Het blootleggen van de verdorvenheid van de mensheid 1

Dagelijkse woorden van God Fragment 300

Na enkele duizenden jaren van verdorvenheid is de mens gevoelloos en stompzinnig geworden, een demon die zich tegen God keert. De opstandigheid van de mens jegens God is zo erg, dat die in de geschiedenisboeken is opgetekend. Zelfs de mens zelf is niet in staat om zijn opstandige gedrag volledig te beschrijven, want de mens is grondig verdorven door Satan. Hij is door Satan op een dwaalspoor gebracht en weet niet meer waar hij het zoeken moet. Ook nu verraadt de mens God nog steeds: wanneer de mens God ziet, verraadt hij Hem en wanneer hij God niet kan zien, verraadt hij Hem ook. Er zijn zelfs mensen die Gods vervloekingen en Gods toorn hebben gezien en Hem dan alsnog verraden. Ik zeg dus dat het verstand van de mens en ook zijn geweten, hun oorspronkelijke functie zijn kwijtgeraakt. De mens die ik aanschouw, is een beest in menselijke kledij, hij is een giftige slang en hoe meelijwekkend hij zich ook probeert voor te doen voor mijn ogen, ik zal nooit barmhartig zijn jegens hem. Hij vat namelijk niet het verschil tussen zwart en wit, of het verschil tussen waarheid en onwaarheid. Het verstand van de mens is erg gevoelloos geworden, toch wil hij zegeningen verkrijgen. Zijn menselijkheid is erg laaghartig, toch wil hij de soevereiniteit van een koning bezitten. Van wie kan hij de koning zijn, met zo’n verstand? Hoe kan hij met zo’n menselijkheid op een troon zitten? De mens kent werkelijk geen schaamte! Hij is een verwaande ellendeling! Voor degenen die zegeningen wensen, heb ik een suggestie: kijk eerst eens in een spiegel naar je eigen lelijke spiegelbeeld – heb je de kwaliteiten om een koning te zijn? Heb je het gezicht van iemand die zegeningen kan verkrijgen? Er is geen greintje verandering opgetreden in je gezindheid en je hebt niets van de waarheid in praktijk gebracht, en toch verlang je een prachtige toekomst. Je spiegelt jezelf iets voor! De mens, geboren in zo’n smerig land, is ernstig aangetast door de maatschappij. Hij is beïnvloed door een feodale ethiek en is geschoold in ‘instituten voor hoger onderwijs’. Het achterlijke denken, de verdorven moraliteit, de minderwaardige kijk op het leven, de verachtelijke levensfilosofie, het uiterst waardeloze bestaan, en de verdorven levensstijl en gewoonten – al die dingen zijn diep het mensenhart binnengedrongen, en hebben zijn geweten ernstig ondermijnd en aangevallen. De mens raakt daardoor steeds verder van God verwijderd en keert zich steeds meer tegen Hem. De gezindheid van de mens wordt met de dag kwaadaardiger, en niemand zal uit zichzelf iets opgeven voor God, niemand zal uit zichzelf God gehoorzamen en niemand zal bovendien uit zichzelf de verschijning van God zoeken. In plaats daarvan doet de mens onder het domein van Satan juist niets anders dan het najagen van plezier, en geeft hij zich over aan de verdorvenheid van het vlees in het land van drek. Ook al horen ze de waarheid, mensen die in duisternis leven denken er niet aan om die in praktijk te brengen, noch zijn ze geneigd om God te zoeken, ook al hebben ze Zijn verschijning gezien. Hoe kan een mensheid die zo verdorven is enige kans op redding hebben? Hoe kan een mensheid die zo decadent is in het licht leven?

uit ‘Een onveranderde gezindheid betekent vijandschap jegens God’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 301

De verdorven gezindheid van de mens is het gevolg van het feit dat Satan hem vergiftigt en vertrapt, en de verschrikkelijke schade die Satan heeft aangebracht in zijn denken, moraliteit, inzicht en verstand. Juist omdat deze fundamentele dingen van de mens door Satan zijn verdorven, en volslagen anders zijn dan hoe God ze oorspronkelijk heeft gemaakt, keert de mens zich tegen God en begrijpt hij de waarheid niet. Veranderingen in de gezindheid van de mens dienen dus te beginnen met veranderingen in zijn denken, inzicht en verstand, waardoor zijn kennis van God en zijn kennis van de waarheid veranderen. Zij die geboren zijn in het meest verdorven van alle landen weten zelfs nog minder over wat God is of wat het betekent om in God te geloven. Hoe verdorvener mensen zijn, hoe minder ze het bestaan van God kennen en hoe ondermaatser hun verstand en inzicht zijn. De mens is door Satan verdorven, dat is de bron van zijn tegenstand en rebellie jegens God. Doordat de mens dus door Satan is verdorven, is zijn geweten gevoelloos geworden, is hij immoreel, zijn zijn gedachten ontaard en heeft hij een achterlijke mentale kijk. Voordat de mens door Satan was verdorven, volgde hij God van nature en gehoorzaamde hij Zijn woorden na ze gehoord te hebben. Hij had van nature een gezond verstand en geweten, en had een normale menselijkheid. Nadat hij door Satan werd verdorven, raakten zijn oorspronkelijke verstand, geweten en menselijkheid afgestompt en door Satan aangetast. Zo is hij zijn gehoorzaamheid en liefde jegens God kwijtgeraakt. Het verstand van de mens is abnormaal geworden en zijn gezindheid gelijk aan dat van een dier, en zijn rebellie jegens God wordt steeds frequenter en intenser. Toch weet of herkent de mens dit nog steeds niet, en blijft hij zich blind verzetten en rebels opstellen. De openbaring van de gezindheid van de mens is de uiting van zijn verstand, inzicht en geweten en aangezien zijn verstand en inzicht ondeugdelijk zijn en zijn geweten uitermate is afgestompt, is zijn gezindheid opstandig jegens God. Als het verstand en inzicht van een mens niet kunnen veranderen, is er geen sprake van verandering in zijn gezindheid en kan hij evenmin naar Gods hart zijn. Als het verstand van een mens ondeugdelijk is, kan hij God niet dienen en is hij ongeschikt om door God te worden gebruikt. ‘Normaal verstand’ verwijst naar gehoorzaamheid en trouw aan God, naar verlangen naar God, naar absoluut zijn jegens God en naar een geweten hebben jegens God. Het verwijst naar één van hart en geest zijn jegens God en niet zich niet opzettelijk tegen God keren. Mensen met een abnormaal verstand zijn niet zo. Sinds de mens door Satan werd verdorven, heeft hij allerlei opvattingen over God bedacht, hij heeft geen trouw of verlangen naar God gekend, om maar niet te spreken over een geweten jegens God. De mens keert zich opzettelijk tegen God en veroordeelt Hem naar believen. Bovendien werpt hij Hem achter zijn rug beschimpingen toe. De mens weet heel goed dat Hij God is, toch veroordeelt hij Hem achter Zijn rug, is hij geenszins van plan om Hem te gehoorzamen en stelt hij alleen lukrake vragen en eisen aan God. Zulke mensen – mensen met een abnormaal verstand – zijn niet in staat om hun eigen verwerpelijke gedrag te kennen of hun opstandigheid te betreuren. Als mensen in staat zijn om zichzelf te kennen, hebben ze iets van hun verstand teruggekregen. Hoe opstandiger mensen zijn jegens God maar zichzelf niet kennen, hoe ondeugdelijker hun verstand is.

uit ‘Een onveranderde gezindheid betekent vijandschap jegens God’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 302

De bron van de openbaring van de verdorven gezindheid van de mens is niets meer dan zijn afgestompte geweten, zijn kwaadaardige natuur en zijn ondeugdelijke verstand. Als het geweten en het verstand van de mens weer normaal kunnen worden, zal hij geschikt worden om voor Gods aangezicht te worden gebruikt. Het komt simpelweg omdat het geweten van de mens altijd gevoelloos is geweest, het verstand van de mens nooit gezond is geweest en steeds afgestompter raakt, dat de mens steeds opstandiger wordt jegens God. Hij heeft Jezus zelfs aan het kruis genageld en heeft de vleesgeworden God van de laatste dagen toegang tot zijn huis geweigerd. Hij veroordeelt Gods vlees en ziet Gods vlees als onwaardig. Als de mens ook maar een beetje menselijkheid had, zou hij niet zo wreed zijn in zijn behandeling van Gods vleesgeworden vlees. Als hij ook maar een beetje verstand had, zou hij niet zo kwaadaardig zijn in zijn behandeling van het vlees van de vleesgeworden God. Als hij ook maar een beetje geweten had, zou hij de vleesgeworden God niet zo ‘dankbaar’ zijn op deze manier. De mens leeft in het tijdperk dat God vlees is geworden, toch is hij niet in staat om God te danken voor deze geweldige gelegenheid. In plaats daarvan vervloekt hij de komst van God of negeert hij het feit van Gods vleeswording volkomen, en is hij er schijnbaar op tegen en moe van. Hoe de mens ook tegen de komst van God aankijkt, God heeft, kort gezegd, Zijn werk altijd geduldig voortgezet – zelfs al heeft de mens Hem geenszins verwelkomd en stelt hij wel blindelings eisen aan Hem. De gezindheid van de mens is uitermate kwaadaardig geworden, zijn verstand is uitermate afgestompt en zijn geweten is volkomen vertrapt door de boze en is al heel lang niet meer als het oorspronkelijke geweten van de mens. De mens is niet alleen ondankbaar jegens de vleesgeworden God voor het uitstorten van zoveel leven en genade op de mensheid, maar is zelfs verbitterd jegens God dat Hij hem de waarheid heeft gegeven. De mens heeft namelijk geen greintje belangstelling voor de waarheid, daarom is hij verbitterd jegens God. De mens is niet alleen niet in staat om zijn leven neer te leggen voor de vleesgeworden God, maar hij probeert desondanks gunsten van Hem los te krijgen, en hij verwacht een rente die tientallen keer meer is dan wat de mens God heeft gegeven. Mensen met zo’n geweten en verstand vinden dit geen belangrijk punt en blijven geloven dat ze heel veel voor God hebben gedaan en dat God ze te weinig heeft gegeven. Er zijn mensen die mij een kom water hebben gegeven en daarna hun hand uitsteken en eisen dat ik ze betaal voor twee kommen melk, of ze hebben mij onderdak voor één nacht geboden en eisen dan dat ik voor verscheidene nachten betaal. Hoe kun je met zo’n menselijkheid, en zo’n geweten, nog steeds wensen het leven te verkrijgen? Wat zijn jullie verachtelijke ellendelingen! Het is vanwege deze menselijkheid en dit geweten van de mens dat de vleesgeworden God het land doorkruist zonder een schuilplaats te vinden. Mensen die werkelijk een geweten en menselijkheid bezitten, dienen de vleesgeworden God te aanbidden en met geheel hun hart te dienen, niet omwille van hoeveel werk Hij heeft gedaan, maar zelfs als Hij geen enkel werk zou doen. Dit moeten mensen met gezond verstand doen en dit is de plicht van de mens. De meeste mensen spreken zelfs over voorwaarden in hun dienst aan God. Het maakt ze niet uit of Hij God of een mens is, ze praten alleen over hun eigen voorwaarden en proberen alleen hun eigen verlangens te bevredigen. Wanneer jullie voor mij koken, eisen jullie een vergoeding voor dienstverlening, wanneer jullie voor mij hardlopen, vragen jullie om een hardloopvergoeding, wanneer jullie voor mij werken, eisen jullie betaling van jullie arbeidskosten, wanneer jullie mijn kleren wassen, eisen jullie wasgeld, wanneer jullie iets aan de kerk leveren, eisen jullie een onkostenvergoeding, wanneer jullie spreken, eisen jullie een sprekersvergoeding, wanneer jullie boeken uitgeven, eisen jullie vergoeding van de distributiekosten en wanneer jullie schrijven, eisen jullie een beloning voor het schrijven. De mensen die ik heb aangepakt, eisen zelfs een beloning van mij, terwijl zij die naar huis zijn gestuurd genoegdoening eisen voor de bezoedeling van hun naam. Zij die niet getrouwd zijn, eisen een bruidsschat of genoegdoening voor hun verloren jeugd, zij die een kip doden, eisen een slagersprijs, zij die voedsel frituren, eisen een frituurvergoeding en zij die soep maken, eisen daar ook betaling voor … Dit is jullie hoogstaande en verheven menselijkheid, en dit zijn de daden die jullie warme geweten voorschrijft. Waar is jullie verstand? Waar is jullie menselijkheid? Ik zal het jullie vertellen! Als jullie zo doorgaan, staak ik mijn werk onder jullie. Ik ga niet werken onder een stel beesten in menselijke kledij, ik ga zo niet lijden voor zo’n groep mensen achter wier mooie gezicht een verwilderd hart schuilgaat, ik ga niet volharden voor zo’n stel dieren dat geen enkele kans op redding heeft. De dag waarop ik jullie mijn rug toekeer, is de dag waarop jullie sterven, het is de dag dat duisternis over jullie komt en de dag dat het licht jullie zal verlaten! Ik zal het jullie vertellen! Ik zal nooit welwillend zijn naar een groep zoals die van jullie, een groep die zelfs lager is dan dieren! Er zijn grenzen aan mijn woorden en daden. Met jullie menselijkheid en geweten zoals ze zijn, ga ik geen werk meer doen, want jullie geweten schiet zeer tekort, jullie hebben me te veel pijn berokkend en jullie verwerpelijke gedrag hangt me echt de keel uit! Mensen zonder enige menselijkheid en geweten zullen nooit de kans hebben om gered te worden, ik zou zulke harteloze en ondankbare mensen nooit redden. Wanneer mijn dag komt, zal ik mijn verzengende vlammen voor alle eeuwigheid doen neerregenen op de kinderen van de ongehoorzaamheid die mijn brandende toorn ooit hebben opgewekt. Ik zal mijn eeuwigdurende straf opleggen aan die dieren die mij ooit hebben bestookt met beschimpingen en mij in de steek hebben gelaten. Ik zal voor altijd met het vuur van mijn toorn de zonen van de ongehoorzaamheid verbranden die ooit met mij samen gegeten en geleefd hebben maar niet in mij geloofden, en die mij beledigd en verraden hebben. Ik zal iedereen die mijn toorn heeft opgewekt aan mijn straf onderwerpen. Ik zal al mijn toorn doen neerkomen op die beesten die ooit als mijn gelijken naast mij wilden staan, maar mij niet aanbeden of gehoorzaamd hebben; de roede waarmee ik de mens sla, zal neerkomen op die dieren die ooit hebben genoten van mijn zorg en de mysteries die ik sprak, en die hebben geprobeerd om materiële geneugten van mij te verkrijgen. Ik zal niemand vergeven die probeert mijn plaats in te nemen. Ik zal niemand sparen die probeert mij voedsel en kleding te ontfutselen. Jullie lopen nu nog geen schade op, maar blijven te ver gaan in de eisen die jullie aan mij stellen. Wanneer de dag van verbolgenheid komt, zullen jullie geen eisen meer aan mij stellen. Dan zal ik jullie naar hartenlust laten ‘genieten’, dan zal ik jullie gezicht ter aarde werpen en jullie zullen nooit meer kunnen opstaan! Ik ga deze schuld vroeg of laat aan jullie ‘terugbetalen’ – en ik hoop dat jullie met geduld naar die dag uitkijken.

uit ‘Een onveranderde gezindheid betekent vijandschap jegens God’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 303

De mens kan God niet winnen, niet omdat God emoties heeft, of omdat God niet gewonnen wil worden door de mens, maar omdat de mens God niet wil winnen en hij God niet naarstig zoekt. Hoe kan iemand die God werkelijk zoekt door God worden vervloekt? Hoe kan iemand met een gezond verstand en gevoelig geweten door God worden vervloekt? Hoe kan iemand die God werkelijk aanbidt en dient door het vuur van zijn toorn worden verteerd? Hoe kan iemand die God blijmoedig gehoorzaamt uit Gods huis worden gezet? Hoe kan iemand die God niet genoeg kon liefhebben in Gods straf leven? Hoe kan iemand die alles blijmoedig wil verzaken voor God met niets achterblijven? De mens is niet bereid om God te zoeken, niet bereid om zijn bezittingen voor God aan te wenden en niet bereid om zijn hele leven aan God te wijden. In plaats daarvan zegt hij dat God te ver is gegaan, dat teveel aan God niet rijmt met de opvattingen van de mens. Met zo’n menselijkheid zouden jullie zelfs bij een ruimhartige inzet nog steeds Gods goedkeuring niet kunnen verkrijgen, om maar niets te zeggen over het feit dat jullie God niet zoeken. Weten jullie niet dat jullie tot de defecte goederen van de mensheid behoren? Weten jullie niet dat jullie menselijkheid het laagste peil van iedereen heeft? Weten jullie niet wat jullie ‘eretitel’ is? Zij die God waarlijk liefhebben, noemen jullie de vader van de wolf, de moeder van de wolf, de zoon van de wolf en de kleinzoon van de wolf. Jullie zijn de nakomelingen van de wolf, het volk van de wolf, en jullie dienen je eigen identiteit te kennen en nooit te vergeten. Denk niet dat jullie een of ander superieur wezen zijn. Jullie zijn de kwaadaardigste groep niet-menselijke wezens onder de mensheid. Weten jullie daar niets van? Weten jullie hoeveel risico ik heb genomen door onder jullie te werken? Als jullie verstand niet weer normaal kan worden en jullie geweten niet normaal kan werken, zullen jullie nooit van de benaming ‘wolf’ afkomen. Jullie zullen de dag van vervloeking en de dag van jullie straf dan nooit ontlopen. Jullie zijn inferieur geboren, een ding zonder enige waarde. Jullie zijn inherent een roedel hongerige wolven, een berg rommel en afval. Ik werk niet met jullie om gunsten te verkrijgen, zoals jullie dat wel doen, maar omdat het werk nodig is. Als jullie op deze manier opstandig blijven, zal ik mijn werk staken en nooit meer met jullie werken. Integendeel, dan zal ik mijn werk verplaatsen naar een andere groep die mij behaagt en jullie op die manier voor altijd verlaten, want ik wil niet omzien naar mensen die zich vijandig jegens mij opstellen. Willen jullie dus op één lijn met mij zijn of je vijandig jegens mij opstellen?

uit ‘Een onveranderde gezindheid betekent vijandschap jegens God’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 304

Alle mensen willen graag het werkelijke gelaat van Jezus zien en allen verlangen bij Hem te zijn. Ik geloof dat geen enkele broeder of zuster zou zeggen dat hij of zij Jezus niet wil zien of niet bij Hem wil zijn. Voordat jullie Jezus gezien hebben, dat wil zeggen, voordat jullie de geïncarneerde God gezien hebben, koesteren jullie waarschijnlijk allerlei ideeën, bijvoorbeeld over Jezus’ verschijning, Zijn manier van spreken, Zijn manier van leven, enzovoort. Echter, als jullie Hem werkelijk gezien hebben, zullen jullie ideeën snel veranderen. Waarom gebeurt dat? Willen jullie dat weten? Terwijl het waar is dat het denken van de mens niet over het hoofd kan worden gezien, is het zelfs nog ontoelaatbaarder voor de mens om het wezen van Christus te veranderen. Jullie beschouwen Christus als een onsterfelijke of een wijsgeer, maar niemand beschouwt Christus als een normaal mens met een goddelijke essentie. Daarom zijn velen die er dag en nacht naar verlangen om God te zien in werkelijkheid vijanden van God en onverenigbaar met Hem. Is dit niet een fout van de kant van de mens? Zelfs nu denken jullie nog steeds dat jullie geloof en loyaliteit voldoende zijn om jullie waardig te maken om het gelaat van Christus te zien, maar ik spoor jullie aan je toe te rusten met dingen die meer praktisch zijn! Dit doe ik omdat in het verleden, het heden en de toekomst velen van degenen die in contact komen met Christus hebben gefaald of zullen falen; zij spelen allemaal de rol van de farizeeën. Wat is de reden voor jullie falen? Dat komt nu juist omdat er in jullie opvattingen een God bestaat die verheven is en bewondering verdient. Maar de waarheid is niet zoals de mens zou willen. Niet alleen is Christus niet verheven, maar Hij is bijzonder klein; niet alleen is Hij een mens, maar Hij is een gewone mens; niet alleen kan Hij niet opstijgen naar de hemel, maar Hij kan zich zelfs niet vrij over de aarde bewegen. En omdat dit het geval is, behandelen mensen Hem zoals ze een gewone mens zouden behandelen; ze behandelen Hem nonchalant wanneer ze met Hem zijn, en ze spreken achteloos tegen Hem, terwijl ze nog steeds wachten op de komst van de ‘werkelijke Christus’. Jullie beschouwen de Christus die al gekomen is als een gewone mens, en Zijn woord als dat van een gewone mens. Daarom hebben jullie niets ontvangen van Christus. In plaats daarvan hebben jullie je eigen slechtheid volledig en in het volle licht tentoongesteld.

Voorafgaand aan je contact met Christus geloof je wellicht dat je gezindheid volledig getransformeerd is, dat je een loyale volgeling van Christus bent, en dat jij de meest waardige persoon bent om de zegeningen van Christus te ontvangen. En je gelooft ook dat je, omdat je veel gereisd hebt, veel werk hebt gedaan, en veel vruchten hebt voortgebracht, zeker iemand bent die aan het eind de kroon ontvangt. Maar er is één waarheid die je misschien niet kent: de verdorven gezindheid van de mens en zijn opstandigheid en weerstand komen aan het licht als hij Christus ziet – en de opstandigheid en weerstand die op dat moment aan het licht komen, komen volkomen en volledig aan het licht, meer dan op enig ander moment. Omdat Christus de Mensenzoon is – een Mensenzoon die normale menselijkheid heeft – eert of respecteert de mens Hem niet. Omdat God in het vlees leeft, komt de opstandigheid van de mens zo duidelijk en in levendig detail aan het licht. Dus ik zeg dat de komst van Christus alle opstandigheid van de mensheid tevoorschijn heeft doen komen en de natuur van de mensheid duidelijk in de schijnwerpers heeft gezet. Dit wordt ook genoemd: ‘een tijger van de berg lokken’, en ‘een wolf uit zijn grot lokken’. Durf je te veronderstellen dat je loyaal aan God bent? Durf je te veronderstellen dat je absolute gehoorzaamheid aan God toont? Durf je te veronderstellen dat je niet opstandig bent? Sommigen zullen zeggen: als God mij in een nieuwe omgeving plaatst, dan onderwerp ik mij steevast zonder morren, en bovendien koester ik geen opvattingen over God. Sommigen zullen zeggen: welke taak God mij ook geeft, ik vervul die zo goed als ik kan en zonder enige nalatigheid. In dat geval, vraag ik jullie het volgende: kunnen jullie verenigbaar zijn met Christus als jullie met Hem leven? En hoe lang zijn jullie verenigbaar met Hem? Eén dag? Twee dagen? Eén uur? Twee uur? Jullie geloof is dan misschien prijzenswaardig, maar jullie zijn niet erg standvastig. Als je werkelijk met Christus leeft dan komt je zelfgenoegzaamheid en zelfingenomenheid stukje bij beetje aan het licht door je woorden en daden; en ook je aanmatigende begeerten, je ongehoorzame instelling en ontevredenheid worden vanzelfsprekend openbaar. Ten slotte wordt je arrogantie steeds groter totdat je op even gespannen voet staat met Christus, als water met vuur – en dan zal je aard volledig aan het licht komen. Op dat moment kunnen je opvattingen niet langer verborgen blijven, en ook je klachten zullen spontaan tot uitdrukking komen, en je ontaarde menselijkheid zal volledig aan het licht komen. Echter, zelfs dan zul je je eigen opstandigheid blijven ontkennen. In plaats daarvan geloof je dat een Christus zoals deze niet gemakkelijk door de mens aanvaard kan worden, dat Hij te veeleisend is ten aanzien van de mens, en dat je je volledig zou onderwerpen als Hij alleen maar een wat vriendelijker Christus was. Jullie geloven dat jullie je opstandigheid altijd kunnen rechtvaardigen, en dat jullie alleen opstandig tegen Hem zijn nadat Christus jullie tot over een bepaalde grens heeft gedreven. Nooit hebben jullie bedacht dat jullie hebben gefaald om Christus als God te beschouwen en ook in jullie intentie om Hem te gehoorzamen. Maar je houdt liever hardnekkig vol dat Christus moet werken volgens jouw wensen, en zodra er maar één ding is waarin Hij dat niet doet, dan geloof je dat Hij geen God is, maar een mens. Zijn er niet velen onder jullie die het met Hem op deze manier aan de stok hebben gehad? Wie is dit nu eigenlijk in wie jullie geloven? En op welke manier zoeken jullie?

uit ‘Degenen die onverenigbaar zijn met Christus zijn beslist tegenstanders van God’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 305

Jullie verlangen er altijd naar Christus te zien, maar ik spoor jullie aan jezelf niet zo hoog te achten; iedereen kan Christus zien, maar ik zeg dat niemand geschikt is om Christus te zien. De natuur van de mens is vervuld van kwaad, arrogantie en opstandigheid, en op het moment dat je Christus ziet, zal je natuur je vernietigen en je ten dode veroordelen. Je omgang met een broeder (of een zuster) zegt wellicht niet zoveel over je, maar het is niet zo gemakkelijk wanneer je omgaat met Christus. Op elk moment kunnen je opvattingen wortel schieten, kan je arrogantie groeien, en kan je opstandigheid vrucht dragen. Hoe kun je met zo’n menselijkheid geschikt zijn om met Christus om te gaan? Ben je werkelijk in staat om Hem te behandelen als God, elk moment van elke dag? Zul je werkelijk de realiteit hebben van onderwerping aan God? Jullie aanbidden de verheven God in jullie hart als Jehova, terwijl jullie de zichtbare Christus beschouwen als mens. Jullie verstand is té inferieur en jullie menselijkheid is té zeer ontaard! Jullie zijn niet in staat om Christus altijd als God te beschouwen; alleen bij gelegenheid, als je het graag wilt, grijp je je aan Hem vast en aanbid je Hem als God. Dit is de reden dat ik zeg dat jullie niet in God geloven, maar dat jullie een groep handlangers zijn die tegen Christus vechten. Zelfs mensen die vriendelijk zijn voor anderen worden beloond, maar Christus, die zo’n werk onder jullie gedaan heeft, heeft van de mens noch liefde, noch vergoeding of onderwerping ontvangen. Is dat niet iets hartverscheurends?

Misschien heb je gedurende je jaren van geloof in God nooit iemand vervloekt of nooit een slechte daad begaan, maar kun je, in je omgang met Christus, toch de waarheid niet spreken, niet eerlijk handelen, en niet het woord van Christus gehoorzamen; in dat geval zeg ik dat je de meest duistere en kwaadaardige persoon ter wereld bent. Misschien ben je uitzonderlijk hartelijk en toegewijd aan je familieleden, vrienden, vrouw (of man), zonen en dochters en ouders, en maak je nooit misbruik van anderen. Echter, als je niet verenigbaar en in harmonie met Christus bent – zelfs als je al het jouwe uitput om je naasten te helpen of zorgvuldig te zorgen voor je vader, moeder en gezinsleden – dan zeg ik dat je nog steeds slecht bent, en bovendien vol van sluwe listen. Denk niet dat je verenigbaar bent met Christus alleen maar omdat je goed met anderen omgaat of een paar goede daden doet. Denk je dat je met je liefdadige bedoeling een zegen van de hemel kunt ontfutselen? Denk je dat het doen van een paar goede daden je gehoorzaamheid kan vervangen? Niemand van jullie kan accepteren om behandeld en gesnoeid te worden en iedereen vindt het moeilijk om de normale menselijkheid van Christus te aanvaarden, ondanks dat jullie steeds rondbazuinen over jullie gehoorzaamheid aan God. Zo’n geloof als dat van jullie zal een passende vergelding met zich meebrengen. Geef je niet langer over aan fantasierijke illusies en het verlangen Christus te zien, want jullie zijn te klein van gestalte, zelfs zo dat jullie het niet eens waard zijn om Hem te zien. Als je volledig gereinigd bent van je opstandigheid en in harmonie met Christus kunt zijn, dan zal op dat moment God vanzelfsprekend aan je verschijnen. Als je God wilt zien zonder dat je gesnoeid bent of oordeel ondergaan hebt, dan zul je beslist een tegenstander van God worden en dan ben je bestemd voor vernietiging. De natuur van de mens is intrinsiek vijandig ten opzichte van God, want alle mensen zijn onderworpen aan Satans meest diepgaande verdorvenheid. Als de mens probeert met God om te gaan vanuit zijn eigen verdorvenheid, dan staat vast dat daar niets goeds uit kan voortkomen; zijn daden en woorden zullen beslist en telkens weer zijn verdorvenheid aan het licht doen komen, en in zijn omgang met God zal zijn opstandigheid in elk opzicht openbaar worden. Onbewust komt de mens in opstand tegen Christus, gaat hij Christus bedriegen, en Christus verloochenen; als dit gebeurt komt de mens in een nog hachelijker situatie, en als dit voortduurt wordt hij aan straf onderworpen.

Sommigen geloven wellicht dat, als omgang met God zo gevaarlijk is, het misschien verstandiger is om God op afstand te houden. Wat kunnen zulke mensen eventueel winnen? Kunnen ze loyaal aan God zijn? Zeker, omgang met God is heel moeilijk, maar dat is alleen omdat de mens verdorven is en niet omdat God niet in staat is om met hem om te gaan. Het zou het beste voor jullie zijn als je meer moeite deed voor de waarheid om jezelf te kennen. Waarom hebben jullie geen gunst gevonden bij God? Waarom is jullie gezindheid weerzinwekkend voor Hem? Waarom roept jullie spreken Zijn afkeer op? Zodra jullie een beetje loyaliteit hebben getoond zijn jullie trots op jezelf en eisen jullie een beloning voor een kleine bijdrage. Jullie kijken op anderen neer als jullie een greintje gehoorzaamheid hebben getoond, en jullie worden minachtend naar God als jullie een kleine taak hebben verricht. Voor het ontvangen van God vraag je geld, giften en complimenten. Het geeft jullie hartzeer om één of twee munten te geven; en als je er tien geeft, wens je zegeningen te ontvangen en met aanzien behandeld te worden. Een menselijkheid als die van jullie is werkelijk aanstootgevend om over te spreken of van te horen. Is er iets prijzenswaardig in jullie woorden en daden? Zowel degenen die hun plicht vervullen als degenen die dat niet doen, zowel degenen die leiden als die volgen, zowel degenen die God ontvangen als degenen die dat niet doen, zowel degenen die geven als degenen die dat niet doen, zowel degenen die preken als degenen die het woord ontvangen, enzovoort: al deze mensen prijzen zichzelf. Vinden jullie dit niet belachelijk? Jullie weten heel goed dat je in God gelooft, maar jullie kunnen je toch niet met God verenigen. Terwijl jullie heel goed weten dat jullie totaal niets waard zijn, volharden jullie in opschepperij. Voelen jullie niet dat jullie verstand verslechterd is, zo erg dat jullie geen zelfcontrole meer hebben? Hoe kunnen jullie met een dergelijk verstand geschikt zijn om met God om te gaan? Zijn jullie niet bang voor jezelf op dit punt? Jullie gezindheid is al verslechterd tot het punt waar je niet verenigbaar kunt zijn met God. Nu dit het geval is, is jullie geloof dan niet belachelijk? Is jullie geloof niet bespottelijk? Hoe ga je je toekomst aanpakken? Hoe ga je het pad kiezen waarop je gaat wandelen?

uit ‘Degenen die onverenigbaar zijn met Christus zijn beslist tegenstanders van God’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 306

Ik heb zoveel woorden uitgedrukt en heb ook mijn wil en gezindheid tot uitdrukking gebracht, maar toch zijn mensen nog steeds niet in staat om mij te kennen en in mij te geloven. Je zou ook kunnen zeggen dat ze nog steeds niet in staat om mij te gehoorzamen. Degenen die vanuit de Bijbel leven, zij die leven vanuit de wet, zij die aan het kruis leven, zij die volgens de leer leven, zij die leven te midden van het werk dat ik vandaag doe – wie van hen is verenigbaar met mij? Jullie denken alleen aan het ontvangen van zegeningen en beloningen en hebben nooit een gedachte gewijd aan hoe je met mij verenigbaar kunt zijn, of hoe je kunt voorkomen een vijand van mij te worden. Ik ben zo teleurgesteld in jullie, want ik heb jullie zoveel gegeven, maar ik heb zo weinig van jullie gekregen. Jullie bedrog, jullie arrogantie, jullie hebzucht, jullie extravagante verlangens, jullie verraad, jullie ongehoorzaamheid – welke van deze kon aan mijn opmerkzaamheid ontsnappen? Jullie zijn onzorgvuldig met mij, jullie houden me voor de gek, jullie beledigen mij, jullie proberen mij te vleien, jullie persen me af, jullie buiten mij uit voor offers – hoe zou zo’n kwaadaardigheid mijn bestraffing kunnen ontgaan? Jullie kwade gedrag is een bewijs van jullie vijandschap tegen mij en is een bewijs dat jullie niet verenigbaar met mij zijn. Iedereen van jullie gelooft dat hij zo verenigbaar met mij is, maar als dat het geval zou zijn, op wie is dan zo’n onweerlegbaar bewijs van toepassing? Jullie geloven dat jullie de grootste oprechtheid en loyaliteit jegens mij bezitten. Jullie denkt dat jullie zo goedhartig zijn, zo medelevend en dat jullie zoveel aan mij hebben toegewijd. Jullie denken dat jullie genoeg voor me hebben gedaan. Maar hebben jullie deze overtuigingen ooit vergeleken met jullie eigen gedrag? Ik zeg jullie dat jullie in overvloedige mate arrogant, hebzuchtig en plichtmatig zijn; de kunstjes waarmee jullie me voor de gek houden zijn al te vindingrijk en jullie hebben al te veel verachtelijke intenties en methoden. Jullie loyaliteit is te zwak, jullie oprechtheid is te schaars en jullie geweten ontbreekt nog meer. Er is te veel boosaardigheid in jullie harten, en niemand ontkomt aan jullie boosaardigheid, zelfs ik niet. Jullie sluiten me buiten omwille van jullie kinderen, of jullie echtgenoten, of jullie eigen zelfbehoud. In plaats van om mij te geven, geven jullie om jullie familie, jullie kinderen, jullie status, jullie toekomst en jullie eigen voldoening. Wanneer hebben jullie ooit aan mij gedacht terwijl jullie spraken of handelden? Als het koud weer is, wenden jullie gedachten zich tot jullie kinderen, jullie echtgenoten of jullie ouders. Als het warm weer is, heb ik ook geen plaats in jullie gedachten. Wanneer je je plicht doet, denk je aan je eigen belangen, aan je eigen persoonlijke veiligheid, aan de leden van je gezin. Wat heb je ooit gedaan dat voor mij was? Wanneer heb je ooit aan mij gedacht? Wanneer ooit heb je jezelf, tegen elke prijs, toegewijd aan mij en mijn werk? Waar is het bewijs van je verenigbaarheid met mij? Waar is de realiteit van je trouw aan mij? Waar is de realiteit van je gehoorzaamheid aan mij? Wanneer zijn jouw intenties niet geweest om mijn zegeningen te verkrijgen? Jullie houden me voor de gek en bedriegen mij, jullie spelen met de waarheid en verhullen het bestaan van de waarheid en verraden de inhoud van de waarheid. Jullie plaatsen jezelf zo vijandig tegenover mij, dus wat staat jullie te wachten in de toekomst? Jullie zoeken alleen naar verenigbaarheid met een vage God en zoeken slechts een vaag geloof, maar toch zijn jullie niet verenigbaar met Christus. Zal jullie misdadigheid niet dezelfde vergelding ontvangen als die wat de goddelozen verdienen? Op dat moment zullen jullie je realiseren dat niemand die niet verenigbaar met Christus is de dag van toorn kan ontvluchten en jullie zullen ontdekken wat voor vergelding zal worden gebracht aan hen die vijandig tegenover Christus staan. Wanneer die dag aanbreekt, zullen jullie dromen om gezegend te worden voor jullie geloof in God en om toegang te krijgen tot de hemel, allemaal in duigen vallen. Maar niet zo voor hen die verenigbaar zijn met Christus. Hoewel ze zoveel hebben verloren, hoewel ze veel ellende hebben geleden, zullen ze de hele erfenis ontvangen die ik aan de mensheid zal nalaten. Uiteindelijk zullen jullie begrijpen dat alleen ik de rechtvaardige God ben en dat alleen ik in staat ben om de mensheid naar diens prachtige bestemming te brengen.

uit ‘Je zou de weg van verenigbaarheid met Christus moeten zoeken’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 307

God heeft veel aan mensen toevertrouwd en heeft ook hun intrede op talloze manieren aangepakt. Maar het kaliber van mensen is behoorlijk ondermaats. Daarom hebben veel woorden van God geen wortel kunnen schieten. Er zijn verschillende redenen voor dit ondermaatse kaliber aan te voeren. Denk bijvoorbeeld aan de verdorven gedachten en moraliteit van de mens en een gebrekkige opvoeding; feodaal bijgeloof dat het hart van de mens fors in zijn greep heeft gekregen; verdorven en ontaarde levensstijlen die onderdak hebben geboden aan veel kwaad in de diepste schuilhoeken van het mensenhart; een oppervlakkig begrip van culturele geletterdheid, met bijna 98 procent van de mensen zonder scholing in culturele geletterdheid en bovendien zeer weinigen die op een hoger cultureel niveau worden onderwezen. Daarom hebben mensen eigenlijk geen idee van wat er met God of de Geest wordt bedoeld, maar alleen een vaag en onduidelijk beeld van God op basis van feodaal bijgeloof. Verderfelijke invloeden die duizenden jaren van ‘de verheven geest van het nationalisme’ diep in het mensenhart hebben achtergelaten alsmede het feodale denken waardoor mensen gebonden en geketend zijn, zonder greintje vrijheid, zonder wil om ergens naar te streven of in te volharden, zonder verlangen om vooruitgang te maken, maar in plaats daarvan een passieve en regressieve houding aannemen, vastgeroest in een slavenmentaliteit, enzovoorts – deze objectieve factoren hebben voor een onuitwisbaar vuile en lelijke waas over de ideologische zienswijze, idealen, moraliteit en gezindheid van de mensheid gezorgd. Het lijkt wel of mensen in een terroristische wereld van duisternis leven, die niemand van hen wil ontstijgen. Niemand onder hen is van plan om naar een ideale wereld over te gaan, nee, ze nemen kennelijk genoegen met hun levenslot. Ze vinden het genoeg om hun dagen te slijten met het krijgen en grootbrengen van kinderen, zich in te spannen, te zweten, hun taken te doen, te dromen van een comfortabel en gelukkig gezin, van affectie in het huwelijk, van respectvolle kinderen, van vreugde in de nadagen van hun leven terwijl ze vredig naar het einde toeleven … Mensen verdoen al tientallen, duizenden, tienduizenden jaren tot op heden hun tijd op deze manier. Niemand creëert een volmaakt leven, allen zijn alleen uit op wederzijdse afslachting in deze duistere wereld, in de race naar roem en rijkdom, en op het smeden van complotten tegen elkaar. Wie heeft ooit Gods wil gezocht? Heeft iemand ooit acht geslagen op het werk van God? Alle aspecten van de menselijkheid beïnvloed door de duisternis zijn al sinds heel lang de menselijke natuur. Het is dan ook erg moeilijk om het werk van God uit te voeren en mensen hebben nog minder de neiging om acht te slaan op wat God ze tegenwoordig heeft toevertrouwd. Hoe dan ook, mensen hebben er vast geen moeite mee dat ik deze woorden bezig. Waar ik over spreek, is immers de geschiedenis van duizenden jaren. Over geschiedenis praten betekent feiten en bovendien schandalen die voor iedereen duidelijk zijn. Wat heeft het dan voor zin om te zeggen wat tegen feiten ingaat? Maar ik denk ook dat redelijke mensen bij het zien van deze woorden zullen ontwaken en naar vooruitgang zullen streven. God hoopt dat mensen in vrede en naar tevredenheid kunnen leven en werken en tegelijkertijd God kunnen liefhebben. Het is Gods wil dat de hele mensheid rust mag ingaan. Gods nog grotere verlangen dan dit is het hele land vullen met Gods heerlijkheid. Het is gewoon jammer dat mensen in vergetelheid verzonken en ingedut blijven, zo erg verdorven door Satan dat ze niet meer op mensen lijken. Het menselijk denken, de moraliteit en de opvoeding vormen een belangrijke schakel, met training in culturele geletterdheid als tweede schakel, om het culturele kaliber van mensen op te vijzelen en hun geestelijke zienswijze te veranderen.

uit ‘Werk en intrede (3)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 308

In de levenservaringen van mensen, denken ze vaak bij zichzelf, ik heb mijn familie en carrière opgegeven voor God en wat heeft Hij mij gegeven? Ik moet het bij elkaar optellen en bevestigen – heb ik de laatste tijd zegeningen ontvangen? Ik heb veel gegeven in deze tijd, ik ben druk in de weer geweest en heb veel geleden – heeft God me in ruil daarvoor beloftes gegeven? Heeft Hij mijn goede daden onthouden? Wat zal mijn einde zijn? Kan ik Gods zegeningen ontvangen? … Ieder mens maakt voortdurend en regelmatig zulke berekeningen in zijn hart en hij stelt eisen aan God met daarin zijn motivaties, ambities en deals. Dat wil zeggen dat de mens in zijn hart God voortdurend uitprobeert, voortdurend plannen aangaande God bedenkt en voortdurend met God in discussie is ter wille van zijn eigen einde en probeert een verklaring van God af te dwingen, om te zien of God hem kan geven wat hij wil. Terwijl de mens God nastreeft, behandelt hij God niet als God. De mens heeft altijd geprobeerd met God zaken te doen, onophoudelijk eisen aan Hem te stellen en zelfs bij elke stap druk op Hem uit te oefenen, door te proberen Zijn hele hand te nemen als hem slechts een vinger is gegeven. Terwijl hij overeenkomsten probeert te sluiten met God, maakt de mens ook ruzie met Hem en er zijn zelfs mensen die, wanneer er beproevingen plaatsvinden of wanneer ze in bepaalde situaties verkeren, vaak zwak, passief en slap worden in hun werk en klagen over God. Vanaf het moment dat hij voor het eerst in God begon te geloven, heeft de mens God beschouwd als een hoorn des overvloeds, een Zwitsers zakmes en heeft hij zichzelf beschouwd als de grootste schuldeiser van God, alsof zegeningen en beloften van God proberen te krijgen, zijn inherente recht en verbintenis was, terwijl het Gods verantwoordelijkheid was om de mens te beschermen, te verzorgen en voor hem te voorzien. Dat is het basisbegrip van ‘geloof in God’ van allen die in God geloven en ten diepste hun begrip van het concept van het geloof in God. Van het wezen van de menselijke natuur tot aan zijn subjectieve streven, heeft niets te maken met de vrees voor God. Het doel van de mens om in God te geloven kan onmogelijk iets te maken hebben met de aanbidding van God. Dat wil zeggen, de mens heeft nooit overwogen of begrepen dat het geloof in God, godvrezendheid en aanbidding van God vereist. In het licht van dergelijke omstandigheden is het menselijke wezen duidelijk. En wat is dit wezen? Het is dat het hart van de mens kwaadaardig is, dat het onderdak biedt aan verraad en bedrog, dat het niet van eerlijkheid en rechtvaardigheid houdt, of van dat wat positief is en het verachtelijk en hebzuchtig is. Het hart van de mens kan niet nog méér gesloten zijn voor God; hij heeft het helemaal niet aan God gegeven. God heeft nooit het ware hart van de mens gezien, noch is Hij ooit door de mens aanbeden. Hoe hoog de prijs ook is die God betaalt, hoeveel werk Hij ook doet of hoeveel Hij ook aan de mens geeft, de mens blijft er blind voor en volkomen onverschillig onder. De mens heeft nooit zijn hart aan God gegeven, hij wil alleen aan zijn eigen hart denken, om zijn eigen beslissingen te nemen – met als ondertoon dat de mens niet de weg wil volgen van God vrezen en het kwaad mijden, of de soevereiniteit en de regelingen van God gehoorzamen, noch God als God wil aanbidden. Zo staat de mens er vandaag de dag voor.

uit ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf II’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 309

Komen niet juist veel mensen tegen God in opstand en werken zij het werk van de Heilige Geest niet juist tegen omdat ze het gevarieerde en veelzijdige werk van God niet kennen, en bovendien slechts een fractie bezitten aan kennis en doctrine waarmee het werk van de Heilige Geest gemeten kan worden? Hoewel de ervaringen van dergelijke mensen oppervlakkig zijn, zijn ze van nature arrogant en toegeeflijk en kijken zij met minachting naar het werk van de Heilige Geest, negeren ze de disciplines van de Heilige Geest en gebruiken ze bovendien hun onbeduidende, oude argumenten om het werk van de Heilige Geest te bevestigen. Zij spelen ook komedie en zijn helemaal overtuigd van hun eigen geleerdheid en uitgebreide kennis, en dat ze over de hele wereld kunnen reizen. Worden dergelijke mensen niet verafschuwd en verworpen door de Heilige Geest, en zullen ze niet geëlimineerd worden door het nieuwe tijdperk? Zijn zij die voor God komen en zich openlijk tegen Hem verzetten niet onwetende en ongeïnformeerde kleine mensen die alleen maar proberen te laten zien hoe briljant ze zijn? Met slechts weinig kennis van de Bijbel proberen zij zich tegenover de ‘academische wereld’ op te stellen. Met slechts een oppervlakkige doctrine om mensen wat bij te brengen, proberen ze het werk van de Heilige Geest om te keren en het in te passen in hun eigen denkpatroon; en kortzichtig als ze zijn, proberen ze in één vluchtige blik zesduizend jaar van Gods werk te zien. Deze mensen hebben geen enkel verstand van spreken! In feite is het zo dat hoe meer kennis mensen van God hebben, hoe langzamer ze zijn om Zijn werk te beoordelen. Bovendien praten ze maar weinig over hun kennis van Gods werk van vandaag en zijn ze niet lichtvaardig in hun oordeel. Hoe minder ze van God weten, hoe arroganter en overmoediger mensen zijn en hoe willekeuriger ze Gods wezen proclameren. Maar het is slechts theorie en ze bieden geen echt bewijs. Zulke mensen zijn geenszins van waarde. Zij die het werk van de Heilige Geest zien als een spelletje zijn onnozel! Zij die niet opletten als ze worden geconfronteerd met het nieuwe werk van de Heilige Geest, die hun woordje snel klaar hebben, snel zijn om te oordelen, die hun natuurlijke instinct de vrije teugel geven om de juistheid van het werk van de Heilige Geest te ontkennen, en dit ook te beledigen en te belasteren, zouden zulke respectloze mensen het werk van de Heilige Geest kennen? Zijn zij daarnaast niet ook degenen die arrogantie vertonen, die inherent trots en onbestuurbaar zijn? Zelfs als er een dag komt waarop zulke mensen het nieuwe werk van de Heilige Geest aanvaarden, zal God hen nog steeds niet tolereren. Ze kijken niet alleen neer op degenen die werken voor God, maar lasteren ook tegen God Zelf. Dergelijke onbezonnen mensen zullen geen vergeving ontvangen, noch in dit tijdperk noch in het komende, en zij zullen eeuwig vergaan in de hel! Dergelijke respectloze, toegeeflijke mensen doen alsof ze in God geloven en hoe meer ze dat doen, des te waarschijnlijker het is dat ze Gods bestuurlijke decreten zullen beledigen. Bewandelen al deze arrogante mensen, die van nature teugelloos zijn en nooit iemand gehoorzaamd hebben, niet dit pad? Keren zij zich niet dagelijks tegen God, tegen Hem die altijd nieuw is en nooit oud?

uit ‘Het kennen van de drie fases van Gods werk is de weg naar het kennen van God’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 310

Kennis van de cultuur en geschiedenis van lang geleden, die duizenden jaren bestrijken, heeft de gedachten, opvattingen en geestelijke horizon van de mens zo strak afgesloten, dat deze ondoordringbaar en niet biologisch afbreekbaar zijn.[1] Mensen leven in de achttiende kring van de hel, waar het licht nooit zichtbaar is, net alsof ze door God naar de kerkers zijn verbannen. Het feodale denken heeft mensen zozeer onderdrukt, dat ze nauwelijks kunnen ademen en dat ze aan het verstikken zijn. Ze hebben niet het minste beetje kracht om zich te verzetten, en ondergaan het maar rustig aan … Nooit heeft er een het aangedurfd te vechten of op te staan voor rechtvaardigheid en gerechtigheid; mensen leven gewoon een slechter leven dan dat van een dier, onder de slagen en de uitbuiting van feodale ethiek, dag na dag en jaar na jaar. Het is nooit in hen opgekomen God te zoeken om geluk te genieten in de mensenwereld. Het is alsof de mens neergeslagen is, zoals de afgevallen blaadjes van de herfst, verdord en bruin geworden. De mens heeft lang geleden zijn geheugen verloren en leeft hulpeloos in de hel genaamd de mensenwereld, en wacht op de komst van de laatste dag zodat zij allemaal samen met de hel mogen vergaan, alsof de laatste dag waar zij naar verlangen de dag is dat zij rustige vrede zullen genieten. Feodale ethiek heeft het leven van de mens naar het ‘dodenrijk’ gebracht, waardoor de kracht van de mens om zich te verzetten nog verder is verzwakt. Verscheidene soorten onderdrukking dwongen de mens om steeds dieper de put van het dodenrijk in te vallen, en verder weg van God. Nu is God een volkomen vreemde voor de mens geweest en de mens gaat Hem nog steeds haastig uit de weg wanneer zij elkaar tegenkomen. De mens neemt Hem niet in acht en isoleert Hem alsof de mens Hem nooit eerder gekend of gezien heeft. God heeft gedurende de lange reis van het menselijk leven gewacht, maar heeft nooit Zijn onbedwingbare woede naar de mens geslingerd. Hij heeft enkel in stilte gewacht tot de mens zich zou bekeren en opnieuw zou beginnen. God is lang geleden naar de mensenwereld gekomen en ondergaat hetzelfde lijden als de mens. Hij heeft vele jaren met de mens geleefd en niemand heeft Zijn bestaan ontdekt. God verdraagt alleen in stilte de ellende van schamelheid in de mensenwereld, terwijl Hij het werk doet dat Hij in persoon heeft gebracht. Hij blijft standhouden omwille van de wil van God de Vader, en omwille van de behoeften van de mens heeft Hij standgehouden en pijn geleden die de mens nooit eerder heeft ervaren. Onder de mensen heeft Hij hen stilletjes gediend en Zich vernederd, naar de wil van God de Vader en de noden van de mensheid. De kennis van een oude cultuur heeft de mens stiekem uit de tegenwoordigheid van God gehaald en de mens overgeleverd aan de koning van de duivels en zijn zonen. De Vier Boeken en Vijf Klassiekers[a] hebben de gedachtegang en opvattingen van de mens in een ander tijdperk van opstandigheid gebracht, waardoor de mens nog verder degenen die de Vier Boeken en Vijf Klassiekers schreven begon te aanbidden en zijn opvattingen over God nog versterkte. Zonder dat de mens het wist, verstiet de koning van de duivels God harteloos uit het hart van de mens en nam dat toen zelf met triomfantelijke vreugde in bezit. Sinds die tijd verwierf de mens een lelijke, slechte ziel en het gelaat van de koning van de duivels. Een haat tegen God vulde zijn borstkas en de kwaadaardigheid van de koning van de duivels verspreidde zich dag na dag doorheen de mens totdat de mens volledig verteerd was. De mens had niet langer ook maar de geringste vrijheid en kon op geen enkele manier losbreken van de worstelingen van de koning van de duivels. Hij kon enkel maar ter plekke gevangen worden genomen, zich overgeven en in onderwerping neervallen in aanwezigheid van de koning van de duivels. Lang geleden, toen het hart en de ziel van de mens nog maar kort bestonden, plantte de koning van de duivels daarin het zaad van de tumor van het atheïsme en onderwees hij de mens dwalingen zoals “leer over wetenschap en technologie, realiseer de Vier Modernisaties, er is geen God in de wereld.” Niet alleen dat, maar hij verkondigde herhaaldelijk: “Laten we een prachtig vaderland bouwen door onze nijvere arbeid,” waarbij hij iedereen vroeg om vanaf hun kindertijd bereid te zijn hun land te dienen. De mens werd onbewust voor hem gebracht en hij eiste zonder aarzeling de eer voor zichzelf op (met betrekking tot God die de gehele mensheid in Zijn hand houdt). Nooit had hij enig schaamtebesef. Bovendien zette hij Gods volk schaamteloos gevangen in zijn huis, terwijl hij als een muis op de tafel sprong en zich door de mens als God liet aanbidden. Wat een desperado is het toch. Hij schreeuwt zulke schokkende schandalen uit als: “Er is geen God in de wereld. De wind ontstaat door natuurwetten; de regen is vochtigheid die condenseert en als druppels naar de aarde valt; een aardbeving is het schudden van de aardoppervlakte ten gevolge van geologische veranderingen; droogte komt door droogheid in de lucht die veroorzaakt wordt door kernfysische storingen aan de oppervlakte van de zon. Dit zijn natuurverschijnselen. Welke hand heeft God hierin?” Er zijn er zelfs die uitspraken zoals deze uitroepen, uitspraken die geen stem zouden moeten krijgen: “De mens is in het verre verleden uit apen geëvolueerd en de huidige wereld komt voort uit een opeenvolging van primitieve samenlevingen vanaf ongeveer duizend miljoen jaar geleden. Of een land bloeit of valt, is in handen van zijn bevolking.” Op de achtergrond laat hij zich door de mens aan de muur hangen of op tafel plaatsen om hem eer te bewijzen en offers aan hem te brengen. Terwijl hij uitroept: “Er is geen God,” beschouwt hij zichzelf als God en duwt God genadeloos buiten de grenzen van de aarde. Hij staat op Gods plaats en handelt als de koning van de duivels. Wat vreselijk lachwekkend! Hij zorgt ervoor dat je verteerd wordt door een giftige haat. Het lijkt alsof God zijn aartsvijand is en God niet meer met hem te verzoenen is. Hij smeedt snode plannen om God weg te jagen terwijl hij ongestraft blijft en vrij rondloopt.[2] Hij is zo’n koning van duivels! Hoe kunnen we zijn bestaan tolereren? Hij zal niet rusten tot hij het werk van God verstoord heeft en aan flarden en aan rafels heeft gelaten,[3] alsof hij God tot het einde toe wil tegenwerken totdat ofwel de vis dood gaat of het net breekt. Hij gaat opzettelijk in tegen God en komt steeds dichterbij. Zijn weerzinwekkende gezicht is lang geleden volledig ontmaskerd en is nu bont en blauw,[4] in een wanhopige situatie, maar toch geeft hij niet op in zijn haat tegen God, alsof hij wenst dat hij God volledig zou kunnen verslinden in een grote hap om de haat in zijn hart te verlichten. Hoe kunnen we hem tolereren, deze gehate vijand van God! Enkel zijn uitroeiing en volledige vernietiging zal onze levenswens tot bloei laten komen. Hoe kan hem toegestaan worden ongebreideld voort te gaan op deze manier? Hij heeft de mens tot zulk een staat aangetast dat de mens het licht van de hemel niet meer ziet en doods en afgestompt wordt. De mens heeft zijn normale menselijke redeneringsvermogen verloren. Waarom zouden we ons hele wezen niet opofferen om hem te vernietigen en te verbranden om af te rekenen met alle zorgen voor de toekomst, en het werk van God de kans te geven eerder ongeëvenaarde glorie te bereiken? Deze bende onverlaten is onder de mensheid gekomen en heeft absolute onrust en chaos veroorzaakt. Zij hebben alle mensen tot aan de rand van een afgrond gebracht waarbij ze stiekem van plan zijn hen een zet te geven zodat ze aan stukken vallen en zij hun lijken kunnen verslinden. Zij hebben de ijdele hoop dat ze Gods plan kunnen ontwrichten en met God kunnen wedijveren in een ongelijke weddenschap.[5] Dat is geenszins eenvoudig! Het kruis is tenslotte al klaargezet voor de koning van duivels, die schuldig is aan de meest gruwelijke misdaden. God hoort niet bij het kruis en heeft het al voor de duivel achtergelaten. God is al lang geleden als de overwinnaar opgestaan en voelt geen droefheid meer over de zonden van de mensheid. Hij zal redding brengen aan de gehele mensheid.

uit ‘Werk en intrede (7)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Voetnoten:

1. “Niet afbreekbaar” is hier bedoeld als satire; het betekent dat mensen onbuigbaar zijn wat hun kennis, cultuur en spirituele opvattingen betreft.

2. “Ongestraft blijft en vrij rondloopt” betekent dat de duivel op hol slaat en tekeergaat.

3. “Aan rafels heeft gelaten” verwijst naar hoe het gewelddadige gedrag van de duivel ondraaglijk is om te zien.

4. “Bont en blauw” verwijst naar het lelijke gezicht van de koning van de duivels.

5. “Een ongelijke weddenschap” is een metafoor voor de verraderlijke, sinistere listen van de duivel. Wordt spottend bedoeld.

a. De Vier Boeken en Vijf Klassiekers zijn de gezaghebbende boeken van het confucianisme in China.

Dagelijkse woorden van God Fragment 311

Van boven naar beneden en van begin tot eind heeft Satan het werk van God verstoord en heeft hij tegen Hem gewerkt. Al het gepraat over eeuwenoud cultureel erfgoed, waardevolle kennis over eeuwenoude culturen, de leer van Taoïsme en Confucianisme en Confucianistische klassieken en feodale riten heeft de mens in de hel doen belanden. Geavanceerde moderne wetenschap en technologie, evenals ontwikkelde industrie, landbouw en zaken zijn nergens te zien. Veeleer benadrukt hij eenvoudigweg de feodale riten die gepropageerd worden door de oude ‘apen’ om opzettelijk het werk van God te ontwrichten, tegen te werken en te vernietigen. Niet alleen heeft hij de mens tot op heden geteisterd, maar hij wil de mens volledig verteren[1]. De leer van de feodale ethische gedragscode en het doorgeven van de kennis over eeuwenoude cultuur heeft de mens al heel lang geïnfecteerd en de mens in kleine en grote duivels veranderd. Er zijn er maar een paar die zouden klaarstaan om God te ontvangen en juichend de komst van God zouden verwelkomen. Het gezicht van de mens is gevuld met moord en overal hangt de dood in de lucht. Zij streven ernaar God dit land uit te werpen; met messen en zwaarden in de hand stellen zij zich op om de strijd aan te gaan om God te vernietigen. Er worden afgodsbeelden verspreid doorheen het land van de duivel waar de mens voortdurend onderwezen wordt dat er geen God is. Boven dit land hangt een doordringende misselijkmakende stank van verbrand papier en wierook, die zo dicht is dat hij verstikkend is. Het lijkt de geur van slijk te zijn die opstijgt wanneer de slang kronkelt en zich oprolt en het is genoeg om de mens onwillekeurig te laten kotsen. Bovendien kunnen er vaag snode demonen gehoord worden die Bijbelverzen scanderen. Dit geluid schijnt van ver weg uit de hel te komen, en de mens voelt onwillekeurig een rilling over zijn rug lopen. Door dit hele land zijn er afgodsbeelden in alle kleuren van de regenboog verspreid die het land veranderen in een wereld van sensuele verrukkingen, terwijl de koning van de duivels boosaardig blijft lachen, alsof zijn kwade plan geslaagd is. Ondertussen is de mens zich er in het geheel niet van bewust, noch weet de mens dat de duivel hem al zodanig verdorven heeft dat hij bewusteloos en verslagen is geworden. Hij wenst alles van God weg te vagen en Hem wederom te bezoedelen en te vermoorden; hij is vastberaden Zijn werk af te breken en te verstoren. Hoe zou hij God kunnen toestaan een gelijkwaardige status te bekleden? Hoe kan hij God toestaan ‘Zich te bemoeien’ met zijn werk onder de mensen op aarde? Hoe kan hij God toestaan zijn afschuwelijke gezicht te ontmaskeren? Hoe kan hij God toestaan zijn weerzinwekkende gezicht te ontmaskeren? Hoe kan hij God toestaan zijn werk te ontwrichten? Hoe zou deze duivel, kokend van razernij, God kunnen toestaan het hof van zijn rijk op aarde te beheersen? Hoe zou hij gewillig toegeven dat hij verslagen is? Zijn weerzinwekkende gezicht is ontmaskerd voor wat het is, daarom weet men niet of hij moet lachen of huilen, en het is echt moeilijk om over te praten. Is dat niet zijn wezen? Met een lelijke ziel gelooft hij nog steeds dat hij ongelooflijk mooi is. Deze bende medeplichtigen![2] Ze komen naar beneden onder de stervelingen om zich uit te leven aan pleziertjes en chaos op te stoken. Hun stoornis veroorzaakt wispelturigheid in de wereld en zaait paniek in het hart van de mensen, en ze hebben zo veel met de mensen gesold dat zijn uiterlijk het uiterlijk van een onmenselijk beest van het veld is geworden, uitermate lelijk, waaruit het laatste restje oorspronkelijke heilige mens is verdwenen. Verder wensen zij zelfs soevereine macht op aarde te verkrijgen. Zij belemmeren het werk van God zodat het nauwelijks vooruit kan komen en ze sluiten de mens zo strak af als muren van koper en staal. Ze hebben zo veel ernstige zonden en zo veel rampen veroorzaakt; verwachten ze dan nog iets anders dan tuchtiging? Als ze zoveel zonden begaan hebben en zoveel problemen veroorzaakt hebben, hoe kunnen ze iets anders verwachten dan tuchtiging? Demonen en kwade geesten zijn op hol geslagen op aarde en hebben de wil en moeizame poging van God afgesloten, waardoor ze ondoordringbaar zijn geworden. Wat een doodzonde! Hoe zou God zich niet bezorgd kunnen voelen? Hoe zou God zich niet wraaklustig kunnen voelen? Ze veroorzaken smartelijke hinder en tegenwerking aan het werk van God. Te opstandig! Zelfs die grote en kleine demonen worden hoogmoedig op de kracht van de machtiger duivel en beginnen deining te maken. Zij weerstaan opzettelijk de waarheid ondanks het feit dat ze zich er duidelijk bewust van zijn. Zonen van verzet! Het is alsof ze, nu hun hellekoning de koninklijke troon bestegen heeft, zelfgenoegzaam worden en alle anderen met verachting behandelen. Hoeveel zoeken er de waarheid en volgen gerechtigheid? Ze zijn allemaal beesten zoals varkens en honden, aan het hoofd van een bende stinkende vliegen in het midden van een mesthoop, wiebelen met hun hoofd uit zelfvoldane borstklopperij en veroorzaken allerlei problemen.[3] Ze geloven dat hun hellekoning de grootste van alle koningen is, zonder te beseffen dat zijzelf niet meer zijn dan stinkende vliegen. En toch profiteren ze van de macht van de varkens en honden die hun ouders zijn om het bestaan van God te belasteren. Als nietige vliegjes geloven ze dat hun ouders zo groot zijn als tandwalvissen.[4] Ze beseffen niet dat, hoewel zijzelf miniem zijn, hun ouders onreine varkens en honden zijn, honderden miljoenen malen groter dan zijzelf. Zich niet bewust van hun eigen laagheid slaan zij op hol op de basis van die doordringende stank van die varkens en honden en hebben ze het waanidee toekomstige generaties voort te brengen. Dat is volkomen schaamteloos! Met groene vleugels op hun rug (dit verwijst naar hun bewering dat zij in God geloven), beginnen ze hoogmoedig te worden en scheppen overal op over hun eigen schoonheid en aantrekkelijkheid, terwijl ze stiekem hun onzuiverheden op de mens gooien. En ze zijn zelfs zelfvoldaan, alsof een paar vleugels in de kleuren van de regenboog hun eigen onzuiverheden konden verhullen, en op deze manieren oefenen zij hun onderdrukking uit tegen het bestaan van de ware God (dit verwijst naar wat er gebeurt achter de schermen van de religieuze wereld). Hoe zou de mens kunnen weten dat, hoe betoverend mooi de vleugels van een vlieg ook kunnen zijn, de vlieg zelf uiteindelijk niet meer is dan een miniem wezen met een buik vol smerigheid en een lijf dat bedekt is met ziektekiemen? Op de kracht van hun varkens en honden van ouders slaan zij op hol in dit land (dit verwijst naar de religieuze functionarissen die God vervolgen op basis van sterke ondersteuning van het land, waarbij zij de ware God en de waarheid verraden) met overweldigende felheid. Het is alsof de geesten van de Joodse farizeeërs zijn teruggekeerd samen met God naar de natie van de grote rode draak, terug naar hun oude nest. Ze zijn met nog weer een ronde van vervolging begonnen, waarmee ze hun werk van meerdere duizenden jaren geleden hervatten. Deze groep ontaarde figuren zal zeker sterven op aarde, aan het eind! Het lijkt er op dat na verscheidene millennia, de onreine geesten nog listiger en geniepiger zijn geworden. Ze bedenken onophoudelijk manieren om in het geheim het werk van God te ondermijnen. Ze zijn sluw en geraffineerd en wensen in hun vaderland de tragedie te herhalen van verscheidene duizenden jaren geleden. Dit daagt God haast uit een luide kreet te slaken en Hij kan Zich er nauwelijks van weerhouden naar de derde hemel terug te keren om hen uit te roeien. Als de mens God wil liefhebben moet hij Zijn wil begrijpen en Zijn vreugde en verdriet, evenals wat Hij verafschuwt. Dit zal bevorderlijker zijn voor het binnengaan van de mens. Hoe sneller de mens intrede vindt, des te meer het hart van God tevreden wordt gesteld; hoe duidelijker de mens de koning van de duivels doorziet, des te dichter de mens naar God toe komt zodat Zijn wens vervuld mag worden.

uit ‘Werk en intrede (7)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Voetnoten:

1. “Verteren” verwijst naar het gewelddadige gedrag van de koning van de duivels, die de mensen volledig plundert.

2. “Medeplichtigen” zijn van hetzelfde soort als “een groep gangsters”.

3. “Veroorzaken allerlei problemen” verwijst naar de manier waarop mensen die demonisch zijn, in opstand komen, waardoor zij het werk van God hinderen en weerstaan.

4. “Tandwalvissen” is spottend bedoeld. Het is een metafoor voor het feit dat vliegen zo klein zijn dat varkens en honden voor hen zo groot als walvissen lijken.

Dagelijkse woorden van God Fragment 312

Duizenden jaren lang is dit het land van vuil geweest, het is ondraaglijk smerig, ellende heerst alom, geesten waren overal ongebreideld rond met trucjes en misleiding, ze doen ongefundeerde beschuldigingen,[1] zijn meedogenloos en kwaadaardig, vertreden deze spookstad en laten de plaats bezaaid met dode lichamen achter; de stank van ontbinding bedekt het land en doordringt de lucht, en het wordt zwaar bewaakt.[2] Wie kan de wereld voorbij het uitspansel zien? De duivel knevelt het lichaam van de mens, neemt beide ogen weg en sluit zijn lippen stevig toe. De koning van de duivels raast al enkele duizenden jaren, tot op de dag van vandaag, en houdt nog steeds de spookstad nauwlettend in de gaten, alsof deze een ondoordringbaar paleis van demonen was; deze horde waakhonden staren inmiddels met loerende ogen, ontzettend bang dat God ze onverhoeds zal vangen en ze allemaal zal wegvagen, zonder ze een plek van vrede en geluk te gunnen. Hoe kunnen de mensen van een spookstad zoals deze God ooit hebben gezien? Hebben zij ooit de genegenheid en liefde van God genoten? Welke waardering hebben zij voor de kwesties van de mensenwereld? Wie van hen kan Gods hunkerende wil begrijpen? Het is dan ook niet verwonderlijk dat de vleesgeworden God volslagen verborgen blijft: hoe zou de koning van de duivels die mensen, zonder maar met een oog te knipperen, vermoordt, in een duistere samenleving zoals deze, waar de demonen meedogenloos en onmenselijk zijn, het bestaan van een God kunnen tolereren die liefdevol, vriendelijk en tevens heilig is? Hoe zou hij de komst van God kunnen verwelkomen en toejuichen? Deze lakeien! Zij betalen vriendelijkheid terug met haat, zij verachten God al heel lang, zij doen God kwaad, zij zijn beestachtig tot in het extreme, zij hebben geen greintje achting voor God, zij plunderen en roven, hun geweten is helemaal zoek, zij zijn onverenigbaar met welke vorm van geweten dan ook, en zij verleiden de onschuldigen tot gevoelloosheid. Voorvaderen van de alouden? Geliefde leiders? Zij keren zich allemaal tegen God! Hun bemoeienis heeft alles onder de hemel in een toestand van duisternis en chaos achtergelaten! Godsdienstvrijheid? De wettelijke rechten en belangen van burgers? Die zijn allemaal trucjes om zonde te bedekken! Wie heeft het werk van God omarmd? Wie heeft ooit zijn leven gegeven of bloed vergoten voor het werk van God? Generatie na generatie, van ouders op kinderen, heeft de mens in slavernij God zonder pardon in slavernij gebracht – hoe zou dit geen woede kunnen ontketenen? Duizenden jaren van haat zijn samengebundeld in het hart, duizenden jaren van zonde zijn in het hart gegrift – hoe zou dit geen walging kunnen opwekken? Wreek God, schakel Zijn vijand compleet uit, laat hem niet langer om zich heen grijpen en laat hem geen moeilijkheden meer veroorzaken zoveel hij maar wil! Dit is de tijd: de mens heeft reeds lang geleden al zijn kracht verzameld, hij heeft hiervoor al zijn inzet toegewijd, elke prijs betaald, om het afschrikwekkende gezicht van deze demon af te rukken en mensen, die verblind zijn en allerlei leed en moeilijkheden hebben doorstaan, boven hun pijn uit te laten stijgen en deze boze oude duivel de rug toe te laten keren. Waarom zo’n ondoordringbaar obstakel voor het werk van God optrekken? Waarom diverse trucjes gebruiken om Gods volk te misleiden? Waar is de ware vrijheid en zijn de wettelijke rechten en belangen? Waar is de billijkheid? Waar is de troost? Waar is de warmte? Waarom misleidende plannen gebruiken om Gods volk voor de gek te houden? Waarom de komst van God met dwang onderdrukken? Waarom God niet vrij laten rondgaan op de aarde die Hij heeft geschapen? Waarom God opjagen tot Hij nergens een rustplek voor Zijn hoofd heeft? Waar is de warmte onder de mensen? Waar is het welkom onder de mensen? Waarom zo’n hunkerend verlangen naar God veroorzaken? Waarom God mensen steeds weer tot de orde laten roepen? Waarom God dwingen Zich om Zijn geliefde Zoon zorgen te maken? Waarom laten de trieste waakhonden in deze duistere maatschappij God niet vrijelijk komen en rondgaan in de wereld die Hij heeft geschapen? Waarom heeft de mens geen begrip, de mens die leeft te midden van pijn en leed? God heeft ten behoeve van jullie grote kwelling doorstaan, met grote pijn heeft Hij Zijn geliefde Zoon, Zijn vlees en bloed, aan jullie gegeven – dus waarom sluiten jullie er nog steeds jullie ogen voor? Jullie verwerpen de komst van God en weigeren Gods vriendschap voor het oog van iedereen. Waarom zijn jullie zo gewetenloos? Zijn jullie bereid om het onrecht in een duistere maatschappij als deze te verduren? Waarom proppen jullie jezelf vol met de ‘rotzooi’ van de koning van de duivels in plaats van jullie buik te vullen met duizenden jaren van vijandigheid?

uit ‘Werk en intrede (8)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Voetnoten:

1. “Ze doen ongefundeerde beschuldigingen” verwijst naar de methoden waardoor de duivel mensen schade toebrengt.

2. “Zwaar bewaakt” geeft aan dat de methoden waardoor de duivel mensen leed berokkent bijzonder kwaadaardig zijn en mensen zozeer onder de duim houden dat ze geen ruimte hebben om te bewegen.

Dagelijkse woorden van God Fragment 313

Als de mensen het juiste pad voor het menselijk leven en het doel van Gods management van de mensheid, ten volle konden begrijpen, ten volle konden begrijpen, dan zou hun persoonlijke toekomst en hun eigen bestemming niet zo’n grote plaats in hun hart innemen. Dan zouden ze hun ouders, die nog erger zijn dan zwijnen en honden, niet meer willen dienen. Zijn de toekomst van de mens en zijn bestemming eigenlijk niet zoiets als de hedendaagse, zogenaamde ‘ouders’ van Petrus? Ze staan op hetzelfde niveau als iemands eigen vlees en bloed. Zal het de bestemming en de toekomst van het vlees zijn om God nog tijdens het leven te ontmoeten, of zal de ziel God pas na de dood ontmoeten? Zal het vlees morgen zijn einde vinden in een grote oven in de vorm van beproevingen, of zal het in een brandend vuur zijn? Zijn kwesties zoals deze, aangaande de vraag of het vlees van de mens tegenspoed of lijden zal ondergaan, niet het grootste nieuws waar iedereen in deze stroming die ook maar een beetje verstand heeft en goed bij zijn positieven is, zich het meest mee bezig houdt? (Met het ondergaan van lijden wordt hier bedoeld het ontvangen van zegeningen; lijden betekent dat toekomstige beproevingen goed zijn voor de bestemming van de mens. Met ‘tegenspoed’ wordt bedoeld, het niet in staat zijn om stand te houden of van de wijs gebracht worden; of het betekent dat iemand tijdens een ramp met ongelukkige situaties te maken zal krijgen en zijn leven zal verliezen, en dat er geen geschikte bestemming is voor de ziel.) De mens is toegerust met een gezond redeneringsvermogen, maar misschien is wat hij denkt niet volledig in overeenstemming met de dingen waar zijn redeneringsvermogen mee toegerust zou moeten zijn. Dit komt doordat ze allemaal nogal verward zijn en blindelings achter dingen aan hollen. Mensen zouden allemaal een goed begrip moeten hebben van waar ze moeten binnengaan, en ze moeten vooral goed voor zichzelf uitzoeken wat het is waar ze tijdens de verdrukking moeten ingaan, (om precies te zijn tijdens de loutering van de vurige oven), en waar ze mee uitgerust moeten zijn in de beproeving van het vuur. Dien niet altijd je ouders (waarmee bedoeld wordt, het vlees) die net zo zijn als zwijnen en honden en nog erger zijn dan mieren en kevers. Wat heb je eraan om je er zo over op te winden, er zo lang over na te denken en je hoofd er over te breken? Het vlees behoort jou niet toe, maar het is in de handen van God, die niet alleen jou bestuurt, maar ook het bevel heeft over Satan. (Het betekende oorspronkelijk dat het aan Satan toebehoorde. Omdat Satan ook in Gods handen is, kan het alleen maar zo uitgedrukt worden. Want het is aannemelijker om het op die manier te zeggen; het wil zeggen dat mensen niet volledig onder Satans domein vallen, maar dat ze in Gods handen zijn.) Je leeft onder de kwelling van het vlees, maar behoort het vlees jou toe? Heb jij het beheer erover? Waarom zou je daar je hoofd over moeten breken? Waarom zou je bij God geobsedeerd moeten pleiten voor je rotte vlees, dat allang veroordeeld en vervloekt is, en ook nog eens vervuild door onreine geesten? Waarom zou je de moeite nemen, de trawanten van Satan steeds weer in je hart te sluiten? Ben je niet bezorgd dat het vlees je ware toekomst, de geweldige hoop en de eigenlijke bestemming voor je leven, zal verwoesten?

uit ‘Het doel van het beheren van de mensheid’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 314

Wat jullie nu zijn gaan begrijpen is hogere kennis dan die van wie dan ook in de geschiedenis die niet werd vervolmaakt. Of het nu jullie kennis van beproevingen of van het geloof in God is, het is allemaal hogere kennis dan die van welke persoon dan ook die in God gelooft. De dingen die jullie begrijpen zijn de dingen die jullie te weten komen voordat jullie de beproevingen van omgevingen ondergaan, maar jullie werkelijke gestalte is volledig onverenigbaar met hen. Wat jullie weten is hoger dan wat jullie in de praktijk brengen. Hoewel jullie zeggen dat mensen die in God geloven God zouden moeten liefhebben en niet zouden moeten streven naar zegeningen maar alleen Gods wil zouden moeten willen bevredigen, is wat in jullie levens wordt gemanifesteerd hier ver van verwijderd en enorm besmet. De meeste mensen geloven in God omwille van vrede en andere voordelen. Tenzij het je voordeel oplevert, geloof je niet in God, en als je Gods genadeblijken niet kunt ontvangen, ga je zitten mokken. Hoe kan wat je hebt gezegd je ware gestalte zijn? Wanneer onvermijdelijke moeilijkheden binnen de familie optreden, zoals een kind dat ziek wordt, een geliefde die in het ziekenhuis wordt opgenomen, een slechte oogst en de vervolging door familieleden; zelfs deze vaak voorkomende, alledaagse dingen zijn jou te veel. Wanneer zulke dingen gebeuren raak je in paniek, weet je niet wat je moet doen – en meestal begin je over God te klagen. Je klaagt dat Gods woorden je hebben misleid, dat Gods werk je belachelijk heeft gemaakt. Is het niet zo dat jullie zulke gedachten hebben? Denk je dat zulke dingen slechts zelden onder jullie voorkomen? Elke dag van jullie leven gebeuren deze dingen. Jullie denken geen moment aan het succes van jullie geloof in God en hoe jullie Gods wil kunnen bevredigen. Jullie ware gestalte is te klein, zelfs nog kleiner dan dat van een klein kuiken. Wanneer je familiebedrijf verlies lijdt, klaag je over God, wanneer je jezelf in een omgeving bevindt zonder Gods bescherming klaag je nog steeds over God. Je klaagt zelfs wanneer een van je kuikens sterft of een oude koe in de stal ziek wordt, je klaagt wanneer het tijd is voor je zoon om te trouwen maar de familie niet genoeg geld heeft; je wilt de plicht van het ontvangen doen, maar kunt je dat niet veroorloven, en ook dan klaag je. Je loopt over van klachten en soms woon je hierom geen samenkomsten bij, of eet en drink je de woorden van God niet, soms word je voor een lange periode negatief. Niets van wat je nu overkomt, heeft ook maar enige betrekking op je vooruitzichten of lot. Deze dingen zouden ook gebeuren als je niet in God zou geloven. Toch geef je er nu God de verantwoordelijkheid voor en sta je erop te beweren dat God je heeft geëlimineerd. Hoe zit het met je geloof in God, heb je echt je leven aangeboden? Niemand van jullie die God vandaag volgen zou standvastig blijven bij het ondergaan van dezelfde beproevingen als Job, elk van jullie zou ten val komen. En er is, heel eenvoudig, een wereld van verschil tussen jullie en Job. Als vandaag de dag de helft van jullie bezittingen in beslag zou zijn genomen, durven jullie het bestaan van God te ontkennen en als jullie je zoon of dochter zou zijn afgenomen, zou je weeklagend de straat oprennen. Als je enige weg om in je inkomen te voorzien, zou doodlopen, zou je het met God proberen op te nemen. Je zou vragen waarom ik in het begin zoveel woorden heb gesproken om je bang te maken. Op zulke momenten is er niets dat jullie niet zouden wagen te doen. Dit toont aan dat jullie geen enkel waar inzicht hebben verworven en dat jullie nog geen ware gestalte hebben. De beproevingen in jullie zijn te groot omdat je te veel weet, maar wat jullie werkelijk begrijpen is nog niet een duizendste van waarvan jullie je bewust zijn. Stop niet bij louter begrip en kennis. Jullie kunnen het beste bekijken hoe veel jullie werkelijk in de praktijk kunnen brengen, hoe veel van de verlichting en illuminatie van de Heilige Geest werd verdiend door het zweet van jullie eigen harde werk, en in hoe veel van jullie oefeningen jullie je eigen voornemen hebben verwezenlijkt. Je moet je gestalte en oefening serieus nemen. Je moet in je geloof in God niet proberen om voor wie dan ook louter plichtmatig de vereiste handelingen te verrichten – of je uiteindelijk de waarheid en het leven kunt verwerven of niet is afhankelijk van je eigen streven.

uit ‘Praktijk (3)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 315

Sommigen verfraaien zichzelf op een prachtige, maar oppervlakkige manier: de zusters verfraaien zichzelf zodat ze zo mooi zijn als bloemen en de broeders kleden zich als prinsen of als rijke jonge dandy’s. Ze geven alleen om uiterlijke dingen, zoals wat ze eten en dragen; aan de binnenkant zijn ze behoeftig en hebben ze niet de geringste kennis van God. Wat kan hier de zin van zijn? En dan zijn er sommigen die gekleed gaan als arme bedelaars – ze zien er werkelijk uit als Oost-Aziatische slaven! Begrijpen jullie werkelijk niet wat ik van jullie vraag? Wissel onderling van gedachten: wat hebben jullie eigenlijk gewonnen? Al deze jaren hebben jullie in God geloofd, en toch is dit het enige wat jullie geoogst hebben – generen jullie je niet? Schamen jullie je niet? Al deze jaren hebben jullie langs de ware weg gestreefd, en toch is vandaag jullie gestalte geringer dan die van een mus! Kijk naar de jongedames onder jullie: echte plaatjes in jullie kleren en met jullie cosmetica, en onderling vergelijken jullie je. En wat vergelijken jullie? Jullie genot? Jullie eisen? Denken jullie dat ik gekomen ben om modellen te werven? Jullie kennen geen schaamte! Waar is jullie leven? Streven jullie niet louter jullie eigen buitensporige verlangen na? Je denkt dat je erg mooi bent, maar al ben je misschien getooid in allerlei pracht en praal, ben je in werkelijkheid geen wriemelende made die op een mesthoop is geboren? Vandaag heb je het geluk deze hemelse zegeningen te proeven: niet vanwege je knappe gezicht, maar omdat God een uitzondering maakt door je op te tillen. Is het je nog steeds niet duidelijk waar je vandaan kwam? Als het leven genoemd wordt, houd je je mond en zeg je niets, zwijg je als een standbeeld, en toch heb je nog altijd het lef om jezelf mooi aan te kleden! Nog altijd ben je geneigd een blos en poeder op je gezicht aan te brengen! En kijk naar de dandy’s onder jullie, eigenzinnige mannen die de hele dag rondslenteren, onhandelbaar en met een nonchalante gezichtsuitdrukking. Is dit hoe men zich dient te gedragen? Waaraan besteedt ieder van jullie, man of vrouw, de hele dag zijn aandacht? Weten jullie van wie jullie afhankelijk zijn om jezelf te voeden? Kijk naar je kleding, kijk naar wat je in je handen hebt geoogst, wrijf over je buik: welk voordeel heb je gehad van de prijs van bloed en zweet die je hebt betaald gedurende al deze jaren van geloof? Je bent nog steeds van plan bezienswaardigheden te bezoeken, je bent nog steeds van plan je stinkende vlees te verfraaien – waardeloze bezigheden! Je wordt gevraagd een persoon van normaalheid te zijn, maar nu ben je niet gewoon abnormaal, je bent afwijkend. Hoe kan zo’n persoon het lef hebben voor mij te verschijnen? Ben je met een menselijkheid als deze, waarbij je te koop loopt met je charmes en pronkt met je vlees, en altijd leeft binnen de lusten van het vlees, geen afstammeling van vuile demonen en kwade geesten? Ik zal niet toestaan dat zo’n vuile demon lang blijft bestaan! En denk niet dat ik niet weet wat je in je hart denkt. Je houdt misschien je lust en je vlees strak in bedwang, maar hoe zou ik de gedachten die je in je hart koestert niet kennen? Hoe zou ik niet kunnen weten waar je ogen allemaal naar verlangen? Maken jullie, jongedames, je niet mooi om met je vlees te pronken? Welk voordeel brengen mannen jullie? Kunnen ze jullie werkelijk redden uit de zee van kwellingen? Wat de dandy’s onder jullie betreft, jullie kleden je allemaal om hoffelijk en voornaam over te komen, maar is dit geen truc om de aandacht te vestigen op jullie knappe uiterlijk? Voor wie doen jullie dit? Welk voordeel brengen vrouwen jullie? Zijn zij niet de bron van jullie zonde? Jullie mannen en vrouwen, ik heb veel woorden tegen jullie gezegd en toch hebben jullie aan maar een paar daarvan gehoor gegeven. Jullie oren zijn slechthorend, jullie ogen zien niet goed meer en jullie harten zijn zodanig verhard dat er niets anders dan lust in jullie lichamen is, zozeer dat jullie erin verstrikt zijn en niet kunnen ontsnappen. Wie wil er ook maar in jullie buurt komen, maden, jullie die wriemelen in het vuil en de smerigheid? Vergeet niet dat jullie niets meer zijn dan degenen die ik van de mesthoop heb opgeheven, dat jullie oorspronkelijk geen normale menselijkheid bezaten. Wat ik van jullie vraag, is de normale menselijkheid die jullie oorspronkelijk niet hadden, en niet dat jullie te koop lopen met jullie lust of dat jullie je ranzige vlees – zo veel jaar door de duivel getraind – de vrije loop laten. Wanneer jullie jezelf zo kleden, zijn jullie dan niet bang nog verder verstrikt te raken? Weten jullie niet dat jullie oorspronkelijk aan de zonde toebehoorden? Weten jullie niet dat jullie lichamen zo vol lust zitten dat het zelfs uit jullie kleren sijpelt, waardoor jullie gesteldheid als ondraaglijk lelijke en vuile demonen onthuld wordt? Is het niet zo dat jullie dit beter weten dan wie dan ook? Jullie harten, jullie ogen, jullie lippen: zijn deze niet allemaal besmeurd door vuile demonen? Zijn deze delen van jullie niet vuil? Denk je dat je, zolang je geen actie onderneemt, het heiligst bent? Denk je dat je tooien met prachtige kleren jullie groezelige zielen kan verhullen? Dat gaat niet werken! Ik raad jullie aan realistischer te zijn: wees niet frauduleus en vals, en loop niet te pronken. Jullie spreiden tegenover elkaar je lust tentoon, maar daarvoor in de plaats zullen jullie enkel eeuwigdurend lijden en meedogenloze kastijding ontvangen! Waarom hebben jullie het nodig om lonkend met je ogen naar elkaar te knipperen en je over te geven aan romantiek? Is dit de maatstaf van jullie integriteit, de reikwijdte van jullie oprechtheid? Ik verafschuw degenen onder jullie die zich inlaten met kwaadaardige geneeskunde en tovenarij; ik verafschuw de jonge mannen en vrouwen onder jullie die van hun eigen vlees houden. Jullie kunnen jezelf maar beter in toom houden, want het wordt nu van jullie vereist dat jullie normale menselijkheid bezitten en jullie mogen niet met je lust te koop lopen. En toch nemen jullie iedere gelegenheid te baat die zich maar aandient, want jullie vlees is te overdadig en jullie lust te groot!

uit ‘Praktijk (7)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 316

Welnu, of jullie streven wel of niet effectief is geweest, wordt afgemeten aan wat jullie op het moment bezitten. Dit wordt gebruikt om jullie uitkomst mee te bepalen; dat wil zeggen: jullie uitkomst openbaart zich in de offers die jullie hebben gebracht en de dingen die jullie hebben gedaan. Jullie uitkomst zal bekend worden gemaakt aan de hand van jullie streven, jullie geloof en datgene wat jullie gedaan hebben. Onder jullie allen zijn er velen die al niet meer gered kunnen worden, want vandaag is de dag waarop de uitkomsten van mensen geopenbaard worden, en ik zal niet warhoofdig zijn in mijn werk; degenen die totaal niet meer gered kunnen worden, zal ik het nieuwe tijdperk niet binnenleiden. Er komt een tijd waarop mijn werk voltooid is. Ik zal geen werk uitoefenen aan die stinkende lijken zonder geest die totaal niet meer gered kunnen worden; dit zijn de laatste dagen van de redding van de mens, en ik zal geen nutteloos werk doen. Ga niet tekeer tegen de Hemel en de aarde – het einde van de wereld is aanstaande. Het is onvermijdelijk. Het is zover gekomen, en er is niets wat jij als mens kunt doen om het te stoppen; je kunt de dingen niet naar wens veranderen. Gisteren betaalde je geen prijs voor het nastreven van de waarheid en was je niet loyaal; vandaag is de tijd aangebroken en val je niet meer te redden; en morgen zul je worden geëlimineerd en zal er geen ruimte zijn om je te redden. Al is mijn hart zachtmoedig en doe ik mijn uiterste best om je te redden, als je niet streeft omwille van jezelf of over jezelf nadenkt, wat heeft dit dan van doen met mij? Zij die alleen maar aan hun vlees denken en die van comfort genieten; zij die lijken te geloven, maar niet echt geloven; zij die zich inlaten met kwaadaardige geneeskunde en tovenarij; zij die promiscue, haveloos en sjofel zijn; zij die offers aan Jehova en Zijn eigendommen stelen; zij die van omkoping houden; zij die ijdel dromen van het opstijgen naar de hemel; zij die arrogant en verwaand zijn, die alleen maar naar persoonlijke roem en rijkdom streven; zij die onbeschaamde woorden verspreiden; zij die God Zelf belasteren; zij die uitsluitend oordelen ten nadele van God en Hem belasteren; zij die klieken vormen en onafhankelijkheid nastreven; zij die zichzelf verheerlijken boven God; die lichtzinnige mannen en vrouwen van jongere, middelbare en oudere leeftijd die verstrikt zijn in de losbandigheid; die mannen en vrouwen die onder andere mensen persoonlijke roem en rijkdom genieten en persoonlijke status nastreven; die onboetvaardige mensen die in de zonde gevangenzitten – is het voor hen allen niet zo dat zij niet meer gered kunnen worden? Losbandigheid, zondigheid, kwaadaardige geneeskunde, tovenarij, godslastering en onbeschaamde woorden hebben allemaal vrij spel onder jullie; en waarheid en de woorden des levens worden onder jullie vertrapt, en de heilige taal wordt onder jullie bezoedeld. Jullie heidenen, opgezwollen van de vuiligheid en ongehoorzaamheid! Wat zal jullie uiteindelijke uitkomst zijn? Hoe kunnen zij die het vlees liefhebben, die tovenarij van het vlees begaan en die verstrikt zitten in losbandige zonde het lef hebben om te blijven leven! Weet je niet dat mensen zoals jullie maden zijn die niet meer gered kunnen worden? Wat geeft jullie het recht om dit en dat te eisen? Tot de dag van vandaag is er niet de geringste verandering geweest onder hen die niet van de waarheid houden en alleen van het vlees houden – hoe kunnen zulke mensen gered worden? Zij die niet van de weg van het leven houden, die God niet verheerlijken en geen getuigenis van Hem geven, die plannetjes maken omwille van hun eigen status, die zichzelf ophemelen – zijn zij niet nog altijd hetzelfde, zelfs vandaag? Wat voor waarde heeft het om hen te redden? Of je gered kunt worden, hangt niet af van je mate van senioriteit of hoeveel jaar je gewerkt hebt, en al helemaal niet van hoeveel accreditaties je hebt opgebouwd. Veeleer hangt het ervan af of jouw streven vrucht heeft gedragen. Je behoort te weten dat zij die gered zijn de ‘bomen’ zijn die vrucht dragen, niet de bomen met rijkelijk gebladerte en uitbundige bloemen waar echter geen fruit aan groeit. Zelfs als je vele jaren langs de wegen hebt gezworven, wat maakt dat uit? Waar is je getuigenis? Je eerbied voor God is veel kleiner dan je liefde voor jezelf en je wellustige verlangens – is dit soort persoon niet ontaard? Hoe zouden zij een voorbeeld en een model van redding kunnen zijn? Je natuur is onverbeterlijk, je bent te opstandig, er is geen redding meer voor je mogelijk! Zijn zulke mensen niet degenen die geëlimineerd zullen worden? Is de tijd waarop mijn werk voltooid is niet de tijd van het aanbreken van je laatste dag? Ik heb onder jullie zo veel werk gedaan en zo veel woorden gesproken – hoeveel ervan is echt jullie oren binnengegaan? Hoeveel ervan hebben jullie ooit gehoorzaamd? Wanneer mijn werk eindigt, zal dat de tijd zijn waarop je je niet langer tegen mij opstelt, waarop je je niet langer tegenover mij opstelt. Terwijl ik werk, handelen jullie voortdurend tegen mij; mijn woorden gehoorzamen jullie nooit. Ik doe mijn werk, en jij doet je eigen ‘werk’; je schept je eigen kleine koninkrijk. Jullie zijn niets dan een troep vossen en honden, die alles doen vanuit verzet tegen mij! Voortdurend proberen jullie hen die jullie hun onverdeelde liefde bieden in jullie omhelzing te nemen – waar is jullie eerbied? Alles wat jullie doen is bedrieglijk! Jullie kennen geen gehoorzaamheid of eerbied, en alles wat jullie doen is bedrieglijk en godslasterlijk! Kunnen zulke mensen gered worden? Mannen die seksueel immoreel en wellustig zijn, willen altijd kokette hoeren naar zich toe trekken voor hun eigen plezier. Zulke seksueel immorele demonen zal ik beslist niet redden. Ik haat jullie, vuile demonen, en jullie wellust en koketheid zal jullie in de hel storten. Wat hebben jullie daarop te zeggen? Jullie vuile demonen en kwade geesten zijn weerzinwekkend! Jullie zijn walgelijk! Hoe zou zulk uitschot gered kunnen worden? Kunnen zij die in de zonde verstrikt zitten nog altijd gered worden? Vandaag trekken deze waarheid, deze weg en dit leven jullie niet aan; in plaats daarvan worden jullie aangetrokken door zondigheid, geld, aanzien, roem en gewin, door de geneugten van het vlees, door de knapheid van mannen en de charmes van vrouwen. Wat kwalificeert jullie om mijn koninkrijk binnen te gaan? Jullie beeld is nog groter dan dat van God, jullie status is nog hoger dan die van God, om nog maar te zwijgen van jullie aanzien onder de mensen – jullie zijn een idool geworden dat door de mensen wordt vereerd. Ben je niet de aartsengel geworden? Wanneer de uitkomsten van mensen worden onthuld, en dat zal zijn wanneer ook het reddingswerk ten einde zal lopen, zullen velen onder jullie lijken zijn die niet meer gered kunnen worden en geëlimineerd moeten worden. Tijdens het reddingswerk ben ik aardig en goed voor alle mensen. Wanneer het werk een einde neemt, zullen de uitkomsten van verschillende soorten mensen onthuld worden, en tegen die tijd zal ik niet langer aardig en goed zijn, want de uitkomsten van mensen zullen zijn onthuld, en eenieder zal zijn ingedeeld naar zijn soort, en het zal geen nut meer hebben nog enig reddingswerk te doen, want het tijdperk van de redding zal voorbij zijn en zal, eens voorbij, niet weerkeren.

uit ‘Praktijk (7)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 317

De mens leeft onder de sluier van de invloed van de duisternis, geketend door de invloed van Satan en zonder een mogelijkheid om te ontsnappen. En de menselijke gezindheid wordt, nadat die door Satan bewerkt is, alleen maar verdorvener. Men zou kunnen zeggen dat de mens altijd heeft geleefd, in deze verdorven satanische gezindheid, niet in staat om God echt lief te hebben. Omdat dit het geval is, moet een mens, als hij God werkelijk wil liefhebben, worden ontdaan van eigengerechtigheid, eigendunk, arrogantie, verwaandheid en dergelijke, die allemaal horen bij de gezindheid van Satan. Want anders is de liefde van de mens onzuiver, een liefde van Satan, en één die absoluut niet de goedkeuring van God kan krijgen. Niemand kan oprecht God liefhebben, tenzij de Heilige Geest een mens vervolmaakt, behandelt, breekt, snoeit, disciplineert, kastijdt en loutert. Als je beweert dat een deel van je gezindheid God vertegenwoordigt en dat je daardoor in staat bent om God echt lief te hebben, dan ben je iemand die arrogant spreekt en dan ben je een dwaas mens. En mensen zoals dit zijn de aartsengel! De aangeboren natuur van de mens kan God niet direct vertegenwoordigen. De mens moet zijn aangeboren natuur afwerpen door de vervolmaking die van God komt. Alleen door het zich bekommeren om Gods wil, het vervullen van Gods wil en verder het ondergaan van het werk van de Heilige Geest, kan zijn naleving door God goedgekeurd worden. Niemand die in het vlees leeft, kan direct God vertegenwoordigen, tenzij hij een mens is die door de Heilige Geest wordt gebruikt. Maar zelfs voor zo iemand geldt dat zijn gezindheid en naleving God niet volledig vertegenwoordigen; iemand kan slechts zeggen dat zijn naleven wordt aangestuurd door de Heilige Geest. De gezindheid van zo’n mens kan God niet vertegenwoordigen.

Hoewel de gezindheid van de mens door God beschikt is – dat valt niet te betwisten en kan worden beschouwd als iets positiefs – is zij bewerkt door Satan. Daardoor is de hele gezindheid van de mens gelijk aan de gezindheid van Satan. Iemand zou kunnen beweren dat God naar Zijn gezindheid oprecht is in Zijn handelen en dat hij ook op die manier handelt en zo’n karakter heeft en dus, zo zegt hij, dat zijn gezindheid God vertegenwoordigt. Wat is dat voor mens? Is de verdorven satanische gezindheid in staat om God te vertegenwoordigen? Wie zegt dat zijn gezindheid een vertegenwoordiging van God is, spreekt godslasterlijk en beledigt de Heilige Geest! Gezien de wijze waarop de Heilige Geest werkt, is het werk dat God op aarde doet niets anders dan overwinnen. Dus is veel van de verdorven satanische gezindheid van de mens nog niet gezuiverd en is zijn uitleven nog steeds een weerspiegeling van Satan. Het gaat om wat de mens gelooft dat goed is en de daden van het vlees vertegenwoordigt. Of beter gezegd, het vertegenwoordigt Satan en kan absoluut God niet vertegenwoordigen. Zelfs als iemand God zo liefheeft dat hij van het leven kan genieten alsof het de hemel op aarde is, of uit kan roepen: ‘O God, ik kan u niet genoeg liefhebben’ en de hoogste sferen heeft bereikt, kun je nog steeds niet zeggen dat hij God naleeft of God vertegenwoordigt, omdat het wezen van de mens niet is als dat van God. Een mens kan nooit God naleven, laat staan God zijn. Waartoe de Heilige Geest de mens aanstuurt om na te leven is alleen maar in overeenstemming met wat God vraagt van de mens.

Alle handelingen en daden van Satan worden zichtbaar in de mens. Alle handelingen en daden van de mens zijn een uitdrukking van Satan en kunnen daarom God niet vertegenwoordigen. De mens is de belichaming van Satan en de gezindheid van de mens is niet in staat om de gezindheid van God te vertegenwoordigen. Sommige mensen hebben een goed karakter. God kan wat werk doen door het karakter van zulke mensen en het werk dat zij doen wordt aangestuurd door de Heilige Geest. Maar ook hun gezindheid is niet in staat om God te vertegenwoordigen. Het werk dat God aan hen doet is niet meer dan een werken met en uitbreiden van wat al in hen aanwezig is. Of het nu profeten zijn of mensen uit vroeger tijden die door God zijn gebruikt, niemand is in staat om God direct te vertegenwoordigen. Alle mensen die God liefhebben, komen daartoe onder druk van de omstandigheden. Niemand streeft er uit vrije wil naar om mee te werken. Wat zijn positieve dingen? Alles wat direct van God komt, is positief. Maar de gezindheid van de mens is bewerkt door Satan en kan God niet vertegenwoordigen. Alleen de vleesgeworden God – Zijn liefde, Zijn bereidheid om te lijden, Zijn rechtvaardigheid, gehoorzaamheid, nederigheid en verborgenheid – deze allemaal zijn een directe vertegenwoordiging van God. Dat is zo omdat Hij toen Hij kwam, Hij zonder zondige natuur was en direct van God kwam, zonder bewerkt te zijn door Satan. Jezus heeft slechts de gelijkenis van zondig vlees, maar vertegenwoordigt geen zonde. Daarom vertegenwoordigen Jezus’ woorden en daden, tot aan de voltooiing van Zijn werk aan het kruis (waaronder het moment van de kruisiging), allemaal direct God. Het voorbeeld van Jezus is voldoende om aan te tonen dat geen enkel mens met een zondige natuur God kan vertegenwoordigen, en dat de zonde van de mens Satan vertegenwoordigt. Dat wil zeggen, de zonde is geen vertegenwoordiger van God en God is zonder zonde. Zelfs het werk in de mens door de Heilige Geest, kan alleen gezien worden als aangestuurd door de Heilige Geest. Men kan niet zeggen dat dit door de mens wordt gedaan in naam van God. Integendeel, wat de mens betreft, vertegenwoordigt noch zijn zonde, noch zijn gezindheid God. Door te kijken naar het werk dat de Heilige Geest sinds het verleden tot de dag van vandaag op de mens heeft verricht, kan men zien dat de mens alles wat hij uitleeft alleen maar heeft, omdat de Heilige Geest werk op hem verricht heeft. Zeer weinigen zijn in staat de waarheid uit te leven, nadat ze door de Heilige Geest zijn behandeld en gedisciplineerd. Dat wil zeggen, alleen het werk van de Heilige Geest is aanwezig, en medewerking door de mens is afwezig. Begrijp je het nu? Als het zo is, wat zou jij dan moeten doen als je je uiterste best wil doen om met Hem mee te werken, terwijl de Heilige Geest aan het werk is om zo je plicht te vervullen?

uit ‘De verdorven mens kan God niet vertegenwoordigen’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 318

Je geloof in God, je streven naar de waarheid en zelfs je gedrag dienen allemaal op de werkelijkheid te zijn gebaseerd. Alles wat je doet, moet praktisch zijn en je moet dergelijke verzonnen, fantasievolle zaken niet nastreven. Zulk gedrag heeft geen waarde en bovendien heeft zo’n leven geen betekenis. Omdat je streven en leven bol staan van leugens en misleiding en je niet streeft naar dingen die van waarde en betekenis zijn, win je niets dan absurde redeneringen en leerstellingen die geen waarheid in zich hebben. Dergelijke zaken dragen niet bij aan de betekenis en waarde van je bestaan en brengen je alleen maar naar een loze bestemming. Op die manier blijft je hele leven zonder enige waarde of betekenis − en als je geen leven van betekenis nastreeft, kun je wel honderd jaar leven maar zou dat allemaal voor niets zijn. Hoe kun je dat een mensenleven noemen? Is dat niet eigenlijk het leven van een dier? Zo geldt ook voor jullie: mochten jullie het pad van geloof in God proberen te volgen, maar proberen jullie niet te streven naar de zichtbare God, maar aanbidden jullie in plaats daarvan een onzichtbare en ontastbare God, is dat streven dan niet nog zinlozer? Jullie streven zal uiteindelijk op niets uitlopen. Wat hebben jullie te winnen in een dergelijk streven? Het grootste probleem met de mens is dat hij alleen van dingen houdt die hij niet kan zien of aanraken, dingen die heel mysterieus en wonderlijk zijn, die de mens zich niet kan voorstellen en die voor gewone stervelingen onbereikbaar zijn. Hoe onrealistischer deze dingen zijn, hoe meer de mens ze analyseert en zelfs nergens anders oog voor heeft terwijl hij ze nastreeft; hij maakt zichzelf wijs dat ze voor hem te bereiken zijn. Hoe onrealistischer ze zijn, hoe nauwgezetter de mens ze onder de loep neemt en analyseert; hij gaat zelfs zover dat hij er zijn eigen uitputtende ideeën over verzint. Aan de andere kant geldt: hoe realistischer dingen zijn, hoe eerder de mens ze verwerpt, hij haalt er gewoon minachtend zijn neus voor op. Is dit niet precies jullie houding jegens het realistische werk dat ik tegenwoordig doe? Hoe realistischer zulke dingen zijn, hoe meer bevooroordeeld jullie ertegenover zijn. Jullie nemen zelfs niet de tijd om ze te onderzoeken, maar negeren ze gewoon; jullie halen je neus op voor deze realistische eisen van laag niveau en houden er zelfs talloze opvattingen op na over deze God die uitermate echt is. Jullie kunnen Zijn echtheid en normaliteit gewoonweg niet accepteren. Geloven jullie op deze manier niet in vaagheid? Jullie hebben een onwankelbaar geloof in de vage God van het verleden en geen belangstelling voor de echte God van nu. Komt dat niet omdat de God van gisteren en de God van vandaag uit twee verschillende tijdperken komen? Komt dat ook niet omdat de God van gisteren de verheven God van de hemel is en de God van vandaag een nietig mens op aarde is? Komt dat bovendien niet omdat de God die de mens aanbidt door zijn opvattingen is voortgebracht, terwijl de God van vandaag een werkelijk vlees voortgebracht op aarde is? Komt het niet hierop neer dat de God van vandaag te echt is en de mens Hem daarom niet nastreeft? Want wat de God van vandaag van de mens vraagt, is precies wat de mens juist niet wil doen en waarvoor hij zich schaamt. Maakt dit de zaken niet moeilijk voor de mens? Legt dit zijn littekens niet bloot? Op deze manier worden velen die de werkelijkheid niet nastreven de vijanden van de vleesgeworden God, ze worden antichristen. Is dat geen duidelijk feit? In het verleden, toen God nog vlees moest worden, was je misschien een godsdienstig figuur of een toegewijde gelovige. Na de vleeswording van God werden veel van die toegewijde gelovigen onbewust de antichrist. Weet je wat hier aan de hand is? Je concentreert je in je geloof in God niet op de werkelijkheid en streeft de waarheid niet na, maar in plaats daarvan ben je geobsedeerd door leugens. Is dat niet de duidelijkste oorzaak van je vijandschap jegens de vleesgeworden God? De vleesgeworden God wordt Christus genoemd, zijn dus niet allen die niet in de vleesgeworden God geloven de antichrist? En is degene in wie je gelooft en die je liefhebt dus werkelijk deze God in het vlees? Is het werkelijk deze levende, ademende God die uiterst echt en buitengewoon normaal is? Waar is je streven eigenlijk precies op gericht? Is het in de hemel of op aarde? Is het een opvatting of is het de waarheid? Is het God of is het een of ander bovennatuurlijk wezen? In feite is de waarheid de meest ware levensspreuk en de hoogste levensspreuk onder de mensheid. Het gaat namelijk om de eis die God aan de mens stelt en het werk dat God persoonlijk doet, vandaar de term levensspreuk. Het gaat niet om een levensspreuk als samenvatting van iets en evenmin om een beroemd citaat van een bijzonder iemand. in plaats daarvan gaat het om de uitspraak van de Meester van de hemelen en de aarde en alle dingen aan de mensheid, en niet om enkele kernachtige woorden samengevat door de mens, maar om het inherente leven van God. Vandaar dat het de hoogste levensspreuk wordt genoemd. Het streven van de mens om de waarheid in praktijk te brengen, is de uitvoering van zijn plicht, namelijk het streven om aan Gods eis te voldoen. De essentie van deze eis is de meest reële van alle waarheden en geen loze leerstelling waar geen mens bij kan. Als je niets anders nastreeft dan leerstelligheden zonder werkelijkheid, rebelleer je dan niet tegen de waarheid ? Ben je dan niet iemand die de waarheid aanvalt? Hoe kan zo iemand ernaar streven God lief te hebben? Mensen die zonder realiteit zijn plegen verraad aan de waarheid, en zijn inherent rebels!

uit ‘Alleen zij die God en Zijn werk kennen, kunnen God behagen’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 319

Jullie zijn allemaal blij om beloningen te ontvangen voor het aangezicht van God en om in Zijn ogen bij Hem in de gunst te komen. Dat is ieders wens zodra hij geloof in God krijgt. De mens streeft immers met heel zijn hart naar hogere zaken en niemand wil bij anderen achterblijven. Zo gaat dat met de mens. Precies om die reden proberen velen van jullie steeds in de gunst van de God in de hemel te komen. Maar in werkelijkheid zijn jullie trouw en openhartigheid jegens God veel minder dan jullie trouw en openhartigheid jegens jullie zelf. Waarom zeg ik dat? Omdat ik jullie trouw aan God helemaal niet erken. Bovendien ontken ik het bestaan van de God die in jullie hart bestaat. Dat wil zeggen: de God die jullie aanbidden, de vage God die jullie bewonderen, bestaat helemaal niet. Ik kan dat zo duidelijk stellen omdat jullie te ver verwijderd zijn van de ware God. De reden van jullie trouw is het bestaan van een afgod in jullie hart. Wat mij aangaat, de God die niet groot of klein lijkt in jullie ogen: jullie belijden mij alleen met woorden. Wanneer ik spreek over jullie grote afstand tot God, wijs ik erop hoe ver jullie van de ware God af staan, terwijl de vage God binnen handbereik lijkt. Wanneer ik zeg “niet groot”, bedoel ik dat de God waarin jullie nu geloven slechts een mens lijkt zonder grote vermogens, een mens die niet erg verheven is. En wanneer ik “niet klein” zeg, bedoel ik dat deze mens weliswaar niet de wind en de regen kan gebieden, maar dat Hij wel in staat is om de Geest van God aan te roepen om werk te doen dat de hemelen en de aarde doet schudden en waarbij de mensheid volkomen verward achterblijft. Jullie lijken aan de buitenkant allemaal heel gehoorzaam aan deze Christus op aarde. Toch hebben jullie in wezen geen geloof in Hem en geen liefde voor Hem. Ik bedoel dat die ene in wie jullie werkelijk geloof hebben die vage God in jullie gevoelens is. Die ene die jullie werkelijk liefhebben, is de God naar wie jullie dag en nacht verlangen, maar die jullie nooit in levenden lijve hebben gezien. Wat deze Christus betreft, is jullie geloof onbeduidend en stelt jullie liefde voor Hem niets voor. Geloof betekent vertrouwen; liefde betekent aanbidding en bewondering in het hart en nimmer uiteengaan. Toch schieten jullie geloof in en liefde voor de huidige Christus hierin ruim tekort. Wat geloof betreft: hoe hebben jullie geloof in Hem? Wat liefde betreft: op welke manier hebben jullie Hem lief? Jullie hebben simpelweg geen begrip van Zijn gezindheid en hebben nog minder weet van Zijn wezen. Hoe hebben jullie dan geloof in Hem? Waar is de realiteit van jullie geloof in Hem? Hoe hebben jullie Hem lief? Waar is de realiteit van jullie liefde voor Hem?

Velen hebben mij zonder aarzeling tot op de dag van vandaag gevolgd. In deze paar jaren hebben jullie allemaal aan veel vermoeidheid geleden. Ik heb het aangeboren karakter en de gewoonten van ieder van jullie grondig door en het is ontzettend zwaar geweest om met jullie om te gaan. Het is jammer dat ik wel veel over jullie weet, maar jullie geen greintje weet van mij hebben. Geen wonder dat mensen zeggen dat jullie in een moment van verwarring zijn bedrogen door een mens. Inderdaad, jullie begrijpen niets van mijn gezindheid en wat er in mijn hoofd omgaat, kunnen jullie je al helemaal niet voorstellen. Jullie misvattingen over mij vertonen een sneeuwbaleffect en jullie geloof in mij blijft een verward geloof. Jullie hebben geen geloof in mij. Ik zou eerder zeggen dat jullie allemaal proberen bij mij in een goed blaadje en in het gevlij te komen. Jullie motieven zijn heel eenvoudig: wie mij kan belonen, die zal ik volgen, en wie mij kan helpen aan de grote rampen te ontsnappen, in hem zal ik geloven, of hij nu God is of een bepaalde andere god. Dat telt voor mij allemaal niet. Er zijn veel van zulke mensen onder jullie en deze toestand is zeer ernstig. Als er op een dag een test komt om te zien hoevelen onder jullie geloof in Christus hebben omdat jullie inzicht in Zijn wezen hebben, ben ik bang dat niemand van jullie het door mij gewenste resultaat haalt. Het kan dan ook geen kwaad dat jullie allemaal over deze vraag nadenken: de God waarin jullie geloven, is heel anders dan ik ben, dus wat is de essentie van jullie geloof in God? Hoe meer jullie geloven in jullie zogenaamde God, hoe verder jullie van mij afdwalen. Wat is dan de kern van deze kwestie? Ik weet zeker dat niemand van jullie ooit over deze kwestie heeft nagedacht, maar is de ernst van deze kwestie wel tot jullie doorgedrongen? Hebben jullie nagedacht over de gevolgen die het heeft als jullie met deze vorm van geloof doorgaan?

uit ‘Hoe je de God op aarde kunt leren kennen’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 320

Ik waardeer de mensen enorm die niet achterdochtig zijn jegens anderen en ik mag ook degenen die openstaan voor de waarheid graag. Voor deze twee categorieën mensen zorg ik goed, want in mijn ogen zijn zij eerlijke mensen. Als je heel bedrieglijk bent, is je hart altijd op zijn hoede en koester je achterdocht tegen alles en iedereen. Daarom is je geloof in mij gebouwd op een fundament van achterdocht. Dergelijk geloof zal ik nooit erkennen. Zonder oprecht geloof ben je nog verder van echte liefde verwijderd. En als je aan God kunt twijfelen en naar eigen believen over Hem kunt speculeren, ben je ongetwijfeld bedrieglijker dan wie ook. Je speculeert of God als de mens kan zijn: onvergeeflijk zondig, bekrompen, oneerlijk, onredelijk, zonder rechtvaardigheidsgevoel, geneigd tot kwaadaardige tactieken, verraderlijk en geslepen, genoegen scheppend in goddeloosheid en duisternis, enzovoort. Is het niet zo dat de mens zulke gedachten koestert omdat hij geen greintje kennis over God heeft? Dergelijk geloof is niets minder dan zonde! Bovendien geloven sommigen zelfs dat degenen die mij behagen niets anders dan vleiers en stroopsmeerders zijn. Mensen die daar niet goed in zijn, zouden dan niet welkom zijn en hun plaats in het huis van God kwijtraken. Is dat alle kennis die jullie in al die jaren hebben vergaard? Is dat wat jullie hebben opgedaan? En jullie kennis over mij stopt niet bij deze misvattingen. Nog erger zijn jullie godslastering tegen Gods Geest en kwaadsprekerij over de hemel. Daarom zeg ik dat een dergelijk geloof als dat van jullie er alleen maar voor zorgt dat jullie verder van mij afdwalen en nog meer tegen mij opstaan. Tijdens vele jaren van werk hebben jullie veel waarheden gezien, maar weten jullie wat mijn oren hebben gehoord? Hoevelen onder jullie zijn bereid om de waarheid aan te nemen? Jullie geloven allemaal dat jullie bereid zijn om de prijs voor de waarheid te betalen, maar hoevelen hebben werkelijk omwille van de waarheid geleden? Jullie hart kent alleen ongerechtigheid, daarom geloven jullie dat iedereen, wie hij ook is, verdraaid en bedrieglijk is. Jullie geloven zelfs dat de vleesgeworden God, net als een normaal mens, zonder vriendelijk hart of welwillende liefde zou zijn. Jullie geloven bovendien dat alleen de God in de hemel een edel karakter en een barmhartige, welwillende aard bezit. En jullie geloven dat zo’n heilige niet bestaat, dat er alleen duisternis en kwaad op aarde heersen, terwijl God iets is waarop de mens zijn verlangen naar het goede en mooie projecteert, een legendarische door de mens bedachte figuur. Naar jullie idee is de God in de hemel zeer oprecht, rechtvaardig en groot, waardig om te worden aanbeden en bewonderd. Maar deze God op aarde is volgens jullie slechts een substituut en werktuig van de God in de hemel. Jullie geloven dat deze God niet gelijk kan zijn aan de God in de hemel en zeker niet in één adem met Hem genoemd kan worden. Wat de grootsheid en eer van God betreft, deze behoren tot de heerlijkheid van de God in de hemel. Maar wat de aard en de verdorvenheid van de mens betreft, deze zijn eigenschappen waar de God op aarde deel aan heeft. De God in de hemel is voor altijd verheven, terwijl de God op aarde voor altijd onbeduidend, zwak en incompetent is. De God in de hemel kent geen emotie, alleen rechtvaardigheid, terwijl de God op aarde alleen zelfzuchtige motieven heeft, en oneerlijk en onredelijk is. De God in de hemel kent geen enkel bedrog en blijft altijd trouw, terwijl de God op aarde altijd een oneerlijke kant heeft. De God in de hemel heeft de mens zeer lief, terwijl de God op aarde te weinig zorg aan de mens besteedt of hem zelfs helemaal negeert. Deze misplaatste kennis is reeds lang in jullie hart genesteld en blijft daar mogelijk ook in de toekomst hangen. Jullie beschouwen alle daden van Christus vanuit het standpunt van de onrechtvaardigen en beoordelen al Zijn werk, alsmede Zijn identiteit en wezen, vanuit het perspectief van de goddelozen. Jullie hebben een ernstige fout gemaakt en gedaan wat nooit iemand vóór jullie heeft gedaan. Jullie dienen namelijk alleen de verheven God in de hemel met een kroon op Zijn hoofd en slaan nooit acht op de God die jullie als zo onbeduidend beschouwen dat Hij onzichtbaar voor jullie is. Is dit niet jullie zonde? Is dit geen klassiek voorbeeld van jullie overtreding tegen de gezindheid van God? Jullie vereren de God in de hemel. Jullie aanbidden verheven beelden en achten lieden die om hun welsprekendheid worden geëerd. Je laat je graag gebieden door de God die je handen vult met rijkdommen en kijkt reikhalzend uit naar de God die al je wensen kan vervullen. De Enige die je niet vereert, is deze God die niet verheven is. Het enige wat je haat, is omgang met deze God die niemand hoog kan achten. Het enige wat je niet wilt doen, is deze God dienen die je nooit een cent heeft gegeven. De Enige die je niet naar Hem kan laten verlangen, is deze niet geliefde God. Zo’n God kan je niet je horizon laten verbreden, het gevoel geven dat je een schat hebt gevonden en al helemaal niet je wensen vervullen. Waarom volg je Hem dan? Heb je wel eens over dergelijke vragen nagedacht? Je treedt door wat je doet niet alleen deze Christus met voeten, maar, nog belangrijker, ook de God in de hemel. Dit is denk ik niet de bedoeling van jullie geloof in God!

uit ‘Hoe je de God op aarde kunt leren kennen’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 321

Jullie willen heel graag dat God behagen in jullie schept, toch zijn jullie heel ver weg van God. Wat is hier aan de hand? Jullie aanvaarden alleen Zijn woorden, maar niet Zijn behandeling of Zijn snoeiing. Jullie zijn nog minder in staat om al Zijn regelingen te aanvaarden, om volkomen geloof in Hem te hebben. Wat is hier dan aan de hand? Het komt erop neer dat jullie geloof een lege eierschaal is waar nooit een kuiken uit kan komen. Want jullie geloof heeft jullie niet de waarheid gebracht of leven geschonken, alleen maar een vermeend gevoel van steun en hoop. Jullie geloof in God is gericht op deze hoop en dit gevoel van steun, niet op de waarheid en het leven. Ik zeg dan ook dat jullie met jullie geloof alleen maar proberen in de gunst van God te komen door kruiperigheid en schaamteloosheid. Dat kan echt niet als waar geloof worden beschouwd. Hoe kan er een kuiken voortkomen uit dergelijk geloof? Met andere woorden, wat voor vruchten kan dergelijk geloof voortbrengen? Het doel van jullie geloof in God is God gebruiken om jullie doeleinden te bereiken. Is dit geen verder bewijs dat jullie de gezindheid van God beledigen? Jullie geloven in het bestaan van de God in de hemel maar ontkennen dat God op aarde bestaat. Ik keur jullie opvattingen echter niet goed. Ik prijs alleen de mensen die met beide benen op de grond blijven staan en de God op aarde dienen, maar nooit degenen die nooit de Christus erkennen die op aarde is. Hoe trouw zulke mensen ook aan de God in de hemel zijn, uiteindelijk zullen ze niet ontkomen aan mijn hand die de goddelozen straft. Deze mensen zijn de goddelozen. Zij zijn de goddelozen die tegen God opstaan en Christus nooit van harte hebben gehoorzaamd. Uiteraard behoren allen daartoe die Christus niet kennen en bovendien niet erkennen. Geloof je dat je kunt handelen zoals je wilt jegens Christus, zolang je maar trouw bent aan de God in de hemel? Dat is een misvatting! Je onwetendheid jegens Christus is onwetendheid jegens de God in de hemel. Hoe trouw je ook bent aan de God in de hemel, dat is niet meer dan holle praat en uiterlijk vertoon. De God op aarde zorgt er namelijk niet alleen voor dat de mens de waarheid en diepgaandere kennis ontvangt, maar zorgt er nog meer voor dat de mens veroordeeld wordt en dat de goddelozen later op basis van de feiten gestraft worden. Heb je de waardevolle en schadelijke uitkomsten hier begrepen? Heb je die ervaren? Ik hoop dat jullie deze waarheid spoedig zullen begrijpen: om God te kennen, moet je niet alleen de God in de hemel kennen, maar, nog belangrijker, ook de God op aarde. Haal je prioriteiten niet door elkaar of zet het belangrijkste niet opzij voor wat op de tweede plaats komt. Alleen op deze manier kun je echt een goede relatie met God ontwikkelen, dichter bij God komen en je hart nader tot Hem brengen. Als je al jaren van het geloof bent en al lang met mij omgaat maar toch op afstand van mij blijft, dan moet je de gezindheid van God volgens mij wel vaak met voeten treden en zal je op het einde een zware afrekening wachten. Als je in de vele jaren van omgang met mij niet veranderd bent in een persoon die menselijkheid en waarheid kent, maar in tegendeel juist je kwaadaardige manier van doen in je aard hebt verweven, en als je jezelf niet alleen twee keer zo groots acht als voorheen maar je misvattingen jegens mij eveneens zo zijn toegenomen dat je mij als een bijkomstigheid beschouwt, dan zeg ik dat je aandoening niet meer oppervlakkig is maar tot diep in je binnenste is doorgedrongen. Je hoeft alleen nog maar te wachten tot je begrafenis geregeld wordt. Je hoeft me dan ook niet te smeken om je God te zijn, want je hebt een zonde begaan waar de dood op staat, een onvergeeflijke zonde. Ook al kon ik je genadig zijn, de God in de hemel zal erop staan om je leven te nemen. Je treedt de gezindheid van God namelijk zodanig met voeten dat het geen gewoon probleem meer is, maar een probleem van zeer ernstige aard. Tezijnertijd moet je mij niet de schuld geven dat ik je niet vooraf heb gewaarschuwd. Het komt allemaal hierop neer: als je met de Christus – de God op aarde – als een gewoon mens omgaat, dat wil zeggen: als je gelooft dat deze God slechts een mens is, zul je omkomen. Dit is mijn enige waarschuwing voor jullie allemaal.

uit ‘Hoe je de God op aarde kunt leren kennen’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 322

In de mens bestaat alleen het onzekere woord van geloof, maar de mens weet niet waar geloof uit bestaat, laat staan waarom hij geloof heeft. De mens begrijpt te weinig en de mens zelf komt ook nog eens van alles te kort; hij heeft nauwelijks geloof in mij, terwijl hij onbedachtzaam en onwetend is. Ondanks dat hij niet weet wat geloof is en ook niet waarom hij in mij gelooft, blijft hij toch obsessief geloven. Wat ik van de mens vraag, is niet alleen dat hij op deze manier obsessief een beroep op mij doet of op een onsamenhangende wijze in mij gelooft. Want het werk dat ik verricht is voor de mens, zodat hij mij kan zien en mij leert kennen, niet om de mens onder de indruk te laten zijn en naar mij te laten kijken in een nieuw licht vanwege mijn werk. Ik heb eerder veel tekenen en wonderen laten zien en veel mirakelen verricht. De Israëlieten in die tijd toonden mij enorme bewondering en vereerden mijn buitengewone bekwaamheid om de zieken te genezen en demonen uit te drijven. In die tijd dachten de Joden dat mijn genezende krachten meesterlijk en buitengewoon waren. Vanwege vele van zulke daden van mij, beschouwden zij mij allen met respect; ze voelden grote bewondering voor al mijn krachten. Dus iedereen die mij wonderen zag verrichten, volgde mij op de voet, zodat duizenden mij omringden om mij de zieken te zien genezen. Ik liet zoveel tekenen en wonderen zien, maar de mens beschouwde mij slechts als een meesterlijke arts; ik sprak ook veel onderwijzende woorden tot de mensen in die tijd, maar ze beschouwden mij slechts als een leraar die superieur is aan zijn discipelen! Zelfs tot op de dag van vandaag, nadat mensen de historische verslagen van mijn werk hebben gezien, blijft hun interpretatie dat ik een geweldige arts ben die de zieken geneest en een leraar voor de onwetenden. En zij hebben bepaald dat ik de barmhartige Heer Jezus Christus ben. Degenen die de Schrift interpreteren, hebben misschien mijn vaardigheden in genezing overtroffen, of zijn misschien zelfs discipelen die hun leraar nu hebben overtroffen, toch schatten zulke mensen van grote naam, van wie de namen bekend zijn over de hele wereld, mij zo laag in alsof ik slechts een arts zou zijn! Mijn daden zijn groter in aantal dan de zandkorrels van het strand, en mijn wijsheid is groter dan die van al de zonen van Salomo, toch zien mensen mij alleen als een arts met weinig aanzien en een onbekende leraar van mensen! Zoveel mensen geloven in mij alleen maar zodat ik hen zou kunnen genezen. Zoveel mensen geloven in mij alleen maar zodat ik mijn krachten zou kunnen gebruiken om onreine geesten uit hun lichaam te verdrijven. En zoveel mensen geloven in mij alleen maar om wellicht vrede en vreugde van mij te kunnen ontvangen. Zoveel mensen geloven in mij alleen maar om grotere materiële rijkdom van mij te eisen. Zoveel mensen geloven in mij alleen maar om dit leven in vrede door te brengen en om veilig en gezond te zijn in de toekomstige wereld. Zoveel mensen geloven in mij om het lijden van de hel te vermijden en de zegeningen van de hemel te ontvangen. Zoveel mensen geloven in mij enkel vanwege tijdelijke troost, zonder ernaar te streven in de komende wereld iets te bereiken. Toen ik mijn woede over de mensheid bracht en alle vreugde en vrede terugnam die deze eens bezat, begon de mens te twijfelen. Toen ik de mens het lijden van de hel gaf en de zegeningen van de hemel terugeiste, veranderde de schaamte van de mens in kwaadheid. Toen de mens mij vroeg om hem te genezen, besteedde ik geen aandacht aan hem en voelde ik een afkeer jegens hem. De mens ging ver weg van mij en zocht daarvoor in de plaats de weg van kwaadaardige geneeskunde en tovenarij. Toen ik alles wegnam wat de mensen van mij hadden geëist, verdween iedereen spoorloos. Dus zeg ik dat de mens geloof in mij heeft, omdat ik te veel genade schenk, en er veel te veel is om te verkrijgen. De Joden geloofden in mij vanwege mijn genade en volgden mij, waar ik ook ging. Deze onwetende mensen met beperkte kennis en ervaring wilden alleen de tekenen en wonderen zien die ik toonde. Ze beschouwden mij als het hoofd van het huis van de Joden die de grootste wonderen kon verrichten. Daarom spraken zij onderling in grote verwarring, toen ik demonen uit mensen verdreef; ze zeiden dat ik Elia ben, dat ik Mozes ben, dat ik de oudste van alle profeten ben, dat ik de grootste van alle artsen ben. Afgezien van het feit dat ik zelf zeg dat ik het leven, de weg en de waarheid ben, kan niemand mijn wezen of mijn identiteit kennen. Afgezien van het feit dat ik zelf zeg dat de hemel de plaats is waar mijn Vader leeft, wist niemand dat ik de Zoon van God en God Zelf ben. Afgezien van het feit dat ik zelf zeg dat ik de mensheid verlossing zal brengen en haar zal vrijkopen, wist niemand dat ik de Verlosser van de mensheid ben; mensen kenden mij alleen als een welwillende en medelevende man. En afgezien van het feit dat ik zelf in staat ben om alles van mij uit te leggen, kende niemand mij, en niemand geloofde dat ik de Zoon van de levende God ben. De mens heeft alleen op zo'n manier vertrouwen in mij en houdt mij op deze manier voor de gek. Hoe kan de mens van mij getuigen als hij zulke zienswijzen over mij heeft?

uit ‘Wat weet jij over het geloof?’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 323

Mensen geloven al heel lang in God, toch hebben de meesten geen begrip van dit woord ‘God’. Ze volgen gewoon de meute zonder verder benul. Ze hebben geen idee waarom mensen precies in God moeten geloven of wat God precies is. Als mensen alleen weten dat ze in God moeten geloven en Hem moeten volgen, maar niet weten wat God is en God ook niet begrijpen, is dit dan niet de grootste grap ter wereld? Ook al hebben mensen inmiddels veel hemelse mysteries gezien en veel diepzinnige kennis gehoord die de mens nooit eerder had begrepen, tasten ze in het duister wat betreft veel van de elementaire vooralsnog niet-overwogen waarheden. Sommige mensen zeggen misschien: “We geloven al jarenlang in God. Hoezo weten we niet wat God is? Doet dat ons niet tekort?” Maar in werkelijkheid heeft niemand enig begrip van al dit huidige werk, ook al volgt iedereen mij tegenwoordig. Ze laten zelfs de duidelijkste en simpelste vragen varen, hoeveel temeer dan zulke zeer ingewikkelde vragen als die omtrent God. Je moet weten dat de vragen die je wegwuift en die je niet kunt ontdekken, de vragen zijn die je juist moet begrijpen, want je volgt alleen maar de meute zonder aandacht te schenken aan en je te bekommeren om waar je jezelf mee moet uitrusten. Weet je echt waarom je geloof in God moet hebben? Weet je werkelijk wat God is? Weet je echt wat de mens is? Als je als mens die in God gelooft deze dingen niet begrijpt, verlies je dan niet de waardigheid van een gelovige in God? Mijn werk is nu: mensen hun wezen laten begrijpen, alles wat ik doe laten begrijpen en hen het ware gezicht van God laten leren kennen. dit is het slotstuk van mijn managementplan, de laatste fase van mijn werk. Daarom vertel ik jullie alle mysteries van het leven van tevoren, zodat jullie die allemaal van mij kunnen aannemen. Aangezien dit het werk van het eindtijdperk is, moet ik jullie alle waarheden van het leven vertellen die jullie nooit eerder hebben ontvangen, zelfs als jullie ze niet kunnen verteren en niet kunnen verdragen, omdat jullie simpelweg te beperkt en te slecht uitgerust zijn. Ik wil mijn werk tot een einde brengen, al mijn vereiste werk voltooien en jullie volledig informeren inzake mijn opdracht voor jullie, zodat jullie niet weer afdwalen en vallen voor de misleidingen van de boze wanneer de duisternis neerdaalt. Er zijn veel wegen die jullie begrip te boven gaan, veel zaken die jullie niet begrijpen. Jullie zijn zo onwetend. Ik ken jullie gestalte en jullie tekortkomingen goed. Dus ook al zijn er veel woorden die jullie niet zullen kunnen verteren, ik wil jullie al deze waarheden die jullie nooit eerder hebben ontvangen toch vertellen — want ik blijf me gezien jullie huidige gestalte zorgen maken of jullie wel getuigenis voor mij kunnen afleggen. Het is niet zo dat ik jullie kleineer. Jullie zijn allemaal beesten die mijn formele training niet hebben doorlopen en het is echt bedenkelijk hoeveel glorie er in jullie is. Hoewel ik enorm veel energie in mijn werk ten behoeve van jullie heb gestoken, lijkt het erop dat er praktisch geen positieve elementen in jullie te vinden zijn, terwijl de negatieve elementen op één hand zijn te tellen en alleen dienen als getuigenissen die Satan te schande maken. Vrijwel al het andere in jullie is Satans gif. Jullie lijken voor mij alsof jullie niet meer te redden zijn. Zoals de zaken er voor staan, kijk ik naar de verschillende uitdrukkingen en houdingen van jullie en ken ik eindelijk jullie werkelijke gestalte. Daarom maak ik me voortdurend zorgen over jullie: zal de mens aan zichzelf overgeleverd echt beter of hetzelfde af zijn, vergeleken met hoe hij nu is? Maken jullie je niet druk om jullie kinderlijke gestalte? Kunnen jullie echt als het uitverkoren volk van Israël zijn, trouw aan mij en aan mij alleen onder alle omstandigheden? Wat in jullie is geopenbaard, is niet het kattenkwaad van kinderen die van hun ouders zijn afgedwaald, maar de beestachtigheid die naar boven komt in dieren buiten het bereik van de zweep van hun meester. Jullie moeten jullie aard kennen, die tevens de zwakte is van jullie allemaal, jullie gemeenschappelijke kwaal. Mijn enige aansporing voor jullie vandaag is dan ook om als getuige voor mij te staan. Laat onder geen enkele omstandigheid de oude ziekte weer oplaaien. Getuigen is het belangrijkste. Dat is de kern van mijn werk. Jullie moeten mijn woorden aanvaarden zoals Maria Jehova’s openbaring aanvaardde die tot haar kwam in een droom, geloven en vervolgens gehoorzamen. Alleen dit wordt als zuiver gekwalificeerd. Want jullie horen mijn woorden het meest, jullie zijn het meest door mij gezegend. Ik geef jullie al mijn waardevolle bezittingen en schenk jullie absoluut alles. Jullie gestalte en dat van het volk van Israël verschillen echter heel erg van elkaar, laten echt een wereld van verschil zien. Toch ontvangen jullie in vergelijking met hen zoveel meer. Terwijl zij smachten naar mijn verschijning, brengen jullie plezierige dagen met mij door en delen jullie in mijn rijkdom. Wat geeft jullie in vergelijking het recht om te sputteren en te twisten met mij en een deel van mijn bezittingen te eisen? Krijgen jullie niet genoeg? Ik geef jullie zoveel, maar wat jullie in ruil daarvoor aan mij geven, is hartverscheurend verdriet en angst en onbedwingbare wrok en ontevredenheid. Jullie zijn te weerzinwekkend, toch zijn jullie ook meelijwekkend, dus kan ik niet anders dan al mijn wrok inslikken en steeds weer stem geven aan mijn bezwaren tegen jullie. Gedurende al deze duizenden jaren werk heb ik nooit eerder bezwaren tegen de mensheid ingebracht, omdat ik heb ontdekt dat in de geschiedenis van de ontwikkeling van de mensheid alleen de bedriegerijen onder jullie het bekendst zijn. Zij zijn jullie nagelaten als een waardevolle erfenis door de beroemde voorouder uit de oudheid. Ik haat die onmenselijke zwijnen en honden. Jullie zijn te gewetenloos! Jullie karakter is te barbaars! Jullie hart is te verstokt! Als ik deze woorden van mij en dit werk van mij mee naar de Israëlieten had genomen, zou ik lang geleden al glorie hebben verkregen. Maar dat is onder jullie niet zo. Onder jullie zijn alleen maar wrede onverschilligheid, jullie liefdeloosheid en jullie uitvluchten te vinden. Jullie zijn te ongevoelig en te waardeloos!

uit ‘Wat is jouw begrip van God?’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 324

Jullie zouden nu allemaal moeten begrijpen wat geloven in God echt betekent. De betekenis van geloof in God waarover ik eerder heb gesproken, heeft te maken met jullie positieve intrede. Daarover ga ik het vandaag niet hebben. Vandaag wil ik de essentie van jullie geloof in God analyseren. Dit betekent vanzelfsprekend dat ik jullie vanuit het negatieve aspect leid. Als ik dat niet doe, zullen jullie nooit je ware gezicht kennen en zullen jullie altijd maar blijven opscheppen over hoe vroom en trouw jullie wel niet zijn. Met andere woorden, als ik de lelijkheid die diep in jullie harten schuilt niet aan het licht breng, zullen jullie een kroon opzetten en alle glorie aan jezelf toekennen. Jullie hooghartige en arrogante aard zet jullie ertoe aan jullie eigen geweten te verraden, in opstand te komen tegen Christus en Hem te weerstaan, en jullie lelijkheid te laten zien en zo jullie bedoelingen, opvattingen, buitensporige verlangens en ogen vol hebzucht bloot te leggen. En toch blijven jullie beweren dat jullie je leven zullen wijden aan het werk van Christus, en steeds opnieuw herhalen jullie de waarheden die Christus lang geleden gesproken heeft. Dit is jullie ‘geloof’. Dit is jullie ‘geloof zonder onzuiverheid’. Ik heb de mens altijd al aan een heel strenge norm gehouden. Als aan jouw loyaliteit achterliggende bedoelingen en voorwaarden verbonden zijn, heb ik je zogenaamde loyaliteit liever niet, want ik verafschuw mensen die mij met hun bedoelingen misleiden en mij met voorwaarden chanteren. Ik wil alleen dat de mens absoluut loyaal is aan mij, en dat hij alles doet omwille en ter bewijs van dat ene woord: geloof. Ik veracht de mooie woorden die jullie gebruiken om mij te verheugen. Ik behandel jullie immers met volkomen oprechtheid en dus wil ik dat jullie mij, op jullie beurt, waar geloof betonen. Wat geloof betreft, denken veel mensen misschien dat ze God volgen omdat ze geloof hebben, anders zouden ze zulk lijden niet verdragen. Laat me je dan dit vragen: Hoe komt het dat je God nooit vereert, ook al geloof je in Zijn bestaan? Hoe komt het dat je de vreze Gods niet in je hart hebt als je in Zijn bestaan gelooft? Je erkent dat Christus de incarnatie van God is, waarom heb je dan zoveel minachting voor Hem? Waarom handel je zo respectloos naar Hem? Waarom oordeel je openlijk over Hem? Waarom bespioneer je altijd Zijn bewegingen? Waarom onderwerp je je niet aan Zijn ordeningen? Waarom handel je niet in overeenstemming met Zijn woord? Waarom pers je Hem af en beroof je Hem van Zijn offergaven? Waarom spreek jij namens Christus? Waarom beoordeel jij of Zijn werk en Zijn woord correct zijn? Waarom durf je Hem achter Zijn rug te belasteren? Is dit – en er zijn nog meer voorbeelden – wat jullie geloof inhoudt?

Alles wat jullie zeggen en doen maakt de elementen van ongeloof in Christus zichtbaar die jullie in je meedragen. Jullie beweegredenen en doelen voor wat jullie doen, zijn doordrenkt van ongeloof; zelfs het gevoel dat voortkomt uit de blik in jullie ogen is besmet met dergelijke elementen. Met andere woorden, elk van jullie draagt elementen van ongeloof met zich mee, elke minuut van de dag. Dit betekent dat jullie elk moment het gevaar lopen Christus te verraden. Want het bloed dat door jullie aderen stroomt is vervuld met het ongeloof in de vleesgeworden God. Daarom zeg ik dat jullie op de weg van het geloof in God dan ook geen voetafdrukken van betekenis achterlaten. Jullie reis langs de weg van het geloof in God heeft geen stevig fundament en in plaats daarvan geloven jullie in ‘de automatische piloot’. Jullie zijn altijd sceptisch over het woord van Christus en kunnen het niet meteen in praktijk brengen. Dat is de reden waarom jullie geen geloof in Christus hebben. Een andere reden dat jullie niet in Christus geloven is dat jullie altijd opvattingen over Hem hebben. Steeds weer zijn jullie sceptisch over het werk van Christus. Steeds weer is het woord van Christus tot dovemansoren gericht. Wat Christus ook doet, steeds weer hebben jullie er een mening over, zonder het echt te kunnen begrijpen. Steeds weer vinden jullie het moeilijk jullie eigen opvattingen opzij te zetten, ongeacht de uitleg die jullie krijgen, en ga zo maar door. Dit zijn allemaal elementen van ongeloof die zich in jullie harten vermengd hebben. Hoewel jullie het werk van Christus volgen en nooit achterblijven, is er toch te veel rebellie in jullie hart. Deze rebellie is een onzuiverheid in jullie geloof in God. Misschien zijn jullie het er niet mee eens, maar als je daarin niet je eigen achterliggende bedoelingen herkent, zul je zeker omkomen. Want God vervolmaakt alleen diegenen die echt in Hem geloven, niet diegenen die sceptisch tegenover Hem staan en al helemaal niet diegenen die Hem schoorvoetend volgen ook al hebben ze nooit geloofd dat Hij God is.

uit ‘Ben jij iemand die waarlijk in God gelooft?’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 325

Sommige mensen verheugen zich niet in de waarheid en nog minder in het oordeel. In plaats daarvan verheugen ze zich in hun macht en rijkdommen. Dat soort mensen wordt machtzoekers genoemd. Zij komen uitsluitend af op die geloofsgemeenschappen in de wereld die invloed hebben en op die geestelijk leiders en leraren die van een theologische hogeschool komen. Ondanks dat ze de weg van de waarheid hebben aanvaard, blijven ze sceptisch en zijn ze niet in staat zichzelf volledig toe te wijden. Ze praten over offers brengen voor God, maar hun ogen zijn gericht op de grote geestelijk leiders en leraren, en Christus wordt opzijgeschoven. Hun hart is vol van roem, fortuin en glorie. Ze geloven er niets van dat zo'n onaanzienlijke man in staat is zovelen te overwinnen, dat iemand die zo onopvallend is, in staat is mensen te vervolmaken. Ze geloven er niets van dat deze stumperds die tussen het vuil en de mesthopen leven de mensen zijn die door God zijn uitverkoren. Als dát soort mensen door God gered zou worden, denken ze, zou het de wereld op zijn kop zijn en iedereen zou in een deuk liggen van het lachen. Ze geloven dat als God zulke sukkelaars uitkiest om te worden vervolmaakt, die hoge heren God Zelf zouden worden. Hun perspectief is besmet met ongeloof; sterker nog, het zijn belachelijke beesten. Want zij hechten alleen waarde aan positie, prestige en macht. Wat zij hoogachten, zijn grote groepen en geloofsgemeenschappen. Ze hebben geen enkel respect voor diegenen die geleid worden door Christus. Ze zijn niet meer dan verraders die zich van Christus, de waarheid en het leven hebben afgekeerd.

Wat jij bewondert, is niet de nederigheid van Christus, maar die valse herders met aanzien. Je houdt niet van de lieflijkheid of de wijsheid van Christus, maar van die lichtzinnige figuren die omgang hebben met de verachtelijke wereld. Je lacht om de pijn van Christus, die geen plaats heeft om Zijn hoofd neer te leggen, maar bewondert die levenloze wezens die offeranden wegkapen en zich wentelen in losbandigheid. Je bent niet bereid zij aan zij met Christus te lijden, maar stort je maar al te graag in de armen van die roekeloze antichristenen, hoewel ze je alleen maar vlees, alleen maar letters en alleen maar controle geven. Zelfs nu keert je hart zich nog steeds naar hen, hun reputatie, hun status en hun invloed. Maar je blijft bij een houding waarin je het werk van Christus moeilijk te verteren vindt en je bent niet bereid het te aanvaarden. Daarom zeg ik dat je niet het geloof hebt dat inhoudt dat je Christus erkent. De enige reden waarom je Hem tot op de dag van vandaag hebt gevolgd, is alleen omdat je geen andere keuze had. Een reeks imposante beelden rijzen altijd maar weer op in je hart. Je kunt alles wat ze zeggen en doen, hun invloedrijke woorden en handen, maar niet vergeten. In jullie hart zijn ze voor altijd oppermachtig en voor altijd helden. Maar de Christus van vandaag niet. Hij is altijd maar weer onbetekenend in je hart en altijd maar weer is Hij je eerbied niet waard. Want Hij is veel te gewoon, heeft veel te weinig invloed en is allesbehalve verheven.

Hoe dan ook, ik zeg dat al diegenen die de waarheid niet waarderen ongelovigen zijn en verraders zijn van de waarheid. Dat soort mensen zal nooit de goedkeuring van Christus ontvangen. Heb je nu vastgesteld hoeveel ongeloof er in je is? En hoeveel verraad van Christus? Ik doe een dringend beroep op je: aangezien je de weg van de waarheid hebt gekozen, moet je jezelf daar met je hele hart aan toewijden; wees niet ambivalent of halfslachtig. Je moet begrijpen dat God niet toebehoort aan de wereld of aan welke afzonderlijke persoon dan ook, maar aan al diegenen die echt in Hem geloven, al diegenen die Hem aanbidden en al diegenen die Hem toegewijd en trouw zijn.

uit ‘Ben jij iemand die waarlijk in God gelooft?’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 326

Het geloof in God van mensen is erop gericht om een geschikte bestemming en alle genade onder de zon van God te ontvangen, om God hun dienaar te maken, om God een vredige, vriendschappelijke relatie met hen te laten onderhouden en om nooit een conflict tussen hen te laten ontstaan. Dat wil zeggen: hun geloof in God verwacht van God de belofte om aan al hun eisen te voldoen, om alles aan ze te geven waar ze om bidden, zoals dat in de Bijbel staat: “Ik zal naar al jullie gebeden luisteren.” Zij verwachten dat God over niemand oordeelt of niemand aanpakt, aangezien God altijd de vriendelijke Heiland Jezus is, die altijd en overal een goede relatie met mensen onderhoudt. Hun manier van geloven is als volgt: ze stellen gewoon schaamteloze eisen aan God en hebben daarbij het idee dat Hij die gewoon blindelings voor ze zal inwilligen, of ze nu opstandig of gehoorzaam zijn. Ze blijven gewoon voortdurend ‘schulden van God innen’, in de overtuiging dat Hij die, zonder Zich te verzetten, moet ‘terugbetalen’ en bovendien tweemaal zoveel moet betalen; ze hebben het idee dat God, of Hij nu iets van ze gekregen heeft of niet, alleen door hen gemanipuleerd kan worden en dat Hij niet eigenmachtig mensen kan orkestreren en dat Hij al helemaal niet, wanneer Hij wil en zonder hun toestemming, eigenmachtig aan mensen Zijn wijsheid en rechtvaardige gezindheid mag openbaren die vele jaren verborgen zijn gebleven. Zij belijden simpelweg hun zonden aan God in de overtuiging dat God die gewoon zal vergeven, dat het Hem niet de keel uit gaat hangen en dat dit zo altijd maar door zal gaan. Zij vertellen God simpelweg wat Hij moet doen en Hij gehoorzaamt gewoon, want in de Bijbel staat dat God niet is gekomen om door de mens gediend te worden, maar om te dienen, en dat Hij is gekomen om dienaar van de mens te zijn. Hebben jullie niet altijd op deze manier geloofd? Wanneer jullie niets van God kunnen krijgen, willen jullie graag wegrennen. En wanneer jullie iets niet begrijpen, raken jullie erg verbitterd en gaan jullie zelfs zo ver dat jullie met allerlei krachttermen smijten. Jullie staan God simpelweg niet toe om Zijn wijsheid en wonder volledig te uiten, maar jullie willen alleen maar genieten van tijdelijk gemak en comfort. Tot nu toe spreken uit jullie houding in jullie geloof in God dezelfde oude opvattingen. Als God jullie maar een greintje grootsheid toont, worden jullie al ongelukkig; zien jullie nu precies hoe jullie gestalte is? Denk niet dat jullie allemaal trouw zijn aan God terwijl jullie oude opvattingen in feite niet zijn veranderd. Wanneer je niets overkomt, denk je dat alles voor de wind gaat en heb je God tot het uiterste lief. Maar overkomt je iets kleins, dan kom je in het dodenrijk terecht. Is dit je trouw aan God?

uit ‘Jullie moeten de zegeningen van status opzijzetten en Gods wil begrijpen om de mens heil te brengen’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 327

Onder het zoeken hebben jullie te veel individuele noties, hoop en toekomsten. Het huidige werk is bedoeld om jullie verlangen naar status en jullie buitensporige verlangens aan te pakken. Hoop, status en noties zijn allemaal klassieke weergaven van een satanische gezindheid. De enige reden waarom deze dingen bestaan in de harten van de mensen is dat het gif van Satan altijd hun gedachten aantast, en dat mensen er nooit in slagen deze verzoekingen van Satan van zich af te schudden. Ze leven te midden van de zonde, en toch geloven ze niet dat het zonde is en blijven ze denken: wij geloven in God, dus Hij moet ons zegenen en alles voor ons regelen zoals het hoort. Wij geloven in God, dus moeten we wel superieur zijn aan anderen, en we moeten wel meer status en meer toekomst hebben dan wie dan ook. Omdat we in God geloven, moet Hij ons grenzeloze zegeningen brengen. Anders zou het niet geloven in God heten. Jarenlang hebben de gedachten waarop mensen hebben vertrouwd om te overleven hun harten aangetast, zozeer dat ze verraderlijk, laf en verachtelijk zijn geworden. Niet alleen ontbreekt het hun aan wilskracht en vastberadenheid, ze zijn ook inhalig, arrogant en eigenzinnig geworden. Ze hebben totaal geen vastberadenheid die henzelf overstijgt, en bovendien hebben ze geen greintje lef om de banden van deze duistere invloeden af te schudden. De gedachten en levens van mensen zijn zo verrot, dat hun perspectieven op het geloof in God nog steeds ondraaglijk wanstaltig zijn, en zelfs wanneer mensen het hebben over hun perspectieven op het geloof in God is dat gewoon ondraaglijk om aan te horen. Mensen zijn allemaal laf, incompetent, verachtelijk en breekbaar. Ze voelen geen afkeer van de duistere machten en geen liefde voor het licht en de waarheid; in plaats daarvan doen ze wat ze maar kunnen om die uit te drijven. Zijn jullie gedachten en perspectieven van het moment niet precies zo? “Omdat ik in God geloof, moet ik simpelweg overladen worden met zegeningen, en moet het zeker zijn dat mijn status nooit zakt en dat die hoger blijft dan de status van ongelovigen.” Dat soort perspectief hebben jullie niet gedurende maar één of twee jaar vanbinnen gekoesterd, maar gedurende vele jaren. Jullie transactionele denkwijze is overontwikkeld. Hoewel jullie tegenwoordig bij deze stap aangekomen zijn, hebben jullie de status nog altijd niet laten varen, maar spannen jullie je continu in om ernaar te informeren en er iedere dag zorgvuldig op te letten, en zijn jullie doodsbang dat op een dag jullie status verloren zal zijn en jullie naam verkwanseld. Mensen hebben hun verlangen naar gerief nooit afgelegd. Dus, nu ik vandaag op deze manier over jullie oordeel, welke mate van begrip zullen jullie uiteindelijk hebben? Jullie zullen zeggen dat hoewel jullie status niet hoog is, jullie toch door God zijn verheven. Omdat jullie van lage geboorte zijn, hebben jullie geen status, maar jullie verwerven status omdat God jullie verheft – dit is iets wat Hij jullie heeft geschonken. Tegenwoordig kunnen jullie persoonlijk Gods training, Zijn tuchtiging en Zijn oordeel ontvangen. Dit is, in zelfs nog sterkere mate, Zijn verheffing. Jullie kunnen persoonlijk Zijn zuivering en vuur ontvangen. Dit is Gods grote liefde. Door de eeuwen heen is er niemand geweest die Zijn zuivering en vuur heeft ontvangen, en niemand is in staat geweest vervolmaakt te worden door Zijn woorden. God spreekt nu met jullie van aangezicht tot aangezicht; Hij zuivert jullie en onthult jullie innerlijke opstandigheid – dit is werkelijk Zijn verheffing. Welke mogelijkheden hebben mensen? Of ze nu de zonen van David zijn of de afstammelingen van Moab, al met al zijn mensen schepselen die niets hebben wat het waard is om over op te scheppen. Omdat jullie Gods schepselen zijn, moeten jullie je plicht als schepsel doen. Er worden geen andere eisen aan jullie gesteld. Dit is hoe jullie moeten bidden: “O, God! Of ik nou status heb of niet, nu begrijp ik mezelf. Als mijn status hoog is, komt dat door uw verheffing, en als deze laag is, komt dat door uw verordening. Alles ligt in uw handen. Ik heb geen keuzes en ook geen klachten. U hebt verordend dat ik geboren zou worden in dit land en onder dit volk, en het enige wat ik moet doen, is volledig gehoorzaam zijn onder uw heerschappij, omdat alles binnen uw verordening valt. Ik schenk geen aandacht aan status; ik ben immers maar een schepsel. Als u mij in de put van de afgrond plaatst, in de poel van vuur en zwavel, ben ik maar een schepsel. Als u mij gebruikt, ben ik een schepsel. Als u mij vervolmaakt, ben ik nog altijd een schepsel. Als u mij niet vervolmaakt, zal ik nog steeds van u houden, want ik ben niets meer dan een schepsel. Ik ben niets meer dan een minuscuul schepsel, geschapen door de Heer van de schepping, maar één iemand onder alle geschapen mensen. U was het die mij schiep, en nu hebt u mij opnieuw in uw handen geplaatst om met mij te doen wat u wilt. Ik ben bereid uw gereedschap en uw contrast te zijn, omdat alles is naar uw verordening. Niemand kan het veranderen. Alle dingen en alle gebeurtenissen liggen in uw handen.” Wanneer de tijd komt waarop je niet langer over status zult denken, zul je die afschudden. Pas dan kun je vol vertrouwen en moedig zoeken, en pas dan kan je hart zich bevrijden van enige beperkingen. Als de mensen eenmaal van deze dingen zijn losgemaakt, zullen ze geen zorgen meer hebben. Wat zijn de zorgen van de meesten van jullie op dit moment? Jullie zijn altijd beperkt door status en voortdurend bezorgd over jullie eigen vooruitzichten. Jullie bladeren voortdurend door Gods uitspraken en willen graag gezegden lezen over de bestemming van de mens, en weten wat jullie vooruitzichten zijn en wat jullie bestemming zal zijn. Jullie vragen je af: “Heb ik werkelijk vooruitzichten? Heeft God ze weggenomen? God zegt alleen dat ik een contrast ben; wat zijn dan mijn vooruitzichten?” Het valt jullie zwaar om je vooruitzichten en je lot opzij te zetten. Jullie zijn nu volgers, en jullie hebben enig begrip verkregen van deze fase van het werk. Maar jullie hebben je verlangen naar status nog altijd niet opzijgezet. Als jullie status hoog is, zoeken jullie goed, maar als jullie status laag is, zoeken jullie niet langer. Jullie denken aldoor aan de zegeningen van status. Hoe komt het dat de meeste mensen geen afstand kunnen nemen van negativiteit? Is het antwoord niet steevast dat het door sombere vooruitzichten komt? Zodra Gods uitspraken gedaan worden, proberen jullie er snel achter te komen wat je status en identiteit werkelijk zijn. Jullie geven de voorkeur aan status en identiteit, en verwijzen visie naar de tweede plaats. Op de derde plaats komt iets wat jullie moeten binnengaan, en op de vierde plaats komt Gods huidige wil. Jullie kijken eerst of Gods titel voor jullie, ‘contrasten’, wel of niet is veranderd. Jullie lezen en lezen, en wanneer jullie zien dat de titel ‘contrast’ verwijderd is, worden jullie blij en danken jullie God uitbundig en loven jullie Zijn grote kracht. Maar als jullie zien dat jullie nog altijd contrasten zijn, raken jullie overstuur en is het meteen gedaan met de aandrijving vanuit jullie harten. Hoe meer je op deze manier zoekt, des te minder je zult oogsten. Hoe groter iemands verlangen naar status, hoe strenger hij behandeld zal moeten worden en hoe meer hij grote loutering zal moeten ondergaan. Zulke mensen zijn waardeloos! Ze moeten in afdoende mate behandeld en geoordeeld worden, zodat ze deze dingen helemaal loslaten. Als jullie op deze manier streven tot het einde, zullen jullie niets oogsten. Wie het leven niet nastreeft, kan niet getransformeerd worden, en wie niet snakt naar de waarheid, kan de waarheid niet verwerven. Je richt je niet op het nastreven van persoonlijke transformatie en intreden, maar op extravagante wensen en dingen die je liefde voor God beperken en verhinderen dat je dichtbij Hem komt. Kunnen die dingen je transformeren? Kunnen ze je het koninkrijk binnenbrengen? Als het doel van je streven niet het zoeken van de waarheid is, kun je net zo goed deze gelegenheid te baat nemen en terugkeren naar de wereld om het daar te maken. Je tijd op deze manier verspillen is het echt niet waard – waarom zou je jezelf pijnigen? Is het niet zo dat je van allerlei dingen zou kunnen genieten, daar in de prachtige wereld? Geld, mooie vrouwen, status, ijdelheid, familie, kinderen, enzovoorts – zijn deze producten van de wereld niet de beste dingen waar je van kunt genieten? Wat voor nut heeft het om hier rond te zwerven op zoek naar een plek waar je gelukkig kunt zijn? De Mensenzoon kan nergens Zijn hoofd neerleggen, hoe zou jij dan een gerieflijke plek kunnen hebben? Hoe zou Hij voor jou een prachtige, gerieflijke plek kunnen scheppen? Is dat mogelijk? Naast mijn oordeel, kun je tegenwoordig alleen leringen over de waarheid ontvangen. Je kunt geen comfort van mij ontvangen en je kunt niet het bed van rozen krijgen waar je dag en nacht naar verlangt. Ik zal je de rijkdommen van de wereld niet schenken. Als je oprecht streeft, ben ik bereid je de volledige weg van het leven te geven, zodat je kunt zijn als een vis die weer in het water is. Als je niet oprecht streeft, zal ik het allemaal terugnemen. Ik ben niet bereid de woorden van mijn mond te geven aan hen die gretig zijn het gerieflijk te hebben, die net als varkens en honden zijn!

uit ‘Waarom ben je niet bereid een contrast te zijn?’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 328

Onderzoeken of je rechtvaardigheid toepast in alles wat je doet, en of al je daden geobserveerd worden door God, zijn de gedragsprincipes van hen die in God geloven. Jullie zullen rechtvaardig genoemd worden omdat jullie in staat zijn God tevreden te stellen, en omdat jullie Gods verzorging en bescherming accepteren. In Gods ogen zijn al degenen die Gods verzorging, Zijn bescherming en perfectie accepteren, en die door Hem gewonnen worden rechtvaardig en zij worden door God liefkozend bekeken. Hoe meer jullie de woorden van God aannemen in het hier en nu, des te meer jullie in staat zijn Gods wil te ontvangen en te begrijpen, en zo kunnen jullie Gods woorden naleven en aan Zijn eisen voldoen. Dit is Gods opdracht voor jullie en wat jullie behoren te bereiken. Als jullie opvattingen gebruiken om God aan af te meten en af te bakenen, alsof God een onveranderlijk aarden beeld was, en als jullie God afbakenen binnen de Bijbel, en Hem proberen te vatten in een beperkte reikwijdte van werk, dan bewijst dat, dat jullie God veroordeeld hebben. Omdat, in hun harten, de Joden uit het tijdperk van het Oude Testament God in de vorm van een afgod goten, alsof God alleen de Messias genoemd kon worden en enkel Hij die de Messias genoemd werd God was, en omdat de mensen God dienden en aanbaden alsof Hij een (levenloos) aarden beeld was, nagelden ze de Jezus van die tijd aan het kruis, veroordeelden ze Hem ter dood, veroordeelden ze de onschuldige Jezus ter dood. God had geen misdaad begaan, maar de mens spaarde God niet en veroordeelde Hem zonder te aarzelen ter dood. Dus werd Jezus gekruisigd. De mens gelooft altijd dat God onveranderlijk is, en definieert Hem volgens de Bijbel, alsof de mens Gods management doorzien heeft, alsof alles wat God doet in de handen van de mens ligt. De mensen zijn volslagen belachelijk, ze zijn uitermate arrogant, en ze hebben allemaal aanleg voor gezwollen welbespraaktheid. Ongeacht hoe groot jullie kennis van God ook is, nog steeds zeg ik dat jullie God niet kennen, dat er niemand is die meer gekant is tegen God, en dat jullie God veroordelen, want jullie zijn totaal niet in staat het werk van God te gehoorzamen en het pad van volmaakt gemaakt te worden door God te bewandelen. Waarom is God nooit tevreden over de daden van de mens? Omdat de mens God niet kent, omdat hij zoveel opvattingen heeft en omdat in plaats van zich te schikken naar de werkelijkheid, al zijn kennis over God van hetzelfde laken een pak is en uitgaat van dezelfde benadering voor elke situatie. Dus, nu God vandaag naar de aarde gekomen is, is God nogmaals aan het kruis genageld. Wrede, meedogenloze mensheid! Het samenzweren, gekonkel en knokken, het bijeen schrapen van reputatie en fortuin, de wederzijdse afslachting; wanneer zal er ooit een einde aan komen? God heeft honderdduizenden woorden gesproken, maar niemand is tot bezinning gekomen. Ze handelen in het belang van hun gezinnen, hun zonen en dochters, hun carrières, vooruitzichten, status, ijdelheid en geld, voor het verkrijgen van kleding, voor voedsel en het vlees; wiens daden zijn zuiver in het belang van God? Zelfs onder hen wier daden in het belang van God zijn, zijn er maar weinigen die God kennen. Hoeveel handelen er niet in hun eigen belang? Hoeveel onderdrukken en discrimineren anderen niet om hun eigen status te handhaven? Zo is God onnoemelijk veel keren hardhandig ter dood veroordeeld, talloze barbaarse rechters hebben God veroordeeld en Hem nogmaals aan het kruis genageld. Hoeveel kunnen er rechtvaardig genoemd worden omdat zij werkelijk handelen in het belang van God?

Voor God, is het zo makkelijk om vervolmaakt te worden tot een heilig iemand, of een rechtvaardig individu? Het is een ware bewering dat “er geen rechtvaardigen zijn op deze aarde, de rechtvaardigen niet in deze wereld zijn.” Wanneer jullie voor God komen, kijk eens goed naar wat je aan hebt, bekijk ieder woord en iedere daad, al je gedachten en ideeën, en zelfs de dromen die jullie iedere dag dromen; ze zijn allemaal om jezelf te behagen. Is dat niet de ware stand van zaken? ‘Rechtvaardigheid’ betekent niet het geven van aalmoezen, het betekent niet het liefhebben van je naaste als jezelf, noch betekent het niet vechten, ruzie maken, roven of stelen. Rechtvaardigheid betekent Gods opdracht als je plicht opvatten en Gods orkestraties en schikkingen als een uit de hemel gezonden roeping gehoorzamen, ongeacht het moment of de plaats, net zoals alles wat gedaan werd door de Heer Jezus. Dat is de rechtvaardigheid waarmee God heeft gesproken. Lot kon rechtvaardig genoemd worden, omdat hij de twee engelen die God gezonden had redde, zonder acht te slaan op wat hij zou winnen of verliezen; je zou alleen kunnen zeggen dat wat hij op dat moment deed rechtvaardig genoemd kan worden, maar hij kan geen rechtvaardig man genoemd worden. Het was enkel omdat Lot God had gezien dat hij zijn twee dochters gaf in ruil voor de engelen. Maar niet al zijn gedrag in het verleden vertegenwoordigt rechtvaardigheid, en daarom zeg ik dat “er geen rechtvaardigen zijn op deze aarde.” Zelfs onder hen die aan het herstellen zijn kan er geen een rechtvaardig genoemd worden. Hoe goed je daden ook zijn, in welke mate je de naam van God ook schijnt te verheerlijken, anderen niet slaat en vervloekt, of berooft en besteelt, je kunt nog steeds niet rechtvaardig genoemd worden, want zulke dingen kunnen door elk normaal mens bereikt worden. Vandaag is de sleutel dat je God niet kent. Het kan alleen gezegd worden dat je tegenwoordig een beetje normale menselijkheid hebt, maar geen elementen van de rechtvaardigheid waar God over spreekt, en daarom is niets wat je doet een bewijs van je kennis van God.

uit ‘De slechten zullen zeker worden gestraft’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 329

Voorheen, toen God in de hemel was, probeerde de mens God voor de gek te houden in zijn daden; vandaag is God onder de mensheid gekomen, voor hoe lang weet niemand, toch doet de mens nog steeds alsof voor God en probeert hij God voor de gek te houden. Is de mens niet veel te achterlijk in zijn denkwijze? Het was hetzelfde met Judas: voordat Jezus kwam, vertelde Judas leugens tegen zijn broers en zussen en nadat Jezus gekomen was veranderde hij nog steeds niet; hij bezat niet het kleinste beetje kennis over Jezus, en uiteindelijk verried hij Jezus. Kwam dat niet doordat hij God niet kende? Als jullie God vandaag nog steeds niet kennen, dan zullen jullie Judas worden, en dan zou de tragedie van de kruisiging van Jezus tijdens het Tijdperk van Genade, twee duizend jaar geleden, opnieuw worden uitgespeeld. Geloven jullie dit niet? Het is een feit! Vandaag verkeren de meeste mensen in zulke omstandigheden – misschien zeg ik dit wat vroeg – en zulke mensen spelen de rol van Judas. Dit bedoel ik niet schertsend, maar dit is een feit – en jullie moeten het geloven. Hoewel veel mensen doen alsof ze nederig zijn, toch zit er in hun harten niets dan stilstaand, stinkend water. Nu zijn teveel mensen in de kerk op die manier bezig. Jullie denken dat ik niets weet; vandaag leidt mijn Geest mij, en getuigt daarover tegen mij. Denken jullie dat ik niets weet? Denken jullie dat ik niets begrijp van de onoprechte gedachten in jullie harten en de dingen die in jullie harten worden bewaard? Laat God zich zo gemakkelijk misleiden? Denken jullie dat jullie Hem kunnen behandelen zoals het jullie uitkomt? In het verleden maakte ik me zorgen dat jullie beperkt zouden worden, en daarom bleef ik jullie vrijheid geven, maar de mensen konden niet zeggen dat ik goed jegens hen was en wanneer ik hun een vinger gaf, namen zij de hele hand. Vraag het maar aan elkaar: ik heb haast niemand aangepakt en ben niet snel geweest om ook maar iemand te berispen – toch ben ik heel duidelijk over de motivaties en opvattingen van de mens. Denken jullie dat de God Zelf aan wie God getuigenis aflegt een dwaas is? In dat geval zeg ik dat je te blind bent! Ik zal je niet ontmaskeren, maar laten we gewoon eens zien hoe verdorven je kunt worden. Laten we kijken of je listen je kunnen redden, of dat jullie gered kunnen worden doordat jullie je best doen God lief te hebben. Vandaag zal ik jullie niet veroordelen; laten we wachten tot aan de tijd van God om te zien hoe Hij jullie straft. Ik heb nu geen tijd voor kletspraatjes met jullie, en ik ben niet bereid mijn grotere werk uitsluitend omwille van jou uit te stellen. Een made zoals jij is het de tijd niet waard die God nodig zou hebben om jou aan te pakken, dus laten we eens zien liederlijk je kunt worden. Dergelijke mensen jagen geen enkele kennis van God na, en zij hebben ook geen enkele liefde voor Hem, maar toch willen zij graag dat God hen rechtvaardig noemt – is dat geen grap? Omdat er eigenlijk maar een weinig mensen bestaan die eerlijk zijn, houd ik me bezig met niets anders dan leven geven aan de mensheid. Ik zal alleen afmaken wat vandaag gedaan moet worden, en later zal vergelding over een ieder komen naar gelang hun gedrag. Ik heb gezegd wat ik moet zeggen, want dit is het werk dat ik doe. Ik doe dat wat ik moet doen, en dat wat ik niet moet doen, doe ik niet, maar toch hoop ik nog steeds dat jullie meer tijd doorbrengen met bezinning. Hoeveel van jullie kennis van God is waar? Ben jij een van diegenen die God wederom aan het kruis genageld hebben? Tot slot zeg ik dit: wee hen die God kruisigen.

uit ‘De slechten zullen zeker worden gestraft’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 330

Wat is, bij het bewandelen van het tegenwoordige pad, de meest geschikte manier van streven? Als wat voor soort persoon moet je jezelf zien in je streven? Je hoort te weten hoe je moet omgaan met alles wat je tegenwoordig overkomt, of het nou beproevingen en tegenspoed betreft of meedogenloze tuchtiging en vervloeking. In alle gevallen moet je er zorgvuldig over nadenken. Waarom zeg ik dit? Ik zeg het omdat wat je vandaag overkomt immers korte beproevingen zijn die zich steeds opnieuw aandienen. Misschien zie je ze niet als een al te zware geestelijke last en laat je de zaken daarom versloffen, en beschouw je ze niet als iets kostbaars bij het streven naar vooruitgang. Wat ben je onvoorzichtig! En wel in zo’n sterke mate, dat je dit kostbare beschouwt alsof het een wolk was die voor je ogen drijft, en je niet deze harde klappen koestert die steeds opnieuw neerdalen – slagen die kort duren en die jou zacht lijken – maar ze koeltjes beschouwt, ze niet serieus neemt en ermee omgaat alsof het maar incidentele stootjes zijn. Wat ben je arrogant! Tegenover deze felle aanvallen, aanvallen die lijken op steeds opnieuw opstekende stormen, toon je louter luchthartige onverschilligheid; soms laat je zelfs een kille glimlach zien, waarmee je blijk geeft van je onverschilligheid – want je hebt jezelf nooit afgevraagd waarom dergelijke ‘ongelukken’ je steeds overkomen. Ben ik heel onrechtvaardig tegenover de mens? Heb ik het met kritiek op jou gemunt? Hoewel de problemen met je houding misschien niet zo serieus zijn als ik beschreven heb, heb je door je uiterlijke kalmte al lang geleden een perfect beeld geschapen van je innerlijke wereld. Het is niet nodig dat ik je vertel dat in de diepten van je hart alleen maar grove scheldwoorden en zwakke sporen van verdriet schuilen die voor anderen nauwelijks waarneembaar zijn. Omdat het naar je gevoel zo oneerlijk is dat je zulke beproevingen hebt ondergaan, vloek je; door de beproevingen voel je de verlatenheid van de wereld en dit vervult je van melancholie. In plaats van deze terugkerende klappen en discipline als de allerbeste bescherming te zien, zie je ze als zinloze overlast vanuit de Hemel, of anders als gepaste vergelding tegen je. Wat ben je onwetend! Genadeloos sluit je de goede tijden op in de duisternis; steeds weer beschouw je prachtige beproevingen en discipline als aanvallen van je vijanden. Je bent niet in staat je aan te passen aan je omgeving, laat staan dat je daartoe bereid bent, want je wilt niets winnen uit deze herhaaldelijke – en voor jou wrede – tuchtiging. Je doet ook geen pogingen om op zoek of op onderzoek te gaan en je berust gewoon in je lot en je gaat waar dat lot je ook maar naar leidt. Wat in jouw ogen wrede tuchtigingen lijken, heeft je hart niet veranderd. Evenmin hebben ze je hart overgenomen; in plaats daarvan steken ze je in het hart. Je ziet deze ‘wrede tuchtiging’ als niets meer dan je vijand in dit leven, en je hebt niets gewonnen. Wat ben je zelfgenoegzaam! Zelden geloof je dat je zulke beproevingen doorstaat omdat je zo verachtelijk bent; in plaats daarvan geloof je dat je erg beklagenswaardig bent en zeg je dat ik altijd op je vit. Hoeveel kennis heb je vandaag de dag werkelijk van wat ik zeg en doe? Denk niet dat je een natuurtalent bent, slechts een beetje lager dan de hemelen maar veel hoger dan de aarde. Je bent niet slimmer dan wie dan ook – en men kan zelfs stellen dat je meer vertederend onnozel bent dan wie dan ook onder de mensen op aarde die met verstand zijn uitgerust. Je schat jezelf immers zo hoog in en hebt jezelf nog nooit minderwaardig gevoeld; het lijkt erop dat je mijn handelingen waarneemt tot in het kleinste detail. In feite ben je iemand die het wezenlijk aan verstand ontbreekt, want je hebt er geen idee van wat ik zal doen, laat staan wat ik op dit moment aan het doen ben. Daarom zeg ik dat je niet eens gelijk bent aan een oude boer die op het land zwoegt, een boer die niet de geringste gewaarwording heeft van het menselijk leven en toch afhankelijk is van de zegeningen van de Hemel terwijl hij het land bewerkt. Je denkt geen seconde over je leven na, je weet niets van roem en je hebt al helemaal geen enkele zelfkennis. Wat ben je ‘verheven’!

uit ‘Zij die niet leren en onwetend blijven: zijn zij geen beesten?’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 331

Mijn herhaalde leringen hebben jullie allang naar achteren geschoven in jullie gedachten. Jullie behandelen ze zelfs als speeltjes voor jullie vrije tijd en beschouwen ze altijd als jullie eigen ‘beschermende amulet’. Wanneer Satan jullie beschuldigt, bidden jullie; wanneer jullie negatief zijn, sluimeren jullie; wanneer jullie blij zijn, rennen jullie rond; wanneer ik jullie een verwijt maak, gedragen jullie je kruiperig; en wanneer jullie mij verlaten, lachen jullie manisch. In een menigte is er niemand hoger dan jij, maar je denkt nooit van jezelf dat je het arrogantst van iedereen bent. Altijd ben je onbeschrijfelijk hooghartig, zelfgenoegzaam en verwaand. Hoe zouden zulke ‘jonge heren’ en jonge meisjes’ en ‘mijne heren’ en ‘mijne dames’ die niet leren en die onwetend blijven mijn woorden als een kostbare schat kunnen beschouwen? Maar laat me nu verdergaan met je bevragen: wat heb je in de loop van zo veel tijd precies geleerd uit mijn woorden en werk? Ben je niet listiger geworden in je bedrog? Verfijnder in je vlees? Nonchalanter in je houding tegenover mij? Ik zeg je rechttoe rechtaan: ik heb zo veel werk gedaan, maar het heeft je moed vergroot, moed die eerder was zoals die van een muis. Je vrees voor mij neemt met de dag af, want ik ben te vriendelijk en heb je vlees nooit met geweld gestraft; misschien denk je dat ik alleen maar hardvochtige woorden spreek – maar het is veel vaker het geval dat ik je een glimlachend gezicht laat zien, en ik lees je bijna nooit in persoon de les. Bovendien vergeef ik je altijd je zwakte, en het komt alleen hierdoor dat je mij behandelt zoals de slang de goede boer behandelt. Wat bewonder ik de enorme vaardigheid en scherpzinnigheid in het waarnemingsvermogen van de mensen! Laat me je één waarheid vertellen: tegenwoordig maakt het maar heel weinig uit of je al dan niet een hart vol eerbied hebt. Ik ben niet ongerust of bezorgd. Maar ik moet je ook het volgende vertellen: jij, deze ‘getalenteerde persoon’, die niet leert en die onwetend blijft, zult uiteindelijk ten onder gaan aan je zelf-bewonderende, kleingeestige slimheid – jij zult degene zijn die lijdt en getuchtigd wordt. Ik zou niet zo stom zijn om je te begeleiden terwijl je blijft lijden in de hel, want ik ben niet van dezelfde soort als jij. Vergeet niet dat je een schepsel bent dat door mij vervloekt is en niettemin door mij onderwezen en gered is. Je hebt niets voor me waar ik geen afstand van zou willen doen. Wanneer ik werk, worden mij nooit beperkingen opgelegd door welke mensen, gebeurtenissen of voorwerpen dan ook. Mijn houdingen en meningen met betrekking tot de mens zijn altijd dezelfde gebleven: ik ben je niet bijzonder genegen, want je bent een aanhangsel aan mijn management en je bent beslist niet meer bijzonder dan enig ander wezen. Dit is mijn advies aan je: bedenk te allen tijde dat je niets meer bent dan een schepsel van God! Je leeft misschien met mij, maar je moet je identiteit kennen; schat jezelf niet te hoog in. Zelfs als ik je geen verwijt maak of je niet behandel, en je een glimlach laat zien, bewijst dat niet dat je van dezelfde soort bent als ik; je moet weten dat je een van degenen bent die de waarheid nastreven, en dat je niet de waarheid zelf bent! Je moet nooit ophouden te veranderen samen met mijn woorden. Hier kun je niet onderuit komen. Ik raad je aan te proberen iets te leren in deze geweldige tijd, wanneer deze zeldzame gelegenheid zich voordoet. Houd me niet voor de gek; je hoeft niet te proberen mij met vleierij te misleiden. Wanneer je me zoekt, is dat allerminst omwille van mij: het is omwille van jezelf!

uit ‘Zij die niet leren en onwetend blijven: zijn zij geen beesten?’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 332

Iedere dag die jullie nu doormaken, is cruciaal en van groot belang voor jullie bestemming en lot. Daarom moeten jullie alles wat jullie hebben en iedere minuut die voorbijgaat, koesteren en je tijd benutten om te zorgen dat jullie de grootste winst behalen, zodat jullie leven niet voor niets geweest zal zijn. Misschien zijn jullie verward over waarom ik dit zeg. Om eerlijk te zijn, ben ik niet blij met het gedrag van ieder van jullie, want wat ik hoopte te zien in jullie is meer dan wat jullie nu zijn. Daarom kan ik het zo stellen: jullie staan allemaal op de rand van de afgrond. Van jullie eerdere roep om redding en het verlangen dat jullie vroeger hadden om de waarheid na te streven en het licht te zoeken, is bijna niets meer over. Dit is hoe jullie mij uiteindelijk belonen en het is iets dat ik nooit verwacht had. Ik wil de waarheid geen geweld aan doen met mijn woorden, want jullie hebben mij vreselijk teleurgesteld. Misschien willen jullie het hier niet bij laten, willen jullie de realiteit niet onder ogen zien, maar ik wil jullie ernstig vragen: waar zijn jullie harten in al deze jaren vol van geweest? Aan wie zijn jullie harten ten diepste loyaal? Zeg niet dat mijn vraag als een donderslag bij heldere hemel komt en vraag ook niet waarom ik zo’n vraag stel. Jullie moeten weten dat het is omdat ik jullie door en door begrijp, teveel om jullie geef, en een te groot deel van mijn hart zich bezighoudt met jullie doen en laten. Daarom blijf ik jullie bevragen en lijd ik zo zwaar. Maar mijn enige beloning is onverschilligheid en ondraaglijke gelatenheid. Denken jullie echt dat ik niet weet hoezeer jullie tekortschieten tegenover mij? Als jullie dat denken, bewijst dat des te meer het feit dat jullie mij niet met ware welwillendheid behandelen. En daarom zeg ik jullie dat jullie je kop in het zand steken. Jullie zijn allemaal zo slim dat jullie zelf niet weten wat je doet. Hoe verantwoorden jullie je dan richting mij?

De vraag die mij het meest bezighoudt, is aan wie jullie harten loyaal zijn. Ik zou ook willen dat ieder van jullie zijn of haar gedachten eens op een rijtje zet. Vraag jezelf aan wie je werkelijk loyaal bent en voor wie je leeft. Misschien hebben jullie nooit zorgvuldig nagedacht over deze vraag, dus laat mij het antwoord op deze vraag voor jullie onthullen.

Iedereen die een geheugen heeft, zal dit feit erkennen: ieder mens leeft voor zichzelf en is loyaal aan zichzelf. Ik geloof niet dat jullie antwoord helemaal correct is, want ieder van jullie bestaat in je eigen leven, en je worstelt met je eigen moeilijkheden. Daarom zijn jullie loyaal aan de mensen van wie jullie houden en de dingen die jullie leuk vinden, en niet volledig loyaal aan jezelf. Omdat jullie allemaal zijn beïnvloed door de mensen, gebeurtenissen en dingen om je heen, zijn jullie niet werkelijk loyaal aan jezelf. De reden dat ik dit zeg, is niet omdat ik het goedkeur dat jullie loyaal zijn aan jezelf, maar om jullie loyaliteit aan om het even wat bloot te leggen, omdat ik in al die jaren nooit de loyaliteit van iemand van jullie heb ontvangen. Jullie hebben me jarenlang gevolgd, maar hebben me nooit een greintje loyaliteit bewezen. In plaats daarvan hebben jullie je op de mensen gericht van wie je houdt en de dingen die je leuk vindt, zozeer dat ze in jullie hart gesloten en nooit en te nimmer losgelaten worden. Als jullie enthousiast en gepassioneerd zijn over iets waar je van houdt, is dat altijd wanneer jullie me volgen of ook al wanneer jullie naar mijn woorden luisteren. Daarom zeg ik dat jullie de loyaliteit die ik van jullie eis, in plaats daarvan gebruiken om loyaal te zijn aan je ‘lievelingetjes’, om die te koesteren. Jullie brengen ook wel wat offers voor mij, maar jullie geven niet alles, die offers betekenen niet dat ik het ben aan wie je waarlijk loyaal bent. Jullie houden je bezig met de dingen waaraan je toegewijd bent. Sommigen zijn loyaal aan hun kinderen, anderen aan hun man, hun vrouw, aan geld, sommigen aan werk, hun meerderen, hun status, of aan vrouwen. Als het gaat om de dingen waaraan jullie loyaal zijn, dan zijn jullie nooit moe of bezorgd geweest. Jullie zuchten er alsmaar meer naar om nog meer te bezitten van datgene waar jullie loyaal aan zijn, met nog hogere kwaliteit, en jullie hebben nog nooit opgegeven. Als het gaat om de dingen waaraan jullie toegewijd zijn, dan staan ik en mijn woorden altijd onderaan het lijstje. Jullie hebben ook geen keus dan die op de laatste plaats te zetten. Sommige mensen houden zelfs die laatste plek over voor iets waar ze loyaal aan willen zijn, maar wat ze nog niet hebben ontdekt. Zij houden helemaal geen enkel plekje voor mij over in hun hart. Misschien denken jullie dat ik veeleisend ben, of dat ik jullie vals beschuldig. Maar hebben jullie er ooit aan gedacht dat terwijl jullie je vermaken met je familie, jullie nooit eens loyaal aan mij zijn geweest? Doet dat jullie in tijden als deze geen pijn? Waneer jullie harten vervuld zijn van vreugde omdat jullie beloning ontvangen voor jullie arbeid, voelen jullie je dan niet ontmoedigd dat jullie jezelf niet genoeg hebben uitgerust met de waarheid? Wanneer hebben jullie bittere tranen geweend, omdat jullie mijn goedkeuring niet hebben ontvangen? Jullie pijnigen je hersenen voor je zonen en dochters en doen allerlei moeite, en nog zijn jullie niet tevreden, jullie vinden nog dat je niet genoeg doet voor je kinderen, dat je niet al je kracht hebt opgeofferd. Maar tegenover mij zijn jullie altijd nalatig en achteloos. Jullie houden mij alleen in je herinnering, maar niet blijvend in je hart. Mijn devotie en inspanningen zijn aan jullie niet besteed, jullie hebben die nog nooit begrepen en jullie denken dat een kort moment van reflectie hierop al genoeg is. Dit soort ‘loyaliteit’ is niet waar ik al zo lang op wacht, dit is me al lange tijd een gruwel. Maar wat ik ook zeg, jullie blijven slechts een of twee punten erkennen en zijn niet in staat het volledig te accepteren, omdat jullie zoveel zelfvertrouwen hebben en altijd zelf kiezen welk deel van mijn woorden jullie accepteren. Als het nog steeds zo is met jullie, dan heb ik alsnog manieren om jullie zelfvertrouwen aan te pakken. Ik zal ervoor zorgen dat jullie erkennen dat al mijn woorden waar zijn, en geen verdraaiing van de waarheid.

uit ‘Aan wie ben jij loyaal?’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 333

Als ik wat rijkdommen vóór ieder van jullie zou plaatsen, en jullie vrijelijk zou laten kiezen in de wetenschap dat[a] ik jullie niet veroordeel, zouden de meesten van jullie kiezen voor de rijkdommen en de waarheid verloochenen. De beteren onder jullie zouden de rijkdommen opgeven en met tegenzin kiezen voor de waarheid, en degenen daar tussenin zouden met één hand naar de rijkdommen grijpen en met de andere naar de waarheid. Zou jullie ware aard dan niet overduidelijk zijn? Als jullie een keuze moeten maken tussen iets waar jullie loyaal aan zijn en de waarheid, zullen jullie allemaal zo’n keuze maken en blijft jullie houding onveranderd. Is dat niet zo? Hebben velen van jullie niet geschommeld tussen goed en kwaad? Als het gaat om de strijd tussen positief en negatief, tussen zwart en wit, zijn jullie je ongetwijfeld bewust van de keuzes die jullie hebben gemaakt: keuzes tussen familie en God, kinderen en God, vrede en ontwrichting, rijkdom en armoede, status en middelmaat, gesteund worden en verstoten worden, enzovoort. Als jullie moeten kiezen tussen een vredig of een gebroken gezin, dan kiezen jullie dat eerste, zonder ook maar een moment te twijfelen. Als het gaat om rijkdommen en plicht, dan kiezen jullie alweer de eerste, zelfs zonder de wil om je te bekeren[b]. Als het gaat om luxe of armoede, dan kiezen jullie de eerste. Als jullie moeten kiezen tussen zonen, dochters, vrouwen, mannen en mij, dan kiezen jullie voor de eerste. Als het om opvattingen of de waarheid gaat, kiezen jullie opnieuw de eerste. Nu ik word geconfronteerd met allerlei slechte daden van jullie, heb ik letterlijk mijn vertrouwen in jullie verloren, en ik ben verbijsterd dat jullie harten zó onvermurwbaar zijn. Jaren van toewijding en moeite hebben mij blijkbaar alleen gelatenheid en jullie wanhoop jegens mij gebracht. Toch groeit mijn hoop voor jullie met de dag, omdat mijn dag al voor iedereen is tentoongespreid. Desondanks blijven jullie datgene zoeken wat aan de duisternis en het kwaad toebehoort en zijn niet bereid dat los te laten. Wat zal de uitkomst zijn voor jullie op deze manier? Hebben jullie daar wel eens ernstig over nagedacht? Als jullie nog een keer mochten kiezen, wat zou dan jullie houding zijn? Zouden jullie dan echt alsnog de eerste kiezen? Zouden jullie mij dan nog steeds enkel teleurstelling en ellendige droefheid teruggeven? Zou er alleen in jullie harten nog steeds slechts een beetje warmte te vinden zijn? Zouden jullie nog steeds onwetend zijn over hoe jullie mij kunnen troosten? Wat kiezen jullie op dit moment? Zouden jullie je onderwerpen aan mijn woorden of er afkerig van zijn? Mijn dag is al tentoongespreid voor jullie ogen, jullie gaan een nieuw leven tegemoet, een nieuw beginpunt. Maar ik moet jullie vertellen dat dit beginpunt niet het begin is van voorbijgegaan nieuw werk, maar het eind van het oude werk. Oftewel, dit is het laatste bedrijf. Ik geloof dat jullie allemaal zullen begrijpen wat er ongewoon is aan dit startpunt. Maar binnenkort zullen jullie de ware betekenis van dit beginpunt begrijpen. Laten we daarom dit beginpunt achter ons laten en het slotstuk inluiden! Toch blijf ik erover inzitten dat jullie, geplaatst voor ongerechtigheid en gerechtigheid, altijd voor de eerste kiezen. Maar dat ligt allemaal achter jullie. Ik wil jullie verleden uit mijn geheugen wissen, maar dat is erg moeilijk. Toch heb ik uitstekende middelen om dat te bereiken. Laat de toekomst het verleden vervangen, en laat de schaduwen uit jullie verleden opgelost worden en plaatsmaken voor jullie ware huidige zelf. Dat betekent dat ik mij de moeite moet getroosten om jullie nog eens te laten kiezen om te zien aan wie jullie loyaal zijn.

uit ‘Aan wie ben jij loyaal?’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Voetnoten:

a. In het origineel bevat niet de frase ‘wetend’.

b. Terugkeren naar de wal is een Chinese uitdrukking die betekent ‘terugkeren op het rechte pad’.

Dagelijkse woorden van God Fragment 334

Wanneer iemand het over bestemming heeft, letten jullie allemaal goed op. Jullie zijn allemaal erg gevoelig met betrekking tot dit onderwerp. Sommige mensen kunnen niet wachten om voor God te buigen en zo een goede bestemming te verkrijgen. Ik ken die hunkering, die niet in woorden uitgedrukt hoeft te worden, ook. Jullie willen absoluut niet dat jullie vlees tot rampspoed vervalt. Jullie willen in de toekomst ook zeker geen langdurige straf ondergaan. Jullie hopen alleen op een vrijer en gemakkelijker leven. En dus voelen jullie je telkens bijzonder opgewonden wanneer bestemming ter sprake komt en zijn jullie ontzettend bang dat jullie God misschien mishagen en jullie je verdiende straf krijgen. Jullie hebben zonder aarzelen compromissen gesloten omwille van jullie bestemming. Velen van jullie die eens onbetrouwbaar en oneerbiedig waren, zijn opeens ontzettend aardig en oprecht geworden. Jullie oprechtheid is zelfs indrukwekkend. Jullie hebben allemaal toch een ‘eerlijk’ hart. Van begin tot eind zijn jullie open naar mij geweest, zonder geheimen in jullie hart verborgen te houden, of het nu om schuld, bedrog of toewijding gaat. Jullie hebben mij al met al die essentiële dingen in jullie diepste binnenste ‘beleden’. Ik heb die dingen uiteraard nooit gemeden, want ze zijn gewoon voor mij geworden. Jullie gaan liever de vuurzee in voor jullie eindbestemming dan nu één streng haar te verliezen om Gods goedkeuring te verkrijgen. Ik wil niet te dogmatisch naar jullie zijn, maar jullie toegewijde hart is echt ontoereikend voor alles wat ik doe. Jullie begrijpen misschien niet wat ik bedoel, dus ik zal jullie een eenvoudige uitleg geven: jullie hebben niet de waarheid en het leven nodig, niet de beginselen van hoe jullie je moeten gedragen en het gaat jullie ook niet om mijn zorgvuldige werk. Wat jullie nodig hebben, is alles wat jullie in het vlees bezitten — rijkdom, status, familie, huwelijk etc. Jullie negeren mijn woorden en werk volkomen, dus kan ik jullie geloof in één woord omschrijven: halfslachtig. Jullie doen er alles aan om datgene te bereiken waar jullie je geheel aan toewijden, maar ik heb gemerkt dat jullie niet alles opgeven omwille van jullie geloof in God. Jullie zijn niet meer dan relatief trouw en relatief serieus. Daarom zeg ik dat mensen zonder een volkomen oprecht hart tekortschieten in hun geloof in God. Denk goed na – is het niet zo dat velen van jullie tekortschieten?

Jullie moeten weten dat succes in het geloof in God dankzij de daden van mensen zelf tot stand komt. Als mensen niet slagen maar falen, is dat eveneens aan hun eigen daden te wijten, niet aan de gevolgen van andere factoren. Ik denk dat jullie er alles aan zouden doen om iets gedaan te krijgen wat moeilijker is en meer lijden inhoudt dan in God geloven. Jullie zouden dat erg serieus opvatten. Jullie zouden zelfs geen fouten willen maken. Dergelijke onophoudelijke inspanningen hebben jullie allemaal in jullie leven aan de dag gelegd. Jullie zijn zelfs in staat om mij in het vlees te bedriegen onder omstandigheden waarin jullie niet eens iemand uit jullie eigen familie zouden bedriegen. Zo gedragen jullie je steeds en dit beginsel passen jullie steeds toe in jullie leven. Creëren jullie niet nog steeds een vals beeld om mij voor de gek te houden, omwille van een prachtige en gelukkige bestemming? Ik weet dat jullie toewijding en jullie oprechtheid maar tijdelijk zijn. Zijn jullie aspiraties en de prijs die jullie betalen niet alleen voor nu en niet voor dan? Jullie willen alleen een laatste inspanning doen om een prachtige bestemming veilig te stellen. Jullie zijn alleen uit op een deal. Het is niet zo dat jullie de waarheid niets verschuldigd zijn. Het is zeker niet zo om de prijs die ik heb betaald terug te betalen. Kortom, jullie willen wel jullie slimheid aanwenden, maar er niet voor strijden. Is dit niet jullie diepe wens? Jullie moeten jezelf niet anders voordoen en jullie hersenen niet zodanig breken over jullie bestemming dat jullie er niet meer van kunnen eten of slapen. Is het niet zo dat jullie bestemming uiteindelijk zal zijn bepaald? Jullie moeten gewoon zo goed mogelijk jullie plicht doen met een open en oprecht hart. Wees bereid om al het nodige te doen. Zoals jullie al zeiden, zal God op die dag voor niemand tekortschieten die voor Hem geleden of een prijs betaald heeft. Houdt jullie aan deze waardevolle overtuiging vast en vergeet dit nooit. Alleen op deze manier kan ik gerust over jullie zijn. Anders zal ik nooit gerust over jullie kunnen zijn en zullen jullie mij altijd met afschuw vervullen. Als jullie allemaal jullie geweten kunnen volgen en jullie helemaal voor mij geven, jullie volledig voor mijn werk inzetten en jullie hele leven aan mijn evangeliewerk toewijden, zal mijn hart dan niet van vreugde voor jullie opspringen? Kan ik dan niet volkomen gerust zijn over jullie? Het is betreurenswaardig dat jullie maar een klein beetje kunnen doen van wat ik verwacht. Hoe kunnen jullie in dit geval het lef hebben om van mij te vragen waar jullie op hopen?

uit ‘Over bestemming’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 335

Jullie bestemming en jullie lot zijn erg belangrijk voor jullie – ze gaan jullie aan het hart. Jullie geloven dat als jullie niet met grote zorg te werk gaan, jullie dan geen bestemming hebben en jullie lot rampzalig is. Maar hebben jullie er wel eens bij stilgestaan dat alle moeite omwille van iemands bestemming vruchteloze inspanningen zijn? Dergelijke inspanningen zijn niet oprecht – ze zijn onecht en bedrieglijk. In dat geval zullen degenen die werken voor hun bestemming uiteindelijk geen succes oogsten. Gebrek aan geloof in God is immers het gevolg van bedrog door de mensen zelf. Ik heb al eerder gezegd dat ik niet van vleierij of kruiperij houd. Ik wil ook niet met enthousiasme worden benaderd. Ik houd van eerlijke mensen die naar mijn waarheid en verwachtingen leven. Ik houd bovendien van mensen die uiterste zorg en consideratie voor mijn hart laten zien en zelfs alles om mijnentwil kunnen opgeven. Alleen op deze manier kan mijn hart gerust zijn. Hoeveel dingen zijn er nu op jullie aan te merken waar ik een hekel aan heb? Hoeveel dingen zijn er die ik goed vind aan jullie? Heeft niemand van jullie door wat voor nare dingen jullie allemaal hebben laten zien omwille van jullie bestemming?

Ten diepste wil ik niemand in het hart treffen die positief en gemotiveerd is. Ik wil zeker niet de energie wegnemen van iemand die trouw zijn plicht doet. Toch moet ik jullie allemaal wijzen op jullie onvolkomenheden en de onzuivere ziel diep in jullie hart. Daarmee hoop ik dat jullie in staat zullen zijn om jullie ware hart over te geven wanneer jullie worden geconfronteerd met mijn woorden, want ik haat het bedrog van mensen jegens mij het meest. Ik hoop alleen dat jullie in de laatste fase van mijn werk uitmuntend kunnen presteren, volkomen zijn toegewijd en niet langer halfslachtig zijn. Ik hoop uiteraard ook dat jullie allemaal een goede bestemming zullen krijgen. Desalniettemin heb ik mijn eigen eisen: ik verwacht dat jullie de beste beslissing nemen om mij jullie algehele en onverdeelde toewijding te betonen. Als iemand die onverdeelde toewijding niet heeft, wordt die persoon zeker Satans schat en zal ik hem niet meer gebruiken. Ik stuur hem dan naar huis zodat zijn ouders voor hem kunnen zorgen. Mijn werk is jullie van groot nut geweest. Ik hoop van jullie een hart terug te krijgen dat eerlijk is en ernaar streeft omhoog te gaan, maar tot nu toe sta ik met lege handen. Denk hierover na: wat zal mijn houding jegens jullie zijn als ik op een dag nog steeds zo onnoemelijk gegriefd ben? Zal ik net zo vriendelijk zijn? Zal mijn hart net zo kalm zijn? Begrijpen jullie de gevoelens van iemand die zorgvuldig het land heeft bewerkt maar geen korrel graan heeft geoogst? Begrijpen jullie hoe groot de knauw is van iemand die een enorme dreun heeft gekregen? Kunnen jullie de bitterheid proeven van iemand vol hoop die op slechte voet afstand van iemand anders moet nemen? Hebben jullie de boosheid gezien van iemand die geprovoceerd is? Kunnen jullie het wraakzuchtige gevoel inschatten van iemand die vijandig en met bedrog is bejegend? Als jullie de mentaliteit van deze mensen begrijpen, moet het niet moeilijk zijn om jullie de houding van God voor te stellen wanneer de tijd van Zijn vergelding komt. Ik hoop tot slot dat jullie allemaal je best doen omwille van jullie eigen bestemming. Toch kunnen jullie beter niet bedrieglijk te werk gaan, anders ben ik nog steeds in mijn hart teleurgesteld in jullie. Waar leidt die teleurstelling toe? Houden jullie jezelf niet voor de gek? Zij die aan hun bestemming denken maar die toch verpesten, zijn de mensen die het slechtst kunnen worden gered. Wanneer zulke mensen vertwijfeld raken, wie zal er dan nog met ze meevoelen? Al met al wens ik jullie nog steeds een gepaste en goede bestemming toe. Ik hoop bovenal dat niemand van jullie tot rampspoed vervalt.

uit ‘Over bestemming’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Vorige: 9 Het blootleggen van de verdorvenheid van de mensheid

Volgende: Het blootleggen van de verdorvenheid van de mensheid 2

De wereld wordt in de laatste dagen bestookt met rampen. Welke waarschuwing geeft dat ons? En hoe kunnen wij beschermd worden door God te midden van rampen? Kijk samen met ons naar onze actuele preek die je de antwoorden zal geven.

Gerelateerde inhoud

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek