4. Een kerkleider is geen officier

Door Matthew, Frankrijk

Ik heb het werk van Almachtige God van de laatste dagen drie jaar geleden aanvaard. Ik werd verkozen tot kerkleider in oktober 2020. Ik realiseerde me dat dit een grote verantwoordelijkheid was en ik voelde me een beetje gespannen, maar ik was ook erg trots. Ik had het gevoel dat ik was uitverkoren voor die belangrijke plicht omdat ik een beter kaliber had dan de anderen. Ik nam mijn plicht heel serieus en deed mijn best om met mijn broeders en zusters te communiceren en ze te helpen met problemen en moeilijkheden die ze tegenkwamen. Ik wilde iedereen bewijzen dat ik een uitstekend leider was echt werk kon leveren.

Toen begon een boosdoener geruchten te verspreiden in de kerk. Hij verspreidde leugens van de Chinese Communistische Partij en belasterde en beledigde God tijdens bijeenkomsten, verdraaide de feiten, haalde dingen overhoop en oordeelde over het werk van Gods huis. Hij wilde de nieuwkomers misleiden om de kerk te verlaten en God te verraden. Daarom hield ik zoveel bijeenkomsten en communiceerde zoveel met de broeders en zusters als ik kon en voelde me net een commandant in het leger die de troepen aanvoerde tegen vijandige groeperingen. Ik wilde bewijzen dat ik de broeders en zusters kon beschermen, om hen te tonen dat ik een zware last op me kon nemen, dat ik verantwoordelijk was. Maar in werkelijkheid voelde ik me erg zwak. Ik wist zelf niet hoe ik sommige misvattingenmoest weerleggen en ze verstoorden zelfs mij. Ik wou echter mijn zwakte niet aan de anderen laten zien. Ik vond dat ik als kerkleider hard moest zijn, als een president of een legeraanvoerder. Ik kon mijn zwakte aan niemand laten zien! Ik stelde me dus nooit open voor de broeders en zusters over mijn eigen gesteldheid. Ik vermomde me niet alleen in deze kwestie. Bij het bespreken van onze opvattingen over Gods woorden in bijeenkomsten sprak ik graag over diepgaande inzichten, zodat anderen zouden denken dat ik ze heel goed begreep. Maar ik verdoezelde gewoon mijn eigen mislukkingen en verdorvenheden en veranderde het gespreksonderwerp snel naar de dingen die ik goed deed. Als ik bijvoorbeeld slaperig werd tijdens een bijeenkomst, dan gaf ik dit niet toe en ik verborg het als ik een probleem had in plaats van het met de anderen te delen.

Zuster Marinette, die met mij werkte, bewonderde me echt omdat ik haar altijd hielp met woorden van God die relevant waren voor haar gesteldheid. Ik wist dat ze een beetje naar me opkeek, en ik was erg blij en tevreden wanneer ze haar bewondering uitsprak. De broeders en zusters die nieuwkomers begoten bewonderden me ook enorm. Op een keer vertelde een zuster me dat ze had geleerd van mijn communicatie en hulp. Ik was heel tevreden dat ik de de goedkeuring van anderen kreeg. Tijdens bijeenkomsten reageerden sommige broeders en zusters actief met “Amen” na mijn communicatie, en sommigen zeiden zelfs: “Het is precies zoals broeder Matthew zegt.” Het leek alsof ze me met een toon van aanbidding aanspraken, en ik had het gevoel dat ik een belangrijke plaats in hun hart innam. Ik wist dat dit niet gepast was, maar ik hield van het gevoel dat er naar me werd opgekeken. Toen zag ik op een dag een getuigenisvideo met de title: De schade die opschappen aanricht. Dit raakte duidelijk een snaar bij me. Een zuster, ook een leider, was zichzelf altijd aan het verheffen en opscheppen in haar plicht. Zij beledigde Gods gezindheid en werd gedisciplineerd met een ziekte. De kern van de zaak was dat God haar gedrag verafschuwde. Na het zien van die die video besefte ik dat me tegen God verzette door op te scheppen en me uit te sloven om bewondering te krijgen. Ik had me op het pad van een antichrist begeven. Ik had nooit beseft dat opscheppen en jezelf verheffen zo’n ernstig probleem kon zijn. Ik was echt bang en wist niet wat ik moest doen.

Toen las ik deze passage van Gods woorden, waardoor ik wat inzicht kreeg in mijn verdorvenheid. In Gods woorden staat: “Zichzelf verheerlijken en getuigenis afleggen van henzelf, met zichzelf pronken, mensen zover proberen te krijgen dat ze hen hoog achten – de verdorven mensheid is tot deze dingen in staat. Dit is hoe mensen instinctief reageren wanneer ze beheerst worden door hun satanische aard, en dit komt voor bij de gehele verdorven mensheid. Hoe verheerlijken mensen zich gewoonlijk en leggen ze getuigenis af van henzelf? Hoe bereiken ze dit doel? Ze getuigen ervan hoeveel werk ze hebben verricht, hoe zeer ze hebben geleden, hoe zeer ze zich hebben ingezet en welke prijs ze hebben betaald. Ze gebruiken deze dingen als het kapitaal waarmee ze zichzelf verheerlijken, en die hun een hogere, stevigere, veiligere plaats in de gedachte van de mensen geeft, zodat meer mensen hen achten, bewonderen, respecteren en zelfs aanbidden, verafgoden en volgen. Om dit doel te bereiken, doen mensen veel dingen waarmee zij op het eerste gezicht van God getuigen, maar waarmee zij in wezen zichzelf verheffen en van zichzelf getuigen. Is het redelijk om op die manier te werk te gaan? Ze liggen buiten het bereik van redelijkheid. Deze mensen kennen geen schaamte: ze getuigen ongegeneerd van wat ze voor God hebben gedaan en hoeveel ze voor Hem hebben geleden. Ze pronken zelfs met hun gaven, talenten, ervaring, speciale vaardigheden, slimme trucjes om zich te gedragen, de middelen die ze gebruiken om met mensen te spelen, enzovoorts. Hun methode om zichzelf te verheerlijken en van zichzelf te getuigen, bestaat uit met zichzelf te pronken en anderen te kleineren. Ze huichelen ook en camoufleren zichzelf om hun zwakheden, tekortkomingen en onvolkomenheden voor mensen te verbergen, zodat die alleen hun begaafdheid zien. Ze durven het niet eens aan anderen te vertellen wanneer ze zich negatief voelen; het ontbreekt hen aan moed om zich bloot te geven en met hen te communiceren, en wanneer ze iets verkeerd doen, doen ze hun best om het te verbergen en te verbloemen. Ze noemen nooit de schade die ze hebben toegebracht aan het werk van de kerk tijdens het vervullen van hun plicht. Maar wanneer ze een geringe bijdrage hebben geleverd of een klein succesje hebben behaald, dan zijn ze er snel bij om ermee op te scheppen. Ze kunnen niet wachten om de hele wereld te laten weten hoe bekwaam ze zijn, hoe hoog hun kaliber is, hoe uitzonderlijk ze zijn en hoeveel beter ze zijn dan gewone mensen. Is dit niet een manier om zichzelf te verheerlijken en van zichzelf te getuigen? Is zichzelf verheerlijken en van zichzelf getuigen iets wat door iemand met geweten en rede wordt gedaan? Dat is niet zo. Dus welke gezindheid wordt er gewoonlijk onthuld, wanneer mensen dit doen? Arrogantie is een van de belangrijkste gezindheden die onthuld worden, gevolgd door bedrieglijkheid, wat behelst dat ze al het mogelijke doen om ervoor te zorgen dat anderen grote achting voor hen hebben. Hun verhalen zijn volledig waterdicht; hun woorden bevatten duidelijk motivaties en intriges, en toch willen ze het feit dat ze opscheppen verbergen. De uitkomst van wat ze zeggen is dat mensen het gevoel krijgen dat zij beter zijn dan anderen, dat er niemand is die aan hen kan tippen, dat alle anderen minder zijn dan zij. En wordt deze uitkomst niet bereikt via slinkse streken? Welke gezindheid schuilt er achter zulke streken? En zijn er elementen van kwaadaardigheid? Dit is een boosaardige soort gezindheid(Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt vier: Ze verheerlijken zichzelf en getuigen over zichzelf). Het lezen van Gods woorden trof me rechtstreeks in mijn hart. Ik zag wat er diep in mij verborgen zat. Ik had altijd een beeld van mezelf willen vormen als sterke man, een volmaakt iemand. Ik hield ervan om te praten over mijn verhoogde begrip en mijn succesvolle ervaringen om mensen een positieve indruk te geven, maar ik sprak bijna nooit over mijn zwakheden of werkelijke moeilijkheden. Wanneer ik me zwak of negatief voelde, of geconfronteerd werd met problemen, of zelfs als ik in mijn slechtste gesteldheid was, deed ik gewoon alsof alles geweldig was om mijn trots en reputatie te beschermen. Maar in feite was ik echt pijn aan het lijden. Toen ik de bewondering en adoratie van anderen voor mij zag, had ik er enig besef van, en ik wist dat dit niet goed was. Maar ik had niet gezegd dat ze me niet moesten aanbidden, omdat ik de bewondering, aanbidding en lof van iedereen wilde. Was ik niet net zo arrogant als de aartsengel? Ik bracht anderen niet tot God, maar ik bracht hen tot mijzelf. Toen ik me realiseerde dat ik Gods plaats in het hart van de broeders en zusters aan het innemen was, beefde ik van angst en wist ik in mijn hart dat God mijn gedrag verafschuwde. Ik was vervuld van berouw en tot God: “God, ik heb geprobeerd op te scheppen, ik wilde dat iedereen mij zag een goede leider, boven al de rest. Ik eigen mij uw glorie toe. Oh God, ik wil u mijn berouw tonen.” Toen schreef ik een brief van berouw, waarin ik mijn bekendmaakte hoe ik opschepte en mezelf verhief. Die heb ik aan alle bijeenkomstgroepen gestuurd. Ook heb ik duidelijk tegen iedereen gezegd dat ze mij niet moesten aanbidden. Ik kende een paar broeders en zusters die me bijzonder aanbaden, dus hen stuurde ik afzonderlijke berichten waarin ik me open stelde en mezelf ontleed. Een paar dagen later zei Zuster Marinette openhartig tegen mij dat ze me had aanbeden en dat ik een belangrijke plaats in haar hart had gehad. Ik schaamde me echt toen ik dat hoorde en ervoer het als bewijs van mijn kwaad. Ik zag hoe lelijk ik op dat moment was, en voelde alsof ik alle rede verloren had door anderen me te laten aanbidden. Was dit waar God op had gehoopt toen hij de me deze plicht gaf? Ik voelde me heel ongemakkelijk en beschaamd. Maar toch zocht ik nog steeds niet naar de waarheid om mijn verdorvenheid op te lossen, dus deed ik het al snel weer.

Op een dag woonde ik een bijeenkomst bij waar ook door andere kerkleiders aanwezig waren. Ik vond de communicatie van de broeders en zusters simplistisch en daardoor was ik geschokt. Ik vond hun communicatie. Ik keek een beetje op hen neer. Ik wilde ze laten zien dat mijn communicatie praktischer was dan die van hen. Ik bereidde me daarom mentaal voor op wat ik wilde zeggen. Ik dacht erover iets te zeggen wat meer verlicht was, zodat ik boven de menigte uit zou steken en een gewichtige communicatie kon delen. Ik dacht na over de woorden om mijn communicatie het beste te verrijken. Ik wilde echt bewijzen dat mijn begrip beter was, zodat anderen mijn inzichten zouden waarderen. Tijdens mijn communicatie gebruikte ik veel voorbeelden en metaforen zodat ze wisten dat mijn communicatie gedetailleerd en rijk was. Toen ik klaar was, was ik heel tevreden om iedereen “Amen” te horen zeggen. Toen ging ik snel naar de chat om te zien of de broeders en zusters nog iets aardigs over mijn communicatie hadden gezegd. Toen het bijna voorbij was, deelde broeder Zen wat communicatie. In plaats van Gods woorden te citeren en te praten over hoe we Gods woorden moeten praktiseren zoals hij dat deed, verwees hij naar mijn communicatie. Ik zag dat ik mezelf opnieuw ophemelde en pronkte. Ik was op dat moment echt boos op mezelf. In de bijeenkomst hadden we net wat van Gods woorden met iedereen gedeeld, waarin werd gezegd dat we vanuit het hart moeten spreken. Hoe kon ik opscheppen en pronken? Ik durfde gewoon niet te geloven dat me zo gedroeg. Ik zocht de passages op van Gods woorden die we in de bijeenkomst hadden gelezen om er eens goed te kunnen nadenken. God zegt: “Als broeders en zusters in staat willen zijn elkaar in vertrouwen te nemen, elkaar te helpen en elkaar te voorzien, dan moet iedereen over zijn eigen werkelijke ervaringen spreken. Als je niets zegt over je eigen werkelijke ervaringen – als je alleen maar woorden en leerbrieven predikt die mensen kunnen begrijpen, als je alleen wat doctrine predikt over het geloof in God en banale platitudes spuit, dan ben je geen eerlijk mens en ben je niet in staat een eerlijk mens te zijn(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, De meest fundamentele beoefening om een eerlijk iemand te zijn). “Wanneer je van God getuigt, moet je vooral spreken over hoe God over mensen oordeelt en mensen tuchtigt, welke beproevingen Hij gebruikt om mensen te louteren en hun gezindheid te veranderen. Je moet ook spreken over hoeveel verdorvenheid in je ervaring is geopenbaard, hoeveel je hebt geleden, hoeveel dingen je hebt gedaan om je tegen God te verzetten, en hoe je uiteindelijk door God bent overwonnen. Praat over hoeveel echte kennis je hebt van Gods werk, en hoe je van God moet getuigen en Hem moet terugbetalen voor Zijn liefde. Je moet stevige taal gebruiken en op een eenvoudige manier spreken. Praat niet over lege theorieën. Spreek meer gewone taal; spreek vanuit je hart. Op die manier moet je dingen ervaren. Maak geen gebruik van diepzinnig klinkende, lege theorieën om met jezelf te pronken. Dat maakt een arrogante en onzinnige indruk. Je moet meer over werkelijke dingen spreken vanuit je werkelijke ervaring, en meer vanuit je hart spreken. Daar hebben anderen het meest profijt van, en het is voor hen het meest geschikt om te zien(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Alleen door de waarheid na te streven, kan iemand een verandering in gezindheid bereiken). De gevolgen hiervan waren heel duidelijk. De anderen keken naar mij op en gaven geen getuigenis van Gods woorden, maar baseerden zich op mijn communicatie. Tijdens bijeenkomsten hoorde ik mensen vaak dingen zeggen als: “Dankzij de communicatie van Matthew”, of “Zoals Broeder Matthew zei”. Ik dacht aan Paulus, die zichzelf altijd verhief en zich altijd opzichtig gedroeg en geen getuigenis van de woorden van de Heer Jezus aflegde. Daardoor hadden gelovigen 2000 jaar lang de woorden van Paulus aanbeden en ervan getuigd. Deed ik niet hetzelfde als Paulus en bevond ik mij niet op hetzelfde pad van verzet tegen God? Ik was echt bang en haatte mezelf gewoon. Ik bad: “Oh God! Alweer maak ik dezelfde fout. Uw woorden lieten me de weg zien, maar nog steeds volg ik Satan om mijn verwaandheid te bevredigen. Weer speel ik de rol van Satan. God, ik heb Uw hulp nodig, help, red mij!”

Toen ik mij op een avond deze passage van Gods woorden zag: “Wat is het grootste taboe in het dienen van God door de mens? Weten jullie dat? Sommige mensen die als leiders dienen willen altijd anders zijn, altijd met kop en schouders boven de rest uitsteken en nieuwe trucjes bedenken waardoor God kan zien hoe capabel ze werkelijk zijn. Ze focussen zich echter niet op het begrijpen van de waarheid en het binnengaan in de werkelijkheid van Gods woorden. Ze proberen altijd op te scheppen. Is dit niet precies de openbaring van hun arrogante aard? […] Bij het dienen van God willen mensen graag grote stappen zetten, grootse dingen doen, grote woorden spreken, groots werk verrichten, grote bijeenkomsten houden en grote leiders zijn. Als je altijd zulke grote ambities hebt, dan overtreed je Gods bestuurlijke decreten. Mensen die dit doen, sterven snel. Als je je niet goed gedraagt, niet vroom en voorzichtig bent in je dienst aan God, dan zul je vroeg of laat Gods gezindheid beledigen(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, deel drie). Ik was verlamd en beefde van angst door het lezen van deze woorden van God. Door deze openbaring van Gods woorden begreep ik mijn tomeloze ambitie en mijn verlangen om grootse dingen te bereiken. Ik wilde bijeenkomsten voorzitten en grootse toespraken houden. Ik hield ervan om te pronken tijdens bijeenkomsten en wilde dat de broeders en zusters me aanbaden, in de hoop dat ze zouden denken dat ik een goed kaliber en diepgaand begrip had. Gedreven door deze verlangens, wilde ik preken en pronken op elke bijeenkomst die ik bijwoonde, in de hoop dat anderen me zouden bewonderen. Ik hield van dat soort leiderschap. Maar toen ik het volgende las: “Als je altijd zulke grote ambities hebt, dan overtreed je Gods bestuurlijke decreten. Mensen die dit doen, sterven snel,” beefde mijn hart en voelde ik diep in mijn hart angst. Ik dacht dat ik voorheen God tevreden had gesteld, maar nu realiseerde ik me dat ik weerzin bij Hem opwekte. Ik wilde alleen maar iets groots doen, grootse bijeenkomsten houden, iets verhevens prediken. Ik legde geen etuigenis af van God of bracht de waarheid niet in praktijk, en ik nam geen last op me voor het leven van de broeders en zusters. Ik verheerlijkte mezelf om een plek in hun harten te veroveren. Dit beledigde Gods gezindheid. In de tien bestuurlijke decreten waaraan Gods uitverkoren volk moet gehoorzamen in het Tijdperk van het Koninkrijk, wordt gesteld: “De mens moet zichzelf niet groter maken of verheerlijken. Hij moet God aanbidden en verheerlijken.” “Mensen die in God geloven, moeten God gehoorzamen en Hem aanbidden. Verheerlijk niemand en kijk naar niemand op; zet niet God op de eerste plaats, de mensen naar wie je opkijkt op de tweede plaats en jezelf op de derde plaats. Geen enkele persoon zou een plaats in jouw hart moeten hebben en je moet niet denken dat mensen – vooral hen die je vereert – op gelijk niveau staan met God, of dat ze Zijn gelijken zijn. Zoiets is voor God onverdraaglijk(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God). Gods woorden leed ik enorm in mezelf en ik dacht dat God mij onmogelijk zou kunnen vergeven voor de belediging van Zijn gezindheidIk bad: “God, ik heb pijn en ben echt aan het lijden. Ik wist niet dat ik uw toorn over me afriep en ik wil graag berouw tonen. Oh God, ik zoek Uw verlichting om uw wil te begrijpen.”

In mijn angst las ik deze passage van Gods woorden: “Vandaag oordeelt God over, tuchtigt en veroordeelt Hij jullie, maar je moet weten dat het doel van jouw veroordeling is dat je jezelf kent. Hij veroordeelt, vervloekt, oordeelt en tuchtigt zodat jij jezelf kunt kennen, zodat je gezindheid kan veranderen en zodat je bovendien je waarde mag kennen, en mag zien dat alle daden van God rechtvaardig zijn en in overeenstemming met Zijn gezindheid en de vereisten van Zijn werk, dat Hij werkt volgens Zijn plan voor het heil van de mens, en dat Hij de rechtvaardige God is die de mens liefheeft, hem redt, over hem oordeelt en hem tuchtigt. Als je alleen weet dat je een lage status hebt, dat je verdorven en ongehoorzaam bent, maar niet weet dat God Zijn heil wil openbaren door het oordeel en de tuchtiging die Hij je vandaag oplegt, dan kun je geen ervaring opdoen en ben je al helemaal niet in staat om voort te blijven gaan. God is niet gekomen om te doden of te vernietigen, maar om te oordelen, te vervloeken, te tuchtigen en te redden. Totdat Zijn managementplan van zesduizend jaar ten einde komt – totdat Hij de uitkomst van elke categorie van de mens openbaart – zal Gods werk op aarde redding ten doel hebben; het doel ervan is louter het grondig compleet maken van wie Hem liefhebben, en hen onderwerpen onder Zijn heerschappij(Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Jullie moeten de zegeningen van status opzijzetten en Gods bedoeling om de mens redding te brengen, begrijpen). Toen ik dit las, voelde ik me vredig. Hoewel God Zijn woorden gebruikte om over mij te oordelen en mij te onthullen, haatte of veroordeelde Hij me niet. Hij wilde dat ik berouw toonde. Ik kon Gods rechtvaardige gezindheid en Zijn genade en tolerantie zien. Ik wist dat ik deze keer de waarheid moest zoeken en mijn verdorven gezindheid moest oplossen.

Toen las ik nog een passage van Gods woorden: “Om een eerlijk mens te zijn, moet je je hart eerst blootleggen zodat iedereen daarin kan kijken, alles kan zien wat jij denkt, en naar je ware gezicht kan kijken. Je moet niet proberen jezelf te vermommen of te verhullen. Dan pas zullen anderen je vertrouwen en je als een eerlijk mens beschouwen. Dit is de meest fundamentele praktijk en een eerste vereiste om een eerlijk mens te zijn. Als je altijd doet alsof, altijd heiligheid, nobelheid, grootheid en een hoogstaand karakter veinst, je verdorvenheid en gebreken voor anderen verbergt, hun een vals beeld voorschotelt en hen laat geloven dat je rechtschapen, groot, zelfopofferend, rechtvaardig en onbaatzuchtig bent – schuilt hierin dan geen bedrieglijkheid en bedrog? Zullen mensen je na verloop van tijd niet kunnen doorzien? Wees dus geen huichelaar en houd geen façade op. Wees in plaats daarvan eenvoudig en open, en leer jezelf bloot te geven – geef je hart bloot aan anderen. Als je al je gedachten en alle dingen die je wilt doen – of ze nu positief of negatief zijn – aan anderen bloot kunt geven, ben je dan niet eerlijk? Wanneer je jezelf aan anderen blootgeeft, slaat God je gade. Hij zal zeggen: ‘Aangezien je jezelf aan anderen hebt blootgegeven, ben je zeker ook eerlijk tegenover Mij.’ Maar als je jezelf alleen blootlegt voor God, wanneer je uit het zicht bent van andere mensen, en in hun gezelschap altijd doet alsof je geweldig en edelmoedig, of onbaatzuchtig bent, wat zal God dan van jou denken. Wat zal Hij zeggen? Hij zal zeggen: ‘Je bent een volkomen bedrieglijk mens. Je bent door en door hypocriet en verachtelijk, en je bent geen eerlijk mens.’ God zal je zo veroordelen. Als je een eerlijk mens wilt zijn, zul je – ongeacht of je dit ten overstaan van God of tegenover anderen doet – in staat moeten zijn een zuiver en open verslag af te leggen van wat er in je omgaat en de woorden in je hart. Is dit makkelijk te realiseren? Het vergt een periode van training, veelvuldig gebed en vertrouwen op God. Je moet jezelf trainen om de woorden in je hart eenvoudig en open te uiten, waar het ook over gaat. Met dit soort oefening kun je vooruitgang boeken(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, De meest fundamentele beoefening om een eerlijk iemand te zijn). Door het lezen van deze passage van Gods Woord begreep ik wat God van me wilde. Hij wilde dat ik een eerlijk persoon zou zijn. Dat hield in dat ik moest leren mijn verdorvenheid en mijn eerlijke gedachten aan het licht te brengen, zodat anderen mijn zwakke kanten en tekortkomingen konden zien. Als ik mezelf zou blijven verheffen zonder mijn zwakheden en defecten te onthullen, en in plaats daarvan altijd communicatie en bijeenkomsten zou gebruiken om te pronken, zou het buitengewoon oneerlijk zijn. Ik zou mijn broerders en zusters bedriegen op die manier. Die dag begreep ik dat ik absoluut een eerlijk persoon moest zijn. Ook verwierf ik enig inzicht in mijn eigen verkeerde ideeën. Ik had gedacht dat een leider een held zonder zwakte moest zijn, zoals een of andere directeur in de buitenwereld, hoger op de ladder dan anderen, beter dan anderen. Maar dat is niet het soort leider dat God wil. God wil eenvoudige, eerlijke mensen. Zulke mensen kunnen zich openstellen over hun fouten, ze houden van en beoefenen de waarheid. Ze richten zich op de intrede van broeders en zusters in het leven en zoeken de principes van de waarheid, niet om hun ambities te vervullen. Ik herinnerde me wat de Heer Jezus zei: “Jullie moeten je niet rabbi laten noemen, want jullie hebben maar één meester, en jullie zijn elkaars broeders en zusters. […] Laat je ook niet leraar noemen, want jullie hebben maar één leraar, de messias. De belangrijkste onder jullie zal jullie dienaar zijn. Wie zichzelf verhoogt zal worden vernederd, en wie zichzelf vernedert zal worden verhoogd(Matteüs 23:8-12). Ik besefte dat een leider de rol van een dienaar speelt, een dienaar met een zware verantwoordelijkheid. Altijd moet hij zijn verantwoordelijkheid in gedachten houden en deze verantwoordelijkheid is het begieten en ondersteunen van zijn broeders en zusters, het zoeken naar de waarheid om hen te helpen problemen op te lossen. Een leider is geen officier en staat niet boven andere mensen. Maar ik had mijn hele tijd als leider een toneeltje opgevoerd, in de hoop dat mensen me zouden bewonderen en verafgoden. Was dit niet in strijd met Gods eisen? God is de Schepper en alle mensen, hoe verheven of laag hun positie ook is, zijn geschapen wezens en moeten allemaal de Schepper aanbidden. Ik begreep mijn rol en verantwoordelijkheid, dat ik op de plaats van een geschapen wezen moest staan en mijn plicht goed moest vervullen. Vanaf dat moment dacht ik anders en begon ik bewust te oefenen om eerlijk te zijn. Als het me opviel dat ik mezelf verheerlijkte en pronkte, stelde ik me open en onthulde ik bewust mijn verdorvenheid en tekortkomingen. Soms was dat pijnlijk, maar het werd me hierdoor wel duidelijk hoe oneerlijk ik eigenlijk was. Ik zag dat ik mijn broeders en zusters zoveel voor de gek had gehouden. Hoe meer ik me openstelde, des te meer ik mijn ware gedaante en gestalte zag. Ik realiseerde me dat ik nooit zo verheven was geweest als ik had gedacht. Voorheen had ik mezelf in al mijn communicaties met mijn broeders en zusters opgehemeld, mensen aangemoedigd en geholpen met doctrines. Maar nu was ik begonnen mijn ware gesteldheid met broeders en zusters te delen, en mijn hart aan het openstellen in communicatie. Toen ik dit deed, had ik niet het gevoel dat ik slimmer was dan de anderen. In plaats daarvan kon ik van hun ervaringen leren en verlicht en geïllumineerd worden door de communicatie van anderen. Voordien had ik nauwelijks aandacht gehad voor de communicatie van anderen en nam ik in mijn arrogantie aan dat ik degene was die illuminatie gaf aan anderen. Nu ik met iedereen oprechte gesprekken voerde, kon ik echt luisteren naar de ervaringen en kennis van de broeders en zusters. Ik was minder hooghartig en egoïstisch en kwam op gelijke voet met de broeders en zusters. Mijn reden werd normaal en ik kon mijn hart openen tijdens communicaties in bijeenkomsten. Ik ben God zo dankbaar voor deze verandering in mij.

Nu betrap ik mezelf er soms nog steeds op dat ik pronk en het laat me zien hoe diep Satan me heeft verdorven, dat dit niet zomaar voorbijgaand is, maar dat het in mijn botten en in mijn bloed zit. Ik moet Gods woorden meer lezen, het oordeel en de openbaringen van Zijn woorden ervaren, mijn verdorvenheid en fouten leren kennen en mijn satan van me afwerpen. Bedankt Almachtige God!

Vorige: 3. Gods woorden verdreven mijn misvattingen

Volgende: 5. De worsteling om eerlijk te spreken

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

52. Vaarwel, allemansvriend!

Door Li Fei, SpanjeVoordat ik in God geloofde, dacht ik altijd dat allemansvrienden geweldig waren. Ze hadden een zachtaardige gezindheid,...

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek