35. Reflecties op het niet doen van praktisch werk

Door Xu Yan, China

In mei 2023 was ik verantwoordelijk voor het tekstuele werk. Half oktober werd een van de teamleiders ontheven omdat hij geen praktisch werk deed, en later werd broeder Li Zhi als teamleider gekozen. De leider stuurde me toen specifiek een brief om me eraan te herinneren dat Li Zhi een gemiddeld kaliber had en onvoldoende werkvermogen had, en vroeg me om hem meer bij te staan en te ondersteunen. Dus schreef ik diezelfde dag nog een brief aan Li Zhi. Daarin zette ik de specifieke situaties van de teamleden en de dringende problemen in het team uiteen, enzovoort, en ik vroeg hem het werk dienovereenkomstig te prioriteren. Li Zhi antwoordde dat hij aanvankelijk vond dat zijn kaliber onvoldoende was, dat hij te veel tekortkomingen had en dat hij de plicht van teamleider niet aankon. Maar nadat hij Gods woorden had gelezen, had hij zijn verkeerde gesteldheid omgekeerd en een plan gemaakt voor het komende werk. Ik dacht bij mezelf: ‘Li Zhi is enigzins het leven binnengegaan. Hoewel zijn werkvermogen tekortschiet, hoeven tekortkomingen niet gevreesd te worden zolang hij een juist persoon is; dan kan ik hem immers meer ondersteunen en helpen.’ Ik had het gevoel dat als hij eenmaal wat principes onder de knie had en wat werkervaring zou opdoen, het wel goed zou komen. Daarna heb ik Li Zhi’s werk nauwlettend gevolgd. Hij kon de suggesties die ik hem gaf aanvaarden en gaf tijdig feedback over de details van het werk.

In iets meer dan een maand wist Li Zhi geleidelijk drie teamleden voor het tekstwerk te vinden, die allemaal enig kaliber hadden. Ik voelde me best blij en dacht: ‘Ik had altijd moeite om geschikte mensen te vinden, maar Li Zhi is net aangekomen en heeft al geschikte mensen gevonden. Het lijkt erop dat zijn werkvermogen zo slecht nog niet is.’ Ik dacht aan de tijd dat ik verantwoordelijk was voor het werk van drie groepen en het cultiveren van mensen. Toen had ik het elke dag erg druk, maar nu Li Zhi zijn werk grotendeels onder de knie had, kon ik een beetje ontspannen. Daarna volgde ik zijn werk niet meer zo nauwlettend. Een halve maand later merkte ik dat de groep waar Li Zhi verantwoordelijk voor was geen artikelen met ervaringsgetuigenissen had ingediend. Ik was een beetje in de war: ‘Li Zhi zei dat de drie zusters die net bij de groep waren gekomen enig kaliber hadden, dus waarom leveren hun plichten nog geen resultaten op? Zou het kunnen dat ze de principes nog niet onder de knie hebben omdat ze net met hun training zijn begonnen?’ Met deze gedachte ging ik controleren hoe de groep het deed met het screenen van artikelen met ervaringsgetuigenissen. Ik zag dat Li Zhi enkele problemen met de artikelen van ervaringsgetuigenissen kon identificeren en dat er geen duidelijke afwijkingen in het werk waren. Ik dacht: ‘De resultaten van het werk waar Li Zhi verantwoordelijk voor is, zijn altijd al slecht geweest. Het is niet realistisch te verwachten dat de resultaten onmiddellijk verbeteren. Misschien zullen ze mettertijd verbeteren.’ Op dat moment dacht ik ook: ‘Moet ik het verder onderzoeken?’ Maar zodra ik bedacht hoeveel tijd ik zou moeten besteden aan het oplossen van problemen als die er echt waren, en dat ik ook nog het werk van twee andere groepen moest volgen, voelde ik dat ik uitgeput zou raken als ik me met dit alles moest bezighouden! Na lang nadenken besloot ik uiteindelijk dat het beter was om Li Zhi dit gewoon te laten onderzoeken en oplossen. Op een keer hoorde ik dat Lu Yuan, een pas overgeplaatste zuster, weerstand voelde tegen Li Zhi’s opvolging en toezicht. Ze vond dat constante vragen naar de voortgang van het werk tijdverspilling waren, en ze uitte deze mening zelfs in het bijzijn van anderen. Ik wist dat haar houding verkeerd was en het voor Li Zhi onmogelijk zou maken om het werk te volgen, maar ik onderzocht het niet verder en probeerde het niet op te lossen; ik vroeg Li Zhi alleen om met Lu Yuan te communiceren. Later rapporteerde Li Zhi dat Lu Yuan haar plichten normaal vervulde, dus heb ik de zaak verder niet meer opgevolgd.

Voor ik het wist, was het midden december, en ontdekte ik dat de groep waar Li Zhi verantwoordelijk voor was nog steeds weinig artikelen met ervaringsgetuigenissen had ingediend. Ik besefte dat er iets mis was, dus schreef ik snel een brief om Li Zhi naar de situatie te vragen. Hij zei dat zijn gesteldheid niet goed was, en dat verschillende broeders en zusters hadden gezegd dat hij geen praktisch werk kon doen of de moeilijkheden in hun plichten kon oplossen, en dat ze overwogen hem te rapporteren. Op dat moment was ik geschokt. Hij kon toch eerder wel enig werk doen? Hoe was het plotseling zover gekomen dat hij gerapporteerd zou worden? Ik voelde me een beetje bang. Dat het met het werk van deze groep zo was misgegaan, kwam doordat ik in deze periode geen praktisch werk had gedaan. Ik ging snel naar de groep om de situatie te begrijpen. Tot mijn verbazing vond Li Zhi zijn kaliber slecht en dat hij geen teamleider kon zijn, dus nam hij zijn verantwoordelijkheid en nam ontslag. Hoe de leider ook probeerde te communiceren en te helpen, het mocht niet baten. Nadat Li Zhi was vertrokken, ontdekte ik dat de groep waarvoor hij verantwoordelijk was geweest een hoop problemen had. Lu Yuan uitte voortdurend negativiteit. Ze vond dat Li Zhi’s toezicht en controle van het werk haar tijd verspilde, waardoor Li Zhi het werk niet kon volgen, wat het tekstuele werk ernstig vertraagde en hinderde. De nieuwe zusters die net met hun training waren begonnen, waren ongeremd en ongedisciplineerd, en vervulden hun plichten ongeorganiseerd. Als ze moeilijkheden tegenkwamen, schoven ze die gewoon door naar Li Zhi. Maar Li Zhi had hen nooit gewezen op het probleem van hun houding ten opzichte van hun plichten, noch had hij dit hogerop gerapporteerd. Hij liet ze gewoon maar wat aanmodderen in het team en slordig te werk gaan. Nadat ik dit allemaal had vernomen, was ik verbijsterd. Li Zhi had in die drie maanden bij het volgen van het werk geen enkel resultaat geboekt. De teamleden vervulden hun plicht uiterst plichtmatig en ik had er geen enkel idee van. Dit had dit deel van het tekstuele werk volledig lamgelegd. Ik had er oprecht spijt van dat ik niet ijveriger was geweest! Later heb ik de ongeschikte leden in de groep ontheven en wat nieuw personeel overgeplaatst, en pas toen begon het werk geleidelijk te verbeteren.

Na dit incident voelde ik me erg schuldig. Ik was me er terdege van bewust dat Li Zhi’s kaliber gemiddeld was en dat zijn werkvermogen niet geweldig was, dus hoe had ik de teugels kunnen laten vieren en het werk van deze groep kunnen verwaarlozen? Als ik meer aandacht had besteed aan het volgen en onderzoeken van het werk, had ik Li Zhi’s problemen eerder kunnen ontdekken en deze gevolgen kunnen vermijden. Ik droeg een onontkoombare verantwoordelijkheid voor de manier waarop het werk was misgelopen. In die tijd zocht ik vaak Gods woorden op die valse leiders ontmaskerden en las die. Daaronder was een passage die bijzonder goed aansloot bij mijn gesteldheid. God zegt: “Valse leiders informeren nooit naar de werksituaties van de diverse teamsupervisors en volgen deze ook niet op. Ze doen evenmin navraag naar de ingang in het leven van de supervisors van verschillende teams en van het personeel dat verantwoordelijk is voor diverse belangrijke taken, volgen die niet op en hebben er geen grip op. Hetzelfde geldt voor hun houding ten opzichte van het kerkwerk en hun plichten, en ten opzichte van het geloof in God, de waarheid en God Zelf. Ze weten niet of deze personen enige transformatie of groei hebben doorgemaakt, noch zijn ze op de hoogte van de diverse problemen die in hun werk kunnen bestaan. In het bijzonder weten ze niets van de impact die fouten en afwijkingen in de verschillende stadia van het werk hebben op het werk van de kerk en op de ingang in het leven van Gods uitverkorenen, en evenmin of deze fouten en afwijkingen ooit zijn gecorrigeerd. Ze zijn volkomen onwetend over al deze zaken. Als ze niets van deze gedetailleerde omstandigheden weten, worden ze passief wanneer er problemen ontstaan. Valse leiders bekommeren zich tijdens het uitvoeren van hun taak echter totaal niet om deze gedetailleerde kwesties. Ze geloven dat nadat ze de diverse teamsupervisors hebben aangesteld en taken hebben toegewezen, hun werk gedaan is – dat het telt als goed werk, en dat als er andere problemen ontstaan, het hun zorg niet is. Omdat valse leiders nalaten toezicht te houden op de diverse teamsupervisors, hen te instrueren en op te volgen, en ze hun verantwoordelijkheden op deze gebieden niet vervullen, resulteert dit erin dat er een puinhoop van het kerkwerk wordt gemaakt. Dit is nalatigheid van de leiders en werkers. God kan de diepten van het menselijk hart nauwkeurig onderzoeken; dit is een vermogen dat mensen ontberen. Daarom moeten mensen, wanneer ze werken, ijveriger en aandachtiger zijn, en regelmatig naar de werklocatie gaan om het werk op te volgen, het te begeleiden en te instrueren, om zo de normale voortgang van het kerkwerk te garanderen. Het is duidelijk dat valse leiders volstrekt onverantwoordelijk zijn in hun werk; ze houden nooit toezicht op de diverse taken, volgen die niet op en instrueren die niet. Als gevolg daarvan weten sommige supervisors niet hoe ze de diverse problemen die in het werk ontstaan moeten oplossen, en blijven ze in hun rol als supervisor, ondanks dat ze bij benadering nog niet berekend zijn op hun taak. Uiteindelijk wordt het werk keer op keer vertraagd en maken ze er een complete puinhoop van. Dit is het gevolg van het feit dat valse leiders geen navraag doen naar de situaties van de supervisors, er geen toezicht op houden en die niet opvolgen; een resultaat dat volledig wordt veroorzaakt door de nalatigheid van de valse leiders ten aanzien van hun verantwoordelijkheid(Het Woord, Deel V, De verantwoordelijkheden van leiders en werkers, De verantwoordelijkheden van leiders en werkers (3)). God zegt dat valse leiders onverantwoordelijk zijn in hun plichten en geen praktisch werk doen. Nadat ze een supervisor hebben gekozen, denken ze dat alles goed zit en dat ze er nu hun handen vanaf kunnen trekken. Dus onderzoeken of verdiepen ze zich niet in de details van de verschillende werkzaamheden. Ze weten niet eens of de supervisor of degenen die plichten vervullen competent zijn, of dat het werk tot stilstand is gekomen, waardoor het werk ernstige schade lijdt. Dit is een rasechte valse leider. Ik was precies het soort valse leider waar God over spreekt. Nadat Li Zhi was gekozen als teamleider, zag ik dat hij drie teamleden voor het tekstuele werk had gevonden, en als ik met hem communiceerde over het werk, was zijn houding altijd vrij goed. Daarom dacht ik dat Li Zhi degelijk werk leverde, en dat ik hem met een gerust hart het werk kon toevertrouwen. Zo werd ik een bureaucraat die zijn werk niet meer superviseerde of opvolgde. Als gevolg daarvan wist ik niet dat Li Zhi het moeilijk had in zijn plichten, en was ik me er ook totaal niet van bewust dat de teamleden hun eigenlijke taken verwaarloosden en plichtmatig waren. Eigenlijk wist ik dat het werk in hun groep consequent geen resultaten opleverde, maar ik was bang dat ik, als ik de details zou onderzoeken, tijd en moeite zou moeten besteden aan het oplossen van de problemen, dus liet ik dit aan Li Zhi over. Bovendien stond Lu Yuan niet toe dat anderen toezicht hielden op haar plichten. Ze bleef ook negativiteit uiten in de groep, wat het tekstuele werk hinderde. Ik heb haar problemen niet blootgelegd, maar liet Li Zhi ze afhandelen, en daarna volgde ik de resultaten niet meer op. Dit leidde ertoe dat de problemen onopgelost bleven, wat de voortgang van het werk vertraagde. Toen ik dit zag, besefte ik dat ik inderdaad een valse leider was. Ik liet niets dan overtredingen achter in mijn plichten.

Later dacht ik na: ‘Waarom had ik zoveel vertrouwen in Li Zhi?’ Ik las Gods woorden: “Valse leiders doen nooit navraag naar supervisors die geen praktisch werk doen of die zich niet met hun eigenlijke werk bezighouden. Ze denken dat ze alleen maar een supervisor hoeven te kiezen en dat daarmee de kous af is, en dat de supervisor daarna alle werkzaken zelf wel kan afhandelen. Valse leiders houden dus slechts af en toe een bijeenkomst, houden geen toezicht op het werk en vragen niet hoe het gaat; ze gedragen zich als een baas die zich van iedere vorm van verantwoordelijkheid terugtrekt. […] Ze zijn zelf niet in staat om praktisch werk te doen, en ze zijn evenmin nauwgezet met betrekking tot het werk van teamleiders en supervisors – ze volgen het niet op en doen er geen navraag naar. Hun kijk op mensen is alleen gebaseerd op hun eigen indrukken en verbeeldingen. Wanneer ze iemand een tijdje goed zien presteren, denken ze dat deze persoon voor altijd goed zal zijn, dat hij niet zal veranderen; ze geloven niemand die zegt dat er een probleem is met deze persoon, en ze negeren het wanneer iemand hen voor die persoon waarschuwt. Vinden jullie valse leiders dom? Ze zijn dom en dwaas. Wat maakt hen dom? Ze stellen lichtvaardig hun vertrouwen in iemand, in de overtuiging dat, omdat deze persoon bij zijn verkiezing een eed zwoer, een voornemen uitsprak en met stromende tranen bad, hij dus betrouwbaar is en er nooit problemen zullen zijn als hij de leiding over het werk krijgt. Valse leiders hebben geen begrip van de aard van mensen; ze zijn onwetend over de ware toestand van de verdorven mensheid. Ze zeggen: ‘Hoe kan iemand ten kwade veranderen als hij tot supervisor is gekozen? Hoe kan iemand die zo serieus en betrouwbaar lijkt zijn werk ontduiken? Dat zou hij toch niet doen? Hij is heel integer.’ Omdat valse leiders te veel vertrouwen hebben gesteld in hun eigen verbeeldingen en gevoelens, zijn ze uiteindelijk niet in staat de vele problemen die in het kerkwerk ontstaan tijdig op te lossen, en weerhoudt het hen ervan de betreffende supervisor onmiddellijk te ontslaan en zijn toegewezen plicht aan te passen. Het zijn rasechte valse leiders. […] valse leiders een fataal gebrek: ze vertrouwen mensen snel op basis van hun eigen verbeeldingen. En dit wordt veroorzaakt door het niet begrijpen van de waarheid, nietwaar? Hoe ontmaskert Gods woord de essentie van de verdorven mensheid? Waarom zouden zij op mensen vertrouwen op wie zelfs God niet vertrouwt? Valse leiders zijn te arrogant en zelfgenoegzaam, nietwaar? Wat zij denken is: ‘Ik kan deze persoon onmogelijk verkeerd hebben ingeschat, er zouden geen problemen moeten zijn met deze persoon die ik geschikt heb bevonden; hij is absoluut niet iemand die zich tegoed doet aan eten, drinken en vermaak, of die van gemak houdt en hard werk schuwt. Hij is absoluut betrouwbaar en volledig te vertrouwen. Hij zal niet veranderen; als hij dat wel zou doen, zou dat betekenen dat ik het bij het verkeerde eind had, nietwaar?’ Wat voor logica is dat? Ben je een soort expert? Heb je een röntgenblik? Heb je die speciale vaardigheid? Je zou een of twee jaar met iemand kunnen samenleven, maar zou je kunnen zien wie hij werkelijk is zonder een geschikte omgeving om zijn aard-essentie volledig bloot te leggen? Als hij niet door God werd onthuld, zou je drie of zelfs vijf jaar met hem kunnen samenleven en dan nog zou je moeite hebben om te zien wat voor aard-essentie hij precies heeft. En hoeveel te meer geldt dat wanneer je hem zelden ziet, zelden bij hem bent? Valse leiders vertrouwen iemand lichtvaardig op basis van een tijdelijke indruk of de positieve beoordeling van een ander, en durven het werk van de kerk aan zo iemand toe te vertrouwen. Zijn ze hierin niet extreem blind? Handelen ze niet roekeloos? En als ze zo werken, zijn de valse leiders dan niet extreem onverantwoordelijk?(Het Woord, Deel V, De verantwoordelijkheden van leiders en werkers, De verantwoordelijkheden van leiders en werkers (3)). Na het lezen van Gods woorden begreep ik waarom ik mensen zo gemakkelijk vertrouwde. De grondoorzaak was dat ik de waarheid niet begreep en erg arrogant was, en dat ik mensen beoordeelde op basis van mijn eigen noties en verbeeldingen. Ik oordeelde dat iemand praktisch werk kon doen, alleen omdat hij even wat goede prestaties liet zien. Dit leidde ertoe dat ik mensen te veel vertrouwde en naliet het werk te superviseren en te volgen. In feite had de leider me eraan herinnerd dat Li Zhi’s kaliber en werkvermogen niet erg goed waren, en hij had mij gezegd het werk gedetailleerder te volgen en hem meer te begeleiden en te helpen bij het doen van het werk. Maar omdat Li Zhi drie teamleden voor het tekstuele werk had gevonden en enkele problemen met de artikelen met ervaringsgetuigenissen had opgemerkt, veranderde ik mijn kijk op hem. Ik dacht dat hij enig werkvermogen had en dat zijn kaliber zo slecht nog niet was. Daarna liet ik zijn werk los en volgde ik het nog maar zelden of vroeg er nauwelijks nog naar. Als gevolg daarvan ontdekte of loste ik veel problemen niet op, wat vertraging in het werk veroorzaakte. Eigenlijk, als ik er goed over nadenk, besefte ik dat twee van de drie leden door de leider waren aangeleverd, en Li Zhi alleen verantwoordelijk was voor het regelen van hun plichten. Ook kon hij enkele problemen met de artikelen opmerken omdat hij eerder had geoefend met het schrijven van artikelen en enkele principes onder de knie had. Maar als het aankwam op het doen van praktisch werk en het gebruiken van de waarheid om problemen op te lossen, zoals groepsleden die in een verkeerde gesteldheid leefden en een slechte houding hadden ten opzichte van hun plichten, kon hij dat niet. Ik beoordeelde mensen niet volgens de waarheidsprincipes, en bovendien gaf ik me over aan gemak en was ik onwillig om te lijden of een prijs te betalen, door het werk van Li Zhi niet in detail te volgen of te begeleiden, wat het werk schaadde. Toen ik hierover nadacht, voelde ik zowel schuld als spijt in mijn hart. Ik besefte dat ik werkelijk stekeblind was geweest in zowel mijn ogen als mijn hart!

Daarna zocht ik Gods woorden op om te lezen over hoe je praktisch werk moet doen. God zegt: “Ongeacht welk belangrijk werk een leider of werker verricht en wat de aard van dit werk is, is hun eerste prioriteit om inzicht te verkrijgen in de stand van zaken van het werk. Ze moeten persoonlijk ter plaatse zijn om zaken op te volgen en vragen te stellen, en zo informatie uit de eerste hand te verkrijgen. Ze moeten niet simpelweg afgaan op geruchten of luisteren naar de rapporten van anderen. In plaats daarvan moeten ze de situatie van het personeel en de voortgang van het werk met eigen ogen zien en begrijpen welke moeilijkheden er zijn, of er gebieden zijn die strijdig zijn met de vereisten van de Boven, of er principes worden geschonden, of er verstoringen of hinderingen zijn, of er een gebrek is aan noodzakelijke apparatuur of bijbehorend instructiemateriaal met betrekking tot professioneel werk – ze moeten van dit alles volledig op de hoogte zijn. Hoeveel rapporten ze ook te horen krijgen, of hoeveel ze ook van horen zeggen vernemen, geen van beide kan tippen aan een persoonlijk bezoek; het is nauwkeuriger en betrouwbaarder om de dingen met eigen ogen te zien. Zodra ze vertrouwd zijn met alle aspecten van de situatie, zullen ze een goed beeld hebben van wat er gaande is. Ze moeten in het bijzonder een duidelijk en nauwkeurig beeld hebben van wie een goed kaliber heeft en het waard is om gecultiveerd te worden, want alleen zo kunnen ze mensen nauwkeurig cultiveren en inzetten, wat cruciaal is als leiders en werkers hun werk goed willen doen(Het Woord, Deel V, De verantwoordelijkheden van leiders en werkers, De verantwoordelijkheden van leiders en werkers (4)). God zegt dat de sleutel tot goed praktisch werk is dat je niet aan het vlees denkt en niet alleen naar de rapporten van anderen luistert. We moeten persoonlijk deelnemen, diep doordringen tot de kern van het werk zelf en de details van het werk begrijpen. Wanneer we problemen ontdekken, moeten we persoonlijk meewerken aan het oplossen ervan. We moeten de resultaten van het werk na een bepaalde tijd opvolgen, en het niet alleen uitvoeren zonder opvolging. Dus bad ik in mijn hart tot God en zei dat ik niet langer bureaucratisch zou zijn. Daarna begon ik me te concentreren op het doen van gedetailleerd werk, waarbij ik persoonlijk naar bepaalde problemen informeerde en eraan werkte om ze op te lossen. Op dat moment leverde het werk in de groep waar zuster Su Jing verantwoordelijk voor was geen resultaten op, en toen ik het werk kwam onderzoeken, rapporteerde ze hoe ze praktisch werk deed en hoe ze leed en een prijs betaalde. Toen ik haar rapport hoorde, leek het alsof Su Jing veel dingen deed, maar dit strookte niet met de resultaten van het werk, dus begon ik het werk in detail te onderzoeken. Ik ontdekte dat Su Jing erg begaan was met haar reputatie en status, en bij het rapporteren van werk alleen het goede nieuws meldde en niet het slechte. Wanneer ik naar de details van het werk vroeg, vermeed ze altijd de kernproblemen, en na onderzoek en navraag stelde ik vast dat Su Jing geen werkvermogen had, en toen heb ik haar ontheven. Omdat ik op dat moment geen geschikte persoon kon vinden om teamleider te zijn, nam ik zelf een deel van het gedetailleerde werk op me. Door twee maanden daadwerkelijk aan het werk deel te nemen en het te volgen, verbeterden de resultaten van het artikelwerk en proefde ik de zoetheid van het doen van praktisch werk.

Voor ik het wist, was het april. Het werk van de drie groepen waar ik verantwoordelijk voor was, boekte geleidelijk vooruitgang, en we hadden kandidaten voor teamleiders geïdentificeerd. In mijn hart was ik al aan het plannen: ‘Het werk staat eindelijk op de rails, en zolang ik de zaken regelmatig opvolg, zou het goed moeten komen, en kan ik eindelijk op adem komen.’ Geleidelijk aan concentreerde ik me alleen nog op de artikelen met ervaringsgetuigenissen die elke dag werden ingediend, en nam ik niet langer het initiatief om me in de details van het werk te verdiepen. Op een dag in juni keek ik naar een ervaringsgetuigenisvideo, waarin de broeder de kerkleider was, verantwoordelijk voor het evangeliewerk. Hij deed het werk met aanzienlijk detail en kende de situatie van elke potentiële ontvanger van het evangelie goed. Ik vergeleek mezelf met hem en besefte dat ik ver achterbleef. Vooral in de afgelopen halve maand was ik gewoon tevreden geweest met het feit dat de artikelen met ervaringsgetuigenissen werden ingediend, en had ik me niet verdiept in de details van het werk van elke groep. Ik besefte dat ik een beetje laks was geworden in mijn werk en zette de knop snel om. Ik begon het werk van verschillende groepen te controleren, en pas toen ontdekte ik dat één groep een enorme achterstand had aan artikelen met ervaringsgetuigenissen die nog niet waren beoordeeld, en dat een andere groep extreem inefficiënt was in het vervullen van hun plicht, en de resultaten van hun werk aanzienlijk waren gedaald … Hoe meer ik controleerde, hoe meer problemen ik vond. Ik was zo boos op mezelf: ‘Waarom heb ik deze problemen niet eerder ontdekt? Hoe kon ik tegen mijn zin in weer het pad van een valse leider zijn ingeslagen?’ Ik bad toen om te zoeken.

Tijdens mijn zoektocht las ik een passage van Gods woorden: “Er is nog een ander soort valse leider, waarover we vaak hebben gesproken bij het communiceren over het onderwerp ‘de verantwoordelijkheden van leiders en werkers’. Dit soort mensen heeft enig kaliber, ze zijn niet dom. In hun werk hebben ze bepaalde manieren, methoden en plannen om problemen op te lossen. Wanneer hun een taak wordt toevertrouwd, kunnen ze die bijna volgens de verwachte normen uitvoeren. Ze kunnen problemen ontdekken die in het werk opduiken en sommige ervan ook oplossen. Wanneer ze horen over problemen die anderen rapporteren, of het gedrag, de manifestaties, woorden en daden van anderen observeren, reageren ze daar innerlijk op en vormen ze hun eigen mening en houding. Als deze mensen de waarheid nastreven en enige last voelen, kunnen al deze problemen natuurlijk worden opgelost. Desondanks blijven de problemen in het werk waarvoor het soort mensen verantwoordelijk is waarover we vandaag communiceren, onverwachts onopgelost. Waarom is dat? Omdat deze mensen geen daadwerkelijk werk uitvoeren. Ze houden van gemak en haten hard werk, voeren hun werk slechts plichtmatig en oppervlakkig uit, zijn liever lui en genieten graag van de voordelen van hun status, geven graag bevelen, en vinden dat hun werk gedaan is zodra ze hun mond hebben opengedaan en een paar aanwijzingen hebben gegeven. Ze nemen niets van het daadwerkelijke werk van de kerk ter harte of van het cruciale werk dat God hun toevertrouwt – deze last voelen ze niet, en zelfs wanneer Gods huis deze dingen herhaaldelijk benadrukt, slaan zij er nog steeds geen acht op. […] Wat is het probleem met dit soort mensen? (Ze zijn te lui.) Zeg Mij, wie hebben een groter probleem: luie mensen, of mensen van slecht kaliber? (Luie mensen.) Waarom hebben luie mensen een groot probleem? (Mensen met een pover kaliber kunnen geen leiders of werkers zijn, maar ze kunnen nog enigszins effectief zijn wanneer ze een plicht vervullen die binnen hun mogelijkheden ligt. Mensen die lui zijn, kunnen echter niets doen. Zelfs als ze kaliber hebben, heeft dat geen enkel effect.) Luie mensen kunnen niets doen. Samengevat in twee woorden zijn ze nutteloze mensen; ze hebben een tweederangs handicap. Hoe goed het kaliber van luie mensen ook is, het is niet meer dan uiterlijke schijn. Zelfs al hebben ze goed kaliber, het is volkomen nutteloos. Ze zijn te lui – ze weten wat ze zouden moeten doen, maar doen het niet; en zelfs wanneer ze weten dat er een probleem is, zoeken ze de waarheid niet om het op te lossen. Ze weten welk lijden ze moeten doorstaan om effectief werk uit te voeren, maar ze zijn niet bereid dat waardevolle lijden te verdragen. Daarom kunnen ze geen enkele waarheid verwerven en geen enkel daadwerkelijk werk uitvoeren. Ze willen het lijden dat mensen horen te dragen niet ondergaan; ze willen zich alleen maar tegoed doen aan gemak, genieten van plezier en vrije tijd en een vrij en ontspannen leven. Zijn ze dan niet waardeloos? Mensen die geen lijden kunnen doorstaan, zijn het leven niet waard. Wie altijd als een parasiet wil leven, is iemand zonder geweten of verstand. Zulke mensen zijn beesten en ongeschikt om zelfs maar arbeid te verrichten. Omdat ze geen lijden kunnen doorstaan, kunnen ze, zelfs wanneer ze arbeid verrichten, die niet goed uitvoeren, en als ze de waarheid willen verwerven, is daar zelfs nog minder kans op. Wie niet kan lijden en de waarheid niet liefheeft, is waardeloos en zelfs ongekwalificeerd om arbeid te verrichten. Ze zijn beesten, zonder een greintje menselijkheid. Zulke mensen moeten worden geëlimineerd; alleen dat stemt overeen met Gods bedoelingen(Het Woord, Deel V, De verantwoordelijkheden van leiders en werkers, De verantwoordelijkheden van leiders en werkers (8)). Toen ik Gods ontmaskering las van zulke valse leiders die wel kaliber hebben maar hun plichten niet naar behoren vervullen, voelde ik een schok door mijn hart gaan. In het verleden had ik altijd gedacht dat ik niet al te lui was, en ik associeerde mezelf nooit met de nutteloze persoon die door God werd ontmaskerd. Maar dit keer moest ik, geconfronteerd met de feiten, toegeven dat de oorzaak van mijn falen om praktisch werk te doen lag in mijn liefde voor comfort, mijn afkeer van hard werken, mijn begeerte naar gemak en mijn luiheid. Terugkijkend op de tijd dat ik toezicht hield op het werk, kon ik in het begin enige verantwoordelijkheid nemen, wat ontberingen doorstaan en een prijs betalen, en boekte het werk enige vooruitgang. Maar toen ik wat resultaten in het werk zag, stak mijn verlangen naar comfort de kop op, en begon ik werk af te schuiven op teamleiders en stiekem van mijn vrije tijd te genieten. Elke dag nam ik er genoegen mee om alleen de artikelen te beoordelen, en wilde de mentale inspanning niet leveren om actief na te denken over de problemen van elke groep. Ik begon sterk aan mijn plichtsvervulling, maar kon het niet tot het einde volhouden, en ik koos altijd de gemakkelijkste weg. Dit betekende dat de problemen in het werk niet tijdig ontdekt en opgelost konden worden. God heeft mensen een verstand gegeven om over de juiste zaken na te denken, maar ik dacht altijd aan mijn vlees, en wilde nooit mijn verstand gebruiken of over problemen nadenken. De kerk had voor mij geregeld om zo’n belangrijke plicht te vervullen, maar ik dacht er niet over na hoe ik een prijs moest betalen om het werk effectief te maken. In plaats daarvan gaf ik me over aan comfort en was ik onverantwoordelijk ten opzichte van mijn plichten. Ik had werkelijk geen geweten of menselijkheid. Was ik niet precies het soort nutteloze persoon waar God over spreekt? Ik bad toen tot God, bereid om in opstand te komen tegen mijn vlees, berouw te tonen aan God en praktisch werk te doen.

Op een dag, tijdens mijn oefeningen, las ik twee passages van Gods woorden en vond ik een pad van praktijk. God zegt: “Op dit moment zijn er niet veel kansen om een plicht te vervullen, dus moet je ze grijpen wanneer je kunt. Juist wanneer je voor een plicht staat, moet je je inspannen, dit is het moment om jezelf op te offeren, volledig voor God in te zetten en je een prijs te betalen. Hou niets achter, koester geen plannetjes, laat jezelf geen speelruimte of een uitweg. Als je enige speelruimte overlaat, berekenend bent, of sluw en verraderlijk bent, dan zul je zeker ondermaats presteren(Het Woord, Deel III, De gesprekken van Christus van de laatste dagen, Intreden in het leven begint met het vervullen van je plicht). “Als je werkelijk een zeker kaliber bezit, werkelijk de professionele vaardigheden binnen de reikwijdte van je verantwoordelijkheid beheerst en geen buitenstaander bent in je vak, dan hoef je je slechts aan één zin te houden om trouw te kunnen zijn aan je plicht. Welke zin? ‘Doe het met je hart.’ Als je je hart in de dingen legt en je hart in de mensen legt, zul je trouw en verantwoordelijk kunnen zijn in je plicht. Is deze zin gemakkelijk in praktijk te brengen? Hoe breng je die in praktijk? Het betekent niet dat je je oren gebruikt om te horen, noch je verstand om te denken – het betekent dat je je hart gebruikt. Als een persoon werkelijk zijn hart kan gebruiken, dan zullen, wanneer zijn ogen iemand iets zien doen, iemand op een bepaalde manier zien handelen of een bepaalde reactie op iets zien hebben, of wanneer zijn oren de meningen of argumenten van sommige mensen horen, door zijn hart te gebruiken om over deze dingen na te denken en ze te overwegen, er enkele ideeën, zienswijzen en houdingen in zijn geest opkomen. Deze ideeën, zienswijzen en houdingen zullen hem een diep, specifiek en correct begrip van de persoon of de zaak geven, en tegelijkertijd zullen er passende en correcte oordelen en principes uit voortkomen. Alleen wanneer een persoon deze manifestaties van het gebruik van zijn hart vertoont, is hij trouw aan zijn plicht(Het Woord, Deel V, De verantwoordelijkheden van leiders en werkers, De verantwoordelijkheden van leiders en werkers (7)). Gods woorden lieten me begrijpen dat ik, om mijn plichten te vervullen en praktisch werk te doen, eerst bewust in opstand moet komen tegen mijn verdorven gezindheid en mijn hart in mijn plichten moet leggen. Zolang ik mijn hart erin leg, zal ik in staat zijn problemen te ontdekken en ze daadwerkelijk op te lossen. Alleen door dit te doen kan ik mijn plichten toegewijd vervullen, en alleen dan kan het worden beschouwd als het doen van praktisch werk. Als ik mijn hart er niet in leg en geen moeite wil doen of een prijs wil betalen, zal ik niet de moeite nemen om de waarheid te zoeken als ik problemen zie, en ontdek ik de problemen misschien niet eens, laat staan dat ik ze oplos, en uiteindelijk zal ik mijn plichten niet kunnen vervullen. Later communiceerde ik één voor één de problemen in de groep met de zuster met wie ik samenwerkte. We controleerden het werk in de groep zorgvuldig en vonden enkele afwijkingen en hiaten. Daarna schreef ik een brief om concreet te communiceren, en geleidelijk werd het probleem van de lage efficiëntie in de plichtsvervulling in de groep opgelost. Maar ik wist dat ik deze taken niet zomaar één keer kon controleren en opvolgen om er daarna klaar mee te zijn, dat regelmatige opvolging en toezicht nodig zouden zijn, en dat dit werk was dat op de lange termijn gedaan moest worden. Soms, wanneer het werk zich opstapelde, openbaarde ik nog steeds een gesteldheid van lui willen zijn, maar ik was in staat om de knop om te zetten en snel in opstand te komen tegen mijn vlees, en praktisch werk te doen op basis van Gods woorden. Zonder het te beseffen, begon het artikelwerk in de groepen waar ik verantwoordelijk voor was duidelijke resultaten te laten zien, en ik voelde me echt gelukkig. Ik voelde vrede in mijn hart terwijl ik mijn plichten op deze manier vervulde.

Na dit te hebben ervaren, besefte ik dat het doen van praktisch werk niet moeilijk is. Het is gewoon een kwestie van je hart erin leggen. Wanneer je je bedoelingen juist richt – niet op vleselijk comfort en gemak, maar in plaats daarvan de vraag hoe je praktisch werk goed kunt doen – is je hart meer gericht op de juiste zaken. Dan kun je in je plichten Gods begeleiding en zegeningen ervaren, en problemen duidelijker en nauwkeuriger zien. Cruciaal is dat je door praktisch werk te doen meer problemen kunt ontdekken, en je kunt oefenen met het oplossen van problemen met de waarheid, waardoor je meer waarheidsprincipes gaat begrijpen. Ik ben gaan beseffen dat je alleen door praktisch werk te doen je plicht goed kunt vervullen en vrede en rust in je hart kunt hebben. God zij dank!

Vorige: 33. Wat je in het leven moet nastreven

Volgende: 50. Garandeert het nastreven van kennis een goede toekomst?

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

85. Een tijd van brute marteling

Door Chen Hui, ChinaIk ben opgegroeid in een gewoon gezin in China. Mijn vader zat in het leger, en omdat ik van kindsbeen af door hem was...

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek