze berouw tonen. Ze hebben geen schaamtegevoel; daarnaast zijn ze venijnig en boosaardig van gezindheid, en zijn ze extreem afkerig van de waarheid. Kan iemand die zo afkerig is van de waarheid die in praktijk brengen, of berouw tonen? Dat zou onmogelijk zijn. Dat ze zo absoluut afkerig zijn van de waarheid, betekent dat ze nooit berouw zullen tonen. Eén ding is zeker over mensen die in staat zijn tot berouw, en dat is dat ze fouten hebben gemaakt, maar in staat zijn het oordeel en de tuchtiging van Gods woorden te aanvaarden, in staat zijn de waarheid te aanvaarden en in staat zijn zo goed mogelijk hun best te doen hun deel te doen bij het vervullen van hun plichten, de woorden van God als hun persoonlijke leefregels te aanvaarden en Gods woorden tot de werkelijkheid van hun leven te maken. Ze aanvaarden de waarheid en diep vanbinnen zijn ze er niet afkerig van. Is dit niet het verschil? Dit is het verschil. Antichristen weigeren echter niet alleen om gesnoeid te worden – ze luisteren ook naar niemand wiens woorden in overeenstemming zijn met de waarheid, en ze geloven niet dat Gods woorden de waarheid zijn, noch erkennen ze die als zodanig. Wat voor aard hebben ze? Het is een aard die extreem afkerig is van de waarheid en deze haat. Wanneer iemand over de waarheid communiceert of over ervaringsgetuigenissen spreekt, zijn ze er extreem afkerig van en zijn ze vijandig tegenover de persoon die communiceert. Als iemand in de kerk diverse belachelijke en boosaardige argumenten verspreidt en absurde, onzinnige dingen zegt, maakt dat hen erg blij; ze zullen er onmiddellijk op ingaan en met hem in de modder wroeten, in nauwe samenwerking. Het is een geval van soort zoekt soort. Mochten ze iemand van Gods uitverkoren volk over de waarheid horen communiceren of een ervaringsgetuigenis horen geven over zelfkennis en oprecht berouw, dan raken ze tot het uiterste geïrriteerd en gaan ze nadenken over hoe ze die persoon kunnen uitsluiten en aanvallen. Kortom, ze kijken niet welwillend naar iemand die de waarheid nastreeft. Ze willen hen uitsluiten en hun vijand zijn. Wie bedreven is in het pronken door woorden en doctrines te prediken, die vinden ze erg aardig en keuren ze goed, alsof ze een vertrouweling en medereiziger hebben gevonden. Mocht iemand zeggen: “Wie het meeste werk doet en de grootste bijdrage levert, zal rijkelijk worden beloond en gekroond, en zal samen met god regeren,” dan raken ze eindeloos opgewonden en het bloed stijgt ze naar het hoofd. Ze zullen het gevoel hebben dat ze met kop en schouders boven anderen uitsteken, dat ze eindelijk boven de massa uitstijgen, dat er nu ruimte voor hen is om zichzelf te laten zien en hun waarde te etaleren. Dan zullen ze heel tevreden zijn. Is dat niet afkerig zijn van de waarheid? Stel dat je in communicatie tegen hen zegt: “God houdt niet van mensen zoals Paulus, en Hij heeft de grootste afkeer van mensen die de weg van antichristen bewandelen, en degenen die de hele dag rondlopen en zeggen: ‘Heer, Heer, heb ik niet veel werk voor U gedaan?’ Hij heeft een afkeer van mensen die de hele dag rondlopen en Hem om een beloning en een kroon smeken.” Deze woorden zijn zeker de waarheid, maar welk gevoel houden zij over wanneer ze zo’n communicatie horen? Zeggen ze amen op zulke woorden en aanvaarden ze die? Wat is hun eerste reactie? Afkeer in hun hart en een onwil om te luisteren – wat ze bedoelen is: hoe kun je zo zeker zijn van wat je zegt? Heb jij het laatste woord? Ik geloof niet wat je zegt! Ik doe wat ik doe. Ik ga net als Paulus doen en god om een kroon vragen. Op die manier kan ik gezegend worden en een goede bestemming hebben! Ze blijven vasthouden aan de opvattingen van Paulus. Strijden ze zo niet tegen God? Is dat niet duidelijke verzet tegen God? God heeft de essentie van Paulus ontmaskerd en ontleed; Hij heeft er zoveel over gezegd, en elk woord ervan is de waarheid. Ondanks dat aanvaarden deze antichristen de waarheid niet, noch het feit dat alle handelingen en gedragingen van Paulus tegen God ingingen. In hun gedachten vragen ze nog steeds: als jij iets zegt, betekent dat dan dat het juist is? Op welke gronden? Voor mij ziet wat Paulus zei en deed er juist uit. Er is niets verkeerds aan. Ik streef een kroon en een beloning na – dat is waartoe ik in staat ben! Kun je me tegenhouden? Ik zal ernaar streven werk te doen; zodra ik veel werk heb gedaan, zal ik kapitaal hebben – ik zal een bijdrage hebben geleverd, en daardoor zal ik het koninkrijk van de hemel kunnen binnengaan en beloond worden. Daar is niets mis mee! Zo koppig zijn ze. Ze aanvaarden de waarheid niet in het minst. Je kunt de waarheid aan hen communiceren, maar het zal niet tot hen doordringen; ze zijn er afkerig van. Dat is de houding van antichristen ten opzichte van Gods woorden en de waarheid, en het is ook hun houding ten opzichte van God. Welk gevoel krijgen jullie dan als jullie de waarheid hebben gehoord? Jullie voelen dat jullie de waarheid niet nastreven en dat jullie die niet begrijpen. Jullie voelen dat jullie nog veel tekortschieten en dat jullie zullen moeten streven naar de waarheidswerkelijkheid. En telkens wanneer jullie jezelf vergelijken met Gods woorden, voelen jullie dat jullie gewoon te veel tekortkomingen hebben, een slecht kaliber hebben en geen geestelijk begrip hebben – dat jullie nog steeds plichtmatig zijn en dat er nog steeds boosaardigheid in jullie is. En dan worden jullie negatief. Is dat niet jullie gesteldheid? Antichristen daarentegen zijn nooit negatief. Ze zijn altijd zo enthousiast, denken nooit over zichzelf na en hebben geen zelfkennis, maar denken dat ze geen grote problemen hebben. Zo zijn mensen die altijd arrogant en zelfingenomen – zodra ze macht in handen krijgen, veranderen ze in antichristen.

II. Een ontleding van hoe antichristen altijd het verlangen en de ambitie hebben om mensen te beheersen en te overwinnen

We gaan verder met de communicatie over het volgende punt: antichristen hebben altijd de ambitie en het verlangen om mensen te beheersen en te onderwerpen. Dit probleem is ernstiger dan hun onvermogen om met wie dan ook samen te werken. Wat voor soort mensen zijn volgens jullie degenen die ervan houden anderen te beheersen en te onderwerpen? Wat voor soort mens heeft de ambitie en het verlangen om anderen te beheersen en te onderwerpen? Ik zal jullie een voorbeeld geven. Houden degenen die bijzonder veel van status houden ervan anderen te beheersen en te onderwerpen? Zijn zij niet het slag antichristen? Ze misleiden, beheersen en onderwerpen andere mensen, die hen dan aanbidden en gehoorzamen. Zo verwerven ze de achting en het respect van mensen, en zorgen ze ervoor dat mensen hen aanbidden en naar hen opkijken. Is er dan geen plaats voor hen in de harten van de mensen? Als mensen zich niet door hen lieten overtuigen en hen afkeurden, zouden ze hen dan aanbidden? Absoluut niet. Dus ook als deze mensen status hebben gekregen, moeten ze anderen nog altijd overtuigen, hen volledig voor zich winnen en ervoor zorgen dat ze door anderen worden bewonderd. Alleen dan zullen mensen hen aanbidden. Dat is één soort mens. Er is nog een andere soort: degenen die bijzonder arrogant zijn. Zij behandelen mensen op dezelfde manier: ze beginnen met het onderwerpen van mensen en zorgen ervoor dat iedereen hen aanbidt en bewondert. Alleen dan zijn ze tevreden. Heel venijnige mensen houden er ook van anderen te beheersen, ervoor te zorgen dat ze hen gehoorzamen, in hun invloedssfeer blijven en dingen voor hen doen. Zowel voor zeer arrogante mensen als voor mensen met een venijnige gezindheid geldt dat, zodra ze de macht hebben gegrepen, ze antichristen worden. Antichristen hebben altijd de ambitie en het verlangen om anderen te beheersen en te onderwerpen; in hun contacten met mensen willen ze altijd nagaan hoe anderen hen zien, of er een plaats voor hen is in de harten van anderen, en of anderen hen bewonderen en aanbidden. Als ze iemand tegenkomen die goed is in slijmen, vleien en kruipen, worden ze erg blij. Ze gaan dan op een voetstuk staan, lezen mensen de les en oreren over hoogdravende ideeën, en prenten mensen regels, methoden, doctrines en noties in. Ze laten mensen deze dingen aanvaarden als de waarheid, en steken het zelfs in een mooi jasje: “Als je deze dingen kunt aanvaarden, ben je iemand die de waarheid liefheeft en najaagt.” Mensen zonder onderscheidingsvermogen zullen denken dat wat ze zeggen redelijk is, en hoewel het voor hen onduidelijk is en ze niet weten of het in overeenstemming is met de waarheid, voelen ze alleen dat er niets mis is met wat ze zeggen en dat het de waarheid niet schendt. En zo gehoorzamen ze de antichristen. Als iemand in staat is een antichrist te onderscheiden en hem zou kunnen ontmaskeren, zal dit de antichrist woedend maken, hij zal deze persoon met vertoon van macht en zonder pardon de schuld in de schoenen schuiven, hem veroordelen en bedreigen. Degenen zonder onderscheidingsvermogen worden volledig onderworpen door de antichrist en bewonderen hem vanuit het diepst van hun hart, wat bij hen aanbidding van de antichrist, afhankelijkheid van hem en zelfs vrees teweegbrengt. Ze hebben het gevoel door de antichrist tot slaaf te zijn gemaakt. Het is alsof ze in hun hart onrustig zouden worden als ze het leiderschap, de leringen en de berispingen van de antichrist zouden verliezen. Zonder deze dingen is het alsof ze zich niet meer veilig kunnen voelen en God hen misschien niet meer zou willen. Dan heeft iedereen geleerd om wanneer ze iets doen op de uitdrukking van de antichrist te letten, uit angst dat de antichrist ontevreden zal zijn. Ze proberen hem allemaal te behagen; zulke mensen zijn vastbesloten om de antichrist te volgen. In hun werk prediken antichristen woorden en doctrines. Ze zijn er goed in mensen te onderwijzen zich aan bepaalde regels te houden; ze vertellen mensen nooit wat de waarheidsprincipes zijn waaraan ze zich moeten houden, waarom ze op deze manier moeten handelen, wat Gods bedoelingen zijn, welke regelingen Gods huis voor het werk heeft getroffen, wat het meest wezenlijke en belangrijke werk is, of wat het voornaamste werk is dat gedaan moet worden. Antichristen zeggen helemaal niets over deze dingen die van het grootste belang zijn. Ze communiceren nooit over de waarheid wanneer ze werk doen en regelen. Ze begrijpen zelf de waarheidsprincipes niet, het enige dat ze dus kunnen doen is mensen onderwijzen zich aan een paar regels en doctrines te houden – en als mensen tegen hun uitspraken en regels ingaan, zullen ze de berisping en terechtwijzing van de antichristen ondergaan. Antichristen doen vaak werk onder de vlag van Gods huis, en berispen en doceren anderen vanuit een hoge positie. Sommige mensen raken zelfs zo in de war van hun preek dat ze het gevoel hebben dat ze God iets verschuldigd zijn als ze niet handelen volgens de vereisten van de antichristen. Staan zulke mensen niet onder de controle van de antichristen? (Ja.) Wat voor soort gedrag is dit van de kant van de antichristen? Dit is tot slaaf maken. ‘Tot slaaf maken’ wordt in de woorden van het land van de grote rode draak ‘hersenspoeling’ genoemd. Het is net als wanneer de grote rode draak gelovigen in God gevangenneemt. Naast hen te martelen, gebruikt hij ook een andere techniek: hersenspoeling. Of het nu boeren, arbeiders of intellectuelen zijn, de grote rode draak gebruikt zijn reeks ketterijen en drogredenen – atheïsme, evolutieleer en marxisme-leninisme – om mensen te hersenspoelen. Hij prent mensen deze dingen met geweld in, hoe walgelijk of weerzinwekkend die mensen het ook vinden, en gebruikt vervolgens deze ideeën en theorieën om de ledematen van mensen te ketenen en hun harten te beheersen. Dit is hoe de grote rode draak mensen ervan weerhoudt in God te geloven, de waarheid te aanvaarden en de waarheid na te jagen om gered en vervolmaakt te worden. Op dezelfde manier kunnen mensen die door antichristen worden beheerst, ongeacht hoeveel preken ze horen, de waarheid niet begrijpen, noch waar het geloof in God werkelijk om draait, noch wat voor pad ze moeten nemen, noch de juiste opvatting die ze bij alles wat ze doen moeten hebben, noch het standpunt dat ze moeten innemen. Ze begrijpen niets van deze dingen; het enige wat in hun hart is, zijn de woorden en doctrines en de holle theorieën van die antichristen. En nadat ze lange tijd door antichristen zijn misleid en beheerst, worden ze volledig zoals zij: ze worden mensen die in God geloven, maar de waarheid helemaal niet aanvaarden, en zich zelfs tegen God verzetten en tegen Hem ingaan. Wat voor soort mensen zijn degenen die door antichristen worden misleid en beheerst? Zonder twijfel zijn geen van hen liefhebbers van de waarheid – het zijn allemaal huichelaars, mensen die in hun geloof in God de waarheid niet najagen en die zich bij het vervullen van hun plichten niet met de juiste zaken bezighouden. In hun geloof in God volgen deze mensen God niet; in plaats daarvan volgen ze antichristen, worden ze de slaven van de antichristen, en als gevolg daarvan kunnen ze de waarheid niet verkrijgen. Deze uitkomst is onvermijdelijk.

Wat is het principe waarmee God mensen behandelt? Is het dwang? Is het controle? Nee – het is precies het tegenovergestelde van controle. Wat is Gods principe in hoe Hij mensen behandelt? (Hij geeft hun een vrije wil.) Juist, Hij geeft je een vrije wil. Hij stelt je in staat om tot je eigen begrip te komen te midden van de omstandigheden die Hij creëert, zodat je op natuurlijke wijze menselijk begrip en ervaring ontwikkelt. Hij stelt je in staat om op natuurlijke wijze een aspect van de waarheid te begrijpen, zodat je, wanneer je opnieuw met zulke omstandigheden wordt geconfronteerd, weet wat je moet doen en wat je moet kiezen. Hij stelt je ook in staat om vanuit het diepst van je hart te begrijpen wat goed en wat verkeerd is, zodat je uiteindelijk het juiste pad kiest. God beheerst je niet en Hij dwingt je niet. Een antichrist handelt echter precies tegenovergesteld: hij zal je hersenspoelen en indoctrineren door je te misleiden, en je vervolgens tot zijn slaaf maken. Waarom gebruik ik het woord ‘slaaf’? Wat is een slaaf? Het betekent dat je niet zult onderscheiden of de antichrist gelijk of ongelijk heeft, en je zult het niet durven – je zult niet weten of hij gelijk of ongelijk heeft; je zult in je hart verward en vertroebeld zijn. Je zult niet duidelijk begrijpen wat goed en wat niet goed is; je zult niet weten wat je wel en niet moet doen. Je zult als een marionet wachten op de instructies van de antichrist, niet durven handelen als de antichrist zich niet uitspreekt, en pas durven handelen als je zijn bevelen hebt gehoord. Je zult je eigen aangeboren vermogens hebben verloren, en je vrije wil zal zijn functie niet meer vervullen. Je zult een dode zijn geworden. Je zult een hart hebben, maar je zult niet kunnen denken; je zult een verstand hebben, maar je zult niet over problemen kunnen nadenken – je zult goed niet van kwaad kunnen onderscheiden, noch wat positieve en wat negatieve dingen zijn, noch wat de juiste manier van handelen is en wat de verkeerde manier van handelen is. Onmerkbaar zal de antichrist de controle over je hebben overgenomen. Wat zal hij beheersen? Is het je hart, of is het je verstand? Het is je hart; je verstand zal dan vanzelf onder zijn controle vallen. Hij zal je ledematen strak vastbinden, ze stevig vastboeien, zodat je bij elke stap die je zet verstrikt raakt in aarzeling en twijfel en vervolgens terugdeinst. Bij de volgende stap die je wilt zetten om iets te ondernemen, deins je opnieuw terug. Bij alles wat je doet, zal je visie vertroebeld en onduidelijk zijn. Dit is onlosmakelijk verbonden met de misleidende opmerkingen van de antichrist. Wat is de belangrijkste techniek waarmee antichristen mensen beheersen? Alles wat ze zeggen is materiaal dat overeenkomt met de noties en verbeeldingen van mensen, met menselijke sentimenten en met menselijke redenering. Ze lijken een beetje menselijkheid te hebben wanneer ze spreken, maar ze bezitten geen enkele waarheidswerkelijkheid. Zeg Mij, kunnen mensen die door antichristen worden beheerst en hen volgen, hun plichten in Gods huis met heel hun hart en al hun kracht vervullen? (Nee.) Wat is daar de reden voor? Ze begrijpen de waarheid niet – dat is de belangrijkste reden. En er is nog een reden: antichristen houden zich bezig met machtsspelletjes; ze beoefenen de waarheid niet bij het vervullen van hun plicht, noch doen ze het met heel hun hart en kracht. Kunnen hun loopjongens dan de waarheid beoefenen? Zo de antichrist, zo de loopjongens. Antichristen lopen voorop in het niet beoefenen van de waarheid, in het ingaan tegen de principes, in het verraden van de belangen van Gods huis, in het onredelijk zijn en het zich als dictators gedragen. Zou dit hun loopjongens onberoerd kunnen laten? Dat is absoluut onmogelijk. Wat zal er dan terechtkomen van die mensen die zij inperken en beheersen? Ze zullen elkaar wantrouwen, ze zullen achterdochtig zijn jegens elkaar en met elkaar vechten – strijdend om roem en gewin, om een kans om te schitteren en om kapitaal. Diep vanbinnen zijn allen die door een antichrist worden beheerst verdeeld en niet langer eensgezind. Ze zijn voorzichtig en omzichtig in hun handelen; ze zijn niet open naar elkaar en hebben geen normale menselijke relaties met elkaar. Er is geen normale communicatie tussen hen, geen biddend lezen, geen normaal geestelijk leven. Ze zijn gefragmenteerd, net als de ongelovige groepen die van Satan zijn in de wereld daarbuiten. Zo is het wanneer een antichrist aan de macht is. Er is wantrouwen tussen mensen, openlijke en verborgen strijd, sabotage, jaloezie en oordeel en men vergelijkt wie minder verantwoordelijkheid neemt: “Als jij geen verantwoordelijkheid neemt, neem ik die ook niet. Op basis waarvan zou ik de belangen van gods huis in acht moeten nemen als jij dat zelf niet doet? Dan neem ik ze ook gewoon niet in acht!” Is zo’n plaats Gods huis? Nee. Wat voor plaats is het? Het is het kamp van Satan. De waarheid heerst daar niet; deze plaats heeft het werk van de Heilige Geest niet, noch Gods zegen, noch Zijn leiding. En dus is ieder van de mensen daar als een kleine duivel. Oppervlakkig klinken de lovende woorden die ze over anderen spreken aardig: “Oh, ze houden echt van god; ze brengen echt offers; ze lijden echt bij het vervullen van hun plicht!” Maar als je ze een evaluatie van een persoon laat geven, dan blijkt dat wat ze je achter zijn rug vertellen, iets anders is dan wat ze in zijn aanwezigheid zeggen. Als broeders en zusters in de handen van een valse leider vallen, zullen ze bij de vervulling van hun plichten zo gefragmenteerd zijn als een hoop los zand – ze zullen geen resultaten boeken, en ze zullen het werk van de Heilige Geest niet hebben, en de meesten van hen zullen de waarheid niet najagen. Wat dan, als ze onder de controle van een antichrist vallen? Die mensen zouden geen kerk meer genoemd kunnen worden. Ze zouden volledig tot het kamp van Satan behoren, en tot de bende van de antichrist.

Waarom willen antichristen altijd mensen beheersen? Omdat ze de belangen van Gods huis niet beschermen en niet geven om de ingang in het leven van Gods uitverkoren volk. Hun enige overweging is hun eigen macht, status en prestige. Ze geloven dat zolang ze de harten van de mensen beheersen en iedereen kunnen overhalen hen te aanbidden, hun verlangen en ambitie vervuld zullen worden. Ze geven niets om zaken die de belangen van Gods huis raken, of het werk van de kerk, of de ingang in het leven van Gods uitverkoren volk. Zelfs wanneer er problemen ontstaan, kunnen ze die niet zien. Waar personeelsregelingen in Gods huis niet passend zijn; of waar het eigendom van Gods huis onredelijk is verdeeld, met te veel verlies, en wie het heeft verkwist; of wie verstoringen en hinder veroorzaakt in zijn werk; of wie mensen ongeschikt gebruikt; of wie plichtmatig is in zijn werk, zulke problemen kunnen ze niet zien – laat staan dat ze zulke problemen aanpakken. Wat pakken ze wel aan? In welke zaken mengen ze zich? (Onbenullige zaken.) Wat voor soort dingen zijn onbenullige zaken? Geef wat details. (Sommige leiders gaan de huishoudelijke problemen van bepaalde broeders en zusters oplossen – bijvoorbeeld iemand in hun familie die niet met iemand anders overweg kan. Dit zijn slechts zaken van het dagelijks leven.) Dat is iets wat valse leiders doen. En wat doen antichristen? (Ze besteden geen aandacht aan de ingang in het leven van de broeders en zusters, noch aan dingen die tegen de waarheidsprincipes ingaan; ze besteden alleen aandacht aan dingen die hun reputatie en status raken – bijvoorbeeld wanneer mensen niet doen wat zij zeggen, of wanneer sommige mensen een hekel aan hen hebben. Zulke dingen pakken ze aan.) Dat is een deel ervan. Zulke dingen gebeuren. Antichristen controleren wiens aanwezigheid voor hen ongewenst is, wie geen respect voor ze heeft en wie hen kan onderscheiden. Ze zien deze dingen en maken er een mentale notitie van; zulke dingen zijn erg belangrijk voor hen. Wat nog meer? (Als de persoon die in een kerk wordt gekozen hen kan onderscheiden en het niet met hen eens is, zullen ze manieren zoeken om fouten bij die persoon te vinden en hem te laten vervangen. Dat soort dingen doen ze graag.) Wat voor fouten of problemen iemand die slechte dingen doet ook heeft, of hoe hij ook verstoringen en hinder veroorzaakt, een antichrist besteedt er geen aandacht aan – hij zoekt specifiek fouten bij mensen die hun plicht vervullen en degenen die de waarheid najagen, hij zoekt naar rechtvaardigingen en excuses om die mensen te laten vervangen. Er is nog een belangrijke manier waarop het beheersen van anderen door antichristen zich manifesteert: naast het beheersen van gewone broeders en zusters, proberen ze de mensen die de leiding hebben over elk aspect van het werk te beheersen. Ze willen altijd alle macht in eigen handen houden. Dus doen ze overal navraag naar; ze houden alles in de gaten en bekijken alles om te zien hoe mensen dingen doen. Ze communiceren helemaal niet over de waarheidsprincipes met mensen, of geven mensen de vrije hand om te handelen. Ze willen dat iedereen doet wat ze zeggen en zich aan hen onderwerpt. Ze zijn altijd bang dat hun macht wordt verdeeld en door andere mensen wordt overgenomen. Wanneer er een kwestie wordt besproken zullen ze, ongeacht hoeveel mensen erover hebben gecommuniceerd of welke resultaten hun communicatie ook hebben opgeleverd, alles afwijzen wanneer de kwestie hen bereikt, en zal de discussie opnieuw moeten beginnen. En wat is hiervan het eindresultaat? De zaken zijn pas voorbij als iedereen hen gehoorzaamt, en zolang dat niet het geval is, zullen ze moeten blijven communiceren. Deze communicatie duurt soms tot midden in de nacht, zonder dat iemand mag slapen; de communicatie wordt pas beëindigd als de anderen gehoorzamen wat zij zeggen. Dit is iets wat antichristen doen. Zijn er mensen die geloven dat een antichrist hiermee zijn verantwoordelijkheid voor het werk neemt? Wat is het verschil tussen verantwoordelijkheid nemen voor het werk en het despotisme van antichristen? (Het is een verschil in bedoeling.) Wanneer mensen gewetensvol en verantwoordelijk zijn ten opzichte van het werk, doen ze dit om de waarheidsprincipes duidelijk te communiceren, zodat iedereen de waarheid kan begrijpen. Het doel van antichristen daarentegen is om de macht te behouden, de overhand te krijgen, alle opvattingen die afwijken van hun meningen en die hen gezichtsverlies kunnen bezorgen, te weerleggen. Is er geen verschil tussen deze bedoelingen? (Ja.) Wat is er anders aan? Kunnen jullie dat onderscheiden? Mensen de waarheidsprincipes laten begrijpen door middel van communicatie, en mensen die strijden om aanzien – wat is het verschil tussen die twee? (Bedoelingen.) Niet alleen bedoelingen – natuurlijk zijn de bedoelingen anders. (Een van deze benaderingen zal Gods huis meer ten goede komen.) Dat een van hen Gods huis meer ten goede komt, is een ander verschil – het in acht nemen van de belangen van Gods huis. Wat is echter het belangrijkste verschil? Wanneer iemand werkelijk over de waarheid communiceert, is het wanneer je het hoort duidelijk dat het geen persoonlijke rechtvaardiging of verdediging is. Alles waarover hij communiceert, is bedoeld om iedereen Gods bedoelingen te laten begrijpen, het is allemaal een getuigenis van Gods bedoelingen. Zulke communicatie maakt de waarheidsprincipes duidelijk. Wanneer mensen de communicatie hebben gehoord, hebben ze een pad voorwaarts – ze weten wat de principes zijn, ze weten wat ze in de toekomst moeten doen, ze zullen niet snel tegen de principes ingaan bij het vervullen van hun plicht, en het doel van hun beoefening zal nauwkeuriger zijn. Zulke communicatie is niet in het minst besmet met persoonlijke rechtvaardiging of verdediging. Maar hoe prediken die mensen die de zaken naar hun hand willen zetten en anderen onder hun controle willen brengen? Waar prediken zij over? Ze prediken over hun zelfrechtvaardigingen en de gedachten, bedoelingen en doelen achter alles wat ze deden, zodat mensen het zullen accepteren, het zullen slikken en hen niet verkeerd zullen begrijpen. Het is allemaal slechts zelfrechtvaardiging; er zit helemaal geen waarheid in. Als je goed luistert, zul je horen dat er geen waarheid is in wat zij communiceren – het zijn allemaal menselijke uitspraken, excuses en rechtvaardigingen. Dat is alles wat het is. En begrijpt er ook maar iemand de principes wanneer ze uitgesproken zijn? Nee – maar ze hebben wel heel wat begrepen over de bedoelingen van de spreker. Dit is de methode van antichristen. Zo beheersen zij mensen. Zodra ze het gevoel hebben dat ze status- en prestigeverlies hebben geleden en hun status en prestige binnen de groep zijn aangetast, roepen ze onmiddellijk een bijeenkomst bijeen om die zo goed mogelijk te proberen te redden. En hoe redden ze die? Door excuses te geven, door met rechtvaardigingen te komen, door te zeggen wat ze op dat moment dachten. Wat is hun doel wanneer ze deze dingen zeggen? Om alle misverstanden die iedereen over hen heeft op te helderen. Het is net als de grote rode draak: nadat hij iemand heeft gekweld, zal hij hem rehabiliteren en hem vrijspreken van alles waarvan hij is beschuldigd. Wat is het doel hiervan? (Zichzelf witwassen.) Hij rehabiliteert je en compenseert je nadat hij je iets slechts heeft aangedaan, zodat je denkt dat de grote rode draak toch eigenlijk goed en betrouwbaar is. Op deze manier wordt zijn heerschappij niet bedreigd. Zo zijn antichristen ook: er is niet één ding dat ze zeggen of doen dat niet in hun eigen belang is; ze zullen niets zeggen omwille van de waarheid, laat staan dat ze iets zullen zeggen of doen omwille van de belangen van Gods huis. Alles wat ze zeggen en doen is omwille van hun eigen reputatie en status. Sommigen zeggen misschien: “Het is onrechtvaardig van U om hen als antichristen te definiëren, want ze zwoegen veel en ze doen hun werk zeer ijverig en werken en rennen voor Gods huis van zonsopgang tot zonsondergang. Soms hebben ze het te druk om te eten. Ze hebben zoveel geleden!” En voor wie lijden ze? (Voor zichzelf.) Voor zichzelf. Als ze geen status hadden, zouden ze dan hetzelfde doen? Ze rennen zo rond voor hun eigen reputatie en status – ze doen het voor een beloning. Als ze niet beloond zouden worden, of als ze geen roem, gewin of status hadden, zouden ze zich allang hebben teruggetrokken. Ze doen deze dingen voor de ogen van anderen, en wanneer ze ze doen, willen ze het God laten weten en ervoor zorgen dat Hij aan hen hun verdiende beloning geeft met het oog op alles wat ze hebben gedaan. Wat ze uiteindelijk willen is een beloning; ze willen de waarheid niet verkrijgen. Je moet dit punt doorzien. Wanneer ze het gevoel hebben dat ze genoeg kapitaal hebben vergaard, wanneer ze de kans krijgen om onder anderen te spreken, wat is dan de inhoud van wat ze zeggen? Ten eerste bestaat deze uit pronken met hun bijdragen – een psychologische aanval. Wat is een psychologische aanval? Het is iedereen diep in hun hart te laten weten dat ze veel goede dingen hebben gedaan namens Gods huis, bijdragen hebben geleverd, risico’s hebben genomen, gevaarlijk werk hebben gedaan, veel hebben rondgerend en niet weinig hebben geleden – het bestaat uit het op tafel leggen van hun geloofsbrieven en het praten over hun kapitaal in het bijzijn van anderen. Ten tweede praten ze op een extravagante en onzinnige manier over enkele onrealistische theorieën die mensen het gevoel geven dat ze het begrijpen, hoewel dat niet zo is. Deze theorieën klinken heel diepzinnig, mysterieus en abstract, en ze leiden ertoe dat mensen de antichristen aanbidden. Vervolgens praten ze op een grootse en verwarrende manier over dingen waarvan zij geloven dat niemand ze ooit heeft begrepen – technologie bijvoorbeeld, en de ruimte, financiën en boekhouding, en maatschappelijke en politieke zaken – en zelfs over zaken uit de onderwereld en oplichtingspraktijken. Ze vertellen hun persoonlijke geschiedenis. Wat is dit dan? Ze pronken met zichzelf. Met dit pronken hebben ze de bedoeling een psychologische aanval te lanceren. Denken jullie dat ze dom zijn? Als wat ze zeggen geen effect op mensen had, zouden ze het dan nog steeds zeggen? Dat zouden ze niet doen. Ze hebben een doel voor ogen als ze dat zeggen: het gaat om het op tafel leggen van hun geloofsbrieven, opscheppen en met zichzelf pronken.

Bovendien, wat voor gedrag vertonen antichristen vaak? Waar ze ook gaan, ze gedragen zich altijd als het hoofd van een huishouden – waar ze ook gaan, ze zeggen altijd: “Waar zijn jullie mee bezig? Hoe gaat het? Zijn er moeilijkheden? Schiet op en handel de dingen af die jullie zijn toegewezen! Wees niet plichtmatig. Al het werk van gods huis is belangrijk en kan niet worden uitgesteld!” Ze zijn net als het hoofd van een huishouden, altijd toezicht houdend op het werk van de mensen in hun huis. Wat betekent dat, dat ze het hoofd van een huishouden zijn? Het betekent dat iedereen in hun huis een fout kan maken, of het verkeerde pad kan inslaan, dus moeten zij over hen waken; als zij dat niet deden, zou niemand zijn plicht doen – ze zouden allemaal struikelen. Antichristen geloven dat iedereen een idioot is, een kind, ze geloven dat als zij zich niet over hen zouden bekommeren, als zij hen een seconde uit het oog zouden verliezen, sommigen van hen fouten zouden maken en het verkeerde pad zouden inslaan. Wat voor opvatting is dit? Gedragen ze zich niet als het hoofd van een huishouden? (Ja.) Verrichten ze dan concreet werk? Dat doen ze nooit; ze regelen dat anderen al het werk doen en houden zich alleen bezig met bureaucratie en de baas spelen, en wanneer anderen het werk hebben gedaan, is het net alsof zij het zelf hadden gedaan – zij krijgen alle eer. Ze doen zich alleen tegoed aan de voordelen van hun status; ze doen nooit iets dat het werk van Gods huis ten goede komt. Zelfs als ze ontdekken dat iemand plichtmatig of nalatig is in de uitvoering van zijn plicht, dat iemand het werk van de kerk hindert en verstoort, dan geven ze hem slechts een paar woorden van aansporing en troosten ze hem, maar ze ontmaskeren hem nooit en perken hem nooit in – ze beledigen nooit iemand. Als niemand naar hen wil luisteren, zullen ze zeggen: “Mijn hart is in stukken gebroken van de zorgen die ik me om jullie allemaal maak; ik heb me de blaren op de tong gepraat – ik heb mezelf zo uitgeput dat ik er bijna aan onderdoor ben gegaan! Jullie geven me zoveel om me zorgen over te maken!” Is het niet schaamteloos van hen om dit te zeggen? Walgen jullie ervan om het te horen? Dit is één manier waarop het constante verlangen van antichristen om mensen te beheersen zich manifesteert. Hoe communiceren zulke antichristen met mensen? Ze zeggen bijvoorbeeld tegen Mij: “De mensen onder mij doen niet wat hun gezegd wordt. Ze nemen het kerkwerk niet serieus. Ze zijn plichtmatig en geven het geld van gods huis willekeurig uit. Het zijn werkelijk beesten, deze mensen – ze zijn lager dan honden!” Wat voor soort toon slaat hij hier aan? Hij maakt zichzelf tot uitzondering; hij bedoelt: “Ik neem de belangen van gods huis in acht – zij niet.” Als wie beschouwen de antichristen zichzelf? Als een ‘merkambassadeur’. Wat is een merkambassadeur? Kijk eens naar de merkambassadeurs van sommige landen – wat voor soort mensen zijn dat? Ze worden gekozen om hun schoonheid; ze zijn erg mooi, ze kunnen goed spreken en ze hebben allemaal een training doorlopen. Achter de schermen hebben ze allemaal connecties en contacten met lange, rijke en knappe mannen, met hoge ambtenaren, met rijke zakenlieden – daarom zijn ze merkambassadeurs. Waarop vertrouwen ze om merkambassadeur te worden? Is het puur hun mooie uiterlijk, goede figuur en welsprekendheid? Ze vertrouwen voornamelijk op hun connecties achter de schermen. Is dat niet hoe het werkt? (Ja.) Ja, zo werkt het. Antichristen, die zich altijd gedragen als een leider of het hoofd van een huishouden, willen altijd deze manier, deze pose, gebruiken om mensen te misleiden en te beheersen. Lijkt dat niet een beetje op de stijl van een merkambassadeur? Ze staan daar, de handen achter de rug gevouwen, en wanneer de broeders of zusters naar hen knikken en buigen, zeggen ze: “Mooi – doe goed werk!” Wie zijn zij om dat te zeggen? Welke positie hebben ze zichzelf toebedeeld? Nergens waar ik kom, zeg ik zulke dingen – hebben jullie Mij ooit zoiets horen zeggen? (Nee.) Af en toe zal Ik zeggen: “Deze kans om jullie plicht met een gerust hart te vervullen, krijgen jullie niet zomaar! Jullie moeten deze kans grijpen en je plicht goed vervullen – zorg ervoor dat je niet wordt weggestuurd omdat je kwaad doet en verstoringen veroorzaakt.” Waaruit zeg Ik dit echter? Uit oprechtheid. Maar is dat hoe een antichrist denkt? Zo denken zij niet, en zo handelen zij niet. Zij zeggen anderen dat ze goed werk moeten doen – doen zij dat zelf ook? Dat doen ze niet. Zij willen dat anderen goed werk doen, zich voor hen uit de naad werken, voor hen arbeiden, en uiteindelijk zijn zij degenen die alle eer opstrijken. Werken jullie je nu uit de naad voor Mij, bij het vervullen van jullie plichten? (Nee.) Jullie arbeiden ook niet voor Mij; jullie vervullen je eigen plichten en verplichtingen, en dan zorgt Gods huis voor jullie. Zou het overdreven zijn om te zeggen dat Ik voor jullie zorg? (Nee.) Dit is geen onjuiste bewering, en in feite is het werkelijk hoe de dingen zijn. Maar als je Mij dat zou laten zeggen, zou Ik het niet doen – dat zou nooit over Mijn lippen komen. Ik zou alleen zeggen dat Gods huis voor jullie zorgt: jullie doen je eigen plichten in Gods huis, en God zorgt voor jullie. Voor wie doen jullie dus je plichten? (Voor onszelf.) Jullie vervullen je eigen plichten en verplichtingen; dit is de verantwoordelijkheid die jullie als schepselen behoren te vervullen. Jullie doen dit voor God. Jullie moeten absoluut niet zeggen dat jullie voor Mij werken – dat heb Ik niet nodig. Ik heb niemand nodig die voor Mij werkt; Ik ben niet de baas, noch de directeur van een of ander bedrijf. Ik verdien geen geld aan jullie, en jullie eten Mijn voedsel niet. We werken gewoon met elkaar samen. Ik communiceer over de waarheden waarover Ik met jullie moet communiceren, zodat jullie ze kunnen begrijpen, en jullie slaan het juiste pad in, en daarmee is Mijn hart gerustgesteld – Mijn verantwoordelijkheid en verplichting zijn tot voltooiing gebracht. Het is wederzijdse samenwerking, waarbij iedereen zijn rol speelt. Het is verre van een geval van wie wie uitbuit, wie wie gebruikt, wie wie voedt. Neem die houding niet aan – het is nutteloos en walgelijk. Doe het werk werkelijk goed, zodat het voor iedereen duidelijk is, dan zul je uiteindelijk in een goede positie zijn om je rekeningen voor God te vereffenen. Hebben antichristen zo’n verstand? Nee. Als ze een beetje verantwoordelijkheid nemen, een kleine bijdrage leveren en wat werk hebben verricht, scheppen ze erover op, op een manier die ronduit walgelijk is – ze willen zelfs merkambassadeurs zijn. Als je niet probeert een merkambassadeur te zijn en je aan wat werkelijk werk zet, zal iedereen enig respect voor je hebben. Als je de pose van een merkambassadeur aanneemt, maar niet in staat bent om concreet werk te doen, en dit de Boven dwingt zich met al het werk te bemoeien en Hij persoonlijk aanwijzingen moet geven, achter je aan moet zitten om toezicht te houden en je begeleiding te geven, waarbij de Boven elk aspect van het werk doet, en als je dan nog steeds denkt dat je bekwaam bent, dat je vaardiger bent geworden, dat jij het allemaal hebt gedaan – is dat niet schaamteloos? Antichristen zijn hiertoe in staat. Ze roven God van Zijn glorie. Wanneer normale mensen een paar dingen hebben ervaren, kunnen ze een beetje van de waarheid begrijpen en zien: mijn kaliber is zo slecht – ik ben niets. Zonder de zorg en het toezicht van de Boven, zonder dat ze mijn hand vasthouden om me te helpen, zou ik niets kunnen doen. Ik ben gewoon een domoor geweest. Ik heb mezelf nu een beetje leren kennen. Ik ken mijn schamele gestalte. Ik zal geen klachten uiten als de Boven me in de toekomst weer snoeit. Ik zal me gewoon onderwerpen. Als je je eigen schamele gestalte kent, zul je het werk dat van jou is op een welgemanierde manier doen, met beide voeten op de grond. Wat de Boven je ook opdraagt, je zult het goed doen, met heel je hart en al je kracht. Is dit wat antichristen doen? Nee, dat is het niet – zij nemen de belangen van Gods huis niet in acht, noch het werk van Gods huis. Wat is het grootste belang van Gods huis? Is het de rijkdom van de kerk? Zijn het offers aan God? Nee. Wat is het dan? Rond welk aspect van het werk draait ieders plichtsvervulling? Het evangelie prediken en getuigenis afleggen voor God, zodat de hele mensheid God begrijpt en tot Hem terugkeert. Dit is het grootste belang van Gods huis. En dat grootste belang vertakt zich naar beneden, en splitst zich in elk team en elk aspect van het werk, en splitst zich dan nog fijner tot aan de verschillende plichten die elke persoon doet. Dit is het belang van Gods huis. Doorzagen jullie dit voorheen? Nee, dat doorzagen jullie niet! Wanneer Ik spreek over de belangen van Gods huis, denken jullie dat het over geld, huizen en auto’s gaat. Wat voor soort belangen zijn dat? Zijn dat niet slechts wat materiële dingen? Zullen sommigen dan zeggen: “Aangezien dat geen belangen zijn, laten we ze dan maar naar believen verkwisten”? Is dat goed? (Nee.) Absoluut niet! Het verkwisten van offergaven is een ernstige zonde.

Waarin zijn antichristen nog meer geïnteresseerd, naast hun verlangen en ambitie om mensen te beheersen? In wezen nergens in. Ze zijn niet echt geïnteresseerd in iets anders. Of iedereen de passende plicht vervult, of de personele bezetting passend is geregeld, of er iemand is die het werk van de kerk hindert en verstoort, of elk aspect van het kerkelijk werk vlot verloopt, welk onderdeel van het werk een probleem ondervindt, welk onderdeel nog zwak is, aan welk onderdeel nog niet is gedacht, waar het werk niet naar behoren wordt gedaan – met zulke zaken houden antichristen zich niet bezig, en ze vragen er ook niet naar. Ze geven er nooit om; ze doen dit concrete werk nooit. Ze volgen geen enkel aspect van het werk, vertaalwerk, videowerk, filmproductiewerk, tekstueel werk, het werk van evangelieprediking, enzovoort, ijverig op. Zolang iets hun roem, gewin of status niet raakt, is het alsof het niets met hen te maken heeft. Wat is dan het enige wat ze doen? Ze handelen slechts wat algemene zaken af – oppervlakkig werk waar mensen aandacht aan schenken en wat ze zien. Ze maken dat af, voeren het op als kwalificatie en gaan vervolgens van de voordelen van hun status genieten. Geven antichristen om het binnengaan van het leven van Gods uitverkoren volk? Nee; ze geven alleen om hun reputatie en status, om zaken waarmee ze kunnen opvallen en wat mensen ertoe kan aanzetten hen te hoogachten en te aanbidden. Welke problemen er dus ook maar ontstaan in het werk van de kerk, ze houden zich er niet mee bezig en vragen er niet naar; hoe ernstig een probleem ook is, hoe groot het verlies voor de belangen van Gods huis ook is, ze vinden het geen probleem. Zeg Mij, hebben ze überhaupt een hart? Zijn het mensen die trouw zijn? Zijn het mensen die de waarheid liefhebben en aanvaarden? Achter deze dingen moeten vraagtekens worden gezet. Tsja, wat zijn ze wel niet de hele dag aan het doen, dat ze zo’n puinhoop maken van het werk van de kerk? Dit volstaat om aan te tonen dat ze Gods bedoelingen in het geheel niet in acht nemen. Ze doen het essentiële werk dat God hun heeft toevertrouwd niet, maar houden zich uitsluitend bezig met oppervlakkige, algemene zaken, zodat het voor andere mensen lijkt alsof ze aan het werk zijn; aan de buitenkant zijn ze druk bezig met het vervullen van een plicht, om mensen te laten zien dat ze ijver en geloof hebben. Dit strooit sommige mensen zand in de ogen. Maar ze voeren geen enkel aspect van het essentiële werk van de kerk uit – ze doen niets aan het werk van het begieten en het voorzien in de waarheid. Ze gebruiken nooit de waarheid om problemen op te lossen; ze handelen slechts wat algemene zaken af en doen een beetje werk waar ze goede sier mee maken. Wat het essentiële werk van de kerk betreft handelen ze gewoon plichtmatig en onverantwoordelijk – ze hebben geen enkel verantwoordelijkheidsgevoel. Ze zoeken nooit de waarheid om problemen op te lossen, hoeveel er ook ontstaan, en ze vervullen hun plichten slechts voor de vorm. En na wat oppervlakkige, algemene zaken te hebben afgehandeld, denken ze dat ze werkelijk werk hebben verricht. Terwijl antichristen hun plichten vervullen, maken ze amok, doen ze slechte dingen en handelen ze op een willekeurige en dictatoriale manier. Ze maken een puinhoop en een complete chaos van het werk van de kerk. Geen enkel aspect van het werk voldoet aan de norm en is foutloos; geen enkel aspect van het werk wordt goed gedaan zonder dat de Boven moet ingrijpen, ernaar moet vragen en erop moet toezien. En toch zijn er sommigen die vol wrok en weerstand zitten wanneer ze van hun functie worden ontheven; ze voeren misleidende argumenten aan voor zichzelf en schuiven de verantwoordelijkheid af op leiders en werkers van een hoger niveau. Is dat niet volkomen onredelijk? Iemands ware houding tegenover de waarheid is niet te zien wanneer er niets is gebeurd, maar wanneer hij wordt gesnoeid en van zijn functie ontheven. Dan wordt zijn ware houding tegenover de waarheid onthuld. Mensen die de waarheid aanvaarden, zijn in staat dat onder alle omstandigheden te doen. Als ze fout zitten, kunnen ze hun fout toegeven; ze kunnen de feiten onder ogen zien en de waarheid aanvaarden. Mensen die de waarheid niet liefhebben, zullen niet toegeven dat ze fout zitten, zelfs niet als hun fout is blootgelegd; laat staan dat ze de behandeling van Gods huis aanvaarden. En wat voeren sommigen van hen zelfs ter rechtvaardiging aan? “Mijn intentie was om het goed te doen – ik heb het alleen niet goed gedaan. Ik kan er nu niet de schuld van krijgen dat ik het slecht heb gedaan. Ik bedoelde het goed, en ik heb geleden en een prijs betaald, en ik heb me ingezet – iets niet goed doen is niet hetzelfde als kwaad doen!” Is het gepast om deze rechtvaardiging, dit excuus, aan te voeren om te weigeren door Gods huis aangepakt te worden? Welke rechtvaardigingen en excuses iemand ook geeft, ze kunnen zijn houding tegenover de waarheid en tegenover God niet verhullen. Dit houdt verband met hun aard-essentie, en er is niets zo veelzeggend. Of er nu iets is gebeurd of niet, jouw houding tegenover de waarheid vertegenwoordigt jouw aard-essentie. Het is je houding tegenover God. Aan de manier waarop je de waarheid behandelt is al te zien hoe je God behandelt.

Wat hebben we zojuist besproken over het gedrag van antichristen, dat ze mensen willen beheersen? (Antichristen zijn alleen geïnteresseerd in het beheersen van mensen.) Dat klopt. Mensen die bijzonder arrogant zijn en een bijzondere liefde voor status hebben, hebben een grote ‘interesse’ in het beheersen van mensen. Deze ‘interesse’ is niet positief – het is een begeerte en ambitie, het is negatief, en het is kleinerend. Waarom zouden ze geïnteresseerd zijn in het beheersen van mensen? Objectief bezien is het hun aard, maar er is nog een reden: mensen die anderen willen beheersen, hebben een speciale passie en voorliefde voor status, roem en gewin, ijdelheid en macht. Kan Ik het zo zeggen? (Ja.) En is die speciale passie en voorliefde niet vergelijkbaar met die van Satan? Is dat niet Satans essentie? Satan denkt de hele dag na over hoe hij mensen kan misleiden en beheersen; elke dag prent hij mensen foutieve en absurde ideeën en gezichtspunten in, hetzij door inprenting en opvoeding, hetzij door traditionele cultuur, hetzij door wetenschap, verheven kennis en leringen – en hoe meer hij deze dingen er bij de mensen inprent, des te meer ze hem aanbidden. Wat is Satans doel wanneer hij er deze dingen bij de mensen inprent? Zodra hij dit heeft gedaan, bezitten mensen zijn ideeën; ze bezitten zijn filosofieën en bestaanswijze. Dit komt erop neer dat Satan wortel schiet in de harten van mensen. Ze leven naar Satan, en hun leven is Satans leven – het is het leven van duivels. Is dat niet zo? Is dit niet ook de aard van antichristen die mensen beheersen? Ze willen van alle anderen mensen maken zoals zij; ze willen dat iedereen voor hen leeft, hun ter beschikking staat en dingen voor hen doet. En alles moet onder hun controle staan: de gedachten en spraak van mensen, hun manier van spreken, ideeën en gezichtspunten, het perspectief en de houding van waaruit ze handelen, zelfs hun houding tegenover God, hun geloof, en hun vastberadenheid en aspiratie om hun plichten te vervullen – dit alles moet onder hun controle staan. Hoe diep gaat die controle? Ze hersenspoelen en indoctrineren mensen eerst, en zorgen er vervolgens voor dat alle mensen dezelfde dingen doen als zijzelf. Ze worden de ‘peetvader’. Om mensen zo te maken, gebruiken antichristen vele methoden: er is misleiding, inprenting, bangmakerij, en wat nog meer? (Psychologische aanvallen.) Dat is onderdeel van misleiding. Wat nog meer? (Dwang en omkoping.) Hoe kopen ze mensen om? Sommige mensen maken amok en doen slechte dingen terwijl ze hun plichten in Gods huis vervullen. Kunnen antichristen dit helder zien? Het is hun maar al te duidelijk. Pakken ze het dan aan? Dat doen ze niet. En waarom doen ze dat niet? Ze willen de zaak gebruiken om die mensen om te kopen. Ze zeggen tegen hen: “Dat ik je niet heb aangepakt, is een gunst die ik je heb bewezen. Je moet me bedanken. Ik zag je iets slechts doen, maar ik heb je niet aangegeven en ik heb je niet aangepakt. Ik was coulant. Ben je me voortaan geen dankbaarheid verschuldigd?” Die mensen zijn hun dan dankbaar en beschouwen hen als hun weldoeners. Dan zijn de antichristen en die mensen net varkens die in dezelfde modderpoel wentelen. Terwijl ze aan de macht zijn, kunnen antichristen zulke mensen omkopen: degenen die kwaad doen, die de belangen van Gods huis schaden, die in het geheim over God oordelen en die in het geheim het werk van Gods huis ondermijnen. Dit is het soort bende kwaadaardige mensen dat antichristen beschermen. Is dit niet een vorm van controle? (Ja.) Het is een feit dat antichristen diep in hun hart weten dat deze mensen niet degenen zijn die de belangen van Gods huis beschermen. Ze weten het allemaal – er is een stilzwijgend begrip – en dus spelen ze onder één hoedje. “We zijn van hetzelfde laken een pak. Jij houdt geen rekening met de belangen van Gods huis. Jij houdt God voor de gek, en ik ook; jij streeft de waarheid niet na, en ik ook niet.” Antichristen kopen zulke mensen om. Is dit niet hen omkopen? (Ja.) Ze deinzen er niet voor terug om de belangen van Gods huis te laten lijden. Ten koste van de belangen van Gods huis staan ze toe dat deze mensen tekeergaan, slechte dingen doen en van Gods huis profiteren. Het is alsof ze deze mensen onderhouden, en deze mensen zijn hun onbewust dankbaar. Wanneer de tijd komt dat Gods huis deze slechte mensen aanpakt, hoe bezien ze de antichristen dan? Ze zeggen bij zichzelf: “Nee toch, ze zijn al van hun functie ontheven. Als dat niet het geval was geweest, hadden we nog wat langer kunnen genieten – onder hun bescherming kon niemand me aanpakken.” Ze zijn nog steeds zo aan de antichristen gehecht! Het is duidelijk dat al deze dingen die antichristen doen hinder en verstoringen zijn, dingen die mensen misleiden, en slechte daden die God tegenstaan. En iedereen die de waarheid niet liefheeft, zal deze slechte daden niet haten, hij zal ze zelfs toedekken. Er was bijvoorbeeld een bepaalde leider die antichristen in bescherming nam. De Boven vroeg hem of er iemand in de kerk was die hinder en verstoringen veroorzaakte, of amok maakte en slechte dingen deed, of dat er antichristen waren die mensen misleidden. De leider zei: “Nou, ik zal eens rondvragen. Laat me het even voor je nagaan.” Behoorde dat niet tot zijn werk? Met die toon – “Laat me het even voor je controleren” – scheepte hij de Boven af, en ze hoorden er daarna niets meer over. Hij ging het niet na – hij wilde die mensen niet beledigen! En toen de Boven hem opnieuw vroeg: “Heb je het gecontroleerd?”, zei hij: “Dat heb ik gedaan – er zijn er geen.” Was dat waar? Hij was de grootste antichrist van allemaal, de hoofdschuldige voor het verstoren van het werk van de kerk en voor het schaden van de belangen van Gods huis. Hij was zelf een antichrist – wat viel er voor hem te controleren? Met hem daar kon niemand controleren wat voor slechte dingen de mensen onder hem deden, of welke hinder en verstoringen ze veroorzaakten. Hij hield het allemaal tegen. Had hij, impliciet, onder zulke omstandigheden de mensen onder hem niet van God gescheiden? Dat had hij. En naar wie luisterden die mensen, nadat ze door hem van God waren gescheiden? Luisterden ze niet naar hem? En zo werd hij de plaatselijke tiran, de rovershoofdman, de lokale despoot – hij kreeg die mensen onder zijn controle. Welke methode gebruikte hij? Hij bedroog de Boven en misleidde degenen onder hem. De mensen onder hem kocht hij om en hij zei mooie woorden tegen hen, en bij de Boven ging hij bedrieglijk te werk – hij liet de Boven niet weten wat er beneden gaande was. Hij zei er niets over tegen de Boven, hij hield een façade op. Welke façade hield hij op? Hij zei tegen de Boven: “Er is iemand in onze kerk van wie alle broeders en zusters melden dat ze een slechte menselijkheid heeft, ongelooflijk kwaadwillig is en niet in staat is tot enige plicht. Wat zeg jij – kan ik haar aanpakken?” Afgaande op zijn verhaal was uit de uitingen van die persoon duidelijk op te maken dat ze een kwaadaardig persoon was die aangepakt moest worden. Dus zei de Boven: “In dat geval mag je haar aanpakken. Hebben jullie haar aangepakt?” Hij zei: “We hebben haar vorige maand aangepakt en verwijderd.” Waren de feiten echt zoals hij ze beschreef? Wat bleek er bij gedetailleerd doorvragen werkelijk aan de hand? Die persoon kon niet met hem overweg. En er was een reden waarom ze niet met elkaar overweg konden: deze leider deed geen werkelijk werk en vormde altijd kliekjes onder de broeders en zusters – hij vertoonde de manifestaties van een antichrist, en die persoon had onderscheidingsvermogen en doorzag hem, en ze rapporteerde en legde die problemen bloot. Zodra ze dat rapport had gemaakt, werd ze ontdekt door de handlangers van de leider, en werd ze vervolgens door hem gekweld en verwijderd. Deze antichrist slaagde er uitstekend in om iedereen onder hem tegen die persoon te laten opstaan en haar te laten verwerpen, en uiteindelijk pakte hij die persoon aan en verwijderde haar, waarna hij dit ‘goede nieuws’ aan de Boven rapporteerde. Dat was in feite niet wat er werkelijk aan de hand was. Gebeuren zulke dingen in de kerk? Ja. Deze antichristen onderdrukken de broeders en zusters; ze onderdrukken degenen die hen kunnen onderscheiden en hun problemen kunnen rapporteren, evenals degenen die hun aard-essentie kunnen doorzien. Ze dienen zelfs als eerste een klacht in tegen hun slachtoffers, en rapporteren aan de Boven dat het die mensen zijn die verstoring veroorzaken. Wie veroorzaken er in werkelijkheid verstoring? Het zijn de antichristen die de kerk verstoren en beheersen.

Wat zijn de technieken die antichristen gebruiken om mensen zich aan hen te laten onderwerpen? Eén zo’n techniek is het gebruik van verschillende middelen om je te beheersen – om je gedachten, je methoden, het pad dat je bewandelt, en zelfs, door middel van de macht die ze in handen hebben, de plicht die je vervult, te beheersen. Als je een goede relatie met hen opbouwt, geven ze je een gemakkelijke plicht waarmee je kunt opvallen; als je altijd ongehoorzaam aan hen bent, en altijd op hun fouten wijst en het probleem van hun verdorvenheid blootlegt, regelen ze dat je een klus moet doen die mensen niet leuk vinden – ze laten bijvoorbeeld een jonge zuster vuil, vermoeiend werk doen. Ze regelen gemakkelijke, schone klussen voor wie een goede relatie met hen opbouwt, hen vleit en altijd zegt wat ze willen horen. Dit is hoe antichristen mensen behandelen en beheersen. Dat wil zeggen dat als het gaat om personele bezetting en overplaatsingen, zij het zijn die de macht hebben om te bepalen wie wat doet; zij hebben de volledige controle. Is dit slechts een vorm van ambitie en begeerte? Nee, dat is het niet. Komt dit niet precies overeen met punt acht van de manifestaties van antichristen: “Ze willen dat anderen zich alleen aan hen onderwerpen, niet aan de waarheid of aan God”? Waar verwijst “Ze willen dat anderen zich alleen aan hen onderwerpen, niet aan de waarheid of aan God” naar? Wat is er fout aan deze uiting? Op welke manier is het fout? Het is dat waaraan ze willen dat mensen zich onderwerpen, volledig ingaat tegen de waarheid. Het is niet in overeenstemming met de waarheidsprincipes. Het gaat volledig in tegen de belangen van Gods huis en tegen Gods bedoelingen; niets ervan beschermt de belangen van Gods huis en niets ervan is in overeenstemming met de waarheid. Het zijn volledig hun eigen ambities, begeerten, voorkeuren, interesses en noties waaraan ze willen dat mensen zich onderwerpen. Is dit niet de essentie van het probleem? Dit is één manier waarop de essentie van antichristen zich manifesteert. Raakt dit niet de kern van de zaak? Deze manier van handelen van antichristen zou gemakkelijk te onderscheiden moeten zijn. Er zijn sommige leiders en werkers die juiste en correcte gezichtspunten naar voren brengen, en hoewel sommige mensen zich er niet door laten overtuigen en ze deze niet kunnen aanvaarden, zijn deze leiders in staat te volharden in het implementeren en het in praktijk brengen van die correcte gezichtspunten. Wat is het verschil tussen dit gedrag en dat van antichristen? De twee lijken aan de oppervlakte op elkaar, maar er is een verschil in hun essentie. Wat antichristen doen, is opzettelijk ingaan tegen de waarheid en de werkprincipes van Gods huis door mensen te laten doen wat zij zeggen onder de dekmantel van het vervullen van een plicht voor Gods huis en het zich onderwerpen aan de waarheid. Dit is verkeerd – schandalig, absurd verkeerd. Sommige leiders en werkers houden vast aan correcte gezichtspunten. Je moet je vasthouden aan wat in overeenstemming is met de waarheidsprincipes; dit is geen arrogantie en zelfgenoegzaamheid, noch is het het beperken van mensen – het is het vasthouden aan de waarheid. De twee gedragingen lijken van buitenaf op elkaar, maar hun essenties zijn verschillend: de een houdt vast aan de waarheidsprincipes, en de ander houdt vast aan foutieve gezichtspunten. Wat antichristen doen is allemaal in strijd met de waarheid, staat er vijandig tegenover, en wordt volledig gedreven door hun persoonlijke ambities en begeerten – daarom willen antichristen dat mensen zich alleen aan hen onderwerpen en niet aan de waarheid of aan God. Dat is de kern van dit punt. Waar we het net over hadden, is een vaststaand feit. Waar verwijzen begeerten en ambities hier naar? Ze verwijzen naar sommige mensen die geen overduidelijke dingen doen die een antichrist zou doen, maar toch deze neigingen hebben. Ze hebben deze neigingen en uitingen, wat betekent dat ze deze begeerten en ambities hebben. In welke groep ze ook zitten, ze willen mensen altijd commanderen alsof ze een functionaris zijn: “Jij, ga eten maken!” “Jij, ga die-en-die verwittigen!” “Werk hard aan je plicht, en wees loyaler – god kijkt toe!” Is het nodig dat ze die dingen zeggen? Wat voor toon is dat? Wie zijn zij om zich altijd als heer en meester te gedragen? Ze zijn niets, toch durven ze zulke dingen te zeggen – is dat geen gebrek aan verstand? Sommigen zeggen misschien: “Het zijn dwazen.” Maar het zijn geen gewone dwazen – het zijn speciale. Op welke manier speciaal? Wanneer ze met iemand over een zaak discussiëren of beraadslagen, moeten ze uiteindelijk hun zin krijgen, of ze nu gelijk hebben of niet; of ze nu gelijk hebben of niet, ze moeten het laatste woord hebben, de lakens uitdelen en de beslissingen nemen. Wat hun status ook is, ze willen de beslissingen nemen. Als iemand anders zijn zin krijgt omdat hij een juiste mening uit, worden ze boos; ze laten hun werk liggen en weigeren nog iets te doen – ze stoppen ermee en zeggen: “Jullie kunnen zeggen wat jullie willen – jullie doen toch niet wat ik zeg!” Hebben ze die ambitie en begeerte niet? Wat zijn de gevolgen als zulke mensen heer en meester zijn, als ze supervisors worden, als ze leiders worden? Ze worden standaard antichristen. Vertonen jullie zulke uitingen? Dat zou geen goede zaak zijn! Zou het geen grote ramp zijn als een gelovige in God de waarheid niet verwerft, maar in plaats daarvan een antichrist wordt?

Hoe bezien ongelovigen mensen? Wanneer ze iemand ontmoeten, kijken ze eerst naar zijn uiterlijk en kleding; wanneer ze naar anderen luisteren, willen ze altijd zien of ze geleerd zijn. Als ze merken dat je uiterlijk en kleding niet veel voorstellen, en dat je niet erg hoogopgeleid bent of veel kennis bezit, minachten ze je, en willen ze de bovenhand krijgen wanneer ze met je praten. Ik zeg: “Als je wilt redetwisten, ga je gang – spreek jij maar.” Ik houd Mijn mond; Ik geef toe. De meeste mensen in Gods huis luisteren naar Mij, waar Ik ook ga. Ik zoek dus naar gelegenheden om anderen te horen spreken, om anderen meer aan het woord te laten – Ik probeer iedereen vanuit het hart te laten spreken, en te laten praten over de moeilijkheden in hen, en over hun kennis. Terwijl Ik luister, kan Ik enkele afwijkingen horen. Ik kan een paar van hun problemen en tekortkomingen horen, welke problemen er zijn ontstaan met het pad dat ze bewandelen, en op welk gebied van het kerkelijk werk niet goed wordt gewerkt, welke problemen er nog mee zijn, en of ze moeten worden opgelost. Ik concentreer Mij op het luisteren naar deze dingen. Als we over een kwestie debatteren – als Ik bijvoorbeeld zeg dat een beker van papier is, en jij staat erop dat hij van plastic is, zal Ik zeggen: “Prima. Je hebt gelijk.” Ik zal niet met je redetwisten. Sommige mensen denken: “Als U gelijk hebt, waarom redetwist U dan niet?” Dat hangt van de kwestie af. Als het iets is dat de waarheid raakt, is het niet meer dan juist dat je naar Mij luistert; als het een uiterlijke zaak betreft zal Ik Me er niet mee bemoeien, wat jullie ook zeggen – zulke dingen hebben niets met Mij te maken. Het heeft geen zin om over zulke dingen te redetwisten. Er zijn mensen die bepaalde politieke kwesties bespreken. Tegen hen zeg Ik: “Zoals Ik het begrijp, zit die zaak zo.” Ik voeg er “zoals Ik het begrijp” aan toe aan het begin; daar zit een stukje zelfbewustzijn in. Ik haal een feit aan dat Ik ken om de zaak te illustreren, en zeg: “Hier is de situatie zoals die nu is, maar er kunnen speciale omstandigheden zijn waar ik niet van weet.” Dat is alles wat Ik kan doen om de kwestie op basis van dat feit te beoordelen, maar Ik schep niet op over hoeveel ik weet. Ik geef hun gewoon een beetje informatie als referentie – het is niet Mijn bedoeling om een hogere positie in te nemen dan zij en hen te onderdrukken, om hen te laten zien hoe briljant Ik ben, dat Ik alles weet, dat zij niets weten. Dat is niet Mijn perspectief. Wanneer sommige mensen met Mij aan het kletsen zijn, geef Ik wat informatie die ze niet weten, en ze zeggen: “Jij zit de hele dag binnen – wat weet jij nou?” Ze weten die informatie niet, toch willen ze er met Mij over redetwisten en ruziemaken. Ik zeg: “Dat klopt. Ik ga niet naar buiten, maar Ik weet dit ene ding wel. Ik vertel je er alleen maar over – geloof het of niet.” Wat valt daarover te twisten? Redetwisten over dit soort dingen is een gezindheid. Sommige mensen willen zelfs wedijveren om superioriteit als het gaat om een externe zaak, en zeggen: “Hoe ben jij dit te weten gekomen? Waarom weet ik er niet van? Waarom kun jij er het fijne van vertellen, terwijl ik dat niet kan?” Ik zeg bijvoorbeeld: “In de jaren dat Ik hier verblijf, heb Ik iets kenmerkends ontdekt aan het klimaat: het is nogal vochtig.” Dit is een observatie waartoe Ik ben gekomen na lange tijd op deze plek te hebben verbleven – het is een feit. Toch horen sommige mensen dat en zeggen: “Is dat echt zo? Hoe komt het dan dat ik de vochtigheid niet heb gevoeld?” Alleen omdat jij de vochtigheid niet hebt gevoeld, betekent dat niet dat het niet vochtig is. Je kunt niet zomaar afgaan op wat je voelt – je moet afgaan op de gegevens. De dagelijkse weersvoorspellingen zijn heel gedetailleerd, en als je er genoeg van hebt gezien, zul je weten dat het hier in feite vochtig is. Het is niet iets wat Ik me zomaar heb verbeeld, en Ik praat niet op basis van een gevoel. En waarom is dat zo? Er is het hele jaar door altijd mos aan de schaduwrijke onderkant van muren; in de lente zijn er sommige plekken waar men niet zou durven lopen, zo glad zijn ze. Deze observatie kwam voort uit het ervaren ervan, het met eigen ogen zien en het persoonlijk voelen. Op deze manier praten gaat niet in tegen de feiten, toch? Maar er zijn mensen die Mij over deze dingen uitdagen wanneer ze met Mij praten – Ik zeg dat het hier vochtig is, en zij zeggen gewoon van niet. Zijn dit geen verwarde mensen? (Ja.) Sommige uitspraken worden gedaan op basis van de werkelijkheid, aangezien ze voortkomen uit ervaring, en niet uit de lucht gegrepen zijn. Waarom zeg Ik dat het geen verbeeldingen zijn? Omdat ze de details duidelijk, grondig en systematisch onderbouwen, en wanneer iemand ziet en ervaart wat in die uitspraken werd beschreven, komt het precies overeen met wat er gezegd is. Zijn die uitspraken dan niet nauwkeurig? (Ja.) Toch zijn er, zelfs met deze nauwkeurige uitspraken, mensen die altijd willen discussiëren, en ze redetwisten op deze manier met Mij. Waar redetwisten ze om? Is dit een gevecht op leven en dood? Vechten ze voor hun leven? Dat is niet de reden waarom ze redetwisten, ze willen gewoon wedijveren over wie meer weet. Ze houden gewoon van redetwisten – dit is een gezindheid. Hoe denken jullie dat zulke mensen aangepakt moeten worden? Moeten ze ontmaskerd worden, en moet er met hen geredetwist worden tot je rood aanloopt van woede? (Nee.) Bij zulke onwetende mensen heeft het geen zin om te redetwisten. Het is beneden je waardigheid. Laat ze gewoon begaan. Is dat niet voldoende? Wat heeft het voor zin om te redetwisten met zulke dwaze en onbesuisde mensen? Als er een discussie of debat is omdat iemand een zaak die de waarheid raakt niet begrijpt, is dat in orde – maar is het niet onwetend om over deze uiterlijke zaken te redetwisten? De gezindheid van antichristen is voornamelijk die van het niet aanvaarden van de waarheid, van arrogant en zelfgenoegzaam zijn, van afkerig zijn van de waarheid. Antichristen aanvaarden zelfs juiste woorden, opmerkingen en gezegden die overeenkomen met de feiten niet, en ze zullen ze bestuderen, en er met je over twisten en redetwisten – om nog maar te zwijgen over de waarheid. Is dat geen gezindheid? (Ja.) Welke gezindheid is het? Arrogantie. Wat ze bedoelen is: “Jij begrijpt alleen maar een beetje van de waarheid, nietwaar? Jij begrijpt de externe zaken niet, dus doe je er goed aan om over die dingen naar mij te luisteren! Klets niet zo – het maakt me echt kwaad. Deze externe zaken zijn niet aan jou om te beheren. Wanneer het over jouw verantwoordelijkheden gaat, over het spreken van de waarheid, zal ik naar je luisteren – maar stop met praten over deze uiterlijke zaken. Houd je mond, toe nou! Jij bent deze zaken nooit tegengekomen, dus wat weet jij nou? Je moet naar mij luisteren!” In alles willen ze dat mensen naar hen luisteren. Ze willen iedereen overwinnen, zonder zelfs maar te kijken wie ze willen overwinnen. Wat voor gezindheid is dat? Zit er überhaupt enig verstand in? (Nee.)

Zeg Mij, is het makkelijk of moeilijk om met Mij om te gaan? (Makkelijk.) Hoe weten jullie dat? Waarom zeggen jullie dat het makkelijk is? Ik zal het jullie vertellen, en dan kunnen jullie zien of Mijn uitleg over Mijzelf juist en nauwkeurig is. Ten eerste is Mijn rationaliteit normaal. Hoe kan deze normaalheid worden uitgelegd? Het betekent dat Ik nauwkeurige standaarden en een nauwkeurig perspectief heb met betrekking tot elk soort zaak. Zijn Mijn gezichtspunten en uitspraken over elk soort zaak, en Mijn houding ten aanzien van elk soort zaak, op die manier dan niet allemaal normaal? (Ja.) Ze zijn normaal – ze zijn op zijn minst in overeenstemming met de standaarden voor normale menselijkheid. Ten tweede houdt de waarheid Mij in toom. Dit zijn twee dingen die een normale rationaliteit op zijn minst bezit. En er zit nog een aspect aan: de reden dat jullie kunnen zien dat het makkelijk is om met Mij om te gaan, is dat Ik de juiste maatstaf hanteer en de standaarden ken als het gaat om elk soort mens. Ik heb de juiste maatstaf, evenals manieren en methoden voor hoe Ik leiders en gewone broeders en zusters behandel, voor hoe Ik de ouderen en de jongeren behandel, voor hoe Ik arrogante mensen behandel die geneigd zijn te pronken, en voor hoe Ik degenen behandel die wel en die geen geestelijk begrip hebben, enzovoort, voor elk soort persoon. Wat houden deze juiste maatstaf en deze manieren en methoden voornamelijk in? Ze zijn in overeenstemming met de waarheidsprincipes, ik doe niet zomaar iets. Stel bijvoorbeeld dat Ik jou zou hoogachten omdat je een universiteitsstudent bent, of op jou zou neerkijken omdat je een boer bent – dat is niet volgens de principes. Hoe hanteer Ik deze principes dan? Door te kijken naar iemands kaliber en menselijkheid, naar de plicht die hij vervult, naar zijn geloof in God en naar zijn houding tegenover de waarheid. Ik bekijk mensen op basis van een combinatie van deze verschillende aspecten. Er is nog een reden waarom jullie Mij zien als makkelijk om mee om te gaan, iets waarover veel mensen misschien noties hebben en wat ze niet kunnen aanvaarden. Ze denken: U hebt status, maar waarom lijkt U niet op iemand met status? U doet Uw status niet gelden; U bent niet zo uit de hoogte. In hun gedachten vinden mensen dat ze naar U zouden moeten opkijken – maar hoe komt het dat wanneer mensen U zien, ze het heel gepast vinden om U te beschouwen als iemand op gelijke hoogte, of zelfs op U neer te kijken? En dus denken ze dat het makkelijk is om met Mij om te gaan, en ontspannen ze zich. Is dat niet zo? Zo is het. Ze denken daardoor dat Ik niets ben om bang voor te zijn, en dat het geweldig is om op deze manier met Mij om te gaan. Zeg Mij, als Ik jullie bij elke stap zou onderdrukken, en jullie zonder goede reden zou snoeien, en jullie de hele dag met een nors gezicht zou berispen en de les zou lezen, zou de situatie dan niet anders zijn? Jullie zouden denken: “U bent zo moeilijk om mee om te gaan, met Uw excentrieke persoonlijkheid en Uw stemmingswisselingen!” Dan zou Ik niet makkelijk zijn om mee om te gaan. Het is precies omdat Ik in al Mijn aspecten normaal op jullie overkom, in Mijn persoonlijkheid, in Mijn vreugde en woede, in Mijn verdriet en blijdschap, en omdat jullie in gedachten vinden dat mensen met aanzien en een hoge status uit de hoogte zouden moeten zijn, terwijl de Ik die jullie nu zien zo alledaags is – dat is precies waarom jullie je waakzaamheid laten varen en het gevoel hebben dat het makkelijk is om met Mij om te gaan. Vinden jullie trouwens dat Ik ambtelijke taal uitsla als Ik spreek? (Nee.) Dat doe Ik niet – als het gaat om dingen die jullie niet begrijpen, help Ik jullie zoveel mogelijk met wat Ik kan, en Ik bespot jullie zelden. Waarom doe Ik dat maar zelden? Er zijn momenten waarop Ik me erg geïrriteerd voel en het niet kan laten om een paar spottende woorden tegen jullie te zeggen, maar Ik moet ook in overweging nemen dat mensen zwak kunnen worden, en dus spreek Ik zo min mogelijk op die manier tegen jullie. In plaats daarvan ben Ik tolerant, vergevingsgezind en geduldig. Ik help jullie zoveel Ik kan, waar Ik kan, en Ik onderwijs jullie zoveel Ik kan, van wat Ik kan – dit is wat Ik in de meeste omstandigheden doe. En waarom doe ik dat? Het is omdat de meerderheid van de mensen tekortschieten als het gaat om zaken van getuigenis voor God en het begrijpen van de waarheid – maar als het gaat om eten, drinken en plezier maken, of kleding en make-up, of gamen, of zulke wereldse zaken, dan zijn mensen heel goed op de hoogte. Aan de andere kant tasten mensen in het duister wat betreft zaken van geloof in God en zaken die betrekking hebben op de waarheid en staan ze met hun mond vol tanden als het gaat om het getuigen voor God en het gebruiken van hun professionele vaardigheden, hun sterke punten en hun gaven om een beetje van het werk van het getuigen voor God te doen, om enig werk te produceren dat van God getuigt. Wat moet Ik doen als Ik zo’n situatie zie? Ik moet jullie onderwijzen, jullie beetje bij beetje begeleiden en zo goed mogelijk onderrichten. Ik selecteer de dingen die Ik begrijp, en weet, en kan doen, en die leer Ik jullie, steeds weer opnieuw, totdat een stuk werk is voltooid. Ik leer jullie alles wat Ik kan, zoveel als Ik kan. Voor degenen met een slecht kaliber die niet onderwezen kunnen worden: begrijp zoveel als jullie kunnen en laat de dingen op hun beloop – Ik zal je niet dwingen. Uiteindelijk zijn er mensen die zeggen: “Wij die een beroep verstaan, zijn overwonnen door een leek. Wij die kennis hebben op dit gebied, hebben niets voor elkaar kunnen krijgen, en we hebben deze leek nog steeds nodig om ons te instrueren en te helpen om iets voor elkaar te krijgen – het is zo beschamend!” Eigenlijk is dit niet beschamend, want getuigen voor God in je geloof houdt verband met de waarheid, en de waarheid is onbekend terrein voor de mensheid. Geen enkel verdorven mens wordt geboren met begrip van de waarheid; alleen door Gods persoonlijke werk om mensen te vervolmaken kunnen ze de waarheid begrijpen. Als mensen geboren waren met het vermogen om voor God te getuigen, dan zou niemand zich tegen Hem verzetten! Het is omdat mensen van Satans soort zijn en een aard-essentie hebben die vijandig staat tegenover God, dat ze niet in staat zijn dingen te doen die te maken hebben met de waarheid en getuigenis voor God. Dus, wat moeten mensen dan doen? Zolang ze hun uiterste best doen om te doen wat ze kunnen, is dat genoeg. Als Ik de energie heb om hulp en begeleiding te bieden, help Ik. Als Ik dat niet heb, of als Ik druk ben met andere dingen en geen tijd kan vrijmaken, doen jullie gewoon wat jullie kunnen. Dat is in overeenstemming met de principes, nietwaar? Het is de enige manier waarop het kan. Ik dwing je niet om verder te gaan dan waartoe je in staat bent. Het is nutteloos – het kan niet worden gedaan. Uiteindelijk denken mensen: U bent heel makkelijk om mee om te gaan, en Uw vereisten zijn makkelijk te bereiken. U vertelt ons wat we moeten doen, en wij doen wat U zegt. Sommige mensen worden misschien af en toe gesnoeid. De meesten komen daar goed uit, met het juiste begrip. Een paar mensen geven hun werk op, en een paar veroorzaken in het geheim hinder en verstoringen, doen niet hun best om hun plicht te vervullen en verrichten geen werkelijk werk. Zulke mensen worden dan van hun functie ontheven. Als je niet bereid bent om het werk te doen, treed dan terug. Waarom moet zou jij degene moeten zijn die ervoor wordt gebruikt? We vervangen je – meer is er niet aan de hand. Simpel, toch? Als die mensen zich in de toekomst bekeren, veranderen en hun werk goed gaan doen, krijgen ze nog een kans. Als ze dan nog steeds op dezelfde manier hinder en verstoringen veroorzaken, zullen ze nooit meer worden gebruikt. Ik kan beter iemand gebruiken die gehoorzaam is. Wat heeft het voor zin om je de hele tijd met dat soort mensen in te laten? Toch? Dat zou zwaar zijn voor hen en uitputtend voor Mij. Er zijn principes voor hoe Ik deze dingen aanpak en er zijn ook principes voor hoe Ik met anderen omga. Een andere reden waarom Ik makkelijk ben om mee om te gaan, is dat Ik in de omgang met mensen nooit dingen eis die te zwaar voor hen zijn. Doe wat je kunt; de dingen die je niet kunt doen, zal Ik je stuk voor stuk uitleggen. Doe wat je kunt met heel je hart; als je het niet met heel je hart doet, zal Ik je niet dwingen dat te doen. Wat de rest betreft, dat wil zeggen, hoe jij in God gelooft, dat is jouw eigen zaak. Als je uiteindelijk niets verkrijgt, kun je dat niemand verwijten. Wat vinden jullie van Mijn principes voor hoe Ik mensen behandel? Hebben jullie het gevoel dat ze een beetje toegeeflijk zijn? Dat is absoluut niet het geval – de manier waarop Ik dit aanpak is volledig in overeenstemming met de principes. Welke principes zijn dat? Luister naar Mij en jullie zullen het begrijpen.

Ik, de geïncarneerde God, werk binnen de menselijkheid – kan Ik de Heilige Geest, of Gods Geest, volledig vervangen bij het doen van werk? Nee, dat kan Ik niet. Dus probeer Ik Mijn grenzen niet te buiten te gaan door te zeggen dat Ik God in de hemel wil vervangen en al Zijn werk wil doen. Dat zou betekenen dat Ik Mijzelf groter maak – daartoe ben Ik niet in staat. Ik ben een gewoon mens. Wat Ik kan doen, doe Ik. Ik doe wat Ik goed kan doen; Ik voltooi het en Ik doe het naar behoren. Ik steek er Mijn hart en al Mijn kracht in. Dat is genoeg. Dat is het werk dat tot Mijn taken behoort. Maar als Ik dit niet zou kunnen begrijpen, en me opstandig zou voelen tegenover dit feit, en het niet zou erkennen, maar altijd zou proberen te doen alsof Ik geweldig was, altijd zou proberen te schitteren, altijd zou proberen te pronken met ongelooflijke vaardigheden, zou dat dan in overeenstemming zijn met de principes? Nee. Denken jullie dat Ik deze zaak begrijp? Dat doe Ik, maar al te goed! De reikwijdte van wat Gods vlees kan zeggen en welk werk het vlees kan doen, is de reikwijdte van het werk dat Hij in het vlees doet. Buiten deze reikwijdte vallen dingen zoals mensen die in het verborgene Gods disciplinering en snoeien ervaren, en de verlichting en begeleiding van de Heilige Geest, en zelfs het schenken van visioenen door God, en wie God zal vervolmaken en wie Hij zal elimineren, en welk gezichtspunt en welke houding God ten aanzien van alle mensen heeft – deze dingen zijn allemaal Gods zaak. Als jullie nauw contact met Mij hebben, kan Ik deze dingen ook zien – maar hoeveel kan er hoe Ik ook kijk werkelijk van zien? Er is een limiet aan het aantal mensen dat Ik kan zien, en het aantal met wie Ik in contact kom – hoe zou dit ieder afzonderlijk mens kunnen omvatten? Dat zou onmogelijk zijn. Zou jij niet duidelijk moeten zijn over deze zaak? Zeg Mij, ben Ik duidelijk over deze zaak? Dat ben Ik. Dit is wat een normaal mens zou moeten doen. Ik denk niet aan dingen die niet tot Mijn taken behoren. Zijn mensen hiertoe in staat? Dat zijn ze niet – ze missen die rationaliteit. Sommige mensen vragen Mij: “Onderzoekt U dingen niet altijd heimelijk? Doet U niet altijd navraag over wie wat doet en welke slechte dingen ze in het geheim over U zeggen, of wie in het geheim over U oordeelt en onderzoek naar U doet?” Ik zal eerlijk tegen je zijn: Ik heb nooit navraag gedaan naar die dingen. Wie is verantwoordelijk voor die dingen? Dat is Gods Geest – God onderzoekt alles nauwkeurig; Hij onderzoekt de hele aarde nauwkeurig en Hij onderzoekt de harten van mensen nauwkeurig. Als jij niet gelooft in het nauwkeurige onderzoek van God, is jouw verstand dan niet abnormaal? (Ja.) Dan ben jij niet iemand die werkelijk in God gelooft, neem je de verkeerde positie in, en dan is er een groot probleem ontstaan. Ik eis van jullie dat jullie in God geloven, en Ik geloof hier absoluut in. Dus zijn Mijn woorden en daden op dit fundament gebouwd. Ik doe geen dingen die Mijn grenzen te buiten gaan; Ik doe geen dingen buiten de reikwijdte van Mijn vermogens. Is dat geen gezindheid? (Ja.) Sommige mensen zien dat niet zo. Ze denken dat Ik deze identiteit, deze status en deze kracht heb, dus vragen ze zich af waarom Ik niet op die manier handel. Ze denken dat Ik meer dingen moet begrijpen, en meer dingen moet snappen, zodat Ik meer aanzien, een grotere status, meer kracht en meer gezag lijk te hebben. Hoeveel gezag en kracht God Mij geeft, dat is wat Ik bezit. Dit zijn geen dingen waar Ik voor strijd, noch dingen die Ik probeer te grijpen. Gods gezag, Zijn kracht en Zijn almacht zijn geen dingen die vertegenwoordigd kunnen worden door een onbeduidend vleselijk lichaam. Als jij dit niet begrijpt, dan is er iets mis met jouw verstand. Als je deze zaak na vele jaren van geloof in God niet kunt doorzien, dan ben je te dwaas en onwetend. Er zijn veel dingen waar Ik niet naar vraag – maar weet Ik er in Mijn hart van? (Ja.) Wat weet Ik? Weet Ik ieders naam? Weet Ik hoeveel jaar iedereen al in God gelooft? Ik hoef die dingen niet te weten. Het is genoeg voor Mij om ieders gesteldheid te kennen, wat iedereen mist, de mate waarin ze het leven zijn binnengegaan, en welke waarheden iedereen zou moeten horen, en waarmee ze begoten en voorzien moeten worden. Het kennen van deze dingen is voldoende. Behoort dit niet tot Mijn taken? Weten wat tot Mijn taken behoort – wat Ik moet zeggen en het werk dat Ik moet doen – is dat geen rationaliteit? (Ja.) Hoe komt zulke rationaliteit tot stand? Als de geïncarneerde God zelfs deze rationaliteit niet had, als Hij zelfs niet die standaard had voor het meten van alle dingen en alle gebeurtenissen, over welke waarheid zou Hij dan kunnen spreken? Als de geïncarneerde God met Gods Geest zou vechten en met Hem om status zou wedijveren, zou er dan niet iets misgegaan zijn? Zou dat niet onjuist zijn? Zouden de dingen zo kunnen zijn? Nee – dat is iets dat nooit zou kunnen gebeuren.

Sommige mensen maken zich altijd zorgen en zeggen: “Doet U altijd navraag naar ons en doet U altijd in het geheim onderzoek naar ons? Is God altijd aan het peilen wat wij in ons hart over Hem denken en hoe wij Hem zien?” Ik denk niet aan zulke dingen. Ze zijn overbodig! Wat heeft het voor zin om over die dingen na te denken? Dit alles valt binnen Gods nauwkeurige onderzoek. Er is een reikwijdte voor de daden van Gods Geest, en nog meer voor de daden van de geïncarneerde God. De geïncarneerde God is God, Hij is het kanaal en de uitdrukking van de waarheid, en het werk dat Hij in dit stadium doet, is representatief voor dit stadium, niet voor het vorige. De geïncarneerde God kan alleen het werk doen dat binnen deze periode en deze reikwijdte valt. Kan dit werk dan representatief zijn voor het volgende stadium? Nou, we weten niet wat er in de toekomst zal gebeuren. Dat is Gods eigen zaak. Ik ga Mijn boekje niet te buiten. Ik doe wat ik moet doen; Ik doe de dingen die Ik moet en kan doen. Ik ga mijn grenzen nooit te buiten door te zeggen: “Ik ben almachtig! Ik ben groot!” Dat is Gods Geest; de geïncarneerde God vertegenwoordigt slechts een uitdrukking en kanaal voor het werk dat God in deze periode doet. De reikwijdte van Zijn werk en welk werk Hij moet doen, zijn al door God vastgesteld. Als jij zou zeggen: “De geïncarneerde Christus is almachtig”, zou je dan gelijk of ongelijk hebben? Half gelijk, half ongelijk. Gods Geest is almachtig; van Christus kan niet worden gezegd dat Hij almachtig is. Je zou moeten zeggen dat God almachtig is. Dat is treffend en nauwkeurig verwoord, en in overeenstemming met de feiten. Welke rationaliteit moet Ik bezitten? Iedereen zegt dat Ik God ben, God Zelf, dat Ik de geïncarneerde God ben, geloof Ik dan dat Ik in de plaats kan treden van God Zelf, van Zijn Geest? Dat zou Ik niet kunnen. Zelfs als God Mij die kracht en dat vermogen gaf, zou Ik dat niet kunnen volbrengen. Als Ik op die manier in de plaats van God zou treden, zou dat dan niet een soort verkapte godslastering zijn tegen Zijn gezindheid en essentie? Het vlees is zo beperkt! Dat is niet de manier om het te begrijpen; dat is niet de invalshoek om dit onderwerp te benaderen. Is dat niet zo? (Ja.) Dus, omdat Ik deze gedachten, deze principes voor het doen van dingen en overwegingen bij het doen van elk ding heb, lijk Ik voor veel mensen niet op God, en er zijn er zelfs die, voordat ze met Mij in contact komen, enkele fantasieën, verbeeldingen en noties koesteren, en die voorzichtig en behoedzaam zijn in hun daden, en zodra ze Mij ontmoeten, denken: Hij is toch gewoon een mens, nietwaar? Er is niets engs aan hem. Vervolgens laten ze de teugels vieren – ze worden brutaal en durven amok te maken en slechte dingen te doen. Hoe worden deze mensen genoemd? Niet-gelovigen. Als jij alleen in de geïncarneerde God gelooft, en niet in Gods Geest, dan ben je een niet-gelovige; en als je alleen in Gods Geest gelooft, en niet in de geïncarneerde God, dan ben je eveneens een niet-gelovige. De geïncarneerde God en Gods Geest zijn één – Ze zijn één. Ze vechten niet met elkaar, laat staan dat Ze van elkaar gescheiden zijn, en nog minder is Ieder een eigen entiteit. Ze zijn één – het is alleen zo dat de geïncarneerde God Zijn werk en God vanuit het perspectief van het vlees moet benaderen. Dat is de zaak van het vlees, en het heeft niets met jullie te maken – het is de zaak van Christus, en het heeft niets met de mensheid te maken. Je kunt niet zeggen: “Dus jij vindt ook dat je een gewoon mens bent. Prima, dan zijn we hetzelfde soort mensen – we zijn allemaal hetzelfde.” Is het oké om dat te zeggen? Het is een vergissing. Sommige mensen zeggen: “Jij lijkt me heel makkelijk om mee om te gaan, laten we dus de formaliteiten achterwege laten. Laten we elkaar als maatjes behandelen, als vrienden; laten we elkaars vertrouwelingen zijn – laten we vrienden worden.” Kan dat? Die mensen hebben geen geestelijk begrip; het zijn niet-gelovigen. Hoe meer je je gevoelens met hen deelt en met hen praat over de waarheid, de feiten en de waarheidswerkelijkheid, des te meer ze je minachten – deze mensen zijn niet-gelovigen. Hoe meer je spreekt over diepzinnige mysteries, en leuzen, doctrines en abstracties verkondigt, en hoe meer je op je status staat, pronkt en opschept, des te meer ze je hoogachten – dit zijn niet-gelovigen. Wanneer ze iemand zien die principieel is en wiens daden afgewogen zijn, wiens daden in overeenstemming zijn met de waarheid, die positieve en negatieve dingen met duidelijke grenzen en onderscheidingsvermogen kan benaderen – hoe meer iemand zo is, des te meer ze op hem neerkijken en hem hun aandacht niet waardig achten – dit zijn niet-gelovigen.

Wanneer Ik met mensen in contact kom en met hen omga, ongeacht wie ze mogen zijn of hoelang de omgang duurt, heeft iemand van hen dan het gevoel: “Hij probeert me altijd te beheersen, Hij bemoeit Zich met alles in mijn huis, Hij probeert me altijd te overwinnen”? Ik overwin je helemaal niet! Wat voor nut zou dat hebben? Lees zelf Gods woorden, overdenk ze en ga ze langzaam binnen. Als jij iemand bent die de waarheid nastreeft, zal de Heilige Geest aan je werken en zal God zegeningen en leiding voor je hebben. Als jij niet iemand bent die de waarheid nastreeft, als jij altijd opstandig bent tegenover alles wat Ik zeg, en het niet wilt horen en het niet aanvaardt, dan zul je uiteindelijk altijd onthuld worden, en zullen de dingen altijd misgaan wanneer je handelt – je zult Gods leiding niet hebben. Hoe komt dat? (God onderzoekt alles nauwkeurig.) Het is niet alleen dat God alles nauwkeurig onderzoekt. Ervaar dit zelf. Wanneer Ik iets zeg, ongeacht of mensen het ermee eens zijn of niet, of ze het aanvaarden of niet, verdedigt de Heilige Geest het dan, of bemoeit Hij Zich er niet mee? (Hij verdedigt het.) De Heilige Geest verdedigt het zeker en Hij zal het absoluut niet ondermijnen. Jullie doen er goed aan dit te onthouden. Of mensen nu kunnen aanvaarden wat Ik zeg of niet, er zal een dag komen dat de feiten duidelijk worden, en in één oogopslag zal iedereen zeggen: “Wat U zei was al die tijd juist! U zei dit lang geleden al – waarom wist ik dat niet?” Ongeacht of je destijds geloofde dat Mijn woorden voortkwamen uit Mijn verbeelding, of uit Mijn verstand, of uit kennis – op een dag zul je na een aantal dingen te hebben ervaren denken: Wat U zei is al die tijd de waarheid geweest! En hoe zul je tot dit inzicht zijn gekomen? Door ervaring. Als je in staat bent deze kennis te verwerven, zal dat dan door verstandelijke analyse zijn? Absoluut niet; je zult geleid zijn door de Heilige Geest – het zal Gods werk zijn. Niet-gelovigen leven hun hele leven met een beetje kennis over enkele regels voor de hemel en aarde en alle dingen, maar kunnen ze de waarheid verwerven? (Nee.) Wat missen ze dan? (Ze hebben het werk van de Heilige Geest niet.) Juist. Ze hebben het werk van de Heilige Geest niet – dat is wat ze missen. Dus, hoe je Mij ook beschouwt en evalueert als persoon, en hoe je de woorden die Ik zeg en de dingen die Ik doe ook behandelt, dit moet uiteindelijk resultaat opleveren. God zal handelen, en Hij zal openbaren of jouw keuze juist of onjuist was, of jouw houding juist of onjuist was, en of er iets is misgegaan met jouw gezichtspunt. God verdedigt het werk van Zijn vlees. Waarom ondersteunt God andere mensen dan niet? Waarom ondersteunt Hij antichristen niet? Dat is omdat de Geest en het vlees één zijn; Ze hebben dezelfde bron. In feite is dit geen verdediging – dat wil zeggen, zodra je ze tot het einde hebt ervaren, ongeacht of het woorden zijn die door de geïncarneerde God zijn gesproken of woorden die tot je kwamen door de verlichting van de Heilige Geest, ze zullen altijd consistent zijn. Ze zullen elkaar nooit tegenspreken; ze zullen in overeenstemming zijn. Hebben jullie hier een bevestiging van? Sommige mensen wel, terwijl anderen nog niet op dit punt in hun ervaring zijn gekomen en hier geen bevestiging van bezitten. Dit betekent dat hun geloof dat punt nog niet heeft bereikt; het is nog erg klein. Met andere woorden, wanneer je geloof een bepaalde graad bereikt, zal er plotseling een dag komen dat je voelt dat een gewone zin, gesproken door dit gewone vlees, een zin die je niet erg indrukwekkend vond toen je hem hoorde, je leven is geworden. Hoe zal die je leven zijn geworden? Je zult er, zonder het te weten, op steunen bij je daden. Het zal een leidraad voor je dagelijks leven zijn geworden. En wanneer het je aan een pad ontbreekt, zal die zin je werkelijkheid worden, en zal die een doel worden dat je de weg wijst; wanneer je pijn hebt, zal die zin je in staat stellen uit je negativiteit te komen en te begrijpen wat je probleem is. Na zo’n ervaring zul je zien dat, hoe gewoon die zin ook is, er gewicht en leven in de woorden zit – dat het de waarheid is! Als jij je niet richt op het nastreven van de waarheid en de waarheid niet liefhebt, zou je God, en Zijn incarnatie, en de waarheden die Hij uitdrukt, kunnen veroordelen. Als jij iemand bent die de waarheid nastreeft, dan zal er een dag in je ervaring komen waarop je zult zeggen: “God is heel makkelijk om mee om te gaan. De geïncarneerde God is heel makkelijk om mee om te gaan” – maar niemand zal zeggen: “Ik ben met Hem omgegaan alsof Hij een mens was.” Hoe komt dit? Omdat jouw ervaring van de woorden van Christus, en het werk dat de Heilige Geest in je doet wanneer je Hem in je dagelijks leven niet ziet, hetzelfde zijn. Wat zal dit ‘hetzelfde’ in je teweegbrengen? Je zult zeggen: “God heeft een gewoon, alledaags uiterlijk aangenomen, het beeld van een vleselijk lichaam, zodat mensen Zijn essentie over het hoofd hebben gezien. Het is precies omdat mensen verdorven gezindheden hebben dat ze de kant van God die Zijn essentie is, niet kunnen zien. Ze zien alleen de kant die de mens kan zien. Het ontbreekt mensen werkelijk aan de waarheid!” Is dat niet hoe het zit? (Ja.) Zo zit het. Bij bepaald werk bijvoorbeeld, als er veel aspecten aan zijn die Ik niet kan doen, zullen veel mensen zeker noties ontwikkelen. Maar wanneer Ik in staat ben om van elk aspect van het werk iets te doen, is iedereen wat rustiger, en voelen ze zich in hun hart enigszins getroost: “Goed. Hij lijkt op God – dat is alles wat ik kan zeggen. Hij lijkt op de geïncarneerde God, Hij lijkt op Christus. Hij is waarschijnlijk Christus.” Dat is de enige soort definitie die mensen hebben. Maar als Ik alleen over de waarheid zou communiceren en enkele van Gods woorden zou uitdrukken, en niet meer deed dan dat – als Ik geen praktische begeleiding gaf bij enig werk, en geen praktische begeleiding kon geven, dan zou dat de achting van mensen voor dit vlees en het gewicht dat ze aan Hem toekennen, verminderen. Mensen geloven dat het vlees bepaalde vaardigheden en bepaalde talenten moet bezitten. Is dit in feite talent? Nee. God kan mensen allerlei talenten, gaven en vaardigheden schenken, dus zeg Mij, heeft God Zelf die dingen? In overvloed! Er zijn dus mensen die dit raadsel niet kunnen oplossen en zeggen: “Hoe kunt U ons zangles geven als U Zelf niet kunt zingen? Is dat niet een leek die de vakman instrueert? Is dat niet in strijd met de principes?” Ik zal je vertellen: Ik ben de uitzondering. Hoe komt dat? Als jullie iets niet goed kunnen doen, moet Ik Mijn hand uitsteken om jullie te helpen; als jullie iets wel kunnen doen, laat Ik je graag los, Ik wil niet tussenbeide komen – dat zou Mij uitputten. Als jullie iets wel kunnen doen, waarom moet Ik dan Mijn hand uitsteken om jullie te helpen? Ik ben hier niet aan het pronken, en Ik ben geen verheven theorieën aan het verkondigen. Ik wil jullie gewoon onderwijzen, zowel op het gebied van professionele vaardigheden als op het gebied van de waarheidsprincipes. Zodra jullie allemaal de vaardigheden hebben geleerd en de principes hebben begrepen, zal dat een pak van Mijn hart zijn, aangezien die dingen buiten het werk vallen dat ik moet doen. Sommigen zeggen: “Als het geen werk is dat U moet doen, waarom doet U het dan?” Het moet gedaan worden, en mensen zijn verre van opgewassen tegen de taak. Als Ik geen begeleiding zou geven zoals Ik doe, zouden de werken die geproduceerd worden niets bijzonders zijn, en zou het getuigen voor God matige resultaten opleveren. Als Ik geen werken van gewicht zou kunnen tonen, zou Ik ook een beetje nalatig zijn en Mij ongemakkelijk voelen, dus doe Ik een beetje werk, voor zover Mijn energie en lichamelijke conditie dat toelaten. Waarom? Er zijn verschillende overwegingen. Wanneer de hele mensheid de dingen ziet die mensen hebben gemaakt, en deze in zich opneemt, verschillen de perspectieven, gezichtspunten en bevattingsvermogens die mensen hebben alleen wat betreft hoe lang ze gelovig zijn, hun ervaring en hun kaliber, maar hun uitgangspunten zijn in wezen allemaal hetzelfde. Hun uitgangspunten zijn de ervaringen die ze hebben met de waarheidswerkelijkheden op basis van hun begrip van de waarheid. Dit zijn de dingen die de mensheid kan maken. Ik zou geen dingen kunnen doen of werken kunnen produceren vanuit het perspectief van een gewoon mens. Welk perspectief moet Ik dan innemen? Dat van het vlees? Dat zou Ik ook niet kunnen doen. Dat zou ongepast zijn, vind je niet? Ik zou natuurlijk het perspectief van God en Zijn werk vanuit het vlees aannemen, om die woorden te zeggen, die dingen te doen en die gezichtspunten uit te drukken. Kan de waarde van deze dingen onder de mensheid in geld worden uitgedrukt? (Nee.) Dat kan niet. Dit komt omdat deze dingen, zodra het voltooide werken zijn, dingen zijn die voor de mensheid voor altijd zullen blijven bestaan. Die gewone werken zullen natuurlijk ook voor altijd blijven bestaan. Maar aangezien deze werken voor altijd zullen blijven bestaan, tot in de toekomst, en een bijdrage zullen leveren aan de hele mensheid, of ze nu een leidraad zijn voor het geloof in God, of voorzieningen en hulp, zou Ik een paar werken van groter gewicht moeten maken, niet waar? Daarom moet Ik woorden spreken en werken produceren vanuit een perspectief dat de mensheid niet kan innemen. Waarom doe Ik dit? Om de bekendheid van de kerk te vergroten. Is dat een correct motief? (Ja.) Zeg Mij, is het voordelig voor het getuigen voor God als de bekendheid van de kerk wordt vergroot? (Ja.) Bevordert het dit, of remt het dit af? (Het bevordert het.) Dat is zeker – het bevordert het beslist. Wanneer sommige ongelovige en religieuze groepen deze werken zien, zijn ze verbaasd over hoe goed deze films gemaakt zijn, en willen ze altijd de regisseur achter de schermen ontmoeten. Ik zal deze mensen niet ontmoeten. Ik heb geen tijd om deze mensen te ontmoeten, en Ik weet niet wat het doel van een ontmoeting met Mij zou zijn. Wat voor nut zou het dan hebben als Ik hen zou ontmoeten? Als die mensen die deze films zien de waarheid kunnen aanvaarden, dan is dat genoeg, en als ze bereid zijn de ware weg te onderzoeken, is dat nog beter. Het is niet nodig dat ze Mij ontmoeten. Kortom, Ik maak een paar werken van gewicht, zodat wanneer de mensheid deze dingen ziet, het voor hen van enigszins groter nut is. Is het iets goeds of iets slechts om deze dingen aan de mensheid na te laten? (Iets goeds.) Het is de moeite waard; het is de moeite waard om te doen.

Dit is de manier waarop Ik met jullie omga. De relatie die Ik met jullie heb, is deze relatie die jullie zien en voelen. Wat voor soort relatie heeft God dan met jullie? Kan die gevoeld worden? Het is hetzelfde. Denk niet: “De geïncarneerde God is een mens; Hij is makkelijk om mee om te gaan. Maar God in de hemel met Zijn majesteit en toorn is dat niet – Hij is angstaanjagend!” God is zoals Ik ben. Hij zou je niet overwinnen of beheersen met een opmerking of een methode, of met geweld. Dat zou Hij niet doen. Hij zou op dezelfde manier met je omgaan als jullie voelen dat Ik met jullie omga: Ik leer jullie wat Ik kan, en Ik stel jullie in staat te begrijpen wat Ik kan. Ik probeer jullie niet onder dwang te indoctrineren met de dingen die jullie niet begrijpen. Sommigen zullen misschien zeggen: “U zegt dat U ons niet onder dwang indoctrineert – wat doet U dan wanneer u de hele tijd de waarheid predikt?” Is dat indoctrinatie? Dat heet jullie van geestelijk voedsel voorzien – het is geen kwestie van jullie dwingen om vooruitgang te boeken, het is begieten. Begieten is gepast; het is iets positiefs. Sommigen zullen zeggen: “Is de overwinning van mensen door antichristen niet hetzelfde als die van God?” (Nee.) In welk opzicht is het niet hetzelfde? Hetzelfde woord wordt gebruikt voor de overwinning van mensen door antichristen als voor de overwinning van mensen door God; wat is in essentie het verschil tussen de twee manieren waarop het woord wordt gebruikt? Kunnen jullie dit duidelijk uitleggen? Als jullie dat niet eens kunnen, is jullie begrip van de waarheid gewoon te armzalig. (De overwinning van mensen door Satan is gewelddadige beheersing, terwijl die van God de voorziening van de waarheid is – het is mensen de waarheidsprincipes vertellen, die mensen vervolgens kunnen beoefenen en daardoor het leven kunnen verkrijgen.) Ik vraag jullie dus: Satan beheerst en overwint mensen, maar heeft hij de waarheid? (Nee.) Wat is Satan? Op welke gronden overwint hij mensen? Met andere woorden, wat kwalificeert Satan om mensen te overwinnen en te proberen hen te winnen? Satan heeft helemaal niets. Wat gebruikt hij dan om mensen te overwinnen? Waarmee kan hij mensen voorzien zodra hij hen heeft overwonnen? Hij kan je alleen maar verderven; hij kan alleen maar met je sollen en je te gronde richten, en uiteindelijk, als hij je te gronde heeft gericht, zal hij je naar de hel sturen. Wat is zijn soort overwinning en beheersing? Het is simpel mishandeling. Zijn doel bij het beheersen en overwinnen van jou is om te voorkomen dat je je aan God en de waarheid onderwerpt, en om je aan hem te laten onderwerpen. Voor Satan is het verkeerd van jou om je aan God te onderwerpen, en is het juist om je aan hem te onderwerpen. Als je je aan hem onderwerpt, en door hem wordt beheerst en overwonnen, zul je God hebben verlaten en Hem volkomen hebben verworpen. Hoe werkt Gods overwinning van mensen dan? God is Zelf de waarheid; Hij is de werkelijkheid van alle positieve dingen, de bron van alle positieve dingen, de bron van de waarheid. Wat zijn mensen dan? Mensen zijn van een door Satan verdorven soort. Ze hebben de waarheid niet. Dus moet God mensen oordelen en tuchtigen, en hen beproeven en louteren, door de waarheid uit te drukken en de verdorven gezindheden van de mens bloot te leggen, zodat mensen de woorden die Hij spreekt kunnen begrijpen, en Hem als de Schepper en zichzelf als Zijn schepselen kunnen erkennen, en voor Hem kunnen komen, zich voor Hem kunnen neerwerpen, en Zijn soevereiniteit en regelingen kunnen aanvaarden. Is dit alles niet in overeenstemming met de waarheid? (Ja.) Dus, wat is deze overwinning? Het is mensen winnen, het is redding; het is iets positiefs. Het schaadt je niet. Is er geen verschil tussen dat en Satans overwinning? Het is gepast voor God om mensen te overwinnen. Hij is de waarheid, de bron van alle positieve dingen. Zeggen dat Hij “de mensheid overwint”, is een maar al te treffende manier om het te zeggen! De mensheid heeft de waarheid niet, ze is diep verdorven door Satan en tot zijn soort gemaakt. Daarom onderwerpen mensen zich niet aan God, ontkennen ze Hem en verwerpen ze Hem. Wat moet hieraan gedaan worden? God moet de waarheid uitdrukken en de methoden van tuchtiging en oordeel gebruiken om mensen te laten begrijpen wie God is, wie de Schepper is, wie schepselen zijn en wie Satan is, en hen de Heer te laten erkennen en tot Hem te laten terugkeren, de Schepper te laten erkennen, en zichzelf in Zijn tegenwoordigheid als Zijn schepselen te laten erkennen. Dat is wat overwinning betekent. Begrijpen degenen die door God zijn overwonnen de waarheid wel of niet? (Dat doen ze wel) En mensen die door Satan zijn overwonnen – wat verkrijgen zij? Ze begrijpen geen enkele waarheid, en ze mijden, verraden en verwerpen God, hebben noties over Hem, en volgen zelfs Satan en antichristen. Ze kunnen zelfs over God oordelen, tegen Hem in opstand komen en Hem vervloeken, waarbij ze weigeren Zijn soevereiniteit te erkennen, laat staan zich eraan te onderwerpen. Zijn dit schepselen die aan de norm voldoen? (Nee.) Ze zijn het precieze tegenovergestelde van mensen die door God zijn overwonnen; het effect is het omgekeerde van dat wanneer God mensen overwint.

Als iemand zoals een antichrist status heeft, en hij gaat ergens heen waar mensen niet weten dat hij een leider is, zal hij daar dan blij mee zijn? Nee. Waar hij ook heen gaat, hij zal alles in het werk stellen om iedereen te vertellen: “Ik ben de leider; maak wat eten voor me klaar. Ik moet iets goeds eten!” Wat zouden jullie zeggen dat Mijn gezichtspunt over status is? (U bent er niet in geïnteresseerd.) Hoe uit dat gebrek aan interesse zich? Wanneer Ik ergens heen ga, vraag Ik de mensen daar zoveel mogelijk om niet zomaar rond te vertellen of mensen te laten weten wat Mijn identiteit is. Waarom doe Ik dit? Omdat het een heel lastig is als mensen het weten. Als ze het niet weten, vertellen ze Mij misschien een beetje van wat er in hun hart omgaat; zodra ze het weten, wordt het lastig – dan klappen ze tegenover Mij dicht. Zeg Mij, zou Ik niet eenzaam zijn als er niemand zou zijn die zijn hart bij Mij uitstort? Ik doe Mijn uiterste best om het mensen niet te laten weten, zodat mensen Mij kunnen behandelen alsof Ik een gewoon mens ben, en tegen Mij kunnen zeggen wat ze willen zeggen. Het is zo fijn voor mensen om zich vrij en bevrijd te voelen, dat Ik hen niet altijd inperk, en dat ze niet altijd zo eerbiedig hoeven te zijn in Mijn aanwezigheid. Ze hoeven zich niet zo te gedragen; Ik houd daar niet van. Degenen die de waarheid niet begrijpen, denken: U houdt daar vast wel van, dus zo zal ik U behandelen. Wanneer Ik zulke mensen zie, verberg Ik Mij. Wanneer Ik iemand zie die altijd buigt en kruipt, verberg Ik Mij, zo snel als Ik kan. Ik wil absoluut niet in contact komen met zulke mensen – het is te veel gedoe, te veel moeite! Antichristen zijn echter anders. Ze hopen het respect van mensen te winnen, om overal waar ze komen een speciale behandeling te krijgen. En waarop hopen ze nog meer? Dat zolang zij in de buurt zijn, de mensen onder hun leiding hun bevelen volledig zullen gehoorzamen, en hen zonder concessies zullen gehoorzamen, tot in het absolute; dan denken ze: kijk – wat vind je van de soldaten die ik leid, het team dat ik leid? Ze doen allemaal wat ik zeg, gehoorzaam. Ze voelen een speciaal gevoel van voldoening. Ze trainen mensen om zich als marionetten te gedragen, om zich als slaven te gedragen, zonder onafhankelijke gedachten, of eigen meningen, of gezichtspunten; ze maken ieder van hen gevoelloos en stompzinnig. Antichristen voelen zich dan diep in hun hart blij en tevreden, en hebben het gevoel dat hun werk resultaten heeft opgeleverd, dat hun verlangens en ambities zijn vervuld. Als het er niet zo aan toegaat, zijn ze bedroefd in hun hart: “Waarom doen mensen niet gewoon wat ik zeg? Welke methode moet ik gebruiken om hen mij te laten gehoorzamen? Prima – als je niet weet dat ik geweldig ben, zal ik het je gewoon laten zien! Ik heb een masterdiploma; ik draag mijn diploma elke dag bij me, zodat je het kunt zien. Ik ben geslaagd voor het examen Engels niveau 8, en ik was voorzitter van de studentenraad. Omdat jullie me niet zo goed begrijpen, zal ik jullie eens even wat laten zien!” Telkens wanneer ze het werk bespreken, zeggen ze: “Wat voor gedachten jullie ook hebben, vertel ze; druk vrijuit jullie gezichtspunten uit – laat je niet door mij beperken.” En dus beginnen de mensen daar hun gezichtspunten uit te drukken. Nadat ze dat hebben gedaan, zegt deze ‘superieure persoon’ met een masterdiploma: “Jullie gezichtspunten deugen niet. Het zijn allemaal gewone gezichtspunten, het zijn allemaal gezichtspunten van gewone mensen. Ik moet echt ingrijpen – kijk: jullie kunnen het werk niet aan! Ik wil dit werk eigenlijk niet op me nemen, maar als ik hier niet was, zouden jullie deze last echt niet kunnen dragen. Ik moet dus wel een handje helpen. Ik heb goed over deze zaak nagedacht. Zo gaan we het aanpakken. Geen van de trucjes die jullie noemden zal werken; ik zal jullie een betere geven. Dat was wat de werkregelingen ons in het verleden opdroegen te doen – vanaf nu houden we ons niet meer aan die regels. Zo doen we het niet meer.” Sommige mensen zeggen: “Als we niet volgens de werkregelingen handelen, zal dat grote schade toebrengen aan Gods huis.” Ze reageren: “Denk er niet te veel over na – zal Gods huis zich druk maken om dit kleine beetje geld? Laten we ons richten op de resultaten – daar gaat het om. Doe voortaan gewoon wat ik zeg. Als er iets misgaat, neem ik de verantwoordelijkheid!” Niemand kan hen ervan afbrengen. Spuien ze niet alleen maar hoogdravende ideeën? Wat is hun doel daarmee? Het is om te pronken, en ieder mens te allen tijde te herinneren aan hun bestaan, en aan hun voortreffelijkheid. In welk opzicht zijn ze voortreffelijk? In hun ondoorgrondelijkheid voor gewone mensen. Zelfs als antichristen hetzelfde gezichtspunt hebben als andere mensen, verwerpen ze dat gezichtspunt toch wanneer het door anderen wordt geuit. Daarna beginnen ze helemaal opnieuw en nemen ze het voortouw door het opnieuw te formuleren. De groep hoort hen en zegt: “Is dat niet hetzelfde idee?” Zij zeggen: “Of het nu hetzelfde is of niet, ik ben degene die het zei. Jullie zijn niet degenen die het zeiden. Ik ben degene die het voortouw nam met dit idee.” Hoe vaak ze ook terugkomen op wat ze eerder hebben gezegd, hun doel is altijd om iedereen te overtuigen, om mensen te laten weten: “Ik ben niet voor niets een leider; ik ben niet voor niets de teamleider en de supervisor. Ik ben niet iemand die alleen maar praat – ik zou deze positie niet innemen zonder mijn talenten, gaven en vaardigheden.” Mocht er iets gebeuren terwijl zij er niet zijn, dan kan niemand anders de knoop doorhakken, en als ze er wel zijn, moeten zij de knoop doorhakken. Iedereen moet op hun gezichtsuitdrukking letten. Iedereen kan pas opgelucht ademhalen als zij de knoop doorhakken; als ze dat niet doen, houdt iedereen zijn hart vast. Als zij de knoop niet mogen doorhakken, is het niet mogelijk om de taak die moet worden gedaan uit te voeren. Hebben ze hier geen bedoeling mee? Soms denken ze bij zichzelf: is het wel goed wat ik doe? Ik kan dit beter niet doen – ik zet mezelf behoorlijk voor gek. Is dit niet de manier waarop antichristen handelen? Dat gaat zomaar niet; mijn aanzien is wat telt. ‘Antichrist’? De Boven heeft mij niet veroordeeld, dus ben ik er geen! En ze gaan gewoon door zoals ze bezig waren. Soms weten ze heel goed dat wat ze doen in strijd is met de werkregelingen en de waarheidsprincipes, dat het hun duidelijk om hun eigen aanzien en status te doen is, dat ze hun eigen intenties hebben – maar toch blijven ze doen wat ze deden, zonder aan de gevolgen te denken, en al helemaal zonder een Godvrezend hart. Is dit geen probleem van de gezindheid? Wat brengt dit soort gezindheid hen ertoe te doen? Zich uiterst zelfingenomen te gedragen, en amok te maken en slechte te dingen te doen. Weten ze in hun hart werkelijk niet wat de juiste manier van handelen is? Begrijpen ze werkelijk niet dat wat ze doen in strijd is met de principes? Weten ze werkelijk niet dat ze met wat ze doen anderen misleiden en beheersen, dat ze kwaad doen? Ze weten en begrijpen deze dingen. Dat ze op dezelfde manier kunnen blijven handelen, betekent dus dat ze de waarheid niet liefhebben en er afkerig van zijn. Ze verwerpen elke opvatting, elke manier, methode of uitspraak, zolang die niet uit hun mond komt. Is dit geen ambitie? (Ja.) Er zit ambitie en kwade bedoelingen in. Welke kwade bedoelingen? Wat gaat erachter schuil? (Mensen laten doen wat zij zeggen.) Mensen laten doen wat zij zeggen – ze kunnen een dergelijk voordeel of kans om op te vallen absoluut niet laten schieten, of toestaan dat deze aan iemand anders toevalt. Elke keer moeten zij het zijn die de beslissingen nemen; elke keer moeten zij het zijn die de knoop doorhakken; elke keer moeten de vruchten van het werk alleen van hen zijn, en alleen aan hen worden toegeschreven. Uiteindelijk laten ze iedereen een neiging ontwikkelen. Welke neiging? De neiging om te denken dat het werk alleen kan functioneren als zij in het team zitten – zonder hen is het alsof niemand anders de last kan dragen. Hebben ze hiermee hun doel niet bereikt? Die mensen zijn onder hun controle gekomen. Wat komt er voor beheerst worden? Volkomen overwonnen en verslagen worden. Antichristen kwellen je totdat je je aan hen overgeeft, zodat je goed niet van kwaad kunt onderscheiden, en hen helemaal niet probeert te onderscheiden of enig aspect van de waarheid op hen probeert te betrekken, en vast gelooft dat wat ze ook doen juist is, en niet meer durft te analyseren of ze gelijk of ongelijk hebben. Dit zijn de gevolgen die ontstaan wanneer mensen worden misleid en beheerst door antichristen, het duurt daarna niet lang totdat die mensen de antichristen gaan volgen. Is dat niet zo? (Ja.) Is dit niet duidelijk een uiting van antichristen die anderen dwingen zich alleen aan hen te onderwerpen, niet aan de waarheid of aan God? (Ja.) Wat zijn de motieven en kwade bedoelingen achter alles wat ze doen, en wat is de bron van hun daden, hun manieren en methoden, en zelfs van hun uitspraken? Het is dat ze je willen verslaan, je willen onderwerpen, je zover willen krijgen dat je je aan hen overgeeft, en je willen laten zien wie de baas is, wie gekwalificeerd is om het voortouw te nemen, wie het daar voor het zeggen heeft, en dat het niet de waarheid is die het voor het zeggen heeft – dat niemand anders dan zij heer over deze mensen kan zijn, of de knoop kan doorhakken, of de beslissingen kan nemen. Je zou de waarheid willen aanhalen, maar je maakt geen schijn van kans. Je zou afwijkende meningen willen opperen – maar je hoeft er niet eens aan te denken. Welke gezindheid van antichristen is dit? Het is venijnigheid; ze willen mensen overwinnen en beheersen. Of je nu kijkt naar de begeerten en ambities van antichristen, of naar hun werkelijke daden, ze tonen alle hun gezindheid van venijnigheid en afkeer van de waarheid aan. Deze manieren, onthullingen en uitingen die antichristen hebben om mensen te overwinnen en te beheersen, komen evenals hun essentie perfect overeen met het hoofdonderwerp waarover we communiceren. Antichristen willen dat mensen zich alleen aan hen onderwerpen – wat inhoudt dat mensen moeten doen wat zij zeggen, dat dit gelijkstaat aan zich aan God onderwerpen. Als iemand een afwijkende mening oppert en zegt dat wat ze doen in strijd is met de waarheid, zullen ze tegenwerpen: “In strijd met de waarheid? Vertel ons – wat is de waarheid? Als jij het duidelijk kunt uitleggen, zal ik je gelijk geven – maar als je dat niet kunt, dan zet ik je voor schut!” Wanneer ze dat zeggen, worden sommige mensen echt bang en zeggen: “Ik kan het echt niet duidelijk uitleggen, ik doe dus maar gewoon wat jij zegt.” Daarmee hebben de antichristen hun doel bereikt. Zijn er mensen die dit doen? (Ja.) Hebben jullie zulke dingen gedaan? (Nee.) Antichristen hebben deze vaardigheid. Een gewoon mens geeft het op als hij ziet dat hij anderen niet kan overtuigen; hij bezit die techniek niet. In één opzicht is dat omdat ze niet in staat zijn om op die manier te spreken en zich uit te drukken – ze zijn niet welbespraakt en kunnen niet goed debatteren. In een ander opzicht is dat omdat ze vanbinnen niet meedogenloos genoeg zijn. Degenen die deze dingen kunnen doen, moeten vanbinnen een boosaardige gezindheid hebben. Ze moeten venijnig en meedogenloos genoeg zijn, en niet om de andermans gevoelens geven. Als iemand het niet met hen eens is, zullen ze hem op een ongelooflijk venijnige manier kwellen, en hoe wreed ze dat ook doen, hun geweten zal er geen wroeging over voelen of besef van hebben. Iemand zou zeggen: “Ze zijn al zielig genoeg; waarom zou ik ze ook nog dwingen te doen wat ik zeg? Ik laat ze met rust – ze geloven in God, niet in mij. Ze kunnen gewoon luisteren naar eenieder die in overeenstemming met de waarheid spreekt – het maakt niet uit wie het is. Ik laat het deze keer maar zitten.” Denken antichristen op deze manier? Nee; antichristen hebben absoluut niet zo’n rationaliteit. Ze zijn volstrekt ondubbelzinnig over hun eigen ambities en begeerten. Ze klampen zich eraan vast en laten niet los, net als een wolf die een schaap in zijn bek heeft. Als je probeert te onderhandelen met een wolf, en hem ervan probeert te weerhouden een schaap op te eten – zal dat werken? Nee. Waarom niet? Omdat dat zijn gezindheid is. Wat gelooft de wolf? “Ik heb honger. Ik eet graag schapen. Dat is zoals het behoort te zijn. Of ik het schaap nu wil eten of niet, het is allemaal zoals het behoort te zijn.” Dat is zijn filosofie, de standaard en de bron van zijn daden. Evenzo, wanneer antichristen mensen overwinnen en beheersen, denken ze dan: “Ik ben God niet. Wat is het schaamteloos van mij om mensen te beheersen. Als mensen mij gaan onderscheiden, waar kan ik me dan nog vertonen?” Hebben ze zo’n gevoel van schaamte? (Nee.) Ze hebben geen gevoel van schaamte. Dus, wat ontbreekt er aan hun menselijkheid? Schaamte, rationaliteit en geweten. Deze dingen behoren niet tot hun menselijkheid. Zijn het zonder die dingen nog mensen? Dat zijn ze niet. Niet iedereen die een menselijke huid draagt is per se mens – sommige zijn demonen, sommige zijn levende lijken, en sommige zijn dieren. Wat voor soort dingen zijn antichristen dan? Het zijn duivels; sommige zijn kwaadaardige demonen en andere zijn kwaadaardige geesten. Kortom, ze zijn niet menselijk. Het is omdat ze het verstand, het geweten en de schaamte van de normale menselijkheid niet bezitten, dat antichristen met God kunnen strijden om mensen en de harten van mensen. Dit toont aan dat hun aard-essentie boosaardig is. Het is niet te rechtvaardigen dat ze met anderen om status strijden, laat staan dat ze met God om status en om mensen strijden! Dit toont des te meer aan dat het authentieke antichristen zijn, dat het duivels en Satans zijn.

We hebben nu tot en met punt acht gecommuniceerd over de uitingen van antichristen. Kunnen jullie nu verbanden leggen tussen jezelf en antichristen, evenals tussen mensen die de weg van antichristen bewandelen en degenen die hun gezindheid bezitten, om te zien welk soort mens jullie zijn? (Ja.) Jullie kunnen enkele van deze verbanden leggen. Welke problemen van mensen kan dit oplossen? (Het kan ons ervoor behoeden de verkeerde weg in te slaan.) Het kan je ervoor behoeden de verkeerde weg in te slaan. Wat nog meer? (Het stelt ons in staat de mensen, gebeurtenissen en dingen om ons heen te onderscheiden.) Het stelt je in staat sommige mensen om je heen te onderscheiden. Anderen onderscheiden maakt er deel van uit; maar voornamelijk moet je jezelf weten te onderscheiden, de gezindheid van de antichrist in jou en de weg die je bewandelt. Dit zal je helpen om niet af te dwalen bij het vervullen van je plicht, en om niet de weg van antichristen in te slaan. Als iemand eenmaal de weg van antichristen is ingeslagen, is het dan makkelijk voor hem om terug te keren? Nee; als hij die eenmaal is ingeslagen, is het niet makkelijk voor hem om terug te keren. Weten jullie wat de reden hiervoor is? (De Heilige Geest werkt niet in hen.) Dat is de voornaamste reden. De verkeerde weg inslaan is gevaarlijk, aangezien je er dan voor kiest om tegen God te strijden, met Hem te wedijveren om Zijn uitverkoren volk, en tot het einde tegen Hem te vechten; je zoekt de waarheid niet, je probeert Gods redding niet te aanvaarden. Sla zo’n weg in, en je komt in de problemen. Je zult tegenover God komen te staan – je zult je door je subjectieve wil tegen Hem verzetten; dat wil zeggen, je gedachten, opvattingen, meningen en keuzes zullen allemaal vijandig zijn tegenover God. Als je, voordat je deze weg bent ingeslagen, enkele objectieve uitingen, gezindheden en essenties hebt die tegengesteld zijn aan God en vijandig staan tegenover Hem, maar je in je hart te allen tijde voorzichtig bent om niet de weg van vijandschap tegen God of de weg van antichristen te bewandelen, dan heb je een kans om gered te worden. Als je wel de weg van antichristen inslaat, van vijandschap tegenover God, dan ben je in gevaar. Hoe groot is het gevaar? Groot genoeg dat het niet makkelijk voor je zal zijn om terug te keren. Sommige mensen zeiden zojuist dat de Heilige Geest niet meer in zo iemand zal werken – dat is zo duidelijk! Hoe zou de Heilige Geest in zo iemand kunnen werken? Zodra zo’n soort weg bent ingeslagen, zodra je die keuze hebt gemaakt, loop je gevaar. Als je dit in je hart begrijpt, maar dit toch doet, die weg gaat, en die keuze maakt, en bij je handelen altijd volgens je eigen principes en je oude, vroegere manieren te werk gaat, zonder om te keren of berouw te tonen, zonder je koers te wijzigen, vertegenwoordigt dat jouw keuze – je hebt besloten deze weg van vijandschap tegenover God in te slaan. Het is niet dat je niet begrijpt wat je doet – je begaat willens en wetens een zonde. Het is net als Paulus, die zei: “Wie ben jij, heer? Waarom wil jij mij neerslaan?” Hij wist heel goed dat de Heer Jezus de Heer was, dat Hij Christus was, maar hij verzette zich toch tot het einde tegen Hem. Dat is willens en wetens een zonde begaan. Paulus getuigde niet voor de Heer, noch verhoogde hij Hem. Hij dacht: “Ben jij niet gewoon een mens? Sla jij mij niet gewoon neer omdat jij daartoe de macht hebt? Jij hebt misschien de macht, maar ik geloof nog steeds in de god in de hemel. Jij, de incarnatie, bent god niet; jij hebt niets met god te maken. Jij bent gods zoon, en jij bent onze gelijke.” Was dat niet zijn opvatting? Waar was deze opvatting van Paulus op gebaseerd? Nadat hij te weten was gekomen dat de Heer Jezus de geïncarneerde Christus was, bleef hij aan deze opvatting vasthouden, net als hij daarvoor deed. Dit was een ernstig probleem, en daarmee was zijn uitkomst bepaald. Zou de weg die hij bewandelde anders kunnen zijn, in het licht van het feit dat hij de hele tijd aan die opvatting vasthield? De weg die een persoon bewandelt is gebaseerd op zijn opvattingen: wat jouw opvattingen ook zijn, dat is de weg die je bewandelt. En omgekeerd, welke weg je ook bewandelt, dat zijn de opvattingen die in je zullen opkomen, de opvattingen die je zult hebben, de opvattingen die je zullen beïnvloeden en sturen. Zodra je de weg van vijandschap tegenover God inslaat, zullen deze opvattingen vorm krijgen en in je wortelschieten, en dan is één ding zeker: je zult je vast en zeker tot het einde tegen God verzetten; je zult vast en zeker altijd blijven vasthouden aan je eigen verkeerde opvattingen, kennis en houding, en tot het einde tegen God tekeergaan. Je zult je koers totaal niet wijzigen – niet als iemand je dat zou opdragen, niet als de Heilige Geest je zou verlichten, niet als de broeders en zusters je zouden aansporen, en niet als God je zou illumineren. Daar zal geen ruimte voor zijn. Dit is jouw keuze. Je krijgt een eerste, tweede en derde kans – als je na drie kansen om je te bekeren dat nog niet hebt gedaan, krijg je in de toekomst geen kansen meer. Hoe je dan ook werkt en een prijs betaalt, het zal God niet ontroeren – Hij zal Zijn besluit over jou al genomen hebben. Wat zal God voor jou besloten hebben? Dat je zult moeten dienstdoen, dat er gebruik van je zal worden gemaakt en dat Hij je nadat je bent gebruikt ergens zal plaatsen waar je getuchtigd en gestraft zult worden, zoals Hij heeft besloten. Hoe komt God tot dit besluit? Op basis van een kortstondige gedachte die in je opkomt? Is het gebaseerd op vluchtige ideeën die je koestert? Op het feit dat je even de verkeerde weg opgaat? Nee; God baseert dit op de opvattingen die je diep in je hart hebt, op je langdurige houding tegenover de waarheid, en op de weg die je besluit te bewandelen. Je hebt besloten om op deze manier te handelen, en wat anderen zeggen haalt niets uit; je hebt besloten om deze theorie te gebruiken als het fundament voor de weg die je in de toekomst bewandelt. En aangezien jij je besluit hebt genomen, moet God dan niet jouw uitkomst bepalen? Jouw uitkomst is al lang geleden bepaald; het is niet nodig dat God tot het allerlaatste moment wacht om dit te doen. Bij sommige mensen kijkt God altijd naar hun uitingen – wanneer deze mensen eindelijk aan het einde van de weg zijn gekomen, worden hun uitkomsten uiteindelijk bepaald op basis van hun verschillende uitingen. Sommige mensen hebben meer goede daden verricht dan slechte; ze hebben meer goede en positieve houdingen tegenover God gekoesterd dan negatieve en kwaadaardige, en op basis van de berekening van de som van hun verschillende gedragingen en manifestaties worden hun uiteindelijke uitkomsten bepaald. Er zijn echter anderen, wier uitkomsten door God worden bepaald na een blik op de weg die ze bewandelen. Geeft God mensen dan kansen voordat Hij hun uitkomst bepaalt? Dat doet Hij. Hoeveel? Er is hoogstwaarschijnlijk geen concreet aantal. Het hangt af van iemands aard-essentie, en het is ook gebaseerd op hun streven. Sommige mensen krijgen misschien drie kansen. Sommigen zijn reddeloos, ze zijn ongelooflijk dwaas en onbuigzaam, en ze aanvaarden helemaal geen waarheden – hun uitkomsten worden bepaald voordat ze drie kansen hebben gehad. Maar voor sommige mensen arrangeert God omgevingen op basis van hun gesteldheden, en op basis van hun leeftijd en de dingen die ze hebben meegemaakt, geeft Hij hun misschien vijf kansen. Dit is gebaseerd op hun aard, essentie en houding bij het aanvaarden van de waarheid. God bepaalt iemands uitkomst en bestemming op basis van deze dingen.

Er overkomen mensen allerlei dingen, en ze weten vaak niet hoe ze ermee om moeten gaan. Zou het oké zijn als ze er niet naar zouden streven de waarheid te begrijpen? Het is makkelijk voor mensen om de verkeerde weg in te slaan als ze de waarheid niet begrijpen. Waarom zeg Ik dit? Mensen leven naar Satans verdorven gezindheden, en de dingen die van binnenuit naar buiten komen, zijn dingen die ze van nature onthullen, en niet één daarvan is in overeenstemming met de waarheid, of is niet verraderlijk jegens God. Waarom zouden ze dan altijd naar preken moeten luisteren? Altijd naar preken luisteren, ze overdenken en ter harte nemen; altijd bidden en zoeken; voor God komen met een Godvrezend hart, met een hart van vroomheid, met een hart dat naar de waarheid verlangt; elke dag vaste tijden hebben voor geestelijke oefeningen, gebed en het eten en drinken van Gods woorden; en communiceren met anderen, en in harmonie met anderen samenwerken om werk te doen; elke dag handelen volgens deze principes, en je er elke dag aan houden – God kijkt of deze gedetailleerde elementen van de beoefening van mensen resultaten opleveren. Sommigen vragen misschien: “Zijn dat niet gewoon processen?” Wat is een proces? Dit zijn geen uiterlijke dingen – je kunt je alleen aan deze dingen houden als je er het hart voor hebt. Hoeveel dagen zou je het kunnen volhouden als je er niet dit hart voor hebt? Je zou het niet kunnen volhouden. Sommige leiders eten en drinken nooit Gods woorden en doen nooit aan geestelijke oefeningen. Wat betekent dit? Dat ze geen ware gelovigen zijn. Als ze dat niet zijn, hoe zijn ze dan leiders geworden? Op sommige plaatsen is er niemand geschikt voor het werk, dus moet de kerk zich behelpen met het gebruik van deze mensen. Ze denken ten onrechte: ik ben tot leider gekozen. Ik kan dit werk ook doen zonder Gods woorden te eten en te drinken – zolang mensen benen en een mond hebben, kunnen ze dit werk doen. Dit is dwaasheid. God kijkt niet of je het werk kunt doen – Hij kijkt naar wat je hebt gedaan. Het werk dat jij kunt doen, kan iemand anders ook doen. Iedereen met een beetje normale intelligentie kan het doen. Denk niet dat, omdat je als leider bent gekozen en je dat werk kunt doen, je succes gegarandeerd is, dat je dan vervolmaakt bent, dat je dan een kans hebt om te overleven. Zo werkt het niet. God kijkt nooit naar hoeveel je doet; Hij kijkt naar wat je hebt gedaan, naar de weg die je bewandelt. Houd jezelf hierover niet voor de gek. Je denkt misschien: er zijn zoveel mensen die niet zijn uitgekozen, en toch ben ik het wel. Het lijkt erop dat ik uitmuntend ben, dat ik een groter kaliber heb en beter ben dan anderen. Wat is er goed aan jou? Zelfs als je goed bent, ben je toch zeker niet gerechtigd om de waarheid niet te beoefenen, en te handelen in strijd met de waarheid? Zelfs als je goed bent, ben je toch zeker niet gerechtigd om niet aan geestelijke oefeningen of gebed te doen, en de waarheid niet te zoeken wanneer je handelt? Je bent niet gerechtigd tot die dingen. Geen enkele status of titel is je persoonlijke eigendom. Dat zijn vluchtige dingen, uiterlijke dingen. God kijkt naar jouw trouw; Hij kijkt naar jouw beoefening van de waarheid, jouw nastreven ervan en jouw houding ertegenover; Hij kijkt naar jouw onderwerping; Hij kijkt naar jouw houding tegenover jouw plicht en jouw missie. Sommige mensen steken misschien veel inspanning in het vervullen van hun plicht, maar ze doen het niet in overeenstemming met de waarheidsprincipes. Als je hun vertelt dat ze volgens de waarheidsprincipes moeten handelen, verzetten ze zich, worden ze boos en aanvaarden ze het niet. En zomaar ineens worden ze onthuld. Wat wordt er onthuld? Dat ze de waarheid niet aanvaarden. Wat voor soort mensen zijn zij, diegenen die de waarheid niet aanvaarden? Niet-gelovigen. Waar zijn niet-gelovigen blindelings zo druk mee? Waarom zijn ze zo energiek in de weer? Ze hebben een doel – ze zien: er is een kans dat ik hier een functionaris wordt, en als dat gebeurt, kan ik van de kerk leven en door iedereen vereerd worden. Deze plek is geweldig! Dit kostje is maar al te gemakkelijk gekocht, en dat geldt ook voor deze roem en dit gewin; deze status is zo makkelijk te bereiken – het is zo makkelijk om hier een functionaris te zijn! Ze hadden nooit gedacht dat ze in dit leven een ‘functionaris’ zouden worden. Maar zodra ze hun ‘ambt’ verliezen, tonen ze hun ware aard. Ze leveren geen inspanningen meer voor Gods huis. Zullen ze nog steeds in staat zijn om te lijden en een prijs te betalen? Nee. Zijn ze dan niet onthuld? Sommige mensen zetten alles op alles zodra ze status hebben, leveren inspanningen en werken zich in het zweet, klagen niet ongeacht hoeveel ze lijden – maar zodra ze geen status meer hebben, worden ze negatief, tot op het punt dat ze door hun negativiteit worden overweldigd. Zijn ze dan niet onthuld? Status heeft hen onthuld. Is het nodig om hen aan beproevingen te onderwerpen? Nee. Goed, we ronden de communicatie van vandaag hier af.

1 oktober 2019

Vorige: Punt zeven: Ze zijn boosaardig, verraderlijk en bedrieglijk (deel 3)

Volgende: Artikel acht: Ze willen dat anderen alleen hen gehoorzamen, niet de waarheid of God (deel 2)

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek