Hoe de waarheid na te streven (27)

Wat betreft het onderwerp ‘loslaten’ in ‘Hoe de waarheid na te streven’, hebben we gecommuniceerd tot aan de inhoud over noties en verbeeldingen binnen het thema ‘de barrières tussen zichzelf en God en de vijandigheid jegens God loslaten’. De afgelopen paar keer hebben we gecommuniceerd over ‘noties en verbeeldingen over de geïncarneerde God loslaten’. Vandaag zullen we hier verder over communiceren. Wat betreft noties en verbeeldingen over de geïncarneerde God, hebben we gecommuniceerd over enkele onderwerpen die betrekking hebben op de normale menselijkheid van de geïncarneerde God, nietwaar? Waarover hebben we de vorige keer dan gecommuniceerd? We hebben gecommuniceerd over enkele specifieke uitingen met betrekking tot het uitleven en de onthullingen van de normale menselijkheid van de geïncarneerde God, en ook over enkele principes van zelf-gedrag en handelen binnen de normale menselijkheid van de geïncarneerde God; daarna hebben we gecommuniceerd over welke dingen de geïncarneerde God niet doet wat Zijn menselijkheid betreft. Het communiceren over deze aspecten helpt mensen de gezindheidsessentie van Gods geïncarneerde vlees en Zijn principes van zelf-gedrag en handelen beter te begrijpen, evenals enkele van Zijn specifieke uitingen en onthullingen. Wanneer we communiceren over deze uitingen van de geïncarneerde God – of dat nu in de vorm van feiten, voorbeelden of specifieke principes voor het handelen is – hebben ze betrekking op allerlei soorten kleine zaken in het leven. Ze lijken geen betrekking te hebben op de grootse, baanbrekende prestaties of nobele, bewonderenswaardige daden die in de noties en verbeeldingen van mensen bestaan; de uitingen van de geïncarneerde God zijn allemaal heel alledaags en heel gewoon. Juist omdat de geïncarneerde God te midden van deze gewone, verdorven mensheid leeft, zijn deze normale en praktische uitingen van Hem enerzijds de onvermijdelijke uitingen van de menselijkheid van Gods geïncarneerde vlees, en anderzijds een normale behoefte van de geïncarneerde God die te midden van de mensheid leeft. Natuurlijk bieden deze normale en praktische uitingen mensen ook enige informatie of paden met betrekking tot het kennen van God. Ze stellen mensen in staat om het praktische van God en Zijn normaalheid te leren kennen door het praktische uitleven en de praktische principes van zelf-gedrag van de geïncarneerde God te midden van de mensen, en ook om de God in de hemel te leren kennen, waardoor ze de God in de hemel nauwkeuriger kunnen begrijpen, en Zijn essentie als een normale, gewone persoon op aarde nauwkeurig kunnen begrijpen.

Sommige mensen zeggen: “Deze dingen en voorbeelden waarover U spreekt met betrekking tot de normale menselijkheid van de geïncarneerde God zijn allemaal heel gewoon; het zijn allemaal heel onbeduidende en onopvallende dingen in het dagelijks leven. Kunt U spreken over enkele feiten die mysterieus en ondoorgrondelijk aanvoelen, of die bijzonder groots lijken?” Hierop zeg Ik: tot nu toe zijn die er werkelijk niet geweest. De geïncarneerde God leeft binnen het feit van de normale menselijkheid, en in een specifieke leefomgeving, en buiten het doen van het werk van God Zelf, brengt Hij de rest van Zijn tijd door binnen het kader van het leven van Zijn normale menselijkheid, waarbij Hij omgaat met de broeders en zusters of enkele triviale problemen in de kerk afhandelt. Dus, buiten de voorbeelden waarover we hebben gecommuniceerd met betrekking tot de principes en credo's voor hoe Hij Zich gedraagt en handelt, voert Hij geen van de grootse, baanbrekende prestaties of buitengewone daden uit die jullie je verbeelden. Dit komt misschien onverwacht voor mensen, en het komt misschien niet overeen met de noties en verbeeldingen van mensen, maar dit is hoe de dingen feitelijk zijn. Onze communicatie over het onderwerp van de geïncarneerde God betrof voornamelijk enkele uitingen, het uitleven en specifieke principes van zelf-gedrag en handelen van de geïncarneerde God in Zijn normale menselijkheid. Dit verschilt van hoe de daden van vooraanstaande figuren en beroemde mensen in de wereld worden doorverteld. Wanneer mensen in de wereld praten over een of andere vooraanstaande, beroemde of uitzonderlijke figuur, praten ze altijd over hoe uniek, buitengewoon en vooraanstaand hij is, en praten ze over zijn charisma, waarbij ze zich voornamelijk richten op hoe verheven en groots hij is. Wat wij echter bespreken met betrekking tot de geïncarneerde God is precies het tegenovergestelde van wat de wereld zegt over die uitzonderlijke figuren en vooraanstaande mensen. We praten voornamelijk over hoe de geïncarneerde God normaal, praktisch, gewoon en niet buitengewoon is. We praten alleen over concrete voorbeelden – kleine voorbeelden uit het dagelijks leven zelfs – en praten over wat de principes en gezichtspunten zijn wat betreft Zijn zelf-gedrag en Zijn handelen. Deze gedachten en gezichtspunten, principes en methoden van zelf-gedrag en handelen, zijn allemaal gebaseerd op het geweten en het verstand van normale menselijkheid. We praten voornamelijk over hoe Hij Zich gedraagt en hoe Hij handelt. In de wereld praten echter maar heel weinig mensen over hoe men zich moet gedragen. Zelfs als sommige mensen over dit onderwerp hebben gesproken, zijn ze niet in staat geweest veel specifieke voorbeelden te geven, laat staan dat ze in staat zijn geweest enige principes van zelf-gedrag uit te drukken. Ze praten niet over welke positieve principes, positieve methoden of correcte gedachten en gezichtspunten beroemde mensen en vooraanstaande figuren volgen bij de manier waarop ze zich gedragen en handelen. Ze praten alleen over hun prestaties, hun talent en wat ze hebben geleerd, en hun geest, en ze praten ook over wat voor soort dominante positie ze onder de mensheid innemen vanwege deze dingen. Waar zij over praten is precies het tegenovergestelde van de normale menselijkheid die de geïncarneerde God bezit en in Zich draagt, waarover wij vandaag communiceren. Wat Gods geïncarneerde vlees jullie laat weten en begrijpen, zijn de principes en credo's voor zelf-gedrag en handelen, die Hij uitleeft en bezit binnen Zijn normale en praktische menselijkheid. Deze principes en credo's voor zelf-gedrag en handelen komen perfect overeen met Gods vereisten voor de mensheid die Hij van plan is te redden. Gods geïncarneerde vlees bezit zo’n menselijkheid, en bezit de diverse gedachten en gezichtspunten – samen met Zijn principes en credo's voor zelf-gedrag en handelen – binnen deze normale en praktische menselijkheid. Alleen hierdoor kan Hij God vertegenwoordigen bij het doen van het werk van God Zelf, en het werk en de bediening voltooien die de geïncarneerde God in dit tijdperk goed behoort uit te voeren. Binnen een dergelijke menselijkheid kan Hij de mensheid volledig de representatieve gezindheid kenbaar maken die God in dit tijdperk wil uitdrukken en is Hij uiteraard volledig bekwaam voor het werk van het uitdrukken van de waarheid dat God in deze fase van het werk wil doen. Als de menselijkheidsessentie die Gods geïncarneerde vlees uitleeft, onthult en bezit niet deze normaalheid, dit praktische en deze gewoonheid zou zijn waarover we hebben gecommuniceerd, of als Hij niet deze principes en credo’s voor zelf-gedrag zou bezitten waarover we hebben gecommuniceerd, maar in plaats daarvan de menselijkheidsessentie zou bezitten van de beroemde mensen en vooraanstaande figuren waarover ongelovigen praten en die zij vereren, tot welk resultaat zou dit dan leiden? (Hij zou ons er niet toe kunnen leiden de weg te bewandelen van het vrezen van God en het mijden van het kwaad.) Het zou tot een compleet andere situatie leiden. Stel dat Gods geïncarneerde vlees de menselijkheidsessentie bezat van een ongelovige vooraanstaande figuur of een beroemde persoon – een persoon die torenhoog boven anderen uitsteekt, buitengewoon, uniek, mysterieus en ondoorgrondelijk is. Zo iemand kent geen grenzen in hoe hij zich gedraagt en handelt, liegt voortdurend, en gedraagt zich niet en handelt niet volgens de regels of op een welgemanierde manier, en kent zijn plaats niet of handelt niet plichtsgetrouw, en wat hij nastreeft, zijn gedachten en gezichtspunten zijn dezelfde als die van ongelovigen; hij streeft slechts verheven en grootse dingen na, en richt zich op gaven, kennis en bovennatuurlijke vermogens. Op wat voor soort pad zou zo iemand jullie leiden? (Hij zou ons niet op de weg van de redding kunnen leiden. Integendeel, degenen die hem volgden, zouden alleen maar steeds verdorvener en boosaardiger worden.) Zo iemand heeft geen positieve principes voor zelf-gedrag; zijn methoden en principes voor zelf-gedrag zijn niet positief, maar satanisch. De principes en credo's voor zelf-gedrag van deze persoon, die van Satan is, zijn dus in hoge mate representatief voor zijn menselijkheidsessentie. Waar streeft iemand met dit soort menselijkheidsessentie naar en welk pad bewandelt hij? Die zijn precies hetzelfde als die van Satan. Zijn streven en het pad dat hij bewandelt, komen allemaal van Satan en zijn verenigbaar met Satan. Zouden degenen die hem volgden dan niet zijn leiderschap volgen, hetzelfde streven hebben als hij, en hetzelfde pad bewandelen? (Ja.) Die mensen zouden zijn leiderschap volgen, zijn principes voor zelf-gedrag imiteren, en net als hij kennis, status, het bovennatuurlijke en verheven en grootse dingen nastreven, alles wat buitengewoon is, en alles wat voor mensen mysterieus en ondoorgrondelijk lijkt. Niemand zou redding kunnen verkrijgen door zo iemand te volgen; in plaats daarvan zouden ze steeds meer ontaarden. Zo'n groep kan geen kerk worden genoemd, voornamelijk omdat ze zich allemaal van Gods werk zouden hebben losgemaakt en het werk van de Heilige Geest niet zouden hebben. De leider die ze volgden zou niet door God zijn aangesteld, laat staan door God zijn gezonden. Zelfs als ze zichzelf allemaal een kerk zouden noemen, zou het geen nut hebben; God zou hen negeren. Hoezeer ze zichzelf ook allemaal een kerk zouden noemen, God zou hen niet erkennen, en de Heilige Geest zou niet in hen werken. Die leider zou mensen leren om te doen wat ze maar willen; hij zou mensen voorzien van wat hij in zichzelf bezit, en dat is wat mensen van hem zouden verkrijgen. Hij heeft de waarheid niet, en zou mensen niet van enige positieve dingen kunnen voorzien of hen in de juiste richting kunnen begeleiden, dus zou het voor mensen onmogelijk zijn om de waarheid van hem te verkrijgen. Mensen zouden hooguit slechts een beetje kennis kunnen opdoen en enkele professionele vaardigheden uit de ongelovige wereld of enkele capaciteiten op een bepaald gebied van hem kunnen leren. Kortom, zo iemand, die de normaalheid en het praktische niet bezit, noch de goddelijke essentie als zijn leven heeft, zou niet de geïncarneerde God kunnen worden genoemd; hij zou mensen niet voor God kunnen brengen, noch zou hij mensen op de weg van de redding kunnen leiden. Als we naar deze feiten kijken, is er dan iemand onder de mensheid, behalve Gods geïncarneerde vlees, die God kan vertegenwoordigen om Zijn werk te doen? (Nee.) Is er iemand die God kan vertegenwoordigen om de mensheid van haar verdorven gezindheden te redden? (Nee.) Het leven en de menselijkheidsessentie die elk lid van de gewone mensheid bezit, zijn vrijwel allemaal hetzelfde – zo’n leven en zo'n menselijkheidsessentie zijn allemaal door Satan verdorven; voor mensen zijn verdorven gezindheden hun leven. Dus, of je het nu bekijkt vanuit het perspectief van de menselijkheid van mensen of de levensessentie van mensen, niemand onder de hele mensheid is bekwaam voor dit werk van de geïncarneerde God, noch kan enig verdorven menselijk wezen God vertegenwoordigen om de verdorven mensheid van verdorvenheid te redden. Natuurlijk vertellen deze feiten de mensen ook: geen enkel verdorven menselijk wezen kan de mensheid vertellen wat positieve dingen zijn en wat negatieve dingen zijn, en geen enkel verdorven menselijk wezen kan mensen vertellen wat de waarheid is of wat Gods bedoelingen feitelijk zijn. Wat verdorven mensen aan andere mensen bieden, is slechts kennis, evenals de diverse vaardigheden, capaciteiten of gaven die door de verdorven mensheid worden nagestreefd, en diverse tactieken voor zelf-gedrag en handelen, filosofieën voor wereldlijke betrekkingen, en diverse gedachten en gezichtspunten die van Satan komen. Menselijke wezens van alle rassen delen een gemeenschappelijk kenmerk. Wat is dit gemeenschappelijke kenmerk? Ze beschouwen allemaal de relatief positieve, of relatief goedbedoelde, conservatieve en traditionele dingen onder hen als positieve dingen, en proberen de waarheid en Gods bedoelingen door deze dingen te vervangen. Mensen geloven dat ze door aan deze dingen vast te houden de ware weg hebben verkregen en redding kunnen verkrijgen. In feite hebben deze dingen absoluut niets te maken met Gods vereisten voor de mensheid. Zie je, onder de mensheid maakt het niet uit hoe gewiekst mensen zijn, hoe groot hun gaven zijn of hoe getalenteerd en geleerd ze zijn, of hoe vriendelijk en welwillend hun menselijkheid aan de buitenkant ook mag lijken; niemand kan de waarheid begrijpen, en niemand kan onderscheiden wat positieve dingen zijn en wat negatieve dingen zijn. Voordat God Zijn werk deed, en voordat God Zijn woorden uitdrukte, beschouwde bijna iedereen de traditionele cultuur als iets positiefs, en vereerden sommige mensen de traditionele cultuur zelfs als de waarheid. Daarom, hoe je het ook bekijkt, als het niet de geïncarneerde God was die deze waarheden uitdrukte en dit werk deed binnen de normale menselijkheid, maar in plaats daarvan ieder willekeurig lid van de mensheid dit werk deed, zouden ze mensen alleen maar leiden op een pad dat afwijkt van Gods woorden en bedoelingen.

Laten we naar een eenvoudig voorbeeld kijken. Als mensen gevraagd wordt kostuums te kiezen voor een dansprogramma, hoe zullen ze dan hun keuze maken? In theorie weet iedereen dat wanneer gelovigen in God een dansprogramma produceren, vooral voor een video die online zal worden gepubliceerd, de kleding die ze dragen en hun houding Gods volk vertegenwoordigen. De gekozen kostuums moeten dus waardig en fatsoenlijk zijn, geen excentrieke outfits. Als het gaat om waardig en rechtschapen zijn, komt daar heel wat bij kijken. Afgaande op de noties van mensen, wat voor soort kleding wordt als waardig en fatsoenlijk beschouwd? Het is de kleding die verschillende etnische groepen het meest dragen, kleding die relatief traditioneel en conservatief is en er voor iedereen gepast uitziet. Het is niet excentriek of overdreven trendy. Dit is wat zij, afgaande op de noties van mensen, als waardige en fatsoenlijke kleding beschouwen. Wat zijn de gezichtspunten van de meeste broeders en zusters in de kerk met betrekking tot het kiezen van kostuums voor voorstellingen? Zie je, bij het opnemen van een film vertegenwoordigen de gezichtspunten van de persoon die verantwoordelijk is voor de kostuums in feite de gezichtspunten van de meeste mensen. De kledingstijlen die ze kiezen, zijn allemaal stijlen die door de meeste mensen in de jaren tachtig en negentig veel werden gedragen. De kleuren zijn meestal blauw, kaki of grijs, met alleen variaties in hoe donker of licht ze zijn. Over het algemeen zijn het gewoon die twee of drie eenvoudige kleuren. Waarom kiezen ze geen felle kleuren? Volgens de noties van mensen zijn gelovigen in God allemaal waardige en rechtschapen, goede mensen, dus zouden ze deze paar meest gangbare, meest gewone kleuren voor hun kleding moeten kiezen. Zie je, zo'n eenvoudige kwestie als het kiezen van de stijl en kleur van kostuums onthult volledig de noties en de foutieve en absurde gedachten en gezichtspunten in het hart van mensen over het geloven in God. Dat wil zeggen, mensen koesteren een zeer ernstige notie in zich; veel mensen zijn van mening dat geloof in God vereist dat men vasthoudt aan de oude manieren en de traditie in ere herstelt. Volgens hun noties zijn alleen traditionele, oude, achterhaalde en verouderde dingen positieve dingen, en alleen deze behagen God. Is dit wat de meeste mensen denken? (Ja.) Dit is wat er in de gedachten van mensen omgaat. Mensen definiëren die traditionele, achterhaalde, oude en ouderwetse dingen allemaal als positieve dingen. Daarom kunnen mensen bij de productie van programma’s niet eens nauwkeurige keuzes maken met betrekking tot de kleuren en stijlen van kostuums, wat een van de eenvoudigste en meest elementaire zaken is. Ze meten deze kwestie allemaal af aan hun noties, en zijn bijzonder conservatief, evenals bijzonder dwaas en koppig. Vertel Mij, hoeveel noties moeten mensen wel niet over God hebben! De positieve dingen die door mensen worden gedefinieerd, en de dingen waarvan mensen denken dat God ervan houdt, behoren allemaal tot de traditionele cultuur zoals opgevat in de noties van mensen, of de dingen onder de mensheid die door wereldse mensen worden aanvaard en erkend; ze hebben absoluut niets met de waarheid te maken. Vertel Mij dan, ben Ik een traditionalist of een modernist? (God is noch een traditionalist, noch een modernist.) Sommige mensen zeggen: “Door wat U heeft gecommuniceerd, weten we dat U niet van traditionele cultuur houdt, omdat U in het heden leeft. U bent op zijn minst niet traditioneel, en U houdt niet vast aan de oude manieren.” Jullie zeggen dat Ik niet traditioneel ben, ben Ik dan een modernist? (Nee.) Hoe kunnen jullie zien dat Ik geen modernist ben? (Mensen in de wereld van vandaag houden nogal van trends, maar God leert ons om waardig en rechtschapen te zijn, wat indruist tegen trends.) Het zijn niet alleen de mensen van vandaag die van trends houden; mensen in de oudheid hielden ook van trends. Ongelovigen houden allemaal van trends. Van trends houden betekent niet dat men een modernist is. Hoe moet deze vraag dan worden beantwoord? Denk er maar eens over na. Heb je Mij ooit antieke kleding zien dragen? Draag Ik traditionele kleding? Ik draag moderne kleding. Dit heeft betrekking op de normale menselijkheid van de geïncarneerde God. In welk tijdperk de geïncarneerde God ook leeft, en welk ontwikkelingsniveau de mensen van dat tijdperk ook hebben bereikt wat betreft de omgang met basisbehoeften, Zijn normale menselijkheid hanteert hiervoor van nature dezelfde methode als zij; Hij zal niet achteruitgaan. Is dit geen uiting van normale menselijkheid? (Ja.) Zijn normale menselijkheid bezit rationaliteit, dus als het gaat om basisbehoeften, weet Hij van nature wat gepast is om te kiezen. Dit is één aspect. Een ander aspect is dat, of het nu traditie of moderniteit is, het geen vorm is, maar veeleer een gedachtestroming en een gezichtspunt vertegenwoordigt. Is traditie dan positief, of is moderniteit positief? Zoals Ik het zie, is geen van beide positief. Geen van beide heeft iets met de waarheid te maken; beide zijn voortgebracht door de verdorven mensheid onder de invloed van Satan. Of het nu gaat om traditionele gedachten en gezichtspunten, of moderne gedachten en gezichtspunten, alles wat niet van God komt, is iets negatiefs, niet iets positiefs. Of het nu gaat om traditionele basisbehoeften of moderne basisbehoeften, hun doel is altijd om aan de behoeften van de normale menselijkheid te voldoen. In welk tijdperk de geïncarneerde God ook wordt geboren, Hij leeft binnen de normale en praktische menselijkheid, en Zijn principes voor zelf-gedrag en handelen veranderen niet. In alles wat Hij doet en in Zijn aanpak van alles, handelt Hij volgens de principes van Gods woorden en de principes die voortkomen uit Zijn innerlijke levensgezindheid; Hij houdt niet vast aan tradities en volgt ze niet, noch volgt Hij moderniteit of jaagt Hij trends na. Daarom zijn de vereisten van de geïncarneerde God voor degenen die Hem volgen noch gebaseerd op traditie, noch beïnvloed door moderniteit. De diverse gedachten en gezichtspunten of waarheden die Hij bezit en Hij communiceert, komen allemaal van God, van Gods goddelijke essentie en Gods leven; ze hebben niets te maken met traditionele cultuur of moderne kennis.

Hebben jullie, als jullie kijken naar de kostuums die zijn gekozen voor de dansprogramma's die door Gods huis zijn geproduceerd, enige principes kunnen onderscheiden? Waarom werden die stijlen en die kleuren gekozen? Als jullie de principes hier kunnen begrijpen, dan begrijpen jullie werkelijk een beetje van de waarheid, en hebben jullie geestelijk begrip; als je de principes in zo'n eenvoudige zaak niet eens kunt begrijpen, dan ben je een verward iemand wiens kaliber te slecht is, en heb je de waarheid niet begrepen ondanks het feit dat je al zoveel jaren naar preken luistert. Om te beginnen, wanneer we dansprogramma's produceren, is de kleding die de artiesten dragen dan traditioneel of modern? (Die is modern.) Het is allemaal moderne kleding – gewone, alledaagse outfits zelfs. Sommige mensen begrijpen het niet en zeggen: “Onze dansprogramma's zijn artistieke programma's, dus waarom dragen de artiesten gewoon alledaagse outfits in plaats van podiumkostuums? Outfits met kralen en pailletten erop zijn bijzonder prachtig. Kijk naar de outfits die op het podium worden gedragen door die dansgezelschappen op nationaal niveau – ze zijn prachtig, uiterst verfijnd en majestueus, en ze zien er oogverblindend uit wanneer de schijnwerpers erop schijnen. Als onze artiesten ook zulke outfits zouden dragen wanneer we programma's produceren, zouden ze er dan niet beter uitzien en God meer verheerlijken? Zou dat de macht van Gods huis niet beter uiten, en ongelovigen of religieuze mensen de kracht van Gods huis niet beter laten zien?” Is dit gezichtspunt juist? (Nee.) Vertel Mij allereerst dit: waarom dragen de artiesten gewone, alledaagse outfits in plaats van prachtige kostuums wanneer we dansprogramma's produceren? (Als de broeders en zusters tijdens het dansen allemaal bijzonder prachtige kostuums dragen, zal het publiek zich richten op de kleding en hoe de artiesten eruitzien. Maar als ze gewone kleding dragen en eruitzien als waardige en rechtschapen mensen, zal het publiek niet worden aangetrokken door deze uiterlijke dingen, en zullen ze hun gedachten op Gods woorden richten.) Jullie hebben in één ding gelijk: het niet dragen van prachtige kostuums is bedoeld om te voorkomen dat mensen zich richten op vorm en uiterlijk. Er is ook nog een ander punt en dat is het belangrijkste: of het nu gaat om dansen of zingen, wat is het doel wanneer we programma's produceren? (Om getuigenis af te leggen van God.) Dit is het enige doel. Of het nu gaat om dansen of zingen, het is allemaal om getuigenis af te leggen van God. Het is niet om een individu in de schijnwerpers te zetten, noch is het om iemand te behagen; het is alleen maar om getuigenis af te leggen van God. Het is dus voldoende dat de artiesten eenvoudige, goed passende, waardige en fatsoenlijke, en smaakvolle kleding dragen die het doel bereikt om getuigenis af te leggen van God. Van nature zijn de programma's die we produceren geen amusementsprogramma's. Wat zijn amusementsprogramma's? Amusementsprogramma's zijn dingen waarnaar mensen in hun vrije tijd voor ontspanning kijken; ze zijn er alleen maar om mensen te behagen. Wanneer mensen uitrusten, kijken ze naar een programma om plezier te hebben, te ontspannen, zich gelukkig te voelen, hun zorgen te vergeten en stress te verlichten. Daarna gaan ze weer terug naar het werk dat ze moeten doen, zonder erbij stil te staan of er gevoelens bij te hebben. Dit is wat amusementsprogramma's zijn. Hoe zit het met de programma's die wij maken? Qua vorm zijn ze amusement, maar in essentie zijn ze niet bedoeld om het publiek te behagen, noch om artistieke vaardigheden te etaleren. Het doel van de programma's die we produceren is om getuigenis af te leggen van God. Bijvoorbeeld, wanneer we lofzangprogramma’s produceren, is het doel van lofzangen van Gods woorden om te getuigenis af te leggen van de waarheid van Gods woorden en deze te verspreiden, zodat mensen voor God kunnen komen; het doel van ervaringslofzangen is om getuigenis af te leggen van de effecten die door Gods werk zijn bereikt en de resultaten die Gods werk in mensen heeft voortgebracht. Kortom, wat voor soort programma's we ook produceren, het zijn geen pure amusementsprogramma's. Hun doel is niet om de aandacht van mensen te trekken of mensen te helpen de tijd te doden en zichzelf te vermaken, laat staan om artistieke vaardigheden te etaleren. Er is maar één doel voor de programma's die we produceren, en dat is om Gods woorden te verspreiden en getuigenis af te leggen van Gods werk, om meer mensen te laten weten dat God vlees is geworden en een nieuwe fase van het werk uitvoert, om meer mensen te laten weten dat Gods werk al een groep mensen heeft gewonnen, en dat God nu werkt en spreekt. Dit is het enige doel van de programma's die we produceren. Aangezien dit het doel is van de programma's die we produceren, als mensen prachtige kleding en zware make-up dragen, en allerlei soorten uitdossingen hebben, is dit dan niet in strijd met het doel om getuigenis af te leggen van God? (Ja.) Dat is een conflict. Daarom richten we ons niet op wat de artiesten dragen. Wat is het enige waar we ons op richten? We richten ons alleen op de vraag of wat de programma's presenteren – de houding van de broeders en zusters, de dansbewegingen en de vorm van de programma's – de aandacht van mensen kan trekken, en of ze ervoor kunnen zorgen dat mensen ze leuk gaan vinden en erin geïnteresseerd raken, zodat ze een positieve indruk op mensen maken en mensen helpen bereid te worden Gods werk te onderzoeken, Gods woorden te aanvaarden, en samen met de broeders en zusters lofzangen te zingen en God te aanbidden; dit is het doel dat we willen bereiken. Om dit doel te bereiken, hoeven de outfits en het uiterlijk van de artiesten er alleen maar waardig en fatsoenlijk, schoon en netjes uit te zien, en moeten ze een bijzonder goede uitstraling hebben; wat de rest betreft – prachtige kostuums, zware make-up en allerlei soorten uitdossingen – die hebben allemaal negatieve effecten. Welke negatieve effecten? Als de dansende zusters allemaal zijn uitgedost als hemelse maagden, en de broeders allemaal zijn uitgedost als knappe jongens of rijke erfgenamen, zullen mensen, wanneer ze dit zien, denken: ‘Jullie zijn aan het pronken. Koesteren jullie geen kwade bedoelingen? Zijn jullie mensen niet aan het verleiden?’ Als mensen deze gedachten hebben, is dat niet goed. De broeders en zusters kleden zich op een waardige, fatsoenlijke, smaakvolle en gepaste manier. Hoewel ze er over het algemeen misschien niet elegant uitzien, zijn ze bijzonder schoon, netjes, waardig en smaakvol. Wanneer mensen naar hen kijken, zien ze dat deze mensen een goede uitstraling hebben, dat ze in God geloven, en dat het programma dat ze produceren er een is dat getuigenis aflegt van God, en niet iets wat vals of kwaadaardig is. Zie je, ongelovige programma's draaien allemaal om oogjes naar elkaar maken, kushandjes toewerpen of pronken met de figuren van de artiesten. Tijdens het dansen pronken de artiesten niet alleen met hun vakmanschap, maar ook met hun charmes, en bieden ze niet de minste positieve begeleiding. Daarentegen bieden de programma's die wij produceren uitsluitend positieve begeleiding. Zelfs als kijkers ongepaste gedachten willen koesteren, vinden ze geen gelegenheid of achterpoortjes om dat te doen. Als ze de figuren en gelaatstrekken van de artiesten willen bekijken, kunnen ze die niet goed zien; als ze willen zien wie er met zijn charmes pronkt, kunnen ze dat ook niet zien. Ze zien maar één uitdrukking – een glimlach – die blijk geeft van een volkomen waardige en rechtschapen houding. Het belangrijkste is dat onze programma's niet bedoeld zijn om te pronken of iemand te behagen, maar om getuigenis af te leggen van God; dit is een kernprincipe. Bovendien, wat betreft de kledingstijlen die we voor het dansteam hebben gekozen – T-shirts, sweatshirts en joggingbroeken – vinden mensen het misschien heel comfortabel om erin te dansen, maar sommige jonge mensen vinden ze misschien niet echt leuk op basis van hun eigen smaak. Ze vinden dat deze stijlen te gewoon zijn, dat het gewoon alledaagse vrijetijdskleding is, spullen die je thuis draagt, maar dit is precies wat waardige en fatsoenlijke kleding is. T-shirts, sweatshirts en joggingbroeken zijn tegenwoordig de meest gangbare stijlen van vrijetijdskleding. Waarom kiezen we voor deze stijlen? Ik heb gemerkt dat het inmiddels waarschijnlijk al minstens tientallen jaren geleden is dat deze stijl van vrijetijdskleding voor het eerst verscheen. We kiezen deze stijl nu voor onze programma's uit overweging van het feit dat deze zelfs over nog eens tientallen jaren niet verouderd of achterhaald zal zijn. Bovendien is deze stijl geschikt voor mensen van alle leeftijdsgroepen en alle sociale klassen; of het nu gewone mensen of mensen uit de hogere klasse zijn, ze dragen allemaal zulke kleding thuis in hun dagelijks leven. Verder is deze kleding los en comfortabel om in te dansen. Zodoende hebben we uiteindelijk voor deze kledingstijl gekozen voor de podiumkostuums. Ongeacht of de mensen die ze op het podium dragen ze leuk vinden of niet, deze stijl is geschikt voor het podium; dat wil zeggen, noch de kijkers, noch degenen die zulke kleding dragen kunnen er iets op aanmerken. Degenen die de kleding dragen zeggen misschien: “Deze kleding die U voor ons hebt gekozen is te smakeloos; ik zou in mijn dagelijks leven absoluut nooit zulke kleding dragen.” Mijn antwoord daarop is dat Ik me niet bemoei met wat je in je dagelijks leven draagt. Wat je draagt en wat je leuk vindt, vertegenwoordigen wie je bent; ze vertegenwoordigen je menselijkheid en essentie. Als je niet van eenvoudige, smaakvolle, waardige en fatsoenlijke kleding houdt, maar in plaats daarvan van excentrieke kleding houdt, dan ben je nogal onconventioneel. Als je ervan houdt je borst en rug te ontbloten, je haar los te dragen en een grote zonnebril op te zetten, en je altijd doet alsof je een beroemdheid bent, dan zeg Ik dat je geen lid van Gods huis bent. Je houdt er niet van om waardig en rechtschapen te zijn; je bent op zijn minst onverenigbaar met Mij. Waardig, rechtschapen, smaakvol en gepast zijn – dit is het principe voor het kiezen van een kledingstijl. Hoe moeten de kledingkleuren dan worden gekozen? Sommige mensen zeggen: “Wit staat voor heiligheid, groen staat voor leven, rood staat voor feestelijkheid en geel staat voor vriendschap, dus zouden we gewoon deze kleuren moeten kiezen.” Ik zeg dat dit pure onzin is; kleuren staan nergens voor. Wat is dan het principe voor de kledingkleuren die worden gedragen? Het is heel eenvoudig; er is maar één principe: het moet er op de camera schoon uitzien. Sommige kleuren zijn vooral sterk verzadigd en vrij fel, en mensen dragen ze misschien zelden in hun dagelijks leven, maar we hebben deze kleuren gekozen voor het podiumeffect en het visuele effect dat ze bieden. Enerzijds zijn deze kleuren relatief sterk verzadigd en fel, en bieden ze dus een goed podiumeffect. Anderzijds zijn de meeste van deze kleuren niet erg vreemd; er zitten geen saaie kleuren bij, en geen kleuren die mensen afstoten, waardoor video's die op deze manier worden geproduceerd, een goed effect hebben.

Waarover Ik zojuist heb gecommuniceerd, waren principes voor het kiezen van kostuums voor dansprogramma's. Welke aspecten hiervan hebben jullie duidelijk gezien? Vertel Mij, zijn deze principes die Ik in acht heb genomen gepast? (Ja.) Het draait voornamelijk om de principes van het getuigenis afleggen van God, geen schande te brengen over God en het bereiken van de beste resultaten, nietwaar? (Dat klopt.) Zijn er aspecten hiervan die verwrongen of extreem zijn? (Nee.) Is er enig element dat duidt op het vasthouden aan de oude manieren? (Nee.) Het is op geen enkele manier verwrongen en houdt niet vast aan de oude manieren. Volgen onze principes voor het kiezen van kostuums dan de traditie, of volgen ze de moderniteit? (Ze volgen noch de traditie, noch de moderniteit; zolang de programma's die we produceren het resultaat kunnen bereiken dat ze getuigenis afleggen van God, is dat het beste.) Jullie hebben het eindelijk begrepen; het doel van deze programma's is om getuigenis af te leggen van God, en niets anders. Om getuigenis af te leggen van God, moeten we in acht nemen dat we geen schande over God mogen brengen of Gods huis in een kwaad daglicht mogen stellen. Natuurlijk moeten we ook in acht nemen dat de stof en de stijl van de kostuums comfortabel moeten zijn om te dragen. Dat wil zeggen, elke waardige en rechtschapen persoon die jou deze kleding ziet dragen, zou deze als aanvaardbaar beschouwen, vinden dat je eruitziet als een gelovige in God, en dat je in staat bent Gods volk te vertegenwoordigen, in plaats van over te komen als een ongelovige, of een of andere filmster of zanger; in één oogopslag kan men zien dat je een waardige en rechtschapen persoon bent. Denken jullie, hierop afgaande, dat Mijn gezichtspunten voor het behandelen van dingen en de principes die Ik volg binnen Mijn normale menselijkheid hetzelfde zijn als die van jullie? (Nee.) Ze zijn beslist niet hetzelfde. Vertel Mij dan, zijn deze principes die Ik volg verheven en groots? Zijn ze buitengewoon? Ze zijn helemaal niet verheven en groots. Ze zijn bijzonder normaal. De principes die Ik hanteer en de resultaten die Ik wil bereiken bij het doen van dingen zijn allemaal zeer praktisch, en Ik zet Mijzelf nooit in de schijnwerpers. Als we zouden uitgaan van de manier waarop jullie allemaal tegen de dingen aankijken, zouden we bij het kiezen van kostuums voor programma's ofwel traditioneel zijn en vasthouden aan de oude manieren, ofwel wereldse trends volgen. Sommige mensen zeggen: “Smokey eyes, valse wimpers, neusringen en grote oorbellen zijn populair in de wereld. Wij moeten de broeders en zusters ook zo kleden dat ze knap en mooi zijn. Niet alleen moet hun kleding prachtig zijn, maar hun make-up moet ook verleidelijk zijn. Ze mogen niet onderdoen voor de zangers en filmsterren van de wereld, en moeten er nog stijlvoller en weelderiger uitzien. Gelovigen in God moeten nobeler zijn dan zij, dus dit is de richting die we moeten inslaan bij het kleden van de artiesten.” Hoe komt het dan dat deze artiesten uiteindelijk het podium niet opgaan met ook maar één prachtig kledingstuk aan? Dat komt doordat Ik hier alles controleer. Of het nu modernisten of traditionalisten zijn, ze zijn allemaal aan de kant geschoven – ze krijgen geen enkele kans om met hun ‘vaardigheden’ te pronken. Ze zijn door Mij beteugeld. Als jullie degenen waren die de controle uitvoerden, zouden jullie deze mensen dan de kans geven om met hun ‘vaardigheden’ te pronken? (Nee.) Waarom niet? (Als ze de kans kregen, zouden ze ontsporen. Ze zouden de principes die door Gods huis worden vereist niet volgen.) Als ze de kans kregen, zouden ze de artiesten als demonen aankleden. Ze zouden amusementsprogramma's produceren zoals die populair zijn in de maatschappij, waardoor programma's die bedoeld zijn om getuigenis af te leggen van God, zouden veranderen in amusementsprogramma's die het publiek behagen, waardoor de mensen die erin optreden eruit zouden zien als demonen en geesten. Zouden de programma's dan nog de moeite waard zijn om naar te kijken? De programma's zouden van aard veranderen; ze zouden geen getuigenis van God afleggen, maar schande over God brengen, en ze zouden het verdienen om vervloekt en verboden te worden. Dit zou geen plichtsvervulling zijn, maar kwaad doen. Begrijpen jullie dat? (Ja.) Jullie begrepen zelfs zo'n kleine zaak niet. Nu Ik het duidelijker en eenvoudiger heb verwoord, realiseren sommige mensen zich plots: ‘Dus zo zit het. Nu weet ik waarom Gods huis zulke kostuums kiest voor zijn dansprogramma's.’ Ongeacht welk tijdperk het is, wat is het principe dat mensen moeten volgen? Mensen moeten in alle dingen het woord van God als het principe nemen. Bij het uitvoeren van welk werk dan ook of het afhandelen van welke zaak dan ook, moet je eerste doel zijn om mensen op te bouwen, en je tweede doel moet zijn om getuigenis af te leggen van Gods werk. Dit zijn de twee principes. In alle zaken zijn dit dus de twee principes waaraan mensen zich moeten houden. De normaalheid en het praktische die aanwezig zijn binnen de normale menselijkheid van de geïncarneerde God, bestaan dan ook uitsluitend uit het volgen van deze principes. De principes veranderen niet; de geïncarneerde God volgt noch de traditie, noch de moderniteit. Het principe waaraan Ik Mij binnen Mijn normale menselijkheid houd, is om Mij te gedragen en dingen te doen binnen de grenzen van geweten en verstand. Welke principes volg Ik dan bij het doen van het werk van Gods huis? Het is de bedoeling dat mensen baat hebben bij alles wat Ik doe door dingen te doen die hen ten goede komen en opbouwen. Daarnaast is het de bedoeling getuigenis af te leggen van God, waarbij de principes van het getuigenis afleggen van God en het verspreiden van Gods woorden worden gevolgd. Zouden jullie zeggen dat dit het geval is? (Ja.) Begrijpen jullie Mij nu beter door op deze manier te communiceren? (Ja.) Als Ik deze dingen niet in detail bespreek, zullen ze jullie er geen duidelijkheid over hebben. Jullie kunnen zelfs zo'n eenvoudige zaak niet doorgronden. In feite is het helemaal niet diepzinnig; het is allemaal heel praktisch en gewoon. Hoe gewoon is het? Het komt in hoge mate overeen met de rationaliteit van de normale menselijkheid. Dat wil zeggen, als je de rationaliteit van de normale menselijkheid hebt, kun je het begrijpen, maar als je die niet hebt, zal het heel moeilijk voor je zijn om het te begrijpen. Ik zal het duidelijk en grondig moeten uitleggen, het eenvoudig moeten verwoorden en het voor je moeten uitspellen, voordat je kunt begrijpen wat er aan de hand is. Het is zo'n eenvoudige zaak, die niet eens het niveau van de waarheidsprincipes bereikt, en toch kunnen jullie het niet duidelijk uitleggen. Wat is hier aan de hand? Is deze zaak diepzinnig en ondoorgrondelijk? (Nee.) Waarom kunnen jullie het dan niet duidelijk uitleggen? In grote lijnen komt het doordat jullie de waarheid niet begrijpen. Op een meer gedetailleerd niveau komt het doordat jullie normale menselijkheid en rationaliteit bepaalde dingen missen en gebreken vertonen. Als het gaat om waardig en rechtschapen zijn, houden jullie vast aan traditie en aan de oude manieren. Als het gaat om normale menselijkheid, denken jullie dat normale menselijkheid hebben betekent dat je argeloos bent, als een dwaas. Toont dit niet aan dat jullie kaliber werkelijk slecht is en dat jullie geen enkel bevattingsvermogen hebben? (Ja.) Dat is precies het probleem. Goed, dat is genoeg daarover.

De vorige keer hebben we gecommuniceerd over het onderwerp dat de geïncarneerde God ‘geen plannen smeedt’ binnen het thema ‘de geïncarneerde God niet op één lijn stellen met de verdorven mensheid’. Vandaag zullen we communiceren over het onderwerp ‘anderen niet aanvallen’. Anderen niet aanvallen maakt deel uit van de essentie en het uitleven die de normale menselijkheid van de geïncarneerde God bezit, en is een van de principes die het geweten en het verstand van de normale menselijkheid volgen in de omgang met mensen. Dat wil zeggen, de geïncarneerde God kan op zijn minst vreedzaam met je omgaan. Ongeacht wat voor soort persoon je bent, of je nu iemand bent met een beter kaliber of een slechter kaliber, of iemand met een betere menselijkheid of een slechtere menselijkheid, de geïncarneerde God kan je correct behandelen en vriendschappelijk met je omgaan. Als Ik ontdek dat je een tekortkoming of gebrek hebt, of zelfs dat je een slechte essentie in je menselijkheid hebt, of dat je een slechte daad hebt begaan, zal Ik openhartig met je communiceren als de gelegenheid zich voordoet of als de omstandigheden het toelaten. Als je het kunt aanvaarden, zal Ik je problemen openhartig blootleggen en je de weg wijzen om ze op te lossen. Maar als je het niet kunt aanvaarden, maak Ik misschien op een geschikt moment gebruik van een probleem uit het werkelijke leven dat Ik heb ontdekt om je eraan te herinneren, je te ontmaskeren en je te waarschuwen, om je te laten weten wat je probleem is – of het nu een probleem is met je menselijkheid, je kaliber of een verdorven gezindheid van je. Op basis van het probleem dat je hebt, zal Ik je eraan herinneren en vermanen, je laten weten wat je onvolkomenheden zijn of waar je probleem ligt, en dan zal Ik je vertellen wat de essentie van dit soort probleem is en wat Gods houding is ten opzichte van mensen die dit probleem hebben. Als je bereid bent het te aanvaarden en in staat bent in opstand te komen tegen het vlees en de waarheid in praktijk te brengen, zal Ik je het beoefeningspad tonen, en vertellen hoe je dit soort probleem moet behandelen en oplossen. Ik zal je problemen en gebreken niet aangrijpen om druk op je uit te oefenen of als zwakke plekken om uit te buiten, om je vervolgens van tijd tot tijd te bespotten of belachelijk te maken, of er venijnige opmerkingen over te maken. Dat zal Ik niet doen; Ik zal jou en je bestaande problemen rechtvaardig en objectief behandelen. Als Ik je aan enkele dingen herinner, maar het je aan bewustzijn ontbreekt en je niet het gevoel hebt dat wat Ik heb gezegd iets met jou te maken heeft, of als Ik je vertel dat de aard van je probleem ernstig is, maar je het niet aanvaardt, en je het verwerpt, je ertegen verzet en zelfs met excuses komt om in discussie te gaan en jezelf te rechtvaardigen, dan zal Ik de zaken beoordelen naar gelang de situatie. Als het werk dat je doet erg belangrijk is en je probleem het kerkwerk negatief heeft beïnvloed, dan zal Ik overwegen of je geschikt bent voor deze plicht. Maar als je slechts een gewone gelovige bent, en de plicht die je vervult en je uitingen niet veel impact hebben op het kerkwerk of Gods uitverkoren volk, en het slechts je persoonlijke probleem is, dan zal Ik je er uit goede wil aan herinneren en helpen. Als je het niet serieus neemt, zal Ik geen wrok tegen je koesteren, en natuurlijk zal Ik niet alle mogelijke middelen proberen om je te dwingen het te aanvaarden. Ik zal deze kwestie heel rationeel behandelen, en Ik zal je er uit goede wil blijven aan herinneren en helpen. Als Ik kan zien dat de essentie van je probleem tot negatieve gevolgen voor jezelf of anderen zal leiden, dan zal Ik, aangespoord door Mijn geweten, je uit goede wil eraan herinneren en helpen, in plaats van alleen maar toe te kijken hoe je jezelf belachelijk maakt. Ik zal je ook niet terloops typeren door te zeggen: “Je bent hopeloos, God verafschuwt je, en je bent iemand die zal vergaan,” laat staan dat Ik zomaar Mijn mond opendoe en je vervloek door te zeggen: “Jij duivel, jij afstammeling van Satan, jij die God weerstaat.” Dit zal Ik absoluut niet doen. Omdat Mijn identiteit speciaal is, beteugel Ik Mezelf vaak heel rationeel: hoe Ik iemand behandel en hoe Ik tegen hem spreek, moet afhangen van wie hij is – dit is één aspect. Daarnaast mag Ik niemand zomaar typeren. En ten tweede moet Ik de ander door Mijn toon, woordkeuze of formulering het gevoel geven dat wat Ik zeg en doe uit goede wil is, en vrij van kwaadwilligheid. Wat Mijn motief betreft, probeer Ik je oprecht te helpen; Ik wil niet zien dat je omwegen maakt, noch wil Ik zien dat je zwak of aarzelend wordt, of zelfs je oriëntatie verliest of op een dwaalspoor raakt wanneer je dingen tegenkomt. In plaats daarvan hoop Ik dat je, nadat Ik met je heb gecommuniceerd en je heb geholpen, jezelf correct kunt bekijken, kunt voorkomen dat je in negativiteit vervalt, een nauwkeurig begrip hebt van je verdorven gezindheden en de problemen die je hebt, en jezelf correct behandelt, en vervolgens een beoefeningspad zoekt in Gods woorden, en je verdorven gezindheden en je problemen beetje bij beetje oplost volgens Gods woorden, terwijl je ook vriendschappelijk met anderen omgaat en hen helpt. Dat wil zeggen, Ik streef ernaar te waarborgen dat wat Ik zeg en doe wanneer Ik met mensen omga, hen in staat kan stellen Gods bedoelingen te begrijpen, te weten welke principes God van mensen vereist, wat Gods houdingen en gezichtspunten zijn ten opzichte van de verschillende problemen die mensen hebben, hoe mensen deze problemen moeten aanpakken om aan Gods vereisten te voldoen en God tevreden te stellen, en hoe ze de waarheid moeten zoeken om hun problemen op te lossen. Mijn doel is mensen te helpen deze problemen correct te behandelen en op te lossen wanneer ze te maken hebben met allerlei soorten mensen, gebeurtenissen en dingen, en wanneer hun verdorven gezindheden worden onthuld, met als uiteindelijk resultaat dat ze zich onderwerpen aan de waarheid en aan God. Natuurlijk ben Ik, op basis van de verscheidenheid aan mensen met wie Ik in al deze jaren van werken en spreken in contact ben gekomen, één feit gaan beseffen: hoe kalm Ik ook spreek en met mensen praat, hoeveel goede wil Ik ook heb of wat voor mentaliteit Ik ook heb om iemand te willen helpen, maar heel weinig mensen kunnen aanvoelen of begrijpen wat Ik zeg en de reden waarom Ik het zeg, om vervolgens, door de woorden die Ik sprak en de inhoud die Ik aan hen communiceerde, vooruitgang te boeken of echte, praktische hulp te krijgen in hun werkelijke leven. Maar ongeacht hoeveel mensen er uiteindelijk de vruchten van plukken en erbij winnen door met Mij te communiceren en om te gaan, veranderen Mijn principes voor de omgang met mensen niet. Sommige mensen zeggen: “Waarom verandert U Uw methode dan niet?” Vertel Mij, waarom verander Ik Mijn methode niet? Zou Ik Mijn methode moeten veranderen? Zou Ik, wanneer Ik tot mensen spreek, vanuit een verheven positie moeten spreken, alsof Ik de Tien Geboden aan Mozes verkondig? Zou Mijn stem als de donder in de lucht moeten klinken, of zou Ik een bepaalde toon moeten aannemen, zodat mensen bang zullen zijn, gemakkelijk zullen onthouden wat Ik zeg, en bereid zullen zijn te praktiseren en in staat zullen zijn zich te onderwerpen? Of als Ik, wanneer Ik met mensen communiceer, altijd tot hen spreek op een toon die hen vervloekt en typeert, zullen mensen dan hun lesje leren? Zullen ze het dan kunnen aanvaarden? (Nee.) Weten jullie waarom niet? Destijds, toen Jehova de Tien Geboden via Mozes uitvaardigde, hoorden de Israëlieten het geluid van de donder in de lucht en zagen ze bliksem – weerhield dit hen ervan in opstand te komen tegen Jehova en over Hem te oordelen? Ongeacht de methode die je gebruikt om te spreken, de inhoud van je woorden of je motief bij het spreken, wat de ontvanger betreft, zit het zo: als hij subjectief de bereidheid en de behoefte heeft om de waarheid te aanvaarden en positieve dingen lief te hebben – als hij deze behoefte in zijn hart heeft – dan zal hij, ongeacht welke methode je gebruikt om te spreken, in staat zijn het te aanvaarden en zal hij het gemakkelijk onthouden. Als hij deze behoefte echter niet in zijn hart heeft, dan zal hij, zelfs als hij weet wat positieve en negatieve dingen zijn, nog steeds niets aanvaarden van wat je zegt of het ter harte nemen, hoe correct het ook is, of hoe zuiver de bron en het motief ervan ook zijn. Daarom is, vanuit Mijn perspectief, Mijn principe voor het doen van deze dingen dat Ik met iedereen normaal communiceer. Wat betreft wat mensen van Mij kunnen verkrijgen en oogsten, en of ze de waarheid kunnen verkrijgen, ligt de sleutel in de vraag of ze de waarheid liefhebben, en ook in de vraag of ze de behoeften van normale menselijkheid hebben Als ze van nature positieve dingen liefhebben, dan zullen ze, wanneer Ik op deze manier normaal met hen omga en praat, in staat zijn te overdenken wat Ik heb gezegd, wat de principes achter deze woorden zijn en wat Ik hun heb opgedragen te doen; ze zullen achteraf over deze dingen nadenken, ze in gedachten houden en vervolgens in overeenstemming met deze woorden praktiseren. Als deze mensen in hun menselijkheid geen behoefte hebben aan positieve dingen, dan is het nutteloos, wat Ik ook zeg. Zelfs als Ik hen snoei, hen disciplineer of hen zelfs kastijd, haalt het niets uit. Nadat ze gekastijd zijn, gedragen ze zich uiterlijk misschien goed en gehoorzaam, maar omdat ze in hun hart geen behoefte hebben aan positieve dingen, zullen ze, zodra alles achter de rug is, snel terugkeren naar hoe ze voorheen waren, zonder enig spoor van positieve woorden, positieve dingen of waarheidsprincipes in hun hart. Daarom kun je zulke mensen, hoeveel je ook zegt, niet veranderen zodat ze de behoeften van normale menselijkheid ontwikkelen. Dit is één aspect. Daarnaast is anderen niet aanvallen in wezen een van Mijn principes voor hoe Ik jullie behandel. Ongeacht wat voor soort persoon je bent, of je de waarheid nastreeft of niet, zelfs als Ik een bepaald probleem van je blootleg, is het louter om de essentie van dit probleem te ontleden, zodat je het grondig kunt begrijpen en kennen, vooruitgang kunt boeken tijdens het vervullen van je plicht in de toekomst, kunt stoppen met het maken van dezelfde fouten en kunt stoppen met het verstoren of ondermijnen van het kerkwerk – het is om je te helpen, niet om het je moeilijk te maken of iets te vinden om tegen je te gebruiken. Dus, zelfs als Ik dingen ter sprake breng die in het verleden zijn gebeurd, is dat niet om je enthousiasme te temperen of je te kwetsen, maar om je in staat te stellen de essentie van je problemen te kennen, een grondig begrip van een bepaald aspect van de waarheid te bereiken, inzicht in jezelf te hebben, te weten hoe je moet handelen in overeenstemming met Gods bedoelingen, en uiteindelijk nauwkeurig te praktiseren volgens de principes van Gods woorden. Hebben jullie enig besef van het feit dat de geïncarneerde God anderen nooit aanvalt? (Ja.)

Naast anderen niet aanvallen, moedigt de geïncarneerde God mensen ook van tijd tot tijd aan. Sommige mensen hebben een onvolwassen gestalte en zijn kwetsbaar; ze zijn niet zo sterk wat hun menselijkheid betreft, het ontbreekt hun aan doorzettingsvermogen bij het doen van dingen, of ze worden vaak door allerlei dingen beperkt, weten niet hoe ze de waarheid moeten zoeken en kunnen hun plichten niet normaal vervullen. Onder zulke omstandigheden zal Ik hun enige aanmoediging geven om hen het pad dat voor hen ligt te laten zien, zodat ze niet langer in een of andere kwestie verstrikt raken en erdoor beperkt worden. Wanneer je deze bemoedigende woorden hoort, heb je misschien het gevoel dat hetgene waarover Ik spreek buiten je bereik ligt, maar Mijn doel is je te helpen de ballast los te laten die voortkomt uit je gedachten en noties, niet langer door die dingen beperkt te worden en ze achter je te laten, en vervolgens al je kracht in je plicht te steken om aan Gods bedoelingen te voldoen. Sommige mensen hebben eerder paden van mislukking bewandeld, of dingen gedaan die de principes van Gods huis schenden, of vertoonden enkele duidelijke opstandige gedragingen, en sommige mensen hebben met hun daden zelfs hinder en verstoringen veroorzaakt, wat tot enkele verliezen voor het kerkwerk heeft geleid. Als Ik deze dingen af en toe in Mijn communicatie noem, is Mijn doel niet om je enthousiasme te temperen, noch koester Ik wrok; Mijn doel is veeleer om de feiten van jouw geval als voorbeeld te gebruiken om anderen eraan te herinneren niet dezelfde fouten te maken – Mijn doel is om duidelijk over een aspect van de waarheid te communiceren, om meer mensen hieruit te laten zien dat het pad dat je bewandelde verkeerd is en hoe het verkeerd is, zodat ze er lessen uit kunnen trekken, en vervolgens om meer mensen te waarschuwen niet hetzelfde pad te bewandelen, en hen eraan te herinneren aan welke principes ze zich moeten houden wanneer ze dingen doen. Vooral wanneer ik communiceer over de diverse verdorven gezindheden van mensen en deze blootleg, kunnen de voorbeelden die Ik geef of een specifieke gesteldheid waarover Ik communiceer veel mensen betreffen, ofwel kunnen ze betrekking hebben op enkele specifieke mensen en dingen. Het doel van de communicatie over deze dingen is niet om een kans te vinden om jullie te kijk te zetten en in verlegenheid te brengen; wat betreft de feiten die Ik ter sprake breng of de gesteldheden die Ik blootleg, die hebben alleen betrekking op het onderwerp en het aspect van de waarheid waarover we communiceren. Het kan zijn dat Ik je niet persoonlijk ken, en niet weet dat zoiets jou is overkomen, maar het voorbeeld dat Ik gaf of de gesteldheid die Ik blootlegde, is toevallig bij jou voorgekomen, en je betrekt het op jezelf. Wanneer sommige mensen zulke dingen op zichzelf betrekken, denken ze: ‘Heeft iemand me verklikt? Hoe weet U dat dit mij is overkomen, en dat ik dit probleem had en in deze gesteldheid verkeerde?’ Ik zeg dat Ik echt niet weet dat dit soort dingen een bepaald persoon is overkomen of dat hij in dit soort gesteldheid verkeerde, maar de waarheden waarover Ik communiceer omvatten – of de problemen die Ik blootleg bevatten – deze gesteldheid, dit soort probleem of dit specifieke type voorbeeld. Omdat dit soort gesteldheid en dit specifieke type voorbeeld representatief zijn, en mensen voldoende in staat kunnen stellen bepaalde soorten mensen, gebeurtenissen en dingen te kennen, en de essentie van een bepaald soort persoon te kennen, kan Ik bij het geven van voorbeelden niet vermijden enkele specifieke incidenten aan te halen die zich in de kerk hebben voorgedaan of bepaalde specifieke gesteldheden te bespreken. Als zodanig is het onvermijdelijk dat er sommige mensen, gebeurtenissen en dingen bij betrokken zullen zijn. Maar Ik heb niet de minste bedoeling om bepaalde mensen aan te vallen; Mijn doel is slechts om mensen eraan te herinneren en aan te sporen, zodat de meerderheid van Gods uitverkoren volk er baat bij heeft. Wanneer Ik tijdens het prediken en communiceren enkele voorbeelden geef, is dat helemaal niet op een bepaald persoon gericht; het is simpelweg om over de waarheid te communiceren en de essentie van een bepaald probleem bloot te leggen, zodat jullie de essentie van het probleem duidelijker kunnen zien en beter kunnen begrijpen. Door de essentie van het probleem te begrijpen, of je het probleem nu bij jezelf herkent, of je de betrokken mensen, gebeurtenissen en dingen doorziet, kun je ertoe komen te praktiseren volgens de bijbehorende waarheidsprincipes, ze gebruiken om de problemen in jezelf op te lossen, en intrede in de waarheidswerkelijkheid te bereiken. Over wat voor soort probleem Ik ook communiceer, of het nu een probleem is dat je zelf hebt of een probleem dat anderen hebben, Ik doe het alleen om over de waarheid te communiceren, en om jullie te helpen de essentie en werkelijkheid van een bepaald soort probleem beter te begrijpen; het is niet gericht op een specifiek individu of een specifiek soort persoon. Natuurlijk is het ook mogelijk dat het archetype voor het voorbeeld dat Ik geef wanneer Ik over een probleem communiceer, iets is dat jou is overkomen, en dat Ik van deze kwestie gebruik heb gemaakt om een voorbeeld te geven. Maar door dit voorbeeld te geven, leg Ik niet een probleem bloot dat alleen van jou is; jouw probleem is veeleer representatief voor de problemen die bij iedereen te vinden zijn – in de hele mensheid. Natuurlijk is het doel van het blootleggen van het probleem alleen om het probleem op te lossen, niet om je aan te vallen. Wanneer je dus dit soort situatie tegenkomt, behoor je die correct te behandelen; dit is Mijn taak. Mijn taak is enerzijds om jullie alle waarheden over te brengen, alle aspecten van de waarheid, en anderzijds om de problemen die jullie hebben, de diverse gesteldheden van de verdorven mensheid, en alle verdorven gezindheden die ze heeft, evenals de problemen die betrekking hebben op verdorven gezindheden, bloot te leggen. Dit is Mijn taak. Omdat Mijn taak, naast het overbrengen van de waarheid, ook het blootleggen van de werkelijkheid van de verdorvenheid van de verdorven mensheid omvat, zijn Mijn motieven, als het om deze taak gaat, goed. Ik wil jullie helpen en ondersteunen, jullie eraan herinneren en voor jullie zorgen, zodat jullie de essentie van het probleem duidelijk kunnen zien en in staat worden om in opstand te komen tegen jullie verdorven gezindheden, zodat jullie niet langer binnen jullie verdorven gezindheden leven, maar in staat zijn je om te keren, het kwaad in jullie handen los te laten, berouw te tonen aan God en te praktiseren volgens de principes die door God worden vereist, en zo onderwerping aan de waarheid en onderwerping aan God te bereiken.

Welke van jullie problemen Ik ook blootleg, en welke methode of toon Ik ook gebruik wanneer Ik deze problemen blootleg, Ik doe dit op basis van het principe en met de bedoeling jullie te helpen en jullie te ondersteunen om de weg van de redding in te slaan. Ik koester geen kwaadwilligheid – het is volledig uit goede wil. Zelfs als de woorden die Ik soms gebruik bij het blootleggen van de essentie van het probleem in een bepaald individu of soort persoon niet erg verfijnd zijn, is Mijn doel niet om iemand aan te vallen of te onderdrukken, maar om de essentie van het probleem te ontleden, zodat mensen het kunnen onderscheiden en hun verdorven gezindheden kunnen afwerpen. Hierin is er geen sprake van plannen smeden, geen bedoeling om je aan te vallen of je te onderdrukken, en geen bedoeling om je vuile was buiten te hangen of je in verlegenheid te brengen. Zelfs als Ik, wanneer Ik over sommige problemen communiceer, het gedrag of de gezindheid en essentie van een bepaald soort persoon kenmerk, is die typering volledig overeenkomstig met objectieve feiten. Bijvoorbeeld, als je arrogant en zelfgenoegzaam bent, altijd op een dictatoriale manier handelt en dingen hebt gedaan die hinder en verstoringen veroorzaken, en Ik tegen je zeg: “Als je hiermee doorgaat en hoe dan ook weigert berouw te tonen, dan is dit jouw essentie, en is Gods houding ten opzichte van jou om je opzij te zetten of je te verwerpen,” vallen deze woorden je dan aan? Nee. Hoewel deze dingen in een bepaalde context worden gezegd en op deze manier worden verwoord, veranderen de voorziening en hulp die Ik je geef, en Mijn verwachtingen van jou, niet; je krijgt nog steeds een kans om berouw te tonen. Als je wroeging voelt, tot inkeer komt en verandert, zal Gods huis je nog steeds bevorderen naar wat voor soort plicht je ook maar geschikt voor bent; Ik zal dat nooit in de weg staan. Iedereen maakt wel wat fouten wanneer hij voor het eerst in God begint te geloven en de waarheid niet begrijpt, maar sommige mensen zijn in staat berouw te tonen, en hebben enkele goede dingen gedaan en enkele goede daden verricht. Stel dat de broeders en zusters zo iemand aanbevelen en zeggen: “Deze persoon heeft inderdaad berouw getoond en is anders dan vroeger. Vroeger was hij arrogant en losbandig, en was hij verstoken van menselijke gelijkenis; hij deed enkele slechte dingen, waardoor hij het kerkwerk hinderde en verstoorde en verlies toebracht aan Gods offergaven, dus heeft de kerk hem verwijderd. Maar nadat hij was verwijderd, voelde hij grote wroeging, en nu heeft hij berouw getoond. Hij nam zelfs het initiatief om het verlies te compenseren, vroeg de kerk om hem opnieuw te aanvaarden, beloofde dat hij nooit meer kwaad zou doen, en is bereid de minste in de kerk te zijn, en zich te onderwerpen aan wat Gods huis hem ook vraagt te doen.” Als mensen die relatief dicht bij hem staan hem willen aanbevelen nadat ze een grondig begrip van hem hebben gekregen, zeg Ik dat als hij werkelijk berouw heeft getoond, en hij nu nodig is voor het werk van Gods huis, hij weer kan worden gebruikt; Ik zal dat niet in de weg staan. Zelfs als enkele individuen dingen hebben gedaan die niet erg vriendelijk waren tegenover Mij persoonlijk, zal Ik, als ze aan de voorwaarden voor bevordering voldoen, dat eveneens niet in de weg staan; Ik zal hun een kans geven. Daarom zal Ik je, of het nu in preken is of in het werkelijke leven, en ongeacht de omgeving of context, eerlijk en rechtvaardig behandelen. In contexten waar de omgeving het toelaat, zal Ik jullie uit goede wil helpen of navraag doen naar hoe jullie jullie plichten doen. Als het in een speciale werkomgeving is, zal Ik ook Mijn best doen om jullie te helpen en te ondersteunen, door jullie te voorzien van coaching, begeleiding of hulp bij bepaalde professionele werkzaamheden. Soms wissel Ik met jullie van gedachten en wissel Ik ideeën met jullie uit. Zelfs als Ik soms zeg: “Het werk dat je hebt gedaan is niet aanvaardbaar,” spreek Ik gewoon de waarheid en ben Ik rechtuit. Ik zeg zulke dingen niet om jullie te onderdrukken, maar om ideeën uit te wisselen of met jullie van gedachten te wisselen. Ik doe Mijn best om jullie kansen te geven om te spreken en je in te zetten, zodat jullie kaliber, talenten, de kennis die jullie hebben opgedaan, het gezonde verstand dat jullie hebben, of de ervaring die jullie hebben opgebouwd ten volle kunnen worden benut. Als de resultaten niet goed zijn, zeg Ik gewoon: “Het werk dat je hebt gedaan is niet zo geweldig. Denk er meer over na en zoek meer, en kijk of je het beter kunt doen.” Ik geef jullie altijd de grootst mogelijke ondersteuning, voorziening en hulp, zodat jullie, wanneer jullie met Mij communiceren en omgaan, er baat bij kunnen hebben, of het nu in het leven is of tijdens het vervullen van jullie plicht. Dit is Mijn principe bij het werk, en in Mijn dagelijks leven is het hetzelfde. Soms, wanneer Ik met mensen omga en communiceer, praten we onvermijdelijk over enkele triviale kwesties uit het dagelijks leven, waarbij uiterlijke dingen betrokken zijn zoals basisbehoeften, gezond blijven, medicijnen, enzovoort, en sommige mensen noemen enkele gezichtspunten, halen gezegden aan of brengen het gezonde verstand ter sprake met betrekking tot triviale kwesties in het leven. Wat alle aspecten van gezond verstand betreft, druk Ik louter Mijn persoonlijke gezichtspunten uit. Als je denkt dat wat Ik zeg juist is, kun je het aanvaarden; als je denkt dat wat Ik zeg verkeerd is, zal Ik Mijn identiteit en status niet gebruiken om je te onderdrukken door je te zeggen: “Alles wat Ik zeg is juist. Welke toon Ik ook gebruik en of je wat Ik zeg nu leuk vindt of niet, zou Ik je mogelijk kunnen schaden of je onrecht kunnen aandoen? Je moet het aanvaarden!” Dit zal Ik niet doen; Ik zal de dingen hun natuurlijke beloop laten. Stel bijvoorbeeld dat je tijdens het koken te veel zout in je eten doet, en Ik zeg dat te veel zout eten slecht is voor je gezondheid. Sommige mensen aanvaarden dit niet; ze hebben het gevoel dat als ze minder zout gebruiken, het eten smakeloos zal zijn en geen smaak zal hebben. Ze staan erop te eten volgens hun eigen smaak. Ik zeg dat je vrij bent om dat te doen, en Ik zal me er niet mee bemoeien. Hoewel de uitspraak ‘te veel zout eten is slecht voor je gezondheid’ niet het niveau van de waarheid bereikt, is het een kwestie van gezond verstand in het leven. Wat dit fysieke lichaam betreft dat God voor mensen heeft geschapen, is er een vaste hoeveelheid zout die het per dag nodig heeft; deze hoeveelheid overschrijden zal iemands lichaam schade toebrengen en tot gevolgen leiden. Er zijn ook mensen die altijd het gevoel hebben dat ze voedingsstoffen tekortkomen, dus eten ze voortdurend voedzaam eten. Uiteindelijk leidt hun overmatige inname van voedingsstoffen tot gezondheidsproblemen, en moeten ze aanpassingen doen. De hoeveelheid voedingsstoffen die dit fysieke lichaam dat door God is geschapen, nodig heeft, houdt verband met de verhoudingen van graan, groenten, fruit en vlees die God voor de mensheid heeft geschapen. Als je volgens deze verhoudingen eet, kun je een goede basisgezondheid behouden; als je deze verhoudingen negeert en roekeloos en willekeurig volgens je voorkeuren eet, zul je gezondheidsproblemen ontwikkelen. Ik vertel je deze feiten, maar je aanvaardt ze niet. Je denkt: ‘Prediken en de waarheid communiceren is Uw sterke punt, maar U begrijpt deze zaken uit het dagelijks leven niet. Ik hoef niet naar U te luisteren, want dit heeft niets met de waarheid te maken.’ Ik zeg dat je ervoor kunt kiezen het niet te aanvaarden, en je kunt leven volgens je eigen voorkeuren, maar je moet weten dat als je Mijn woorden niet kunt aanvaarden, je vroeg of laat gezondheidsproblemen zult ontwikkelen. Je zult de prijs betalen voor je keuze. Ik druk louter Mijn gezichtspunten uit; Ik zal Mijn status niet gebruiken om je te onderdrukken. Ten tweede, als je Mijn gezichtspunten niet aanvaardt, zal Ik je niet dwingen, noch zal Ik zeggen dat je te dwaas en koppig bent omdat je positieve dingen niet aanvaardt. In feite ben je echt zo, maar Ik zal het nooit zeggen. Ik zal geen grote ophef maken over iets onbeduidends in het dagelijks leven en je dan de les lezen en belerend toespreken. Ik zou dat niet doen, want dat is Mijn verantwoordelijkheid niet. Ik wil dat ook niet doen. Ik heb Mijn verantwoordelijkheid al vervuld door te communiceren en te prediken; dit valt binnen de reikwijdte van Mijn bediening. Wat betreft wat je elke dag eet, dat regel je zelf. Wat God voor de mensheid heeft geschapen en in welke hoeveelheden, en welke voedingsmiddelen en specialiteiten er in elk seizoen worden geproduceerd – hoe je al deze dingen gebruikt, is jouw zaak; je kunt ze zelf toewijzen. Als het geweten en het verstand van je menselijkheid normaal en gezond zijn, zul je ze met mate gebruiken en toewijzen. Als je verstand niet gezond is, zul je ze op een overmatige manier gebruiken of toewijzen, en jij alleen zult de gevolgen dragen die dit uiteindelijk voor je fysieke lichaam met zich meebrengt. Daarom ben Ik heel rationeel als het om deze kwestie gaat; Ik vertel je alleen Mijn gezichtspunten, en Ik zal je niet dwingen ze te aanvaarden. Soms, wanneer Ik zie dat jullie enkele slechte leefgewoonten hebben, zal Ik jullie er ook niet toe aanzetten die te veranderen; Ik zal jullie er alleen maar even aan herinneren. Als jullie het niet aanvaarden of niet veranderen, zal Ik er niets meer over zeggen. Leefgewoonten zijn eigenlijk heel gemakkelijk te corrigeren. Leefgewoonten die verkeerd of ongewenst zijn, moeten worden gecorrigeerd; dit is een houding waarbij je positieve dingen aanvaardt. De houding en bereidheid hebben om positieve dingen te aanvaarden, maakt deel uit van de fundamentele rationaliteit die aanwezig zou moeten zijn binnen normale menselijkheid. Bij sommige mensen gaan positieve dingen het ene oor in en het andere oor uit. Ze nemen ze niet serieus, en volharden zelfs in hun verkeerde manieren van praktiseren en verkeerde manieren van dingen doen. Sommige mensen zeggen zelfs: “Ik leef al zoveel jaren zo en er zijn geen gevolgen geweest.” Dit is een probleem van gezindheid. Wat voor soort gezindheid is dit? Het is er een van koppigheid en onbuigzaamheid, en een die geen juiste gezichtspunten of positieve dingen aanvaardt. Geloof Me, dit wijst op een verdorven gezindheid, en je moet die veranderen en afwerpen. Je verkeerde manieren van praktiseren en die onbuigzame houding van je moeten worden omgedraaid; pas dan kun je echt veranderen.

Sommige mensen vallen anderen graag aan; dit is niet goed. Als Ik zie dat jullie iets verkeerds doen, zal Ik Mijn gezichtspunten rationeel uitdrukken en jullie er uit goede wil aan herinneren. Dit is Mijn manier van dingen doen. Bovendien, als bepaalde problemen erom vragen jullie verdorven gezindheden bloot te leggen, dan zal Ik ze zonder omhaal blootleggen; dit is verantwoordelijkheid nemen tegenover mensen. Wanneer Ik de problemen van mensen blootleg, leg Ik de essentie van de problemen bloot en laat Ik zien hoe ze feitelijk zijn; Ik pas geen regels toe en blaas dingen niet buiten proportie op. Ik doe dit omdat dit binnen de reikwijdte van Mijn werk valt, Ik leg bloot wat blootgelegd behoort te worden, en Ik zeg geen woord minder dan wat er gezegd moet worden. Daarom heb Ik principes bij het doen van dingen. Enerzijds behandel Ik deze zaken in het dagelijks leven op basis van het principe van rationaliteit, waarbij Ik je laat weten wat Mijn gezichtspunten zijn. Als je oplet, het ter harte neemt en de rationaliteit van normale menselijkheid hebt, zul je deze gedachten en opvattingen aanvaarden of correct benaderen, zonder dat Ik er een preek over hoef te houden. Anderzijds zal Ik in het werk jullie problemen niet uit de weg gaan, noch zal Ik me ervan weerhouden te spreken uit vrees jullie in verlegenheid te brengen. Ik zal jullie problemen en jullie verdorven gezindheden blootleggen, zodat jullie problemen in dit opzicht kunnen leren kennen en jullie verdorven gezindheden kunnen afwerpen. Mijn doel is jullie in staat te stellen een pad in te slaan dat correct is. Of je nu een probleem hebt in het leven of in het werk, als het betrekking heeft op verdorven gezindheden of de waarheid, zal Ik het probleem niet uit de weg gaan; Ik zal er duidelijk met jullie over communiceren. Hoe Ik ook communiceer of hoe Ik een probleem ook behandel, Ik heb Mijn methoden en principes. Wanneer voor Mij de tijd gekomen is om Mijn verantwoordelijkheid te vervullen, neem Ik die op Mij en vervul ik haar. Ik ben niet bang om jullie in verlegenheid te brengen; Ik zal jullie problemen en verdorven gezindheden blootleggen, zodat jullie ze kunnen leren kennen. Dit is Mijn verantwoordelijkheid. Als jullie problemen geen betrekking hebben op verdorven gezindheden of waarheidsprincipes, hebben jullie de vrijheid en het recht om keuzes te maken en te praktiseren zoals jullie willen; Ik zal me er niet mee bemoeien. Daarom houdt dit niet in, of Ik jullie problemen nu blootleg of niet, dat Ik jullie aanval, jullie beperk of jullie onderdruk. In het dagelijks leven geef Ik jullie voor zaken die geen principes betreffen, zoals basisbehoeften, ruimschoots de vrijheid om zelf te kiezen. Als het echter een principekwestie betreft – dat wil zeggen, als het betrekking heeft op verdorven gezindheden, of betrekking heeft op jullie houding ten opzichte van het doen van werk, het vervullen van jullie plicht, God of de waarheid – dan behoor Ik erover te communiceren. Zie je, hoe Ik iets ook doe, Ik denk er goed over na, nietwaar? Ik heb principes. Bij alles wat niet de waarheid betreft, noch jullie houding ten opzichte van God of de waarheid, noch jullie houding ten opzichte van kerkwerk en het vervullen van jullie plicht, bemoei Ik Me daar niet mee; Ik bemoei Me met Mijn eigen zaken. Vooral als het gaat om zaken van persoonlijke keuze en persoonlijke voorkeur, bemoei Ik Me er nooit mee. Sommige zusters houden er bijvoorbeeld van om hun haar lang te dragen, het te vlechten of het op te steken, en sommige broeders houden ervan om hun haar kort te dragen of hun hoofd kaal te scheren; jullie hebben de vrijheid om dat te doen, en Ik bemoei Me er nooit mee. Sommige broeders en zusters zijn kieskeurige eters en eten bijzonder graag een bepaald soort voedsel, of ze hebben een bepaalde leefgewoonte die niet goed is; Ik bemoei Me ook nooit met deze dingen. Als deze slechte leefgewoonte hun gezondheid, hun plichtsvervulling of het kerkwerk negatief beïnvloedt, moet Ik hen eraan herinneren en hen helpen, of ervoor zorgen dat de broeders en zusters hen helpen. Sommige mensen aanvaarden het echter niet wanneer de broeders en zusters hen helpen, en zeggen zelfs dat ze zich beperkt en onder druk gezet voelen; uiteindelijk verlaten ze stilletjes de kerk zonder iemand op de hoogte te brengen, en voelen de broeders en zusters zich allemaal ontmoedigd. Ik zeg: “Het is verkeerd van je om je ontmoedigd te voelen. We bemoeien ons niet met de vrijheid van mensen. Als ze willen vertrekken, dan is dat maar zo; dat is hun keuze. Ik voel Me helemaal niet ontmoedigd.” Waarom voel Ik Me niet ontmoedigd? Omdat Ik voel dat het Mijn verplichting is hen te helpen, iets wat Ik in Mijn menselijkheid behoor te doen. De hulp die Ik hun bied is niet een of andere gunst of liefdadigheid; het is gewoon zo dat Ik, na over hun situatie te hebben gehoord, verplicht ben jullie de taak toe te vertrouwen hen te helpen. Ze vervullen hun plicht voltijds in de kerk. Als hun slechte leefgewoonte hun gezondheid nadelig beïnvloedt en ze gezondheidsproblemen ontwikkelen, zouden de broeders en zusters hen dan niet uit liefde moeten helpen? Dit is fundamentele sociale moraliteit voor menselijke wezens. Maar als ze dit soort hulp niet aanvaarden, en zich in hun hart afkerig of onder druk gezet voelen, zullen we hen niet dwingen, en zullen we ons niet bemoeien met hun vrijheid. Waarom voelen sommige mensen zich dan ontmoedigd wanneer ze de kerk verlaten? Je voelt je ontmoedigd omdat je voelt dat het vervullen van je verantwoordelijkheid en verplichting ten opzichte van hen een soort gunst aan hen is. Ze waardeerden het niet, aanvaardden deze gunst niet en deden niet zoals je wenste, wat je gevoelens en je trots kwetste. Zoals het gezegde luidt, ze smeten je goede bedoelingen in je gezicht terug, dus voel je je ontmoedigd. Ik voel Me helemaal niet ontmoedigd. De manier waarop Ik dit begrijp is anders dan die van jullie. Ik zeg dat Ik een les moet trekken uit deze kwestie en dit soort dwaze dingen in de toekomst niet meer moet doen. Iedereen heeft zijn eigen aspiraties. Je kunt mensen niet aan je controle onderwerpen en dan nog steeds verwachten dat ze zich gelukkig voelen en de loftrompet over je steken, of wel? Dat zou absoluut belachelijk zijn. Je moet mensen vrijheid geven en hen vrij laten kiezen. Als ze het gevoel hebben dat wat je zegt juist is, kunnen ze ervoor kiezen het te aanvaarden en volgens deze woorden te praktiseren; als ze het gevoel hebben dat wat je zegt verkeerd is, kunnen ze er ook voor kiezen het niet te aanvaarden. Ze hebben het recht om te kiezen. Je moet hen niet dwingen je goede wil te aanvaarden. Of ze het nu aanvaarden of niet, is een kwestie van houding; ze hebben de vrijheid om het te doen. Hooguit kun je communiceren over de problemen die mensen zoals zij hebben, en kun je communiceren over de lessen die je uit dit soort persoon hebt getrokken en de essentie van de problemen die je bij hem hebt gezien, wat je helpt te leren hoe je mensen kunt onderscheiden, hoe je mensen kunt bekijken en hoe je zulke mensen kunt behandelen volgens de principes van Gods woorden, zodat je geen dwaze dingen meer doet. Waar gaan jullie dan de fout in? Ongeacht wie je helpt, je handelt op basis van gevoelens, en denkt zelfs: ‘Kijk eens hoeveel liefde ik heb, en hoe liefdevol ik ben.’ Dit is niet handelen volgens principes, maar mensen behandelen op basis van je eigen wil en voorkeuren; dit is dingen doen op basis van gevoelens. Ongeacht tot wie Ik spreek of met wie Ik te maken heb, Ik spreek en handel op basis van principes; gevoelens spelen hierbij geen rol. Bij het spreken en handelen handel Ik volledig vanuit Mijn geweten en uit goede wil, en dit is de benadering die Ik bij iedereen behoor te hanteren. In het bijzonder bij broeders en zusters die hun plicht normaal vervullen, is dit precies hoe Ik behoor te handelen. Dit is Mijn verplichting en verantwoordelijkheid. Zolang Ik deze verantwoordelijkheid vervul, is dat genoeg. Ze kunnen ervoor kiezen het te aanvaarden, of ze kunnen ervoor kiezen het te weigeren; Ik dwing mensen niet. Als ze het aanvaarden, ben Ik blij; als ze dat niet doen, word Ik niet verdrietig. Ik deed slechts enkele van de dingen die Ik volgens principes behoor te doen; Ik vervulde louter Mijn verantwoordelijkheid. Begrijpen jullie dat? (Ja.)

Ongeacht wat de omgeving is, wanneer Ik met mensen omga, kan Ik allerlei soorten mensen en allerlei soorten dingen volgens principes behandelen. Zelfs als Ik in het leven mensen wat hulp bied of enkele dingen zeg die mensen opbouwen, maakt dit ook deel uit van dingen doen volgens principes; het is niet handelen vanuit gevoelens. Wat betreft het communiceren van de waarheid, zoals het blootleggen van de aard-essentie van mensen, het blootleggen van de verdorven gezindheden van mensen, en het blootleggen van de diverse onthullingen van verdorvenheid en verdorven gesteldheden van mensen in specifieke zaken, evenals de essentie van diverse problemen, handel Ik ook volgens principes; Ik handel niet vanuit gevoelens, noch handel Ik met menselijke wil. Wanneer mensen dingen doen, handelen ze altijd op basis van met wie ze te maken hebben, en op basis van hun eigen stemming en voorkeuren. Ze geven enige voorkeursbehandeling aan degenen die ze mogen en met wie ze goed kunnen opschieten, en geven deze mensen enkele voordelen, terwijl ze degenen die ze niet mogen en met wie ze niet kunnen opschieten aanvallen en uitsluiten; ze kunnen mensen niet eerlijk behandelen. Ofwel handelen ze op basis van gevoelens ofwel begaan ze slechte daden; kortom, ze doen dingen niet volgens principes. Wanneer Ik omga met de broeders en zusters in de kerk, ongeacht wie ze zijn, kan Ik hen volgens principes behandelen. Evenzo heb Ik bij de omgang en het contact met ongelovigen ook principes en grenzen. Zelfs als ze enkele confronterende woorden zeggen, of woorden die onbeleefd, onbeschaafd of respectloos zijn, zal Ik niet met gelijke munt terugbetalen. Als Ik met hen moet omgaan om dingen gedaan te krijgen, dan zal Ik met hen omgaan; als Ik geen dingen gedaan hoef te krijgen, dan zal Ik ervoor kiezen hen te vermijden en te weigeren. Als iemand een slecht karakter heeft en altijd misbruik wil maken van anderen en voordelen wil opeisen, en, zelfs als Ik hem help, hij het nog steeds niet correct kan behandelen of veranderen – wat betekent dat zijn menselijkheid slecht is – dan blijf Ik gewoon bij hem uit de buurt. Kortom, of Ik nu omga met broeders en zusters of met ongelovigen, Ik kan handelen volgens principes; op zijn minst ga Ik met mensen om volgens de grenzen van het geweten en het verstand van de menselijkheid. Kunnen jullie dit bereiken? (Nee.) Met wie verdorven mensen ook omgaan, ze stellen altijd hun eigen belangen veilig, of behandelen mensen op basis van gevoelens en voorkeuren, zonder principes. Als het een broeder of zuster is bij wie ze het gevoel hebben dat ze goed met hem kunnen opschieten en een goede relatie met hem hebben, dan kunnen ze hem helpen, hem liefde tonen, hem dingen geven en nauw contact met hem hebben. Maar als deze persoon iets doet wat hen kwetst, zeggen ze: “Ik zal hem nooit meer zien, en ik zal nooit meer met hem omgaan. Ik heb er echt spijt van! Ik was vroeger zo goed voor hem en heb hem zoveel geholpen, en toch behandelt hij me nog steeds zo. Hij is een ondankbare mens, een ondankbare stakker!” Ze kunnen niet handelen volgens principes om mensen eerlijk te behandelen. Wanneer ze goed zijn voor iemand, doen ze dat vanuit gevoelens, en als ze slecht zijn voor iemand, is dat vanwege hun persoonlijke voorkeur; alles wat ze doen is alleen maar om hun gevoelens te bevredigen. Daarom zullen ze, als ze iemand helpen en hem bevoordelen, maar die persoon niet alleen ondankbaar is maar hen ook kwetst, erg verdrietig en gekwetst zijn, en zullen ze klagen en het gevoel hebben dat al hun moeite voor niets is geweest. Ze zullen niet bereid zijn het te aanvaarden, en zullen dit nooit meer doen. Vertel Mij, als Ik dit soort situatie zou tegenkomen, hoe zou Ik die dan benaderen? Ten eerste kun je deze kwestie niet beoordelen vanuit het perspectief van mensen die elkaar gunsten verlenen; je kunt dit soort situatie niet beoordelen op basis van gevoelens. Je moet mensen zoals zij onderscheiden op basis van Gods woorden en de waarheidsprincipes; je moet hun menselijkheid en het pad dat ze bewandelen onderscheiden, evenals hun houding ten opzichte van God, ten opzichte van de waarheid en ten opzichte van hun plicht, in plaats van hen te onderscheiden en te bekijken op basis van gevoelens. Iemand op deze manier bekijken is veel nauwkeuriger. Zo beoordeel je een persoon of een kwestie niet op basis van gevoelens of je persoonlijke winsten en verliezen, maar beoordeel je hem op basis van Gods woorden en de waarheidsprincipes. Een persoon of een zaak op deze manier bekijken is nauwkeurig en in overeenstemming met principes. Wanneer je mensen en dingen op deze manier bekijkt, zul je niet verdrietig en gekwetst zijn omdat iemand die je ooit hebt geholpen ondankbaar is, noch zul je diepe dankbaarheid voelen tegenover iemand omdat je ooit een gunst van hem hebt ontvangen; in plaats daarvan zul je in staat zijn hem correct te behandelen volgens principes. Er is een algemeen gezegde: de vriendelijkheid van een druppel water moet worden terugbetaald met een gutsende bron. Gewone mensen leven nog steeds binnen de logica van zulke gedachten en zienswijzen van de traditionele cultuur. Ze bekijken dingen of mensen niet op basis van Gods woorden of de waarheid, noch behandelen ze mensen volgens principes. Ze geloven dat, als het gaat om hoe je mensen behandelt, je – naast het feit dat je hen niet mag bedriegen, schaden, slaan, uitschelden of hun kwaad aandoen – ook goed voor hen moet zijn. Vooral dan als iemand je een gunst heeft bewezen, moet je die dubbel terugbetalen; anders ben je ondankbaar. Kan het op deze manieren behandelen van mensen beschouwd worden als goed zijn voor mensen? (Nee.) Wat is dan echt goed zijn voor mensen? Het is niet iemand liefhebben, om hem geven en voor hem zorgen uit menselijke gevoelens, maar dingen doen op basis van principes volgens Gods woorden. De meeste mensen slagen er niet in om dingen te doen op basis van principes; mensen doen dingen alleen op basis van gevoelens, niet op basis van principes. Dingen doen op basis van gevoelens en dingen doen op basis van principes zijn enorm verschillend; het zijn twee verschillende paden. Dingen doen op basis van gevoelens is vermengd met menselijke wil – wanneer je iemand helpt, is dat om de behoeften van je persoonlijke gevoelens te bevredigen; dat is niet onpartijdig met zaken omgaan. Als deze persoon diepe dankbaarheid jegens je voelt, zul je goed voor hem blijven; als hij het niet waardeert en je hart verwondt en je kwetst, zul je hem niet meer helpen. Handel je dan niet zonder principes? (Ja.) Dit is handelen zonder principes. Wat is dan dingen doen volgens principes? Het is je verantwoordelijkheid als mens vervullen, anderen helpen als dat nodig is, en hen dingen laten opvatten zoals ze willen. Als ze bereid zijn je hulp te aanvaarden, is dat geweldig; als ze niet bereid zijn die te aanvaarden, moet je niet zeggen dat ze niet gezegend zijn, noch moet je je boos, verdrietig of teleurgesteld voelen, maar moet je hen nog steeds correct behandelen. Dit is dingen doen volgens principes. Hebben jullie dit principe van ‘anderen niet aanvallen’ begrepen? (Ja.)

Een van de principes van Gods geïncarneerde vlees, terwijl Hij onder de mensen leeft en met hen omgaat en communiceert, is om hen niet aan te vallen. Anderen niet aanvallen omvat principes voor de omgang met mensen en het communiceren over de waarheid. Naast anderen niet aanvallen, heeft de geïncarneerde God nog een ander principe om met mensen om te gaan, namelijk geen wraak nemen. Hoe kijken mensen naar de kwestie van wraak nemen? Als iemand wordt gepest of gekwetst en dan terecht terugslaat of terugvecht, vinden mensen dit dan aanvaardbaar? (Ja.) Maar is dit bij God een principe voor hoe men met mensen omgaat? (Nee.) Onder de mensheid kan iedereen wraak nemen en is iedereen daartoe in staat; iedereen heeft het instinct om wraak te nemen, evenals de bedoeling en het verlangen om wraak te nemen. Als iemand je verbaal heeft beledigd of je heeft gekwetst, zul je, zelfs als je nu meteen geen wraak kunt nemen, toch naar een kans zoeken om dat te doen, om hem te laten weten dat je waardigheid hebt, dat je niet iemand bent met wie te sollen valt, dat je geen dwaas bent, en dat je het verstand van normale menselijkheid hebt en dingen kunt waarnemen en oordelen kunt vellen. Hoe ontstaan deze gedachten om wraak op mensen te nemen dan? Komen ze voort uit het geweten en verstand van normale menselijkheid, of uit de onstuimigheid van satanische verdorven gezindheden? (Uit de onstuimigheid van satanische verdorven gezindheden.) Dit is overduidelijk. Als iemand door anderen wordt gepest, misbruikt of bedrogen, zal hij, wanneer hij geen status heeft, niet de kans hebben om wraak te nemen, en zullen zijn omstandigheden het niet toelaten. Dus zal hij al deze dingen in zijn hart begraven, waar ze in een soort haat veranderen. Vanwege deze haat, en omdat hij deze oneerlijke behandeling heeft gekregen, kan hij vijandig worden tegenover de maatschappij, tegenover de mensheid en tegenover iedereen die hij als een vijand beschouwt. Wanneer iemand status heeft, wanneer de omstandigheden het toelaten en hij de kans heeft om dat te doen, is hij in staat om wraakacties te plegen, waardoor degenen die hem ooit hebben gekwetst of op hem hebben neergekeken zijn vergelding ondergaan en hun verdiende loon krijgen. Hij vindt dat op deze manier leven betekent dat hij ruggengraat heeft, en dat hij zich eindelijk van deze wrok heeft bevrijd. Onder de mensheid zal iedereen die dit doet niet door de maatschappij of door zijn geweten worden veroordeeld. Mensen geloven dus dat wraak nemen niets ongepasts of beschamends is, en ze beschouwen het ook niet als iets positiefs of negatiefs. Vanaf het Tijdperk van Genade tot aan deze fase van het werk, kun je echter in alle woorden die door God gesproken zijn, geen enkele zin vinden die mensen vertelt om op anderen wraak te nemen. God heeft mensen nooit verteld: “Als iemand je kwetst, of als iemand je heeft bedrogen, moet je wraak nemen, moet je het hem betaald zetten, oog om oog, tand om tand.” Is wraak nemen een van de principes voor hoe je met mensen moet omgaan die God je heeft verteld? (Nee.) Wat vertelde God de mensen in het Tijdperk van Genade over hoe ze met anderen moesten omgaan? Met geduld, tolerantie en liefde. Wat nog meer? (Heb je vijanden lief, en als iemand je op je linkerwang slaat, keer hem dan ook de rechterwang toe.) Wat nog meer? Vergeef anderen zeventig maal zeven keer. Het getal ‘zeventig maal zeven’ is slechts representatief; het betekent niet echt zoveel keer. God zegt dit opdat je al degenen die je iets verkeerds hebben aangedaan zou vergeven, opdat je hen een oneindig aantal keren zou vergeven; dit is een principe. Geduld, tolerantie, eerbied, je vijanden liefhebben, de rechterwang toekeren wanneer je op de linker wordt geslagen, en anderen zeventig maal zeven keer vergeven – dit is waar in het Tijdperk van Genade vaak over werd gesproken. Kunnen de principes voor de omgang met mensen dan uit deze woorden worden afgeleid? Welke principes vereist God dat mensen volgen in de omgang met anderen? Omvatten ze oog om oog, tand om tand? (Nee.) Omvatten ze iemand een koekje van eigen deeg geven? (Nee.) Omvatten ze wraak nemen? (Nee.) Ze omvatten niets van dit alles. Hoewel elk van deze dingen die God in het Tijdperk van Genade zei een specifiek type gedrag en beoefening is, zijn het allemaal de principes voor de omgang met anderen die God de mensen vertelt. Dus, wat vertelt God de mensen in deze fase van het werk in de laatste dagen over hoe ze met anderen moeten omgaan? Dat we mensen eerlijk moeten behandelen, dat we naar hun sterke punten en verdiensten moeten kijken, niet naar hun tekortkomingen en zwakheden. Wat nog meer precies? Dat we anderen niet mogen bedriegen, niet met hen mogen ruziën of hen aanvallen, en dat we harmonieus met anderen moeten samenwerken. Zijn dit allemaal specifieke principes voor hoe men met mensen moet omgaan? (Ja.) Ongeacht het tijdperk is er niet één van de specifieke principes die God geeft voor de omgang met anderen dat zegt dat mensen wraak moeten nemen. Geen enkel principe zegt: “Als iemand je kwetst, kwets hem dan; als iemand je slaat, moet je terugslaan; als iemand je een klap geeft, geef hem dan een klap terug; als iemand je uitscheldt, scheld dan terug.” God heeft nog nooit zoiets gezegd. God vraagt je om harmonieus met anderen samen te werken en mensen eerlijk te behandelen. De andere persoon is misschien iemand op wie je neerkijkt, iemand die je ooit heeft gekwetst of bedrogen, of iemand die je heeft aangevallen of over je heeft geoordeeld. Maar zolang het iemand is die oprecht in God gelooft, behoor je hem eerlijk te behandelen en harmonieus met hem samen te werken. Dit is het principe, en dit is het principe dat iemand met normale menselijkheid zou moeten bezitten en naleven in de manier waarop hij met anderen omgaat. Mensen met het geweten en verstand van normale menselijkheid zullen deze waarheidsprincipes aanvaarden en het eerlijk behandelen van anderen in praktijk brengen. Degenen die het geweten en verstand van normale menselijkheid niet bezitten, zullen deze woorden, wanneer ze die horen, als een soort doctrine of religieuze leer behandelen. Als iemand inbreuk maakt op de belangen, trots, status of waardigheid van mensen die de waarheid niet kunnen aanvaarden, zullen zij hun eigen onstuimigheid blootleggen. Niet alleen zullen ze wraak nemen en vergelding eisen van de andere partij, maar ze zullen het de andere partij zelfs dubbel en dwars betaald zetten, en steeds verder gaan in hun vergelding. Als iemand hen heeft gekwetst, hen heeft beledigd, hen heeft gekrenkt door hun geen respect te tonen, of enige verbale of zelfs fysieke ruzies met hen heeft gehad, zullen ze wraak nemen en het hun dubbel en dwars betaald zetten. Ze zijn simpelweg niet in staat om de principes na te leven die God vereist voor de omgang met mensen.

Er zijn ook veel echte voorbeelden die betrekking hebben op het onderwerp dat de geïncarneerde God geen wraak neemt op mensen. Gods vereiste voor mensen wat betreft hoe ze met anderen omgaan, is dat ze zich moeten houden aan het principe van geen wraak nemen, omdat de geïncarneerde God dit soort normale menselijkheid, en dit soort menselijkheidsessentie bezit in Zijn werkelijke leven en werkomgeving. Wat betekent het dat Hij dit soort menselijkheidsessentie bezit? Het betekent dat Hij Zich strikt kan houden aan een dergelijk principe van zelf-gedrag in hoe Hij met mensen omgaat, en Zich strikt kan houden aan dit principe van zelf-gedrag in hoe Hij onder de mensheid en onder groepen mensen leeft. Dit is omdat Hij een dergelijke levensessentie heeft, en het is ook omdat Hij een dergelijke levensessentie heeft dat Hij een dergelijke werkelijkheid in Zijn leven heeft. De geïncarneerde God leeft praktisch onder de mensen; Hij leidt een echt leven waarin Hij met mensen omgaat en communiceert – Hij leeft niet in een vacuüm. Door in het vlees te leven, zal Hij onvermijdelijk met mensen in contact komen, met hen communiceren en met hen omgaan. Wanneer Hij met de verdorven mensheid communiceert en omgaat, zal Hij onvermijdelijk oneerlijk worden behandeld, respectloos worden bejegend, worden gediscrimineerd, bedrogen, gepest en beoordeeld op manieren die niet stroken met de werkelijkheid. Hoe benader Ik dit soort oneerlijke behandeling? Tijdens al deze jaren dat ik onder de mensen leefde, om nog maar te zwijgen van de verschillende soorten van oneerlijke behandeling die Ik onder ongelovigen heb ondergaan, alleen al wat betreft de gezinsomgeving, de plaatselijke kerk en alle leiders en werkers op een hoger niveau en gewone broeders en zusters met wie Ik in contact kon komen, vertel Mij, was iedereen in staat Mij eerlijk te behandelen? (Nee.) Absoluut niet. Ik ben net als jullie – Ik ben een gewone gelovige geweest, en Ik heb ook deel uitgemaakt van een gezin. Toen Ik deel uitmaakte van een gezin, onderging Ik allerlei soorten oneerlijke behandeling. In een gezin, onder broers en zussen, heeft degene die het meest dwingend is het laatste woord, en wordt degene die argeloos en bezonnen is, altijd gepest en oneerlijk behandeld. Binnen de gezinsomgeving herinner Ik Me enkele specifieke incidenten. Als je bij deze incidenten dominant en onredelijk was en ophef maakte, werd je niet gepest of oneerlijk behandeld. Maar als je bezonnen was en deze incidenten rationeel behandelde, werd je gepest. Als anderen ophef maakten en onredelijk waren, maakten ze met geweld misbruik van je en gedroegen ze zich schaamteloos. Ik weet niet hoe Ik Me schaamteloos moet gedragen; Ik weet alleen hoe Ik bezonnen moet zijn en zulke zaken rationeel moet behandelen, maar bezonnen zijn betekende dat Ik zou worden gepest. Kijk naar deze wereld: om welke groep mensen het ook gaat, eerlijkheid en rechtvaardigheid hebben geen macht. Wie zich schaamteloos kan gedragen, ophef kan maken en onredelijke argumenten kan doordrukken, krijgt de overhand. Hoe meer bezonnen je bent, en hoe meer je eerlijkheid, geweten en rationaliteit waardeert, des te moeilijker zal het voor je zijn om voet aan de grond te krijgen, en des te meer zul je worden gepest. Zo was het ook voor Mij binnen het gezin; Ik werd gepest door andere gezinsleden. In de plaatselijke kerk waren er ook sommige mensen die Mij altijd discrimineerden. Ik had hen niet beledigd of gekwetst. Alleen maar omdat Ik in die tijd jong was, een beetje proactief en enthousiast handelde, en bereid was om bijeenkomsten bij te wonen en aan verschillende activiteiten deel te nemen, keken sommige mensen altijd met vooroordelen naar Mij en wierpen ze Mij kwaadwillige blikken toe. Bovendien scholden ze Mij uit en oordeelden ze over Mij achter Mijn rug om, waarbij ze allerlei nare dingen zeiden. Later, toen Ik naar kerken op andere plaatsen ging en daar samenwoonde met de plaatselijke broeders en zusters, was het hetzelfde. Wat Ik ook deed, sommige mensen ontwikkelden noties, en sommigen bespotten Mij zelfs, kleineerden Mij en oordeelden over Mij achter Mijn rug om. Welke oneerlijke behandeling Ik ook kreeg, door de jaren heen heb Ik nooit wraak genomen op iemand die Mij ooit heeft gekwetst. Hoewel sommige mensen Mij misschien hebben uitgescholden of over Mij hebben geoordeeld, of zelfs heel nare dingen over Mij hebben gezegd, heb Ik nooit wraak op hen genomen. Wat betekent het om geen wraak te nemen? Welke vormen van gedrag vallen onder wraak nemen? Er zijn veel vormen van gedrag die neerkomen op wraak nemen. Eén soort wraak zou zijn om mensen hun misstappen uit het verleden onder de neus te wrijven, hen te laten weten dat Ik nu status heb, hoe Ik Me voelde toen ze Mij in het verleden uitscholden en over Mij oordeelden, en dat nu Ik status heb, het maar al te gemakkelijk zou zijn als Ik hen wilde aanpakken en wraak op hen wilde nemen. Maar dat heb Ik nooit gedaan, en dat zal Ik ook niet doen. Waarom zal Ik dat niet doen? Ik heb principes in Mijn hart voor de omgang met allerlei soorten mensen. Als iemands menselijkheid slecht is en hij een kwaadaardig persoon is, is het niet erg als hij Mij kwetst. Maar als hij de kerk verstoort, de belangen van Gods huis schade toebrengt, de bestuurlijke decreten van de kerk schendt, kerkelijke principes schendt of tegen werkregelingen ingaat, zal Gods huis, aangezien het bestuurlijke decreten heeft, hem natuurlijk aanpakken. Als de broeders en zusters blind zijn en geen onderscheidingsvermogen hebben, en hem tot leider willen verkiezen, zal Ik met hen communiceren over de principes van Gods huis voor het verkiezen van leiders. Als de broeders en zusters onderscheidingsvermogen hebben als het om deze persoon gaat, kunnen ze hem vragen zich uit de verkiezing terug te trekken; als ze geen onderscheidingsvermogen hebben en hem verkiezen, laat hem dan proberen een leider te zijn. Zodra de broeders en zusters genoeg hebben geleden, zullen ze vanzelf in staat zijn hem te onderscheiden en zullen ze hem ontheffen. Enerzijds stelt dit de broeders en zusters in staat een les te leren; ze kunnen leren hoe ze mensen moeten onderscheiden en kennen. Anderzijds is dit het strikt naleven van de bestuurlijke decreten van Gods huis en de principes van Gods huis voor de omgang met allerlei soorten mensen. En er is hier nog een punt dat nog belangrijker is: Gods huis, de kerk, is een plek waar de Heilige Geest werkt, waar God de macht heeft; het is het huis van God. Wat betekent het dat het het huis van God is? Het betekent dat de waarheid de macht heeft, wat op zijn beurt betekent dat de waarheid hier het laatste woord heeft. Iedereen die naar de kerk komt, heeft een passende uitkomst en bestemming. Of iemand nu behouden wordt, vertrekt of blijft, in wat voor omgeving iemand zich ook bevindt, en hoe Gods huis met hem omgaat – God heeft voor dit alles Zijn timing. Het feit dat iemand Mij heeft gekwetst, Mij heeft beledigd, Mij heeft uitgescholden, of Mij erin heeft geluisd en achter Mijn rug om over Mij heeft geoordeeld, telt in Mijn ogen niet als het schenden van principes. Wat is het schenden van principes dan? Dat is de belangen van Gods huis schade toebrengen en de bestuurlijke decreten schenden. De waarheid heeft de macht in Gods huis. Vroeg of laat zullen kwaadaardige mensen vergelding ontvangen; iedereen zal de straf ontvangen die hij verdient op grond van zijn daden. De omgang met allerlei soorten mensen is de zaak van de kerk en het werk dat leiders en werkers behoren te doen; het is niet nodig dat Ik dat rechtstreeks doe. Dit is Mijn principe voor de omgang met dit soort dingen. Ongeacht wat iemand in het verleden ook tegen Mij heeft gedaan of gezegd, of het nu respectvol of beledigend was, of het nu gepast of ongepast was, kan Ik hem eerlijk behandelen. Zolang je het kerkleven in Gods huis leidt, of als je nog maar kort in God gelooft en de waarheid niet begrijpt, en het werk van de Heilige Geest nog niet tot die fase is gevorderd, dan kun je in Gods huis blijven. Voordat de tijd aanbreekt om de uitkomsten van mensen eindelijk bekend te maken, kan Ik wachten. Ik zal niet alleen je houding ten opzichte van Mij als voldoende bewijs gebruiken om je uitkomst te bepalen. Daarom zal Ik geen wraak nemen op iemand die Mij ooit heeft gekwetst; Ik zal hem volgens principes behandelen.

Ik ben in de kerk met sommige mensen in contact gekomen; sommigen van hen spreken nogal onbeleefd en zonder respect tegen Mij. Toen Ik zag dat ze deze houding ten opzichte van Mij hadden, negeerde Ik hen. Vertel Mij, betekent dat dat Ik een slechte houding ten opzichte van hen had? (Nee.) Had Ik hen dan vanwege hun houding moeten snoeien en disciplineren? Ik heb zoiets eigenlijk nog nooit gedaan. Wat er uiteindelijk gebeurde, was dat sommige broeders en zusters het niet meer konden verdragen. Ze namen het voor Mij op en zeiden: “Hoe kan deze persoon deze houding hebben wanneer hij tot God spreekt? Zuiver hem weg!” De broeders en zusters waren erg verontwaardigd. Op basis van het consistente gedrag van die persoon hebben ze hem volgens de principes weggezuiverd. Toen Ik zag dat de broeders en zusters hem hadden weggezuiverd, wist Ik in Mijn hart: ‘Het lijkt erop dat de gebruikelijke uitingen van menselijkheid van deze persoon niet zo geweldig zijn. De broeders en zusters zouden hem niet aanpakken alleen maar omdat hij een slechte houding ten opzichte van Mij had; vermoedelijk is het gedrag van deze persoon op de meeste gebieden slecht.’ De kerk handelde volgens principes door hem aan te pakken; Ik had hier niets op aan te merken. Ik respecteer hoe de broeders en zusters ervoor kozen het aan te pakken, en Ik respecteer hun beslissing. Maar dit respect is niet omdat jullie iemand hebben aangepakt die onbeleefd tegen Mij was – wat Ik respecteer zijn de principes van de kerk voor de omgang met mensen. Vertel Mij, is dit principe van hoe Ik met mensen omga juist? (Ja.) Als het gaat om hoe men met mensen moet omgaan, heb Ik plaatselijke kerkleiders nooit verteld om degenen die in het verleden over Mij oordeelden of Mij verbaal beledigden, aan te pakken. Integendeel, als een plaatselijke kerk bepaalde individuen onder hen bevordert en verkiest tot evangelieleiders of leiders en werkers, sta Ik dat niet in de weg; Ik geef hun een kans. Dit geldt vooral voor mensen in de kerk van Mijn geboorteplaats – ze doen gewoon de plichten die ze behoren te doen. Ik heb niemand gemachtigd om wraak te nemen op degenen die Mij ooit hebben gekwetst of beledigd; Ik heb absoluut nog nooit zoiets gedaan. Hoe kijk Ik hier in Mijn hart tegenaan? Als zulke mensen de waarheid echt nastreven en hun gezindheden veranderen, is er hoop dat ze redding kunnen verkrijgen. De nare dingen die ze eerder tegen Mij zeiden, waren allemaal problemen van hun menselijkheid, veroorzaakt door hun verdorven gezindheden. In die tijd begrepen ze de waarheid niet, en hadden ze allemaal venijnige gezindheden. Het was onvermijdelijk dat ze enkele nare dingen zeiden en enkele ongepaste dingen deden tegen degenen op wie ze neerkeken. Vooral wanneer degenen op wie ze jaloers waren of op wie ze neerkeken werden bevorderd, ontstond er afgunst, jaloezie en haat in hun hart. Dan overheersten hun verdorven gezindheden hen en zetten hen ertoe aan te handelen, en spraken ze duivelse woorden. Dit werd veroorzaakt door hun verdorven gezindheden, en hun ambities en begeerten. Gekoppeld aan het feit dat ze in het geheel geen Godvrezend hart hadden, konden ze de naarste dingen zeggen; ze zeiden alles wat hen hielp hun woede te uiten, alles wat hun haatgevoelens kon verlichten, en alles wat hen in staat stelde hun doelen te bereiken. Wat voor nare dingen mensen ook hebben gezegd of wat voor slechte dingen ze ook achter Mijn rug om hebben gedaan, als het binnen de reikwijdte van de normale onthulling van verdorven gezindheden valt en iets is wat God kan vergeven, dan zal God, aangezien God soevereiniteit heeft over alle dingen, hun kansen geven, en toestaan dat ze worden bevorderd, gecultiveerd en gebruikt, en kunnen sommige mensen zelfs worden vervolmaakt. Als deze onthullingen echter de reikwijdte van de verdorven gezindheden van normale menselijkheid overschrijden en door God worden veroordeeld, dan is het, aangezien God dit alles nauwkeurig onderzoekt, aan God wat Hij met deze mensen zal doen, of wat Hij voor hen zal regelen en hoe Hij met hen zal omgaan. Ik hoef Me hier geen zorgen over te maken, noch hoef Ik in te grijpen. Daarom voel Ik een beetje verdriet of droefheid in Mijn hart, wanneer Ik een of andere oneerlijke behandeling onderga of woorden hoor die Mij aanvallen en Mij veroordelen, maar zal Ik geen principes schenden om iets te doen. Niet alleen onthoud Ik deze dingen, maar Ik kijk ook verder naar de menselijkheidsessentie van deze mensen die door hun gedrag wordt blootgelegd. Wat betreft welk oordeel er uiteindelijk wordt geveld over al deze gedragingen en onthullingen van hen, hun menselijkheid en hun gezindheidsessentie, en wat hun uiteindelijke uitkomst zal zijn, heb Ik echter slechts één manier om ermee om te gaan: Ik laat het allemaal aan God over. Dit is omdat God soeverein is over alle dingen, ieders lot in Gods handen ligt, en God soeverein is over het lot van alle mensen. Ik bepaal geen van jullie uitkomsten. Hoewel Ik dit alles kan doorzien, het in Mijn hart kan definiëren en er oordelen over kan vellen, en in Mijn hart een mening over jou heb, kenmerk Ik je nooit in het openbaar; dat doe Ik niet. Als de kerk je wil aanpakken, kan Ik Mijn mening geven, maar Ik grijp niet in en sta de manier waarop de kerk je aanpakt niet in de weg. Tegelijkertijd bemoei Ik Me niet met Gods Geest die Zijn soevereiniteit over jou uitoefent. Ik behandel mensen op basis van deze principes, dus de oneerlijke dingen die Mij zijn aangedaan en de nare dingen die tegen Mij zijn gezegd door degenen die met Mij zijn omgegaan, stoppen bij Mij en gaan geen centimeter verder. Wat betekent het dat ze geen centimeter verder gaan? Het betekent dat, wie er ook nare dingen over Mij heeft gezegd, Mij heeft gepest, Mij heeft beledigd of Mij heeft gekwetst, Ik het nooit bij iemand ter sprake heb gebracht, laat staan dat Ik wraak op hem heb genomen. Sommige mensen zeggen: “Het is al vele jaren geleden – is het zo dat U deze mensen bent vergeten?” In iemands leven zullen er altijd enkele dingen zijn die een diepe indruk achterlaten en nooit vergeten kunnen worden. Het is niet zo dat Ik deze dingen ben vergeten, noch is het zo dat Ik ze niet kan aanvoelen, laat staan dat Ik ze niet begrijp. Ik ben in staat om geen wrok te koesteren en geen wraak te nemen, omdat Mijn hart verstoken is van zulke dingen als wrok en wraak; dit is Mijn principe geworden voor hoe Ik met mensen omga. Eén aspect van dit principe is iedereen eerlijk behandelen. Het lot van alle mensen ligt in Gods handen. Ieders uitkomst en bestemming houden verband met wat ze hebben gedaan, hun uitingen, hun houding ten opzichte van de waarheid en ten opzichte van God, en het pad dat ze bewandelen; ze worden door deze factoren bepaald. Wat iemand Mij heeft aangedaan, is geen norm of factor voor het meten van zijn uitkomst en bestemming. Daarom is het belangrijkste punt, als het gaat om geen wraak nemen, dat Ik Mijn principes heb voor hoe Ik met allerlei soorten mensen omga. Als jij Mij hebt gekwetst, Mij hebt geschaad, Mij hebt bedrogen, of Mij zelfs hebt beledigd of uitgescholden, zal Ik niet Mijn toevlucht nemen tot wraak op jou, omdat wraak nemen niet Mijn principe is voor hoe Ik met mensen omga, noch is het het principe dat God mensen leert voor hoe ze met anderen moeten omgaan. Daarom heeft God, voordat God mensen de principes geeft voor hoe ze met anderen moeten omgaan, ook Zijn eigen principes voor hoe Hij met mensen omgaat. In Gods woorden, en in alle principes die God mensen leert, bestaat er niet zoiets als het principe van wraak nemen op anderen. Zouden jullie zeggen dat dit het geval is? (Ja.) Zijn de principes waarmee Ik allerlei soorten zaken aanpak en met allerlei soorten mensen omga in strijd met de waarheidsprincipes waarover Ik door de jaren heen heb gecommuniceerd? (Nee.)

De geïncarneerde God is in staat om in Zijn normale menselijkheid geen wraak te nemen – is het gemakkelijk voor verdorven mensen om hetzelfde te doen? (Nee.) Waarom is het niet gemakkelijk? (Wanneer ze met andere mensen omgaan, vertrouwen verdorven mensen meestal op hun verdorven gezindheden en onstuimigheid, dus zijn ze nogal geneigd om wraak te nemen op anderen.) Verdorven mensen hebben een venijnige gezindheid, dus zijn ze niet in staat om zich ervan te onthouden wraak te nemen. Ze weten welke principes God de mensen geeft voor hoe ze met anderen moeten omgaan, maar ze kunnen zich er niet aan houden, omdat ze een venijnige gezindheid hebben. Zelfs als je niet de bedoeling hebt om hen te kwetsen wanneer je spreekt, zullen ze, als je niet oppast en ook maar één ding zegt dat hen kwetst, uit vernedering in woede uitbarsten en wraak op je willen nemen. Ze zullen ook proberen het op te blazen om je aan te vallen; ze zullen je achter je rug om zwartmaken en belasteren, en kwaad over je spreken tegen anderen, door te zeggen hoe ambitieus en slinks je bent, terwijl dat in werkelijkheid helemaal niet het geval is. Je zei alleen maar onbedoeld iets dat hen kwetste; je had geen enkele kwade bedoeling, en toch kunnen ze wraak op je nemen. Zie je, is de venijnige gezindheid van zulke mensen niet beangstigend? (Ja.) Sommige mensen kunnen, om wraak te nemen op anderen, onredelijk zijn, zich schaamteloos gedragen, en zelfs driftbuien krijgen en veel ophef maken; dit is niet in overeenstemming met principes. Verdorven mensen gedragen zich vaak zo, toch? Hoe gedraag Ik Mij wanneer Ik geconfronteerd word met de mogelijkheid om wraak te nemen? Hoe anderen Mij ook behandelen, Ik neem geen wraak op hen, noch gedraag Ik Mij schaamteloos. Wanneer dan ook, Mijn principes voor zelf-gedrag kunnen niet veranderen. Ik moet redelijk zijn, en Ik moet Mij gedragen en dingen doen binnen de reikwijdte van de rationaliteit van menselijkheid. Ik kan niet Mijn toevlucht nemen tot methoden die verstoken zijn van menselijkheid om wraak op je te nemen, alleen maar omdat je irrationeel bent en geen menselijkheid hebt; dat zou ongepast zijn. Ik moet vasthouden aan Mijn taak en vasthouden aan Mijn principes voor zelf-gedrag. Ik zal Mijn principes voor zelf-gedrag niet opgeven, alleen maar omdat je geen menselijkheid hebt en je niet gedraagt zoals een mens zich zou moeten gedragen. Ik zal Mij nog steeds gedragen zoals Ik Mij behoor te gedragen; Mijn principes voor zelf-gedrag blijven onveranderd. Dit is precies hoe Ik Mij thuis gedroeg. Als het ging om dingen als de afwas doen, het huis opruimen en schoonmaken, hoeveel ophef anderen ook maakten of hoe onredelijk ze ook waren, deed Ik nog steeds wat Ik moest doen, en nam Ik nooit wraak op iemand omdat Ik een oneerlijke behandeling had gekregen. Welke titel gaven Mijn ouders Mij uiteindelijk? Ze zeiden dat Ik edelmoedig was. Tot op de dag van vandaag herinner Ik Mij deze woorden duidelijk. Dit is Mijn principe voor de omgang met mensen, en het blijft tot op de dag van vandaag onveranderd. Niet alleen gedroeg Ik Mij thuis op deze manier, maar later, toen Ik naar verschillende kerken ging en in contact kwam met broeders en zusters, veranderde dit principe ook niet. Vertel Mij, wordt dit bepaald door menselijkheidsessentie? (Ja.) Kunnen jullie dit bereiken? (Nee.) Het is moeilijk, toch? Je zou het niet kunnen bereiken, zelfs niet als je jezelf zou uitputten in pogingen. Mensen willen alleen maar vechten voor hun trots en hun zaak bepleiten, maar ze vergeten de grenzen en principes voor zelf-gedrag. Niemand heeft zich ooit gehouden aan de grenzen en principes voor zelf-gedrag. Waarom houdt niemand zich daaraan? Omdat wat in mensen leeft verstoken is van normale menselijkheid en principes. Het leven van mensen bestaat uit hun verdorven gezindheden, die van Satan komen. Wat je ook doet, het principe dat je gedrag beheerst en leidt, komt altijd voort uit verdorven gezindheden. Welke redenering je ook gebruikt of wat de basis van je handelingen ook is, het komt allemaal voort uit verdorven gezindheden. Daarom is het omgaan met mensen volgens principes te moeilijk voor verdorven mensen. Zie je, klinken deze dingen uit het leven waarover Ik spreek niet heel gewoon? Maar je op deze manier gedragen onder de verdorven mensheid wordt gekenmerkt als edelmoedig zijn. Deze eigenschap van edelmoedig zijn is iets wat de meeste mensen niet eens hebben en niet kunnen bereiken, laat staan dat ze enige eerbied kunnen tonen. Ze schieten te veel tekort om volgens principes met anderen om te kunnen gaan, want deze dingen zijn simpelweg niet aanwezig in de verdorven menselijkheid. Het is niet zo dat mensen niet kunnen vasthouden aan principes, maar veeleer dat ze geen principes hebben. Wat je ook zegt of doet, of wat je ook tegenkomt, je verdorven gezindheden worden onthuld. Je persoonlijke voorkeuren, gevoelens, belangen, ijdelheid en trots, verlangen naar roem, gewin en status, je ambities en begeerten, en zelfs je verlangen om wraak te nemen en achter mensen aan te gaan, laten zich allemaal zien. Deze dingen krijgen de overhand en beheersen wat je zegt en doet, wat aantoont dat je hart volledig in beslag wordt genomen door deze verdorven gezindheden. Wanneer je dus verlies lijdt, kun je je woede niet inslikken; je staat erop te vechten om te zien wie er als winnaar uit de bus komt voordat je het opgeeft. Wat gebeurt er uiteindelijk? Om je trots terug te winnen, je waardigheid te herstellen en je eigen belangen veilig te stellen, zul je de grenzen van het geweten doorbreken en verwoed wedijveren en vechten met de andere partij, en zelfs zonder scrupules wraak nemen, waarbij je tot elke laagheid vervalt. En wanneer je wraak neemt, scheld je hen uit totdat je rood ziet. Hoe meer je hen uitscheldt, hoe minder je het gevoel hebt dat het je haat verzacht; hoe meer je hen uitscheldt, hoe groter je woede wordt; hoe meer je hen uitscheldt, hoe dieper je haat groeit, en dan is het tijd om op de vuist te gaan. Zodra er een fysiek gevecht uitbreekt, wordt er vijandschap geboren; de situatie is niet meer te redden, en er is geen weg terug meer. Wraak nemen is dus in wezen het exclusieve domein van de verdorven mensheid. Het feit dat je wraak kunt nemen, bewijst dat je geweten en verstand geen controle over je hebben. Bovendien bezitten sommigen van jullie simpelweg geen geweten en verstand. Wanneer je dus een of andere situatie tegenkomt, zolang de andere partij je belangen schaadt of je trots kwetst, ben je niet alleen niet in staat om hen volgens principes te behandelen, maar neem je ook zonder scrupules wraak, waarbij je de grenzen van geweten en moraliteit doorbreekt om dat te doen, en zelfs denkt dat je wraak bijzonder gerechtvaardigd is. Je vervangt waarheidsprincipes en de principes voor zelf-gedrag voortdurend door slechte daden. Wat je uitleeft is het gezicht en de verschijning van een duivel, en toch heb je nog steeds het gevoel dat je hebt gewonnen en een voordeel hebt behaald. Hoe kijkt God hier in werkelijkheid tegenaan? Wat voor soort gedrag en welke manier van zich gedragen zijn positieve dingen in Gods ogen, en worden door God erkend? Dit is het meest cruciale en het belangrijkste. Oppervlakkig gezien, omdat sommige mensen erg sluw zijn, welsprekend zijn, weten hoe ze hun ijdelheid en trots moeten veiligstellen, weten hoe ze gelegenheden moeten vinden om wraak te nemen op mensen, en weten hoe ze veel ophef moeten maken en zich schaamteloos moeten gedragen, lijden ze nooit verlies, wat ze ook tegenkomen, en kunnen ze genieten van comfort en gemak, zonder enige pijn te hoeven lijden. Ze kunnen terugslaan naar wie hen ook provoceert of kwetst, en zo zowel uiterlijk prestige als daadwerkelijke voordelen behalen, waarbij ze nooit toestaan dat hun trots een klap krijgt. Ze zullen de waarheid echter nooit aanvaarden of mensen volgens principes behandelen, en kunnen zelfs dingen doen die de grenzen van geweten en moraliteit overschrijden. Wraak nemen en mensen kwetsen om je eigen trots en belangen veilig te stellen, zijn in Gods ogen allemaal slechte daden. Je hebt misschien je ijdelheid en trots veiliggesteld en je vleselijke belangen behouden, maar je hebt je nooit gedragen of mensen behandeld volgens de principes die God leert. Hoe kijkt God hier dan tegenaan? Je hebt nog nooit Gods goedkeuring voor Hem verkregen. Je bent te sluw en een echte intrigant. Je wedijvert om uiterlijk prestige, daadwerkelijke voordelen en persoonlijke belangen, en vecht voor je trots. Om je ijdelheid en trots veilig te stellen, neem je de principes voor zelf-gedrag die God je leert nooit ter harte, en houd je je er nooit aan. Daarom bezitten sommige mensen, hoewel hun vleselijke belangen ogenschijnlijk helemaal geen verlies hebben geleden, en het lijkt alsof ze een bijzonder succesvol, prachtig en respectabel leven leiden, niet het minste beetje van de levengevende waarheid van Gods woorden; ze hebben die niet verkregen. Ze hebben ook niet het vermogen om dingen te bevatten; ze kunnen het niet bevatten en begrijpen het niet. Is dit niet een verlies lijden wat iemands leven betreft? (Ja.) Ze hebben de waarheid niet verkregen, hun leven heeft verlies geleden, en God zegent hen niet, en toch vinden ze nog steeds dat ze heel slim zijn, en dat ze geen enkel verlies hebben geleden. Zulke mensen zijn de grootste dwazen!

Begrijpen jullie door de principes die de geïncarneerde God hanteert in Zijn omgang met mensen, een beetje beter hoe Ik Mij in het dagelijks leven gedraag? (Ja.) Is het jullie dan ook een beetje duidelijker aan welke principes jullie je moeten houden in de omgang met mensen? (Ja.) Zelfs als sommige mensen denken dat je zwak en laf bent en gemakkelijk over je heen laat lopen, en je kunt voelen dat ze zo denken – en dit ook is hoe ze je behandelen – moet je je nog steeds houden aan het principe om mensen eerlijk te behandelen. Als je in staat bent hen te helpen, moet je over de waarheid communiceren om hen te helpen; als het geen mensen zijn die de waarheid aanvaarden, of mensen die positieve dingen liefhebben, moet je hen nog steeds correct behandelen volgens principes. Te allen tijde geloof Ik stellig, in ruimere zin gesproken, dat God soeverein is over alles en over het lot van alle mensen. Ik ben er in Mijn hart zeker van dat het lot van de mensheid, het lot van elke afzonderlijke mens, in Gods handen ligt, dat niemand aan Gods soevereiniteit en orkestratie kan ontsnappen, en dat niemand aan het nauwkeurig onderzoek van Gods ogen kan ontsnappen. Vanuit een nauwer perspectief bekeken, is Gods huis een plek waar Gods woorden de macht hebben en waar de waarheid de macht heeft. Om specifieker te zijn: Gods huis heeft bestuurlijke decreten, de kerk heeft regels en er zijn in elke periode werkregelingen. Wat betreft de manier waarop Gods huis allerlei soorten mensen behandelt, zal het hen zoveel mogelijk volgens de waarheidsprincipes behandelen, en absoluut niemand die verwijderd of aangepakt behoort te worden, door de mazen van het net laten glippen. Antichristen, kwaadaardige mensen en niet-gelovigen, evenals degenen die de waarheid niet liefhebben, degenen met een slechte menselijkheid en degenen die de waarheid niet nastreven, zijn in Gods ogen allemaal doelwitten voor eliminatie. Vroeg of laat zullen deze mensen worden geëlimineerd en verwijderd, terwijl degenen die de waarheid werkelijk nastreven, of die op zijn minst bereid zijn voor God te arbeiden en een redelijke menselijkheid hebben, de plicht van schepselen in Gods huis zullen blijven doen. Wat de mensenwereld betreft, is zij onderworpen aan Gods soevereiniteit; wat de kerk betreft, heeft Gods huis bestuurlijke regels en waarheidsprincipes. Dus, wat betreft de manier waarop andere mensen behandeld moeten worden, zijn dit de twee principes waaraan men zich moet houden. Is dit aspect jullie duidelijk? (Ja.) Wat betreft het in contact komen en omgaan met bepaalde mensen in het leven: als Ik onaangename situaties tegenkom of als iemand dingen zegt die niet stroken met Mijn gezichtspunten, zal Ik daar ook correct mee omgaan. Als Ik achteraf zorgvuldig overweeg wat je zei, erover nadenk en er bevestiging van krijg, en vaststel dat het juist is, dan zal Ik het aanvaarden; als wat je zei verkeerd is, zal Ik je ook volgens principes behandelen. Als er wrijving, conflict of narigheid is in de omgang met jou, en het verband houdt met waarheid, het kerkwerk of je verdorven gezindheden, zal Ik met je communiceren als de gelegenheid zich voordoet, zodat je de waarheid kunt begrijpen en de problemen die in jou bestaan duidelijk kunt zien. Als deze gelegenheid zich nooit voordoet of als het niet nodig is hierover met je te communiceren, kun je zelf zoeken, mocht je daartoe bereid zijn. Als je gezindheid behoorlijk arrogant is, of als je Mij recht in het gezicht brutaal toespreekt en Mij beledigt, wees dan gerust dat Ik je volgens principes zal behandelen. Ik zal je absoluut niet snoeien alleen maar omdat je Mij beledigt of in het verleden hebt beledigd; zoiets zou Ik niet doen. Als je Mij hebt beledigd, moet Ik kijken of het opzettelijk of onopzettelijk was. Als het onopzettelijk was, dan zal Ik doen alsof het nooit is gebeurd. Ik ga er dan gewoon van uit dat je dwaas was, dat het je aan rationaliteit ontbrak en dat je sprak zonder na te denken – toen je eenmaal sprak, wist je niet wat de aard van je woorden was, en wist je niet wat je zei; het was gewoon een hoop onzin. Als het echter opzettelijk was, dan moet Ik met iedereen over deze kwestie communiceren en ze bespreken, om te zien of je alleen tegenover Mij op deze manier denkt en handelt, dan wel of je vijandig staat tegenover veel mensen, tegenover de kerk en tegenover Gods huis; Ik moet begrijpen wat de specifieke situatie is. Als je alleen tegenover Mij vijandig bent, dan zal Ik je waarnemen; Ik zal je eerst de kans geven om berouw te tonen, en zal ook kijken wat voor soort persoon je werkelijk bent. Als je, naast het feit dat je vijandig bent tegenover Mij, ook vijandig bent tegenover Gods huis, de kerk en alle broeders en zusters, en altijd wilt zien dat Gods huis tot een mikpunt van spot wordt gemaakt en altijd wilt zien dat Ik tot een mikpunt van spot wordt gemaakt; als je klapt en juicht wanneer de grote rode draak en de religieuze wereld ongegronde geruchten over Mij verzinnen, en je die zelfs onder de broeders en zusters verspreidt, waarbij je Mij opzettelijk lastert en de broeders en zusters misleidt, dan zal Ik ook volgens principes handelen. Ik zal geen wraak op je nemen; Ik zal je aanpakken volgens de bestuurlijke decreten van Gods huis, wat eerlijk en redelijk is. Ik zal de leiders en werkers de bestuurlijke decreten laten opzoeken; Ik zal de mens die door de Heilige Geest wordt gebruikt deze zaak laten onderscheiden en aanpakken, en Ik zal de uiteindelijke afhandeling ervan overlaten aan de kerk en aan Gods huis. Ik doe dingen volgens principes; wees gerust, Ik behandel mensen met absolute eerlijkheid. Als iemand een goed iemand is die echt in God gelooft en de waarheid nastreeft, zal hij absoluut in Gods huis blijven. Maar als iemand een kwaadaardig iemand is die vijandig staat tegenover Gods huis en tegenover God, die van Satan is en die een kwaadaardige demon is, zal Gods huis zo iemand absoluut niet ongestraft laten. Begrijpen jullie dit? (Ja.) Als je in de categorie van antichristen, kwaadaardige mensen, kwaadaardige demonen of dienaren van Satan valt, dan zal Ik ook volgens principes handelen bij de manier waarop Ik je behandel; Ik zal je geen onrecht aandoen. Ik moet begrijpen of je Mij onopzettelijk hebt beledigd, of dat je gewoon een negatieve mening en negatieve opvattingen over Mij persoonlijk hebt – of het nu komt doordat Ik er gewoon uitzie, een gewoon en normaal uiterlijk heb, niet imposant ben, geen prestigieuze achtergrond heb, van eenvoudige afkomst ben en een gewone persoon ben, dat je op Mij neerkijkt en Mij herhaaldelijk beledigt en respectloze dingen zegt, dan wel of het komt doordat je slechte gedachten en vijandigheid koestert tegenover de hele kerk en Gods huis. Ik moet je leren kennen. Nadat je Mij hebt beledigd, moet Ik zien welke houding je achter de schermen hebt ten opzichte van de kerk, ten opzichte van de broeders en zusters, ten opzichte van je plicht en ten opzichte van de verschillende werkzaamheden van Gods huis. Zodra Ik een nauwkeurig inzicht in je heb verkregen, zal Ik je volgens principes aanpakken. Ik zal je absoluut geen onrecht aandoen; zelfs als je wordt verwijderd, betekent dat niet dat je daarmee onrecht wordt aangedaan. Gods huis zal je absoluut correct aanpakken. Maar voordat Ik je aanpak, zal Ik absoluut niet subjectief uit Mezelf zeggen: “Zuiver hem weg uit de kerk!” Dit zal Ik absoluut niet doen. Ik volg de procedures van Gods huis om Mij in deze zaak te verdiepen, deze te onderzoeken, aan te pakken en op te lossen, zodat uiteindelijk iedereen erkent dat deze zaak volgens principes is afgehandeld. Jullie kunnen kijken naar degenen die van hun plichten zijn ontheven, zijn aangepakt en zijn verwijderd, en zien of de manier waarop Gods huis hen heeft aangepakt iets te maken heeft met hun houding ten opzichte van Mij. Daarnaast geloven sommige mensen al verschillende jaren in God, en toch spreken ze nog steeds tegen Mij als ongelovigen. Ik voel een afkeer in Mijn hart wanneer Ik het hoor, maar Ik heb hen niet recht in hun gezicht gesnoeid, noch ben Ik ooit achter hen aangegaan. Er zijn ook sommige mensen die jong en onstuimig zijn, en iedereen met wie ze spreken aanspreken met ‘hé jij’, zonder enig gevoel voor fatsoen, en overkomen als mensen die nooit manieren hebben geleerd. Ik heb zulke mensen ook niet gesnoeid; zoiets heb Ik nog nooit gedaan. Kortom, ongeacht hoe lang jullie al in God geloven, of jullie enig fundament hebben, hoe jullie menselijkheid is, welke plicht jullie doen, of Ik jullie nu slechts één keer ben tegengekomen of vele malen met jullie ben omgegaan, bevat Ik jullie aard-essentie min of meer en heb Ik er een bepaalde kijk op, en van bepaalde individuen heb Ik zelfs een typering. Dat Ik iemands aard-essentie bevat en er een bepaalde kijk op heb, houdt geen verband met de uitkomst van die persoon, maar het feit dat Ik een typering van hem heb, doet dat wel. Hij heeft dit soort uitingen en onthullingen, dus heb Ik principes waarnaar Ik hem behandel en een typering van hem. Hoewel Ik principes voor mensen heb en hen kenmerk, heb je Mij ooit iemand zien aanpakken? Ik heb nog nooit iemand aangepakt. Ik wacht op Gods soevereiniteit en Zijn regelingen. Ook laat Ik deze zaken over aan de kerk; de kerk zal ze aanpakken volgens principes. Wat denken jullie van Mijn principe voor de behandeling van mensen? (Het stemt overeen met de waarheidsprincipes; dat wil zeggen, God is soeverein over alles en regelt alles.) Dat klopt, God is soeverein over alles en arrangeert alles; alles moet worden overgelaten aan Gods soevereiniteit en regelingen. Deze principes omvatten ook onderwerping aan de waarheid en onderwerping aan Gods orkestraties en regelingen. Niet alleen moeten jullie je hiervan bewust zijn en deze houding hebben, maar jullie moeten ook op deze manier handelen en dit in praktijk brengen.

De geïncarneerde God heeft Gods leven, en heeft de goddelijke essentie als Zijn leven. Allereerst mogen de principes, gezichtspunten en methoden die Hij heeft in alles wat Hij Zelf doet, de waarheidsprincipes niet schenden. Ongeacht hoe de persoonlijkheid en de manier van uitdrukken van Zijn normale menselijkheid zijn, of onder wat voor soort mensen Hij leeft, om te beginnen mogen de principes die Hij volgt de waarheidsprincipes niet schenden; ze zijn verenigbaar met Gods leven en Gods essentie. Aangezien de geïncarneerde God jullie leert hoe jullie je moeten gedragen, moet Hij om te beginnen Zelf zo'n persoon zijn – het is omdat Hij zo uitleeft en zo'n essentie heeft, dat Hij jullie kan leren zo'n persoon te zijn. Alleen al op dit punt heeft Gods geïncarneerde vlees voldoende vermogen en voorwaarden om jullie op het juiste pad van het menselijke leven te leiden, om jullie op de weg van de redding te leiden en om jullie voor God te brengen, waardoor jullie in staat zijn een houding en een aan God onderworpen hart te hebben. Als jullie deze woorden die Ik heb gesproken en deze preken die Ik heb gegeven in praktijk kunnen brengen en kunnen verkrijgen, dan kunnen deze woorden jullie voldoende in staat stellen om jullie verdorven gezindheden af te werpen en mensen te worden die God vrezen en het kwaad mijden. Gods geïncarneerde vlees leeft in normale menselijkheid en in het werkelijke leven, en hoewel deze manier van leven en deze vorm van bestaan slechts beperkt contact met mensen toelaten, zijn de verschillende principes die Hij volgt voor hoe Hij mensen behandelt tijdens de omgang met een beperkt aantal mensen, niet in tegenspraak of in conflict met de principes van zelf-gedrag die God de mens leert, maar zijn ze daarmee verenigbaar. Als het gaat om de onthullingen van normale menselijkheid of de onthullingen van verdorven gezindheden van allerlei soorten mensen, ongeacht of deze een belediging of een vorm van brutaliteit tegenover Mij persoonlijk zijn, en ongeacht of ze passen bij Mijn eigen persoonlijkheid, voorkeuren of gevoelens op dat moment, kan Ik daarom iedereen correct behandelen. Als je altijd aan Mij twijfelt, op je hoede bent voor Mij en plannen tegen Mij smeedt, of altijd denkt dat Ik plannen tegen jou smeed, kan Ik je nog steeds correct behandelen. Wat voor soort verdorven gezindheden je ook onthult, of je nu liegt, aan Mij twijfelt, over Mij speculeert, op je hoede bent voor Mij en Mij altijd wilt vermijden, of in je hart plannen tegen Mij smeedt, Ik kan je correct behandelen. Ik zal je methoden absoluut niet gebruiken om wraak op je te nemen – Ik zal niet handelen volgens het principe van oog om oog, tand om tand. Zelfs als Ik weet wat je denkt, en weet hoe je plannen tegen Mij wilt smeden en Mij wilt behandelen, en zelfs als Ik zie dat je Mij heel onvriendelijke blikken toewerpt, kan Ik je nog steeds correct behandelen. Wees gerust, Ik zal absoluut geen wraak op je nemen. Je hebt misschien het gevoel dat Ik, door geen wraak op je te nemen, eigenlijk op zoek ben naar een kans om je uit te buiten, en dat Ik plannen tegen je smeed. Je hebt het mis als je zo denkt; je speculeert over Mij. Ik heb jullie Mijn principes voor hoe Ik mensen behandel al verteld. Begrijpen jullie Mij nu? (Ja.) Dus, ben Ik heel gemakkelijk om mee om te gaan? Vinden mensen Mij gemakkelijk in de omgang? (God behandelt ons met oprechtheid, dus moeten we open en eerlijk tegen God zijn.) Dit principe is juist. Maar als je niet open en eerlijk kunt zijn, vertel Mij dan, zal Ik je snoeien en alle verwerpelijke dingen die je in het verleden hebt gedaan blootleggen? (Nee.) Ik zal in Mijn hart een slechte indruk van je hebben en bij Mezelf denken dat deze persoon erg berekenend is, haperend spreekt, alsof elk woord eruit moet worden geperst, en niet rechtdoorzee is met mensen. Maar zelfs als Ik in Mijn hart een slechte indruk van je heb, zal Ik je niet achternazitten. Als de meeste mensen verslag uitbrengen dat je je plicht in Gods huis redelijk goed doet, maar dat je gezindheid een beetje bedrieglijk is, dat je niet rechtdoorzee met Mij bent en je altijd pronkt en met jezelf te koop loopt voor Mij, zal Ik je nog steeds correct kunnen behandelen en je in de loop van de tijd kansen geven om te veranderen. Ik zal absoluut niet kijken naar wat voor verdorven gezindheden jullie onthullen en dan zeggen: “Ik kan niet de minste fout tolereren. Ik kan in één oogopslag doorzien welke verdorven gezindheden je allemaal hebt. Als je Mij niet gelooft, zal Ik blootleggen wat je in je hart denkt, en dan kun je zien of Ik gelijk heb.” Ik doe deze dingen niet. Ik behandel de verschillende uitingen van de verdorven gezindheden van mensen correct – inclusief de uitingen die worden onthuld in hun spraak, hun gedrag en in hun gedachten en gezichtspunten. Als je iemand bent die de waarheid nastreeft en positieve dingen liefheeft, zul je deze verdorven gezindheden en gesteldheden van je geleidelijk veranderen volgens de waarheidsprincipes. Als je niet iemand bent die de waarheid nastreeft, zou het nutteloos zijn om je zelfs maar dwingend te begieten; je zult niet veranderen. Hoe beleefd en hoffelijk je tegen Mij ook bent in Mijn aanwezigheid, het is zinloos – het vervangt niet dat je de waarheid in praktijk brengt of je aan de waarheid onderwerpt. Ongeacht of je recht in Mijn gezicht beleefd of onbeleefd bent, zal Ik je correct behandelen. In het verleden waren er enkele mensen die, vanwege hun kleine gestalte en gebrek aan begrip van de waarheid, veel verdorven gezindheden onthulden wanneer ze met Mij omgingen en communiceerden, en ook veel opstandigheid en weerstand toonden. Maar achteraf voelden ze wroeging en kwamen ze tot inkeer, en een paar jaar later begrepen ze enkele waarheden en veranderden ze. Toevallig bevorderde Gods huis hen opnieuw. Toen Ik hoorde dat ze bevorderd waren, was Ik heel blij in Mijn hart. Zie je, Ik koester geen wrok, of wel? (Nee.) Ik kan hen nog steeds correct behandelen. Ik zeg niet: “Voorheen toonde je geen respect voor Mij, luisterde je niet naar wat Ik zei, en deed je zoveel dingen die Mij verdriet deden. Nu ben je weer bevorderd. Ik waarschuw je dat Ik al die dingen weet die je voorheen hebt gedaan; denk niet dat Ik ze ben vergeten.” Ik doe deze dingen niet. In plaats daarvan troost Ik hen en zeg: “Streef serieus na. Draag geen mentale bagage met je mee.” Wanneer mensen een kleine gestalte hebben en de waarheid niet begrijpen, zullen ze allemaal opstandigheid onthullen, omdat mensen onder de heerschappij van verdorven gezindheden leven, en degenen bij wie de waarheid de macht in hun hart niet heeft, hebben zichzelf niet in de hand, en zeggen en doen dingen zonder er controle over te hebben. Zo zijn mensen die volgens verdorven gezindheden leven. Draag daarom bij het nastreven van de waarheid geen mentale bagage met jullie mee. Ik zal absoluut geen enkele persoon, of welk ras van mensen dan ook, door een gekleurde bril bekijken. Ik kijk niet naar je opleidingsniveau of je verleden. Ik kijk alleen naar je menselijkheidsessentie en je streven, evenals je houding ten opzichte van de waarheid, je houding ten opzichte van God en je houding ten opzichte van je plicht. Als je ooit plichtmatig was in het doen van je plicht, en Gods huis enig verlies hebt toegebracht of zelfs slechte daden hebt begaan die hinder en verstoringen veroorzaakten tijdens het doen van je plicht, dan zal Ik, hoewel die dingen levendig in Mijn geest aanwezig zijn en in Mijn geheugen gegrift staan, in de manier waarop Ik naar je kijk, niet door die dingen worden beïnvloed of misleid. Ik zal een alomvattende kijk op je hebben; Ik zal je bekijken volgens de waarheidsprincipes, en kijken naar hoe je nu je plicht doet en je plicht behandelt, en of je nog steeds zo plichtmatig bent als je ooit was. In het verleden kon je de belangen van Gods huis niet veiligstellen, handelde je overdreven voorzichtig en probeerde je een allemansvriend te zijn. Ben je nu tot inkeer gekomen en ben je veranderd? Kun je enkele waarheden in praktijk brengen volgens de waarheidsprincipes? Vroeger begeerde je altijd vleselijk comfort; kun je nu ontberingen verdragen? Heb je je oprecht volledig ingezet? Kun je de waarheid zoeken tijdens het doen van je plicht? Heb je een beetje trouw en oprechtheid? Heb je vooruitgang geboekt en ben je veranderd ten opzichte van vroeger? Dit zijn de dingen waar Ik naar kijk. Als je in het verleden altijd plichtmatig was, je tegoed deed aan comfort en de belangen van Gods huis niet veiligstelde, en je nu nog steeds zo bent, dan zal Ik in Mijn hart geen gunstige gevoelens voor je koesteren. Als je in het verleden zo was, dan ben Ik, hoewel Ik een slechte indruk van je had, heel blij nu je veranderd bent. En Ik zal je zelfs troosten en zeggen: “Blijf vanaf nu op deze manier nastreven. In het verleden was je gestalte te klein, was je jong en onvolwassen, en ging je gewoon tekeer en deed je slechte dingen; dit zijn allemaal lessen voor je. Je moet de waarheid nastreven om je plichtmatigheid en je slechte daden op te lossen, en dan zul je echt veranderd zijn.” Ik zal je troosten en aanmoedigen. Als die kwaadaardige mensen zouden zien dat je veranderd bent, zouden ze jaloers op je zijn en je haten. Ze zouden niet beleefd tegen je zijn en zeggen: “Ik moet de verwerpelijke dingen die je in het verleden hebt gedaan blootleggen en mensen laten zien hoe afschuwelijk je vroeger was. Ga er niet van uit dat ik dit allemaal niet weet!” Zie je, verdorven mensen doen zich nu eenmaal graag slim voor, spelen graag kinderachtige spelletjes, trekken graag de aandacht naar zich toe, leggen graag de tekortkomingen van mensen bloot en rakelen graag het verwerpelijke verleden van mensen op. Ik doe zulke dingen echt nooit. Ik zeg nooit zulke dingen tegen mensen. Ik probeer hen simpelweg aan te moedigen en gerust te stellen, zodat ze vrede in hun hart voelen en het gevoel hebben dat het nastreven van de waarheid goed is. Wanneer Ik zie dat ze een beetje veranderd zijn, moet Ik hen aanmoedigen, hun laten weten dat ze vooruitgang hebben geboekt, en hun wat motivatie en vertrouwen geven. Vertel Mij, handel Ik volgens principes door mensen op deze manier te behandelen? (Ja.) Handel Ik vanuit natuurlijkheid of vanuit onstuimigheid? (Nee.) Sommige mensen zeggen: “Heeft U soms een slecht geheugen? Geeft U misschien niet om deze dingen? Of bent U van nature ruimdenkend?” Vertel Mij, heeft dit iets te maken met persoonlijkheid, ruimdenkend zijn of geheugen? (Nee.) Zelfs als iemand van nature ruimdenkend is en een fijne persoonlijkheid heeft, kan hij, wanneer hij onder de heerschappij van verdorven gezindheden leeft, mensen nog steeds niet volgens principes behandelen of mensen kansen geven om het juiste pad in te slaan; hij zou dit niet kunnen bereiken. Verdorven mensen zullen hooguit zeggen: “Ik zal je tekortkomingen niet blootleggen; anders zouden mensen me uitlachen.” Ze doen dit uit trots en vanwege de druk van de publieke opinie in de wereld, en zijn bezorgd dat ze door zich zo te gedragen kleinzielig en niet grootmoedig zouden overkomen. Het is alleen om hun eigen trots veilig te stellen dat ze ervan afzien de tekortkomingen van mensen bloot te leggen, maar kunnen ze mensen enkele juiste paden wijzen? (Nee.) Voor de meerderheid van de mensen is het al heel goed als ze ervan kunnen afzien wraak te nemen – hun vragen andere mensen te helpen of hun het beste toe te wensen, gaat hun pet te boven. Hooguit voelen ze: ‘Of het je goed gaat of niet, heeft niets met mij te maken.’ Sommige mensen verkondigen: “Ik ben een bescheiden en deugdzame persoon; ik kan geen wraak nemen op mensen,” maar in hun hart denken ze: ‘Ik hoop dat het slecht met je gaat. Als het je goed gaat, zal ik me vanbinnen ongemakkelijk voelen. Ik zal blij zijn wanneer eindelijk de dag komt dat je sterft!’ Hun woorden zijn vol welwillendheid, rechtvaardigheid en moraliteit, maar hun hart is sinister en venijnig. Ze zeggen niets dan mooiklinkende dingen, terwijl hun hart kwaadwilliger is dan dat van wie dan ook. Dit noemt men honing op de tong hebben en gal in het hart dragen; zo iemand is een hypocriet. Zie je, kunnen verdorven mensen erin slagen andere mensen te behandelen op basis van de waarheidsprincipes? Verdorven mensen denken het een en doen het andere. Uiterlijk zeggen ze, om zichzelf als respectabel, verfijnd en nobel voor te doen, een paar mooiklinkende dingen, maar in hun hart denken ze niet zo, en in het geheim doen ze dingen om anderen een voetje te zetten. Als het gaat om de manier waarop ongelovigen mensen behandelen, zullen ze je daarom, zelfs als ze geen wraak op je nemen, ook niet het beste toewensen. De manier waarop ze mensen behandelen, stemt niet overeen met de waarheidsprincipes. Wanneer ze zien dat het je goed gaat, voelen ze zich ongemakkelijk en jaloers in hun hart; wanneer ze zien dat het slecht met je gaat, zullen ze, als ze de kans krijgen, zout in je wonden strooien of je zelfs een paar keer schoppen, en pas dan zullen ze voelen dat hun haat afneemt. Het is al moeilijk genoeg voor hen om ervan af te zien wraak te nemen – het is voor hen nog moeilijker om tegenover mensen principieel te zijn; ze bezitten zulke menselijkheid niet.

De geïncarneerde God werd een gewone persoon. In Zijn dagelijks leven blijft de manier waarop Hij mensen behandelt op zijn minst binnen de grenzen van geweten en verstand; ze zal absoluut niet onder deze norm dalen, en kan er alleen maar boven liggen. Het spreekt voor zich dat de geïncarneerde God mensen behandelt volgens de waarheidsprincipes. Omdat Hij de goddelijke essentie heeft, is Hij des te meer in staat je te behandelen volgens de waarheidsprincipes, en zal Hij je absoluut niet achterna gaan. Het is net zoals Gods huis allerlei soorten mensen behandelt – het ontheffen van leiders en werkers op alle niveaus, het aanpassen van de plichtstoewijzingen van mensen of het ontheffen van mensen, het wegzuiveren van allerlei soorten mensen, enzovoort, worden allemaal uitgevoerd volgens principes, en worden niet beslist op basis van iemands voorkeuren; deze beslissingen worden genomen met instemming van de meerderheid van de mensen in de kerk. De waarheid heeft dus absoluut de macht in Gods huis; dit is waar. Zelfs mensen met een normale menselijkheid kunnen dingen doen op een manier die voldoet aan de norm van het geweten dat normale mensen bezitten, en wanneer er waarheidsprincipes in het geding zijn, kunnen ze zich nog steeds houden aan de normen van het geweten en verstand van normale mensen – hoeveel te meer geldt dit voor de normale menselijkheid die door de geïncarneerde God is aangenomen. Wat betreft zaken die betrekking hebben op het kerkwerk, de plichten die jullie doen en jullie verdorven gezindheden, is Hij des te meer in staat jullie volgens principes te behandelen. Als het gaat om de manier waarop Ik, deze gewone en normale persoon, met jullie omga en in contact kom, ongeacht hoe Ik de waarheid communiceer of wat voor soort problemen Ik aanpak, vertel Mij, is deze normale menselijkheid van Mij jullie vertrouwen waard? (Ja.) Moeten jullie een verdedigingslinie opbouwen om je tegen Mij te wapenen? (Nee.) Laat Mij jullie dit dan vertellen: wanneer je met Mij spreekt en omgaat, hoef je alleen maar open en eerlijk te zijn. Ongeacht hoeveel Ik over je weet of wat het is dat Ik over je weet, zal Ik je volgens principes behandelen. Ongeacht welke houding je ten opzichte van Mij hebt, zal Ik je nog steeds volgens principes behandelen. Je kunt gerust zijn; het is niet nodig om je tegen Mij te wapenen. Nog afgezien van Mijn goddelijke essentie en goddelijke leven, is alleen al de menselijkheidsessentie die deze normale en praktische kant van Mij, deze gewone persoon, bezit, iets wat jullie kunnen vertrouwen. Ongeacht wat het is dat we bespreken, moet je geen gecompliceerde mentaliteit hebben. Je hoeft alleen maar eenvoudig en open te zijn. Als je met moeilijkheden wordt geconfronteerd, praat er dan gewoon rechtstreeks over. Het is niet nodig om je tegen Mij te wapenen alsof je je tegen een vreemde wapent. Als je je altijd tegen Mij wapent, dan zal Ik je één ding vertellen: je bent te dom, en je bent blind! Weet je niet welk werk Ik doe? Hoe meer je je tegen Mij wapent, hoe minder je uiteindelijk in staat zult zijn de waarheid te verkrijgen. Is dit niet jezelf afremmen en jezelf te gronde richten? Als je altijd twijfelt aan en je wapent tegen Gods geïncarneerde vlees, en hoe Hij ook spreekt en de waarheid communiceert, je altijd een houding van nauwkeurig onderzoek blijft aannemen, en niet aanvaardt wat Hij zegt, zelfs als je wel erkent dat het de waarheid is, dan zal de Heilige Geest je niet alleen niet verlichten of zegenen, maar zal God integendeel Zijn aangezicht voor je verbergen en je negeren. Als je Mij niet gelooft, probeer het dan gewoon en kijk of dit het geval is. Als je geen principes hebt wanneer je met Mij, deze gewone persoon met normale menselijkheid, omgaat, je niet weet hoe je met Mij moet omgaan, en je niet weet hoe je Mij moet behandelen volgens de principes die God je leert, zou je de God in de hemel dan niet op dezelfde manier behandelen? (Ja.) Als je met de God in de hemel op dezelfde manier omgaat, wat zullen dan de gevolgen zijn? (We zullen worden veroordeeld en neergeslagen.) Je hebt het weer mis. God slaat mensen niet willekeurig neer. Je zult echter nooit de kans krijgen om Gods ware gedaante te zien, noch zul je er ooit voor gekwalificeerd zijn; dit is een feit. Je zult nooit gekwalificeerd zijn om Gods ware gedaante te zien – je zult niet eens in staat zijn Gods rug te zien. Wat betekent dit? Het betekent dat God je nooit als Zijn schepsel zal erkennen. Wat betekende het dat Job Jehova’s rug zag? Wat betekende het dat Abraham Gods eigen stem tot hem hoorde spreken? (God keurde hen goed.) Het betekende dat ze gekwalificeerd waren om met God te spreken, om met de God in de hemel te spreken, met Zijn ware gedaante, met de Geest van God. God herkende en aanvaardde hen als schepselen. God erkende hen als schepselen. God won hen. De betekenis hiervan is zo diepgaand! God was bereid hen te zien en bereid met hen te spreken. God was bereid hen het geluid van Zijn stem te laten horen, terwijl Hij vanuit de hemel sprak. God was bereid hen Zijn geestelijke lichaam te laten zien, het aan hen kenbaar te maken. Wat een grote zegen is dit voor menselijke wezens! Dit is een enorme eer! Streven jullie hiernaar? Misschien durven jullie er niet naar te streven, maar jullie moeten deze wens wel hebben. Hoe moeten jullie dan praktiseren om deze wens te verwezenlijken? Begin dit eerst in praktijk te brengen in de manier waarop je de geïncarneerde God, deze gewone en normale persoon, behandelt. Hoe moet je met Hem omgaan en Hem behandelen? Als je, wanneer je Hem in Zijn tastbare gedaante ziet, normaal met Hem kunt omgaan, alles aan Hem kunt aanvaarden, open en eerlijk tegen Hem kunt zijn, en geen barrières of moeilijkheden hebt in de omgang en het contact met Hem, dan zal Ik voor God – althans in Mijn ogen – bereid zijn met je om te gaan; Ik zal geen afkeer van je voelen. Dan krijg je misschien de kans en ben je misschien gekwalificeerd om Gods stem te horen, om Gods eigen stem vanuit de hemel te horen spreken, en om Gods gestalte te zien. Natuurlijk zijn jullie op dit moment nog ver verwijderd van dit doel; Ik geef jullie alleen maar een pad. Als jullie niet eens deze hindernis kunnen nemen die Ik, deze gewone persoon, opwerp, en je toch de God in de hemel wilt zien, dan is er één ding dat Ik je moet vertellen: dat kun je wel vergeten! Dat is puur wensdenken!

Goed, laten we onze communicatie hier voor vandaag beëindigen. Tot ziens!

14 september 2024

Vorige: Hoe de waarheid na te streven (24)

Volgende: Hoe de waarheid na te streven (28)

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek