5. De worsteling om eerlijk te spreken
In 2017 aanvaardde ik Almachtige Gods werk van de laatste dagen. De tijd die ik doorbracht in communicatie met mijn broeders en zusters was meestal erg fijn, omdat ik er altijd iets aan had en bij iedere bijeenkomst meer waarheden leerde. In het begin gebeurde het allemaal via tekstberichten, oftewel, we typten onze hele communicatie online. Dus hield ik niets achter en sprak ik erg actief over mijn begrip van Gods woorden. De leiders zeiden vaak dat ik een goed begrip had en broeders en zusters keken naar me op. Ze zeiden dat ze mijn communicatie graag aanhoorden en dat mijn Engels goed was. Ik vond het heerlijk om hun lof te horen en had het gevoel dat ik het wel aardig deed. Toen een zuster opperde om telefonisch bijeen te komen, kwamen zich problemen aandienen.
Tijdens de eerste telefonische bijeenkomst, nadat we Gods woorden hadden gelezen, deelde eerst een aantal zusters hoe zij de passage begrepen. Aanvankelijk was ik zenuwachtig en had ik hun communicatie niet echt gehoord. Het ging eerder allemaal via tekstberichten, dus ik was gewoon niet gewend aan rechtstreekse gesproken communicatie. Gesproken communicatie is mijn zwakke punt. Als het via tekst ging kon ik mijn woorden zorgvuldig kiezen en een mooie zin maken. Maar in een live chat had ik niet genoeg tijd om me voor te bereiden. Hoewel ik wel iets begreep van Gods woorden, was ik bang dat mijn communicatie chaotisch en onoverzichtelijk zou worden, dat mijn Engels niet vloeiend zou klinken en ik was bang dat de broeders en zusters teleurgesteld zouden zijn in mij. Die problemen hielden me de hele bijeenkomst bezig. Ik aarzelde of ik wel of niet iets moest delen. Als ik het niet deed, zouden anderen denken dat ik niet actief bij de communicatie betrokken was en zouden de leiders teleurgesteld zijn in mij. Maar als ik het wel deed, moest ik de microfoon aanzetten en was ik bang dat, als ik het slecht deed, de broeders en zusters op me neer zouden kijken. Het zou het goede imago dat ik bij hen had verspelen. Door deze gedachte werd ik zo zenuwachtig dat ik geen woord kon uitbrengen. De twee zusters die mij hadden bekeerd zaten ook in de bijeenkomst en ik dacht dat ze wel teleurgesteld zouden zijn als ik niet goed communiceerde. Toen vroeg Flora Shi, een leidster, mij: “Zuster Weniela, wil jij iets delen? Alle anderen hebben het gedaan. Ben je vergeten communicatie te delen?” Haar toon gaf me het gevoel dat ze teleurgesteld was. Ik voelde me echt ongemakkelijk en beschaamd. Om dit gebrek van mij te verbergen en mijn imago voor hen hoog te houden, besloot ik dat ik vanaf dat moment vóór de bijeenkomst zou opschrijven wat ik wilde communiceren, dan kon ik het gewoon voorlezen wanneer het mijn beurt was. Dan zou ik niet zo nerveus zijn. Ze zouden vinden dat ik vloeiend sprak en dat mijn communicatie treffend was. Dit leek me een goed idee.
Op een avond organiseerden een paar zusters uit China onze bijeenkomst. Voor het gemak spraken we allemaal Engels om mee te communiceren. Een paar broeders en zusters waren erg verlegen, omdat hun Engels niet zo goed was, maar ze konden toch communiceren over hun begrip van Gods woorden. Toen het mijn beurt was, was ik echt actief in mijn communicatie en klonk ik erg zelfverzekerd, omdat ik vooraf had opgeschreven wat ik wilde zeggen. Ik was de laatste spreker. Ik had mijn best gedaan om het heel natuurlijk uit te spreken, zodat ze niet zouden merken dat ik voorlas. Na afloop gaven ze me allemaal complimentjes over mijn communicatie en zeiden dat het nuttig voor hen was en dat mijn Engels heel goed was. Ik was heimelijk blij met hun lof en had het idee dat ik ze had overtuigd. Toen werd ik gekozen om de groep te leiden en richtte ik me nog meer op wat de anderen van me dachten. Maar na een tijdje begon ik me schuldig en wat ongemakkelijk te voelen wanneer de anderen mij prezen, omdat ik hun niet liet zien wie ik werkelijk was. Ik voelde me er niet goed bij, maar bleef toch dezelfde dingen doen. Op bijeenkomsten luisterde ik niet echt naar de communicatie van de anderen omdat ik te druk bezig was met het opschrijven van mijn eigen inzichten. Ik concentreerde me altijd op het schrijven van iets wat goed klonk om mijn ijdelheid te strelen en mijn reputatie te waarborgen. Het weerhield me ervan meer uit die bijeenkomsten te halen en die verloren hun betekenis voor mij. Ik wist dat het slecht was om op deze manier te werk te gaan en ik wilde veranderen en de anderen de waarheid vertellen, maar durfde die stap niet te zetten. Ik was bang dat de anderen op me zouden neerkijken als ze wisten dat ik deze dingen vooraf had uitgeschreven, en dat ze zouden zeggen dat ik echt onoprecht was, dat ik loog en bedroog. Ik wilde er zo vaak mee stoppen, omdat het helemaal niet goed voor me was en ik me er heel ongemakkelijk bij voelde. Maar die onrust woog niet op tegen mijn imago en de bewondering van anderen omdat ik meer gaf om mijn aanzien en reputatie. Maar elke keer als ik die dingen deed, voelde ik me ongelooflijk schuldig. Ik probeerde mezelf er zelfs van te overtuigen dat ik het alleen maar deed om mijn begrip helderder en nauwkeuriger te delen, en dat de anderen dan beter zouden kunnen begrijpen wat ik zei. Ik bleef mezelf voorhouden dat het oké was, maar mijn onrust en schuldgevoel bleven me kwellen. Ik dacht bij mezelf: als ik mijn trots kan loslaten en iedereen de waarheid kan vertellen, zal ik hieraan kunnen ontsnappen. Maar ik ben bang dat ze me zullen uitlachen als ze ontdekken dat mijn Engels helemaal niet zo goed is. Hoe zou ik hen dan onder ogen kunnen komen? Ik worstelde hier heel lang mee, maar het lukte me nog steeds niet mijn hart open te stellen. Omdat ik niet wist wat ik anders moest doen, probeerde ik aan mijn taalvaardigheid te werken. Ik oefende mijn communicatie in mijn eentje thuis, nam mezelf op en luisterde dan naar mezelf om te horen hoe ik klonk. Ik dacht: als ik op die manier mijn spreekvaardigheid geleidelijk kan verbeteren, dan hoef ik mijn communicatie niet meer van tevoren uit te schrijven, maar kan ik die rechtstreeks delen. Dan zou het niet nodig zijn om iedereen de waarheid te vertellen. Zolang ik nog steeds goed kan communiceren en mijn Engels vloeiend klinkt, zal ik hun achting niet verliezen. Maar hoeveel ik ook oefende, elke keer als we bij samenkomsten communiceerden, werd ik zenuwachtig, dus las ik mijn communicatie voor zoals ik altijd deed. Ik was erg teleurgesteld in mezelf en omdat ik vastzat in een negatieve gesteldheid, had dit ook zijn weerslag op mijn taken. Uiteindelijk werd ik ontslagen.
Op een keer deelde een zuster tijdens een bijeenkomst deze passage van Gods woorden, en de woorden van God troffen me diep: “Als je wilt dat anderen je vertrouwen, moet je eerst eerlijk zijn. Om een eerlijk mens te zijn, moet je je hart eerst blootleggen zodat iedereen daarin kan kijken, alles kan zien wat jij denkt, en naar je ware gezicht kan kijken. Je moet niet proberen jezelf te vermommen of te verhullen. Dan pas zullen anderen je vertrouwen en je als een eerlijk mens beschouwen. Dit is de meest fundamentele praktijk en een eerste vereiste om een eerlijk mens te zijn. Als je altijd doet alsof, altijd heiligheid, nobelheid, grootheid en een hoogstaand karakter veinst, je verdorvenheid en gebreken voor anderen verbergt, hun een vals beeld voorschotelt en hen laat geloven dat je rechtschapen, groot, zelfopofferend, rechtvaardig en onbaatzuchtig bent – schuilt hierin dan geen bedrieglijkheid en bedrog? Zullen mensen je na verloop van tijd niet kunnen doorzien? Wees dus geen huichelaar en houd geen façade op. Wees in plaats daarvan eenvoudig en open, en leer jezelf bloot te geven – geef je hart bloot aan anderen. Als je al je gedachten en alle dingen die je wilt doen – of ze nu positief of negatief zijn – aan anderen bloot kunt geven, ben je dan niet eerlijk? Wanneer je jezelf aan anderen blootgeeft, slaat God je gade. Hij zal zeggen: ‘Aangezien je jezelf aan anderen hebt blootgegeven, ben je zeker ook eerlijk tegenover Mij.’ Maar als je jezelf alleen blootlegt voor God, wanneer je uit het zicht bent van andere mensen, en in hun gezelschap altijd doet alsof je geweldig en edelmoedig, of onbaatzuchtig bent, wat zal God dan van jou denken. Wat zal Hij zeggen? Hij zal zeggen: ‘Je bent een volkomen bedrieglijk mens. Je bent door en door hypocriet en verachtelijk, en je bent geen eerlijk mens.’ God zal je zo veroordelen. Als je een eerlijk mens wilt zijn, zul je – ongeacht of je dit ten overstaan van God of tegenover anderen doet – in staat moeten zijn een zuiver en open verslag af te leggen van wat er in je omgaat en de woorden in je hart. Is dit makkelijk te realiseren? Het vergt een periode van training, veelvuldig gebed en vertrouwen op God. Je moet jezelf trainen om de woorden in je hart eenvoudig en open te uiten, waar het ook over gaat. Met dit soort oefening kun je vooruitgang boeken. Als je met een groot probleem wordt geconfronteerd, moet je tot God bidden en de waarheid zoeken; je moet in je hart vechten en het vlees overwinnen, totdat je de waarheid kunt beoefenen. Door jezelf op deze wijze beetje bij beetje te trainen, zal je hart zich geleidelijk openen. Je wordt steeds zuiverder en de effecten van je woorden en daden zullen anders zijn dan voorheen. Jouw leugens en streken zullen steeds verder minder worden en je zult voor God kunnen leven. Je bent dan in wezen een eerlijk mens geworden” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, De meest fundamentele beoefening om een eerlijk iemand te zijn). Uit de woorden van God werd mij duidelijk dat God houdt van eerlijke mensen en dat Hij niet houdt van listigheid en oneerlijkheid. Of het nu iets moois of iets lelijks is, we moeten onze harten bij communicatie openstellen, spreken zonder te liegen en zonder sluwheid in ons hart. We mogen ons jegens anderen niet anders voordoen dan we zijn en we mogen geen maskers opzetten. Dat is eerlijk zijn. Ik voelde me zo schuldig toen ik deze woorden van God las, omdat ik geen eerlijk mens was. Ik wilde me echt openstellen voor iedereen, mijn ijdelheid en zucht naar aanzien laten varen, maar hoewel ik het heel vaak probeerde, lukte dit me nooit. Mijn aanzien was te belangrijk voor me. Ik zat gevangen in mijn eigen ijdelheid. Ik zag dat ik werkelijk vreselijk verdorven was. Ik voelde me echt schuldig en geïrriteerd tegelijk. Ik dacht bij mezelf: waarom doe ik altijd maar alsof en laat ik mensen altijd ten onrechte een positieve indruk van mij krijgen? Waarom kan ik de waarheid niet praktiseren en ophouden met liegen? Was mijn geloof in God dan helemaal voor niets? Waren al die bijeenkomsten en al dat streven naar de waarheid dan tevergeefs? Ik had het gevoel dat ik nooit zou ontsnappen aan de boeien van mijn eigen ijdelheid. Ik kreeg het gevoel dat ik niet kon ontsnappen aan de ketenen van mijn eigen ijdelheid. Ik wilde onze groep verlaten en wat tijd nemen om mijzelf opnieuw in de juiste gesteldheid te brengen. Wanneer ik mijn gesteldheid eenmaal weer op orde had gebracht, kon ik teruggaan naar de bijeenkomsten en ophouden deze dingen te doen. Dus verliet ik de groep en gebruikte ik mijn account niet meer. Ik wilde alleen zijn en nadenken over mezelf. Ik was een tijdje echt van streek en gefrustreerd, en ook eenzaam. Ik was echt teleurgesteld in mezelf. Ik was al twee jaar gelovig, maar het kostte me nog steeds ontzettend veel moeite om eerlijk te zijn en mijn ijdelheid los te laten. Ik gaf te veel om de mening die anderen van me hadden. Ik voelde me al beschaamd als ik nog maar dacht aan de reactie van de anderen wanneer ze de waarheid te weten zouden komen.
Het enige wat ik toen kon doen, was Gods woorden lezen. Op een dag zag ik deze passage: “Om naar de waarheid te streven, moet je je richten op het beoefenen van de waarheid; maar waar moet je beginnen met het beoefenen van de waarheid? Hier zijn regels voor. Ieder aspect dat je van de waarheid begrijpt, hoor je te beoefenen. Als je pas begonnen bent met een plicht moet je beginnen met het uitvoeren van je plicht. Bij het uitvoeren van je plicht kom je veel aspecten van de waarheid tegen om te beoefenen, dus moet je die aspecten van de waarheid die je begrijpt ook beoefenen. Je kunt bijvoorbeeld beginnen met een eerlijk mens te zijn, met eerlijk te spreken en je hart open te stellen. Als er iets is waarvoor je je teveel schaamt om erover met je broeders en zusters te praten, dan zou je neer moeten knielen en het in gebed aan God moeten vertellen. Wat zou je tegen God moeten zeggen? Vertel God wat er in je hart is. Uit geen lege beleefdheden en probeer Hem niet te bedriegen. Begin met eerlijk te zijn. Als je zwak bent geweest, dan zeg je dat je zwak bent geweest. Als je slecht bent geweest, dan zeg je dat je slecht bent geweest. Als je bedrieglijk bent geweest, dan zeg je dat je bedrieglijk bent geweest. Als je gemene en verraderlijke gedachten hebt gehad, dan vertel je God erover. Als je altijd wedijvert om posities, vertel je Hem dat ook. Laat God je disciplineren. Laat God een omgeving voor je organiseren. Sta God toe je te helpen al je moeilijkheden te overwinnen en al je problemen op te lossen. Je moet je hart openstellen voor God; houd het niet gesloten. Zelfs als je Hem buitensluit, kan Hij nog steeds binnenin je kijken. Als je je hart echter voor Hem openstelt, kun je de waarheid verwerven. Welk pad moet je dan kiezen? Je moet je hart openstellen en eerlijk met God spreken. Onder geen beding moet je onware dingen zeggen of jezelf vermommen. Om te beginnen moet je een eerlijk iemand zijn. Jarenlang hebben we waarheden gecommuniceerd over eerlijk zijn; toch zijn er nog altijd veel mensen die onverschillig blijven, die alleen spreken en handelen op basis van hun eigen voornemens, verlangens en doelen, en die nog nooit hebben gedacht aan de mogelijkheid om berouw te hebben. Dit is niet de houding van mensen die eerlijk zijn. Waarom vraagt God mensen om eerlijk te zijn? Is het om het makkelijker te maken om mensen te begrijpen? Beslist niet. God vereist van mensen dat ze eerlijk zijn, want God houdt van eerlijke mensen en zegent hen. Een eerlijk iemand zijn houdt in iemand zijn met een geweten en verstand. Het betekent iemand zijn die betrouwbaar is, iemand van wie God houdt en iemand die de waarheid kan beoefenen en God kan liefhebben. Een eerlijk mens zijn is ook de meest wezenlijke uiting van het bezit van een normale menselijkheid en het naleven van een ware menselijke gelijkenis. Als iemand nooit eerlijk is geweest, of nooit heeft overwogen eerlijk te zijn, kan hij de waarheid niet begrijpen, laat staan dat hij de waarheid kan verwerven. Geloof je Me niet, ga het dan met eigen ogen bekijken, of ga het zelf ervaren. Alleen als je een eerlijk iemand zijn in praktijk kunt brengen, kan je hart openstaan voor God, kun je de waarheid aanvaarden, kan de waarheid je leven worden binnen je hart, en kun je de waarheid begrijpen en verwerven. Als je hart altijd gesloten is, als je je niet openstelt en als je tegen niemand iets zegt, zodat niemand je kan begrijpen, dan zijn je muren te hoog en ben je bedrieglijker dan wie ook. Als je in God gelooft maar jezelf niettemin niet kunt openstellen voor God, als je tegen God kunt liegen of als je kunt overdrijven om God te misleiden, als je niet eerlijk tot God kunt spreken, als je nog steeds omslachtig kunt spreken en je voornemens kunt verbergen, dan zul je alleen jezelf schade toebrengen en zal God je negeren en niet in je werken. Van de waarheid zul je niets begrijpen, en niets ervan zul je verwerven” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Zes indicatoren van groei in het leven). Deze passage liet me zien dat het begrijpen van de waarheid belangrijker is dan wat dan ook, belangrijker dan mijn aanzien en ijdelheid. Om de waarheid te verkrijgen, moest ik beginnen met eerlijk zijn. Ik moest zeggen waar het op staat – niet langer doen alsof, niet langer sjoemelen. Ik speelde al een hele tijd toneel en bedroog de anderen. Ik schreef op wat ik wilde communiceren om hen te laten denken dat ik een goed begrip had en goed Engels sprak. Dan zouden ze me blijven prijzen en naar me blijven opkijken. Ik zat vol schuldgevoel en angst, maar had de moed niet om me open te stellen voor de broeders en zusters. Ik wilde niet dat ze mijn tekortkomingen zagen, op me neerkeken en zeggen dat ik een leugenaar was. Ik verliet zelfs liever onze groep dan hun de waarheid te vertellen. Ik was echt sluw. Ik realiseerde me dat mijn depressie de schade was die Satan me toebracht en dat deze manier van leven me er waarschijnlijk van weerhield het leven binnen te gaan. Het zou me zelfs te gronde kunnen richten. Ik moest de moed vatten om anderen te vertellen wat er echt in mijn hart leefde, zodat ik werkelijk wat eerlijkheid kon praktiseren. Hoe gênant het ook was om de waarheid te vertellen, ik wist dat ik moest breken met de verkeerde aanpak. God houdt van eerlijke mensen en walgt van onoprechte mensen. Als ik toneel bleef spelen, een valse indruk van mezelf bleef geven en niet openhartig was, zou ik in duisternis blijven leven en zou ik nooit het werk van de Heilige Geest kunnen verkrijgen. Ik zou nooit de waarheid verkrijgen. Ik moest mezelf wijd openstellen voor God, zodat Hij kon helpen die onoprechtheid in mij op te lossen. Ik sprak een gebed uit en vroeg God om me te helpen de waarheid te beoefenen en een eerlijk mens te zijn.
Iets later stelde ik me eindelijk open en sprak ik met onze leidster, zuster Connie. Ik vertelde haar waarom ik onze groep had verlaten en mijn account had gedeactiveerd. Nadat ze me uit had laten praten, zei ze: “Ik zou nooit om die reden op je neerkijken, en ik stel je eerlijkheid echt op prijs.” Ik was ongelooflijk opgelucht dat ik me had open gesteld en met haar communiceerde. Ik ervoer werkelijk hoe heerlijk het is om eerlijk te zijn want het beoefenen van de waarheid bevrijdde me van al mijn angst. Zuster Connie gaf me ook wat advies: wanneer ik mijn begrip van Gods woorden deelde, hoefde ik niet zo welbespraakt te zijn of theorieën van topniveau te delen. Als het uit het hart komt, als het werkelijk is wat ik voel en weet, is dat voldoende. Ik nam haar suggestie aan en voelde me klaar om die in praktijk te brengen.
Later stuurde een andere zuster me een passage van Gods woorden die bijzonder verhelderend was. De woorden van God luiden: “In plaats van de waarheid te zoeken, hebben de meeste mensen hun eigen kleingeestige bedoelingen. Hun eigen belangen, hun aanzien en hun positie of aanzien in andermans ogen zijn voor hen van groot belang. Dit zijn de enige dingen die zij koesteren. Ze klampen zich eraan vast alsof hun leven ervan afhangt. En hoe God hen beschouwt of behandelt is van ondergeschikt belang. Voorlopig negeren ze dat; voorlopig vragen ze zich alleen af of zij de baas van de groep zijn, of andere mensen naar hen opkijken en luisteren naar wat ze zeggen. Dit is voor hen het belangrijkste. In een groep zoekt bijna iedereen dit soort status, dit soort kansen. Wanneer ze erg getalenteerd zijn, willen ze zich natuurlijk in een leidende positie bevinden. Wanneer hun vaardigheid middelmatig is, zullen ze nog altijd een hogere positie willen bekleden dan de andere middelmatige mensen in de groep, en als ze een lage positie in de groep bekleden, met een gemiddeld kaliber en gemiddelde vaardigheden, zullen ze eveneens willen dat anderen naar hen opkijken. Ze zullen niet willen dat anderen op hen neerkijken. Wat aanzien en waardigheid betreft doen zij geen concessies: aan deze dingen klampen zij zich vast. Ze zouden geen integriteit kunnen hebben, en Gods goedkeuring of instemming zou hen niet ten deel kunnen vallen, maar in een groep nemen ze elke gelegenheid te baat om te wedijveren om aanzien, status en bewondering door anderen – wat de gezindheid van Satan is. De meeste mensen zijn zich hiervan niet bewust. Zij geloven dat ze zich tot het bittere einde moeten vastklampen aan dit beetje aanzien. Ze zijn zich er niet van bewust dat ze pas een vastberaden iemand kunnen zijn wanneer deze ijdele, oppervlakkige dingen volledig losgelaten en opzijgezet worden. Mensen voor wie status hun hele leven is, verliezen hun leven. Ze weten niet wat er op het spel staat. Wanneer ze handelen, houden ze daarom altijd iets achter, proberen ze altijd hun eigen aanzien en status te beschermen, zetten ze dat op de eerste plaats, spreken ze alleen met hun eigen bedoelingen in gedachten, voor hun eigen valse verdediging. Alles wat zij doen, is voor henzelf. Ze reppen zich naar alles wat blinkt en laten iedereen weten dat ze daaraan deel hebben gehad. In feite had het niets met hen te maken, maar ze willen nooit op de achtergrond raken, ze zijn altijd bang dat anderen op hen neerkijken, ze zijn altijd bang dat anderen hen onbeduidend noemen, tot niets in staat, zonder vaardigheden. Wordt dit alles niet aangestuurd door hun satanische gezindheden? Wanneer je dit alles kunt loslaten, zul je veel meer ontspannen en vrijer vanbinnen zijn; je zult het pad naar eerlijkheid hebben betreden. Maar voor velen is dit niet eenvoudig te bereiken. Wanneer de camera verschijnt, reppen ze zich naar de voorste rang. Ze komen graag met hun gezicht in beeld; hoe meer ze gefilmd worden, hoe beter. Ze zijn bang dat ze niet genoeg aandacht krijgen, en zijn bereid elke prijs te betalen om die maar te kunnen krijgen. En wordt dit alles niet aangestuurd door hun satanische gezindheden? (Ja.) Dit zijn hun satanische gezindheden. Dus je komt in beeld – wat dan nog? Mensen hebben een hoge dunk van je – nou en? Ze zetten je op een voetstuk – nou en? Bewijst ook maar iets van dit alles dat je de waarheid hebt? Niets van dit alles is van enige waarde. Wanneer je deze dingen te boven kunt komen – wanneer ze je niet meer raken en niet meer belangrijk lijken, wanneer aanzien, ijdelheid, status en wat anderen van je denken niet langer je gedachten en gedrag bepalen, laat staan hoe je je plicht vervult – dan zal de vervulling van je plicht steeds doeltreffender worden, en steeds zuiverder” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, deel drie). God onthult hoe mensen hun aanzien en status hoger waarderen dan hun leven en dat ze, als ze ergens tegenop lopen, allereerst aan hun reputatie, ijdelheid en positie denken, maar helemaal niet aan Gods wil. God wil niet dat we toneelspelen en Hij wil niet dat we onze reputatie vooropstellen, of onze status bij mensen najagen. Die dingen helpen ons niet om Gods goedkeuring te verkrijgen en ze kunnen er niet voor zorgen dat onze gezindheid wordt veranderen of dat we worden gered. Naam en status zijn methoden die Satan gebruikt om ons te verderven en te ketenen en het najagen van deze dingen maakt ons steeds ijdeler en sluwer. Op die manier raken we uiteindelijk Gods redding kwijt. God houdt niet van listige mensen en wil niet dat mensen spelletjes spelen om goedkeuring en bewondering van anderen te verkrijgen. Hij wil dat we onze reputatie en status loslaten, naar de waarheid streven en eerlijke mensen zijn. Of dit nu richting God of richting anderen is, we mogen niet bedrieglijk of onoprecht zijn. Het lukte me telkens niet om me open te stellen en mijn worstelingen met de anderen te delen, omdat ik me teveel zorgen maakte over mijn aanzien en ijdelheid. Ik kon de waarheid niet beoefenen, omdat ik stevig in de klauwen van mijn satanische gezindheid zat. Mijn verlangen naar aanzien en status was te sterk.
Later las ik opnieuw een passage met de woorden van God: “Ongeacht of ze kleine gunsten gebruiken om mensen om te kopen en te verstrikken, of met zichzelf pronken, of schone schijn gebruiken om mensen te misleiden, en ongeacht hoeveel voordelen en hoeveel voldoening ze uiterlijk lijken te verkrijgen door dit te doen, als we er nu naar kijken, is dit pad dan een juist pad? Is het het pad van het nastreven van de waarheid? Is het een pad dat iemands redding kan bewerkstelligen? Duidelijk niet. Ongeacht hoe slim deze methoden en trucs zijn, ze kunnen God niet misleiden, en ze worden uiteindelijk allemaal door God veroordeeld en verafschuwd, omdat achter dergelijk gedrag de wilde ambitie van de mens en een houding en essentie van vijandigheid jegens God verborgen liggen. In Zijn hart zou God zulke mensen absoluut nooit erkennen als degenen die hun plichten vervullen, en zou Hij hen in plaats daarvan als kwaaddoeners aanmerken. Welk oordeel velt God wanneer Hij met kwaaddoeners te maken heeft? ‘Ga weg van Mij, jullie die zonde begaan.’ Wanneer God zegt: ‘Ga weg van Mij,’ waar wil Hij dan dat zulke mensen naartoe gaan? Hij levert hen over aan Satan, aan de plaatsen die worden bewoond door menigten Satans. Wat is de uiteindelijke consequentie voor hen? Ze worden door boze geesten doodgemarteld, wat wil zeggen dat ze door Satan worden verslonden. God wil deze mensen niet, wat betekent dat Hij hen niet zal redden, het zijn geen schapen van God, laat staan Zijn volgelingen, dus behoren ze niet tot degenen die Hij zal redden. Zo worden deze mensen door God gedefinieerd” (Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt een: Ze proberen de harten van mensen voor zich te winnen). Uit Gods woorden leerde ik dat mensen hypocriet en onoprecht zijn om een plek in het hart van andere mensen te veroveren. Hoewel ze het respect van anderen winnen en hun ambities en verlangens worden vervuld, wat krijgen ze dan uiteindelijk? Door op die manier op treden, kunnen ze mensen een tijdje voor de gek houden, maar God kunnen ze niet voor de gek houden. Uiteindelijk zullen zij door God worden versmaad en uitgeworpen. Want God is heilig, Hij haat degenen die de waarheid niet najagen en hun eigen intenties koesteren, die een plek willen innemen in het hart van anderen. Hij beschouwt hen als boosdoeners en erkent de plichten die ze vervullen niet. Ik dacht na over mijn gedrag en besefte dat ik werkelijk het pad op was gegaan waarbij ik mij tegen God verzette, want alles wat ik dacht en deed was om door anderen geprezen en bewonderd te worden. Als ik op dat pad bleef, zou ik uiteindelijk gewoon te gronde gaan. Als gevolg van die gedachte werd ik door verschillende angsten bevangen: Ik was bang dat ik door God zou worden opgegeven, ik was bang dat God me aan Satan zou overleveren en ik was bang dat ik de redding door God zou verliezen. Wat ik wilde was oprecht veranderen en aan die gesteldheid ontsnappen, mijn ware ik zijn en nooit meer liegen of bedrieglijk zijn.
Maar toen de tijd aanbrak om werkelijk te praktiseren begon ik, bij de gedachte dat ik me voor de broeders en zusters open zou stellen ten aanzien van mijn verdorvenheid en gebreken, echt te aarzelen. Toen zag ik een andere passage van Gods woorden die me moed gaven. Die woorden van God luiden: “Met welke problemen je ook te maken krijgt, je moet de waarheid zoeken om ze op te lossen, je mag jezelf absoluut niet vermommen of anderen een vals beeld voorhouden. Of het nu gaat om je tekortkomingen, je ontoereikendheden, je gebreken of je verdorven gezindheden, je moet je openstellen en over al deze dingen communiceren. Houd ze niet verborgen. Leren hoe je jezelf kunt openstellen is de eerste stap naar het binnengaan van het leven, en het is de eerste horde, die het moeilijkst te nemen is. Zodra je deze horde hebt genomen, zal het gemakkelijk zijn om de waarheid binnen te gaan. Wanneer je deze stap zet, wat zal dat dan betekenen? Het betekent dat je je hart aan het openen bent en alles toont wat je hebt, goed of slecht, positief of negatief; dat je jezelf blootlegt voor anderen en voor God, dat je voor God niets verbergt, niets verhult, niets verbloemt, dat je niet bedrieglijk en verraderlijk bent, en dat je eveneens open en eerlijk jegens andere mensen bent. Op die manier leef je in het licht en zal niet alleen God je inspecteren, maar zullen ook andere mensen kunnen zien dat je principieel en met een mate van openheid handelt. Je hoeft geen enkele methode te gebruiken om je reputatie, imago en status te beschermen, noch hoef je je fouten te verbergen of verdoezelen. Je hoeft je niet bezig te houden met deze nutteloze inspanningen. Als je deze dingen kunt loslaten, zal je leven heel ontspannen worden, vrij van beperkingen en pijn, en zul je volledig in het licht leven. Leren hoe je open moet zijn bij het communiceren is de eerste stap naar het binnengaan van het leven. Vervolgens moet je leren je gedachten en handelingen te analyseren om te zien welke ervan verkeerd zijn en op welke ervan God niet gesteld is. Die moet je onmiddellijk ongedaan maken en rechtzetten. Wat is het doel om ze recht te zetten? Dat is de waarheid te aanvaarden en aan te nemen en ondertussen de dingen in jou die aan Satan toebehoren te verwerpen en te vervangen door de waarheid. Voorheen deed je alles in overeenstemming met je sluwe gezindheid, die leugenachtig en bedrieglijk is; naar jouw idee kon je niets gedaan krijgen zonder te liegen. Nu je de waarheid begrijpt en Satans werkwijzen veracht, ga je niet meer op die manier te werk en handel je met een mentaliteit van eerlijkheid, zuiverheid en gehoorzaamheid. Als je niets achterhoudt, als je geen masker draagt, niet doet alsof, je ware gezicht niet verhult, als je jezelf blootlegt voor de broeders en zusters, je diepste ideeën en gedachten niet verbergt, maar in plaats daarvan anderen je eerlijke houding laat zien, dan zal de waarheid zich geleidelijk in je wortelen, opbloeien en vruchten afwerpen, tot resultaten leiden, beetje bij beetje. Als je hart steeds eerlijker is, en steeds meer op God gericht, en als je de belangen van Gods huis kunt beschermen bij het vervullen van je plicht, en je geweten bezwaard is wanneer je het beschermen van die belangen verzaakt, dan is dat bewijs dat de waarheid in je heeft gewerkt en je leven is geworden” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, deel drie). Uit Gods woorden begreep ik dat mensen door Gods woorden echt kunnen veranderen. Wanneer we leren om open te zijn over onze ware verdorvenheid en de waarheid zoeken, kunnen onze verkeerde ideeën en verdorven gezindheden geleidelijk aan veranderen. God onthulde mijn verkeerde gedachten en openbaarde mijn foute najagen van naam en status. Vervolgens leidde Hij me met Zijn woorden om het juiste beoefeningspad te vinden. Ik moest de eerste stap zetten en me openstellen voor anderen, ophouden met denken aan mijn naam en aanzien, en niet langer sluw, bedrieglijk en onoprecht zijn. Ik moest Gods woorden beoefenen en die me de weg laten wijzen binnenin mij.
Die zondagochtend nam ik zoals gewoonlijk deel aan de bijeenkomst en ik zei tegen mezelf dat ik oprecht moest zijn. Ik bad: “Lieve God, deze keer wil ik de waarheid beoefenen, aan de ketens van Satan ontsnappen en mijn schijnheiligheid en bedrog openbaren. Zelfs als ze op me neerkijken wil ik gewoon een eerlijk mens zijn om u te behagen. Help me, alstublieft, om open en eerlijk te zijn.” Na dit gebed voelde ik me kalmer. Tijdens onze bijeenkomst dacht ik echt na over Gods woorden en luisterde serieus naar de communicatie van de anderen over hun ervaring en begrip en ik gebruikte die tijd niet om mijn eigen communicatie op te schrijven en dacht niet na over wat voor soort communicatie alle anderen graag zouden horen. Toen ik dat deed, kreeg ik nieuwe verlichting uit de communicatie van de anderen over hun ervaringen. Toen was het mijn beurt en hoewel ik erg zenuwachtig was, dacht ik niet na over hoe goed of welsprekend mijn communicatie was en het kon het me niets schelen wat ze zouden zeggen nu ze het wisten. Daarna sprak ik over een passage van Gods woorden die me echt had geraakt. “Eerlijkheid betekent je hart aan God geven, niet onoprecht zijn tegenover God, in alles open naar Hem zijn, de feiten nooit verbergen, niet proberen de mensen boven je te misleiden en dingen te verbergen voor degenen onder je, en dingen niet alleen maar doen om bij God in een goed blaadje te komen. Kortom, eerlijk zijn is zuiver zijn in je woorden en daden, en God noch mensen misleiden. […] Als je veel geheimen hebt die je niet graag deelt, als je er heel afkerig van bent om je geheimen, je moeilijkheden, bloot te leggen voor anderen om zo de weg van het licht te zoeken, dan zeg ik dat je iemand bent die niet makkelijk het heil zal verkrijgen en die niet eenvoudig tevoorschijn komt uit de duisternis” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Drie vermaningen). Ik verbond deze passage van Gods woorden aan mijn eigen ervaring, en toonde mijn broeders en zusters mijn meest oprechte gezicht. Ik vertelde hun: “Ik heb de hele tijd toneelgespeeld en gedaan alsof ik vloeiend Engels sprak. De waarheid is dat ik mijn communicatie van tevoren helemaal uitschreef. Ik nam deze zelfs op om te oefenen, zodat het natuurlijker klonk en jullie allemaal zouden denken dat ik goed kon communiceren. Het was alleen maar om jullie lof en bewondering te oogsten. Ik heb jullie bedrogen. …” Ik dacht dat ze teleurgesteld in mij zouden zijn, maar dat was niet het geval, ze zeiden dat ik me geen zorgen hoefde te maken over fraai communiceren. God wil dat we oprecht zijn, niet bloemrijk en onpraktisch. Wat had het voor zin als ik niet communiceerde vanuit het hart, als het gewoon letterlijke doctrine was? Ik werd hier zo door geraakt. Ze keken helemaal niet op me neer en een paar van hen zeiden dat ze konden begrijpen hoe het zo gekomen was en dat mijn ervaring hen had geholpen. Dit was een fijne verrassing voor me. Toen ik me aan iedereen had opengesteld over mijn verdorvenheid, voelde het alsof er een doorn uit mijn vlees was getrokken. Eindelijk was ik vrij. Satan maakt gebruik van ijdelheid en reputatie om mij te binden en me ervan te weerhouden de waarheid te beoefenen. Maar toen ik door Gods woorden mezelf leerde kennen, oefende om een eerlijk persoon te zijn en mezelf eerlijk open te stellen, voelde ik dat ik een stap dichter bij God was gekomen. Ik voelde dat ik deze twijfels en obstakels tussen mij en mijn broeders en zusters had weggenomen. Zo lang had ik ervoor gekozen mezelf te vermommen om mijn ijdelheid te strelen en me te koesteren in de lof van anderen, maar dat was niet wat God wilde. In feite had ik God lange tijd gekwetst. Maar God was altijd vergevingsgezind en geduldig, en Hij wachtte op mijn ommekeer. Ik ben ongelofelijk dankbaar voor Gods liefde.
Deze ervaring leerde me dat het ontzettend belangrijk is om te streven naar de waarheid. De enige manier om te ontsnappen aan de boeien van een satanische gezindheid, is eerlijk zijn en de waarheid beoefenen. De enige manier om waar geluk en vrede te kennen, is kiezen voor het praktiseren van de waarheid. Ik was vroeger zo listig, zo schijnheilig, maar nu heb ik besloten de waarheid te beoefenen en eerlijk te zijn. Dat is voor mij het belangrijkste. Het enige wat ik wil, is dat God me blijft leiden zodat ik nog meer waarheid in praktijk kan brengen.