50. Een bittere les door het volgen van de mens in plaats van God
Toen ik voor het eerst kerkleider werd, was ik erg blij dat Yang Min toezicht zou houden op mijn werk. Ik had haar communicatie al eerder gehoord tijdens samenkomsten en vond dat ze Gods woorden heel goed begreep, dat ze duidelijk communiceerde en dat ze goed was in het spreken over zelfkennis. De andere broeders en zusters zeiden ook dat haar kaliber goed was en dat ze de waarheid nastreefde. Ook was ze de hele tijd dat ik haar kende een leider geweest, dus ik had echt bewondering voor haar. Ik had het gevoel dat ze de waarheid nastreefde en de werkelijkheid van de waarheid bezat, dat ze bij alles wat ze deed waarschijnlijk in overeenstemming met de principes probeerde te handelen. Dus zolang Yang Min degene was die voor mij een taak regelde, voerde ik die meteen uit. Maar later, toen ik al een tijdje met haar had samengewerkt, merkte ik dat ze geen praktisch werk voltooide en dat ze in het algemeen niet met ons communiceerde over de waarheid of ons vroeg naar onze gesteldheid of over moeilijkheden in ons werk. Als iemand problemen aan haar voorlegde, zei ze minachtend dat het die-of-die aan kaliber ontbrak of dat die-of-die een arrogante gezindheid had en niet meegaand was. Als ze het probleem niet afhandelde door hen terecht te wijzen en aan te pakken, veranderde ze gewoon hun taak. Daardoor voelden veel broeders en zusters zich door haar beperkt. Volgens mij leek ze problemen te hebben, maar vervolgens dacht ik dat ze waarschijnlijk gestrest was doordat ze te druk was met haar plichten, en ik dacht er verder niet meer aan. Omdat ik tegen haar opkeek en haar bewonderde en ik niet de waarheid in mijn handelingen zocht, ging ik voor ik het in de gaten met haar mee in het kwaad.
Op een keer kwam Yang Min onverwacht naar me toe en zei dat er een bijzonder belangrijke zaak was die ik onmiddellijk moest oppakken – enkele broeders en zusters hadden een hogere leider verteld dat een zuster in onze kerk het evangelie op een onprincipiële manier deelde. Yang Min zei tegen me: “Pak haar eerst aan, analyseer de aard van haar gedrag en verander vervolgens haar taak.” Ik dacht dat die zuster net leerde hoe ze het evangelie moest delen en dat dit probleem zich dus voordeed omdat ze sommige principes nog niet begreep. Haar direct wegsturen was niet de juiste aanpak – zouden we niet beter eerst met haar communiceren en haar helpen? Maar omdat ik wist hoe lang Yang Min al leider was, dacht ik dat zij wel een betere kijk op de dingen moest hebben en daarom ging ik op pad en stuurde ik die zuster weg, net zoals Yang Min had gezegd. Een andere keer moest een groep een groepsleider kiezen. Yang Min vertelde me dat Li Jing niet kandidaat mocht staan omdat daarbij veiligheidsrisico’s gemoeid waren. Li Jing accepteerde deze regeling niet en uitte haar ongenoegen in een latere bijeenkomst. Toen Yang Min dit te weten kwam, zei ze, zonder zelfs maar met Li Jing over de waarheid te communiceren, alleen maar dat die geen goede gezindheid had, en meteen daarna vroeg ze me om de beoordelingen van de broeders en zusters over haar te verzamelen. Later zei Yang Min dat Li Jing het er niet bij wilde laten zitten en dat ze aan het muggenziften was over de fouten van leiders en werkers zonder aan zelfreflectie te doen of zelfbewuster te worden. Dus op basis van haar gedrag zou ze geen bijeenkomsten meer mogen bijwonen en thuis moeten blijven om na te denken. Ik vond Li Jing toen ook behoorlijk arrogant, maar ik onderzocht niet of ze zich werkelijk de hele tijd zo gedroeg, laat staan dat ik met haar communiceerde of haar hielp. Ik ging gewoon mee met wat Yang Min zei en verbood haar bijeenkomsten bij te wonen. Een tijd later riepen Yang Min en haar partners mij en een paar andere kerkleiders plotseling bij elkaar om ons een beoordeling voor te lezen van zuster Wu, die belast was met algemene zaken. Ze zei dat zuster Wu een antichrist was en vroeg ons om onze mening en of we het ermee eens waren om haar te royeren. Ik was behoorlijk geschokt toen ik dat hoorde. Ik had een paar keer contact gehad met zuster Wu en ze leek echt een last op zich te nemen in haar plicht – hoe kon ze dan een antichrist zijn geworden? Yang Min en haar partner zeiden dat zuster Wu extreem arrogant was en dat al haar werk bedoeld was om macht te krijgen. Ze deed haar eigen werk niet met hart en ziel, maar communiceerde altijd over de waarheid met de broeders en zusters van andere kerken om hun problemen op te lossen. Yang Min zei dat ze alleen maar probeerde mensen voor zich te winnen en dat ze dit deed om mensen te misleiden en om de harten van de mensen te veroveren, enzovoort. Toen ik via de beoordelingen hoorde dat zuster Wu vaak communiceerde om problemen aan te pakken, dacht ik: dat lijkt me vrij normaal. Hoe maakt dat haar een antichrist? Maar ja, toen bedacht ik dat ik zuster Wu maar een paar keer had ontmoet, terwijl Yang Min en haar medewerkers in hun functie veel met haar in contact kwamen. Zij moesten wel meer inzicht hebben dan ik, en aangezien Yang Min de waarheid begreep en haar kijk op de dingen nauwkeuriger was, los van het feit dat zij dit met verschillende medewerkers had besproken en vastgesteld, moest het wel juist zijn. Zonder het verder uit te zoeken, sprak ik daarom mijn steun uit voor het royeren van zuster Wu.
Op een dag hoorde ik plotseling dat Yang Min en enkele andere medewerkers waren weggestuurd. Dit was een grote verrassing voor mij en ik had geen idee waarom het was gebeurd. Niet lang daarna kwam een hogere leider met me praten en zei dat ik ook door enkele broeders en zusters was aangegeven. Ze zei ook dat Li Jing verbieden om bijeenkomsten bij te wonen niet in overeenstemming was met de principes en dat het haar onderdrukte. De leider vroeg me haar weer op te nemen in de kerk en met de anderen over het incident te communiceren. Ik was verbaasd dat ik de zaken met Li Jing verkeerd had aangepakt, want het was iets waar Yang Min en de anderen het allemaal over eens waren geworden. Hoe kon het verkeerd zijn? En als het verkeerd was, was dat dan niet verstorend en verstoorde het niet het werk van de kerk? Ik had nooit gedacht dat ik dag in dag uit bezig kon zijn met mijn plicht en toch uiteindelijk een verstoring kon veroorzaken. Ik was bang en bezorgd en voelde me zeer ongemakkelijk. Ik bad tot God: “O God! Dit komt echt onverwacht en ik weet niet wat uw wil hierin is. Leid me alstublieft om hieruit elke mogelijke les te leren.”
Ik had op dat moment geen noemenswaardig zelfbewustzijn, maar ik had Li Jing per slot van rekening op een onprincipiële manier behandeld. Dat was onrechtvaardig en zeer kwetsend voor haar. De volgende dag bood ik daarom Li Jing mijn excuses aan en haalde haar weer de kerk binnen. Ik erkende mijn fout ook tegenover de andere broeders en zusters. Een broeder zei tegen mij, zeer teleurgesteld: “Je bent een kerkleider, maar je hebt niet alleen gefaald om de broeders en zusters te beschermen, je ging ook met Yang Min mee in het kwaad. Je bevindt je op een destructief pad en sleept ons allemaal mee de hel in. Ik kan je gewoon niet meer vertrouwen.” Wat hij zei raakte me recht in mijn hart en was bijzonder ontstellend, maar ik wist dat die situatie van God moest komen, dus moest ik me eraan onderwerpen. En dus kalmeerde ik mezelf en dacht na: waarom volgde ik Yang Min in het doen van kwaad? Waar lag eigenlijk het probleem? Later las ik een passage uit Gods woorden die mijn ogen een beetje opende. Gods woorden zeggen: “Wat jij bewondert, is niet de nederigheid van Christus, maar die valse herders met aanzien. Je adoreert niet de lieflijkheid of de wijsheid van Christus, maar die zedelozen die zich wentelen in het vuil van de wereld. Je lacht om de pijn van Christus, die geen plaats heeft om Zijn hoofd neer te leggen, maar je bewondert die levenloze wezens die jagen op offeranden en leven in losbandigheid. Je bent niet bereid zij aan zij met Christus te lijden, maar je stort je maar al te graag in de armen van die roekeloze antichristen, hoewel ze je alleen maar vlees, letters en controle geven. Zelfs nu keert je hart zich nog steeds naar hen, hun reputatie, hun status en hun invloed. Maar je blijft bij een houding waarin je het werk van Christus moeilijk te verteren vindt en je bent niet bereid het te aanvaarden. Daarom zeg ik dat het je ontbreekt aan het geloof om Christus te erkennen. De enige reden waarom je Hem tot op de dag van vandaag hebt gevolgd, is alleen omdat je geen andere keuze had. Een reeks verheven beelden neemt je hart voor altijd in beslag. Je kunt alles wat ze zeggen en doen, hun invloedrijke woorden en handen, maar niet vergeten. In jullie hart zijn ze voor altijd oppermachtig en voor altijd helden. Maar de Christus van vandaag niet. Hij is voor altijd onbetekenend in je hart en Hij is je eerbied voor altijd onwaardig. Want Hij is veel te gewoon, heeft veel te weinig invloed en is allesbehalve verheven” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Ben jij echt iemand die in God gelooft?). Wat God openbaart in Zijn woorden hielp me in te zien dat, hoewel ik een gelovige was, God geen plaats had in mijn hart. Wat ik aanbad was status en macht, een verheven imago en iemand die goed kan praten. Toen ik aanvankelijk zag dat Yang Min begaafd en welbespraakt was, dat ze goed kon communiceren en al lange tijd een leider was, geloofde ik ten onrechte dat ze de waarheid begreep en de werkelijkheid van de waarheid had en dat daarom alles wat ze deed wel in overeenstemming met de principes moest zijn. Als zij mij iets liet doen, deed ik dus gewoon wat zij zei, zonder er verder over na te denken of zelfs maar te zoeken naar de principes van de waarheid. Bovenal had ik nooit overwogen om een zeker oordeelsvermogen op haar toe te passen. Oppervlakkig gezien las ik elke dag Gods woorden en werkte ik van ’s morgens tot ’s avonds aan mijn plicht, maar de principes die ik toepaste in mijn plicht en mijn norm voor het beoordelen van dingen waren niet gebaseerd op Gods woorden. In plaats daarvan luisterde ik voor alles naar Yang Min en deed wat zij zei. Net als toen ik de zaak behandelde van die zuster die het evangelie deelde: ik had toen het gevoel dat het niet gepast was om haar meteen weg te sturen, maar omdat dat Yang Mins besluit was, verloochende ik mezelf en volgde haar blindelings. En in de zaak van Li Jing zocht ik evenmin de principes van de waarheid, maar deed gewoon wat Yang Min wilde en verbood haar bijeenkomsten bij te wonen. En dan was er nog de kwestie van het stemmen over zuster Wu’s uitzetting. Toen ik Yang Min hoorde zeggen dat zuster Wu een antichrist was, vond ik dat Yang Min onderscheidingsvermogen had en een beter inzicht had in mensen en dingen dan ik, hoewel ik het niet vond kloppen en problematisch vond. Het was ook iets wat zij en andere medewerkers samen door communicatie hadden besloten, dus ik dacht niet dat ze het mis konden hebben. Ik deed kwaad samen met Yang Min, zelfs in zo’n grote zaak als iemand royeren. Ik stemde ermee in zuster Wu uit de kerk te gooien, waardoor ik haar kans op redding bijna verknoeide. Pas later kwam ik er achter dat zuster Wu rechtvaardigheidsgevoel had en dat ze de slechte daden van Yang Min en haar bende had blootgelegd en gerapporteerd. Niet alleen weigerde ze dat te aanvaarden, ze probeerde achter de schermen wraak op haar te nemen en haar eruit te laten gooien. Ik strafte zuster Wu niet opzettelijk zoals zij deden, maar ik zocht ook niet naar de waarheid. Ik nam een standpunt in dat Yang Min en de anderen rechtstreeks hielp om wraak te nemen op zuster Wu en haar kwaad te doen. Ik had een rol gespeeld in hun kwaad. In mijn geloof was er geen plaats in mijn hart voor God of Zijn woorden. Ik aanbad alleen talent, ervaring, macht en status. Ik luisterde naar iedereen met status en autoriteit en draaide om hen heen als een hielenlikker. Ik was helemaal geen echte gelovige. God is een God die het kwaad haat, en ik geloofde in God maar aanbad en volgde een persoon. Ik was zelfs in staat haar te volgen in het doen van kwaad en tegen God ingaan. Op dat moment besefte ik dat dit een ernstig probleem van me was en dat als ik geen berouw zou tonen, ik zeker door God verworpen en verstoten zou worden. Later vernam ik dat Yang Min en de mensen met wie ze samenwerkte geen praktisch werk deden, onbezonnen en autocratisch waren en anderen willekeurig onderdrukten en naar hen uithaalden. Roekeloos bewerkten en verfraaiden ze de beoordelingen van de broeders en zusters en fabriceerden bewijsmateriaal in een poging zuster Wu, die hen had ontmaskerd en gerapporteerd, te verdrijven. In het geheim manipuleerden ze verkiezingen en ze bevorderden en verwijderden mensen zoals zij wilden. Ze hadden veel kwaad gedaan. Er werd vastgesteld dat ze antichristen waren en ze werden permanent uit de kerk gezet. Daarna vroeg de leider de andere broeders en zusters naar hun mening over hoe ik behandeld moest worden. Op basis van hoe ik me tijdens mijn plicht had gedragen en de achtergrond van mijn daden, zeiden ze dat ik was misleid en ze stemden ermee in me een kans te geven om berouw te tonen, in de kerk te blijven en een plicht te blijven vervullen. Ik was bijzonder dankbaar. Ik had gehandeld zonder de waarheid te zoeken en was met de antichristen meegegaan in hun kwaad, maar de kerk gooide me er niet uit. Ik kreeg nog steeds een kans om tot inkeer te komen. Ik was God heel dankbaar voor Zijn genade.
Later las ik enkele van Gods woorden waardoor ik met enig onderscheidingsvermogen kon oordelen over de essentie van Yang Min en haar bende. Gods woorden zeggen: “Wat is het hoofddoel van een antichrist wanneer hij een andersdenkende aanvalt en uitsluit? Hij probeert een situatie in de kerk te creëren waarin er geen stemmen zijn die tegen de zijne ingaan, waarin zijn macht en zijn leiderschapsstatus absoluut zijn, waarin zijn woorden absoluut zijn en door iedereen moeten worden opgevolgd, en waarin iemand zelfs als hij een andere mening heeft die niet mag uiten, maar in zijn hart moet laten etteren. Iedereen die openlijk met hem van mening durft te verschillen, wordt zijn vijand. Hij zal elke mogelijke methode gebruiken om die persoon te kwellen en wenst vurig dat hij verdwijnt. Dit is een van de manieren waarop een antichrist een andersdenkende aanvalt en uitsluit, zijn status consolideert en zijn macht beschermt. Hij denkt: het is prima als je een andere mening hebt, maar je kunt er niet zomaar over praten, en al helemaal niet mijn macht en status in gevaar brengen. Als je bezwaar hebt, kun je dat privé tegen me zeggen. Als je het in het bijzijn van iedereen zegt en mij gezichtsverlies laat lijden, vraag je om problemen en zal ik je aanpakken! Wat voor gezindheid is dit? Een antichrist staat niet toe dat anderen vrijuit spreken. Als andere mensen bezwaar hebben tegen de antichrist of een mening hebben over iets anders, kunnen ze dat niet zomaar vrijuit ter sprake brengen; ze moeten rekening houden met de trots van de antichrist. Zo niet, dan zal de antichrist hen als een vijand behandelen, hen aanvallen en uitsluiten. Wat voor aard is dit? Het is de aard van een antichrist. En waarom doet hij dit? Hij staat niet toe dat de kerk alternatieve stemmen heeft, hij staat geen andersdenkenden in de kerk toe, en hij staat Gods uitverkoren volk niet toe om openlijk over de waarheid te communiceren en mensen te onderscheiden. Waar hij het meest bang voor is, is dat hij door mensen wordt ontmaskerd en onderscheiden; hij wil ervoor zorgen dat zijn macht en de status die hij in de harten van mensen heeft, altijd worden geconsolideerd en nooit worden ondermijnd. Hij zou nooit iets kunnen tolereren dat zijn trots, reputatie of zijn aanzien en waarde als leider bedreigt of aantast. Is dit geen manifestatie van de kwaadwillige aard van een antichrist? Niet tevreden met de macht die hij al bezit, consolideert en beveiligt hij die en streeft hij naar eeuwige heerschappij. Hij wil niet alleen het gedrag van anderen beheersen, maar ook hun hart” (Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt twee: Ze vallen andersdenkenden aan en sluiten hen uit). Het lezen van Gods woorden gaf me enig inzicht in de venijnige gezindheden van antichristen. Omdat ze hun eigen positie veilig willen stellen, zien ze degenen die inzicht in hen hebben, die in staat zijn suggesties te geven en hen te ontmaskeren, als vijanden en zullen ze er niet voor terugdeinzen om naar hen uit te halen en hen te onderdrukken. Ze komen zelfs met valse beschuldigingen tegen hen van allerlei wandaden om hen uit de kerk te werken en zo hun doel – macht in de kerk behouden – te bereiken. Dit is het meest verraderlijke en kwaadaardige aspect van antichristen. Ik zag in dat antichristen een wrede menselijkheid en meedogenloze gezindheden hebben en dat ze de waarheid en alle positieve dingen echt verachten. Yang Min en de anderen hadden zich precies zo gedragen als God beschrijft. Toen sommige broeders en zusters inzicht verkregen en hun vervolgens suggesties aanreikten of hen rapporteerden, konden ze dit niet alleen niet van God aanvaarden en tot zelfreflectie komen, maar onderdrukten ze hen roekeloos en lieten ze hen eruit gooien. Zuster Wu merkte dat zij door hun handelen de principes schonden en dus rapporteerde en ontmaskerde zij hen, waarna zij haar begonnen te onderdrukken en materiaal begonnen te verzamelen om haar uit de kerk te laten gooien. Maar hun bewijs was onvoldoende en werd niet goedgekeurd door de kerk. Ze weigerden op te geven en in een poging zich van zuster Wu te ontdoen, bewerkten ze zelfs de beoordelingen van de anderen over haar, verfraaiden dingen en verdraaiden de feiten, en beweerden dat zuster Wu’s communicatie en hulp aan anderen erop neerkwam dat ze een antichrist was die mensen op een dwaalspoor bracht. Ze plakten etiketten op haar en veroordeelden haar willekeurig; ze zouden niet rusten voor ze zuster Wu uit de kerk hadden laten verwijderen. Deze antichristen waren net als de grote rode draak: iedereen onderdrukken en aanvallen die het niet met hen eens was, hen valselijk beschuldigen en hun schade berokkenen om hun eigen positie te versterken. Ze stonden geen andere stemmen toe in een kerk waar ze de macht over hadden en straften iedereen die hun suggesties gaf. En omdat broeder Chen, een ander kerklid, vaak dingen aan hen voorstelde en hun problemen aan de kaak stelde, werkten ze hem achter de schermen tegen, zorgden ze voor zijn zelfisolatie om zich over zichzelf te bezinnen en stonden ze het hem niet toe een plicht te vervullen. Vol woede zeiden ze zelfs dat hoewel hij thuis geïsoleerd was, ze niet wilden opgeven en dat ze erop stonden hem uit de kerk te verwijderen – ze zouden niet stoppen tot ze dat hadden bereikt. Er was een andere kerkleider, zuster Zhang, die leed onder hun bestraffing en onderdrukking, omdat ze een andere mening had over het uitzetten van broeder Chen – ze ontsloegen haar uit haar plicht.
Ik zag hoe wreed Yang Min en haar groep antichristen werkelijk waren, dat ze in staat waren om allerlei onmenselijke dingen te doen om de broeders en zusters te kwetsen, zodat zij hun positie konden behouden. Ze waren niet eens menselijk. Ik vroeg mezelf af: hoe kon ik zo’n kwaadaardige antichrist aanbeden en gevolgd hebben door samen met haar kwaad doen? Waarom aanbad en volgde ik, als gelovige, toch een mens? Waarom verafgoodde ik een antichrist die zoveel kwaad deed? Door gebed en zoeken kreeg ik later inzicht in de wortel van mijn falen. Ik las dit in Gods woorden: “Er zijn enkele mensen die ontberingen kunnen verdragen; ze kunnen de prijs betalen; hun uiterlijk gedrag is heel goed; ze worden zeer gerespecteerd; en ze hebben de bewondering van anderen. Wat denken jullie: kan dit uiterlijk gedrag worden beschouwd als het in praktijk brengen van de waarheid? Kunnen jullie zeggen dat deze persoon voldoet aan Gods bedoelingen? Waarom is het dat mensen keer op keer dit soort individuen zien en denken dat ze God tevreden stellen, denken dat ze het pad bewandelen om de waarheid in praktijk te brengen, dat ze Gods wegen volgen? Waarom denken sommige mensen op deze manier? Er is maar één verklaring voor. En welke verklaring is dat? Het is dat voor heel veel mensen, vragen zoals wat het is om de waarheid in praktijk te brengen, wat het is om God tevreden te stellen, wat het is om echt de werkelijkheid van de waarheid te hebben – deze vragen niet erg duidelijk zijn. Dus er zijn sommige mensen die vaak worden misleid door diegenen die aan de buitenkant spiritueel lijken, nobel lijken, verheven beelden lijken te hebben. Wat betreft die mensen die kunnen spreken over woorden en doctrines, en van wie de woorden en daden bewonderenswaardig lijken, degenen die door hen zijn misleid hebben nooit gekeken naar de essentie van hun daden, de principes achter hun daden, wat hun doelen zijn. En ze hebben nooit gekeken of deze mensen echt God gehoorzamen en of ze iemand zijn die echt God vreest en het kwade mijdt. Ze hebben nooit het wezen van de menselijkheid van deze mensen onderscheiden. Integendeel, vanaf de eerste stap dat ze ze beetje bij beetje leren kennen, bewonderen ze deze mensen, vereren ze deze mensen en uiteindelijk worden deze mensen hun idolen. Bovendien, naar de mening van sommige mensen, kunnen de idolen die zij aanbidden, waarvan zij geloven dat zij hun families en banen kunnen achterlaten en oppervlakkig gezien de prijs betalen – deze idolen zijn degenen die God echt tevreden stellen, degenen die echt een goede uitkomst en een goede bestemming kunnen ontvangen. In hun gedachten zijn deze idolen de mensen die God looft” (Het Woord, Deel II, Over het kennen van God, Hoe Gods gezindheid te kennen en de resultaten die Zijn werk zal verwezenlijken). “Er is slechts één belangrijke oorzaak waardoor mensen dergelijke onwetende daden en gezichtspunten of eenzijdige opinies en praktijken hebben – en vandaag zal ik jullie erover vertellen: De reden is dat, hoewel mensen God misschien volgen, elke dag tot Hem bidden en elke dag Zijn uitspraken lezen, ze Zijn wil niet echt begrijpen. Hier ligt de kern van het probleem. Als iemand Gods hart begreep en wist wat Hij fijn vindt, wat Hij verafschuwt, wat Hij wil, wat Hij verwerpt, wat voor soort persoon Hij liefheeft, wat voor soort persoon Hij niet leuk vindt, wat voor soort norm bij Hem van toepassing wanneer Hij Zijn eisen aan de mens stelt, wat voor soort aanpak Hij heeft voor het vervolmaken van hen, zou die persoon dan nog steeds zijn eigen persoonlijke opinies kunnen hebben? Zouden dergelijke mensen eenvoudigweg iemand anders kunnen gaan aanbidden? Zou een gewoon mens hun idool kunnen worden? Mensen die Gods wil begrijpen beschikken over een iets rationeler standpunt. Ze zullen niet zomaar een verdorven persoon verafgoden, noch zullen ze, terwijl ze het pad bewandelen om de waarheid in de praktijk te brengen, geloven dat het blindweg vasthouden aan een paar eenvoudige regels of principes neerkomt op het in praktijk brengen van de waarheid” (Het Woord, Deel II, Over het kennen van God, Hoe Gods gezindheid te kennen en de resultaten die Zijn werk zal verwezenlijken). “Leiders en werkers zijn, wat hun rang ook is, nog steeds gewone mensen. Als je hen als je directe superieuren ziet, als je het idee hebt dat ze superieur zijn aan jou, dat ze competenter zijn dan jij en dat ze jou zouden moeten leiden, dat ze op alle manieren met kop en schouders boven iedereen uitsteken, dan heb je het mis – dan is dat jouw misvatting. En wat zijn de gevolgen van deze misvatting voor jou? Het zal er toe leiden dat je jouw leiders onbewust afmeet aan vereisten die niet met de werkelijkheid overeenkomen en dat je niet in staat zult zijn hun problemen en tekortkomingen op de juiste manier te behandelen. Tegelijkertijd zul je, zonder het te weten, sterk aangetrokken worden door hun flair, gaven en talenten, zodat je voordat je er erg in hebt hen aanbidt en zij jouw god zijn geworden. Dat pad, vanaf het moment dat zij jouw rolmodel zijn geworden, het onderwerp van jouw aanbidding, tot aan het moment dat je een van hun volgelingen bent geworden, is een pad dat je onbewust van God weg zal leiden. En zelfs als je je langzaam van God verwijdert, geloof je nog steeds dat je God volgt, dat je in Zijn huis bent en dat je in Zijn aanwezigheid bent. Maar in werkelijkheid ben je gevangen genomen door de dienaren van Satan, door antichristen. Je zult je er niet eens bewust van zijn. Dit is een heel gevaarlijke situatie” (Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt zes). Gods woorden legden mijn denkfouten bloot. Ik beoordeelde alleen op basis van hun uiterlijk gedrag of mensen de waarheid nastreefden, maar ik keek niet kritisch naar hun aard en essentie en keek niet naar hun doelen en beweegredenen achter hun daden. Ik dacht dat als iemand in staat was offers te brengen, zich in te zetten, te communiceren over zijn begrip van Gods woorden en veel zelfbewustzijn uit te stralen, en zeer spiritueel leek te zijn, dat het dan iemand was die de waarheid nastreefde en de werkelijkheid van de waarheid bezat. Daarom dacht ik dat Yang Min de waarheid nastreefde en de werkelijkheid van de waarheid bezat, toen ik tijdens mijn interacties met haar zag dat ze goed was in communicatie, dat ze welbespraakt was en dat haar begrip dat ze in samenkomsten deelde overtuigend was. Nog bedroevender: ten onrechte geloofde ik dat het feit dat ze al die tijd een leider was geweest, betekende dat ze de waarheid nastreefde. Door al deze verkeerde overtuigingen ging ik door de fasen van haar niet kennen naar haar bewonderen en aanbidden, naar uiteindelijk met haar meegaan in het kwaad. Ik schatte haar niet in en probeerde haar essentie niet te onderscheiden volgens Gods woorden, maar vertrouwde op mijn eigen noties en verbeeldingen. Hoewel ik een gelovige was, aanbad en volgde ik iemand die maar een mens was. Ik had een antichrist gevolgd die zoveel kwaad deed. Ik was ongelooflijk gevoelloos en dwaas! Toen ik mijn steun uitsprak om zuster Wu uit de kerk te zetten, was het niet zo dat ik niet wist wat er gebeurde. Ik had wel mijn vermoedens maar volgde niet de leiding van de Heilige Geest om de waarheid te zoeken. In plaats daarvan ging ik af op noties en verbeeldingen, in de veronderstelling dat leiders en werkers de waarheid begrijpen en de werkelijkheid ervan hebben, en dat zij de zaken nauwkeurig kunnen zien. Dus zonder te proberen onderscheidingsvermogen toe te passen, ging ik blindelings mee met Yang Min en stemde ermee in zuster Wu uit de kerk te gooien. In zo’n belangrijke zaak die rechtstreeks invloed heeft op het al dan niet verkrijgen van redding, zou iemand ongepast verwijderen diens kans op redding kunnen vernietigen – dat is een gruwelijke zonde! Ik was met haar leven omgegaan alsof het niets was door overhaast in te stemmen met haar verwijdering. Ze was een echte gelovige, maar ik had haar bijna uit de kerk laten zetten. Wat een enorme overtreding! Niet alleen was ik haar iets schuldig, maar ik had ook God beledigd. Ik deed niet opzettelijk kwaad en strafte haar niet opzettelijk, maar door terloops in te stemmen, bracht ik haar samen met de antichrist Yang Min schade toe – ik was de handlanger van de antichrist. Hoewel het niets meer was dan het innemen van een standpunt, onthulde het een zeer venijnige aard in mij en ook dat ik totaal geen liefde voor anderen had. Broeders en zusters zoals zuster Wu, die rechtvaardigheidsgevoel hebben en het werk van de kerk kunnen handhaven, zouden beschermd moeten worden, omdat God diegenen redt die de waarheid nastreven en rechtvaardigheidsgevoel hebben. Maar ik handelde als Satans ondergeschikte door in te stemmen met haar uitzetting. Door zo te handelen, koos ik partij voor die antichristelijke demonen en zette ik me in tegen God. Als kerkleider had ik in alles de belangen van de kerk moeten behartigen en de broeders en zusters moeten beschermen tegen schade berokkend door antichristen en boosdoeners. Maar ik volgde hen in hun roekeloze kwaad door mensen te onderdrukken en uit de kerk te gooien. Dit was schadelijk voor de broeders en zusters. Het was beangstigend voor mij om te zien dat ik zulke slechte dingen had gedaan. Ik zocht de waarheid niet en had geen hart vol eerbied voor God. Ik was me er totaal niet van bewust geweest dat ik zo’n groot kwaad had begaan en had zelfs gedacht dat ik het werk van de kerk in stand hield. Ik was zo verward en verachtelijk! Het was precies zoals die broeder had gezegd, dat ik me op het pad van vernietiging bevond en anderen met mij mee de hel in zou sleuren. Op grond van mijn gedrag zou verwijdering en uitzetting uit de kerk niet overdreven zijn, maar God gaf me een kans om me te bekeren en stond me toe een plicht in de kerk te blijven vervullen. Ik was bijzonder dankbaar voor Gods genade en redding voor mij. Tegelijkertijd begreep ik ook oprecht dat het gevaarlijk is om je te richten op uiterlijke gaven en bekwaamheden, blindelings een leider te aanbidden, macht te vereren en bij problemen niet naar de waarheid te zoeken. Op elk moment kon ik misleid en gebruikt worden door antichristen en boosdoeners. Door een persoon te aanbidden en te volgen, volgde ik in feite Satan en was ik een vijand van God. Als ik me nog steeds niet zou bekeren, zou ik door God worden verworpen en verstoten. Hoe meer ik erover nadacht, hoe meer ik het gevoel kreeg dat mijn falen niet gewoon mijn verderf of fout blootlegde – het was een groot kwaad en ik had mezelf bijna te gronde gericht.
Later las ik meer van Gods woorden die me de juiste benadering van leiders en werkers toonden. Gods woorden zeggen: “Als mensen door de broeders en zusters tot leider worden gekozen, of door Gods huis worden bevorderd om een bepaalde taak of plicht te doen, betekent dit niet dat zij een speciale status of positie hebben, of dat zij meer en dieper inzicht in de waarheid hebben dan andere mensen. Ook betekent het niet dat zij in staat zijn zich aan God te onderwerpen en Hem niet zullen verraden. En zeker betekent het niet dat zij God kennen en vrezen. Ze hebben in feite niets van dit alles bereikt. De bevordering en cultivering betekent niets meer dan dat: eenvoudigweg bevordering en cultivering. Het is niet hetzelfde als dat ze voorbestemd zijn en waardig zijn bevonden door God. Hun promotie en cultivering houdt simpelweg in dat ze bevorderd zijn en gecultiveerd gaan worden. Het eindresultaat van deze cultivering hangt ervan af of deze mensen de waarheid nastreven en of ze het pad van het nastreven van de waarheid kunnen kiezen. Dus wanneer mensen in de kerk worden bevorderd en gecultiveerd tot leider, is dit niet meer dan bevordering en cultivering. Het betekent niet dat ze al voldoen aan de norm en competente leiders zijn, dat ze al in staat zijn om het werk van een leider op zich te nemen en echt werk te doen. Dat is niet het geval. De meeste mensen doorzien deze dingen niet, zij achten degenen die bevorderd zijn op basis van hun eigen verbeeldingen. Dit is een vergissing. Bezitten mensen die bevorderd worden, ongeacht het aantal jaren dat ze al geloven, werkelijk waarheidswerkelijkheid? Niet noodzakelijk. Zijn zij in staat om de werkregelingen van Gods huis te implementeren? Niet noodzakelijk. Hebben ze verantwoordelijkheidsgevoel? Zijn ze trouw? Kunnen ze zich onderwerpen? Zijn ze in staat bij problemen de waarheid te zoeken? Dit alles is onbekend. Hebben deze mensen een Godvrezend hart? En hoe groot zijn hun Godvrezende harten? Zijn ze in staat hun eigen wil los te laten wanneer ze iets doen? Zijn ze in staat God te zoeken? Kunnen ze in de periode dat zij leiderschapswerk doen regelmatig voor God komen om Gods bedoelingen te zoeken? Zijn ze in staat om mensen de waarheidswerkelijkheid binnen te leiden? Daar zijn ze zeker niet toe in staat. Ze hebben geen training ontvangen en te weinig ervaring, daarom zijn ze niet tot deze dingen in staat. Daarom betekent het bevorderen en cultiveren van mensen niet dat ze de waarheid al begrijpen, en ook niet dat ze hun plicht al volgens de norm kunnen vervullen. […] Waarom zeg Ik dit? Het is om iedereen duidelijk te maken dat ze de verschillende soorten getalenteerde mensen die in Gods huis worden bevorderd en gecultiveerd, correct moeten benaderen, dat ze geen overdreven strenge eisen aan hen moeten stellen en dat ze uiteraard ook geen onrealistische mening over hen moeten hebben. Het is dwaas om hen overdreven te achten en tegen hen op te kijken; het is onmenselijk en onrealistisch om buitensporig strenge eisen aan hen te stellen. Wat is dan de redelijkste manier om met hen om te gaan? Beschouw hen als gewone mensen en, wanneer je iemand nodig hebt om een probleem te bespreken, communiceer met hen, leer van elkaars sterke punten en vul elkaar aan. Daarnaast is het ieders verantwoordelijkheid om erop toe te zien of leiders en werkers daadwerkelijk werk verzetten en of ze de waarheid gebruiken om problemen op te lossen; dit zijn de normen en principes om te bepalen of een leider of werker aan de norm voldoet. Als een leider of werker algemene problemen kan aanpakken en oplossen, is hij geschikt. Maar als ze zelfs gewone problemen niet kunnen hanteren en oplossen, zijn ze ongeschikt om leider of werker te zijn en moeten ze snel uit hun positie worden ontheven. Er moet iemand anders worden gekozen en het werk van Gods huis mag niet worden vertraagd. Het vertragen van het werk van Gods huis schaadt jezelf en anderen. Niemand heeft daar baat bij” (Het Woord, Deel V, De verantwoordelijkheden van leiders en werkers, De verantwoordelijkheden van leiders en werkers (5)). Uit Gods woorden leerde ik dat als iemand tot leider of werknemer wordt gekozen of naar een of andere functie wordt bevorderd, dit niet betekent dat die persoon de werkelijkheid van de waarheid heeft, God is toegewijd of Hem vereert. Als ze de waarheid niet nastreven, worden ze valse leiders of antichristenen en zullen ze ontmaskerd en verstoten worden. Leiders en werkers hebben meer kansen om te oefenen en nemen meer lasten op zich om Gods werk te ervaren. Maar geen van hen is vervolmaakt – ze hebben net als iedereen een verdorven gezindheid, dus voordat ze de waarheid verwerven en een verandering van gezindheid bereiken, zullen ze eigenzinnig te werk gaan en tegen de principes ingaan. Ze moeten allemaal Gods oordeel en openbaring ondergaan, gesnoeid en aangepakt worden en onder toezicht van anderen staan. Handelen de leiders en werkers wel in overeenstemming met de principes van de waarheid en houden ze het werk van de kerk in stand, dan moeten Gods uitverkorenen hen steunen en tijdens hun werkzaamheden met hen samenwerken. Als ze tegen de principes ingaan, het verkeerde pad inslaan en geen praktisch werk doen, moeten ze worden aangepakt en ontmaskerd om te zien of ze in staat zijn de waarheid te aanvaarden, berouw te tonen en te veranderen. Als ze tot berouw en verandering in staat zijn, betekent dit dat ze goede mensen zijn en de waarheid kunnen aanvaarden. Doen ze dat niet, als ze uithalen naar anderen en hen onderdrukken, dan zijn ze geen goede mensen en moeten ze worden gerapporteerd en ontmaskerd. Alleen leiders en werkers volgens de principes van de waarheid behandelen is in overeenstemming met Gods wil. Voorheen bekeek ik dingen niet op basis van Gods woorden. Mijn onderscheidingsvermogen schoot tekort wat Yang Min en de anderen betreft; ik aanbad hen blindelings, waardoor ik antichristenen volgde in onherstelbaar kwaad aanrichten. Het lezen van Gods woorden gaf me een beoefeningspad en vanaf dat moment wilde ik me richten op het zoeken naar principes van de waarheid in alles om in overeenstemming met Gods woorden naar dingen en mensen te kunnen kijken en niet meer zo dwaas en onwetend te zijn en blindelings anderen te volgen, zoals ik in het verleden had gedaan.
Later merkte ik dat toen een hogere leider met ons communiceerde over een verkiezing van kerkleiders, ze er erg op gebrand was om alles klaar te hebben zonder zich te richten op het communiceren van de principes van de waarheid. Op een keer communiceerde ze tijdens een vergadering eens over het aanpassen van iemands plicht. Tegen de tijd dat ze klaar was met haar communicatie, was slechts de helft van de kerkleden gearriveerd, waarna ze ons onze standpunten uiteen liet zetten. Omdat de helft van de mensen haar eerste communicatie niet had gehoord en de relevante principes van de waarheid niet kende, konden ze onmogelijk hun mening kenbaar maken. De vergadering kon niet verdergaan en er ontstond een heel ongemakkelijke sfeer. Ik zag dat ze de broeders en zusters niet leidde naar het binnengaan in de principes van de waarheid maar haast had om de zaak af te handelen en klaar te zijn. Ik herinnerde me hoe ik door een antichrist was misleid en wat de gevolgen waren geweest van haar blindelings te volgen. Ik wilde niet zo maar met iemand meegaan voordat ik duidelijkheid over de principes had gekregen. Daarom bezocht ik een paar zusters om samen de zaak te onderzoeken. Een van hen zei dat deze leider de verkiezingen in andere kerken op dezelfde manier had aangepakt, zonder de principes te volgen. Omdat deze leider zonder steun van anderen te werk was gegaan, dacht ik dat er wel een probleem met haar moest zijn. Als leider zou haar falen om ons te leiden bij het binnengaan in de waarheid gevolgen hebben voor de hele kerk, dus moest ik haar attent maken op deze problemen. Ik maakte me wel zorgen dat ze me zou onderdrukken als ik haar suggesties zou geven. Maar toen ik me bedacht hoe ik in het verleden was meegegaan in het kwaad van antichristenen, was ik bang om weer iemand blindelings te volgen zonder de belangen van de kerk te beschermen. Ik zat echt in een tweestrijd. Daarom kwam ik voor God en op zoek naar een beoefeningspad bad ik. Daarna zag ik dit in Gods woorden: “Wat is de houding die mensen zouden moeten hebben wat betreft de behandeling van een leider of een werker? Als de handelingen van een leider of werker correct zijn, en in lijn met de waarheid, kun je hen gehoorzamen. Als het fout is wat hij doen, en niet in lijn met de waarheid, dan moet je hem niet gehoorzamen en kun je hem ontmaskeren, bestrijden en een andere mening naar voren brengen. Als hij niet in staat is daadwerkelijk werk te verrichten, of slechte daden verricht die het werk van de kerk verstoren en als blijkt dat hij een valse leider, werker of een antichrist is, dan kun je hem herkennen, ontmaskeren en rapporteren” (Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt drie: Ze sluiten degenen die de waarheid nastreven uit en vallen hen aan). Gods woorden gaven me principes om in praktijk te brengen. Als leiders of werkers zich ongepast gedragen, kun je uit liefde met hen over de waarheid communiceren om hen te helpen – dat is in overeenstemming met Gods wil. Terwijl ik nadacht over mijn vroegere falen werd het mij heel duidelijk dat dit voor mij een kans was om de waarheid in praktijk te brengen. Ik moest handelen in overeenstemming met Gods woord en de waarheid en niet aarzelen om mijn suggesties te geven alleen maar omdat ik bang was onderdrukt te worden. Ik nam daarom contact op met die leider en vertelde haar alles over de problemen die ik in die tijd in haar werk had opgemerkt. Ze aanvaardde alles. Tijdens een vergadering een paar dagen later hoorde ik haar communiceren dat ze voor haar plicht enkele aanwijzingen en hulp van kerkleden had gekregen en dat ze door zelfreflectie had ingezien dat het pad waarop ze was beland en haar werk de laatste tijd problematisch waren. De problemen en gebreken waarop ik haar had gewezen, maakten deel uit van haar overdenkingen en van daaruit probeerde ze de principes te begrijpen en besefte ze hoe ze soortgelijke problemen moest aanpakken en benaderen. Ik was bijzonder blij en dankte God dat Hij me had geleid bij het in praktijk brengen van de waarheid. Ik voelde me heel vredig in mijn hart.
Door deze ervaringen besefte ik dat er voor mij als gelovige die geen belang hechtte aan het zoeken naar de waarheid en die blindelings andere mensen ophemelde en volgde, altijd alle kans bestond om kwaad te doen en God tegen te werken. Ook zag ik Gods wijsheid. Hij laat antichristenen toe in de kerk, zodat wij onderscheidingsvermogen kunnen ontwikkelen, Satans machten kunnen afweren en niet langer door antichristenen worden misleid en beheerst. Zodra we antichristenen leren onderscheiden en ophouden hen kritiekloos te aanbidden, is de dienst van die antichristenen voltooid en kunnen ze uit de kerk worden verwijderd. Hoewel ik had gefaald en was gestruikeld, wat aangrijpend voor mij was om over na te denken, kon ik door deze misstappen mijn verkeerde denken aanpassen en mijn perspectieven verleggen, waardoor ik het blindelings aanbidden en volgen van andere mensen kon vermijden. Als er zich weer dingen voordeden, kon ik de principes van de waarheid zoeken en kon ik ernaar streven een echte volgeling van God te zijn. Dit alles was volledig te danken aan Gods leiding. Ik ben God dankbaar!