75. Leren van een kwaaddoener uitstoten

Door Songyi, Nederland

In maart 2021 diende ik als leider in een kerk. Toen ik de supervisor van het bewateringswerk ontmoette om het werk te controleren, kwam ik erachter dat sommige groepsleiders de broeders en zusters alleen maar commandeerden en aanspoorden hun plicht goed te doen, terwijl zij duimendraaiend de nieuwkomers niet bewateren. Ze probeerden niet de werkelijke problemen te begrijpen die de broeders en zusters in hun plicht tegenkwamen, dus bestond hun begeleiding van het werk slechts uit enkele lege opmerkingen en regels handhaven in plaats van een praktisch pad delen. De supervisor en ik bespraken met hen dat een groep leiden niet alleen inhield dat je mensen vertelt wat ze moeten doen. Ze moesten de nieuwkomers ook praktisch bewateren zodat ze achter de problemen en moeilijkheden van het werk konden komen. Maar een aantal dagen na deze communicatie, hadden ze nog steeds geen echte actie ondernomen. Ik deed onderzoek en ontdekte dat een teamleider met de achternaam Gao de boel verstoorde en tegenhield. Zelf praktiseerde ze niet, maar stookte wel de andere teamleiders op met de woorden: “De kerkleider en supervisor laten ons de nieuwkomers bewateren. Hierdoor heb ik geen tijd over om het werk van het team te volgen – betekent dit dat we dat niet meer hoeven te doen? Wat houdt de functie van teamleider dan in?” Toen zei ze: “Weten jullie dat deze supervisor een amateur is? Hoe kan een amateur professionals leren hun werk goed te doen?” Toen de supervisor het werk van de teamleiders onderzocht en problemen ontdekte, sprak ze strenger. Gao oordeelde toen dat de supervisor hen hooghartig een standje gaf en verspreidde dit zelfs onder de broeders en zusters. Zonder er iets van te begrijpen, oordeelde ze ook dat de hogere leiders niet in overeenstemming met de principes iemand hadden gekozen. Maar in werkelijkheid was de supervisor volgens het principe gepromoveerd en gecultiveerd. Hoewel ze niet veel ervaring had met nieuwkomers bewateren, had ze een goed kaliber, was ze kundig, droeg ze een last in haar plicht en kon ze worden gecultiveerd. Ook kon ze problemen signaleren en het werk begeleiden en na een poosje nieuwkomers te bewateren had ze daar enige vooruitgang in geboekt. Maar onder het mom van “een amateur kan een professional niets leren” bekritiseerde Gao de supervisor en hield ze vol dat ze niet geschikt was voor die functie. Ook verspreidde ze geruchten dat de hogere leiders mensen zonder principes hadden aangesteld, waardoor de broeders en zusters bevooroordeeld waren tegen de leiders en de supervisor en het werk weigerden uit te voeren. Hierdoor werd het werk van deze leiders en werkers en van de kerk verstoord. Dat niet alleen, op bijeenkomsten gebruikte Gao de communicatie, zogenaamd over zelfbegrip, om de leiders en supervisor stiekem te kleineren en aan te vallen. Zo zei ze bijvoorbeeld dat ze de hogere leiders en supervisor suggesties had gedaan, maar dat die het werk niet begrepen en haar suggesties niet overnamen. Gao zei dat ze niet wilde aandringen, maar er uiteindelijk achter kwam dat haar advies klopte. In feite was wat ze zei helemaal niet de waarheid. Ze bleef opzettelijk vaag in haar communicatie, waardoor het leek alsof de leiding het werk niet begreep, haar tegenhield en weigerde haar advies op te volgen, en dat ze werd onderdrukt omdat ze de belangen van de kerk hooghield, zodat iedereen sympathie voor haar zou voelen en aan haar kant zou staan. Gao kleineerde en beoordeelde leiders en werkers altijd, en de broeders en zusters hadden haar daar vaak genoeg op gewezen en met haar over gesproken, maar ze had er nooit berouw over getoond. Dit is geen kwestie van een kortstondige verdorvenheid, maar een kwestie van haar aard en wezen.

Ik dacht aan Gods woorden over iemand ontmaskeren. God zegt: “Het wedijveren om status is een probleem dat vaak voorkomt in het kerkleven; het is iets dat men regelmatig ziet. Welke gesteldheden, gedragingen en uitingen behoren tot de praktijk van het wedijveren om status? Welke uitingen van het wedijveren om status behoren tot het probleem van de verstoring en hinder van Gods werk en de normale orde van de kerk? Ongeacht over welke kwestie of categorie we communiceren, het moet verband houden met wat er in het twaalfde punt wordt gezegd over ‘de verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen die Gods werk en de normale orde van de kerk hinderen en verstoren’. Het moet het niveau van verstoring en hinder bereiken, en het moet deze aard hebben – alleen dan is het de communicatie en ontleding waard. Welke uitingen van wedijveren om status worden geassocieerd met een aard van het hinderen en verstoren van het werk van het huis van God? Het meest voorkomend is dat mensen wedijveren met kerkleiders om status, wat zich voornamelijk uit in het aangrijpen van bepaalde aspecten van kerkleiders en hun vergissingen om hen te kleineren en te veroordelen en ook in het doelbewust blootleggen van hun onthullingen van verdorvenheid en de fouten en tekortkomingen in hun menselijkheid en kaliber, vooral wanneer het gaat om afwijkingen en fouten die ze hebben gemaakt in hun werk of hun omgang met mensen. Dit is de meest voorkomende en meest flagrante uiting van wedijveren met kerkleiders om status. Bovendien maakt het deze mensen niets uit hoe goed kerkleiders hun werk doen, of ze al dan niet volgens de principes handelen, en of er al dan niet problemen zijn met hun menselijkheid; ze zijn gewoon opstandig tegenover deze leiders. Waarom zijn ze opstandig? Omdat zij ook kerkleider willen zijn; dat is hun ambitie en begeerte, en daarom zijn ze opstandig. Hoe kerkleiders ook werken of problemen aanpakken, deze mensen grijpen altijd dingen aan om hen te oordelen en te veroordelen, en gaan zelfs zover dat ze van een mug een olifant maken, de feiten verdraaien en de zaken tot in het extreme opblazen. Ze gebruiken niet de normen die het huis van God vereist van leiders en werkers om te meten of deze leiders volgens de principes handelen, of het de juiste mensen zijn, of het mensen zijn die de waarheid nastreven, en of ze geweten en verstand bezitten. Ze beoordelen leiders niet volgens deze principes. In plaats daarvan gaan ze, vanuit hun eigen intenties en doeleinden, voortdurend op zoek naar spijkers op laag water en vitten ze op alles, zoeken ze aangrijpingspunten om tegen leiders of werkers te gebruiken, verspreiden ze achter hun rug om geruchten dat ze dingen doen die niet met de waarheid stroken, of leggen ze hun tekortkomingen bloot. Ze zeggen bijvoorbeeld zoiets als ‘leider zo-en-zo heeft ooit een fout gemaakt en is gesnoeid door de Boven, maar niemand van jullie wist daar iets van – kijk, zo goed kunnen ze toneelspelen!’ Ze nemen niet in overweging noch geven ze erom of deze leider of werker een doelwit is voor cultivatie door het huis van God en of hij aan de norm voldoet als een leider of werker. Achter hun rug om blijven ze hen gewoon maar oordelen, verdraaien ze de feiten en voeren ze slinkse streken uit. Met welk doel doen ze deze dingen? Om te wedijveren om status, nietwaar? Alles wat ze zeggen en doen heeft een doel. Ze denken niet aan het werk van de kerk en hun beoordeling van leiders en werkers is niet gebaseerd op de woorden van God of de waarheid, laat staan op de werkregelingen van Gods huis of de principes die God van de mens vereist, maar op hun eigen motivaties en doelen(Het Woord, Deel V, De verantwoordelijkheden van leiders en werkers, De verantwoordelijkheden van leiders en werkers (14)). Van Gods woorden leerde ik dat als iemand niet kijkt of leiders en werkers goede mensen zijn, of ze geschikt zijn voor de principes van Gods huis om mensen te cultiveren, maar in plaats daarvan van alles aan te merken hebben en proberen iets tegen hen te vinden, hen achter hun rug om opzettelijk veroordelen en kleineren, de broeders en zusters proberen aan te sporen hen te bekritiseren en te veroordelen, dat hij dan het werk van de kerk verstoort. Zo iemand moet worden ontmaskerd en beteugeld en in ernstige gevallen uit de kerk worden verwijderd. Wat betreft het gedrag van Gao, ze keek er niet naar of de supervisor resultaten behaalde in haar plicht, of haar werk het werk van de kerk ten goede kwam, of ze het waard was gecultiveerd te worden. Gao greep alleen het feit aan dat de supervisor minder vaardigheden had dan zijzelf en verspreidde op basis daarvan het idee dat amateurs professionals niet konden begeleiden. Ze oordeelde, bekritiseerd, zaaide tweedracht en liet de broeders en zusters een vooroordeel ontwikkelen tegen de leiders en werkers en weigeren het werk te doen dat wij hadden geregeld. Onze vooruitgang met het werk van bewatering werd hierdoor belemmerd. Dit was geen tijdelijke verdorvenheid van Gao, dit was haar consequente gedrag. Ze had het kerkelijk leven al ernstig verstoord en was niet geschikt voor haar plicht. Volgens het principe moest ik haar onmiddellijk ontslaan. Als ze dan nog steeds geen berouw toonde, zou ze uit de kerk moeten worden gezuiverd. Maar toen ik overwoog Gao te ontslaan, aarzelde ik omdat ik bedacht dat ze een poosje teamleider was geweest en goed kon toneelspelen. De broeders en zusters hadden niet zo’n groot onderscheidingsvermogen en sommigen keken tegen haar op. Ze vonden dat ze een last droeg in haar plicht, dat ze liefdevol was en gevoel voor rechtvaardigheid had. Als ik haar meteen nadat ik bij de kerk kwam zou ontslaan, zouden de broeders en zusters me dan niet harteloos en wreed vinden? Dat ik straffend was? Zouden ze daarna mijn leiderschap goedkeuren? Gao’s menselijkheid was bovendien echt gemeen en ze had veel manieren om het vuur aan te wakkeren en achter de schermen tweedracht te zaaien. Als ik haar beledigde en zij naar mij wees en me onder de broeders en zusters veroordeelde, waardoor mijn relatie met hen werd verstoord, zou mijn werk een stuk moeilijker worden. Ik vond dat ik haar niet overhaast moest ontslaan, maar eerst moest snoeien en aanpakken, de essentie en de gevolgen van haar daden moest blootleggen en ontleden. Als ze het accepteerde en veranderde, dan had ze nog een kans. Zo niet, als ze de leiders en werkers bleef veroordelen, kon ze altijd nog worden vervangen.

Daarna bezochten onze hogere leider zuster Liu en ik Gao en enkele andere groepsleiders en communiceerden we met hen over de principes van mensen in Gods huis uitkiezen en over de achtergrond van de promotie van de supervisor. Wat betreft hun gedrag in deze periode, legde ik bloot en ontleedde ik dat hun daden in wezen neerkwamen op groepsvorming, leiders en werkers oordelen en bekritiseren en verstoring van het werk van de kerk. Als ze niet veranderden en geruchten bleven verspreiden en het werk bleven verstoren, zouden ze ontslagen worden. Een paar teamleiders konden dit accepteren en reflecteerden op zichzelf en zeiden dat zij wilden samenwerken met de supervisor en samen de klus wilden klaren. Alleen Gao legde geen duidelijke verklaring af. Tot mijn verbazingzei Gao een paar dagen later tegen een zuster dat de supervisor een amateur was die professionals leidde, en dat de hogere leiders een probleem hadden met het selecteren van mensen. Die zuster ging er niet in mee, maar communiceerde juist met haar over een paar principes. Toen Gao zag dat de zuster niet meedeed, hield ze daar op. Daarna stuurde ze een bericht naar een paar andere teamleiders om hen mee te krijgen en te misleiden en zei: “Na de communicatie vande leiders laatst ging ik in de verdediging, bang dat ik zou worden weggestuurd. Hadden jullie ook dat gevoel? Ik durf geen woord meer te zeggen nu. Het lijkt wel of we niet eens meer een suggestie mogen doen of een andere mening mogen hebben, en als we ons uitspreken worden we ontslagen en uit de kerk gezet. Wie durft er nog een suggestie te doen?” Toen zei ze dat de trage voortgang van het werk ermee te maken had dat de leiders mensen niet volgens de principes aanstelden. Bovendien ging ze ook, met het excuus dat ze op zoek was naar die principes, naar een broeder die verantwoordelijk was voor het werk om het idee te verspreiden dat de huidige supervisor ongeschikt was. Die broeder communiceerde met haar over de principes van mensen kiezen in Gods huis en de situatie van haar supervisor. Na die communicatie zei ze dat ze het begreep, dat ze geen vooroordeel meer had tegen de supervisor en dat ze harmonieus met haar zou samenwerken om hun plichten te doen. Maar later verspreidde ze stiekem onvrede over de leiders en werkers en beweerde: “Het feit dat alle broeders en zusters het voor de supervisor hebben opgenomen, komt beslist doordat de hogere leider zuster Liu eensgezindheid heeft afgedwongen. Zuster Liu is machtig en mensen zijn bang voor haar. Ik vrees dat als ik het probleem van de supervisor blijf melden, ze me als antichrist zal behandelen.” Eigenlijk betekende dat, dat zuster Liu de waarheid verborgen hield voor de anderen in de kerk en het melden van problemen onderdrukte. Ik schrok toen ik deze uitingen van Gao hoorde. Ik had nooit gedacht dat ze zo glad en sluw was. Zoveel mensen hadden met haar gecommuniceerd over de principes, maar ze weigerde ze te accepteren. Ze had geen begrip of berouw voor haar gedrag van leiders en werkers veroordelen, maar deed juist nog meer moeite om mensen te misleiden en de leiders en werkers te bekritiseren. Ze spoorde aan tot onenigheid tussen de broeders en zusters en de leiders en verstoorde voortdurend het werk van de kerk. Gedroeg ze zich niet als een dienaar van Satan? Ik had veel spijt. Waarom had ik haar in het begin niet ontslagen? Waarom had ik al die dagen geaarzeld en haar daarmee meer kansen gegeven mensen voor de gek te houden? Ik wist dat Gao de leiders en werkers altijd had gekleineerd en beoordeeld en hun plichten had verstoord, dus had ik haar meteen moeten ontslaan. Maar ik was bang voor wat de anderen van me zouden denken, dus wilde ik eerst de waarheid communiceren en haar snoeien en aanpakken en haar dan ontslaan als ze nog steeds geen berouw toonde. Ik dacht dat dit goed te rechtvaardigen was en dat de broeders en zusters overtuigd zouden zijn en geen kwaad van me zouden denken. Om mijn naam en status te beschermen hield ik niet alleen Gao niet in toom, maar gaf ik haar ook de vrije teugel om het werk van de kerk te blijven verstoren. Maakte ik geen deel uit van haar kwaad? Het was heel zwaar voor me om te overdenken wat ik had gedaan. Ik vond dat ik mij niet van mijn verantwoordelijkheden als leider had gekweten of het werk van de kerk had beschermd. God haatte dat. Dus bad ik en vroeg God me te begeleiden bij zelfreflectie en zelfkennis.

De volgende dag zag ik tijdens mijn godsdienstbeoefeningen een passage van Gods woorden waarin antichristen werden ontmaskerd, die me hielpen mezelf beter te begrijpen. In Gods woorden staat: “Antichristen denken er serieus over na hoe ze met de waarheidsprincipes, Gods opdrachten en het werk van Gods huis moeten omgaan, of hoe ze moeten omgaan met de dingen waarmee ze worden geconfronteerd. Ze overwegen niet hoe ze aan Gods bedoelingen kunnen voldoen, hoe ze kunnen voorkomen dat ze de belangen van Gods huis schaden, hoe ze God tevreden kunnen stellen of hoe ze de broeders en zusters ten goede kunnen komen; dit zijn niet de dingen die ze overwegen. Wat overwegen antichristen wel? Of hun eigen status en reputatie zullen worden aangetast, en of hun prestige zal worden verlaagd. Als iets doen volgens de waarheidsprincipes het werk van de kerk en de broeders en zusters ten goede komt, maar hun eigen reputatie zou schaden en ervoor zou zorgen dat veel mensen hun ware gestalte beseffen en weten wat voor aard-essentie ze hebben, dan zullen ze zeker niet handelen in overeenstemming met de waarheidsprincipes. Als het doen van enig werkelijk werk ervoor zorgt dat meer mensen hen hoogachten, naar hen opkijken en hen bewonderen, hen in staat stelt nog meer prestige te verwerven, of hun woorden gezag geeft en meer mensen zich aan hen laat onderwerpen, dan zullen ze ervoor kiezen het op die manier te doen; anders zullen ze er nooit voor kiezen hun eigen belangen te negeren uit consideratie voor de belangen van Gods huis of van de broeders en zusters. Dit is de aard-essentie van antichristen. Is die niet egoïstisch en verachtelijk?(Het Woord, Deel IV, Antichristen ontmaskeren, Punt negen (deel 3)). God laat zien dat antichristen veel waarde hechten aan hun naam en status en dat alles wat ze doen daarop is gericht. Ze doen alleen dingen die gunstig zijn voor hun naam en status; als ze denken dat hun belangen eronder lijden, zien de problemen door de vingers. Om hun eigen belangen te beschermen, zien ze nog liever de belangen van de kerk geschaad. Was mijn eigen gedrag niet precies eender als dat van een antichrist? Ik wist goed dat de kerk zuiveren was wat het huis van God nodig had, en dat God vaak heeft gezegd dat als een slecht mens de kerk verstoort, de leiders en werkers korte metten met hem dienden te maken – hem ontmaskeren, inperken of reinigen. Gao’s gedrag verstoorde het werk van de kerk al, dus had ik haar direct aan moeten pakken. Maar ik maakte me zorgen dat de broeders en zusters slecht over me zouden denken en mij als leider niet zouden steunen. Om mijn eigen naam en status te beschermen, had ik haar slechts aangepakt en ontmaskerd. Ik wist dat ze dat niet had geaccepteerd, maar ik hield haar niet tegen en ontsloeg haar niet, dus is ze doorgegaan met onenigheid zaaien en het werk van de kerk verstoren. Ik was bereid de belangen van de kerk op te offeren om mezelf te beschermen. Ik was zo sluw, zelfzuchtig en verachtelijk! Ik had Gao niet volgens het principe aangepakt en de broeders en zusters niet begeleid om de waarheid te begrijpen en onderscheidingsvermogen te ontwikkelen. Daardoor werden sommigen door haar misleid en kozen haar kant, wat het werk van de kerk verstoorde en belemmerde. Ik voelde me zo schuldig en had enorme spijt. Ik vond dat ik het helemaal niet verdiende om leider te zijn. Ik bad: “O God, er dook een ontwrichtende kwaaddoener op in de kerk, maar ik beschermde mijn eigen naam en status in plaats van het werk van de kerk. Ik ben zo zelfzuchtig! Ik wil niet meer op zo’n verachtelijke manier leven. Ik wil U mijn oprecht berouw tonen.”

Toen zocht ik enkele broeders en zusters op die Gao kenden, om meer over haar algemene gedrag te weten te komen. Terwijl ik het onderzocht, zag ik dat het sommigen aan onderscheidingsvermogen over haar ontbrak, zij dachten dat ze rechtvaardigheidsgevoel had en het werk van de kerk kon beschermen. Sommigen wisten hoe verkeerd ze handelde, maar dachten dat dit gewoon kwam doordat ze de principes van de waarheid niet begreep. Ik communiceerde met hen over de waarheden van wat rechtvaardigheidsgevoel is, wat arrogantie en zelfgenoegzaamheid zijn, en het verschil tussen een kortstondige overtreding aan de ene kant en iemands aard en wezen aan de andere. Hierdoor konden ze meer onderscheid maken over Gao en waren ze bereid tegen haar op te staan en haar te ontmaskeren. Maar toen ik broeder Wang opzocht om Gao’s gedrag te begrijpen, verdedigde hij haar fel en antwoordde vinnig: “Waarom wil je een onderzoek naar haar instellen? Ze heeft alleen wat suggesties gedaan. Hoezo veroordelen jullie haar? Hoezo onderdrukken jullie, leiders en werkers, iedereen die een idee heeft en maken jullie het hen moeilijk? Wie durft er nog een suggestie te doen? Door dit onderzoek van jou ben ik bang ooit nog een afwijkende mening te hebben. Jullie lijken veel op antichristen, die ook geen andere stemmen toelaten.” Ik schrok toen ik dit allemaal hoorde. Ik had nooit gedacht dat hij zo sterk zou reageren en zou beweren dat we oneerlijk waren tegen haar. Om te beginnen communiceerde ik geduldig met hem, maar hij wilde niet luisteren. Hij bleef Gao’s woorden geloven en denken dat het probleem bij de leiders lag. Toen wilde ik het echt opgeven. Ik had het gevoel dat ik de waarheid oppervlakkig begreep en dat ik geen ervaring had met dit soort zaken. Als ik dit bleef aanpakken, konden de anderen wel eens een vooroordeel tegen mij krijgen. Toen besefte ik, dat ik weer aan mijn eigen belangen begon te denken, dus bad ik stilletjes tot God en vroeg Hem om geloof en kracht. Ik herinnerde me deze passage van Zijn woorden: “Doe dingen niet altijd voor jezelf en denk niet voortdurend aan je eigen belangen; denk niet aan de belangen van de mens, houd niet je eigen trots, reputatie of status voor ogen. Je moet allereerst rekening houden met de belangen van Gods huis en die tot je eerste prioriteit maken. Je moet rekening houden met Gods wil en allereerst nagaan of je wel of niet onzuiver bent geweest bij het vervullen van je plicht, of je trouw bent geweest, of je je verantwoordelijkheden hebt vervuld, of je jezelf geheel hebt gegeven, en of je wel of niet met heel je hart aandacht hebt geschonken aan je plicht en het werk van de kerk. Die dingen moet je overwegen. Denk er vaak aan en zoek er duidelijkheid over, dan zal het je makkelijker vallen om je plicht goed te vervullen. Als je van laag kaliber bent, als je ervaring oppervlakkig is, of als je niet bedreven bent in je professionele werk, dan is het mogelijk dat er in je werk fouten of tekortkomingen voorkomen en de resultaten niet zo heel goed zijn – maar dan zul je je uiterste best gedaan hebben. Bij alles wat je doet, bevredig je niet je eigen zelfzuchtige verlangens of voorkeuren. In plaats daarvan houd je voortdurend het werk van de kerk en de belangen van Gods huis in gedachten. Hoewel je bij het vervullen van je plicht misschien geen goede resultaten behaalt, zal je hart verbeterd zijn. Als je bovendien de waarheid kunt zoeken om de problemen in je plicht op te lossen, zal je plicht goed genoeg zijn en zul je de werkelijkheid van de waarheid kunnen binnengaan. Dit is het afleggen van getuigenis(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Vrijheid en bevrijding kunnen alleen worden verkregen door je verdorven gezindheden af te werpen). Uit Gods woorden begreep ik dat we onze reputatie of persoonlijke gewin niet mochten laten meewegen in onze plicht. We moeten het belang van kerk voorop stellen, Gods kritische blik aanvaarden en ons hele hart geven. Alleen zo kan onze plicht Gods goedkeuring wegdragen. Ik moest niet ophouden de waarheid in praktijk te brengen uit angst om anderen te beledigen of dat ze een vooroordeel tegen me zouden krijgen. Ik had zo’n zaak niet eerder aan de hand gehad, maar ik moest ten minste trouw blijven aan mijn plicht en mijn best doen om over onderscheidingsvermogen te communiceren met de broeders en zusters. Broeder Wang was door Gao misleid en sprak namens haar, omdat ze verschillende begrippen door elkaar had gehaald en een willekeurig oordeel en het verspreiden van misvattingen had verdraaid tot “de waarheid spreken”. De ontmaskering en ontkrachting van haar misvattingen door de leiders en het feit dat ze haar ervan weerhielden mensen te oordelen en veroordelen, had ze opgevat als “een verbod op suggesties en afwijkende meningen.” Deze schijnwaarheden kunnen echt misleidend zijn. Gao had de waarheid verdraaid, achter de schermen geoordeeld dat de leiders mensen zonder principes kozen. De leiders en werkers en de broeders en zusters hadden met haar gecommuniceerd over de principes van mensen kiezen. Dit weigerde ze niet alleen aan te nemen, maar ze bleef de feiten verdraaien en zei dat de leiders haar onderdrukten, niet toestonden suggesties te doen en alle afwijkende meningen verboden. Is dat niet de feiten omdraaien en anderen valselijk beschuldigen? Ze zei: “Ik ben bang dat ik uit de kerk wordt gezet. En wie durft er dan nog een suggestie te doen?” Die woorden leken uit haar hart te komen, maar ze verdoezelden haar duistere bedoelingen, haar aanvallen en oordelen. Ze wilde de broeders en zusters in verwarring brengen en aan haar kant krijgen in haar confrontatie met de leiders, en dat ze zouden weigeren met de leiders en werkers mee te werken. Ze verstoorde het werk van de kerk. Broeder Wang zag geen onderscheid en was door Gao’s opmerkingen misleid. Ik had hem liefdevolle hulp en steun moeten bieden. Door communicatie zag hij later wel onderscheid. Hij besefte dat hij de waarheid niet had gezocht en geen onderscheidingsvermogen had, waardoor hij Gao had beschermd en aan de kant van een kwaaddoener had gestaan en in haar voordeel haar had gesproken. Ook zag hij hoe deerniswekkend hij was zonder inzicht in de waarheid en hoe vatbaar voor kwaad doen. Ik was heel blij toen ik zag dat hij dit om wist te draaien.

Later kwamen enkele medewerkers en ik bijeen om met de broeders en zusters te communiceren over hoe kwade mensen te herkennen en we ontleedden het hele gedrag van Gao. Iedereen leerde het onderscheid zien over haar en we stemden er bijna unaniem over haar uit de kerk te verwijderen. Tijdens de stemming noteerden ze wat kennis die ze hadden opgedaan. Ze zeiden dingen als: “Gao kon heel bedreven leugens verzinnen en de waarheid verdraaien, en onder het mom van de belangen van de kerk beschermen, verspreidde ze overal haar vooroordelen tegen de leiders en werkers. Hierdoor was het werk van de kerk een grote puinhoop geworden. Hoe de leiders haar ook ontmaskerden, snoeiden en behandelden, ze toonde totaal geen spijt of berouw. Haar wezen is slecht.” Anderen zeiden: “Gao leek heel zachtaardig, maar haar woorden waren misleidend, sinister en kwaadaardig. Zonder deze communicatie en analyse had ik dat niet kunnen herkennen. Ik heb gezien hoe essentieel het is om de waarheid te begrijpen en onderscheidingsvermogen te hebben jegens anderen.” Sommigen zeiden dat ze al eerder door haar waren misleid en dachten dat ze het werk van de kerk beschermde zonder te weten stiekem veel kwaad deed. Ze hadden geen onderscheidingsvermogen over haar en stonden dus naast haar en zeiden dingen die niet met de waarheid overeenkwamen. Ze moesten nadenken en berouw tonen. Ook zagen ze dat Gods rechtvaardige gezindheid geen belediging verdroeg – kwaaddoeners die het werk van de kerk verstoren worden vroeg of laat aan het licht gebracht en verworpen. Ik werd heel gelukkig van deze communicatie van mijn broeders en zusters. Door deze ervaring heb ik geleerd dat wanneer er een kwaaddoener in de kerk verschijnt en het werk van de kerk verstoort, en de leiders en werkers de waarheid niet in praktijk brengen en de kwaaddoener volgens de principes aanpakken, maar hun eigen persoonlijke belangen beschermen, dat ze in wezen Satan het werk van de kerk laten saboteren, als zijn dienaar handelen, kwaad doen en God tegenwerken. Alleen door de kwaaddoeners meteen uit de kerk te zetten en door de broeders en zusters te helpen de waarheid te leren kennen en onderscheid te leren zien, kan het werk van de kerk worden beschermd en de verantwoordelijkheden van een leider of werker worden uitgevoerd.

Vorige: 74. Geconfronteerd worden heeft me ontmaskerd

Volgende: 77. Hunkeren naar comfort levert je niets op

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek