Het blootleggen van de verdorvenheid van de mensheid I
Dagelijkse woorden van God Fragment 300
Na enkele duizenden jaren van verdorvenheid is de mens gevoelloos en stompzinnig; hij is een demon geworden die zich tegen God keert. De opstandigheid van de mens jegens God is zo erg, dat die in de geschiedenisboeken is opgetekend. Zelfs de mens zelf is niet in staat om zijn opstandige gedrag volledig te beschrijven, want de mens is grondig verdorven door Satan. Hij is door Satan zo op een dwaalspoor gebracht en weet niet meer waar hij het zoeken moet. Ook nu verraadt de mens God nog steeds: wanneer de mens God ziet, verraadt hij Hem en wanneer hij God niet kan zien, verraadt hij Hem ook. Er zijn zelfs mensen die Gods vervloekingen en Gods toorn hebben gezien en Hem dan alsnog verraden. Ik zeg dus dat het verstand van de mens en ook zijn geweten, hun oorspronkelijke functie zijn kwijtgeraakt. De mens die ik aanschouw, is een beest in menselijke kledij, hij is een giftige slang en hoe meelijwekkend hij zich ook probeert voor te doen voor mijn ogen, ik zal nooit barmhartig zijn jegens hem. Hij vat namelijk niet het verschil tussen zwart en wit, of het verschil tussen waarheid en onwaarheid. Het verstand van de mens is erg gevoelloos geworden, toch wil hij zegeningen verkrijgen. Zijn menselijkheid is erg laaghartig, toch wil hij de soevereiniteit van een koning bezitten. Van wie kan hij de koning zijn, met zo’n verstand? Hoe kan hij met zo’n menselijkheid op een troon zitten? De mens kent werkelijk geen schaamte! Hij is een verwaande ellendeling! Voor degenen die zegeningen wensen, heb ik een suggestie: kijk eerst eens in een spiegel naar je eigen lelijke spiegelbeeld – heb je de kwaliteiten om een koning te zijn? Heb je het gezicht van iemand die zegeningen kan verkrijgen? Er is geen greintje verandering opgetreden in je gezindheid en je hebt niets van de waarheid in praktijk gebracht, en toch verlang je een prachtige toekomst. Je spiegelt jezelf iets voor! De mens, geboren in zo’n smerig land, is ernstig aangetast door de maatschappij. Hij is beïnvloed door een feodale ethiek en is geschoold in ‘instituten voor hoger onderwijs’. Het achterlijke denken, de verdorven moraliteit, de minderwaardige kijk op het leven, de verachtelijke levensfilosofie, het uiterst waardeloze bestaan, en de verdorven levensstijl en gewoonten – al die dingen zijn diep het mensenhart binnengedrongen, en hebben zijn geweten ernstig ondermijnd en aangevallen. De mens raakt daardoor steeds verder van God verwijderd en keert zich steeds meer tegen Hem. De gezindheid van de mens wordt met de dag kwaadaardiger, en niemand zal uit zichzelf iets opgeven voor God, niemand zal uit zichzelf God gehoorzamen en niemand zal bovendien uit zichzelf de verschijning van God zoeken. In plaats daarvan doet de mens onder het domein van Satan juist niets anders dan het najagen van plezier, en geeft hij zich over aan de verdorvenheid van het vlees in het land van drek. Ook al horen ze de waarheid, mensen die in duisternis leven denken er niet aan om die in praktijk te brengen, noch zijn ze geneigd om God te zoeken, ook al hebben ze Zijn verschijning gezien. Hoe kan een mensheid die zo verdorven is enige kans op redding hebben? Hoe kan een mensheid die zo decadent is in het licht leven?
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Een onveranderde gezindheid houden betekent vijandschap jegens God
Dagelijkse woorden van God Fragment 301
Dat bij de mens verdorven gezindheden de kop opsteken is hoofdzakelijk het gevolg van het feit dat Satan hem misleidt, verderft en vergiftigt. De mens is door Satan gebonden en onder controle gehouden en hij lijdt onder de verschrikkelijke schade die Satan heeft aangebracht in zijn denken, moraliteit, inzicht en verstand. Juist omdat de fundamentele dingen van de mens door Satan zijn verdorven, en volslagen anders zijn dan hoe God ze oorspronkelijk heeft gemaakt, keert de mens zich tegen God en kan hij de waarheid niet accepteren. Veranderingen in de gezindheid van de mens dienen dus te beginnen met veranderingen in zijn denken, inzicht en verstand, waardoor zijn kennis van God en zijn kennis van de waarheid veranderen. Zij die geboren zijn in het meest verdorven van alle landen weten zelfs nog minder over wat God is of wat het betekent om in God te geloven. Hoe verdorvener mensen zijn, hoe minder ze het bestaan van God kennen en hoe ondermaatser hun verstand en inzicht zijn. De mens is door Satan verdorven, dat is de bron van zijn tegenstand en rebellie jegens God. Vanwege de verdorvenheid van Satan is het geweten van de mens gevoelloos geworden; hij is immoreel, zijn gedachten zijn ontaard en hij heeft een achterlijke mentale kijk. Voordat de mens door Satan was verdorven, volgde hij God van nature en gehoorzaamde hij Zijn woorden na ze gehoord te hebben. Hij had van nature een gezond verstand en geweten, en had een normale menselijkheid. Nadat hij door Satan werd verdorven, raakten het verstand, het geweten en de menselijkheid die de mens oorspronkelijk had afgestompt en door Satan aangetast. Zo is hij zijn gehoorzaamheid en liefde jegens God kwijtgeraakt. Het verstand van de mens is abnormaal geworden en zijn gezindheid gelijk aan dat van een dier, en zijn rebellie jegens God wordt steeds frequenter en intenser. Toch weet of herkent de mens dit nog steeds niet, en blijft hij zich maar blindelings verzetten en opstandig gedragen. De gezindheid van de mens wordt geopenbaard in uitingen van zijn verstand, inzicht en geweten; aangezien zijn verstand en inzicht ondeugdelijk zijn en zijn geweten uitermate is afgestompt, is zijn gezindheid opstandig jegens God. Als het verstand en inzicht van een mens niet kunnen veranderen, is er geen sprake van verandering in zijn gezindheid en kan hij evenmin conformeren aan Gods wil. Als het verstand van een mens ondeugdelijk is, kan hij God niet dienen en is hij ongeschikt om door God te worden gebruikt. ‘Normaal verstand’ verwijst naar gehoorzaamheid en trouw aan God, naar verlangen naar God, naar absoluut zijn jegens God en naar een geweten hebben jegens God. Het verwijst naar één van hart en geest zijn jegens God en niet zich niet opzettelijk tegen God keren. Het hebben van een abnormaal verstand is iets heel anders. Sinds de mens door Satan werd verdorven, heeft hij allerlei opvattingen over God bedacht, en heeft hij geen trouw jegens God of verlangen naar Hem gekend, om maar niet te spreken over een geweten jegens God. De mens keert zich opzettelijk tegen God en geeft oordelen over Hem. Bovendien werpt hij Hem achter Zijn rug beschimpingen toe. De mens geeft een oordeel over God achter Diens rug en weet heel goed dat Hij God is; de mens is geenszins van plan om God te gehoorzamen en stelt alleen ondoordachte eisen en verzoeken aan Hem. Zulke mensen – mensen met een abnormaal verstand – zijn niet in staat om hun eigen verwerpelijke gedrag te kennen of hun opstandigheid te betreuren. Als mensen in staat zijn om zichzelf te kennen, hebben ze iets van hun verstand teruggekregen. Hoe opstandiger mensen die zichzelf niet kennen jegens God zijn, hoe ondeugdelijker hun verstand is.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Een onveranderde gezindheid houden betekent vijandschap jegens God
Dagelijkse woorden van God Fragment 302
De openbaring van de verdorven gezindheid van de mens heeft zijn bron in niets meer dan het afgestompte geweten van de mens, zijn kwaadaardige natuur en zijn ondeugdelijke verstand. Als het geweten en het verstand van de mens weer normaal kunnen worden, zal hij iemand worden die geschikt is om voor Gods aangezicht te worden gebruikt. Het komt simpelweg omdat het geweten van de mens altijd gevoelloos is geweest, en omdat het verstand van de mens dat nooit gezond is geweest zelfs hoe langer hoe meer afgestompt raakt, dat de mens steeds opstandiger wordt jegens God, zodat hij Jezus zelfs aan het kruis heeft genageld en de vleesgeworden God van de laatste dagen toegang tot zijn huis weigert. Hij veroordeelt Gods vlees en ziet Gods vlees als onwaardig. Als de mens ook maar een beetje menselijkheid had, zou hij niet zo wreed zijn in zijn behandeling van Gods vleesgeworden vlees. Als hij ook maar een beetje verstand had, zou hij niet zo kwaadaardig zijn in zijn behandeling van het vlees van de vleesgeworden God. Als hij ook maar een beetje geweten had, zou hij de vleesgeworden God niet op deze manier ‘dank betonen’. De mens leeft in het tijdperk dat God vlees is geworden, toch is hij niet in staat om God te danken voor deze geweldige gelegenheid. In plaats daarvan vervloekt hij de komst van God of negeert hij het feit van Gods vleeswording volkomen, en is hij er schijnbaar op tegen en moe van. Hoe de mens ook tegen de komst van God aankijkt, God heeft, kort gezegd, Zijn werk altijd geduldig voortgezet – zelfs al heeft de mens Hem geenszins verwelkomd en stelt hij wel blindelings eisen aan Hem. De gezindheid van de mens is uitermate kwaadaardig geworden, zijn verstand is uitermate afgestompt en zijn geweten is volkomen vertrapt door de boze en is al heel lang niet meer als het oorspronkelijke geweten van de mens. De mens is niet alleen ondankbaar jegens de vleesgeworden God voor het uitstorten van zoveel leven en genade op de mensheid, maar is zelfs verbitterd jegens God dat Hij hem de waarheid heeft gegeven. Het is omdat de mens geen greintje belangstelling voor de waarheid heeft dat hij verbitterd jegens God is geworden. De mens is niet alleen niet in staat om zijn leven neer te leggen voor de vleesgeworden God, maar hij probeert desondanks gunsten van Hem los te krijgen, en hij verwacht een rente die tientallen keer meer is dan wat de mens God heeft gegeven. Mensen met zo’n geweten en verstand vinden dit geen belangrijk punt en blijven geloven dat ze zich zo zeer voor God hebben ingezet en dat God ze te weinig heeft gegeven. Er zijn mensen die mij een kom water hebben gegeven en daarna hun hand uitsteken en eisen dat ik ze betaal voor twee kommen melk, of ze hebben mij onderdak voor één nacht geboden en eisen dan dat ik voor verscheidene nachten betaal. Hoe kun je met zo’n menselijkheid, en zo’n geweten, nog steeds wensen het leven te verkrijgen? Wat zijn jullie verachtelijke ellendelingen! Vanwege dit soort menselijkheid en dit soort geweten in de mens doorkruist de vleesgeworden God het land zonder een schuilplaats te vinden. Mensen die werkelijk een geweten en menselijkheid bezitten, dienen de vleesgeworden God te aanbidden en met geheel hun hart te dienen, niet omwille van hoeveel werk Hij heeft gedaan, maar zelfs als Hij geen enkel werk zou doen. Dit moeten mensen met gezond verstand doen en dit is de plicht van de mens. De meeste mensen spreken zelfs over voorwaarden in hun dienst aan God. Het maakt ze niet uit of Hij God is of mens, ze praten alleen over hun eigen voorwaarden en proberen alleen hun eigen verlangens te bevredigen. Wanneer jullie voor mij koken, eisen jullie een vergoeding voor dienstverlening, wanneer jullie voor mij hardlopen, vragen jullie om een hardloopvergoeding, wanneer jullie voor mij werken, eisen jullie betaling van jullie arbeidskosten, wanneer jullie mijn kleren wassen, eisen jullie wasgeld, wanneer jullie iets aan de kerk leveren, eisen jullie een onkostenvergoeding, wanneer jullie spreken, eisen jullie een sprekersvergoeding, wanneer jullie boeken uitgeven, eisen jullie vergoeding van de distributiekosten en wanneer jullie schrijven, eisen jullie een beloning voor het schrijven. De mensen die ik heb aangepakt, eisen zelfs een beloning van mij, terwijl zij die naar huis zijn gestuurd genoegdoening eisen voor de bezoedeling van hun naam. Zij die niet getrouwd zijn, eisen een bruidsschat of genoegdoening voor hun verloren jeugd, zij die een kip doden, eisen een slagersprijs, zij die voedsel frituren, eisen een frituurvergoeding en zij die soep maken, eisen daar ook betaling voor … Dit is jullie hoogstaande en verheven menselijkheid, en dit zijn de daden die jullie warme geweten voorschrijft. Waar is jullie verstand? Waar is jullie menselijkheid? Ik zal het jullie vertellen! Als jullie zo doorgaan, staak ik mijn werk onder jullie. Ik ga niet werken onder een stel beesten in menselijke kledij, ik ga zo niet lijden voor zo’n groep mensen achter wier mooie gezicht een verwilderd hart schuilgaat, ik ga niet volharden voor zo’n stel dieren dat geen enkele kans op redding heeft. De dag waarop ik jullie mijn rug toekeer, is de dag waarop jullie sterven, het is de dag dat duisternis over jullie komt en de dag dat het licht jullie zal verlaten. Ik zal het jullie vertellen! Ik zal nooit welwillend zijn naar een groep zoals die van jullie, een groep die zelfs lager is dan dieren! Er zijn grenzen aan mijn woorden en daden. Met jullie menselijkheid en geweten zoals ze zijn, ga ik geen werk meer doen, want jullie geweten schiet zeer tekort, jullie hebben me te veel pijn berokkend en jullie verwerpelijke gedrag hangt me echt de keel uit. Mensen zonder enige menselijkheid en geweten zullen nooit een kans op redding krijgen, ik zou zulke harteloze en ondankbare mensen nooit redden. Wanneer mijn dag komt, zal ik mijn verzengende vlammen voor alle eeuwigheid doen neerregenen op de kinderen van de ongehoorzaamheid die mijn brandende toorn ooit hebben opgewekt. Ik zal mijn eeuwigdurende straf opleggen aan die dieren die mij ooit hebben bestookt met beschimpingen en mij in de steek hebben gelaten. Ik zal voor altijd met het vuur van mijn toorn de zonen van de ongehoorzaamheid verbranden die ooit met mij samen gegeten en geleefd hebben maar niet in mij geloofden, en die mij beledigd en verraden hebben. Ik zal iedereen die mijn toorn heeft opgewekt aan mijn straf onderwerpen. Ik zal al mijn toorn doen neerkomen op die beesten die ooit als mijn gelijken naast mij wilden staan, maar mij niet aanbeden of gehoorzaamd hebben; de roede waarmee ik de mens sla, zal neerkomen op die dieren die ooit hebben genoten van mijn zorg en ooit van de mysteries hebben genoten die ik sprak, en die ooit hebben geprobeerd om materiële geneugten van mij weg te nemen. Ik zal niemand vergeven die probeert mijn plaats in te nemen. Ik zal niemand sparen die probeert mij voedsel en kleding te ontfutselen. Jullie lopen nu nog geen schade op, maar blijven te ver gaan in de eisen die jullie aan mij stellen. Wanneer de dag van verbolgenheid komt, zullen jullie geen eisen meer aan mij stellen. Dan zal ik jullie naar hartenlust laten ‘genieten’, dan zal ik jullie gezicht ter aarde werpen en jullie zullen nooit meer kunnen opstaan! Ik ga deze schuld vroeg of laat aan jullie ‘terugbetalen’ – en ik hoop dat jullie met geduld naar die dag uitkijken.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Een onveranderde gezindheid houden betekent vijandschap jegens God
Dagelijkse woorden van God Fragment 303
De mens kan God niet winnen, niet omdat God emoties heeft, of omdat God niet gewonnen wil worden door de mens, maar omdat de mens God niet wil winnen en hij God niet naarstig zoekt. Hoe kan iemand die God werkelijk zoekt door God worden vervloekt? Hoe kan iemand met een gezond verstand en gevoelig geweten door God worden vervloekt? Hoe kan iemand die God werkelijk aanbidt en dient door het vuur van zijn toorn worden verteerd? Hoe kan iemand die God blijmoedig gehoorzaamt uit Gods huis worden gezet? Hoe kan iemand die God niet genoeg kon liefhebben in Gods straf leven? Hoe kan iemand die alles blijmoedig wil verzaken voor God met niets achterblijven? De mens is niet bereid om God na te streven, niet bereid om zijn bezittingen voor God uit te putten en niet bereid om een levenslange inspanning aan God te wijden. In plaats daarvan zegt hij dat God te ver is gegaan, dat teveel aan God niet rijmt met de opvattingen van de mens. Met zo’n menselijkheid zouden jullie zelfs bij een ruimhartige inzet nog steeds Gods goedkeuring niet kunnen verkrijgen, om maar niets te zeggen over het feit dat jullie God niet zoeken. Weten jullie niet dat jullie tot de defecte goederen van de mensheid behoren? Weten jullie niet dat geen enkele menselijkheid lager is dan die van jullie? Weten jullie niet hoe anderen jullie noemen om jullie te eren? Zij die God waarlijk liefhebben, noemen jullie de vader van de wolf, de moeder van de wolf, de zoon van de wolf en de kleinzoon van de wolf. Jullie zijn de nakomelingen van de wolf, het volk van de wolf, en jullie dienen je eigen identiteit te kennen en nooit te vergeten. Denk niet dat jullie een of ander superieur wezen zijn. Jullie zijn de kwaadaardigste groep niet-menselijke wezens onder de mensheid. Weten jullie daar niets van? Weten jullie hoeveel risico ik heb genomen door onder jullie te werken? Als jullie verstand niet weer normaal kan worden en jullie geweten niet normaal kan werken, zullen jullie nooit meer de benaming ‘wolf’ af kunnen werpen en zullen jullie de dag van vervloeking en de dag van jullie straf dan nooit ontlopen. Jullie zijn inferieur geboren, een ding zonder enige waarde. Jullie zijn van aard een roedel hongerige wolven, een berg rommel en afval. Ik werk niet met jullie om gunsten te verkrijgen, zoals jullie dat wel doen, maar omdat het werk nodig is. Als jullie op deze manier opstandig blijven, zal ik mijn werk staken en nooit meer met jullie werken. Integendeel, dan zal ik mijn werk verplaatsen naar een andere groep die mij behaagt en jullie op die manier voor altijd verlaten, want ik wil niet omzien naar mensen die zich vijandig jegens mij opstellen. Willen jullie dus op één lijn met mij zijn of je vijandig jegens mij opstellen?
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Een onveranderde gezindheid houden betekent vijandschap jegens God
Dagelijkse woorden van God Fragment 304
Alle mensen willen graag het werkelijke gelaat van Jezus zien en allen verlangen bij Hem te zijn. Ik geloof dat geen enkele broeder of zuster zou zeggen dat hij of zij Jezus niet wil zien of niet bij Hem wil zijn. Voordat jullie Jezus gezien hebben – voordat jullie de geïncarneerde God gezien hebben – waarschijnlijk koesteren jullie allerlei ideeën, bijvoorbeeld over Jezus’ verschijning, Zijn manier van spreken, Zijn manier van leven, enzovoort. Maar als jullie Hem werkelijk gezien hebben, zullen jullie ideeën snel veranderen. Waarom gebeurt dat? Willen jullie dat weten? Het denken van de mens kan weliswaar niet over het hoofd worden gezien, maar bovendien duldt het wezen van Christus geen verandering door de mens. Jullie beschouwen Christus als een onsterfelijke of een wijsgeer, maar niemand beschouwt Hem als een normaal mens met een goddelijke essentie. Daarom zijn velen die er dag en nacht naar verlangen om God te zien in werkelijkheid vijanden van God, en onverenigbaar met Hem. Is dit niet een fout van de kant van de mens? Zelfs nu denken jullie nog steeds dat jullie geloof en loyaliteit voldoende zijn om jullie waardig te maken om het gelaat van Christus te aanschouwen, maar ik spoor jullie aan je toe te rusten met dingen die meer praktisch zijn! Want in het verleden, het heden en de toekomst hebben velen van degenen die in contact komen met Christus gefaald of zullen ze falen; zij spelen allemaal de rol van de farizeeën. Wat is de reden voor jullie falen? Dat komt nu juist omdat er in jullie opvattingen een God bestaat die verheven is en bewondering verdient. Maar de waarheid is niet zoals de mens zou willen. Niet alleen is Christus niet verheven, maar Hij is bijzonder klein; niet alleen is Hij een mens, maar Hij is een gewone mens; niet alleen kan Hij niet opstijgen naar de hemel, maar Hij kan zich zelfs niet vrij over de aarde bewegen. En omdat dit het geval is, behandelen mensen Hem zoals ze een gewone mens zouden behandelen; ze behandelen Hem nonchalant wanneer ze met Hem zijn, en ze spreken achteloos tegen Hem, terwijl ze nog steeds wachten op de komst van de ‘werkelijke Christus’. Jullie beschouwen de Christus die al gekomen is als een gewone mens, en Zijn woorden als die van een gewone mens. Daarom hebben jullie niets ontvangen van Christus. In plaats daarvan hebben jullie je eigen slechtheid volledig en in het volle licht tentoongesteld.
Voorafgaand aan je contact met Christus geloof je wellicht dat je gezindheid volledig getransformeerd is, dat je een loyale volgeling van Christus bent, en dat niemand het meer waard is om de zegeningen van Christus te ontvangen dan jij – en dat jij, omdat je veel gereisd hebt, veel werk hebt gedaan, en veel vruchten hebt voortgebracht, zeker één van diegenen bent die uiteindelijk de kroon ontvangt. Maar er is één waarheid die je misschien niet kent: de verdorven gezindheid van de mens en zijn opstandigheid en weerstand komen aan het licht als hij Christus ziet – en de opstandigheid en weerstand die op dat moment aan het licht komen, komen volkomen en volledig aan het licht, meer dan op enig ander moment. Omdat Christus de Mensenzoon is – een Mensenzoon die normale menselijkheid heeft – eert of respecteert de mens Hem niet. Omdat God in het vlees leeft, komt de opstandigheid van de mens zo duidelijk en in levendig detail aan het licht. Dus ik zeg dat de komst van Christus alle opstandigheid van de mensheid tevoorschijn heeft doen komen en de natuur van de mensheid duidelijk in de schijnwerpers heeft gezet. Dit wordt ook genoemd: ‘een tijger van de berg lokken’, en ‘een wolf uit zijn grot lokken’. Durf je te veronderstellen dat je loyaal aan God bent? Durf je te veronderstellen dat je absolute gehoorzaamheid aan God toont? Durf je te veronderstellen dat je niet opstandig bent? Sommigen zullen zeggen: “Telkens wanneer God mij in een nieuwe omgeving plaatst, dan onderwerp ik mij steevast zonder morren, en bovendien koester ik geen opvattingen over God.” Sommigen zullen zeggen: “Welke taak God mij ook geeft, ik vervul die zo goed als ik kan en zonder enige nalatigheid.” In dat geval, vraag ik jullie het volgende: kunnen jullie verenigbaar zijn met Christus als jullie met Hem leven? En hoe lang zijn jullie verenigbaar met Hem? Eén dag? Twee dagen? Eén uur? Twee uur? Jullie geloof is dan misschien prijzenswaardig, maar jullie zijn niet erg standvastig. Als je werkelijk met Christus leeft dan zullen je zelfgenoegzaamheid en zelfingenomenheid stukje bij beetje aan het licht komen door je woorden en daden; en ook je aanmatigende begeerten, je ongehoorzame instelling en ontevredenheid worden vanzelfsprekend openbaar. Ten slotte wordt je arrogantie steeds groter totdat je op even gespannen voet staat met Christus, als water met vuur – en dan zal je aard volledig aan het licht komen. Op dat moment kunnen je opvattingen niet langer verborgen blijven, en ook je klachten zullen natuurlijk tot uitdrukking komen, en je ontaarde menselijkheid zal volledig aan het licht komen. Maar zelfs dan zul je nog steeds weigeren je eigen opstandigheid toe te geven en in plaats daarvan geloven dat een Christus zoals deze niet gemakkelijk door de mens aanvaard kan worden, dat Hij te veeleisend is ten aanzien van de mens, en dat je je volledig zou onderwerpen als Hij maar een wat vriendelijker Christus was. Jullie geloven dat jullie opstandigheid gerechtvaardigd is en dat jullie alleen maar tegen Hem in opstand komen wanneer Hij een te grote druk op jullie uitoefent. Geen moment hebben jullie bedacht dat jullie Christus niet als God beschouwen, dat dat jullie niet de intentie hebben om Hem te gehoorzamen. Maar je houdt liever hardnekkig vol dat Christus moet werken volgens jouw eigen wensen, en zodra er maar één ding is dat niet strookt met jullie eigen wensen, geloof je dat Hij geen God is, maar een mens. Zijn er niet velen onder jullie die het met Hem op deze manier aan de stok hebben gehad? Wie is dit nu eigenlijk in wie jullie geloven? En op welke manier zoeken jullie?
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Degenen die onverenigbaar zijn met Christus zijn beslist tegenstanders van God
Dagelijkse woorden van God Fragment 305
Jullie verlangen er altijd naar Christus te zien, maar ik spoor jullie aan jezelf niet zo hoog te achten; iedereen kan Christus zien, maar ik zeg dat niemand geschikt is om Christus te zien. Want de natuur van de mens zit boordevol kwaad, arrogantie en opstandigheid, en op het moment dat je Christus ziet, zal je natuur je vernietigen en je ten dode veroordelen. Je omgang met een broeder (of een zuster) zegt wellicht niet zoveel over je, maar het is niet zo gemakkelijk wanneer je omgaat met Christus. Op elk moment kunnen je opvattingen wortel schieten, kan je arrogantie groeien, en kan je opstandigheid vrucht dragen. Hoe kun je met zo’n menselijkheid geschikt zijn om met Christus om te gaan? Ben je werkelijk in staat om Hem te behandelen als God, elk moment van elke dag? Zul je werkelijk de realiteit hebben van onderwerping aan God? Jullie aanbidden de verheven God in jullie hart als Jehova, terwijl jullie de zichtbare Christus beschouwen als mens. Jullie verstand is té inferieur en jullie menselijkheid is té zeer ontaard! Jullie zijn niet in staat om Christus altijd als God te beschouwen; alleen bij gelegenheid, als je het graag wilt, grijp je je aan Hem vast en aanbid je Hem als God. Dit is de reden dat ik zeg dat jullie niet in God geloven, maar dat jullie een groep handlangers zijn die tegen Christus vechten. Zelfs mensen die vriendelijk zijn voor anderen worden beloond, maar Christus, die zo’n werk onder jullie gedaan heeft, heeft van de mens noch liefde, noch vergoeding of onderwerping ontvangen. Is dat niet iets hartverscheurends?
Misschien heb je gedurende je jaren van geloof in God nooit iemand vervloekt of nooit een slechte daad begaan, maar kun je, in je omgang met Christus, toch de waarheid niet spreken, niet eerlijk handelen, en niet het woord van Christus gehoorzamen; in dat geval zeg ik dat je de meest duistere en kwaadaardige persoon ter wereld bent. Misschien ben je uitzonderlijk hartelijk en toegewijd aan je familieleden, vrienden, vrouw (of man), zonen en dochters en ouders, en maak je nooit misbruik van anderen. Echter, als je niet met Christus verenigbaar bent, als je niet in harmonie met Hem in wisselwerking kunt zijn – zelfs als je al het jouwe uitput om je naasten te helpen of zorgvuldig te zorgen voor je vader, moeder en gezinsleden – dan zeg ik dat je nog steeds slecht bent, en bovendien vol van sluwe listen. Denk niet dat je verenigbaar bent met Christus alleen maar omdat je goed met anderen omgaat of een paar goede daden doet. Denk je dat je met je liefdadige bedoeling een zegen van de hemel kunt ontfutselen? Denk je dat het doen van een paar goede daden je gehoorzaamheid kan vervangen? Niemand van jullie kan accepteren om behandeld en gesnoeid te worden en jullie vinden het allemaal moeilijk om de normale menselijkheid van Christus te aanvaarden, ondanks dat jullie steeds rondbazuinen over jullie gehoorzaamheid aan God. Zo’n geloof als dat van jullie zal een passende vergelding met zich meebrengen. Geef je niet langer over aan fantasierijke illusies en het verlangen Christus te zien, want jullie zijn te klein van gestalte, zelfs zo dat jullie het niet eens waard zijn om Hem te zien. Als je volledig gereinigd bent van je opstandigheid en in harmonie met Christus kunt zijn, dan zal op dat moment God vanzelfsprekend aan je verschijnen. Als je God wilt zien zonder dat je gesnoeid bent of oordeel ondergaan hebt, dan zul je beslist een tegenstander van God worden en dan ben je bestemd voor vernietiging. De natuur van de mens is intrinsiek vijandig ten opzichte van God, want alle mensen zijn onderworpen aan Satans meest diepgaande verdorvenheid. Als de mens probeert met God om te gaan vanuit zijn eigen verdorvenheid, dan staat vast dat daar niets goeds uit kan voortkomen; zijn daden en woorden zullen beslist en telkens weer zijn verdorvenheid aan het licht doen komen, en in zijn omgang met God zal zijn opstandigheid in elk opzicht openbaar worden. Onbewust komt de mens in opstand tegen Christus, gaat hij Christus bedriegen, en Christus verloochenen; als dit gebeurt komt de mens in een nog hachelijker situatie, en als dit voortduurt zal hij het voorwerp van bestraffing worden.
Sommigen geloven wellicht dat, als omgang met God zo gevaarlijk is, het misschien verstandiger is om God op afstand te houden. Wat kunnen zulke mensen eventueel winnen? Kunnen ze loyaal aan God zijn? Zeker, omgang met God is heel moeilijk, maar dat is omdat de mens verdorven is, niet omdat God niet in staat is om met hem om te gaan. Het zou het beste voor jullie zijn als je meer moeite deed voor de waarheid om jezelf te kennen. Waarom hebben jullie geen gunst gevonden bij God? Waarom is jullie gezindheid weerzinwekkend voor Hem? Waarom roept jullie spreken Zijn afkeer op? Zodra jullie een beetje loyaliteit hebben getoond zijn jullie trots op jezelf en eisen jullie een beloning voor een kleine bijdrage. Jullie kijken op anderen neer als jullie een greintje gehoorzaamheid hebben getoond, en jullie worden minachtend naar God als jullie de een of andere kleine taak hebben verricht. Voor het ontvangen van God vraag je geld, giften en complimenten. Het geeft jullie hartzeer om één of twee munten te geven; en als je er tien geeft, wil je zegeningen ontvangen en anders behandeld worden. Een menselijkheid als die van jullie is werkelijk aanstootgevend om over te spreken of van te horen. Is er iets prijzenswaardig in jullie woorden en daden? Zowel degenen die hun plicht vervullen als degenen die dat niet doen, zowel degenen die leiden als die volgen, zowel degenen die God ontvangen als degenen die dat niet doen, zowel degenen die geven als degenen die dat niet doen, zowel degenen die preken als degenen die het woord ontvangen, enzovoort: al deze mensen prijzen zichzelf. Vinden jullie dit niet belachelijk? Jullie weten heel goed dat je in God gelooft, maar jullie kunnen je toch niet met God verenigen. Terwijl jullie heel goed weten dat jullie totaal niets waard zijn, volharden jullie in opschepperij. Voelen jullie niet dat jullie verstand verslechterd is, zo erg dat jullie geen zelfcontrole meer hebben? Hoe kunnen jullie met een dergelijk verstand geschikt zijn om met God om te gaan? Zijn jullie niet bang voor jezelf op dit punt? Jullie gezindheid is al verslechterd tot het punt waarop jullie niet verenigbaar zijn met God. Is, nu dit het geval is, jullie geloof niet belachelijk? Is jullie geloof niet bespottelijk? Hoe ga je je toekomst tegemoet? Hoe ga je kiezen welk pad je opgaat?
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Degenen die onverenigbaar zijn met Christus zijn beslist tegenstanders van God
Dagelijkse woorden van God Fragment 306
Ik heb zoveel woorden uitgedrukt en heb ook mijn wil en gezindheid tot uitdrukking gebracht, maar toch zijn mensen nog steeds niet in staat om mij te kennen en in mij te geloven. Je zou ook kunnen zeggen dat de mensen nog steeds niet in staat zijn om mij te gehoorzamen. Degenen die binnen de Bijbel leven, zij die leven binnen de wet, zij die aan het kruis leven, zij die volgens de leer leven, zij die leven te midden van het werk dat ik vandaag doe – wie van hen is verenigbaar met mij? Jullie denken alleen aan het ontvangen van zegeningen en beloningen, maar hebben nooit een gedachte gewijd aan hoe je werkelijk met mij verenigbaar kunt zijn, of hoe je kunt voorkomen tegen mij te worden. Ik ben zo teleurgesteld in jullie, want ik heb jullie zoveel gegeven, maar ik heb zo weinig van jullie gekregen. Jullie bedrog, jullie arrogantie, jullie hebzucht, jullie extravagante verlangens, jullie verraad, jullie ongehoorzaamheid – welke van deze kon aan mijn opmerkzaamheid ontsnappen? Jullie zijn onzorgvuldig met mij, jullie houden me voor de gek, jullie beledigen mij, jullie proberen mij te vleien, jullie persen me af, jullie buiten mij uit voor offers – hoe zou zo’n kwaadaardigheid mijn bestraffing kunnen ontgaan? Al dit kwade gedrag is een bewijs van jullie vijandschap tegen mij en is een bewijs dat jullie niet verenigbaar met mij zijn. Iedereen van jullie gelooft dat hij zo verenigbaar met mij is, maar als dat het geval zou zijn, op wie zou dan zo’n onweerlegbaar bewijs van toepassing zijn? Jullie geloven dat jullie de grootste oprechtheid en loyaliteit jegens mij bezitten. Jullie denken dat jullie zo goedhartig zijn, zo medelevend en dat jullie zoveel aan mij hebben toegewijd. Jullie denken dat jullie meer dan genoeg voor me hebben gedaan. Maar hebben jullie dit ooit vergeleken met jullie eigen gedrag? Ik zeg jullie dat jullie in overvloedige mate arrogant, hebzuchtig en plichtmatig zijn; de kunstjes waarmee jullie me voor de gek houden zijn al te vindingrijk en jullie hebben al te veel verachtelijke intenties en methoden. Jullie loyaliteit is te zwak, jullie oprechtheid is te schaars en jullie geweten ontbreekt nog meer. Er is te veel boosaardigheid in jullie harten, en niemand ontkomt aan jullie boosaardigheid, zelfs ik niet. Jullie sluiten me buiten omwille van jullie kinderen, of jullie echtgenoten, of jullie eigen zelfbehoud. In plaats van om mij te geven, geven jullie om jullie familie, jullie kinderen, jullie status, jullie toekomst en jullie eigen voldoening. Wanneer hebben jullie ooit aan mij gedacht terwijl jullie spraken of handelden? Tijdens koude dagen, wenden jullie gedachten zich tot jullie kinderen, jullie echtgenoten of jullie ouders. Tijdens hete dagen, heb ik ook geen plaats in jullie gedachten. Wanneer je je plicht doet, denk je aan je eigen belangen, aan je eigen persoonlijke veiligheid, aan de leden van je gezin. Wat heb je ooit gedaan dat voor mij was? Wanneer heb je ooit aan mij gedacht? Wanneer ooit heb je jezelf, tegen elke prijs, toegewijd aan mij en mijn werk? Waar is het bewijs van je verenigbaarheid met mij? Waar is de realiteit van je trouw aan mij? Waar is de realiteit van je gehoorzaamheid aan mij? Wanneer zijn jouw intenties niet geweest om mijn zegeningen te verkrijgen? Jullie houden me voor de gek en bedriegen mij, jullie spelen met de waarheid, jullie verhullen het bestaan van de waarheid en verraden de essentie van de waarheid. Wat staat jullie in de toekomst te wachten wanneer jullie je zo vijandig tegen mij opstellen? Jullie zoeken alleen naar verenigbaarheid met een vage God en zoeken slechts een vaag geloof, maar toch zijn jullie niet verenigbaar met Christus. Zal jullie kwaadaardigheid niet dezelfde vergelding tot gevolg hebben als die wat de goddelozen verdienen? Op dat moment zullen jullie je realiseren dat niemand die niet verenigbaar met Christus is de dag van toorn kan ontvluchten en jullie zullen ontdekken wat voor vergelding zal worden gebracht aan hen die tegen Christus zijn. Wanneer die dag komt, zullen jullie dromen om gezegend te worden voor jullie geloof in God en om toegang te krijgen tot de hemel, allemaal in duigen vallen. Maar dat zal niet het geval zijn voor hen die verenigbaar zijn met Christus. Hoewel ze zoveel hebben verloren, hoewel ze veel ellende hebben geleden, zullen ze de hele erfenis ontvangen die ik aan de mensheid nalaat. Uiteindelijk zullen jullie begrijpen dat ik alleen de rechtvaardige God ben en dat ik alleen in staat ben om de mensheid naar diens prachtige bestemming te brengen.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Je zou de weg van verenigbaarheid met Christus moeten zoeken
Dagelijkse woorden van God Fragment 307
God heeft veel aan mensen toevertrouwd en heeft ook hun intrede op talloze manieren aangepakt. Maar omdat het kaliber van mensen behoorlijk ondermaats is, hebben veel van Gods woorden geen wortel kunnen schieten. Er zijn verschillende redenen voor dit ondermaatse kaliber aan te voeren. Denk bijvoorbeeld aan de verdorven gedachten en moraliteit van de mens en een gebrekkige opvoeding; feodaal bijgeloof dat het hart van de mens fors in zijn greep heeft gekregen; verdorven en ontaarde levensstijlen die onderdak hebben geboden aan veel kwaad in de diepste schuilhoeken van het mensenhart; een oppervlakkig begrip van culturele geletterdheid, met bijna 98 procent van de mensen zonder scholing in culturele geletterdheid en bovendien zeer weinigen die op een hoger cultureel niveau worden onderwezen. Daarom hebben mensen eigenlijk geen idee van wat er met God of de Geest wordt bedoeld, maar alleen een vaag en onduidelijk beeld van God op basis van feodaal bijgeloof. Verderfelijke invloeden die duizenden jaren van ‘de verheven geest van het nationalisme’ diep in het mensenhart hebben achtergelaten alsmede het feodale denken waardoor mensen gebonden en geketend zijn, zonder greintje vrijheid, zonder wil om ergens naar te streven of in te volharden, zonder verlangen om vooruitgang te maken, maar in plaats daarvan een passieve en regressieve houding aannemen, vastgeroest in een slavenmentaliteit, enzovoorts – deze objectieve factoren hebben voor een onuitwisbaar vuile en lelijke waas over de ideologische zienswijze, idealen, moraliteit en gezindheid van de mensheid gezorgd. Het lijkt wel of mensen in een duistere wereld van terrorisme leven, die niemand van hen wil ontstijgen. Niemand onder hen is van plan om naar een ideale wereld over te gaan, nee, ze nemen kennelijk genoegen met hun levenslot. Ze vinden het genoeg om hun dagen te slijten met het krijgen en grootbrengen van kinderen, zich in te spannen, te zweten, hun taken te doen, te dromen van een comfortabel en gelukkig gezin, en te dromen van affectie in het huwelijk, van respectvolle kinderen, van vreugde in de nadagen van hun leven terwijl ze vredig naar het einde toeleven … Mensen verdoen al tientallen, duizenden, tienduizenden jaren tot op heden hun tijd op deze manier. Niemand creëert een volmaakt leven, allen zijn alleen uit op wederzijdse afslachting in deze duistere wereld, in de race naar roem en rijkdom, en op het smeden van complotten tegen elkaar. Wie heeft ooit Gods wil gezocht? Heeft iemand ooit acht geslagen op het werk van God? Alle aspecten van de menselijkheid beïnvloed door de duisternis zijn al sinds heel lang de menselijke natuur. Het is dan ook erg moeilijk om het werk van God uit te voeren en mensen hebben nog minder de neiging om acht te slaan op wat God ze tegenwoordig heeft toevertrouwd. In ieder geval, mensen hebben er vast geen moeite mee dat ik deze woorden tot uiting breng. Waar ik over spreek, is immers de geschiedenis van duizenden jaren. Over geschiedenis praten betekent feiten en bovendien schandalen die voor iedereen duidelijk zijn. Wat heeft het dan voor zin om te zeggen wat tegen feiten ingaat? Maar ik denk ook dat redelijke mensen bij het zien van deze woorden zullen ontwaken en naar vooruitgang zullen streven. God hoopt dat mensen in vrede en naar tevredenheid kunnen leven en werken en tegelijkertijd God kunnen liefhebben. Het is Gods wil dat de hele mensheid rust mag ingaan. Gods nog grotere verlangen dan dit is het hele land vullen met Gods heerlijkheid. Het is gewoon jammer dat mensen in vergetelheid verzonken en ingedut blijven, zo erg verdorven door Satan dat ze niet meer op mensen lijken. Het menselijk denken, de moraliteit en de opvoeding vormen een belangrijke schakel, met training in culturele geletterdheid als tweede schakel, om het culturele kaliber van mensen op te vijzelen en hun geestelijke zienswijze te veranderen.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Werk en intrede (3)
Dagelijkse woorden van God Fragment 308
In de levenservaringen van mensen, denken ze vaak bij zichzelf: ik heb mijn familie en carrière opgegeven voor God en wat heeft Hij mij gegeven? Ik moet het bij elkaar optellen en bevestigen – heb ik de laatste tijd zegeningen ontvangen? Ik heb veel gegeven in deze tijd, ik heb gerend en gerend en heb veel geleden – heeft God me in ruil daarvoor beloftes gegeven? Heeft Hij mijn goede daden onthouden? Wat zal mijn einde zijn? Kan ik Gods zegeningen ontvangen? … Ieder mens maakt voortdurend zulke berekeningen in zijn hart en hij stelt eisen aan God met daarin zijn motivaties, ambities en een transactionele mentaliteit. Dat wil zeggen dat de mens in zijn hart God voortdurend uitprobeert, voortdurend plannen aangaande God bedenkt, voortdurend met God in discussie is ter wille van zijn eigen individuele einde en een verklaring van God probeert af te dwingen, om te zien of God hem kan geven wat hij wil. Terwijl de mens God nastreeft, behandelt hij God niet als God. De mens heeft altijd geprobeerd met God handel te drijven, en daarbij onophoudelijk eisen aan Hem gesteld en zelfs bij elke stap druk op Hem uitgeoefend, door te proberen Zijn hele hand te nemen als hem slechts een vinger is gegeven. Terwijl hij handel probeert te drijven met God, maakt de mens ook ruzie met Hem en er zijn zelfs mensen die, wanneer er beproevingen plaatsvinden of wanneer ze in bepaalde situaties verkeren, vaak zwak, passief en slap worden in hun werk en enorm veel klachten hebben over God. Vanaf het moment dat de mens voor het eerst in God begon te geloven, heeft hij God beschouwd als een hoorn des overvloeds, een Zwitsers zakmes en heeft hij zichzelf beschouwd als de grootste schuldeiser van God, alsof zegeningen en beloften van God proberen te krijgen, zijn inherente recht en verplichting was, terwijl het Gods verantwoordelijkheid was om de mens te beschermen, te verzorgen en voorzieningen voor hem te treffen. Dat is het basisbegrip van ‘geloof in God’ van allen die in God geloven en dat is hun diepste begrip van het concept van het geloof in God. Van de aard en de essentie van de mens tot aan zijn subjectieve streven, is er niets dat te maken heeft met de vrees voor God. Het doel van de mens om in God te geloven kan onmogelijk iets te maken hebben met de aanbidding van God. Dat wil zeggen, de mens heeft nooit overwogen of begrepen dat het geloof in God, vrees en aanbidding van God vereist. Met het oog op dergelijke omstandigheden is de essentie van de mens duidelijk. En wat is die essentie? Het is dat het hart van de mens kwaadaardig is, verraad en bedrog koestert, niet houdt van eerlijkheid en rechtvaardigheid en van datgene wat positief is, en dat het verachtelijk en hebzuchtig is. Het hart van de mens kan niet nog méér gesloten zijn voor God; hij heeft het helemaal niet aan God gegeven. God heeft nooit het ware hart van de mens gezien, noch is Hij ooit door de mens aanbeden. Hoe hoog de prijs ook is die God betaalt, hoeveel werk Hij ook doet of hoeveel Hij ook aan de mens geeft, voor dit alles blijft de mens blind en volkomen onverschillig. De mens heeft nooit zijn hart aan God gegeven, hij wil alleen zelf op zijn eigen hart passen, zijn eigen beslissingen nemen – met als ondertoon dat de mens niet de weg wil volgen van God vrezen en het kwaad mijden, of de soevereiniteit en de regelingen van God wil gehoorzamen, noch God als God wil aanbidden. Zo is de huidige gesteldheid van de mens.
Het Woord, Deel II, Over het kennen van God, Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf II
Dagelijkse woorden van God Fragment 309
Komen niet juist veel mensen tegen God in opstand en werken zij het werk van de Heilige Geest niet juist tegen omdat ze het gevarieerde en veelzijdige werk van God niet kennen, en bovendien slechts een fractie bezitten aan kennis en doctrine om het werk van de Heilige Geest mee te meten? Hoewel de ervaringen van dergelijke mensen oppervlakkig zijn, zijn ze van nature arrogant en toegeeflijk en kijken ze met minachting naar het werk van de Heilige Geest, negeren ze de disciplines van de Heilige Geest en gebruiken ze bovendien hun onbeduidende, oude argumenten om het werk van de Heilige Geest te ‘bevestigen’. Zij spelen ook komedie en zijn helemaal overtuigd van hun eigen geleerdheid en uitgebreide kennis, en overtuigd dat ze over de hele wereld kunnen reizen. Worden dergelijke mensen niet verafschuwd en verworpen door de Heilige Geest, en zullen ze niet verstoten worden door het nieuwe tijdperk? Zijn zij die voor God komen en zich openlijk tegen Hem verzetten niet onwetende en weinig geïnformeerde schurken die alleen maar proberen te laten zien hoe briljant ze zijn? Met slechts weinig kennis van de Bijbel proberen zij de ‘academische wereld’ op stelten te zetten; met slechts een oppervlakkige doctrine om mensen wat bij te brengen, proberen ze het werk van de Heilige Geest om te keren en het in te passen in hun eigen denkpatroon. Kortzichtig als ze zijn, proberen ze in één vluchtige blik zesduizend jaar van Gods werk te zien. Deze mensen hebben geen noemenswaardig verstand! In feite is het zo dat hoe meer kennis mensen van God hebben, hoe langzamer ze zijn om Zijn werk te beoordelen. Bovendien praten ze maar weinig over hun kennis van Gods werk van vandaag en zijn ze niet lichtvaardig in hun oordeel. Hoe minder ze van God weten, hoe arroganter en overmoediger mensen zijn en hoe willekeuriger ze Gods wezen proclameren. Maar het is slechts theorie en ze bieden geen echt bewijs. Zulke mensen zijn geenszins van waarde. Zij die het werk van de Heilige Geest zien als een spelletje zijn onnozel! Zij die niet opletten als ze worden geconfronteerd met het nieuwe werk van de Heilige Geest, die hun woordje snel klaar hebben, snel oordelen, die hun temperament de vrije loop laten om de juistheid van het werk van de Heilige Geest te ontkennen, en die dit ook beledigen en belasteren, zouden zulke respectloze mensen het werk van de Heilige Geest kennen? Zijn zij daarnaast niet ook heel arrogante mensen; mensen die inherent trots en onbestuurbaar zijn? Zelfs als er een dag komt waarop zulke mensen het nieuwe werk van de Heilige Geest aanvaarden, zal God hen nog steeds niet tolereren. Ze kijken niet alleen neer op degenen die werken voor God, maar ze belasteren ook God Zelf. Dergelijke wanhopige mensen zullen geen vergeving ontvangen, noch in dit tijdperk noch in het komende, en zij zullen eeuwig vergaan in de hel! Dergelijke respectloze, toegeeflijke mensen doen alsof ze in God geloven en hoe meer mensen zo zijn, des te waarschijnlijker het is dat ze Gods bestuurlijke decreten zullen beledigen. Bewandelen al deze arrogante mensen, die van nature teugelloos zijn en die nooit iemand gehoorzaamd hebben, niet dit pad? Keren zij zich niet dagelijks tegen God – God die altijd nieuw is en nooit oud?
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het kennen van de drie fases van Gods werk is de weg naar het kennen van God
Dagelijkse woorden van God Fragment 310
Kennis van aloude cultuur en geschiedenis die meerdere duizenden jaren overbrugt, heeft de gedachten, opvattingen en geestelijke zienswijze van mensen zo hermetisch afgesloten dat deze ondoordringbaar en niet afbreekbaar[1] zijn geworden. Mensen leven in de achttiende cirkel van de hel, waar, net alsof ze door God naar de kerkers zijn verbannen, nooit licht te zien is. Feodaal denken heeft mensen zo onderdrukt dat ze nauwelijks kunnen ademen en dat ze stikken. Ze hebben geen greintje kracht om zich te verzetten; het enige wat ze doen is het in stilte uithouden, uithouden … Nooit heeft iemand het gedurfd om te worstelen of een vuist te maken voor rechtvaardigheid en gerechtigheid; mensen leven gewoon een leven dat erger is dan dat van een dier en incasseren dag na dag en jaar na jaar de slagen en misstanden van de feodale ethiek. Nooit komt in hen de gedachte op om God te zoeken en zodoende geluk in de mensenwereld te genieten. Het is alsof mensen zozeer neergeslagen zijn dat ze zijn zoals de gevallen bladeren in de herfst, verdord, uitgedroogd en geelbruin. Mensen zijn allang hun geheugen kwijt; ze leven hulpeloos in de hel die de mensenwereld wordt genoemd en wachten op het aanbreken van de laatste dag, zodat ze samen met deze hel ten onder kunnen gaan, alsof de laatste dag waarnaar ze hunkeren de dag is waarop ze rust en vrede zullen genieten. Feodale ethiek heeft het leven van mensen meegenomen naar ‘Hades’ en hun kracht om zich te verzetten nog verder verzwakt. Allerlei soorten onderdrukking duwen hen stapje voor stapje richting een diepere val in Hades, verder en verder weg van God, tot zij tegenwoordig volmaakte vreemdelingen voor God zijn geworden en Hem snel uit de weg gaan wanneer ze elkaar tegenkomen. Mensen negeren Hem en laten Hem in Zijn eentje aan de kant staan, alsof ze Hem nooit hebben gekend, Hem nooit eerder hebben gezien. En toch heeft God op de mensen gewacht gedurende de lange reis van het menselijk leven. Hij heeft nooit Zijn onstuitbare woede naar hen geslingerd en heeft gewoon rustig gewacht, zonder een woord te uiten, tot ze berouw zouden hebben en opnieuw zouden beginnen. God kwam lang geleden de mensenwereld binnen om het leed van de mensenwereld met mensen te delen. In alle jaren waarin Hij met hen heeft geleefd, heeft niemand Zijn bestaan ontdekt. God verduurt slechts in stilte de ellende van de armoedigheid in de mensenwereld, terwijl Hij het werk uitvoert dat Hij persoonlijk heeft gebracht. Hij blijft het uithouden omwille van de wil van God de Vader en omwille van de behoeftes van mensen, en ondergaat leed dat nog nooit eerder door mensen is ervaren. In hun aanwezigheid heeft Hij hen rustig bediend, en in hun aanwezigheid heeft Hij Zich verootmoedigd omwille van de wil van God de Vader en ook omwille van de behoeftes van de mensen. Kennis van aloude cultuur heeft hen heimelijk bij God weggeroofd en uitgeleverd aan de koning van de duivels en diens nakomelingen. De Vier Boeken en Vijf Klassiekers[a] hebben hun denken en noties een ander tijdperk van opstandigheid binnengebracht, waardoor zij de samenstellers van De Vier Boeken en Vijf Klassiekers nog meer ophemelen, met als gevolg dat hun noties over God nog erger worden. Zonder dat ze het weten, heeft de koning van de duivels God harteloos uit hun harten verstoten en deze vervolgens zelf met triomfantelijke blijdschap ingenomen. Sinds die tijd hebben mensen een lelijke, slechte ziel en het gelaat van de koning van de duivels. Haat voor God vulde hun borst, en de hatelijke boosaardigheid van de koning van de duivels verspreidde zich dag na dag binnen hen, tot ze volledig waren ingenomen. Ze hebben niet langer het kleinste beetje vrijheid en zagen geen kans om los te breken uit de valstrik van de koning van de duivels. Ze hadden geen andere keuze dan ter plekke gevangen te worden genomen, zich over te geven en in overgave neer te vallen in Zijn aanwezigheid. Lang geleden, toen hun hart en ziel nog erg jong waren, plantte de koning van de duivels daarin het zaadje van de tumor van het atheïsme en leerde hun dwalingen zoals: “Bestudeer de wetenschap en de technologie; voer de Vier Moderniseringen uit; en in de wereld bestaat niet zoiets als God.” Niet alleen dat: bij elke kans die hij heeft, roept hij uit: “Laat ons vertrouwen op onze ijverige arbeid om een prachtig thuisland te bouwen” en vraagt hij allen om vanaf hun kindertijd bereid te zijn om hun land trouwe dienst te bewijzen. Mensen werden zonder het te beseffen in zijn aanwezigheid gebracht, waar hij zich zonder aarzeling alle eer toe-eigende (dat wil zeggen: de eer die God toekomt omdat Hij de hele mensheid in Zijn handen houdt). Nooit voelde hij de geringste schaamte. Bovendien greep hij schaamteloos Gods volk en sleepte het terug naar zijn huis, waar hij als een muis op tafel sprong en zich door mensen als God liet vereren. Wat een roekeloos iemand! Hij roept schandelijke, shockerende dingen zoals: “In de wereld bestaat niet zoiets als God. De wind ontstaat volgens natuurwetten uit transformaties; de regen ontstaat wanneer waterdamp in koude temperaturen condenseert tot druppels die op aarde vallen; een aardbeving is het beven van het aardoppervlak door toedoen van geologische veranderingen; waterschaarste komt door droge lucht die veroorzaakt wordt door nucleaire verstoringen van het oppervlak van de zon. Dit zijn natuurlijke verschijnselen. Waar in dit alles is Gods handeling?” Er zijn zelfs mensen die uitspraken als de volgende roepen, uitspraken die niet zouden moeten klinken: “De mens evolueerde in het verre verleden uit apen, en de hedendaagse wereld is voortgekomen uit een opeenvolging van primitieve samenlevingen sinds ongeveer één geologisch tijdvak geleden. Of een land gedijt of achteruitgaat, ligt volledig in de hand van de inwoners ervan.” Op de achtergrond zorgt hij ervoor dat mensen hem aan de muur hangen of op tafel zetten om hem eer te bewijzen en offerandes te brengen. Terwijl hij “Er is geen God” roept, werpt hij zichzelf op als God, duwt hij God ruw en oneerbiedig buiten de grenzen van de aarde, gaat hij op Gods plek staan en neemt hij de rol van de koning van de duivels op zich. Wat is hij van alle rede verstoken! Men haat hem er hartgrondig om. Het lijkt erop dat God en hij gezworen vijanden zijn en dat de twee niet kunnen samenleven. Hij maakt plannetjes om God te verjagen terwijl hij vrij ronddwaalt, buiten het bereik van de wet.[2] Hij is zo’n koning van de duivels! Hoe kan zijn bestaan worden gedoogd? Hij zal niet rusten tot hij Gods werk in de war heeft geschopt en er een grote puinhoop van heeft gemaakt,[3] alsof hij zich tot het bittere einde tegen God wil verzetten, tot ofwel de vis sterft ofwel het net breekt. Hij stelt zich moedwillig tegen God teweer en dringt steeds dichterbij. Zijn afschuwelijke gezicht is al lang geleden volledig ontmaskerd; hij is nu bont en blauw[4] en in een erbarmelijke toestand, en niettemin neemt zijn haat voor God niet af, alsof hij alleen door God in één hap te verzwelgen de in zijn hart opgekropte haat zal kunnen verlichten. Hoe kunnen we hem gedogen, deze vijand van God! Slechts zijn uitroeiing en volledige vernietiging zullen onze levenswens in vervulling doen gaan. Hoe kan worden toegestaan dat hij vrij en ongecontroleerd blijft rondrennen? Hij heeft de mensen zozeer verdorven dat ze de hemelzon niet kennen en afgestompt en gevoelloos zijn geworden. Mensen hebben het normale menselijke verstand verloren. Waarom zouden we ons hele wezen niet opofferen om hem te vernietigen en te verbranden, om zo alle zorgen over de toekomst weg te nemen en mogelijk te maken dat Gods werk sneller ongekende pracht bereikt? Deze bende van schurken is de mensenwereld binnengekomen en heeft deze in chaos doen vervallen. Ze hebben de hele mensheid naar de rand van de afgrond geleid en hebben in het geheim beraamd om de mensheid daarin te duwen en in stukken te laten vallen, zodat ze vervolgens de lijken van de mensen kunnen verorberen. Ze hopen tevergeefs Gods plan te verstoren en een wedstrijd met Hem aan te gaan, en laten alles afhangen van één enkele dobbelsteenworp.[5] Dat is beslist niet eenvoudig! Het kruis is immers voorbereid voor de koning van de duivels, die schuldig is aan de meest weerzinwekkende misdaden. God behoort niet aan het kruis toe. Hij heeft het al voor de duivel opzij geworpen. God is allang als overwinnaar tevoorschijn gekomen en is niet langer bedroefd over de zonden van de mensheid, maar zal de gehele mensheid redding brengen.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Werk en intrede (7)
Voetnoten:
1. ‘Niet afbreekbaar’ wordt hier satirisch bedoeld en betekent dat mensen onbuigzaam zijn wat betreft hun kennis, cultuur en geestelijke zienswijzen.
2. ‘Vrij ronddwaalt, buiten het bereik van de wet’ geeft aan dat de duivel op hol slaat en chaos veroorzaakt.
3. ‘Een grote puinhoop’ verwijst ernaar dat het gewelddadige gedrag van de duivel ondraaglijk om te zien is.
4. ‘Bont en blauw’ verwijst naar het lelijke gezicht van de koning van de duivels.
5. ‘Alles laten afhangen van één enkele dobbelsteenworp’ betekent dat men al zijn geld op één enkele weddenschap inzet in de hoop om uiteindelijk te winnen. Dit is een metafoor voor de duistere, snode plannetjes van de duivel. De uitdrukking wordt spottend gebruikt.
a. De Vier Boeken en Vijf Klassiekers zijn de gezaghebbende boeken van het confucianisme in China.
Dagelijkse woorden van God Fragment 311
Van boven tot onder en van begin tot einde heeft Satan het werk van God verstoord en tegen Hem gewerkt. Al deze praat van ‘aloud cultureel erfgoed’, kostbare ‘kennis van aloude cultuur’, ‘de leer van het taoïsme en confucianisme’ en ‘confuciaanse klassiekers en feodale riten’ heeft de mensen naar de hel gevoerd. Geavanceerde hedendaagse wetenschap en technologie, en hoogontwikkelde industrie, landbouw en bedrijven vallen nergens te bekennen. Het enige wat hij integendeel doet, is de nadruk leggen op de feodale riten die door de ‘apen’ van aloude tijden werden gepropageerd om het werk van God moedwillig te verstoren, weerstaan en ontmantelen. Niet alleen is hij de mensen tot op de dag van vandaag blijven teisteren; hij wil hen zelfs heelhuids verzwelgen.[1] Het doorgeven van de morele en ethische leerstellingen van het feodalisme en het doorgeven van de kennis over aloude cultuur heeft de mensen al lange tijd geïnfecteerd en in grote en kleine duivels veranderd. Slechts weinigen zouden God met blijdschap ontvangen; slechts weinigen zouden Zijn komst jubelend verwelkomen. Het gezicht van de gehele mensheid is vol moordlustige bedoeling, en overal is de lucht verzadigd van moordende adem. Ze proberen God uit dit land te verstoten; met messen en zwaarden in de hand stellen ze zich in strijdformatie op om God te ‘vernietigen’. Door dit hele land van de duivel, waar aan mensen steeds wordt onderwezen dat er geen God is, worden afgoden verspreid, en de lucht erboven is doordrongen van een misselijkmakende geur van brandend papier en wierook, zo dik dat het verstikkend is. Het is als de stank van slijk die opstijgt wanneer de giftige slang kronkelt, zozeer dat men wel moet overgeven. Behalve dit valt vaag het geluid van boze demonen te horen die religieuze teksten scanderen, een geluid dat van verre uit de hel lijkt te komen, zozeer dat men ervan rilt. Overal in dit land worden afgoden in alle kleuren van de regenboog geplaatst, die het land veranderen in een wereld van zinnelijke verrukkingen, terwijl de koning van de duivels boosaardig blijft lachen, alsof zijn snode plan is geslaagd. Ondertussen blijven mensen volledig onbewust en hebben ze geen flauw idee dat de duivel hen al zozeer heeft verdorven dat ze geen bewustzijn meer hebben en het hoofd verslagen laten hangen. In één klap wil de duivel alles over God wegvagen en Hem weer eens besmeuren en vermoorden; de duivel is erop gebrand om Gods werk af te breken en te verstoren. Hoe kan de duivel toestaan dat God een gelijke status heeft? Hoe kan hij toestaan dat God Zich ‘bemoeit’ met zijn werk onder de mensen op aarde? Hoe kan hij toestaan dat God zijn weerzinwekkende gezicht ontmaskert? Hoe kan hij toestaan dat God wanorde schept in zijn werk? Hoe kan deze duivel, die buiten zinnen is van woede, God zeggenschap laten hebben over zijn keizerlijke hof op aarde? Hoe kan hij zich gewillig onderwerpen aan Gods superieure macht? Zijn weerzinwekkende gelaat is onthuld, zodat men niet weet of men moet lachen of huilen, en het is werkelijk moeilijk om erover te spreken. Is dit niet zijn substantie? Hoewel de duivel een lelijke ziel heeft, gelooft hij niettemin dat hij onvoorstelbaar prachtig is. Deze bende van medeplichtigen in misdaad![2] Ze dalen neer in het rijk van de sterfelijken om zich tegoed te doen aan geneugten en tumult te veroorzaken. Zo veel onrust veroorzaken ze, dat de wereld een grillige en veranderlijke plek wordt en de harten van de mensen vervuld raken van paniek en onrust. Zozeer hebben ze met de mensen gesold, dat de verschijning van mensen die is van een onmenselijk dier van het veld, buitengewoon lelijk, waaruit het laatste restje van de oorspronkelijke heilige mens is verdwenen. Verder willen ze zelfs soevereine macht op aarde verkrijgen. Ze staan het werk van God zozeer in de weg, dat het nauwelijks vooruit kan komen, en ze sluiten de mensen zo hermetisch af als muren van koper en staal. Verwachten ze, nu ze zo veel ernstige zonden hebben begaan en zo veel rampen hebben veroorzaakt, nog steeds iets anders dan tuchtiging? Demonen en boze geesten veroorzaken al enige tijd chaos op aarde en hebben zowel Gods wil als Zijn nauwgezette inspanning zo hecht afgesloten dat ze ondoordringbaar zijn. Dit is echt een doodzonde! Hoe kan God Zich geen zorgen maken? Hoe kan God niet vertoornd zijn? Ze hebben Gods werk ernstig gehinderd en zich er zwaar tegen verzet: wat zijn ze rebels! Zelfs die demonen, groot en klein, gedragen zich als jakhalzen bij de hiel van de leeuw, volgen de kwaadaardige stroming en plannen intussen verstoringen. Ze kennen de waarheid, maar verzetten zich er moedwillig tegen, deze zonen van opstandigheid! Het is alsof ze, nu hun koning van de hel is opgestegen naar de koninklijke troon, zelfvoldaan en zelfgenoegzaam zijn geworden en alle anderen met minachting behandelen. Hoevelen onder hen zoeken de waarheid en volgen de rechtvaardigheid? Ze zijn allemaal dieren, niets beter dan varkens en honden, aan het hoofd van een bende stinkende vliegen, die zelfvoldaan met hun hoofd wiebelen, zich op de borst kloppen en allerlei problemen veroorzaken,[3] bovenop een mestvaalt. Ze geloven dat hun koning van de hel de grootste van alle koningen is en beseffen niet dat zijzelf niet meer zijn dan stinkende vliegen. En toch profiteren ze van de macht van de varkens en honden die hun ouders zijn om kwaad te spreken over het bestaan van God. Als nietige vliegjes geloven ze dat hun ouders zo groot zijn als blauwe vinvissen.[4] Ze vermoeden niet dat, hoewel zijzelf piepklein zijn, hun ouders onreine varkens en honden zijn, honderden miljoenen keren groter dan zij. Ze zijn zich niet bewust van hun eigen nederigheid en verlaten zich, om chaos te veroorzaken, op de rottende stank die van die varkens en honden walmt. IJdel geloven ze dat ze toekomstige generaties zullen voortbrengen; van schaamte zijn ze zich niet bewust! Met groene vleugels op hun ruggen (dit verwijst naar hun bewering dat ze in God geloven) zijn ze vol van zichzelf en scheppen overal op over hun eigen schoonheid en aantrekkelijkheid, terwijl ze heimelijk de onzuiverheden op hun eigen lichamen op de mens werpen. Verder zijn ze buitengewoon in hun nopjes met zichzelf, alsof ze een paar vleugels in de kleuren van de regenboog kunnen gebruiken om hun eigen onzuiverheden te verhullen. Op deze manieren zetten ze hun verdrukking in tegen het bestaan van de ware God (dit verwijst naar wat er achter de schermen gebeurt in de religieuze wereld). Hoe zou de mens kunnen weten dat, hoe betoverend mooi de vleugels van een vlieg misschien ook zijn, de vlieg zelf tenslotte niets meer is dan een miniem schepsel met een buik vol vuilheid en een met ziektekiemen bedekt lijf? Gebruikmakend van de kracht van de varkens en honden die hun ouders zijn, scheppen ze chaos in het hele land (dit verwijst naar de manier waarop de religieuze functionarissen die God vervolgen zich verlaten op de krachtige steun van de landsoverheid om in opstand te komen tegen de ware God en de waarheid) en leven zich uit in beestachtigheid. Het is alsof de geesten van de Joodse farizeeërs samen met God zijn teruggekeerd naar het land van de grote rode draak, naar hun oude nest. Ze zijn begonnen met een zoveelste vervolgingsronde, waarmee ze hun werk van meerdere duizenden jaren geleden hervatten. Deze groep ontaarden zal uiteindelijk beslist op aarde vergaan! Het lijkt erop dat, na meerdere millennia, de onreine geesten zelfs nog listiger en sluwer zijn geworden. Ze bedenken voortdurend manieren waarop ze het werk van God heimelijk kunnen ondermijnen. Met een scala aan trucjes en listen willen ze in hun thuisland de tragedie van meerdere duizenden jaren geleden opnieuw opvoeren. Ze tarten God tot Hij het bijna uitschreeuwt. Hij kan Zich er nauwelijks van weerhouden om terug te keren naar de derde hemel en hen te vernietigen. Om God lief te hebben, moet de mens Zijn wil begrijpen, Zijn vreugden en droefenissen kennen en begrijpen wat het is dat Hij verafschuwt. Deze dingen doen zal de intrede van de mens nog meer bespoedigen. Hoe sneller de intrede van de mens, des te eerder wordt aan Gods wil voldaan, des te duidelijker doorziet de mens de koning van de duivels en des te nader komt hij aan God, zodat Gods wens kan worden vervuld.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Werk en intrede (7)
Voetnoten:
1. ‘Verzwelgen’ verwijst naar het kwaadaardige gedrag van de koning van de duivels, die mensen volledig wegrooft.
2. ‘Medeplichtigen in misdaad’ zijn van hetzelfde soort als ‘een bende schurken’.
3. ‘Allerlei problemen veroorzaken’ verwijst ernaar dat mensen die demonisch zijn heibel schoppen, het werk van God hinderen en zich ertegen verzetten.
4. ‘Blauwe vinvissen’ wordt spottend gebruikt. Het is een metafoor die uitdrukt dat vliegen zo klein zijn, dat varkens en honden in hun ogen zo groot als walvissen lijken.
Dagelijkse woorden van God Fragment 312
Duizenden jaren lang is dit het land van vuil geweest. Het is ondraaglijk smerig, ellende heerst alom, geesten waren overal ongebreideld rond met trucjes en misleiding, ze doen ongefundeerde beschuldigingen,[1] zijn meedogenloos en kwaadaardig, vertreden deze spookstad en laten de plaats bezaaid met dode lichamen achter; de stank van ontbinding bedekt het land en doordringt de lucht, en het wordt zwaar bewaakt.[2] Wie kan de wereld voorbij het uitspansel zien? De duivel knevelt het lichaam van de mens, versluiert beide ogen en sluit zijn lippen stevig toe. De koning van de duivels raast al enkele duizenden jaren, tot op de dag van vandaag, en houdt nog steeds de spookstad nauwlettend in de gaten, alsof deze een ondoordringbaar paleis van demonen was; deze horde waakhonden staren inmiddels met loerende ogen, ontzettend bang dat God ze onverhoeds zal vangen en ze allemaal zal wegvagen, zonder ze een plek van vrede en geluk te gunnen. Hoe kunnen de mensen van een spookstad zoals deze God ooit hebben gezien? Hebben zij ooit de genegenheid en liefde van God genoten? Welke waardering hebben zij voor de kwesties van de mensenwereld? Wie van hen kan Gods hunkerende wil begrijpen? Het is dan ook niet verwonderlijk dat de vleesgeworden God volslagen verborgen blijft: hoe zou de koning van de duivels die mensen vermoordt, zonder maar met een oog te knipperen, in een duistere samenleving zoals deze, waar de demonen meedogenloos en onmenselijk zijn, het bestaan van een God kunnen tolereren die liefdevol, vriendelijk en tevens heilig is? Hoe zou hij de komst van God kunnen verwelkomen en toejuichen? Deze lakeien! Zij betalen vriendelijkheid terug met haat, al heel lang geleden zijn zij God als vijand gaan bejegenen, zij mishandelen God, zij zijn beestachtig tot in het extreme, zij hebben geen greintje achting voor God, zij plunderen en roven, hun geweten is helemaal zoek, zij zijn onverenigbaar met welke vorm van geweten dan ook, en zij verleiden de onschuldigen tot gevoelloosheid. Voorvaderen van de alouden? Geliefde leiders? Zij keren zich allemaal tegen God! Hun bemoeienis heeft alles onder de hemel in een toestand van duisternis en chaos achtergelaten! Godsdienstvrijheid? De wettelijke rechten en belangen van burgers? Dat zijn allemaal trucjes om zonde te bedekken! Wie heeft het werk van God omarmd? Wie heeft ooit zijn leven gegeven of bloed vergoten voor het werk van God? Generatie na generatie, van ouders op kinderen, heeft de mens in slavernij God zonder pardon in slavernij gebracht – hoe zou dit geen woede kunnen ontketenen? Duizenden jaren van haat zijn samengebundeld in het hart, duizenden jaren van zonde zijn in het hart gegrift – hoe zou dit geen walging kunnen opwekken? Wreek God, schakel Zijn vijand compleet uit, laat hem niet langer als een razende rondrennen en als een tiran heersen! Dit is de tijd: de mens heeft reeds lang geleden al zijn kracht verzameld, hij heeft hiervoor al zijn inzet toegewijd en elke prijs betaald, om het afschrikwekkende gezicht van deze demon af te rukken en mensen, die verblind zijn en die allerlei leed en moeilijkheden hebben doorstaan, boven hun pijn uit te laten stijgen en deze boze oude duivel de rug toe te laten keren. Waarom zo’n ondoordringbaar obstakel voor het werk van God optrekken? Waarom diverse trucjes gebruiken om Gods volk te misleiden? Waar is de ware vrijheid en de wettelijke rechten en belangen? Waar is de billijkheid? Waar is de troost? Waar is de warmte? Waarom misleidende plannen gebruiken om Gods volk voor de gek te houden? Waarom de komst van God met dwang onderdrukken? Waarom God niet vrij laten rondgaan op de aarde die Hij heeft geschapen? Waarom God opjagen tot Hij nergens een rustplek voor Zijn hoofd heeft? Waar is de warmte onder de mensen? Waar is het welkom onder de mensen? Waarom zo’n hunkerend verlangen naar God veroorzaken? Waarom God mensen steeds weer tot de orde laten roepen? Waarom God dwingen Zich om Zijn geliefde Zoon zorgen te maken? Waarom laten de trieste waakhonden in deze duistere maatschappij God niet vrijelijk komen en rondgaan in de wereld die Hij heeft geschapen? Waarom heeft de mens geen begrip, de mens die leeft te midden van pijn en leed? God heeft ten behoeve van jullie grote kwelling doorstaan, met grote pijn heeft Hij Zijn geliefde Zoon, Zijn vlees en bloed, aan jullie gegeven – dus waarom sluiten jullie er nog steeds jullie ogen voor? Jullie verwerpen de komst van God en weigeren Gods vriendschap voor het oog van iedereen. Waarom zijn jullie zo gewetenloos? Zijn jullie bereid om het onrecht in een duistere maatschappij als deze te verduren? Waarom proppen jullie jezelf vol met de ‘rotzooi’ van de koning van de duivels in plaats van jullie buik te vullen met duizenden jaren van vijandigheid?
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Werk en intrede (8)
Voetnoten:
1. “Ze doen ongefundeerde beschuldigingen” verwijst naar de methoden waardoor de duivel mensen schade toebrengt.
2. “Zwaar bewaakt” geeft aan dat de methoden waardoor de duivel mensen leed berokkent bijzonder kwaadaardig zijn en mensen zozeer onder de duim houden dat ze geen ruimte hebben om te bewegen.
Dagelijkse woorden van God Fragment 313
Als mensen daadwerkelijk het juiste pad voor het menselijk leven en het doel van Gods management van de mensheid konden begrijpen, dan zou hun persoonlijke toekomst en hun eigen bestemming niet zo’n grote plek in hun hart innemen. Dan zouden ze hun ouders, die nog erger zijn dan zwijnen en honden, niet meer willen dienen. Zijn de toekomst van de mens en zijn bestemming eigenlijk niet precies als de hedendaagse, zogenaamde ‘ouders’ van Petrus? Ze zijn net als iemands vlees en bloed. Wat zal de bestemming en de toekomst van het vlees zijn? Om God nog tijdens het leven te ontmoeten, of zal de ziel God pas na de dood ontmoeten? Zal het vlees morgen zijn einde vinden in een grote oven in de vorm van beproevingen of brandend vuur? Zijn kwesties als deze, over de vraag of het vlees van de mens tegenspoed of lijden zal ondergaan, niet het grootste nieuws waar iedereen in deze huidige stroming die ook maar een beetje verstand heeft en dat gebruikt, zich het meest mee bezig houdt? (Met lijden wordt hier bedoeld het ontvangen van zegeningen; het betekent dat toekomstige beproevingen goed zijn voor de bestemming van de mens. Met ‘tegenspoed’ wordt bedoeld dat men niet standvastig kan blijven of dat men van de wijs gebracht wordt; of het betekent dat iemand tijdens een ramp met ongelukkige situaties te maken zal krijgen en zijn leven zal verliezen, en dat er geen geschikte bestemming is voor iemands ziel.) Hoewel mensen zijn toegerust met een gezond redeneringsvermogen, is wat zij denken misschien niet volledig in overeenstemming met de dingen waar hun redeneringsvermogen mee toegerust zou moeten zijn. Dit komt doordat ze allemaal nogal verward zijn en blindelings achter dingen aan hollen. Ze zouden allemaal een goed begrip moeten hebben van wat ze moeten binnengaan, en vooral moeten ze goed uitzoeken wat het is wat ze tijdens de tegenspoed moeten binnengaan, (dat wil zeggen tijdens de loutering van de vurige oven), en waar ze mee uitgerust moeten zijn tijdens de beproevingen van het vuur. Dien niet altijd je ouders (waarmee bedoeld wordt, het vlees) die net zo zijn als zwijnen en honden en nog erger zijn dan mieren en kevers. Wat heb je eraan om je er zo over op te winden, er zo lang over na te denken en je hoofd er over te breken? Het vlees behoort jou niet toe, maar het is in de handen van God, die niet alleen jou bestuurt, maar ook het bevel heeft over Satan. (Dit betekent dat het vlees oorspronkelijk aan Satan toebehoort. Omdat Satan ook in Gods handen is, kan het alleen maar zo uitgedrukt worden. Dit komt omdat het overtuigender is om het op die manier te zeggen; het suggereert dat mensen niet volledig onder Satans domein vallen, maar dat ze in Gods handen zijn.) Je leeft onder de kwelling van het vlees, maar behoort het vlees jou toe? Heb jij het beheer erover? Waarom zou je daar je hoofd over moeten breken? Waarom zou je bij God geobsedeerd moeten pleiten voor je rotte vlees, dat allang veroordeeld, vervloekt en vervuild is door onreine geesten? Waarom moet je zonodig de trawanten van Satan steeds weer zo dicht aan je hart drukken? Ben je niet bezorgd dat het vlees je ware toekomst, de geweldige hoop en de eigenlijke bestemming voor je leven, zou kunnen verwoesten?
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het doel van het managen van de mensheid
Dagelijkse woorden van God Fragment 314
Wat jullie nu zijn gaan begrijpen is hogere kennis dan die van wie dan ook in de geschiedenis die niet werd vervolmaakt. Of het nu jullie kennis van beproevingen of van het geloof in God is, het is allemaal hogere kennis dan die van welke persoon dan ook die in God gelooft. De dingen die jullie begrijpen zijn de dingen die jullie te weten komen voordat jullie de beproevingen van omgevingen ondergaan, maar jullie werkelijke gestalte is volledig onverenigbaar met hen. Wat jullie weten is hoger dan wat jullie in de praktijk brengen. Hoewel jullie zeggen dat mensen die in God geloven God zouden moeten liefhebben en niet zouden moeten streven naar zegeningen maar alleen om aan Gods wil te voldoen, is wat in jullie levens wordt gemanifesteerd hier ver van verwijderd en enorm besmet. De meeste mensen geloven in God omwille van vrede en andere voordelen. Tenzij het je voordeel oplevert, geloof je niet in God, en als je Gods genadeblijken niet kunt ontvangen, ga je zitten mokken. Hoe kan wat je hebt gezegd je ware gestalte zijn? Wanneer onvermijdelijke moeilijkheden binnen de familie optreden, zoals een kind dat ziek wordt, een geliefde die in het ziekenhuis wordt opgenomen, een slechte oogst en de vervolging door familieleden; zelfs deze vaak voorkomende, alledaagse dingen zijn jou te veel. Wanneer zulke dingen gebeuren raak je in paniek, weet je niet wat je moet doen – en meestal begin je over God te klagen. Je klaagt dat Gods woorden je hebben misleid, dat Gods werk je belachelijk heeft gemaakt. Is het niet zo dat jullie zulke gedachten hebben? Denk je dat zulke dingen slechts zelden onder jullie voorkomen? Elke dag van jullie leven gebeuren deze dingen. Jullie denken geen moment aan het succes van jullie geloof in God en hoe jullie aan Gods wil kunnen voldoen. Jullie ware gestalte is te klein, zelfs nog kleiner dan dat van een klein kuiken. Wanneer je familiebedrijf verlies lijdt, klaag je over God, wanneer je jezelf in een omgeving bevindt zonder Gods bescherming klaag je nog steeds over God en je klaagt zelfs wanneer een van je kuikens sterft of een oude koe in de stal ziek wordt. Je klaagt wanneer het tijd is voor je zoon om te trouwen maar de familie niet genoeg geld heeft; je wilt de plicht van het ontvangen doen, maar kunt je dat niet veroorloven, en ook dan klaag je. Je loopt over van klachten en soms woon je hierom geen samenkomsten bij, of eet en drink je de woorden van God niet, soms word je voor een lange periode negatief. Niets van wat je nu overkomt, heeft ook maar enige betrekking op je vooruitzichten of lot. Deze dingen zouden ook gebeuren als je niet in God zou geloven. Toch geef je er nu God de verantwoordelijkheid voor en sta je erop te beweren dat God je heeft verstoten. Hoe zit het met je geloof in God? Heb je echt je leven aangeboden? Niemand van jullie die God vandaag volgen zou standvastig blijven bij het ondergaan van dezelfde beproevingen als Job, elk van jullie zou ten val komen. En er is, heel eenvoudig, een wereld van verschil tussen jullie en Job. Als vandaag de dag de helft van jullie bezittingen in beslag zou zijn genomen, durven jullie het bestaan van God te ontkennen en als jullie je zoon of dochter zou zijn afgenomen, zou je weeklagend de straat oprennen. Als je enige weg om in je inkomen te voorzien, zou doodlopen, zou je het met God proberen op te nemen. Je zou vragen waarom ik in het begin zoveel woorden heb gesproken om je bang te maken. Op zulke momenten is er niets dat jullie niet zouden wagen te doen. Dit toont aan dat jullie geen enkel waar inzicht hebben verworven en dat jullie nog geen ware gestalte hebben. De beproevingen in jullie zijn te groot omdat je te veel weet, maar wat jullie werkelijk begrijpen is nog niet een duizendste van waarvan jullie je bewust zijn. Stop niet bij louter begrip en kennis. Jullie kunnen het beste bekijken hoeveel jullie werkelijk in de praktijk kunnen brengen, hoeveel van de verlichting en illuminatie van de Heilige Geest werd verdiend door het zweet van jullie eigen harde werk, en in hoeveel van jullie oefeningen jullie je eigen voornemen hebben verwezenlijkt. Je moet je gestalte en oefening serieus nemen. Je moet in je geloof in God niet proberen om voor wie dan ook louter plichtmatig de vereiste handelingen te verrichten – of je uiteindelijk de waarheid en het leven kunt verwerven of niet is afhankelijk van je eigen streven.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Praktijk (3)
Dagelijkse woorden van God Fragment 315
Sommigen verfraaien zichzelf op een prachtige, maar oppervlakkige manier: de zusters verfraaien zichzelf zodat ze zo mooi zijn als bloemen en de broeders kleden zich als prinsen of als rijke jonge dandy’s. Ze geven alleen om uiterlijke dingen, zoals wat ze eten en dragen; aan de binnenkant zijn ze behoeftig en hebben ze niet de geringste kennis van God. Wat kan hier de zin van zijn? En dan zijn er sommigen die gekleed gaan als arme bedelaars – ze zien er werkelijk uit als Oost-Aziatische slaven! Begrijpen jullie werkelijk niet wat ik van jullie vraag? Wissel onderling van gedachten: wat hebben jullie eigenlijk gewonnen? Al deze jaren hebben jullie in God geloofd, en toch is dit het enige wat jullie geoogst hebben – generen jullie je niet? Schamen jullie je niet? Al deze jaren hebben jullie langs de ware weg gestreefd, en toch is vandaag jullie gestalte geringer dan die van een mus! Kijk naar de jongedames onder jullie: echte plaatjes in jullie kleren en met jullie cosmetica, en onderling vergelijken jullie je. En wat vergelijken jullie? Jullie genot? Jullie eisen? Denken jullie dat ik gekomen ben om modellen te werven? Jullie kennen geen schaamte! Waar is jullie leven? Streven jullie niet louter jullie eigen buitensporige verlangen na? Je denkt dat je erg mooi bent, maar al ben je misschien getooid in allerlei pracht en praal, ben je in werkelijkheid geen wriemelende made die op een mesthoop is geboren? Vandaag heb je het geluk deze hemelse zegeningen te proeven: niet vanwege je knappe gezicht, maar omdat God een uitzondering maakt door je op te tillen. Is het je nog steeds niet duidelijk waar je vandaan kwam? Als het leven genoemd wordt, houd je je mond en zeg je niets, zwijg je als een standbeeld, en toch heb je nog altijd het lef om jezelf mooi aan te kleden! Nog altijd ben je geneigd een blos en poeder op je gezicht aan te brengen! En kijk naar de dandy’s onder jullie, eigenzinnige mannen die de hele dag rondslenteren, onhandelbaar en met een nonchalante gezichtsuitdrukking. Is dit hoe men zich dient te gedragen? Waaraan besteedt ieder van jullie, man of vrouw, de hele dag zijn aandacht? Weten jullie van wie jullie afhankelijk zijn om jezelf te voeden? Kijk naar je kleding, kijk naar wat je in je handen hebt geoogst, wrijf over je buik: welk voordeel heb je gehad van de prijs van bloed en zweet die je hebt betaald gedurende al deze jaren van geloof? Je bent nog steeds van plan bezienswaardigheden te bezoeken, je bent nog steeds van plan je stinkende vlees te verfraaien – waardeloze bezigheden! Je wordt gevraagd een persoon van normaalheid te zijn, maar nu ben je niet gewoon abnormaal, je bent afwijkend. Hoe kan zo’n persoon het lef hebben voor mij te verschijnen? Ben je met een menselijkheid als deze, waarbij je te koop loopt met je charmes en pronkt met je vlees, en altijd leeft binnen de lusten van het vlees, geen afstammeling van vuile demonen en kwade geesten? Ik zal niet toestaan dat zo’n vuile demon lang blijft bestaan! En denk niet dat ik niet weet wat je in je hart denkt. Je houdt misschien je lust en je vlees strak in bedwang, maar hoe zou ik de gedachten die je in je hart koestert niet kennen? Hoe zou ik niet kunnen weten waar je ogen allemaal naar verlangen? Maken jullie, jongedames, je niet mooi om met je vlees te pronken? Welk voordeel brengen mannen jullie? Kunnen ze jullie werkelijk redden uit de zee van kwellingen? Wat de dandy’s onder jullie betreft, jullie kleden je allemaal om hoffelijk en voornaam over te komen, maar is dit geen truc om de aandacht te vestigen op jullie knappe uiterlijk? Voor wie doen jullie dit? Welk voordeel brengen vrouwen jullie? Zijn zij niet de bron van jullie zonde? Jullie mannen en vrouwen, ik heb veel woorden tegen jullie gezegd en toch hebben jullie aan maar een paar daarvan gehoor gegeven. Jullie oren zijn slechthorend, jullie ogen zien niet goed meer en jullie harten zijn zodanig verhard dat er niets anders dan lust in jullie lichamen is, zozeer dat jullie erin verstrikt zijn en niet kunnen ontsnappen. Wie wil er ook maar in jullie buurt komen, maden, jullie die wriemelen in het vuil en de smerigheid? Vergeet niet dat jullie niets meer zijn dan degenen die ik van de mesthoop heb opgeheven, dat jullie oorspronkelijk geen normale menselijkheid bezaten. Wat ik van jullie vraag, is de normale menselijkheid die jullie oorspronkelijk niet hadden, en niet dat jullie te koop lopen met jullie lust of dat jullie je ranzige vlees – zo veel jaar door de duivel getraind – de vrije loop laten. Wanneer jullie jezelf zo kleden, zijn jullie dan niet bang nog verder verstrikt te raken? Weten jullie niet dat jullie oorspronkelijk aan de zonde toebehoorden? Weten jullie niet dat jullie lichamen zo vol lust zitten dat het zelfs uit jullie kleren sijpelt, waardoor jullie gesteldheid als ondraaglijk lelijke en vuile demonen onthuld wordt? Is het niet zo dat jullie dit beter weten dan wie dan ook? Jullie harten, jullie ogen, jullie lippen: zijn deze niet allemaal besmeurd door vuile demonen? Zijn deze delen van jullie niet vuil? Denk je dat je, zolang je geen actie onderneemt, het heiligst bent? Denk je dat je tooien met prachtige kleren jullie groezelige zielen kan verhullen? Dat gaat niet werken! Ik raad jullie aan realistischer te zijn: wees niet frauduleus en vals, en loop niet te pronken. Jullie spreiden tegenover elkaar je lust tentoon, maar daarvoor in de plaats zullen jullie enkel eeuwigdurend lijden en meedogenloze kastijding ontvangen! Waarom hebben jullie het nodig om lonkend met je ogen naar elkaar te knipperen en je over te geven aan romantiek? Is dit de maatstaf van jullie integriteit, de reikwijdte van jullie oprechtheid? Ik verafschuw degenen onder jullie die zich inlaten met kwaadaardige geneeskunde en tovenarij; ik verafschuw de jonge mannen en vrouwen onder jullie die van hun eigen vlees houden. Jullie kunnen jezelf maar beter in toom houden, want het wordt nu van jullie vereist dat jullie normale menselijkheid bezitten en jullie mogen niet met je lust te koop lopen. En toch nemen jullie iedere gelegenheid te baat die zich maar aandient, want jullie vlees is te overdadig en jullie lust te groot!
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Praktijk (7)
Dagelijkse woorden van God Fragment 316
Welnu, of jullie streven wel of niet effectief is geweest, wordt afgemeten aan wat jullie op het moment bezitten. Dit wordt gebruikt om jullie uitkomst mee te bepalen; dat wil zeggen: jullie uitkomst openbaart zich in de offers die jullie hebben gebracht en de dingen die jullie hebben gedaan. Jullie uitkomst zal bekend worden gemaakt aan de hand van jullie streven, jullie geloof en datgene wat jullie gedaan hebben. Onder jullie allen zijn er velen die al niet meer gered kunnen worden, want vandaag is de dag waarop de uitkomsten van mensen geopenbaard worden, en ik zal niet warhoofdig zijn in mijn werk; degenen die totaal niet meer gered kunnen worden, zal ik het nieuwe tijdperk niet binnenleiden. Er komt een tijd waarop mijn werk voltooid is. Ik zal geen werk uitoefenen aan die stinkende lijken zonder geest die totaal niet meer gered kunnen worden; dit zijn de laatste dagen van de redding van de mens, en ik zal geen nutteloos werk doen. Ga niet tekeer tegen de Hemel en de aarde – het einde van de wereld is aanstaande. Het is onvermijdelijk. Het is zover gekomen, en er is niets wat jij als mens kunt doen om het te stoppen; je kunt de dingen niet naar wens veranderen. Gisteren betaalde je geen prijs voor het nastreven van de waarheid en was je niet loyaal; vandaag is de tijd aangebroken en val je niet meer te redden; en morgen zul je worden verstoten en zal er geen ruimte zijn om je te redden. Al is mijn hart zachtmoedig en doe ik mijn uiterste best om je te redden, als je niet streeft omwille van jezelf of over jezelf nadenkt, wat heeft dit dan van doen met mij? Zij die alleen maar aan hun vlees denken en die van comfort genieten; zij die lijken te geloven, maar niet echt geloven; zij die zich inlaten met kwaadaardige geneeskunde en tovenarij; zij die promiscue, haveloos en sjofel zijn; zij die offers aan Jehova en Zijn eigendommen stelen; zij die van omkoping houden; zij die ijdel dromen van het opstijgen naar de hemel; zij die arrogant en verwaand zijn, die alleen maar naar persoonlijke roem en rijkdom streven; zij die onbeschaamde woorden verspreiden; zij die God Zelf belasteren; zij die uitsluitend oordelen ten nadele van God en Hem belasteren; zij die klieken vormen en onafhankelijkheid nastreven; zij die zichzelf verheerlijken boven God; die lichtzinnige mannen en vrouwen van jongere, middelbare en oudere leeftijd die verstrikt zijn in de losbandigheid; die mannen en vrouwen die onder andere mensen persoonlijke roem en rijkdom genieten en persoonlijke status nastreven; die onboetvaardige mensen die in de zonde gevangenzitten – is het voor hen allen niet zo dat zij niet meer gered kunnen worden? Losbandigheid, zondigheid, kwaadaardige geneeskunde, tovenarij, godslastering en onbeschaamde woorden hebben allemaal vrij spel onder jullie; en waarheid en de woorden des levens worden onder jullie vertrapt, en de heilige taal wordt onder jullie bezoedeld. Jullie heidenen, opgezwollen van de vuiligheid en ongehoorzaamheid! Wat zal jullie uiteindelijke uitkomst zijn? Hoe kunnen zij die het vlees liefhebben, die tovenarij van het vlees begaan en die verstrikt zitten in losbandige zonde het lef hebben om te blijven leven! Weet je niet dat mensen zoals jullie maden zijn die niet meer gered kunnen worden? Wat geeft jullie het recht om dit en dat te eisen? Tot de dag van vandaag is er niet de geringste verandering geweest onder hen die niet van de waarheid houden en alleen van het vlees houden – hoe kunnen zulke mensen gered worden? Zij die niet van de weg van het leven houden, die God niet verheerlijken en geen getuigenis van Hem geven, die plannetjes maken omwille van hun eigen status, die zichzelf ophemelen – zijn zij niet nog altijd hetzelfde, zelfs vandaag? Wat voor waarde heeft het om hen te redden? Of je gered kunt worden, hangt niet af van je mate van senioriteit of hoeveel jaar je gewerkt hebt, en al helemaal niet van hoeveel accreditaties je hebt opgebouwd. Veeleer hangt het ervan af of jouw streven vrucht heeft gedragen. Je behoort te weten dat zij die gered zijn de ‘bomen’ zijn die vrucht dragen, niet de bomen met rijkelijk gebladerte en uitbundige bloemen waar echter geen fruit aan groeit. Zelfs als je vele jaren langs de wegen hebt gezworven, wat maakt dat uit? Waar is je getuigenis? Je eerbied voor God is veel kleiner dan je liefde voor jezelf en je wellustige verlangens – is dit soort persoon niet ontaard? Hoe zouden zij een voorbeeld en een model van redding kunnen zijn? Je natuur is onverbeterlijk, je bent te opstandig, er is geen redding meer voor je mogelijk! Zijn zulke mensen niet degenen die verstoten zullen worden? Is de tijd waarop mijn werk voltooid is niet de tijd van het aanbreken van je laatste dag? Ik heb onder jullie zo veel werk gedaan en zo veel woorden gesproken – hoeveel ervan is echt jullie oren binnengegaan? Hoeveel ervan hebben jullie ooit gehoorzaamd? Wanneer mijn werk eindigt, zal dat de tijd zijn waarop je je niet langer tegen mij opstelt, waarop je je niet langer tegenover mij opstelt. Terwijl ik werk, handelen jullie voortdurend tegen mij; mijn woorden gehoorzamen jullie nooit. Ik doe mijn werk, en jij doet je eigen ‘werk’; je schept je eigen kleine koninkrijk. Jullie zijn niets dan een troep vossen en honden, die alles doen vanuit verzet tegen mij! Voortdurend proberen jullie hen die jullie hun onverdeelde liefde bieden in jullie omhelzing te nemen – waar is jullie eerbied? Alles wat jullie doen is bedrieglijk! Jullie kennen geen gehoorzaamheid of eerbied, en alles wat jullie doen is bedrieglijk en godslasterlijk! Kunnen zulke mensen gered worden? Mannen die seksueel immoreel en wellustig zijn, willen altijd kokette hoeren naar zich toe trekken voor hun eigen plezier. Zulke seksueel immorele demonen zal ik beslist niet redden. Ik haat jullie, vuile demonen, en jullie wellust en koketheid zal jullie in de hel storten. Wat hebben jullie daarop te zeggen? Jullie vuile demonen en kwade geesten zijn weerzinwekkend! Jullie zijn walgelijk! Hoe zou zulk uitschot gered kunnen worden? Kunnen zij die in de zonde verstrikt zitten nog altijd gered worden? Vandaag trekken deze waarheid, deze weg en dit leven jullie niet aan; in plaats daarvan worden jullie aangetrokken door zondigheid, geld, aanzien, roem en gewin, door de geneugten van het vlees, door de knapheid van mannen en de charmes van vrouwen. Wat kwalificeert jullie om mijn koninkrijk binnen te gaan? Jullie beeld is nog groter dan dat van God, jullie status is nog hoger dan die van God, om nog maar te zwijgen van jullie aanzien onder de mensen – jullie zijn een idool geworden dat door de mensen wordt vereerd. Ben je niet de aartsengel geworden? Wanneer de uitkomsten van mensen worden onthuld, en dat zal zijn wanneer ook het reddingswerk ten einde zal lopen, zullen velen onder jullie lijken zijn die niet meer gered kunnen worden en verstoten moeten worden. Tijdens het reddingswerk ben ik aardig en goed voor alle mensen. Wanneer het werk een einde neemt, zullen de uitkomsten van verschillende soorten mensen onthuld worden, en tegen die tijd zal ik niet langer aardig en goed zijn, want de uitkomsten van mensen zullen zijn onthuld, en eenieder zal zijn ingedeeld naar zijn soort, en het zal geen nut meer hebben nog enig reddingswerk te doen, want het tijdperk van de redding zal voorbij zijn en zal, eens voorbij, niet weerkeren.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Praktijk (7)
Dagelijkse woorden van God Fragment 317
De mens heeft steeds geleefd onder de sluier van de invloed van de duisternis, geketend door de invloed van Satan en zonder een mogelijkheid om te ontsnappen; en zijn gezindheid wordt, nadat die door Satan bewerkt is, alleen maar verdorvener. Men zou kunnen zeggen dat de mens altijd heeft geleefd te midden van zijn verdorven satanische gezindheid en niet in staat is om God echt lief te hebben. Omdat dit het geval is, moet een mens, als hij God werkelijk wil liefhebben, worden ontdaan van zelfingenomenheid, eigendunk, arrogantie, verwaandheid en dergelijke – alles wat tot Satans gezindheid behoort. Want anders is zijn liefde onzuiver, een satanische liefde, en een liefde die absoluut niet de goedkeuring van God kan verkrijgen. Niemand kan oprecht God liefhebben, zonder dat de Heilige Geest hem vervolmaakt, behandelt, breekt, snoeit, disciplineert, kastijdt en loutert. Als je beweert dat een deel van je gezindheid God vertegenwoordigt en dat je daardoor in staat bent om God echt lief te hebben, dan ben je iemand die arrogant spreekt en dan ben je idioot. Dergelijke mensen zijn de aartsengel! De aangeboren natuur van de mens kan God niet rechtstreeks vertegenwoordigen; hij moet zijn aangeboren natuur afwerpen door de vervolmaking die van God komt en alleen dan – alleen door het zich bekommeren om Gods wil, het vervullen van Gods bedoelingen en verder het ondergaan van het werk van de Heilige Geest – kan datgene wat hij naleeft door God goedgekeurd worden. Niemand die in het vlees leeft, kan God rechtstreeks vertegenwoordigen, tenzij hij een mens is die door de Heilige Geest wordt gebruikt. Maar zelfs voor zo iemand kan niet worden gezegd dat zijn gezindheid en wat hij naleeft God volledig vertegenwoordigen; er kan alleen gezegd worden dat wat hij naleeft wordt aangestuurd door de Heilige Geest. De gezindheid van zo’n mens kan God niet vertegenwoordigen.
Hoewel de gezindheid van de mens door God beschikt is – dat valt niet te betwisten en kan worden beschouwd als iets positiefs – is zij bewerkt door Satan, en dus is de hele gezindheid van de mens gelijk aan de gezindheid van Satan. Sommige mensen zeggen dat Gods gezindheid oprechtheid betekent in het doen van dingen en dat dit ook bij hen voren komt, dat hun karakter ook zo is en dus zeggen zij dat hun gezindheid God vertegenwoordigt. Wat zijn dat voor mensen? Is de verdorven satanische gezindheid dan in staat om God te vertegenwoordigen? Wie zegt dat hun gezindheid een vertegenwoordiging van God is, spreekt godslasterlijk en beledigt de Heilige Geest! De methode waarmee de Heilige Geest werkt, laat zien dat Gods werk op aarde niets anders is dan het werk van onderwerping. Als zodanig moeten de vele verdorven satanische gezindheden van de mens nog worden gezuiverd, is wat hij uitleeft nog steeds een weerspiegeling van Satan, er is het wat de mens gelooft dat goed is en vertegenwoordigt het de daden van het vlees van de mens; betergezegd, het vertegenwoordigt Satan en kan absoluut God niet vertegenwoordigen. Zelfs als iemand God zo liefheeft, dat hij van het leven kan genieten alsof het de hemel op aarde is, of uit kan roepen: “O God, ik kan u niet genoeg liefhebben” en de hoogste sferen heeft bereikt, kan er nog steeds niet worden gezegd dat zij God naleven of God vertegenwoordigen, omdat het wezen van de mens niet is als dat van God en de mens nooit God kan naleven, laat staan God zijn. Waartoe de Heilige Geest de mens aanstuurt om na te leven is alleen maar in overeenstemming met wat God vraagt van de mens.
Alle handelingen en daden van Satan worden zichtbaar in de mens. Tegenwoordig zijn alle handelingen en daden van de mens een uitdrukking van Satan en kunnen daarom God niet vertegenwoordigen. De mens is de belichaming van Satan en de gezindheid van de mens is niet in staat om de gezindheid van God te vertegenwoordigen. Sommige mensen hebben een goed karakter. God kan wat werk doen door het karakter van zulke mensen en het werk dat zij doen wordt aangestuurd door de Heilige Geest. Maar toch is hun gezindheid niet in staat om God te vertegenwoordigen. Het werk dat God aan hen doet is niets meer dan een werken met en uitbreiden van wat al in hen aanwezig is. Of het nu profeten uit vroeger tijden zijn of mensen die door God worden gebruikt, niemand is in staat om God rechtstreeks te vertegenwoordigen. Mensen die God liefhebben, komen daartoe onder druk van de omstandigheden, en niet één van hen streeft ernaar om uit vrije wil mee te werken. Wat zijn positieve dingen? Alles wat rechtstreeks van God komt, is positief. De gezindheid van de mens is echter bewerkt door Satan en kan God niet vertegenwoordigen. Alleen de liefde, de bereidheid om te lijden, de rechtvaardigheid, gehoorzaamheid, nederigheid en verborgenheid van de geïncarneerde God vertegenwoordigen God rechtstreeks. Dat is zo omdat Hij, toen Hij kwam, zonder zondige natuur was en rechtstreeks van God kwam, zonder bewerkt te zijn door Satan. Jezus heeft slechts de gelijkenis van zondig vlees, maar vertegenwoordigt geen zonde. Daarom vertegenwoordigen Zijn woorden en daden, tot aan de voltooiing van Zijn werk aan het kruis (waaronder het moment van de kruisiging), allemaal God rechtstreeks. Het voorbeeld van Jezus is voldoende om aan te tonen dat iemand met een zondige natuur God niet kan vertegenwoordigen, en dat de zonde van de mens Satan vertegenwoordigt. Dat wil zeggen, de zonde is geen vertegenwoordiger van God en God is zonder zonde. Zelfs het werk in de mens door de Heilige Geest, kan alleen gezien worden als aangestuurd door de Heilige Geest. Men kan niet zeggen dat dit door de mens wordt gedaan in naam van God. Integendeel, wat de mens betreft, vertegenwoordigt noch zijn zonde, noch zijn gezindheid God. Door te kijken naar het werk dat de Heilige Geest sinds het verleden tot de dag van vandaag op de mens heeft verricht, kan men zien dat de mens alles wat hij uitleeft alleen maar heeft, omdat de Heilige Geest werk op hem verricht heeft. Zeer weinigen zijn in staat de waarheid uit te leven, nadat ze door de Heilige Geest zijn behandeld en gedisciplineerd. Dat wil zeggen, alleen het werk van de Heilige Geest is aanwezig; medewerking door de mens is afwezig. Begrijp je het nu? Als dit zo is, hoe ga jij je uiterste best doen om met Hem samen te werken en, wanneer de Heilige Geest aan het werk is, je plicht te vervullen?
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, De verdorven mens kan God niet vertegenwoordigen
Dagelijkse woorden van God Fragment 318
Je geloof in God, je streven naar de waarheid en zelfs je gedrag dienen allemaal op de werkelijkheid te zijn gebaseerd. Alles wat je doet, moet praktisch zijn, en je moet geen dingen nastreven die illusionair en fantasievol zijn. Zulk gedrag heeft geen waarde en bovendien heeft zo’n leven geen betekenis. Omdat je streven en leven bol staan van leugens en misleiding, en omdat je niet streeft naar dingen die van waarde en betekenis zijn, win je niets dan absurde redeneringen en leerstellingen die geen waarheid in zich hebben. Dergelijke zaken dragen niet bij aan de betekenis en waarde van je bestaan en brengen je alleen maar naar een loze bestemming. Op die manier blijft je hele leven zonder enige waarde of betekenis – en als je geen leven van betekenis nastreeft, kun je wel honderd jaar leven maar zou dat allemaal voor niets zijn. Hoe kun je dat een mensenleven noemen? Is dat niet eigenlijk het leven van een dier? Zo geldt ook voor jullie: mochten jullie het pad van geloof in God proberen te volgen, maar toch niet proberen te streven naar de zichtbare God, maar aanbidden jullie in plaats daarvan een onzichtbare en ontastbare God, is dat streven dan niet nog zinlozer? Jullie streven zal uiteindelijk op niets uitlopen. Wat hebben jullie te winnen in een dergelijk streven? Het grootste probleem met de mens is dat hij alleen van dingen houdt die hij niet kan zien of aanraken, dingen die heel mysterieus en wonderlijk zijn, die de mens zich niet kan voorstellen en die voor gewone stervelingen onbereikbaar zijn. Hoe onrealistischer deze dingen zijn, hoe meer ze door mensen worden geanalyseerd en mensen streven ze zelfs na, hebben nergens anders oog voor en proberen ze te verkrijgen. Hoe onrealistischer ze zijn, hoe nauwgezetter ze door de mensen onder de loep worden genomen en geanalyseerd; ze gaan zelfs zover, dat zij er hun eigen uitputtende ideeën over verzinnen. Aan de andere kant geldt: hoe realistischer dingen zijn, hoe eerder mensen ze verwerpen; zij halen er gewoon minachtend hun neus voor op. Is dit niet precies jullie houding jegens het realistische werk dat ik tegenwoordig doe? Hoe realistischer zulke dingen zijn, hoe meer bevooroordeeld jullie ertegenover zijn. Jullie nemen zelfs niet de tijd om ze te onderzoeken, maar negeren ze gewoon; jullie halen je neus op voor deze realistische eisen van laag niveau en houden er zelfs talloze opvattingen op na over deze God die uitermate echt is. Jullie kunnen Zijn echtheid en normaliteit gewoonweg niet accepteren. Hebben jullie op deze manier niet een vaag geloof? Jullie hebben een onwankelbaar geloof in de vage God van het verleden en geen belangstelling voor de echte God van nu. Komt dat niet omdat de God van gisteren en de God van vandaag uit twee verschillende tijdperken komen? Komt dat ook niet omdat de God van gisteren de verheven God van de hemel is en de God van vandaag een nietig menselijk wezen op aarde is? Komt dat bovendien niet omdat de God die de mens aanbidt door zijn opvattingen is voortgebracht, terwijl de God van vandaag van werkelijk vlees is, dat op aarde voortgebracht is? Komt het niet hierop neer dat de God van vandaag te echt is en de mens Hem daarom niet nastreeft? Want wat de God van vandaag van de mensen vraagt, is precies datgene wat de mensen uiterst onbereid zijn om te doen en waar zij zich voor schamen. Maakt dit de zaken niet moeilijk voor de mensen? Legt dit niet de littekens van de mensen bloot? Op deze manier streven veel mensen de ware God niet na, de praktische God, waardoor ze vijanden van de vleesgeworden God worden, ofwel antichristen. Is dat geen duidelijk feit? In het verleden, toen God nog vlees moest worden, was je misschien een godsdienstig figuur of een toegewijde gelovige. Na de vleeswording van God werden veel van die toegewijde gelovigen onbewust antichristen. Weet je wat hier aan de hand is? Je concentreert je in je geloof in God niet op de werkelijkheid en streeft de waarheid niet na, maar in plaats daarvan ben je geobsedeerd door leugens. Is dat niet de duidelijkste oorzaak van je vijandschap jegens de vleesgeworden God? De vleesgeworden God wordt Christus genoemd, zijn dus niet allen die niet in de vleesgeworden God geloven antichristen? En is degene in wie je gelooft en die je liefhebt dus werkelijk deze God in het vlees? Is het werkelijk deze levende, ademende God die uiterst echt en buitengewoon normaal is? Waar is je streven eigenlijk precies op gericht? Is het in de hemel of op aarde? Is het een opvatting of is het de waarheid? Is het God of is het een of ander bovennatuurlijk wezen? In feite is de waarheid de meest ware levensspreuk en de hoogste levensspreuk onder de mensheid. Het gaat namelijk om de eis die God aan de mens stelt en het werk dat God persoonlijk doet, vandaar de term “levensspreuk”. Het gaat niet om een levensspreuk als samenvatting van iets en evenmin om een beroemd citaat van een bijzonder iemand. In plaats daarvan gaat het om de uitspraak van de Meester van de hemelen en de aarde en alle dingen aan de mensheid, en gaat het niet om enkele woorden samengevat door de mens, maar om het inherente leven van God. Vandaar dat het “de hoogste levensspreuk” wordt genoemd. Het streven van de mensen om de waarheid in praktijk te brengen, is de uitvoering van hun plicht, namelijk het streven om aan Gods eis te voldoen. De essentie van deze eis is de meest reële van alle waarheden en geen loze leerstelling waar geen mens bij kan. Als je niets anders nastreeft dan leerstelligheden zonder werkelijkheid, rebelleer je dan niet tegen de waarheid? Ben je dan niet iemand die de waarheid aanvalt? Hoe kan zo’n persoon iemand zijn die ernaar streeft God lief te hebben? Mensen die zonder realiteit zijn plegen verraad aan de waarheid, en ze zijn allemaal inherent rebels!
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Alleen zij die God en Zijn werk kennen, kunnen God behagen
Dagelijkse woorden van God Fragment 319
Jullie willen allemaal beloningen ontvangen voor het aangezicht van God en bij Hem in de gunst komen. Alle mensen hopen op dergelijke dingen wanneer zij geloof in God krijgen. Ze zijn immers druk met het nastreven van hogere zaken en niemand wil bij anderen achterblijven. Zo zijn mensen nu eenmaal. Precies om die reden proberen velen van jullie steeds in de gunst van de God in de hemel te komen. Maar in werkelijkheid zijn jullie trouw en openhartigheid jegens God veel minder dan jullie trouw en openhartigheid jegens jullie zelf. Waarom zeg ik dat? Omdat ik jullie trouw aan God helemaal niet erken, en bovendien het bestaan ontken van de God die in jullie hart is. Dat wil zeggen: de God die jullie aanbidden, de vage God die jullie bewonderen, bestaat helemaal niet. Ik kan dat zo duidelijk stellen, omdat jullie te ver verwijderd zijn van de ware God. De reden van jullie trouw is de afgod in jullie hart. Ondertussen belijden jullie mij, de God die jullie noch als groot noch als klein beschouwen, slechts met woorden. Wanneer ik zeg dat jullie ver van God verwijderd zijn, bedoel ik dat jullie ver van de ware God af staan, terwijl de vage God binnen handbereik lijkt. Wanneer ik zeg “niet groot”, bedoel ik dat de God waarin jullie nu geloven slechts een persoon lijkt zonder grote vermogens, een persoon die niet erg verheven is. En wanneer ik “niet klein” zeg, bedoel ik dat deze persoon weliswaar niet de wind en de regen kan gebieden, maar dat Hij wel in staat is om de Geest van God aan te roepen om werk te doen dat de hemel en de aarde doet schudden en waarbij mensen volkomen verward achterblijven. Jullie lijken aan de buitenkant allemaal zeer gehoorzaam aan deze Christus op aarde. Toch hebben jullie in essentie geen geloof in Hem en geen liefde voor Hem. Dat wil zeggen: die ene in wie jullie werkelijk geloven is die vage God van jullie eigen gevoelens, en die ene die jullie werkelijk liefhebben, is de God naar wie jullie dag en nacht verlangen, maar die jullie nooit in levenden lijve hebben gezien. Jullie geloof in deze Christus is onbeduidend en jullie liefde stelt niets voor. Geloof betekent overtuiging en vertrouwen; liefde betekent aanbidding en bewondering in iemands hart en nimmer uiteengaan. Toch schieten jullie geloof in en liefde voor de huidige Christus hierin ruim tekort. Wat geloof betreft: hoe hebben jullie geloof in Hem? Wat liefde betreft: op welke manier hebben jullie Hem lief? Jullie hebben simpelweg geen begrip van Zijn gezindheid en hebben nog minder weet van Zijn essentie. Hoe hebben jullie dan geloof in Hem? Waar is de realiteit van jullie geloof in Hem? Hoe hebben jullie Hem lief? Waar is de realiteit van jullie liefde voor Hem?
Velen hebben mij zonder aarzeling tot op de dag van vandaag gevolgd. Ook hebben jullie de afgelopen jaren veel last gehad van vermoeidheid. Ik heb kristalhelder inzicht in het aangeboren karakter en de gewoonten van ieder van jullie en de interactie met ieder van jullie is ontzettend zwaar geweest. Het is jammer dat ik wel veel van jullie begrepen heb, maar jullie niets van mij begrijpen. Geen wonder dat mensen zeggen dat jullie in een moment van verwarring in iemands truc zijn getrapt. Inderdaad, jullie begrijpen niets van mijn gezindheid en wat er in mijn hoofd omgaat, kunnen jullie je al helemaal niet voorstellen. Tegenwoordig nemen jullie misvattingen over mij snel toe en jullie geloof in mij blijft een verward geloof. Jullie hebben geen geloof in mij. Ik zou eerder zeggen dat jullie allemaal proberen bij mij in een goed blaadje en in het gevlij te komen. Jullie motieven zijn heel eenvoudig: ik zal diegene volgen die mij kan belonen, en ik zal geloven in diegene die mij laat ontsnappen aan de grote rampen, of hij nu God is of een bepaalde andere god. Dat telt voor mij allemaal niet. Er zijn veel van zulke mensen onder jullie en deze gesteldheid is zeer ernstig. Als er op een dag een test zou zijn om te zien hoevelen onder jullie geloof in Christus hadden vanwege jullie inzicht in Zijn essentie, ben ik bang dat niemand van jullie mij tevreden zou stellen. Het kan dan ook geen kwaad dat jullie ieder voor zich over deze vraag nadenken: de God waarin jullie geloven, is heel anders dan ik ben, dus wat is de essentie van jullie geloof in God? Hoe meer jullie geloven in jullie zogenaamde God, hoe verder jullie van mij afdwalen. Wat is dan de essentie van deze kwestie? Zeker is dat niemand van jullie ooit over deze vraag heeft nagedacht, maar is de ernst ervan wel tot jullie doorgedrongen? Hebben jullie nagedacht over de gevolgen wanneer jullie op deze manier blijven geloven?
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Hoe je de God op aarde kunt leren kennen
Dagelijkse woorden van God Fragment 320
Ik beleef genoegen aan degenen die niet achterdochtig zijn jegens anderen, en ik mag degenen die openstaan voor de waarheid graag. Voor deze twee categorieën mensen zorg ik goed, want in mijn ogen zijn zij eerlijke mensen. Als je bedrieglijk bent, zul je op je hoede zijn en achterdocht koesteren tegen alles en iedereen. Daarom zal je geloof in mij gebouwd zijn op een fundament van achterdocht. Dergelijk geloof kan ik nooit erkennen. Zonder echt geloof ben je nog meer verstoken van echte liefde. En als je geneigd bent aan God te twijfelen en naar eigen believen over Hem te speculeren, ben je zonder twijfel bedrieglijker dan wie ook. Je speculeert of God als de mens kan zijn: onvergeeflijk zondig, bekrompen, oneerlijk, onredelijk, zonder rechtvaardigheidsgevoel, geneigd tot kwaadaardige tactieken, verraderlijk en geslepen, genoegen scheppend in goddeloosheid en duisternis, enzovoort. Is het niet zo dat mensen zulke gedachten koesteren omdat ze geen greintje kennis over God hebben? Dergelijk geloof is niets minder dan zonde! Sommigen geloven zelfs dat degenen die mij behagen juist de vleiers en stroopsmeerders zijn. Mensen die daar niet goed in zijn, zouden dan niet welkom zijn in het huis van God en hun plaats daar kwijtraken. Is dat de enige kennis die jullie in al die jaren hebben vergaard? Is dat wat jullie hebben opgedaan? En jullie kennis over mij stopt niet bij deze misvattingen. Nog erger zijn jullie godslastering tegen Gods Geest en kwaadsprekerij over de hemel. Daarom zeg ik dat een dergelijk geloof als dat van jullie er alleen maar voor zorgt dat jullie verder van mij afdwalen en nog meer tegen mij opstaan. Tijdens vele jaren van werk hebben jullie veel waarheden gezien, maar weten jullie wat mijn oren hebben gehoord? Hoevelen onder jullie zijn bereid om de waarheid aan te nemen? Jullie geloven allemaal dat jullie bereid zijn om de prijs voor de waarheid te betalen, maar hoevelen van jullie hebben werkelijk omwille van de waarheid geleden? Er is niets dan ongerechtigheid in jullie hart, en daarom denken jullie dat iedereen, wie dan ook, net zo bedrieglijk en achterbaks is. Jullie geloven zelfs dat de vleesgeworden God, net als een normaal mens, zonder vriendelijk hart of welwillende liefde kan zijn. Jullie geloven bovendien dat alleen de God in de hemel een edel karakter en een barmhartige, welwillende aard bezit. Jullie geloven dat zo’n heilige niet bestaat, dat er alleen duisternis en kwaad op aarde heersen, terwijl God iets is waaraan mensen hun verlangen naar het goede en mooie toevertrouwen, een legendarische door hen bedachte figuur. Naar jullie idee is de God in de hemel erg eerlijk, rechtvaardig en groot, waardig om te worden aanbeden en bewonderd. Ondertussen is deze God op aarde slechts een substituut en werktuig van de God in de hemel. Jullie geloven dat deze God niet de gelijke kan zijn van de God in de hemel en zeker niet in één adem met Hem genoemd kan worden. Wat de grootsheid en eer van God betreft, deze behoren tot de heerlijkheid van de God in de hemel. Maar wat de aard en de verdorvenheid van de mens betreft, dit zijn eigenschappen waar de God op aarde deel aan heeft. De God in de hemel is eeuwig verheven, terwijl de God op aarde voor altijd onbeduidend, zwak en incompetent is. De God in de hemel kent geen emotie, alleen rechtvaardigheid, terwijl de God op aarde alleen zelfzuchtige motieven heeft, en oneerlijk en onredelijk is. De God in de hemel kent geen enkel bedrog en blijft altijd trouw, terwijl de God op aarde altijd een oneerlijke kant heeft. De God in de hemel heeft de mens zeer lief, terwijl de God op aarde te weinig zorg aan de mens besteedt of hem zelfs helemaal negeert. Deze misplaatste kennis is reeds lang in jullie hart genesteld en blijft daar mogelijk ook in de toekomst hangen. Jullie beschouwen alle daden van Christus vanuit het standpunt van de onrechtvaardigen en beoordelen al Zijn werk, alsmede Zijn identiteit en essentie, vanuit het perspectief van de goddelozen. Jullie hebben een ernstige fout gemaakt en gedaan wat nooit iemand vóór jullie heeft gedaan. Jullie dienen namelijk alleen de verheven God in de hemel met een kroon op Zijn hoofd, en slaan nooit acht op de God die jullie als zo onbeduidend beschouwen dat Hij onzichtbaar voor jullie is. Is dit niet jullie zonde? Is dit geen klassiek voorbeeld van jullie overtreding tegen de gezindheid van God? Jullie vereren de God in de hemel. Jullie aanbidden verheven beelden en achten lieden die om hun welsprekendheid worden geëerd. Je laat je graag gebieden door de God die je handen vult met rijkdommen en hunkert naar de God die al je wensen kan vervullen. De Enige die je niet vereert, is deze God die niet verheven is. Het enige wat je haat, is omgang met deze God die niemand hoog kan achten. Het enige wat je niet wilt doen, is deze God dienen die je nooit een cent heeft gegeven. De Enige die je niet naar Hem kan laten verlangen, is deze niet geliefde God. Deze God kan je niet je horizon laten verbreden, het gevoel geven dat je een schat hebt gevonden en al helemaal niet je wensen vervullen. Waarom volg je Hem dan? Heb je wel eens over dergelijke vragen nagedacht? Je treedt door wat je doet niet alleen deze Christus met voeten, maar, belangrijker, ook de God in de hemel. Dit is denk ik niet de bedoeling van jullie geloof in God!
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Hoe je de God op aarde kunt leren kennen
Dagelijkse woorden van God Fragment 321
Jullie verlangen ernaar dat God behagen in jullie schept, toch zijn jullie ver verwijderd van God. Wat is hier aan de hand? Jullie aanvaarden alleen Zijn woorden, maar niet Zijn behandeling of Zijn snoeiing, en jullie zijn al helemaal niet in staat om al Zijn regelingen te aanvaarden, om volkomen geloof in Hem te hebben. Wat is hier dan aan de hand? Het komt erop neer dat jullie geloof een lege eierschaal is, eentje waar nooit een kuiken uit kan komen. Want jullie geloof heeft jullie niet de waarheid gebracht of het leven gegeven, alleen maar een vermeend gevoel van steun en hoop. Jullie doel bij het geloven in God is dit gevoel van voeding en hoop, niet de waarheid en het leven. Ik zeg dan ook dat jullie met jullie geloof alleen maar hebben geprobeerd in de gunst van God te komen door kruiperigheid en schaamteloosheid. Dat kan echt niet als waar geloof worden beschouwd. Hoe kan er een kuiken geboren worden uit dergelijk geloof? Met andere woorden, wat kan een dergelijk geloof voortbrengen? Het doel van jullie geloof in God is Hem gebruiken om jullie eigen doeleinden te bereiken. Is dit geen verder bewijs dat jullie de gezindheid van God beledigen? Jullie geloven in het bestaan van de God in de hemel en ontkennen dat God op aarde bestaat. Toch keur ik jullie opvattingen niet goed. Ik prijs alleen de mensen die met beide benen op de grond blijven staan en de God op aarde dienen, maar nooit degenen die nooit de Christus erkennen die op aarde is. Hoe trouw zulke mensen ook aan de God in de hemel zijn, uiteindelijk zullen ze niet ontkomen aan mijn hand die de goddelozen straft. Deze mensen zijn de goddelozen. Zij zijn de slechten die tegen God opstaan en Christus nooit van harte hebben gehoorzaamd. Uiteraard behoren allen daartoe die Christus niet kennen en bovendien niet erkennen. Geloof je dat je kunt handelen zoals je wilt jegens Christus, zolang je maar trouw bent aan de God in de hemel? Dat is een misvatting! Je onwetendheid jegens Christus is onwetendheid jegens de God in de hemel. Hoe trouw je ook bent aan de God in de hemel, dat is niet meer dan holle praat en uiterlijk vertoon. De God op aarde zorgt er namelijk niet alleen voor dat de mens de waarheid ontvangt en diepgaandere kennis heeft, maar meer nog dat de mens veroordeeld wordt en dat de goddelozen later op basis van de feiten gestraft worden. Heb je de waardevolle en schadelijke uitkomsten hier begrepen? Heb je die ervaren? Ik hoop dat jullie deze waarheid spoedig zullen begrijpen: om God te kennen, moet je niet alleen de God in de hemel kennen, maar, nog belangrijker, ook de God op aarde. Haal je prioriteiten niet door elkaar of zet het belangrijkste niet opzij voor wat op de tweede plaats komt. Alleen op deze manier kun je echt een goede relatie met God ontwikkelen, dichter bij God komen en je hart nader tot Hem brengen. Als je al jaren van het geloof bent en al lang met mij omgaat maar toch op afstand van mij blijft, dan moet je de gezindheid van God volgens mij wel vaak met voeten treden en zal je op het einde een zware afrekening wachten. Als je in de vele jaren van omgang met mij niet veranderd bent in een persoon die menselijkheid en waarheid bezit, maar juist je kwaadaardige manier van doen in je aard hebt verweven, en als je niet alleen twee keer zo veel arrogantie hebt als voorheen maar je misvattingen jegens mij eveneens zo zijn toegenomen dat je mij als een bijkomstigheid beschouwt, dan zeg ik dat je aandoening niet meer oppervlakkig is maar tot diep in je binnenste is doorgedrongen. Je hoeft alleen nog maar te wachten tot je begrafenis geregeld wordt. Je hoeft me dan ook niet te smeken om je God te zijn, want je hebt een zonde begaan waar de dood op staat, een onvergeeflijke zonde. Ook al kon ik je genadig zijn, de God in de hemel zal erop staan om je leven te nemen. Je treedt de gezindheid van God namelijk zodanig met voeten dat het geen gewoon probleem meer is, maar een probleem van zeer ernstige aard. Tezijnertijd moet je mij niet de schuld geven dat ik je niet vooraf heb gewaarschuwd. Het komt allemaal hierop neer: als je met Christus – de God op aarde – als een gewoon persoon omgaat, dat wil zeggen: als je gelooft dat deze God slechts een persoon is, zul je omkomen. Dit is mijn enige waarschuwing voor jullie allemaal.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Hoe je de God op aarde kunt leren kennen
Dagelijkse woorden van God Fragment 322
In de mens bestaat alleen het onzekere woord van geloof, maar de mens weet niet waar geloof uit bestaat, laat staan waarom hij geloof heeft. De mens begrijpt te weinig en de mens zelf komt ook nog eens van alles te kort; hij heeft nauwelijks geloof in mij, terwijl hij onbedachtzaam en onwetend is. Ondanks dat hij niet weet wat geloof is en ook niet waarom hij in mij gelooft, blijft hij toch obsessief geloven. Wat ik van de mens vraag, is niet alleen dat hij op deze manier obsessief een beroep op mij doet of op een onsamenhangende wijze in mij gelooft. Want het werk dat ik verricht is voor de mens, zodat hij mij kan zien en mij leert kennen, niet om de mens onder de indruk te laten zijn en naar mij te laten kijken in een nieuw licht vanwege mijn werk. Ik heb eerder veel tekenen en wonderen laten zien en veel mirakelen verricht. De Israëlieten in die tijd toonden mij enorme bewondering en vereerden mijn buitengewone bekwaamheid om de zieken te genezen en demonen uit te drijven. In die tijd dachten de Joden dat mijn genezende krachten meesterlijk en buitengewoon waren. Vanwege vele van zulke daden van mij, beschouwden zij mij allen met respect; ze voelden grote bewondering voor al mijn krachten. Dus iedereen die mij wonderen zag verrichten, volgde mij op de voet, zodat duizenden mij omringden om mij de zieken te zien genezen. Ik liet zoveel tekenen en wonderen zien, maar de mens beschouwde mij slechts als een meesterlijke arts; ik sprak ook veel onderwijzende woorden tot de mensen in die tijd, maar ze beschouwden mij slechts als een leraar die superieur is aan zijn discipelen! Zelfs tot op de dag van vandaag, nadat mensen de historische verslagen van mijn werk hebben gezien, blijft hun interpretatie dat ik een geweldige arts ben die de zieken geneest en een leraar voor de onwetenden. En zij hebben bepaald dat ik de barmhartige Heer Jezus Christus ben. Degenen die de Schrift interpreteren, hebben misschien mijn vaardigheden in genezing overtroffen, of zijn misschien zelfs discipelen die hun leraar nu hebben overtroffen, toch schatten zulke mensen van grote naam, van wie de namen bekend zijn over de hele wereld, mij zo laag in alsof ik slechts een arts zou zijn! Mijn daden zijn groter in aantal dan de zandkorrels van het strand, en mijn wijsheid overtreft die van al de zonen van Salomo, toch zien mensen mij alleen als een arts met weinig aanzien en een onbekende leraar van mensen. Zoveel mensen geloven in mij alleen maar zodat ik hen zou kunnen genezen. Zoveel mensen geloven in mij alleen maar zodat ik mijn kracht zou kunnen gebruiken om onreine geesten uit hun lichaam te verdrijven. En zoveel mensen geloven in mij alleen maar om wellicht vrede en vreugde van mij te kunnen ontvangen. Zoveel mensen geloven in mij alleen maar om grotere materiële rijkdom van mij te eisen. Zoveel mensen geloven in mij alleen maar om dit leven in vrede door te brengen en om veilig en gezond te zijn in de toekomstige wereld. Zoveel mensen geloven in mij om het lijden van de hel te vermijden en de zegeningen van de hemel te ontvangen. Zoveel mensen geloven in mij enkel vanwege tijdelijke comfort, zonder ernaar te streven in de komende wereld iets te verwerven. Wanneer ik mijn woede aan mensen toeken en alle vreugde en vrede in beslag neem die zij eens bezaten, beginnen ze te twijfelen. Wanneer ik mensen het lijden van de hel toeken en de zegeningen van de hemel terugvorder, ontsteken ze in woede. Wanneer mensen mij vragen om hen te genezen, en ik hen geen aandacht schenk en afkeer voor hen voel, vertrekken ze van mij om in plaats daarvan de weg van kwaadaardige geneeskunde en tovenarij te zoeken. Wanneer ik alles wegneem wat mensen van mij vereist hebben, verdwijnen ze allemaal spoorloos. Daarom zeg ik dat mensen geloof in mij hebben omdat mijn genade te overvloedig is en omdat er veel te veel voordelen te verkrijgen zijn. De Joden geloofden in mij vanwege mijn genade en volgden mij, waar ik ook ging. Deze onwetende mensen met beperkte kennis en ervaring wilden alleen de tekenen en wonderen zien die ik toonde. Ze beschouwden mij als het hoofd van het huis van de Joden die de grootste wonderen kon verrichten. Daarom spraken zij onderling in grote verwarring, toen ik demonen uit mensen verdreef; ze zeiden dat ik Elia ben, dat ik Mozes ben, dat ik de oudste van alle profeten ben, dat ik de grootste van alle artsen ben. Afgezien van het feit dat ik zelf zeg dat ik het leven, de weg en de waarheid ben, kan niemand mijn wezen of mijn identiteit kennen. Afgezien van het feit dat ik zelf zeg dat de hemel de plaats is waar mijn Vader leeft, wist niemand dat ik de Zoon van God en God Zelf ben. Afgezien van het feit dat ik zelf zeg dat ik de mensheid verlossing zal brengen en haar zal vrijkopen, wist niemand dat ik de Verlosser van de mensheid ben; mensen kenden mij alleen als een welwillende en medelevende man. En afgezien van het feit dat ik zelf in staat ben om alles van mij uit te leggen, kende niemand mij, en niemand geloofde dat ik de Zoon van de levende God ben. De mens heeft alleen op zo’n manier vertrouwen in mij en houdt mij op deze manier voor de gek. Hoe kan de mens van mij getuigen als hij zulke zienswijzen over mij heeft?
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Wat weet jij over het geloof?
Dagelijkse woorden van God Fragment 323
Mensen geloven al heel lang in God, toch weten de meesten niet wat het woord ‘God’ betekent, en volgen ze slechts in verbijstering. Ze hebben geen idee waarom mensen precies in God moeten geloven of wat God is. Als mensen alleen weten dat ze in God moeten geloven en Hem moeten volgen, maar niet weten wat God is en God ook niet kennen, is dit dan niet één grote grap? Ook al zijn mensen tot hier gekomen en hebben ze veel hemelse mysteries gezien en veel diepzinnige kennis gehoord die de mensheid nooit eerder heeft begrepen, ze hebben geen idee van veel van de meest elementaire waarheden waarbij de mensheid nog niet eerder heeft stilgestaan. Sommigen zeggen misschien: “We geloven al jaren in God. Hoezo weten wij niet wat God is? Doet die vraag ons niet tekort?” Maar in werkelijkheid volgen mensen mij tegenwoordig, en hebben ze toch geen weet van het huidige werk. Zelfs de meest voor de hand liggende en simpelste vragen snappen ze niet, laat staan zulke zeer ingewikkelde vragen over God. Het zijn juist de vragen waar jij je niet mee bezighoudt en die jij niet hebt vastgesteld, die heel belangrijk voor je zijn om te begrijpen. Je volgt namelijk slechts de meute zonder aandacht te schenken aan en je te bekommeren om waar je jezelf mee moet uitrusten. Weet je echt waarom je geloof in God moet hebben? Weet je werkelijk wat God is? Weet je echt wat de mens is? Als je als mens die in God gelooft deze dingen niet begrijpt, verlies je dan niet de waardigheid van een gelovige in God? Mijn werk is nu: ervoor zorgen dat mensen hun wezen begrijpen, dat zij alles wat ik doe begrijpen en het ware gezicht van God leren kennen. Dit is het slotstuk van mijn managementplan, de laatste fase van mijn werk. Daarom vertel ik jullie vooraf over alle mysteries van het leven, zodat jullie die van mij kunnen aannemen. Aangezien dit het werk van het eindtijdperk is, moet ik jullie alle waarheden van het leven vertellen waar jullie nooit eerder ontvankelijk voor waren, hoewel jullie ze niet kunnen begrijpen of verdragen, omdat jullie simpelweg te beperkt en te slecht uitgerust zijn. Ik ga mijn werk tot een einde brengen, ik ga het werk voltooien dat ik moet doen en ga jullie vertellen wat ik jullie allemaal heb opgedragen, opdat jullie niet weer afdwalen en vallen voor de listen van de boze wanneer de duisternis neerdaalt. Er zijn veel wegen die jullie niet begrijpen, veel zaken waar jullie geen weet van hebben. Jullie zijn zo onwetend. Ik ken jullie gestalte en jullie tekortkomingen heel goed. Dus ook al zijn er veel woorden die jullie niet kunnen begrijpen, ik wil jullie al deze waarheden waar jullie nooit eerder ontvankelijk voor zijn geweest toch vertellen. Ik blijf me namelijk zorgen maken of jullie in jullie huidige gestalte wel standvastig kunnen staan in jullie getuigenis voor mij. Het is niet zo dat ik jullie onderschat. Jullie zijn allemaal beesten die mijn formele training nog moeten ondergaan, en ik kan absoluut niet zien hoeveel glorie er in jullie is. Hoewel ik uitputtend veel aan jullie heb gewerkt, lijken er praktisch geen positieve elementen in jullie te zijn, en de negatieve elementen zijn op één hand te tellen en dienen slechts als getuigenissen die Satan te schande maken. Vrijwel al het andere in jullie is Satans gif. Het lijkt er voor mij op dat jullie niet meer te redden zijn. Zoals de zaken er nu voor staan, kijk ik naar jullie verschillende uitdrukkingen en houdingen, en uiteindelijk ken ik jullie ware gestalte. Daarom maak ik me steeds zorgen over jullie: zullen mensen aan zichzelf overgeleverd echt beter of hetzelfde af zijn, vergeleken met hoe ze nu zijn? Maken jullie je geen zorgen om jullie kinderlijke gestalte? Kunnen jullie echt als het uitverkoren volk van Israël zijn – trouw aan mij en aan mij alleen, onder alle omstandigheden? Wat in jullie is geopenbaard, is niet het kattenkwaad van kinderen die van hun ouders zijn afgedwaald, maar de beestachtigheid die opborrelt in dieren die buiten het bereik van de zweep van hun meester zijn. Jullie moeten jullie aard kennen, die tevens jullie gedeelde zwakte is, een kwaal die jullie allemaal hebben. Mijn enige aansporing voor jullie vandaag is dan ook standvastig te staan in jullie getuigenis voor mij. Laat onder geen enkele omstandigheid de oude ziekte weer oplaaien. Getuigen is het belangrijkste. Dat is de kern van mijn werk. Jullie moeten mijn woorden aanvaarden zoals Maria Jehova’s openbaring aanvaardde die tot haar kwam in een droom, door te geloven en vervolgens te gehoorzamen. Alleen dit wordt als zuiver gekwalificeerd. Want jullie horen mijn woorden het meest, jullie zijn het meest door mij gezegend. Ik heb jullie al mijn waardevolle bezittingen gegeven, ik heb alles aan jullie geschonken. En toch verschilt jullie gestalte enorm veel van die van het volk van Israël, dat is echt een wereld van verschil. Maar vergeleken met hen hebben jullie veel meer ontvangen. Terwijl zij smachten naar mijn verschijning, brengen jullie plezierige dagen met mij door en delen jullie in mijn overvloed. Wat geeft jullie, gezien dit verschil, het recht om te sputteren en te twisten met mij en jullie deel van mijn bezittingen te eisen? Hebben jullie niet veel gewonnen? Ik geef jullie zoveel, maar in ruil daarvoor geven jullie me slechts hartverscheurend verdriet en angst, onbedwingbare wrok en ontevredenheid. Jullie zijn erg weerzinwekkend, en toch ook meelijwekkend, dus kan ik niet anders dan al mijn wrok inslikken en steeds weer stem geven aan mijn bezwaren tegen jullie. Gedurende duizenden jaren werk heb ik de mensheid nooit iets verweten, omdat ik heb ontdekt dat alleen de ‘vervalsingen’ onder jullie het bekendst zijn geworden gedurende de ontwikkeling van de mensheid, als een waardevolle erfenis nagelaten door beroemde voorouders uit de oudheid. Ik haat die onmenselijke zwijnen en honden. Jullie zijn te gewetenloos! Jullie karakter is te laag! Jullie hart is te verstokt! Als ik deze woorden en dit werk mee had genomen naar de Israëlieten, zou ik lang geleden al glorie hebben verkregen. Maar onder jullie is dit niet haalbaar. Onder jullie is er niets dan wrede onverschilligheid, liefdeloosheid en uitvluchten. Jullie zijn te ongevoelig en absoluut waardeloos!
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Wat is jouw begrip van God?
Dagelijkse woorden van God Fragment 324
Jullie zouden nu allemaal moeten begrijpen wat geloven in God echt betekent. De betekenis van geloof in God waarover ik eerder heb gesproken, heeft te maken met jullie positieve intrede. Daarover ga ik het vandaag niet hebben. Vandaag wil ik de essentie van jullie geloof in God analyseren. Dit betekent vanzelfsprekend dat ik jullie vanuit een negatief aspect leid; zou ik dat niet doen, dan zouden jullie nooit jullie ware gezicht leren kennen en zouden jullie altijd maar blijven opscheppen over hoe vroom en trouw jullie wel niet zijn. Eerlijk gezegd zou ieder van jullie zichzelf een kroon op het hoofd zetten en alle glorie aan zichzelf toeschrijven als ik de lelijkheid die diep in jullie harten schuilt niet aan het licht zou brengen. Jullie arrogante en verwaande aard zet jullie ertoe aan jullie eigen geweten te verraden, in opstand te komen tegen Christus, Hem te weerstaan, jullie lelijkheid te tonen en zo jullie bedoelingen, opvattingen, buitensporige verlangens en ogen vol hebzucht bloot te leggen. En toch blijven jullie maar doorbabbelen over jullie levenslange passie voor het werk van Christus en blijven jullie maar de waarheden die Christus lang geleden gesproken heeft herhalen. Dit is jullie ‘geloof’ – jullie ‘geloof zonder onzuiverheid’. Ik heb de mens altijd aan een heel strenge norm gehouden. Als aan je loyaliteit achterliggende bedoelingen en voorwaarden verbonden zijn, heb ik je zogenaamde loyaliteit liever niet, want ik verafschuw mensen die me met hun bedoelingen misleiden en me met voorwaarden chanteren. Ik wil alleen dat de mens absoluut loyaal is aan mij, en dat hij alles doet omwille en ter bewijs van dat ene woord: geloof. Ik veracht jullie gevlei om mij te verheugen. Ik heb jullie immers altijd met volkomen oprechtheid behandeld en dus wil ik dat jullie mij, op jullie beurt, waar geloof betonen. Wat geloof betreft, denken veel mensen misschien dat ze God volgen omdat ze geloof hebben, anders zouden ze zulk lijden niet verdragen. Laat me je dan dit vragen: hoe komt het dat je God nooit vereert, ook al geloof je in Zijn bestaan? Hoe komt het dat er niet de minste vrees voor Hem is in je hart als je in Zijn bestaan gelooft? Je erkent dat Christus de incarnatie van God is, maar waarom minacht je Hem dan? Waarom handel je Hem zo respectloos? Waarom oordeel je openlijk over Hem? Waarom bespioneer je voortdurend al Zijn activiteiten? Waarom onderwerp je je niet aan Zijn regelingen? Waarom handel je niet in overeenstemming met Zijn woord? Waarom probeer je Hem af te persen en beroof je Hem van Zijn offergaven? Waarom spreek jij namens Christus? Waarom beoordeel jij of Zijn werk en Zijn woord correct zijn? Waarom durf je Hem achter Zijn rug te belasteren? Is dit – en meer van hetzelfde – wat jullie geloof inhoudt?
Alles wat jullie zeggen en doen maakt de elementen van jullie ongeloof in Christus zichtbaar. De beweegredenen en doelen van alles wat jullie doen is doordrongen van ongeloof. Zelfs jullie ogen stralen ongeloof in Christus uit. Met andere woorden, ieder van jullie draagt elementen van ongeloof met zich mee, elke minuut van de dag. Dit betekent dat jullie elk moment het gevaar lopen Christus te verraden, want het bloed dat door jullie aderen stroomt is vervuld met ongeloof in de vleesgeworden God. Daarom zeg ik dat de voetafdrukken die jullie achterlaten op het pad van geloof in God niet echt zijn. Tijdens jullie reis op het pad van geloof in God zetten jullie je voeten niet stevig op de grond; jullie houden alleen maar de schijn op. Jullie geloven het woord van Christus nooit volledig en zijn niet in staat het meteen in praktijk brengen. Dat is de reden waarom jullie geen geloof in Christus hebben. Een andere reden dat jullie niet in Hem geloven is dat jullie altijd opvattingen over Hem hebben. Steeds weer zijn jullie sceptisch over het werk van Christus. Steeds weer is het woord van Christus aan dovemansoren gericht. Wat Christus ook doet, steeds weer hebben jullie er een mening over, zonder het echt te kunnen begrijpen. Steeds weer vinden jullie het moeilijk jullie eigen opvattingen opzij te zetten, welke uitleg jullie ook krijgen. En ga zo maar door. Dit zijn allemaal elementen van ongeloof die zich in jullie harten hebben vermengd. Hoewel jullie het werk van Christus volgen en nooit achterblijven, is er toch te veel rebellie in jullie hart. Deze rebellie is een onzuiverheid in jullie geloof in God. Misschien zijn jullie het daar niet mee eens, maar als je daarin niet je eigen achterliggende bedoelingen kunt herkennen, zul je zeker behoren tot degenen die verloren gaan. Want God vervolmaakt alleen diegenen die echt in Hem geloven, niet diegenen die sceptisch tegenover Hem staan en al helemaal niet diegenen die Hem schoorvoetend volgen ook al hebben ze nooit geloofd dat Hij God is.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Ben jij iemand die waarlijk in God gelooft?
Dagelijkse woorden van God Fragment 325
Sommige mensen verheugen zich niet in de waarheid en nog minder in het oordeel. In plaats daarvan verheugen ze zich in hun macht en rijkdommen. Zulke mensen worden machtzoekers genoemd. Ze zoeken alleen naar invloedrijke denominaties in de wereld en naar voorgangers en leraren die van een theologische hogeschool komen. Hoewel ze de weg van de waarheid hebben aanvaard, geloven ze maar half; ze zijn niet in staat om heel hun hart en geest te geven. Hun monden spreken over volledige inzet voor God, maar hun ogen zijn gericht op de grote voorgangers en leraren, en Christus wordt opzijgeschoven. Hun harten zijn gefixeerd op roem, fortuin en glorie. Ze vinden het ondenkbaar dat zo’n onbeduidende man in staat is zovelen te overwinnen, dat iemand die zo onopvallend is, mensen kan vervolmaken. Ze vinden het ondenkbaar dat deze tussen vuil en mesthopen levende stumperds de door God uitverkoren mensen zijn. Als dát soort mensen door God gered zou worden, zo denken ze, zou het de wereld op zijn kop zijn en alle mensen zouden in een deuk liggen van het lachen. Ze geloven dat als God zulke sukkels uitkiest om te vervolmaken, die hoge heren God Zelf zouden worden. Hun perspectief is aangetast door ongeloof. Meer nog dan ongelovig, het zijn belachelijke beesten, want ze hechten alleen waarde aan status, prestige en macht. Ze hebben alleen hoogachting voor grote groepen en denominaties. Ze hebben geen enkel respect voor diegenen die door Christus worden geleid. Ze zijn gewoon verraders die zich van Christus, de waarheid en het leven hebben afgekeerd.
Wat jij bewondert, is niet de nederigheid van Christus, maar die valse herders met aanzien. Je adoreert niet de lieflijkheid of de wijsheid van Christus, maar die zedelozen die zich wentelen in het vuil van de wereld. Je lacht om de pijn van Christus, die geen plaats heeft om Zijn hoofd neer te leggen, maar je bewondert die levenloze wezens die jagen op offeranden en leven in losbandigheid. Je bent niet bereid zij aan zij met Christus te lijden, maar je stort je maar al te graag in de armen van die roekeloze antichristen, hoewel ze je alleen maar vlees, letters en controle geven. Zelfs nu keert je hart zich nog steeds naar hen, hun reputatie, hun status en hun invloed. Maar je blijft bij een houding waarin je het werk van Christus moeilijk te verteren vindt en je bent niet bereid het te aanvaarden. Daarom zeg ik dat het je ontbreekt aan het geloof om Christus te erkennen. De enige reden waarom je Hem tot op de dag van vandaag hebt gevolgd, is alleen omdat je geen andere keuze had. Een reeks verheven beelden neemt je hart voor altijd in beslag. Je kunt alles wat ze zeggen en doen, hun invloedrijke woorden en handen, maar niet vergeten. In jullie hart zijn ze voor altijd oppermachtig en voor altijd helden. Maar de Christus van vandaag niet. Hij is voor altijd onbetekenend in je hart en Hij is je eerbied voor altijd onwaardig. Want Hij is veel te gewoon, heeft veel te weinig invloed en is allesbehalve verheven.
Hoe dan ook, ik zeg dat al diegenen die de waarheid niet waarderen ongelovigen zijn en verraders zijn van de waarheid. Dat soort mensen zal nooit de goedkeuring van Christus ontvangen. Heb je nu vastgesteld hoeveel ongeloof er in je is, en hoeveel verraad van Christus je hebt? Ik doe aldus een dringend beroep op je: aangezien je de weg van de waarheid hebt gekozen, moet je jezelf daar met je hele hart aan toewijden; wees niet ambivalent of halfslachtig. Je moet begrijpen dat God niet toebehoort aan de wereld noch aan welke afzonderlijke persoon dan ook, maar aan al diegenen die echt in Hem geloven, al diegenen die Hem aanbidden en al diegenen die Hem toegewijd en trouw zijn.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Ben jij iemand die waarlijk in God gelooft?
Dagelijkse woorden van God Fragment 326
In hun geloof streven mensen ernaar dat God hun een geschikte bestemming schenkt en alle genade geeft die ze nodig hebben, dat God hun dienaar wordt, dat Hij een vredige, vriendschappelijke relatie met hen onderhoudt, zodat er op geen enkel moment een conflict tussen ontstaat. Dat wil zeggen: hun geloof in God vereist dat Hij belooft aan al hun eisen te voldoen en hun alles te schenken waar ze om bidden, overeenkomstig de woorden die ze in de Bijbel hebben gelezen: “Ik zal al jullie gebeden verhoren.” Ze verwachten dat God over niemand oordeelt of niemand aanpakt, want Hij is altijd de barmhartige Heiland Jezus, die altijd en overal een goede relatie met mensen onderhoudt. Dit is hoe mensen in God geloven: ze stellen gewoon schaamteloze eisen aan God en hebben daarbij het idee dat Hij die gewoon blindelings voor ze zal inwilligen, of ze nu opstandig of gehoorzaam zijn. Ze blijven gewoon voortdurend ‘schulden van God innen’, in de overtuiging dat Hij die, zonder Zich te verzetten, moet ‘terugbetalen’ en bovendien tweemaal zoveel moet betalen; ze hebben het idee dat God, of Hij nu iets van ze gekregen heeft of niet, alleen door hen gemanipuleerd kan worden en dat Hij niet eigenmachtig mensen kan orkestreren en dat Hij al helemaal niet, wanneer Hij wil en zonder hun toestemming, eigenmachtig aan mensen Zijn wijsheid en rechtvaardige gezindheid mag openbaren die vele jaren verborgen zijn gebleven. Ze belijden simpelweg hun zonden aan God in de overtuiging dat God die gewoon zal vergeven, dat het Hem niet de keel uit gaat hangen en dat dit zo altijd maar door zal gaan. Ze bevelen God simpelweg wat Hij moet doen, in de overtuiging dat Hij hen gewoon gehoorzaamt, omdat in de Bijbel staat dat God niet is gekomen om door mensen gediend te worden, maar om hen te dienen en dat Hij hier is om hun dienaar te zijn. Hebben jullie dat niet altijd zo geloofd? Zodra jullie niets van God kunnen krijgen, willen jullie wegrennen. En wanneer jullie iets niet begrijpen, raken jullie verbitterd en gaan jullie zelfs zo ver dat jullie allerlei scheldwoorden naar Hem slingeren. Jullie staan God simpelweg niet toe om Zijn wijsheid en verwondering volledig te uiten. In plaats daarvan willen jullie willen alleen maar tijdelijk gemak en comfort genieten. Tot nu toe bestond jullie houding in jullie geloof in God alleen maar uit dezelfde oude denkbeelden. Als God jullie maar een greintje majesteit toont, worden jullie al ongelukkig. Zien jullie nu precies wat jullie gestalte is? Denk niet dat jullie allemaal trouw zijn aan God terwijl jullie oude denkbeelden niets zijn veranderd. Wanneer je niets overkomt, denk je dat alles voor de wind gaat en bereikt je liefde voor God een piek. Maar overkomt je iets kleins, dan kom je terecht in het dodenrijk. Is dat trouw zijn aan God?
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Jullie moeten de zegeningen van status opzijzetten en Gods bedoeling om de mens redding te brengen, begrijpen
Dagelijkse woorden van God Fragment 327
Onder het zoeken hebben jullie te veel individuele noties, hoop en toekomsten. Het huidige werk is bedoeld om jullie verlangen naar status en jullie buitensporige verlangens aan te pakken. Hoop, status en noties zijn allemaal klassieke weergaven van een satanische gezindheid. De enige reden waarom deze dingen bestaan in de harten van de mensen is dat het gif van Satan altijd hun gedachten aantast, en dat mensen er nooit in slagen deze verzoekingen van Satan van zich af te schudden. Ze leven te midden van de zonde, en toch geloven ze niet dat het zonde is en blijven ze denken: wij geloven in God, dus Hij moet ons zegenen en alles voor ons regelen zoals het hoort. Wij geloven in God, dus moeten we wel superieur zijn aan anderen, en we moeten wel meer status en meer toekomst hebben dan wie dan ook. Omdat we in God geloven, moet Hij ons grenzeloze zegeningen brengen. Anders zou het niet geloven in God heten. Jarenlang hebben de gedachten waarop mensen hebben vertrouwd om te overleven hun harten aangetast, zozeer dat ze verraderlijk, laf en verachtelijk zijn geworden. Niet alleen ontbreekt het hun aan wilskracht en vastberadenheid, ze zijn ook inhalig, arrogant en eigenzinnig geworden. Ze hebben totaal geen vastberadenheid die henzelf overstijgt, en bovendien hebben ze geen greintje lef om de banden van deze duistere invloeden af te schudden. De gedachten en levens van mensen zijn zo verrot, dat hun perspectieven op het geloof in God nog steeds ondraaglijk wanstaltig zijn, en zelfs wanneer mensen het hebben over hun perspectieven op het geloof in God is dat gewoon ondraaglijk om aan te horen. Mensen zijn allemaal laf, incompetent, verachtelijk en breekbaar. Ze voelen geen afkeer van de duistere machten en geen liefde voor het licht en de waarheid; in plaats daarvan doen ze wat ze maar kunnen om die uit te drijven. Zijn jullie gedachten en perspectieven van het moment niet precies zo? “Omdat ik in God geloof, moet ik simpelweg overladen worden met zegeningen, en moet het zeker zijn dat mijn status nooit zakt en dat die hoger blijft dan de status van ongelovigen.” Dat soort perspectief hebben jullie niet gedurende maar één of twee jaar vanbinnen gekoesterd, maar gedurende vele jaren. Jullie transactionele denkwijze is overontwikkeld. Hoewel jullie tegenwoordig bij deze stap aangekomen zijn, hebben jullie de status nog altijd niet laten varen, maar spannen jullie je continu in om ernaar te informeren en er iedere dag zorgvuldig op te letten, en zijn jullie doodsbang dat op een dag jullie status verloren zal zijn en jullie naam verkwanseld. Mensen hebben hun verlangen naar gerief nooit afgelegd. Dus, nu ik vandaag op deze manier over jullie oordeel, welke mate van begrip zullen jullie uiteindelijk hebben? Jullie zullen zeggen dat hoewel jullie status niet hoog is, jullie toch door God zijn verheven. Omdat jullie van lage geboorte zijn, hebben jullie geen status, maar jullie verwerven status omdat God jullie verheft – dit is iets wat Hij jullie heeft geschonken. Tegenwoordig kunnen jullie persoonlijk Gods training, Zijn tuchtiging en Zijn oordeel ontvangen. Dit is, in zelfs nog sterkere mate, Zijn verheffing. Jullie kunnen persoonlijk Zijn zuivering en vuur ontvangen. Dit is Gods grote liefde. Door de eeuwen heen is er niemand geweest die Zijn zuivering en vuur heeft ontvangen, en niemand is in staat geweest vervolmaakt te worden door Zijn woorden. God spreekt nu met jullie van aangezicht tot aangezicht; Hij zuivert jullie en onthult jullie innerlijke opstandigheid – dit is werkelijk Zijn verheffing. Welke mogelijkheden hebben mensen? Of ze nu de zonen van David zijn of de afstammelingen van Moab, al met al zijn mensen schepselen die niets hebben wat het waard is om over op te scheppen. Omdat jullie Gods schepselen zijn, moeten jullie je plicht als schepsel doen. Er worden geen andere eisen aan jullie gesteld. Dit is hoe jullie moeten bidden: “O, God! Of ik nou status heb of niet, nu begrijp ik mezelf. Als mijn status hoog is, komt dat door uw verheffing, en als deze laag is, komt dat door uw verordening. Alles ligt in uw handen. Ik heb geen keuzes en ook geen klachten. U hebt verordend dat ik geboren zou worden in dit land en onder dit volk, en het enige wat ik moet doen, is volledig gehoorzaam zijn onder uw heerschappij, omdat alles binnen uw verordening valt. Ik schenk geen aandacht aan status; ik ben immers maar een schepsel. Als u mij in de put van de afgrond plaatst, in de poel van vuur en zwavel, ben ik maar een schepsel. Als u mij gebruikt, ben ik een schepsel. Als u mij vervolmaakt, ben ik nog altijd een schepsel. Als u mij niet vervolmaakt, zal ik nog steeds van u houden, want ik ben niets meer dan een schepsel. Ik ben niets meer dan een minuscuul schepsel, geschapen door de Heer van de schepping, maar één iemand onder alle geschapen mensen. U was het die mij schiep, en nu hebt u mij opnieuw in uw handen geplaatst om met mij te doen wat u wilt. Ik ben bereid uw gereedschap en uw contrast te zijn, omdat alles is naar uw verordening. Niemand kan het veranderen. Alle dingen en alle gebeurtenissen liggen in uw handen.” Wanneer de tijd komt waarop je niet langer over status zult denken, zul je die afschudden. Pas dan kun je vol vertrouwen en moedig zoeken, en pas dan kan je hart zich bevrijden van enige beperkingen. Als de mensen eenmaal van deze dingen zijn losgemaakt, zullen ze geen zorgen meer hebben. Wat zijn de zorgen van de meesten van jullie op dit moment? Jullie zijn altijd beperkt door status en voortdurend bezorgd over jullie eigen vooruitzichten. Jullie bladeren voortdurend door Gods uitspraken en willen graag gezegden lezen over de bestemming van de mens, en weten wat jullie vooruitzichten zijn en wat jullie bestemming zal zijn. Jullie vragen je af: “Heb ik werkelijk vooruitzichten? Heeft God ze weggenomen? God zegt alleen dat ik een contrast ben; wat zijn dan mijn vooruitzichten?” Het valt jullie zwaar om je vooruitzichten en je lot opzij te zetten. Jullie zijn nu volgers, en jullie hebben enig begrip verkregen van deze fase van het werk. Maar jullie hebben je verlangen naar status nog altijd niet opzijgezet. Als jullie status hoog is, zoeken jullie goed, maar als jullie status laag is, zoeken jullie niet langer. Jullie denken aldoor aan de zegeningen van status. Hoe komt het dat de meeste mensen geen afstand kunnen nemen van negativiteit? Is het antwoord niet steevast dat het door sombere vooruitzichten komt? Zodra Gods uitspraken gedaan worden, proberen jullie er snel achter te komen wat je status en identiteit werkelijk zijn. Jullie geven de voorkeur aan status en identiteit, en verwijzen visie naar de tweede plaats. Op de derde plaats komt iets wat jullie moeten binnengaan, en op de vierde plaats komt Gods huidige wil. Jullie kijken eerst of Gods titel voor jullie, ‘contrasten’, wel of niet is veranderd. Jullie lezen en lezen, en wanneer jullie zien dat de titel ‘contrast’ verwijderd is, worden jullie blij en danken jullie God uitbundig en loven jullie Zijn grote kracht. Maar als jullie zien dat jullie nog altijd contrasten zijn, raken jullie overstuur en is het meteen gedaan met de aandrijving vanuit jullie harten. Hoe meer je op deze manier zoekt, des te minder je zult oogsten. Hoe groter iemands verlangen naar status, hoe strenger hij behandeld zal moeten worden en hoe meer hij grote loutering zal moeten ondergaan. Zulke mensen zijn waardeloos! Ze moeten in afdoende mate behandeld en geoordeeld worden, zodat ze deze dingen helemaal loslaten. Als jullie op deze manier streven tot het einde, zullen jullie niets oogsten. Wie het leven niet nastreeft, kan niet getransformeerd worden, en wie niet snakt naar de waarheid, kan de waarheid niet verwerven. Je richt je niet op het nastreven van persoonlijke transformatie en intreden, maar op extravagante wensen en dingen die je liefde voor God beperken en verhinderen dat je dichtbij Hem komt. Kunnen die dingen je transformeren? Kunnen ze je het koninkrijk binnenbrengen? Als het doel van je streven niet het zoeken van de waarheid is, kun je net zo goed deze gelegenheid te baat nemen en terugkeren naar de wereld om het daar te maken. Je tijd op deze manier verspillen is het echt niet waard – waarom zou je jezelf pijnigen? Is het niet zo dat je van allerlei dingen zou kunnen genieten, daar in de prachtige wereld? Geld, mooie vrouwen, status, ijdelheid, familie, kinderen, enzovoorts – zijn deze producten van de wereld niet de beste dingen waar je van kunt genieten? Wat voor nut heeft het om hier rond te zwerven op zoek naar een plek waar je gelukkig kunt zijn? De Mensenzoon kan nergens Zijn hoofd neerleggen, hoe zou jij dan een gerieflijke plek kunnen hebben? Hoe zou Hij voor jou een prachtige, gerieflijke plek kunnen scheppen? Is dat mogelijk? Naast mijn oordeel, kun je tegenwoordig alleen leringen over de waarheid ontvangen. Je kunt geen comfort van mij ontvangen en je kunt niet het bed van rozen krijgen waar je dag en nacht naar verlangt. Ik zal je de rijkdommen van de wereld niet schenken. Als je oprecht streeft, ben ik bereid je de volledige weg van het leven te geven, zodat je kunt zijn als een vis die weer in het water is. Als je niet oprecht streeft, zal ik het allemaal terugnemen. Ik ben niet bereid de woorden van mijn mond te geven aan hen die gretig zijn het gerieflijk te hebben, die net als varkens en honden zijn!
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Waarom ben je niet bereid een contrast te zijn?
Dagelijkse woorden van God Fragment 328
Onderzoeken of je rechtvaardigheid toepast in alles wat je doet, en of al je daden geobserveerd worden door God, zijn de gedragsprincipes van hen die in God geloven. Jullie zullen rechtvaardig genoemd worden omdat jullie in staat zijn God tevreden te stellen, en omdat jullie Gods verzorging en bescherming accepteren. In Gods ogen zijn al degenen die Gods verzorging, Zijn bescherming en perfectie accepteren, en die door Hem gewonnen worden rechtvaardig en zij worden door God liefkozend bekeken. Hoe meer jullie de woorden van God aannemen in het hier en nu, des te meer jullie in staat zijn Gods wil te ontvangen en te begrijpen, en zo kunnen jullie Gods woorden naleven en aan Zijn eisen voldoen. Dit is Gods opdracht voor jullie en wat jullie behoren te bereiken. Als jullie opvattingen gebruiken om God aan af te meten en af te bakenen, alsof God een onveranderlijk aarden beeld was, en als jullie God afbakenen binnen de Bijbel, en Hem proberen te vatten in een beperkte reikwijdte van werk, dan bewijst dat, dat jullie God veroordeeld hebben. Omdat, in hun harten, de Joden uit het tijdperk van het Oude Testament God in de vorm van een afgod goten, alsof God alleen de Messias genoemd kon worden en enkel Hij die de Messias genoemd werd God was, en omdat de mensen God dienden en aanbaden alsof Hij een (levenloos) aarden beeld was, nagelden ze de Jezus van die tijd aan het kruis, veroordeelden ze Hem ter dood, veroordeelden ze de onschuldige Jezus ter dood. God had geen misdaad begaan, maar de mens spaarde God niet en veroordeelde Hem zonder te aarzelen ter dood. Dus werd Jezus gekruisigd. De mens gelooft altijd dat God onveranderlijk is, en definieert Hem volgens de Bijbel, alsof de mens Gods management doorzien heeft, alsof alles wat God doet in de handen van de mens ligt. De mensen zijn volslagen belachelijk, ze zijn uitermate arrogant, en ze hebben allemaal aanleg voor gezwollen welbespraaktheid. Ongeacht hoe groot jullie kennis van God ook is, nog steeds zeg ik dat jullie God niet kennen, dat er niemand is die meer gekant is tegen God, en dat jullie God veroordelen, want jullie zijn totaal niet in staat het werk van God te gehoorzamen en het pad van volmaakt gemaakt te worden door God te bewandelen. Waarom is God nooit tevreden over de daden van de mens? Omdat de mens God niet kent, omdat hij zoveel opvattingen heeft en omdat in plaats van zich te schikken naar de werkelijkheid, al zijn kennis over God van hetzelfde laken een pak is en uitgaat van dezelfde benadering voor elke situatie. Dus, nu God vandaag naar de aarde gekomen is, is God nogmaals aan het kruis genageld. Wrede, meedogenloze mensheid! Het samenzweren, gekonkel en knokken, het bijeen schrapen van reputatie en fortuin, de wederzijdse afslachting; wanneer zal er ooit een einde aan komen? God heeft honderdduizenden woorden gesproken, maar niemand is tot bezinning gekomen. Ze handelen in het belang van hun gezinnen, hun zonen en dochters, hun carrières, vooruitzichten, status, ijdelheid en geld, voor het verkrijgen van kleding, voor voedsel en het vlees; wiens daden zijn zuiver in het belang van God? Zelfs onder hen wier daden in het belang van God zijn, zijn er maar weinigen die God kennen. Hoeveel handelen er niet in hun eigen belang? Hoeveel onderdrukken en discrimineren anderen niet om hun eigen status te handhaven? Zo is God onnoemelijk veel keren hardhandig ter dood veroordeeld, talloze barbaarse rechters hebben God veroordeeld en Hem nogmaals aan het kruis genageld. Hoeveel kunnen er rechtvaardig genoemd worden omdat zij werkelijk handelen in het belang van God?
Voor God, is het zo makkelijk om vervolmaakt te worden tot een heilig iemand, of een rechtvaardig individu? Het is een ware bewering dat “er geen rechtvaardigen zijn op deze aarde, de rechtvaardigen niet in deze wereld zijn.” Wanneer jullie voor God komen, kijk eens goed naar wat je aan hebt, bekijk ieder woord en iedere daad, al je gedachten en ideeën, en zelfs de dromen die jullie iedere dag dromen; ze zijn allemaal om jezelf te behagen. Is dat niet de ware stand van zaken? ‘Rechtvaardigheid’ betekent niet het geven van aalmoezen, het betekent niet het liefhebben van je naaste als jezelf, noch betekent het niet vechten, ruzie maken, roven of stelen. Rechtvaardigheid betekent Gods opdracht als je plicht opvatten en Gods orkestraties en schikkingen als een uit de hemel gezonden roeping gehoorzamen, ongeacht het moment of de plaats, net zoals alles wat gedaan werd door de Heer Jezus. Dat is de rechtvaardigheid waarmee God heeft gesproken. Lot kon rechtvaardig genoemd worden, omdat hij de twee engelen die God gezonden had redde, zonder acht te slaan op wat hij zou winnen of verliezen; je zou alleen kunnen zeggen dat wat hij op dat moment deed rechtvaardig genoemd kan worden, maar hij kan geen rechtvaardig man genoemd worden. Het was enkel omdat Lot God had gezien dat hij zijn twee dochters gaf in ruil voor de engelen. Maar niet al zijn gedrag in het verleden vertegenwoordigt rechtvaardigheid, en daarom zeg ik dat “er geen rechtvaardigen zijn op deze aarde.” Zelfs onder hen die aan het herstellen zijn kan er geen een rechtvaardig genoemd worden. Hoe goed je daden ook zijn, in welke mate je de naam van God ook schijnt te verheerlijken, anderen niet slaat en vervloekt, of berooft en besteelt, je kunt nog steeds niet rechtvaardig genoemd worden, want zulke dingen kunnen door elk normaal mens bereikt worden. Vandaag is de sleutel dat je God niet kent. Het kan alleen gezegd worden dat je tegenwoordig een beetje normale menselijkheid hebt, maar geen elementen van de rechtvaardigheid waar God over spreekt, en daarom is niets wat je doet een bewijs van je kennis van God.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, De kwaadaardigen zullen zeker worden gestraft
Dagelijkse woorden van God Fragment 329
Voorheen, toen God in de hemel was, probeerde de mens God voor de gek te houden in zijn daden; vandaag is God onder de mensheid gekomen, voor hoe lang weet niemand, toch doet de mens nog steeds alsof voor God en probeert hij God voor de gek te houden. Is de mens niet veel te achterlijk in zijn denkwijze? Het was hetzelfde met Judas: voordat Jezus kwam, vertelde Judas leugens tegen zijn broers en zussen en nadat Jezus gekomen was veranderde hij nog steeds niet; hij bezat niet het kleinste beetje kennis over Jezus, en uiteindelijk verried hij Jezus. Kwam dat niet doordat hij God niet kende? Als jullie God vandaag nog steeds niet kennen, dan zullen jullie Judas worden, en dan zou de tragedie van de kruisiging van Jezus tijdens het Tijdperk van Genade, twee duizend jaar geleden, opnieuw worden uitgespeeld. Geloven jullie dit niet? Het is een feit! Vandaag verkeren de meeste mensen in zulke omstandigheden – misschien zeg ik dit wat vroeg – en zulke mensen spelen de rol van Judas. Dit bedoel ik niet schertsend, maar dit is een feit – en jullie moeten het geloven. Hoewel veel mensen doen alsof ze nederig zijn, toch zit er in hun harten niets dan stilstaand, stinkend water. Nu zijn te veel mensen in de kerk op die manier bezig. Jullie denken dat ik niets weet; vandaag leidt mijn Geest mij, en getuigt daarover tegen mij. Denken jullie dat ik niets weet? Denken jullie dat ik niets begrijp van de onoprechte gedachten in jullie harten en de dingen die in jullie harten worden bewaard? Laat God zich zo gemakkelijk misleiden? Denken jullie dat jullie Hem kunnen behandelen zoals het jullie uitkomt? In het verleden maakte ik me zorgen dat jullie beperkt zouden worden, en daarom bleef ik jullie vrijheid geven, maar de mensen konden niet zeggen dat ik goed jegens hen was en wanneer ik hun een vinger gaf, namen zij de hele hand. Vraag het maar aan elkaar: ik heb haast niemand aangepakt en ben niet snel geweest om ook maar iemand te berispen – toch ben ik heel duidelijk over de motivaties en opvattingen van de mens. Denken jullie dat de God Zelf aan wie God getuigenis aflegt een dwaas is? In dat geval zeg ik dat je te blind bent! Ik zal je niet ontmaskeren, maar laten we gewoon eens zien hoe verdorven je kunt worden. Laten we kijken of je listen je kunnen redden, of dat jullie gered kunnen worden doordat jullie je best doen God lief te hebben. Vandaag zal ik jullie niet veroordelen; laten we wachten tot aan de tijd van God om te zien hoe Hij jullie straft. Ik heb nu geen tijd voor kletspraatjes met jullie, en ik ben niet bereid mijn grotere werk uitsluitend omwille van jou uit te stellen. Een made zoals jij is het de tijd niet waard die God nodig zou hebben om jou aan te pakken, dus laten we eens zien liederlijk je kunt worden. Dergelijke mensen jagen geen enkele kennis van God na, en zij hebben ook geen enkele liefde voor Hem, maar toch willen zij graag dat God hen rechtvaardig noemt – is dat geen grap? Omdat er eigenlijk maar een weinig mensen bestaan die eerlijk zijn, houd ik me bezig met niets anders dan leven geven aan de mensheid. Ik zal alleen afmaken wat vandaag gedaan moet worden, en later zal vergelding over eenieder komen naar gelang hun gedrag. Ik heb gezegd wat ik moet zeggen, want dit is het werk dat ik doe. Ik doe dat wat ik moet doen, en dat wat ik niet moet doen, doe ik niet, maar toch hoop ik nog steeds dat jullie meer tijd doorbrengen met bezinning. Hoeveel van jullie kennis van God is waar? Ben jij een van diegenen die God wederom aan het kruis genageld hebben? Tot slot zeg ik dit: wee hen die God kruisigen.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, De kwaadaardigen zullen zeker worden gestraft
Dagelijkse woorden van God Fragment 330
Wat is, bij het bewandelen van het tegenwoordige pad, het meest geschikte soort streven? Als wat voor soort persoon moet je jezelf zien in je streven? Je behoort te weten hoe je moet omgaan met alles wat je tegenwoordig overkomt, of dat nou beproevingen en tegenspoed betreft of meedogenloze tuchtiging en vervloeking. Over al deze zaken moet je in elk geval zorgvuldig nadenken. Waarom zeg Ik dit? Ik zeg het omdat de dingen die je vandaag overkomen immers beproevingen van korte duur zijn die zich steeds opnieuw voordoen. Misschien zijn ze wat jou betreft niet een bijzonder zware geestelijke last en laat je de zaken op hun beloop en beschouw je ze niet als iets kostbaars bij het streven naar vooruitgang. Wat onnadenkend van je! Zozeer zelfs dat je dit kostbare bezit beschouwt alsof het een wolk was die voor je ogen drijft. En deze harde klappen die steeds opnieuw op je neerdalen koester je niet – slagen die kort duren en voor jou licht te verdragen lijken – maar in plaats daarvan bekijk je ze met een koele afstandelijkheid, neem je ze niet serieus en ga je met ze om alsof ze maar incidentele toevalstreffers zijn. Wat ben je arrogant! Tegenover deze meedogenloze aanvallen, die op steeds opnieuw opstekende stormen lijken, toon je louter minachtende onverschilligheid; soms ga je zelfs zover dat je een kille glimlach geeft, die blijk geeft van je totale onverschilligheid, want je hebt jezelf nooit een keer afgevraagd waarom jou zulke ‘tegenslagen’ blijven overkomen. Ben Ik misschien veel te onrechtvaardig tegenover de mens? Maak Ik er Mijn werk van om kritiek op je te leveren? Hoewel de problemen met je mentaliteit misschien niet zo serieus zijn als Ik beschreven heb, heb je door je uiterlijke kalmte allang een perfect portret geschilderd van je innerlijke wereld. Ik hoef je niet te vertellen dat er in het diepst van je hart alleen maar grove beledigingen en vage sporen van verdriet schuilen die voor anderen nauwelijks waarneembaar zijn. Omdat je het zo oneerlijk vindt dat je zulke beproevingen hebt ondergaan, vloek je, en omdat je door die beproevingen de verlatenheid van de wereld voelt, zit je vol melancholie. In plaats van deze terugkerende klappen en disciplinaire daden als de allerbeste bescherming te zien, zie je ze als zinloze onruststokerij vanuit de Hemel, of anders als een passende vergelding voor je. Je bent zo onwetend! Genadeloos sluit je de goede tijden op in de duisternis; steeds weer beschouw je prachtige beproevingen en disciplinaire daden als aanvallen van je vijanden. Je weet niet hoe je je aan je omgeving moet aanpassen, laat staan dat je bereid bent dat te proberen, want je wilt geen profijt halen uit deze herhaaldelijke – en voor jou wrede – tuchtiging. Je doet ook geen pogingen om te zoeken of te onderzoeken en berust gewoon in je lot en gaat waar dat lot je ook maar naartoe leidt. Wat in jouw ogen wrede tuchtigingen lijken, heeft je hart niet veranderd. Evenmin hebben ze je hart overgenomen; in plaats daarvan steken ze je in het hart. Je ziet deze ‘wrede tuchtiging’ alleen als je vijand in dit leven en daarom heb je niets gewonnen. Je bent zo zelfgenoegzaam! Zelden geloof je dat je zulke beproevingen ondergaat door je eigen verachtelijkheid; in plaats daarvan geloof je dat je erg beklagenswaardig bent en zeg je bovendien dat Ik je altijd bekritiseer. En nu de dingen er zo voor staan, hoeveel weet je nou werkelijk over wat Ik zeg en doe? Denk niet dat je een natuurtalent bent, die ietsje lager staat dan de hemelen maar oneindig veel hoger dan de aarde. Je bent verre van slimmer dan wie dan ook. We zouden zelfs kunnen stellen dat het gewoon vertederend is hoe veel onnozeler je bent dan alle mensen op aarde die enig verstand hebben, want je schat jezelf immers te hoog in en hebt jezelf nog nooit minderwaardig gevoeld, alsof je mijn handelingen tot in de kleinste details doorziet. In feite ben je iemand die het wezenlijk aan verstand ontbreekt, want je hebt er geen idee van wat ik van plan ben en nog minder van wat ik op dit moment aan het doen ben. Daarom zeg ik dat je niet eens gelijk staat aan een oude boer die op het land zwoegt, een boer die geen flauw benul heeft van het menselijk leven en toch al zijn vertrouwen stelt in de zegeningen van de Hemel, om zijn gewas te laten groeien. Je denkt geen seconde over je leven na, je weet niets van roem en je hebt al helemaal geen zelfkennis. Je staat zo “boven alles”!
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Zij die niet leren en onwetend blijven: zijn zij geen beesten?
Dagelijkse woorden van God Fragment 331
Wat betreft de leringen die Ik jullie steeds weer heb gegeven, die hebben jullie allang naar jullie achterhoofd verbannen, zelfs tot op het punt dat jullie ze als speeltjes behandelen om jullie te amuseren in jullie vrije tijd. Jullie beschouwen ze altijd in het licht van jullie persoonlijke “talisman”. Wanneer Satan jullie beschuldigt, bidden jullie; wanneer jullie negatief zijn, vallen jullie diep in slaap; zijn jullie blij, dan rennen jullie wild rond; wijs Ik jullie terecht, dan gedragen jullie je kruiperig; en zodra jullie Mijn aanwezigheid verlaten, lachen jullie boosaardig. Je voelt jezelf verheven boven alle anderen, maar ziet jezelf nooit als het arrogantst; je bent alleen maar volkomen hooghartig, zelfingenomen en onbeschaamd. Hoe zouden zulke ‘jonge heren’ en ‘jonge meisjes’ en ‘mijne heren’ en ‘mijne dames’ die niet leren en die onwetend blijven, Mijn woorden als een kostbare schat kunnen beschouwen? Ik vraag het je nog een keer: wat heb je in de loop van zo veel tijd precies geleerd uit Mijn woorden en werk? Ben je bedrevener geworden in je bedrog? Of verfijnder in je vlees? Of heb je een groter gebrek aan respect in je houding tegenover Mij? Ik zeg je rechttoe rechtaan: door al Mijn werk ben je moediger geworden, hoewel je eerder de moed had van een muis. Je vrees voor Mij neemt met de dag af, want Ik ben te genadig en heb je vlees nooit met geweld gestraft. Misschien denk je dat Ik alleen maar harde woorden spreek – maar veel vaker laat Ik je een glimlachend gezicht zien, en zelden lees Ik je persoonlijk de les. Bovendien vergeef Ik je altijd je zwakte en alleen daardoor komt het dat je Me behandelt zoals de slang de vriendelijke boer behandelde. Wat bewonder Ik de enorme vaardigheid en scherpzinnigheid in het observatievermogen van de mens! Laat me je één waarheid vertellen: tegenwoordig doet het er maar heel weinig toe of je al dan niet een hart vol eerbied hebt. Ik ben daar niet ongerust of bezorgd over. Maar Ik moet je ook het volgende vertellen: jij, deze ‘getalenteerde persoon’ die niet leert en die onwetend blijft, zult uiteindelijk ten onder gaan aan je zelf-bewonderende, kleingeestige slimheid – jij zult degene zijn die lijdt en getuchtigd wordt. Ik ben niet zo dom dat Ik bij je zal blijven terwijl je in de hel blijft lijden, want Ik ben niet van dezelfde soort als jij. Vergeet niet dat je een schepsel bent dat door Mij vervloekt is maar dat niettemin door Mij onderwezen en gered is. Er is niets in je waar Ik met moeite afstand van zou kunnen doen. Wanneer Ik ook maar Mijn werk doe, Ik word nooit door een persoon, gebeurtenis of object beperkt. Mijn houding en Mijn visie ten opzichte van de mensheid zijn altijd dezelfde gebleven. Ik ben je niet bijzonder genegen, omdat je een aanhangsel van Mijn bestuur bent en beslist niet specialer bent dan welk ander wezen dan ook. Dit is Mijn advies aan je: bedenk altijd dat je niets meer bent dan een schepsel van God! Hoewel je je bestaan met Mij deelt, moet je je eigen identiteit kennen; schat jezelf niet te hoog in. Ook als Ik je niet terecht wijs of je niet aanpak maar je met een glimlach begroet, bewijst dat nog niet dat je van dezelfde soort bent als Ik – weet dat je een van degenen bent die de waarheid nastreven en dat je niet de waarheid zelf bent! Je moet altijd bereid zijn om te veranderen in overeenstemming met Mijn woord. Hieraan kun je niet ontsnappen. Ik raad je dringend aan te proberen om in deze kostbare tijd, nu je deze zeldzame gelegenheid hebt, iets te leren. Hou Me niet voor de gek. Je hoeft niet te proberen Me met vleierij te misleiden. Wanneer je Me zoekt, is dat niet helemaal omwille van Mij, maar juist omwille van jezelf!
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Zij die niet leren en onwetend blijven: zijn zij geen beesten?
Dagelijkse woorden van God Fragment 332
Op dit moment is elke dag die jullie leven cruciaal en van het uiterste belang voor jullie bestemming en jullie lot. Daarom moeten jullie alles koesteren wat jullie tegenwoordig hebben, en elke voorbijgaande minuut waarderen. Jullie moeten zoveel mogelijk tijd vrijmaken om jezelf van de grootste winsten te verzekeren, zodat jullie dit leven niet voor niets zullen hebben geleefd. Het verwart jullie misschien waarom ik zulke woorden spreek. Eerlijk gezegd doet het gedrag van niemand van jullie mij deugd, want de hoop die ik voor jullie koesterde stemt niet overeen met wat jullie tegenwoordig zijn. Daarom kan ik dit zeggen: elk van jullie bevindt zich op het randje van gevaar, en jullie eerdere hulpkreten en vroegere ambitie om de waarheid na te streven en het licht te zoeken naderen hun einde. Dit is jullie laatste vertoning van vergoeding, en het is iets wat ik nooit had verwacht. Ik wil de feiten niet tegenspreken, want jullie hebben mij zwaar teleurgesteld. Misschien willen jullie dit niet zonder slag of stoot aannemen, willen jullie de werkelijkheid niet onder ogen zien – toch moet ik jullie dit serieus vragen: wat precies heeft al deze jaren jullie harten vervuld? Wie zijn zij trouw? Zeg niet dat deze vragen uit het niets kwamen, en vraag me niet waarom ik zulke dingen heb gevraagd. Weet dit: het is omdat ik jullie te goed ken, te veel om jullie geef en te veel van mijn hart in jullie gedrag en handelingen heb geïnvesteerd dat ik jullie onophoudelijk ter verantwoording heb geroepen en bittere tegenspoed heb gedragen. Toch betalen jullie mij terug met niets meer dan onverschilligheid en ondraaglijke berusting. Jullie zijn zo nalatig geweest jegens mij; zou het mogelijk zijn dat ik er niets van weet? Als dit is wat jullie geloven, is dat meer bewijs voor het feit dat jullie mij niet werkelijk met vriendelijkheid behandelen. En dus zeg ik dat jullie de kop in het zand steken. Jullie allen zijn zo slim dat jullie niet eens weten wat jullie doen – dus wat zullen jullie gebruiken om verantwoording af te leggen tegenover mij?
De vraag die het belangrijkst voor mij is, is aan wie precies jullie harten trouw zijn. Ik hoop ook dat elk van jullie zal proberen zijn gedachten te ordenen en zich af te vragen wie jullie trouw zijn en voor wie jullie leven. Misschien hebben jullie nooit zorgvuldig over deze vragen nagedacht; zal ik de antwoorden dan eens aan jullie openbaren?
Iedereen met een geheugen zal dit feit erkennen: de mens leeft voor zichzelf en is zichzelf trouw. Ik geloof niet dat jullie antwoorden geheel juist zijn, want jullie bestaan allemaal in jullie respectievelijke levens en hebben het allemaal moeilijk met jullie eigen lijden. Als zodanig zijn jullie de mensen die jullie liefhebben en de dingen die jullie plezier doen trouw; jullie zijn jezelf niet volledig trouw. Omdat elk van jullie beïnvloed wordt door de mensen, gebeurtenissen en voorwerpen om je heen, zijn jullie jezelf niet werkelijk trouw. Ik spreek deze woorden niet om trouw zijn aan jezelf goed te keuren, maar om jullie trouw aan wat dan ook te onthullen, want in de loop van zo veel jaren heeft nog nooit een van jullie mij trouw betoond. Jullie hebben mij al deze jaren gevolgd, maar hebben mij nooit een greintje trouw betoond. In plaats daarvan heeft het bij jullie gedraaid om de mensen van wie jullie houden en de dingen die jullie plezier doen, zozeer dat deze jullie altijd, waar jullie ook gaan of staan, na aan het hart liggen en jullie deze nooit in de steek hebben gelaten. Telkens wanneer jullie enthousiast of gepassioneerd raken over iets wat jullie liefhebben, gebeurt dat terwijl jullie mij volgen, of zelfs terwijl jullie naar mijn woorden luisteren. Daarom zeg ik dat jullie de trouw gebruiken die ik van je verg om in plaats daarvan je ‘huisdieren’ trouw te zijn en te koesteren. Hoewel jullie misschien een of twee dingen voor mij opofferen, staat dat niet voor alles wat jullie hebben en toont dat niet aan dat het aan mij is dat jullie werkelijk trouw zijn. Jullie verwikkelen jezelf in ondernemingen waarover jullie gepassioneerd zijn: sommige mensen zijn zoons en dochters trouw, anderen hun man of vrouw, rijkdom, werk, bazen, status of vrouwen. Jullie zijn de dingen die jullie trouw zijn nooit zat en raken er nooit door geërgerd; jullie worden juist gretiger om deze dingen in grotere hoeveelheden en hogere kwaliteit te bezitten, en jullie geven nooit op. Ik en mijn woorden worden altijd teruggedrongen achter de dingen waarover jullie gepassioneerd zijn. Vervolgens moeten jullie die wel op de laatste plek zetten. Er zijn er zelfs die deze laatste plek openlaten voor dingen waaraan ze trouw zijn die ze nog moeten ontdekken. Nooit is er in hun hart het geringste spoor van mij geweest. Jullie denken misschien dat ik te veel van jullie vraag of jullie onterecht beschuldig – maar hebben jullie er ooit over nagedacht dat jullie, terwijl jullie tevreden tijd doorbrengen met jullie familie, mij nooit trouw zijn geweest? Pijnigt dat jullie niet in tijden zoals deze? Wanneer jullie harten vol vreugde zijn en jullie beloond worden voor jullie arbeid, raken jullie dan niet ontmoedigd door het feit dat jullie je niet met voldoende waarheid hebben uitgerust? Wanneer hebben jullie geweend omdat jullie mijn goedkeuring niet kregen? Jullie peinzen je suf en doen veel moeite omwille van jullie zoons en dochters, maar nog altijd zijn jullie niet tevreden; nog altijd geloven jullie dat jullie in hun belang niet toegewijd zijn geweest, dat jullie niet al het mogelijke voor hen hebben gedaan. Maar ten opzichte van mij zijn jullie altijd nalatig en achteloos geweest; ik ben er alleen in jullie herinneringen, maar houd geen stand in jullie hart. Mijn toewijding en inspanningen worden nooit door jullie gevoeld, en jullie hebben er nooit enige waardering voor gehad. Jullie doen alleen maar aan korte overdenking en geloven dat dat genoeg is. Dergelijke ‘trouw’ is niet waar ik al lange tijd naar verlang, maar wat ik al lange tijd veracht. Niettemin volharden jullie, wat ik ook zeg, in het toegeven van maar een of twee dingen; jullie kunnen dit niet volledig accepteren, want jullie zijn allemaal erg ‘zelfverzekerd’ en jullie zijn altijd selectief als het gaat om het accepteren van de woorden die ik heb gesproken. Als jullie tegenwoordig nog steeds zo zijn, heb ik wel een paar methoden om jullie zelfvertrouwen aan te pakken; bovendien zal ik jullie laten erkennen dat al mijn woorden waar zijn en dat geen ervan de feiten verdraait.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Aan wie ben jij precies trouw?
Dagelijkse woorden van God Fragment 333
Als ik nu meteen wat geld voor jullie neerlegde en jullie de vrijheid gaf om te kiezen – en als ik jullie niet zou veroordelen om jullie keuze – dan zouden de meesten van jullie het geld kiezen en de waarheid verzaken. De beteren onder jullie zouden het geld opgeven en aarzelend de waarheid kiezen, terwijl zij die zich in het midden bevinden het geld met één hand zouden grijpen en de waarheid met de andere. Zou jullie ware aard zo niet duidelijk worden? Bij de keuze tussen de waarheid en iets wat jullie trouw zijn, zouden jullie allemaal deze keuze maken, en jullie houding zou dezelfde blijven. Is dat niet het geval? Zijn er onder jullie niet velen die heen en weer zijn gezwalkt tussen goed en fout? In alle worstelingen tussen positief en negatief, zwart en wit – tussen familie en God, kinderen en God, harmonie en verscheuring, rijkdom en armoede, status en alledaagsheid, gesteund worden en verworpen worden, enzovoorts – zijn jullie je toch beslist wel bewust van de keuzes die jullie hebben gemaakt! Tussen een harmonieuze en een verscheurde familie kozen jullie het eerste, en dat zonder enige aarzeling; tussen rijkdom en plicht kozen jullie opnieuw het eerste, zelfs zonder de wil om naar de wal terug te keren;[a] tussen luxe en armoede kozen jullie het eerste; tussen jullie kinderen, echtgenotes en echtgenoten of Mij kozen jullie het eerste; en tussen noties en de waarheid kozen jullie nog altijd het eerste. Allerlei slechte daden van jullie overziend, heb ik gewoonweg het vertrouwen in jullie verloren. Ik ben gewoon verbijsterd dat jullie harten zulke weerstand bieden dat ze hard blijven. Vele jaren toewijding en inspanning hebben mij kennelijk niets méér opgeleverd dan door jullie verlaten te worden en jullie wanhoop. Maar met de dag groeit mijn hoop voor jullie, want mijn dag is voor iedereen volledig openlijk blootgesteld. En toch volharden jullie in het nastreven van duistere, slechte dingen en weigeren jullie het om je greep daarop te verslappen. Wat zal dan jullie uitkomst zijn? Hebben jullie hier ooit zorgvuldig over nagedacht? Als jullie gevraagd werd om opnieuw te kiezen, wat zou dan jullie standpunt zijn? Zou het nog steeds het eerste zijn? Zouden jullie Mij nog steeds teleurstelling en pijnlijk verdriet brengen? Zou er in jullie harten nog altijd slechts een miniem beetje warmte zijn? Zouden jullie je nog altijd niet bewust zijn van wat te doen om Mijn hart te troosten? Wat kiezen jullie op dit moment? Zullen jullie je aan Mijn woorden onderwerpen, of er afkerig van zijn? Mijn dag is voor jullie ogen tentoongespreid, en wat jullie nu te wachten staat is een nieuw leven en een nieuw beginpunt. Maar ik moet jullie zeggen dat dit beginpunt niet het begin is van nieuw werk uit het verleden, maar de afsluiting van het oude. Met andere woorden: dit is het laatste bedrijf. Ik denk dat jullie allemaal kunnen begrijpen wat er ongebruikelijk is aan dit beginpunt. Binnenkort komt er echter een dag waarop jullie de ware betekenis van dit beginpunt zullen begrijpen, dus laat ons er samen aan voorbijgaan en de aanstaande finale verwelkomen! Wat mij wel zorgen blijft baren over jullie is dat jullie, wanneer jullie te maken krijgen met ongerechtigheid en gerechtigheid, altijd het eerste kiezen. Maar dat alles ligt in jullie verleden. Ook ik hoop alles van jullie verleden te vergeten, al is dat erg moeilijk. Niettemin heb ik daar een erg goede methode voor: laat de toekomst het verleden vervangen, en sta toe dat de schaduwen van jullie verleden verdreven worden in ruil voor jullie ware zelf van tegenwoordig. Daarom moet ik jullie vragen de moeite te nemen om nog eens te kiezen: wie zijn jullie nu eigenlijk trouw?
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Aan wie ben jij precies trouw?
Voetnoot:
a. Naar de wal terugkeren is een Chinese uitdrukking die betekent ‘terugkeren op het rechte pad’.
Dagelijkse woorden van God Fragment 334
Wanneer iemand het over bestemming heeft, letten jullie allemaal goed op. Jullie zijn allemaal erg gevoelig met betrekking tot dit onderwerp. Sommige mensen kunnen niet wachten om voor God te buigen en zo een goede bestemming te verkrijgen. Ik ken die hunkering, die niet in woorden uitgedrukt hoeft te worden, ook. Jullie willen absoluut niet dat jullie vlees tot rampspoed vervalt. Jullie willen in de toekomst ook zeker geen langdurige straf ondergaan. Jullie hopen alleen op een vrijer en gemakkelijker leven. En dus voelen jullie je telkens bijzonder opgewonden wanneer bestemming ter sprake komt en zijn jullie ontzettend bang dat jullie God misschien mishagen en jullie je verdiende straf krijgen. Jullie hebben zonder aarzelen compromissen gesloten omwille van jullie bestemming. Velen van jullie die eens onbetrouwbaar en oneerbiedig waren, zijn opeens ontzettend aardig en oprecht geworden. Jullie oprechtheid is zelfs indrukwekkend. Jullie hebben allemaal toch een ‘eerlijk’ hart. Van begin tot eind zijn jullie open naar mij geweest, zonder geheimen in jullie hart verborgen te houden, of het nu om schuld, bedrog of toewijding gaat. Jullie hebben mij al met al openhartig de wezenlijke dingen ‘beleden’ die in het diepst van jullie binnenste liggen. Ik heb die dingen uiteraard nooit gemeden, want ze zijn gewoon voor mij geworden. Jullie gaan liever de vuurzee in voor jullie eindbestemming dan nu één streng haar te verliezen om Gods goedkeuring te verkrijgen. Ik wil niet te dogmatisch naar jullie zijn, maar jullie toegewijde hart is echt ontoereikend voor alles wat ik doe. Jullie begrijpen misschien niet wat ik bedoel, dus ik zal jullie een eenvoudige uitleg geven: jullie hebben niet de waarheid en het leven nodig, niet de beginselen van hoe jullie je moeten gedragen en het gaat jullie ook niet om mijn zorgvuldige werk. Wat jullie nodig hebben, is alles wat jullie in het vlees bezitten – rijkdom, status, familie, huwelijk etc. Jullie negeren mijn woorden en werk volkomen, dus kan ik jullie geloof in één woord omschrijven: halfslachtig. Jullie doen er alles aan om datgene te bereiken waar jullie je geheel aan toewijden, maar ik heb gemerkt dat jullie niet alles opgeven omwille van jullie geloof in God. Jullie zijn niet meer dan relatief trouw en relatief serieus. Daarom zeg ik dat mensen zonder een volkomen oprecht hart tekortschieten in hun geloof in God. Denk goed na – is het niet zo dat velen van jullie tekortschieten?
Jullie moeten weten dat succes in het geloof in God dankzij de daden van mensen zelf tot stand komt. Als mensen niet slagen maar falen, is dat eveneens aan hun eigen daden te wijten, niet aan de gevolgen van andere factoren. Ik denk dat jullie er alles aan zouden doen om iets gedaan te krijgen wat moeilijker is en meer lijden inhoudt dan in God geloven. Jullie zouden dat erg serieus opvatten. Jullie zouden zelfs geen fouten willen maken. Dergelijke onophoudelijke inspanningen hebben jullie allemaal in jullie leven aan de dag gelegd. Jullie zijn zelfs in staat om mij in het vlees te bedriegen onder omstandigheden waarin jullie niet eens iemand uit jullie eigen familie zouden bedriegen. Zo gedragen jullie je steeds en dit beginsel passen jullie steeds toe in jullie leven. Creëren jullie niet nog steeds een vals beeld om mij voor de gek te houden, omwille van een prachtige en gelukkige bestemming? Ik weet dat jullie toewijding en jullie oprechtheid maar tijdelijk zijn. Zijn jullie aspiraties en de prijs die jullie betalen niet alleen voor nu en niet voor dan? Jullie willen alleen een laatste inspanning doen om een prachtige bestemming veilig te stellen. Jullie zijn alleen uit op een deal. Het is niet zo dat jullie de waarheid niets verschuldigd zijn. Het is zeker niet zo om mij de prijs die ik heb betaald terug te betalen. Kortom, jullie willen wel jullie slimheid aanwenden, maar er niet voor strijden. Is dit niet jullie diepe wens? Jullie moeten jezelf niet anders voordoen en jullie hersenen niet zodanig breken over jullie bestemming dat jullie er niet meer van kunnen eten of slapen. Is het niet zo dat jullie bestemming uiteindelijk zal zijn bepaald? Jullie moeten allemaal gewoon zo goed mogelijk jullie plicht doen met een open en eerlijk hart. Wees bereid om daarvoor elke prijs te betalen die maar nodig is Zoals jullie al zeiden, zal God op die dag voor niemand tekortschieten die voor Hem geleden of een prijs betaald heeft. Houdt jullie aan deze waardevolle overtuiging vast en het is juist dat jullie die nooit moeten vergeten. Alleen op deze manier kan ik gerust over jullie zijn. Anders zal ik nooit gerust over jullie kunnen zijn en zullen jullie mij altijd met afschuw vervullen. Als jullie allemaal je geweten kunnen volgen en je helemaal voor mij geven, je volledig voor mijn werk inzetten en je hele leven lang je energie aan mijn evangeliewerk wijden, zal mijn hart dan niet vaak van vreugde vanwege jullie opspringen? Op die manier kan ik volkomen gerust zijn over jullie, nietwaar? Het is jammer dat jullie maar een betreurenswaardig klein beetje kunnen doen van wat ik verwacht. Nu dit het geval is, Hoe kunnen jullie dan het lef hebben om van mij te vragen waar jullie op hopen?
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Over bestemming
Dagelijkse woorden van God Fragment 335
Jullie bestemming en jullie lot zijn erg belangrijk voor jullie – ze gaan jullie aan het hart. Jullie geloven dat als jullie niet met grote zorg te werk gaan, jullie dan geen bestemming hebben en jullie lot rampzalig is. Maar hebben jullie er wel eens bij stilgestaan dat alle moeite omwille van iemands bestemming vruchteloze inspanningen zijn? Dergelijke inspanningen zijn niet oprecht – ze zijn onecht en bedrieglijk. In dat geval zullen degenen die werken voor hun bestemming uiteindelijk geen succes oogsten. Gebrek aan geloof in God is immers het gevolg van bedrog door de mensen zelf. Ik heb al eerder gezegd dat ik niet van vleierij of kruiperij houd. Ik wil ook niet met enthousiasme worden benaderd. Ik houd van eerlijke mensen die naar mijn waarheid en verwachtingen leven. Ik houd bovendien van mensen die uiterste zorg en consideratie voor mijn hart laten zien en zelfs alles om mijnentwil kunnen opgeven. Alleen op deze manier kan mijn hart gerust zijn. Hoeveel dingen zijn er nu op jullie aan te merken waar ik een hekel aan heb? Hoeveel dingen zijn er die ik goed vind aan jullie? Heeft niemand van jullie door wat voor nare dingen jullie allemaal hebben laten zien omwille van jullie bestemming?
Ten diepste wil ik niemand in het hart treffen die positief en gemotiveerd is. Ik wil zeker niet de energie wegnemen van iemand die trouw zijn plicht doet. Toch moet ik jullie allemaal wijzen op jullie onvolkomenheden en de onzuivere ziel diep in jullie hart. Daarmee hoop ik dat jullie in staat zullen zijn om jullie ware hart over te geven wanneer jullie worden geconfronteerd met mijn woorden, want ik haat het bedrog van mensen jegens mij het meest. Ik hoop alleen dat jullie in de laatste fase van mijn werk uitmuntend kunnen presteren, volkomen zijn toegewijd en niet langer halfslachtig zijn. Ik hoop uiteraard ook dat jullie allemaal een goede bestemming zullen krijgen. Desalniettemin heb ik mijn eigen eisen: ik verwacht dat jullie de beste beslissing nemen om mij jullie algehele en onverdeelde toewijding te betonen. Als iemand die onverdeelde toewijding niet heeft, wordt die persoon zeker Satans schat en zal ik hem niet meer gebruiken. Ik stuur hem dan naar huis zodat zijn ouders voor hem kunnen zorgen. Mijn werk is jullie van groot nut geweest. Ik hoop van jullie een hart terug te krijgen dat eerlijk is en ernaar streeft omhoog te gaan, maar tot nu toe sta ik met lege handen. Denk hierover na: wat zal mijn houding jegens jullie zijn als ik op een dag nog steeds zo onnoemelijk gegriefd ben? Zal ik net zo vriendelijk zijn? Zal mijn hart net zo kalm zijn? Begrijpen jullie de gevoelens van iemand die zorgvuldig het land heeft bewerkt maar geen korrel graan heeft geoogst? Begrijpen jullie hoe groot de knauw is van iemand die een enorme dreun heeft gekregen? Kunnen jullie de bitterheid proeven van iemand vol hoop die op slechte voet afstand van iemand anders moet nemen? Hebben jullie de boosheid gezien van iemand die geprovoceerd is? Kunnen jullie het wraakzuchtige gevoel inschatten van iemand die vijandig en met bedrog is bejegend? Als jullie de mentaliteit van deze mensen begrijpen, moet het niet moeilijk zijn om jullie de houding van God voor te stellen wanneer de tijd van Zijn vergelding komt. Ik hoop tot slot dat jullie allemaal je best doen omwille van jullie eigen bestemming. Toch kunnen jullie beter niet bedrieglijk te werk gaan, anders ben ik nog steeds in mijn hart teleurgesteld in jullie. Waar leidt die teleurstelling toe? Houden jullie jezelf niet voor de gek? Zij die aan hun bestemming denken maar die toch verpesten, zijn de mensen die het slechtst kunnen worden gered. Wanneer zulke mensen vertwijfeld raken, wie zal er dan nog met ze meevoelen? Al met al wens ik jullie nog steeds een gepaste en goede bestemming toe. Ik hoop bovenal dat niemand van jullie tot rampspoed vervalt.
Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Over bestemming