We nodigen alle zoekers van de waarheid uit om contact met ons op te nemen.

De door het Lam geopende Boekrol

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Paginabreedte

0 zoekresulta(a)t(en)

Geen resultaten gevonden

Alleen zij die het werk van God nu kennen, kunnen God dienen

Om getuigenis af te leggen van God en de grote rode draak te beschamen, heb je een principe en een voorwaarde nodig: in je hart moet je van God houden en je door Gods woorden laten opnemen. Als je de woorden van God niet in je opneemt, kun je Satan op geen enkele manier beschamen. Door te groeien in je leven verwerp je de grote rode draak en verneder je hem en alleen dan is de grote rode draak daadwerkelijk beschaamd. Hoe meer je bereid bent om de woorden van God in praktijk te brengen, hoe groter het bewijs van je liefde voor God en je afkeer van de grote rode draak. Hoe meer je de woorden van God gehoorzaamt, hoe groter het bewijs dat je naar de waarheid verlangt. Mensen die niet naar de woorden van God verlangen, zijn mensen zonder leven. Zulke mensen staan buiten de woorden van God en horen bij een religie. Mensen die echt in God geloven hebben een diepere kennis van Gods woorden doordat zij de woorden van God eten en drinken. Als je niet verlangt naar de woorden van God, kun je de woorden van God niet echt eten en drinken en als je de woorden van God niet kent, heb je geen middel om van God te getuigen of om God tevreden te stellen.

Hoe moet je God kennen binnen je geloof in God? Je moet God leren kennen op basis van de woorden en het werk van God in het hier en nu, zonder afwijkingen of dwalingen. En bovenal moet je het werk van God kennen. Dit is de basis voor het kennen van God. Al die verschillende dwalingen waarbij een pure acceptatie van Gods woorden afwezig is, zijn religieuze opvattingen. Zij zijn acceptaties die afwijkend en verkeerd zijn. De grootste vaardigheid van religieuze figuren is om Gods woorden die in het verleden geaccepteerd werden, te vergelijken met Gods woorden in het hier en nu. Als je tijdens het dienen van God in het hier en nu vasthoudt aan zaken die in het verleden door de Heilige Geest zijn verlicht, zal jouw dienstdoen voor een onderbreking zorgen en zal jouw beoefening gedateerd en niet meer dan religieuze ceremonie zijn. Als je gelooft dat zij die God dienen van buiten nederig en geduldig moeten zijn … en als je dit soort kennis in het hier en nu in praktijk brengt, dan is dat soort kennis een religieuze opvatting en is deze beoefening een hypocriete uitvoering geworden. ´Religieuze opvattingen´ verwijzen naar zaken die gedateerd en achterhaald zijn (inclusief het accepteren van woorden die eerder door God zijn uitgesproken en licht dat direct door de Heilige Geest is geopenbaard). Als deze zaken in het hier en nu in praktijk worden gebracht, dan vormen zij de onderbreking van Gods werk en hebben zij geen enkel nut voor de mens. Als de mens niet in staat is om interne zaken die tot religieuze opvattingen behoren te zuiveren, dan zullen deze opvattingen een grote belemmering vormen wanneer de mens God dient. Mensen met religieuze opvattingen zijn niet in staat om de stappen van het werk van de Heilige Geest bij te houden, zij lopen één stap achter en vervolgens twee. Deze religieuze opvattingen zorgen er namelijk voor dat de mens zelfingenomen en arrogant wordt. God voelt geen nostalgie voor wat Hij in het verleden heeft gesproken en gedaan. Als het achterhaald is, zal Hij het verwijderen. Je bent toch zeker wel in staat om je opvattingen los te laten? Als je je vastklampt aan de woorden die God in het verleden heeft gesproken, laat dat dan zien dat je het werk van God kent? Als je niet in staat bent om het licht van de Heilige Geest in het hier en nu te accepteren en in plaats daarvan je vastklampt aan het licht uit het verleden, laat dat dan zien dat je in de voetsporen van God treedt? Ben je nog steeds niet in staat om religieuze opvattingen los te laten? Als dat het geval is, dan word je iemand die zich tegen God verzet.

Als de mens religieuze opvattingen los kan laten dan zal hij niet zijn verstand gebruiken om de woorden en het werk van God in het hier en nu te meten en zal hij in plaats daarvan direct gehoorzamen. Al is het hedendaagse werk van God duidelijk anders dan in het verleden kun je toch de vroegere ideeën loslaten en het hedendaagse werk van God rechtstreeks gehoorzamen. Als je tot zulke kennis in staat bent, dat je voorrang geeft aan het werk van God in het hier en nu, ongeacht hoe Hij in het verleden heeft gewerkt, dan ben jij iemand die zijn opvattingen heeft losgelaten, iemand die God gehoorzaamt en iemand die in staat is om het werk en de woorden van God te gehoorzamen en in de voetsporen van God te treden. Op die manier zal je iemand zijn die God daadwerkelijk gehoorzaamt. Je analyseert of bestudeert het werk van God niet. Het is alsof God Zijn eerdere werk is vergeten en jij bent het ook vergeten. Het heden is het heden en het verleden is het verleden en aangezien God in het hier en nu datgene wat Hij in het verleden deed aan de kant heeft geschoven, moet jij er niet aan vasthouden. Alleen dan zal je iemand zijn die God volledig gehoorzaamt en die zijn religieuze opvattingen heeft losgelaten.

Omdat er altijd nieuwe ontwikkelingen zijn in Gods werk, is er nieuw werk en is er ook werk dat achterhaald en oud is. Dit oude en nieuwe werk spreekt elkaar niet tegen, maar vult elkaar aan. Elke stap gaat verder waar de vorige gebleven is. Omdat er nieuw werk is, moeten de ouden dingen natuurlijk verwijderd worden. Zo zijn er bijvoorbeeld oude gebruiken en gebruikelijke uitspraken van de mens die samen met de vele jaren ervaring en onderwijs van de mens, in de gedachten van de mens vorm hebben gegeven aan allerlei opvattingen. Wat nog meer bijdraagt aan het vormen van opvattingen door de mens, is dat God Zijn ware gezicht en Zijn gezindheid ten opzichte van de mens nog volledig moet openbaren, dit samen met het feit dat traditionele theorieën uit de oudheid jarenlang verspreid zijn. Het mag gezegd dat gedurende het geloof van de mens in God, de invloed van verschillende opvattingen heeft geleid tot de continue vorming en evolutie van een menselijke kennis waarbij de mens allerlei soorten opvattingen over God heeft gevormd- met als resultaat dat veel religieuze mensen die God dienen Zijn vijanden zijn geworden. En zo zijn ze, naarmate hun opvattingen sterker werden, zich meer gaan verzetten tegen God en meer Zijn vijand geworden. Het werk van God is altijd nieuw en nooit oud en het is nooit een doctrine, in plaats daarvan is het in meer of mindere mate continu onderhevig aan verandering en vernieuwing. Dit werk is de uiting van de inherente gezindheid van God Zelf. Het is ook het inherente principe van Gods werk en een van de manieren waarop God Zijn management vervult. Als God niet op deze manier zou werken, zou de mens niet veranderen of in staat zijn om God te kennen en zou Satan niet worden verslagen. Daarom komen er in Zijn werk continu veranderingen voor die willekeurig lijken, maar in feite regelmatig terugkeren. De manier waarop de mens in God gelooft is echter heel anders: hij houdt vast aan oude, bekende doctrines en systemen en hoe ouder ze zijn hoe aangenamer hij ze vindt. Hoe kan het onwetende verstand van de mens, een verstand dat zo onbuigzaam is als steen, zo veel ondoorgrondelijk nieuw werk en nieuwe woorden van God accepteren? De mens verafschuwt de God die altijd nieuw is en nooit oud. Hij houdt alleen van de ouderwetse oude God die wit haar heeft en onbeweeglijk is. Doordat God en de mens beide hun eigen voorkeur hebben, is de mens zo de vijand van God geworden. Veel van deze tegenstellingen bestaan nu nog, op het moment dat God gedurende bijna zesduizend jaar nieuw werk heeft verricht. Er is daarom geen oplossing voor. Misschien komt het door de koppigheid van de mens of de onaantastbaarheid van Gods bestuurlijke decreten voor de mens- maar de geestelijken houden nog steeds vast aan stoffige oude boeken en documenten, terwijl God doorgaat met Zijn onvoltooide managementwerk alsof Hij niemand aan Zijn zijde heeft. Hoewel deze tegenstellingen vijanden maken van God en de mens en ze zelfs onverzoenbaar zijn, schenkt God er geen aandacht aan, alsof ze er wel zijn en er tegelijkertijd niet zijn. De mens houdt zich echter aan zijn geloof en opvattingen en laat ze nooit los. Maar er is één ding dat duidelijk is: Zelfs al wijkt de mens niet af van zijn standpunt, Gods voeten zijn altijd in beweging en Hij verandert altijd Zijn standpunt in overeenstemming met de omgeving en uiteindelijk zal het de mens zijn die wordt verslagen zonder slag of stoot. God is ondertussen de grootste vijand van al Zijn vijanden die zijn verslagen en is ook de overwinnaar op allen onder de mensheid die zijn verslagen en zij die nog verslagen moeten worden. Wie kan er met God strijden en zegevieren? De opvattingen van de mens lijken afkomstig te zijn van God omdat veel van deze opvattingen werden gevormd in het kielzog van Gods werk. Toch zal God de mens daarom niet vergeven, noch zal Hij de mens prijzen voor het steeds opnieuw produceren van producten ´voor God´ die buiten het werk van God vallen. In plaats daarvan walgt Hij ontzettend van de opvattingen van de mens en de oude, vrome ideeën en negeert Hij zelfs de datum waarop deze opvattingen voor het eerst naar boven kwamen. Hij accepteert absoluut niet dat deze opvattingen veroorzaakt zijn door Zijn werk, want de opvattingen van de mens worden door de mens verspreid. Ze ontstaan in de gedachten en de geest van de mens en ze komen niet van God, maar van Satan. Het is altijd Gods intentie geweest dat Zijn werk nieuw en levend is, niet oud en dood, en dat waar Hij de mens zich stevig aan laat vasthouden met de tijd verandert en niet eeuwig en onveranderbaar is. Dat komt doordat Hij een God is die ervoor zorgt dat de mens leeft en nieuw is, in plaats van een duivel die ervoor zorgt dat de mens doodgaat en oud is. Begrijpen jullie dit nog steeds niet? Jullie hebben opvattingen over God en zijn niet in staat om ze los te laten omdat jullie bekrompen zijn. Het komt niet doordat Gods werk onbegrijpelijk is of doordat Gods werk onmenselijk is- noch komt het doordat God altijd nalatig is in Zijn taken. Het feit dat jullie die opvattingen niet los kunnen laten, komt doordat jullie niet voldoende gehoorzaam zijn en in niets lijken op een schepsel van God, het komt niet doordat God de dingen moeilijk maakt voor jullie. Dit alles is door jullie veroorzaakt en heeft niets te maken met God. Al het lijden en ongeluk zijn veroorzaakt door de mens. Gods intenties zijn altijd goed: Hij wil er niet voor zorgen dat je opvattingen vormt, maar Hij wil dat je verandert en vernieuwt bij het voorbijgaan van de tijd. Julie vergelijken appels met peren en zijn altijd aan het studeren of analyseren. God maakt het niet moeilijk voor jullie, maar jullie hebben geen eerbied voor God en jullie ongehoorzaamheid is te groot. Een klein wezen durft een triviaal deel te nemen van dat wat eerder door God werd gegeven en verandert het om God ermee aan te vallen – is dat geen ongehoorzaamheid van de mens? Het mag gezegd worden dat de mens volledig ongekwalificeerd is om zijn ideeën voor God te uiten, en nog minder is hij gekwalificeerd om willekeurig waardeloze, stinkende, bedorven stelregels te bedenken – om nog maar te zwijgen over die stoffige opvattingen. Zijn die niet nog waardelozer?

Iemand die God daadwerkelijk dient, is iemand naar het hart van God en geschikt om door God te worden gebruikt en dat is iemand die in staat is om zijn religieuze opvattingen los te laten. Als je wilt dat het eten en drinken van Gods woorden zinvol is, moet je je religieuze opvattingen loslaten. Als je God wilt dienen, is het nog belangrijker om religieuze opvattingen eerst los te laten en de woorden van God in alles wat je doet te gehoorzamen. Dit is wat iemand die God dient, hoort te doen. Als je deze kennis niet hebt, zal je op het moment dat je gaat dienen voor onderbrekingen en verstoringen zorgen en als je aan je opvattingen vast blijft houden, zal je onvermijdelijk getroffen worden door God en nooit meer overeind komen. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar het heden. Veel werk en dingen die in het hier en nu gezegd worden zijn onverenigbaar met de Bijbel en met het eerdere werk van God en als je niet wenst te gehoorzamen, kun je op ieder moment vallen. Als je wilt dienen in overeenstemming met de wil van God, moet je eerst de religieuze opvattingen loslaten en je eigen visies rechtzetten. Veel van wat er gezegd wordt in de toekomst zal onverenigbaar zijn met wat er gezegd werd in het verleden en als je nu niet de wil hebt om te gehoorzamen, zal je niet in staat zijn om het pad dat voor je ligt te bewandelen. Als één van Gods werkmethodes wortel heeft geschoten binnenin jou en je laat het nooit los, dan zal deze methode jouw religieuze opvatting worden. Als dat wat God is binnen in je wortel heeft geschoten, heb je de waarheid verworven en als de woorden en waarheid van God je leven kunnen worden, zal je niet langer opvattingen over God hebben. Zij die ware kennis van God hebben zullen geen opvattingen hebben en zullen zich niet bij een doctrine neerleggen.

Maak jezelf wakker door je de volgende vragen te stellen:

1. Zit de kennis binnenin je het dienen van God in de weg?

2. Hoeveel religieuze handelingen doe je op een dag? Als je alleen een

schijnvroomheid laat zien, betekent dat dan dat je leven gegroeid en volwassen is?

3. Ben je in staat om je religieuze opvattingen los te laten wanneer je de woorden van God eet en drinkt?

4. Ben je in staat om je religieuze ceremonie los te laten wanneer je bidt?

5. Ben je iemand die geschikt is om door God gebruikt te worden?

6. Hoeveel van je kennis van God bestaat uit religieuze opvattingen?

Vorige:De zeven donderslagen – een profetie dat het evangelie van het Koninkrijk door heel het universum zal worden verspreid

Volgende:Zij die God met een oprecht hart gehoorzamen, zullen zeker door God worden gewonnen

Mogelijk vindt u dit ook interessant