Artikel acht: Ze willen dat anderen alleen hen gehoorzamen, niet de waarheid of God (deel 2)

Supplement: Een korte bespreking van drie aspecten van normale menselijkheid

Deze keer zullen we in onze communicatie geen verhalen vertellen. We beginnen met een onderwerp dat vaak besproken wordt: wat is menselijkheid? We hebben dit onderwerp in het verleden al veel besproken, en dat doen we nu weer. Het is een onderwerp dat regelmatig wordt aangestipt, een kwestie die men dagelijks in zijn leven tegenkomt, iets dat men elke dag kan tegenkomen en ervaren. Het onderwerp is: wat is menselijkheid? Menselijkheid omvat verschillende belangrijke aspecten. Wat zijn de veelvoorkomende uitingen van menselijkheid in iemands dagelijks leven? (Integriteit en waardigheid.) Wat nog meer? Geweten en verstand, toch? (Ja.) Daar spreken jullie vaak over. Welke andere uitingen zijn er die jullie niet vaak bespreken? Dat wil zeggen, welke onderwerpen roeren jullie in principe niet aan in jullie normale gesprekken over menselijkheid? Geweten en verstand, integriteit en waardigheid – dit zijn oude bekenden die je regelmatig tegenkomt. Hoe sterk is het verband tussen het geweten, het verstand, de integriteit en de waardigheid die jullie vaak bespreken en jullie werkelijke leven? Wat hebben jullie geleerd van deze materie en hoe heeft het jullie geholpen bij jullie beoefening en ingang in jullie werkelijke leven? Hoe heilzaam is het geweest? Welke andere aspecten zijn er die nauw verband houden met jullie normale, dagelijkse menselijke leven? Ik zal er een paar noemen, en dan zullen we zien of het onderwerpen zijn die jullie regelmatig tegenkomen. Wat betreft over menselijkheid, laten we eerst buiten beschouwing of de materie positief of negatief is, en of het betrekking heeft op normale of abnormale menselijkheid. Naast de zaken die we zojuist noemden, is er de houding van mensen in hun omgang met verschillende soorten mensen, gebeurtenissen en dingen in hun dagelijks leven. Is dat ook niet een uiting? Heeft dat niet met menselijkheid te maken? (Jawel.) Er is nog een andere, namelijk hoe mensen in hun dagelijks leven hun persoonlijke omgeving beheren, en nog één, de houding en het gedrag van mensen in hun contact met het andere geslacht. Houden deze drie zaken verband met menselijkheid? (Ja.) Alle drie. Voor het onderwerp dat we nu gaan bespreken, zullen we de onderwerpen van het streven van de mens naar de waarheid, hoe iemand de waarheidswerkelijkheid binnengaat in zijn geloof in God, en hoe iemand alle verschillende principes handhaaft, terzijde schuiven en het alleen over menselijkheid hebben. Wat die drie aspecten betreft: houden ze sterk verband met menselijkheid? (Ja.) Wat zijn die drie zaken? Herhaal ze nog eens. (De eerste is de houding van mensen in hun omgang met verschillende soorten mensen, gebeurtenissen en dingen in hun dagelijks leven. De tweede is hoe mensen in hun dagelijks leven hun persoonlijke omgeving beheren, en de derde, de houding en het gedrag van mensen in hun contact met het andere geslacht in het dagelijks leven.) En waar hebben die drie zaken mee te maken? (Menselijkheid.) Waarom zeggen we dat deze drie zaken met menselijkheid te maken hebben, dat ze ermee verband houden? Waarom zouden we deze drie apart benoemen? Waarom hebben we het niet over de aspecten van het geweten en het verstand? Waarom schuiven we de aspecten die we gewoonlijk bespreken terzijde om het over deze drie zaken te hebben? Zijn deze drie zaken geavanceerder of van meer elementair belang dan het geweten, het verstand, de integriteit en de waardigheid die verband houden met menselijkheid, die we eerder hebben besproken? (Ze zijn van meer elementair belang.) Is het dan kleinerend voor jullie om deze dingen te bespreken? (Nee.) Dus, waarom zouden we ze bespreken? (Ze zijn praktisch.) Ze zijn praktischer. Is dat de reden die jullie noemen? Waarom gaan we het hierover hebben? Omdat Ik problemen heb ontdekt. Kijkend naar de feitelijke situatie en de verschillende gedragingen in het dagelijks leven van mensen, ben Ik enkele problemen gestuit die nauw verbonden zijn met hun werkelijke leven, en het is noodzakelijk om die één voor één voor communicatie uiteen te zetten. Als mensen in hun geloof in God het werkelijke leven en de verschillende gedragingen van de normale menselijkheid en van het dagelijks leven terzijde schuiven en alleen maar hardnekkig de waarheid najagen – diepzinnige waarheden zoals iemand zijn van wie God houdt – zeg Mij dan, tot welke problemen zal dat leiden? Wat is de basisvoorwaarde waaronder iemand in staat kan zijn de waarheidswerkelijkheid binnen te gaan in zijn streven naar de waarheid? (Ze moeten het in het werkelijke leven doen.) Wat nog meer? (Ze moeten een normale menselijkheid bezitten.) Dat klopt – ze moeten een normale menselijkheid bezitten, die, afgezien van geweten, verstand, integriteit en waardigheid, bestaat uit de drie aspecten die we zojuist noemden. Het zou weinig betekenis hebben als iemand zou spreken over het nastreven en zoeken van de waarheid als hij niet aan de normen zou kunnen voldoen of normaliteit zou kunnen bereiken in deze drie aspecten die de menselijkheid raken. De waarheid nastreven, het binnengaan in de waarheidswerkelijkheid nastreven, redding nastreven – dit is niet voor iedereen haalbaar, maar alleen voor de minderheid van de mensen die de waarheid liefhebben en een normale menselijkheid bezitten. Als iemand niet weet wat iemand met een normale menselijkheid zou moeten bezitten, of wat hij zou moeten doen, of wat voor houding en zienswijze hij zou moeten hebben met betrekking tot bepaalde mensen, gebeurtenissen en dingen, is die persoon dan in staat om het binnengaan in de waarheidswerkelijkheid te bereiken? Kan zijn streven naar de waarheid resultaten opleveren? Helaas niet.

A. De houding van mensen in hun omgang met verschillende soorten mensen, gebeurtenissen en dingen

We zullen beginnen met de communicatie over het eerste aspect dat de menselijkheid betreft: de houding van mensen in hun omgang met verschillende soorten mensen, gebeurtenissen en dingen in hun dagelijks leven. Iedereen begrijpt wat ‘dagelijks leven’ betekent. Dat behoeft geen toelichting. Wat zijn dan de belangrijkste mensen, gebeurtenissen en dingen die verband houden met de menselijkheid? Dat wil zeggen, wat is daarin bevat dat tot het niveau van normale menselijkheid stijgt, wat verband houdt met de reikwijdte ervan en wat eraan raakt? (Omgaan met mensen en dingen.) Dat is onderdeel ervan. Er is ook de kennis en de professionele vaardigheden die men zou moeten leren, en er is algemene kennis voor het dagelijks leven. Die zijn allemaal onderdeel van wat iemand met een normale menselijkheid zou moeten begrijpen en bezitten. Sommige mensen leren bijvoorbeeld timmeren of metselen, en anderen leren autorijden of auto’s repareren. Dit zijn vaardigheden, ambachten, en zo’n ambacht kennen is thuis zijn in het vak van dat ambacht. In hoeverre en op welk niveau moet men een vaardigheid leren om als vakman te worden beschouwd? Men moet op zijn minst in staat zijn een afgewerkt product te leveren dat aan een aanvaardbare norm voldoet. Er zijn mensen die erg slordig werk leveren. De klussen die ze doen zijn niet naar behoren, zelfs tot op het punt dat ze niet om aan te zien zijn. Wat is daar het probleem? Dat raakt aan hun houding ten opzichte van hun vak. Sommige mensen hebben geen gewetensvolle houding. Ze denken: ‘Als wat ik maak maar functioneert, is het goed genoeg. Het hoeft maar een paar jaar mee te gaan, daarna kan het gerepareerd worden.’ Is dit soort opvatting er een die mensen met een normale menselijkheid zouden moeten bezitten? (Nee.) Sommige mensen hebben een nonchalante, onverschillige houding. ‘Goed genoeg’ is prima voor hen. Het is een element van verdorven gezindheden om dingen zo lichtzinnig en onverantwoordelijk aan te pakken: het is gewoon ploertigheid waar mensen vaak op terugvallen. In alle zaken zeggen ze “zo is het wel aardig” en “goed genoeg”; het is een houding van ‘misschien’, ‘wie weet’ en ‘vier van de vijf’. Ze doen dingen slechts plichtmatig, zijn tevreden met het minimum en vinden het voldoende om zich met bluf te redden; ze zien het nut er niet van in om zaken serieus te nemen of naar precisie te streven, en ze zien nog minder nut in het zoeken naar de principes van de waarheid. Is dit geen element van verdorven gezindheden? Is dit een manifestatie van normale menselijkheid? Dat is het niet. Arrogantie is de juiste benaming en het ongedisciplineerd noemen is ook volkomen toepasselijk – maar om het perfect aan te duiden is er maar één woord voor: ‘ploertig’. De meeste mensen hebben die ploertigheid in zich, alleen in verschillende mate. In alle aangelegenheden willen ze de dingen plichtmatig en slordig doen en er is een zweem van bedrog in alles wat ze doen. Ze bedriegen anderen waar mogelijk en lopen er de kantjes vanaf waar ze maar kunnen en besparen tijd wanneer ze maar kunnen. Ze denken bij zichzelf: ‘Zolang ik ontmaskering kan voorkomen en geen problemen veroorzaak, en ik niet ter verantwoording word geroepen, kan ik me hierdoorheen bluffen. Ik hoef geen goed werk af te leveren, dat is teveel moeite!’ Zulke mensen leren nooit iets te beheersen en ze zijn niet bereid zich in te spannen of te lijden en een prijs te betalen voor hun studies. Ze willen aan de oppervlakte van een onderwerp blijven en dan zeggen dat ze er expert in zijn, in de overtuiging dat ze het hebben geleerd, en vervolgens op basis daarvan aanmodderen. Is dit niet een houding die mensen ten aanzien van andere mensen, gebeurtenissen en dingen hebben? Is het een goede houding? Nee, dat is het niet. Eenvoudig gezegd is het ‘aanmodderen’. Die ploertigheid zit in de hele verdorven mensheid. Mensen met ploertigheid in hun menselijkheid gaan bij alles wat ze doen uit van een standpunt en houding van 'doormodderen'. Kunnen dergelijke mensen hun plicht goed vervullen? Nee. Zijn ze in staat dingen volgens principe te doen? Dat is nog onwaarschijnlijker.

Sommige mensen zijn niet toegewijd aan wat ze ook doen, maar zijn slordig, plichtmatig en onverantwoordelijk. Er zijn er bijvoorbeeld die leren autorijden, maar nooit aan ervaren chauffeurs vragen waar ze op moeten letten tijdens het rijden, of welke snelheid de motor zal beschadigen. Ze vragen het niet, ze rijden gewoon – en als gevolg daarvan maken ze hun auto kapot. Ze schoppen tegen de auto en zeggen: “Dit ding is krakkemikkig. Geef me een Mercedes of een BMW, deze oude rammelbak is niks – hij is verouderd!” Wat voor houding is dat? Ze behandelen materiële zaken niet met liefdevolle zorg en denken er niet aan ze in goede staat te houden, maar vernielen en bederven ze met opzet. Sommige mensen leiden een slordig, nalatig leven. Ze doen alles, de hele dag door, op een wanordelijke, onzorgvuldige manier. Wat voor soort mensen zijn dit? (Onoplettende mensen.) ‘Onoplettende mensen’ is een aardige manier om het te zeggen – je zou ze ‘nalatige mensen’ moeten noemen; ‘laaghartige mensen’ past ook. Is dat overdreven? Hoe kan men het verschil zien tussen edele en laaghartige mensen? Kijk gewoon naar hun houding en handelingen ten opzichte van hun plichten, en kijk hoe ze dingen behandelen en zich gedragen wanneer er problemen ontstaan. Mensen met integriteit en waardigheid zijn nauwgezet, gewetensvol en ijverig in hun handelingen, en ze zijn bereid een prijs te betalen. Mensen zonder integriteit en waardigheid zijn onzorgvuldig en slordig in hun handelingen, zijn altijd een of ander trucje aan het uithalen en willen altijd maar aanmodderen. Welke techniek ze ook bestuderen, ze leren die niet ijverig, ze zijn niet in staat die te leren, en hoeveel tijd ze ook aan het bestuderen ervan besteden, ze blijven volkomen onwetend. Dit zijn mensen met een laag karakter. De meeste mensen zijn plichtmatig in het vervullen van hun plichten. Welke gezindheid speelt daar een rol? (Verachtelijkheid.) Hoe behandelen verachtelijke mensen hun plicht? Ze hebben er zeker niet de juiste houding voor en ze gaan er zeker plichtmatig mee om. Dit betekent dat ze geen normale menselijkheid bezitten. Ernstig verachtelijke mensen zijn als dieren. Het is alsof je een hond als huisdier houdt: als je er geen oogje op houdt, zal hij dingen kapot kauwen en al je meubels en apparaten vernielen. Dat zou een verlies zijn. Honden zijn dieren; ze denken er niet aan om dingen met liefdevolle zorg te behandelen, en je kunt ze niet ter verantwoording roepen – je moet ze gewoon hanteren. Als je dat niet doet en een dier laat rondrazen en je leven laat verstoren, toont dat aan dat er iets ontbreekt aan je menselijkheid. Je bent dan niet veel anders dan een dier. Je IQ is te laag – je bent een nietsnut. Hoe ga je er dan wel goed mee om? Je moet een manier bedenken om ze binnen bepaalde grenzen te houden, of ze in een kooi houden en ze daar twee of drie keer per dag op vaste tijden uit laten, zodat ze voldoende beweging krijgen. Dat zal hun willekeurige geknauw beteugelen en ook voor lichaamsbeweging zorgen, zodat ze gezond blijven. Zo wordt er goed omgegaan met de hond en wordt je omgeving ook beschermd. Als iemand niet kan omgaan met de dingen die hij tegenkomt en niet de juiste houding heeft, ontbreekt er iets aan zijn menselijkheid. Die kan de norm van een normale menselijkheid niet bereiken. Of, uitgedrukt in koken: gewone mensen gebruiken slechts een beetje olie bij het roerbakken, maar er zijn vrouwen die heel veel gebruiken. Zelfs als je rijk bent, kun je geen olie verspillen – je moet een redelijke hoeveelheid gebruiken. Maar deze vrouwen geven daar niets om; als ze de fles laten uitschieten en te veel olie in een roerbakgerecht gieten, scheppen ze het teveel er gewoon uit en gooien het op de grond. Dat is verspilling, nietwaar? Hoe wordt iemand met zo’n houding ten opzichte van materiële zaken in de volksmond genoemd? ‘Extravagant’ – of, als belediging, ‘spilziek’. Waar komen materiële zaken vandaan? Ze worden door God gegeven. Sommige mensen zeggen dat ze hun spullen zelf hebben verdiend – maar hoeveel zou je kunnen verdienen als het niet door God werd gegeven? Hij heeft je je leven gegeven. Als Hij je je leven niet had gegeven, zou je niets hebben en zou je niets zijn, dus zou je dan nog steeds die materiële zaken kunnen hebben? God heeft je misschien meer gegeven dan het gemiddelde huishouden, maar zijn de houding en de zienswijze waarmee je het zou verkwisten de juiste? Hoe moet dit worden gedefinieerd in termen van menselijkheid? Zo iemand heeft een povere menselijkheid. Extravagantie, dingen verkwisten, niet weten hoe je dingen met liefdevolle zorg moet behandelen – zo iemand heeft geen normale menselijkheid. Sommige mensen denken er zelfs niet aan om de spullen van Gods huis met zorg te behandelen. Iets behoort toe aan Gods huis. Ze zien dit. Maar als het op het punt zou staan te regenen, en het zou slecht zijn als dat voorwerp nat werd, wat zouden ze dan denken? Het is niet erg als het nat wordt. Het is niet van mij. Ik laat het zo. Dan zouden ze weglopen. Hoe wordt die houding genoemd? Egoïsme. Zijn ze oprecht in hun denken? Zo niet, wat zijn ze dan? (Vals.) Als een persoon niet oprecht is, is hij dan niet vals? Hebben mensen die niet oprecht zijn in hun denken een normale menselijkheid? Zeker niet. Hoeveel aspecten hebben we nu besproken van ons eerst punt, de houding van mensen in hun omgang met verschillende soorten mensen, gebeurtenissen en dingen? Er is verachtelijkheid, uitschot. Wat nog meer? (Laaghartig en vals zijn.) Zulke spreektaal – gebruiken jullie woorden als deze wanneer jullie in je dagelijks leven over jezelf nadenken, jezelf leren kennen en jezelf ontleden? (Nee.) Niemand doet dat. Welke woorden gebruiken jullie dan? Jullie spreken in hoogdravende termen – niemand gebruikt zulke alledaagse taal.

Veel mensen voelen zich behoorlijk verheven omdat ze in God geloven. Vooral degenen met enige vaardigheid en professionele kennis, of zelfs een hogere opleiding, voelen zich boven gewone mensen verheven. Ze zijn tevreden met zichzelf en denken: ik heb zelfs de goede carrière die ik in de wereld had, opgegeven, en ik ben niet naar Gods huis gekomen om van de kerk te leven. Iemand die zo bekwaam is als ik kan een bijdrage leveren in Gods huis. Ik zet me in en lijd voor God. Ik deel zelfs kost en inwoning met deze gewone mensen, in een gemeenschappelijke leefomgeving. Wat een verheven kwaliteit heb ik! Ze denken dat ze een bijzonder eervolle integriteit hebben, dat ze nobeler zijn dan alle anderen. Ze zijn hier voortdurend blij om. Feit is dat er zoveel dingen ontbreken in hun menselijkheid, en niet alleen weten ze dat niet, ze zijn ook nog eens in de wolken en denken dat ze geweldig zijn, dat hun karakter verhevener is dan dat van gewone mensen. In feite is er niets aan hun karakter dat voldoet aan de definitie van het woord ‘normaal’ dat voorafgaat aan ‘menselijkheid’ in ‘normale menselijkheid’. Niets daarin voldoet aan die norm; alles schiet zo ver tekort. Hun geweten? Dat hebben ze niet. Hun karakter? Dat deugt niet. Hun integriteit en kwaliteiten? Niets daarvan is goed. Nu iedereen samenwoont, durven sommige mensen, als ze iets kostbaars hebben, het niet open en bloot te laten liggen. Waarom niet? Enerzijds vertrouwen ze anderen niet, en anderzijds zijn er, waar veel mensen zijn, onbetrouwbare mensen, en sommigen van hen hebben misschien lange vingers – ze zouden zelfs kunnen stelen. Deze mensen hebben een pover karakter. Sommige mensen kiezen bij het eten bewust de lekkerste hapjes uit, en eten die tot ze vol zitten, ongeacht hoeveel mensen er volgen die nog niet hebben gegeten. Is dat niet te egoïstisch? Er zijn mensen die rekening houden met anderen als ze eten. Wat toont dit aan? Het toont aan dat die laatsten redelijke mensen zijn die aan anderen denken. Ze eten wat minder om wat voor anderen over te laten. Dat is wat het betekent om kwaliteit te hebben. In Gods huis hebben sommige mensen menselijkheid, terwijl anderen wat tekortschieten. Ze kunnen niet eens voldoen aan de normen van een normale menselijkheid. Zijn er veel mensen met een normale menselijkheid onder jullie, met het oog op de gedragingen die Ik heb genoemd? Of zijn er niet veel? Wanneer jullie gewoonlijk dergelijk gedrag vertonen, zijn jullie dan in staat te beseffen dat dit een probleem is? Wanneer je een verdorven gezindheid openbaart, ben je je daar dan van bewust? Als je je ervan bewust bent, het kunt voelen en bereid bent te veranderen, dan heb je een beetje menselijkheid – het heeft alleen nog geen normaal niveau bereikt. Als je je er niet eens van bewust bent, kun je dan worden beschouwd als iemand met menselijkheid? Dat kan niet. Dit is geen kwestie van goede of slechte menselijkheid, normaal of abnormaal – je hebt geen menselijkheid. Bij het eten zijn er bijvoorbeeld mensen die, als ze een bord gestoofd varkensvlees zien, beginnen te graaien, zowel naar de vette als de magere stukken, en niet stoppen tot alles op is. Hebben jullie ooit dieren zien vechten om voedsel? (Ja.) Het is hetzelfde tafereel, maar dan met dieren; is dat vechten bij mensen een onderdeel van de normale menselijkheid? (Het is geen normale menselijkheid.) Wat zouden mensen met een normale menselijkheid doen? (Ze zouden tevreden zijn met wat ze kregen en niet hebzuchtig zijn.) Dat is vrij feitelijk uitgedrukt. Hoe kan men dan niet hebzuchtig zijn? Welke gedachten en welke blik op deze kwestie vormen de manier van denken die mensen met een normale menselijkheid zouden moeten hebben, waardoor men vervolgens nauwkeurig kan handelen? Ten eerste moet je manier van denken correct zijn. Een vrouw zou bijvoorbeeld denken: er is vandaag veel gestoofd varkensvlees. Ik zou graag wat meer willen, maar daar schaam ik me een beetje voor, aangezien ik omringd ben door mijn broeders. Wat moet ik doen? Ik zal maar wachten met eten tot zij hun deel hebben gehad. Ik zou niet willen dat anderen zich afvragen hoe een dame als ik zo’n veelvraat kan zijn. Wat zou dat vernederend zijn! Zo denken zou normaal zijn voor een vrouw, aangezien vrouwen over het algemeen wat teergevoelig zijn. De meeste mannen zouden denken: het gestoofde varkensvlees is heerlijk. Ik ga gewoon mijn gang. Zij zouden als eersten met hun eetstokjes naar het vlees reiken, zonder zich iets aan te trekken van wat anderen denken. Maar sommige mannen zijn rationeler. Nadat ze een hap hebben genomen, denken ze er even over na: er zijn zoveel mensen na mij die nog niet hebben gegeten. Ik moet stoppen en wat voor anderen overlaten. Het feit dat ze zo kunnen denken en handelen, toont aan dat ze een persoon met verstand zijn, dat ze van nature een normale menselijkheid hebben. Sommige mensen slaan een absurde weg in: God wil niet dat mensen gestoofd varkensvlees eten, dus ik neem geen enkele hap. Dat betekent dat ik nog meer menselijkheid heb, nietwaar? Dat is een absurde gedachte. Wat demonstreer Ik met dit voorbeeld? Dat mensen een correcte houding moeten aannemen ten opzichte van elk soort persoon, gebeurtenis en ding. Men komt tot deze correcte houding door na te denken vanuit het perspectief van de rationaliteit, het geweten, de integriteit en de waardigheid van de menselijkheid. Als je met dit soort mentaliteit praktiseert, ben je in principe in harmonie met de normale menselijkheid.

De houding die men heeft ten opzichte van mensen, gebeurtenissen en dingen is niets anders dan hoe de omgang met mensen en dingen zich in het dagelijks leven manifesteert. Deze uitingen hebben misschien niet veel te maken met het werk dat jij moet doen, of ze staan er misschien ver vanaf, maar het geloof in God is niet hol: gelovigen in God leven niet in een vacuüm, maar in het werkelijke leven. Ze moeten niet losstaan van het werkelijke leven. Wat voor houding en denkwijze zouden mensen moeten hebben, of het nu gaat om professionele vaardigheden of om algemene wijsheid of kennis over iets? Is het juist om altijd een mentaliteit van aanmodderen te hebben? Sommige mensen zijn altijd in de war over deze dingen – gaat dat werken? Hebben ze geen probleem met hun zienswijze? Een probleem met hun zienswijze maakt daar deel van uit; daarnaast heeft het te maken met hun karakter. De grote rode draak heeft duizenden jaren over China geregeerd en was altijd bezig met campagnes en strijd. Hij ontwikkelt de economie niet en denkt niet aan het leven van de gewone mensen. Uiteindelijk ontwikkelden de mensen een soort verachtelijke houding van gewoon maar wat aanrommelen. In alles wat ze doen, zijn ze plichtmatig en hebben ze een kortzichtig perspectief. Ze streven in geen van hun studies naar uitmuntendheid, noch kunnen ze die bereiken. Ze handelen altijd met een kortzichtig perspectief: ze kijken naar wat de markt nodig heeft, haasten zich dan om het te produceren, zonder een gedachte te verspillen totdat ze hun fortuin hebben gemaakt. Ze ontwikkelen zich niet verder vanuit deze basis, doen geen verder wetenschappelijk onderzoek en streven niet naar een nog hogere graad van uitmuntendheid, met als eindresultaat dat de lichte industrie, de zware industrie en elke andere sector van China geen enkel geavanceerd product op het wereldtoneel heeft. Toch zijn de Chinezen opschepperig: wij hebben hier in China 5000 jaar eersteklas traditionele cultuur. Wij Chinezen zijn vriendelijk en ijverig. Waarom blijft China dan namaakproducten maken om mensen op te lichten? Waarom hebben ze bijna niets dat op de wereldmarkt kan concurreren? Wat is daar aan de hand? Heeft China geavanceerde producten? Chinezen hebben wel één ‘geavanceerd’ ding, en dat is hun vaardigheid in imitatie en namaak – in bedrog. Hun verachtelijkheid is daarin aanwezig. Sommigen zullen zeggen: waarom zou U ons zo afschilderen? Vindt U niet dat dit ons kleineert en vernedert? Is dat zo? Als je kijkt naar sommige dingen die de Chinezen doen, kan inderdaad worden gezegd dat de schoen past. Zijn er Chinezen, op de markt of onder het gewone volk, die zich met hun eigenlijke werk bezighouden? Zeer weinig, en voor de weinigen die wel proberen zich met hun eigenlijke werk bezig te houden, geldt dat wanneer zij zien hoe ongunstig de sociale omgeving is en dat er niets goeds van komt, ze het niet langer proberen en het opgeven.

Die dingen die met menselijkheid te maken hebben – de houdingen, gedachten en meningen die mensen openbaren in hun omgang met andere mensen, gebeurtenissen en dingen – zijn erg veelzeggend. Wat blijkt eruit? Men kan eraan aflezen wat iemands karakter is, en of hij een fatsoenlijke en rechtschapen persoon is. Wat betekent het om fatsoenlijk en oprecht te zijn? Is traditioneel zijn fatsoenlijk en oprecht? Is beschaafd en welgemanierd zijn fatsoenlijk en oprecht? (Nee.) Is het letterlijk volgen van regels fatsoenlijk en oprecht? (Nee.) Niets van dit alles. Dus wat is fatsoenlijk en oprecht zijn? Als iemand werkelijk een fatsoenlijk en rechtschapen persoon is, dan doet hij wat hij ook maar doet met een bepaalde instelling: of ik dit nou graag doe of niet, en of dit nou binnen mijn interessegebied valt of iets is waar ik weinig interesse voor heb – het is mij toebedeeld om uit te voeren en ik zal het goed doen. Ik zal het eerst vanaf het begin te bestuderen, en met beide benen op de grond zal ik het stap voor stap aanpakken. Hoe ver ik ook met de taak ben gekomen, uiteindelijk zal ik mijn best hebben gedaan. Op zijn allerminst moet je een nuchtere houding en mentaliteit hebben. Als je een taak, vanaf het moment dat je die overneemt, slordig uitvoert en er totaal niet om geeft – als je die niet serieus neemt, geen relevante bronnen consulteert, geen minutieuze voorbereidingen treft, de raad van anderen niet zoekt en niet met anderen overlegt, en als je bovendien geen extra tijd uittrekt om deze kwestie te bestuderen zodat je er steeds beter in wordt, en deze vaardigheid of dit beroep meester wordt, maar er nonchalant mee omgaat en je houding er een is van alleen doen wat strikt nodig is, dan is dat een probleem met je menselijkheid. Is dit niet maar gewoon aanmodderen? Sommigen zeggen: “Het staat me niet aan dat je me dit soort plicht geeft.” Als die plicht je niet aanstaat, aanvaard die dan niet – en als je hem wel aanvaardt, moet je er met een serieuze, verantwoordelijke houding mee omspringen. Dat is het soort houding dat je hoort te hebben. Is dit niet de houding die iemand met een normale menselijkheid hoort te hebben? Dit is wat het betekent om fatsoenlijk en oprecht te zijn. In dit aspect van normale menselijkheid heb je op zijn allerminst oplettendheid, nauwgezetheid en een bereidheid om een prijs te betalen nodig, samen met een nuchtere, serieuze en verantwoordelijke houding. Het is voldoende om deze dingen te hebben.

Er zijn allerlei soorten mensen in de kerk. Degenen die de waarheid liefhebben, hebben een betere menselijkheid, en wanneer ze een verdorven gezindheid onthullen, worden ze gemakkelijk gecorrigeerd. Degenen die dat niet doen, hebben een veel slechtere menselijkheid. Als iemand zich niet inzet en onverantwoordelijk omgaat met Gods opdracht, is hij het vertrouwen dan niet onwaardig? Zo’n menselijkheid is waardeloos en van generlei waarde. Het is laag. Je gelooft in God. Als je je opdracht met een plichtmatige en onverantwoordelijke houding benadert, of het nu Gods opdracht aan jou is of die van de kerk, is dat dan de houding die iemand met een normale menselijkheid zou moeten hebben? Sommigen zeggen misschien: “Ik neem de dingen die broeders en zusters me te doen geven niet serieus, maar ik garandeer dat ik zal slagen in de dingen die God me te doen geeft. Die zal ik goed afhandelen.” Is dat de juiste gedachte? (Nee.) In welk opzicht niet? Iemand die onbetrouwbaar is en een gebrek heeft aan deugdzaamheid, wiens menselijkheid deze dingen mist – tegen wie zou hij oprecht kunnen zijn? Tegen niemand. Zelfs met zijn eigen zaken is hij oneerlijk en loopt hij de kantjes erbij af. Is zo iemand niet laaghartig en waardeloos? Als iemand zich kan inzetten, verantwoordelijkheid kan nemen en betrouwbaar kan zijn met dingen die andere mensen hem opdragen, zou hij het dan veel slechter doen met een opdracht die hij van God heeft aanvaard? Als hij, iemand met geweten en verstand, de waarheid begrijpt, dan zou hij het niet slechter moeten doen met een opdracht die hij van God heeft aanvaard en met het vervullen van zijn plicht. Hij zal het zeker veel beter doen dan degenen zonder geweten en deugdzaamheid. Dat is het verschil in hun karakter. Sommigen zeggen: “Ik zou het niet serieus nemen als je me vraagt voor een hond of een kat te zorgen, maar als ik een belangrijke zaak voor Gods huis zou moeten doen, zou ik die zeker goed afhandelen.” Is dit steekhoudend? (Nee.) Waarom niet? Als iemand de juiste zienswijze heeft, zowel in grote als in kleine zaken, wat zijn opdracht ook moge zijn, en als hij oprecht van hart en edel van karakter is, en integriteit heeft, en betrouwbaar is, en moreel in zijn gedrag, dan is dat waardevol, en is het anders. Zulke mensen benaderen elke zaak met hun moraliteit en hun betrouwbaarheid. Als iemand die immoreel en onbetrouwbaar is zou zeggen: “Als God mij rechtstreeks iets opdraagt, zal ik het zeker goed afhandelen”, zou dat dan waarheidsgetrouw zijn? Het zou een beetje overdreven en bedrieglijk zijn. Hoe kun je zonder geweten of verstand, betrouwbaar zijn voor anderen? Je woorden klinken hol – het is een truc. Gods huis had ooit twee kleine honden om een plek te bewaken. Iemand werd aangesteld om voor hen te zorgen, en die zorgde voor de honden en behandelde ze alsof het zijn eigen honden waren. Die persoon was niet zo dol op honden, maar hij zorgde goed voor ze. Als een hond ziek werd, behandelde hij hem, en hij waste ze en gaf ze op tijd te eten. Hij hield misschien niet van honden, beschouwde de zorg voor die honden als zijn opdracht en verantwoordelijkheid. Zit daar niet iets in dat in de menselijkheid zou moeten zitten? Hij had menselijkheid, dus deed hij het goed. De twee honden kwamen later onder de hoede van een ander, en binnen een maand waren ze erbarmelijk mager. Wat was er gebeurd? Niemand gaf erom of merkte het op toen de honden ziek werden, en hun slechte humeur beïnvloedde hun eetlust. Zo zijn ze zo mager geworden; zo zorgde die persoon voor ze. Is er een verschil tussen mensen? (Ja.) Waarin? (In hun menselijkheid.) Begreep degene die goed voor de honden zorgde een groot aantal waarheden? Niet per se. En degene die slecht voor ze zorgde, had niet per se korter in God geloofd. Waarom is er dan zo’n groot verschil tussen die twee? Omdat hun karakter anders is. Sommige mensen zijn betrouwbaar. Als ze iemand hun woord geven, kunnen ze uiteindelijk verantwoording afleggen, of ze de taak nu leuk vinden om te doen of niet. Als ze een taak op zich nemen, zullen ze die zeker volbrengen, stap voor stap. Ze doen het vertrouwen dat anderen in hen stellen eer aan, en ze doen hun eigen hart eer aan. Ze hebben een geweten, en daarmee meten ze alle dingen. Sommige mensen hebben geen geweten. Ze geven hun woord en doen vervolgens niets om het gestand te doen. Ze zeggen niet: “Ze geloofden in mij. Ik moet het goed doen, om hun vertrouwen te behouden.” Dat hart hebben ze niet, en zo zouden ze niet denken. Is dat geen verschil in menselijkheid? Zeg Mij, vond de persoon die het goed deed het zwaar om dat te doen? Hij vond het niet te vermoeiend of zwaar. Hij pijnigde zijn hersens niet om uit te zoeken hoe hij het goed moest doen, en bad er niet vaak over. Hij wist in zijn hart wat het juiste was om te doen, dus nam hij die last op zich. Degene die niet bereid was de last te dragen, aanvaardde de plicht ook, en vond het een last toen hij die eenmaal deed. Hij raakte geïrriteerd als de honden blaften en berispte hen: “Blaffen, hè? Blaf nog één keer en ik schop je dood!” Is hier geen verschil in menselijkheid? Jawel, en het is een groot verschil. Bij sommige mensen is het zo dat, wanneer je hun iets opdraagt, ze het irritant en lastig vinden, dat je hun weinig vrijheid laat. “Nog een klus? Ik heb al genoeg te doen – ik zit hier niet te niksen!” En dus verzinnen ze allerlei excuses om het af te schuiven, om zich te verontschuldigen voor het niet vervullen van hun verantwoordelijkheid. Ze hebben geen geweten of verstand, noch onderzoeken ze zichzelf, maar komen in plaats daarvan met redenen en excuses om zichzelf vrij te pleiten van hun povere menselijkheid. Zo gedragen mensen met een povere menselijkheid zich. Kan zo iemand dan de waarheidswerkelijkheid binnengaan? (Nee.) Waarom niet? Ze houden niet van de waarheid en ze houden niet van positieve dingen. Is dat niet het geval? Ze bezitten noch een normale menselijkheid, noch de werkelijkheid van positieve dingen. Ze hebben die essentie niet in zich. Wat is dan de relatie tussen de waarheid en de normale menselijkheid? Wat moet er in iemands menselijkheid zitten om de waarheidswerkelijkheid binnen te gaan en de waarheid te beoefenen? Ze moeten eerst een geweten en verstand hebben. Wat ze ook doen, ze moeten de juiste houding, het juiste denken en de juiste zienswijze hebben. Alleen hiermee kan iemand een normale menselijkheid hebben – en alleen door een normale menselijkheid te bezitten kan iemand de waarheid aanvaarden en beoefenen.

B. Het beheer van mensen over hun persoonlijke omgeving

Het tweede punt: het beheer van mensen over hun persoonlijke omgeving in het dagelijks leven. Welk gebied van normale menselijkheid betreft dit punt? (Dat van iemands leefomgeving.) En waaruit bestaat dat? Het bestaat voornamelijk uit twee brede gebieden: de leefomgeving die beperkt is tot iemands persoonlijke leven, en de openbare omgevingen waarmee iemand vaak in contact komt. En waaruit bestaan deze twee brede gebieden specifiek? Iemands levensstijl, alsook het beheer van hygiëne en de omgeving. Waaruit bestaat iemands levensstijl, als we het nader opsplitsen? Werk en rust, voeding, en dingen zoals de dagelijkse zorg voor de gezondheid en algemene kennis over het dagelijks leven. Laten we beginnen met het eerste onderdeel, werk en rust. Daar behoort men gewoon op een regelmatige, geplande manier naar om te zien. Afgezien van bijzondere omstandigheden, zoals wanneer het werk vereist dat je laat opblijft of overwerkt, horen werk en rust doorgaans regelmatig en gepland te verlopen. Dat is zoals het hoort. Sommige mensen blijven liever ’s nachts op. Zij slapen ’s avonds niet, maar houden zich met allerlei dingen bezig. Ze gaan pas slapen als anderen ’s morgens vroeg opstaan en aan het werk gaan, en wanneer anderen ’s nachts naar bed gaan, staan zij op om aan het werk te gaan. Bestaan er niet zulke mensen? Altijd uit de pas lopen met anderen, altijd bijzonder zijn – het verstand van zulke mensen is niet helemaal in orde. Onder normale omstandigheden, en afgezien van bijzondere gevallen, zou ieders ritme in principe gelijk moeten lopen. Wat is het volgende? (Voeding.) Aan de voedingsvereisten van de normale menselijkheid is gemakkelijk te voldoen, nietwaar? (Ja.) Dit is gemakkelijk. Hebben mensen echter niet een paar foutieve en absurdegezichtspunten over voeding? Sommigen zeggen: “Wij geloven in God en alles is in Zijn handen. Het is onmogelijk je maag te bederven met eten. We eten wat we maar willen, in alle vrijheid. Met Gods bescherming is het geen probleem.” Zijn er niet mensen met zo’n begrip? Zit hier niet iets in wat verwrongen is? Zo’n begrip is abnormaal; mensen met zo’n begrip hebben een abnormale denkwijze. Er zijn anderen die normale, alledaagse kennis verwarren met het ontzien van het vlees. Zij geloven dat aandacht besteden aan alledaagse kennis om te leven hetzelfde is als het vlees ontzien. Zijn er geen mensen die dat geloven? (Ja.) Sommige mensen hebben bijvoorbeeld maagklachten en eten geen pittig, prikkelend voedsel. Er zijn er die tegen hen zeggen: “Dat is een dieetvoorkeur van je; je ontziet het vlees. Je moet ertegen in opstand komen. Je zult op plekken komen waar dat gegeten wordt en dan zul je het moeten eten. Hoe kun je het weigeren?” Zijn er geen mensen met dat soort begrip? (Ja.) Sommige mensen kunnen iets bepaalds niet eten, maar staan erop het toch te eten, met alle ongemak van dien, om in opstand te komen tegen het vlees. Ik zeg: “Je mag het laten staan als je het niet wilt. Niemand zal je veroordelen als je het niet eet.” Zij zeggen: “Nee, ik moet het opeten!” In dat geval is hun ongemak verdiend. Ze hebben het zichzelf aangedaan. Ze stellen regels voor zichzelf op, dus moeten ze zich er ook zelf aan houden. Zou het dan verkeerd zijn om het niet te eten? (Nee.) Dat zou niet verkeerd zijn. Anderen met bepaalde gezondheidsproblemen zijn allergisch voor sommige voedingsmiddelen. Zij moeten die vermijden en niet eten. Sommigen zijn allergisch voor rode pepers en zouden ze dus niet moeten eten, maar staan er toch op. Ze blijven ze eten, in de overtuiging dat dat is wat het betekent om in opstand te komen tegen het vlees. Is dat niet een verwrongen begrip? Jazeker. Als ze iets niet kunnen verdragen, moeten ze het niet eten. Waarom vechten ze tegen hun lichaam? Is dat niet roekeloos van hen? (Jazeker.) Het is niet nodig je aan die regel te houden, noch om op die manier in opstand te komen tegen het vlees. Iedereen heeft zijn eigen lichamelijke conditie: sommigen hebben een zwakke maag, sommigen een zwak hart, sommigen zien slechter, sommigen zweten gemakkelijk en sommigen zweten nooit. Iedereen heeft een andere conditie; je moet aanpassingen doen op basis van die van jou. Eén enkele zin kan voor al deze gevallen volstaan: leer een beetje gezond verstand in het leven. Wat betekent ‘gezond verstand’ hier? Het betekent dat je moet weten wat schadelijk voor je is om te eten en wat goed voor je is om te eten. Als iets niet lekker smaakt maar goed is voor je gezondheid, moet je het eten, omwille van je gezondheid; als iets lekker is, maar je wordt er ziek van als je het eet, eet het dan niet. Dat is gezond verstand. Daarnaast moeten mensen ook enkele alledaagse manieren kennen om gezond te blijven. Laat in de vier seizoenen van het jaar de tijd, het klimaat en het seizoen bepalen wat je eet – dit is een belangrijk principe. Vecht niet tegen je lichaam – zo’n denkwijze en begrip zouden mensen met een normale menselijkheid moeten hebben. Sommige mensen hebben darmontsteking en krijgen diarree als ze prikkelend voedsel eten. Eet dat dus niet. Toch zeggen sommigen: “Ik ben niet bang. God beschermt me”, en als gevolg daarvan lijden ze na de maaltijd aan diarree. Ze zeggen zelfs dat God hen aan een beproeving onderwerpt en loutert. Zijn dat geen absurde mensen? Als ze niet absurd zijn, zijn het vreselijke veelvraten die eten zonder rekening te houden met de gevolgen. Zulke mensen hebben veel problemen. Ze kunnen hun eetlust niet beheersen, maar zeggen: “Ik ben niet bang. God beschermt me!” Wat is hun begrip van de kwestie? Het is verwrongen; ze begrijpen de waarheid niet, maar proberen die toch blindelings toe te passen. Ze hebben darmontsteking en eten toch alles wat los en vast zit, en als ze daardoor diarree krijgen, zeggen ze dat God hen aan een beproeving onderwerpt en loutert – is dat geen blinde toepassing van de regels? Dat zo’n absurde persoon zulke onzin uitkraamt – is dat geen godslastering? Zou de Heilige Geest in zo’n belachelijke persoon werkzaam zijn? (Nee.) Als je de waarheid niet begrijpt, moet je niet blindelings regels op dingen gaan toepassen. Zou God zomaar iedereen aan beproevingen onderwerpen? Zeker niet. Je komt er niet eens voor in aanmerking; je gestalte is er niet naar – en dus zal God je niet aan beproevingen onderwerpen. Iemand die niet weet van welk voedsel hij ziek wordt, is een idioot met een ongezond verstand. Kunnen mensen die een gebrekkige rationaliteit en een gebrekkig verstand hebben, Gods bedoelingen begrijpen? Kunnen zij de waarheid begrijpen? (Nee.) Zou God zo iemand dan aan beproevingen onderwerpen? Nee, dat zou Hij niet doen. Dat is wat het betekent om geen verstand te hebben en onzin uit te kramen. Er zijn principes voor Gods beproeving van mensen; die zijn gericht op mensen die de waarheid liefhebben en nastreven, op mensen die God zou gebruiken en die voor Hem zouden kunnen getuigen. Mensen met een waar geloof, die Hem kunnen volgen en van Hem kunnen getuigen, onderwerpt Hij aan beproevingen. Niemand die alleen maar comfort en genot zoekt en de waarheid totaal niet nastreeft, en zeker niemand met een verwrongen begrip van dingen, heeft het werk van de Heilige Geest. Zou God hen dan aan beproevingen onderwerpen? Dat is volstrekt onmogelijk.

Sommige mensen hebben toegang tot Chinese kruidengeneesmiddelen of natuurvoeding, waar ze lichtzinnig gebruik van maken. Sommige vrouwen smeren vaak dingen op hun gezicht die de huid beschermen, witter en strakker maken. Ze besteden elke dag twee uur aan het aanbrengen van make-up en drie uur aan het verwijderen ervan, en ruïneren uiteindelijk hun huid tot aan het onherkenbare toe. Ze zeggen zelfs: “Niemand kan de natuurwet van schoonheid die met de jaren vervaagt overwinnen – kijk maar naar deze huid van mij die steeds ouder wordt!” Feit is dat ze er niet zo oud uit zouden zien als ze niet zo met hun gezicht hadden geknoeid – het was juist het smeren van die producten waardoor ze verouderden. Wat valt daarvan te zeggen? (Ze hebben het zichzelf aangedaan.) Hun verdiende loon! Er bestaat alledaagse kennis voor het leven in de normale menselijkheid, en men moet die onder de knie krijgen, zoals algemene kennis over het beschermen van de gezondheid en het voorkomen van ziekte: dat koude voeten bijvoorbeeld rugpijn kunnen veroorzaken, of hoe je vroegtijdige verziendheid moet behandelen, of de nadelen van te lang achter de computer zitten. Je moet iets begrijpen van zulke alledaagse zorg voor de gezondheid. Sommigen zeggen misschien: “Om in God te geloven, hoor je alleen Zijn woorden te lezen. Wat is het nut van al die alledaagse gezondheidszorgkennis? De levensduur van een mens wordt door God bepaald; geen enkele hoeveelheid kennis over gezondheidszorg zal enig nut hebben. Wanneer het je tijd is om te sterven, kan niemand je redden.” Dit lijkt op het eerste gezicht juist, maar in feite is het een beetje absurd. Het is iets wat iemand zonder geestelijk begrip zou zeggen. Ze leren platgetreden woorden en doctrines op te dreunen en lijken spiritueel te zijn, terwijl ze in feite helemaal geen zuiver begrip hebben. Ze proberen blindelings regels toe te passen wanneer hun iets overkomt, praten zo mooi mogelijk, zonder enige waarheid te beoefenen. Sommige mensen vertellen hun bijvoorbeeld dat maïspap voedzaam is, dat het goed is voor de gezondheid. Dat dringt niet tot hen door. Maar zodra ze iemand horen zeggen dat gestoofd varkensvlees gezond is, eten ze er de volgende keer dat ze het zien hun buik van vol, en zeggen ze zelfs al kauwend: “Wat kan ik eraan doen? Ik moet dit eten; het is voor mijn gezondheid!” Is dat niet een bedrieglijke uitspraak? (Jazeker.) Het is bedrog. Bezitten wat mensen met een normale menselijkheid zouden moeten bezitten, weten wat mensen zouden moeten weten, weten wat er te weten valt in de levensfase die bij je leeftijd hoort – dat is wat het betekent om een normale menselijkheid te hebben. Sommige twintigers eten alles wat los en vast zit. Ze eten ijsblokjes op een ijskoude dag. Hun ouderen schrikken daarvan en dringen erop aan dat ze stoppen, en zeggen dat ze buikpijn zullen krijgen. “Buikpijn? Geen centje pijn, zeggen ze, kijk naar mij: ik ben in topconditie!” Op hun leeftijd weten ze niets van zulke dingen. Wacht tot ze veertig zijn en geef hun ze dan maar eens een ijsblokje te eten. Zouden ze het doen? (Nee.) En als ze zestig zijn, vergeet dan maar het eten van ijs – ze zullen bang zijn om er zelfs maar in de buurt te komen. De kou zal te veel zijn voor hun lichaam om te verdragen. Dat heet ervaring – levenslessen leren. Als iemand van zestig nog steeds niet weet dat zijn maag niet tegen te veel ijsblokjes kan, dat zijn lichaam ze niet kan verdragen, dat ze hem ziek zullen maken, hoe noem je dat dan? Schieten ze tekort in normale menselijkheid? Ze schieten tekort in levenservaring. Als iemand van in de zestig nog steeds niet weet dat kou slecht is voor de rug, dat koude voeten een zere rug veroorzaken, hoe moet diegene dan die zestig-plus jaren hebben geleefd? Die moet er gewoon doorheen zijn gesukkeld. Sommige mensen begrijpen tegen de tijd dat ze in de veertig zijn veel alledaagse dingen over het leven: alledaagse gezondheidskennis bijvoorbeeld; en ze hebben een paar juiste opvattingen over materiële zaken, geld en werk, en over hun familieleden, de zaken van de wereld en het leven, enzovoort. Ze hebben een zuiver begrip van deze dingen, en zelfs als ze niet in God geloven, begrijpen ze deze dingen nog steeds wat beter dan mensen die jonger zijn. Dit zijn mensen met een gevoel voor goed en kwaad, met een normale denkwijze. In de twee decennia die ze sinds hun twintigste hebben geleefd, hebben ze veel dingen begrepen, waarvan sommige de waarheid benaderen. Dit toont aan dat het mensen zijn met bevattingsvermogen, mensen van een goed kaliber. En als het iemand is die de waarheid nastreeft, zal zijn ingang in de waarheidswerkelijkheid veel sneller komen, omdat hij in die twintig jaar veel heeft meegemaakt en een aantal positieve dingen heeft verworven. Zijn ervaringen zullen overeenstemmen met de waarheidswerkelijkheid waarover God spreekt. Echter, als er veel ontbreekt in de menselijkheid van die persoon, en hij geen juiste opvattingen heeft, of het denken van een normale menselijkheid, laat staan de intelligentie van een normale menselijkheid met betrekking tot het leven en de mensen, gebeurtenissen en dingen die in die twintig jaar voorkomen, dan zal hij die jaren tevergeefs hebben geleefd. Op verschillende plaatsen waar Ik ben geweest, heb Ik ontdekt dat sommige oudere zusters niet kunnen koken. Ze kunnen niet eens een evenwichtige maaltijd plannen. Ze maken soep van wat gebakken zou moeten worden, en bakken wat in een soep zou moeten. De producten wisselen met de seizoenen, maar op hun tafels staan altijd dezelfde paar gerechten. Wat is daar aan de hand? Dat is een echt gebrek aan intelligentie, niet? Ze missen het kaliber van een normale menselijkheid. Ze kunnen niet eens de verschillende voedingsmiddelen bereiden die ze in hun dagelijks leven tegenkomen, dingen als kool en aardappel. Ze zijn niet opgewassen tegen de eenvoudigste taken en kunnen die niet volbrengen. Hoe hebben ze de laatste vijftig of zestig jaar doorgebracht? Zou het echt kunnen dat hun hart geen eisen stelde aan hun leven? Als iemand geen ervaring kan opdoen uit alles wat hij doet, welke taak zou zo iemand dan goed kunnen vervullen? Feit is dat mensen dingen kunnen leren, als ze zich er maar op toeleggen en een tijdje oefenen. Als iemand iets na enkele jaren studie nog steeds niet kan, moeten zijn verstand en kaliber wel verschrikkelijk zijn!

Laten we het nu even hebben over het beheer van hygiëne. Ik ben onlangs op twee plaatsen geweest waar de omgeving van de huizen een totale puinhoop was. Alles was daar oorspronkelijk vrij ordelijk, dus hoe zijn die plaatsen uiteindelijk zulke ‘varkensstallen’ geworden? De reden is dat de mensen daar niet weten hoe ze de zaken op orde moeten houden. Ze hebben niet het bewustzijn van en de eisen voor hygiëne die een normale menselijkheid heeft. Het is niet alleen dat ze lui zijn; ze zijn daarnaast gewend geraakt aan het leven in zulke omstandigheden. Ze gooien afval op de grond en leggen dingen overal neer, zonder regel of beperking. Als ze een plek hebben opgeruimd, kunnen ze die slechts een dag of twee schoonhouden; een paar dagen later is het zo rommelig en vies dat het niet om aan te zien is. Zeg Mij, hoe noem je zo’n omgeving? En de mensen daar kunnen in zulke omstandigheden smakelijk eten en in slaap vallen – wat voor mensen zijn dat? Ze zijn als varkens, nietwaar? Ze hebben geen bewustzijn en begrijpen niets van hygiëne, van hun omgeving, van structuur, van beheer. Het valt hun niet op, hoe vies of rommelig het ook wordt. Het stoort hen niet; ze maken zich er geen zorgen over en raken er niet van in de war. Ze leven door zoals ze gewend zijn, zonder specifieke wensen of eisen. Sommige plaatsen zorgen goed voor hun hygiëne en omgeving, en je zou denken dat de mensen daar om netheid geven, dat ze weten hoe ze hun omgeving moeten beheren – maar totdat er een verrassingsinspectie is, weet niemand dat ze er voorafgaand aan inspecties mensen heen stuurden om de boel op te ruimen. Als je hun van tevoren vertelt dat je komt, is de plek gegarandeerd schoon; als je zonder waarschuwing gaat, tref je een andere omgeving aan, een die zeker vies en rommelig is. In de kamers van sommige meisjes liggen kleren en schoenen verspreid, en buiten liggen werktuigen zoals schoffels en pikhouwelen op een hoop met kleding. Sommigen daar zeggen misschien dat ze het zo druk hebben gehad dat ze geen tijd hadden om op te ruimen. Zo druk hebben ze het gehad? Hebben ze zelfs geen tijd gehad om adem te halen? Als dat zo is, dan is het inderdaad druk – maar zo druk hebben ze het toch zeker niet gehad? Wat is er zo moeilijk aan het beheren van hun ruimte? Wat is er zo veeleisend aan het onderhouden van een schone, opgeruimde omgeving? Heeft dit iets met menselijkheid te maken? Waarom zouden mensen zo graag in een ‘varkensstal’ leven? Waarom zouden ze zich zo op hun gemak voelen in zo’n omgeving? Hoe kunnen ze totaal niet reageren op zulke omstandigheden? Wat is daar aan de hand? Wat is de oorzaak van slecht beheerde omgevingen? Als Ik af en toe ergens naartoe ga en het van tevoren laat weten, maken ze het spic en span, maar als Ik er vaak kom, stoppen ze met schoonmaken. Ze zeggen: U bent hier vaak, dus laten we de formaliteiten achterwege. Zo zijn we nu eenmaal. Het is vermoeiend om de hele tijd schoon te maken! Wie heeft daar de energie voor? We hebben het de hele dag zo druk met werk, we hebben zelfs geen tijd om ons haar te borstelen! Ze komen met dit soort smoesjes. En wat voor smoesjes nog meer? Dit is allemaal tijdelijk. We hoeven het niet perfect op orde te brengen. Zo is het wel goed. Inderdaad, alles is tijdelijk – maar zelfs als je in een tent zou wonen, zou je er toch voor moeten zorgen, nietwaar? Dat is normale menselijkheid. Als je zelfs dat beetje normale menselijkheid niet hebt, hoe verschil je dan van beesten?

Er is een kerk in Gods huis die vrij goed gelegen is, bij bergen en water. Er is daar een weg aangelegd en langs de nabijgelegen rivier staan bomen. Er is zelfs een prieel, met sierstenen ernaast. Echt, het is heel mooi. Op een dag zag Ik van ver iets kleins en geels op dat schone pad. Toen ik dichterbij kwam, zag ik dat het een sinaasappelschil was. Wie weet wie daar zo nonchalant zijn afval zou weggooien. En in het prieel, dat ook schoon was geweest, had iemand zonnebloempitten gegeten en de schillen over de hele vloer uitgestrooid. Zeg Mij, was dat iemand die regels kent? Zijn er in de normale menselijkheid vereiste normen voor iemands hygiëne en omgeving, of niet? Sommigen zeggen misschien: in welk opzicht heb ik geen normen? Ik was elke avond mijn voeten. Sommige mensen doen dat niet. Sommige mensen wassen zelfs hun gezicht niet als ze 's morgens opstaan, Je voeten zijn misschien wel schoon, maar waarom lijkt je werkomgeving op een varkensstal? Wat stelt die netheid van jou voor? Op zijn best toont het aan dat je verschrikkelijk egoïstisch bent. Je zou alle dingen willen beheren, maar hoe kun je meester zijn over alle dingen, als je niet eens een erf kunt beheren? Dat is schaamteloos, echt waar! Het is niet alleen hun omgeving die deze mensen niet kunnen beheren – ze kunnen zelfs hun eigen hygiëne niet beheren en gooien afval op de grond. Hoe hebben ze deze gewoonte ontwikkeld? Ze rechtvaardigen het weggooien van fruitschillen op de grond misschien door het compost te noemen. Waarom leg je ze dan niet op een composthoop of in een vuilnisbak? Waarom gooi je ze op de weg of in dat prieel? Is een prieel een plek om compost te bewaren? Is dat geen minachting voor de regels? (Jazeker.) Dat is een verschrikkelijk gebrek aan menselijkheid, verstand en moraal – het zijn laaghartige mensen! Zeg Mij, is er een manier om dit probleem op te lossen? Hoe kan het worden gestopt? Zal toezicht volstaan? Wie zou zoiets in de gaten kunnen houden? Wat moet er gebeuren? (Hen beboeten.) Ja, dat is het laatste redmiddel. Er moet een deugdelijk systeem worden ingevoerd. Geen straffeloosheid meer. Deze mensen zijn gewoon zo verachtelijk – ze zijn onverbeterlijk! Op sommige plaatsen liggen verrotte kartonnen dozen, verrotte planken en snippers papier overal verspreid, en de mensen daar zeggen dat ze die bewaren om later te gebruiken. Het zijn nuttige dingen, waarom sorteer je ze dan niet per type, in nette stapels? Zou dat er niet mooier uitzien en minder ruimte innemen? De meeste mensen weten niets van beheer. Dingen liggen lukraak opgestapeld en verspreid in hun ruimtes, zodat er geen vrije ruimte meer is. De stapels worden rommeliger naarmate ze groter worden, en wat rommelig is, wordt ook vuil, totdat de plek een vuilnisbelt wordt, afstotelijk voor iedereen die het ziet. Hebben mensen die in zulke omgevingen leven een normale menselijkheid? Zijn het mensen van kaliber, als ze niet eens de omgeving waarin ze leven op orde kunnen houden? Welk verschil is er nog tussen zulke mensen en beesten? Een deel van de reden waarom de meeste mensen niet weten hoe ze de ruimtes waarin ze leven moeten beheren, is dat niemand een bewustzijn van hygiëne heeft of weet hoe hij zijn omgeving moet beheren. Deze dingen komen niet bij hen op, en ze zijn zich er niet van bewust hoe de leefomgeving van mensen zou moeten zijn. Ze zijn als dieren, onbewust van het soort omgeving waarin ze zouden moeten leven. Het andere deel heeft te maken met managers die niet weten hoe ze deze dingen moeten beheren. De managers weten niet hoe ze deze dingen moeten beheren, en degenen die worden beheerd zijn niet proactief of zich bewust van deze dingen. Uiteindelijk verandert de plek, met ieders ‘medewerking’, in een ‘varkensstal’. Wanneer deze mensen een tijdje op een plek zijn geweest, kom Ik er met een bepaald gevoel vandaan: waarom is deze plek nooit schoon? Waarom voelt het nooit als een thuis? Zeg Mij, zou het zien van zo’n plek iemands humeur kunnen opvrolijken? (Nee.) Zou het bezoeken ervan jullie in een goed humeur brengen? (We zouden er niet veel bij voelen.) Dat zou jullie ware reactie zijn – niet veel gevoel. Ik heb voor een paar van die plaatsen plannen opgesteld, en toen het werk klaar was en de boel was opgeruimd, genoot iedereen van het aanzicht. Maar een paar dagen later was het weer een puinhoop. Ik moest iemand vinden die geschikt was om de taak te beheren, anders zou hygiëne niet gehandhaafd worden. Dat komt omdat de meeste mensen zo onrein zijn en er een puinhoop van maken, welk werk ze ook doen. Sommige mensen plukken groenten en weten niet op welke plek ze die moeten wassen. Ze staan erop een schone plek te zoeken om het te doen, waardoor die plek als gevolg daarvan vies wordt. Hoe zou je je voelen als je dat zag? Zijn deze mensen geen kuddedieren? Ze hebben geen menselijkheid! Als je naar deze mensen kijkt, die niets om hygiëne geven en niet weten hoe ze hun omgeving moeten beheren – dan zou je er boos van worden! Deze mensen krijgen een mooie omgeving om in te leven, met alles netjes op orde. In de lente komen allerlei bloemen en grassen op; ze hebben bergen, water, een prieel; ze hebben plekken om te werken en plekken om te wonen, en allerlei voorzieningen. Wat fijn! Maar hoe is het afgelopen? Ze namen het voor lief; ze waardeerden de vriendelijkheid niet. Ze dachten: dit is een mooiere plek dan de meeste, maar het is min of meer platteland. De grond is niets anders dan gras en modder. Met die mentaliteit hebben ze de plek gedachteloos vernield. Ze dachten er niet aan hun omgeving te beheren. Hoeveel dingen ontbreken er aan zo’n menselijkheid! Die bezit niet de aspecten die de menselijkheid zou moeten bezitten; die mensen kunnen niet eens de verschillende aspecten van hun leefomgeving op de meest basale manieren op orde houden. Zeg Mij, hoe kunnen mensen er niet aan denken zo’n mooie omgeving waarin ze leven te koesteren? Hoe kunnen ze er niet aan denken er zorg voor te dragen? Waarom? Is het omdat ze het zo druk hebben met hun taken dat ze er geen tijd voor hebben? Of wat is er anders met hen aan de hand? Wie heeft het niet druk met zijn taken? Er zijn er die in slechtere omgevingen leven dan jullie, maar die hun ruimte vrij goed verzorgen. Mensen zien het en steken hun duim op, met bewondering en achting voor hen. En dan is er jullie leefomgeving – anderen hoeven niet eens naar binnen te gaan; ze zouden je minachten met slechts een blik op de buitenkant. Is dit niet je eigen schuld? Jouw handelingen en gedragingen hebben deze erbarmelijk armoedige omgeving waarin je leeft teweeggebracht. Wanneer mensen de omgeving zien waarin je leeft, is dat voor hen hetzelfde als het zien van jouw essentie. Kun je het hun dan kwalijk nemen dat ze je minachten? Of een persoon hoog of laag is, edel of verachtelijk, wordt niet bepaald door de beoordelingen van anderen, maar door hoe hij zelf in de praktijk leeft. Als je de onderdelen van een normale menselijkheid bezit, ben je in staat een ware menselijke gelijkenis in de praktijk te brengen in je leven. Je zult in staat zijn je edele kwaliteit te tonen, en anderen zullen je vanzelfsprekend waarderen en achten. Als je die dingen niet bezit, en je geen alledaagse hygiëne begrijpt, en je niet weet hoe je voor je omgeving moet zorgen, en je al je dagen in een ‘varkensstal’ doorbrengt en je er nogal tevreden over voelt, dan onthult dat je beestachtige kwaliteit. Het betekent dat je verachtelijk en laag bent. Zo’n verachtelijk en laag persoon, met zo’n verachtelijke en lage menselijkheid, zonder een greintje van het denken, de opvattingen, de eisen en het streven dat een normale menselijkheid zou moeten hebben – zonder iets daarvan, kan zo iemand de waarheid begrijpen? Kan diegene de waarheidswerkelijkheid binnengaan? (Nee.) Jullie denken ook dat ze dat niet kunnen? Waarom niet? Sommigen zullen zeggen: we hebben ons in onze jaren van geloof in God al lang ontdaan van al die wereldse dingen. We geven niet om dat soort zaken! ‘Een leven van kwaliteit leiden’ – dat is iets werelds! Zijn er niet mensen die dit zeggen? Is de lucht die je inademt dan iets werelds? De kleren die je draagt, alle materiële dingen die je gebruikt – zijn dat wereldse dingen? Waarom zoek je niet zomaar een plek in de open lucht om samen te komen? Waarom in een kamer samenkomen? Zijn mensen die dit zeggen niet absurd? Ik zal je een feit vertellen: als zo iemand de waarheidswerkelijkheid wil binnengaan, zal dat moeilijk voor hem zijn. Als een persoon de waarheidswerkelijkheid wil binnengaan, moet hij eerst een normale menselijkheid bezitten; daarnaast moet hij die slechte gewoonten in zijn leven afwerpen, om een levensstijl en -doel na te streven dat kwaliteit, manieren en moraal heeft. Is dit een passende manier om het te zeggen? Welnu, zijn deze problemen gemakkelijk recht te zetten? Hoe lang duurt het om je levensstijl te veranderen en een slechte gewoonte in je leven af te werpen? Welke methode moet worden gebruikt om hier zo snel mogelijk in te komen? Welke methoden zijn er, afgezien van straf? (Wederzijds toezicht.) Wederzijds toezicht is een methode; het hangt ervan af of mensen het aanvaarden. Zoals Ik het zie, is het opleggen van boetes een krachtige maatregel, en werkelijk een effectieve. Zodra je aan boetes komt, raak je aan de belangen van mensen. Ze hebben geen andere keus dan zich eraan te houden, uit angst dat hun belangen geschaad zouden kunnen worden. Dat is wat wordt bereikt door het opleggen van boetes. Maar waarom wordt er niets bereikt door met die mensen over de waarheid te communiceren? Omdat ze geen normale menselijkheid hebben of de vereiste voorwaarden om de waarheid te aanvaarden. Daarom is communiceren over de waarheid een ondoeltreffende methode bij hen. Leer in elke werkomgeving dan ook eerst dingen per type te sorteren, ten tweede netheid te handhaven, ten derde hygiëne en reinheid te handhaven, en ontwikkel daarnaast de gewoonte om afval op te ruimen. Dat is wat een normale menselijkheid zou moeten bezitten.

Er zijn vrouwen die hun haar kammen en naar buiten gaan, zonder eerst de uitgevallen haren op te vegen. Ze doen dit elke dag. Kan zo’n gewoonte worden veranderd? Als je klaar bent met het kammen van je haar, moet je onmiddellijk opruimen en schoonmaken. Laat het niet aan anderen over om het op te ruimen – beheer je eigen omgeving zelf goed. Als je je omgeving goed wilt beheren, moet je bij jezelf beginnen. Ruim eerst je eigen ruimte op. Daarnaast moet men burgerzin tonen met betrekking tot de openbare omgevingen waarin men zich bevindt. De verantwoordelijkheid zou bij iedereen moeten liggen om bijvoorbeeld de ruimtes waar mensen wonen en rusten te beheren. Als je een paar stukjes sinaasappelschil op de grond ziet, raap ze dan gewoon op en gooi ze in de prullenbak. Op sommige werkterreinen liggen houtsnippers, houtkrullen, ijzeren staven en spijkers overal verspreid als het werk klaar is. Als je daarheen gaat, kun je gemakkelijk op een spijker trappen als je niet oplet. Het is verschrikkelijk onveilig. Waarom zouden ze niet opruimen en voor hygiëne zorgen als ze hun werk hebben gedaan? Wat voor nare gewoonte is dat? Kunnen ze zich met dit gedrag verantwoorden? Wat zouden mensen denken als ze zo’n rommelige, vuile werkplek zien? Is dat niet de manier waarop beesten hun werk doen? Mensen met menselijkheid moeten de boel netjes opruimen als ze klaar zijn met een klus, en anderen zullen in één oogopslag weten dat het werk door mensen is gedaan. Beesten ruimen niet op nadat ze een klus hebben geklaard, alsof opruimen niet hun taak was en niets met hen te maken had. Wat voor logica is dat? Ik heb meerdere mensen gezien die niet opruimen nadat ze een klus hebben geklaard. Ze hebben allemaal deze slechte gewoonte. Ik heb hun verteld dat ze elke dag, als hun werk klaar is, iemand moeten aanwijzen om al het afval op te ruimen. Elke dag opruimen. Op die manier zal het terrein schoon zijn. Ze moeten zo’n gewoonte ontwikkelen. Om een levensgewoonte te ontwikkelen, moet men beginnen met het onderhouden van een omgeving, en dan wachten tot men eraan gewend is. Dan, op een dag, wanneer die omgeving verandert, zullen ze zich ongemakkelijk voelen als ze zien dat iets onrein is. Het is net als met sommige mensen die drie of vijf jaar in het buitenland hebben gewoond en denken dat alles daar beter is. De dag komt dat ze terugkeren naar hun geboorteplaats, en ze voelen dat ze plotseling chic zijn geworden. Ze kijken met minachting neer op anderen die niet om hygiëne geven, op mensen wier huizen onrein zijn. Ze kunnen het zelfs niet verdragen om een paar dagen niet te douchen. Was het niet hun omgeving die dit dicteerde? Zo werkt het. Dus, je moet beginnen met het beheren van je persoonlijke hygiëne en je omgeving. Dat is de manier om je comfortabel te voelen bij het vervullen van je taak; het is ook wat mensen met een normale menselijkheid zouden moeten bezitten. Op verschillende plaatsen waar ik ben geweest, heb ik de kamers van meisjes gezien die een totale puinhoop waren, in wanorde. Sommigen zeggen misschien: U wilt dat we netjes zijn; moet het hier op een kazerne lijken? Dat is allemaal niet nodig. Maak elke dag je bed op en maak je kamer schoon. Houd het schoon. Maak er een gewoonte van. Als je deze dingen elke dag doet en ze een gewoonte worden, een norm, en zo automatisch als eten, dan heb je dit soort dagelijkse levensgewoonte ontwikkeld en zijn je eisen voor je omgeving een treetje hoger komen te staan. En wanneer ze dat treetje hoger zijn gekomen, zullen je hele houding, je mentale instelling, je smaak, je menselijkheid en je waardigheid allemaal verheven zijn. Maar als je in een ‘varkensstal’ leeft, een plek die niet voor mensen is, maar meer lijkt op het hol van een beest, bezit je geen menselijke gelijkenis. Bij het binnengaan van een kamer bijvoorbeeld, zullen sommige mensen, als ze zien dat de kamer en de vloer schoon zijn, buiten een tijdje het vuil van hun schoenen vegen. Ze zullen zich nog steeds onrein voelen, dus zullen ze hun schoenen uittrekken voordat ze de kamer binnengaan. Wanneer de eigenaar van de kamer ziet hoe schoon en respectvol ze voor hem zijn, zal hij hen ook respecteren. Andere mensen lopen gewoon naar binnen, met modderige schoenen, en vinden het niet erg om modder op de vloer te krijgen. Ze zijn er volkomen ongevoelig voor. De eigenaar van de kamer ziet dat ze van nature geen rekening houden met regels. Hij heeft een lage dunk van hen, en dus minacht hij hen en zal hij hen in de toekomst niet meer in de kamer laten. Hij zal hen buiten laten wachten, en dit is wat dat zal impliceren: je verdient het niet om binnen te komen – je zou de boel bederven als je dat deed, en wat zou ik dan lang moeten schoonmaken! Hij zal hen niet respecteren. Wanneer hij ziet dat ze geen menselijke gelijkenis bezitten, zal hij hen zelfs niet respecteren. Als iemand op dit punt in zijn leven komt, is hij dan nog wel een mens? Een huisdier is beter dan hij. Mensen moeten een menselijke gelijkenis in praktijk brengen om mens genoemd te kunnen worden, en ze moeten een normale menselijkheid bezitten om een menselijke gelijkenis in praktijk te brengen. Waar iemand ook woont, welke taak hij ook vervult, hij moet zich aan de regels houden. Hij moet voor zijn ruimte en hygiëne zorgen, een gevoel van verantwoordelijkheid hebben en goede levensgewoonten hebben. Hij moet aandachtig en serieus zijn in alles wat hij doet, en dit volhouden totdat hij het goed heeft gedaan en aan de norm heeft voldaan. Op deze manier zullen mensen in je plichtsvervulling en de manier waarop je je gedraagt en met dingen omgaat, zien dat je oprecht en fatsoenlijk bent, een goed persoon. Ze zullen bewondering voor je voelen en je vanzelfsprekend gaan respecteren. Ze zullen je ook achten en waarderen, en dus zullen ze je niet voor de gek houden of pesten. Ze zullen op een serieuze manier tegen je spreken, zonder enige spot of minachting. Ik weet niet hoe mensen Mijn voorkomen waarnemen, maar Ik heb wel een gevoel: wanneer Ik de meeste mensen ontmoet, maken ze geen grappen of spreken ze niet lichtzinnig. Ik weet niet waarom dat is. Het kan zijn dat mensen een gevoel krijgen: U bent gewoon zo’n serieus persoon, en U bent ook serieus in Uw spreken en handelen. U bent een oprecht persoon; ik zou geen grap durven maken in de omgang met U. Het is direct duidelijk dat U niet zo iemand bent. Als je naar een plek gaat en met mensen praat, met mensen kletst, met mensen omgaat, en zij voelen dat er iets is in je menselijkheid en moraal – ze kunnen misschien niet duidelijk zeggen wat het is, maar jij zult weten wat je elke dag denkt, en je zult altijd principes en normen hebben voor hoe je dingen bekijkt en met mensen omgaat – als dat de manier is waarop je met anderen omgaat en op hen reageert, dan zullen ze zeggen dat je zo bedachtzaam bent, zo serieus en bedachtzaam in alles wat je doet, wat betekent dat je zo principieel bent. Welk gevoel zal dit uiteindelijk bij hen oproepen? Denk daar maar eens rustig over na. Als je in je zelfgedrag de aspecten bezit die mensen met een normale menselijkheid zouden moeten bezitten, maakt het niet uit hoe mensen je achter je rug beoordelen. Als ze in het diepst van hun hart voelen dat je een oprecht, bedachtzaam persoon bent, iemand met een serieuze, verantwoordelijke houding ten opzichte van alle dingen, die edel van deugd is, dan zullen ze je na een tijdje met je omgegaan te zijn en interacties te hebben gehad, gaan goedkeuren en achten. En dan zul je als persoon iets waard zijn. Als ze na een tijdje met je omgegaan te zijn, zien dat je niets goed doet, dat je lui en vraatzuchtig bent, niets wilt leren, dat je normen je capaciteiten overstijgen, dat je erg hebzuchtig en egoïstisch bent – en bovendien dat je je niet bekommert om hygiëne en er niet aan denkt voor je omgeving te zorgen; als ze zien dat je nergens kaas van gegeten hebt, dat je van een vrij pover kaliber bent en dat je geen krediet waard bent, en geen enkele taak die je wordt gegeven goed kunt uitvoeren – dan zul je voor de mensen totaal geen waarde hebben en heb je als persoon afgedaan. Voor anderen totaal geen waarde hebben is al met al niet zo erg – wat ertoe doet is dat als je eveneens verachtelijk, laag en waardeloos bent in Gods hart, als een beest, zonder hart of geest, dan zit je in de problemen. Je bent nog zo ver verwijderd van redding! Is er voor iemand wiens karakter niet aan de norm voldoet, wiens spreken en handelen totaal ongeregeld is, die als een beest is, hoop om gered te worden? Die is in gevaar, zoals Ik het zie. Vroeg of laat zal diegene worden geëlimineerd.

C. De houding en het gedrag van mensen in hun contact met het andere geslacht

Ons derde punt is de houding en het gedrag van mensen in hun contact met het andere geslacht in hun dagelijks leven. Dit is een kwestie waarmee iedereen die onder de mensen leeft, wordt geconfronteerd, ongeacht zijn leeftijd. Welk aspect van de menselijkheid betreft dit? Het betreft iemands waardigheid, schaamtegevoel en stijl van optreden.Sommige mensen zijn heel gemoedelijk wat betreft contact maken met het andere geslacht. Voor hen is er niets bijzonders aan de hand zolang er niets gebeurt, en geen van beiden zich overgeeft aan wellustige gedachten of een bepaalde ongepaste passie onthult. Hoort iemand met normale menselijkheid zulke gedachten te hebben? Is dit een teken van normale menselijkheid? Wanneer je eenmaal oud genoeg bent om te trouwen en in contact te komen met het andere geslacht, en een relatie wilt aangaan, doe dat dan normaal, dan zal niemand zich ermee bemoeien. Maar sommige mensen willen geen relatie – ze flirten een paar dagen met iemand die hen opvalt, en zodra ze iemand ontmoeten die hen bevalt en die aan hun voorkeuren voldoet, beginnen ze te pronken tegenover diegene. En hoe pronken ze? Een opgetrokken wenkbrauw, een knipoog of een verandering van toon terwijl ze praten, of anders bewegen ze op een bepaalde manier of beginnen ze grappige opmerkingen te maken om de aandacht te trekken; dit is pronken. Wanneer iemand die gewoonlijk niet zo is dit soort gedrag openbaart, kun je er zeker van zijn dat er leden van het andere geslacht in de buurt zijn die aan zijn voorkeuren voldoen. Wie zijn deze mensen? Je zou kunnen zeggen dat ze zich niet netjes gedragen, of geen duidelijke grenzen trekken tussen mannen en vrouwen, maar dat ze geen betreurenswaardig gedrag hebben vertoond. Sommigen zouden misschien zeggen dat ze gewoon wat lichtzinnig zijn. Met andere woorden: ze hebben geen zelfrespect; lichtzinnige mensen hebben geen idee van zelfrespect. Sommigen mensen openbaren deze eigenschappen in het dagelijks leven, maar de vervulling van hun plicht wordt daardoor niet beïnvloed, noch de voltooiing van hun werk; is dit dan echt een probleem? Sommigen zeggen: “Moeten we het hierover hebben als het je streven naar de waarheid niet in de weg zit?” Waar heeft dit betrekking op? Op het schaamtegevoel en de waardigheid van je menselijkheid. Iemands menselijkheid kan niet buiten schaamtegevoel en waardigheid, en zonder deze twee kan zijn menselijkheid niet normaal zijn. Sommige mensen zijn geloofwaardig, oprecht en verantwoordelijk en werken hard bij alles wat ze doen. Ze hebben geen grote problemen, maar dit aspect van hun leven nemen ze gewoon niet serieus. Wanneer je flirt met iemand van het andere geslacht, is dat dan constructief of schadelijk? Wat als de persoon met wie je flirt verliefd op je wordt? Je zou misschien zeggen: “Dat was niet de bedoeling.” Maar als je met iemand flirt terwijl dat niet de bedoeling is, speel je dan niet met hun gevoelens? Je doet ze onrecht aan! Dit getuigt van een gebrek aan moreel besef. Mensen die dit doen, hebben een slecht karakter. Bovendien: als je niet van plan bent werk te maken van deze relatie en die niet serieus neemt, en toch je wenkbrauwen blijft optrekken en blijft knipogen naar het andere geslacht, en met grappen en humor pronkt, en alles doet om te laten zien dat je stijl hebt, dat je knap of mooi bent, – als je op deze manier pronkt, wat ben je dan eigenlijk aan het doen? (Mensen aan het verleiden.) Het bevat een intentie om te verleiden. Is dit soort verleidend gedrag dan iets nobels of iets lelijks? (Het is iets lelijks.) Dit is het moment waarop er geen waardigheid meer is. Wat voor soort mensen in deze wereld zouden anderen verleiden?Wat voor soort mensen in deze wereld zouden anderen verleiden? Prostituees, losbandige vrouwen, schoften – deze mensen kennen geen schaamte. Wat betekent het om geen schaamte te kennen? Het betekent dat ze ongevoelig zijn voor schande. Integriteit, schaamte en eer, evenals waardigheid en reputatie – niets daarvan kan hun iets schelen. Zulke mensen pronken en flirten overal. Flirten met één of twee mensen is voor hen niet genoeg, en acht of tien vinden ze niet buitensporig. Er zouden vele duizenden nodig zijn om hen gelukkig te maken. Sommige getrouwde vrouwen hebben twee kinderen en niemand buiten het huis weet ervan. Waarom laten ze het de mensen niet weten? Ze zijn bang dat als ze eenmaal zeggen dat ze getrouwd en al vergeven zijn, hun geflirt geen succes meer zal hebben en dat ze hun verleidelijke aantrekkingskracht zullen verliezen. Daarom zijn ze er niet open over. Staan zulke mensen niet onverschillig tegenover schande? Is iemands menselijkheid normaal als die zulke dingen bevat? Dat is ze niet. De implicatie hiervan is dat als je zo’n menselijkheid en zulk gedrag hebt, je tekortschiet wat betreft je normale menselijkheid; die mist schaamtegevoel en waardigheid. Sommige mensen beginnen door hun haar te strijken en hun kleren recht te trekken zodra ze in de buurt van het andere geslacht zijn, of ze brengen rouge en poeder aan en doen hun best om zich op te doffen. Wat is hun doel hiermee? Hun doel is verleiding. Dit is iets wat niet in de normale menselijkheid zou moeten thuishoren. Om zo mensen te kunnen verleiden en er niets bij te voelen, en te denken dat het heel normaal en alledaags is en niets voorstelt, is een gebrek aan schaamtegevoel hebben en zelfs niet weten wat je wel en niet zou moeten doen. Er zijn mensen die bereid zouden zijn compleet naakt de straat op en neer te lopen als ze daar tienduizend yuan voor kregen. Wat voor mensen zijn dat? Dat zijn mensen zonder schaamtegevoel. Ze doen alles voor geld, zonder schaamte. Integriteit, karakter, schaamtegevoel en waardigheid betekenen niets en zijn waardeloos voor hen. Ze vinden hun vermogen om te pronken en anderen te verleiden een talent, en hun enige vreugde komt voort uit de gunst winnen van meer mensen en meer mensen hebben die hen najagen. Dat is de hoogste eer voor zo’n vrouw; dat is wat ze koesteren. Ze koesteren geen dingen als waardigheid, schaamtegevoel of karakter. Is dit een goede menselijkheid? (Nee.) Hebben jullie dit gedrag vertoond? (Ja.) Kunnen jullie dit dan in toom houden? Kunnen jullie dit meestal in toom houden, of slechts in een minderheid van de gevallen? Hebben jullie het vermogen om jezelf te beteugelen? Mensen die zichzelf kunnen beteugelen zijn degenen wier hart schaamtegevoel kent. Iedereen heeft weleens een moment van impulsiviteit of losbandigheid, maar wanneer mensen die zichzelf kunnen beteugelen dat doen, voelen ze dat wat ze doen niet juist is, dat het hen verlaagt, dat ze zich onmiddellijk moeten herpakken en dit niet meer moeten doen. En later, wanneer ze zoiets opnieuw tegenkomen, zijn ze in staat zichzelf te beheersen. Als zelfs dit greintje zelfbeheersing in je menselijkheid ontbreekt, waartegen zou je dan in opstand kunnen komen wanneer je wordt opgeroepen om de waarheid te praktiseren? Sommige mensen zijn gezegend met een knap uiterlijk en worden doorlopend achternagezeten door het andere geslacht. Hoe meer mensen hen achternazitten, hoe meer ze het idee hebben dat ze het zich kunnen veroorloven te pronken. Is dat niet gevaarlijk voor ze? Wat moet je in deze situatie doen? (Deze valkuil herkennen en vermijden.) Dit is echt een valkuil die je moet vermijden – als je dat niet doet, is er alle kans dat je erachter komt dat iemand je heeft gestrikt. Je moet deze valkuil vermijden voordat je verstrikt raakt; dit heet zelfbeheersing. Mensen met zelfbeheersing hebben een gevoel van schaamte en een gevoel van waardigheid. Zij die dat niet hebben, kunnen worden weggelokt door iedereen die hen te pakken krijgt; ze reageren op iedereen die achter hen aan zit, wat hen in grote problemen kan brengen. Verder zullen ze ook bewust pronken, zichzelf mooi maken en mooie kleren aantrekken. Wat ze ook maar aan kleding hebben waarmee ze knapper, aantrekkelijker en mooier voor de dag kunnen komen, die zullen ze bewust dragen, elke dag opnieuw. Dit is gevaarlijk voor ze en toont aan dat zij mensen zijn die bewust anderen proberen te verleiden. Als je er te opvallend en te verleidelijk uitziet met die kleren, moet je in opstand komen tegen het vlees en moet je andere kleding kiezen. Als je in dit opzicht vastberaden bent, dan kan je dat. Maar als je deze vastberadenheid niet hebt en een partner wilt zoeken, zoek dan iemand: ga normaal met elkaar om, zonder de ander te verlokken of te verleiden. Als je geen partner zoekt, maar toch met anderen flirt, kan dat alleen maar een gebrek aan schaamtegevoel worden genoemd. Het moet je duidelijk zijn wat je kiest. Kunnen jullie je allemaal hier aan houden? (Deze vastberadenheid hebben we.) Als je deze vastberadenheid hebt, heb je de energie, de motivatie, en zal het makkelijk zijn om je hieraan te houden. Sommige mensen zijn in essentie fatsoenlijk van aard. Bovendien streven ze, omdat ze geloof in God hebben gevonden, de waarheid na en nemen ze het juiste pad; dat verlangen hebben ze niet, en ze gaan niet in op wie dan ook met hen probeert te flirten. Sommige mensen zijn hier erg toe geneigd, terwijl anderen er geen enkele aandacht aan schenken; sommige mensen lijken deze vastberadenheid te hebben, maar zelfs zijzelf weten niet of dat werkelijk zo is. Wat betreft de omgang met het andere geslacht: dit is iets waarmee je op de juiste manier moet omgaan en wat je opnieuw moet onderzoeken; je moet het identificeren als integraal onderdeel van de waardigheid en het schaamtegevoel van de normale menselijkheid. Hoe verhoudt een gebrek aan schaamtegevoel zich tot een gebrek aan menselijkheid?Hoe verhoudt een gebrek aan schaamtegevoel zich tot een gebrek aan menselijkheid? Je kunt gerust stellen dat als iemand geen schaamtegevoel heeft, hij geen menselijkheid heeft. Waarom is het zo dat iedereen die geen menselijkheid heeft, de waarheid niet liefheeft? En waarom zeggen we dat iemand de waarheid kan nastreven als hij menselijkheid bezit? Zeg Mij, weten mensen zonder schaamtegevoel wat goed is en wat niet? (Nee.) Wanneer ze dus slechte dingen doen die God weerstaan en verraden en de waarheid schenden, voelen ze dan enig zelfverwijt? (Nee.) Kunnen ze op het juiste pad komen als hun geweten hen niet berispt? Kunnen ze de waarheid nastreven? Brutale, schaamteloze mensen zijn afgestompt; ze kunnen positieve en negatieve dingen niet duidelijk onderscheiden, of wat God liefheeft en wat Hij verafschuwt. Wanneer God dus zegt dat mensen eerlijk moeten zijn, zeggen zij: “Wat is er mis met een leugen? Een onwaarheid zeggen is toch niet vernederend!” Zou iemand zonder schaamte niet zoiets zeggen? Als een persoon met schaamtegevoel niet eerlijk is en iedereen komt erachter, krijgt hij dan geen blos op zijn wangen? Is hij dan niet innerlijk onrustig? (Jawel.) En hoe zit het met een schaamteloos persoon? ‘Een eerlijk mens zijn, wat anderen denken, welke waarde ik voor hen heb of welk gewicht ze mij toekennen – het maakt me allemaal niets uit!’ Het kan hen niet schelen. Kunnen ze dan nog de waarheid nastreven? Als je hen, nadat ze leugens hebben uitgesproken, vraagt of ze innerlijk onrustig zijn of enige zelfverwijt voelen, zullen ze zeggen: “Wat betekent het om vrede te hebben? Wat is zelfverwijt? Waarom moet dit zo lastig zijn?” Ze hebben een dergelijk bewustzijn niet. Kan iemand met zo’n gebrekkig verstand God volgen? Kan die de waarheid nastreven? Die streeft hij niet na. Voor hen zijn er geen grenzen tussen positieve en negatieve dingen, tussen de waarheid en wat die schendt – het is allemaal hetzelfde. Hoe dan ook, denken ze, het is prima als iedereen zich inspant, zijn plicht doet en een prijs betaalt. Ze maken geen onderscheid tussen deze dingen. Ze voelen geen zelfverwijt wanneer ze iets hebben gedaan dat God weerstaat, wanneer ze iets hebben gedaan dat de principes van de waarheid schendt, wanneer ze iets hebben gedaan dat de belangen van iemand anders heeft geschaad, of wanneer ze iets hebben gedaan dat het werk van de kerk verstoort. Ze hebben totaal geen zelfverwijt. Ontbreekt het hun hierin niet aan schaamtegevoel? Mensen zonder schaamtegevoel hebben geen onderscheidingsvermogen wat zulke dingen betreft. Voor hen gaat het erom te doen wat ze maar willen. Alles kan; het is niet nodig om oordelen te vellen op basis van de waarheid. Er is dus geen enkele manier voor mensen zonder schaamtegevoel om de waarheid te begrijpen of te praktiseren. Dit is de relatie tussen geen schaamtegevoel hebben en een gebrek aan menselijkheid. Waarom konden jullie dit dan niet zeggen? Jullie denken allemaal: “Wat U verkondigt, heeft niet veel met de waarheid te maken; het staat er vrij ver van af. We kunnen deze dingen doorgaans duidelijk zien, dus moet U er dan nog over spreken?” Als jullie het gevoel hebben dat het niets met de waarheid te maken heeft, hoeveel van de waarheidswerkelijkheid zijn jullie dan binnengegaan? Leven jullie een normale menselijkheid uit? Zijn jullie werkelijk mensen geworden die de waarheid en menselijkheid bezitten? Jullie zijn te klein van gestalte en kunnen zelfs deze dingen niet doorgronden, dus welke waarheidswerkelijkheid zouden jullie dan kunnen bezitten?

Een van de tien bestuurlijke decreten van Gods huis luidt: De mens heeft een verdorven gezindheid en is bovendien bezeten van gevoelens. Daarom is het absoluut verboden dat twee personen van verschillend geslacht zonder toezicht samenwerken bij het dienen van God. Ieder die daarop wordt betrapt, zal, zonder uitzondering, worden verbannen. Hoe gaan mensen met dit bestuurlijk decreet om? Als één man ongepaste relaties had met meer dan dertig vrouwen, zeg Mij dan, hoe zouden de mensen die dit hoorden erover denken? (Ze zouden het niet geloven.) Je zou verbaasd zijn als je het hoorde; je zou geschokt zijn: “Mijn hemel, dat is veel! Dat is walgelijk, nietwaar?” En welk gevoel zou die man hebben gehad toen hij het je vertelde? (Hij zou hebben gedaan alsof het hem niets kon schelen.) Het zou voor hem niets bijzonders zijn. Vraag hem wat hij vandaag eet: “Rijst.” Vraag hem met hoeveel vrouwen hij een relatie heeft gehad: “Dertig of meer.” Hij zou de twee dingen met precies dezelfde toon en instelling zeggen. Is er enige redding voor een persoon met zo’n menselijkheid? Die is er niet, zelfs niet als hij in God gelooft. Hoe kon hij niet weten dat hij zich moet schamen als hij er zoiets uit flapt? Het is een vernederende zaak! Hoe kon hij het er dan zomaar uitflappen? Zeg Mij, heeft hij nog enig resterend schaamtegevoel? Nee, dat heeft hij niet. Het gewetensbesef in zijn menselijkheid is al afgestompt en hij heeft geen enkel waarnemingsvermogen meer. Dit is niet louter een kwestie van verdorven zijn – mensen zonder schaamtegevoel of waardigheid zijn geen mensen meer. Ze zien er van buiten nog wel uit als mensen, maar zodra ze iets moeten aanpakken, valt alles uit elkaar. Ze zijn tot alles in staat, zonder enig besef van schaamte – en dat betekent dat ze geen mens meer zijn. Laten we ons gesprek over deze zaken hier beëindigen.

Denk eens na over deze drie aspecten van de normale menselijkheid die we vandaag hebben besproken – zijn ze belangrijk? Staan deze dingen in de normale menselijkheid los van het nastreven van de waarheid? (Nee.) Wat hebben ze dan te maken met het nastreven van de waarheid? Als de menselijkheid van iemand die in God gelooft geen nauwgezetheid, verantwoordelijkheidsgevoel of vermogen tot oplettendheid in zijn handelingen bezit – als hij zo’n menselijkheid niet heeft, wat kan hij dan verkrijgen in zijn geloof in God en het nastreven van de waarheid? We hebben in de loop der jaren over heel wat waarheden gecommuniceerd, waarheden op elk gebied. Als mensen zich niet inspannen of deze waarheden niet met een gewetensvolle instelling behandelen, alles afraffelen en niets gewetensvol doen, kunnen ze dan op deze manier tot een begrip van de waarheid komen? Sommige mensen zeggen: “Als ik niet tot een begrip van de waarheid kan komen, kan ik dan niet gewoon deze doctrines en terminologieën uit mijn hoofd leren?” Zul je op deze manier uiteindelijk de waarheid kunnen verkrijgen? Als je dit soort normale menselijkheid niet bezit en deze dingen niet in je menselijkheid hebt, wat betekent dat je geen gewetensvolle, nauwgezette, serieuze en verantwoordelijke houding ten opzichte van dingen hebt, dan verandert de waarheid voor jou in doctrines en slogans – het verandert in regeltjes. Je kunt de waarheid niet verkrijgen, omdat je niet in staat bent haar te begrijpen. Bovendien, als je de omgeving, de routine en de stijl van je persoonlijke leven niet goed kunt beheren, zul je dan in staat zijn de verschillende principes en uitspraken die de waarheid betreffen binnen te gaan? Dat zul je niet kunnen. Bovendien moeten mensen in het leven positieve dingen liefhebben, en ten opzichte van negatieve en boosaardige dingen moeten ze in het diepst van hun hart een houding van afkeer en walging bewaren. Dit is de enige manier om enkele waarheden binnen te gaan. Dit betekent dat je bij het nastreven van de waarheid de juiste houding en de juiste instelling moet hebben; je moet een oprecht, serieus persoon zijn. Alleen zulke mensen kunnen de waarheid verkrijgen. Als iemand geen schaamtegevoel heeft, innerlijk afgestompt is en zich er niet van bewust is wanneer hij veel boosaardige dingen heeft gedaan, veel dingen die tegen God in opstand komen en de waarheid schenden, en denkt dat het niets voorstelt – heeft de waarheid dan nog enig nut voor hem? Ze heeft totaal geen nut. De waarheid heeft geen effect op hem en is niet in staat hem in toom te houden, te berispen, te begeleiden of hem de juiste richting en het juiste pad te wijzen, wat betekent dat hij in de problemen zit. Hoe zou een persoon zonder ook maar enig schaamtegevoel de waarheid kunnen begrijpen? Om de waarheid te kunnen begrijpen, moet iemand eerst innerlijk gevoelig zijn voor positieve en negatieve dingen. Hij voelt afkeer bij de minste vermelding van of aanraking met iets negatiefs of boosaardigs, en als hij zelf zoiets doet, voelt hij zich beschaamd en onrustig. Hij voelt liefde voor de waarheid en kan de waarheid in zijn hart aanvaarden; hij kan die gebruiken om zichzelf in toom te houden en zijn verkeerde gesteldheden te corrigeren. Zijn dit niet de dingen die de normale menselijkheid zou moeten bezitten? (Ja.) Wordt het, met het bezit hiervan, niet gemakkelijk voor een persoon om de waarheid na te streven? En als iemand niets hiervan bezit, dan bestaat spreken over het nastreven van de waarheid slechts uit loze woorden – hoe zou hij dat kunnen doen zonder positieve dingen in zijn hart? Pas wanneer jouw normale menselijkheid deze dingen bezit, zal de waarheid in jou wortel schieten, bloeien en vrucht dragen – pas dan zal ze effect hebben. Wanneer je de waarheid hebt begrepen, zul je in staat zijn je manier van denken te veranderen en je gedrag in toom te houden, en krijg je steeds minder verdorven gedachten. Dit is ware verandering.

Hoeveel van deze uitingen van normale menselijkheid die we vandaag hebben besproken, bezitten jullie? Hoeveel ontbreken er bij jullie? Wat bezitten jullie? (Schaamtegevoel.) Schaamtegevoel – dat is een goede. Schaamtegevoel is het minste wat je zou moeten bezitten. Wat nog meer? Hebben jullie allemaal een gewetensvolle, nauwgezette mentaliteit en houding ten opzichte van mensen, gebeurtenissen en dingen? Ik zie dat jullie slordig zijn in alles wat jullie doen, gewoon lusteloos en laks, en als Ik die dingen zie die jullie doen, groeit de onrust in Mijn hart. Kunnen jullie deze problemen zelf ontdekken? Maken jullie je zorgen wanneer jullie ze ontdekken? (Ja.) Hoe dan? Praat erover. (Nu ik zojuist Gods communicatie heb gehoord, voel ik dat ik niet veel menselijkheid heb en dat ik een nonchalante mentaliteit heb gehad ten opzichte van mijn plicht en de gebeurtenissen in mijn leven. Ik ben zo ver verwijderd van de normen die God vereist. Ik ben een beetje bang.) Er ontbreekt te veel aan je menselijkheid, is dat het? Je voelt dat je jarenlang in God hebt geloofd en veel waarheden hebt gehoord, maar je bezit niet eens de meest fundamentele elementen van de menselijkheid – hoe zou je je dan geen zorgen kunnen maken? Sommige mensen hebben wat technische vaardigheid, maar alles wat ze doen is prutswerk. Het is allemaal ondermaats, het voldoet niet aan de norm, en ze onderzoeken niet wat de geavanceerde en standaardmethoden zijn. Is dat niet achterlijk van hen? Bijvoorbeeld, zo iemand werd eens gevraagd een deur te installeren en hij zei: “Waar ik vandaan kom, zijn de meeste deuren die we hebben enkele deuren.” Dat kleine plaatsje waar hij vandaan komt, bepaalt niet de norm. Hij zou moeten kijken naar de stijl van deuren in bedrijven en woongebouwen in de grote steden, en dan zijn werk doen op basis van de realiteit van de situatie. Maar hij opende meteen zijn mond en zei: “Thuis maken we geen dubbele deuren, en er zijn hier niet al te veel mensen. Het zou ook geen probleem zijn als het er wel veel waren – ze kunnen zich er gewoon doorheen wurmen.” Iemand anders zei: “Als mensen zich er te lang doorheen wurmen, breekt het deurkozijn. Laten we even overleggen. Maak er deze keer bij uitzondering een dubbele deur van, oké?” Toen zei hij: “Nee! Ik maak enkele deuren; ik kan geen dubbele maken. Ben ik degene die weet hoe het moet, of jij? Ik ben het – dus waarom luister je niet naar mij? Je moet naar mij luisteren!” Er werd hem gezegd te werken naar gelang van de situatie, maar hij luisterde niet en stond erop een kleine deur te maken. Is dit geen gedoe? Toen hem werd gevraagd een glazen scheidingswand tussen de binnen-en buitenruimte te installeren om licht binnen te laten zodat de ruimte niet zo klein aanvoelt, zei hij: “Waarom zouden we glas installeren? Dat is toch een veiligheidsrisico? Ik installeer geen glas; deze twee deuren zijn prima. Dit is het enige soort deur dat we gebruiken waar ik vandaan kom.” Dit soort mensen komt altijd aanzetten met dingen als “waar ik vandaan kom”, “thuis”, “ik heb technische dingen gestudeerd”, om anderen de mond te snoeren. Zijn die dingen de waarheid? (Nee.) Als hij zo’n houding aanneemt ten opzichte van externe zaken, wat moet er dan ontbreken in zijn menselijkheid? Rationaliteit. En wat voor iets, specifiek, moet er ontbreken in zijn rationaliteit? Inzicht. Hij heeft altijd het gevoel dat alles waar hij vandaan komt juist is, dat het allemaal het beste is, dat het allemaal de waarheid is. Is dat geen povere rationaliteit? Hoe zou normale rationaliteit eruit moeten zien? Met normale rationaliteit zou hij zeggen: “Ik doe dit vak al zoveel jaar, maar ik heb niet veel gezien. Zo maakt iedereen deuren waar ik vandaan kom, dus laten we eens kijken hoe groot de deuren hier zijn. We zullen doen wat de mensen hier doen. Dit is een andere plek, en ik moet flexibel blijven bij deze taak.” Is dat geen rationaliteit? (Jawel.) Heeft zo iemand dan deze rationaliteit? Nee – hij bezit geen verstand. En hoe werd het uiteindelijk aangepakt? Het werk moest opnieuw worden gedaan. Is werk opnieuw doen geen verlies? (Jawel.) Ja, dat is het. Komt dit soort dingenvaak voor? Ja. Die persoon is door en door koppig. Hoe koppig is hij? Hij luisterde niet naar wat wie dan ook zei; hij luisterde zelfs niet naar wat Ik zei, en hij sprak Mij ook tegen. Ik zei: “Je moet het anders aanpakken. Als je dat niet doet, is dit niet de klus voor jou.” En hij had het lef om te zeggen: “Ik maak een deur van dit formaat, zelfs als U me niet nodig heeft!” Wat voor gezindheid is dat? Is dat normale menselijkheid? (Nee.) Het is geen normale menselijkheid – dus wat voor soort menselijkheid is het dan? Zoals Ik het zie, lijkt deze persoon meer op een beest. Het is net als wanneer een os dorst heeft: het maakt niet uit hoeveel vracht of mensen hij in de kar vervoert, zodra hij een plas of een rivier ziet, trekt hij de kar er rechtstreeks naartoe. Hij kan onmogelijk worden tegenhouden, het maakt niet uit met hoeveel mensen. We hebben het hier over een dier. Hebben mensen ook dit soort gezindheid? Wanneer ze die hebben, is het geen normale menselijkheid, en dat is gevaarlijk. Ze bedenken een smoes om je af te wimpelen, om niet meer te luisteren. Ze zijn zo koppig en dwaas. Als je bij zulke zaken in het dagelijks leven geen bescheiden en aanvaardende houding aanneemt en niet ontvankelijk bent voor de meningen van anderen, als je geen leergierige houding hebt, hoe zul je dan de waarheid kunnen aanvaarden? Hoe zul je die kunnen praktiseren? Iedereen zegt dat het geschikter zou zijn om een dubbele deur te maken. Zelfs dat kun je niet, en dat staat nog ver af van het praktiseren van de waarheid – je wilt niet eens naar een goede suggestie luisteren. Zou je kunnen luisteren naar iets dat de waarheid raakt? Je zou, net als altijd, niet luisteren. Iets dat de waarheid raakt zou niet doordringen tot iemand die zo’n gezindheid heeft, en dat leidt tot grote problemen voor die persoon. Als iemands menselijkheid niet eens dit soort verstand bezit, welke waarheid kan hij dan praktiseren? Voor wie doen ze die dingen waar ze elke dag mee bezig zijn? Ze doen die volledig naar hun eigen voorkeuren, hun eigen zelfzuchtige verlangens. Elke dag hebben ze dit soort kijk op de mensen, gebeurtenissen en dingen die ze in het dagelijks leven tegenkomen: ik doe wat ik zelf wil, ik doe wat ik zelf denk en ik doe wat ik zelf geloof. Hoe wordt dit genoemd? De hele dag door is alles wat ze denken door en door slecht. En als ze innerlijk zo slecht zijn, hoe zit het dan met hun daden? Bestaat er zoiets als een persoon van wie de gedachten allemaal slecht zijn, maar wiens daden allemaal toch in overeenstemming zijn met de waarheid? Dat klopt niet – dat zou tegenstrijdig zijn. Hun gedachten zijn allemaal slecht en hun uitgangspunt is volkomen slecht, dus de dingen die ze doen zullen op zijn minst door niemand worden herinnerd. En van de dingen die door niemand worden herinnerd, zijn sommige hinderlijk en storend, sommige zijn destructief, terwijl andere niet al te erg zijn. Als deze dingen serieus werden genomen, zouden ze moeten worden veroordeeld. Zo werkt het.

Bij sommige mensen bestaat er een soort foutieve en absurde opvatting, één die anderen behoorlijk walgelijk vinden. Deze mensen hebben een paar gaven of sterke punten, of misschien een ambacht, een bepaalde competentie of een speciale vaardigheid op een bepaald gebied, en nadat ze in God zijn gaan geloven, denken ze dat ze voorname mensen zijn. Is deze houding correct? Wat vinden jullie van deze opvatting? Is het iets dat thuishoort in het denken van een normale menselijkheid? Nee. Wat voor idee is het dan? Ontbreekt het niet aan verstand? (Jawel.) Hij denkt: “Ik sta boven gewone mensen omdat ik dit ambacht ken, en ik ben beter dan de gemiddelde persoon in gods huis. Ik ben een man, bezit vakmanschap en bekwaamheid, en ik kan goed praten en heb talent. Ik sla een goed figuur in gods huis. Ik ben het helemaal. Niemand kan mij bevelen geven, niemand kan mij leiden en niemand kan mij opdragen iets te doen. Ik heb deze vaardigheid, dus ik doe wat ik zelf wil. Ik hoef niet na te denken over de principes – wat ik ook doe is juist en in overeenstemming met de waarheid.” Wat vinden jullie van deze opvatting? Zijn er niet zulke mensen? Zulke mensen zijn niet in de minderheid, en ze komen naar Gods huis om met zichzelf te pronken. Als ze hun sterke punten of vaardigheden zouden gebruiken om een plicht in Gods huis te vervullen, zou dat prima zijn, maar als ze erop uit zijn om met zichzelf te pronken, dan is dat een probleem van een andere aard. Waarom wordt het ‘met zichzelf pronken’ genoemd? Ze zien gelovigen in God als dom, als niets waard. Is er niet iets misgegaan in hun manier van denken? Is er niet iets mis met hun rationaliteit? Is dit hoe de dingen werkelijk zijn? Zijn de mensen die in God geloven werkelijk waardeloos? (Nee.) Waarom zouden die mensen hen dan zo zien? Waarom zouden ze dat denken? Waardoor ontstaat zo’n gedachte? Leren ze die van ongelovigen? Ze denken dat mensen die in God geloven niets waard zijn, dat het allemaal huisvrouwen en huisvaders zijn, dat het allemaal boeren zijn en dat ze uit de lagere lagen van de samenleving komen. Hun opvatting is die van de grote rode draak. Ze denken dat mensen die in God geloven onbekwaam zijn, dat ze het in de maatschappij niet konden redden en dat ze alleen in God zijn gaan geloven omdat er voor hen geen andere uitweg was, geen andere toevlucht. Ze denken dat, omdat ze enige bekwaamheid hebben, iets van een beroep weten of enige technische kennis hebben, dat dat hen tot een getalenteerd iemand in Gods huis maakt. Is die gedachte correct? (Nee.) Wat is er verkeerd aan? Ze geloven dat er geen bekwame mensen in Gods huis zijn, en met hun beetje vakkennis zouden ze graag macht willen uitoefenen en het beslissingsrecht hebben. Zijn er zulke mensen? Zijn er zulke mensen in jullie omgeving, of onder degenen die jullie kennen of met wie jullie vertrouwd zijn? Er zijn mensen die vaardig zijn op een bepaald gebied, en wanneer je hen als teamleider of supervisor laat optreden, vinden ze dat ze een officiële functie hebben verdiend. Ze hebben het gevoel dat zij het belissingsrecht hebben in Gods huis, dat niemand anders zozeer opkomt voor de belangen van Gods huis als zij, of de belangen ervan meer beschermt dan zij, en dat niemand zo trouw is als zij. Ze willen alles beheren en aan alles deelnemen, maar ze beheren niets goed, noch zoeken ze de principes van de waarheid. Ze luisteren zelfs niet naar wat Ik zeg. Zijn er zulke mensen? (Ja.) Zulke mensen zijn er. Onder het mom van de bepaalde vaardigheid die ze hebben, willen ze iedereen aansturen en een functie bekleden. Bijvoorbeeld, wanneer sommige broeders en zusters iets doen wat hun niet bevalt, zullen ze zeggen: “We moeten deze mensen aanpakken – het is schandalig!” Wanneer gelovigen in God een probleem hebben, moet er met hen over de waarheid worden gecommuniceerd. Dit is geen legerkamp waar militaire controle moet worden uitgeoefend. Bij zaken in de kerk kunnen problemen alleen worden opgelost door over Gods woorden te communiceren en mensen de waarheid te laten begrijpen. Degenen die de waarheid niet aanvaarden en willekeurig en grillig handelen, kunnen worden gesnoeid – alleen degenen die vastbesloten zijn de waarheid niet te aanvaarden, kunnen worden gedisciplineerd. Er zijn mensen die als supervisors of als leiders en werkers hebben gediend, die duidelijk niet de waarheidswerkelijkheid bezitten, maar toch altijd de baas willen zijn en alles willen beslissen in Gods huis. Hebben deze mensen een geweten en verstand? Ze kennen slechts een paar kneepjes van een vak en begrijpen de waarheid in het minst niet. Ze vinden zichzelf nuttig en bekwaam, denken dat ze beter zijn dan de gemiddelde persoon in Gods huis, en ze willen vanuit een machtspositie in de kerk doen wat ze willen – als enigen het beslissingsrecht hebben. Ze zoeken de principes van de waarheid niet, maar handelen naar wat ze wensen, naar hun eigen voorkeuren. Wat is hier het probleem? Is dit niet de gezindheid van een antichrist? Hebben zulke mensen het verstand van de normale menselijkheid? Nee, ze hebben geen greintje verstand. We beëindigen hier onze communicatie over de normale menselijkheid.

Een ontleding van hoe antichristen anderen alleen hen laten gehoorzamen, niet de waarheid of God

III. Een ontleding van hoe antichristen anderen verbieden zich met hun werk te bemoeien, navraag te doen of toezicht te houden

Voortbouwend op het onderwerp van onze vorige communicatie, is hier het achtste punt van de verschillende manieren waarop antichristen zich manifesteren: ze laten anderen alleen hen gehoorzamen, niet de waarheid of God. Dit punt hebben we opgesplitst in vier onderdelen. Twee daarvan hebben we tijdens onze vorige bijeenkomst besproken: het eerste was hun onvermogen om met wie dan ook samen te werken; het tweede was hun verlangen en ambitie om mensen te controleren en te overwinnen. Wat is het derde punt? Anderen verbieden zich met welk werk dan ook dat ze op zich hebben genomen te bemoeien, er navraag over te doen of er toezicht op te houden. Wat kan dat ‘werk dat ze op zich hebben genomen’ zoal inhouden? Het omvat alle werkzaamheden waarvoor een leider of werker verantwoordelijk kan zijn, en ook het werk waarvoor een teamleider of groepsleider verantwoordelijk is. Het kan ook professioneel werk op een bepaald gebied zijn, of het werk van één persoon. Deze persoon die werk op zich heeft genomen, kan een leider of werker zijn, of een gewone broeder of zuster. Als ze anderen verbieden zich met hun werk te bemoeien, er navraag over te doen of er toezicht op te houden, in welke gesteldheid verkeren ze dan? Welke gedragingen houden verband met dit verbod? Dit is een ander gedrag dat onder de achtste uiting van antichristen valt, een andere onthulling van hun essentie. Bij elke soort plicht is er werk dat professioneel is en werk dat rechtstreeks de ingang in het leven betreft. Professioneel werk omvat alle aspecten van zaken als techniek, kennis, expertise en personeelsbeleid. Deze vallen er allemaal onder. Sommige mensen beginnen nadat ze een taak op zich hebben genomen, er alleen aan te werken. Ze bespreken het niet met anderen, en wanneer ze tegen moeilijkheden aanlopen, willen ze geen advies van anderen vragen; ze willen de enigen zijn die beslissen en het laatste woord hebben. Andere mensen bieden misschien hun ideeën en inbreng aan, in de hoop hen een beetje te helpen – maar aanvaarden ze dat? (Nee.) Nee, dat kunnen ze niet. Wat voor gezindheid is dat? Door welke gezindheid worden ze beheerst dat ze anderen verbieden zich met hun plichtsvervulling te bemoeien, er navraag over te doen of er toezicht op te houden? Ze geloven: ik weet van dit werk af en ik ken de theorie. De kerk heeft mij deze taak gegeven. Dus doe ik het alleen. Om hun weigering om enige werkgerelateerde informatie te delen of anderen te vertellen hoe het met de voortgang van het werk staat te rechtvaardigen beweren ze vaak dat ze het vak begrijpen en een insider zijn. Ze willen zelfs niet dat anderen op de hoogte zijn van de blunders, fouten of misstappen die tijdens het werk zijn begaan. Zodra iemand anders van zoiets hoort en navraag wil doen, erbij betrokken wil raken of meer wil weten, weigeren ze te antwoorden en zeggen: “Dingen binnen de reikwijdte van mijn werk zijn mijn terrein. Je hebt geen recht om navraag te doen. De kerk heeft jou dit niet opgedragen – mij wel, en ik moet het vertrouwelijk houden.” Is dat een redelijke rechtvaardiging? Is het juist van hen om het ‘vertrouwelijk te houden’? (Nee.) Waarom niet? Zou het een schending van de vertrouwelijkheid zijn als hij met anderen zou communiceren over de stand van het werk, de blunders die zijn gemaakt en de problemen die erbij zijn voorgekomen, en het plan en de richting ervan? (Nee.) Dat is het niet, behalve wanneer het gaat om enkele specifieke details die een veiligheidsrisico voor de kerk zouden vormen als ze naar buiten zouden komen en die ongepast zouden zijn om aan anderen te vertellen. In zulke gevallen is het oké om ze niet te vertellen. Maar als ze hun vertrouwelijkheid als rechtvaardiging gebruiken, anderen niets laten weten wat binnen de reikwijdte van hun werk valt, en navraag, ondervraging of verzoeken om informatie van zowel gewone broeders en zusters als leiders en werkers weigeren en zich ertegen verzetten, wat is dan het probleem? Het kan zijn dat ze bijvoorbeeld iets op een bepaalde manier willen doen. Iemand anders zegt tegen hen: “Als je het zo doet, zal dat de belangen van gods huis schaden en zul je van het pad afraken. Zullen we het in plaats daarvan zo doen?” Ze denken bij zichzelf: als ik het doe zoals jij zegt, laat dat anderen dan niet zien dat mijn aanpak niet deugt? De eer zou dan aan jou toekomen, nietwaar? Nee, dat kan niet. Ik ga nog liever de mist in dan dat ik jouw aanpak volg. Ik moet bij mijn aanpak blijven. Het kan me niet schelen of de belangen van gods huis worden geschaad; mijn reputatie en status zijn belangrijker, mijn prestige is belangrijker! Zelfs als wat ze doen verkeerd is, zullen ze hun fout alleen maar erger maken en niemand toestaan zich ermee te bemoeien. Is dat niet de gezindheid van een antichrist? (Jawel.) Wat is de essentie van het niet toestaan dat anderen zich ermee bemoeien? Het is hun eigen zaakjes regelen. Voor hen zijn de belangen van Gods huis niet het belangrijkst en staat het werk ervan niet centraal. Ze werken niet volgens dat principe. In plaats daarvan richten ze zich bij hun werk op hun persoonlijke belangen, hun status en prestige. Het werk en de belangen van Gods huis moeten hun eigen status en persoonlijke belangen dienen. Daarom laten ze anderen zich niet met hun werk bemoeien of er navraag naar doen. Ze geloven dat, zodra iemand zich met hun werk bemoeit, hun status en belangen worden bedreigd, dat hun tekortkomingen en gebreken, en de problemen en afwijkingen in hun werk, gemakkelijk aan het licht kunnen komen. Daarom zijn ze vastbesloten anderen te verbieden zich met hun werk te bemoeien en aanvaarden ze de samenwerking of het toezicht van niemand.

Welk werk een antichrist ook doet, hij is bang dat de Boven er meer over te weten komt en navraag doet. Als de Boven navraag doet naar de stand van het werk of de personeelsbezetting, zullen ze slechts plichtmatig verslag uitbrengen over enkele trivialiteiten, enkele zaken waarvan ze geloven dat de Boven die mag weten en waarvan het geen gevolgen heeft als die ze weet. Als de Boven doorvraagt naar de rest, zullen ze geloven dat die zich bemoeit met hun plicht en hun ‘interne aangelegenheden’. Ze zullen niets meer zeggen, maar zich van de domme houden, bedrog plegen en dingen verdoezelen. Weigeren ze niet het toezicht van Gods huis? (Jawel.) En wat zullen ze doen als iemand een probleem van hen ontdekt en van plan is hen te ontmaskeren en het aan de Boven te rapporteren? Ze zullen het blokkeren, onderscheppen – ze zullen zelfs dreigen: “Als je dit zegt en het leidt ertoe dat we door de Boven worden gesnoeid, ligt de schuld bij jou. Als er iemand gesnoeid moet worden, ben jij het!” Proberen ze niet een onafhankelijk koninkrijk te stichten? (Jawel.) Ze laten de Boven niet eens navraag doen, en niemand heeft het recht om te weten wat er binnen de reikwijdte van hun werk valt of hen daarover te ondervragen, laat staan aanbevelingen te doen. Als ze een werkprogramma in handen hebben gekregen, dan kunnen alleen zij het laatste woord hebben over zaken die binnen de reikwijdte van dat werk vallen; alleen zij kunnen beslissen; alleen zij kunnen handelen en spreken zoals het hun belieft, en hoe ze ook handelen, ze hebben er een rechtvaardiging voor. Welke handelwijze passen ze toe wanneer iemand navraag doet? Ze handelen plichtmatig en verdoezelen zaken. En wat nog meer? (Ze plegen bedrog.) Juist: bedrog – ze zullen je zelfs een vals beeld voorspiegelen. Het kan bijvoorbeeld in een bepaalde kerk voorkomen dat een leider of evangeliediaken in de kerk waarvoor hij verantwoordelijk is in de loop van een maand duidelijk slechts drie mensen heeft gewonnen, aanzienlijk minder dan in andere kerken. Hij heeft het gevoel dat hij dat onmogelijk aan de Boven kan verantwoorden – wat doet hij dus? Wanneer hij verslag uitbrengt over zijn werk, voegt hij een nul achter die drie toe en zegt hij dat hij dertig mensen heeft gewonnen. Iemand anders komt dit te weten en vraagt hem: “Is dat geen bedrog?” “Bedrog?” zegt hij. “Ach, als we volgende maand dertig mensen winnen om het goed te maken, is dat toch oké?” Hiervoor heeft hij een rechtvaardiging. Mocht iemand anders de zaak serieus nemen en de feiten aan de Boven willen rapporteren, dan is hij ervan overtuigd dat die persoon hem problemen bezorgt, dat die het op hem gemunt heeft. Hij zal dus die persoon onderdrukken en aanpakken – hij zal hem problemen bezorgen. Kwelt hij hiermee geen mensen? Doet hij geen kwaad? Ze zoeken nooit de waarheidsprincipes in hun werk. Wat is dan wel hun doel bij het doen van hun werk? Het gaat hen erom hun status en broodwinning veilig te stellen. Welke slechte dingen ze ook doen, ze vertellen mensen niet de intentie en het motief voor wat ze doen. Die moeten ze strikt geheimhouden; die dingen zijn voor hen staatsgeheim. Wat is het gevoeligste onderwerp voor dit soort mensen? Dat is wanneer je hun vraagt: “Wat heb je de laatste tijd gedaan? Heeft je plichtsvervulling enig resultaat opgeleverd? Zijn er hinder of verstoringen geweest in het gebied dat onder jouw werk valt? Hoe heb je die aangepakt? Ben je waar je zou moeten zijn met je werk? Heb je je plicht trouw vervuld? Hebben de beslissingen die je in je werk hebt genomen de belangen van Gods huis geschaad? Zijn leiders die niet aan de norm voldoen van hun functie ontheven? Zijn mensen met een goed kaliber die relatief gezien de waarheid nastreven, bevorderd en gecultiveerd? Heb je mensen onderdrukt die je ongehoorzaam waren? Welke kennis heb je van je verdorven gezindheid? Wat voor soort persoon ben je?” Dit zijn de onderwerpen die voor hen het gevoeligst liggen. Ze zijn er het meest bang voor deze vragen gesteld te krijgen. Dus in plaats van te wachten tot je ze stelt, zullen ze zich haasten om een ander onderwerp te vinden om ze mee te verdoezelen. Ze willen je op alle mogelijke manieren misleiden, zodat je niet weet wat de situatie werkelijk is, hoe die er nu voorstaat. Ze houden je altijd in het ongewisse en zorgen er altijd voor dat je niet weet hoever ze werkelijk met hun werk zijn. Er is geen greintje transparantie. Hebben zulke mensen een waar geloof in God? Hebben ze vrees voor God? Nee. Ze rapporteren nooit proactief over het werk, noch rapporteren ze proactief over misstappen in hun werk; ze vragen, zoeken of openbaren nooit iets over de uitdagingen en verwarring die ze in hun werk zijn tegengekomen, maar gaan zelfs zover dat ze die dingen verdoezelen, en anderen voor de gek houden en bedriegen. Er is totaal geen transparantie in hun werk, en alleen wanneer de Boven hen dwingt een feitelijk verslag uit te brengen en verantwoording af te leggen, zullen ze met tegenzin iets zeggen. Ze sterven nog liever dan dat ze spreken over kwesties die hun reputatie en status betreffen – ze zouden liever sterven dan dat ze daar ook maar één woord over zeggen. In plaats daarvan doen ze alsof ze het niet hebben begrepen. Is dat niet de gezindheid van een antichrist? Wat voor soort persoon is dit? Is dit soort probleem gemakkelijk op te lossen? Als de Boven hun instructies geeft over hun werk, welke houding nemen ze dan daartegenover in? Een van plichtmatigheid. Ze lijken in te stemmen en pakken zelfs een notitieboekje of computer en maken driftig aantekeningen – maar zullen ze, nadat ze dat hebben gedaan, de instructies hebben begrepen en aan het werk gaan? (Nee.) Ze nemen een houding aan die jij moet zien, ze voeren een show op om je te misleiden. Wat denken ze werkelijk? Aangezien dit werk aan mij is gegeven, gebeurt er wat ik zeg. Niemand kan zich bemoeien met wat ik wil doen. ‘Functionarissen op lokaal niveau hebben meer macht dan functionarissen op staatsniveau’, ik heb dus het recht dit zo te doen. Als dat niet zo is, laat mij het dan niet doen. Onthef me.” Dit is wat ze denken, en dit is hoe ze handelen. Welke gezindheid is dat? Is dat niet de gezindheid van een antichrist? (Jawel.) Dit betekent problemen. Je mag je er niet mee bemoeien of navraag naar doen, noch er onderzoek naar doen of er vragen over stellen. Daar zijn ze behoorlijk gevoelig voor. Ze denken: probeert de Boven mijn problemen en mijn werk te controleren? Wie heeft zijn mond voorbijgepraat? In paniek doen ze hun uiterste best erachter te komen wie hen precies heeft verraden. Uiteindelijk beperken hun verdenkingen zich tot twee personen, en die sturen ze de laan uit. Welk probleem is dit? Het is de gezindheid van een antichrist.

Wat is het belangrijkste kenmerk van de gezindheid van een antichrist? Vasthouden aan status en anderen beheersen. Ze verkrijgen status om anderen te beheersen. Zolang ze status hebben, zullen ze op legitieme wijze mensen onder hun controle krijgen. Waarom zeg ik dat ze dat op legitieme wijze zullen doen? Omdat hun taak hun door Gods huis is toegewezen; ze zijn door de broeders en zusters gekozen om die te doen. Zullen ze zich daardoor niet gerechtigd voelen om het te doen? (Ja.) Dit dient hen dus als iets om uit te buiten, met dit in gedachten: jullie hebben mij gekozen, nietwaar? Als jullie mij hebben gekozen, moeten jullie mij vertrouwen. Er is dat gezegde van ongelovigen: “Twijfel niet aan degenen die je in dienst neemt, en neem degenen aan wie je twijfelt niet in dienst.” Hier gebruiken ze zelfs een satanische stelregel. Is dit gezegde de waarheid? (Nee.) Het is een satanische ketterij en een drogreden. Als je navraag doet naar hun werk, zullen ze met zo’n theorie komen: “‘Twijfel niet aan degenen die je in dienst neemt, en neem degenen aan wie je twijfelt niet in dienst.’ Als je mij gebruikt, kun je me niet wantrouwen. Als je niet weet wat voor persoon ik ben, als je me niet kunt doorgronden, gebruik me dan niet. Maar je gebruikt me, en aangezien dat zo is, moet ik voet bij stuk houden in deze kwestie. Wat ik zeg, moet gebeuren.” Wat zij zeggen, moet gebeuren in alle werkaangelegenheden; het werkt niet om hen dit niet toe te laten, of om een partner voor hen te vinden, of om anderen hen te laten begeleiden en toezicht op hen te laten houden. Als iemand hun werk komt controleren, zeggen ze gewoon nee – ze vinden dat ze niets verkeerd hebben gedaan en niet gecontroleerd hoeven te worden. In feite buiten ze hun status en gezag uit om de controle over anderen, over de werkplek en over het werk van de kerk over te nemen. Stichten ze geen onafhankelijk koninkrijk? Is dit geen antichrist? Gods huis laat hen misschien dit werk doen en deze plicht vervullen, maar het laat hen niet als een dictator macht uitoefenen. Heeft zo iemand Gods bedoeling en de regelingen van Zijn huis niet verkeerd begrepen? Waarom grijpen ze altijd naar status en macht in plaats van hun plicht goed te vervullen? (Ze worden beheerst door de gezindheid van een antichrist.) Juist – dat is de gezindheid van een antichrist. Waarom begrijpen ze het verkeerd wanneer de kerk werk voor hen regelt? Omdat ze er van nature van houden om mensen te beheersen. Dat is hun aard-essentie – dat is wat ze zijn. Regel werk voor hen, en ze zullen het gevoel hebben dat ze nu macht en status hebben, en dus controle hebben over hun terrein. Als je je op hun terrein begeeft, moet je doen wat zij zeggen. Een voorbeeld: Gods huis regelde eens dat een leider het werk van een antichrist ging controleren. Die leider en de antichrist waren beiden kerkleiders; ze hadden dezelfde rang. De antichrist zei: “Jij bent een kerkleider en ik ben een kerkleider. We hebben dezelfde rang. Jij bemoeit je niet met mij, en ik bemoei me niet met jou. Communiceer niet met mij – je bent niet in de positie om dat te doen! En je wilt vragen hoe het met onze kerk gaat – heeft de Boven je daartoe opdracht gegeven? Laat me het bewijs eens zien.” De leider zei: “De Boven heeft me alleen een boodschap laten overbrengen. Ga het maar vragen als je me niet gelooft.” De antichrist zei: “Wat geeft jou dan het recht om met mij te communiceren en mij te beschuldigen? Wat geeft jou het recht om navraag te doen naar dingen die onder mijn werk vallen? Je hebt daartoe geen bevoegdheid!” Stroken deze woorden met de waarheid? (Nee.) Wat voor soort handeling is dit? Een die alleen een antichrist zou verrichten. Er is een gezegde onder de ongelovigen: “De sterkste heeft het recht aan zijn kant.” Ze wedijveren om te zien wiens rang hoger is, wiens macht groter is, wie competenter is. Ze wedijveren om te zien wie de leiding heeft over meer mensen. En in Gods huis wedijveren antichristen met anderen om dezelfde dingen. Zijn ze niet op de verkeerde plaats terechtgekomen? Zal een persoon die verdorven gezindheden bezit, maar geen antichrist is, normaal gesproken op deze manier denken wanneer hij een kerkleider van dezelfde rang als hijzelf tegenkomt? Ze zullen iets onthullen, maar ze zullen in staat zijn om normaal met die kerkleider te communiceren. Ze zullen absoluut niet zeggen: “Ben jij in de positie om navraag te doen naar mijn werk?” Dat zullen ze niet zeggen, omdat ze een normaal verstand hebben en een Godvrezend hart. Hoe zal iemand met een normaal verstand zich gedragen? Die zal denken: dat wij de kerk mogen leiden – dat is God die ons verheft; het is Zijn opdracht en het is onze plicht. Als God ons niet de opdracht had gegeven dit te doen, zouden we niets zijn. Het is niet een soort officiële aanstelling. Ik kan met jou communiceren over het werk van de kerk, mijn ervaringen met het werk en hoe het met de broeders en zusters gaat. Zal een antichrist met anderen over deze dingen communiceren? Nee – die zal ze absoluut niet onthullen. Een kenmerk van antichristen is dus een verlangen naar status en macht dat dat van gewone mensen overtreft; bovendien zijn ze sluwer en verraderlijker dan gewone mensen. Waarin uiten hun sluwheid en verraderlijkheid zich? (Ze zeggen niets tegen je. Ze vertellen je niets rechtstreeks.) Ze hebben het gevoel dat elke zaak een geheim is, iets waarover ze niet met anderen moeten spreken. In elke zaak zijn ze op hun hoede voor anderen; ze houden alles verborgen, bedekt en geheim. Kunnen ze dan een normale interactie en communicatie hebben wanneer ze met anderen omgaan? Kunnen ze iets vanuit hun hart zeggen? Nee. Ze bieden slechts enkele oppervlakkige gemeenplaatsen en vriendelijke woorden, om te voorkomen dat je de onderliggende situatie kunt peilen. Nadat je een tijdje met hen in contact bent geweest, zul je het gevoel hebben: “Uiterlijk gezien lijkt deze persoon niet boosaardig, maar waarom heb ik altijd het gevoel dat zijn hart zo ver van andere mensen afstaat? Waarom is het altijd zo ongemakkelijk om met hem in contact te zijn? Ik krijg altijd het gevoel dat hij ondoorgrondelijk is.” Heb je dat gevoel? (Ja.) Dat is de gezindheid van een antichrist: ze zijn op hun hoede voor iedereen. En waarom zijn ze op hun hoede? Omdat, zoals zij het zien, iedereen een bedreiging voor hun status kan vormen. Als ze niet voorzichtig zijn, als ze hun waakzaamheid laten varen, kunnen ze anderen laten weten wat er werkelijk met hen aan de hand is, hun ware zelf – en hun status zal dan onhoudbaar worden. Dus, wanneer ze iemand tegenkomen die informeert naar de stand van hun werk en hun plicht, of naar hun persoonlijke gesteldheid, zullen ze dit zoveel mogelijk verbergen en geheimhouden. Wat ze niet geheim kunnen houden, zullen ze proberen glad te strijken, of ze zullen zich voor je verbergen. Sommige antichristen hebben een bizarre gezindheid: hoewel ze onder anderen leven, zul je hen met niemand normale interacties zien hebben, en ze hebben geen normale communicatie met anderen. Elke dag blijven ze op zichzelf, verschijnen bij de maaltijd en verdwijnen daarna weer. Ze verdwijnen voortdurend. Waarom gaan ze niet met anderen om? Tegen hun familie zeggen ze alles, dus waarom hebben ze niets te zeggen tegen de broeders en zusters? De ongelovigen hebben een gezegde: “Wie veel praat, zal onvermijdelijk fouten maken.” Zulke mensen houden zich aan dit principe; ze staan zichzelf niet toe onzorgvuldig te spreken, omdat iets wat ze zeggen hun spel zou kunnen verraden en een zwakte van hen zou kunnen blootleggen. Het is niet te voorspellen welk woord er voor zou kunnen zorgen dat anderen op hen zouden neerkijken en welk woord anderen zou kunnen laten weten wat er werkelijk met hen aan de hand is, dus doen ze er alles aan om anderen te ontwijken. Is dit ontwijken van hen onbedoeld, of is er iets in hen dat het stuurt? Er is iets dat het stuurt. Is dat iets rechtvaardig en eerbaar, of is het duister? (Het is duister.) Natuurlijk is het duister. Dit is niet de enige manier waarop antichristen zich gedragen – meestal communiceren of interageren ze niet normaal met anderen; soms zijn ze echter zeer welbespraakt en kunnen ze spreken – maar waar praten ze dan over? Wat is hun inhoud? Ze prediken de woorden en doctrines en pronken met zichzelf. Ze zeggen dat ze werkelijk werk kunnen doen en werkelijke problemen kunnen oplossen, terwijl ze in feite geen echte vaardigheden hebben. Vraag hun welke tekortkomingen ze hebben, of ze een arrogante gezindheid hebben, en ze zullen zeggen: “Wie onder de verdorven mensheid is niet arrogant?” Kijk eens aan – zelfs hun arrogantie heeft een basis. Dit betreft iedereen – alsof hun arrogantie daarmee heel normaal is. Ze zullen nooit de waarheid zoeken, en ze lijken niet waar te nemen dat er problemen of moeilijkheden in het werk zijn. En je zult de werkelijke situatie niet achterhalen door het hun te vragen. Als ze niets te doen hebben, zitten ze er gewoon stilletjes bij, en telkens wanneer ze spreken, hebben ze het over hun kwalificaties. Ze stellen zich nooit open; ze zeggen nooit welke opstandigheid ze voelen of welke buitensporige verlangens ze hebben, of hoe ze proberen deals te sluiten met God, of tegen wie ze een leugen hebben verteld, of wat hun ambities zijn bij het doen van hun werk. Ze brengen deze kwesties nooit ter sprake, en als anderen dat wel doen, zijn ze niet geïnteresseerd. Zelfs bij vragen die zaken binnen de reikwijdte van hun werk raken, zullen ze slechts plichtmatig iets zeggen. Kortom, iedereen die met hen in contact komt, voor welke tijd dan ook, zal grote moeite ondervinden als hij meer te weten wil komen over iets binnen de reikwijdte van hun plicht, of het nu gaat om personeel, de professionele praktijk of de voortgang van het werk. Welke benadering je ook kiest – of je nu je vraag heel terloops probeert te stellen, deze rechtstreeks stelt, of aan iemand in hun omgeving stelt – je zult niet gemakkelijk resultaten boeken. Het is zo moeizaam. Is dat niet verraderlijk? (Jawel.) Waarom is het zo moeizaam om enige informatie over de werkelijke stand van zaken van hen te krijgen? Waarom houden ze de zaken zo goed verborgen? Wat is hun doel? Ze willen hun status en broodwinning veiligstellen. Ze geloven: het was niet gemakkelijk om deze status te krijgen, om te komen waar ik nu ben – zou het geen problemen voor me opleveren als ik mezelf voor schut zet door een fout te maken in een moment van onachtzaamheid? En bovendien, als gods huis wist van de slechte dingen die ik heb gedaan, wie kan dan zeggen of ze me zouden aanpakken? Hoeveel je ook praat over open zijn, een eerlijk iemand zijn en trouw je plicht doen, zal het tot hen doordringen? Nee, dat zal het niet. Voor hen is er maar één credo: loslippigheid is funest. Als je anderen alles vertelt, ben je onbekwaam – een nietsnut! Dat is hun credo. Zo is de gezindheid van antichristen.

Welk werk een antichrist ook doet, ze verbieden anderen zich ermee te bemoeien of er navraag naar te doen, en nog meer verbieden ze het dat Gods huis er toezicht op houdt. Wat is hun doel hiermee? Ze willen voornamelijk Gods uitverkoren volk beheersen, hun status en hun macht veiligstellen, wat betekent dat ze hun broodwinning veiligstellen. Dat is hun hoofddoel.Zijn jullie er als leider of werker bang voor dat het huis van God navraag doet naar jullie werk en daarop toezicht houdt? Zijn jullie er bang voor dat het huis van God gebreken en afwijkingen in jullie werk zal ontdekken en jullie zal snoeien? Zijn jullie bang dat, nadat de Boven jullie werkelijke kaliber en gestalte leert kennen, ze jullie in een ander licht zullen zien en jullie niet in aanmerking zullen nemen voor promotie? Als je deze vrees hebt, dan bewijst dat, dat jouw beweegredenen niet overeenkomen met de belangen van het kerkwerk. Je werkt voor reputatie en status, wat bewijst dat je de gezindheid van een antichrist hebt. Als jij de gezindheid van een antichrist hebt, loop je het gevaar het pad van antichristen te bewandelen, en alle kwaad te begaan dat door antichristen wordt gesmeed. Als je in je hart geen vrees hebt voor het toezicht van Gods huis over je werk en je in staat bent om echte antwoorden te geven op de vragen en onderzoeken van de Boven, zonder iets te verbergen, en alles zegt wat je weet, ongeacht of datgene wat je zegt juist of verkeerd is, ongeacht of je daarmee je verdorvenheid onthult – al onthul je de gezindheid van een antichrist – dan zul je absoluut niet worden gekarakteriseerd als een antichrist. Het belangrijkste is dat je jouw eigen gezindheid van een antichrist kunt kennen, en dat je in staat bent om de waarheid te zoeken zodat dit probleem wordt opgelost. Als je iemand bent die de waarheid accepteert, dan kan jouw antichristelijke gezindheid worden vastgesteld. Als je maar al te goed weet dat je de gezindheid van een antichrist hebt en toch de waarheid niet zoekt om dit op te lossen, en optredende problemen ook nog probeert te verbergen of erover liegt en je verantwoordelijkheid ontloopt, en de waarheid niet accepteert als je gesnoeid wordt, is dit een ernstig probleem en ben je niets anders dan een antichrist. Als je weet dat je de gezindheid van een antichrist hebt, waarom durf je dat dan niet onder ogen te zien? Waarom kun je dit niet oprecht onder ogen zien en zeggen: “Als de Boven naar mijn werk vraagt, zal ik alles zeggen wat ik weet, en zelfs als de slechte dingen die ik heb gedaan aan het licht komen, en de Boven geen gebruik meer van mij maakt wanneer ze erachter komen en ik mijn status verlies, zal ik nog steeds eenvoudig zeggen wat ik te zeggen heb”? Jouw vrees voor toezicht op en onderzoek naar je werk door Gods huis bewijst dat je jouw status meer koestert dan de waarheid. Is dit niet de gezindheid van een antichrist? Status boven alles koesteren is de gezindheid van een antichrist. Waarom hecht je zoveel waarde aan status? Welke voordelen kun je uit status halen? Als status ellende, moeilijkheden, problemen en pijn zou veroorzaken, zou je deze dan nog steeds koesteren? (Nee.) Er gaan zoveel voordelen gepaard met het hebben van status, zoals jaloezie, respect, aanzien, en vleiende woorden van andere mensen, alsmede hun bewondering en ontzag. Dan is er ook nog het gevoel van superioriteit en de bijzondere rechten die je status met zich meebrengen, die je trots en een gevoel van zelfwaarde geven. Bovendien kun je ook van dingen genieten waar anderen geen deel aan hebben, zoals de voordelen van status en speciale behandeling. Dit zijn dingen waar je niet eens aan durft te denken, en waar je in je dromen naar hebt verlangd. Koester je deze dingen? Als status hol is, zonder werkelijke betekenis en het verdedigen ervan geen echt doel dient, is het dan niet dwaas om deze te koesteren? Als je dingen zoals belangen en genietingen van het vlees kunt laten varen, dan zullen reputatie, winst en status je niet langer binden. Wat moet er dus eerst worden opgelost voordat problemen met betrekking tot het koesteren en nastreven van status kunnen worden opgelost? Allereerst moet je doorzien wat de aard van het probleem is van het doen van kwaad, van het plegen van bedrog, van het verbergen en verdoezelen, en van het weigeren van toezicht, vragen en onderzoek van Gods huis, namelijk dat je dit doet omdat je wilt genieten van de voordelen van status. Is dit geen flagrante weerstand en oppositie tegen God? Als je de aard en de gevolgen van het begeren van de voordelen van status kunt doorzien, wordt het probleem van het najagen van status opgelost. Als je de essentie van het begeren van de voordelen van status niet kunt doorzien, zal dit probleem nooit worden opgelost.

Werken jullie samen met anderen om werk te doen en jullie plichten te vervullen? Aanvaarden jullie toezicht? Hebben jullie ooit iets gedaan om te voorkomen dat anderen zich ermee bemoeien of navraag doen? Als iemand navraag doet, verzet je je dan en zeg je: “Wie denk je wel dat je bent, dat je je met mijn zaken bemoeit? Ik sta een rang hoger in status dan jij, en in mijn werk heb ik het voor het zeggen. De Boven heeft geen navraag gedaan, wat geeft je dan het recht?” Iets dergelijks? Wat is de belangrijkste gezindheid van antichristen? Status veroveren en naar macht grijpen; niets doen wat het werk van Gods huis ten goede komt, niets wat voortkomt uit zorg voor de belangen ervan, maar plichtmatig en bedrieglijk handelen, en slechts voor de vorm meedoen. Van buitenaf lijken ze heel energiek bezig met hun taken. Je moet echter kijken naar de dingen die ze doen. Ten eerste wordt er geen vooruitgang geboekt met deze dingen; ten tweede zijn ze inefficiënt; en ten derde hebben ze niet veel effect – ze maken er een totale puinhoop van. Er is maar één ding dat ze niet loslaten, en dat is de kans die hun werk biedt gebruiken om de macht te grijpen en niet los te laten. Zolang ze macht hebben, vinden ze het prima. Welke taak ze ook uitvoeren, of het nu te maken heeft met een beroep, met externe zaken, met technische vaardigheden of met andere aspecten, er is over de hele linie geen transparantie. Is dit gebrek aan transparantie onbedoeld? Nee – wat onbedoeld is, is niet gerelateerd aan gezindheid, maar heeft te maken met een gebrek aan kaliber en het niet weten hoe het werk moet worden gedaan. Waarom zeg ik dan dat deze gezindheid de gezindheid van een antichrist is? Ze handelen opzettelijk. Ze hebben een innerlijke bedoeling: ze voorkomen bewust dat je deze dingen te weten komt, ze verbergen zich bewust voor je en vermijden je te zien. Ze praten en communiceren zo min mogelijk met je; ze beperken hun uitwisselingen met jou tot een minimum. Ze zorgen ervoor dat deze zaken zo min mogelijk blootgesteld worden, zodat je hen niet voortdurend de schuld geeft en navraag bij hen doet, zodat je niet te veel te weten komt over wat er werkelijk aan de hand is, zodat je hun ware gezicht niet zult zien. Is dat niet opzettelijk? Zit daar geen bedoeling achter? Wat is hun intentie en doel? Ze willen je bedriegen, voor de gek houden en zich erdoorheen bluffen; ze geven je een valse indruk en voorkomen dat je te weten komt hoe de zaken er werkelijk voorstaan. Op die manier hebben ze hun status veiliggesteld, wat hen een groot plezier zal doen. Is dat niet de aard ervan? (Jawel.) Het is de gezindheid van antichristen om bewust te bedriegen, voor de gek te houden en te verdoezelen. Het is allemaal bewust. Zeg mij, welk werkprogramma is dat mensen zo druk bezig houdt dat ze geen tijd hebben om anderen te ontmoeten? Geen enkel, toch? Geen enkel werkprogramma zorgt ervoor dat iemand het zo druk heeft dat hij geen tijd heeft om te eten of te slapen, noch tijd om anderen te ontmoeten. Zo druk is het nog niet geworden. Er kan tijd voor die dingen worden vrijgemaakt. Waarom hebben deze mensen dan geen tijd? Ze willen je niet ontmoeten; ze willen niet dat je navraag doet naar hun werk. Is dat niet de gezindheid van een antichrist? (Jawel.) Wat voor soort mensen zijn dat? Zijn het geen niet-gelovigen? Dat zijn ze – elke antichrist is een niet-gelovige. Als ze dat niet waren, zouden ze het werk van Gods huis niet voor zichzelf toe-eigenen, of degenen die God volgen onder hun eigen macht controleren. Zulke dingen zouden ze niet doen. Het eerste gedrag dat niet-gelovigen vertonen is dat ze totaal geen Godvrezend hart hebben. Ze smeden onder het voorwendsel van geloof in God plannen voor hun eigen belangen; ze zijn stoutmoedig en roekeloos, totaal onbevreesd. Hun geloof in God is geen waar geloof, maar een slogan. Ze hebben in hun hart totaal geen vrees voor God.

Wat voor houding nemen sommige mensen aan zodra ze horen dat iemand zich met hun werk wil bemoeien en er toezicht op wil houden? “Toezicht is prima. Ik aanvaard toezicht. Navraag doen is ook prima – maar als je echt toezicht op me houdt, kan ik onmogelijk verder met mijn werk. Dan zijn mijn handen gebonden. Als jij het altijd voor het zeggen hebt en mij degradeert tot louter een uitvoerder, dan kan ik mijn werk niet doen. ‘Twee kapiteins op één schip, dat gaat niet.’” Is dat niet een theorie? Het is een theorie van antichristen. Welke gezindheid heeft iemand die dit zegt? Is het de gezindheid van een antichrist? Wat betekent dat, ‘Twee kapiteins op één schip, dat gaat niet’? Ze verdragen het zelfs niet als de Boven navraag doet. Als de Boven geen navraag zou doen, zouden je handelingen dan de waarheid niet schenden? Zou je iets verkeerd doen omdat er navraag naar gedaan wordt? Zou de Boven je werk laten ontsporen? Zeg Mij, geeft de Boven begeleiding bij het werk, doet de Boven er navraag naar en houdt de Boven er toezicht op om het beter of slechter te laten verlopen? (Beter.) Welnu, waarom aanvaarden sommige mensen die betere dan resultaten niet? (Ze worden beheerst door de gezindheid van een antichrist.) Dat klopt. Het is hun antichristelijke gezindheid – ze kunnen er niets aan doen. Zodra iemand navraag doet naar het werk waarvoor zij verantwoordelijk zijn, brengt het hen van streek. Ze zijn bang dat hun belangen, status en macht aan anderen zullen worden gegeven. Dus raken ze van hun stuk. Ze hebben het gevoel dat hun plannen en procedures in de war zijn geschopt. En zal dat voor hen werken? Als de Boven iemand promoveert en die persoon met hen laat samenwerken, denken ze: ik was niet van plan deze persoon te gebruiken, maar de boven houdt vol dat hij goed is en heeft hem gepromoveerd. Ik voel me er niet zo prettig bij. Hoe ga ik met hem samenwerken? Als de boven hem gebruikt, stop ik er gewoon mee! Dat zeggen ze met hun mond, maar kunnen ze in werkelijkheid hun status loslaten? Dat kunnen ze niet – wat ze doen is de confrontatie zoeken. Zouden ze instemmen met iemand die werk doet dat hun status bedreigt, dat hen niet in de schijnwerpers zet, dat hun huidige scenario saboteert? Nee, dat zouden ze niet. Wanneer de Boven bijvoorbeeld iemand promoveert of iemand uit zijn functie ontheft, wat denken ze dan? Wat een klap in mijn gezicht! Ze hebben het niet eens via mij laten lopen. Als het puntje bij het paaltje komt ben ik nog altijd een leider – waarom hebben ze van tevoren niets tegen mij gezegd? Het is alsof ik er totaal niet toe doe! Wie denk je eigenlijk wel dat je bent? Is dat jouw taak? Ten eerste is het niet jouw terrein, en ten tweede volgen deze mensen jou niet. Waarom zou je dan zo belangrijk voor hen moeten zijn? Is dat in overeenstemming met de waarheid? Welke waarheid? De Boven hanteert principes voor de promotie of het van een functie ontheffen van een persoon. Waarom promoveert de Boven iemand? Omdat diegene nodig is voor het werk. Waarom ontheft de Boven iemand van een functie? Omdat diegene niet langer nodig is voor het werk – hij kan het werk niet doen. Als jij hem niet ontheft en zelfs de Boven niet toestaat het doen, ben je dan niet immuun voor rede? (Ja.) Sommigen zeggen: “Wat eens schande is het voor mij dat de boven iemand van zijn functie ontheft. Als ze van plan zijn iemand van zijn functie te ontheffen, moeten ze het mij privé vertellen, dan zal ik het doen. Dat is mijn taak; het valt onder mijn verantwoordelijkheden. Als ik hem van zijn functie onthef, laat dat iedereen zien hoe scherpzinnig ik ben in het beoordelen van mensen en dat ik daadwerkelijk werk kan doen. Wat een eer zou dat zijn! Denken jullie zo? Sommige mensen willen een goede naam en trots en geven dit soort rechtvaardigingen. Houdt dat steek? Is dat logisch? Enerzijds doet Gods huis zijn werk in overeenstemming met de waarheidsprincipes; anderzijds werkt het volgens de omstandigheden zoals die zijn. Er is geen sprake van dat een commandoniveau wordt overgeslagen, vooral niet als het gaat om promoties of de begeleiding en instructies voor een werkproject van de Boven – in zulke gevallen is er al helemaal geen sprake van dat er een commandoniveau wordt overgeslagen. Waarom zoekt een antichrist dan naar deze ‘fouten’? Eén ding is zeker: ze begrijpen de waarheid niet. Ze beoordelen dus het werk van Gods huis met hun menselijke verstand en de werkwijzen die in de wereld gangbaar zijn. Daarnaast blijft hun hoofddoel zelfbehoud, en ze moeten hun trots behouden. Ze zijn glad en geslepen in alles wat ze doen; ze kunnen de mensen onder hen niet laten zien dat ze gebreken of tekortkomingen hebben. Tot in welke mate houden ze de schijn op? In die mate dat anderen hen als onberispelijk zullen zien, zonder enige verdorvenheid of tekortkomingen. Anderen zullen het passend vinden dat de Boven hen gebruikt en dat de broeders en zusters hen kiezen – ze zijn een volmaakt mens. Is dat niet wat ze willen? Is dat niet de gezindheid van een antichrist? (Jawel.) Ja, dat is de gezindheid van een antichrist.

Onze communicatie zojuist ging over een van de voornaamste gedragingen van antichristen – ze verbieden anderen zich met hun werk te bemoeien, er navraag naar te doen of er toezicht op te houden. Welke regelingen Gods huis ook treft om hun werk op te volgen, er meer over te weten te komen of er toezicht op te houden, ze zullen allerlei technieken aanwenden om die te dwarsbomen en te weigeren. Bijvoorbeeld: nadat sommige mensen door de Boven een project toegewezen hebben gekregen, verstrijkt er een tijd zonder dat er ook maar enige vooruitgang wordt geboekt. Ze vertellen de Boven niet of ze eraan werken, hoe het gaat, of er tussentijdse moeilijkheden of problemen zijn geweest. Ze koppelen niets terug. Een deel van het werk is dringend en kan niet worden uitgesteld, maar toch treuzelen ze en rekken ze het lange tijd zonder het werk af te maken. De Boven moet dan navraag doen. Wanneer de Boven dit doet, vinden die mensen de navraag ondraaglijk gênant en verzetten ze zich er in hun hart tegen: het is nog maar een dag of tien geleden dat ik deze taak kreeg toegewezen. Ik heb me nog niet eens kunnen oriënteren en de Boven doet al navraag. Hun eisen aan mensen zijn gewoon te hoog! En dus proberen ze aan te tonen dat er van alles markeert aan de navragen. Wat is hier het probleem? Zeg Mij, is het niet volkomen normaal dat de Boven navraag doet? Enerzijds is er de wens om meer te weten te komen over de voortgang van het werk en over welke moeilijkheden er nog opgelost moeten worden; anderzijds is er de wens om meer te weten te komen over wat voor kaliber de mensen hebben aan wie ze dit werk hebben toegewezen, en of ze daadwerkelijk in staat zullen zijn problemen op te lossen en de taak goed uit te voeren. De Boven wil de feiten kennen zoals ze zijn, en meestal doet ze navraag onder dergelijke omstandigheden. Is dat niet iets wat ze zouden moeten doen? De Boven is bezorgd dat je niet weet hoe je problemen moet oplossen en de taak niet aankunt. Daarom doen ze navraag. Sommige mensen verzetten zich tegen dergelijke navragen en walgen ervan. Ze zijn niet bereid om mensen navraag te laten doen, en wanneer mensen dat toch doen, verzetten ze zich en hebben ze bedenkingen. Ze blijven maar malen: waarom doen ze altijd navraag en willen ze meer weten? Is het omdat ze me niet vertrouwen en op me neerkijken? Als ze me niet vertrouwen, moeten ze me niet gebruiken! Ze begrijpen de navraag en het toezicht van de Boven nooit, maar verzetten zich ertegen. Hebben zulke mensen verstand? Waarom staan ze de Boven niet toe navraag te doen en toezicht te houden? Waarom verzetten ze zich zelfs en stellen zich zo uitdagend op? Wat is hier het probleem? Het kan hun niet schelen of hun plichtsvervulling effectief is of de voortgang van het werk zal belemmeren. Ze zoeken de waarheidsprincipes niet bij het vervullen van hun plicht, maar doen wat ze maar willen. Ze denken niet na over de resultaten of de efficiëntie van het werk, en totaal niet over de belangen van Gods huis, en nog veel minder over wat God bedoelt en vereist. Hun denkwijze is: ik heb mijn eigen manieren en routines voor het vervullen van mijn plicht. Eis niet te veel van me en eis de dingen niet te gedetailleerd. Het is al heel wat dat ik mijn plicht kan vervullen. Ik mag niet te vermoeid raken of te veel lijden. Ze begrijpen de navraag van de Boven en de pogingen om meer over hun werk te weten te komen niet. Wat ontbreekt er aan hun begrip? Ontbreekt het niet aan onderwerping? Ontbreekt het niet aan een gevoel van verantwoordelijkheid? Aan trouw? Als ze werkelijk verantwoordelijk en trouw zouden zijn in het vervullen van hun plicht, zouden ze het dan afwijzen wanneer de Boven navraag doet naar hun werk? (Nee.) Dan zouden ze het kunnen begrijpen. Als ze het werkelijk niet kunnen begrijpen, is er maar één mogelijkheid: ze zien hun plicht als hun beroep en hun broodwinning, ze slaan er een slaatje uit en beschouwen de plicht die ze vervullen al die tijd als een voorwaarde voor hun beloning en als troef die ze kunnen gebruiken tijdens de onderhandelingen over hun beloning. Ze doen slechts wat prestigieus werk om er bij de Boven mee weg te komen. Ze doen geen poging om Gods opdracht als hun plicht en verplichting te beschouwen. Wanneer dus de Boven navraag doet naar hun werk of er toezicht op houdt, wordt hun gemoedstoestand er een van afkeer en weerstand. Is dat niet zo? (Jawel.) Waar komt dit probleem vandaan? Wat is de essentie ervan? De essentie is dat hun houding ten opzichte van het werkproject verkeerd is. Ze denken alleen aan vleselijk gemak en comfort, aan hun eigen status en trots, in plaats van na te denken over de effectiviteit van het werk en de belangen van Gods huis. Ze proberen totaal niet te handelen volgens de waarheidsprincipes. Als ze werkelijk een beetje geweten en verstand hadden, zouden ze de navraag en het toezicht van de Boven kunnen begrijpen. Ze zouden vanuit hun hart kunnen zeggen: het is goed dat de Boven navraag doet. Anders zou ik altijd mijn eigen wil volgen, wat de effectiviteit van het werk zou belemmeren, of het zelfs zou verprutsen. De Boven communiceert en voert controles uit, en dat heeft daadwerkelijk werkelijke problemen opgelost – wat is dat geweldig! Dit zou aantonen dat ze verantwoordelijke personen zijn. Ze zijn bang dat als ze het werk alleen op zich zouden nemen en er een fout of een gebrek zou optreden, en dat een verlies voor het werk van Gods huis zou veroorzaken dat niet te herstellen is, dat een verantwoordelijkheid zou zijn die ze niet kunnen dragen. Is dat niet een gevoel van verantwoordelijkheid? (Jawel.) Het is een gevoel van verantwoordelijkheid, en het is een teken dat ze hun trouw vervullen. Wat gaat er om in de hoofden van mensen die niet toestaan dat anderen navraag doen naar hun werk? Dit werk is mijn zaak, aangezien ik ermee ben belast. Ik heb het voor het zeggen in mijn eigen zaak; ik heb geen bemoeienis van anderen nodig! Ze denken er zelf over na en doen wat ze willen, gedicteerd door hun persoonlijkheid. Ze doen wat hen ten goede komt, en niemand mag er navraag naar doen – niemand mag de ware stand van zaken weten. Als je hun vraagt: “Hoe gaat het met die taak?” zullen ze zeggen: “Wacht maar.” Als je dan vraagt: “Hoe vordert het?” zullen ze zeggen: “Bijna klaar.” Wat je hun ook vraagt, ze zullen slechts een woord of twee zeggen. Ze flappen er telkens maar een paar woorden uit, en niet meer dan dat – ze zullen geen enkele nauwkeurige, specifieke zin uitspreken. Vind je het niet misselijkmakend om met zulke mensen te praten? Het is overduidelijk dat ze niets meer tegen je willen zeggen. Als je meer vragen stelt, worden ze ongeduldig: “Je blijft maar vragen over dat kleine dingetje, alsof ik de dingen niet voor elkaar krijg – alsof ik niet geschikt was voor de taak!” Ze zijn gewoon niet bereid om mensen vragen te laten stellen. En als je doorgaat met vragen stellen, zullen ze zeggen: “Wat ben ik voor jou, een ezel of een paard die je kunt commanderen? Als je me niet vertrouwt, gebruik me dan niet; maar als je me gebruikt, moet je me vertrouwen – en mij vertrouwen betekent dat je niet steeds navraag moet doen!” Dit is het soort houding dat ze hebben. Behandelen ze het werkproject als een plicht die zij moeten vervullen? (Nee.) Antichristen behandelen werk niet als hun plicht, maar als een ruilmiddel om zegeningen en een beloning te verkrijgen. Ze zijn tevreden met louter arbeiden, wat ze graag willen inruilen voor zegeningen. Daarom werken ze met een plichtmatige houding. Ze willen niet dat anderen zich met hun werk bemoeien, deels om hun waardigheid en trots te beschermen. Ze geloven dat de plicht die ze vervullen en het werk dat ze doen hun persoonlijk eigendom zijn, hun privézaken. Daarom staan ze geen inmenging van anderen toe. Het andere deel ervan is dat als ze het werk goed doen, ze de eer ervoor kunnen opeisen en om een beloning vragen. Als iemand zich ermee zou bemoeien, zou de eer niet langer alleen aan hen toekomen. Ze zijn bang dat anderen de eer van hen afpakken. Daarom zullen ze absoluut niet instemmen met de bemoeienis van anderen in hun werk. Zijn zulke mensen als antichristen niet egoïstisch en verachtelijk? Welke plicht ze ook vervullen, het is alsof ze hun privézaken behartigen. Ze staan niet toe dat anderen zich ermee bemoeien of eraan deelnemen, hoe het ook uitpakt als ze iets alleen doen. Als ze het goed doen, zullen ze alleen toestaan dat zij alleen de eer krijgen, zodat niemand anders een deel van de eer en de resultaten van het werk kan opeisen. Is dat niet problematisch? Welke gezindheid is dat? Het is Satans gezindheid.Als Satan iets doet, laat hij niet toe dat anderen zich ermee bemoeien. Hij wil het laatste woord hebben over alles wat hij doet en hij wil alles beheersen. Niemand mag erop toezien of ernaar informeren. Het is nog minder toegestaan dat iemand hem hindert of zich ermee bemoeit. Zo handelt een antichrist. Wat hij ook doet, niemand mag ernaar informeren, en hoe hij ook achter de schermen handelt, niemand mag zich ermee bemoeien. Dat is het gedrag van een antichrist. Hij gedraagt zich zo, omdat hij aan de ene kant een uitermate arrogante gezindheid heeft en aan de andere kant een buitengewoon groot gebrek aan verstand. Het ontbreekt hem totaal aan onderwerping en hij staat niet toe dat iemand op hem toeziet of zijn werk controleert. Dit zijn echt de daden van een demon, ze verschillen volstrekt van die van een normaal mens. Iedereen die werk verricht, moet met anderen samenwerken. Hij heeft de hulp, de suggesties en de medewerking van anderen nodig. En zelfs als er iemand toezicht op houdt of toekijkt is dat niet erg, maar noodzakelijk. Als er toevallig bij één deel van het werk fouten worden gemaakt, en die worden opgemerkt door degenen die toekijken en het wordt snel opgelost, en er wordt voorkomen dat het werk schade lijdt, dan is dat toch heel nuttig? En dus vinden slimme mensen het fijn om als ze iets doen onder toezicht te staan, geobserveerd te worden en er navraag wordt gedaan door anderen. Als er toevallig toch een fout wordt gemaakt en deze mensen in staat zijn dat aan te geven, en de fout meteen kan worden hersteld, dan is dat toch een resultaat dat je graag wilt zien? Er is niemand in deze wereld die geen hulp van anderen nodig heeft. Alleen mensen met autisme of een depressie vinden het fijn om alleen te zijn, geen contact met andere mensen te hebben en niet met anderen te hoeven communiceren. Als mensen aan autisme lijden of depressies zijn, zijn ze niet meer normaal. Ze hebben geen controle meer over zichzelf. Als mensen een normale geest en verstand hebben maar gewoon niet met anderen willen communiceren, en niet willen dat anderen ook maar iets weten van wat ze doen, ze het stiekem, privé en achter de schermen willen doen en niet luisteren naar wat anderen zeggen, dan zijn zulke mensen toch antichristen? Ze zijn antichristen.

Toen ik op een keer de leider van een kerk zag, vroeg ik hem hoe het ging met de plichtsvervulling van de broeders en zusters. Ik vroeg: “Is er op dit moment iemand in de kerk die het kerkleven verstoort?” Kun je raden wat hij zei? “Alles is orde, alles is prima.” Ik vroeg: “Hoe vervult zuster die-en-die haar plicht?” Hij zei: “Prima.” Ik vroeg toen: “Hoeveel jaar gelooft ze al in God?” Hij zei: “Het is prima.” Ik zei: “Deze tafel hoort hier niet te staan; hij moet worden verplaatst.” Hij zei: “Daar zal ik over nadenken.” Ik zei: “Moet dit stuk land niet worden geïrrigeerd?” Hij zei: “Daar zullen we over communiceren.” Ik zei: “Dit is het gewas dat je dit jaar op dit stuk land hebt geplant. Ga je volgend jaar hetzelfde planten?” Hij zei: “Onze besluitvormingsgroep heeft een plan.” Dat soort antwoorden gaf hij. Welk gevoel krijg je wanneer je deze antwoorden hoort? Begrijp je er iets van? Krijg je enige informatie? (Totaal niet.) Je merkt meteen dat hij je afscheept, je voor een idioot, een buitenstaander houdt. Hij weet niet precies wie de buitenstaander is; de ongelovigen noemen dit ‘een gast die zich als gastheer gedraagt’. Hij kent zijn eigen identiteit niet. Ik zei: “Jullie hebben hier zoveel mensen wonen en de lucht circuleert niet goed. Jullie zouden een ventilator moeten installeren, anders wordt het hier te warm en lopen de mensen het risico op een hitteberoerte.” Hij zei: “Dat zullen we bespreken.” Over alles wat ik hem vertelde, moest hij praten, communiceren en ook nadenken. Welke regelingen ik ook trof, wat ik ook zei, het telde voor hem niet. Voor hem waren het geen regelingen of bevelen, en hij voerde ze niet uit. Waar zag hij Mijn woorden dan voor aan? (Suggesties ter overweging.) Gaf ik hem suggesties ter overweging? Nee – ik vertelde hem wat hij moest doen, wat hij verplicht was te doen. Was het zo dat hij niet begreep wat ik zei? Als dat zo was, dan betekende het dat hij een stomkop was die niet wist wat zijn identiteit was of welke plicht hij vervulde. Er woonden daar zoveel mensen en er was geen airconditioning of tocht. Hoe intelligent kon hij zijn als hij geen ventilator had geïnstalleerd? Hij zou onmiddellijk naar huis moeten gaan – hij is afval, en Gods huis heeft geen behoefte aan afval. Mensen weten niet alles, maar ze kunnen leren. Er zijn sommige dingen die ik niet begrijp, dus bespreek ik die met anderen: “Wat vinden jullie een goede aanpak? Jullie mogen gerust suggesties doen.” Als sommige mensen denken dat een bepaalde manier het beste zou zijn, zeg ik: “Prima, laten we doen wat jij zegt. Ik heb zelf nog niet goed nagedacht over wat we moeten doen. We volgen jouw voorstel.” Is dat niet het denken van een normale menselijkheid? Dat is wat het betekent om met anderen om te gaan. In de omgang met anderen moeten mensen geen onderscheid maken tussen wie superieur of inferieur is, of wie wel of niet in de schijnwerpers staat, of wie het voor het zeggen heeft. Het is niet nodig om dit onderscheid te maken – wie gelijk heeft en wiens manier in overeenstemming is met de waarheidsprincipes, naar diegene moet worden geluisterd. Zijn jullie in staat dit te doen? (Ja.) Er zijn sommige mensen die dat niet kunnen. Antichristen kunnen dat niet, zij staan erop dat zij het laatste woord hebben, voor minder doen ze het niet. Wat is dit? Wat anderen aandragen, gaat er bij hen niet in, zelfs niet als het redelijk is. Ze weten dat het juist en redelijk is, maar ze verdragen niets wat door iemand anders wordt voorgesteld – ze zijn pas gelukkig als zij degenen zijn die iets hebben voorgesteld. Zelfs in deze kleine kwestie strijden ze om de voorrang. Welke gezindheid is dat? De gezindheid van een antichrist. Ze hechten buitensporig veel waarde aan status, faam en trots. Hoeveel waarde? Die dingen zijn belangrijker voor hen dan hun leven – ze zullen hun status en faam beschermen, zelfs als dat hun leven kost.

Antichristen verbieden anderen zich met het werk dat ze doen te bemoeien, er navraag naar te doen of er toezicht op te houden, en dit verbod komt op verschillende manieren tot uiting. Een daarvan is eenvoudigweg weigeren. Bemoei je er niet mee, doe geen navraag en kijk niet steeds toe als ik aan het werk ben. Al het werk dat ik verricht is mijn verantwoordelijkheid, ik heb een idee over hoe ik het doe en ik heb niemand nodig die mij aanstuurt!” Dat is ronduit weigeren. De schijn wekken ontvankelijk te zijn is een andere uiting, ze zeggen dan: “Oké, laten we communiceren en kijken hoe het werk gedaan moeten worden”. Maar als anderen dan echt navraag gaan doen en meer proberen uit te vinden over het werk, of als ze op een paar problemen wijzen en wat voorstellen doen, wat is dan hun houding? (Dan zijn ze niet ontvankelijk.) Dat klopt. Ze weigeren het gewoon te aanvaarden, ze zoeken voorwendselen en excuses om andermans voorstellen te verwerpen, veranderen ongelijk in gelijk en gelijk in ongelijk, maar eigenlijk weten ze in hun hart dat ze de logica verdraaien, ze holle frasen bezigen, dat wat ze zeggen louter theoretisch is, dat hun woorden niet zo praktisch zijn als wat andere mensen zeggen. Maar om hun status te beschermen – en in het volle besef dat ze ongelijk hebben en dat anderen gelijk hebben – blijven ze het gelijk van anderen veranderen in ongelijk en hun eigen ongelijk in gelijk, en blijven dat uitvoeren. Ze staan niet toe dat waar zij zijn dingen die juist zijn en in overeenstemming met de waarheid worden geïntroduceerd of geïmplementeerd. Zien ze het werk van de kerk niet als een spel, een grap? Weigeren ze niet navraag en toezicht te aanvaarden? Ze uiten dit ‘verbod’ van hen niet schaamteloos door je te zeggen: “Je mag je niet met mijn werk bemoeien.” Zo ziet wat ze doen er van de buitenkant niet uit, maar dat is wel hun mentaliteit. Ze gebruiken bepaalde trucs en lijken uiterlijk heel vroom. Ze zeggen: “We hebben inderdaad hulp nodig, dus nu je er toch bent, kun je met ons communiceren!” Hun hogergeplaatste leider zal geloven dat ze oprecht zijn en dus met hen communiceren en hun vertellen hoe de zaken ervoor staan. Zodra ze hebben gehoord wat de leider heeft gezegd, gaan ze bij zichzelf denken: “Zo zie jij de dingen dus – nou, dan moet ik er met jou over in debat gaan, om jouw zienswijze te weerleggen en te ontkrachten. Ik zal je te schande maken.” Is dat een houding van aanvaarding? (Nee.) Wat voor houding is het dan? Het is een weigering anderen toe te staan dat ze zich met het werk bemoeien, er navraag naar te doen of er toezicht op te houden. Het feit dat antichristen dit weigeren roept de vraag op waarom ze de schijn ophouden voor de mensen en een houding van aanvaarding veinzen. Dat ze mensen op deze manier bedriegen, toont aan hoe sluw ze zijn. Ze zijn bang dat mensen hen zullen doorzien. Vooral tegenwoordig hebben sommige mensen een zekere mate van onderscheidingsvermogen. Als dus een antichrist het toezicht en de hulp van anderen rechtstreeks zou weigeren, zouden de mensen dat kunnen opmerken en hem doorzien. Dan zou hij zijn trots en status verliezen, en zou het hem in de toekomst niet meevallen om tot leider of werker te worden verkozen. Wanneer dus een hogergeplaatste leider zijn werk controleert, doet hij alsof hij het aanvaardt, zegt hij vleiende en onderdanige dingen, waardoor iedereen denkt: “Kijk eens hoe vroom onze leider is, hoe hij de waarheid zoekt! Onze leider bekommert zich om ons leven en om het werk van de kerk. Hij neemt verantwoordelijkheid voor het vervullen van zijn plicht. We zullen hem bij de volgende verkiezing opnieuw kiezen.” Wat niemand ziet aankomen, is dat zodra de hogergeplaatste leider vertrekt, de antichrist zoiets zal zeggen als: “Wat die persoon die het werk controleerde zei, was allemaal juist, maar het past niet noodzakelijkerwijs bij de omstandigheden in onze kerk. De dingen zijn in elke kerk anders. We kunnen niet volledig meegaan met wat hij zei – we moeten het overwegen in het licht van onze werkelijke situatie. We kunnen niet zomaar regels klakkeloos toepassen!” En iedereen is het erover eens dat het juist is. Zijn ze niet misleid? Een deel van wat een antichrist doet, is vleiende woorden spreken en doen alsof hij het toezicht van anderen aanvaardt; onmiddellijk daarna begint hij intern met het werk van misleiden en hersenspoelen. Hij past beide delen van deze aanpak tegelijkertijd toe. Heeft hij trucs? Inderdaad, meer dan genoeg! Uiterlijk spreekt hij vriendelijk en veinst hij aanvaarding, waardoor iedereen gelooft dat hij zich behoorlijk verantwoordelijk voelt voor het werk, dat hij zijn positie en status kan loslaten, dat hij geen autoritair persoon is, maar toezicht van de Boven of van andere mensen kan aanvaarden – en terwijl hij dat doet, ‘maakt hij de broeders en zusters de voor-en nadelen van de dingen duidelijk’ en ‘maakt hij de verschillende situaties duidelijk’.Wat is hun doel? Dat is om anderen ervan te weerhouden zich met hun werk te bemoeien, ernaar te informeren of er toezicht op te houden en om de broeders en zusters te laten denken dat hun optreden gerechtvaardigd en juist is, in overeenstemming met de werkafspraken van Gods huis en volgens de principes van handelen, dat ze zich als leider aan de principes houden. Slechts een paar mensen in de kerk begrijpen echt de waarheid; het is boven twijfel verheven dat de meerderheid niet in staat onderscheid te maken, ze kunnen niet zien wie deze antichrist werkelijk is en laten zich makkelijk door hem misleiden. Er zijn bijvoorbeeld mensen die om een bepaalde redenen een nacht slaap verliezen. Ze slapen de hele nacht niet. Er zijn twee soorten mensen en bij hen manifesteert zich dit gebrek aan slaap op twee verschillende manieren. Het eerste type vindt zo snel mogelijk een kans om overdag een beetje bij te slapen. Ze laten anderen niet weten dat ze niet hebben geslapen. Dat is één situatie, één manier waarop de dingen zijn. Ze hebben er geen bedoeling mee. Het andere soort persoon dommelt in tijdens de maaltijden en vertelt iedereen: “Ik heb vannacht niet geslapen!” Iemand vraagt: “Waarom niet?” en hij zegt: “Er was een online bijeenkomst en ik ontdekte enkele problemen in het werk. Ik ben de hele nacht opgebleven om ze op te lossen.” Hij gaat onophoudelijk door en verkondigt dat hij de hele nacht niet heeft geslapen. Was hij niet bereid om de hele nacht op te blijven? Waarom legt hij het uit aan de groep? En gaat er iets achter die uitleg schuil? Wat is zijn doel? Hij wil de hele wereld op de hoogte brengen van wat hij heeft gedaan, uit angst dat anderen het misschien niet weten. Hij wil dat iedereen weet dat hij heeft geleden, dat hij de hele nacht is opgebleven, dat hij bereid is een prijs te betalen in zijn geloof in God, dat hij geen comfort begeert. Hiermee wil hij de sympathie en goedkeuring van de broeders en zusters winnen. Hij koopt de harten van de mensen om met dit oppervlakkige optreden, en daardoor krijgt hij anderen zover dat ze hem hoogachten, en verwerft hij aanzien in de harten van de mensen. Zodra hij status heeft, zal hij zeker met gezag spreken. En zodra hij met gezag spreekt, zal hij dan niet kunnen genieten van de speciale behandeling die met status gepaard gaat? (Ja.) Denk je dat hij deze kans goed heeft benut? Vertellen jullie het aan anderen als jullie niet hebben geslapen, of als jullie laat zijn opgebleven? (Dat hebben we gedaan.) Toen jullie dat deden, was het toen onbedoeld, of zat er een bedoeling achter? Vertelde je het gewoon terloops aan iemand, of was het een grootse aankondiging en voerde je een hele show op? (Het was terloops.) Er zit geen bedoeling achter als je het terloops zegt; dat duidt niet op een probleem met de gezindheid. Er is absoluut een verschil in aard tussen het opzettelijk zeggen en het onopzettelijk zeggen. Wanneer een antichrist handelt, wat is dan het motief achter wat hij doet, of hij nu aan de oppervlakte de bemoeienis en navraag van anderen lijkt te aanvaarden, of dat hij die ronduit weigert – wat het ook moge zijn? Hij grijpt naar status en macht en laat die niet los. Is dat niet zijn motief? (Jawel.) Dat klopt – hij zal zijn zwaarbevochten macht, zijn zwaarbevochten status en aanzien absoluut niet zo achteloos, in een onoplettend moment, laten ontglippen; hij zal niet toestaan dat iemand zijn kracht en invloed verzwakt door zich met zijn werk te bemoeien of er navraag naar te doen. Hij gelooft dit: een plicht vervullen, een werkproject op je nemen, is niet echt een plicht, en hij hoeft het niet als een verplichting te doen; in plaats daarvan betekent een plicht vervullen het bezitten van een zekere macht, het een paar mensen onder zijn bevel hebben. Hij gelooft dat hij met macht niemand meer hoeft te raadplegen, maar nu de kans en de macht heeft om de baas te zijn. Dit is het soort houding dat hij heeft ten opzichte van de plicht.

Er zijn ook anderen die, wanneer de Boven navraag bij hen doet naar hun werk, slechts voor de vorm meedoen. Ze voeren een oppervlakkig toneelstukje op en vragen naar een paar onbenullige zaken, alsof ze iemand zijn die de waarheid zoekt. Als er bijvoorbeeld een incident heeft plaatsgevonden dat duidelijk hinder en verstoring veroorzaakte, vragen ze de Boven of de persoon die het veroorzaakte aangepakt moet worden. Hoort zoiets niet bij hun werk? (Jawel.) Wat willen ze bereiken door de Boven ernaar te vragen? Ze willen je een vals beeld van zichzelf geven. Ze willen je laten zien dat ze zelfs naar zulke zaken vragen en je daarmee bewijzen dat ze niet stilzitten, dat ze aan het werk zijn. Ze creëren slechts een façade om je te misleiden. Feit is dat ze in hun hart met enkele werkelijke problemen worstelen en ze niet weten hoe ze over de waarheid moeten communiceren om die problemen op te lossen, en dat ze ook niet weten welke principes ze moeten beoefenen. Er zijn dingen die voor hen onduidelijk zijn, zowel in de omgang met mensen als in het aanpakken van zaken. Ze stellen echter nooit vragen en doen er geen onderzoek naar. Gezien het feit dat ze in hun hart onzeker zijn over deze dingen, zouden ze er dan niet bij de Boven naar moeten vragen? (Ja.) Ze zijn niet zeker van deze dingen en kunnen ze niet doorzien, maar blijven toch blindelings handelen – wat zullen daar de gevolgen van zijn? Kunnen ze voorspellen wat er zal gebeuren? Zullen ze de verantwoordelijkheid voor de gevolgen kunnen dragen? Nee, dat zullen ze niet. Waarom stellen ze dan geen vragen over deze dingen? Ze hebben redenen om geen vragen te stellen. Eén daarvan is de angst dat de Boven hen doorziet: “Als ik zelfs deze onbeduidende zaak niet kan afhandelen en er vragen over moet stellen, zal de Boven denken dat mijn kaliber niet erg goed is. Zal de Boven me dan niet feilloos doorzien?” Een andere overweging is dat als ze het wel vragen en de beslissing van de Boven in strijd is met hun eigen opvatting en ervan afwijkt, ze in een lastig parket terecht zouden komen. Als ze niet doen wat de Boven zegt, zal de Boven zeggen dat ze de werkprincipes schenden; als ze het wel doen, schaadt het hun eigen belangen. Dus vragen ze het niet. Is dat niet weloverwogen? (Ja.) Dat is het. Wat voor soort personen overwegen deze dingen? (Antichristen.) Het zijn inderdaad antichristen. Bij niets, of ze er nu er vragen over stellen of niet, of ze het nu uitspreken of alleen maar denken, zoeken ze de waarheid en behandelen ze de zaak volgens de principes. In alle dingen stellen ze hun eigen belangen voorop. In hun hart hebben ze een lijst: enerzijds de dingen waarover de Boven navraag mag doen en die Hij mag weten, en anderzijds de dingen waarvan ze absoluut niet willen dat de Boven die weet. Ze hebben die gebieden afgebakend en in twee categorieën verdeeld. Ze spreken plichtmatig met de Boven over die onbeduidende zaken die geen bedreiging voor hun status kunnen vormen, om er zo bij de Boven mee weg te komen; maar over dingen die hun status kunnen bedreigen, zullen ze geen enkel woord reppen. En als de Boven naar die dingen vraagt, wat moeten ze dan doen? Ze zullen hen met een paar woorden afschepen; ze zullen zeggen: “Prima, we zullen het bespreken … we zullen verder kijken …” – een mond vol toezeggingen voor je, zonder enige blijk van weerstand. Uiterlijk zijn ze heel onderdanig – maar in feite hebben ze hun eigen berekeningen. Ze zijn niet van plan de Boven het voor het zeggen te laten hebben; ze zijn niet van plan de suggesties van de Boven in te winnen en hen de beslissingen te laten nemen, of bij de Boven een pad te zoeken. Zulke plannen hebben ze niet. Ze willen niet dat de Boven zich ermee bemoeit of weet wat er werkelijk aan de hand is. Zodra de Boven het wel weet, welke bedreiging vormt dat dan voor hen? (Hun status komt op de tocht te staan.) Het is niet alleen dat hun status op de tocht komt te staan – het is dat hun plannen en doelen niet langer uitvoerbaar zullen zijn, en ze dus niet langer gelegitimeerd zullen zijn in hun slechte daden; ze zullen niet langer in staat zijn hun eigen plannen legitiem, openlijk en schaamteloos te volgen. Dit is het probleem waarmee ze geconfronteerd zullen worden. Zijn ze dan in staat om vast te stellen hoe ze moeten handelen op een manier die hen ten goede komt? Ze hebben er zeker hun gedachten en berekeningen over. Worden jullie ook met zulke dingen geconfronteerd? Wat denken jullie er dan van? Hoe gaan jullie ermee om? Ik zal een voorbeeld geven. Er was eens een man die leider werd en bij wie het hem naar het hoofd steeg; hij was er altijd op uit om ten overstaan van anderen op te scheppen om hun waardering te winnen. Hij kwam een niet-gelovige tegen die hij kende die geld wilde lenen. De niet-gelovige bepleitte zijn zaak zo meelijwekkend dat de leider, in een opwelling, in de opwinding van het moment, toestemde, waarna hij kalm en zonder scrupules dacht: ik ben de leider van de kerk – ik zou het laatste woord moeten hebben over het geld van de kerk. Als het gaat om dingen die toebehoren aan gods huis, aan de kerk, en offergaven – bekleed ik die functie. Wat ik zeg, gebeurt. Ik heb de verantwoordelijkheid om de financiën te beheren en hetzelfde geldt voor de personeelszaken – ik heb over alles het laatste woord!” En zo leende hij het geld van Gods huis aan een niet-gelovige. Nadat hij dat had gedaan, voelde hij zich een beetje ongemakkelijk en overwoog hij of hij het de Boven moest vertellen. Als hij dat zou doen, zou de Boven de zaak misschien niet goedkeuren – dus begon hij leugens te verzinnen en excuses te zoeken om de Boven te bedriegen. De Boven communiceerde de waarheidsprincipes met hem, maar hij sloeg er geen acht op. Zo beging hij de kwade daad van het privé ontvreemden van offergaven. Waarom zou zo iemand het wagen zijn zinnen te zetten op offergaven? Je bent slechts een kerkleider – heb je het recht om offergaven te beheren? Heb jij het laatste woord over zaken die offergaven en financiën betreffen? Hoe zou je Gods offergaven moeten behandelen als je iemand bent met normale menselijkheid en verstand, iemand die de waarheid nastreeft? Moeten zaken die met offergaven te maken hebben niet worden voorgelegd aan de Boven, om te zien wat Gods huis beslist? Heeft de Boven geen recht om van zo’n belangrijke kwestie op de hoogte te zijn? Jawel. Dit is iets waarover je in je hart duidelijkheid moet hebben; het is het verstand dat je zou moeten bezitten. Als het om financiële zaken gaat, zowel grote als kleine, heeft de Boven het recht om ervan op de hoogte te zijn. Het is één ding als de Boven er niet naar vraagt – maar zodra de Boven dat wel doet, moet je naar waarheid antwoorden en je onderwerpen aan wat de Boven ook beslist. Is dit niet het soort verstand dat je zou moeten hebben? (Jawel.) Maar zijn antichristen hiertoe in staat? (Nee.) Dat is het verschil tussen antichristen en normale mensen. Als ze denken dat er een honderd procent kans is dat de Boven niet zal instemmen met de zaak en dat hun trots een deuk zal oplopen, zullen ze allerlei manieren bedenken om het onder de pet te houden, om te voorkomen dat de Boven het te weten komt. Ze zullen zelfs de mensen onder hen bewerken en zeggen: “Als iemand dit onthult, is diegene tegen mij. Dan krijgen ze met mij te maken. Ik zal hen aanpakken, wat er ook gebeurt!” En door die angstaanjagende woorden van hen durft niemand de zaak aan de Boven te rapporteren. Waarom doen ze dat? Ze geloven: “Dit valt binnen de reikwijdte van mijn gezag. Ik heb het recht om de mensen, het geld en de materialen die binnen mijn jurisdictie vallen, in te zetten en te verdelen!” Wat zijn hun principes voor hun inzet en verdeling? Ze treffen willekeurig regelingen, ze gebruiken en geven geld en materialen willekeurig uit, zonder zich aan enige principes te houden, ze verkwisten en verspillen deze dingen zonder onderscheid, en niemand anders heeft het recht zich ermee te bemoeien – zij moeten over alles het laatste woord hebben. Is dat niet hoe ze denken? Natuurlijk zullen ze dit niet hardop zeggen, in zulke expliciete bewoordingen – maar in hun hart is dit absoluut wat ze denken: wat is het nut van een functie? Gaat het niet allemaal om geld, om in je levensonderhoud te voorzien? Nu heb ik een functie; ik heb die status. Zou het niet dom van me zijn om mijn macht niet te gebruiken om te doen wat ik wil? Is dat niet wat ze geloven? (Jawel.) Het is omdat ze zo’n gezindheid hebben en dit geloven, dat ze zo’n zaak zonder het minste scrupule durven te verbergen, onverschillig voor de gevolgen, met alle middelen die ze maar kunnen bedenken. Is dat niet zo? (Jawel.) Ze beoordelen niet of de zaak juist is of niet, of wat de juiste manier van handelen is, of wat de principes zijn. Ze overwegen deze dingen niet; hun enige overweging is wie er voor hun belangen zal opkomen. Een antichrist is een verraderlijk, egoïstisch, verachtelijk wezen! Hoe verachtelijk zijn ze? Het kan in één woord worden samengevat: ze zijn schaamteloos! Die mensen zijn niet van jou, noch die dingen, en nog minder is dat geld van jou – toch wil je het als je eigendom beschouwen, om er naar believen over te beschikken. Anderen hebben niet eens het recht om het te weten; zelfs als je die dingen verkwist en verspilt, hebben anderen geen recht om navraag te doen. Hoe diep ben je gezonken? Je bent de schaamte voorbij! Is het niet schaamteloos? (Jawel.) Dat is een antichrist. Welke grens heeft de gemiddelde persoon die hij niet zal overschrijden als het om geld gaat? Hij denkt dat dat Gods offergaven zijn, en offergaven worden door Zijn uitverkoren volk aan God gegeven, dus behoren ze God toe – het zijn Zijn ‘persoonlijke bezittingen’, zoals sommigen misschien zeggen. Wat God toebehoort, behoort niet tot het algemeen bezit, noch behoort het een persoon toe. Wie is de Meester van Gods huis? (God.) Ja, het is God. En wat omvat Gods huis? Het omvat Zijn uitverkoren volk in elke kerk, evenals alle voorraden en eigendommen van elke kerk. Al deze dingen behoren God toe. Ze behoren absoluut niet toe aan één persoon, en niemand heeft het recht ze zich toe te eigenen. Zou een antichrist op deze manier denken? (Nee.) Hij gelooft dat offergaven toebehoren aan degene die ze beheert, aan degene die gelegenheid heeft ervan te profiteren, en dat als iemand een leider is, hij het recht heeft ervan te genieten. Daarom streven ze voortdurend met al hun kracht naar status. Zodra ze die hebben verkregen, worden al hun hoop eindelijk verwezenlijkt. Waarom streven ze naar status? Als je hen nauwgezet Gods uitverkoren volk zou laten leiden, met principes als basis van hun handelingen, maar hen niet zou toestaan het eigendom van de kerk of Gods offergaven aan te raken, zouden ze dan nog steeds zo proactief strijden om hogerop te komen? Absoluut niet. Ze zouden passief afwachten en de dingen op hun beloop laten. Ze zouden denken: als ik word gekozen, zal ik het werk doen en mijn plicht goed vervullen; zo niet, dan zal ik bij niemand in het gevlij proberen te komen. Ik zal er niets over zeggen of doen. Juist omdat een antichrist denkt dat men als leider het recht heeft om over alle eigendommen van de kerk te beslissen en ervan te genieten, pijnigt hij zijn hersens in zijn pogingen om hogerop te komen, tot op het punt van schaamteloosheid, om status te verkrijgen en te genieten van alles wat status met zich meebrengt. Wat betekent het om schaamteloos te zijn? Het betekent schandelijke dingen doen – dat is wat het betekent om schaamteloos te zijn. Mocht iemand tegen hem zeggen: “Wat je doet is zo schandelijk!”, dan zou het hem niet deren, maar zou hij denken: wat is er schandelijk aan? Wie houdt er niet van status? Weet je hoe het voelt om status te hebben? Om de controle over geld te hebben? Ken je die vreugde? Ken je dat gevoel van privilege? Heb je het geproefd? Zo zien antichristen status in het diepst van hun hart. Zodra een antichrist status verkrijgt, zal hij de controle over alles willen hebben. Hij zal ook Gods offergaven onder zijn controle brengen. Hij wenst over elk onderdeel van het werk van de kerk dat geld kost het laatste woord te hebben, zonder ooit met de Boven te overleggen. Hij wordt de meester van het geld van Gods huis, en Gods huis wordt het zijne. Hij heeft het recht om er het laatste woord over te hebben, om te dicteren wat ermee gebeurt, om het naar believen aan deze en gene te geven, om te dicteren hoe elk deel ervan wordt besteed. Met Gods offergaven handelt hij nooit zorgvuldig en voorzichtig, volgens de principes; in plaats daarvan smijt hij met geld en is zijn woord wet. Zo iemand is een rasechte antichrist.

Er was eens iemand die in het geheim Gods offergaven ontvreemdde. Dit is een ernstig probleem. Het is geen gewone overtreding; het is een probleem met zijn aard-essentie. Wanneer hij met ongelovigen omging en zaken met hen afhandelde, schepte hij voortdurend op om de mensen te laten denken dat hij geld en macht had. Dientengevolge vroegen mensen hem om geld te lenen. Niet alleen weigerde deze persoon hen niet, hij beloofde zelfs hun geld te lenen, en deed dat vervolgens door bedrieglijke tactieken tegen Gods huis te gebruiken. Deze persoon had een ernstig probleem. Bij zo’n belangrijke zaak zou je verslag moeten uitbrengen aan de Boven en de feiten moeten uitleggen; je kunt bij de omgang met andere mensen Gods offergaven niet gebruiken voor je eigen aanzien en trots. Zo zou een rationeel persoon met een Godvrezend hart zulke zaken aanpakken wanneer hij ze tegenkomt. Maar is dat wat antichristen doen? Waarom worden ze antichristen genoemd? Omdat ze niet het minste Godvrezende hart hebben; ze doen wat ze willen en schuiven God, de waarheid en Gods woorden naar de achtergrond. Ze onderwerpen zich in het geheel niet werkelijk aan God, maar geven hun eigen belangen, hun eigen roem, gewin en status de ereplaats. Ze gebruiken bedrieglijke middelen om de leiders en werkers van de kerk te misleiden en lenen zo geld aan niet-gelovigen. Is het hun geld? Met slechts een paar woorden lenen ze het uit – is dat niet Gods offergaven als geschenk weggeven? Dit is iets wat antichristen doen, en sommigen hebben zulke dingen daadwerkelijk gedaan. Om zoiets te kunnen doen, moet hun gezindheid een vermetele zijn, vreselijk arrogant en ook heel verraderlijk. Het is ook duidelijk dat ze dom zijn, zo dom als maar kan – ze zullen ongetwijfeld door hun eigen hoogmoed ten val komen. Zeg mij, hoe moeten zulke mensen worden aangepakt? (Ze moeten worden verdreven.) Is dat alles? Verdrijving? Wie zal dan de verliezen goedmaken? Ze moeten de schade vergoeden en vervolgens worden verdreven. Zijn antichristen niet brutaal, dat ze zoiets kunnen doen? Hoe verschillen ze van de aartsengel? De aartsengel zou brutaal zeggen: “Ik ben het die de hemel en de aarde en alle dingen heeft gemaakt – de mensheid is aan mij om te beheersen!” Hij vertrapt en verderft de mensheid naar willekeur. Zodra een antichrist de macht heeft gegrepen, zegt hij: “Jullie moeten allemaal in mij geloven en mij volgen. Ik heers hier en ik heb het voor het zeggen. Wend je tot mij in alle zaken en breng mij het geld van de kerk!” Sommige mensen zeggen: “Waarom zouden we het geld van de kerk aan jou geven?” en de antichrist zegt: “Ik ben de leider. Het is mijn recht om dit te beheren. Ik moet alles beheren, inclusief de offergaven!” En dan neemt hij de leiding over alles. Antichristen geven niet om de problemen of moeilijkheden die de broeders en zusters hebben bij hun ingang in het leven, of aan welke boeken met preken en Gods woorden ze een tekort hebben. Waar ze wel om geven, is wie het geld van de kerk in bewaring heeft, hoeveel het is en hoe het wordt gebruikt. Als de Boven navraag doet naar de financiële toestand van die kerk, zullen ze niet alleen het geld van de kerk niet overhandigen – ze zullen de Boven zelfs niet de feiten laten weten. Waarom doen ze dat niet? Omdat ze het geld van de kerk willen verduisteren en zich willen toe-eigenen. Antichristen hebben de grootste interesse in materiële dingen, geld en status. Ze zijn zeker niet zoals ze zich uiterlijk voordoen: “Ik geloof in god. Ik streef de wereld niet na en ik begeer geen geld.” Ze zijn absoluut niet zoals ze zeggen. Waarom streven ze met al hun macht naar status en doen ze er alles aan deze te behouden? Omdat ze alles waarover ze jurisdictie hebben willen bezitten, beheersen en zich toe-eigenen – in het bijzonder geld en materiële dingen. Ze genieten van dit geld en deze materiële zaken alsof het de voordelen zijn die bij hun status horen. Het zijn rasechte afstammelingen van de aartsengel, met in naam en in feite de aard-essentie van Satan. Allen die status nastreven en geld waarderen, hebben zeker een probleem met hun gezindheidskern. Het is niet eenvoudig zo dat ze alleen maar de gezindheid van een antichrist hebben: ze zijn zeer ambitieus. Ze willen het geld van Gods huis beheersen. Als ze verantwoordelijk worden gemaakt voor een werkproject, dan laten ze ten eerste niet toe dat anderen zich ermee bemoeien, noch aanvaarden ze navraag of toezicht van de Boven. Daarnaast zullen ze, wanneer ze de supervisors zijn van een werkproject, manieren vinden om zichzelf te profileren, zichzelf in te dekken en te verheffen. Ze wensen altijd de baas te zijn, mensen te worden die over anderen heersen en hen beheersen. Ze streven ook graag naar een hogere status en maken er graag gebruik van. Ze wensen zelfs elk onderdeel van Gods huis te beheersen – in het bijzonder het geld ervan. Antichristen hebben een speciale liefde voor geld. Wanneer ze het zien, lichten hun ogen op; in hun gedachten zijn ze altijd met geld bezig en spannen ze zich ervoor in. Dit zijn allemaal tekenen en signalen van antichristen. Als je met hen over de waarheid communiceert, of probeert meer te weten te komen over de gesteldheid van de broeders en zusters, en vragen stelt zoals hoeveel van hen zwak en negatief zijn, welke resultaten ieder van hen behaalt bij het uitvoeren van zijn plicht, en welke van hen niet geschikt zijn voor hun plicht, zullen antichristen niet geïnteresseerd zijn. Maar als het gaat om Gods offergaven – de hoeveelheid geld, wie het bewaart, waar het wordt bewaard, de toegangscodes, enzovoort – dan is dat hetgeen waar ze het meest om geven. Een antichrist beheerst deze zaken op uitzonderlijke wijze. Hij kent ze als zijn broekzak. Ook dit is een teken van een antichrist. Antichristen zijn het best in het spreken van mooie woorden, maar ze verrichten geen werkelijk werk. In plaats daarvan zijn ze altijd bezig met gedachten over het genieten van Gods offergaven. Zeg mij, zijn antichristen niet immoreel? Ze hebben totaal geen menselijkheid – het zijn door en door duivels. Ze verbieden altijd dat anderen zich met hun werk bemoeien, er navraag naar doen of er toezicht op houden. Dit is het derde gedrag binnen de achtste uiting van antichristen.

Enige tijd geleden kocht een kerk in een bepaald land een gebouw dat gerenoveerd moest worden, en het toeval wilde dat de kerkleider in dat land een antichrist was die haar ware aard nog niet had getoond. Die antichrist zette voor de renovaties een persoon in die niemand goed kende, en niemand wist wat voor relatie ze met hem had. Als gevolg daarvan kon die kwaadaardige persoon misbruik maken van de situatie, en werd er tijdens de renovaties veel geld verspild dat niet had moeten worden uitgegeven. Er waren enkele bruikbare meubels die bij het huis hoorden, die allemaal werden weggehaald en vervangen door nieuwe. De oude meubels die waren weggehaald, werden vervolgens door die kwaadaardige persoon voor geld verkocht. Ze waren eigenlijk niet kapot – ze konden nog steeds worden gebruikt – maar die kwaadaardige persoon gaf een extra bedrag uit aan het kopen van nieuwe, om geld te verdienen, om de situatie uit te buiten. Wist de antichrist van deze dingen? Jawel. Waarom keurde ze dan goed dat hij op die manier handelde? Omdat ze een abnormale relatie moeten hebben gehad. Sommige mensen zagen het probleem en wilden de bouw opvolgen en controleren, om te zien hoe het ging. Zodra ze zeiden dat ze naar de bouw gingen kijken, werd die antichrist bezorgd en angstig, en zei: “Nee! De deadline is nog niet bereikt – niemand mag komen kijken!” Haar reactie was zo heftig, zo emotioneel – was hier iets aan de hand? (Ja.) Die mensen, die nu een beetje gealarmeerd waren, bespraken de zaak: “Dit kan niet. Ze laat ons niet naar de bouw kijken. Hier is zeker sprake van een probleem; we moeten ter plaatse gaan kijken.” Maar de antichrist stond nog steeds niet toe dat het werd bekeken totdat het werk opgeleverd moest worden. Zeg mij, waren die mensen niet verward? Het feit dat de antichrist de bouw niet liet zien, bewees dat er iets aan de hand was. Ze hadden zich moeten haasten om het aan de Boven te rapporteren, of haar gezamenlijk uit haar functie moeten ontheffen, of met geweld moeten gaan kijken en de bouw controleren. Dat was hun verantwoordelijkheid. Als ze die verantwoordelijkheid niet konden dragen, betekende dat dat ze nutteloze, incompetente lafaards waren. Die incompetente lafaards hielden niet vol. Het was geen probleem met hun eigen huizen, dus negeerden ze het gewoon. Zo egoïstisch en onverantwoordelijk waren ze. En toen het werk werd opgeleverd, zag ik via een video dat er een probleem was. Welk probleem zag ik? Er stond een tafel in het midden van een vergaderruimte, en eromheen stonden allemaal leren stoelen zoals die in chique kantoren worden gebruikt. De stoelen waarop ik zit, zijn allemaal gewone stoelen, zouden die gewone mensen dan zulke chique spullen moeten gebruiken? (Nee.) Dat was het soort meubilair dat die twee installeerden, en de mensen daar voelden zich zittend op die stoelen zeer voldaan. Zodra ik het probleem had ontdekt, riep ik die schurk erbij en begon de zaak te onderzoeken. Overal, in elke kamer, onthulde de controle zoveel problemen en grote financiële verliezen. Sommige van de oorspronkelijke meubels van het huis waren bruikbaar geweest, toch waren ze door die kwaadaardige persoon naar buiten gesleept en verkocht om er geld aan te verdienen. Bovendien had hij geld verdiend toen hij die dure, nieuwe meubels kocht. Daarnaast had hij wat apparatuur geïnstalleerd die niet in een kerk thuishoort. Die kwaadaardige persoon had dit zonder iemand te raadplegen gedaan. Wist de antichrist ervan toen hij dit deed? Waarschijnlijk wel. Ze ging elke dag naar de werklocatie, en hoewel ze het zag, deed ze geen melding, maar keurde ze zijn verkwisting goed. Wat een lef! Is zij een gelovige in God? Na twintig jaar geloof in God was ze zo weerzinwekkend en deed ze zoiets – wat voor persoon is zij? Ze is geen mens! Zelfs goede mensen onder de ongelovigen doen dat niet; wat een immoraliteit! Elke keer dat de Boven haar dingen vroeg over de bouwwerkzaamheden, hield ze zich van de domme om de Boven om de tuin te leiden, dingen verbergend en verdoezelend, en uiteindelijk kwamen er zoveel problemen aan het licht. Zou het dan overdreven zijn om haar te verdrijven en haar een baan te laten zoeken om geld te verdienen om de verliezen te compenseren? (Nee.) Zeg mij, zelfs als die antichrist het geld zou kunnen teruggeven, zou ze dan vrede vinden in dit leven? Zou ze het gemakkelijk hebben? Ik vrees dat ze haar hele leven in kwelling zal moeten doorbrengen. Als ze wist dat haar daden hiertoe zouden leiden, waarom handelde ze toen in hemelsnaam zo? Waarom deed ze dat überhaupt? Het is niet alsof ze pas een jaar of twee in God geloofde en de regels in Zijn huis niet kende, of niet wist wat het is om een Godvrezend hart te hebben, of wat trouw is. Na al die jaren in Hem te hebben geloofd, was ze totaal niet veranderd, en hoewel ze in staat was een beetje dienst te doen, deed ze nog steeds zulk kwaad! Omdat ze zo weerzinwekkend is, zou ze geëlimineerd en vervloekt moeten worden!

Antichristen hebben iets gemeen in de manier waarop ze werken: ongeacht welk werk ze doen, ze verbieden anderen zich ermee te bemoeien of er navraag naar te doen. Ze willen altijd dingen verbergen en verdoezelen. Ze moeten iets in hun schild voeren; ze staan niet toe dat mensen de problemen in hun werk ontdekken. Als ze de dingen op een oprechte en eerlijke manier zouden doen, op een manier die in overeenstemming is met de waarheid en de principes, met een zuiver geweten, waar zouden ze zich dan zorgen over moeten maken? Wat zou daarin onbespreekbaar zijn? Waarom staan ze anderen niet toe navraag te doen en zich ermee te bemoeien? Waar maken ze zich zorgen over? Waar zijn ze bang voor? Het is duidelijk dat ze iets in hun schild voeren – het is gewoon zo overduidelijk! Antichristen doen werk zonder enige transparantie. Wanneer ze iets slechts hebben gedaan, bedenken ze manieren om het te verbergen en te verdoezelen, en creëren ze een valse schijn, en gaan ze zelfs over tot openlijke misleiding. Wat zijn de resultaten hiervan? God doorgrondt alles, en hoewel andere mensen er misschien een tijdje niets van weten en een tijdje misleid kunnen worden, zal de dag komen dat God het openbaart. In Gods ogen is alles openbaar, alles is onthuld. Het heeft geen nut om iets voor God verborgen te houden. Hij is almachtig, en wanneer Hij besluit je te onthullen, zal alles aan het licht komen en duidelijk worden blootgelegd. Alleen antichristen, die domkoppen die geen geestelijk begrip hebben en die de aard van de aartsengel bezitten, kunnen geloven: zolang ik de deksel er strak op houd en jou je er niet mee laat bemoeien of navraag naar laat doen, en ik je geen toezicht laat houden, zul jij niets te weten komen – en zal ik de volledige controle over deze kerk hebben! Ze geloven dat als ze als koningen heersen, ze de situatie kunnen beheersen. Is dat hoe de dingen werkelijk, echt zijn? Ze weten niet dat God almachtig is; hun slimheid is slechts eigendunk. God doorgrondt alles. Stel bijvoorbeeld dat je vandaag kwaad hebt gedaan. God onderzoekt het grondig, maar Hij onthult je niet – Hij geeft je een kans om berouw te tonen. Je doet morgen weer kwaad, en nog steeds leg je er geen verantwoording over af of toon je geen berouw; God geeft je nog een kans en wacht tot je berouw toont. Maar als je onberouwvol blijft, zal God je die kans niet meer willen geven. Hij zal van je walgen en je verafschuwen, en in het diepst van Zijn hart zal Hij je niet willen redden en zal Hij je volledig verlaten. In dat geval zal het een kwestie van minuten zijn voordat Hij je onthult, en hoe je ook probeert dingen te verbergen of dit te belemmeren, het zal totaal geen nut hebben. Hoe groot je hand ook is, kun je er de hemel mee bedekken? Hoe bekwaam je ook bent, kun je Gods ogen bedekken? (Nee.) Dat zijn de dwaze ideeën van de mens. Hoe almachtig God werkelijk is, kunnen mensen al enigszins aanvoelen in Zijn woorden. Bovendien hebben alle leden van deze verdorven mensheid die groot kwaad hebben gedaan en zich rechtstreeks tegen God hebben verzet, verschillende straffen ondergaan, en allen die dit zien zijn volledig overtuigd en erkennen het als vergelding. Zelfs ongelovigen kunnen zien dat Gods rechtvaardigheid geen belediging duldt. Degenen die wel in Hem geloven, zouden dit dus des te meer moeten kunnen zien. Gods almacht en wijsheid zijn onmetelijk. De mens kan ze onmogelijk doorgronden. Er is dat lied – hoe gaat het ook alweer? (“Gods wegen kunnen niet doorgrond worden.”) Dit is Gods essentie, de ware openbaring van Zijn identiteit en essentie. Je veronderstellingen of speculaties zijn niet nodig. Je hoeft die woorden alleen maar te geloven – dan zul je zulke dwaze dingen niet doen. Mensen denken allemaal dat ze slim zijn; ze bedekken hun ogen met een blad en zeggen: “Kunt U mij zien?” God zegt: “Niet alleen kan Ik je in je geheel zien, Ik zie zelfs je hart en hoe vaak je in de mensenwereld bent geweest,” en de mensen blijven versteld achter. Denk niet dat je slim bent; denk niet: God weet hier niets van en Hij weet daar niets van. Geen van de broeders en zusters heeft het gezien. Niemand weet het. Ik heb mijn eigen plannetje. Kijk eens hoe slim ik ben! Niemand in deze wereld die de waarheid niet begrijpt of niet gelooft dat God over alles soeverein is, is slim. Wat ze ook zeggen of doen, uiteindelijk is het allemaal een vergissing, allemaal in strijd met de waarheid, allemaal verzet tegen God. Er is maar één soort persoon die slim is. Welke soort is dat? De soort die gelooft dat God alles doorgrondt, dat Hij alles kan zien en dat Hij over alles soeverein is. Zulke mensen zijn buitengewoon slim, want in alles wat ze doen zijn ze onderworpen aan God; alles wat ze doen is in overeenstemming met de waarheid, goedgekeurd door God en wordt met Gods zegen beantwoord. Of een persoon slim is of niet, hangt af van de vraag of hij zich aan God kan onderwerpen; het hangt af van de vraag of wat hij zegt en doet in overeenstemming is met de waarheid. Als je dit idee hebt: dit is wat ik van deze zaak denk, en dat is wat ik zou willen doen, omdat het mij ten goede zou komen – maar ik wil dit niet aan anderen toevertrouwen, noch wil ik dat ze het weten – is dat dan de juiste manier van denken? (Nee.) Wat moet je doen als je je realiseert dat dat niet de juiste manier van denken is? Je zou jezelf een draai om de oren moeten geven om jezelf een lesje te leren. Je denkt dat als je het niet zegt, God het niet zal weten? Feit is dat wanneer jij die gedachte hebt, God je hart al kent. Hoe weet Hij dat? God heeft de aard-essentie van de mens doorzien. Waarom ontmaskert Hij je dan niet in deze zaak? Zelfs zonder dat Hij het ontmaskert, zul je het geleidelijk aan zelf kunnen begrijpen, omdat je zoveel van Zijn woorden hebt gegeten en gedronken. Je hebt een geweten en verstand, een geest en een normaal denkvermogen; je zou zelf moeten kunnen uitzoeken wat goed en fout is. God geeft je tijd en een kans om de dingen langzaam te overdenken, om te zien of je dwaas bent of niet. Na een paar dagen over de zaak te hebben nagedacht zul je resultaten zien: je zult dan ontdekken dat je dwaas en dom bent, en dat je die zaak niet voor God moet proberen te verbergen.Je zou alles aan God moeten openbaren en je zou eerlijk moeten zijn – dit is de enige toestand en gesteldheid die tegenover God gehandhaafd zou moeten worden. Zelfs wanneer je je niet openstelt, ben je voor God toch een open boek. Vanuit Gods perspectief weet Hij alle feiten, of je er nu wel of niet open over bent. Ben je niet erg dwaas als je dat niet kunt doorzien? Hoe kun je dan wel een slim persoon zijn? Door je open te stellen voor God. Je weet dat God alles grondig onderzoekt en weet, denk niet dat je slim bent en denkt niet dat Hij het misschien niet weet. Omdat het zeker is dat God in het geheim de harten van de mensen observeert, zouden slimme mensen een beetje eerlijker, een beetje puurder en eerlijker moeten zijn – dat is wijs.Altijd je eigen, kleine geheimen willen bewaren; altijd proberen een beetje privacy te behouden – is dat de juiste manier van denken? Het is prima om zo met andere mensen om te gaan, omdat sommige mensen geen positieve figuren zijn en de waarheid niet liefhebben. Je kunt je tegenover zulke mensen een beetje inhouden. Leg je hart niet aan hen bloot. Stel bijvoorbeeld dat er iemand is die je haat en je hebt achter zijn rug om kwaad over hem gesproken. Moet je hem daarover vertellen? Doe dat maar niet – het is genoeg om zoiets gewoon niet meer te doen. Als je erover zou spreken, zou het de relatie tussen jullie beiden schaden. Je weet in je hart dat je niet deugt, dat je vanbinnen vuil en boosaardig bent, dat je jaloers bent op anderen, dat je omwille van het verlangen naar roem en gewin achter iemands rug om kwaad over hem hebt gesproken om hem te bezoedelen – hoe verachtelijk! Je erkent dat je verdorven bent; je weet dat wat je deed verkeerd was en dat je aard boosaardig is. Je komt dan voor God en bidt tot Hem: “O God, wat ik in het geheim deed was een boosaardige, verachtelijke daad – ik smeek om Uw vergeving, ik smeek U mij te leiden, en ik smeek U mij te berispen. Ik zal ernaar streven zoiets niet meer te doen.” Dat is prima. Je kunt in je omgang met mensen enkele technieken gebruiken, maar het is het beste om je puur open te stellen voor God, en als je bedoelingen koestert en technieken gebruikt, dan kom je in de problemen.In je hoofd denk je altijd: wat kan ik zeggen zodat God mij hoog aanslaat en niet weet wat ik van binnen denk? Wat is het juiste om te zeggen? Ik moet meer voor me houden, een beetje tactvoller zijn, ik moet een methode toepassen. Dan zal God mij misschien hoog aanslaan. Denk je dat God het niet weet als je altijd zo denkt? God weet alles wat jij denkt. Het is dodelijk vermoeiend om zo te denken. Het is zo veel makkelijker om eerlijk en oprecht te spreken, en het maakt je leven eenvoudiger. God zal zeggen dat je eerlijk en puur bent, dat je openhartig bent – en dat is oneindig kostbaar. Als je een eerlijk hart en een open houding hebt, dan beschouwt God het niet als een zonde als je een keer te ver gaat en je dwaas gedraagt; dat is beter dan zo berekend te zijn en beter dan jouw voortdurend piekeren en verwerken.Zijn antichristen hiertoe in staat? (Nee, dat zijn ze niet.)

Allen die de weg van antichristen bewandelen, zijn mensen met de gezindheid van een antichrist, en wie de gezindheid van een antichrist heeft, bewandelt de weg van antichristen – toch is er een klein verschil tussen mensen met de gezindheid van een antichrist en antichristen. Als iemand de gezindheid van een antichrist heeft en de weg van antichristen bewandelt, betekent dat niet noodzakelijk dat hij een antichrist is. Maar als hij geen berouw toont en de waarheid niet kan aanvaarden, kan hij zich tot een antichrist ontwikkelen. Voor mensen die de weg van antichristen bewandelen is er nog hoop en een kans op berouw, omdat ze nog geen antichristen zijn geworden. Als ze allerlei slechte daden verrichten en als antichristen worden gekenmerkt, en dus direct worden verwijderd en verdreven, zullen ze geen kans meer hebben om berouw te tonen. Als iemand die de weg van antichristen bewandelt nog niet veel kwaad heeft gedaan, toont dit op zijn minst aan dat hij nog geen kwaadaardig persoon is. Als hij de waarheid kan aanvaarden, is er een sprankje hoop voor hem. Als hij de waarheid onder geen beding wil aanvaarden, dan zal het voor hem heel moeilijk zijn om gered te worden, zelfs als hij niet allerlei kwaad heeft gedaan. Waarom kan een antichrist niet gered worden? Omdat hij de waarheid in het geheel niet aanvaardt. Hoe Gods huis ook communiceert over hoe je een eerlijk mens bent – dat je open en oprecht moet zijn, moet zeggen wat je te zeggen heeft en je niet moet inlaten met bedrog – hij kan het gewoon niet aanvaarden. Hij heeft voortdurend het gevoel dat mensen zichzelf benadelen wanneer ze eerlijk zijn en dat het dwaas is om de waarheid te spreken. Hij weigert pertinent een eerlijk mens te zijn. Dit is de aard van antichristen, ze zijn afkerig van de waarheid en haten haar. Hoe kan iemand gered worden als hij de waarheid in het geheel niet aanvaardt? Als iemand die de weg van antichristen bewandelt de waarheid kan aanvaarden, is er een duidelijk verschil tussen hem en een antichrist. Alle antichristen zijn mensen die geen greintje waarheid aanvaarden. Hoeveel foute of slechte dingen ze ook hebben gedaan, hoe groot de verliezen ook zijn die ze het werk van de kerk en de belangen van Gods huis hebben berokkend, ze zullen nooit over zichzelf nadenken en zichzelf leren kennen. Zelfs als ze worden gesnoeid, aanvaarden ze totaal geen waarheid; daarom kenmerkt de kerk hen als kwaadaardige mensen, als antichristen. Een antichrist zal hooguit toegeven dat zijn handelingen de principes schenden en niet in overeenstemming zijn met de waarheid, maar hij zal absoluut nooit toegeven dat hij opzettelijk kwaad doet of God opzettelijk weerstaat. Hij zal alleen zijn fouten toegeven; de waarheid zal hij niet aanvaarden. Daarna zal hij doorgaan met kwaad doen zoals voorheen, zonder ook maar enige waarheid te beoefenen. Uit het feit dat een antichrist nooit de waarheid aanvaardt, kan worden afgeleid dat de aard-essentie van antichristen erin bestaat dat ze afkerig zijn van de waarheid en haar haten. Ze blijven mensen die God als altijd weerstaan, ongeacht hoeveel jaar ze in Hem hebben geloofd. De gewone, verdorven mensheid daarentegen mag dan wel de gezindheid van een antichrist hebben, maar er is wel een verschil tussen hen en antichristen. Er zijn een aantal mensen die wanneer ze Gods woorden van oordeel en ontmaskering hebben gehoord deze ter harte kunnen nemen, ze herhaaldelijk overdenken en over zichzelf nadenken. Ze kunnen dan beseffen: dus dit is de gezindheid van een antichrist; dit is wat het is om de weg van antichristen te bewandelen. Wat een serieuze kwestie! Ik heb die gesteldheden en gedragingen; ik heb dat soort essentie – ik ben dat soort persoon! Ze overdenken dan hoe ze die gezindheid van een antichrist kunnen afwerpen en werkelijk berouw kunnen tonen, en daarmee kunnen ze het vaste voornemen opvatten om de weg van antichristen niet te bewandelen. In hun werk en leven, in hun houding ten opzichte van mensen, gebeurtenissen en dingen, en ten opzichte van Gods opdracht, kunnen ze nadenken over hun eigen handelingen en gedrag, over waarom ze zich niet aan God kunnen onderwerpen, waarom ze altijd leven naar een satanische gezindheid, waarom ze niet in opstand kunnen komen tegen het vlees en Satan. En dus zullen ze tot God bidden en Zijn oordeel en tuchtiging aanvaarden, en God smeken hen te redden van hun verdorven gezindheid en van Satans invloed. Dat ze het voornemen hebben dit te doen, bewijst dat ze de waarheid kunnen aanvaarden. Ook zij openbaren een verdorven gezindheid en handelen naar hun eigen wil; het verschil is dat een antichrist niet alleen ambities en verlangens heeft om een onafhankelijk koninkrijk te stichten – hij zal ook de waarheid onder geen beding aanvaarden. Dit is de achilleshiel van een antichrist. Als daarentegen een persoon met de gezindheid van een antichrist de waarheid kan aanvaarden, en tot God kan bidden en op Hem kan vertrouwen, en als hij de verdorven gezindheid van Satan wil afwerpen en de weg van het nastreven van de waarheid wil bewandelen, op welke manier zal dat gebed en dat voornemen dan ten goede komen aan zijn ingang in het leven? Het zal hem er op zijn minst toe brengen over zichzelf na te denken en zichzelf te leren kennen tijdens het vervullen van zijn plicht, en de waarheid te gebruiken om problemen op te lossen, zodat hij zijn plicht kan vervullen op een manier die aan de norm voldoet. Dat is één manier waarop het hem ten goede zal komen. Bovendien zal hij, door de training die het vervullen van zijn plicht hem biedt, in staat zijn de weg van het nastreven van de waarheid in te slaan. Welke moeilijkheden hij ook tegenkomt, hij zal in staat zijn de waarheid te zoeken, zich te richten op het aanvaarden en beoefenen van de waarheid; hij zal geleidelijk zijn satanische gezindheid kunnen afwerpen en tot onderwerping aan God en aanbidding van Hem komen. Met een dergelijke praktijk kan hij Gods redding bereiken. Mensen met de gezindheid van een antichrist kunnen af en toe verdorvenheid openbaren, en ze kunnen, ondanks zichzelf, nog steeds spreken en handelen in het belang van hun roem, gewin en status, en ze kunnen nog steeds handelen naar hun eigen wil – maar zodra ze beseffen dat ze hun verdorven gezindheid openbaren, zullen ze wroeging voelen en tot God bidden. Dit bewijst dat het iemand is die de waarheid kan aanvaarden, die zich onderwerpt aan Gods werk; het bewijst dat hij de ingang in het leven nastreeft. Ongeacht hoeveel jaar iemand al gelooft, of hoeveel verdorvenheid hij openbaart, hij zal uiteindelijk in staat zijn de waarheid te aanvaarden en de waarheidswerkelijkheid binnen te gaan. Het is iemand die zich onderwerpt aan Gods werk. En dit alles toont aan dat hij zijn fundament al op de ware weg heeft gelegd. Sommige mensen die de weg van antichristen bewandelen, kunnen de waarheid echter niet aanvaarden. Voor hen zal redding net zo moeilijk te verkrijgen zijn als voor antichristen. Zulke mensen voelen niets wanneer ze Gods woorden die antichristen ontmaskeren horen; ze blijven onverschillig en onbewogen. Wanneer de communicatie overgaat op het onderwerp van de gezindheid van een antichrist, zullen ze toegeven dat ze de gezindheid van een antichrist hebben en dat ze de weg van antichristen bewandelen. Ze zullen er heel mooi over spreken. Maar wanneer het tijd is om de waarheid te beoefenen, zullen ze nog steeds weigeren dit te doen; ze zullen nog steeds handelen naar hun eigen wil, vertrouwend op hun gezindheid van een antichrist. Als je hun vraagt: “Strijd je innerlijk wanneer je de gezindheid van een antichrist openbaart? Voel je zelfverwijt wanneer je spreekt om je status te beschermen? Denk je na over jezelf en leer je jezelf kennen wanneer je de gezindheid van een antichrist openbaart? Voel je wroeging in je hart zodra je je verdorven gezindheid hebt leren kennen? Toon je daarna enig berouw of verandering?” dan zullen ze gegarandeerd geen antwoord hebben, omdat ze dergelijke ervaringen niet hebben gehad. Ze zullen niets kunnen zeggen. Zijn zulke mensen in staat tot waar berouw? Dat zal zeker niet gemakkelijk zijn. Degenen die werkelijk de waarheid nastreven, voelen pijn bij elke openbaring van de gezindheid van een antichrist in zichzelf en worden angstig; ze gaan dan denken: waarom kan ik deze satanische gezindheid niet gewoon afwerpen? Waarom openbaar ik altijd een verdorven gezindheid? Waarom is deze verdorven gezindheid van mij zo hardnekkig en onontwarbaar? Waarom is het zo moeilijk om de waarheidswerkelijkheid binnen te gaan?” Dit toont aan dat hun levenservaring oppervlakkig is en dat hun verdorven gezindheid nog nauwelijks is opgelost. Daarom woedt de strijd in hun hart zo hevig wanneer hen iets overkomt, en dragen ze ook de zwaarste last van die kwelling. Hoewel ze het voornemen hebben hun satanische gezindheid af te werpen, ontkomen ze beslist niet aan die innerlijke strijd – en die strijd wordt met de dag intenser. En naarmate hun zelfkennis dieper wordt en ze zien hoe diep verdorven ze zijn, groeit hun verlangen om de waarheid te verkrijgen en koesteren ze die nog meer. Daardoor zullen ze in staat zijn de waarheid voortdurend te aanvaarden en te beoefenen in de loop van het leren kennen van zichzelf en hun verdorven gezindheid. Ze zullen geleidelijk in gestalte groeien en hun levensgezindheid zal werkelijk beginnen te veranderen. Als ze blijven proberen de dingen op deze manier te ervaren, zal hun situatie jaar na jaar beter worden, en uiteindelijk zullen ze in staat zijn het vlees te overwinnen en hun verdorvenheid af te werpen, de waarheid veelvuldig te beoefenen en onderwerping aan God te bereiken. De ingang in het leven is niet gemakkelijk! Het is net als het reanimeren van iemand die op sterven ligt: de verantwoordelijkheid die je kunt vervullen, is communiceren over de waarheid, hen ondersteunen, hen voorzien of hen snoeien. Als ze het kunnen aanvaarden en zich kunnen onderwerpen, is er hoop voor hen; ze kunnen met wat geluk ontsnappen en de dood zal uitblijven. Maar als ze weigeren de waarheid te aanvaarden en helemaal niets over zichzelf weten, dan lopen ze gevaar. Sommige antichristen kennen zichzelf een of twee jaar na hun eliminatie nog steeds niet en erkennen hun fouten niet. In zo’n geval is er geen teken van leven meer in hen, en dat is het bewijs dat ze geen hoop meer hebben om gered te worden. Kunnen jullie de waarheid aanvaarden wanneer jullie worden gesnoeid? (Ja.) Dan is er hoop – dat is een goede zaak! Als je de waarheid kunt aanvaarden, heb je hoop om gered te worden.

Als je gered wilt worden, moet je vele hindernissen nemen. Welke hindernissen zijn dat? Een onophoudelijke strijd met je verdorven gezindheid, en een strijd met de gezindheid van Satan en antichristen: die wil je beheersen, en jij wilt je ervan losmaken; die wil je misleiden, en jij wilt die verwerpen. Als je merkt dat je je niet kunt losmaken van je verdorven gezindheid, zelfs nadat je die hebt leren kennen, zul je je bedroeft en gekweld voelen, en zul je bidden. Soms, wanneer je ziet dat er al enige tijd overheen is gegaan en je je nog steeds niet hebt kunnen losmaken van de beheersing van Satans gezindheid, zul je het hopeloos vinden, maar je niet gewonnen geven. Je zult voelen dat je niet door kunt gaan als je zo negatief en moedeloos bent – dat je moet blijven vechten. In het proces van het vervullen van een plicht en het ervaren van Gods werk, ondervinden mensen geleidelijk aan verschillende innerlijke reacties. Kortom, degenen met leven zijn degenen die de waarheid nastreven, en zij veranderen voortdurend vanbinnen. Er zal een voortdurende ommekeer zijn in hun denken en opvattingen, in hun gedrag en praktijken, en zelfs in bedoelingen, ideeën en gedachten die diep in hun geest leven. Bovendien zullen ze steeds duidelijker onderscheiden wat goed en wat fout is, welke foute dingen ze hebben gedaan, of een bepaalde denkwijze goed of fout is, of een bepaalde opvatting in overeenstemming is met de waarheid, of de principes achter een bepaalde handelswijze in overeenstemming zijn met Gods bedoelingen, en of ze iemand zijn die zich aan God onderwerpt, iemand die de waarheid liefheeft. Deze dingen zullen geleidelijk steeds duidelijker worden in hun hart. Op basis van welk fundament worden deze resultaten dan bereikt? Op het fundament van het beoefenen en binnengaan van waarheden zodra men ze begrijpt. Waarom slagen antichristen er gewoon niet in om verandering bereiken? Zijn ze niet in staat de waarheid te begrijpen? (Nee.) Ze kunnen de waarheid begrijpen, maar ze beoefenen die niet, en ze beoefenen die niet wanneer ze die horen. Het kan zijn dat ze die als doctrine begrijpen en aanvaarden. Maar kunnen ze zelfs die stukjes doctrines en regels die ze kunnen begrijpen in praktijk brengen? Nee, in het geheel niet; zelfs als je hen zou dwingen, zelfs als ze zich zouden uitputten in hun pogingen, zouden ze die nog steeds niet in praktijk kunnen brengen. Daarom blijft voor hen het binnengaan van de waarheid een eeuwige leegte. Hoeveel een antichrist ook mag spreken over het zijn van een eerlijk mens, hoe groot zijn inspanningen ook zijn, hij kan nog steeds geen enkele eerlijke uitspraak doen; en hoe hij ook spreekt over het in acht nemen van Gods bedoelingen, hij zal nog steeds zijn egoïstische, verachtelijke motieven niet loslaten. Hij handelt vanuit een egoïstisch standpunt. Wanneer hij iets goeds ziet, iets wat hem ten goede zou komen, zegt hij: “Geef hier – het is van mij!” Hij zegt alles wat zijn status ten goede komt en doet alles wat hemzelf ten goede komt. Dit is de essentie van antichristen. Ze kunnen, in een kortstondige vlaag van passie, het gevoel hebben dat ze een beetje waarheid hebben begrepen. Een ijver overvalt hen en ze roepen een paar slogans: “Ik moet het in praktijk brengen en veranderen, en god tevredenstellen!” Maar wanneer de tijd komt om de waarheid te beoefenen, doen ze dat dan? Nee. Wat God ook zegt, hoeveel waarheden en feiten Hij ook predikt, hoeveel echte voorbeelden Hij ook geeft, het kan een antichrist niet ontroeren, noch kan het zijn ambitie doen wankelen. Dit is een kenmerk en een teken van een antichrist. Hij zal gewoonweg geen enkele waarheid beoefenen; wanneer hij vriendelijk spreekt, is dat met de bedoeling dat anderen hem horen, en hoe vriendelijk hij ook spreekt, het is slechts een vorm van hoogdravend en leeg gepraat – voor hem is het theorie. Hoe positioneren zulke mensen de waarheid eigenlijk in hun hart? Wat heb ik jullie al verteld dat de aard-essentie van een antichrist is? (Haat jegens de waarheid.) Juist. Ze haten de waarheid. Ze geloven dat hun boosaardigheid, hun egoïsme en verachtelijkheid, hun arrogantie, hun venijnigheid, hun usurpatie van status en rijkdom, en hun controle over anderen de hoogste waarheid, de hoogste filosofie zijn, en dat niets anders zo hoog is als die dingen. Zodra ze status krijgen en mensen kunnen beheersen, kunnen ze doen wat ze willen, en al hun ambities en verlangens zijn dan haalbaar. Dit is het uiteindelijke doel van een antichrist.

Antichristen zijn afkerig van de waarheid en haten die. Is het mogelijk om iemand die afkerig is van de waarheid, die te laten aanvaarden en beoefenen? (Nee.) Dat zou gelijk staan aan het laten vliegen van een varken of een wolf hooi laten eten – zou dat niet het onmogelijke van hen vragen? Je zult soms een wolf een kudde zien infiltreren om bij de schapen te zijn. Het is een list waarbij hij op zijn kans wacht om de schapen op te eten. Zijn aard zal nooit veranderen. Evenzo staat het een antichrist de waarheid laten beoefenen gelijk aan een wolf hooi te laten eten en zijn instinct om schapen te eten op te laten geven: het is onmogelijk. Wolven zijn carnivoren. Ze eten schapen – ze eten allerlei soorten dieren. Dat is hun aard, en die kan niet worden veranderd. Als iemand zegt: “Ik weet niet of ik een antichrist ben, maar telkens wanneer ik over de waarheid hoor communiceren, laait er woede op in mijn hart en haat ik het – en wie mij ook zou snoeien, die haat ik nog meer,” is die persoon dan een antichrist? (Ja.) Iemand zegt: “Wanneer je dingen overkomen, moet je je onderwerpen en de waarheid zoeken,” en die eerste persoon zegt: “Onderwerpen, ik dacht het niet! Houd je mond!” Wat is dat? Is dat een slecht humeur? (Nee.) Welke gezindheid is het? (Haat jegens de waarheid.) Hij wil er zelfs niet over horen praten, en zodra je over de waarheid communiceert, komt zijn aard naar buiten en toont hij zijn ware gedaante. Hij houdt er niet van om ook maar iets te horen over het zoeken van de waarheid of het zich onderwerpen aan God. Hoe groot is zijn afkeer? Wanneer hij zulke woorden hoort, ontploft hij. Zijn beleefdheid valt weg; hij is niet bang zijn ware aard te tonen. Zo ver gaat zijn haat. Kan hij dan de waarheid beoefenen? (Nee.) De waarheid is niet bedoeld voor de kwaadaardigen; ze is bedoeld voor die mensen die een geweten en verstand bezitten, die de waarheid en positieve dingen liefhebben. Ze vereist van die mensen dat ze die aanvaarden en beoefenen. En wat betreft die boosaardige mensen met de essentie van een antichrist, die uiterst vijandig staan tegenover de waarheid en positieve dingen: zij zullen de waarheid nooit aanvaarden. Hoeveel jaar ze ook in God geloven, hoeveel preken ze ook horen, ze zullen de waarheid niet aanvaarden of beoefenen. Veronderstel niet dat ze de waarheid niet beoefenen omdat ze die niet begrijpen, en dat ze die zullen begrijpen wanneer ze er meer van hebben gehoord. Het is onmogelijk, want allen die afkerig zijn van de waarheid en die haten, zijn van Satans soort. Ze zullen nooit veranderen, en niemand anders kan hen veranderen. Het is net als met de aartsengel nadat hij God heeft verraden: hebben jullie God ooit horen zeggen dat Hij de aartsengel zal redden? God heeft dat nooit gezegd. Wat deed God dus met Satan? Hij wierp hem neer in de lucht en liet hem op aarde voor Hem dienstdoen, en doen wat hij moet doen. En wanneer hij klaar is met dienstdoen en Gods managementplan is voltooid, zal Hij hem vernietigen, en dat is dat. Zegt God ook maar één extra woord tegen hem? (Nee.) Waarom niet? Omdat het, in één woord, nutteloos zou zijn. Het is overbodig om ook maar één enkel woord tegen hem te zeggen. God heeft hem doorzien: de aard-essentie van een antichrist kan nooit veranderen. Zo gaat dat.

Wanneer jullie een antichrist tegenkomen, hoe moeten jullie hem dan behandelen? Er zijn enkele leiders geweest die als valse leiders of antichristen werden gekenmerkt en werden ontheven. Over een van hen meldden de broeders en zusters een tijd later dat hij enig werkvermogen bezat, dat hij in de tussentijd berouw had getoond en goed had gepresteerd. Het is niet helemaal duidelijk of hij zich gedragsmatig goed had gedragen, of dat hij op een aangename manier had gesproken, of dat hij gedisciplineerder was geworden in zijn rol. Aangezien de broeders en zusters zeiden dat hij goed presteerde, en gezien het feit dat er een tekort aan mankracht was voor een deel van het werk, werd geregeld dat hij wat werk zou doen. Het gevolg daarvan was dat de broeders en zusters nog geen twee maanden later een melding deden: “Onthef hem onmiddellijk van zijn functie – hij onderdrukt ons ondragelijk. Als hij niet van zijn functie wordt ontheven, kunnen we onze plichten niet vervullen.” Ze wilden er onder geen beding mee instemmen dat er gebruik van hem werd gemaakt. Wie ze ook als leider zouden kiezen, hij zou het niet zijn. Hij was dezelfde oude schurk – hij kon mooi praten, maar in feite was hij geen zier veranderd. Wat was er aan de hand? Zijn aard was volledig ontmaskerd. Hoe denk je dat deze zaak moet worden aangepakt? Dat de broeders en zusters zo’n sterke reactie hadden, bewijst dat ze inderdaad een beetje onderscheidingsvermogen hadden. Sommige mensen waren door hem misleid, maar nadat de Boven hem had aangepakt, kwamen sommigen voor hem op en zeiden sommigen later dat hij berouw had getoond. Dus werd hij opnieuw gepromoveerd, en na een tijdje werd hij volledig ontmaskerd. De broeders en zusters hadden hem nu door en verenigden zich om hem af te zetten. De Boven zag dat deze mensen nu onderscheidingsvermogen hadden. Ze waren niet voor niets begoten. Gezien het feit dat niemand ermee instemde gebruik van hem te maken, onthief de Boven hem. Waar kwam hun onderscheidingsvermogen vandaan? (Een begrip van de waarheid.) Ja – ze hadden de waarheid begrepen. Onderscheidingsvermogen komt voort uit een begrip van de waarheid. Waren het daar niet nog steeds de waarheid en God die regeerden? (Jawel.) Hun onderscheidingsvermogen kwam op het juiste moment: nadat hij van zijn functie was ontheven, leden de broeders en zusters niet langer onder zijn controle. De mensen hadden zo veel geleden onder zijn onderdrukking. Hij had totaal geen menselijkheid. Hij deed zijn eigenlijke werk niet, maar hinderde de vervulling van de plichten van de broeders en zusters – hij liep over hen heen en misbruikte zijn macht over hen. Wie zou daarmee instemmen? Een domkop – dat is wie! Wanneer zulke mensen worden ontheven, hebben ze daar dan achteraf enig gevoel over? De vorige keer was die persoon door de Boven ontheven; deze keer werd hij door de broeders en zusters afgezet, van het podium gejouwd – geen glamoureuze manier om te gaan! Hij had oorspronkelijk een positie willen bemachtigen. Uiteindelijk kreeg hij er geen, maar stortte hij in één keer in en werd hij teruggeworpen naar zijn oorspronkelijke vorm. Had hij niet over zichzelf moeten nadenken? (Ja.) Als hij een normaal persoon was geweest, alleen maar een persoon met een ernstig verdorven gezindheid, had hij dan ook niet over zichzelf moeten nadenken? (Ja.) Er is een type persoon dat niet nadenkt. Ze denken dat ze gelijk hebben, dat wat ze ook doen juist is; ze aanvaarden geen feiten, ze aanvaarden geen positieve dingen en ze aanvaarden de beoordelingen van anderen over hen niet. Dit zijn mensen die de gezindheidskern van een antichrist hebben. Alleen antichristen weten niet hoe ze over zichzelf moeten nadenken. Waar peinzen ze in plaats daarvan over? Hmpf! De dag zal komen dat mijn ster weer rijst. Wacht maar tot jullie in mijn greep zijn – dan zullen jullie zien hoe ik jullie zal kwellen! Zullen ze daartoe de kans krijgen? (Nee.) Ze hebben geen kansen meer. Naarmate de broeders en zusters steeds meer waarheden gaan begrijpen, en wanneer ze alle verschillende gesteldheden van diverse mensen kunnen onderscheiden, en in het bijzonder antichristen kunnen onderscheiden, zal de ruimte die overblijft voor een antichrist om kwaad te doen steeds kleiner worden, en zullen ze steeds minder kansen krijgen om dat te doen. Het zal niet gemakkelijk voor hen zijn om te proberen een comeback te maken. Ze hopen dat de Boven wat minder over onderscheidingsvermogen zal prediken en niet meer zal onderscheiden wie ze zijn. Wanneer ze zulke waarheden horen communiceren, weten ze dat het voor hen voorbij is en denken ze dat er geen hoop meer is voor hun comeback. Hun overpeinzingen gaan niet als volgt: wat ze ontmaskeren en onderscheiden is juist – het weerspiegelt volledig mijn gesteldheid. Hoe moet ik veranderen? Als ik me gewoon zo blijf gedragen, is dat dan niet het einde van mij? Dan word ik afgeschreven. Wat voor goeds kan er voortkomen uit het bewandelen van de weg van de aartsengel en het tegenwerken van God? Zouden ze zulke overpeinzingen hebben? (Nee.) Ze zullen niet peinzen, en ze zullen zeker niet over zichzelf nadenken en proberen zichzelf te kennen; in plaats daarvan zouden ze liever sterven dan berouw tonen. Dat is hun aard. Hoe je ook over de waarheid communiceert, het zal hen niet wakker schudden of tot berouw brengen. Is er een uitweg zonder berouw? (Nee.) Ze tonen geen berouw. Ze volgen hun pad tot het bittere einde, tot de door hen zelf gezochte ondergang, wat wordt gedicteerd door de aard van antichristen.

Al die tijd hebben we gesproken over het onderwerp van het onderscheiden van antichristen. Welk gevoel denken jullie dat degenen die antichristen zijn hebben wanneer ze hiernaar luisteren? Wanneer het tijd is om samen te komen, voelen ze een ondraaglijke kwelling en verzetten ze zich in hun hart. Zijn dat geen antichristen? (Jawel.) Wanneer een normaal persoon met een verdorven gezindheid weet dat hij de gezindheid van een antichrist heeft, verlangt hij er vurig naar er meer over te horen en er meer van te begrijpen, want zodra hij het heeft begrepen, is dat het moment waarop hij verandering kan nastreven. Hij denkt dat als hij het niet begrijpt, hij op een dwaalspoor zal raken, en er een dag kan komen dat hij de weg van antichristen zal inslaan, waar hij groot kwaad zou bedrijven, de sluizen zou openzetten en zo zijn kans op redding zou verliezen en ten onder zou gaan. Daar is hij bang voor. De denkwijze van een antichrist is anders. Hij wil koste wat kost voorkomen dat anderen over onderscheidingsvermogen spreken en er preken over horen. Hij verlangt er vurig naar dat iedereen verward en zonder onderscheidingsvermogen is en door hem wordt misleid. Dat is wat hem gelukkig zou maken. Wat is de grootste wens van een antichrist? De macht grijpen. Willen jullie de macht grijpen? (Nee.) Niet met je hart, maar het komt soms in je op als iets wat je zou willen, en dus is het in feite iets wat je zou willen doen. Je hebt misschien een subjectieve wens in je, een verlangen diep in je hart om niet zo’n persoon te zijn, niet die weg te bewandelen. Maar wanneer je iets overkomt, word je beïnvloed en gestuurd door je verdorven gezindheid. Je pijnigt je hersens met de gedachte hoe je je status en invloed zult beschermen, hoeveel mensen je kunt beheersen, hoe je met gezag kunt spreken om de achting van anderen te winnen. Wanneer je altijd aan deze dingen denkt, is je hart niet langer onder je controle. Wat beheerst het? (Een verdorven gezindheid.) Ja – het staat onder de controle van Satans verdorven gezindheid. Ze peinzen de hele dag over de belangen van zijn vlees; ze strijden altijd met anderen, en tijdens deze strijd verkrijgen ze niets, en het is zo pijnlijk voor hen – ze leven alleen voor het vlees en Satan. Dus nemen ze zich voor hun plicht goed te doen en voor God te leven, om vervolgens toch weer te strijden voor status en belangen wanneer hen dingen overkomen: een strijd die heen en weer gaat en die hen tot op het bot vermoeit en waaruit ze niets verkrijgen. Zeg Mij, is dat geen uitputtende manier van leven? (Jawel.) Ze leven dag na dag zo, en voor ze het weten zijn er decennia verstreken. Sommige mensen geloven tien of twintig jaar in God – hoeveel waarheid hebben ze verkregen? Hoeveel is hun verdorven gezindheid veranderd? Voor wie leven ze elke dag? Waarmee houden ze zich bezig? Waarover pijnigen ze hun hersens? Het is allemaal voor het vlees. God zei dat “alles wat de mens in zijn hart overlegt, altijd alleen maar slecht is.” Zit er een fout in deze woorden? Proef ze; laat ze bezinken. Wanneer je aan deze woorden denkt, wanneer je ze ervaart, ben je dan niet bang? Je zegt misschien: “Ik voel wel enige angst. Uiterlijk betaal ik de hele dag een prijs; ik zie van dingen af, ik zet me in en lijd. Dat is wat mijn vleselijke lichaam doet – maar alle gedachten van mijn hart zijn slecht. Ze gaan allemaal tegen de waarheid in. Bij veel dingen die ik doe, zijn mijn uitgangspunt, mijn motief en mijn doelen puur gericht op het doen van het kwaad van mijn eigen verbeeldingen.” Waar leidt deze manier van handelen toe? Slechte daden. Zal God zich de dingen die ik doe dan herinneren? Sommigen zeggen misschien: “Ik geloof al twintig jaar in God. Ik heb alles opgegeven – en nog steeds herinnert God Zich dit niet.” Ze zijn bedroefd en gekweld. Wat kwelt hen? Als God werkelijk streng zou zijn tegen de mens, zou de mens niets hebben om over op te scheppen. Dit alles is Gods genade, Zijn barmhartigheid – God is zo tolerant jegens de mens. Denk er eens over na: God is zo heilig, zo rechtvaardig, zo almachtig, en toch kijkt Hij gewoon toe hoe degenen die Hem volgen de hele dag door alleen maar slechte gedachten hebben, gedachten die tegen de waarheid ingaan, en gedachten die volledig gaan over zaken die van belang zijn voor hun eigen status, roem en gewin. Zal God tolereren dat Zijn volgelingen Hem op deze manier tegenwerken en verraden? Absoluut niet. Gedomineerd door deze ideeën, gedachten, bedoelingen en motieven, doen mensen schaamteloos dingen die opstand en verzet tegen God betekenen, terwijl ze pochen dat ze hun plicht doen en meewerken aan Gods werk. Dit alles ziet God, en toch moet Hij het verdragen. Hoe verdraagt Hij het? Hij voorziet in de waarheid; Hij begiet en ontmaskert; Hij verlicht en illumineert ook, en geeft leiding, en kastijdt en disciplineert – en wanneer die discipline streng is, moet Hij zelfs geruststelling bieden. Hoe geduldig moet God zijn om dat allemaal te doen! Hij heeft oog voor de diverse verdorven gezindheden van deze mensen, voor het feit dat al hun verschillende openbaringen, gedragingen en ideeën slecht zijn – en toch kan Hij het verdragen. Zeg Mij, zou de mens dat kunnen? (Nee.) Het geduld dat ouders met hun kinderen hebben is echt, maar ze kunnen hen nog steeds in de steek laten of zelfs de banden met hen verbreken wanneer de dingen onverdraaglijk worden. Hoe zit het dan met het geduld dat God met een persoon heeft? Elke dag dat je leeft, is een dag waarop God Zijn geduld met je heeft. Zo geduldig is Hij. Wat zit er in dat geduld? (Liefde.) Niet alleen liefde – Hij heeft een verwachting van je. Wat is die verwachting? Dat Hij een resultaat en een oogst mag zien door het werk dat Hij doet, en de mens in staat stelt Zijn liefde te proeven. Heeft de mens zo’n liefde? Die heeft hij niet. Met slechts een beetje kennis en opleiding, slechts een beetje een gave of speciale vaardigheid, voelt een persoon zich al van edeler stand dan anderen en dat gewone mensen niet in zijn buurt kunnen komen. Dat is de weerzinwekkendheid van de mens. Handelt God zo? Het is precies het tegenovergestelde: het is zo’n onvoorstelbaar smerige, diep verdorven mensheid die God redt. Bovendien leeft Hij met hen samen, en spreekt en ondersteunt Hij hen van aangezicht tot aangezicht. De mens kan dat niet.

Wat volgt is verdere communicatie over een bijkomend probleem. Sommige mensen zeggen wanneer ze getuigenis afleggen: ‘Telkens wanneer mij dingen overkomen, denk ik aan Gods liefde en Zijn genade, en raak ik ontroerd. Ik stop met het openbaren van mijn verdorven gezindheid telkens wanneer ik aan deze dingen denk.’ De meeste mensen vinden dat deze uitspraak goed is, dat die werkelijk het probleem van het openbaren van een verdorven gezindheid kan oplossen. Houden deze woorden werkelijk steek? Nee, dat doen ze niet. Gods liefde, Zijn almacht, Zijn verdraagzaamheid jegens de mens en al het werk dat Hij in de mens doet, kunnen een mens slechts ontroeren – het deel van hem dat zijn menselijkheid is, het deel dat zijn geweten en verstand is. Het kan echter de verdorven gezindheid van de mens niet oplossen, noch kan het het doel en de richting van het streven van de mens veranderen. Dit is waarom God het oordeelswerk van de laatste dagen doet: Hij drukt de waarheid uit en voorziet daarin om het probleem van de verdorven gezindheid van de mens op te lossen. Wat is het meest cruciale dat God doet? Hij drukt de waarheid uit en voorziet daarin, en oordeelt en tuchtigt de mens. Hij wenst je niet te ontroeren met Zijn handelingen of met dingen die Hij doet, om de richting en het doel van je streven te veranderen. Zo zou Hij niet werken. Wat God ook zegt over hoe geduldig Hij is met de mens, of over hoe Hij de mens redt, tegen welke grote prijs dan ook – hoe Hij het ook verwoordt, God wenst de mens alleen maar Zijn bedoeling om mensen te redden te laten begrijpen. Hij zegt die dingen niet om de harten van mensen te verzachten en hen in staat te stellen zich te bekeren omdat ze zo ontroerd zijn door wat Hij zegt. Dat is onmogelijk. Waarom is dat onmogelijk? De verdorven gezindheid van de mens is zijn aard-essentie, en die aard-essentie is het fundament waarop mensen steunen om te overleven. Het is geen slechte gewoonte of slecht gebruik dat met een beetje aansporing zal veranderen; die essentie verandert niet zodra iemand blij is, of door een bepaalde hoeveelheid kennis die verworven wordt of een aantal boeken dat wordt gelezen. Dat zou onmogelijk zijn. Niemand kan de aard van de mens veranderen. Men kan alleen veranderen door de waarheid te aanvaarden en te verkrijgen – alleen de waarheid kan mensen veranderen. Als je een verandering in je levensgezindheid wilt bereiken, moet je de waarheid nastreven, en om de waarheid na te streven, moet je beginnen met het verkrijgen van een duidelijk begrip van de verschillende waarheden die God spreekt. Sommige mensen geloven dat als iemand doctrine heeft begrepen, hij dan de waarheid heeft begrepen. Niets is minder waar. Het is niet zo dat als je de doctrine van het geloof in God begrijpt en over een paar geestelijke theorieën kunt spreken, je dan de waarheid hebt begrepen. Denk er nu eens over na: waar verwijst de waarheid precies naar? Waarom zeg Ik altijd dat er zoveel mensen zijn die de waarheid niet begrijpen? Ze veronderstellen: als ik de betekenis van Gods woorden kan begrijpen, betekent dat dat ik de waarheid heb begrepen, en: al Gods woorden zijn juist; ze zijn allemaal in ons hart gesproken en dus zijn ze onze gedeelde taal. Zeg Mij, is die uitspraak juist of niet? Wat betekent het eigenlijk om de waarheid te begrijpen? Waarom zeggen we dat ze de waarheid niet begrijpen? We zullen het eerst even hebben over wat de waarheid is. De waarheid is de werkelijkheid van alle positieve dingen. Dus, hoe verhoudt de werkelijkheid van die positieve dingen zich tot de mens? (Zoals ik het begrijp, God, manifesteert zich de waarheid wanneer iemand begrijpt dat welke mensen, gebeurtenissen en dingen hij ook tegenkomt, hij principes heeft, en weet hoe hij die moeten behandelen, en een pad heeft om te beoefenen; de waarheid is in staat zijn moeilijkheden op te lossen en werkelijkheid te worden in zijn leven. God zei net dat iemands begrip van doctrine geen begrip van de waarheid is – hij heeft het gevoel alsof hij de waarheid heeft begrepen, maar hij kan geen van de problemen en moeilijkheden oplossen die hij in zijn werkelijke leven heeft. Hij heeft daar geen pad voor; hij kan de dingen niet aan de waarheid koppelen.) Dat is wat het is om de waarheid niet te begrijpen. Een deel van wat zojuist werd gezegd, sloeg de spijker op de kop: wat is de waarheid? (De waarheid kan mensen in staat stellen een pad te hebben om te beoefenen en met principes te handelen; ze kan de moeilijkheden van mensen oplossen.) Dat klopt. Jezelf vergelijken met de waarheidsprincipes en deze in de praktijk brengen – dat is het pad. Het bewijst dat dat een begrip van de waarheid is. Als je louter doctrine begrijpt en je die wanneer je iets overkomt niet kunt toepassen en de principes niet kunt vinden, dan is dat geen begrip van de waarheid. Wat is de waarheid? De waarheid, dat zijn de principes en criteria voor het doen van alle dingen. Is dat niet zo? (Jawel.) Wanneer Ik zeg dat jullie de waarheid niet begrijpen, zeg Ik dat jullie van preken alleen maar doctrine opsteken. Jullie weten niet wat de principes en criteria van de waarheid daarin zijn, of welke dingen die jullie overkomen dat aspect van de waarheid betreffen, of welke gesteldheden het betreffen, noch weten jullie hoe jullie dat aspect van de waarheid moeten toepassen. Jullie weten niets van deze dingen. Stel bijvoorbeeld dat jullie een vraag hebben gesteld. Dat jullie de vraag stellen, betekent dat jullie de betreffende waarheid niet begrijpen. Zullen jullie het begrijpen nadat erover is gecommuniceerd? (Ja.) Jullie begrijpen het misschien een beetje nadat erover is gecommuniceerd, maar als jullie het niet begrijpen wanneer jullie weer zoiets overkomt, is dat geen werkelijk begrip van de waarheid. Je weet niets van de principes en criteria van die waarheid; je begrijpt ze niet. Er is misschien een waarheid waarvan je denkt dat je die hebt begrepen – maar als het gaat om de werkelijkheden die ze behandelt en de gesteldheden van de mens waarop ze is gericht: kun je dan, als je die waarheid hebt begrepen, je eigen gesteldheid er mee vergelijken? Als je dat niet kunt, en je nooit weet wat je ware gesteldheid is, is dat van jou dan een begrip van de waarheid? (Nee.) Het is geen begrip van de waarheid. Als het gaat om één aspect van de waarheid en de principes, als je weet welke zaken en welke gesteldheden die waarheid betreffen, en welke soorten mensen of welke van je eigen gesteldheden verband houden met die waarheid, en je ook in staat bent die waarheid te gebruiken om ze op te lossen, dan betekent dat dat je de waarheid begrijpt. Als je het gevoel hebt dat je een preek begrijpt terwijl je die hoort, maar wanneer je wordt gevraagd te communiceren, je alleen maar de woorden napraat die je hebt gehoord, dat je niet in staat bent om erover te spreken en het uit te leggen in termen van gesteldheden en werkelijke situaties, is dat van jou dan een begrip van de waarheid? Nee, dat is het niet. Begrijpen jullie dus de waarheid meestal wel of niet? (Niet.) Waarom niet? Omdat jullie bij de meeste waarheden, nadat jullie ze hebben gehoord, slechts doctrine hebben begrepen. Het enige wat jullie kunnen doen, is je eraan houden alsof het een regel is; jullie weten niet hoe jullie die flexibel moeten toepassen. Wanneer jullie iets overkomt, staan jullie met de mond vol tanden; wanneer je iets overkomt, wanneer het erop aankomt, kun je dat beetje doctrine dat je hebt begrepen niet toepassen – het is nutteloos. Is dat een begrip van de waarheid of niet? (Dat is het niet.) Dat is wat het is om de waarheid niet te begrijpen. Als je de waarheid niet begrijpt, wat dan? Je moet omhoog streven en de moeite nemen om het uit te zoeken. Er zijn een paar dingen die in je menselijkheid aanwezig moeten zijn: je moet gewetensvol en nauwgezet zijn in wat je leert en doet. Als je de waarheid wilt nastreven maar niet het geweten en verstand van normale mensen hebt, zul je de waarheid nooit kunnen begrijpen en zal je geloof verward zijn. Dit hangt niet af van je kaliber; het enige waar het vanaf hangt is of je dit soort menselijkheid bezit. Als je dat doet, kun je, zelfs als je kaliber middelmatig is, nog altijd elementaire waarheden begrijpen. Dit raakt tenminste aan de waarheid. En als je van heel goed kaliber bent, dan zijn de dingen die je begrijpt misschien dingen op de diepe niveaus van de waarheid, in welk geval je er dieper in zult kunnen binnengaan. Dit houdt verband met je kaliber. Maar als er geen houding van gewetensvolheid en nauwgezetheid in je menselijkheid is, en je altijd vaag en onzeker bent, verward, altijd in een toestand van troebelheid – troebel, wazig en plichtmatig met betrekking tot alle zaken, dan zal de waarheid voor jou altijd uit regels en doctrine bestaan. Je zult die niet kunnen verkrijgen. Nu jullie Mij dit horen zeggen, hebben jullie nu het gevoel dat het nastreven van de waarheid moeilijk is? Er is een bepaalde moeilijkheidsgraad, maar die kan hoog of laag zijn. Als je er goed over nadenkt en je inspant, zal de moeilijkheidsgraad afnemen en zul je enkele waarheden verkrijgen; als je je helemaal niet inspant voor de waarheid, maar alleen voor doctrine en uiterlijke praktijken, dan zul je de waarheid niet kunnen verkrijgen.

Hebben jullie ergens de kern van doorzien door Mijn systematische communicatie over deze waarheden? Zijn jullie tot enige inzichten gekomen? Zijn de dingen niet gedetailleerder, in welke tak van de waarheid dan ook, dan de inhoud van om het even welke universitaire cursus? (Ja.) Er zijn zoveel details. Mensen kunnen de leerstof in slechts een paar jaar onder de knie krijgen, door voortdurend te oefenen en praktijkervaring op te doen, zolang ze deze maar kunnen onthouden en begrijpen. Bij het leren van een academisch vak kan men de stof geleidelijk gaan beheersen door er gewoon tijd en energie aan te besteden en er een beetje over na te denken. Maar om de waarheid te begrijpen, volstaat het niet om alleen je hersenen te gebruiken – je moet je hart gebruiken. Als je Gods woorden niet met je hart overpeinst of ze niet met je hart ervaart, zul je de waarheid niet kunnen begrijpen. Alleen mensen die geestelijk begrip hebben, die gewetensvol zijn en die bevattingsvermogen hebben, kunnen de waarheid bereiken; degenen die geen geestelijk begrip hebben, die van slecht kaliber zijn en die geen bevattingsvermogen hebben, zullen die nooit kunnen bereiken. Zijn jullie onoplettende mensen, of zijn jullie nauwgezet? (We zijn onoplettende mensen.) Is dat niet gevaarlijk? Kunnen jullie nauwgezet zijn? (Dat kunnen we.) Dat is goed; Ik hoor het graag. Zeg niet altijd dat je het niet kunt – hoe weet je dat voordat je het hebt geprobeerd? Jullie zouden ertoe in staat moeten zijn. Met jullie huidige vastberadenheid en houding in jullie streven, is er hoop dat jullie de basiswaarheden zullen begrijpen. Het is haalbaar. Zolang iemand bereid is zijn hart te gebruiken en een prijs te betalen, en hij in zijn hart hard werkt aan de waarheid, zal de Heilige Geest aan het werk gaan en hem vervolmaken. Als hij in zijn hart niet hard werkt aan de waarheid, dan zal de Heilige Geest niet werken. Onthoud: om de waarheid te gaan begrijpen, moet iemand zich proactief inspannen en een prijs betalen. Dit kan echter slechts de helft van de gewenste resultaten opleveren, het kan slechts het deel bereiken waaraan mensen hun bijdrage moeten leveren. De andere helft is het cruciale deel van het begrijpen van de waarheid, het deel waarin mensen tekortschieten, en waarvoor ze om het te bereiken moeten vertrouwen op het werk en de vervolmaking van de Heilige Geest. Je mag niet vergeten dat je, als het gaat om het verwerven van kennis en het leren over wetenschap kunt vertrouwen op inspanning, maar dat het begrijpen van de waarheid niet zo werkt. Het is nutteloos om alleen op het verstand te vertrouwen – men moet zijn hart gebruiken, en men moet een prijs betalen. Wat wordt er bereikt door een prijs te betalen? Het werk van de Heilige Geest. Maar wat is het fundament voor het werk van de Heilige Geest? Iemands geest moet voldoende nauwgezet zijn; zijn hart moet voldoende stil en rustig zijn, en voldoende openhartig, voordat God zal werken. Het werk van de Heilige Geest is subtiel, en degenen die ervan hebben geproefd, weten dat. Mensen die zich regelmatig inspannen voor de waarheid, kunnen vaak de verlichting van de Heilige Geest voelen, zodat hun beoefeningspad bij het vervullen van hun plicht zich soepel voltrekt en ze steeds meer duidelijkheid krijgen in hun hart. Mensen zonder ervaring kunnen het werk van de Heilige Geest niet voelen en kunnen nooit het juiste pad zien. Alle zaken zijn wazig en duister voor hen; ze weten niet wat de juiste weg is. Het is in feite niet moeilijk om een begrip van de waarheid te bereiken en het pad van beoefening helder te zien: als men een hart heeft dat aan die voorwaarden voldoet, zal de Heilige Geest werken. Maar als je hart van die voorwaarden afwijkt, zul je het werk van de Heilige Geest niet kunnen bespeuren. Dit is niet abstract of vaag. Als jij in die gesteldheid bent en je hart aan die voorwaarden voldoet, als je zoekt, je inspant, overpeinst en bidt, zal de Heilige Geest in je werken. Maar als je verstrooid bent, altijd status wilt nastreven en wilt strijden voor roem en gewin, altijd drukte wilt maken over de vorm en je inspanningen daarop wilt richten – als je God altijd ontwijkt, je voor Hem verbergt, Hem vermijdt en verwerpt, niet openhartig bent, met een hart dat niet openstaat voor Hem – zal de Heilige Geest niet werken, Hij zal geen notitie van je nemen en Hij zal je niet eens berispen. Hoeveel waarheid kan iemand begrijpen die niet eens de berisping van de Heilige Geest heeft ervaren? Soms berispt de Heilige Geest je om je te laten weten wat de juiste en wat de verkeerde manier is om iets te doen. Wanneer Hij je zo’n gevoel geeft, wat win je daar dan uiteindelijk mee? Je zult het vermogen hebben verkregen om goed van kwaad te onderscheiden, en je zult heel duidelijk zijn over die zaak, je zult in één oogopslag zien: die manier is verkeerd – het is niet in overeenstemming met de principes. Dat kan ik niet doen. Met betrekking tot die zaak zul je duidelijk weten wat de principes zijn en wat Gods bedoeling is, en wat de waarheid werkelijk is, en dus zul je weten wat je moet doen. Maar als de Heilige Geest niet werkt, als Hij je niet op die manier disciplineert, zul je als het om zulke dingen gaat voor altijd in een verwarde toestand verkeren, zonder helderheid. Wanneer ze je overkomen, zul je met stomheid geslagen zijn; wanneer ze je overkomen, zul je niet weten wat er aan de hand is, en in je hart zul je erg verward zijn – het zal je niet duidelijk zijn wat je moet doen. Je staat misschien op barsten van angst – maar waarom gaat de Heilige Geest niet aan het werk? Misschien zijn sommige gesteldheden in je niet juist, en verzet je je. Waarmee verzet je je? Als je vasthoudt aan een of andere verkeerde zienswijze of notie, zal God niet werken, maar wachten tot het moment dat jij beseft dat die notie of zienswijze verkeerd is. De Heilige Geest zal alleen vanuit dat fundament werken. Wanneer de Heilige Geest werkt, beperkt Hij Zich er niet toe je, bewust, te laten weten wat goed en fout is. In plaats daarvan laat Hij je duidelijk zien wat het pad, de richting en het doel zijn, en hoe groot de afstand tussen je begrip van en de waarheid is. Hij laat je dit duidelijk weten. Hebben jullie zulke ervaringen gehad? Als iemand tien of twintig jaar in God heeft geloofd zonder zulke specifieke ervaringen, wat voor soort persoon is hij dan? Een persoon die niet oplet. Hij kan slechts een paar, vaak mondeling herhaalde doctrines en slogans bieden, en kan problemen alleen oplossen met die paar strategieën en eenvoudige technieken van hem. Hierdoor is hij voorbestemd om maar weinig vooruitgang te boeken – hij zal de waarheid nooit begrijpen, en de Heilige Geest zal niet in hem werken. Zulke onoplettende mensen, voor wie de waarheid volledig buiten bereik is, kunnen deze niet begrijpen, zelfs als de Heilige Geest hen verlicht. En dus zal de Heilige Geest niet in hen werken. Waarom niet? Trekt God iemand voor? Nee. Wat is dan de reden? Omdat hun kaliber te slecht is en het buiten hun bereik ligt. Ze begrijpen de waarheid niet, zelfs niet als de Heilige Geest werkt. Als hun werd verteld dat iets een principe is, zouden ze dan het vermogen hebben om dat te begrijpen? Nee. Dus zal God dat niet doen. Hebben jullie hier ervaringen mee gehad? De waarheid is onpartijdig. Naarmate je die nastreeft, naarmate je je erin verdiept, zal de Heilige Geest werken, en zul je die verkrijgen. Maar als je lui bent en naar comfort verlangt, en niet bereid bent je in te spannen voor de waarheid, zal de Heilige Geest niet werken, en zul je de waarheid niet kunnen verkrijgen, wie je ook bent. Begrijp je het nu? Streven jullie momenteel de waarheid na? Wie die nastreeft, verkrijgt die, en degenen die uiteindelijk de waarheid verkrijgen, zullen schatten worden. Degenen die de waarheid niet kunnen verkrijgen, kunnen hen benijden, maar dat helpt hen niet: als ze deze kans missen, is die verkeken.

Wanneer is de beste periode om de waarheid na te streven? Deze periode, waarin God werk doet in het vlees, van aangezicht tot aangezicht met je spreekt en communiceert, je begeleidt en je helpt. Waarom zeg Ik dat dit de beste periode is? Omdat het werk en de spraak van de geïncarneerde God je volledig in staat kunnen stellen de bedoelingen van de Heilige Geest te begrijpen, en je kunnen laten weten hoe de Heilige Geest werkt. De geïncarneerde God is in staat de principes, patronen, wegen en middelen van het werk van de Heilige Geest in zijn geheel te begrijpen, en Hij vertelt je erover, zodat je er niet zelf naar hoeft te tasten. Neem deze kortere weg, en je zult het meteen kunnen bereiken. Wanneer de geïncarneerde God stopt met spreken en Zijn werk heeft voltooid, zul je er zelf naar moeten tasten. Er is niemand die de plaats van dit geïncarneerde vlees zou kunnen innemen, die je expliciet zou kunnen vertellen wat je moet doen, waar je heen moet en wat voor weg je moet nemen. Er is niemand die je die dingen zou kunnen vertellen; hoe geestelijk iemand ook mag zijn, hij zou het niet kunnen. Er zijn voorbeelden hiervan. Het is net als bij gelovigen in Jezus, die al tweeduizend jaar geloven: sommigen van hen doen nu een stap terug om het Oude Testament te lezen en de wet te houden; en sommigen dragen kruisen, maar hangen de tien geboden in hun kamers en houden zich aan de regels en geboden. Wat hebben ze uiteindelijk verkregen? De Heilige Geest werkt, maar als Gods expliciete woorden ontbreken, tasten mensen altijd maar wat in het duister. Wat betekent de afwezigheid van expliciete woorden? Het betekent dat waar mensen naar tasten en wat ze verkrijgen, onduidelijk is. Er is niemand die je zekerheid kan geven, die je zegt dat het juist dit te doen en verkeerd om dat te doen. Er is niemand die je dat kan vertellen. Zelfs als de Heilige Geest je verlicht, en je gelooft dat het juist is, keurt God het dan goed? Je bent er ook niet zeker van, nietwaar? (Nee, dat zijn we niet.) Die woorden van de Heer Jezus, die Hij tweeduizend jaar geleden achterliet en die in de Bijbel werden opgetekend – nu, tweeduizend jaar later, hebben gelovigen in de Heer allerlei verklaringen gegeven over de kwestie van Zijn terugkeer, en er is niemand die weet wat de nauwkeurige verklaring eigenlijk is. Dus hebben ze heel veel moeite om deze fase van het werk te aanvaarden. Wat toont dit aan? Dat met deze dubbelzinnige woorden die niet expliciet worden geuit, tien mensen met tien verklaringen komen, en honderd met honderd. Iedereen heeft zijn eigen rechtvaardigingen en argumenten. Welke verklaring is nauwkeurig? Zolang God niet spreekt of een conclusie biedt, doet niets wat de mens zegt ertoe. Is het van belang voor God hoe groot je denominatie is en hoeveel leden die heeft? (Nee.) God kijkt niet naar je macht. Zelfs als niet één persoon ter wereld kan aanvaarden wat God doet, is het juist, en is het de waarheid. Dit is een eeuwig, onveranderlijk feit! Alle religies en denominaties leggen het zus en zo uit, en wat gebeurt er uiteindelijk? Heeft je uitleg enig nut? (Nee.) God weerlegt die met één enkele zin. Zal God notitie van je nemen hoe je het ook blijft uitleggen? (Nee.) Waarom zal God geen notitie van je nemen? God is begonnen met nieuw werk, dat nu al bijna dertig jaar lang aan de gang is. Zal Hij acht slaan op die mensen, hoe arrogant ze ook tieren? (Nee.) Hij zal er geen acht op slaan. Mensen in de religie zouden zeggen: ‘Kunnen die mensen niet gered worden zonder dat U acht op hen slaat?’ Feit is dat Gods woorden alles allang duidelijk hebben gemaakt, en wat Hij zegt, staat vast. Hoeveel macht de religieuze wereld ook heeft, het zal geen nut hebben; hoe groot hun aantallen ook zijn, dat bewijst niet dat ze de waarheid hebben. God doet wat Hij behoort te doen; waar Hij moet beginnen, daar begint Hij; wie Hij moet kiezen, die kiest Hij. Wordt Hij beïnvloed en beperkt door de religieuze wereld? (Nee.) Geenszins. Dit is Gods werk. En toch wil de verdorven mensheid met God redetwisten, en biedt Hem de hele dag verklaringen aan – heeft dit enig nut? Ze grijpen zelfs de woorden van de Bijbel aan om die naar eigen goeddunken te interpreteren – ze halen ze duidelijk uit hun context, en willen er zelfs hun hele leven aan vasthouden, wachtend tot God ze vervult. Ze dromen! Als iemand de waarheid niet zoekt in Gods woorden, en God altijd wil vragen dit en dat te doen, heeft die persoon dan nog verstand? Wat proberen ze te doen? Willen ze in opstand komen? Willen ze met God strijden? Wanneer de grote catastrofes neerdalen, zal iedereen met stomheid geslagen worden; ze zullen huilen en schreeuwen, maar het heeft geen zin. Is dat niet hoe het zal gaan? Dat is het.

Nu is de beste periode – het is de tijd waarin God mensen redt en hen vervolmaakt. Wacht niet tot de dag komt dat je deze periode hebt gemist en dan gaat overpeinzen: wat betekent die uitspraak van God? Het was beter geweest om het destijds te vragen, nu kan ik het niet meer vragen. Ik zal dan maar bidden; de Heilige Geest zal werken, dat is hetzelfde. Zal dat hetzelfde zijn? (Nee.) Als dat zo was, dan zouden de mensen die deze tweeduizend jaar in de Heer hebben geloofd niet zijn zoals ze zijn. Kijk maar naar de woorden die zijn opgeschreven door de zogenaamde heiligen tijdens de eerste helft van het tweede millennium – hoe oppervlakkig ze zijn, hoe beklagenswaardig! Er is nu een dik boek met de gezangen die mensen van alle religies en denominaties zingen, en die gezangen gaan alleen over Gods genade en gezegend worden – alleen die twee dingen. Is dat kennis van God? Nee, dat is het niet. Zit er ook maar een greintje waarheid in? (Nee.) Ze weten alleen dat God de mensen van de wereld liefheeft. Er is een gezegde dat altijd in de wereld rondgaat en dat nooit verandert: ‘God is liefde.’ Dat is de enige zin die ze kennen. Welnu, hoe heeft God mensen lief? God verlaat hen nu en elimineert hen – is Hij nog steeds liefde? Zoals zij het zien, nee – nu niet meer. Ze veroordelen Hem dus. Dat de mens de waarheid niet nastreeft en die niet kan begrijpen, is het meest beklagenswaardige wat er is. Er is momenteel zo’n grote gelegenheid. God is geïncarneerd om de waarheid uit te drukken en mensen persoonlijk te redden. Het zou zo jammer zijn als je de waarheid niet nastreefde en die niet verkreeg. Als je die had nagestreefd, en dat met kracht had gedaan, maar die uiteindelijk niet had begrepen, zou je een zuiver geweten hebben – je zou tenminste je uiterste best hebben gedaan. Zijn jullie nu begonnen met jullie streven? Telt het vervullen van een plicht als het nastreven van de waarheid? Het telt als een soort medewerking, maar in termen van het bereiken van een streven naar de waarheid, als iets dat meetelt als een streven naar de waarheid, is het er nog niet. Het is slechts een vorm van gedrag, een soort handeling – het is het bezitten van een houding van het nastreven van de waarheid. Hoe kan iets dan wel als het nastreven van de waarheid tellen? Je moet beginnen met het begrijpen van de waarheid. Als je de waarheid niet begrijpt en niets serieus neemt, en je maar wat aanmoddert bij het vervullen van je plicht, en doet wat je maar wilt, zonder ooit de waarheid te zoeken of aandacht te besteden aan de waarheidsprincipes, zul je dan de waarheid kunnen begrijpen? Als je de waarheid niet begrijpt, hoe kun je die dan nastreven? Is dat niet zo? (Dat is zo.) Wat voor soort mensen zijn degenen die de waarheid niet nastreven? Het zijn idioten. Hoe streef je de waarheid dan na? Je moet beginnen met die te begrijpen. Is het inspannend om de waarheid te begrijpen? Nee, dat is het niet. Begin met de omgevingen waarmee je in contact komt en de plicht die je vervult, en beoefen en train volgens de waarheidsprincipes. Wanneer je dit doet, toon je aan dat je bent begonnen met het bewandelen van de weg van het nastreven van de waarheid. Begin eerst vanuit deze principes te zoeken, te overpeinzen, te bidden en beetje bij beetje verlichting te verkrijgen – die verlichting die je verkrijgt is de waarheid die je zou moeten begrijpen. Zoek de waarheid eerst vanuit de vervulling van je plicht, en streef naar handelen volgens de waarheidsprincipes. Al deze dingen zijn onlosmakelijk verbonden met het werkelijke leven: de mensen, gebeurtenissen en dingen die je in het leven tegenkomt, en zaken die binnen de reikwijdte van je plicht vallen. Begin met die zaken en kom tot een begrip van de waarheidsprincipes – je zult dan ingang in het leven hebben.

23 oktober 2019

Vorige: Artikel drie: Ze sluiten degenen die de waarheid nastreven uit en vallen hen aan

Volgende: Punt negen: Ze doen alleen hun plicht om zich te onderscheiden en hun eigen belangen en ambities te voeden; ze denken nooit aan de belangen van Gods huis en verraden die belangen zelfs in ruil voor persoonlijke glorie (deel 1)

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Aan wie ben jij precies trouw?

Op dit moment is elke dag die jullie leven cruciaal en van het uiterste belang voor jullie bestemming en jullie lot. Daarom moeten jullie...

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek