77. Hunkeren naar comfort levert je niets op
Afgelopen juli kreeg ik de verantwoordelijkheid over het videowerk. In het begin verdiepte ik me vaak in de problemen en moeilijkheden die mijn broeders en zusters ondervonden bij het vervullen van hun plicht en zocht dan samen met hen naar oplossingen. Na een poosje was er een duidelijke verbetering zichtbaar in de resultaten. Ik dacht: nu het werk gestaag verbetert, zouden er geen grote problemen meer moeten zijn. Zelfs als zich een probleem voordoet, zal dat onze resultaten niet deren en is er tijd om het op te lossen. Omdat iedereen proactief was met zijn plichten en een prijs kon betalen, dacht ik dat ik me niet te veel zorgen hoefde te maken. In deze periode betekende alles opvolgen vaak dat je laat naar bed ging en soms had ik het te druk om op tijd te eten. Ik voelde me erg moe, dus ik dacht dat ik het rustig aan moest doen. Daarna ontspande ik me meer wat betreft het werk en volgde ik het niet meer zo ijverig op. Soms informeerde ik er alleen nonchalant naar en maar zelden verdiepte ik me in de details van de plichten van mijn broeders en zusters en dacht niet na over hoe we de resultaten van ons werk verder kon verbeteren.
Al snel waren er problemen met verschillende video’s die we produceerden en moesten ze opnieuw worden gemaakt, wat de voortgang van het werk direct beïnvloedde. Toen ik deze situatie zag, maakte ik me grote zorgen. Ik besefte ook dat dit niet zomaar was gebeurd en dat ik hier iets van kon leren. Daarom bad ik tot God en vroeg Hem me te helpen Zijn wil te begrijpen. Na het bidden vroeg ik de teamleider waarom we deze problemen hadden. De teamleider zei: “Sommige broeders en zusters streefden naar snel succes en vervulden hun plichten zonder principes te volgen. Ze richtten zich alleen op voortgang, niet op kwaliteit. Ook komt het doordat ik het werk niet heb opgevolgd en de problemen niet op tijd ontdekte.” Boos dacht ik: “hoe vaak heb ik deze problemen al niet bij je aangekaart? Waarom gebeuren die dingen nog steeds?” Ik wilde de teamleider op zijn vingers tikken maar dacht toen: heb ik niet hetzelfde probleem als de teamleider? Per slot van rekening heb ik het werk ook niet opgevolgd. Dus slikte ik mijn woorden in. Daarop controleerde ik snel de video’s die iedereen in deze periode had gemaakt en kwam erachter dat sommige mensen niet vooruit waren gegaan in hun plichten en dat sommigen zelfs achteruit waren gegaan. Dit waren zulke duidelijke problemen. Waarom had ik die niet eerder ontdekt? Ik was me er volkomen van bewust dat dit kwam doordat ik geen praktisch werk had gedaan. Ik voelde wroeging en bad tot God om Hem te vragen me te helpen over mezelf na te denken en mezelf te kennen.
De volgende dag las ik tijdens mijn godsdienstbeoefeningen een passage van Gods woord. “Als je niet ijverig bent in het lezen van Gods woorden en de waarheid niet begrijpt, dan kun je niet over jezelf nadenken; je zult al tevreden zijn met een symbolische inspanning en geen overtreding begaan, en je hier dan op baseren. Dan zul je elke dag in een warboel doorbrengen, in een gesteldheid van verwarring leven, alleen de dingen doen die je hebt gepland, je nergens voor inspannen, je nooit ergens mee bezighouden, en altijd oppervlakkig en slordig zijn. Op deze manier zul je je plicht nooit volgens een aanvaardbare norm uitvoeren. Om je ergens volledig voor in te zetten, moet je er eerst je hele hart voor inzetten; alleen als je eerst je hele hart ergens voor inzet, kun je je er al je inspanning aan besteden en je best doen. Vandaag de dag zijn er mensen die ijverig zijn geworden in het vervullen van hun plicht, zij zijn gaan nadenken hoe zij de plicht van een schepsel naar behoren kunnen vervullen om Gods hart tevreden te stellen. Zij zijn niet negatief of lui, zij wachten niet passief tot de Boven opdrachten geeft, maar zij nemen enig initiatief. Te oordelen naar jullie plichtsbetrachting zijn jullie iets doeltreffender dan voorheen, en hoewel nog onder de maat, is er toch sprake van een kleine groei – en dat is goed. Maar jullie moeten niet tevreden zijn met de status quo, jullie moeten blijven zoeken, blijven groeien – alleen dan zullen jullie je plicht beter vervullen en een aanvaardbare norm bereiken. Maar wanneer sommige mensen hun plicht doen, halen ze nooit alles uit de kast en geven ze nooit alles, ze geven slechts 50-60% van hun inspanning, en gaan net zolang door tot ze klaar zijn met wat ze aan het doen zijn. Zij kunnen nooit een toestand handhaven waarin ze normaal presteren: wanneer er niemand is om hen in het oog te houden of steun te bieden, verslappen zij en verliezen ze de moed. Wanneer er iemand is die de waarheid communiceert, dan leven zij op, maar als de waarheid een tijdlang niet met hen wordt gecommuniceerd, worden zij onverschillig. Wat is het probleem als zij altijd zo heen en weer gaan? Zo zijn mensen wanneer zij de waarheid niet hebben verkregen, zij leven allen van hartstocht – een hartstocht die ongelooflijk moeilijk te handhaven is. Zij moeten elke dag iemand hebben die voor hen preekt en communicatie met hen heeft; zodra er niemand is om hen te begieten en te verzorgen, of niemand om hen te steunen, wordt hun hart weer koud en verslappen zij weer. En als hun hart verslapt, worden zij minder doeltreffend in hun plicht; als zij harder werken, neemt hun doeltreffendheid toe, nemen de prestaties van hun werk toe en winnen zij meer. Is dit jullie ervaring? Jullie zouden kunnen zeggen: ‘Waarom hebben wij altijd moeite met het vervullen van onze plicht? Wanneer deze problemen worden opgelost, zijn we verkwikt; wanneer dat niet het geval is, worden we onverschillig. Wanneer er enig resultaat is bij het vervullen onze plicht, wanneer God ons prijst vanwege onze groei, zijn we verheugd, en hebben we het gevoel dat we eindelijk volwassen zijn geworden, maar wanneer we op een moeilijkheid stuiten, worden we al spoedig weer negatief – waarom is dit soort gesteldheid altijd inconsistent?’ In feite zijn de voornaamste redenen dat jullie te weinig waarheden begrijpen, geen diepgang hebben in ervaringen en intreden, nog steeds niet veel waarheden begrijpen, te weinig wilskracht hebben en tevreden zijn met het zo ongeveer kunnen vervullen van jullie plicht. Als jullie de waarheid niet begrijpen, hoe kunnen jullie dan je plicht naar behoren vervullen? In feite is wat God van de mensen vraagt allemaal haalbaar voor de mensen; zolang jullie je geweten erbij betrekken en in staat zijn je geweten te volgen bij het vervullen van jullie plicht, zal het makkelijk zijn de waarheid te aanvaarden – en als jullie de waarheid kunnen aanvaarden, kunnen jullie je plicht naar behoren vervullen. Jullie moeten op deze manier denken: Door al deze jaren in God te geloven en al die jaren Gods woorden te eten en te drinken, heb ik enorm veel gewonnen, en heeft God mij geweldige genaden en zegeningen geschonken. Ik leef in Gods handen, ik leef onder Gods macht, onder Zijn heerschappij, en Hij heeft mij deze adem gegeven, dus moet ik met mijn geest werken, en ernaar streven om met al mijn kracht mijn plicht te vervullen – dat is het belangrijkste. Mensen moeten een wil hebben; alleen zij die een wil hebben kunnen waarlijk naar de waarheid streven, en pas wanneer zij de waarheid begrepen hebben kunnen zij hun plicht naar behoren vervullen, God tevreden stellen en Satan te schande maken. Als je dit soort oprechtheid hebt en geen plannen maakt voor je eigen belang, maar alleen om de waarheid te verkrijgen en je plicht naar behoren te vervullen, dan zal je plichtsvervulling normaal worden en volledig constant blijven; welke omstandigheden je ook tegenkomt, je zult in staat zijn om te volharden in het vervullen van je plicht. Ongeacht wie of wat je zou kunnen misleiden of storen, ongeacht of je stemming nu goed of slecht is, je zult toch in staat zijn je plicht normaal te vervullen. Op deze manier kan God Zijn gedachten over jou laten rusten, en zal de Heilige Geest je kunnen verlichten in het begrijpen van de beginselen van de waarheid, en je kunnen leiden in het binnengaan in de werkelijkheid van de waarheid, en als gevolg daarvan zal je plichtsbetrachting zeker aan de maat zijn. Zolang je je oprecht voor God inzet, je plicht op een nuchtere manier vervult, en niet op een gladde manier handelt of trucjes uithaalt, zult je door God geaccepteerd worden. God let op het verstand, de gedachten en de motieven van de mensen. Als je hart naar de waarheid verlangt en je de waarheid kunt zoeken, zal God je verlichten en illumineren” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Bij het geloven in God is het het belangrijkst Zijn woorden in praktijk te brengen en te ervaren). Nadat ik me in Gods woord had verdiept, dacht ik na over mezelf en besefte dat ik de laatste tijd wat resultaten had geboekt in mijn plicht en me daarom zelfvoldaan had gevoeld en aan mijn lichaam had gedacht. Ik was moe geworden van zo lang bezig zijn en vond dat ik wat vriendelijker voor mezelf moest zijn. Ik begon me wat te ontspannen en deed stapje terug in mijn plicht. Ik stelde me afwachtend op en verzuimde het om het werk tijdig op te volgen en te horen hoe anderen hun plichten uitvoerden. Hoewel ik wist dat er nog steeds wat problemen op te lossen waren in ons werk, voelde ik geen urgentie. Ik vond het prima, zolang het onze huidige resultaten maar niet beïnvloedde. Iedereen heeft de neiging maar wat aan te modderen en te verslappen tijdens zijn plichten. Toch volgde ik het werk niet op, modderde maar door tijdens mijn plicht en was onoplettend en onverantwoordelijk. Het was onmogelijk dat er zo geen problemen zouden ontstaan! De kerk had me de kans gegeven om te praktiseren en me toegestaan om als supervisor te fungeren in de hoop dat ik oplettend en verantwoordelijk zou zijn tijdens mijn plicht, dat ik pijn noch moeite zou sparen voor mijn plichten en ik mijn verantwoordelijkheden zou nakomen. Dit is de enige weg om vooruitgang te maken. Maar ik behandelde mijn plicht alsof het een baan was en ik voor iemand anders werkte. Ik greep iedere kans aan om me minder zorgen te maken en minder bij te dragen. Ik voelde geen bezorgdheid of urgentie. Ik dacht er nooit over na hoe ik de dingen beter kon doen of de beste resultaten kon behalen. Ik dacht er alleen aan hoe ik minder kon lijden en niet moe zou zijn. Ik hield totaal geen rekening met Gods wil. Toen pas besefte ik dat mijn houding tegenover mijn plicht niet deugde en dat ik spelletjes speelde met God.
Tijdens een bijeenkomst zag ik een passage uit Gods woord waarin valse leiders werden ontmaskerd en die me diep trof. Gods woorden zeggen: “Omdat valse leiders zich niet op de hoogte stellen van de vooruitgang van het werk, en omdat ze niet in staat zijn om problemen die daarin ontstaan tijdig te identificeren – laat staan op te lossen – leidt dit vaak tot herhaalde vertragingen. In bepaald werk bevinden mensen zich vaak in een negatieve gesteldheid, passiviteit en afwachten, omdat ze de principes niet begrijpen en niemand geschikt is om verantwoordelijkheid te dragen of de leiding te nemen, wat de vooruitgang van het werk ernstig hindert. Als leiders hun verantwoordelijkheden hadden vervuld – als ze het werk hadden geleid, het voorwaarts hadden gedreven, toezicht hadden gehouden en iemand hadden gevonden die dat vakgebied begrijpt om het werk te begeleiden, dan zou het werk sneller zijn gevorderd in plaats van herhaalde vertragingen te ondervinden. Voor leiders is het dus essentieel om de status van het werk te begrijpen en te vatten. Natuurlijk is het zeer noodzakelijk dat leiders begrijpen en vatten hoe het werk vordert, want vooruitgang heeft te maken met de efficiëntie van het werk en de resultaten die ermee worden beoogd. Als leiders en werkers geen vat hebben op de voortgang van het kerkwerk en het niet opvolgen of erop toezien, zal de voortgang van het kerkwerk onvermijdelijk traag zijn. Dit komt doordat de meerderheid van de mensen die hun plicht doen uitermate ploertig is, geen last draagt en vaak negatief, passief en plichtmatig is. Als er niemand is met een gevoel van last en het nodige werkvermogen die concreet verantwoordelijkheid neemt voor het werk, tijdig nagaat hoe de voortgang is en het personeel dat zijn plicht doet begeleidt, erop toeziet, disciplineert en snoeit, dan zal de werkefficiëntie vanzelfsprekend erg laag zijn en zullen de resultaten van het werk erg pover zijn. Als leiders en werkers zelfs dit niet helder zien, zijn ze dwaas en blind. Daarom moeten leiders en werkers tijdig de voortgang van het werk onderzoeken, opvolgen en er vat op krijgen, nagaan welke problemen er zijn bij de mensen die hun plicht doen die opgelost moeten worden en begrijpen welke problemen moeten worden opgelost om betere resultaten te bereiken. Deze zaken zijn allemaal cruciaal; iemand die als leider fungeert, moet hier een helder beeld van hebben. Om je plicht goed te doen, moet je niet zijn als een valse leider die wat oppervlakkig werk verricht en dan denkt dat hij zijn plicht goed heeft vervuld. Valse leiders zijn onzorgvuldig en raffelen het af, hebben geen verantwoordelijkheidsgevoel, lossen geen problemen op wanneer die zich voordoen en blijven, ongeacht welk werk ze doen, slechts aan de oppervlakte en benaderen het plichtmatig; ze gebruiken alleen maar hoogdravende woorden, spuien doctrines en loze praat, en doen het voor de vorm. Over het algemeen is dit de toestand waarin valse leiders hun werk doen. Hoewel valse leiders, vergeleken met antichristen, niets openlijk kwaads doen en niet opzettelijk kwaad doen, kun je ze, kijkend naar de effectiviteit van hun werk, terecht kenmerken als plichtmatig, als mensen die geen last dragen, en als onverantwoordelijk en zonder trouw aan hun plicht” (Het Woord, Deel V, De verantwoordelijkheden van leiders en werkers, De verantwoordelijkheden van leiders en werkers (4)). Nadat ik Gods woorden had gelezen, voelde ik me heel schuldig. Gedroeg ik me niet net als een valse leider? Ik was lui, gaf graag toe aan mijn lichaam en volgde het werk niet op of controleerde het niet, wat de algemene voortgang en resultaten van ons werk ernstig schaadde. Ik maakte mezelf wijs dat het werk goed was afgehandeld en er niet veel problemen waren maar in werkelijkheid waren er nog steeds veel problemen om op te lossen. Omdat ik geen last droeg en onverantwoordelijk was, was ik blind geweest voor al onze problemen. Na wat nadenken, besefte ik ook dat ik een verkeerd beeld had. Toen ik zag dat mijn broeders en zusters proactief waren en vooruitgang boekten in hun plichten, dacht ik dat iedereen zeer gemotiveerd was voor zijn plichten en niet gecontroleerd hoefde te worden. Gods woord heeft lang geleden al geopenbaard dat mensen inert zijn en dat al hun verdorven gezindheden diep geworteld zijn. Voordat mensen de waarheid inzien en voordat hun gezindheden veranderen, geven ze altijd toe aan het vlees en hunkeren ze naar gemak, modderen ze maar wat aan, gebruiken ze tijdens hun plichten slimmigheidjes en trucjes en handelen ze soms op basis van hun eigen ideeën en praktiseren ze niet volgens de principes. Ik was geen uitzondering. Zonder Gods oordeel en zuivering en zonder de vermaningen en supervisie van onze broeders en zusters kunnen we makkelijk verslappen en doen er zich waarschijnlijk problemen voor tijdens onze plichten. Daarom moet ik zowel het werk volgen en er toezicht op houden als problemen en afwijkingen bij onze plichten snel ontdekken en oplossen om het werk vlot te laten verlopen. Maar ik begreep de verdorven aard van mensen niet en bekeek mensen en dingen niet volgens Gods woord. Ik vertrouwde gewoon op mijn eigen verbeelding, controleerde of volgde het werk niet, loste de problemen niet op tijd op, maar wenste toch goede resultaten behalen. Dit waren uitingen van een valse leider die geen praktisch werk deed. Hoewel ik geen duidelijk kwaad deed, beïnvloedde en vertraagde mijn onverantwoordelijkheid het werk en dat verlies was onherstelbaar. Toen ik me dit alles realiseerde, stelde ik mezelf open en communiceerde met mijn broeders en zusters over mijn gesteldheid. Ik wees er ook op dat iedereen zijn plichten te licht opvatte en geen voortuitgang zocht in zijn plichten. Daarop zochten we samen naar oplossingen en werd ik wat serieuzer tijdens het doen van mijn plicht. Telkens als ik klaar was met mijn werk, vroeg ik me af of er nog ruimte voor verbetering was. Ik volgde het werk van mijn broeders en zusters vaak op en er waren enkele verbeteringen in onze resultaten.
Niet lang daarna liepen we tijdens het maken van video’s tegen een probleem op en de teamleider vroeg of ik een goede methode of suggestie had. Ik wist niet wat ik moest antwoorden en zei: “Ik heb nog geen goede oplossing gevonden. Laten we erover blijven nadenken.” Maar daarna zocht ik niet onmiddellijk naar een oplossing voor het probleem, omdat ik wist dat het doorbreken van deze moeilijkheid niet iets was dat kon worden bereikt door simpelweg maar wat te zeggen. Ik zou informatie moeten opzoeken, onderzoek moeten doen, wat veel tijd en moeite zou kosten. Ik zou steeds dingen moeten uitproberen en de resultaten moeten evalueren. Of ik uiteindelijk zou slagen was moeilijk te zeggen. Als het niet werkte, zou mijn inspanning dan niet voor niets zijn geweest? Hoe meer ik erover nadacht, hoe meer het voelde als een vervelend klusje. Ik dacht: vergeet het maar, alles is wel goed zo. De werkresultaten zijn voor momenteel goed. Er is dus geen haast om dit op te lossen. En toen schoof ik het probleem terzijde. Maar ik voelde me wat ongemakkelijk. Niet dat er geen manier was om het op te lossen; ik hoefde alleen maar een iets hogere prijs te betalen. De teamleider zei toen: “De broeders en zusters hebben moeilijkheden en die moeten we oplossen.” Die vermaning van de teamleider zette me aan het denken: “Moet ik als supervisor niet het voortouw nemen om moeilijkheden aan te pakken en de problemen van mensen op te lossen? Maar zodra ik problemen zie, vermijd ik ze en mis ik verantwoordelijkheidsgevoel.” Ik voelde me schuldig en bad dus tot God: “God, als ik moeilijkheden tegenkom op het werk wil ik nooit hard werken en denk ik altijd aan mijn lichamelijke belangen. Ik weet dat dit niet overeenstemt met Uw wil. Leid me alstublieft om over mezelf na te denken en mijn verkeerde gesteldheid te veranderen.”
Tijdens mijn godsdienstbeoefeningen vroeg ik me af waarom ik tijdens het doen van mijn plicht altijd rekening hield met mijn lichaam en waarom ik geen prijs kon betalen om praktisch werk te doen. Op een dag las ik twee passages uit Gods woorden. Almachtige God zegt: “Wat is het gif van Satan? Hoe kan dat worden uitgedrukt? Wanneer je bijvoorbeeld vraagt: ‘Hoe horen de mensen te leven? Waar moeten de mensen voor leven?’ antwoorden de mensen: ‘Ieder voor zich en God voor ons allen’. Deze ene zin drukt de onderliggende oorzaak van het probleem uit. De filosofie en logica van Satan is het leven van de mensen geworden. Waar mensen ook naar streven, ze doen het voor zichzelf en dus leven ze alleen maar voor zichzelf. ‘Ieder voor zich en God voor ons allen’ – dit is de levensfilosofie van de mens en het representeert ook de menselijke aard. Deze woorden zijn reeds de aard van de verdorven mensheid geworden, en ze zijn het ware portret van de satanische aard van de verdorven mensheid. Deze satanische aard is al de basis geworden van het bestaan van de verdorven mensheid. Duizenden jaren heeft de verdorven mensheid geleefd volgens dit vergif van Satan, tot op de dag van vandaag” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Hoe het pad van Petrus te bewandelen). “Het vlees van de mens is als de slang: de substantie ervan is om het leven van de mens te schaden. Wanneer je vlees volledig zijn zin krijgt, verspeel je je leven. Het vlees is van Satan. Er zitten altijd buitensporige verlangens in; het denkt altijd voor zichzelf, het verlangt altijd naar gemak en wil zich tegoed doen aan comfort, zonder bezorgdheid of een gevoel van urgentie, terwijl het zich wentelt in luiheid. Als je het tot op zekere hoogte tevreden stelt, zal het je uiteindelijk verslinden. Dat wil zeggen: als je het deze keer tevreden stelt, zal het je vragen het de volgende keer weer tevreden te stellen. Het heeft altijd buitensporige verlangens en nieuwe eisen, en maakt gebruik van je toegeeflijkheid aan het vlees om je het vlees nog meer te laten koesteren en in de gemakken ervan te laten leven – en als je het nooit kunt overwinnen, zul je jezelf uiteindelijk te gronde richten. Of je voor God het leven kunt verkrijgen en wat je uiteindelijke uitkomst zal zijn, hangt ervan af hoe je het in opstand komen tegen het vlees in praktijk brengt. God heeft je gered, uitverkoren en voorbestemd, maar als je vandaag niet bereid bent om Hem tevreden te stellen, niet bereid bent om de waarheid in praktijk te brengen, en niet bereid bent om tegen je eigen vlees in opstand te komen met een oprecht God liefhebbend hart, zul je jezelf uiteindelijk te gronde richten, en zul je daardoor extreem lijden doorstaan. Als je altijd tegemoetkomt aan het vlees, zal Satan je langzamerhand opslokken, waardoor je geen leven meer hebt en niet meer wordt aangeraakt door de Geest, tot de dag komt waarop je vanbinnen volledig duister bent. Wanneer je in duisternis leeft, zul je gevangengenomen zijn door Satan en zul je God niet langer in je hart hebben; op dat moment zul je het bestaan van God ontkennen en Hem verlaten” (Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Alleen houden van God is werkelijk geloven in God). Na het lezen van Gods woorden zag ik hoe gevaarlijk mijn gesteldheid was. Ik leefde naar de Satanische filosofie: “Ieder voor zich en God voor ons allen.” Ik was bijzonder egoïstisch. Wat er ook gebeurde, ik dacht altijd eerst aan mijn lichamelijke belangen. Kwam ik in mijn plicht een probleem tegen dat moest worden opgelost, dan dacht ik er nooit aan hoe ik het werk van de kerk kon helpen. Ik maakte me altijd druk om mijn lichaam en wilde altijd minder lijden en een lagere prijs betalen. Hoewel ik sommige problemen eigenlijk best kon oplossen door een prijs te betalen en wat tijd te nemen ze te bestuderen en uit te zoeken, vond ik professioneel onderzoek geestelijk te inspannend, omdat ik te veel om mijn lichaam gaf en niet bereid was te lijden. Het gevolg was dat het probleem nooit werd opgelost en het werk nooit verbeterde. Gods woord onthult dat het vlees van de mensen in wezen aan Satan toebehoort en dat het vlees altijd veel verlangens en eisen heeft. Hoe meer we daaraan toegeven, hoe groter het verlangen. En is er een conflict tussen onze vleselijke belangen en onze plichten en hunkeren we altijd naar comfort, dan zullen volgen we het vlees en schuiven we het werk van de kerk terzijde. Dit bevredigt het vlees, maar schaadt het werk van de kerk, doet ons in duisternis vallen en beschadigt ons leven. De gevolgen van toegeven aan het vlees en hunkeren naar comfort zijn ernstig. Ik zag de essentie van het vlees niet en hunkerde altijd naar comfort. Lichamelijk genot vond ik belangrijker dan wat dan ook. Waren mijn doelen en opvattingen niet dezelfde als die van ongelovigen? Ongelovigen zeggen vaak: “Wees lief voor jezelf,” wat betekent dat je je lichaam niet moet laten lijden en aan alle verlangens en eisen van het lichaam moet toegeven. Ze leven alleen voor het vlees, ze begrijpen de waarde en betekenis van een menselijk leven helemaal niet en hebben geen juiste richting en doel in hun leven. Ze brengen hun leven door in leegte en leven helemaal voor niets. Is zo’n leven zinvol? Sommige mensen in de kerk hunkeren altijd naar lichamelijk genot, streven niet naar de waarheid, verwaarlozen hun plichten, halen trucjes uit en verslappen, waardoor het werk van de kerk ernstig wordt geschaad, en uiteindelijk worden ze ontslagen en verstoten. Toen dacht ik over mezelf na. Ik geloofde al jaren in God, maar mijn ideeën waren helemaal niet veranderd. Ik hechtte meer waarde aan mijn lichaam dan aan de waarheid. Ik hunkerde alleen maar naar comfort en vervulde mijn plicht slechts voor de vorm. Als dat zo doorging, zou ik dan ook niet worden verworpen en verstoten door God? Toen ik me dat realiseerde, werd ik heel bang. Ik mocht niet langer meer rekening houden met mijn lichaam. Ik wilde serieus mijn plicht en verantwoordelijkheden vervullen.
Op een dag las ik Gods woorden en vond ik een beoefeningspad. Gods woorden zeggen: “Mensen die echt in God geloven vervullen hun plicht bereidwillig, zonder te berekenen wat het hen oplevert of kost. Ongeacht of jij iemand bent die de waarheid nastreeft of niet, moet je afgaan op je geweten en verstand en echt moeite doen wanneer je je plicht vervult. Wat betekent het om echt moeite te doen? Als je er al tevreden mee bent dat je een beetje inspanning levert en wat lichamelijke ontbering kan verdragen, maar je helemaal niet gewetensvol bent en niet de waarheidsprincipes zoekt bij het vervullen van je plicht, dan is dit niets meer dan plichtmatig zijn – het is niet echt moeite doen. De sleutel tot echt je best doen ligt erin dat je je hart erin legt, God in je hart vreest, Gods bedoelingen in acht neemt, heel bang bent om tegen God in opstand te komen en Gods hart te breken, en bereid bent om elk lijden te ondergaan om je plicht goed te vervullen en God tevreden te stellen. Als je dit God liefhebbende hart hebt, zul je in staat zijn je plicht goed te vervullen. Als er geen vrees voor God in je hart is, zul je geen gevoel van last of verantwoordelijkheid hebben bij het vervullen van je plicht, en zul je onvermijdelijk plichtmatig handelen en de dingen voor de vorm doen, zonder werkelijke resultaten te boeken – wat geen plicht vervullen is. Als je werkelijk het gevoel hebt een last te dragen, en gelooft dat het vervullen van je plicht het uitvoeren van je persoonlijke verantwoordelijkheid is, dat je een beest zou zijn en het niet zou verdienen te leven als je je plicht niet vervulde, en dat je alleen een zuiver geweten kunt hebben en waardig kunt zijn een mens genoemd te worden als je je plicht goed vervult – als je deze last voelt wanneer je je plicht vervult – dan zul je in staat zijn alles nauwgezet te doen, de waarheid te zoeken en dingen volgens de principes te doen, en je plicht goed te vervullen en God tevreden te stellen. Als je de missie waard bent die God je heeft gegeven, als je alles waard bent wat God voor je heeft opgeofferd en Zijn verwachtingen van jou waard bent, dan doe je echt je best” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Om zijn plicht goed te vervullen, moet men minimaal een geweten en verstand hebben). “Als zelfzuchtigheid en plannetjes in je eigen voordeel bij jou de kop op steken en je beseft dat, moet je tot God bidden en de waarheid zoeken om dit aan te pakken. Het eerste waar je je bewust van moet worden is dat zo handelen in essentie een schending is van de principes van de waarheid, schade toebrengt aan het werk van de kerk, zelfzuchtig en verachtelijk gedrag is en niet iets is wat iemand met een geweten en rede zou moeten doen. Je moet je eigen belangen en zelfzuchtigheid opzij zetten en denken aan het werk van de kerk, dat is wat God wil. Nadat je hebt gebeden en over jezelf hebt nagedacht en je beseft echt dat zo handelen zelfzuchtig en verachtelijk is, zal het eenvoudig zijn om je zelfzuchtigheid opzij te zetten. Als je je zelfzuchtigheid en winstbejag opzij zet, voel je je geaard, vredig, blij en zul je vinden dat gewetensvolle en redelijke mensen aan het werk van de kerk dienen te denken, dat ze zich niet moeten fixeren op persoonlijke belangen, wat zo zelfzuchtig, verachtelijk en gewetenloos of redeloos zou zijn. Het is rechtvaardig en eerzaam om onzelfzuchtig te handelen, aan het werk van de kerk te denken en dingen alleen te doen om God tevreden te stellen, en het maakt bestaan waardevol. Als je op deze manier op aarde leeft, ben je open en eerlijk, leef je een normale menselijkheid uit en ben je een waar toonbeeld van een mens en heb je niet alleen een zuiver geweten maar ben je ook alles wat God je schenkt. Hoe meer je zo leeft, hoe meer je je geaard zult voelen, hoe vrediger en vreugdevoller en opgewekter je zult zijn. Ben je dan niet op het juiste spoor van geloof in God?” (Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Door je hart aan God te geven, kun je de waarheid verkrijgen). Ik begreep dat ik hard moest werken om mijn plicht goed te doen. Het volstond niet om alleen naar buiten toe hard te werken en een prijs te betalen. Het belangrijkste is in mijn hart een last te dragen, het werk van de kerk boven alles te stellen, mijn best te doen en de dingen te bereiken die ik moet bereiken. Alleen zo vervul ik mijn plicht en leef ik met een zekere menselijkheid. Hoewel ik diverse moeilijkheden en problemen tegenkwam tijdens mijn plicht, zag ik door deze moeilijkheden duidelijk mijn verderfelijke gesteldheid van hunkeren naar comfort en veronachtzaming van voortuitgang. Ik besefte dat mijn ideeën over mijn streven niet klopten en dus kon ik berouw tonen en veranderen. Deze moeilijkheden en problemen waren kansen voor me om de waarheid te verwerven en mijn verdorven gezindheden af te werpen. Tegelijkertijd lieten ze me ook mijn professionele tekortkomingen zien, zodat ik mijn professionele vaardigheden kon verbeteren en vooruitgang kon boeken in het vervullen van mijn plicht. Door die moeilijkheden kon ik vooruitgang maken – is dat niet prachtig? Nadat ik Gods wil had begrepen, voelde ik me weer gemotiveerd. Later bad ik tot God over onze problemen en moeilijkheden. Ik zocht Gods begeleiding en besprak oplossingen met mijn broeders en zusters. Mijn hardgrondige wens was om niet meer lui achterover te leunen en me afzijdig te houden. Ook werkte ik hard aan het ontwikkelen van mijn professionele vaardigheden. Ondervond ik moeilijkheden en wilde ik het opgeven, dan bad ik tot God, verloochende het vlees en betaalde een praktische prijs door een oplossing te zoeken. Na een tijdje kwam eindelijk de doorbraak en was het probleem snel opgelost en verbeterden de resultaten van het videowerk een beetje in vergelijking met vroeger. Ik voelde me veel zekerder nu ik mijn plicht zo deed. Eigenlijk was problemen oplossen en praktisch werk doen niet zo moeilijk en leed ik niet zoveel. Ik was gewoon wat nauwgezetter in het doen van mijn plicht en God leidde me. Mijn intreden is nog steeds heel beperkt en in de toekomst zal ik me daarom concentreren op het oplossen van mijn verdorven gezindheden tijdens mijn plicht en op het met heel mijn hart vervullen van mijn plicht om God tevreden te stellen!